Terug
Gepubliceerd op 09/03/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 01/03/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00206 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00206 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00206 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 22 februari 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00207 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2022_CBS_00207 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00207 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 54.470,47.

3.

2022_CBS_00208 - Infrastructuursubsidies jeugd 2022: aanvraag Scouts en Gidsen Juventa - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2022_CBS_00208 - Infrastructuursubsidies jeugd 2022: aanvraag Scouts en Gidsen Juventa - Goedkeuring

2022_CBS_00208 - Infrastructuursubsidies jeugd 2022: aanvraag Scouts en Gidsen Juventa - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Toelagereglement jeugdinfrastructuur van 22 december 1995, gewijzigd op 3 februari 2003

Feiten context en argumentatie

Meerjarenplan

  • BD000031 De jeugdverenigingen kunnen rekenen op ondersteuning van de gemeente, 2020-2025
  • AP000076 Financiële ondersteuning jeugdverenigingen, 2020-2025
  • AC001242 Het toelagereglement voor jeugdinfrastructuur wordt uitgevoerd, geëvalueerd en eventueel bijgestuurd
  • Krediet 3.000 euro (bij budgetwijziging verhoogd tot 11.500 euro van 2021 t.e.m. 2025)


Op 1 februari 2022 keurde het college van burgemeester en schepenen een subsidie van 323,96 euro (50% van de raming) goed voor het herstellen van ramen en ruiten bij Scouts en Gidsen Juventa. 

De kostprijs voor de werken werd geraamd op 647,92 euro (incl. btw). 

Tijdens de uitvoering van de werken bleek dat de schade groter was, waardoor 3 in plaats van 2 stukken beglazing moesten worden vervangen. Kostprijs bedraagt hierdoor 924,23 euro (incl. btw). Hierdoor is het maximumbedrag van de subsidie, die werd goedgekeurd op 1 februari, slechts 1/3 van de totale factuur en niet 50%. Daarom vragen de scouts of het mogelijk is de subsidie te herzien zodat die in lijn is met de totale kost van de herstellingen. 

Advies jeugddienst

Na de goedkeuring van de subsidies jeugdinfrastructuur op 1 februari, blijft er een restbudget over van 9.415,57 euro voor mogelijke nieuwe aanvragen in 2022. Er is bijgevolg voldoende budget om de subsidie voor de Scouts en Gidsen Juventa te verhogen tot 462,12 euro (zijnde 50% van de werkelijk gemaakte kosten voor het herstellen van ramen en ruiten).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring over de verhoging van de subsidie voor Scouts en Gidsen Juventa voor het herstellen van ramen en ruiten tot 462,12 euro, zodat de subsidie in lijn zit met de totale kost van de herstellingen. 

4.

2022_CBS_00209 - Aanvraag projectsubsidie jeugd voor processie van 24 april 2022 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00209 - Aanvraag projectsubsidie jeugd voor processie van 24 april 2022 - Weigering

2022_CBS_00209 - Aanvraag projectsubsidie jeugd voor processie van 24 april 2022 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 16 februari 2022 ontvingen we van priester Wim Simons een aanvraag voor een projectsubsidie jeugd voor de processie op 24 april. In de bijlage zitten de aanvraag en het antwoord op enkele verduidelijkingsvragen i.v.m. de processie.

Advies jeugdconsulent

Uit deze aanvraag en de communicatie rond de processie blijkt dat het niet om een jeugdproject gaat, maar om een religieus feest voor de lokale geloofsgemeenschap. De organisatie ligt in handen van een werkgroep, die samenwerkt met tal van verenigingen (o.a. scholen en jeugdverenigingen). 

Er ontbreken een aantal essentiële elementen om te kunnen spreken van een jeugdproject, zoals bedoeld in het subsidiereglement jeugd:

  • het project is geen jeugdwerk 
  • de doelgroep is een zeer brede leeftijdsgroep en het project is niet specifiek gericht op jeugd

In principe vragen we voor projectsubsidies advies aan de jeugdraad. Maar omdat de eerstvolgende jeugdraad op 30 april (dus na de processie) plaatsvindt én omdat het duidelijk is dat de processie niet voldoet aan de voorwaarden uit het subsidiereglement, stelt de jeugddienst voor om deze aanvraag te weigeren. Zo vermijden we de verwachting dat er een subsidie volgt, want het subsidiereglement schrijft voor dat in de communicatie rond het project vermeld wordt dat het project "met de steun van de jeugdraad en gemeente Zonhoven" wordt gerealiseerd. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist geen projectsubsidie jeugd toe te kennen aan de processie van verbondenheid van 24 april 2022, gezien het om een religieus feest voor de lokale geloofsgemeenschap gaat. Dit project voldoet niet aan de criteria in het subsidiereglement jeugd.

5.

2022_CBS_00210 - Jeugdraad: verslag vergadering 12 februari 2022 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00210 - Jeugdraad: verslag vergadering 12 februari 2022 - Kennisneming

2022_CBS_00210 - Jeugdraad: verslag vergadering 12 februari 2022 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 12 februari 2022 vergaderde de jeugdraad in de lokalen van Scouts en Gidsen Juventa. 

Agenda

  • Noodfonds jeugd, cultuur en sport: korting huur lokalen
  • Jeugdlokalen Halveweg
  • Grabbelpas: vrijwilligers krokus- en paasvakantie
  • UiTpas: stand van zaken
  • Erkenning jeugdverenigingen
  • Buitenspeeldag 20 april 2022
  • Promotie jeugdwerk/start werkjaar
  • Wijerdag
  • Varia/rondvraag

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de jeugdraad. 

6.

2022_CBS_00211 - Verwerving grond voor inlijving bij het openbaar domein - Viartenstraat - sectie D 101w - Kennisneming

Goedgekeurd
6.

2022_CBS_00211 - Verwerving grond voor inlijving bij het openbaar domein - Viartenstraat - sectie D 101w - Kennisneming

2022_CBS_00211 - Verwerving grond voor inlijving bij het openbaar domein - Viartenstraat - sectie D 101w - Kennisneming
7.

2022_CBS_00212 - OMV - Vergunning - Waardstraat 48 - 2022/00047 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00212 - OMV - Vergunning - Waardstraat 48 - 2022/00047 - Goedkeuring

2022_CBS_00212 - OMV - Vergunning - Waardstraat 48 - 2022/00047 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van een woning.

De aanvraag werd op 21 februari 2022 ontvangen en op 22 februari 2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 21 oktober 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woon- en handelshuis.   (1950/00075)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in agrarisch gebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag niet valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van een woning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Waardstraat, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving en bespreking van de aanvraag

Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning.

De huidige aanvraag omvat het slopen van de aanwezige bebouwing.

De woning met aanhorigheden wordt in zijn totaliteit gesloopt.

Het bestaande hoofdvolume bestaat uit 2 bouwlagen met een zadeldak.

De aanwezige bebouwing heeft een grondoppervlakte van 168m² en een bouwvolume van 920m³.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  4. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  5. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  8. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium. Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  4. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  5. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  8. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium. Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

8.

2022_CBS_00213 - OMV - Vergunning - Herestraat 127 - verkaveling 1334.E.874 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2022_CBS_00213 - OMV - Vergunning - Herestraat 127 - verkaveling 1334.E.874 - Goedkeuring

2022_CBS_00213 - OMV - Vergunning - Herestraat 127 - verkaveling 1334.E.874 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 2 loten. Lot 1 voor een eengezinswoning in open bebouwing. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd.

De aanvraag werd op 27 oktober 2021 ontvangen en op 19 november 2021 ontvankelijk en volledig verklaard

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 29 november  2021 tot en met 28 december 2021. Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1975/00071: stedenbouwkundige vergunning op 27 mei 1975 voor het bouwen van een woonhuis.
  • 1188.E.874.2: verkavelingsvergunning op 3 maart 2015 voor één lot halfopen bebouwing. Deze verkavelingsvergunning is vervallen.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Er kan akkoord gegaan worden met het afsplitsen van de tuinzone voor het oprichten van een vrijstaande eengezinswoning. Bij afbraak van de bestaande woning zal de afstand tot de nieuwe woning 6 meter moeten bedragen.

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 29 november  2021 tot en met 28 december 2021. Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Op 19/11/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.

Op 19/11/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.

Op 19/11/2021 werd advies gevraagd aan Proximus.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Bijzonder plan van aanleg of verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 19 november 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. 

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. 

VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT

Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.

§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.

Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :

1° de storting van een afdoende financiële waarborg;

2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden

Uit het verkavelingsplan, opgesteld door landmeter – expert Johan Paquay, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.  

Decreet grond- en pandenbeleid 

De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare.

De verkaveling sluit niet aan op een andere, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 2 loten. Lot 1 voor een eengezinswoning in open bebouwing. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd. 

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Herestraat, een gemeenteweg, in een woonomgeving op ongeveer 1.200 meter ten oosten van het centrum. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen bebouwing.

Verkavelingsvoorwerp

Het verkavelingsontwerp voorziet in het afsplitsen van een deel van de tuinzone van de bestaande woning voor het creëren van een lot met een oppervlakte van 403m² voor het oprichten van een vrijstaande eengezinswoning met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak.  De woning wordt opgericht op 5,65 meter uit de rooilijn, op   3 meter van de linker perceelgrens en op 1,5 meter van de rechter perceelgrens. De achtertuinzone bedraagt ca. 15 meter. De bouwstrook heeft een maximale breedte van 9,44 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 12 meter. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. 

Mobiliteitsimpact

Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van een eengezinswoning principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven. Er moet een inpandige garage en/of carport voorzien worden of een carport in de zijtuinstrook om de tuin te vrijwaren van overdreven bebouwing en verharding. De voorschriften voorzien in deze stallingsmogelijkheden. De aanvraag heeft een beperkte impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken

In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met schuin of plat dak. De maximale bouwdiepte van 12 meter op het gelijkvloers en 12 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of plat dak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.  

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

Bij de goedkeuring van de verkavelingsvergunning van 2015, dewelke  vervallen is, werd er geopteerd om een halfopen bebouwing te voorzien op de rechter perceelgrens. Van deze visie wordt vandaag de dag afgestapt omdat men niet alleen een vrij brede voorgevel van ca. 30 meter krijgt in het straatbeeld, maar ook omdat het gabarit van de bestaande woning sterk afwijkt van het algemeen gehanteerd gabarit voor halfopen bebouwing, dewelke wordt voorgesteld voor de nieuwe bebouwing. 

Vandaag de dag streeft men op deze locatie, gelegen binnen de afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk , naar een aanvaardbare verdichting waarbij een woondichtheid van 25 wo/ha wordt vooropgesteld. Deze verdichting kan men realiseren door het oprichten van 3 woningen op het eigendom. Voorliggende aanvraag betreft de eerste fase. Het verkavelingsontwerp voorziet in het afsplitsen van een deel van de tuinzone van de bestaande woning voor het creëren van lot 1 voor een vrijstaande eengezinswoning. Na afbraak van de bestaande woning op lot 2 kunnen er nog twee halfopen bebouwingen voorzien worden, waardoor een woondichtheid van 25wo/ha wordt behaald voor het ganse eigendom.

Omdat in het verleden reeds een verkavelingsvergunning werd afgeleverd voor het oprichten van een halfopen bebouwing, maar zoals hierboven reeds aangehaald een halfopen bebouwing hier niet meer gewenst is, en omdat de bestaande woning op termijn zal worden afgebroken waardoor voorliggende situatie slechts tijdelijk is, kan er uitzonderlijk ingestemd worden met het voorliggende verkavelingsontwerp van een vrijstaande bebouwing waarbij de linker zijgevel van de bestaande woning tevens de perceelgrens vormt met het nieuw te creëren bouwlot. 

De inplanting van de woning wordt voorzien op minimum 5,65 meter uit de rooilijn. Hierbij wordt de voorgevelbouwlijn van de aanpalende bebouwing gevolgd. De afstand tot de perceelgrenzen bedraagt aan de linkerzijde minimum 3 meter en aan de rechterzijde minimum 1,5 meter. De 1,5 meter wijkt echter te veel af van de normale bouwvrije zijtuinstrook van 3 meter en zorgt er voor dat de afstand tussen de nieuw op te richten woning en de bestaande woning te beperkt is. Vanuit het straatbeeld zullen beide woningen nog ervaren worden als halfopen bebouwingen. Daarom zal als voorwaarde worden opgelegd dat de bouwvrije zijtuinstrook minimum 2,5 meter dient te bedragen, hetgeen maar een beperkte afwijking is van de normaal gehanteerde 3 meter. Om in de toekomst de noodzakelijke 6 meter te verkrijgen tussen de 2 bebouwingen zal bij het verkavelen van het rechter lot 2 een bouwvrije zijtuinstrook van 3,5 meter i.p.v. 4,5 meter moeten worden voorzien t.o.v. de linker perceelgrens.  

In de verkavelingsvoorschriften wordt een bijgebouw voorgesteld zonder specifieke afmetingen te vermelden. Gelet op de beperkte oppervlakte van de tuinzone, kan er een bijgebouw van maximum 20m² worden opgericht.  Het lot kan maximaal deze oppervlakte dragen.  Er dient wel voorkomen te worden dat er een overdreven terreinverharding ontstaat.  Er wordt bijgevolg opgelegd dat vrijstaande bijgebouwen enkel i.f.v. een berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume (overdekte zitplaats / sauna) mogelijk zijn. Een garagefunctie wordt uitgesloten voor het vrijstaand bijgebouw. Er rest nog voldoende ruimte op het perceel om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bebouwing, niet alleen qua bouwlagen maar ook naar bouwvorm (vrijstaande en gekoppelde), dakvorm (schuin dak en plat dak) en materiaalgebruik. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.   

