Terug
Gepubliceerd op 09/03/2022

2022_CBS_00217 - OMV - Vergunning - De Drij Dreven 46 - 2021/00304 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 01/03/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Afwezig

Johan Vanhoyland, 3de schepen

Verontschuldigd

Bram De Raeve, 1ste schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00217 - OMV - Vergunning - De Drij Dreven 46 - 2021/00304 - Gedeeltelijke goedkeuring 2022_CBS_00217 - OMV - Vergunning - De Drij Dreven 46 - 2021/00304 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het plaatsen van een terrasoverdekking, het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen en de regularisatie van de tuinaanleg met verhardingen en ophogingen.

De aanvraag werd op 21/10/2021 ontvangen en op 17/11/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 27/11/2021 tot en met 26/12/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1967/00148: bouwvergunning op 29/08/1967 voor het bouwen van een landhuis;
  • 2008/11081: stedenbouwkundige vergunning op 16/06/2008 voor het bouwen van een openluchtzwembad van ca. 43,20m²;
  • 2021/00274: omgevingsaanvraag voor plaatsen van een afdak, regularisatie van een carport en tuinaanleg/ verharding en afbraak van een tuinhuis/ afdak – onvolledig.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag diverse constructies aanwezig zijn en handelingen werden uitgevoerd, waarvoor geen vergunning verleend werd. 

Het betreft een carport, afdak, tuinhuis, aanleg verhardingen en wijzigingen van het terreinniveau.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden (deels) opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen.

Milieu

Volgende milieumelding werd aangevraagd op 27/02/1992:

  • 3VL121/nde - 2013248: Lozing NHA en ondergrondse mazoutopslag 5000 liter.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 27/11/2021 tot en met 26/12/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Dienst Patrimonium

Dienst Mobiliteit

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied. 

De te slopen/ te verwijderen constructies bevinden zich in het agrarisch gebied.

De op te richten constructie en te regulariseren verhardingen en terreinophogingen bevinden zich in het woongebied met landelijk karakter.

Woongebied met landelijk karakter

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Agrarisch gebied

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gedeeltelijk gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen, perimeter vijvergebied dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018. 

Volgens de gewestplanbestemming is het perceel niet gelegen in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.

Volgens het begrippenkader van de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP is het perceel evenmin gelegen in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.

Desalniettemin werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur & Bos inzake de inrichting van de buitenruimte binnen de contouren van het RUP zonevreemde woningen.

Het advies van 16/12/2021 van het agentschap Natuur en Bos luidt als volgt:

“Dit dossier omvat geen wijziging van kleine landschapselementen, noch enige ontbossing. Bijgevolg heeft ons agentschap geen adviesverlenende functie in deze.”

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Binnen het agrarische gebied worden slechts constructies verwijderd.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de uitbreiding van de horizontale dakoppervlakte minder bedraagt dan 40m², nl. 29m².

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Individueel te optimaliseren buitengebied”. Een individuele waterbehandeling blijft noodzakelijk.

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

1 – Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

2 – Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

3 – Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er worden geen rookmelders aangegeven op de plannen.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Natuurdecreet

De aanvraag ligt binnen een speciale beschermingszone zijnde vogelrichtlijngebied “Vijvercomplex Midden-Limburg” en deels in habitatrichtlijngebied “Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden”.

De aanvraag heeft geen betrekking op de uitvoering van het natuurdecreet waardoor het ontwerp geen impact heeft op het vogelrichtlijngebied, habitatgebied.

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos.

Het advies van 16/12/2021 van het agentschap Natuur en Bos luidt als volgt:

“Dit dossier omvat geen wijziging van kleine landschapselementen, noch enige ontbossing. Bijgevolg heeft ons agentschap geen adviesverlenende functie in deze.”

Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 15 maart tot 30 juni.

