STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen.
De aanvraag werd op 18/08/2021 ontvangen.
Op 16/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 07/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd, op 25/10/2021 werd een nieuwe projectinhoudversie overgemaakt en op 28/10/2021 werd de definitieve projectinhoudversie overgemaakt.
Op 03/11/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een 1ste openbaar onderzoek gehouden, in principe lopende van 13/11/2021 tot en met 12/12/2021.
Op 29/11/2021 werd echter vastgesteld dat de affiche bekendmaking openbaar onderzoek niet werd afgehaald en bijgevolg ook niet uitgehangen werd ter plaatse.
Op 30/11/2021 werd besloten een administratieve lus in te roepen wegens:
“De aangetekende zending met daarin de affiche voor bekendmaking van het openbaar onderzoek werd niet afgehaald.
De zending werd retour gestuurd doch de termijn voor bekendmaking was reeds verstreken intussen. Dit resulteert in een procedurefout.
Er dient bijgevolg een nieuw openbaar onderzoek gehouden te worden.”
Hierdoor wordt de beslissingstermijn verlengd met 60 dagen.
Er werd een 2de openbaar onderzoek gehouden, lopende van 10/12/2021 tot en met 08/01/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft verhardingen en een zwemvijver.
Deze wederrechtelijk aangelegde constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren en/ of te verwijderen.
Milieu
Volgende melding werd gevraagd op het perceel:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 10/12/2021 tot en met 08/01/2022.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Fluvius - riolering
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19/02/2002 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.02/04. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:
De inplanting van zwemvijver en bijgebouw
1. ALGEMENE BEPALINGEN
1.1.2. Om een zo groot mogelijke. oppervlakte ruimtelijk te laten aansluiten bij de open ruimte of om ze vrij te houden voor efficiënt grondbeleid, moeten de diverse constructies zoveel mogelijk aan de straatzijde worden ingeplant.
2. BIJZONDERE BEPALINGEN
Hoofdgebouwen en vrijstaande bijgebouwen moeten worden ingeplant in een bouwstrook tot maximaal 45 m vanaf de rooilijn. Vlot verwijderbare constructies van beperkte omvang zoals houten tuinhuisjes, honden- en kleinveehokken, enz. kunnen eventueel dieper ingeplant worden als dat verantwoord is in hun ruimtelijke context.
2.2. Vrijstaande bijgebouwen:
Totaaloppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen: maximaal 40 m² en de eventuele vrijstaande gevels op minimaal 2m van de perceelsgrens.
Ontwerp
De inplanting van de zwemvijver en het bijgebouw is voorzien tot op meer dan 45m. De achtergevel van het bijgebouw bevindt zich op 49m afstand tot de rooilijn, de zwemvijver tot op 49,40m afstand tot de rooilijn.
De rechter zijgevel en achtergevel van het bijgebouw wordt ingeplant op 1m uit de perceelgrenzen van lot 2.
Het materiaalgebruik voor het bijgebouw
1.2.2. Alle constructies, zowel hoofd- als bijgebouwen, moeten opgetrokken worden uit materialen die qua duurzaamheid en uitzicht verantwoord zijn. Ze moeten harmonisch passen in de omgeving en bovendien moeten ze binnen de eigen kavel onderling een samenhorend geheel vormen.
Alle zichtbaar blijvende gevels, ook die op of tegen de perceelsgrenzen, moeten in dezelfde volwaardige gevelmaterialen afgewerkt worden als de overige gevels.
In geval van geschakelde bouwvormen moet de afwerking van de zichtbaar blijvende blinde gevels uitgevoerd worden door de aanbouwende.
1.2.3. De vrijstaande bijgebouwen moeten complementair zijn aan de residentiële hoofdbestemming en er, qua vorm en afwerking, een architecturaal geheel mee te vormen. Ze bestaan maximaal uit één bouwlaag.
1.5.5. Kleinere constructies, zoals een kippenhok, een hondenhok, een tuinhuisje, enz. kunnen in andere materialen en vormen dan het hoofdgebouw toegestaan worden op voorwaarde dat ze steeds een duurzaam en afgewerkt geheel vormen.
Ontwerp
De gevelafwerking van het bijgebouw is voorzien in zwartkleurige gevelplanchetten. Het hoofgebouw werd opgericht in een bruin genuanceerde gevelsteen.
Het bijgebouw is voorzien van een ondergrondse bouwlaag. Bovengronds is 1 bouwlaag aanwezig.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de bestaande woning, waarvan de horizontale dakoppervlakte nog niet aangesloten is op een hemelwaterput, en voor het nieuwe bijgebouw en de zwemvijver, een nieuwe hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, buitenkranen en bijvullen van de zwemvijver. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratieput met een inhoud van 3000 liter en een infiltratieoppervlakte van 3,1m².
