Terug
Gepubliceerd op 13/04/2022

2022_CBS_00336 - OMV - Vergunning - Ruddelstraat 4 - 6 - 8 - 10 - 12 - 14 - 16 - 18 - 20 - 22 - 24 - 26 - 28 - 30 - 2021/00370 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 29/03/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00336 - OMV - Vergunning - Ruddelstraat 4 - 6 - 8 - 10 - 12 - 14 - 16 - 18 - 20 - 22 - 24 - 26 - 28 - 30 - 2021/00370 - Goedkeuring 2022_CBS_00336 - OMV - Vergunning - Ruddelstraat 4 - 6 - 8 - 10 - 12 - 14 - 16 - 18 - 20 - 22 - 24 - 26 - 28 - 30 - 2021/00370 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van 14 eengezinswoningen waarvan 6 woningen onder “bescheiden woonaanbod” vallen - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen

De aanvraag werd op 23/12/2021 ontvangen.

Op 13/01/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 17/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 31/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 2018/00287: omgevingsvergunning op 19/03/2019 voor het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen aan de Vossenbergstraat 3 – 3A;
  • 1282.D.874.2: Gedeeltelijke voorwaardelijke omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op 24/09/2019 voor 31 loten: het verkavelen van gronden in 31 loten waarvan loten 1 t.e.m. 4 en 14 t.e.m. 27 voor halfopen bebouwing, loten 5 t.e.m. 11 in open bebouwing met 1 gevel op de perceelgrens en loten 12, 13, 28, 29, 30 en 31 in open bebouwing;
  • 2019/00262: voorwaardelijke omgevingsvergunning op 14/01/2020 voor het oprichten en de uitbating/exploitatie van een betonnen elektriciteitscabine met 1 transfo van maximum 1000kVA;   
  • 2020/00192: omgevingsaanvraag op 13/09/2020 voor een grondwaterverlaging (ingetrokken wegens foutieve aanvraag);
  • 2020/00196: omgevingsaanvraag op 16/09/2020 voor het plaatsen van een tijdelijke bronbemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel thv Sparrenweg 10 voor een jaardebiet van 20160m³ (aanvraag stopgezet wegens foutieve aanvraag);       
  • 2020/00278: omgevingsaanvraag voor het bouwen van 11 eengezinswoningen - fase 1 van in totaal 27 woningen groepswoningbouw (onvolledig);      
  • 2021/00021: omgevingsvergunning op 22/06/2021 voor het bouwen van 11 eengezinswoningen - fase 1 van de groepswoningbouw van 27 woningen. 

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie begin 2021(VB_2016_082) met betrekking tot de indiening van de groepswoningbouw in 3 fases.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op betrokken percelen:

  • 2020/00206MM: melding omgevingsproject voor het plaatsen van een tijdelijke bronbemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel thv Sparrenweg 10 voor een jaardebiet van 20160m³, aktename op 29/09/2020;
  • 2019/00262: voorwaardelijke omgevingsvergunning op 14/01/2020 voor het oprichten en de uitbating/exploitatie van een betonnen elektriciteitscabine met 1 transfo van maximum 1000kVA;

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Provinciale dienst Water & Domeinen

Fluvius

Dienst Patrimonium

Dienst Contractmanagement

Dienst Facilitair Management

Proximus

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied.

Woonuitbreidingsgebied

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

De gemeente Zonhoven beschikt reeds over een woonbehoeftestudie. Deze woonbehoeftestudie maakt vanuit de behoefte aan woningen duidelijk dat het gebied niet/wel aangesneden dient te worden.

Door het afleveren van een vergunning voor het verkavelen van het gebied voor groepswoningbouw in 2019, is de bestemming van het gebied bepaald.

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Verkaveling

Het goed is gekend als de loten 14 tot en met 27 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 24/09/2019 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1282.D.874.2. 

De verkavelingsvergunning is niet vervallen. 

De kavels kreeg als bestemming eengezinswoning waarbij loten 14 tem 19 voorbehouden zijn voor het bescheiden woonaanbod.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor elke eengezinswoning met een horizontale dakoppervlakte van telkens 77m² en aansluitende carport met een horizontale dakoppervlakte van max. 24,20m² een hemelwaterput voorzien wordt met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. 

De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 2500 liter en een infiltratieoppervlakte van 4m².

Controleberekening

Horizontale dakoppervlakte per lot: 98m² (lot 14) en 101,2m² (loten 15 tem 27)

Voor elke woning dient een hemelwaterput met hergebruik geplaatst te worden met een inhoud van 5000 liter en overloop naar een infiltratieput met een minimale inhoud van 950 liter voor lot 14 en 1030 liter voor de overige loten. De minimale infiltratieoppervlakte bedraagt 1,52m² voor lot 14 en 1,65m² voor de overige loten.