Slopen

De afbraak/ verwijdering van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet rookmelders van 10 maart 2017.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het plaatsen van een terrasoverdekking, het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen en de regularisatie van de tuinaanleg met verhardingen en ophogingen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan De Drij Dreven op de hoek met de Vogelzangstraat, beide gemeentewegen ten noordwesten van het centrum van Zonhoven, nabij de kern Halveweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband langsheen de straatzijden richting centrum, aan de linkerzijde grenst het perceel van de aanvraag aan natuurgebied (bebost), aan de overzijde van de straat bevindt zich een industriële site binnen het BPA Colverenheide. Het perceel rechts van de aanvraag is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 1 bouwlaag en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag werd anno 1968 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning type bungalow met 1 bouwlaag en zeer licht hellend dak. Het gelijkvloers bevindt zich op ca. 1,50m boven het peil van de wegas (1,20m boven het normale maaiveld), de garage ligt op maaiveldniveau. De totale bouwhoogte tot de nok bedraagt 4,70m tegenover het maaiveld. Aansluitend op de inkomhal en leefruimte rechts achteraan het gebouw, werd een verhoogd terras vergund.

In 2008 werd rechts van de woning een openluchtzwembad van 44m² vergund op een afstand van 6,50m van de woning, de diepte bedroeg 1,80m tussen grondpeil en rand zwembad (waterdiepte 1,40m). Hierbij werden geen terreinwijzigingen voorzien/ vergund, noch verhardingen.

Uit de bestaande situatie blijkt dat een vrij aanzienlijke terreinophoging werd doorgevoerd, dat een ruime verharde oppervlakte aanwezig is en dat diverse bijgebouwen werden opgericht.

De bijgebouwen en een gedeelte van de verharding situeren zich aan de linkerzijde van het perceel en grotendeels in het agrarisch gebied. Hier wordt een aangebouwde carport van 29m² verwijderd, een tuinhuis van 17,5m² en een afdak van 29,5m² alsook de aanwezige verhardingen van zo’n 104m².

De ophogingen van het terrein die zich rond het zwembad situeren en de verhardingen die niet als strikt noodzakelijk beschouwd kunnen worden, wenst men te regulariseren.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Binnen de bestaande woning is 1 garage vergund. Aangezien op het vergunde plan anno 1967, noch op het vergunde plan anno 2008 enige verharding voor inritten op het terrein werd ingetekend (enkel een terras van ca. 5m x 7m rechts van de woning), kunnen slechts de strikt noodzakelijke toegangen als vergund beschouwd worden. Als strikt noodzakelijk worden beschouwd: een oprit van 3m breed vanaf De Drij Dreven naar de garage en een toegangspad van 1m breed naar de inkom die zich in de rechter zijgevel bevindt. 

De overige verhardingen op het terrein, behoudens het terras rechts van de woning van ca. 35m², dienen geregulariseerd te worden.

De oprit in klinkers van de garage naar de straat (De Drij Dreven) is voldoende ruim om nog zo’n 5 wagens te parkeren. Ter hoogte van de aansluiting op het openbaar domein heeft de verharding een breedte van net geen 4m en op het terrein waaiert deze uit tot ca. 9,5m breed. Links voor de garage kan een wagen parkeren en rechts van de oprit kunnen 2 wagens parkeren. Op de oprit zelf kunnen voor de garage bijkomend 2 wagens parkeren indien nodig.

De klinkerverharding gaat aan de rechterzijde over in een kiezelverharding tot het klinkerpad naar de inkom van 1m breed. De kiezelverharding heeft een breedte van ca. 5m over een diepte van ca. 7,5m. Ook hier kunnen eventueel nog 2 wagens parkeren.

Op het gewenste inplantingsplan werden verder ook 4 staanplaatsen ingericht aan de Vogelzangstraat, op het openbaar domein. Aan de Vogelzangstraat is ook een 2de inrit aanwezig van meer dan 3m die uitgeeft op de kruising van beide straten en op eigen terrein verder doorgelegd werd met kiezelverharding tot aan de woning. 