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het betreft een vrij vlak terrein.  Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder en/of funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de voorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

1.- Het advies van 23/11/2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

Advies Ontwerpbureau
 
Volledig gunstig advies met voorwaarden

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:

  • een forfaitaire kost per bebouwbaar kavel
  • een kost voor ontwerp en veiligheidscoördinatie per project

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
 De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de individuele aanvragers.

Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

2.- Het advies van 24/11/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig: 

Zie bijlage, geen kosten, deze zijn vereffend in 2020, vervallen verkaveling, geen terugbetaling uitgevoerd, deze betaling blijft geldig.

Uw diensten deelden ons mee dat Lenaerts-Bynens de nodige aanvragen/vergunningen heeft/hebben ingediend/bekomen voor gronden gelegen Herestraat 1273520 Zonhoven. 

Hiertoe en conform het “Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten” van de distributienetbeheerder heeft Fluvius onderzocht of de nutsvoorzieningen voor dit project dienen aangelegd of aangepast te worden. 

Voor dit bijkomende bouwperceel langs bestaande wegenis zijn de nutsleidingen elektriciteit, aardgas en kabeltelevisie aanwezig. Er zijn geen extra uitbreidingswerken of netaanpassingen noodzakelijk, noch kosten voor capaciteitsinname van toepassing.

Het nieuwe perceel kan aldus aangesloten worden op de nutsleidingen via de bestaande verdeelnetten in de straat. Wat ons betreft kan het verkoopsattest voor dit project worden vrijgegeven.

Voor de aansluitmodaliteiten en -prijzen van de individuele huisaansluitingen elektriciteit, aardgas, kabeldistributie en riolering verwijzen wij naar onze website www.fluvius.be, of telefonisch via 078 35 35 34. Voor de producten en diensten van kabeldistributie moeten de eigenaars van de percelen contact opnemen met Telenet via www.telenet.be, met een Telenet-verdeler in hun buurt (zie verkooppunten op www.telenet.be) of via het telefoonnummer 015 66 66 66. 

Riolering 

Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de riolering in de aanpalende straat.

De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be/aansluitingen. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.

Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.

Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.

Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.

Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van Fluvius erkende keurders kan u vinden op: www.fluvius.be/nl/thema/aansluitingen/keuring-riolering.

Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:

 - De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

3.- Het advies van 29/11/2021 van Proximus is gunstig

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, mits het opleggen van voorwaarden.  

Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden: 

  1. De afstand van de bouwstrook tot de rechter perceelgrens dient minimum 2,5 meter te bedragen.
  2. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.
  3. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.
  4. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
       a) De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
       b)Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
       c) Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  6. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
  8. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
  10. De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
  11. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  12. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  13. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden.  De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De afstand van de bouwstrook tot de rechter perceelgrens dient minimum 2,5 meter te bedragen.
  2. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.
  3. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.
  4. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
        a) De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
        b) Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
        c) Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  6. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
  8. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
  10. De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
  11. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  12. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  13. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

9.

2022_CBS_00214 - OMV - Vergunning - Bremstraat 8 - 2021/00302 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00214 - OMV - Vergunning - Bremstraat 8 - 2021/00302 - Goedkeuring

2022_CBS_00214 - OMV - Vergunning - Bremstraat 8 - 2021/00302 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van de voorgevel en een overkapping, het heraanleggen van de parking vooraan, het bouwen van een tuinberging met lounge en het aanleggen van een zwemvijver. 

De aanvraag werd op 18/10/2021 ontvangen en op 16/11/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 26/11/2021 tot en met 25/12/2021, gesloten met 1 bezwaarschrift.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 01/10/1971 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen. (1971/00092)
  • Op 22/05/2000 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een carport, door het college van burgemeester en schepenen. (2000/08409)
  • Op 18/08/2008 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het plaatsen van 20,58m² fotovoltaïsche zonnepanelen op het voorste dakvlak van de woning, door het college van burgemeester en schepenen. (2008/11096)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een tuinhuis, verhardingen in voor en achtertuin en een pergola achteraan de woning.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden deels opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren en deels als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 26/11/2021 tot en met 25/12/2021.

Er werden 1 bezwaarschrift ingediend.

Het bezwaar omvat het volgende:

Als eigenaar van het (x) perceel (x) laten wij u weten niet akkoord te zijn met de inplanting van de tuinberging met lounge tegen de perceelgrens.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren neemt omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:

Het plaatsen van een constructie tot tegen of op de perceelgrens dient altijd te gebeuren met een akkoord van de desbetreffende buren. Ook wordt er in de verkavelingsvoorschriften aangehaald dat er een overeenstemming met de buur noodzakelijk is wanneer een constructie wordt voorzien op de perceelscheiding.  Aangezien de eigenaars van het aanpalend perceel niet akkoord gaan met de inplanting van de tuinberging met lounge kan deze niet aanvaard worden op de locatie die voorzien werd door de aanvrager.  

Het ingediende bezwaar is gegrond en wordt weerhouden.

Om bovenstaande redenen zal er opgelegd worden in de vergunningsvoorwaarden dat de tuinberging met lounge op 1m van de linker perceelgrens dient opgericht te worden. 

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied en woonuitbreidingsgebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

De gemeente Zonhoven beschikt reeds over een woonbehoeftestudie. Deze woonbehoeftestudie maakt vanuit de behoefte aan woningen duidelijk dat het gebied niet/wel aangesneden dient te worden.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 27/07/1970 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.295. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik en /of handelshuizen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. 

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Vrijstelling vergunningsplicht 

Volgens art. 2.1.8° van dit besluit geldt ook de vrijstellingsplicht voor niet-overdekte constructies van minder dan 80 m² voor zover zij aangebracht worden op minstens 1 m van de perceelscheiding. Het terras achter de woning en de verharde zone rondom de garage worden aangelegd tot op meer dan 1m van de perceelscheiding en zijn dus vrijgesteld.  Het totaal aan niet-strikt noodzakelijke verhardingen in de achter- en zijtuin, incl. zwemvijver, bedraagt minder dan 80m² en is bijgevolg vrijgesteld.

Het aanleggen van de strikt noodzakelijke toegangen tot de gebouwen is volgens art. 2.1.9° van dit besluit niet vergunningsplichtig. Als strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning wordt hier de verharde zijtuinstrook en een gedeelte van de voortuinstrook bedoeld met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de perceelsgrens.

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor de niet overdekte constructies (verhardingen en zwemvijver). Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de dakoppervlakte van elk nieuw te bouwen constructie minder bedraagt dan 40m².

Riolering

De overloop van een buitenzwembad/zwemvijver wordt beschouwd als regenwaterafvoer. Dit kan u aansluiten op een infiltratievoorziening of sluit u aan op de bestaande aansluiting ter hoogte van het openbaar domein op de bestaande aansluiting. De volgende richtlijnen zijn van toepassing: de bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dient de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Vermits het af te breken bedrijfsgebouw groter is dan 1000m³ dient een sloopinventaris opgemaakt te worden conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van de voorgevel en een overkapping, het heraanleggen van de parking vooraan, het bouwen van een tuinberging met lounge en het aanleggen van een zwemvijver.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 27/07/1970 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Bremstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Momenteel is het perceel bebouwd met een halfopen eengezinswoning. Achteraan de woning werd een overkapping geplaatst. Ook werd er reeds een garage en een carport vergund links achteraan de woning. De voortuin is helemaal aangelegd met kiezels.

Links achter de garage werden er ook reeds kiezels met beplanting geplaatst. Ook werd er nog een pad aangelegd tot achteraan het perceel in klinkers en een terras vlak achteraan de overkapping.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het regulariseren van de voorgevel en een overkapping, het heraanleggen van de parking vooraan, het bouwen van een tuinberging met lounge en het aanleggen van een zwemvijver.

Ook wordt het terras in klinkers, het pad naar achteren in klinkers en de kiezels met beplanting achter de garage verwijderd. In de plaats hiervan worden er siergrassen, struiken, bomen en gras voorzien.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het aangevraagde is zowel in de onmiddellijke als in de ruime omgeving functioneel inpasbaar.

Mobiliteitsimpact

Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.  

De aanvraag voorziet in 3 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

Vooraan de woning en aan de linker zijgevel werden het raam en de voordeur aangepast ten opzichte van de vergunde situatie. De indeling van het venster en de deur is gewijzigd waardoor de voordeur nu aan de voorzijde werd geplaatst met hiernaast een venster en ook een groot venster in de linker zijgevel. De hoogte van de deur en de vensters bedraagt 2,10m vanaf het vloerpeil. Zowel aan de voorzijde als in de linkerzijde is de breedte hiervan 2,40m. Dit betreft enkel een wijziging van het zicht en de bereikbaarheid van de voordeur. Deze wijziging/ regularisatie kan dus aanvaard worden.

Rechts achteraan de woning werd er een overkapping geplaatst zonder het verkrijgen van een vergunning. Deze constructie werd opgericht tot tegen de rechter perceelgrens. De oppervlakte hiervan bedraagt 23,12m². De overkapping werd opgericht met een hellend dak waarvan de kroonlijsthoogte 2,25m bedraagt en de nokhoogte 2,70m bedraagt. De afwerking hiervan werd uitgevoerd uit aluminium met een polycarbonaat dak. Tegen de rechter perceelgrens werd een vaste wand voorzien. Door de bouw van de constructie bedraagt de totale bouwdiepte van de woning 22,40m, hetgeen de maximale bouwdiepte van 17m overschrijdt. Aangezien het een gelijkvloerse woning betreft kan er op geen enkel andere manier een overdekte buitenruimte voorzien worden met voldoende resterende woonruimte. De overkapping werd geplaatst over een reeds bestaand terras. Om deze redenen kan de te regulariseren overkapping, zoals voorgesteld op de plannen, boven een gedeelte van het terras, aanvaard worden op voorwaarde dat dit ten allen tijde een open constructie blijft aan de linkerzijde en de achterzijde. Het overige deel van het terras zal onoverdekt moeten blijven. 

Links achteraan de vergunde garage en carport wordt een tuinberging met lounge voorzien in de aanvraag. Deze wordt ingeplant tot tegen de linker perceelgrens. De totale constructie heeft een oppervlakte van 27m² (6m x 4.50m).  De constructie wordt afgewerkt met een hellend dak waarvan de kroonlijsthoogte 2m en de nokhoogte 2,40m bedraagt. De uitvoering zal gebeuren in Noorse den en een afvoer uit PVC. Het dak wordt afgewerkt met roofing. De afvoer van het hemelwater zal aangesloten worden op de bestaande regenwaterput. Aangezien er een geldig bezwaar werd ingediend tegen het plaatsen van de tuinberging met lounge tot tegen de linker perceelgrens dient deze constructie op 1m van de linker perceelgrens opgericht te worden. Als er voldaan wordt aan deze afstand kan deze constructie aanvaard worden aangezien het slechts een beperkte bergfunctie met zitfunctie betreft die eigen is aan de omgeving. Door het plaatsen van de tuinberging met lounge zal de totale oppervlakte aan losstaande bijgebouwen 60m² bedragen. Dit is het maximale dat het terrein kan dragen in functie van losstaande bijgebouwen.

De bestaande verhardingen van het achterste terras, het pad naar de achtertuin en de kiezel met beplanting links achteraan zullen verwijderd worden. Rechts achteraan, binnen 30m van de reeds vergunde woning, wordt er een zwemvijver voorzien met een oppervlakte van 40m² (8m x 5m). Het plaatsen van deze zwemvijver is vrijgesteld van vergunning aangezien er in de nieuwe toestand van de vergunningsaanvraag slechts 18,60m² aan andere (niet-strikt noodzakelijke) verhardingen aanwezig blijft. Deze verharding betreft het niet overdekte gedeelte van het terras. De overige delen in de achtertuin zullen aangeplant worden met bomen, stuiken en gazon. Hieruit blijkt dat de niet strikt noodzakelijke verhardingen in de zij- en achtertuin 58,60m² bedragen in de nieuwe toestand, hetgeen minder is dan de 80m² aan verhardingen die zijn toegestaan volgens het vrijstellingsbesluit.  

Vooraan de woning wordt de bestaande kiezel voor een groot deel verwijderd en vervangen door beplanting. Aangezien de voortuin zelfs met inbegrip van de vrijgestelde inrit voor 46% bestaat uit verharding kan de nieuwe situatie aan de voorzijde van de woning aanvaard worden.  In functie van een groen straatbeeld wordt er in Zonhoven nl. naar gestreefd de voortuinen voor minstens 50% groen aan te planten. Ter hoogte van de rooilijn en rondom de parkeerplaats zal er een haag voorzien worden zodat het perceel enkel bereikbaar is via de inrit.

