De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 29 maart 2022 goedgekeurd.
De brief van EthiasCo cvba van 1 april 2022 met de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van donderdag 5 mei 2022.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de brief van EthiasCo cvba met de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van donderdag 5 mei 2022.
De agenda van de algemene vergadering ziet er als volgt uit:
1. Vaststelling van de omzetting van het kapitaal in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening;
2. Aanneming van de rechtsvorm van de besloten vennootschap in toepassing van artikel 41, paragraaf 4, van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
3. Aanneming van de statuten van de besloten vennootschap;
4. Opdracht aan ondergetekende notaris om de coördinatie van de statuten op te stellen en neer te leggen;
5. Mandaat van de bestuurders en de leden van de Client Board.
Ons bestuur kan twee vertegenwoordigers afvaardigen (één voor Gemeente Zonhoven en één voor het OCMW).
Afgevaardigde voor zowel de gemeente als het OCMW: Karen Schillebeeks, Wellekensveldweg 10A, 3520 Zonhoven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om de uitnodiging van EthiasCo cvba over te maken aan mevrouw Karen Schillebeeks.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 55.194,92.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
De gemeenteraad kan het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn niet goedkeuren als dat de financiƫle belangen van de gemeente bedreigt. In dat geval vervalt de eventuele vaststelling van het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de gemeenteraad.
Elke raad stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontwerp van jaarrekening 2021.
- Exploitatie uitgaven 24.009.392 EUR
Exploitatie ontvangsten 28.337.249 EUR
Exploitatie saldo 4.327.857 EUR
- Investeringen uitgaven 4.961.845 EUR
Investeringen ontvangsten 318.935 EUR
Investeringen saldo - 4.642.911 EUR
-Financiering uitgaven 670.649 EUR
Financiering ontvangsten 1.186.740 EUR
Financiering saldo 516.091 EUR
Het budgettair resultaat van het boekjaar bedraagt 201.037 EUR
Het beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 17.081.989 EUR
De autofinancieringsmarge bedraagt 3.657.207 EUR
De gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt 4.129.273 EUR
De staat van opbrengsten en uitgaven sluit met een overschot van 2.486.784 EUR ten opzichte van 4.136.956
EUR in het vorig dienstjaar.
Het balanstotaal bedraagt 111.163.559 EUR.
Bedrag van de vaste activa : 87.581.550 EUR.
Bedrag van de vlottende activa : 23.582.009 EUR
Bedrag netto actief : 100.107.334 EUR
Schuld : 11.056.225 EUR
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen beslist het ontwerp van jaarrekening 2021 voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.
De kerkbesturen zijn volgens het keizerlijk decreet van 30 december 1809 belast met het onderhoud en het behoud van de kerken (voor katholieke en orthodoxe eredienst).
De materiële organisatie en werking van de erkende erediensten zijn vastgelegd in het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid de artikelen 54, 55 en 56.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 regelt de vaststelling van de modellen van de boekhouding van de besturen van de erediensten en ter uitvoering van artikel 46 van boven vernoemd besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006.
Volgens het decreet van 7 mei 2004 op de erediensten zijn de jaarrekeningen van de kerkfabrieken onderworpen aan de goedkeuring door de provinciegouverneur. De gemeenteraad dient echter een advies uit te brengen binnen een termijn van 50 dagen, die ingaat de dag na het inkomen van de rekening bij de gemeenteoverheid.
Op 18 maart 2022 ontving het gemeentebestuur van de heer Benny HULSMANS, voorzitter van het centraal kerkbestuur, de jaarrekeningen 2021 van de kerkfabrieken van Zonhoven.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de jaarrekeningen 2021 van de kerkfabrieken (voor O.L.V. Maagd der Armen Termolen en Sint-Eligius Ter Donk : eindrekeningen)
| exploitatie- | investerings- | totaal | |
| resultaat | resultaat | ||
| Sint-Quintinus | 53 772,09 | 209 035,36 | 262 807,45 |
| O.L.V. Maagd der Armen (opgeheven) | 19 194,51 | 0,00 | 19 194,51 |
| Sint-Jozef Halveweg | 34 212,39 | 35 764,19 | 69 976,58 |
| Sint-Eligius Ter Donk (opgeheven) | 34 403,03 | 0,00 | 34 403,03 |
| Totaal | 141 582,02 | 244 799,55 | 386 381,57 |
Het college beslist de jaarrekeningen 2021 van de kerkfabrieken voor positief advies voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het gemeentelijk belastingreglement op de opslagplaatsen van voertuigen gestemd in de gemeenteraad van 24 juni 2019 voor de dienstjaren 2019 tot en met 2024.
Het nieuwe belastingreglement voorziet niet langer een onderscheid in tarifering tussen vergunde en niet-vergunde opslagplaatsen. Het eenvormig tarief voor alle opslagplaatsen is vastgelegd op € 1,63/m² (basisindex van januari 2019 aan 100%) en wordt nu jaarlijks aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van januari van het belastingjaar.
Verder wordt er 50% vermindering van het belastingbedrag voorzien voor opslagplaatsen, die gekoppeld zijn aan een garagebediening (onderhoud voertuigen, smering, herstellingen,...)
Het voorliggend kohier omvat een belasting van 2021, die nu in 2022 uitvoerbaar wordt verklaard. Dit betekent dat deze opbrengst pas te zien is in de jaarrekening van 2022. De belastingkohieren 2021 mogen immers opgesteld worden tot 30 juni van het volgend jaar.
Eén van de opslagplaats van UMS, gelegen te Timmerveldweg is niet langer opgenomen in deze rol, omdat de belastbare toestand in 2021 niet meer aanwezig was.
Het college van burgemeester en schepenen stelt de gemeentelijke belastingrol op opslagplaatsen voor buitengebruik gestelde voertuigen, rijklare tweedehandsvoertuigen en schroot voor het dienstjaar 2021 vast ten bedrage van €17.616,52
Het college van burgemeester en schepenen beslist deze rol uitvoerbaar te verklaren en over te maken aan de financieel directeur.
De gemeenteraadsbeslissing van 25 februari 2019 houdende aanduiding van afgevaardigde en plaatsvervangend afgevaardigde algemene vergadering voor Vooruitzien cvba.
De brief van 28 maart 2022 van Vooruitzien cvba met de uitnodiging voor de algemene vergadering op 13 april 2022 om 18.30 uur te Beringen-Koersel.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de uitnodiging van Vooruitzien cvba voor de algemene vergadering op woensdag 13 april 2022 om 18.30 uur in Mezzo Hotel Business Center, Paalsesteenweg 170 te Beringen-Koersel.
De gemeenteraad heeft op 25 februari 2019 gemeenteraadslid de heer Johan Schraepen aangesteld als gemeentelijke afgevaardigde voor Vooruitzien cvba voor de legislatuur 2019-2024.
Mevrouw Zohra Bouabdelli werd aangeduid als plaatsvervangend afgevaardigde.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de uitnodiging van Vooruitzien cvba van 28 maart 2022 over te maken aan de heer Johan Schraepen.
Op 10 maart 2022 wordt een melding ingediend (klasse 3) voor de plaatsing van een tijdelijke droogzuiging voor de bouw van een appartementencomplex voorzien van een parkeerkelder, gelegen tussen Grote Eggestraat en Rosmolenweg, kadastraal bekend als afdeling 3, sectie E, nr. 86.
Volgens artikel 111 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning d.d. 25/04/2014 neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, een beslissing over de melding binnen een termijn van:
1° twintig dagen als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse;
...
Na de vervaltermijn van 20 dagen, te rekenen vanaf de indiening van het dossier, wordt de melding automatisch omgezet in een stilzwijgende aktename.
De beslissing van de omgevingsambtenaar werd niet tijdig uitgewisseld met het omgevingsloket, waardoor er een automatische stilzwijgende aktename werd gegenereerd door het omgevingsloket op 31 maart 2022.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de stilzwijgende aktename van de melding, ingediend door Beerten Luc namens Begeco Projectontwikkeling bvba.
Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft:
§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan Vleugels Greta met volgende opmerkingen:
Er werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
1) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.
2) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Dienst Contractmanagement – Interne Zaken.
4) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Eandis System Operator (Fluvius).
9) Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van de constructies.
10) Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden. Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
11) De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4..
12) De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
14) Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
15) Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
3) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Dienst Werken in Eigen Beheer.
5) Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
a) De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
b) Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
c) Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
6) De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
7) Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
8) Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
13) De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
16) Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van 2 niet-vergunde constructies (serre en berging) en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
De aanvraag werd op 8 december 2021 ontvangen.
Op 3 januari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 5 januari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 6 januari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 16 januari 2022 tot en met 14 februari 2022.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 23 september 1953 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1953/00064)
Op 3 augustus 1959 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een veranda. (1959/00134)
Er werd een meetschets van 1959 toegevoegd aan het dossier. Hieruit blijkt dat de garage reeds aanwezig was in 1959. Bijgevolg kan gesteld worden dat deze garage vergund geacht is.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een berging (tegen de garage) en een serre.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 16 januari 2022 tot en met 14 februari 2022.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Bijzonder plan van aanleg
Het goed is gelegen binnen het BPA Boomsteeg, goedgekeurd op 23 februari 1983 en gedeeltelijk gewijzigd op 13 februari 2007.
Het goed is gelegen in de zone voor open en halfopen bebouwing.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Beperkte afwijkingen
Art. 4.4.1.
§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
Er wordt afgeweken van volgende BPA-voorschriften:
Het ontwerp voorziet een bouwdiepte op de verdieping van 11,87m (= ca. 14,51m vanaf de voorgevelaslijn).
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de uitbreiding van de horizontale dakoppervlakte minder dan 40m² bedraagt. Op de plannen wordt ter aanvulling van de bestaande hemelwaterput van 10.000 liter, een infiltratievoorziening voorzien met een inhoud van 3.000 liter.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Het perceel is gelegen langs de Wijvestraat, een uitgeruste gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier aan: Er worden rookmelders voorzien op plan (hal, overloop en zolder).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
Het perceel is momenteel bebouwd met een woning en een losstaande garage, een berging en een serre. De aanvraag voorziet in de afbraak van de berging in plaatmateriaal, die tegen de garage staat, en in de afbraak van de vrijstaande glazen serre in de tuinzone.