De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.

Met betrekking tot de plaatsing van de infiltratieputten wordt tevens verwezen naar het voorwaardelijk gunstig advies van de waterbeheerder (zie verder “Watertoets”).

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Voor de woningen wordt telkens een oprit naar de garage en een toegangspad naar de inkom aangelegd in waterdoorlatende klinkers met een oppervlakte van 37,2m² voor lot 14 en 34m² voor de overige loten. Elk lot krijgt een terras van 21m² aan de achterzijde van de woning waarbij het hemelwater in de eigen tuinzone kan afwateren en op natuurlijke wijze kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

Het advies van 16/02/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

      Het betreft hier eengezinswoningen, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen.

      Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis. 

      Voor uw rioleringsaansluiting geven we u de volgende adviezen: 

Voor dit perceel zijn de aansluitingsputjes voor de afvoer van afvalwater (DWA) en hemelwater (RWA) op het openbaar rioleringsstelsel reeds geplaatst. Hierop dient de aanvrager de privéwaterafvoer aan te koppelen. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Alvorens de riolering in gebruik te nemen (te mogen lozen) dient een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius te gebeuren. De aanvraag kan gebeuren via www.fluvius.be

Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34. 

      Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen. 

Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het (toekomstige) openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het (toekomstige) openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft een behoorlijke oppervlakte maar ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. 

Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Met betrekking tot de impact op oppervlaktewater werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan de waterbeheerder.

Het advies van 01/03/2022 van de waterbeheerder, de provinciale dienst Water en Domeinen, is voorwaardelijk gunstig:

“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies. 

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

Ligging van het perceel:

  1. kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nrs. 132Z 139, 132M87, e.a.
  2. adres: Ruddelstraat 4-6-8 e.a.
  3. niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied

Documenten

  1. aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd
  2. Waterloop en machtiging
  3. stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ZUSTERKLOOSTERBEEK, nummer 208, categorie: 2de
  4. watering: neen

DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)

1 Beschrijving van het watersysteem

  1. Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.
  2. Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied
  3. Het perceel is daarenboven gelegen in:

o het bekken van de Demer

o het deelbekken van de Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.

Uit de aanstiplijst aangaande de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5 juli 2013 blijkt dat voldaan wordt aan de verordening indien de infiltratievoorzieningen bij de woningen geheel wordt voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld)

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het bouwen van 14 ééngezinswoningen - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de volgende voorwaarde wordt opgenomen in de vergunning: de infiltratievoorzieningen bij de woningen moeten geheel worden voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld).

Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.”

Hieruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de voorwaarden van de waterbeheerder gevolgd worden en indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. 

Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets mits naleven van de volgende voorwaarde:

De infiltratievoorzieningen bij de woningen moeten geheel worden voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld).

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing:

1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;

2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;

3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

De verkaveling waarbinnen de loten gelegen zijn, omvatte tevens de wegeniswerken. Er wordt evenwel opgemerkt dat de overdracht van de weg voor toevoeging aan het openbaar domein nog niet doorgevoerd werd.

Artikel 4.3.8. Rooilijnplan

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:

1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
 4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.

De percelen zijn gelegen aan een voldoende uitgeruste weg die na de gratis grondafstand aan de gemeente als gemeenteweg wordt opgenomen.

Op de voorliggende weg is de door de gemeenteraad op 27/05/2019 goedgekeurde rooilijn van kracht.

De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan.

Beslissing gemeenteraad inzake gemeentewegen

Het artikel 31 van het decreet omgevingsvergunning voorziet dat als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad hierover moet beslissen.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

De gemeenteraad heeft in zitting van 27/05/2019 het volgende beslist: goedkeuring wegtracé binnengebied Sparrenweg, Vossenbergstraat en Dennenweg – verkaveling 1282.D.874.2.

De raad keurt het tracé goed zoals aangegeven op het ingediende rooilijnplan;

Het besluit treedt in werking op voorwaarde van:

  • Het bekomen van de verkavelingsvergunning binnen de aanvraag 1282.D.874.2, ingediend op 18/03/2019 en
  • Op datum akte effectieve gratis grondsafstand aan de gemeente van de loten 32 en 33 (delen wegenis en grond te voegen bij het openbaar domein op het vergunde verkavelingsplan).

De gemeenteraadsbeslissing werd opgenomen in de afgeleverde verkavelingsvergunning.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden voor elke woning rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse inkomhal en in de nachthal en technische ruimte op de verdieping.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook technische ruimtes) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Natuurdecreet

De aanvraag  situeert zich deels in een gebied met KLE’s en biologisch waardevolle elementen.

