Terug
Gepubliceerd op 25/05/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 17/05/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur

Verontschuldigd

Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00510 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
1.

2022_CBS_00510 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00510 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 10 mei 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00511 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
2.

2022_CBS_00511 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2022_CBS_00511 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
3.

2022_CBS_00512 - EthiasCo cvba - tweede uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van 9 juni 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
3.

2022_CBS_00512 - EthiasCo cvba - tweede uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van 9 juni 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00512 - EthiasCo cvba - tweede uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van 9 juni 2022 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De brief van EthiasCo cvba van 6 mei 2022 met de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van donderdag 9 juni 2022.

Besluit van CBS van 12/04/2022 

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de tweede brief van EthiasCo cvba van 6 mei 2022 met de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van donderdag 9 juni 2022.

Tijdens de algemene vergadering van 5 mei 2022 werd het vereiste aanwezigheidsquorum niet bereikt. De vennoten van EthiasCo zullen bijgevolg op donderdag 9 juni 2022 om 10 uur in het 'Square Brussels Convention Centre' op de Kunstberg in 1000 Brussel, een tweede buitengewone algemene vergadering houden die zal besluiten over een wijziging van de statuten. Deze algemene vergadering zal geldig beraadslagen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde vennoten.

De agenda van de nieuwe algemene vergadering ziet er als volgt uit:
1. Vaststelling van de omzetting van het kapitaal in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening;
2. Aanneming van de rechtsvorm van de besloten vennootschap in toepassing van artikel 41, paragraaf 4, van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
3. Aanneming van de statuten van de besloten vennootschap;
4. Opdracht aan ondergetekende notaris om de coördinatie van de statuten op te stellen en neer te leggen;
5. Mandaat van de bestuurders en de leden van de Client Board.

Ons bestuur kan twee vertegenwoordigers afvaardigen (één voor Gemeente Zonhoven en één voor het OCMW).

Afgevaardigde voor zowel de gemeente als het OCMW: Karen Schillebeeks, Wellekensveldweg 10A, 3520 Zonhoven.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist om de tweede uitnodiging van EthiasCo cvba over te maken aan mevrouw Karen Schillebeeks.

4.

2022_CBS_00513 - Bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
4.

2022_CBS_00513 - Bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00513 - Bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 18.364,46.

5.

2022_CBS_00514 - Kempisch Tehuis cvba - uitnodiging algemene vergadering van 31 mei 2022

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
5.

2022_CBS_00514 - Kempisch Tehuis cvba - uitnodiging algemene vergadering van 31 mei 2022

2022_CBS_00514 - Kempisch Tehuis cvba - uitnodiging algemene vergadering van 31 mei 2022

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De brief van Kempisch Tehuis cvba van 3 mei 2022 met de uitnodiging voor de algemene vergadering der aandeelhouders van 31 mei 2022.

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de brief van Kempisch Tehuis cvba van 3 mei 2022 met de uitnodiging voor de algemene vergadering der aandeelhouders van dinsdag 31 mei 2022 om 18.00 uur in zaal Abdijhoeve op het domein Kelchterhoef te Houthalen-Helchteren.

De dagorde van deze algemene vergadering staat te lezen in de uitnodigingsbrief, toegevoegd als bijlage bij dit besluit.

Afgevaardigden zoals aangesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 februari 2019, later gewijzigd door de gemeenteraad in zitting van 25 januari 2021:
- Afgevaardigde: mevrouw Karen Schillebeeks
- Plaatsvervanger: mevrouw Magda Moons

Dit besluit en de uitnodiging van Kempisch Tehuis worden bijgevolg overgemaakt aan mevrouw Karen Schillebeeks.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist om de uitnodiging van Kempisch Tehuis cvba over te maken aan mevrouw Karen Schillebeeks.

6.

2022_CBS_00515 - Vereniging voor Openbaar Groen - uitnodiging algemene vergadering van 2 juni 2022

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
6.

2022_CBS_00515 - Vereniging voor Openbaar Groen - uitnodiging algemene vergadering van 2 juni 2022

2022_CBS_00515 - Vereniging voor Openbaar Groen - uitnodiging algemene vergadering van 2 juni 2022

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De brief van 2 mei  2022 van de Vereniging voor Openbaar Groen (VVOG), Predikherenrei 1C, 8000 Brugge met de uitnodiging voor de jaarlijkse statutaire algemene ledenvergadering van 2 juni 2022.

Het gemeenteraadsbesluit van 28 januari 2019 betreffende de aanstelling van de afgevaardigden voor de Vereniging voor Openbaar Groen.

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de brief van 2 mei  2022 van de Vereniging voor Openbaar Groen met de uitnodiging voor de jaarlijkse statutaire algemene ledenvergadering op donderdag 2 juni 2022 om 10.00 uur te Torhout in 'Club de b' CC De Brouckere, ingang 's Gravenwinkelstraat 5.

De gemeenteraad van 28 januari 2019 stelde de volgende afgevaardigden aan:
Afgevaardigde: De heer Stijn Franssen, verantwoordelijke groendienst;
Plaatsvervangend afgevaardigde: De heer Tommy Timmermans, verantwoordelijke facilitair management.

De afgevaardigde wordt rechtstreeks uitgenodigd door de Vereniging voor Openbaar Groen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de uitnodiging van de Vereniging voor Openbaar Groen van 2 mei 2022.

7.

2022_CBS_00516 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00011/SPLITSING - Berkenenstraat 43 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
7.

2022_CBS_00516 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00011/SPLITSING - Berkenenstraat 43 - Weigering

2022_CBS_00516 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00011/SPLITSING - Berkenenstraat 43 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 45N is gelegen in woongebied met landelijk karakter conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.

De percelen 2de afdeling, sectie C, nrs. 42N en 42P zijn gelegen in de zone voor agrarische gebieden.

Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.

Het perceel is tevens niet gelegen binnen het GRUP - afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk.

Op deze locatie (perceel 45N) werden volgende relevante stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:

  • 2000/08309 voor het bouwen van een villa. Vergund op 22/02/2000.
  • 2005/10164 voor het bouwen van een ontspanningsruimte. Vergund op 06/02/2006.
  • 2010/11801 voor het bouwen van een veranda. Vergund op 09/08/2010.

De inplanting van de vijver komt niet overeen met de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning.

Op de achterliggende percelen 42N en 42P, gelegen in agrarisch gebied werden verscheidene constructies opgericht zonder vergunning. Bovendien werden de percelen volledig ingericht als tuin, wat niet in overeenstemming is met de geldende principes voor agrarische gebieden.

Hiervoor dient men zich in regel te stellen. Ofwel het bekomen van een regularisatie, ofwel het verwijderen van deze niet-vergunde constructies.

De percelen 42N, 42P en 41A worden getroffen door een gemeenteweg volgens de Atlas der Buurtwegen (chemin nr. 90) met een breedte van 3,00 meter. Deze gemeenteweg dient ten allen tijde bruikbaar te blijven voor iedereen. De gemeenteweg kan je via deze link raadplegen https://geo.limburg.be/Html5Viewer/?viewer=abw.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met de voorgestelde splitsing voor verkoop van de percelen 2de afdeling, sectie C, nrs. 45N, 42N, en 42P, met een oppervlakte van 91a 56ca (perceel 41A blijft in eigendom van de verkopers), gelegen langs de Berkenenstraat 43.

Zoals voorgesteld in het schrijven van de notaris en weergegeven op het uittreksel uit het kadastrale percelenplan dd. 27/05/2021.

En dit op basis van de in de motivatie aangehaalde redenen.

8.

2022_CBS_00517 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00115MM - Grote Hemmenweg 58A/B/C/D - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
8.

2022_CBS_00517 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00115MM - Grote Hemmenweg 58A/B/C/D - Kennisneming

2022_CBS_00517 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00115MM - Grote Hemmenweg 58A/B/C/D - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van 2 hemelwaterputten, te Grote Hemmenweg 58A/B/C/D, 2de afdeling, sectie C, perceelnummers 617P, 617R, 619/02A en 619/02B.
Voor de plaatsing van 2 hemelwaterputten moet een grondwatertafelverlaging van 2,5 meter bekomen worden. Er zullen 10 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 3 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 433 m³/dag, gedurende 10 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 3.586 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Grote Hemmenweg, dit is een gemengd stelsel.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Grote Hemmenweg 58A/B/C/D, voor de plaatsing van 2 regenwaterputten, voor een debiet van 433 m³/dag, 3.586 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:

  • De bemaling mag niet langer dan 10 dagen in werking zijn. 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.  
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de riolering van de Grote Hemmenweg. Indien nodig, wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be)

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 09/05/2022 akte genomen van de melding ingediend door Decoutere Jean, Dorpsplein 7/6 te 3520 Zonhoven en Nadia Remans, Lichtenbergweg 6 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor een totaaldebiet van 3586 m³ voor de plaatsing van hemelwaterputten, gelegen aan Grote Hemmenweg 58A/B/C/D te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 2de afd, sectie C, nrs. 617P, 617R, 619/02A en 619/02B met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • De bemaling mag niet langer dan 10 dagen in werking zijn. 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.  
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de riolering van de Grote Hemmenweg. Indien nodig, wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be)

 Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

9.

2022_CBS_00518 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00106MM - Blikveldweg 24 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
9.

2022_CBS_00518 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00106MM - Blikveldweg 24 - Kennisneming

2022_CBS_00518 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00106MM - Blikveldweg 24 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, onderkelderd, te Blikveldweg 24, sectie C, nr. 975D.

Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,33 meter bekomen worden. Er zullen 18 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6,50 meter.  Het initiële debiet bedraagt 20 m³/u. Het stationaire debiet 12 m³/uur. Volgens de berekeningstool van de VMM komt dit neer op 600 m³/dag, hetzij een totaaldebiet van 23943 m³.  

Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.  

Het lozingspunt bevindt zich op de Blikveldweg, dit is een gemengd stelsel (ingebuisde gracht). 

In de onmiddellijk omgeving is er de Roosterbeek. Het is niet duidelijk of vanaf het lozingspunt de gracht afwatert naar de Roosterbeek, dewelke op 46 meter ligt.  

De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur, mits voorwaarden.

Gunstig voor een bronbemaling te Blikveldweg 24, voor de realisatie van een woning, onderkelderd, voor een totaaldebiet van 23943 m³ gedurende 60 dagen, mits volgende voorwaarden:

  • Indien de bemaling in werking is tussen de maanden april tot en met september moet de mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater worden aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn.  Deze moet bereikbaar zijn voor derden! Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij.
  • Het bemalingswater dient geloosd te worden in de Roosterbeek. Indien het lozingspunt afwatert naar de Roosterbeek, is dit voldoende. Indien het lozingspunt niet afwatert naar de Roosterbeek, wordt een bijkomend stuk darm gelegd zodat het bemalingswater alsnog in de Roosterbeek geloosd wordt.  Een toelating wordt aangevraagd bij de provincie Limburg, meldpunt water (meldpuntwater@limburg.be – 011 23 73 23). 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 09/05/2022 akte genomen van de melding ingediend door Pollaris Gwen en Volders Lien, Motstraat 27 te 3580 Beringen, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de bouw van een woning voor een totaaldebiet van 23943 m³gelegen aan de Blikveldweg 24 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 2de afd, sectie C, nummer 975D met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Indien de bemaling in werking is tussen de maanden april tot en met september moet de mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater worden aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn.  Deze moet bereikbaar zijn voor derden! Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij.
  • Het bemalingswater dient geloosd te worden in de Roosterbeek. Indien het lozingspunt afwatert naar de Roosterbeek, is dit voldoende. Indien het lozingspunt niet afwatert naar de Roosterbeek, wordt een bijkomend stuk darm gelegd zodat het bemalingswater alsnog in de Roosterbeek geloosd wordt.  Een toelating wordt aangevraagd bij de provincie Limburg, meldpunt water (meldpuntwater@limburg.be – 011 23 73 23). 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).

 Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

10.

2022_CBS_00519 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00108M - Dwarsstraat 4 - Aktename

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
10.

2022_CBS_00519 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00108M - Dwarsstraat 4 - Aktename

2022_CBS_00519 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00108M - Dwarsstraat 4 - Aktename

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

Voorwerp van de melding

De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:

  • het stopzetten van een zorgwoning

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Dwarsstraat 4 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1 , sectie A, nr. 418 C.

De meldingsaanvraag werd op 25/04/2022 ontvangen.

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.

De handelingen voldoen aan artikel 5/1 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningnl.:

§ 2. Het beëindigen van het opsplitsen van een woning of het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden, bedoeld in paragraaf 1, is eveneens meldingsplichtig.

De handelingen voldoen aan artikel 6 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien ze:

  • Niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg of vergunningen voor het verkavelen van gronden, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van omgevingsvergunningen;
  • Niet worden verricht op percelen waarop voorlopig of definitief beschermde monumenten aanwezig zijn, in voorlopig of definitief beschermde cultuurhistorische landschappen, in voorlopig of definitief beschermde stads- en dorpsgezichten, of in voorlopig of definitief beschermde archeologische sites;
  • Niet worden uitgevoerd in een afgebakende oeverzone als vermeld in artikel 1.1.3., § 2, 46°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, noch in de 5 meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen;
  • Niet worden uitgevoerd voor de rooilijn of in een achteruitbouwstrook.

De handelingen voldoen aan artikel 4.2.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening aangezien:

  • Het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, b), is ook meldingsplichtig.
  • Als de zorgwoning na het beëindigen van de zorgsituatie aangewend zal worden voor de huisvesting van meerdere gezinnen of alleenstaanden is daartoe een voorafgaande omgevingsvergunning voor het wijzigen van het aantal woongelegenheden vereist.