Uit bovenstaande gegevens blijkt wel dat de maximale bebouwing op het perceel bereikt werd met uitzondering van de overige vrijgestelde verharding met een oppervlakte van 21,40m² die nog voorzien kan worden in de achtertuin, eventueel voor een pad richting het tuinhuis. Deze verharding dient bij voorkeur aangelegd te  worden in waterdoorlatende materialen.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • de overkapping ten allen tijde een open constructie blijft aan de linkerzijde en de achterzijde.
  • de tuinberging met lounge op 1m van de linker perceelgrens wordt opgericht.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de bestaande inrit, het niet-overdekt terras en de zwemvijver omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de voorgevel en een overkapping, het heraanleggen van de parking vooraan en het bouwen van een tuinberging met lounge, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De overkapping dient ten allen tijde een open constructie te blijven aan de linker- en achtergevel.
  2. De tuinberging met lounge dient op 1m van de linker perceelgrens opgericht te worden.
    Riolering
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  10. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  11. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en

het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Er wordt geen uitspraak gedaan over bestaande inrit, het niet-overdekt terras en de zwemvijver omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de voorgevel en een overkapping, het heraanleggen van de parking vooraan en het bouwen van een tuinberging met lounge, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De overkapping dient ten allen tijde een open constructie te blijven in de linker- en achtergevel.
  2. De tuinberging met lounge dient op 1m van de linker perceelgrens opgericht te worden.
    Riolering
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  10. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  11. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

10.

2022_CBS_00215 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2C - 2021/00301 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2022_CBS_00215 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2C - 2021/00301 - Goedkeuring

2022_CBS_00215 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2C - 2021/00301 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De aanvraag werd op 18 oktober 2021 ontvangen en op 16 november 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 26 november 2021 tot en met 25 december 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 27 mei 1968 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1968/00061)

Op 28 augustus 2018 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd.  De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een perceel in 5 loten voor open bebouwing.

De vergunning omvat tevens het afbreken van alle constructies op het perceel.  (1263.E.874.2)

(VB_2014_135)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl.:

7 juli 2021

“Hoewel we een dergelijke creatieve architectuur zeker appreciëren, hebben we toch een aantal vragen/bemerkingen:

  • Het voorziene voorstel overschrijdt de mogelijkheden van het bouwperceel lot 2.  Het voorstel hypothekeert de mogelijkheden ter hoogte van lot 1 (waar in elk geval de groenzone behouden dient te blijven, zoals voorzien in de verkaveling).  Indien jullie het voorstel, zoals voorzien in de breedte, met een muur, vijver, pad tot tegen de perceelsgrens op deze manier wensen uit te voeren, dienen lot 1 en lot 2 voorafgaandelijk via een bijstelling worden samengevoegd tot één lot.  Hierdoor ontstaat 1 ruim lot, dat meer mogelijkheden biedt.
  • Door de architectuur op de 3D-beelden lijkt het alsof de woning ter hoogte van de voorgevel 3 bouwlagen telt.  Op dat vlak wensen we absoluut geen precedent te scheppen.  Door de reliëfwijzigingen op een andere manier te voorzien kan dit mogelijk vermeden worden.  Of de hoogte toelaatbaar is kunnen we op basis van de huidige plannen moeilijk inschatten gezien we de vergelijking met de aanpalende woningen niet kunnen maken (zie hiervoor de bemerking over de aan te leveren profielen).
  • In de toelichting van de verkavelingsvoorschriften staat vermeld dat reliëfwijzigingen zoveel als mogelijk beperkt dienen te worden, wat niet het geval is.  Hiervan wordt m.a.w. afgeweken, op dit moment kunnen we nog niet de inschatting maken of dit motiveerbaar is (zie volgende bemerking).
  • Door het bestaande reliëf is het van belang dat we een goed zicht hebben op de reliëfwijzigingen per lot.  Graag een profiel met duidelijke hoogtematen tov de as van de weg en één of meerdere dwarsprofielen met daarop het maaiveld van de aanpalende loten (voornamelijk lot 3).  Voor lot 3 is er reeds een omgevingsaanvraag lopende, het is belangrijk dat jullie voorstel hierop aansluit en dat we dit kunnen aftoetsen.  (andersom uiteraard ook)  Graag op alle profielen aanduiding van zowel het bestaande als het nieuwe maaiveld.
  • De bouwdiepte van de verdieping wordt overschreden.  Er dient berekend te worden of de vloerterreinindex wordt overschreden met het gevraagde (een dergelijke berekening wordt best toegevoegd aan de aanvraag).  Indien deze wordt overschreden dient voorafgaandelijk aan de vergunningsaanvraag een bijstelling van de verkaveling bekomen te worden.  (een dergelijke overschrijding zou ook gevolgen hebben voor de max. grootte van een vrijstaand bijgebouw in de tuinzone, gezien de oppervlakte hiervan ook mee in rekening dient te worden gehouden.  Het is mogelijk interessant hier ook reeds over na te denken om latere bijkomende bijstellingen/aanvragen te kunnen vermijden)
  • De afwijking voor de inplanting van de verdieping met 60cm naar voren is toelaatbaar.  Er dient wel bekeken te worden of het ruimtelijk beter zou zijn de voorgevellijn van de verdieping op de bouwlijn te laten starten en de voorgevellijn van het gelijkvloers naar achteren te laten springen.  Dit in het kader van de opzet van de verkaveling met daarbij de getrapte inplanting van de bouwzones en meer specifiek t.o.v. de inplanting van de rechts aanpalende woning.  Mogelijke bijkomende hinderaspecten dienen ten alle tijde vermeden te worden.
  • De afwijking voor de inplanting van de verdieping ter hoogte van de linker bouwvrije strook is niet aanvaardbaar.  De bouwvrije strook dient steeds bouwvrij te blijven.  Dit is enkel mogelijk wanneer de loten worden samengevoegd.
  • De muur die rechts achteraan als tuinmuur wordt doorgetrokken, wordt in principe meegerekend binnen de bouwdiepte, hiervoor dient een afwijking te worden gevraagd.  Deze afwijking is motiveerbaar.
  • Julie schrijven dat de bomen te behouden zijn, deze dienen te worden aangeduid op het inplantingsplan, zodat de beoordeling kan worden gemaakt of dit mogelijk is.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

20 september 2021

  • pad en vijver in linker bouwvrije strook = verwijderd
  • vloerpas voldoet aan verkavelingsvoorwaarden
  • hoogte wijkt slechts 20cm af t.o.v. de verkavelingsvoorschriften (omwille van verbergen zonnepanelen)
  • bomen blijven bewaard
  • men bekijkt inplanting nog, wat meest interessant is t.o.v. andere woningen én rekening houdende met impact op reliëf
  • 60cm overkraging in bouwvrije strook kan niet: wordt herbekeken
  • men kan momenteel loten niet samenvoegen (heeft met verdeling te maken: privaat en zakelijk)
  • men wenst muur tot op perceelsgrens te behouden, i.f.v. visuele, linkse perceel wordt in elk geval behouden als tuinzone.  Deel van muur in bouwvrije strook wordt constructief gemaakt zodat deze afgebroken kan worden moest aanpalend lot toch ooit worden verkocht.  Aanvrager vraagt of hieromtrent voorwaarde kan worden opgenomen.  Ann gaat nog na of dit een wettelijke voorwaarde zou zijn.  Volgens Ann kan dit (voorwaarde moet voldoende precies worden omschreven, is in proportie tot gevraagde, niet afhankelijk van bijkomende beoordeling,...).

Op letten bij opmaak vergunning: tot waar moet muur worden afgebroken bij verkoop lot 1, groenaanplant in de plaats (bv), wanneer moet muur worden afgebroken, bewijs aan te leveren: wanneer, ...”

23 september 2021

“i.v.m. de wettelijkheid van de eventuele voorwaarde omtrent de muur tot tegen de perceelsgrens heb ik mijn bevraagd bij de dienst Contractmanagement.

Hieruit blijkt dat het niet gaat om een wettelijke voorwaarde: "Een omgevingsvergunning heeft een zakelijk karakter, hiermee bedoel ik dat de vergunning aan het perceel “plakt” en in beginsel niets te maken heeft met de eigenaar van dat perceel (of het aangrenzende perceel). Het is m.a.w. grondgebonden en niet persoonsgebonden. Indien er een voorwaarde zou worden opgelegd dewelke uitwerking heeft in geval van wijziging van eigenaar hangt die voorwaarde, dewelke onderdeel is van de vergunning, niet vast aan het perceel maar wel aan de persoon van de eigenaar. Die voorwaarde kan m.i. bijgevolg niet opgelegd worden daar die niet aan de grond gehecht kan worden maar enkel aan de eigenaar, wat m.i. het voorwerp van een omgevingsvergunning overstijgt."
Jammer genoeg zal er dus toch rekening moeten worden gehouden met de verplichte bouwvrije strook.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 26 november 2021 tot en met 25 december 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in natuurgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het achterste gedeelte van het perceel is gelegen in natuurgebied.  Dit gedeelte van het perceel is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.

Gezien de voorgestelde werken zich volledig bevinden in het woongebied dient geen rekening gehouden te worden met het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 28 augustus 2018 door het college van burgemeester en schepenen.   (1263.E.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning met inbegrip van een zorgwoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

Het ontwerp wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Bouwdiepte verdieping (art. 2.1.C.):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte op de verdieping 10m bedraagt vanaf de bouwlijn.

Het ontwerp voorziet een bouwdiepte op de verdieping van 10,62m.

  • Bouwhoogte (art. 2.1.C.):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale kroonlijsthoogte 6,50m bedraagt ten opzichte van het maaiveld.

Het ontwerp voorziet een dakrandhoogte van maximum 6,65m ten opzichte van het maaiveld.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 196,54m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (13,4m²) en het volume (10 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Nieuwe Hazendansweg, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de hal, de keuken en de nachthal.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De inplanting is voorzien op 7,40m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op 3m van de zijdelingse perceelsgrenzen.   De inplanting t.o.v. de rooilijn / voorste perceelgrens is te wijten aan de inplanting van het verdiep.  Deze vangt aan op 0,60m voor de voorgevel van het gelijkvloers.

Het overstekende volume van de verdieping is beperkt in breedte alsook diepte waardoor het niet als storend ervaren zal worden in het straatbeeld.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 16,98m en op de verdieping 10,62m.

De woning wordt uitgevoerd met een plat dak.   De dakrandhoogte is deels voorzien op 3,55m en deels op 6,65m ten opzichte van het maaiveld.

De gevels van de woning worden uitgevoerd in beige/bruin/grijs genuanceerde gevelsteen gecombineerd met grijs genuanceerde betonlook gevelbekleding.

Behoudens de woning worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt een oprit aangelegd die toegang biedt tot de interne garage.  De inrit wordt uitgevoerd in klinkers (43,50m²).

In de rechter zijtuin wordt een toegangspad naar de voordeur van de woning aangelegd.  Dit pad wordt tevens uitgevoerd met klinkers (24,87m²).

Aan de achterzijde van de woning is een niet-overdekt terras voorzien met een oppervlakte van 38,07m².

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor de bouwdiepte op de verdieping en de dakrandhoogte.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte op de verdieping 10m bedraagt vanaf de bouwlijn.

Het ontwerp voorziet een bouwdiepte op de verdieping van 10,62m.

De verdieping vangt aan op 0,60m voor de voorgevel van het gelijkvloers.  Gezien de bouwdiepte van de verdieping 10,62m bedraagt wordt de achtergevel van het verdiep slechts 0,02m dieper voorzien dan wanneer een bouwdiepte van 10m op de verdieping werd voorzien, conform de verkavelingsvoorschriften.

De verruiming van de bouwdiepte bevindt zich dus aan de voorzijde van het gebouw waardoor de privacy van de aangrenzenden gerespecteerd blijft.

Tevens wordt de vloerterreinindex niet overschreden.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale kroonlijsthoogte 6,50m bedraagt ten opzichte van het maaiveld.

Het ontwerp voorziet een dakrandhoogte van maximum 6,65m ten opzichte van het maaiveld.

De woningen in de omgeving variëren sterk qua bouwhoogte en dakprofiel.

De voorgestelde verruiming van de dakrandhoogte met 0,15m zal dan ook niet als storend ervaren worden in het straatbeeld.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden.  De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 1 december 2021 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Gunstig voor de werken zoals aangegeven op de aangeleverde plannen onder voorwaarde dat de twee bomen ten zuiden van de woning worden gerooid en gecompenseerd door aanplant van 2 streekeigen bomen.

Voorwaarden:

Rooien van de 2 bomen ten zuiden van de woning en compenseren door aanplant van 2 streekeigen bomen in een maat niet kleiner dan 18/20.

Deze bomen worden best gerooid omdat ze zo dicht bij te realiseren woningen staan dat meer dan 75% van de wortels gaan beschadigd worden bij het bouwen van de woningen. De te verwachte schade is dusdanig groot dat het veiliger is om ze nu te rooien en te compenseren.

Eén van de twee bomen staat half op de eigendom van de buurman. Rooien van deze boom zal in overleg moeten gebeuren.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich niet aan bij dit advies.

Eén van de te rooien bomen is ingeplant op de perceelgrens met lot nr. 3.  Deze boom dient gerooid te worden in overleg met de buurman.

Deze voorwaarde is afhankelijk van een derde partij.   Bijgevolg is het niet mogelijk om dit als effectieve voorwaarde op te leggen.

Zoals het advies aangeeft zal het behoud van de boom alsook de stabiliteit op termijn een probleem opleveren.

