Terug
Gepubliceerd op 09/03/2022

2022_CBS_00216 - OMV - Vergunning - Dorpsstraat 40 - 2021/00355 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 01/03/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Bram De Raeve, 1ste schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00216 - OMV - Vergunning - Dorpsstraat 40 - 2021/00355 - Goedkeuring 2022_CBS_00216 - OMV - Vergunning - Dorpsstraat 40 - 2021/00355 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het plaatsen van een gevelbanier met uitwendige verlichting.

De aanvraag werd op 14/12/2021 ontvangen en op 05/01/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1962/00165: bouwvergunning op 05/12/1962 voor het verbouwen van de voorgevel;
  • 2001/08702: stedenbouwkundige aanvraag voor het oprichten van 3 appartementen, ingetrokken 23/10/2001;
  • 2001/08823: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag door de deputatie op 05/06/2002 voor het oprichten van 3 appartementen;
  • 2001/08980: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag door de deputatie op 27/02/2003 voor het afbreken van een eengezinswoning;
  • 2003/09251: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag door de deputatie op 15/04/2004 voor het verbouwen van een handelspand tot 2 appartementen.
  • 2021/00306: omgevingsaanvraag voor het plaatsen van zaakgebonden gevelpubliciteit, ingetrokken op 13/12/2021 (nav ongunstig advies wegbeheerder).

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen augustus – oktober 2021 (VB_2016_099).

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Wegen en Verkeer

Onroerend erfgoed

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan - Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999.

Het perceel kreeg als bestemming “zone voor gesloten bebouwing.

Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999.

De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften inzake publiciteit, Titel I, art. 3: “bestaande wetten en reglementen zijn van toepassing”.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte, noch van de verhardingen.

Voetgangersverkeer

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Art. 3 stelt onder meer dat elke weg voor voetgangersverkeer een geheel obstakelvrije loopweg van minstens 1m breed en een vrije hoogte van minstens 2,10 meter moet hebben.

Vermits in de aanvraag de gevelbanier in de voorgevel zich bevindt op een hoogte van 2,85m  kan gesteld worden dat er voldaan wordt aan de verordening van het voetgangersverkeer. 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Artikel 4.3.8. Rooilijnplan

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:

1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.
In afwijking van het eerste lid mag een vergunning worden verleend:
1° die afwijkt van de rooilijn als uit het advies van de wegbeheerder blijkt dat de rooilijn niet binnen vijf jaar na de afgifte van de vergunning zal worden gerealiseerd. Als er na het verstrijken van die termijn wordt onteigend, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde handelingen voortvloeit;
2° die afwijkt van de achteruitbouwstrook als de wegbeheerder een gunstig advies heeft gegeven.
 Werkzaamheden en handelingen waarvoor geen vergunning is vereist, mogen onder dezelfde voorwaarden als vermeld in het eerste en tweede lid worden uitgevoerd na machtiging van de wegbeheerder.

Het perceel is gelegen aan een gewestweg (N715).

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen & Verkeer.

Het advies van 17/01/2022 van het Agentschap Wegen & Verkeer is voorwaardelijk gunstig:

“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de

beslissing toe te sturen.

INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N7150001 van 2.0 +23 tot 2.0 +33):

  • de grens van het openbaar domein is geschat op ca 8.55 meter.
  • de rooilijn valt samen met de bestaande voorgevellijn.
  • de zone van achteruitbouw conform de bepalingen van het BPA.
  • de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 8,55 meter volgens de bepalingen van het BPA.
  • De voorgevel van de bestaande woning blijft behouden in zijn huidige lijninrichting op 8,55 m. uit de as van de weg.

Publiciteit:

  • Afmeting: 1.0 x 0.1 x 2.0, boodschap: Idylia gelukkig wonen, verlicht: uitwendig, inplanting: tegen de voorgevel, t.o.v. rooilijn: op openbaar domein

BESLUIT

Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.

Aandachtspunten gewestweg: (zie bijlage advies voor de volledige versie)

17Publiciteit:

  • Bij het plaatsen van publiciteit reclame en uithangborden op afzonderlijke constructies in de zone van achteruitbouw is het volgende van toepassing:
  1. de totale oppervlakte van de constructie, met inbegrip van de borden (éénzijdig), van één vestiging wordt beperkt tot 5 m². De totale hoogte van de constructie (bord inbegrepen) wordt beperkt tot 4 meter. De afstand naar de perceelgrens tussen de private eigendommen moet minstens 1,5 maal de totale hoogte van de constructie bedragen.
  2. het bord en de dragende constructie mogen geen hinder betekenen voor de zichtbaarheid op het verkeer van de gewestweg t.h.v. de kruispunten en/of private uitritten.
  3. het bord noch de constructie mogen verder reiken dan de rooilijn.
  • Omwille van de verkeersveiligheid is het verboden inrichtingen aan te brengen die de bestuurders verblinden of misleiden, die - geheel of gedeeltelijk - verkeerstekens voorstellen of nabootsen, die van op enige afstand met deze tekens verward kunnen worden of die op enige andere wijze de doelmatigheid van reglementaire tekens aantasten. Inrichtingen die zich op minder dan 7 meter boven de grond bevinden binnen een afstand van 75 meter van verkeerslichten, mogen geen lichtweergevende of reflecterende rode, groene of oranje tint hebben.
  • Lichtgevende en verlichte publiciteit mag om veiligheidsredenen de aandacht van de automobilisten ’s nachts niet te veel afleiden. De cijfers en limietwaarden die in de meeste normen en reglementeringen voor de luminescentie van lichtgevende of verlichte publiciteit worden vermeld zijn dan ook grotendeels ingegeven om de lichtsignalisatie langs verkeerswegen niet te verstoren.

VLAREM bepaalt dat, om lichthinder te voorkomen, lichtreclame in intensiteit de openbare

      verlichting niet mag overtreffen.

  • Vanaf een bepaald nachtelijk uur is het ‘rendement’ van verlichte publiciteit zeer klein gezien het beperkte aantal toeschouwers dat nog langskomt of voorbijrijdt. Een volledig doven van publiciteit na een bepaald uur (b.v. 22 u) is dan ook het aangewezen middel om de lichtvervuiling te beperken.
  • Om lichtvervuiling te bestrijden en uit veiligheidsoogpunt dient de luminescentie van lichtgevende en verlichte publiciteitsborden beperkt te worden tot volgende waarden:
  1.       Oppervlakte van het lichtgevend vlak:

                  <= 0,5 m² (max. luminescentie 500 cd/m²)

                  > 0,5 m² en < 10m² (max. luminescentie 400 cd/m²)

                  > 10 m² (max. luminescentie 300 cd/m²)

Bovenvermelde waarden gelden voor elke plaats op het voetpad of aan de rand van de weg op een hoogte van 1,60 meter (d.w.z. voetpad aan dezelfde zijde van de weg als het publiciteitsbord of aan de overzijde van de weg) en voor elke plaats in een vensteropening van een woning.

De vermelde luminescentiewaarden hebben betrekking op metingen uitgevoerd met een gekalibreerde luminescentiemeter, die nauwkeurig aan de ooggevoeligheidskromme is aangepast (norm CIE 698).

 Voor elke meting moet de openingshoek aangepast worden naargelang het te meten detail van het reclamebord.

  • Indien een publiciteitsbord verlicht wordt met een gerichte lichtbron (projector, spot) dan moet deze lichtbron het publiciteitsbord beschijnen van boven naar onder; de lichtbron mag alleen het oppervlak van het publiciteitsbord verlichten, m.a.w.: er mag geen rechtstreekse opwaartse, zijwaartse, achterwaartse of neerwaartse (onder het publiciteitsbord) uitstraling zijn door de lichtbron.
  • De vergunninghouder is zowel tegenover het Vlaams Gewest als tegenover derden aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van het plaatsen, het gebrek aan onderhoud of het bestaan van de vergunde borden.

De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan/ achteruitbouwstrook.

De aandachtspunten in het advies van de wegbeheerder dienen gerespecteerd te worden.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de aanvraag geen bodemingreep omvat.

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

OVERIGE REGELGEVING

De aanvraag werd voorgelegd aan het agentschap Onroerend Erfgoed aangezien het een beschermd monument betreft.

Het advies van 11/01/2022 van het agentschap Onroerend Erfgoed is voorwaardelijk gunstig:

“Het agentschap Onroerend Erfgoed heeft uw adviesvraag goed ontvangen op 05/01/2022. Voor de gevraagde handelingen verlenen we onder voorwaarden een gunstig advies (omgevingsvergunning art. 6.4.4, §2)

Motivering

Het pand Dorpsstraat 40 werd beschermd als monument omwille van de historische, historische in casu architectuurhistorische en sociaal-culturele waarde. De aanvraag betreft het aanbrengen van een haakse gevelbanier.

De aanvraag werd beoordeeld aan de hand van het afwegingskader ‘Publiciteit in en aan beschermd erfgoed’. 

Het voorstel houdt voldoende rekening met de erfgoedwaarden van het pand, en kan bijgevolg goedgekeurd worden, op voorwaarde dat men bij plaatsing van de banier geen schade toebrengt aan de bakstenen (bevestiging in de voegen voorzien).

Als de aanvraag aan deze voorwaarde voldoet, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als men niet aan de voorwaarden voldoet, dan is ons advies ongunstig.

In ons advies voor vergunningsplichtige werken aan publiek toegankelijke gebouwen maken we altijd een afweging tussen het behoud van de erfgoedwaarden en de toegankelijkheid. In dit dossier komen de werken voor toegankelijkheid voldoende overeen met de erfgoedwaarden (art.35 Besluit Vlaamse Regering van 5 juni 2009 over toegankelijkheid tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid).”

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de voorwaarden en aandachtspunten van de wegbeheerder, het agentschap Wegen en Verkeer en aan de voorwaarden van het agentschap Onroerend Erfgoed.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het plaatsen van een gevelbanier met uitwendige verlichting.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een gemeentelijk plan van aanleg waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

Voor de plaatsing van publiciteit wordt binnen de voorschriften inzake publiciteit, Titel I, art. 3, slechts het volgende aangegeven: “bestaande wetten en reglementen zijn van toepassing”.

Gelet op de uitvoering van werken aan een beschermd monument wordt het aangevraagde afgetoetst aan de goede ruimtelijke ordening met inachtneming van de visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Dorpsstraat, een gewestweg in het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in gesloten verband in combinatie met kleinschalige handelsfuncties.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat het plaatsen van een haakse gevelbanier met zaak gebonden publiciteit en een externe verlichting.

Beoordeling

Er wordt een gevelpubliciteit voorzien aan de rechterzijde van de voorgevel tussen de 2 raamopeningen van de verdieping.

Het geheel bestaan uit een frame met doek met een maximale hoogte van 3m en steekt maximaal 1m uit over de gevellijn. De doek met publiciteit heeft een hoogte van 2m en een breedte van 70cm.

Gelet op de plaatsing aan de voorgevel van een beschermd dorpsgezicht, is het uiterlijk bepalend.

De detailplannen van de voorziene publiciteit geven geen materiaalgebruik weer voor het frame, uit de aangeleverde informatie blijkt dat men 2 muursteunen, vermoedelijk in metaal, aan de gevel plaatst in een zwarte kleur en een vormgeving type art nouveau die passend is bij het bestaande uiterlijk. De publiciteitsdoek die tussen de gevelhaken geplaatst worden is sober gehouden, ongeveer ¾ heeft een zwarte kleur met witte belettering en ongeveer ¼ heeft een witte kleur met zwarte belettering. Verder is slechts een lichtgroene randlijn en weergave van een klavertje 4 voorzien.

Visueel sluit het gevraagde aan op de bestaande bebouwing.

Wat de cultuur historische aspecten betreft, worden de beperkingen qua omvang, verlichting en plaatsing gevolgd zoals opgelegd door de wegbeheerder en het agentschap Onroerend Erfgoed. 

De omvang is beperkt en vrij luchtig gehouden, op voldoende hoogte aangebracht tussen 2 ramen waardoor de ritmiek van de gevel niet verstoord wordt. 

De wijze van verlichting wordt niet omschreven, slechts binnen de invulvelden op het omgevingsloket werd aangegeven dat een externe verlichting voorzien is.

Indien effectief de plaatsing van verlichting voorzien is, mag de uitvoering evenmin schade toebrengen aan de bakstenen (zie ook advies Onroerend Erfgoed). De lichtsterkte dient beperkt te blijven en voorzien in een warm witte kleur. Verlichting van de gevelbanier kan slechts van onder naar boven gericht worden en enkel op de publiciteitsdoek zelf gericht.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat men bij plaatsing van de banier geen schade toebrengt aan de bakstenen (bevestiging in de voegen voorzien), zoals opgelegd in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 11/01/2022 van het agentschap Onroerend Erfgoed is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald ‘zie “Overige regelgeving”).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 17/01/2022 van het agentschap Wegen en Verkeer is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Decretale beoordelingselementen”).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening op voorwaarde dat men bij plaatsing van de banier geen schade toebrengt aan de bakstenen (bevestiging in de voegen voorzien), zoals opgelegd in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het naleven van de voorwaarden en aandachtspunten zoals opgelegd in de adviezen van het agentschap Wegen en Verkeer en het  agentschap Onroerend Erfgoed.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het plaatsen van een haakse gevelbanier voor zaakgebonden publiciteit, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende voorwaarden en aandachtspunten, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed, zoals gevoegd in bijlage;
  3. Bij de plaatsing van externe verlichting, mag de uitvoering geen schade toebrengen aan de bakstenen (zie ook advies Onroerend Erfgoed). De lichtsterkte dient beperkt te blijven en voorzien in een warm witte kleur. Verlichting van de gevelbanier kan slechts van onder naar boven gericht worden en enkel op de publiciteitsdoek zelf;
  4. Een bewijs van correcte uitvoering (foto’s) volgens de voorwaarden, dient aangeleverd na de plaatsing aan de dienst Vergunningen & Handhaving, uiterlijk 1 maand na uitvoering;
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  6. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 23/02/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het plaatsen van een haakse gevelbanier voor zaakgebonden publiciteit, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende voorwaarden en aandachtspunten, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed, zoals gevoegd in bijlage;
  3. Bij de plaatsing van externe verlichting, mag de uitvoering geen schade toebrengen aan de bakstenen (zie ook advies Onroerend Erfgoed). De lichtsterkte dient beperkt te blijven en voorzien in een warm witte kleur. Verlichting van de gevelbanier kan slechts van onder naar boven gericht worden en enkel op de publiciteitsdoek zelf;
  4. Een bewijs van correcte uitvoering (foto’s) volgens de voorwaarden, dient aangeleverd na de plaatsing aan de dienst Vergunningen & Handhaving, uiterlijk 1 maand na uitvoering;
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  6. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.