De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn dus meldingsplichtig en niet verboden.

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:

De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied met een landelijk karakter.

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurd BPA/RUP.

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde verkaveling 7204.V.311 (lot 1).

De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.

Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:

  • 7204.V.311 : weigering verkavelingsvergunning op 30/07/1971 voor de aanvraag voor een nieuwe verkaveling ;
  • 7204.V.311 : verkavelingsvergunning op 21/10/1971 voor de aanvraag voor een nieuwe verkaveling ;
  • 1972/00220 : stedenbouwkundige vergunning op 1/12/1972 voor het bouwen van een woonhuis ;
  • 7204.V.311\01 : wijziging verkavelingsvergunning op 29/06/2001 voor de aanvraag voor het wijzigen van een vergunde verkaveling ;
  • 2001/08659 : stedenbouwkundige vergunning op 3/08/2001 voor het bouwen van een veranda ;
  • 2009/11583 : stedenbouwkundige vergunning op 14/12/2009 voor het omvormen van een woning tot een kangoeroewoning ;

Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:

De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor de aktename van het melden van de stopzetting van een zorgwoning, zoals voorgesteld op het voorgebrachte plan dat als bijlage aan de aanvraag is verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarde:

  • Deze aktename stelt de melder niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Ronny Vanbockryck voor het stopzetten van een zorgwoning, gelegen Dwarsstraat 4, 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als 1ste afdeling, sectie A nr. 418 C.

De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

  • Deze aktename stelt de melder niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.
11.

2022_CBS_00520 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00109M - Sint Kwintens-heideweg 73 - Aktename

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
11.

2022_CBS_00520 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00109M - Sint Kwintens-heideweg 73 - Aktename

2022_CBS_00520 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00109M - Sint Kwintens-heideweg 73 - Aktename

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

Voorwerp van de melding

De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:

  • het stopzetten van een zorgwoning

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Sint Kwintens-heideweg 73 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1 , sectie D, nr. 132X99.

De meldingsaanvraag werd op 25/04/2021 ontvangen.

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.

De handelingen voldoen aan artikel 5/1 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, nl.:

§ 2. Het beëindigen van het opsplitsen van een woning of het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden, bedoeld in paragraaf 1, is eveneens meldingsplichtig.

De handelingen voldoen aan artikel 6 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien ze:

  • niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg of vergunningen voor het verkavelen van gronden, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van omgevingsvergunningen;
  • niet worden verricht op percelen waarop voorlopig of definitief beschermde monumenten aanwezig zijn, in voorlopig of definitief beschermde cultuurhistorische landschappen, in voorlopig of definitief beschermde stads- en dorpsgezichten, of in voorlopig of definitief beschermde archeologische sites;
  • niet worden uitgevoerd in een afgebakende oeverzone als vermeld in artikel 1.1.3., § 2, 46°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, noch in de 5 meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen;
  • niet worden uitgevoerd voor de rooilijn of in een achteruitbouwstrook.

De handelingen voldoen aan artikel 4.2.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening aangezien:

  • Het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, b), is ook meldingsplichtig.
  • Als de zorgwoning na het beëindigen van de zorgsituatie aangewend zal worden voor de huisvesting van meerdere gezinnen of alleenstaanden is daartoe een voorafgaande omgevingsvergunning voor het wijzigen van het aantal woongelegenheden vereist.

De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn dus meldingsplichtig en niet verboden.

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:

De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied met een landelijk karakter.

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurd BPA/RUP.

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde verkaveling.

De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.

Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:

  • GEB/2019/00003 : gebouwendossier waarbij het college op 26/03/2018 heeft beslist dat de woning kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund en het bijgebouw als zijnde deels vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ;
  • 2019/00156: omgevingsvergunning op 22/10/2019 voor het regulariseren van een woning, het verbouwen van een bijgebouw en het melden van de aanvang van een zorgwoning.

Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:

De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor de aktename van het melden van de stopzetting van een zorgwoning, zoals voorgesteld op het voorgebrachte plan dat als bijlage aan de aanvraag is verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  • Niet vergunde stedenbouwkundige handelingen moeten worden geregulariseerd.
  • Deze aktename stelt de melder niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Rita Jonkmans voor het stopzetten van een zorgwoning, gelegen Sint Kwintens-heideweg 73 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 2, sectie D, nr. 132 X 99.

De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

  • De bijgebouwen die niet vrijgesteld zijn van vergunningsplicht, moeten worden geregulariseerd.
  • Deze aktename stelt de melder niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.
12.

2022_CBS_00521 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00110M - Dwarsstraat 54 - Afwijzing

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
12.

2022_CBS_00521 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00110M - Dwarsstraat 54 - Afwijzing

2022_CBS_00521 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/00110M - Dwarsstraat 54 - Afwijzing

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

Voorwerp van de melding

De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:

  • de oprichting van bijgebouwen die aangebouwd zijn aan de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Dwarsstraat 54 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1 , sectie A, nr. 199 P.

De meldingsaanvraag werd op 25/04/2022 ontvangen.

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.

De handelingen voldoen niet aan artikel 4 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien het gebouw in de zijtuin tot op minder dan 3m van de perceelsgrens wordt gebouwd.

De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn vergunningsplichtig.

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:

De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied met een landelijk karakter .

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurd BPA/RUP.

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde verkaveling 7204.V.02/11 (lot 4).

De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.

Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:

  • 7204.V.02/11 : verkavelingsvergunning op 9/09/2002 voor de loten 1 tot en met 5, mits de voorschriften vermeld in bijlage gevolgd worden ;
  • 2002/00060 : positief stedenbouwkundig attest op 10/12/2002 voor 5 loten voor open bebouwing mits de stedenbouwkundige voorschriften te volgen van de verkaveling 7204.V.02/11;
  • 2004/09643 : stedenbouwkundige vergunning op 9/08/2004 voor het bouwen van een woning ;

Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:

De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.  Bijgevolg moet er via het omgevingsloket een vergunning aangevraagd worden.

De omgevingsambtenaar adviseert het dossier ongunstig voor de aktename van de bouw van een carport, zoals voorgesteld op het voorgebrachte plan dat als bijlage aan de aanvraag verbonden is. Daarenboven kan er bij de vergunningsaanvraag best rekening gehouden worden met het volgende:

  • De carport mag de perceelsgrens, zowel bovengronds als ondergronds, niet overschrijden.
  • Voor de bouw van een carport tegen de perceelsgrens, moet er van de betrokken buren een akkoord verkregen worden. Zij worden door de gemeentelijke administratie aangeschreven. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt geen akte van de melding ingediend door Elke Beerten voor het bouwen van een carport, gelegen Dwarsstraat 54 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie A, nr. 199 P.

De plannen en het meldingsdossier waarop deze aanvraag gebaseerd is, maken integraal deel uit van de niet-aktename.

De niet-aktename is het gevolg van onderstaande voorschrift:

  • Het bouwen van een aanpalend bijgebouw kan enkel als meldingsplichtig beschouwd worden wanneer het gebouw op minimaal 3 meter van de zijgrens geplaatst wordt.
13.

2022_CBS_00522 - OMV - Vergunning - Beringersteenweg 6 en 6A - 2022/00045 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
13.

2022_CBS_00522 - OMV - Vergunning - Beringersteenweg 6 en 6A - 2022/00045 - Goedkeuring

2022_CBS_00522 - OMV - Vergunning - Beringersteenweg 6 en 6A - 2022/00045 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een tweewoonst en het bouwen van een losstaande garage.

De aanvraag werd op 19 februari 2022 ontvangen en op 21 maart 2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 20 december 1960 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1960/0141)
  • Op 10 juli 2018 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het verbouwen van een eengezinswoning naar een tweewoonst en het bouwen van een garage.  (2018/00057)
  • Op 20 november 2018 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het rooien van een boom.  (2018/00198)

(VB_2016_60 – 21M27144)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 9 november 2021.

“Wij hebben uw voorstellen voor de aanpassing van het dak goed ontvangen. 

Is het ook de bedoeling dat de kroonlijsthoogte van 6m naar 6,30m wordt gebracht? De kroonlijsthoogte is volgens bouwplan, vergund op 10/07/2018: 6m. Met deze afwijking kunnen wij akkoord gaan. Wij kunnen niet akkoord gaan met voorstellen 1 of 2. 3 bouwlagen worden enkel nog toegestaan in de regio rond het centrum van Zonhoven. Bij voorstel 2 ligt de kroonlijsthoogte te hoog (7m?). Voorstel 3 is voor ons het beste voorstel voor de aanpassing.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Brood- en banketbakkerij met mengelmachine 2PK: 01/04/1937  (2VL86b/nde)
  • Brood- en banketbakkerij: 22/09/1961   (2VL87/nde)
  • Bakkerij met machines (gezamenlijk ca. 11PK), opslag van 1120l propaan en garage voor 3 tot 10 voertuigen: 28/06/1966   (1VL254/nde)
  • Bakkerij- vervanging van propaangastank van 1120l door 2900l: 01/12/1969  (1VL255/nde)
  • Bakkerij/biscuiterie – vervanging van de bestaande bovengrondse propaangashouder van 3000l door een tank van 5000l: 16/05/1989  (1VL256/nde)
  • Bovengrondse propaangashouder van 495l: rubriek 45.8.1°b) 01/05/1969  (2VL461/nde)

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Wegen en Verkeer

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

BPA, RUP of verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht

Bijgebouw + inritverharding

Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van de garage in de achtertuinstrook zonder voorwerp. De oppervlakte van de garage bedraagt 39,6 m², de bouwhoogte bedraagt 3 meter en de garage bevindt zich op minder dan 30 m van de op te richten woning.

Het aanleggen van de strikt noodzakelijke toegangen tot de gebouwen is volgens art. 2.1.9° van dit besluit niet vergunningsplichtig. Als strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning wordt hier de verharde zijtuinstrook en een gedeelte van de voortuinstrook bedoeld met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens.

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte en omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Het advies van 23/03/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Het betreft hier de verbouwing van een tweewoonst, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen. 

Voor uw rioleringsaansluiting geven we u volgende advies: 

Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn. 

Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34. 

Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.

Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Artikel 4.3.8.§ 1. Een omgevingsvergunning kan niet worden verleend voor het bouwen of

herbouwen van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn is getroffen, of voor

verbouwings- of uitbreidingswerken, andere dan stabiliteitswerken, aan een door een rooilijn of een achteruitbouwstrook getroffen constructie, behoudens onder de voorwaarden die worden

bepaald bij of krachtens het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de

rooilijnen.

Het perceel is gelegen langs de Beringersteenweg, een gewestweg.

Uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat de rooilijn gelegen is op 13m uit de

as van de weg. De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m². Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de zithoek en de keuken voor de gelijkvloerse woonentiteit en in de hal, de living en de nachthal voor de woonentiteit op de verdieping.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

4 FEBRUARI 2020. - Wet houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek, inwerkingtreding 01/09/2021

HOOFDSTUK 3. - Wettelijke erfdienstbaarheden 

Afdeling 2. - Afstanden

Art. 3.132. Afstanden voor vensters, muuropeningen en soortgelijke werken

§ 1. De eigenaar van een gebouw mag vensters met doorzichtige beglazing, muuropeningen, balkons, terrassen of soortgelijke werken aanbrengen voor zover deze op een rechte afstand van minstens negentien decimeter van de perceelsgrens zijn aangebracht. Deze afstand wordt gemeten met een loodrechte lijn op de dichtste plaats aan de buitenkant van het venster, de muuropening, het balkon, het terras of soortgelijke werken tot aan de perceelsgrens.

In of op een gemene muur kan een eigenaar geen vensters, muuropeningen, balkons, terrassen of soortgelijke werken aanbrengen.

§ 2. De nabuur kan de verwijdering vorderen van de werken die in strijd met deze afstand zijn opgetrokken, behalve indien:

1° hierover een akkoord bestaat tussen de buren;

2° zijn perceel op het ogenblik van de oprichting ervan tot het openbare domein behoorde of een onverdeeld goed was dat accessoir was aan het gebouw waarvan het betrokken werk deel uitmaakt;

3° de werken geen enkel risico voor het privéleven en het goede nabuurschap kunnen opleveren, bijvoorbeeld omdat het uitzicht niet verder reikt dan negentien decimeter vanaf deze werken;

4° het venster, de muuropening, het terras, het balkon of de soortgelijke werken zich al minstens dertig jaar op de betrokken plaats bevinden.”

De aanvraag is in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek omdat het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping niet overal een afstand van minstens negentien decimeter van de perceelsgrens houdt. Om ook de privacy op het rechter aanpalende perceel te garanderen zal als voorwaarde bij de omgevingsvergunning worden opgenomen dat het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping minimum 2,5 meter van de rechter dakrand moet blijven en dat voor het overige het terras moet aangelegd worden zoals voorzien op de plannen.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen van een tweewoonst.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen langs de Beringersteenweg, een gewestweg. De bebouwing in de omgeving is sterk variërend. In de omgeving komen zowel meergezinswoningen alsook residentiële woningen in open, halfopen als gesloten verband voor. Deze al dan niet gecombineerd met handelsfuncties (detailhandel).

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag heeft betrekking op het verbouwen en renoveren van een reeds eerder vergunde tweewoonst, bestaande uit een gelijkvloers appartement en een duplex appartement op de eerste verdieping en onder dak. De vergunde werken met dossiernummer OV/2018/00057 en met omgevingsloketreferentie OMV_2018036752 werden nog niet volledig uitgevoerd. Deze omgevingsvergunning zal pas vervallen op 10 juli 2023.