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur & Bos.

Het advies van 01/03/2022 van het agentschap Natuur & Bos is voorwaardelijk gunstig:

“De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 22-202216.

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van volgende wetgeving:

Artikel 35 § 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Bespreking stedenbouwkundige vergunning

Uit het dossier blijkt dat er geen vermijdbare schade aan de natuur zal veroorzaakt worden.

Conclusie

Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarden:

  • De stedenbouwkundige voorschriften dienen nauwgezet gevolgd te worden.
  • Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies dient men na te gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos (in vullen contactpersoon).

Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen.”

Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 15 maart tot 30 juni.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat mogelijk een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing vanaf een grondverzet van meer dan 250m³.

Decreet grond- en pandenbeleid

Zoals opgelegd in de verkavelingsvergunning, gekend als 1282.D.874.2 dd. 24/09/2019, zijn de loten 14, 15, 16, 17, 18 en 19 voorbehouden voor het bescheiden woonaanbod. 

Binnen de voorschriften werden bepalingen uitgewerkt voor deze loten, zijnde de voorschriften “geconventioneerd wonen”: de betaalbaarheid van de kavels 14 tem 19 wordt geborgd via een norm van geconventioneerd wonen, waarbij de toegangscriteria, bij voorrang, verleend  wordt aan kandidaten die beantwoorden aan de Vlabinvest-criteria voor betaalbare woningen.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van 14 eengezinswoningen waarvan 6 woningen onder “bescheiden woonaanbod” vallen - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen.

Het betreft woningen in halfopen verband met een gekoppelde carport voor de loten 15 tem 26.

De eengezinswoningen worden allen voorzien van 2 bouwlagen afgewerkt met een plat dak.

De bouwhoogte bedraagt 6,50m.

De bouwbreedte bedraagt telkens 7m en de bouwdiepte (over beide bouwlagen) bedraagt 11m.

De voorgevellijnen verspringen beperkt, per bouwblok, ten opzichte van elkaar; de carports worden op dezelfde lijn voorzien.

De gevels worden afgewerkt met een gevelsteen in een bruin genuanceerde kleur en accenten in verticaal geplaatst houtwerk en zwartkleurige aluminium panelen. Het buitenschrijnwerk is voorzien in aluminium zwart.

Aan elke woning wordt een aangebouwde carport met plat dak geplaatst in de zijtuinstrook dewelke uitgevoerd wordt in hout. De bouwhoogte bedraagt 3m en de zijgevel is gesloten (vrijstaande gevel voor lot 14 en 27, gemeenschappelijke gevel voor de carports van de overige loten).

Intern omvat elke woning op het gelijkvloers een inkomhal met toilet en trap, berging en, een leefruimte en open keuken. Op de verdieping worden telkens 3 slaapkamers, een badkamer, toilet en technische ruimte voorzien.

De totale bebouwde oppervlakte per kavel bedraagt 77m² voor het hoofdgebouw en 21m² (lot 14) à 24,2m² (overige loten) voor de aangebouwde carport.

De verhardingen beperken zich tot een toegang (oprit en pad) over een breedte van 4m in waterdoorlatende klinkers en aan de achterzijde van elke woning een terras van 21m². De terrassen van gekoppelde woningen worden van elkaar afgescheiden dmv een tuinmuur van 2m hoog en over een diepte van 3m.

Voor de loten 20 tem 27 blijft de houtkant achteraan het perceel over een diepte van 4m behouden en/of versterkt.

Het resterende gedeelte van huiskavels wordt ingericht als groenzone.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet op afgeweken wordt. Die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 01/03/2022 van de provinciale dienst Water en Domeinen is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Watertoets”). Volgende voorwaarde dient nageleefd te worden:

“De infiltratievoorzieningen bij de woningen moeten geheel worden voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 16/02/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige Verordeningen”). De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 23/02/2022 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig:

Goedgekeurd mits naleving voorwaarden.

Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons advies inzake te nemen

brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in dit advies met als ref. nummer

2019-0198-001 dd. 29/04/2019 blijven integraal van toepassing.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits

naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de

preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten,

ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al

dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven.

Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te

vermelden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 01/03/2022 van het agentschap Natuur & Bos is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Overige Regelgeving – natuurdecreet”).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 01/02/2022 van de Watergroep is gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig:

Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Voor hogervermeld perceel is een uitbreiding van het waterleidingnet nodig.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.

Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.