Van een breedte van 3,38m waaiert deze verharding uit tot een breedte van zo’n 7,50m en dit over een lengte van ca. 26m. 

Er wordt aangegeven dat deze toegang en verharding bestemd is voor bezoekers(parkeren). Er zijn dan tot 10 bezoekersparkeerplaatsen aanwezig. Dit lijkt ons ruim overdreven voor een normale eengezinswoning. Daarenboven kan het openbaar domein niet zomaar ingericht worden om private parkeerplaatsen te realiseren en kan niet toegestaan worden dat een toegang genomen wordt op een kruising omwille van de verkeersveiligheid. Bovendien wordt principieel slechts 1 inrit per huiskavel toegestaan.

De aanvraag voorziet tot 18 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid. Gelet op de ruime verharde oppervlakte die hiervoor nodig is en de onveilige verkeerssituatie die hier kan ontstaan en het feit dat hiervoor een gedeelte van het openbaar domein ingenomen werd, is dit niet aanvaardbaar.

De toegang via De Drij Dreven, die voorziet in de oprit en aangrenzende parkeerplaatsen, tot en met het klinkerpad naar de inkom is aanvaardbaar en voorziet tot 7 autostaanplaatsen naast de interne garage.

De ruime oprit vanaf de kruising De Drij Dreven/ Vogelzangstraat tot aan het klinkerpad naar de inkom van de woning dient gesupprimeerd te worden als toegang voor voertuigen evenals de parkeerplaatsen/ verharding op het openbaar domein.

Dit standpunt wordt bevestigd door de dienst Mobiliteit (zie verder “Bespreking adviezen”).

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Door de diverse onderdelen van de aanvraag die zowel te verwijderen, nieuwe als te regulariseren constructies betreffen, worden deze apart besproken hieronder. 

De beoordeling heeft evenwel betrekking op het geheel van de aanvraag. De aanvaardbaarheid van bepaalde constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies.

Verwijderen bijgebouwen en gedeelte verharding

Aan de linkerzijde van de woning werd een carport aangebouwd met een oppervlakte van 29m². De verharding werd achter de carport doorgetrokken over een lengte van zo’n 23m en een breedte van ca. 3,5m tot aan 2 bijgebouwen die zich achteraan op het terrein bevinden. Het links gelegen bijgebouw betreft een afdak van 29,5m², opgericht tot tegen de linker perceelgrens met aansluitend een tuinberging aan de rechterzijde met een oppervlakte van 17,5m². De bijgebouwen en een gedeelte van de verharding situeren zich binnen agrarisch gebied.

De aanvraag voorziet in het verwijderen van zowel de carport als de bijgebouwen en de verharding. De vrijgekomen ruimte wordt heraangelegd als groenzone.

Deze werken worden gezien als een positieve aanpassing op het terrein en zijn dan ook aanvaardbaar.

Regularisatie verhardingen

Op de vergunde plannen anno 1967 en 2008 ontbreekt enige verharding voor inritten op het terrein, slechts de verharding van een terras van ca. 5m x 7,30m rechts van de woning werd voorzien in 1967. Bijgevolg kunnen naast dit vergunde terras, slechts de strikt noodzakelijke toegangen als vergund beschouwd worden. Als strikt noodzakelijk worden beschouwd: een oprit van 3m breed vanaf De Drij Dreven naar de garage en een toegangspad van 1m breed naar de inkom die zich in de rechter zijgevel bevindt. 

De overige verhardingen op het terrein wenst men te regulariseren.

Zoals hoger aangehaald en gemotiveerd onder “Mobiliteitsimpact” is het voorziene aantal (mogelijke) parkeerplaatsen overdreven voor een eengezinswoning en is de 2de inrit en aansluitende verharding op het openbaar domein en de toegangsweg naar de woning niet aanvaardbaar in functie van de verkeersveiligheid. De 2de inrit zorgt tevens voor onnodig veel verharding. Bezoekers kunnen ook nog vlot parkeren binnen de verharde zone voor de woning en hun toegang nemen via de inrit aan De Drij Dreven. De 2de toegangsweg over een lengte van zo’n 26m en met een breedte van 3,38m, uitwaaierend tot zo’n 7,5m valt niet te motiveren en is dan ook niet aanvaardbaar.

Aan de voorzijde van de woning kan, naast de vrijgestelde strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning, de aanwezige verharding geregulariseerd worden. Om een vrije doorgang naar de garage te behouden kunnen links van de oprit en rechts van de oprit autostaanplaatsen vergund worden. Aan de rechterzijde reikt de aanvaardbare verharding tot en met het toegangspad naar de woning. Er kunnen binnen deze zone tot 7 wagens in openlucht parkeren.

De verharding werd uitgevoerd in hoofdzakelijk klinkers en deels in kiezels.

Aan de achterzijde en rechterzijde van de woning is een looppad van 1m breed aangelegd en het reeds vergunde terras werd verbreed met ca. 5m over een diepte van ca. 6m diep. De terrasverharding loopt over in de randverharding van het zwembad (1,90m rondom) en aan de achterzijde (zo’n 28m²) en rechterzijde (zo’n 32m²) van het zwembad werden nog bijkomende terrassen aangelegd. De looppaden, terrasuitbreiding, randverharding en terrassen aan het zwembad zijn aanvaardbaar.

Aan de voorzijde van het zwembad werd de helling bekleed met kunstgras, nog eens 75m² aan verharde oppervlakte. Deze bekleding in kunststof is een verharding, een niet duurzaam product en het oogt onnatuurlijk, heeft geen enkele meerwaarde noch enig praktisch gebruik en is dan ook niet aanvaardbaar

De zone van 75m² dient heraangelegd met levend groen.

Nieuwe aanbouw/ terrasoverdekking

Aan de rechterzijde van de woning, ter hoogte van het in 1967 vergunde terras, wenst men een terrasoverdekking van 29m² te plaatsen. De aluminium constructie heeft een breedte van 4m en een bouwdiepte van 7,30m en sluit aan op de woning (thv de inkomzone en leefruimte). De dakrandhoogte van het plat dak bedraagt 2,55m tov het terrasniveau en 4,05m tov het normale maaiveldniveau. De bouwhoogte en bouwdiepte van de bestaande woning worden niet verruimd door de aanbouw. De overdekte buitenruimte sluit visueel voldoende aan op de bestaande bebouwing en zal een verhoging van het gebruiksgenot voor de bewoners zijn.

De gewenste terrasoverdekking is dan ook aanvaardbaar.

Rekening houdende met de aanvaardbare constructies, zal het terrein van 1897m² na de werken een bebouwde oppervlakte van 286m² hebben en een oppervlakte van 390m² aan niet overdekte constructies (verhardingen en zwembad). 

De verhouding van de verharde oppervlakte ten opzichte van de terreinoppervlakte zal hiermee ca. 36% bedragen. Gelet op de omvang van het perceel is dit reeds vrij hoog maar nog aanvaardbaar. 

Het aangevraagde percentage van ca. 46% ligt te hoog; het is niet de bedoeling dat men grotere percelen ruimer extra gaat verharden simpelweg omdat de ruimte beschikbaar is en niet omwille van praktische vereisten.

Aan de linkerzijde en achterzijde van de woning dient de aangegeven 180m² verharde oppervlakte verwijderd te worden alsook de toegangsweg in kiezelverharding (ca. 190m²) en de zone met kunstgras (75m²).

Bodemreliëf

Een ophoging van het bodemreliëf is principieel slechts toegelaten onder volgende voorwaarden:

  • tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau;
  • de ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven;
  • een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen;
  • alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen e.a. uitgravingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De terreinwijziging werden hier reeds doorgevoerd. 

Regularisatie terreinophoging

Gelet op het niveau van het zgn. gelijkvloers met de leefruimtes dat zich op 1,50m boven het normale maaiveld bevindt, kan een plaatselijke ophoging van meer dan 30cm boven het straatpeil toegestaan worden indien dit op geen enkele wijze wateroverlast of een schending van privacy tot gevolg heeft.

De situatie is ontstaan bij de aanleg van het zwembad anno 2008. Er werd aangegeven dat het terreinniveau ongewijzigd zou blijven, het maaiveld bevindt zich op 30cm boven het peil van de wegas. 

Uit de ingediende plannen blijkt dat de bodemplaat van het zwembad (in totaal 1,80m diep) op ca. 1,20m onder het maaiveld voorzien werd en dat de zone rond het zwembad tot op 60cm boven het maaiveld aangehoogd werd en voorzien van een randverharding en terras. 

Op het inplantingsplan wordt aangegeven dat het vergunde terras rechts van de woning doorgetrokken werd tot aan de randverharding van het zwembad en dit op een niveau van 1,20m boven het normale maaiveld. De groenzone tussen dit terras en de achterste perceelgrens ligt eveneens op 1,20m en de zone tussen het zwembad en de achterste perceelgrens ligt op 60cm boven het normale maaiveld. Het is niet geheel duidelijk op welk punt men aansluit op het terreinniveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat. Er wordt slechts aangegeven dat het terreinniveau gelijklopend is. Dit is een voorwaarde om de ophogingen tot tegen de perceelgrens aan te houden!

Indien op enig punt het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat, lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed; dit om afwatering naar de buren te vermijden.

Tussen de opgehoogde zone en de perceelgrenzen langs de straatzijden is voldoende ruimte zodat geen wateroverlast te verwachten valt.

De terreinophoging zoals aangevraagd is aanvaardbaar op voorwaarde dat men langsheen de achterste perceelgrens nergens hoger gaat dan het terreinniveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat en dit over een strook van minstens 1m breed

Indien op enig punt het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat toch lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Zoals hoger aangehaald onder “Mobiliteitsimpact”, is de toegang voor voertuigen ter hoogte van de kruising De Drij Dreven/ Vogelzangstraat en de aanwezige insteekparkeerplaatsen erlangs, niet aanvaardbaar omwille van de verkeersveiligheid.

Zoals hoger aangehaald onder “Bodemreliëf” is de terreinophoging zoals aangevraagd aanvaardbaar op voorwaarde dat dat men langsheen de achterste perceelgrens nergens hoger gaat dan het terreinniveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat en dit over een strook van minstens 1m breed. 

Indien op enig punt het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat toch lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.

Voor het overige dient nagegaan of het niveau van de terrassen en opgehoogde tuinzones privacyhinder kan veroorzaken. Ook dit is afhankelijk van het niveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat. Indien dit effectief gelijklopend ligt met het aangegeven niveau op het perceel van de aanvraag, valt geen inkijk te verwachten; men kan immers voorzien in een gesloten afsluiting tot 2m hoog tussen beide percelen.

Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag toch hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek).

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking onder volgende voorwaarden:

  • Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden.
  • Indien op enig punt langsheen de perceelgrens het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.
  • De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 02/12/2021 van de dienst Mobiliteit is voorwaardelijk gunstig:

Situatie

Het dossier omvat het plaatsen terrasoverdekking, constructie + regularisatie tuinaanleg/verharding + afbraak carport en tuinhuis/afdak - De Drij Dreven 46

Bespreking

  • De Drij Dreven is een lokale weg type 3. De hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). De verblijfsfunctie primeert op deze weg.
  • In de bestaande toestand zijn 2 inritten voorzien. De met klinkers verharde inrit via de Drij Dreven biedt direct toegang tot de inpandige garage en is daarom voor de auto de meest aangewezen toegang tot het perceel. De bezoekersingang is momenteel uitgevoerd in kiezelverharding en bevindt zich op het kruispunt Vogelzangstraat – Drij Dreven. 
  • Ter hoogte van de bezoekersingang aan de Vogelzangstraat is op openbaar domein een parkeerplaats in kiezelverharding aangelegd.
  • Het openbaar domein gelegen langs het perceel aan de zijde van de Drij Dreven is momenteel begroeid met klimop.