De bouwheer wenst het bestaande gebouw te verbouwen tot twee appartementen, m.n. 1 appartement op het gelijkvloers en 1 appartement op de eerste verdiep. In plaats van een gebouw met een schuin dak op te richten voorziet het ontwerp twee bouwlagen en een plat dak.

Het ontwerp voorziet tevens in het oprichten van een garage van 40m² met bijhorende inrit in steenslag. Zoals hierboven reeds aangehaald is de aanvraag zonder voorwerp voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Tenslotte wordt er in de voortuin nog een verharding in grasklinkers voorzien met een oppervlakte van 79,34m² waarop 2 parkeerplaatsen worden voorzien. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie wonen is functioneel inpasbaar in de omgeving, er werd in het verleden een vergunning verleend voor een meergezinswoning.

Mobiliteitsimpact

Het parkeren gebeurt op eigen terrein. Er worden 3 parkeerplaatsen voorzien voor twee

woonentiteiten. Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De aanvraag betreft het verbouwen van een gebouw tot twee appartementen, m.n. 1 appartement op het gelijkvloers en 1 appartement op de eerste verdiep. In plaats van een gebouw met een schuin dak op te richten voorziet het ontwerp twee bouwlagen en een plat dak.

De toegang tot de gelijkvloerse woongelegenheid is voorzien in de linker zijgevel, binnen de 8,22 meter vanaf de voorgevel. Deze woongelegenheid kan gebruik maken van het achterliggende terras en tuinzone die bereikbaar zijn vanuit de keuken en de berging.

Het tweede appartement bevindt zich op de eerste verdieping. De toegang tot deze woongelegenheid bevindt zich aan de rechter voorzijde van het gebouw. De buitenruimte van deze woongelegenheid situeert zich ter hoogte van de achtergevel en is toegankelijk via een gang vanuit de keuken.

Behoudens het voorzien van een plat dak en het verhogen van de kroonlijsthoogte wijzigt er niets aan het volume van het gebouw. De maximale bouwbreedte bedraagt dan ook 11,14 meter, de bouwdiepte op het gelijkvloers 19 meter en op de verdieping 13,86 meter. De kroonlijsthoogte (bovenkant kroonlijst) bedraagt nu 6,70 meter ten opzichte van het maaiveld. De voorgestelde kroonlijsthoogte sluit aan bij de aanwezige bebouwing in de omgeving.

Tenslotte wordt er in de voortuin nog een verharding in grasklinkers aangelegd met een oppervlakte van 79,34m² waarop 2 parkeerplaatsen worden voorzien. Na het aanleggen van de grasklinkers, het oprichten van de garage met bijhorende toegang en keerzone blijft er nog voldoende onbebouwde en onverharde ruimte over op het eigendom om aan te leggen als kwalitatieve buitenruimte.

Visueel-vormelijke elementen

Het materiaalgebruik voor de gevraagde constructie, nl. witte crepi voor de gevels is niet afwijkend van datgene wat in de ruime omgeving voorkomt en is aanvaardbaar. 

Bodemreliëf

Het bestaande terreinniveau blijft behouden. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. 

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag met betrekking tot de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen indien wordt voldaan aan de voorwaarde m.b.t. het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping. Dit terras moet minimum 2,5 meter van de rechter dakrand blijven en voor het overige moet het terras aangelegd worden zoals voorzien op de plannen.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping minimum 2,5 meter van de rechter dakrand blijft en dat voor het overige het terras aangelegd wordt zoals voorzien op de plannen.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 23 maart 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hierboven reeds weergegeven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 4 april 2022 verleende het Agentschap Wegen en Verkeer een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.

INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720001 van 0.0 +91 tot 0.1 +3):

  • de grens van het openbaar domein is geschat op ca 7.2 meter.
  • de rooilijn ligt op 13 meter volgens de vigerende wegnormen.
  • de zone van achteruitbouw bedraagt 8 meter.
  • de bouwlijn ligt op 21 meter 

Publiciteit:

  • geen

2. Constructie voor rooilijn

De parkings op privégrond dienen ingepland te worden achter de voorgeschreven rooilijn.

3. Constructie in zone van achteruitbouw

  • Peil van de dorpels van het gebouw : 31 cm hoger dan het peil van de uiterste rand van de verharding.
  • Regenwaterputten, septische putten , bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
  • De sloopwerken / terreinwerken / kapwerken mogen geen hinder veroorzaken voor de weggebruikers. Eventuele vervuiling op openbaar domein ten gevolge van deze werken dient men dagelijks ten eigen laste te verwijderen.

4. Constructie op of over openbaar domein

  • De berm dient in zijn oorspronkelijke toestand, zijnde grasberm te worden hersteld. Op de onverharde/verharde berm langs de gewestweg mogen er geen parkeerplaatsen ingericht worden. (Cfr BVR 29/03/2002 retributiebesluit).
  • Voor elke inname van het openbaar domein zie punt 10 van de algemene voorwaarden. Er dient voorafgaandelijk aan de werken een afzonderlijke aanvraag aan de diensten van Agentschap Wegen en Verkeer te gebeuren (District Centraal-Limburg, Trekschurenstraat 270, B-3500 Hasselt).

Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein.

5. Toegang

  • Conform de bepalingen dient het perceel aan de perceelgrens onoverrijdbaar te worden afgesloten behoudens vergunde inrit.
  • Voor private woningen en gebouwen met een beperkte verkeersgenererende activiteit wordt slechts 1 gebundelde in- en uitrit toegestaan met een maximumbreedte van 4,5 m rekening houdend met de op het openbare domein aanwezige hindernissen.

6. Mobiliteitsimpact

  • Insteekparkings langs een gewestweg zijn niet toegestaan omwille van de verkeersveiligheid. Het gebruik van insteekparkings geeft onvoldoende zicht bij het oprijden van de gewestweg, wat een gevaar is voor automobilisten en zwakke weggebruikers.
  • Er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden voorzien op de privégrond. Dit zal anders zoekverkeer en overlast bezorgen aan het openbaar domein wat de verkeersveiligheid in het gedrang brengt.

BESLUIT

Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.

AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG

Zie advies.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 4 mei 2022 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Beschrijving van het gebouw 

De aanvraag betreft een gebouw met 2 bouwlagen waarbij iedere bouwlaag een appartement is. Het appartement op de verdieping heeft een eigen inkom.

Conform het KB van 7 juli 1994 en latere wijzigingen tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, gaat het om een Laag gebouw.

Van toepassing zijnde wetgeving

Het advies werd opgemaakt rekening houdend met het K.B. van 7 juli 1994, gewijzigd door het K.B. van 19 december 1997 en door het K.B. van 4 april 2003 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, bijlage 1 terminologie, bijlage 2/1 lage gebouwen, bijlage 5/1 reactie bij brand van materialen en bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen.

Het decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft d.d. 10 maart 2017 en latere wijzigingen.

Bovenstaande wetgeving is integraal van toepassing. Steeds moeten de strengste eisen weerhouden worden. Zonder volledig te willen zijn, worden in dit verslag de voornaamste richtlijnen hernomen.

Opmerkingen

Algemene eisen vertrekkende van het KB van 07 juli 1994 en latere wijzigingen

  1. Voor de gebouwen met meer dan één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer minstens in één punt een gevel kunnen bereiken die op herkenbare plaatsen toegang geeft tot iedere bouwlaag. Daartoe moeten de voertuigen beschikken over een toegangsmogelijkheid en een opstelplaats:
    • ofwel op de berijdbare rijweg van de openbare weg;
    • ofwel op een bijzondere toegangsweg vanaf de berijdbare rijweg van de openbare weg en die de volgende karakteristieken vertoont:
    • minimale vrije breedte: 4 m;
    • minimale draaicirkel met draaistraal 11 m (aan de binnenkant) en 15 m (aan de buitenkant);
    • minimale vrije hoogte: 4 m;
    • maximale helling: 6 %;
    • draagvermogen: derwijze dat voertuigen, zonder verzinken, met een maximale asbelasting van 13 ton er kunnen rijden en stilstaan, zelfs wanneer ze het terrein vervormen. Voor de kunstwerken welke zich op de toegangswegen bevinden, richt men zich naar NBN B 03-101. (KB 7-7-1994 en latere wijzigingen art 1.1)
  2. De appartementen vormen een compartiment en dienen onderling van elkaar gescheiden te worden door wanden (horizontaal en verticaal) REI of EI60.  (KB 7/7/94 en latere wijzigingen – art. 4.1
  3. De structurele elementen beschikken, in functie van hun situatie, over een brandweerstand zoals weergegeven in tabel 2.1, waarin Ei het laagstgelegen evacuatieniveau voorstelt. (KB 7/7/94 en latere wijzigingen – art 3.2)

 

Structurele elementen van het dak 

Overige structurele elementen 

Boven Ei 

Meerdere bouwlagen 

 

R 30 (*) 

 

R 60 

Tabel 2.1 - Brandweerstand van structurele elementen.

(*) Geen eisen voor de structurele elementen van het dak indien het aan de binnenkant beschermd is door middel van een bouwelement EI 30.

Er worden geen eisen voor brandweerstand gesteld aan de structurele elementen van open parkeergebouwen (art 1.13 bijlage 1 terminologie) waarvan de horizontale wanden REI 60 bezitten.

  1. Wanneer verticale kokers door horizontale wanden dringen waarvoor een brandweerstand vereist is, geldt één van de volgende drie maatregelen:
    • de wanden van de verticale kokers hebben een brandweerstand EI 60; de valluiken en deurtjes hebben EI1 30;

Zij hebben aan hun boveneind een degelijke verluchting. De vrije verluchtingsdoorsnede van de koker is minstens gelijk aan 10% van de totale horizontale doorsnede van de koker, met een minimum van 4 dm². (Uitvoering 1) De vrije verluchtingsdoorsnede kan uitgerust worden met gemotoriseerde verluchtingskleppen waarvan de opening als volgt bevolen wordt:

  • automatisch bij detectie van een brand in de koker;
  • automatisch bij de detectie van een brand in het gebouw, indien dit uitgerust is met een algemene branddetectie-installatie;
  • automatisch bij een defect aan de energiebron, de voeding of de bediening (toestel met positieve veiligheid);
  • manueel via een bediening op een evacuatieniveau op een in akkoord met de brandweer bepaalde plaats.

Indien de vrije verluchtingsdoorsnede van een koker uitgerust is met een gemotoriseerde verluchtingsklep, moeten de eventuele gasleidingen in deze koker beantwoorden aan de voorschriften van de NBN D 51-003 voor de leidingen en verbindingen in een niet-verluchte technische koker.

Deze kokers mogen in de trappenhuizen gebouwd worden.

  • ter hoogte van de doorvoering bevindt zich een bouwelement met minstens de vereiste brandweerstand van de horizontale wand; (uitvoering 2)
  • de wanden van de verticale kokers hebben EI 30; de valluiken en deurtjes EI1 30; de verticale kokers worden ter hoogte van elk compartiment onderbroken door horizontale schermen met de volgende kenmerken: (uitvoering 3)
  • zij bestaan uit een materiaal van klasse A1;
  • zij beslaan de gehele ruimte tussen de leidingen;
  • zij hebben EI 30.

In de uitvoeringen 2 en 3 moeten de kokers niet verlucht zijn. (KB 7/7/94 en latere wijzigingen – art. 5.1.5.1).

  1. Voor de doorvoeringen van de bouwelementen verwijzen wij naar bijlage 7 van het KB 7/7/1994 en latere wijzigingen.
  2. De gevelbekledingen dienen te behoren tot de klasse D-s3,d1 (NBN EN 13501-1). Een maximum van 5 % van de zichtbare oppervlakte van de gevels is niet onderworpen aan deze vereiste.
  3. De producten voor de dakbekleding vertonen de kenmerken van de klasse Broof(t1) of zijn dakbedekkingen bedoeld in 3bis3 van bijlage 1. Bepaalde dakbedekkingen worden geacht te voldoen aan eisen van het prestatiecriterium van een externe brand zonder test. De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt de lijst van deze dakbedekkingen.
  4. De technische uitrusting van het gebouw moet in goede staat worden gehouden. Volgende installaties moet de uitbater periodiek laten nazien, hetzij door een bevoegd persoon (BP), hetzij door een bevoegd technicus (BT), hetzij door een externe dienst voor technische controle (EDTC):
    • Eisen bouwelementen                     BT (*2) (*3) (*4) (*5) 
    • Laagspanning bij in gebruik name van een nieuwe installatie, uitbreiding of aanpassing  EDTC
    • Installatie brandbaar gas                 EDTC                      5 jaar
    • Aeraulische installaties.                   BT
    • Autonome rookdetectoren               BP                           4x per jaar 
    • Verwarming - luchtbehandeling       BT                           Jaarlijks
    • Schoorsteen - rookkanalen              BT                          Jaarlijks

Een afschrift van deze keuringsverslagen moet digitaal aan de brandweer worden overgemaakt.

De bepalingen betreffende de weerstand tegen brand van bouwelementen (REI), moeten toegepast worden volgens de norm NBN EN 13501-2 en 3, waarbij NBN EN 1363 algemeen, NBN EN 1364 niet dragende elementen, NBN EN 1365 dragende elementen, NBN EN 1366 technische uitrustingen, NBN EN 1634 deuren en luiken, NBN EN 13381 bijdrage aan brandwerendheid.