Gezien het rooien van de boom niet als voorwaarde kan opgelegd worden zal als voorwaarde opgenomen worden dat bij het afsterven van deze boom (door beschadiging van het wortelgestel) een nieuwe aanplant dient te gebeuren.  Het rooien van de boom blijft vergunningsplichtig, wanneer een kap zich opdringt zal een nieuwe omgevingsaanvraag dienen te worden ingediend.

Binnen de huidige aanvraag werd de andere boom aangegeven als ‘te behouden’.  Hierdoor wordt niet opgelegd als voorwaarde dat deze boom gerooid dient te worden.

Indien men de boom wenst te rooien, gezien de beperkte overlevingskansen, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

Bij een omgevingsvergunning voor het rooien van de bomen zullen voorwaarden omtrent heraanplant worden opgelegd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  12. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  13. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  12. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  13. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

11.

2022_CBS_00216 - OMV - Vergunning - Dorpsstraat 40 - 2021/00355 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00216 - OMV - Vergunning - Dorpsstraat 40 - 2021/00355 - Goedkeuring

2022_CBS_00216 - OMV - Vergunning - Dorpsstraat 40 - 2021/00355 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het plaatsen van een gevelbanier met uitwendige verlichting.

De aanvraag werd op 14/12/2021 ontvangen en op 05/01/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1962/00165: bouwvergunning op 05/12/1962 voor het verbouwen van de voorgevel;
  • 2001/08702: stedenbouwkundige aanvraag voor het oprichten van 3 appartementen, ingetrokken 23/10/2001;
  • 2001/08823: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag door de deputatie op 05/06/2002 voor het oprichten van 3 appartementen;
  • 2001/08980: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag door de deputatie op 27/02/2003 voor het afbreken van een eengezinswoning;
  • 2003/09251: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag door de deputatie op 15/04/2004 voor het verbouwen van een handelspand tot 2 appartementen.
  • 2021/00306: omgevingsaanvraag voor het plaatsen van zaakgebonden gevelpubliciteit, ingetrokken op 13/12/2021 (nav ongunstig advies wegbeheerder).

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen augustus – oktober 2021 (VB_2016_099).

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Wegen en Verkeer

Onroerend erfgoed

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan - Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999.

Het perceel kreeg als bestemming “zone voor gesloten bebouwing.

Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999.

De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften inzake publiciteit, Titel I, art. 3: “bestaande wetten en reglementen zijn van toepassing”.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte, noch van de verhardingen.

Voetgangersverkeer

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Art. 3 stelt onder meer dat elke weg voor voetgangersverkeer een geheel obstakelvrije loopweg van minstens 1m breed en een vrije hoogte van minstens 2,10 meter moet hebben.

Vermits in de aanvraag de gevelbanier in de voorgevel zich bevindt op een hoogte van 2,85m  kan gesteld worden dat er voldaan wordt aan de verordening van het voetgangersverkeer. 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Artikel 4.3.8. Rooilijnplan

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:

1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.
In afwijking van het eerste lid mag een vergunning worden verleend:
1° die afwijkt van de rooilijn als uit het advies van de wegbeheerder blijkt dat de rooilijn niet binnen vijf jaar na de afgifte van de vergunning zal worden gerealiseerd. Als er na het verstrijken van die termijn wordt onteigend, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde handelingen voortvloeit;
2° die afwijkt van de achteruitbouwstrook als de wegbeheerder een gunstig advies heeft gegeven.
 Werkzaamheden en handelingen waarvoor geen vergunning is vereist, mogen onder dezelfde voorwaarden als vermeld in het eerste en tweede lid worden uitgevoerd na machtiging van de wegbeheerder.

Het perceel is gelegen aan een gewestweg (N715).

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen & Verkeer.

Het advies van 17/01/2022 van het Agentschap Wegen & Verkeer is voorwaardelijk gunstig:

“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de

beslissing toe te sturen.

INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N7150001 van 2.0 +23 tot 2.0 +33):

  • de grens van het openbaar domein is geschat op ca 8.55 meter.
  • de rooilijn valt samen met de bestaande voorgevellijn.
  • de zone van achteruitbouw conform de bepalingen van het BPA.
  • de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 8,55 meter volgens de bepalingen van het BPA.
  • De voorgevel van de bestaande woning blijft behouden in zijn huidige lijninrichting op 8,55 m. uit de as van de weg.

Publiciteit:

  • Afmeting: 1.0 x 0.1 x 2.0, boodschap: Idylia gelukkig wonen, verlicht: uitwendig, inplanting: tegen de voorgevel, t.o.v. rooilijn: op openbaar domein

BESLUIT

Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.

Aandachtspunten gewestweg: (zie bijlage advies voor de volledige versie)

17Publiciteit:

  • Bij het plaatsen van publiciteit reclame en uithangborden op afzonderlijke constructies in de zone van achteruitbouw is het volgende van toepassing:
  1. de totale oppervlakte van de constructie, met inbegrip van de borden (éénzijdig), van één vestiging wordt beperkt tot 5 m². De totale hoogte van de constructie (bord inbegrepen) wordt beperkt tot 4 meter. De afstand naar de perceelgrens tussen de private eigendommen moet minstens 1,5 maal de totale hoogte van de constructie bedragen.
  2. het bord en de dragende constructie mogen geen hinder betekenen voor de zichtbaarheid op het verkeer van de gewestweg t.h.v. de kruispunten en/of private uitritten.
  3. het bord noch de constructie mogen verder reiken dan de rooilijn.
  • Omwille van de verkeersveiligheid is het verboden inrichtingen aan te brengen die de bestuurders verblinden of misleiden, die - geheel of gedeeltelijk - verkeerstekens voorstellen of nabootsen, die van op enige afstand met deze tekens verward kunnen worden of die op enige andere wijze de doelmatigheid van reglementaire tekens aantasten. Inrichtingen die zich op minder dan 7 meter boven de grond bevinden binnen een afstand van 75 meter van verkeerslichten, mogen geen lichtweergevende of reflecterende rode, groene of oranje tint hebben.
  • Lichtgevende en verlichte publiciteit mag om veiligheidsredenen de aandacht van de automobilisten ’s nachts niet te veel afleiden. De cijfers en limietwaarden die in de meeste normen en reglementeringen voor de luminescentie van lichtgevende of verlichte publiciteit worden vermeld zijn dan ook grotendeels ingegeven om de lichtsignalisatie langs verkeerswegen niet te verstoren.

VLAREM bepaalt dat, om lichthinder te voorkomen, lichtreclame in intensiteit de openbare

      verlichting niet mag overtreffen.

  • Vanaf een bepaald nachtelijk uur is het ‘rendement’ van verlichte publiciteit zeer klein gezien het beperkte aantal toeschouwers dat nog langskomt of voorbijrijdt. Een volledig doven van publiciteit na een bepaald uur (b.v. 22 u) is dan ook het aangewezen middel om de lichtvervuiling te beperken.
  • Om lichtvervuiling te bestrijden en uit veiligheidsoogpunt dient de luminescentie van lichtgevende en verlichte publiciteitsborden beperkt te worden tot volgende waarden:
  1.       Oppervlakte van het lichtgevend vlak:

                  <= 0,5 m² (max. luminescentie 500 cd/m²)

                  > 0,5 m² en < 10m² (max. luminescentie 400 cd/m²)

                  > 10 m² (max. luminescentie 300 cd/m²)

Bovenvermelde waarden gelden voor elke plaats op het voetpad of aan de rand van de weg op een hoogte van 1,60 meter (d.w.z. voetpad aan dezelfde zijde van de weg als het publiciteitsbord of aan de overzijde van de weg) en voor elke plaats in een vensteropening van een woning.

De vermelde luminescentiewaarden hebben betrekking op metingen uitgevoerd met een gekalibreerde luminescentiemeter, die nauwkeurig aan de ooggevoeligheidskromme is aangepast (norm CIE 698).

 Voor elke meting moet de openingshoek aangepast worden naargelang het te meten detail van het reclamebord.

  • Indien een publiciteitsbord verlicht wordt met een gerichte lichtbron (projector, spot) dan moet deze lichtbron het publiciteitsbord beschijnen van boven naar onder; de lichtbron mag alleen het oppervlak van het publiciteitsbord verlichten, m.a.w.: er mag geen rechtstreekse opwaartse, zijwaartse, achterwaartse of neerwaartse (onder het publiciteitsbord) uitstraling zijn door de lichtbron.
  • De vergunninghouder is zowel tegenover het Vlaams Gewest als tegenover derden aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van het plaatsen, het gebrek aan onderhoud of het bestaan van de vergunde borden.

De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan/ achteruitbouwstrook.

De aandachtspunten in het advies van de wegbeheerder dienen gerespecteerd te worden.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de aanvraag geen bodemingreep omvat.

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

OVERIGE REGELGEVING

De aanvraag werd voorgelegd aan het agentschap Onroerend Erfgoed aangezien het een beschermd monument betreft.

Het advies van 11/01/2022 van het agentschap Onroerend Erfgoed is voorwaardelijk gunstig:

“Het agentschap Onroerend Erfgoed heeft uw adviesvraag goed ontvangen op 05/01/2022. Voor de gevraagde handelingen verlenen we onder voorwaarden een gunstig advies (omgevingsvergunning art. 6.4.4, §2)

Motivering

Het pand Dorpsstraat 40 werd beschermd als monument omwille van de historische, historische in casu architectuurhistorische en sociaal-culturele waarde. De aanvraag betreft het aanbrengen van een haakse gevelbanier.

De aanvraag werd beoordeeld aan de hand van het afwegingskader ‘Publiciteit in en aan beschermd erfgoed’. 

Het voorstel houdt voldoende rekening met de erfgoedwaarden van het pand, en kan bijgevolg goedgekeurd worden, op voorwaarde dat men bij plaatsing van de banier geen schade toebrengt aan de bakstenen (bevestiging in de voegen voorzien).

Als de aanvraag aan deze voorwaarde voldoet, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als men niet aan de voorwaarden voldoet, dan is ons advies ongunstig.

In ons advies voor vergunningsplichtige werken aan publiek toegankelijke gebouwen maken we altijd een afweging tussen het behoud van de erfgoedwaarden en de toegankelijkheid. In dit dossier komen de werken voor toegankelijkheid voldoende overeen met de erfgoedwaarden (art.35 Besluit Vlaamse Regering van 5 juni 2009 over toegankelijkheid tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid).”

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de voorwaarden en aandachtspunten van de wegbeheerder, het agentschap Wegen en Verkeer en aan de voorwaarden van het agentschap Onroerend Erfgoed.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het plaatsen van een gevelbanier met uitwendige verlichting.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een gemeentelijk plan van aanleg waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

Voor de plaatsing van publiciteit wordt binnen de voorschriften inzake publiciteit, Titel I, art. 3, slechts het volgende aangegeven: “bestaande wetten en reglementen zijn van toepassing”.

Gelet op de uitvoering van werken aan een beschermd monument wordt het aangevraagde afgetoetst aan de goede ruimtelijke ordening met inachtneming van de visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Dorpsstraat, een gewestweg in het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in gesloten verband in combinatie met kleinschalige handelsfuncties.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat het plaatsen van een haakse gevelbanier met zaak gebonden publiciteit en een externe verlichting.

Beoordeling

Er wordt een gevelpubliciteit voorzien aan de rechterzijde van de voorgevel tussen de 2 raamopeningen van de verdieping.

Het geheel bestaan uit een frame met doek met een maximale hoogte van 3m en steekt maximaal 1m uit over de gevellijn. De doek met publiciteit heeft een hoogte van 2m en een breedte van 70cm.

Gelet op de plaatsing aan de voorgevel van een beschermd dorpsgezicht, is het uiterlijk bepalend.

De detailplannen van de voorziene publiciteit geven geen materiaalgebruik weer voor het frame, uit de aangeleverde informatie blijkt dat men 2 muursteunen, vermoedelijk in metaal, aan de gevel plaatst in een zwarte kleur en een vormgeving type art nouveau die passend is bij het bestaande uiterlijk. De publiciteitsdoek die tussen de gevelhaken geplaatst worden is sober gehouden, ongeveer ¾ heeft een zwarte kleur met witte belettering en ongeveer ¼ heeft een witte kleur met zwarte belettering. Verder is slechts een lichtgroene randlijn en weergave van een klavertje 4 voorzien.

Visueel sluit het gevraagde aan op de bestaande bebouwing.

Wat de cultuur historische aspecten betreft, worden de beperkingen qua omvang, verlichting en plaatsing gevolgd zoals opgelegd door de wegbeheerder en het agentschap Onroerend Erfgoed. 

De omvang is beperkt en vrij luchtig gehouden, op voldoende hoogte aangebracht tussen 2 ramen waardoor de ritmiek van de gevel niet verstoord wordt. 

De wijze van verlichting wordt niet omschreven, slechts binnen de invulvelden op het omgevingsloket werd aangegeven dat een externe verlichting voorzien is.