Advies dienst:

Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag tot regularisatie van de verharding voorwaardelijk gunstig geadviseerd.

  • De met klinkers verharde inrit ter hoogte van De Drij Dreven wordt geregulariseerd. Deze inrit wordt bij voorkeur ook gebruikt als parkeerplaats voor bezoekers. Hiermee is voldaan aan de parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woonentiteit.

De bezoekersingang aan de Vogelzangstraat doet bij voorkeur geen dienst als oprit/parking voor wagens. De bestaande kiezelverharding kan wel dienst doen als toegang voor bezoekers. Een (gedeeltelijke) ontharding van deze toegangsweg geniet de voorkeur. Op vlak van verkeersveiligheid ter hoogte van de inrit langs de Drij Dreven dient rekening gehouden te worden met de zwakke weggebruiker. 

  • De aangelegde insteekparkeerplaatsen ter hoogte van het openbaar domein langs de Vogelzangstraat zijn niet toegelaten. Deze dienen verwijderd te worden alsook de begroeiing door klimop op het openbaar domein aan de zijde van de Drij Dreven.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 13/12/2021 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“De oprit op openbaar domein dient in waterdoorlatende verharding te worden aangelegd. Het openbaar domein wordt enkel vergund als groenberm.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies maar wenst bijkomend op te merken dat principieel slechts 1 inrit per huiskavel wordt toegestaan, dat de toegang ter hoogte van de kruising niet noodzakelijk is en niet verkeersveilig is en dat deze dan ook niet aanvaardbaar is. Verder wordt ook het advies van de dienst Mobiliteit gevolgd voor betreft de (insteek)parkeerplaatsen die deels op openbaar domein liggen.

De aanvraag is niet verenigbaar voor wat betreft de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden voor wat betreft het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking mits voorwaarden

De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking onder volgende voorwaarden:

  • Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden.
  • Indien op enig punt langsheen de perceelgrens het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.
  • De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding.

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving en aldus vatbaar voor een omgevingsvergunning voor wat betreft het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking onder volgende voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan het decreet rookmelders;
  • Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden.
  • Indien op enig punt langsheen de perceelgrens het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.
  • De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding. 

De omgevingsambtenaar adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden;
  2. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten zoals aangegeven op de ingediende plannen. Indien op enig punt langsheen de perceelgrens, het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens;
  3. De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies;
  4. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  5. Uitgezonderd de inrit aan De Drij Dreven met een breedte van 4 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrenzen, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m binnen een afstand van 5m tot de kruising van De Drij Dreven en Vogelzangstraat, binnen de eerste 5m afstand tot de voorste perceelgrens;
  8. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  9. Het advies van de agentschap dienst Mobiliteit Wegen en Verkeer, dient gevolgd te worden;
  10. De afbraak van de overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  11. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 22/02/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

  • De aanvraag werd ongunstig geadviseerd voor de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding.
  • De aanvraag werd voorwaardelijk gunstig geadviseerd voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Het college van burgemeester en schepenen wenst 1 vergunningsvoorwaarde te schrappen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras, zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De gedeeltelijke omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden;
  2. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten zoals aangegeven op de ingediende plannen. Indien op enig punt langsheen de perceelgrens, het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens;
  3. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  4. Uitgezonderd de inrit aan De Drij Dreven met een breedte van 4 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrenzen, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  5. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  6. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m binnen een afstand van 5m tot de kruising van De Drij Dreven en Vogelzangstraat, binnen de eerste 5m afstand tot de voorste perceelgrens;
  7. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  8. Het advies van de agentschap dienst Mobiliteit Wegen en Verkeer, dient gevolgd te worden;
  9. De afbraak van de overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.