De bepalingen betreffende de reactie tegen brand (ontvlambaarheid, vlamvoortplantingssnelheid) van bouwmaterialen, moeten toegepast worden volgens het KB 07.07.1994 en latere wijzigingen - bijlage 5/1.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits naleving van de opgelegde voorwaarden.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een tweewoonst mits het opleggen van voorwaarden.

De aanvraag voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens is zonder voorwerp, gezien deze constructies niet vergunningsplichtig zijn.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een tweewoonst zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping moet minimum 2,5 meter van de rechter dakrand blijven en voor het overige moet het terras aangelegd worden zoals voorzien op de plannen.
    Riolering: 
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  9. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  10. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  14. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De aanvraag voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens is zonder voorwerp, gezien deze constructies niet vergunningsplichtig zijn.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een tweewoonst zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping moet minimum 2,5 meter van de rechter dakrand blijven en voor het overige moet het terras aangelegd worden zoals voorzien op de plannen.
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  9. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  10. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  14. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

14.

2022_CBS_00523 - OMV - Vergunning - Vuurjufferstraat 6 - verkaveling 1337.B.874. - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
14.

2022_CBS_00523 - OMV - Vergunning - Vuurjufferstraat 6 - verkaveling 1337.B.874. - Goedkeuring

2022_CBS_00523 - OMV - Vergunning - Vuurjufferstraat 6 - verkaveling 1337.B.874. - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 2 loten - lot 1 voor een eengezinswoning in open bebouwing en lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd - na het slopen van een afdak en het rooien van 3 loofbomen.

De aanvraag werd op 13 januari 2022 ontvangen en op 02 februari 2022 ontvankelijk en volledig verklaard

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 12 februari 2022 tot en met 13 maart 2022. Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1988/00004: stedenbouwkundige vergunning op 5 januari 1988 voor het bouwen van een woonhuis.
  • 2007/10590: stedenbouwkundige vergunning op 27 februari 2007 voor het bouwen van een aanbouw.

Omgevingsvergunning

  • 2021/00107: weigering op 22 juni 2021 voor het kappen van 2 bomen

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Er kan principieel akkoord gegaan worden met het afsplitsen van de tuinzone voor het oprichten van een vrijstaande eengezinswoning, mits er aangetoond wordt dat de peststrook die aanwezig is, ter hoogte van de Vuurjufferstraat, reeds aangekocht is of dat hierover een overeenkomst is gesloten. De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Er werd een volmacht gegeven door de gewestelijke bouwmaatschappij Kempisch Tehuis cvba – eigenaar van de peststrook - aan de heer en mevrouw Peuters – Hamblok om het nodige te doen om het perceel afdeling 1 sectie B nr 868w2/deel en gekend als lot 3, op het plan van landmeter Bulen d.d. 18/08/2021 met referentienummer 71066-10292, met een oppervlakte van 16ca, mee te betrekken in de verkavelingsaanvraag.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een tuinhuis en een afdak .

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden (deels) opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren (tuinhuis)/ te verwijderen (afdak).

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 12 februari 2022 tot en met 13 maart 2022. Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Op 02/02/2022 werd advies gevraagd aan De Watergroep.

Op 02/02/2022 werd advies gevraagd aan Fluvius.

Op 02/02/2022 werd advies gevraagd aan Proximus.

Op 02/02/2022 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair management.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006. Het goed kreeg als bestemming wonen - maximum twee wooneenheden per perceel. De stedenbouwkundige voorschriften m.b.t. de zone voor open bebouwing (art. 12) en semi-publieke voortuinstrook (art. 24) zijn van toepassing. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg. De aanvraag wijkt af van deze voorschriften voor o.a. wat betreft de inplanting van de woning (niet i.f.v. Hortstraat) en de inrichting van de tuinzone. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen van artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Handelingen sorterend onder voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan 15 jaar

Art. 4.4.9/1.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.

Afwijkingen kunnen niet toegestaan worden voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan slechts worden toegepast voor stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg die een aanvulling vormen op:

1° de volgende gebiedsaanduidingen, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen:

a) woongebieden, met uitzondering van woonparken;

b) industriegebieden in de ruime zin;

c) dienstverleningsgebieden;

d) gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;

2° de volgende aanvullende voorschriften van het gewestplan:

a) gebieden voor service-residentie;

b) kantoor- en dienstenzones;

c) gebieden voor handelsbeursactiviteiten en grootschalige activiteiten;

d) lokale en regionale bedrijventerreinen;

e) luchthavengebonden bedrijventerreinen;

f) gebieden voor luchthavengerelateerde kantoren en diensten;

g) businessparken;

h) teleport;

i) gebieden voor hoofdkwartierfunctie;

j) gebieden hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging van grootwinkelbedrijven;

k) zones voor kleinhandel en kleine en middelgrote ondernemingen;

l) kleinhandelszones;

m) zones van handelsvestigingen;

n) gebieden voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;

o) zeehavengebieden;

p) gebieden voor watergebonden bedrijven;

q) transportzones;

r) regionale gemengde zones voor diensten en handel;

s) research-, universiteits- en wetenschapsparken;

t) bedrijfsgebied met stedelijk karakter;

u) gemengde woon- en industriegebieden;

v) gemengde gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied;

w) stedelijke ontwikkelingsgebieden;

x) gebieden voor duurzame stedelijke ontwikkeling;

y) gebieden voor kernontwikkeling.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied.

Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen. 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 02 februari 2022. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. 

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. 

VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT

Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.

§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.

Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :

1° de storting van een afdoende financiële waarborg;

2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

Art. 4.2.17 Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
 Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.

In voorliggende aanvraag wordt enkel voorgesteld om het afdak te slopen en wil men het tuinhuis regulariseren. Vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht dient evenwel alle bebouwing te worden gesloopt. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden. Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld.  Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.

Aangezien het dossier voldoende gegevens bevat over de aanwezige constructies zal als voorwaarden worden opgelegd dat alle constructies op lot 1 dienen te worden gesloopt zodat de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de sloop van de bestaande constructies (afdak en tuinhuis).

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden

Uit het verkavelingsplan, opgesteld door landmeter – expert Guy Gillissen, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.  

Decreet grond- en pandenbeleid 

De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare.

De verkaveling sluit niet aan op een andere, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.

Bomen – te kappen:

Uit het dossier blijkt dat er voorgesteld wordt om 3 bomen te kappen. De bestaande hoogstammige bomen dienen maximaal bewaard te blijven. Alvorens het kappen van de bomen, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning bekomen te worden.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 2 loten - lot 1 voor een eengezinswoning in open bebouwing en lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd - na het slopen van een afdak en het rooien van 3 loofbomen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat in een vergunning – na een openbaar onderzoek – afwijkingen kunnen worden toegestaan van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg of een wijziging ervan, voor zover dit plan ouder is dan 15 jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag
Het hierboven genoemde bijzonder plan van aanleg is goedgekeurd dd. 15 juni 2006 ( datum aanvullen )en dus kan er principieel worden afgeweken van de voorschriften. Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de afwijking worden toegestaan. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. ( Deze wordt verderop uitgevoerd )
 De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag (lot 1) wordt ontsloten via de Vuurjufferstraat, een gemeenteweg. Tegenover het te verkavelen perceel vindt men een recente sociale woonwijk met hoofdzakelijk gesloten en halfopen bebouwingen. Links en rechts zijn de percelen onbebouwd. Achterliggend aan de Hortstraat situeren zich woningen in open en halfopen bebouwing.

Verkavelingsvoorwerp

Het verkavelingsontwerp voorziet in het afsplitsen van een deel van de tuinzone van de bestaande woning voor het creëren van een lot met een oppervlakte van 695m² voor het oprichten van een vrijstaande eengezinswoning met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak.  De woning wordt opgericht op 6 meter uit de rooilijn en op   3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. De achtertuinzone bedraagt ca. 22 meter. De bouwstrook heeft een maximale breedte van 10,39 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 15 meter. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning, met een beperkte complementaire functie en/of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. 

Mobiliteitsimpact

Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van een eengezinswoning principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven. Er moet een inpandige garage en/of carport voorzien worden of een carport in de zijtuinstrook om de tuin te vrijwaren van overdreven bebouwing en verharding. 

De voorschriften voorzien in een bijgebouw in functie van een berging of garage. Het stallen van auto’s in het vrijstaande bijgebouw zal niet worden toegestaan om de tuinen maximaal te vrijwaren van bebouwing en verharding. Bijgebouwen zijn uitsluitend bestemd voor ondersteunende functies die inherent verbonden zijn met de hoofdbestemmingen van het hoofdgebouw zoals de berging van goederen en gebruiksvoorwerpen. Ondanks het feit dat er geen garages worden toegestaan in de vrijstaande bijgebouwen, kan het parkeren op eigen terrein gebeuren (inpandig of in de zijtuinstrook). De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken

In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met schuin of plat dak. De maximale bouwdiepte van 15 meter op het gelijkvloers en 12 meter (i.p.v. de voorgestelde 10 meter) op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of plat dak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving en zijn aanvaardbaar.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De inplanting van de nieuwe woning wordt voorzien op minimum 6 meter uit de rooilijn en op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.

Er wordt een bijgebouw tot 40m² voorgesteld.  Lot 1 kan deze oppervlakte dragen.  Er dient wel voorkomen te worden dat er een overdreven terreinverharding ontstaat.  Er wordt bijgevolg opgelegd dat vrijstaande bijgebouwen enkel i.f.v. een berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume (overdekte zitplaats / sauna) mogelijk zijn. Een garagefunctie wordt uitgesloten voor het vrijstaand bijgebouw. Mits naleving van deze voorschriften rest er nog voldoende ruimte op het eigendom om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.

Door het oprichten van 1 extra woning op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 14 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving.

Visueel-vormelijke elementen

De omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bebouwing, niet alleen qua bouwlagen maar ook naar bouwvorm (vrijstaande en gekoppelde), dakvorm (schuin dak en plat dak) en materiaalgebruik. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.   

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het perceel ligt 60 cm lager dan de voorliggende straat. In de verkavelingsvoorschriften – bijgevoegd door de aanvrager - wordt gesteld dat het huidig terreinprofiel te behouden is. In de aangepaste verkavelingsvoorschriften zal gesteld worden dat reliëfwijzigingen zoveel mogelijk beperkt moeten worden. Het vloerpeil van de nieuw op te richten woning dient evenwel boven het straat- of trottoirniveau (maximaal 30cm) gelegen te zijn om mogelijke waterschade te voorkomen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder en/of funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de voorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

1.- Het advies van 07/02/2022 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Voor de afbraak van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.
 De kosten van de uitbraak van de aftakking zijn ten laste van de aanvrager.

Advies Ontwerpbureau
 
Volledig gunstig advies met voorwaarden

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:

  • een forfaitaire kost per bebouwbaar kavel
  • een kost voor ontwerp en veiligheidscoördinatie per project

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
 De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de individuele aanvragers.

Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

2.- Het advies van 16/02/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig: 

zie bijlage - advies en offerte verkaveling, netuitbreiding nodig.

Als bijlage sturen wij u ons advies naar aanleiding van de aanvraag van Firma Kempisch Tehuis, voor de opmaak van een studie voor de uitrusting van bovenvermelde project. 

Als U opmerkingen heeft, hadden wij deze graag ontvangen vóór 6 maart 2022. 

Gelieve deze voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Het omgevingsloketnummer is: 2021198350 

De loten mogen pas worden verkocht wanneer de offerte met alle daarin beschreven verplichtingen door Firma Kempisch Tehuis werd ondertekend voor akkoord en vervolgens de facturen m.b.t. deze offerte vereffend zijn. U wordt hiervan in kennis gesteld van zodra de voorwaarden voldaan zijn. Het volledige projectreglement kunt u raadplegen op www.fluvius.be of op eenvoudig verzoek aanvragen. 

Indien u nog vragen hebt of bijkomende informatie wenst, kunt u ons altijd contacteren.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

3.- Het advies van 04/02/2022 van Proximus is gunstig

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

4.- Het advies van 04/02/2022 van Dienst Facilitair management is voorwaardelijk gunstig

“Gunstig voor de verkaveling zoals voorgesteld, mits er voldaan wordt aan volgende voorwaarden: Aanplanten van 2 streekeigen hoogstam bomen en/of fruitbomen in de achtertuin. De nieuwe bomen worden aangeplant in een maat niet kleiner dan plantmaat 18/20.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich niet aan bij dit advies in voorliggende aanvraag. Alvorens het kappen van de bomen, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning bekomen te worden. In de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning zal de voorwaarden van de Dienst Facilitair management worden opgelegd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, mits het opleggen van voorwaarden.  

Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden: 

  1. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.
  2. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.
  3. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets
    • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.   
    • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  5. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
  7. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
  8. De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
  9. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
    Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld.   Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
  10. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  11. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
    Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van alle constructies op het perceel, op voorwaarde dat alle constructies in hun geheel afgebroken worden.
  12. Alvorens de bomen kunnen gekapt worden, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een woning bekomen te worden.
  13. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  14. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  15. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden.  De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.
  2. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.
  3. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets
    • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.   
    • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  5. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
  7. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
  8. De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
  9. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
    Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld.   Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
  10. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  11. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
    Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van alle constructies op het perceel, op voorwaarde dat alle constructies in hun geheel afgebroken worden. 
  12. Alvorens de bomen kunnen gekapt worden, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een woning bekomen te worden.
  13. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  14. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  15. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden.  De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

15.

2022_CBS_00524 - OMV - Vergunning - Heuveneindeweg 36 - 2022/00050 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
15.

2022_CBS_00524 - OMV - Vergunning - Heuveneindeweg 36 - 2022/00050 - Goedkeuring

2022_CBS_00524 - OMV - Vergunning - Heuveneindeweg 36 - 2022/00050 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het oprichten van een bijgebouw.

De aanvraag werd op 24 februari 2022 ontvangen en op 25 maart 2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 22 december 1956 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1956/00081)

Op 13 november 2020 werd de woning opgenomen in het leegstandsregister.  (2020/132)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Wegen en Verkeer

Fluvius

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De hemelwaterput is voorzien van een geïntegreerde infiltratieput waarvan de oppervlakte (8,08m²) en het volume (5 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 25 maart 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het betreft hier het regulariseren van een (overdekt) terras en het bouwen van een garage/berging, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen.

Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis.

Voor uw rioleringsaansluiting geven we u volgende advies:

Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/7/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, bepaalt dat bij een uitbreiding > 40 m² tegen een bestaand gebouw een even groot deel van de bestaande verharde oppervlakten mee dienen af te wateren naar de infiltratievoorziening, indien deze bestaande verharde oppervlakten nog niet zijn aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffering. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. De referentieoppervlakte is de som van alle oppervlakten die afwateren naar deze infiltratievoorziening.

Het hemelwater van de dakoppervlakte van het vrijstaand bijgebouw kan best aangesloten worden op de hemelwaterput voor een optimaal hergebruik van hemelwater of op een infiltratievoorziening of mag infiltreren op het privéterrein in de groenzones.

Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.

Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.

Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.

Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het oprichten van een bijgebouw.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen langs de Heuveneindeweg, een voldoende uitgeruste gewestweg.  Aan de achterzijde grenst het perceel aan de Lazarijstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

De bebouwing in de omgeving varieert sterk qua bouwhoogte, dakprofiel, nokhoogte, bouwstijl alsook materiaalgebruik.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel bevindt zich een eengezinswoning uit de jaren 50.

De woning is ingeplant op 7,55m achter de rooilijn / voorste perceelgrens t.o.v. de Heuveneindeweg (= minimum 17,09m uit de as van de weg).

De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 11,73m met aansluitend aan de achterzijde een trap naar de kelder.

De woning bestaat uit 1 bouwlaag met een zadeldak.

De kroonlijsthoogte is gelegen op 3,39m ten opzichte van het maaiveld.  De nokhoogte is gelegen op 9,28m ten opzichte van het maaiveld.

De woning werd uitgevoerd met een wit geschilderde gevelsteen gecombineerd met een niet-geschilderde rode gevelsteen.  De dakbedekking werd uitgevoerd in rode dakpannen.

De huidige aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van de eengezinswoning en het oprichten van een bijgebouw (carport / tuinberging).

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is functioneel inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.

Op eigen terrein wordt een dubbele carport opgericht.  Hierdoor wordt het stallen van wagens geheel op eigen terrein opgevangen en de last van het autobezit niet afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.

Om aan de hedendaagse normen te voldoen qua duurzaamheid wordt de woning voorzien van een nieuwe gevelschil.  De buitenmuur wordt 4cm dikker.  Hierdoor wordt de woning ingeplant op minimum 2,96m van de rechter perceelgrens en op 3,07m van de linker perceelgrens.

Op het gelijkvloers wordt de bestaande inkomhal aan de voorzijde verwijderd.  De woning wordt hierdoor ingeplant op minimum 17,50m uit de as van de Heuveneindeweg.

Aan de achterzijde wordt het gelijkvloers uitgebreid tot een bouwdiepte van maximum 17m.   De woning wordt voorzien van een 2de bouwlaag.  De bouwdiepte op de verdieping bedraagt 8,82m.

De bouwdieptes zijn in overeenstemming met de algemeen gehanteerde normen.

Het hoofdvolume van de woning wordt voorzien van een zadeldak.  De achterbouw wordt uitgevoerd met een plat dak.

De maximale kroonlijsthoogte is gelegen op 5,53m ten opzichte van het maaiveld en de nokhoogte op 9,85m ten opzichte van het maaiveld.

De gevelafwerking van de woning wordt uitgevoerd in een rood genuanceerde gevelsteen met aan de onderzijde een plint uitgevoerd in blauwe hardsteen.  De terrasoverkapping aan de achterzijde wordt uitgevoerd in zwarte trespa-panelen die aansluiten bij het buitenschrijnwerk.

Na de verbouwing integreert de woning zich goed in het straatbeeld.

De aanvraag omvat tevens het oprichten van een bijgebouw.  Het betreft een dubbele carport met tuinberging.

Het bijgebouw wordt ingeplant op 23,12m achter de achtergevel van de woning, op minimum 6,66m van de achterste perceelgrens (= voorste perceelgrens t.o.v. de Lazarijstraat) en op 1m van de linker perceelgrens.

Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 42m² (7m x 6m).

De carport is toegankelijk via de inrit langs de Lazarijstraat.  Door de toegang tot het perceel te voorzien via de Lazarijstraat wordt de lengte van de inrit beperkt.  Tevens is toegankelijkheid van het perceel praktischer via de Lazarijstraat dan via de drukke gewestweg, nl. de Heuveneindeweg.  Deze toegang voldoet tevens aan de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer, zoals aangehaald onder de titel ‘bespreking adviezen’.

De carport met tuinberging wordt voorzien van een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 3m ten opzichte van het maaiveld.

Het bijgebouw wordt uitgevoerd in hout met een natuurlijk vergrijsde kleur.

In de aanvraag wordt niet gespecifieerd welk soort hout gebruikt zal worden. Hierdoor wordt i.f.v. duurzaamheid als bemerking meegegeven dat er best geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Behoudens de gebouwen worden ook verhardingen voorzien.

Aan de voorzijde van de woning wordt een toegangspad naar de voordeur aangelegd (15m²). Conform het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer (zie titel ‘bespreking adviezen’) dient het toegangspad beperkt te worden tot een breedte van 1,50m.

Ter hoogte van de Lazarijstraat wordt een inrit aangelegd die toegang biedt tot de dubbele carport. Deze inrit wordt uitgevoerd in waterdoorlatende betonklinkers (46m²). De inrit wordt aangelegd tussen de bestaande opening in de bomerij.  De bestaande bomen blijven dan ook behouden. Om deze bomen te beschermen dient voldaan te worden aan de voorwaarden opgelegd in het advies van de dienst Facilitair Management zoals aangehaald onder de titel ‘bespreking adviezen’.

Tot slot wordt aan de rechter achterzijde van de woning een niet-overdekt terras aangelegd. Het niet-overdekte terras heeft een oppervlakte van 14m².

De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

Bodemreliëf

Het bestaande terreinniveau wordt ter hoogte van de uitbreiding beperkt opgehoogd.

Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 25 maart 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 1 april 2022 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld, mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

Gezien de inrit vlak naast en onder enkele waardevolle eikenbomen wordt aangelegd en een groot deel van de carport/tuinberging zich binnen de kruinprojectie van deze eikenbomen bevind, zullen er flankerende maatregelen moeten genomen worden om deze bomen maximaal te vrijwaren en te beschermen. Volgende flankerende maatregelen moeten in acht genomen worden:

  • geen materialen stapelen tegen bomen,
  • geen materialen stapelen onder de bomen,
  • schade aan wortels tot het absolute minimum beperken,
  • wortels die toch beschadigd worden moeten recht afgezet worden,
  • Er moet een begeleidingssnoei worden uitgevoerd bij de twee bomen waarlangs de inrit komt te liggen

De begeleidingssnoei is nodig om kruin terug in verhouding met het wortelgestel te brengen. D.w.z. dat het bladvolume in de kruin wat wordt gereduceerd om zo het verlies aan wortels door schade te compenseren.

Deze snoei wordt best uitgevoerd door een deskundige, waarbij zeker volgende in acht moet worden genomen:

  • niet meer dan 1/3 van kruinvolume verwijderen,
  • een snoeiwonden maken met een diam. groter dan 10 cm,
  • Snoei tegen elkaar schurende takken weg, zo voorkom je wonden. Schimmels groeien graag in de schuurwonden en verzwakken de bomen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 4 april 2022 verleende het Agentschap Wegen en Verkeer een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.

INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N7150002 van 0.4 +54 tot 0.4 +73):

  • de grens van het openbaar domein is geschat op ca 9.6 meter.
  • de rooilijn ligt op 9 meter volgens vigerende wegnormen.
  • de zone van achteruitbouw bedraagt 8 meter.
  • de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 17 meter

Publiciteit:

  • geen

2. Constructie voor rooilijn

De parkings op privégrond dienen ingepland te worden achter de voorgeschreven rooilijn.

3. Constructie in zone van achteruitbouw

  • Peil van de dorpels van het gebouw : 31 cm hoger dan het peil van de uiterste rand van de verharding.
  • Regenwaterputten, septische putten , bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
  • De sloopwerken / terreinwerken / kapwerken mogen geen hinder veroorzaken voor de weggebruikers. Eventuele vervuiling op openbaar domein ten gevolge van deze werken dient men dagelijks ten eigen laste te verwijderen.

4. Constructie op of over openbaar domein

  • De berm dient in zijn oorspronkelijke toestand, zijnde grasberm te worden hersteld. Op de onverharde/verharde berm langs de gewestweg mogen er geen parkeerplaatsen ingericht worden. (Cfr BVR 29/03/2002 retributiebesluit).
  • Voor elke inname van het openbaar domein zie punt 10 van de algemene voorwaarden. Er dient voorafgaandelijk aan de werken een afzonderlijke aanvraag aan de diensten van Agentschap Wegen en Verkeer te gebeuren (District Centraal-Limburg, Trekschurenstraat 270, B-3500 Hasselt).
     Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein.

5. Toegang

  • Conform de bepalingen dient het perceel aan de perceelgrens onoverrijdbaar te worden afgesloten behoudens vergunde inrit.
  • De gemeentewegen hebben een toegang verlenende functie waardoor toegangen inherent zijn aan dit type weg conform de inrichtingsprincipes van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Er mag daarom geen rechtstreekse toegang genomen worden tot de gewestweg. De toegang tot het perceel dient uitsluitend te worden genomen langs de gemeenteweg. De inplanting dient zover als mogelijk te worden voorzien ten opzichte van het kruispunt.

6. Mobiliteitsimpact

  • Insteekparkings langs een gewestweg zijn niet toegestaan omwille van de verkeersveiligheid. Het gebruik van insteekparkings geeft onvoldoende zicht bij het oprijden van de gewestweg, wat een gevaar is voor automobilisten en zwakke weggebruikers.
  • Er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden voorzien op de privégrond. Dit zal anders zoekverkeer en overlast bezorgen aan het openbaar domein wat de verkeersveiligheid in het gedrang brengt.

GUNSTIG ADVIES ONDER VOORWAARDEN

Om deze redenen adviseert het Agentschap Wegen en Verkeer VOORWAARDELIJK GUNSTIG.

De volgende voorwaarden dienen te worden opgelegd:

  • Regenwaterputten, septische putten , bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
  • Langs de voorzijde van de woning kan er slechts een toegang van maximaal 1.5 meter toegestaan worden voor zachte weggebruikers.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.

AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG

Zie advies.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  • Regenwaterputten, septische putten , bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
  • Langs de voorzijde van de woning kan er slechts een toegang van maximaal 1.5 meter toegestaan worden voor zachte weggebruikers.
  • Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management, zoals gevoegd in bijlage;
  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het hout van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het oprichten van een bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
    - Regenwaterputten, septische putten , bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
    - Langs de voorzijde van de woning kan er slechts een toegang van maximaal 1.5 meter toegestaan worden voor zachte weggebruikers.
  2. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management, zoals gevoegd in bijlage;
    Riolering
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ achterste perceelgrens (= Lazarijstraat, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  12. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  16. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  17. In de voortuinstrook (zowel langs de Heuveneindeweg als de Lazarijstraat) mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het hout van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het oprichten van een bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
    - Regenwaterputten, septische putten, bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
    - Langs de voorzijde van de woning kan er slechts een toegang van maximaal 1.5 meter toegestaan worden voor zachte weggebruikers.
  2. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management, zoals gevoegd in bijlage;
    Riolering
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ achterste perceelgrens (= Lazarijstraat, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  12. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  16. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  17. In de voortuinstrook (zowel langs de Heuveneindeweg als de Lazarijstraat) mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het hout van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

16.

2022_CBS_00525 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 150 en 152- 2022/00003 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
16.

2022_CBS_00525 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 150 en 152- 2022/00003 - Goedkeuring

2022_CBS_00525 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 150 en 152- 2022/00003 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen met elk een bijgebouw en een zwembad.

De aanvraag werd op 5 januari 2022 ontvangen.

Op 1 februari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 10 februari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 11 februari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden van 26 februari 2022 tot en met 22 maart 2022.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 28 juni 1956 werd een vergunning afgeleverd voor het vergroten van een woonhuis.  (1956/00099)

Op 14 maart 2017 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen tot 2 loten voor halfopen bebouwing, na afbraak van de bestaande constructies.   (1220.C.874.2)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2016_089):

“De maximale bouwdiepte zoals beschreven in de verkaveling bedraagt 17m.  Dit is een norm die doorgaans ook gehanteerd wordt in Zonhoven (al streven we, waar mogelijk, ernaar deze te beperken om ook de footprint te beperken).  Een overdekt terras dient inbegrepen te zitten in deze 17m.  Om de reden dat anders zowel bebouwing als verharding zal vermeerderen, alsook dat we geen precedent wensen te scheppen.  De woningen zijn niet van een dermate beperkte breedte dat een dergelijke uitbreiding motiveerbaar wordt.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat enkel eengezinswoningen worden toegestaan en dat nevenactiviteiten niet toegelaten zijn.  In de motivatie van de verkavelingsvergunning werd dit duidelijk gemotiveerd.  Een woning met nevenfunctie zoals voorgesteld zal bijgevolg ongunstig worden geadviseerd.

De bestemming laat enkel eengezinswoningen toe, dus geen vakantiewoning.  Deze functie zal de draagkracht van het perceel overschrijden door de verschillende hinderaspecten die gegenereerd worden (lawaai, parkeerproblemen, overdreven verharding door parkeervoorzieningen, enz.).  Een functiewijziging naar vakantiewoning is dus niet toelaatbaar.

Een carport in de zijtuinstrook wordt niet toegelaten door de verkavelingsvoorschriften.

Wat betreft een vrijstaande garage zijn de voorschriften mijn inziens niet helemaal duidelijk.  De voorschriften laten een garage toe in een vrijstaand bijgebouw, maar langs de andere kant leggen ze op dat de inrit zoveel mogelijk beperkt dient te worden door de plaatsing van een garage zoveel mogelijk vooraan op het perceel.

De motivatie in de vergunning spreekt ook eerder van een inpandige garage (of carport vooraan binnen de bouwzone).

Dit laatste heeft in ieder geval onze voorkeur.  Zoals de carports nu staan ingeplant ontstaat een te grote inritverharding.

Een zwembad wordt niet expliciet verboden in de verkavelingsvoorschriften en kan dus binnen de voorwaarden van het vrijstellingsbesluit worden aangelegd (niet-overdekte constructies: let wel, hierbij worden ook de verhardingen gerekend).

Ik wil er daarnaast op wijzen dat de plannen beoordeeld werden op basis van de voorliggende vragen.  Een volledige aftoetsing aan de verkavelingsvoorschriften zal gebeuren door de dossierbehandelaar bij de vergunningsprocedure.  Het is aan de architect om de nodige afwijkingen (of indien nodig bijstelling) aan te vragen.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in agrarisch gebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als de loten 1a en 2a binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 14 maart 2017 door het college van burgemeester en schepenen.   (1220.C.874.2)

De verkavelingsvergunning was bij de indiening van het dossier alsook bij het nazicht en volledig verklaren niet vervallen.   Tijdens de procedure werd de verkaveling vervallen verklaard, nl. d.d. 22 maart 2022.

Gezien de verkaveling nog niet vervallen was bij het nazicht en de opstart van de aanvraag werd het dossier afgetoetst aan de verkavelingsvoorschriften.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom werd de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Kroonlijsthoogte woningen:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de kroonlijsthoogte maximum 4,50m mag bedragen t.o.v. het maaiveld.

Het ontwerp voorziet een kroonlijsthoogte van 5,59m ten opzichte van het maaiveld.

  • Nokhoogte woningen:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de nokhoogte maximum 9,50m mag bedragen t.o.v. het maaiveld.

Het ontwerp voorziet een nokhoogte van 9,97m ten opzichte van het maaiveld.

  • Inplanting bijgebouw lot 1a (links):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bijgebouwen dienen ingeplant te worden op 2m van de zijdelingse perceelgrenzen.

Het ontwerp voorziet voor lot 1a de inplanting van het bijgebouw op 1m van de linker perceelgrens.

  • Materiaalkeuze bijgebouwen:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bijgebouwen dienen uitgevoerd te worden in dezelfde materialen als het hoofdgebouw.

Het ontwerp voorziet voor beide loten een bijgebouw uitgevoerd in hout.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor beide nieuw opgerichte woningen met elk een horizontale dakoppervlakte van 127,50m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik de wasmachine en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (7,24m²) en het volume (4 190 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet voor beide woningen aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 15 februari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het betreft hier 2 eengezinswoningen, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen

Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis. 

Voor uw rioleringsaansluiting geven we u volgende advies: 

A. Buitenzwembad (= niet overdekt): 

Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. 

Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34. 

Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen

Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De percelen zijn gelegen langs de Wijvestraat, een uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan.  Er wordt in elke woning een rookmelder geplaatst in de zithoek en de nachthal.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

Gezien de verkaveling tijdens de procedure van de aanvraag vervallen werd verklaard wordt de aanvraag verder behandeld zoals de omgevingsaanvragen die niet gelegen zijn in een goedgekeurde, niet-vervallen verkaveling.

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen met elk een bijgebouw en een zwembad.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het percelen zijn gelegen langs de Wijvestraat, een gemeenteweg.

Het goed is aan de achterzijde gelegen in agrarisch gebied.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen met elk een bijgebouw en een zwembad.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoningen is functioneel inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Het ontwerp voorziet voor elke woning een losstaande carport.

Bijgevolg wordt het stallen van voertuigen opgevangen op eigen terrein en niet afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen met elk een bijgebouw en een zwembad.

De woningen worden ingeplant op 6m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, minimum 3m van de rechter perceelgrens en op minimum 3,49m van de linker perceelgrens.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 17m en op de verdieping 10m.

De bouwdieptes en afstanden tot de perceelgrenzen vallen binnen de algemeen gehanteerde normen voor bouwdiepte en afstandsregels.   Tevens zijn deze in overeenstemming met de eerder van toepassing zijnde verkavelingsvoorschriften.

De maximale kroonlijsthoogte is gelegen op 5,59m en de nokhoogte op 9,97m ten opzichte van het maaiveld.

De kroonlijsthoogte en de nokhoogte zijn in overeenstemming met de algemeen gehanteerde bouwvoorschriften.

De gevelafwerking van de woningen wordt uitgevoerd in rood-bruin genuanceerde gevelsteen gecombineerd met thermowood.  De woningen worden voorzien van een plint in arduin.  De dakbedekking wordt uitgevoerd in dakpannen (antraciet).

Het bouwen van 2 halfopen eengezinswoning op deze locatie strookt heden ten dagen niet meer met de visie van de gemeente Zonhoven.   Door de ligging van het perceel aan de rand van de gemeente, grenzend aan agrarisch gebied en in de omgeving van natuurgebied, is de voorgestelde woondichtheid hier te groot.

De verkavelingsvergunning, die gedurende de procedure van deze omgevingsaanvraag vervallen werd verklaard, liet echter het bouwen van 2 halfopen eengezinswoning toe.  Hierdoor wordt uitzonderlijk akkoord gegaan met de oprichting van de 2 halfopen eengezinswoningen.

De aanvraag omvat tevens het bouwen van 2 bijgebouwen en 2 zwembaden.

Elk bijgebouw bestaat uit een carport, tuinberging en poolhouse.

Het bijgebouw voor de linker woongelegenheid wordt ingeplant op 6m achter de achtergevel van de woning en tegen de rechter perceelgrens.

De bijgebouwen hebben elk een oppervlakte van 30m².

De houten bijgebouwen worden uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 2,48m ten opzichte van het maaiveld.

De zwembaden worden ingeplant op 2m achter de bijgebouwen op 2m van de zijdelingse perceelgrenzen.

Behoudens de bebouwing worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin en de zijdelingse bouwvrije stroken wordt voor elke woongelegenheid een inrit aangelegd die toegang verleent tot de carport.   Aansluitend op de inrit wordt in de voortuin een bijkomende parkeerplaats aangelegd.

De inritten en de parkeerplaatsen worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers.

Aan de achterzijde van elke woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd van ca. 26m².  Dit niet-overdekt terras wordt uitgevoerd in tegels.  Het hemelwater dat hierop terecht komt kan infiltreren in de aangrenzende groenzones.

Tot slot wordt in de achtertuin, tegen de zijdelingse perceelgrenzen alsook tussen beide woningen, een draadafsluiting geplaatst met een hoogte van 2m.

Bodemreliëf

Uit de aanvraag blijkt niet dat het bestaande terreinniveau wordt aangepast.  Bijgevolg kan gesteld worden dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding voor de woningen alsook de bijgebouwen bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

BESPREKING ADVIEZEN

Op 15 februari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten bekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Indien een droogzuiging noodzakelijk is voor de realisatie van de werken, dient op voorhand een omgevingsvergunning/melding voor de droogzuiging aangevraagd te worden via www.omgevingsloket.be;

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen met elk een bijgebouw en een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de 2 inritten met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inritten moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  10. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  11. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  19. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten bekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen met elk een bijgebouw en een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de 2 inritten met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inritten moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  10. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  11. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  19. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten bekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

17.

2022_CBS_00526 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00253, gelegen langs Boddenveldweg 7 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
17.

2022_CBS_00526 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00253, gelegen langs Boddenveldweg 7 - Goedkeuring

2022_CBS_00526 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00253, gelegen langs Boddenveldweg 7 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 04/04/2022, nl.:

“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van de heer Peter Cabus namens het Departement Omgeving, ingesteld tegen de beslissing d.d. 1 februari 2022 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een voorwaardelijke omgevingsvergunning werd verleend aan de heer Marc Bollen namens Aluzon NV voor het bouwen van een nieuwe loods, kappen van bomen, slopen bijgebouw en de regularisatie en herinrichting van het terrein met verhardingen, overstromingsbekken, infiltratiebekken en groenvoorziening, en een verandering van de uitbating voor aluminium schrijnwerkerij, te Zonhoven ter plaatse Boddenveldweg 7, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.

Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”

Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:

DEPARTEMENT OMGEVING LIMBURG

BEROEP TEGEN BESLISSING VAN 1 FEBRUARI 2022 VAN HET COLLEGE VAN

BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN ZONHOVEN

Deze aanvraag werd in eerste aanleg door het college van burgemeester en schepenen van ZONHOVEN onderzocht en beslist, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

Deze beslissing werd op 9 februari 2022 op het Omgevingsloket geplaatst.

Identificatie van de aanvrager(s):

Marc Pierre A. BOLLEN namens ALUZON NV gevestigd te Boddenveldweg 7 te 3520 Zonhoven.

Identificatie van de beroeper:

De leidend ambtenaar van het Departement Omgeving,

Peter Cabus

Secretaris-generaal Departement Omgeving

Identificatie van de bouwplaats:

Boddenveldweg 7 te 3520 Zonhoven

Kadastrale omschrijving:

Afdeling 2, sectie C nrs. 830G en 834E.

Het betreft een aanvraag tot:

Het betreft een aanvraag tot het bouwen van een nieuwe loods, kappen van bomen, slopen bijgebouw en de regularisatie en herinrichting van het terrein met verhardingen, overstromingsbekken, infiltratiebekken en groenvoorziening, en een verandering van de uitbating voor aluminium schrijnwerkerij.

De bestreden beslissing:

De omgevingsvergunning (OMV_2021028123) werd door het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven op 1 februari 2022 verleend voor het bouwen van een nieuwe loods, kappen van bomen, slopen bijgebouw en de regularisatie en herinrichting van het terrein met verhardingen, overstromingsbekken, infiltratiebekken en groenvoorziening, en een verandering van de uitbating voor aluminium schrijnwerkerij.

Tegen de beslissing ga ik in beroep (overeenkomstig artikel 53 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014) om volgende redenen:

De aanvraag is volgens het geldend gewestplan Koninklijk besluit van 3 april 1979 – Gewestplan Hasselt-Genk goedgekeurd op 03/04/1979, deels gelegen in gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s en deels gelegen in bufferzone.

Gebied voor ambachtelijke bedrijven

De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven.

Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten.

De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.

Bufferzones

De bufferzones dienen in hun staat bewaard te worden of als groene ruimte ingericht te worden, om te dienen als overgangsgebied tussen gebieden waarvan de bestemmingen niet met elkaar te verenigen zijn of die ten behoeve van de goede plaatselijke ordening van elkaar moeten gescheiden worden.

De aanvraag is niet gelegen in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999.

Het goed kreeg als bestemming onder andere, zone voor nijverheid-zone voor bedrijventerreinen en zone voor open ruimten-bufferzone.

De van toepassing zijnde voorschriften van dit BPA zijn onder andere:

Artikels 9 en 21 - Zone voor nijverheid – zone voor bedrijventerrein

Hoofdbestemming: ambachtelijke bedrijven en opslagplaatsen die het karakter van lichte industrie hebben en niet schaden aan het woonklimaat van de omgeving.

Nevenbestemmingen: parkeerplaatsen en burelen die noodzakelijk behoren bij de productiehallen.

Detailhandel en tentoonstellingsruimten: ENKEL als nevenbestemming en in relatie met de aanwezige hoofdbestemming.

Wonen: 1 bedrijfswoning per bedrijf is toegelaten, dit met een maximale nuttige vloer-oppervlakte van 300m². Deze woning dient stedenbouwkundig te harmoniëren met het eigenlijke bedrijfsgebouw en dient hieraan ondergeschikt te zijn.

De bebouwing dient te beantwoorden aan de eisen gesteld in art. 21.

a. Inplanting

De inplanting dient te geschieden binnen de op het plan aangeduide zone in een vrijstaande bebouwingsvorm. De afstand van de gevels tot de perceelsgrens van de kavels zal in principe gelijk zijn aan de hoogte van het gebouw met een minimum van 4m ofwel op de perceelscheiding gekoppeld aan een bestaande bebouwing. De bruto-vloeroppervlakte mag de 60 % van de totale oppervlakte van het perceel niet overtreffen. 

De bebouwde oppervlakte, inclusief parkeer- en opslagruimte, moet minstens 50 % van de bebouwbare oppervlakte bedragen.

b. Materialen

c. Afsluitingen

d. Beplanting

Een groene bufferzone langs de zijdelingse en achterste perceelscheiding is verplicht.

De aan te leggen en te onderhouden groenvoorziening moet minstens 15 % van de bebouwbare oppervlakte bedragen.