Indien effectief de plaatsing van verlichting voorzien is, mag de uitvoering evenmin schade toebrengen aan de bakstenen (zie ook advies Onroerend Erfgoed). De lichtsterkte dient beperkt te blijven en voorzien in een warm witte kleur. Verlichting van de gevelbanier kan slechts van onder naar boven gericht worden en enkel op de publiciteitsdoek zelf gericht.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat men bij plaatsing van de banier geen schade toebrengt aan de bakstenen (bevestiging in de voegen voorzien), zoals opgelegd in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 11/01/2022 van het agentschap Onroerend Erfgoed is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald ‘zie “Overige regelgeving”).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 17/01/2022 van het agentschap Wegen en Verkeer is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Decretale beoordelingselementen”).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening op voorwaarde dat men bij plaatsing van de banier geen schade toebrengt aan de bakstenen (bevestiging in de voegen voorzien), zoals opgelegd in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het naleven van de voorwaarden en aandachtspunten zoals opgelegd in de adviezen van het agentschap Wegen en Verkeer en het  agentschap Onroerend Erfgoed.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het plaatsen van een haakse gevelbanier voor zaakgebonden publiciteit, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende voorwaarden en aandachtspunten, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed, zoals gevoegd in bijlage;
  3. Bij de plaatsing van externe verlichting, mag de uitvoering geen schade toebrengen aan de bakstenen (zie ook advies Onroerend Erfgoed). De lichtsterkte dient beperkt te blijven en voorzien in een warm witte kleur. Verlichting van de gevelbanier kan slechts van onder naar boven gericht worden en enkel op de publiciteitsdoek zelf;
  4. Een bewijs van correcte uitvoering (foto’s) volgens de voorwaarden, dient aangeleverd na de plaatsing aan de dienst Vergunningen & Handhaving, uiterlijk 1 maand na uitvoering;
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  6. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 23/02/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het plaatsen van een haakse gevelbanier voor zaakgebonden publiciteit, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende voorwaarden en aandachtspunten, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed, zoals gevoegd in bijlage;
  3. Bij de plaatsing van externe verlichting, mag de uitvoering geen schade toebrengen aan de bakstenen (zie ook advies Onroerend Erfgoed). De lichtsterkte dient beperkt te blijven en voorzien in een warm witte kleur. Verlichting van de gevelbanier kan slechts van onder naar boven gericht worden en enkel op de publiciteitsdoek zelf;
  4. Een bewijs van correcte uitvoering (foto’s) volgens de voorwaarden, dient aangeleverd na de plaatsing aan de dienst Vergunningen & Handhaving, uiterlijk 1 maand na uitvoering;
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  6. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

12.

2022_CBS_00217 - OMV - Vergunning - De Drij Dreven 46 - 2021/00304 - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Afwezig
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00217 - OMV - Vergunning - De Drij Dreven 46 - 2021/00304 - Gedeeltelijke goedkeuring

2022_CBS_00217 - OMV - Vergunning - De Drij Dreven 46 - 2021/00304 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het plaatsen van een terrasoverdekking, het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen en de regularisatie van de tuinaanleg met verhardingen en ophogingen.

De aanvraag werd op 21/10/2021 ontvangen en op 17/11/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 27/11/2021 tot en met 26/12/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1967/00148: bouwvergunning op 29/08/1967 voor het bouwen van een landhuis;
  • 2008/11081: stedenbouwkundige vergunning op 16/06/2008 voor het bouwen van een openluchtzwembad van ca. 43,20m²;
  • 2021/00274: omgevingsaanvraag voor plaatsen van een afdak, regularisatie van een carport en tuinaanleg/ verharding en afbraak van een tuinhuis/ afdak – onvolledig.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag diverse constructies aanwezig zijn en handelingen werden uitgevoerd, waarvoor geen vergunning verleend werd. 

Het betreft een carport, afdak, tuinhuis, aanleg verhardingen en wijzigingen van het terreinniveau.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden (deels) opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen.

Milieu

Volgende milieumelding werd aangevraagd op 27/02/1992:

  • 3VL121/nde - 2013248: Lozing NHA en ondergrondse mazoutopslag 5000 liter.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 27/11/2021 tot en met 26/12/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Dienst Patrimonium

Dienst Mobiliteit

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied. 

De te slopen/ te verwijderen constructies bevinden zich in het agrarisch gebied.

De op te richten constructie en te regulariseren verhardingen en terreinophogingen bevinden zich in het woongebied met landelijk karakter.

Woongebied met landelijk karakter

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Agrarisch gebied

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gedeeltelijk gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen, perimeter vijvergebied dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018. 

Volgens de gewestplanbestemming is het perceel niet gelegen in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.

Volgens het begrippenkader van de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP is het perceel evenmin gelegen in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.

Desalniettemin werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur & Bos inzake de inrichting van de buitenruimte binnen de contouren van het RUP zonevreemde woningen.

Het advies van 16/12/2021 van het agentschap Natuur en Bos luidt als volgt:

“Dit dossier omvat geen wijziging van kleine landschapselementen, noch enige ontbossing. Bijgevolg heeft ons agentschap geen adviesverlenende functie in deze.”

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Binnen het agrarische gebied worden slechts constructies verwijderd.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de uitbreiding van de horizontale dakoppervlakte minder bedraagt dan 40m², nl. 29m².

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Individueel te optimaliseren buitengebied”. Een individuele waterbehandeling blijft noodzakelijk.

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

1 – Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

2 – Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

3 – Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er worden geen rookmelders aangegeven op de plannen.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Natuurdecreet

De aanvraag ligt binnen een speciale beschermingszone zijnde vogelrichtlijngebied “Vijvercomplex Midden-Limburg” en deels in habitatrichtlijngebied “Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden”.

De aanvraag heeft geen betrekking op de uitvoering van het natuurdecreet waardoor het ontwerp geen impact heeft op het vogelrichtlijngebied, habitatgebied.

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos.

Het advies van 16/12/2021 van het agentschap Natuur en Bos luidt als volgt:

“Dit dossier omvat geen wijziging van kleine landschapselementen, noch enige ontbossing. Bijgevolg heeft ons agentschap geen adviesverlenende functie in deze.”

Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 15 maart tot 30 juni.

Slopen

De afbraak/ verwijdering van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet rookmelders van 10 maart 2017.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het plaatsen van een terrasoverdekking, het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen en de regularisatie van de tuinaanleg met verhardingen en ophogingen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan De Drij Dreven op de hoek met de Vogelzangstraat, beide gemeentewegen ten noordwesten van het centrum van Zonhoven, nabij de kern Halveweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband langsheen de straatzijden richting centrum, aan de linkerzijde grenst het perceel van de aanvraag aan natuurgebied (bebost), aan de overzijde van de straat bevindt zich een industriële site binnen het BPA Colverenheide. Het perceel rechts van de aanvraag is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 1 bouwlaag en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag werd anno 1968 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning type bungalow met 1 bouwlaag en zeer licht hellend dak. Het gelijkvloers bevindt zich op ca. 1,50m boven het peil van de wegas (1,20m boven het normale maaiveld), de garage ligt op maaiveldniveau. De totale bouwhoogte tot de nok bedraagt 4,70m tegenover het maaiveld. Aansluitend op de inkomhal en leefruimte rechts achteraan het gebouw, werd een verhoogd terras vergund.

In 2008 werd rechts van de woning een openluchtzwembad van 44m² vergund op een afstand van 6,50m van de woning, de diepte bedroeg 1,80m tussen grondpeil en rand zwembad (waterdiepte 1,40m). Hierbij werden geen terreinwijzigingen voorzien/ vergund, noch verhardingen.

Uit de bestaande situatie blijkt dat een vrij aanzienlijke terreinophoging werd doorgevoerd, dat een ruime verharde oppervlakte aanwezig is en dat diverse bijgebouwen werden opgericht.

De bijgebouwen en een gedeelte van de verharding situeren zich aan de linkerzijde van het perceel en grotendeels in het agrarisch gebied. Hier wordt een aangebouwde carport van 29m² verwijderd, een tuinhuis van 17,5m² en een afdak van 29,5m² alsook de aanwezige verhardingen van zo’n 104m².

De ophogingen van het terrein die zich rond het zwembad situeren en de verhardingen die niet als strikt noodzakelijk beschouwd kunnen worden, wenst men te regulariseren.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Binnen de bestaande woning is 1 garage vergund. Aangezien op het vergunde plan anno 1967, noch op het vergunde plan anno 2008 enige verharding voor inritten op het terrein werd ingetekend (enkel een terras van ca. 5m x 7m rechts van de woning), kunnen slechts de strikt noodzakelijke toegangen als vergund beschouwd worden. Als strikt noodzakelijk worden beschouwd: een oprit van 3m breed vanaf De Drij Dreven naar de garage en een toegangspad van 1m breed naar de inkom die zich in de rechter zijgevel bevindt. 

De overige verhardingen op het terrein, behoudens het terras rechts van de woning van ca. 35m², dienen geregulariseerd te worden.

De oprit in klinkers van de garage naar de straat (De Drij Dreven) is voldoende ruim om nog zo’n 5 wagens te parkeren. Ter hoogte van de aansluiting op het openbaar domein heeft de verharding een breedte van net geen 4m en op het terrein waaiert deze uit tot ca. 9,5m breed. Links voor de garage kan een wagen parkeren en rechts van de oprit kunnen 2 wagens parkeren. Op de oprit zelf kunnen voor de garage bijkomend 2 wagens parkeren indien nodig.

De klinkerverharding gaat aan de rechterzijde over in een kiezelverharding tot het klinkerpad naar de inkom van 1m breed. De kiezelverharding heeft een breedte van ca. 5m over een diepte van ca. 7,5m. Ook hier kunnen eventueel nog 2 wagens parkeren.

Op het gewenste inplantingsplan werden verder ook 4 staanplaatsen ingericht aan de Vogelzangstraat, op het openbaar domein. Aan de Vogelzangstraat is ook een 2de inrit aanwezig van meer dan 3m die uitgeeft op de kruising van beide straten en op eigen terrein verder doorgelegd werd met kiezelverharding tot aan de woning. 

Van een breedte van 3,38m waaiert deze verharding uit tot een breedte van zo’n 7,50m en dit over een lengte van ca. 26m. 

Er wordt aangegeven dat deze toegang en verharding bestemd is voor bezoekers(parkeren). Er zijn dan tot 10 bezoekersparkeerplaatsen aanwezig. Dit lijkt ons ruim overdreven voor een normale eengezinswoning. Daarenboven kan het openbaar domein niet zomaar ingericht worden om private parkeerplaatsen te realiseren en kan niet toegestaan worden dat een toegang genomen wordt op een kruising omwille van de verkeersveiligheid. Bovendien wordt principieel slechts 1 inrit per huiskavel toegestaan.

De aanvraag voorziet tot 18 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid. Gelet op de ruime verharde oppervlakte die hiervoor nodig is en de onveilige verkeerssituatie die hier kan ontstaan en het feit dat hiervoor een gedeelte van het openbaar domein ingenomen werd, is dit niet aanvaardbaar.

De toegang via De Drij Dreven, die voorziet in de oprit en aangrenzende parkeerplaatsen, tot en met het klinkerpad naar de inkom is aanvaardbaar en voorziet tot 7 autostaanplaatsen naast de interne garage.

De ruime oprit vanaf de kruising De Drij Dreven/ Vogelzangstraat tot aan het klinkerpad naar de inkom van de woning dient gesupprimeerd te worden als toegang voor voertuigen evenals de parkeerplaatsen/ verharding op het openbaar domein.

Dit standpunt wordt bevestigd door de dienst Mobiliteit (zie verder “Bespreking adviezen”).

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Door de diverse onderdelen van de aanvraag die zowel te verwijderen, nieuwe als te regulariseren constructies betreffen, worden deze apart besproken hieronder. 

De beoordeling heeft evenwel betrekking op het geheel van de aanvraag. De aanvaardbaarheid van bepaalde constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies.

Verwijderen bijgebouwen en gedeelte verharding

Aan de linkerzijde van de woning werd een carport aangebouwd met een oppervlakte van 29m². De verharding werd achter de carport doorgetrokken over een lengte van zo’n 23m en een breedte van ca. 3,5m tot aan 2 bijgebouwen die zich achteraan op het terrein bevinden. Het links gelegen bijgebouw betreft een afdak van 29,5m², opgericht tot tegen de linker perceelgrens met aansluitend een tuinberging aan de rechterzijde met een oppervlakte van 17,5m². De bijgebouwen en een gedeelte van de verharding situeren zich binnen agrarisch gebied.

De aanvraag voorziet in het verwijderen van zowel de carport als de bijgebouwen en de verharding. De vrijgekomen ruimte wordt heraangelegd als groenzone.

Deze werken worden gezien als een positieve aanpassing op het terrein en zijn dan ook aanvaardbaar.

Regularisatie verhardingen

Op de vergunde plannen anno 1967 en 2008 ontbreekt enige verharding voor inritten op het terrein, slechts de verharding van een terras van ca. 5m x 7,30m rechts van de woning werd voorzien in 1967. Bijgevolg kunnen naast dit vergunde terras, slechts de strikt noodzakelijke toegangen als vergund beschouwd worden. Als strikt noodzakelijk worden beschouwd: een oprit van 3m breed vanaf De Drij Dreven naar de garage en een toegangspad van 1m breed naar de inkom die zich in de rechter zijgevel bevindt. 

De overige verhardingen op het terrein wenst men te regulariseren.