De bestaande eengezinswoning wordt verbouwd en uitgebreid. Op het gelijkvloers worden ter hoogte van de leefruimte en keuken tussenmuren opengebroken, waardoor de leefruimte en keuken een geheel vormen. Ook worden de raamopeningen in de linker zijgevel ter hoogte van de leefruimte vergroot en komt er een groot raam aan de achterzijde ter hoogte van de keuken.
Aan de achtergevel wordt een overdekt terras voorzien met een oppervlakte van 29m² en een kroonlijsthoogte van 3,60 meter gemeten vanaf het maaiveldniveau. Ter hoogte van de voordeur wordt een overdekte inkom voorzien met een oppervlakte van 5m² en een kroonlijsthoogte van 3,60 meter gemeten vanaf het maaiveldniveau.
Het bestaand hellend dak aan de achterzijde van de woning wordt opgetrokken tot een kroonlijsthoogte van 5,70 meter gemeten vanaf het maaiveldniveau en opnieuw afgewerkt met een hellend dak met een nokhoogte van 9,24 meter gemeten vanaf het maaiveldniveau en dit in functie van het creëren van een slaapkamer. Zowel in de achtergevel en linkerzijgevel wordt ter hoogte van de uitbreiding een nieuwe raamopening voorzien. In de rechterzijgevel wordt een extra raamopening voorzien ter hoogte van de overloop. Onder het nieuwe hellend dak wordt de bestaande zolder doorgetrokken. De bestaande dakkapel aan de achterzijde van de woning wordt verwijderd en vervangen door veluxramen. De bestaande gevels in metselwerk worden wit geschilderd. De nieuwe gevels worden opgetrokken in rood genuanceerde gevelsteen en een plint in blauwe hardsteen (grijs). Het dak wordt voorzien in blauw gesmoorde tegelpannen.
Tenslotte voorziet de aanvraag in het verwijderen van de bestaande asfaltverharding met een oppervlakte van 53m². Deze verharding wordt deels vervangen door een waterdoorlatende verharding met een oppervlakte van 26m².
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een gemeentelijk plan van aanleg waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua bestemming, inplanting, architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijking voor de bouwdiepte van de eerste verdieping. Zoals hierboven reeds aangehaald bepalen de BPA-voorschriften dat de bouwdiepte op de verdieping beperkt moet worden tot 14 meter en niet verder mag gaan dan 14 meter vanaf de voorgevelaslijn. Het ontwerp voorziet een bouwdiepte op de verdieping van 11,87meter (= ca. 14,51 meter vanaf de voorgevelaslijn). Deze bouwdiepte situeert zich enkel ter hoogte van de uitbreiding aan de rechterzijde van de woning over een breedte van 4,70 meter.
Het betreft een beperkte meerdiepte van 51 cm op de toegelaten bouwdiepte, dewelke geen impact heeft op de aanpalende bebouwing, gelet op de nog diepere inplanting van de rechter aanpalende woning. De gevraagde afwijking is niet van die aard dat de basisvisie van het BPA erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijking zal niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving. Door de verbouwing en uitbreiding wordt de woning aangepast aan de hedendaagse normen op vlak van duurzaamheid en architectuur. Door de interne reorganisatie ontstaat er meer woonkwaliteit en een kwalitatieve relatie tussen de woonvertrekken en de tuinzone. Na het uitvoeren van de gevraagde werken blijft er nog voldoende onbebouwde/onverharde ruimte over op het terrein om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het slopen van 2 niet-vergunde constructies (serre en berging) en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van 2 niet-vergunde constructies (serre en berging) en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de BPA-voorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van 2 niet-vergunde constructies (serre en berging) en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning met carport en het bouwen van een losstaande tuinberging.
De aanvraag werd op 16/12/2021 ontvangen en op 07/01/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 17/01/2022 tot en met 15/02/2022.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 29/06/2021. Door de aanvrager werd gevraagd om 6 kleine bomen te kappen. Er is door de dienst geantwoord dat het kappen van laagstammige bomen (stamomtrek minder dan 1m op 1m hoogte) niet vergunningsplichtig is. De laagstammige bomen werden dus al reeds verwijderd op het terrein van de aanvraag.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 17/01/2022 tot en met 15/02/2022.
Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het rechter aanpalende perceel voor de aangevraagde werken.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 08/08/1974 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.205, en latere wijzigingen d.d. 30/06/1976 . De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De kavel kreeg als bestemming residentieel wonen (eengezinswoning) en/of handelshuis.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Zo voorziet het ontwerp o.a. in een woning met twee bouwlagen waarbij de kroonlijsthoogte varieert tussen de 4,86 meter en 6,01 meter.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 08/08/1974 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning, carport en tuinberging met een horizontale dakoppervlakte van 165,82m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets .
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De aanvraag is gelegen langsheen de Grote Eggestraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m². Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal, de overloop en de zolder.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132. van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning met carport en het bouwen van een losstaande tuinberging.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Grote Eggestraat, een gemeenteweg in het centrum van de gemeente. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open/ halfopen/ gesloten verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.
Omschrijving van de aanvraag
De werken omvatten het bouwen van een eengezinswoning met carport en een vrijstaande tuinberging in de achtertuin. De woning wordt opgericht op 15,64 meter gemeten vanaf de as van voorliggende weg (gemeten vanaf hoekpunt voorgevel met zijgevel rechts), op 6,28 meter van de rooilijn (gemeten vanaf hoekpunt voorgevel met zijgevel rechts), op minimum 3,05 meter van de perceelsgrens links (gemeten vanaf hoekpunt voorgevel met zijgevel links) en op 3 meter van de perceelsgrens rechts (gemeten vanaf hoekpunt voorgevel met zijgevel rechts). De totale bouwdiepte van de woning bedraagt 11,95 meter. De totale bouwbreedte van de woning bedraagt 11,40 meter. De totale bebouwde grondoppervlakte van de woning bedraagt 112,37m². Aansluitend tegen de zijgevel rechts van de woning wordt er een carport gebouwd. De carport wordt ingeplant op 17,74 meter gemeten vanaf de as van voorliggende weg, op 7,38 meter van de rooilijn, op de perceelsgrens rechts en op 2,10 meter uit de voorgevellijn van bijhorende woning (1,15 meter + 0,95 meter). De totale bouwdiepte van de carport bedraagt 8,50 meter (6,00 meter overdekte autostaanplaats + 2,50 meter berging). De totale bouwbreedte van de carport bedraagt 3 meter. De totale bebouwde grondoppervlakte van de carport bedraagt 25,50 m².
De woning bestaan uit 2 bouwlagen en wordt afgewerkt met een zadeldak. De gevelhoogte van de woning bedraagt aan de voorgevel rechts 6,01 meter (gemeten tussen het peil van het nieuwe maaiveld en de bovenzijde van de kroonlijst). Links aan de voorgevel bedraagt de gevelhoogte van de woning 4,86 meter (gemeten tussen het peil van het nieuwe maaiveld en de bovenzijde van de kroonlijst). De aanpalende carport bestaat uit 1 bouwlaag en wordt afgewerkt met een plat dak.
Vooraan beschikt de carport over een open autostaanplaats. Achteraan bevindt zich een
gesloten berging voor fietsen en afval. De gevelhoogte van de carport bedraagt 2,80 meter (gemeten tussen het maaiveld en de bovenzijde van het dakrandprofiel).
De woning wordt opgericht in licht beige baksteenmetselwerk en met blauw gesmoorde dakpannen. Het schrijnwerk bestaat uit zwart aluminium en de dorpels worden uitgevoerd in blauwe hardsteen. De afvoeren zijn in zink. De gevels van de carport worden in hout voorzien en de luifel in zwarte volkernbekleding.
In de achtertuin wordt er een tuinberging gebouwd. De tuinberging wordt ingeplant op 9,64 meter van de achtergevellijn van de woning, op 1 meter van de zijgevel rechts en op minimum 1 meter van de achterste perceelsgrens. De totale bouwdiepte van de tuinberging bedraagt 7.00 meter.
(4 meter overdekt terras + 3 meter tuinberging). De totale bouwbreedte van de tuinberging bedraagt 4 meter. De totale bebouwde grondoppervlakte van de tuinberging bedraagt 28.00 m².
De tuinberging bestaat uit 1 bouwlaag met plat dak. De gevelhoogte van de tuinberging, gemeten tussen het maaiveld en de bovenzijde van het dakrandprofiel, bedraagt 2,90 meter. De tuinberging wordt uitgevoerd in hout, de dakoversteek in grijs volkernbekleding, het schrijnwerk in hout en de afvoeren in zink.
Alle verhardingen naar en rond de woning en het terras achteraan worden voorzien in
een niet-waterdoorlatende klinker. De niet-waterdoorlatende verhardingen worden zo aangelegd dat het regenwater afwatert op eigen terrein en vervolgens infiltreert in eigen bodem.
Op het perceel werd reeds enkele bomen gekapt. Er worden ook nieuwe bomen voorzien op het perceel. Namelijk 3 bomen in de voortuin en 3 in de achtertuin. Deze bomen moeten voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden in deze vergunning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie wonen in de vorm van een vrijstaande eengezinswoning is functioneel inpasbaar op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven. De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen (1 onder de carport, 1 op de inrit) voor 1 woongelegenheid, wat overeenstemt met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid. Er wordt geen negatieve impact verwacht op de mobiliteit door voorliggende aanvraag.
De schaal van de voorgenomen werken
Hoewel het aantal bouwlagen en de kroonlijsthoogte groter zijn dan de toegelaten bouwlagen en kroonlijsthoogte volgens de verkavelingsvoorschriften, blijft de schaal van de woning, door de volumewerking, beperkt en sluit deze aan bij de bestaande bebouwing in de omgeving.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De bouwdieptes van het gelijkvloers en de verdieping volgen de gangbare maximale bouwdieptes. De vloerterreinindex, zoals bepaald door de verkavelingsvoorschriften, wordt niet overschreden door het bouwen van de woning en de tuinberging.