De watergroep plaatst geen hoofdleidingen op privaat domein. Voor de aansluiting van meerdere woningen op privaat domein kan wel een verdeelleiding aangelegd worden. Voor de aanleg, het onderhoud, de herstelling en vernieuwing van bovenvermelde verdeelleiding zal steeds een kosteloze erfdienstbaarheid gevestigd moeten worden samen met een kosteloze erfdienstbaarheid van overgang (permanent en onbelemmerd) voor personeel en/of aannemers, voertuigen en materiaal van De Watergroep. Voormelde te vestigen erfdienstbaarheden dienen eeuwigdurend te zijn en vastgelegd in een notariële akte. De Watergroep plaatst géén hydranten, spoelpunten of vakafsluiters op private eigendommen

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden. Elke woning dient aangesloten op het waterleidingsnet op kosten van de aanvrager, vooraleer een vervreemding kan plaatsvinden!

  • Het advies van 04/02/2022 van Proximus is voorwaardelijk gunstig:

Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning: 

  1. Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan. 
  2. Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager. 
  3. Van zodra vergund en minimaal 6 maanden voor oplevering dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus door het formulier als bijlage ingevuld te versturen naar werf.a2@proximus.com
  4. De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan. 
  5. Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via netwerkstudie.a22@proximus.com
     Na de werken kunnen de bewoners eenvoudig aansluiten op de nutsvoorzieningen voor telefonie-, internet- en televisiediensten. Hiervoor kan de aanvrager terecht bij onze klantendienst op het gratis nummer 0800 22 800. Meer informatie op www.proximus.be/bouwen.” 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden. Elke woning dient te kunnen aansluiten op de telecominfrastructuur dewelke proactief op kosten van de aanvrager voorzien moet worden, vooraleer een vervreemding kan plaatsvinden!

  • Het advies van 09/02/2022 van de dienst Contractmanagement is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig onder de voorwaarde dat de gehele wegenis, op basis van een plan opgemaakt door een landmeter-expert en na pre-kadastratie, gratis wordt overgedragen naar de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein en dit na de (voorlopige) oplevering van deze gronden bestemd voor het openbaar domein.

Voorwaarde: Gratis overdracht van de wegenis en andere gronden met als bestemming het openbaar domein, op basis van een plan opgemaakt door een landmeter-expert waarbij alreeds is overgegaan tot pre-kadastratie, en na voorlopige oplevering van de werken op de gronden bestemd voor het openbaar domein.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 10/02/2022 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“Inritten op openbaar domein mogen max. 3m breed zijn, in waterdoorlatende of waterpasserende materialen. De bermen dienen afgewerkt te worden met gras.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden. Er wordt evenwel opgemerkt dat binnen de verkavelingsvergunning een toegang van 4m breed voorzien is per kavel, zijnde een inrit van 3m en een toegangspad van 1m. De aanvraag voldoet hieraan.

  • Het advies van 01/02/2022 van de dienst Facilitair Management is gunstig:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits naleving van de voorwaarden

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van 14 eengezinswoningen in halfopen verband - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen mits het opleggen van voorwaarden:

  • De voorwaarden en opmerkingen van de adviesverleners dienen gevolgd te worden.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 14 eengezinswoningen in halfopen verband - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opgelegd in het advies de dienst Contractmanagement;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opgelegd in het advies van de dienst Patrimonium;
    Riolering & nutsvoorzieningen:
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  5. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Proximus, zoals gevoegd in bijlage;
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  8. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid. Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten zoals aangegeven op de ingediende plannen. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. De dienst ruimtelijke ordening van het gemeentebestuur van Zonhoven dient, voor de aanvang van de grondwerken, schriftelijk op de hoogte gesteld te worden over hoe het grondverzet zal georganiseerd worden en welke vergunningen u hiervoor bekomen hebt (terreinophogingen / tijdelijke opslag gronden);
  11. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  12. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter en het toegangspad van 1m, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 21/03/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van 14 eengezinswoningen in halfopen verband - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen,  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opgelegd in het advies de dienst Contractmanagement;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opgelegd in het advies van de dienst Patrimonium;
    Riolering & nutsvoorzieningen:
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  5. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Proximus, zoals gevoegd in bijlage;
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  8. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid. Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten zoals aangegeven op de ingediende plannen. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. De dienst ruimtelijke ordening van het gemeentebestuur van Zonhoven dient, voor de aanvang van de grondwerken, schriftelijk op de hoogte gesteld te worden over hoe het grondverzet zal georganiseerd worden en welke vergunningen u hiervoor bekomen hebt (terreinophogingen / tijdelijke opslag gronden);
  11. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  12. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter en het toegangspad van 1m, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.