Zoals hoger aangehaald en gemotiveerd onder “Mobiliteitsimpact” is het voorziene aantal (mogelijke) parkeerplaatsen overdreven voor een eengezinswoning en is de 2de inrit en aansluitende verharding op het openbaar domein en de toegangsweg naar de woning niet aanvaardbaar in functie van de verkeersveiligheid. De 2de inrit zorgt tevens voor onnodig veel verharding. Bezoekers kunnen ook nog vlot parkeren binnen de verharde zone voor de woning en hun toegang nemen via de inrit aan De Drij Dreven. De 2de toegangsweg over een lengte van zo’n 26m en met een breedte van 3,38m, uitwaaierend tot zo’n 7,5m valt niet te motiveren en is dan ook niet aanvaardbaar.

Aan de voorzijde van de woning kan, naast de vrijgestelde strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning, de aanwezige verharding geregulariseerd worden. Om een vrije doorgang naar de garage te behouden kunnen links van de oprit en rechts van de oprit autostaanplaatsen vergund worden. Aan de rechterzijde reikt de aanvaardbare verharding tot en met het toegangspad naar de woning. Er kunnen binnen deze zone tot 7 wagens in openlucht parkeren.

De verharding werd uitgevoerd in hoofdzakelijk klinkers en deels in kiezels.

Aan de achterzijde en rechterzijde van de woning is een looppad van 1m breed aangelegd en het reeds vergunde terras werd verbreed met ca. 5m over een diepte van ca. 6m diep. De terrasverharding loopt over in de randverharding van het zwembad (1,90m rondom) en aan de achterzijde (zo’n 28m²) en rechterzijde (zo’n 32m²) van het zwembad werden nog bijkomende terrassen aangelegd. De looppaden, terrasuitbreiding, randverharding en terrassen aan het zwembad zijn aanvaardbaar.

Aan de voorzijde van het zwembad werd de helling bekleed met kunstgras, nog eens 75m² aan verharde oppervlakte. Deze bekleding in kunststof is een verharding, een niet duurzaam product en het oogt onnatuurlijk, heeft geen enkele meerwaarde noch enig praktisch gebruik en is dan ook niet aanvaardbaar

De zone van 75m² dient heraangelegd met levend groen.

Nieuwe aanbouw/ terrasoverdekking

Aan de rechterzijde van de woning, ter hoogte van het in 1967 vergunde terras, wenst men een terrasoverdekking van 29m² te plaatsen. De aluminium constructie heeft een breedte van 4m en een bouwdiepte van 7,30m en sluit aan op de woning (thv de inkomzone en leefruimte). De dakrandhoogte van het plat dak bedraagt 2,55m tov het terrasniveau en 4,05m tov het normale maaiveldniveau. De bouwhoogte en bouwdiepte van de bestaande woning worden niet verruimd door de aanbouw. De overdekte buitenruimte sluit visueel voldoende aan op de bestaande bebouwing en zal een verhoging van het gebruiksgenot voor de bewoners zijn.

De gewenste terrasoverdekking is dan ook aanvaardbaar.

Rekening houdende met de aanvaardbare constructies, zal het terrein van 1897m² na de werken een bebouwde oppervlakte van 286m² hebben en een oppervlakte van 390m² aan niet overdekte constructies (verhardingen en zwembad). 

De verhouding van de verharde oppervlakte ten opzichte van de terreinoppervlakte zal hiermee ca. 36% bedragen. Gelet op de omvang van het perceel is dit reeds vrij hoog maar nog aanvaardbaar. 

Het aangevraagde percentage van ca. 46% ligt te hoog; het is niet de bedoeling dat men grotere percelen ruimer extra gaat verharden simpelweg omdat de ruimte beschikbaar is en niet omwille van praktische vereisten.

Aan de linkerzijde en achterzijde van de woning dient de aangegeven 180m² verharde oppervlakte verwijderd te worden alsook de toegangsweg in kiezelverharding (ca. 190m²) en de zone met kunstgras (75m²).

Bodemreliëf

Een ophoging van het bodemreliëf is principieel slechts toegelaten onder volgende voorwaarden:

  • tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau;
  • de ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven;
  • een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen;
  • alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen e.a. uitgravingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De terreinwijziging werden hier reeds doorgevoerd. 

Regularisatie terreinophoging

Gelet op het niveau van het zgn. gelijkvloers met de leefruimtes dat zich op 1,50m boven het normale maaiveld bevindt, kan een plaatselijke ophoging van meer dan 30cm boven het straatpeil toegestaan worden indien dit op geen enkele wijze wateroverlast of een schending van privacy tot gevolg heeft.

De situatie is ontstaan bij de aanleg van het zwembad anno 2008. Er werd aangegeven dat het terreinniveau ongewijzigd zou blijven, het maaiveld bevindt zich op 30cm boven het peil van de wegas. 

Uit de ingediende plannen blijkt dat de bodemplaat van het zwembad (in totaal 1,80m diep) op ca. 1,20m onder het maaiveld voorzien werd en dat de zone rond het zwembad tot op 60cm boven het maaiveld aangehoogd werd en voorzien van een randverharding en terras. 

Op het inplantingsplan wordt aangegeven dat het vergunde terras rechts van de woning doorgetrokken werd tot aan de randverharding van het zwembad en dit op een niveau van 1,20m boven het normale maaiveld. De groenzone tussen dit terras en de achterste perceelgrens ligt eveneens op 1,20m en de zone tussen het zwembad en de achterste perceelgrens ligt op 60cm boven het normale maaiveld. Het is niet geheel duidelijk op welk punt men aansluit op het terreinniveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat. Er wordt slechts aangegeven dat het terreinniveau gelijklopend is. Dit is een voorwaarde om de ophogingen tot tegen de perceelgrens aan te houden!

Indien op enig punt het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat, lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed; dit om afwatering naar de buren te vermijden.

Tussen de opgehoogde zone en de perceelgrenzen langs de straatzijden is voldoende ruimte zodat geen wateroverlast te verwachten valt.

De terreinophoging zoals aangevraagd is aanvaardbaar op voorwaarde dat men langsheen de achterste perceelgrens nergens hoger gaat dan het terreinniveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat en dit over een strook van minstens 1m breed

Indien op enig punt het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat toch lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Zoals hoger aangehaald onder “Mobiliteitsimpact”, is de toegang voor voertuigen ter hoogte van de kruising De Drij Dreven/ Vogelzangstraat en de aanwezige insteekparkeerplaatsen erlangs, niet aanvaardbaar omwille van de verkeersveiligheid.

Zoals hoger aangehaald onder “Bodemreliëf” is de terreinophoging zoals aangevraagd aanvaardbaar op voorwaarde dat dat men langsheen de achterste perceelgrens nergens hoger gaat dan het terreinniveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat en dit over een strook van minstens 1m breed. 

Indien op enig punt het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat toch lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.

Voor het overige dient nagegaan of het niveau van de terrassen en opgehoogde tuinzones privacyhinder kan veroorzaken. Ook dit is afhankelijk van het niveau van de aanpalende huiskavel aan de Vogelzangstraat. Indien dit effectief gelijklopend ligt met het aangegeven niveau op het perceel van de aanvraag, valt geen inkijk te verwachten; men kan immers voorzien in een gesloten afsluiting tot 2m hoog tussen beide percelen.

Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag toch hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek).

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking onder volgende voorwaarden:

  • Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden.
  • Indien op enig punt langsheen de perceelgrens het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.
  • De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 02/12/2021 van de dienst Mobiliteit is voorwaardelijk gunstig:

Situatie

Het dossier omvat het plaatsen terrasoverdekking, constructie + regularisatie tuinaanleg/verharding + afbraak carport en tuinhuis/afdak - De Drij Dreven 46

Bespreking

  • De Drij Dreven is een lokale weg type 3. De hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). De verblijfsfunctie primeert op deze weg.
  • In de bestaande toestand zijn 2 inritten voorzien. De met klinkers verharde inrit via de Drij Dreven biedt direct toegang tot de inpandige garage en is daarom voor de auto de meest aangewezen toegang tot het perceel. De bezoekersingang is momenteel uitgevoerd in kiezelverharding en bevindt zich op het kruispunt Vogelzangstraat – Drij Dreven. 
  • Ter hoogte van de bezoekersingang aan de Vogelzangstraat is op openbaar domein een parkeerplaats in kiezelverharding aangelegd.
  • Het openbaar domein gelegen langs het perceel aan de zijde van de Drij Dreven is momenteel begroeid met klimop.

Advies dienst:

Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag tot regularisatie van de verharding voorwaardelijk gunstig geadviseerd.

  • De met klinkers verharde inrit ter hoogte van De Drij Dreven wordt geregulariseerd. Deze inrit wordt bij voorkeur ook gebruikt als parkeerplaats voor bezoekers. Hiermee is voldaan aan de parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woonentiteit.

De bezoekersingang aan de Vogelzangstraat doet bij voorkeur geen dienst als oprit/parking voor wagens. De bestaande kiezelverharding kan wel dienst doen als toegang voor bezoekers. Een (gedeeltelijke) ontharding van deze toegangsweg geniet de voorkeur. Op vlak van verkeersveiligheid ter hoogte van de inrit langs de Drij Dreven dient rekening gehouden te worden met de zwakke weggebruiker. 

  • De aangelegde insteekparkeerplaatsen ter hoogte van het openbaar domein langs de Vogelzangstraat zijn niet toegelaten. Deze dienen verwijderd te worden alsook de begroeiing door klimop op het openbaar domein aan de zijde van de Drij Dreven.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 13/12/2021 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“De oprit op openbaar domein dient in waterdoorlatende verharding te worden aangelegd. Het openbaar domein wordt enkel vergund als groenberm.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies maar wenst bijkomend op te merken dat principieel slechts 1 inrit per huiskavel wordt toegestaan, dat de toegang ter hoogte van de kruising niet noodzakelijk is en niet verkeersveilig is en dat deze dan ook niet aanvaardbaar is. Verder wordt ook het advies van de dienst Mobiliteit gevolgd voor betreft de (insteek)parkeerplaatsen die deels op openbaar domein liggen.

De aanvraag is niet verenigbaar voor wat betreft de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden voor wat betreft het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking mits voorwaarden

De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking onder volgende voorwaarden:

  • Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden.
  • Indien op enig punt langsheen de perceelgrens het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.
  • De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding.

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving en aldus vatbaar voor een omgevingsvergunning voor wat betreft het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking onder volgende voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan het decreet rookmelders;
  • Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden.
  • Indien op enig punt langsheen de perceelgrens het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens.
  • De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding. 

De omgevingsambtenaar adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden;
  2. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten zoals aangegeven op de ingediende plannen. Indien op enig punt langsheen de perceelgrens, het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens;
  3. De aanvaardbaarheid van de constructies is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van de aangevraagde constructies en aanpassing/verwijdering van de niet aanvaardbare constructies;
  4. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  5. Uitgezonderd de inrit aan De Drij Dreven met een breedte van 4 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrenzen, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m binnen een afstand van 5m tot de kruising van De Drij Dreven en Vogelzangstraat, binnen de eerste 5m afstand tot de voorste perceelgrens;
  8. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  9. Het advies van de agentschap dienst Mobiliteit Wegen en Verkeer, dient gevolgd te worden;
  10. De afbraak van de overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  11. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 22/02/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

  • De aanvraag werd ongunstig geadviseerd voor de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras omwille van de verkeersveiligheid, het visuele aspect en de aanwezigheid van onnodig veel verharding.
  • De aanvraag werd voorwaardelijk gunstig geadviseerd voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Het college van burgemeester en schepenen wenst 1 vergunningsvoorwaarde te schrappen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor de 2de inrit aan de Vogelzangstraat, de aansluitende kiezelverharding op het openbaar domein, de toegangsweg in kiezelverharding naar de woning en de zone met kunstgras, zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het slopen van een carport en tuinhuis/afdak, het verwijderen van verhardingen, de regularisatie van de tuinaanleg met ophogingen en een gedeelte van de verhardingen en het plaatsen van een terrasoverdekking, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De gedeeltelijke omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Indien op enig punt tussen de terrassen en de zone van het zwembad, het terrein van de aanvraag hoger blijkt te liggen dan dit van de aanpalende huiskavel, dient men een voldoende hoog (min. 1,90m hoog tov het niveau van terrassen/ zwembad)) en dicht levend groenscherm te voorzien langsheen dit gedeelte van de perceelgrens op een afstand van minstens 2m er vanaf (dit laatste ivm de plantafstanden zoals opgenomen in het burgerlijk wetboek) om privacy hinder te vermijden;
  2. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten zoals aangegeven op de ingediende plannen. Indien op enig punt langsheen de perceelgrens, het aangrenzende perceel aan de Vogelzangstraat lager ligt dan de ophoging op het perceel van de aanvraag, dient een afgraving te gebeuren tot op hetzelfde niveau over een strook van minstens 1m breed langsheen de perceelgrens;
  3. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  4. Uitgezonderd de inrit aan De Drij Dreven met een breedte van 4 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrenzen, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  5. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  6. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m binnen een afstand van 5m tot de kruising van De Drij Dreven en Vogelzangstraat, binnen de eerste 5m afstand tot de voorste perceelgrens;
  7. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  8. Het advies van de agentschap dienst Mobiliteit Wegen en Verkeer, dient gevolgd te worden;
  9. De afbraak van de overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

13.