De aanstiplijst werd niet correct ingevuld, men gaat uit van een nieuwbouwwoning (5000L RW verplicht), een standaard aftrek van 60m² en er wordt aangegeven dat men voor de plaatsing van een put van 10 000 liter ipv 5 000 liter een bijkomende aftrek wenst van 50m² (punt 9) waarbij geen motivatie aangeleverd wordt die aantoont dat er een groter hergebruik is dan normaal aanwezig is bij een eengezinswoning die de bijkomende aftrek kan verantwoorden.
Verder wordt aangegeven dat men geen afwijking vraagt en bijgevolg geen motivatie toegevoegd voor een groter hergebruik.
Om tot een correcte bepaling van de voorzieningen te komen kan hier worden uitgegaan van een afwijking voor de plaatsing van een (niet verplichte) hemelwaterput met hergebruik.
Controleberekening met afwijking
Er is nog geen hemelwaterput met hergebruik aanwezig. In navolging van de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid kan men zich vinden in een afwijking waarbij een aftrek van 60m² oppervlakte voorzien is voor de plaatsing van een hemelwaterput met hergebruik.
De nieuwe oppervlakte 39m² wordt verdubbeld (78m²) door de nog niet aangesloten dakoppervlakte van de woning en de oppervlakte van 60,79m² van de zwemvijver wordt opgenomen. Hierdoor komt men in totaal op 138,79m².
Na aftrek van 60m², bedraagt de oppervlakte voor berekening van de infiltratievoorziening 78,79m².
Minimale inhoud en infiltratieoppervlakte infiltratievoorziening: 1969,75 liter en 3,2m².
Ontwerp: 3000 liter en 3,1m². De infiltratieoppervlakte dient opgetrokken tot het minimum!
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg/ regularisatie van de verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren door het gebruik van waterdoorlatende verhardingen. De oprit (80m²) bestaat uit een kiezelverharding, het terras (22m²) uit waterdoorlatend tegelwerk.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening mits verruiming van de infiltratieoppervlakte tot de minimale 3,2m².
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”. Er is nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 23/11/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 3-11-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 132G131 P, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits verruiming van de infiltratieoppervlakte tot minimaal 3,2m².
Onder deze voorwaarde is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets mits verruiming van de infiltratieoppervlakte tot minimaal 3,2m².
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Slopen
De afbraak/ verwijdering van de verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater en het decreet integraal waterbeleid door de verruiming van de infiltratieoppervlakte tot minimaal 3,2m².
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 19/02/2002 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. ( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Elstrekenweg, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband langs de straatzijden en een achterliggend groen ingevuld woonuitbreidingsgebied.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag werd in 2003 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en de woning werd in 2010 aan de achterzijde uitgebreid met een overdekt terras.
Op het terrein werd in de voortuinstrook een verharding in betonklinkers aangelegd met een oppervlakte van 150m². Ondanks de vergunde garage links in de woning en de carport aan de rechterzijde is de verharde oppervlakte ruimer dan strikt noodzakelijk.
In de achtertuin werd zo’n 68m² verharding aangelegd als terras en een pad langsheen de linker zijgevel loopt door tussen oprit en terras.
Verder werd hier ook een zwemvijver aangelegd met een oppervlakte van zo’n 61m².
De realisatie van de zwemvijver en verhardingen gebeurde zonder de nodige vergunningen.
Met de huidige aanvraag wenst men de aanwezige verhardingen te reduceren en heraan te leggen in waterdoorlatende materialen, wenst men de bestaande zwemvijver te regulariseren en wenst men rechts achteraan een nieuw bijgebouw op te trekken.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie van de woning blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de woonomgeving.
In het nieuwe bijgebouw worden de functies poolhouse, sauna en sanitair voorzien op het gelijkvloers en ondergronds wordt een opslagruimte en technische ruimte ingericht.
Voor het bijgebouw dient opgemerkt dat slechts privatieve functies in functie van de tuinbeleving toelaatbaar zijn. Beroepsmatige functies kunnen niet toegestaan worden in bijgebouwen in de achtertuin om de privacy van de (toekomstige) omwonenden te garanderen.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 1 (te behouden) interne garage en op de heraangelegde oprit kunnen bijkomend 2 wagens parkeren. De bestaande carport aan de rechterzijde van de woning zal gebruikt worden als fietsenstalling waardoor een 2de oprit niet meer nodig is.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
Aanpassing verhardingen
De verhardingen op het terrein worden teruggebracht tot hetgeen wat strikt nodig is voor de bewoners. In de voortuinstrook wordt 80m² verharding voorzien voor een oprit naar de interne garage en de toegang tot de woning. Door het wijzigen van het gebruik van de carport naar fietsenstalling valt een ruime verharde oppervlakte weg. De nieuwe toestand voorziet een vermindering van 70m² verharding en de heraanleg met waterdoorlatende kiezelverharding.
De vrijgekomen ruimte dient aangelegd met (levend) groen.
In de linker zijtuinstrook wordt het pad langsheen de gevel verwijderd en achteraan de woning wordt de oppervlakte van het terras teruggebracht tot 22m² en tevens heraangelegd met waterdoorlaatbaar tegelwerk.
Op de foto’s, gevoegd bij de aanvraag, is een kiezelverharding aanwezig, rechts achter de woning, die niet aangegeven staat op plan. Aangezien deze niet opgenomen werd op het inplantingsplan nieuwe toestand, dient deze alleszins verwijderd te worden.
Na de werken zal de oppervlakte van de verhardingen 102m² bedragen ipv 218m², wat zeker positief te noemen is.
De aanpassing van de verhardingen is dan ook aanvaardbaar.
Regularisatie zwemvijver
In de achtertuin werd een zwemvijver aangelegd van ca. 61m². Het betreft een strakke natuurlijke zwemvijver met plantenfilter, aangelegd in L-vorm. De afstand tot de achterzijde van het overdekt terras/ de woning bedraagt 3,20m, de afstand tot de rechter perceelgrens bedraagt 9,12m en deze tot de linker perceelgrens minstens 2,95m. De afstand tot de achterste perceelgrens werd niet aangegeven voor de zwemvijver, uit berekening blijkt deze 0,60m te bedragen. Dit is vrij weinig doch er wordt vastgesteld dat het achterliggende perceel eveneens toebehoort aan de aanvrager.
De overloop van de zwemvijver wordt aangesloten op een nieuwe infiltratievoorziening.
De zwemvijver integreert zich mooi binnen de tuinaanleg en is niet overdreven ruim. Zwembaden/ -vijvers zijn vrij gebruikelijk geworden binnen de tuinaanleg van eengezinswoningen.
Gelet op het uiterlijk, de omvang en de integratie in de tuin, is de regularisatie van de zwemvijver dan ook aanvaardbaar.
Nieuwbouw bijgebouw
Ter hoogte van de zwemvijver wenst men een bijgebouw/ poolhouse op te richten van 39,34m². Het betreft een constructie met gevelbekleding en buitenschrijnwerk in hout met zwarte kleur. De inplanting is voorzien op 1m afstand tot de rechter en achterste perceelgrens en de bouwhoogte bedraagt 3,10m tot het maaiveld. De bouwbreedte bedraagt 4,40m en de bouwdiepte 8,94m.
Het bijgebouw wordt van een ondergrondse opslagruimte/ technische ruimte voorzien. Op het plan werd niet aangegeven waar men de trap van het gelijkvloerse gedeelte naar de kelderverdieping zal plaatsen. Een niet nader aangegeven cirkelvormige aanduiding op plan laat vermoeden dat met een plateaulift (1,75m x 1,60m) gewerkt zal worden.
Het gelijkvloerse gedeelte omvat het poolhouse met sanitair en een saunaruimte met douche aan de achterzijde. De toegang van het saunagedeelte zwaait open over de achterste perceelgrens. Zoals reeds aangehaald bij de beoordeling van de zwemvijver, hoort het achterliggende perceel ook toe aan de aanvrager en stelt zich hier geen probleem qua gebruik.
Voor het bijgebouw dient opgemerkt dat slechts de opgegeven privatieve functies in functie van de tuinbeleving toelaatbaar zijn. Beroepsmatige functies kunnen niet toegestaan worden in bijgebouwen in de achtertuin om de privacy van de (toekomstige) omwonenden te garanderen.
Wat de materiaalkeuze betreft wordt als bemerking meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
Het uiterlijk, de functie en de omvang van het bijgebouw zijn integreerbaar in de omgeving. Het bijgebouw is dan ook aanvaardbaar.
Voor het geheel van de aanvraag kan gesteld worden dat op de kavel van 943m² een totaal van 215,37m² bebouwde oppervlakte zal aanwezig zijn na de werken en een totaal van 163m² aan niet overdekte constructies (verhardingen en zwemvijver).
Het verharde/bebouwde gedeelte van 378,37m² op het perceel bedraagt ca. 40% van de perceeloppervlakte. De resulteert in de aanwezigheid van 60% groene ruimte op het terrein. Dit is een mooi evenwicht, de draagkracht van het perceel wordt niet overschreden.
Bodemreliëf
Behoudens de uitgravingen voor realisatie van de kelder van het bijgebouw en de (te regulariseren) zwemvijver, zijn geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien.
Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen mits het opleggen van voorwaarden:
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 04/04/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.