Door zowel carport als terraszone grotendeels in te planten binnen de bouwzone blijven de verhardingen buiten deze bouwzone zeer beperkt. De verharding in de voortuin blijft beperkt tot de inrit met een breedte van 3 meter en de toegang naar de voordeur. De verharding in de achtertuin beperkt zich tot het terras, dat binnen de bouwzone wordt ingeplant.
De bebouwde en verharde oppervlakte, zoals voorzien in de aanvraag, bedraagt ongeveer 35% van de perceeloppervlakte, hetgeen aanvaardbaar is.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door eengezinswoningen met 1 of 2 bouwlagen onder hoofdzakelijk hellende daken, afgewerkt in gevelsteen in diverse tinten en texturen.
De hedendaagse woning integreert zich binnen dit straatbeeld.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen. De rechts aanpalende eigenaars hebben de aanvraag voor akkoord ondertekend
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een eengezinswoning met carport en het bouwen van een losstaande tuinberging, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een eengezinswoning met carport en het bouwen van een losstaande tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een eengezinswoning met carport en het bouwen van een losstaande tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen.
De aanvraag werd op 18/08/2021 ontvangen.
Op 16/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 07/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd, op 25/10/2021 werd een nieuwe projectinhoudversie overgemaakt en op 28/10/2021 werd de definitieve projectinhoudversie overgemaakt.
Op 03/11/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een 1ste openbaar onderzoek gehouden, in principe lopende van 13/11/2021 tot en met 12/12/2021.
Op 29/11/2021 werd echter vastgesteld dat de affiche bekendmaking openbaar onderzoek niet werd afgehaald en bijgevolg ook niet uitgehangen werd ter plaatse.
Op 30/11/2021 werd besloten een administratieve lus in te roepen wegens:
“De aangetekende zending met daarin de affiche voor bekendmaking van het openbaar onderzoek werd niet afgehaald.
De zending werd retour gestuurd doch de termijn voor bekendmaking was reeds verstreken intussen. Dit resulteert in een procedurefout.
Er dient bijgevolg een nieuw openbaar onderzoek gehouden te worden.”
Hierdoor wordt de beslissingstermijn verlengd met 60 dagen.
Er werd een 2de openbaar onderzoek gehouden, lopende van 10/12/2021 tot en met 08/01/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft verhardingen en een zwemvijver.
Deze wederrechtelijk aangelegde constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren en/ of te verwijderen.
Milieu
Volgende melding werd gevraagd op het perceel:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 10/12/2021 tot en met 08/01/2022.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Fluvius - riolering
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19/02/2002 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.02/04. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:
De inplanting van zwemvijver en bijgebouw
1. ALGEMENE BEPALINGEN
1.1.2. Om een zo groot mogelijke. oppervlakte ruimtelijk te laten aansluiten bij de open ruimte of om ze vrij te houden voor efficiënt grondbeleid, moeten de diverse constructies zoveel mogelijk aan de straatzijde worden ingeplant.
2. BIJZONDERE BEPALINGEN
Hoofdgebouwen en vrijstaande bijgebouwen moeten worden ingeplant in een bouwstrook tot maximaal 45 m vanaf de rooilijn. Vlot verwijderbare constructies van beperkte omvang zoals houten tuinhuisjes, honden- en kleinveehokken, enz. kunnen eventueel dieper ingeplant worden als dat verantwoord is in hun ruimtelijke context.
2.2. Vrijstaande bijgebouwen:
Totaaloppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen: maximaal 40 m² en de eventuele vrijstaande gevels op minimaal 2m van de perceelsgrens.
Ontwerp
De inplanting van de zwemvijver en het bijgebouw is voorzien tot op meer dan 45m. De achtergevel van het bijgebouw bevindt zich op 49m afstand tot de rooilijn, de zwemvijver tot op 49,40m afstand tot de rooilijn.
De rechter zijgevel en achtergevel van het bijgebouw wordt ingeplant op 1m uit de perceelgrenzen van lot 2.
Het materiaalgebruik voor het bijgebouw
1.2.2. Alle constructies, zowel hoofd- als bijgebouwen, moeten opgetrokken worden uit materialen die qua duurzaamheid en uitzicht verantwoord zijn. Ze moeten harmonisch passen in de omgeving en bovendien moeten ze binnen de eigen kavel onderling een samenhorend geheel vormen.
Alle zichtbaar blijvende gevels, ook die op of tegen de perceelsgrenzen, moeten in dezelfde volwaardige gevelmaterialen afgewerkt worden als de overige gevels.
In geval van geschakelde bouwvormen moet de afwerking van de zichtbaar blijvende blinde gevels uitgevoerd worden door de aanbouwende.
1.2.3. De vrijstaande bijgebouwen moeten complementair zijn aan de residentiële hoofdbestemming en er, qua vorm en afwerking, een architecturaal geheel mee te vormen. Ze bestaan maximaal uit één bouwlaag.
1.5.5. Kleinere constructies, zoals een kippenhok, een hondenhok, een tuinhuisje, enz. kunnen in andere materialen en vormen dan het hoofdgebouw toegestaan worden op voorwaarde dat ze steeds een duurzaam en afgewerkt geheel vormen.
Ontwerp
De gevelafwerking van het bijgebouw is voorzien in zwartkleurige gevelplanchetten. Het hoofgebouw werd opgericht in een bruin genuanceerde gevelsteen.
Het bijgebouw is voorzien van een ondergrondse bouwlaag. Bovengronds is 1 bouwlaag aanwezig.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de bestaande woning, waarvan de horizontale dakoppervlakte nog niet aangesloten is op een hemelwaterput, en voor het nieuwe bijgebouw en de zwemvijver, een nieuwe hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, buitenkranen en bijvullen van de zwemvijver. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratieput met een inhoud van 3000 liter en een infiltratieoppervlakte van 3,1m².
De aanstiplijst werd niet correct ingevuld, men gaat uit van een nieuwbouwwoning (5000L RW verplicht), een standaard aftrek van 60m² en er wordt aangegeven dat men voor de plaatsing van een put van 10 000 liter ipv 5 000 liter een bijkomende aftrek wenst van 50m² (punt 9) waarbij geen motivatie aangeleverd wordt die aantoont dat er een groter hergebruik is dan normaal aanwezig is bij een eengezinswoning die de bijkomende aftrek kan verantwoorden.
Verder wordt aangegeven dat men geen afwijking vraagt en bijgevolg geen motivatie toegevoegd voor een groter hergebruik.
Om tot een correcte bepaling van de voorzieningen te komen kan hier worden uitgegaan van een afwijking voor de plaatsing van een (niet verplichte) hemelwaterput met hergebruik.
Controleberekening met afwijking
Er is nog geen hemelwaterput met hergebruik aanwezig. In navolging van de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid kan men zich vinden in een afwijking waarbij een aftrek van 60m² oppervlakte voorzien is voor de plaatsing van een hemelwaterput met hergebruik.
De nieuwe oppervlakte 39m² wordt verdubbeld (78m²) door de nog niet aangesloten dakoppervlakte van de woning en de oppervlakte van 60,79m² van de zwemvijver wordt opgenomen. Hierdoor komt men in totaal op 138,79m².
Na aftrek van 60m², bedraagt de oppervlakte voor berekening van de infiltratievoorziening 78,79m².
Minimale inhoud en infiltratieoppervlakte infiltratievoorziening: 1969,75 liter en 3,2m².
Ontwerp: 3000 liter en 3,1m². De infiltratieoppervlakte dient opgetrokken tot het minimum!
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg/ regularisatie van de verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren door het gebruik van waterdoorlatende verhardingen. De oprit (80m²) bestaat uit een kiezelverharding, het terras (22m²) uit waterdoorlatend tegelwerk.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening mits verruiming van de infiltratieoppervlakte tot de minimale 3,2m².
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”. Er is nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 23/11/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 3-11-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 132G131 P, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits verruiming van de infiltratieoppervlakte tot minimaal 3,2m².
Onder deze voorwaarde is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets mits verruiming van de infiltratieoppervlakte tot minimaal 3,2m².
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Slopen
De afbraak/ verwijdering van de verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater en het decreet integraal waterbeleid door de verruiming van de infiltratieoppervlakte tot minimaal 3,2m².
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 19/02/2002 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. ( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Elstrekenweg, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband langs de straatzijden en een achterliggend groen ingevuld woonuitbreidingsgebied.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag werd in 2003 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en de woning werd in 2010 aan de achterzijde uitgebreid met een overdekt terras.
Op het terrein werd in de voortuinstrook een verharding in betonklinkers aangelegd met een oppervlakte van 150m². Ondanks de vergunde garage links in de woning en de carport aan de rechterzijde is de verharde oppervlakte ruimer dan strikt noodzakelijk.
In de achtertuin werd zo’n 68m² verharding aangelegd als terras en een pad langsheen de linker zijgevel loopt door tussen oprit en terras.
Verder werd hier ook een zwemvijver aangelegd met een oppervlakte van zo’n 61m².
De realisatie van de zwemvijver en verhardingen gebeurde zonder de nodige vergunningen.
Met de huidige aanvraag wenst men de aanwezige verhardingen te reduceren en heraan te leggen in waterdoorlatende materialen, wenst men de bestaande zwemvijver te regulariseren en wenst men rechts achteraan een nieuw bijgebouw op te trekken.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie van de woning blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de woonomgeving.
In het nieuwe bijgebouw worden de functies poolhouse, sauna en sanitair voorzien op het gelijkvloers en ondergronds wordt een opslagruimte en technische ruimte ingericht.
Voor het bijgebouw dient opgemerkt dat slechts privatieve functies in functie van de tuinbeleving toelaatbaar zijn. Beroepsmatige functies kunnen niet toegestaan worden in bijgebouwen in de achtertuin om de privacy van de (toekomstige) omwonenden te garanderen.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 1 (te behouden) interne garage en op de heraangelegde oprit kunnen bijkomend 2 wagens parkeren. De bestaande carport aan de rechterzijde van de woning zal gebruikt worden als fietsenstalling waardoor een 2de oprit niet meer nodig is.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
Aanpassing verhardingen
De verhardingen op het terrein worden teruggebracht tot hetgeen wat strikt nodig is voor de bewoners. In de voortuinstrook wordt 80m² verharding voorzien voor een oprit naar de interne garage en de toegang tot de woning. Door het wijzigen van het gebruik van de carport naar fietsenstalling valt een ruime verharde oppervlakte weg. De nieuwe toestand voorziet een vermindering van 70m² verharding en de heraanleg met waterdoorlatende kiezelverharding.