2022_CBS_00218 - OMV - Vergunning - Herestraat 130A - verkaveling 1199.E.874.2_01 - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00218 - OMV - Vergunning - Herestraat 130A - verkaveling 1199.E.874.2_01 - Gedeeltelijke goedkeuring

2022_CBS_00218 - OMV - Vergunning - Herestraat 130A - verkaveling 1199.E.874.2_01 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften (bouwdiepte, nokhoogte, kroonlijsthoogte en bestemming ondergrondse bouwlaag) van lot 1.

De aanvraag werd op 8 september 2021 ontvangen.

Op 5 oktober 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 21 oktober 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 18 november 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 28 november 2021 tot en met 27 december 2021.

Het openbaar onderzoek werd gesloten met één bezwaarschrift.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

  • Op 15 juni 1950 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis door het college van burgemeester en schepenen. (1950/00065)
  • Op 11 augustus 2015 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het slopen van een woning en bijgebouw door het college van burgemeester en schepenen. (2015/00110)
  • Op 6 oktober 2015 werd er een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van een grond in 2 loten voor halfopen bebouwing door het college van burgemeester en schepenen. (1199.E.874.2)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 28 november 2021 tot en met 27 december 2021. Er werd één bezwaar ingediend, dat als volgt luidt:

“Ik ben het niet eens met uw beslissing omdat: Gezien de stedenbouwkundige voorwaarden, betreft 1119 E 874 van 06/10/2015 sectie ENR 256L bij het gedeelte BOUWVOLUME verwezen wordt dat de eerst gebouwde woning als bepalend wordt aanzien voor de eventuele aanbouw van de tweede woning en wij ons volledig hebben gehouden binnen de opgelegde normen door stedenbouw opgelegd voor de bouw van onze woning en gezien de huidige constructie van de aan te bouwen woning tegen onze woning, aangaande dakhoogte te veel boven de dakhoogte van onze woning komt en daardoor de harmonie tussen beide woningen volledig gaat verstoren kunnen we ons niet akkoord verklaren met deze bouwaanvraag. Nergens in de straat is er zo n groot verschil in dakhoogte tussen deze twee half open woningen. Ook het volledig onderkelderen baart ons zorgen daar wij gebouwd hebben met een grondplaat en skeletbouw hebben ben ik niet gerust in de afloop van de grote graafwerken die er nodig zijn om deze kelder te verwezenlijken, met mogelijkheid op verzakkingen en scheuren in de woning tot gevolg. Het stoort ons ook dermate dat men geen enkele poging heeft ondernomen om met ons contact op te nemen aangaande hun plannen met hun te bouwen woning. 

Wij stellen dus het volgende voor: 

Daar men bij de aankoop van deze grond duidelijke voorschriften ter beschikking hadden van de voorwaarden aangaande de te bouwen woning en men dus duidelijk kon weten wat de voorwaarden waren is ons voorstel dat de hoogte van de daken mooi vanaf de straat gezien gelijklopend zijn. Dat de zichtbare muur die ontstaat door 3 meter dieper te bouwen aan de achterkant in dezelfde steen wordt gebouwd als de van onze woning. Aangaande de kelder dat men minstens 1.5 meter van onze woning begint met het uitgraven van deze kelder, zo kunnen we verhinderen dat er problemen zouden ontstaan.”

De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in: 

In de verkavelingsvoorschriften worden uitdrukkelijk specificaties opgenomen m.b.t. halfopen bouwtype omdat het gabarit tussen de halfopen woningen op elkaar aangesloten dient te worden. Zo werden volgende bepalingen opgenomen in de toelichting: “Het gabarit van de halfopen bebouwingen dienen op elkaar aan te sluiten. De bepaling van de kroonlijsthoogte, dakvorm en –helling gebeurt dan ook best in overleg tussen de beide eigenaars van de halfopen aaneensluitende woningen.

Er wordt uitgegaan van een verplicht bouwvolume zoals omschreven in het onderdeel ‘bij gebrek aan akkoord’. Indien echter beide partijen akkoord gaan van hierop af te wijken kan dit binnen de maximaal toegelaten voorschriften. Dit impliceert dat beiden op dezelfde manier moeten bouwen zoals overeengekomen.

Indien er een openbaar onderzoek wordt gehouden en er geen bezwaar ingediend wordt van de aangrenzende eigenaar wordt dit opgevat als akkoord gaan met de voorgestelde afwijkende bouwvorm zoals aangevraagd. De aangeschreven eigenaar gaat hierdoor dus akkoord van op dezelfde manier te bouwen als de buur.”

Op 21 maart 2017 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op het aanpalende lot 2 voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning, een tuinhuis, het bouwen van een carport met berging, het plaatsen van draadafsluiting tegen de rechter perceelgrens en het kappen van 2 sparren door het college van burgemeester en schepenen (ref. 2016/00244). In deze procedure werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 7 augustus 2017 tot 5 september 2017. De eigenaars van het betreffende aangrenzende perceel hebben een aangetekend schrijven ontvangen. Er werden geen bezwaren ingediend.

Als gemeentelijk omgevingsambtenaar blijf ik bij de visie dat de aanbouwende dezelfde kroonlijsthoogte en dakhelling/vorm moet oprichten als de (rechts) aanpalende woning. Het bezwaar m.b.t. de dakhoogte  is gegrond en wordt weerhouden.

Voor wat betreft de onderkeldering kan er gesteld worden dat iedere eigenaar vrij is om te kiezen voor het al dan niet aanleggen van een kelder. De realisatie van de kelder dient steeds te gebeuren volgens het principe van een goede huisvader. Alle nodige maatregelen moeten getroffen worden zodat er geen schade wordt  gecreëerd aan aanpalende eigendommen. In voorliggende aanvraag worden bouwplannen toegevoegd waaruit blijkt dat de kelder aanvat op 3,20 meter uit de gemeenschappelijke perceelgrens. Er wordt aldus reeds tegemoetgekomen aan het opgeworpen bezwaar.  Het bezwaar m.b.t. de onderkeldering is ongegrond en wordt niet weerhouden.

ADVIEZEN

Op 18/11/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 6 oktober 2015 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1199.E.874.2. De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik (één woongelegenheid per kavel).

Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. De aanvraag voldoet principieel aan deze bestemmingsvoorschriften.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 18 november 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. 

OVERIGE REGELGEVING

Erfdienstbaarheden

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften (bouwdiepte, nokhoogte, kroonlijsthoogte en bestemming ondergrondse bouwlaag) van lot 1. Meer specifiek worden volgende wijzigingen gevraagd m.b.t. het hoofdgebouw:

Bouwdiepte ondergrondse bouwlaag:

Vergund: geen specifieke bepalingen opgenomen

Gevraagd: maximaal 17 meter vanaf de bouwlijn (9m van de rooilijn van de Herestraat) tot achtergevellijn. De bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag mag niet dieper zijn als de maximale toegelaten bouwdiepte van het gelijkvloers. Een niet overdekte toegang of een niet overdekt terras onder het maaiveld kan wel voorzien worden tot een diepte van maximaal 20m.

Bestemming ondergrondse bouwlaag

Vergund: geen specifieke bepalingen opgenomen

Gevraagd: De definitie van “gebruikelijke onderkeldering” mag komen te vervallen. Het is toegestaan dat de kelder woonfuncties bevat. Indien er leefruimtes worden voorzien dienen 

deze te voldoen aan de vereisten betreffende woonkwaliteit. Dit idem zoals die van toepassing zijn voor een bovengrondse bouwlaag (o.a. natuurlijke verluchting, natuurlijke verlichting, plafondhoogte, woonoppervlakte,…)

Bouwhoogte hellend dak

Vergund: Maximum 2 bouwlagen met een kroonlijsthoogte van maximum 6,00m t.o.v. het maaiveld. Nokhoogte maximum 10,50m t.o.v. het maaiveld.

Gevraagd: Maximum 2 bouwlagen met een kroonlijsthoogte van maximum 6,00m t.o.v. het 

maaiveld. De kroonlijsthoogte kan bij inspringing van de gevellijn plaatselijk hoger voorzien worden indien de dakhelling niet wijzigt. Dit enkel mits voorzien binnen het vooropgestelde maximaal toegelaten gabarit. Nokhoogte maximum 11,15m t.o.v. het maaiveld (= nokhoogte bij maximale dakhelling op maximale bouwdiepte).

Specificaties o.w.v. halfopen bouwtype:

Vergund: Het gabarit tussen de halfopen woningen dient op elkaar aangesloten te worden. Het gabarit van de eerst vergunde woning is dus bepalend. Door toe te stemmen aan andere afmetingen zoals opgelegd in het onderdeel ‘bij gebrek aan akkoord’ zal de aanbouwende dus dezelfde kroonlijsthoogte en dakhelling/vorm moeten oprichten.

Gevraagd: Het gabarit tussen de halfopen woningen dient op elkaar aangesloten te worden. Het gabarit van de eerst vergunde woning is dus bepalend. Indien de eerst bouwende er voor kiest niet de volledige bouwdiepte te gebruiken zal dit geen beperking 

vormen voor de tweede bouwende aangaande de nokhoogte. Het blijft wel ten alle tijden verplicht kroonlijst en dakhelling te volgen. Door toe te stemmen aan andere afmetingen zoals opgelegd in het onderdeel ‘bij gebrek aan akkoord’ zal de aanbouwende dus dezelfde kroonlijsthoogte en dakhelling/vorm moeten oprichten. De nokhoogte kan wel verschillend zijn indien de aanbouwende in staat gesteld wordt dieper te bouwen (omdat de eerstbouwende bijvoorbeeld niet de maximale bouwdiepte gebruikt). 

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Het perceel van de aanvraag situeert zich aan de Herestraat, een gemeenteweg. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband. 

De reeds aanwezige halfopen bebouwingen in de onmiddellijke omgeving sluiten qua kroonlijsthoogte, dakhelling en nokhoogte per bouwblok op elkaar aan waardoor er een visuele eenheid per bouwblok ontstaat ten opzichte van de voorliggende straat. Deze visie wordt nog steeds gehanteerd binnen de gemeente Zonhoven. Beperkte afwijkingen hierop kunnen toegestaan worden zoals het  insnijden van het bouwvolume waardoor er plaatselijk een hogere kroonlijsthoogte ontstaat.  Belangrijk hierbij is dat dit steeds gebeurt binnen het gabarit van de aanpalende woning. De gevraagde bijstelling m.b.t. de nokhoogte (11,15 meter i.p.v. 10,5 meter boven het maaiveld) brengt deze visuele eenheid per bouwblok in het gedrang en is daarom vanuit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar.  Hieruit vloeit voort dat de bijstelling m.b.t. de specificaties o.w.v. halfopen bouwtype ook niet kan worden toegestaan.

De bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag kan in functie van een niet overdekte toegang of een niet overdekt terras onder het maaiveld worden voorzien tot een diepte van maximaal 20 meter. Deze meerdiepte heeft visueel geen negatieve impact op het straatbeeld, noch op de aanpalende eigendommen. Er blijft voldoende onbebouwde en onverharde ruimte over op het eigendom om aan te leggen als een kwalitatieve tuinzone. 

Aangaande de bestemming van de ondergrondse bouwlaag dient er gesteld te worden dat er hier geen woonfuncties kunnen ondergebracht worden. De ruimtes in de kelder kunnen enkel aangewend worden voor nevenfuncties van de woonfunctie, zoals een fitnessruimte, biljartruimte, bergruimtes. Los van het feit dat de gemeente de visie hanteert om geen woonfuncties in de kelder onder het maaiveld toe te laten, kan er opgemerkt worden dat  ondergrondse kelders ook vaak onvoldoende woonkwaliteit bieden. Het voorzien van voldoende rechtstreeks daglicht is niet altijd evident. Ook het zicht naar buiten vanuit deze ruimtes is vaak beperkt en ondermaats. Ook vochtproblemen o.a. omwille van onvoldoende ventilatie komen vaak voor.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijstelling m.b.t. de bestemming (woonfunctie) van de ondergrondse bouwlaag, de voorgestelde nokhoogte (11,15 meter i.p.v. 10,5 meter boven het maaiveld) en de specificaties o.w.v. halfopen bouwtype.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijstelling m.b.t. de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag. In functie van een niet overdekte toegang of een niet overdekt terras onder het maaiveld mag de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag worden voorzien tot een diepte van maximaal 20 meter.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

Het advies van 23 november 2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Uw diensten deelden ons mee dat Veronique Lambrechts de nodige aanvragen/vergunningen heeft/hebben ingediend/bekomen voor gronden gelegen Herestraat 130 A, 3520 Zonhoven. Hiertoe en conform het “Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten” van de distributienetbeheerder heeft Fluvius onderzocht of de nutsvoorzieningen voor dit project dienen aangelegd of aangepast te worden.

Voor dit bijkomende bouwperceel langs bestaande wegenis zijn de nutsleidingen elektriciteit, aardgas en kabeltelevisie aanwezig. Er zijn geen extra uitbreidingswerken of netaanpassingen noodzakelijk, noch kosten voor capaciteitsinname van toepassing. Het nieuwe perceel kan aldus aangesloten worden op de nutsleidingen via de bestaande verdeelnetten in de straat. Wat ons betreft kan het verkoopsattest voor dit project worden vrijgegeven.