Het is een beplanting met esthetische en afschermende functie. Alle bebouwing, reclame en het stapelen van materialen erin is verboden.

De aanleg zal gebeuren met inheemse soorten bestaande uit hoogstammen met een onderbeplanting van heesters.

Artikel 12 - Zone voor open ruimten – bufferzone

Een groene bufferzone is verplicht op de aangeduide plaatsen.

Zij heeft een esthetische en afschermende functie. Om deze afschermende functie te kunnen vervullen moet de beplanting een dichte structuur hebben, opgebouwd uit een bodembedekkende kruidlaag, heestermassieven en hoogstammig groen.

Bij een geringe breedte (- 5m) is het aanplanten van haag of de plaatsing van een draadafsluiting in combinatie met klimplanten verplicht, ter vervanging van de gelaagde beplanting. De landschappelijke waarde van deze zones zal verhoogd worden door het gebruik van streekgroen, ecologisch groen als ook door haar esthetisch uitzicht.

Indien de breedte van de buffer 5m of meer bedraagt zullen de beplantingen gerealiseerd worden op een aarden wal met een minimum hoogte van 1,5m.

De beplanting moet permanent zijn over de volledige oppervlakte van de zone met de noodzakelijke verscheidenheid om haar functie te vervullen. Enkel normale snoeiing en onderhoud en vervanging zijn toegelaten.

Het doorbreken van de bufferzone is in geen enkel geval toegelaten, ook niet om een toegang tot de zone voor ambachtelijke bedrijven te realiseren, uitgezonderd daar waar op het plan een ontsluiting is aangeduid en onder de voorwaarden zoals deze in de betreffende voorschriften zijn bepaald.

Alle bebouwing, reclame of stapelen van materialen erin is verboden,

Afwijkingen en aanleg bufferzone

Het BPA is ouder dan 15 jaar. Hier zijn afwijkingen mogelijk van de stedenbouwkundige voorschriften volgens artikel 4.4.9/1. van de Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Deze afwijking is mogelijk voor industriegebieden in de ruime zin maar niet voor bufferzones.

Het voorgestelde ontwerp heeft een maximale bruto vloeroppervlakte van 62,5% van de totale oppervlakte van het terrein in plaats van maximaal 60%.

De afstand tot de perceelgrenzen is op sommige plaatsen kleiner dan de hoogte van het gebouw, namelijk 10,5m en 11,43m, het gebouw zelf is 12m hoog.

Hiervoor zou een afwijking kunnen bekomen worden indien ruimtelijk aanvaardbaar.

Het verhogen van de bebouwbare oppervlakte en afstanden tot de perceelsgrenzen heeft echter tot gevolg dat de bufferzone (artikel 12) niet volwaardig kan gerealiseerd worden en zeer versnipperd zal voorkomen aangezien het noodzakelijke overstromingsbekken en het noodzakelijke infiltratiebekken in de bufferzone worden gesitueerd evenals een bijkomende ontsluitingsweg.

De beplanting binnen de bufferzone kan bijgevolg niet uitgevoerd worden zoals voorzien in de voorschriften, volgens dewelke zij een esthetische en afschermende functie moet hebben en een beplanting moet zijn met dichte structuur. Slechts 55% van de oppervlakte van de bufferzone zal effectief (en dan nog versnipperd) als bufferzone worden ingericht.

Watertoets

De werken worden deels voorzien binnen effectief overstromingsgevoelig gebied.

Er wordt vastgesteld dat in vorige aanvraag voorziene overstromingsbekkens niet werden uitgevoerd.

Hiervoor werd proces-verbaal opgemaakt.

Voor het in de huidige aanvraag voorziene infiltratiebekken ontbreken detailtekeningen waardoor niet kan nagegaan worden of de opvangcapaciteit voldoende is. Ook is het onduidelijk of de volledige verharde oppervlakte wordt aangesloten op de infiltratievoorziening en of dit sowieso mogelijk is.

Door de voorziene ophogingen op het eigen terrein zal de kans op overstromingen verlaagd worden maar zal de overstromingszone verplaatst worden naar lager gelegen zones buiten het bedrijfsterrein.

 

De Provincie Limburg - Dienst Water en Domeinen, bracht op 19 november 2021 een voorwaardelijk gunstig advies uit in verband met de watertoets en een voorwaardelijk gunstig advies in verband met de bindende bepalingen en machtigingen rond onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie.

De voorwaarden in verband met de watertoets zijn onder andere de volgende:

  • De aanleg van dit overstromingsbekken moet gebeuren alvorens kan begonnen worden met de bouw van de opslagplaats. De goede uitvoering van het bekken moet worden goedgekeurd door de machtigingverlener, zijnde de afdeling Waterbeheer van de Provincie Limburg.
  • Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is.
  • De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste

      grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. riet).

  • De afwatering van de volledige verharde oppervlakte (bestaande en nieuwe gebouwen, parking en wegenis) moet worden aangesloten op het voorziene infiltratiebekken.

Het ingediende dossier geeft hieromtrent onvoldoende duidelijkheid/garantie, detailtekeningen ontbreken.

Gelet ook op de gedeeltelijke situering in effectief overstromingsgevoelig gebied kan ik niet akkoord gaan met de door het college van burgemeester en schepenen onvoldoende gemotiveerde weerlegging van het door de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitgebrachte ongunstige advies omtrent de watertoets. Er wordt onvoldoende aangetoond wat de impact is op het watersysteem in de directe en ruimere omgeving. Het dossier omvat onvoldoende duidelijkheid omtrent de genomen maatregelen ter voorkoming van waterproblemen op het eigen perceel en de aangrenzende percelen.

De watertoets is een onderzoek naar de schadelijke effecten op het watersysteem en houdt hier mijn inziens onvoldoende rekening met mogelijke overstromingsrisico’s. In het decreet staat dat als de nadelige effecten als gevolg van de waterkwantiteit voor de mens, de natuur of voor de economie zo significant zijn dat er geen aanvaardbare remedie (dus maatregelen voor herstel of compensatie) mogelijk is, de vergunning moet geweigerd worden. Er wordt onvoldoende aangetoond dat de voorziene maatregelen, schadelijke effecten voldoende vermijden.

Mobiliteit

De gemeentelijke dienst mobiliteit geeft ongunstig advies omdat er onvoldoende parkeerplaatsen worden voorzien.

Conclusie

De gemeentelijke omgevingsambtenaar bracht omwille van onder andere de hogervermelde argumenten, een ongunstig advies uit.

Het college van burgemeester en schepenen volgt het ongunstig advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar niet. De gemeente beschikt over beperkte industriegronden en wenst deze maximaal te benutten.

Er wordt een borgvoorwaarde opgelegd om de aanleg van de bekkens en beplanting te garanderen.

De inplanting van de bekkens en de aanleg van de beplanting in de bufferzone wordt aanvaardbaar geacht.

Bij het berekenen van de parkeerplaatsen werden de parkeerplaatsen op het openbaar domein niet mee in rekening gebracht. Wanneer men dit wel doet, acht het cbs de voorziene parkeerplaatsen, gecombineerd met een sensibilisering om de fiets en het openbaar vervoer te gebruiken, als voldoende.

Deze motivering wordt als ontoereikend beschouwd om het ongunstig advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar te weerleggen.

Ik ben besluitend dan ook van oordeel dat de voorliggende aanvraag onder deze vorm niet voor vergunning in aanmerking komt.

Een uitbreiding is enkel mogelijk indien;

  • tegelijkertijd ook de bufferzones kunnen aangelegd worden volgens de richtlijnen van het BPA,
  • de watertoets correct wordt uitgevoerd en de nodige maatregelen getroffen worden om

      wateroverlast op eigen en aangrenzende percelen te voorkomen,

  • de buffer en infiltratiebekkens correct worden berekend en worden ingeplant binnen de correcte zonering,
  • er voldoende parkeermogelijkheden op het eigen terrein worden voorzien

Ik wens gehoord te worden.”

Advies dienst:

De gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) blijft bij het voorgaand standpunt en wenst hiervoor te verwijzen naar het verslag GOA d.d. 31/01/2022 waarbij ongunstig geadviseerd werd. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het advies van de GOA niet te volgen en het ingediende beroep negatief te beoordelen.  Het college van burgemeester en schepenen behoudt het standpunt van 01/02/2022.

Op het belangrijke aspect van de waterhuishouding benadrukt het CBS dat ze vertrouwen heeft in het advies van de provinciale dienst water en domeinen. 

Het klopt dat de dimensionering ontbrak in het oorspronkelijke dossier. Het uitgebreide voortraject dat doorlopen is tussen de provinciale dienst en het bedrijf én de oppervlaktes van zowel het overstromingsbekken (936m²) als het infiltratiebekken (400m²) geven echter een voldoende beeld van de capaciteit. 

De nieuwe inplanting, inclusief overstromingsbekken, is een stap vooruit voor de waterhuishouding en waterbeheersing in onze gemeente en in het bijzonder voor het verdere traject van de Roosterbeek. 

Het college van burgemeester vraagt echter ook om de bijkomende borgvoorwaarde die de realisatie van het bufferbekken te garandeert te behouden. 

18.

2022_CBS_00527 - GEB - opname vergunningenregister – Houthalenseweg 121– 2022/00007 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
18.

2022_CBS_00527 - GEB - opname vergunningenregister – Houthalenseweg 121– 2022/00007 - Goedkeuring

2022_CBS_00527 - GEB - opname vergunningenregister – Houthalenseweg 121– 2022/00007 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Onderzoeksstudie vergunningstoestand

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 (inwerkingtreding 07/06/1979), gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:

  • bouwvergunning op 19/12/1966 voor bouwen van badplaats + w.c. en vergroten veranda met als dossiernummer 1966/00243
  • bouwvergunning op 13/4/1970 voor het bouwen van een bergplaats voor autovoertuigen met als dossiernummer 1970/00052
  • bouwvergunning op 12/06/1973 voor het verbouwen woning met als dossiernummer 1973/00107

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit de gegevens waarover wij beschikken blijkt dat de huidige toestand niet overeenkomt met de vergunde toestand, o.a.

  • De woning is uitgebreid zonder vergunning
  • De vrijstaande autobergplaats is groter uitgevoerd dan vergund en de inplanting is ook niet conform de vergunning

KADASTRALE GEGEVENS

Het huis op perceel 1017X werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1938.

REGELGEVING 

Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.
§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
 § 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.

DE AANVRAAG

De aanvraag behelst de vraag tot opname in het gemeentelijk vergunningenregister voor wat betreft de loods (bergplaats voor autovoertuigen).

BEWIJSVOERING

Aan de aanvraag werden volgende bewijsstukken toegevoegd:

  • een historische luchtfoto van 1977
  • bouwvergunning van 1970

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. 

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten. 

BEOORDELING

Uit de bewijsvoering, de historische luchtfoto van 1977, blijkt dat het bestaande volume kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Algemeen besluit

De woning en bergplaats voor autovoertuigen kunnen beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1977, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning en de bergplaats voor autovoertuigen op in het vergunningenregister als vergund geacht, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1977, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 2

De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.

19.

2022_CBS_00528 - Halfjaarlijks overleg tussen ANB en gemeentebestuur- verslag 25 april 2022 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
19.

2022_CBS_00528 - Halfjaarlijks overleg tussen ANB en gemeentebestuur- verslag 25 april 2022 - Kennisneming

2022_CBS_00528 - Halfjaarlijks overleg tussen ANB en gemeentebestuur- verslag 25 april 2022 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van het halfjaarlijks overleg ANB, dd 25.04.2022. Zie bijlage. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van het halfjaarlijks overleg ANB, dd 25.04.2022.

20.

2022_CBS_00529 - Hemelwater- en droogplan gemeente Zonhoven - feedback actoren - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
20.

2022_CBS_00529 - Hemelwater- en droogplan gemeente Zonhoven - feedback actoren - Goedkeuring

2022_CBS_00529 - Hemelwater- en droogplan gemeente Zonhoven - feedback actoren - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de opmerkingen van de actoren inzake het ontwerp hemelwater en droogteplan. 

Van Aquafin en ANB werden opmerkingen ontvangen. Het ontwerpplan werd aangepast nav deze opmerkingen. 

In bijlage een document met hierin de opmerkingen van deze 2 partners en de aanpassingen van Fluvius.

De volgende stap is het plan ter goedkeuring voorleggen voor de gemeenteraad en de burgers informeren. De wijze waarop deze terugkoppeling naar de burgers dient te gebeuren, is niet vastgelegd. De omschrijving uit 'de Blauwdruk voor de opmaak van Hemelwater en droogteplannen' luidt als volgt: "De burgers worden over de opmaak en het resultaat van het hemelwater- en droogteplan minstens geïnformeerd. Het geniet wel de voorkeur om de bevolking ook meer participatief te betrekken in het proces. Sowieso moeten de burgers bij de uitvoering van de acties actief betrokken worden." 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de aanpassingen aan het hemelwater en droogteplan en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. Na goedkeuring zal via de gemeentelijke kanalen een bekendmaking volgen voor onze burgers. 

21.

2022_CBS_00530 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Teutenjogging - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
21.

2022_CBS_00530 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Teutenjogging - Goedkeuring

2022_CBS_00530 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Teutenjogging - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Op vrijdag 3 juni 2022 tussen 18.30 en 21.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd plaatselijk verkeer, verboden in de volgende straten:

-   Berkenenstraat tussen Ossendriesstraat en Waardstraat.

-   Breilaarschansweg

-   Waardstraat (gedeelte tussen huisnummer 127 en autosnelweg).

Artikel 2

Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 al dan niet voorzien met een onderbord, en bijvoeging van de tekens D1a of D1b, F41 en F45, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.

Artikel 3

Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden: Berkenenstraat – Ossendriesstraat – Waardstraat en omgekeerd.

Artikel 4

Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.

Artikel 5

Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.

Artikel 6

Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.

Artikel 7

Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.

Artikel 8

De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemers moeten deze naleven.

Artikel 9

De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.

Artikel 10

Onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet Lokaal Bestuur.

Artikel 11

Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.

22.

2022_CBS_00531 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - schoolfeest De Startbaan - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
22.

2022_CBS_00531 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - schoolfeest De Startbaan - Goedkeuring

2022_CBS_00531 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - schoolfeest De Startbaan - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Aanvraag voor een tijdelijk aanvullend verkeersreglement voor het schoolfeest De St@rtbaan op zaterdag 21 mei 2022.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake schoolfeest De St@rtbaan uit te vaardigen als volgt:

Artikel 2

Op zaterdag 21 mei 2022 tussen 10.00 en 21.00 uur wordt het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Schelstraat tussen huisnummers 6 en 10.

Artikel 3

Het verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van het verkeersbord C3, geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijweg.

Artikel 4

Op zaterdag 21 mei 2022 tussen 10.00 en 21.00 uur wordt het verkeer van voertuigen, uitgezonderd plaatselijk verkeer en deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Schelstraat tussen huisnummer 6 en de Kortestraat en huisnummer 10 en de Wijvestraat.

Artikel 5

Het verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van het verkeersbord C3, met gepast onderbord, geplaatst op een nadarafsluiting.

Artikel 6

Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden:

Kortestraat – Halveweg – Wijvestraat en omgekeerd.

Artikel 7

Deze wegomlegging wordt ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.

Artikel 8

De politiediensten kunnen voertuigen, voorwerpen, bouwsels, kramen enz. die het verkeer of het vlot verloop van de stoet hinderen of in gevaar brengen of in strijd zijn met de beschikkingen van onderhavige verordening gebruikt worden op risico en kosten van de overtreder laten weghalen.

Artikel 9

De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemers moeten deze naleven.

Artikel 10

De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.

Artikel 11

De overtreders van de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen gestraft worden met politiestraffen.

Artikel 12

Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het gemeentedecreet.

Artikel 13

Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.

23.

2022_CBS_00537 - Stilzwijgende weigering - 2021/00347 - Heuvenstraat 106 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
23.

2022_CBS_00537 - Stilzwijgende weigering - 2021/00347 - Heuvenstraat 106 - Kennisneming

2022_CBS_00537 - Stilzwijgende weigering - 2021/00347 - Heuvenstraat 106 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 01 december 2021 werd een omgevingsaanvraag ingediend door Danny Somers namens SOM Project NV (2021/00347), met als adres Het Dorlik 16, 3500 Hasselt, voor bouwen van 24 appartementen met een ondergrondse parkeergarage op perceel 3de afdeling sectie F nummer 85D en 91R, gelegen langs Heuvenstraat 106.

Op 28/12/2021 werd een aanvulling gevraagd die uiterlijk op 25/01/2022 diende te gebeuren.

Op 03/01/2022 werd een gewijzigde projectinhoud overgemaakt. Deze projectinhoud werd op 03/01/2022 aanvaard.

De aanvraag werd volledig verklaard op 31/01/2022 en het openbaar onderzoek opgestart op 10/02/2022.

Op 08/02/2022 werd een gewijzigde projectinhoud overgemaakt. Deze projectinhoud werd op 10/02/2022 aanvaard.

Op 14/02/2022 werd een gewijzigde projectinhoud overgemaakt. Deze projectinhoud werd op 16/02/2022 aanvaard.

Op vraag van de architect werd een beslissing binnen het dossier uitgesteld.  Dit gezien men de plannen wenste aan te passen, waarop een nieuwe projectinhoudversie ingediend zou worden, waarna een wijzigingslus met termijnverlenging toegepast zou kunnen worden.  Deze nieuwe projectinhoudversie werd tot op heden niet aangeleverd.

De uiterste beslissingsdatum voor deze aanvraag is 16 mei 2022. Het dossier had bijgevolg op 10 mei op het college van burgemeester en schepenen beslist moeten worden.
Er kon niet tijdig een beslissing genomen worden en de beslissingstermijn is verstreken.

Als de bevoegde overheid geen beslissing heeft genomen binnen de vastgestelde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd.

De aanvraag wordt automatisch geweigerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de stilzwijgende weigering, ingediend door Danny Somers namens SOM Project NV.

24.

2022_CBS_00532 - Aanstelling landmeter-expert - Schatting verschillende percelen i.h.k.v. wegenisproject Grote Hemmenweg ea. - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
24.

2022_CBS_00532 - Aanstelling landmeter-expert - Schatting verschillende percelen i.h.k.v. wegenisproject Grote Hemmenweg ea. - Goedkeuring

2022_CBS_00532 - Aanstelling landmeter-expert - Schatting verschillende percelen i.h.k.v. wegenisproject Grote Hemmenweg ea. - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In het kader van het wegenisproject Grote Hemmenweg ea. dienen verschillende innames gebeuren, nl. verwerving van stukjes van enkele percelen eigendom van private eigenaars.

Het rooilijnplan werd alreeds opgemaakt en goedgekeurd, waar duidelijk de delen van de percelen opstaan dewelke verworven moeten worden door de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein. De betrokken burgers zijn hier ook alreeds van op de hoogte gesteld.

Het gaat in totaal om tien innames, waarvan twee private eigendom van de gemeente Zonhoven zelf zijn. Voor die laatste moet vanzelfsprekend geen grondverwerving gebeuren Een inname is al lopende (doodlopend deel Viartenstraat).

Voor die zeven anderen dient een schattingsverslag opgemaakt te worden, waarna de eigenaars uitgenodigd zullen worden om deze percelen te verkopen aan de gemeente Zonhoven. Bij onbereidheid mee te werken kan later of een onderhandelaar aangesteld worden of een onteigeningsprocedure opgestart worden.

Betrokken percelen:

    - Afd. 2, sectie C, nr 1057C (1m²);

    - Afd. 2, sectie C, nr 1057E (45m²);

    - Afd. 2, sectie C, nr 1056P (22m²);

    - Afd. 2, sectie C, nr 1054/02A (118m²) (eigendom Gemeente Zonhoven);

    - Afd. 2, sectie C, nr 1042E6 (173m²) (eigendom Gemeente Zonhoven);

    - Afd. 2, sectie D, nr. 24/02 (111m²);

    - Afd. 2, sectie D, nr. 101W (1035m²) (Viartenstraat);

   - Afd. 3, sectie E, nr. 472S (21m²) ;

    - Afd. 3, sectie E, nr. 598H (33m²);

    - Afd. 3, sectie E, nr. 581V4 (69m²).

Elke grondverhandeling dient te gebeuren op basis van een schattingsverslag opgemaakt door een landmeter-expert.

Er wordt voorgesteld om landmeter-expert Raoul Creemers aan te stellen een opmetingsplan op te maken, het te verwerven deel te prekadastreren en om de schatting uit te voeren van die zeven betreffende stukken grond.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist landmeter-expert Raoul Creemers aan te stellen om zeven opmetingsplannen op te maken alsook een prekadastratie en schattingsverslag voor de in te nemen delen van betreffende percelen op te maken voor de percelen zoals weergegeven op het plan in bijlage, zijnde percelen:

    - Afd. 2, sectie C, nr 1057C (inname hiervan: 1m²);

    - Afd. 2, sectie C, nr 1057E (inname hiervan: 45m²);

    - Afd. 2, sectie C, nr 1056P (inname hiervan: 22m²);

    - Afd. 2, sectie D, nr. 24/02 (inname hiervan: 111m²);

   - Afd. 3, sectie E, nr. 472S (inname hiervan: 21m²);

    - Afd. 3, sectie E, nr. 598H (inname hiervan: 33m²);

    - Afd. 3, sectie E, nr. 581V4 (inname hiervan: 69m²).

25.

2022_CBS_00533 - Aanstelling landmeter-expert - Schatting verschillende percelen i.h.k.v. wegenisproject Ballewijer - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
25.

2022_CBS_00533 - Aanstelling landmeter-expert - Schatting verschillende percelen i.h.k.v. wegenisproject Ballewijer - Goedkeuring

2022_CBS_00533 - Aanstelling landmeter-expert - Schatting verschillende percelen i.h.k.v. wegenisproject Ballewijer - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In het kader van het wegenisproject Ballewijer dienen verschillende innames gebeuren, nl. verwerving van stukjes van enkele percelen eigendom van private eigenaars. 

Het rooilijnplan werd alreeds opgemaakt maar dient nog samen met de omgevingsvergunning definitief goedgekeurd worden. De betrokken burgers zijn van deze innames bijgevolg ook nog niet op de hoogte gesteld.

Het gaat in totaal om drie innames. 

Voor die drie dient een schattingsverslag opgemaakt te worden, waarna de eigenaars uitgenodigd zullen worden om dat deel van deze percelen te verkopen aan de gemeente Zonhoven. Bij onbereidheid mee te werken kan later of een onderhandelaar aangesteld worden of een onteigeningsprocedure opgestart worden.

Betrokken percelen:

    - Afd. 3, sectie E, nr 446B (3a85ca);

    - Afd. 3, sectie E, nr 666C (12ca);

    - Afd. 3, sectie E, nr 626K (26ca).

Elke grondverhandeling dient te gebeuren op basis van een schattingsverslag opgemaakt door een landmeter-expert.

Er wordt voorgesteld om landmeter-expert Guy Gillissen aan te stellen een opmetingsplan op te maken, het te verwerven deel te prekadastreren en om de schatting uit te voeren van die drie betreffende stukken grond.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist landmeter-expert Guy Gillissen aan te stellen om drie opmetingsplannen op te maken alsook een prekadastratie en schattingsverslag voor de in te nemen delen van betreffende percelen op te maken voor de percelen zoals weergegeven op het plan in bijlage, zijnde percelen:

    - Afd. 3, sectie E, nr 446B (inname: 3a85ca);

    - Afd. 3, sectie E, nr 666C (inname: 12ca);

    - Afd. 3, sectie E, nr 626K (inname: 26ca).

26.

2022_CBS_00534 - Maaien wegbermen 2022 - Goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze - Starten procedure - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
26.

2022_CBS_00534 - Maaien wegbermen 2022 - Goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze - Starten procedure - Goedkeuring

2022_CBS_00534 - Maaien wegbermen 2022 - Goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze - Starten procedure - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het bestek en de raming voor de opdracht “Maaien wegbermen 2022” opgesteld door de dienst patrimonium.

Feiten context en argumentatie

In het kader van de opdracht “Maaien wegbermen 2022” werd een bestek opgesteld door de dienst patrimonium.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 59.824,11 excl. btw of € 72.387,17 incl. 21 % btw.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 7 juni 2022, 12:00u voorgesteld.

Op basis van de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur door de gemeenteraad (d.d. 25/03/2019), gefundeerd op art. 41, 10°, a DLB, kan het college van burgemeester en schepenen de plaatsingsprocedure en voorwaarden voor deze opdracht bepalen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de opdrachtdocumenten en de raming voor de opdracht “Maaien wegbermen 2022”, opgesteld door de dienst patrimonium, goed te keuren. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € € 59.824,11 excl. btw of € 72.387,17 incl. 21 % btw.

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3

Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- A.W.B. Schots nv, Liebroekstraat 69 te 3545 Halen;
- Claes Paul bvba, Bokrijkseweg 99 te 3520 Zonhoven;
- Groenbeheer en Loonwerken Santermans bvba, Mettestraat 4 te 3511 Kuringen;
- Henssen bv, Nutherweg 60 te NL-6365 ER Schinnen.

Artikel 4

De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 7 juni 2022, 12:00u.

Artikel 5

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, MJP000406.

27.

2022_CBS_00535 - Gemeenteraad 30 mei - Mededeling

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Schraepen, 5de schepen; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Kristine Kaminski, waarnemend algemeen directeur
27.

2022_CBS_00535 - Gemeenteraad 30 mei - Mededeling

2022_CBS_00535 - Gemeenteraad 30 mei - Mededeling

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen deelt de agendapunten mee aan de voorzitter van de gemeenteraad Sofie Vanoppen voor agendering op de eerstvolgende zitting van de gemeenteraad (zie bijlage).

Klik hier om de dossiers te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Voorzitter Sofie Vanoppen roept de gemeenteraad bijeen op maandag 30 mei 2022 om 20.00 uur met als agenda de punten zoals in bijlage meegedeeld.

28.

2022_GEM-SECR_00108 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract onbepaalde duur administratief medewerker patrimonium C1-C3 sector stadsontwikkeling - Goedkeuring

Goedgekeurd
28.

2022_GEM-SECR_00108 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract onbepaalde duur administratief medewerker patrimonium C1-C3 sector stadsontwikkeling - Goedkeuring

2022_GEM-SECR_00108 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract onbepaalde duur administratief medewerker patrimonium C1-C3 sector stadsontwikkeling - Goedkeuring
29.

2022_CBS_00536 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering via externe personeelsmobiliteit: voltijds contractueel technisch assistent civiele werken - Goedkeuring

Goedgekeurd
29.

2022_CBS_00536 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering via externe personeelsmobiliteit: voltijds contractueel technisch assistent civiele werken - Goedkeuring

2022_CBS_00536 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering via externe personeelsmobiliteit: voltijds contractueel technisch assistent civiele werken - Goedkeuring