De vrijgekomen ruimte dient aangelegd met (levend) groen.
In de linker zijtuinstrook wordt het pad langsheen de gevel verwijderd en achteraan de woning wordt de oppervlakte van het terras teruggebracht tot 22m² en tevens heraangelegd met waterdoorlaatbaar tegelwerk.
Op de foto’s, gevoegd bij de aanvraag, is een kiezelverharding aanwezig, rechts achter de woning, die niet aangegeven staat op plan. Aangezien deze niet opgenomen werd op het inplantingsplan nieuwe toestand, dient deze alleszins verwijderd te worden.
Na de werken zal de oppervlakte van de verhardingen 102m² bedragen ipv 218m², wat zeker positief te noemen is.
De aanpassing van de verhardingen is dan ook aanvaardbaar.
Regularisatie zwemvijver
In de achtertuin werd een zwemvijver aangelegd van ca. 61m². Het betreft een strakke natuurlijke zwemvijver met plantenfilter, aangelegd in L-vorm. De afstand tot de achterzijde van het overdekt terras/ de woning bedraagt 3,20m, de afstand tot de rechter perceelgrens bedraagt 9,12m en deze tot de linker perceelgrens minstens 2,95m. De afstand tot de achterste perceelgrens werd niet aangegeven voor de zwemvijver, uit berekening blijkt deze 0,60m te bedragen. Dit is vrij weinig doch er wordt vastgesteld dat het achterliggende perceel eveneens toebehoort aan de aanvrager.
De overloop van de zwemvijver wordt aangesloten op een nieuwe infiltratievoorziening.
De zwemvijver integreert zich mooi binnen de tuinaanleg en is niet overdreven ruim. Zwembaden/ -vijvers zijn vrij gebruikelijk geworden binnen de tuinaanleg van eengezinswoningen.
Gelet op het uiterlijk, de omvang en de integratie in de tuin, is de regularisatie van de zwemvijver dan ook aanvaardbaar.
Nieuwbouw bijgebouw
Ter hoogte van de zwemvijver wenst men een bijgebouw/ poolhouse op te richten van 39,34m². Het betreft een constructie met gevelbekleding en buitenschrijnwerk in hout met zwarte kleur. De inplanting is voorzien op 1m afstand tot de rechter en achterste perceelgrens en de bouwhoogte bedraagt 3,10m tot het maaiveld. De bouwbreedte bedraagt 4,40m en de bouwdiepte 8,94m.
Het bijgebouw wordt van een ondergrondse opslagruimte/ technische ruimte voorzien. Op het plan werd niet aangegeven waar men de trap van het gelijkvloerse gedeelte naar de kelderverdieping zal plaatsen. Een niet nader aangegeven cirkelvormige aanduiding op plan laat vermoeden dat met een plateaulift (1,75m x 1,60m) gewerkt zal worden.
Het gelijkvloerse gedeelte omvat het poolhouse met sanitair en een saunaruimte met douche aan de achterzijde. De toegang van het saunagedeelte zwaait open over de achterste perceelgrens. Zoals reeds aangehaald bij de beoordeling van de zwemvijver, hoort het achterliggende perceel ook toe aan de aanvrager en stelt zich hier geen probleem qua gebruik.
Voor het bijgebouw dient opgemerkt dat slechts de opgegeven privatieve functies in functie van de tuinbeleving toelaatbaar zijn. Beroepsmatige functies kunnen niet toegestaan worden in bijgebouwen in de achtertuin om de privacy van de (toekomstige) omwonenden te garanderen.
Wat de materiaalkeuze betreft wordt als bemerking meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
Het uiterlijk, de functie en de omvang van het bijgebouw zijn integreerbaar in de omgeving. Het bijgebouw is dan ook aanvaardbaar.
Voor het geheel van de aanvraag kan gesteld worden dat op de kavel van 943m² een totaal van 215,37m² bebouwde oppervlakte zal aanwezig zijn na de werken en een totaal van 163m² aan niet overdekte constructies (verhardingen en zwemvijver).
Het verharde/bebouwde gedeelte van 378,37m² op het perceel bedraagt ca. 40% van de perceeloppervlakte. De resulteert in de aanwezigheid van 60% groene ruimte op het terrein. Dit is een mooi evenwicht, de draagkracht van het perceel wordt niet overschreden.
Bodemreliëf
Behoudens de uitgravingen voor realisatie van de kelder van het bijgebouw en de (te regulariseren) zwemvijver, zijn geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien.
Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen mits het opleggen van voorwaarden:
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 04/04/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van een zwemvijver, het bouwen van een bijgebouw in de achtertuin en de heraanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk en de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van de verhardingen in de voor- en zijtuin.
De aanvraag werd op 17/01/2022 ontvangen en op 11/02/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfotoā¦) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het anders inrichten van de voor- en zijtuin.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Geen advies vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan āAfbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genkā dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van de verhardingen in de voor- en zijtuin.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Klapstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiƫle bebouwing in open, halfopen en gesloten verband.
Omschrijving van de aanvraag
De vergunde verhardingen en parkeerplaatsen van het oorspronkelijk project werden anders uitgevoerd. Deze aanvraag omvat de regularisatie van deze verhardingen in de voor- en zijtuin van dit project.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van parkeerplaatsen en verhardingen is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving ruimtelijk inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
Het college verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
De aanvraag voorziet in minstens 8 autostaanplaatsen voor 5 woongelegenheden.
Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden Ć rato van 1,5 parkeerplaats per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft het regulariseren van de verhardingen in de voor- en zijtuin. Binnen deze aanvraag werd er 1 inrit voorzien voor het bereiken van de parkeerplaatsen voor de bewoners van de reeds vergunde appartementen. Vanuit deze inrit kunnen zowel de parkeerplaatsen onder de carport als naast de carport bereikt worden. Verder kunnen de bewoners ook de parkeerplaatsen op het karrenspoor bereiken. Dit karrenspoor heeft een lengte van ±10m en werd ingezaaid met gras. De totale oppervlakte van de verhardingen bedraagt ±88m². Deze verhardingen werden aangelegd met waterdoorlatende materialen.
De halfopen eengezinswoning die tegen het appartementencomplex werd opgericht heeft een aparte inrit. Deze inrit loopt naar de reeds vergunde carport vooraan de woning. Rechts van de inrit werden er ook nog 2 parkeerplaatsen voorzien voor bezoekers. De inrit heeft een totale oppervlakte van ± 31m². Deze verhardingen werden aangelegd met waterdoorlatende materialen.
Verder werd er ook een beperkt pad naar de voordeur van elk woning of woonblok gelegd. Dit gebeurde ook in waterdoorlatende materialen. Voor het overige werd het perceel groen aangeplant en werden er ook meerdere bomen aangeplant in de achtertuin zoals te zien is op de aangeleverde plannen. Het gaat om 8 laagstammige bomen om het bestaande verwijderde struweel te vervangen dat hier reeds aanwezig was.
Deze aanvraag zorgt ervoor dat er minder verhardingen op het perceel aanwezig zullen zijn dan initieel vergund, aangezien de verharding in de linker achtertuin verdwijnt en ook de verharding verdwijnt van een extra inrit die toegang biedt tot de parkeerzone voor bezoekers in de linker voortuin. Deze aanvraag tot regularisatie zorgt ervoor dat er 1 inrit minder nodig is om het terrein te betreden en te verlaten. Dit is bevorderlijk voor de verkeersveiligheid in deze straat. Uit bovenstaande kan er besloten worden dat de situatie op het perceel verbeterd is ten opzichte van de vergunde toestand op het vlak van verkeersveiligheid en omdat er minder verhard wordt. Ook is dit de beste situatie die gecreƫerd kan worden omdat er geen ondergrondse parkeergarage verplicht werd voor dit project in de reeds afgeleverde vergunning.
Evenwel, uit recente gegevens is gebleken dat het openbaar domein (de berm) opnieuw bijkomend werd verhard, waardoor er structureel een extra parkeerplaats is gecreƫerd grenzend aan de zone voor bezoekersparkeren en waardoor er eigenlijk opnieuw evenveel ontharding ontstaat in de linker voortuin. De verhardingen in de berm dienen te worden verwijderd. De berm dient opnieuw groen te worden aangeplant. Uitgezonderd de 2 inritten met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen.
Deze vergunning wordt afgeleverd op voorwaarde dat alle zones ter hoogte van de rooilijn die niet de inrit of het pad naar de voordeur zijn, onbereikbaar gemaakt worden voor wagens. Zoals reeds gesteld dienen alle verharding in de berm vooraan het perceel verwijderd te worden en dient de bermopnieuw groen aangeplant te worden. Dit geldt ook voor de berm rechts van de rechter inrit. De aanwezige kiezelverharding moet verwijderd worden en de berm moet opnieuw groen aangeplant worden. Bewijs hiervan wordt aangeleverd bij de dienst Vergunningen en Handhaving uiterlijk 6 maanden na de datum van afleveren van deze omgevingsvergunning.
Bodemreliƫf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening als er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOĆRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de verhardingen in de voor- en zijtuin, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de verhardingen in de voor- en zijtuin, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het wijzigen van de functie van het bijgebouw naar dienstverlening ifv een hondentrimsalon, het verwijderen van een aanbouw en een bijgebouw en heraanleg van het terrein.
De aanvraag werd op 20/01/2022 ontvangen.
Op 17/02/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 17/02/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 18/02/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie in de loop van november 2021 (VB_2021_334).
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
De aanvraag voorziet het verwijderen van een aanbouw, bijgebouw en vermindering van de verharde oppervlakte.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de veranda rechts aan de woning, een tuinhuis links achter de woning en verhardingen.
Deze wederrechtelijk uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen/ heraan te leggen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Wegen en Verkeer
Fluvius
Dienst Lokale Economie
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte en de verhardingen aangelegd worden in een waterdoorlatende verharding (kiezel, klinkers).
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Volgens de gekende gegevens is echter nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig.
Met betrekking tot de riolering en nutsvoorzieningen werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 22/02/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Het betreft hier de functiewijziging van een bijgebouw, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen .
Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis.
Voor uw rioleringsaansluiting geven we u volgende advies:
Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.
Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.
Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.
Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende project heeft eerder een positieve invloed op het watersysteem aangezien constructies verwijderd worden, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Artikel 4.3.8. Rooilijnplan
§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:
1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.
In afwijking van het eerste lid mag een vergunning worden verleend:
1° die afwijkt van de rooilijn als uit het advies van de wegbeheerder blijkt dat de rooilijn niet binnen vijf jaar na de afgifte van de vergunning zal worden gerealiseerd. Als er na het verstrijken van die termijn wordt onteigend, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde handelingen voortvloeit;
2° die afwijkt van de achteruitbouwstrook als de wegbeheerder een gunstig advies heeft gegeven.
Werkzaamheden en handelingen waarvoor geen vergunning is vereist, mogen onder dezelfde voorwaarden als vermeld in het eerste en tweede lid worden uitgevoerd na machtiging van de wegbeheerder.
Het perceel is gelegen aan een gewestweg.
De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan de wegbeheerder, het Agentschap Wegen & Verkeer.
Het advies van 16/03/2022 van het Agentschap Wegen & Verkeer is voorwaardelijk gunstig:
“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN
1.Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720001 van 0.4 +48 tot 0.4 +67):
Publiciteit:
2. Constructie voor rooilijn
3. Constructie in zone van achteruitbouw
4. Constructie op of over openbaar domein
5. Toegang
6. Mobiliteitsimpact
7. Publiciteit
Zie punt 17 van de algemene voorwaarden.
BESLUIT
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.
AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG
Zie bijlage advies (pgn. 5 tem 9)”.
De aanvraag is niet in strijd met het rooilijnplan.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: op de plannen zijn geen rookmelders aangegeven.
Minstens de woning dient op elke bouwlaag voorzien van 1 correct geplaatste rookmelder. Het is aangewezen om ook een rookmelder te voorzien in het bijgebouw gelet op de functie.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Slopen
De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren… geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
KLEINHANDELSACTIVITEIT
De uitbreiding bedraagt minder dan 300m² netto verkoopoppervlakte en minder dan 20% van de reeds vergunde netto handelsoppervlakte. De categorieën van kleinhandelsactiviteiten worden niet gewijzigd. De aanvraag bevat bijgevolg geen wijziging van de bestaande kleinhandelsactiviteit.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet rookmelders.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat de functiewijziging van het bijgebouw naar dienstverlening ifv de uitbating van een hondentrimsalon en private berging, het verwijderen van een veranda en bijgebouw en de heraanleg van het terrein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Beringersteenweg, een gewestweg ten zuiden van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband, voornamelijk met 1 bouwlaag en hellend dak uitgevoerd.
Binnen een straal van zo’n 200m van het perceel van de aanvraag is verder nog 1 woning met apotheek aanwezig en een houthandel.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag werd anno 1966 bebouwd met een vrijstaande woning, type prefab bungalow, en een werkplaats achteraan op het terrein van ca. 89m².
Het bijgebouw van zo’n 8m diep en max. 13,19m breed werd opgericht tot tegen de perceelgrenzen op 4,50m afstand van de achtergevel van de woning. Aan de rechterzijde van de woning werd in de loop der jaren een veranda aangebouwd (ca. 8,8m²) op 1m afstand tot de rechter perceelgrens en werden diverse verhardingen aangelegd. Er is ook een vrijstaand tuinhuis aanwezig.
Door een grondverwerving in 1990 aan de linkerzijde van het oorspronkelijke perceel met een breedte van 5,35m over de volledige perceeldiepte van 35,3m, is een betere verhouding ontstaan tussen de verharde oppervlakte op het terrein en de groene ruimte.
Met de huidige aanvraag wenst de aanvrager de functie van de werkplaats in het bijgebouw om te zetten naar een dienstverlenende functie (hondentrimsalon), de niet vergunde veranda en het tuinhuisje te verwijderen en de inrichting van het terrein aan te passen.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De hoofdfunctie wonen blijft behouden en de kleinschalige nevenfunctie voor uitbating van een hondentrimsalon in het bestaande bijgebouw is inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 3 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid en de nevenbestemming. Het publiek toegankelijk gedeelte voor de nevenbestemming bedraagt minder dan 20m² (ca. 7,5m²).
Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid vermeerderd met 1 parkeerplaats voor de nevenbestemming.
De activiteit die voorzien is in het bijgebouw zal geen aanzienlijke vermeerdering van de verkeersgeneratie veroorzaken gezien de beperkte omvang.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke aspecten
Behoudens het verwijderen van de onvergunde constructie aan de rechterzijde van de woning, worden geen wijzigingen aan het hoofdgebouw doorgevoerd.
Het bijgebouw van 89m² behoud uiterlijk zijn oorspronkelijke vorm. Intern worden enkele wanden geplaatst om de inkomzone en werkzone voor het trimsalon af te bakenen. Deze worden ingericht in het linker gedeelte van het bijgebouw waarbij de inkomzone een oppervlakte van ca. 7,5m² krijgt en de achterliggende werkzone ca. 22m². Het overige gedeelte van het bijgebouw met een oppervlakte van bijna 60m² zal dienstig zijn als private (tuin)berging.
Het terrein met een oppervlakte van 658m² werd thans ingericht met 276m² aan verhardingen en zo’n 210m² aan bebouwing (woning met veranda, bijgebouw en tuinhuisje). Er resteert nauwelijks 26% groene ruimte.
Door het verwijderen van de veranda, het tuinhuisje en het reduceren van de verhardingen wil men een betere verhouding bekomen alsook een aanpassing van niet waterdoorlatende naar waterdoorlatende materialen.
De oprit met toegangspad krijgt vooraan een breedte van 4m die uitwaaiert tot 7m breedte waardoor deze in totaal beperkt blijft tot 35m² en uitgevoerd wordt in kiezelverharding.
Links van de woning worden 3 parkeerplaatsen ingericht met kiezelverharding met een oppervlakte van 70m². Verder worden nog een beperkt terras rechts van de woning en verbindingspaden aangelegd in waterdoorlatende klinkers met een oppervlakte van 60m².
Na de werken zal op het perceel een bebouwde oppervlakte van 191,17m² aanwezig zijn, 165m² aan verhardingen en resteert een groenzone van ca. 302m².
De bebouwde/ verharde ruimte wordt gereduceerd van 74% naar 54% en het groenaandeel wordt verhoogd van 26% tot 46%. In verhouding tot de omvang van het terrein en de vergunde bebouwing kan gesteld worden dat dit een aanzienlijke verbetering is en dat hiervoor de nodige inspanning geleverd worden.
Het aangevraagde is aanvaardbaar.
Bodemreliëf
De aanvraag omvat geen wijzigingen van het terreinniveau.
Alle overtollige grond die eventueel zou vrijkomen bij het uitvoeren van de terreinaanlegwerken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Voor de voorziene functiewijziging van garage/werkplaats naar dienstverlening i.k.v. uitbating van een kleinschalig hondentrimsalon valt geen negatieve impact te verwachten naar de omgeving toe. In de nota wordt aangegeven dat de klanten hun huisdier afleveren en later terug ophalen waardoor maximaal 2 klanten gelijktijdig en kortstondig aanwezig zijn en de activiteiten vinden intern plaats waardoor geen overlast te verwachten valt.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
Het voorzien van een gescheiden stelsel op het private terrein zal men in de toekomst verplicht dienen aan te leggen. Bij uitvoering van terreinaanlegwerken zoals voorzien in huidige aanvraag, kan dit dan ook best mee opgenomen worden om te vermijden dat men 2 maal een heraanleg dient uit te voeren.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor de functiewijziging van het bijgebouw naar dienstverlening i.k.v. uitbating hondentrimsalon en private berging, het verwijderen van een veranda en bijgebouw en de heraanleg van het terrein, mits voldaan wordt aan het decreet rookmelders.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de functiewijziging van het bijgebouw naar dienstverlening i.k.v. uitbating hondentrimsalon en private berging, het verwijderen van een veranda en bijgebouw en de heraanleg van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 06/04/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat de functiewijziging van het bijgebouw naar dienstverlening i.k.v. uitbating hondentrimsalon en private berging, het verwijderen van een veranda en bijgebouw en de heraanleg van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Aanvraag van Carina Vandeput wonende te Broekstraat 8 te 3520 Zonhoven en de heer Guido Vandeput met als contactadres Kleine Hellekensstraat 48C te 3520 Zonhoven (2021/00239), voor het bouwen van 4 eengezinswoningen in halfopen verband en de terreininrichting na afbraak van de bestaande bebouwing en het vellen van bomen, gelegen op een kadastraal perceel gekend als 3de afdeling, sectie E, nr. 477L, Molenweg 20.
De hoorzitting inzake het beroep van de heer Luc Deckers namens mevrouw Carina Vandeput en de heer Guido Vandeput tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven d.d. 07/12/2021, waarbij een vergunning werd geweigerd voor het bouwen van 4 eengezinswoningen in halfopen verband en terreininrichting na afbraak van bestaande bebouwing en het vellen van bomen te Zonhoven ter plaatse Molenweg 20, zal plaatsvinden op dinsdag 26 april 2022 om 10.00 uur.
Deze hoorzitting zal plaatshebben in de Europazaal van het Bestuursgebouw van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1 te Hasselt.
Onderstaande richtlijnen dienen aangehouden te worden bij het bezoek aan het provinciehuis:
- Er worden slechts 2 personen toegelaten voor iedere betrokken partij. Dit betekent dat enkel uzelf met uw vertegenwoordiger aanwezig kan zijn op de hoorzitting.
- Indien personen ziektesymptomen vertonen of personen in hun gezin ziek zijn of symptomen vertonen, wordt met aandrang gevraagd NIET naar de hoorzitting te komen en een vertegenwoordiger af te vaardigen.
- Om de samenkomst van het aantal wachtende personen te beperken vragen we om enkel naar het provinciehuis te komen op het gevraagde uur.
- De aanwijzingen op de voorziene stickers/bordjes zijn strikt op te volgen.
- De spreektijd zal beperkt worden tot ca.10 minuten per partij. Dit om de strikte timing van de hoorzittingen te kunnen garanderen.
- De Europazaal is uitgerust met een grote tafel van ca. 4m bij 4m waarbij de aanwezige personen kunnen vergaderen met inachtneming van een fysieke afstand van 1,5m.
Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht dat u kan terugvinden onder ‘alle gebeurtenissen’ of via een bericht voor het beroepschrift dat u kan terugvinden onder de procedurestap ‘fase beroepsperiode’ > ‘beroepschrift’ > ‘acties en overzicht’. Zodra het verslag wordt opgeladen op het Omgevingsloket zal u hiervan een melding ontvangen per e-mail.
Het college van burgemeester en schepenen beslist niet aanwezig te zijn op de hoorzitting van 26 april 2022.
Aanvraag van Jolande Heyens wonende te Hoogstraat 314 te 3665 As (1263.E.874.2/\01), voor het bijstellen van de verkavelingsvoorschriften voor lot 4, gelegen op een kadastraal perceel gekend als 3de afdeling, sectie E, nr. 577B3, Nieuwe Hazendansweg 2A.
De hoorzitting inzake het beroep van mevrouw Ellen Joos tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen d.d. 21/12/2021, waarbij een vergunning werd verleend aan mevrouw Jolande Heyens voor het bijstellen van de verkavelingsvoorschriften voor lot 4, te Zonhoven ter plaatse Nieuwe Hazendansweg 2A, zal plaatsvinden op dinsdag 26 april 2022 om 09.40 uur.
Deze hoorzitting zal plaatshebben in de Europazaal van het Bestuursgebouw van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1 te Hasselt.
Onderstaande richtlijnen dienen aangehouden te worden bij het bezoek aan het provinciehuis:
- Er worden slechts 2 personen toegelaten voor iedere betrokken partij. Dit betekent dat enkel uzelf met uw vertegenwoordiger aanwezig kan zijn op de hoorzitting.
- Indien personen ziektesymptomen vertonen of personen in hun gezin ziek zijn of symptomen vertonen, wordt met aandrang gevraagd NIET naar de hoorzitting te komen en een vertegenwoordiger af te vaardigen.
- Om de samenkomst van het aantal wachtende personen te beperken vragen we om enkel naar het provinciehuis te komen op het gevraagde uur.
- De aanwijzingen op de voorziene stickers/bordjes zijn strikt op te volgen.
- De spreektijd zal beperkt worden tot ca.10 minuten per partij. Dit om de strikte timing van de hoorzittingen te kunnen garanderen.
- De Europazaal is uitgerust met een grote tafel van ca. 4m bij 4m waarbij de aanwezige personen kunnen vergaderen met inachtneming van een fysieke afstand van 1,5m.
Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht dat u kan terugvinden onder ‘alle gebeurtenissen’ of via een bericht voor het beroepschrift dat u kan terugvinden onder de procedurestap ‘fase beroepsperiode’ > ‘beroepschrift’ > ‘acties en overzicht’. Zodra het verslag wordt opgeladen op het Omgevingsloket zal u hiervan een melding ontvangen per e-mail.
Het college van burgemeester en schepenen beslist niet aanwezig te zijn op de hoorzitting van 26 april 2022.
Voorwerp van de melding
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Boomsteeg 45 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1, sectie B, nr. 1087F.
De meldingsaanvraag werd op 15/03/2022 ontvangen en ontvankelijk verklaard.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.
Art. 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
§ 2. De volgende handelingen worden niet beschouwd als afwijkend van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften, tenzij die voorschriften deze handelingen uitdrukkelijk verbieden:
2° de creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4;
De handelingen voldoen aan artikel 4.2.4. 2° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:
De creatie van een ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van:
• 2 personen van 65 jaar of ouder
Sinds 16 augustus 2021 is zorgwonen in een bestaand, hoofdzakelijk vergund vrijstaand bijgebouw meldingsplichtig wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan:
Algemene voorwaarden
Het effectief bewonen door de hulpbehoevende of de 65-plussers moet binnen de twee jaar na datum van de meldingsakte gebeuren, anders vervalt de meldingsakte.
Het stopzetten van het zorgwonen moet eveneens gemeld worden.
Als de zorgwoning, na het beëindigen van de zorgsituatie, aangewend zal worden voor de huisvesting van meerdere gezinnen of alleenstaanden, is hiervoor een omgevingsvergunning nodig voor het wijzigen van het aantal woongelegenheden.
De handelingen voldoen aan artikel 6 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien ze:
De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn dus meldingsplichtig en niet verboden.
Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:
Het perceel van de aanvraag is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, grotendeels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in natuurgebied met wetenschappelijke waarde.
Het onderwerp van de melding is volledig gelegen binnen het woongebied met landelijk karakter.
Het onderwerp van de melding is gelegen in een goedgekeurd BPA.
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde verkaveling.
De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.
Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:
Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:
De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de aktename van het melden van de aanvang zorgwoning, zoals voorgesteld op het voorgebrachte plan dat als bijlage aan de aanvraag is verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Wendy Vandeput voor het aanvangen van een zorgwoning, gelegen Boomsteeg 45, 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 1ste afdeling, sectie B, nr. 1087F.
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Reglement Lokale Gebiedsdeals Droogte
Steunbrief Lokale Gebiedsdeals Droogte
Interesseformulier Lokale Gebiedsdeals Droogte
1. Context
Met de Lokale Gebiedsdeals Droogte geeft de Vlaamse overheid een financiële injectie om reeds in een vroeg stadium van Vlaamse ruimtelijke processen, complexere lokale realisaties voor versterking van het watersysteem te stimuleren. Deze oproep Lokale Gebiedsdeals Droogte kadert binnen de Blue Deal. Met de Blue Deal wil de Vlaamse Regering de droogteproblematiek op een structurele manier aanpakken, met een verhoogde inzet van middelen en juiste instrumenten, met betrokkenheid van de industrie en de landbouwers als deel van de oplossing en met een duidelijke voorbeeldrol voor de Vlaamse en andere overheden.
Deze call richt zich specifiek naar samenwerkingsverbanden die vandaag al bestaan om Vlaamse ruimtelijke processen uit te voeren. Er is bijgevolg de mogelijkheid om een ‘lokale gebiedsdeal droogte’ vanuit de procescoalitie van het complex project Noord-Zuid Limburg aan te vragen.
2. Subsidie
Het Subsidiebedrag bedraagt trouwens min € 1.000.000 (voor minstens 3 projecten) en kan uitgebreid worden tot max € 2.000.000 (voor bijkomende deelprojecten). Dit subsidiebedrag bedraagt maximaal 80% van de totale uitvoeringskost van de Lokale Gebiedsdeal Droogte.
Er is tevens een mogelijkheid tot een ondersteuningsbudget van maximaal 100.000 euro voor procesbegeleiding. Deze procesbegeleiding wordt overkoepelend ingezet om de gecoördineerde uitvoering op terrein te realiseren.
Onder de totale uitvoeringskost wordt verstaan:
De initiatiefnemers kunnen een beroep doen op volgende subsidiemogelijkheden voor de uitvoering van hun deelproject binnen de Lokale Gebiedsdeal Droogte:
Deze subsidies worden uitbetaald na de realisatie van de werken, de verwerving van de gronden, het uitvoeren van de engagementen voorzien in de diensten- of beheerovereenkomsten en het uitvoeren van de studie. Dit kan gefaseerd gebeuren, meer bepaald telkens nadat de realisatie van een deelproject of maatregelenpakket op het terrein is voltooid. De initiatiefnemer stelt hiervoor de nodige stavende stukken ter beschikking.
De realisatie van de deelprojecten en maatregelen in de Lokale Gebiedsdeal Droogte waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet bovendien mogelijk zijn binnen de 3,5 jaar nadat de subsidie is toegekend, dit is een belangrijke voorwaarde bij de toekenning van de subsidie. Maatregelen die kunnen genieten van reguliere steun of andere Blue Deal financieringsmogelijkheden komen niet in aanmerking voor deze steun.
De initiatiefnemers vermelden bij communicatie over deelprojecten en maatregelen die medefinanciering krijgen in het kader van de Lokale Gebiedsdeal Droogte steeds dat het project wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en uitvoering geeft aan het betreffende ruimtelijk proces waarbinnen de Lokale Gebiedsdeal kadert. Daarnaast brengen de initiatiefnemers het logo van de Vlaamse overheid, het logo van Europa en het logo van de Blue Deal aan. De initiatiefnemers gebruiken actief het Nederlands, minstens in communicatie naar het publiek. De minister of het Departement Omgeving wordt door de initiatiefnemers bij pers- en publieksevenementen uitgenodigd.
3. Globale procedure
3.1 Selectiefase:
In de selectiefase selecteert de jury maximaal tien kandidaten Lokale gebiedsdeal Droogte tussen de lopende Vlaamse ruimtelijke processen. De kandidaatstelling verloopt via één en hetzelfde digitale interesseformulier dat uiterlijk 31 maart 2022 wordt ingediend en volgende aspecten omvat: een korte beschrijving van de droogteproblematiek in het gebied, de wijze waarop het ruimtelijke proces hiervoor visie-elementen en oplossingen kan aanreiken, de beoogde strategie en gekozen focus om het watersysteem in samenhang te versterken en voorbeelden van de complexere lokale realisaties waaraan gedacht wordt om deze strategie op terrein te kunnen waarmaken, de realiseerbaarheid van deze projecten binnen de vooropgestelde termijnen en de rol van deze projecten in de versterking van de samenwerking en de facilitering van het verdere ruimtelijke proces.
3.2 Uitwerkingsfase:
Elke geselecteerde kandidaat dient haar Lokale Gebiedsdeal Droogte verder uit te werken tot een voorstel van concreet actieprogramma tegen uiterlijk 30 september 2022. Indien het voorstel van Gebiedsdeal voldoet aan de voorwaarden van het reglement (te vinden in bijlage), kan de geselecteerde kandidaat uitgaan van een minimum bijdrage van 1.000.000 euro vanuit het Departement Omgeving voor de uitvoering van de Lokale Gebiedsdeal Droogte.
Een jury stelt voor elke Lokale Gebiedsdeal Droogte het actieprogramma van deelprojecten vast, die, na goedkeuring door de Vlaamse Regering, onmiddellijk in uitvoering worden gesteld. De Lokale gebiedsdeal Droogte met actieprogramma van deelprojecten moet volledig gerealiseerd zijn binnen een termijn van 3,5 jaar vanaf de goedkeuring door de Vlaamse Regering.
4. Algemene voorwaarden voor de Lokale Gebiedsdeal Droogte:
De Lokale Gebiedsdeal Droogte met actieprogramma van deelprojecten moet aan volgende algemene voorwaarden voldoen:
Om financiering te kunnen krijgen, dient daarnaast elke Lokale Gebiedsdeal Droogte met actieprogramma van deelprojecten, het beginsel “geen ernstige afbreuk doen aan” (ofwel “do no significant harm” (DNSH)) in acht te nemen. De uitgekeerde subsidies mogen enkel aangewend worden op een wijze die geen ernstige afbreuk doet aan de volgende 6 milieudoelstellingen: 1) de mitigatie van de klimaatverandering; 2) de adaptatie aan de klimaatverandering; 3) het water en marine leven (inclusief grondwater); 4) de circulaire economie; 5) preventie en controle van vervuiling en 6) biodiversiteit en ecosystemen.
In dit kader zal de jury er bij de goedkeuring van de Lokale Gebiedsdeals Droogte op toezien dat een DNSH-analyse werd uitgevoerd voor elke milieudoelstelling en dat enkel Lokale Gebiedsdeals Droogte die aan alle zes criteria voldoen, goedgekeurd worden. Bij het finale voorstel van het actieprogramma van de Lokale Gebiedsdeal Droogte moet een DNSHanalyse worden gevoegd die waar nodig met bewijsstukken wordt gestaafd. Voor het uitvoeren van de DNSH-analyse dient de aanvrager gebruik (te) maken van het sjabloon dat ter beschikking wordt gesteld. De jury heeft het recht om bijkomende vragen te stellen i.k.v. de DNSH-analyse en kan verzoeken om bijkomende stavingstukken.
5. Bijkomende voorwaarden voor de deelprojecten
Voor elk van de deelprojecten opgenomen in de Lokale Gebiedsdeal gelden bijkomend volgende voorwaarden:
6. Kandidaatstelling via interesseformulier
In eerste instantie diende het interesseformulier ingevuld en ingediend te worden tegen uiterlijk donderdag 31 maart 2022 (16.00 uur). De provincie Limburg, Regionaal Landschap Lage Kempen (RLLK) en departement Omgeving hebben samen met enkele lokale besturen, waaronder gemeente Zonhoven, het formulier tijdig ingevuld en ingediend.
7. Advies van de afdeling - volgende stappen
Voor de gemeente Zonhoven komen 2 projecten in aanmerking als deelproject. Enerzijds het project herinrichting van de site Bookmolen met extra buffercapaciteit (incl. vispassage) en anderzijds het project "Dorpshart Zonhoven - openleggen van de Roosterbeek". Via deze projecten wordt er ingezet op bescherming tegen wateroverlast, ruimte voor biodiversiteit en klimaatadaptatie en voor het project Dorpshart ook op vergroening als tegengewicht voor verdichting. Voor het Dorpshart bv. is er op basis van het huidige ontwerp sprake van een ontharding van 3.800 m² (waarvan 3.300 m² groen en 500 m² blauw). Bestaande groene ruimte die wordt verhard bedraagt 500 m². Er is m.a.w. een nettowinst van 3.300m² ontharde oppervlakte.
Gezien het korte tijdsbestek is vanuit de gemeente reeds aangegeven interesse te hebben om vanuit de procescoalitie van het complex project Noord-Zuid Limburg een gezamenlijke aanvraag in te dienen. In de kandidatuurstelling is nog geen oplijsting van projecten noodzakelijk of zelfs gewenst. Enkel 3 voorbeelden van type-projecten die voorbeeldstellend zijn voor de beoogde Lokale Gebiedsdeal Droogte zijn opgenomen. In het interesseformulier hebben we vooral de strategie trachten te bepalen en werd op hoofdlijnen aangegeven over welk soort projecten het zal gaan om onze doelstellingen te bereiken. Het ingediende interesseformulier is te vinden in bijlage. De diverse projecten hebben hiervoor als inspiratie gediend maar zijn dus niet opgenomen in het interesseformulier.
Indien het college van burgemeester en schepenen hiermee akkoord gaat, dient een steunbrief (te vinden in bijlage) tegen uiterlijk 20 april 2022 te worden ondertekend. De jury selecteert maximaal 10 kandidaten. Na selectie moet elke geselecteerde kandidaat een voorstel van concreet actieprogramma uitwerken tegen uiterlijk 30 september 2022.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om vanuit de procescoalitie van het complex project Noord-Zuid Limburg een gezamenlijke aanvraag in te dienen voor de (subsidie)oproep Lokale Gebiedsdeals Droogte kaderend binnen de Blue Deal. De steunbrief in bijlage wordt daartoe ondertekend.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake “autoslalom Zonhoven” op zondag 8 mei 2022 uit te vaardigen als volgt:
- Zondag 8 mei 2022 tussen 07.00 en 21.00 uur is het verkeer van voertuigen verboden in de Senator A. Jeurissenlaan en de Industrieweg-Zuid (tussen Senator A. Jeurissenlaan en Kleine Hemmenweg).
- Zondag 8 mei 2022 tussen 07.00 en 21.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd plaatselijk verkeer, verboden in de Industrieweg-Zuid (tussen Senator A. Jeurissenlaan en Teutseweg).
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 al dan niet voorzien met een onderbord, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.
Zondag 8 mei 2022 tussen 07.00 en 21.00 uur is het verboden stil te staan en te parkeren in de Senator A. Jeurissenlaan en de Industrieweg-Zuid (tussen Senator A. Jeurissenlaan en Kleine Hemmenweg).
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens E3 al dan niet voorzien met een onderbord.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden: Waardstraat – Industrieweg – Teutseweg en omgekeerd.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2, 4 en 6 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemers moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet Lokaal Bestuur.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake jubileum Heuvens Kliekske op vrijdag 13 mei 2022 uit te vaardigen.
- Van vrijdag 13 mei 2022 om 16.00 uur tot zaterdag 14 mei 2022 om 12.00 uur is het verkeer van voertuigen verboden in de Grote Hemmenweg tussen Dorpsstraat en Sprinkwaterstraat.
- Van vrijdag 13 mei 2022 om 16.00 uur tot zaterdag 14 mei 2022 om 12.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd plaatselijk verkeer, verboden in de Grote Hemmenweg tussen Kantoorweg en Sprinkwaterstraat.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan, eventueel aangevuld met verkeersbord F45 en bord "uitgezonderd plaatselijk verkeer". De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden:
Grote Hemmenweg – Kantoorweg – Kleine Hemmenweg – Dorpsstraat en omgekeerd.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het onthardingsvoorstel van de diensten patrimonium en milieubeleid te Wijvestraat.
Voor de Hubo te Wijvestraat ligt, tussen het fietspad en de parking, een strook klinkers van 2 meter breed over een lengte van een 100-tal meters. Deze strook is een historische verharding en kan niet gelinkt worden aan de voormalige winkel. Ze heeft geen functie meer.
Kaderend in de campagne ontharding/vergroening en in het hemelwaterplan om nutteloze verharding te verwijderen, wordt voorgesteld om deze strook klinkers in eigen beheer te verwijderen en te vergroenen (inzaaien met bloemenmengsel). Bedoeling is om de werken dit voorjaar nog in de planning van Facilitair management te laten opnemen.
Deze werken zullen ter plaatse aangekondigd worden door het werfdoek te hangen van onze onthardingscampagne.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het verwijderen van de klinkerstrook en het verder vergroenen.
Het college neemt kennis van het schrijven van het Agentschap Zorg en gezondheid, omtrent de resultaten van het verkennend bodemonderzoek te Heuveneindeweg 67. Op basis van de resultaten adviseert de instantie om de no regret-maatregelen aan te passen en de bewoners in een straal van 100 meter, 500 meter op de hoogte te stellen. Afhankelijk van de straal verschillen de no regret-maatregelen.
De gemeente is vrij te kiezen via welk kanaal ze de bewoners op de hoogte stelt. Modelbrieven zijn beschikbaar. De brieven dienen verstuurd te worden vanuit de gemeentebesturen.
Het voorstel is om dit via een schrijven te doen, gericht aan de bewoners/eigenaars in een straal van 100 meter, 500 meter, en via de gemeentelijke website.
Verder is de site te Kruisstraat 10 -12 (voormalige Alcoplast) in onderzoek. Een bodemonderzoek naar de aanwezigheid van PFAS is zeer recent gestart. Geadviseerd wordt om tijdelijke no regret-maatregelen in een straal van 100-meter eveneens kenbaar te maken.
Tot slot is er de site van het bevoorradingsstation naast de autosnelweg E314 op Zonhovens grondgebied waar eveneens tijdelijke no regret-maatregelen worden afgekondigd. Geen bewoning aanwezig.
Voor de sites te Kruisstraat en E314 wordt voorgesteld om de eigenaars/gebruikers ook aan te schrijven om de tijdelijke no regret-maatregelen kenbaar te maken.
Het agentschap heeft reeds te kennen gegeven om niet beschikbaar te zijn bij een informatievergadering. De ondersteuning vanuit de medische milieukundige logo's is enkel gericht aan de gemeente. Vanuit dit standpunt wordt geadviseerd om geen informatievergadering te organiseren.
De gemeentelijke website wordt voorzien van een PFAS-pagina, operationeel donderdag as.
Het college van burgemeester en schepenen beslist voor de 3 PFAS-sites communicatie per brief te versturen en informatie op de gemeentelijke website toe te voegen.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 21 februari 2022 houdende goedkeuring selectiecriteria, voorwaarden en gunningscriteria voor de concessie voor diensten, nl. organisatie van een foodtruckfestival 2022.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 15 maart 2022 houdende starten procedure voor de concessie voor diensten "Organisatie foodtruckfestival 2022".
Het college van burgemeester en schepenen dd. 15 maart 2022 besliste de procedure voor het aanstellen van een firma voor het organiseren van het foodtruckfestival 2022, op te starten.
Volgende firma's werden uitgenodigd om zich kandidaat te stellen als organisator van het festival:
- Magnum Opus Events, Trekschurenstraat 175 te 3500 Hasselt;
- Joy Events, Larestraat 67 te 3511 Kuringen;
- Hap Foodtruckfestival, Nieuwstraat 58 te 2200 Herentals.
De kandidaturen dienden ons bestuur ten laatste te bereiken op 29 maart 2022 voor 11 uur.
Er werden geen tijdige kandidaturen ingediend. We ontvingen enkel een inschrijving van Filip Vanierschot (Chefs on Wheels), maar aangezien de inschrijving te laat werd ingediend kan deze niet worden weerhouden. Deze inschrijving was bovendien ook niet volledig.
Er wordt voorgesteld om een nieuwe procedure op te starten. Dezelfde organisaties zullen worden aangeschreven maar er wordt wel Filip Vanierschot aangeschreven in de plaats van Joy Events daar eerstgenoemde de zaken van laatstgenoemde wat betreft foodtruckfestivals overneemt:
- Magnum Opus Events, Trekschurenstraat 175 te 3500 Hasselt;
- Filip Vanierschot, Genkersteenweg 284 te 3500 Hasselt;
- Hap Foodtruckfestival, Nieuwstraat 58 te 2200 Herentals.
Als limietdatum voor het indienen van de kandidaturen wordt 22 april 2022 om 12 uur voorgesteld.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de procedure voor het aanstellen van een firma voor het organiseren van het foodtruckfestival 2022, opgestart op 15 maart 2022, stop te zetten.
Het college van burgemeester en schepenen beslist, voor het aanstellen van een firma voor het organiseren van het foodtruckfestival 2022, een nieuwe procedure op te starten.
Volgende firma's worden uitgenodigd om zich kandidaat te stellen als organisator van het festival:
- Magnum Opus Events, Trekschurenstraat 175 te 3500 Hasselt;
- Filip Vanierschot, Genkersteenweg 284 te 3500 Hasselt;
- Hap Foodtruckfestival, Nieuwstraat 58 te 2200 Herentals.
De kandidaturen dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 22 april 2022 voor 12 uur.
Het college neemt kennis van de vraag om tussen te komen in de kosten voor het maken van publiciteitsborden ter promotie van de Processie van Verbondenheid op zondag 24 april.
Er werd een offerte bezorgd van 161,38 euro excl. BTW van de firma Hellinx waarvan gevraagd wordt of deze kosten door het gemeentebestuur kunnen gedragen worden.
Eerdere vragen voor een financiële ondersteuning aan dit evenement via onze bestaande subsidiereglement (projectsubsidie jeugd en samenwerkingssubsidie cultuurraad) werden telkens negatief beantwoord omdat de activiteit niet beantwoordt aan de regels in de reglement (vb. geen religieuze activiteiten).
Advies van de dienst
Aangezien dit evenement een religieuze viering is van de katholieke geloofsgemeenschap stellen wij voor dat het gemeentebestuur geen financiële ondersteuning voorziet om haar onafhankelijke rol als lokaal bestuur te waarborgen (scheiding tussen kerk en staat) en omwille van mogelijke precedentswaarde. Indien we dit wel zouden doen, dan moeten we in principe voortaan ook gelijkaardige vragen van de andere aanwezige geloofsgemeenschappen in onze gemeente honoreren. Daarom is het voorstel van de dienst om hier niet op in te gaan.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om geen financiële tussenkomst te voorzien voor dit evenement met een louter religieus karakter. Er wordt net zoals bij andere evenementen in onze gemeente wel logistieke ondersteuning voorzien via de uitleendienst en het evenementenloket.
Op zondag 22 mei 2022 organiseert de bib tussen 10 uur en 13 uur - tijdens de openingsuren van de bib - een Boekstartdag. Dit kadert in een overkoepelend initiatief van Iedereen Leest. Boekstart wil ouders met hun kleine kinderen laten genieten van boeken en taalontwikkeling reeds op jonge leeftijd stimuleren. Het boekbabypakket en peuterpakket dat ouders ontvangen in het consultatiebureau van Kind en Preventie of in de bib wanneer hun kindje 6 maanden of 15 maanden oud is, kadert eveneens in dit project.
Een Boekstartdag zet dit project en het aanbod voor de allerkleinsten in de bib extra in de kijker. Op die dag hebben we dan ook specifiek aandacht voor baby’s en peuters van 6 maanden tot 3 jaar. We nodigen hen samen met hun ouders uit in de bib voor enkele leuke activiteiten:
Om al deze activiteiten gelijktijdig door te kunnen laten gaan, plaatsen we enkele tentjes (3x6m) op het grasveld achter en naast de bib (ter hoogte van nooduitgang in de leeszaal). In deze tent zal de prentenboekendans doorgaan. Naast deze tent plaatsen we de caravan van Huis van het Kind.
Communicatie:
Alle kinderen van Zonhoven tussen de 6 maanden en 3 jaar (ca. 400 kinderen) ontvangen persoonlijk een uitnodiging per post. We baseren ons hierbij op de geboortelijsten die we gebruiken voor het Boekstartproject. Verder zorgen we voor de nodige communicatie via onze digitale kanalen en de Zonhovenaar in samenspraak met de dienst Communicatie.
Budget:
De kosten voor organisatie van deze Boekstartdag ramen we op €1275 (activiteit prentenboekendans, aankleding Boekstartfiguren, koeken, drank, fruit, drukwerk).
AC001009 -- De bib doet mee met bovenlokale, leesbevorderende activiteiten en projecten en werkt zelf ook activiteiten op maat uit. Er wordt daarbij extra ingezet op projecten en activiteiten die focussen op leesplezier voor kinderen. -- BIB -- MJP000012 -- -- € 7.000,00.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het programma van de Boekstartdag van de bib op zondag 22 mei.
Okra vraagt een éénmalige standplaats om promotie te maken voor deze vereniging voor senioren.
Het is een initiatief: 'Plein op stelten' genoemd dat plaats heeft tussen 16 maart en 30 mei 2022 in heel Vlaanderen.
Er wordt een mobilhome gebruikt, flyers uitgedeeld, muziek gespeeld en gedanst.
Nota van de dienst
De vereniging moet de flyers opruimen, zoniet kan de bevoegde gemeentedienst dit doen op kosten en risico van de overtreder.
Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen aan OKRA Zonhoven, p.a. Theo Reynders, Ekkersputstraat 2 te Zonhoven om een standplaats in te nemen op de wekelijkse markt van 22 mei 2022.
Artikel 2
De organisator moet de flyers/strooibiljetten opruimen, zoniet kan de bevoegde gemeentedienst dit doen op kosten en risico van de overtreder.
Het college neemt kennis van de nieuwe samenstelling van de marktcommissie na de verkiezingen op zondag 3 april 2022.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de nieuwe samenstelling van de marktcommissie.
- Frank Vandebeek - schepen
- Joyce Schraepen - Unizo
- Monique Willems - handelaars
- Carinne Donatz - horeca
- Hilaire Briers - Bond Limburgse marktkramers
- Ronny Gosset - marktkramer
- Tom Hoeybergs - marktkramer
- Jos Joris - marktkramer
- Jos Thoonen - marktkramer
Het bestek in het kader van de opdracht “Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022” opgesteld door Dirk Tytgat, deskundige patrimonium.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 21 februari 2022 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze voor de opdracht “Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022”.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 1 maart 2022 houdende starten procedure voor de opdracht “Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022”.
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 6 april 2022 opgesteld door Dirk Tytgat, deskundige patrimonium.
In het kader van de opdracht “Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022” werd een bestek opgesteld door Dirk Tytgat – deskundige patrimonium.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 242.142,50 excl. btw of € 292.992,43 incl. 21 % btw (€ 50.849,93 Btw medecontractant).
De gemeenteraad verleende in zitting van 21 februari 2022 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de openbare procedure.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 1 maart 2022 de plaatsingsprocedure te starten.
De offertes dienden het bestuur ten laatste op 5 april 2022 om 11.00 uur te bereiken.
De verbintenistermijn van 120 kalenderdagen eindigt op 3 augustus 2022.
Er werden 4 offertes ontvangen:
- Eikenaar nv te Bree (€ 318.093,80 incl. btw)
- Grizaco nv te Hasselt (€ 305.410,76 incl. btw)
- V & V - Infra bvba te Diest (€ 332.363,30 incl. btw)
- Willemen Infra nv te Drongen (€ 306.984,68 incl. btw).
Dirk Tytgat, deskundige patrimonium, stelde op 6 april 2022 het verslag van nazicht van de offertes op.
Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in het verslag van nazicht van de offertes, stelt de ontwerper voor om de opdracht te gunnen aan de firma met de economisch meest voordelige regelmatige (op basis van de prijs) offerte, zijnde Grizaco nv, Scheepvaartkaai 4 te 3500 Hasselt, tegen het nagerekende offertebedrag van € 252.405,59 excl. btw of € 305.410,76 incl. 21 % btw (€ 53.005,17 btw medecontractant).
Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 6 april 2022, opgesteld door Dirk Tytgat, deskundige patrimonium. Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
De opdracht “Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022” wordt gegund aan de economisch meest voordelige regelmatige (op basis van de prijs) bieder, zijnde Grizaco nv, Scheepvaartkaai 4 te 3500 Hasselt, tegen het nagerekende offertebedrag van € 252.405,59 excl. btw of € 305.410,76 incl. 21 % btw (€ 53.005,17 btw medecontractant).
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek.
De betalingen zullen gebeuren met de kredieten voorzien in het meerjarenplan 202-2025.
Het college van burgemeester en schepenen deelt de agendapunten mee aan de voorzitter van de gemeenteraad Sofie Vanoppen voor agendering op de eerstvolgende zitting van de gemeenteraad (zie bijlage).
Klik hier om de dossiers te raadplegen.
Voorzitter Sofie Vanoppen roept de gemeenteraad bijeen op maandag 25 april 2022 om 20.00 uur, aansluitend aan de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn, met als agenda de punten zoals in bijlage meegedeeld.