Voor de aansluitmodaliteiten en -prijzen van de individuele huisaansluitingen elektriciteit, aardgas, kabeldistributie en riolering verwijzen wij naar onze website www.fluvius.be, of telefonisch via 078 35 35 34. Voor de producten en diensten van kabeldistributie moeten de eigenaars van de percelen contact opnemen met Telenet via www.telenet.be, met een Telenet-verdeler in hun buurt (zie verkooppunten op www.telenet.be) of via het telefoonnummer 015 66 66 66.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de gevraagde bijstellingen – m.u.v. de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag -  zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is slechts deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving voor wat betreft de bijstelling m.b.t. de bestemming (woonfunctie) van de ondergrondse bouwlaag, de voorgestelde nokhoogte (11,15 meter i.p.v. 10,5 meter boven het maaiveld) en de specificaties o.w.v. halfopen bouwtype.

  • De gevraagde bijstelling m.b.t. de nokhoogte (11,15 meter i.p.v. 10,5 meter boven het maaiveld) brengt de visuele eenheid per bouwblok in het gedrang en is daarom vanuit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar.  Hieruit vloeit voort dat de bijstelling m.b.t. de specificaties o.w.v. halfopen bouwtype ook niet kunnen worden toegestaan.
  • De ruimtes in de kelder kunnen enkel aangewend worden voor nevenfuncties van de woonfunctie, zoals een fitnessruimte, biljartruimte, bergruimtes.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de bijstelling m.b.t. de bestemming (woonfunctie) van de ondergrondse bouwlaag, de voorgestelde nokhoogte (11,15 meter i.p.v. 10,5 meter boven het maaiveld) en de specificaties o.w.v. halfopen bouwtype. 

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving voor wat betreft de bijstelling m.b.t. de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag. In functie van een niet overdekte toegang of een niet overdekt terras onder het maaiveld mag de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag worden voorzien tot een diepte van maximaal 20 meter.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling m.b.t. de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag. In functie van een niet overdekte toegang of een niet overdekt terras onder het maaiveld mag de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag worden voorzien tot een diepte van maximaal 20 meter.

Voorwaarden:

De originele verkavelingsvoorschriften afgeleverd bij de verkavelingsvergunning van 06/10/2015  blijven voor het overige van toepassing op voorliggende eigendom.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor de bijstelling m.b.t. de bestemming (woonfunctie) van de ondergrondse bouwlaag, de voorgestelde nokhoogte (11,15 meter i.p.v. 10,5 meter boven het maaiveld) en de specificaties o.w.v. halfopen bouwtype, zoals weergegeven op de/het ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor de bijstelling m.b.t. de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag. In functie van een niet overdekte toegang of een niet overdekt terras onder het maaiveld mag de bouwdiepte van de ondergrondse bouwlaag worden voorzien tot een diepte van maximaal 20 meter, zoals weergegeven op de/het ingediende plannen (…)die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

Volgende voorwaarde dient strikt nageleefd te worden:

  1. De originele verkavelingsvoorschriften afgeleverd bij de verkavelingsvergunning van 06/10/2015  blijven voor het overige van toepassing op voorliggende eigendom.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.


14.

2022_CBS_00219 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00003/SPLITSING - Waardstraat 19 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2022_CBS_00219 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00003/SPLITSING - Waardstraat 19 - Weigering

2022_CBS_00219 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00003/SPLITSING - Waardstraat 19 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 226S2 is hoofdzakelijk gelegen in een woongebied met landelijk karakter conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979. Achteraan is het perceel gelegen in een woonuitbreidingsgebied.

Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.

Het perceel is tevens niet binnen het GRUP - afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk gelegen.

Op deze locatie werden volgende stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:

  • 1964/00134 voor het bouwen van een woonhuis. Vergund op 09/06/1964.
  • 1995/07291 voor het verbouwen van woonhuis met praktijkruimte. Vergund op 26/02/1996.

Uit het schrijven van de notaris en weergegeven op het splitsingsplan van landmeter-Expert Baudouin Van Damme, opgesteld op 21/09/2021 blijkt dat de splitsing tot doel heeft het voorstel gedeelte af te splitsen en dit gedeelte waarop het ‘woonhuis’ staat te verkopen.

Het achterliggende perceel blijft in eigendom van de huidige eigenaar.

Het is onduidelijk welke bestemming dit resterende perceelsdeel verkrijgt. Wat zal er met de aanwezige onvergunde constructies gebeuren? Hoe zal dit ingesloten perceelsdeel bereikbaar zijn?

Door deze onduidelijkheden is een inschatting van de mogelijke gevolgen van deze splitsing niet mogelijk.

Een afbraak van meerdere constructies dringt zich op vooraleer er een overweging kan gemaakt worden betreffende het afsplitsen van het voorliggende lot 1.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 226S2, waarbij dit perceel in 2 delen worden opgedeeld als volgt:

  • Het lot 1 (6a84ca) met bestemming ‘woonhuis’.
  • Het lot 2 (8a39ca). Blijft in eigendom van huidige eigenaar.

Zoals voorgesteld in het schrijven van de notaris en weergegeven op het splitsingsplan van landmeter-Expert Baudouin Van Damme, opgesteld op 21/09/2021.

En dit op basis van de in de motivatie aangehaalde redenen.

15.

2022_CBS_00220 - Stilzwijgende weigering - 2021/00331 - Waardstraat 48 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00220 - Stilzwijgende weigering - 2021/00331 - Waardstraat 48 - Kennisneming

2022_CBS_00220 - Stilzwijgende weigering - 2021/00331 - Waardstraat 48 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 22 november 2021 werd een omgevingsaanvraag ingediend door Schepers Maria (2021/00331), Waardstraat 77 te 3520 Zonhoven, voor het slopen van de bestaande bebouwing op perceel 2de afdeling sectie C nummer 1164C/02, gelegen langs de Waardstraat 48.

De aanvraag werd volledig verklaard en opgestart op 14 december 2021.

De uiterste beslissingsdatum voor deze aanvraag was 12 februari 2022.

Door een administratieve fout werd niet tijdig een beslissing genomen. Bijgevolg werd de aanvraag automatisch geweigerd.

De aanvrager werd reeds telefonisch gecontacteerd en er werd een nieuwe omgevingsaanvraag ingediend en opgestart.

De beslissing voor de nieuwe omgevingsaanvraag werd geagendeerd voor het college van burgemeester en schepenen van 1 maart 2022.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de stilzwijgende weigering, ingediend door Schepers Maria.

16.

2022_CBS_00221 - Voorstel muziekprogramma en budget Zonhoven Trapt Door 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd
16.

2022_CBS_00221 - Voorstel muziekprogramma en budget Zonhoven Trapt Door 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00221 - Voorstel muziekprogramma en budget Zonhoven Trapt Door 2022 - Goedkeuring
17.

2022_CBS_00222 - Zitbanken VMS - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2022_CBS_00222 - Zitbanken VMS - Principiële Goedkeuring

2022_CBS_00222 - Zitbanken VMS - Principiële Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Een aantal jaren geleden zou de gemeente VMS hebben voorzien van zitbanken. De vraag naar bijkomende banken werd gesteld.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met deze aanvraag om drie bijkomende zitbanken te leveren aan VMS.

18.

2022_CBS_00223 - Verkoop menslievend doel - aanvraag van 'de Zonnekes' - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2022_CBS_00223 - Verkoop menslievend doel - aanvraag van 'de Zonnekes' - Goedkeuring

2022_CBS_00223 - Verkoop menslievend doel - aanvraag van 'de Zonnekes' - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De verkoop van 13.03.2022 kan worden toegestaan in het kader van verkoop menslievend doel op voorwaarde dat er binnen de 30 kalenderdagen een bewijs wordt geleverd dat de opbrengst overgemaakt werd aan het opgegeven doel.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen aan 'de Zonnekes', Brigitte Coun, Grote Hellekensstraat 39 te Zonhoven om zelfgemaakte gadgets te verkopen tijdens de markt van 13.03.2022 op voorwaarde dat er binnen de 30 kalenderdagen een bewijs geleverd wordt dat de opbrengst daadwerkelijk overgemaakt werd aan het opgegeven doel.

19.

2022_CBS_00224 - Kienen: Aanvraag voor permanent kienen - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2022_CBS_00224 - Kienen: Aanvraag voor permanent kienen - Weigering

2022_CBS_00224 - Kienen: Aanvraag voor permanent kienen - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college neemt kennis van de vraag van Guido Verween. Guido Verween is een kienpromotor en wil wekelijkse kienavonden organiseren in de polyvalente zaal van de evenementenhal. Hij wil dit doen in samenwerking met verenigingen die op deze manier iets kunnen verdienen voor hun verenigingskas. 

In het verleden werden dergelijke kienavonden vooral georganiseerd door Peter Huveneers in de Super Palace. Door de coronapandemie zijn er nog amper kienavonden geweest. Vermist er terug aanvragen binnenkomen van verenigingen hebben wij een schriftelijke vraag gesteld aan de heer Huveneers of hij dit in de toekomst opnieuw wil organiseren - aangezien het niet wenselijk is dat er meerdere kienpromotoren in Zonhoven actief zijn. We hebben van de heer Huveneers geen antwoord ontvangen. De vraag is ook al een paar keer mondeling gesteld maar ook hierop kregen we geen duidelijk antwoord. 

 Advies VVSG  

Artikel 3.3. 
kaart- of gezelschapsspelen, uitgeoefend buiten de kansspelinrichtingen klasse I en II, met uitzondering van kaart- of gezelschapsspelen, uitgeoefend in kansspelinrichtingen klasse III die gebruik maken van een toestel, alsook spelen uitgebaat door pretparken of door kermisexploitanten naar aanleiding van kermissen, handelsbeurzen of andere beurzen onder soortgelijke omstandigheden, alsook spelen die occasioneel en maximaal vier keer per jaar worden ingericht door een plaatselijke vereniging ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis of door een feitelijke vereniging met een sociaal of liefdadig doel of een vereniging zonder winstgevend oogmerk ten behoeve van een sociaal of liefdadig doel, en die slechts een zeer beperkte inzet vereisen en aan de speler of gokker slechts een materieel voordeel van geringe waarde kunnen opleveren;
4. [...] De kaart- of gezelschapsspelen, bedoeld in het eerste lid, 3., die worden aangeboden op toestellen, zijn verboden voor minderjarigen en kunnen alleen worden gespeeld op toestellen die daartoe uitdrukkelijk zijn toegelaten door de kansspelcommissie. De controle van de leeftijd van de speler dient op automatische wijze te gebeuren via een e-ID-lezer. De gemeentelijke overheid kan de kaart- of gezelschapsspelen, bedoeld in het eerste lid, 3., al dan niet aangeboden op toestellen, en die slechts een zeer beperkte inzet vereisen en aan de speler of gokker slechts een materieel voordeel van geringe waarde kunnen opleveren aan een voorafgaande toelating en aan niet-technische exploitatievoorwaarden onderwerpen. De Koning bepaalt met toepassing van het eerste lid, 2. en 3., de nadere voorwaarden van het soort inrichting, het soort spel, het bedrag van de inzet, het voordeel dat kan worden toegekend en het gemiddeld uurverlies.

Nota van de dienst 

Op de vraag van Guido Verween om wekelijks deze kienavonden te mogen organiseren geven wij een negatief advies op deze vraag. De wet op de kansspelen laat dit niet toe. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist niet in te gaan op de vraag van de heer Guido Verween om vanaf 1 april 2022 kienavonden te organiseren op vrijdagavond van 17u00 tot 23u00 in de polyvalente zaal van de evenementenhal. 

20.

2022_CBS_00225 - Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022 - Starten procedure - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2022_CBS_00225 - Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022 - Starten procedure - Goedkeuring

2022_CBS_00225 - Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022 - Starten procedure - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het bestek in het kader van de opdracht "Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022" opgesteld door Dirk Tytgat, deskundige patrimonium.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 21 februari 2022 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze voor de opdracht "Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022".

Feiten context en argumentatie

In het kader van de opdracht "Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022" werd een bestek opgesteld door Dirk Tytgat, deskundige patrimonium.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 242.142,50 excl. btw of € 292.992,43 incl. 21 % btw (€ 50.849,93 Btw medecontractant).

De gemeenteraad verleende in zitting van 21 februari 2022 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de openbare procedure.

Er wordt voorgesteld om de plaatsingsprocedure op te starten en een aankondiging van opdracht op nationaal niveau te verzenden op 2 maart 2022.

Als uiterste datum voor het indienen van de offertes wordt 5 april 2022 om 11.00 uur voorgesteld.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de openbare procedure voor de opdracht "Buitengewoon onderhoud gemeentewegen 2022" op te starten.

Artikel 2

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld en bekendgemaakt op nationaal niveau.

Artikel 3

De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 5 april 2022 om 11.00 uur.

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025.

21.

2022_CBS_00226 - Aanstelling voltijds administratief medewerker C1-C3 patrimonium sector stadsontwikkeling - Goedkeuring

Goedgekeurd
21.

2022_CBS_00226 - Aanstelling voltijds administratief medewerker C1-C3 patrimonium sector stadsontwikkeling - Goedkeuring

2022_CBS_00226 - Aanstelling voltijds administratief medewerker C1-C3 patrimonium sector stadsontwikkeling - Goedkeuring
22.

2022_CBS_00227 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
22.

2022_CBS_00227 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2022_CBS_00227 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming