De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 22 maart 2022 goedgekeurd.
Ander project gemeente zonder gemeentehuis: https://zonhoven.onlinesmartcities.be/do/decree/detail?id=169361&nav=search
Gemeente zonder Gemeentehuis (GzG) stimuleert lokale besturen om hun interne werking en externe gerichte dienstverlening te transformeren tot een maximaal digitaal, burgergericht, efficiënt en state of the art systeem.
Na overleg met Cipal Schaubroeck en de stad Herentals (penhouder project) stellen de diensten informatiemanagement en burgerzaken voor om een project mee in te dienen met als titel "De Virtuele Burgerlijke Stand" .
Dit projectidee wil vijf vaak voorkomende administratieve interventies op de dienst burgerlijke stand volledig digitaliseren:
1. Aangifte erkenning van een kind (pre- en postnataal);
2. Geboorteaangifte;
3. Verklaring wettelijk samenwonen;
4. Huwelijksaangifte;
5. Overlijdensaangifte.
De bedoeling is om een end-to-end digitaal alternatief te voorzien voor de huidige fysieke interventies. Dit project komt volledig tegemoet aan de doelstellingen van de projectoproepen ‘Gemeente zonder Gemeentehuis’ van de Vlaamse Regering.
Het systeem biedt een digitaal alternatief voor inwoners die verkiezen om een aangifte te doen op plaats en tijdstip van hun voorkeur. De bestaande fysieke aangiften op het gemeentehuis blijven behouden. Het systeem gebruikt de Vlaamse technische bouwstenen zoals Mijn Burgerprofiel en eBox.
Informatief, hieronder een overzicht van de aantallen van de betreffende onderwerpen in Zonhoven:
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
geboorten in Zonhoven | 3 | 1 | 3 | 3 | 4 |
Prenatale erkenning | 64 | 59 | 68 | 57 | 59 |
Huwelijk | 92 | 97 | 88 | 56 | 88 |
overlijden in Zonhoven | 102 | 90 | 94 | 116 | 89 |
Wettelijk samenwonen | 82 | 102 | 95 | 83 | 94 |
Totaal | 343 | 349 | 348 | 315 | 334 |
Financieel
Na aftrek van het Vlaamse subsidieerbare bedrag van de ontwikkelingskosten blijft nog een som van 37.140 euro ten laste van de participerende besturen. Met 8 indienende besturen bedraagt het aandeel per bestuur 4.643 euro. Naarmate dat nog meer besturen instappen, wordt het aandeel per bestuur kleiner. De verwachting is dat acht tot tien besturen aan het project zullen deelnemen (zie bijlage).
De door Cipal Schaubroeck gebudgetteerde ontwikkelingskosten bevatten eveneens de opstart en het gebruiksrecht (onderhoud, hosting, updates enz.) voor de eerste 4 jaren.
Daarna bedraagt het jaarlijkse gebruiksrecht voor een lokaal bestuur uit de C-categorie (19.001 tot 29.000 inwoners) maximaal 60% van het jaarlijkse gebruiksrecht voor CSdabs. Bovendien wordt er een korting toegepast op het jaarlijkse gebruiksrecht van de Virtuele Burgerlijke Stand per 5 bijkomende besturen die de Virtuele Burgerlijke Stand in gebruik nemen.
Timing
Het dossier moet begin april ingediend worden door de penhouder (stad Herentals) en de gemeente Zonhoven moet de principiële goedkeuring geven om te participeren. Cipal Schaubroeck schat dat dit project gerealiseerd kan worden gedurende een doorlooptijd van 10 maanden. Er wordt best ook rekening gehouden met een termijn van 3 maanden voor de goedkeuring van het dossier door Vlaanderen. Hierna zal er ook een openbare aanbesteding dienen te gebeuren.
Personeelsinzet
Cipal Schaubroeck schat voor een deelnemende gemeente een verwachte personeelsinzet van een 15-tal dagen. Die dagen zijn als gespreid over de gehele looptijd van het project en dienen ertoe de goede opvolging van het projectverloop en -implementatie te verzekeren. Samen met de initiatiefnemende besturen wordt momenteel een rolverdeling afgesproken en wordt in functie daarvan een concrete inschatting van personeelsinzet per werkpakket gemaakt.
Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel om te participeren bij de projectrealisatie "Virtuele Burgerlijke Stand" met de stad Herentals als penhouder.
In de Sint-Jozefkerk worden een aantal archieven bewaard waaronder die van de kerkraad van Zonhoven-Halveweg, van Zonhoven-Termolen en van Zonhoven-Terdonk.
De actuele staat van de kerk leidt tot een vochtproblematiek waardoor het niet langer verantwoord is om de archiefstukken in de kerk te bewaren. De kerkraad vraagt daarom om de archiefstukken onder te brengen in het gemeentelijk archief.
Op 23 maart 2022 heeft Nick Mols (dienst informatiemanagement) een plaatsbezoek in het archief van de kerkraad gedaan. Het gaat over een zeer beperkte hoeveelheid archiefstukken (zie foto's in bijlage). Daarnaast zijn archiefstukken met een belangrijke erfgoedwaarde reeds overgebracht naar het bisdom van Hasselt.
Aangezien er nog voldoende plaats is in het gemeentelijke archief geeft de dienst informatiemanagement een gunstig advies om deze archiefstukken te verhuizen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om advies te vragen aan de Koninklijke Heemkunde Zonhoven om te bepalen wat de maatschappelijke en erfgoedwaarde van het archief van de kerkraad van Zonhoven-Halveweg, van Zonhoven-Termolen en van Zonhoven-Terdonk is.
Artikel 2
De kerkraad van Sint-Jozef zal parallel advies vragen aan het Bisdom van Hasselt of/hoe deze archiefstukken bewaard dienen te worden.
Artikel 3
Afhankelijk van de inhoud van deze adviezen zal de vraag opnieuw voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraadsbeslissing dd. 28 maart 2022 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze van de opdracht "Aankoop en installatie van software voor de optimalisatie van de werking van het burgercontactcenter".
Het bestek voor de opdracht "Aankoop en installatie van software voor de optimalisatie van de werking van het burgercontactcenter" opgesteld door Nick Mols, diensthoofd informatiemanagement.
In het kader van de opdracht "Aankoop en installatie van software voor de optimalisatie van de werking van het burgercontactcenter" werd een bestek opgesteld door Nick Mols, diensthoofd informatiemanagement.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 59.504,13 excl. btw of € 72.000,00 incl. 21 % btw voor 4 jaar.
De gemeenteraad verleende in zitting van 28 maart 2022 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Er wordt voorgesteld om de plaatsingsprocedure op te starten en een aankondiging van opdracht op nationaal niveau te verzenden op 30 maart 2022.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 26 april 2022 om 11.00 uur voorgesteld.
De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor de opdracht "Aankoop en installatie van software voor de optimalisatie van de werking van het burgercontactcenter" wordt opgestart.
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld en bekendgemaakt op nationaal niveau.
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 26 april 2022 voor 11.00 uur.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025.
Powerpoint toelichting horecareglement en reglement uitbating specifieke inrichtingen;
Horecareglement en Reglement uitbating specifieke inrichtingen stad Hasselt;
Het politiecollege in zitting dd. 3 augustus 2020 besliste om overleg op te starten binnen en tussen de gemeentes behorende tot de politiezone LRH om de mogelijkheid te onderzoeken en bespreken voor het opstellen van éénzelfde horecareglement & reglement uitbating specifieke inrichtingen.
Na enkele overlegmomenten op verschillende niveaus, wordt concreet de vraag gesteld aan alle gemeentes om hun visie te verkrijgen om dit al dan niet verder uit te kunnen werken.
De stad Hasselt heeft deze twee reglementen opgemaakt, dewelke al goedgekeurd werden door hun gemeenteraad in zitting op 24/11/2020 en dus in Hasselt al enige tijd in voege is.
De korpschef wil nu nog een stap verder zetten en een draagvlak zoeken om de implementatie van het horecareglement & reglement uitbating specifieke inrichtingen in alle gemeenten van de PZ door te voeren.
Deze twee reglement maken deel uit van het specifieke deel (deel II en/of III) van de politiecodex. Pro memorie: Deel I van de politiecodex (algemene bepalingen) is identiek in de gehele politiezone LRH. Deel II en deel III zijn afwijkend binnen de verschillende gemeentes, waarbij rekening gehouden wordt met de verschillen tussen de gemeentes.
Voor de politiezone zou het een meerwaarde betekenen indien in elke gemeente deze reglementen zouden overgenomen worden. Dit maakt het reglement nl. uniform en duidelijk voor elke politieagent in de politiezone LRH. De aanname van dit reglement zorgt ook voor een betere, duidelijke, mogelijkheid tot bestuurlijke handhaving.
Het toepassingsgebied van de twee reglementen zijn:
Horecareglement: Alle, tijdelijke en permanente, uitbatingen op het gehele grondgebied. Uitgesloten: occasionele en reizende horeca.
Reglement uitbating specifieke inrichtingen: CBD-shops, motorclubs en andere besloten organisaties, nachtwinkels, private bureaus voor telecommunicatie, wedkantoren.
De finaliteit van de twee reglement :
Horecareglement:
- Kwaliteitsvolle, veilige, horeca;
- Duidelijke spelregels;
- Uniformiteit.
Reglement uitbating specifieke inrichtingen:
- Verhinderen dat men zich in elkaars buurt gaat vestigen;
- Toezicht en controle;
- Geen vestiging in schoolomgeving;
- Handhaven van de openbare orde.
Voor de inhoud van beide reglementen wordt verwezen naar de tekst daarvan, zoals bijgevoegd in bijlage bij dit besluit. Voor een overzicht daarvan en bijhorende informatie, wordt verwezen naar de Powerpoint, eveneens toegevoegd als bijlage bij dit besluit.
De huidige politiecodex van de gemeente Zonhoven bevat, gedeeltelijk, verschillende bepalingen omtrent hetzelfde voorwerp, vrij verspreid over de politiecodex:
- Deel II, hoofdstuk 1: Brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen;
- Deel II, hoofdstuk 6: Drankgelegenheden;
- Deel III, hoofdstuk 11: sluitingsuur;
- Deel III, hoofdstuk 12: nachtwinkels, private bureau voor telecommunicatie en automatenshops.
Enkele verschillen tussen de huidige bepalingen en de voorgestelde reglementen zijn:
Horecareglement:
- Algemeen zijn er vanzelfsprekend bepalingen die niet overgenomen kunnen worden voor de gemeente Zonhoven, zoals bv. het sluitingsuur in de stationsbuurt dewelke specifiek is voor Hasselt;
- Algemeen is het voorgestelde horecareglement grotendeels nieuw. De huidige reglementen van Zonhoven specifiëren enkele details omtrent horeca (bv.: vergunning voor drank en sluitingsuur) maar Zonhoven heeft geen alomvattend reglement.
- Ons huidig reglement legt een sluitingsuur op voor horeca (2:00u 's nachts - uitgezonderd bij bep. evenementen zoals hololool en carnaval), het voorgestelde reglement legt geen sluitingsuur op.
- Het voorgestelde reglement voert een "Horeca-map" in (cfr. art. 261), dewelke een aantal administratieve documenten bevat (cfr. art. 256). In Hasselt is het gangbaar dat de stad deze map aanlevert, zodat alle noodzakelijke documenten betreffende de uitbating letterlijk op één plek bijgehouden kunnen worden.
- Het huidig reglement "brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen" beslaat 14 bladzijden. In het voorgestelde reglement wordt verwezen naar het moeten voldoen aan het van toepassing zijnde "Provinciaal reglement betreffende voorschriften omtrent de brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad [van Hasselt] ...". In Zonhoven is dit geen apart reglement maar maakt dit deel uit van de politiecodex. Deze is op het eerste zicht echter deels achterhaald en dient hoe dan ook minstens gedeeltelijk aangepast worden.
- Het huidige reglement "Drankgelegenheden" is achterhaald, zit vol met verkeerde verwijzingen. Het voorgestelde reglement verwijst eenvoudigweg naar de wet op drankslijterijen, dewelke bepaalt dat de gemeente een vergunning dient af te leveren indien er aan de andere bepalingen van die wet voldaan is.
Reglement uitbating specifieke inrichtingen:
- Algemeen dient gemeld te worden dat de gemeente Zonhoven al een reglement heeft betreffende specifieke inrichtingen maar deze is qua voorwerp (nachtwinkels, bureaus voor telecommunicatie en automatenshops) beperkter dan het voorgestelde reglement. Inhoudelijk is het voorgestelde reglement ook uitgebreider. Wel bevat het huidig reglement expliciete bepalingen omtrent "automatenshops". Dit is niet vervat in het voorgestelde reglement.
- Het voorgestelde reglement vermeldt dat kleinhandel - nachtwinkels uitgezonderd - open mag zijn tot 22 uur terwijl de wet betreffende openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening (Wet 10/11/2006) wordt bepaald dat dit 20 uur is. Dit is omdat Hasselt een "toeristisch centrum" is en het sluitingsuur van 20:00u niet van toepassing is op hen. Dit geldt wel voor de gemeente Zonhoven.
- Het huidige reglement van Zonhoven legt op dat er max. 1 nachtwinkel en max. 2 nachtwinkels gevestigd mogen zijn en dat op respectievelijk de N72 en de N715. Het totaal aantal nachtwinkels in Zonhoven wordt op die manier ook beperkt tot 3 op het gehele grondgebied. Het nieuw voorgestelde reglement legt een andere vorm van beperking op in die zin dat, indien er één nachtwinkel gevestigd is, er geen andere gevestigd mag zijn in een straal van 500 meter. Ondanks de beperking is dit dus veel soepeler dan de huidig gehanteerde regels in Zonhoven.
- Het voorgestelde reglement legt beperkingen op voor andere uitbatingen (CBS-shops, motorclubs, wedkantoren, bureau voor telecommunicatie) om een vergunning te bekomen. Dit bestaat momenteel niet in Zonhoven, behalve gedeeltelijk voor bureaus voor telecommunicatie.
Vanuit de dienst lokale economie worden de voorgestelde wijzigingen, nl. een duidelijk reglement, als een grote meerwaarde bezien. De bijkomende werklast wordt niet als problematisch ervaren.
Er vond een overleg plaats tussen vertegenwoordigers vanuit de verschillende gemeenten behorende tot de politiezone LRH. De stad Hasselt, dewelke dit reglement in 2020 al hebben aangenomen, liet weten dat dit nieuw reglement een succes was en dat de horeca-uitbaters, na eerst argwanend te zijn, dit uiteindelijk een goede zaak vonden, vnl. door de allesomvattende “Horeca-map” waar de horeca-uitbaters alles in terug konden vinden qua administratie. Bij de start van de invoering van het reglement in Hasselt zou +-20% van de horeca-uitbaters (+-500 zaken) in orde zijn met het toen nieuw ingevoerde regelement, nu – anderhalf jaar later - zou dat +-90% zijn. Hasselt liet wel weten dat dit vrij tijdsintensief zou zijn voor het personeel indien dit goed opgevolgd wordt.
Vanuit de politiezone wordt concreet de vraag gesteld of elke gemeente een volledige, gedeeltelijke of geen overname van deze reglementen wenst.
De definitieve goedkeuring van deze reglementen is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
De dienst Lokale economie ondersteunt dit project.
Het levert de dienst een juist overzicht/beeld van de horecapanden, alsook de specifieke inrichtingen in Zonhoven.
Tevens is men ook zeker dat de uitbaters betrouwbaar, solvabel zijn.
De dienst ruimte levert dit ook een juiste invulling van de panden op.
Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel het horecareglement en reglement uitbating specifieke inrichtingen mutatis mutandis over te nemen met het oog op een uniforme regelgeving binnen de politiezone LRH en beslist bijgevolg ook principieel de huidige reglementen zoals vervat in de politiecodex, deel II, hoofdstuk 6 en deel III, hoofdstuk 11 en 12, op te heffen.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel de politiecodex, deel II, hoofdstuk 1 (brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichting) te actualiseren conform het Provinciaal reglement betreffende voorschriften omtrent de brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 40.570,20.
Collegebesluit dd. 23 maart 2021 m.b.t. terras jeugdhuis Nachtwacht
Collegebesluit dd. 25 januari 2022 m.b.t. terras jeugdhuis Nachtwacht
Sedert enkele jaren maakt jeugdhuis Nachtwacht tijdens de zomermaanden een tijdelijk terras aan het jeugdhuis. Dat gebeurde in overleg met de sportdienst, jeugddienst en met de ondersteuning van de gemeente (o.a. uitlening materiaal zoals herashekken, biertafels en -banken). Het afgelopen jaar gaf het college reeds de goedkeuring voor een zomerterras (2021) en een winterterras (2022).
Nu vraagt het jeugdhuis terug een zomerterras te mogen organiseren op dezelfde manier als dat in 2021 gebeurde.
Gezien dat zomerterras zich volledig op private eigendom bevindt, kan hiervoor geen vergunning "inname openbaar domein" worden opgemaakt. Wel is een goedkeuring van de eigenaar, zijnde de gemeente Zonhoven, nodig.
De dienst contractmanagement gaf in maart 2021 volgend advies: "Op basis van de huidige concessieovereenkomst is het inrichten van tijdelijke terrassen, onder de voorwaarden zoals bepaald in het gemeentelijke reglement voor terrassen en bijkomstig voor het jeugdhuis de voorwaarden zoals bepaald in de concessieovereenkomst (geen meubilair buiten na 23u) wel mogelijk."
Het college van burgemeester en schepenen beslist de toelating te geven voor het inrichten van een tijdelijk zomerterras aan jeugdhuis Nachtwacht tot 30 oktober 2022, onder voorwaarde dat er geen permanente constructies worden gemaakt.
Het bestek voor de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal “Den Dijk” met een semi-professionele keuken” opgesteld door architect Fernand Bollen.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 13 september 2019 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze voor de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal “Den Dijk” met een semi-professionele keuken”.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 18 januari 2022 houdende starten procedure voor de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal “Den Dijk” met een semi-professionele keuken”.
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 22 maart 2022 opgesteld door architect Fernand Bollen.
De ontwerpopdracht voor de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken” werd gegund aan architect Fernand Bollen, Holsteenweg 15 te 3520 Zonhoven.
In het kader van deze opdracht werd een bestek opgesteld door de ontwerper, architect Fernand Bollen, Holsteenweg 15 te 3520 Zonhoven.
Deze opdracht is opgedeeld in volgende percelen:
* Perceel 1 (Architectuur en technieken), raming: € 201.902,53 excl. btw of € 244.302,06 incl. 21 % btw;
* Perceel 2 (Keuken en keukenuitrusting), raming: € 39.704,31 excl. btw of € 48.042,22 incl. 21 % btw.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 241.606,84 excl. btw of € 292.344,28 incl. 21 % btw (€ 42.399,53 Btw medecontractant).
De gemeenteraad verleende in zitting van 13 september 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
De offertes dienden het bestuur ten laatste op 22 februari 2022 om 11.00 uur te bereiken.
De verbintenistermijn van 120 kalenderdagen eindigt op 22 juni 2022.
Volgende offertes werden ontvangen :
* Perceel 1 (Architectuur en technieken): Verbeterde eindoffertes:
- Dillen Bouwteam nv te Balen (€ 408.394,12 incl. btw)
- Hermans & Co Algemene Ondernemingen nv te Lanaken (€ 341.202,23 incl. btw)
- Renovatie en onderhoudswerken nv te Stabroek (€ 365.490,82 incl. 21 % btw);
* Perceel 2 (Keuken en keukenuitrusting): Verbeterde eindoffertes:
- D&L Concepts nv te Herentals (€ 56.986,04 incl. btw)
- Dillen Bouwteam nv te Balen (€ 65.489,56 incl. btw)
- Elpo Cuisinex GHG nv te Hasselt (€ 52.816,74 incl. btw)
- GBM nv te Awans (€ 61.956,11 incl. btw)
- Kitchco bvba te Rotselaar (€ 56.947,44 incl. btw)
- Magec nv te Edingen (€ 58.454,52 incl. btw)
- Metos nv te Aalst (€ 58.988,69 incl. % btw)
- Renovatie en onderhoudswerken nv te Stabroek (€ 85.873,12 incl. btw).
Architect Fernand Bollen stelde op 22 maart 2022 het verslag van nazicht van de offertes op.
Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in het verslag van nazicht van de offertes, stelt de ontwerper voor om de opdrachten te gunnen aan de firma’s met de economisch meest voordelige (op basis van de prijs) offerte, zijnde:
* Perceel 1 (Architectuur en technieken) aan Hermans & Co Algemene Ondernemingen nv, Nijverheidslaan 116 te 3620 Lanaken tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 278.485,31 excl. btw of € 336.967,23 incl. 21 % btw;
* Perceel 2 (Keuken en keukenuitrusting) aan Elpo Cuisinex GHG nv, Bedrijfsstraat 18 te 3500 Hasselt tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 43.650,20 excl. btw of € 52.816,74 incl. 21 %.
Toelichting raming-gunningsprijs:
Perceel 1 wordt gegund aan +- 38% boven de raming. Vanuit de administratie dient gemeld te worden dat de door de aanhoudende sterke stijgingen van de prijzen van bouwmaterialen, alsook de stijgende loonkosten, kostenramingen momenteel snel achterhaald zijn. Desalniettemin liggen de inschrijvingsprijzen voor dit perceel van alle drie inschrijvers ver boven de raming, waardoor geconcludeerd moet worden dat deze werd onderschat.
Perceel 2 wordt gegund aan +-7% boven de raming.
Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes dd. 22 maart 2022 opgesteld door de ontwerper. Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
De opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken” wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieders, zijnde:
* Perceel 1 (Architectuur en technieken): Hermans & Co Algemene Ondernemingen nv, Nijverheidslaan 116 te 3620 Lanaken tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 278.485,31 excl. btw of € 336.967,23 incl. 21 % btw;
* Perceel 2 (Keuken en keukenuitrusting): Elpo Cuisinex GHG nv, Bedrijfsstraat 18 te 3500 Hasselt tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 43.650,20 excl. btw of € 52.816,74 incl. 21 % btw.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek.
De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het meerjarenplan 2020-2025 en een gedeelte te voorzien in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
De gemeenteraadsbeslissing dd. 28 maart 2022 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze van de opdracht “Onderhoud sportvelden gemeente Zonhoven.
Het bestek voor de opdracht “Onderhoud sportvelden gemeente Zonhoven” opgesteld door Stijn Franssen, verantwoordelijke groendienst.
In het kader van de opdracht “Onderhoud sportvelden gemeente Zonhoven” werd een bestek opgesteld door Stijn Franssen, verantwoordelijke groendienst.
De uitgave voor deze opdracht, zowel het aandeel ten laste van de gemeente als het aandeel ten laste van de verenigingen, wordt geraamd op € 320.000,00 excl. btw of € 387.200,00 incl. 21 % btw).
De gemeenteraad verleende in zitting van 28 maart 2022 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de openbare procedure.
Er wordt voorgesteld om de plaatsingsprocedure op te starten en een aankondiging van opdracht op nationaal niveau te verzenden op 30 maart 2022.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 3 mei 2022 om 11.00 uur voorgesteld.
De openbare procedure voor de opdracht “Onderhoud sportvelden gemeente Zonhoven” wordt opgestart.
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld en bekendgemaakt op nationaal niveau.
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 3 mei 2022.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025.
Wij ontvingen op 23 maart 2022 de subsidieaanvraag van Chiro Zonhoven Centrum voor de security bij 2Beer op zaterdag 26 februari 2022.
De subsidieaanvraag voldoet aan de voorwaarden uit het subsidiereglement.
De factuur bedraagt 1.258,40 euro (4 bewakingsagenten over de hele avond, incl. btw).
De subsidie bedraagt maximum 300 euro.
Actie MJP000358 Het toelagereglement voor jeugdwerk wordt uitgevoerd, geëvalueerd en eventueel bijgestuurd.
Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring over de uitbetaling van een subsidie security op jeugdfuiven voor 2Beer ten bedrage van 300 euro.
Artikel 2
Deze subsidie wordt uitbetaald aan Chiro Zonhoven Centrum op rekeningnummer BE82 9733 8568 5168.
De beslissing van de gemeenteraad dd. 28 maart 2022 houdende aanvaarding wegtracé en gratis grondafstand ter verbreding van het wegtracé Schelstraat.
Het rooilijnplan dd. 2 september 2021.
De gemeenteraad dd. 28 maart 2022 ging akkoord met de gratis grondafstand door Limboma Projectontwikkeling nv, Genkersteenweg 195 bus 1.01 te 3500 Hasselt van 36ca uit de percelen sectie B 920k4 en 1014d4 gelegen langs de Schelstraat, voor inlijving bij het openbaar domein van de gemeente.
De akte zal verleden worden door een notaris aan te stellen door het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist notaris Natalie Cabes, Sint-Trudoplein 7/1 te 3530 Houthalen-Helchteren aan te stellen om de akte te verlijden.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 16/02/2022, nl.:
“Betreft : beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven d.d. 21 december 2021
Hierbij deel ik u mee dat het beroep van de heer Yvo Brouwers en mevrouw Christine Mangelschots, ingesteld tegen de beslissing d.d. 21 december 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een voorwaardelijke omgevingsvergunning werd verleend aan de heer Dirk Landuyt voor het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk aan de straatzijde en het bijstellen van de verkaveling 7204.V.MI/06 naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, te Zonhoven ter plaatse Bremstraat 15, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.
Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”
Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:
“Bij deze zouden we willen beroep indienen tegen de vergunning verstrekt door het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Zonhoven voor het bijstellen van de verkaveling terrein Bremstraat 15 en met ref. 7204.VMI.
We gaan proberen de situatie uit te leggen in gewone mensentaal in de hoop zo duidelijk te kunnen maken wat onze bezwaren inhouden.
Het woongedeelte van ons huis gelegen Bremstraat 11, 3520 Zonhoven ligt aan de straatkant en het achtergelegen gedeelte met het werkhuis en CV-plaats liggen achter onze woning aan de zuid-oostkant van het huis. Dit brengt met zich mee dat de leefruimte van ons huis, die zich centraal bevindt, enkel en alleen direct zonlicht aan de zuidwest zijde krijgt via een relatief kleine venster van 1m15 op 1m10. Dit is de enige venster van onze woonkamer waardoor we rechtstreeks zonlicht kunnen ontvangen.
Indien op het te verkavelen stuk een gebouw wordt opgetrokken zoals vermeld in de “Aanvraag voor omgevingsvergunning voor het bijstellen van een verkaveling”, dan belet deze bouw de enige lichtinval van zonlicht in onze leefruimte (alsook de keuken/veranda en badkamer gelegen in dezelfde gevel). Het gedeelte van het huis waar we leven, eten en samen door het alledaagse leven gaan en waar alles om draait. Nu is het al een redelijk donkere ruimte juist door het feit van haar ligging in het geheel, en is het directe zonlicht dat we krijgen in de namiddag van cruciaal belang voor ons welbehagen. Het optrekken van een hoge muur op 3 meter van de perceelgrens zou dit zonlicht blokkeren en ons verplichten om bij om het even welke normale, alledaagse bezigheid in onze leefruimte, waar we leven, eten, lezen, schrijven en socialiseren, te moeten verlichten met kunstlicht. Het gaat hier dus over zonlicht dat, door de ligging, noodzaak heeft aan de namiddag om direct inschijn mogelijk te maken. Zeker in de seizoenen buiten de zomer wanneer de zon-inschijning cruciaal is voor licht en het ontvangen van de zonnewarmte en de zon lager aan de horizon staat, zou de hoge muur dit alles beletten, en dit voor de rest van ons leven.
Terwijl andere mensen ’s ochtends goedgehumeurd kunnen geraken wanneer ze de gordijnen van hun leefruimte opentrekken om maximaal te kunnen genieten van de levensnoodzakelijke inwerking van zonlicht, zullen wij, indien deze plannen tot wijziging van de verkaveling doorgaan, voor de rest van ons leven daarvan nooit meer kunnen genieten.
Wij hebben indertijd het huis gekocht en als hard werkende burgers voor gewerkt en gezwoegd om het voor te bereiden om er onze thuis van te maken, om er ons leven in te kunnen doorbrengen en onze oude dag samen te slijten. Het gaat hier niet zomaar om een ordinair en algemeen protest tegen het ontnemen van wat zonlicht op een onbelangrijk gedeelte van de woning of tuinbegroeiing, maar om een zon-inschijning cruciaal voor welbehagen en gezondheid. Dit alles komt nu op de helling door de genoemde voornemens.
Het is niet dat we iets tegen plannen voor het plaatsen van een bouw hebben, het is alleen zo dat de geplande wijzigingen in de verkaveling, met de bouw van tweelagige dubbelwoonst, ernstige gevolgen met zich meebrengt voor ons. De aanliggende verkaveling, waarover het gaat, behoorde vroeger tot de tuin van ons huis. De oorspronkelijke bewoners hebben bij de bouw waarschijnlijk daardoor nooit rekening moeten houden met enige belemmering van de inschijn van zonlicht in de woonruimte, vandaar de wat unieke plaatsing van het raam van de leefruimte en aanpalende vertrekken aan dezelfde zijde van de woning. Alles werd gebouwd met de toenmalige situatie dat er enkel gelijkvloerse woningen mochten gebouwd worden en de naastliggende tuin geen enkele belemmering bood.
Toen we het huis kochten werd het stuk net opgedeeld in ons deel en het deel van de verkaveling wat nu dus direct naast ons ligt. Een van onze naburige buren had het gekocht met de bedoeling om er ooit een woning neer te zetten voor zijn opgroeiende zoon. Ruimte genoeg om een woning te plaatsen in open bebouwing, met voldoende mogelijkheid om op een afstand van de scheiding te bouwen waardoor we relatief weinig hinder zouden ondervinden.
Door het verder verkavelen en het plaatsen van een dubbelwoonst met dubbele bouwlaag op de betwiste verkaveling is er enkel nog de mogelijkheid om op de minimum afstand van 3 meter te bouwen met alle gevolgen van dien voor onze direct levenskwaliteit. Het maakt onze woning ook onverkoopbaar en zorgt voor een serieuze waardevermindering, (wie wil er immers een huis kopen met een leefruimte waar nooit direct zonlicht binnenvalt en constant beroep moet gedaan worden op kunstlicht en bijkomende verwarming). Het ontnemen van dit direct zonlicht, zeker in de donkerste maanden, zou in ons geval leiden tot een serieuze verhoging van verwarmingskosten en verplichten tot een bijna constante verlichting met kunstlicht. Door de stijgende energieprijzen is dat zeker geen mooi vooruitzicht. Dan hebben we nog gezwegen van de mogelijkheden tot schimmelvorming en vochtproblemen in de badkamer die zich in dezelfde gevel van het huis bevindt en de andere vertrekken.
Het meest hemeltergend is dan ook dat in de Motivatienota van de te bouwen woningen vermeldt staat:
“De tuin is zuidoostelijk gelegen. Naargelang behoeften en mogelijkheden kunnen de echte leefvertrekken in de woning aan de volledige zuidoostelijke zijde ingeplant worden om van een optimale bezonning te kunnen genieten.” Dit is juist, maar die “optimale bezonning” is net dàt wat men ons ontneemt.
Door het verwerpen van de aanvraag tot verdere verkaveling zou de mogelijkheid blijven bestaan om op grotere afstand van ons huis een nieuwe woning in open bebouwing in te planten waardoor bovenstaande bezwaren zo goed als verdwijnen.
De meeste woningen in onze straat, gelegen op Ter Donk en niet in het Centrum van Zonhoven zoals de documenten willen doen uitschijnen, bestaan uit een enkel verdiep met een dakgedeelte. Enkel de woning naast ons aan de andere perceelgrens heeft een dubbele bouwlaag, en een paar huizen die de laatste jaren op het eind van de straat werden ingeplant en niet in de direct buurt liggen van de algemene bouwstijl in de straat. Het meest dominante beeld is toch de eenlaags woning. De bewoners die in het verleden vroegen om een vergunning voor een tweelagige woning werden afgewezen met het argument dat dat niet in het straatbeeld paste.
Enkele jaren geleden werd naast onze woning toch een tweelagige dubbelwoonst gerealiseerd (we werden niet aangetekend hiervan op de hoogte gesteld door de Gemeente). Door de gevraagde verkaveling toe te laten zou er niet anders dan op 3 meter van de scheiding van de percelen gebouwd kunnen worden, met als gevolg dat onze kleine eenlagige woning geprangd wordt tussen 2 lagige bouw-mastadont-betonblokken. Dit is de nuchtere vaststelling. Met de voorziene plannen zoude er 3 gebouwen neer geplant worden op een oppervlakte die oorspronkelijke voorzien was voor 2 woningen. En dit om pure commerciële belangen, door een firma uit het verre Herentals enkel uit op winstbejag, zonder rekening te houden met de inwoners van de buurt en zonder enige binding daarmee.
We vragen dan ook met drang om deze plannen voor het wijzigen van de verkaveling af te wijzen zodat een situatie ontstaat die zowel voor ons als onze toekomstige buren leefbaar is. Dat is toch tenslotte het belangrijkste aan wonen, het goed gevoel en levensvreugde in goede verstandhouding met de buren. Wij hebben tot nu een zeer goede relatie met al onze buren en zouden dat graag in de toekomst zo verder zien.
Dan hebben we het nog niet gehad over een ander zeer belangrijk aspect zoals daar is de Privacy. Door de hoogbouw kort t.o.v. onze lage woning bestaat het gevaar van rechtstreekse inkijk in onze meest belangrijke privéruimten, onze woonkamer en de badkamer (gelegen in dezelfde gevel als onze woonkamer). Constant met het gevoel moeten leven dat er iemand ongevraagd kan binnenkijken in de meest intieme plaatsen van het huis is frustrerend. Als oplossing zou dan gelden folies plakken of gordijnen continue moeten dichtdoen wat het verhaal over gebrek aan direct zonlicht nog meer versterkt.
Het is onvoorstelbaar welke inspanningen in het kader van de GDPR-AVG wetten moet worden geleverd om de privacy van commerciële klanten te beschermen en al de privacy regeltjes bedacht om mensen te beschermen die zelf hun privacy online te grabbel gooien op Facebook, Instagram en andere digitale media. Dit staat in schril contrast met het gemak waarmee blijkbaar de werkelijke en direct menselijke privacy van een woning en leefomgeving afgedaan wordt als onbelangrijk en verwaarloosbaar. Door het ontzeggen van direct zonlicht zijn we bijna verplicht om ons kort tegen het belangrijkste raam in onze living te positioneren, waarbij we dan weer ten prooi kunnen vallen van privacy-schending. Zeker ook omdat het raam van onze badkamer uitkijkt op het te verkavelen perceel is er zeker nood aan deze essentiële privacy en het gevoel niet constant te kunnen begluurd worden. Voor ons als bewoners zijn deze genoemde punten van levensbelang.
Een eveneens bijkomend en belangrijk aspect is de stabiliteit van onze woning tijdens de bouwwerken. Onze woning dateert van 1995 en is gebouwd “op de zavel”, zoals men zegt, met rudimentaire fundamenten, zonder dat er een betonnen dek of chape onder de vloeren werd aangebracht. Daardoor is onze woning niet zo stabiel als de meeste moderne huizen. We vrezen er daarom ook voor dat bouwwerken/graafwerken op korte afstand, en droogzuiging, een ernstig risico inhouden voor het behoud en de stabiliteit van onze woning en in het ergste geval zou kunnen leiden tot scheuren, verzakkingen of instorting. Door te bouwen op grotere afstand dan de minimum afstand van 3 meter van de perceelgrens, enkel mogelijk bij verwerping van het voorstel tot verkaveling naar 2 half-open gebouwen, kan dit vermeden worden.
De oorspronkelijke nabije verkaveling was voorzien voor het bouwen van een enkele woning, met eventueel twee bouwlagen. Daar hebben we geen bezwaar tegen indien de grootst mogelijke afstand tot ons perceel aangehouden wordt om het probleem met het zonlicht en de privacy te vermijden en het risico op schade te beperken. Onze vraag is dan ook om het verder verkavelen af te wijzen en de oorspronkelijke bouwvergunning voor een open bebouwing aan te houden met inbegrepen de grootst mogelijke afstand tot onze perceelgrens van de te bouwen woning.
De toestand moet leefbaar en gezond zijn voor nieuwbouwers, maar ook voor diegenen die er al wonen.
Laat ons hopen dat de ZON in ZONhoven ook nog voor ons verder mag schijnen.”
Advies dienst:
De argumenten opgenomen in het omgevingsberoep werden ook reeds geformuleerd in het bezwaarschrift ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Samengevat worden volgende argumenten aangehaald:
1.- Het bouwen van woningen met 2 bouwlagen past niet in het straatbeeld.
2.- Door het bouwen van woningen met 2 bouwlagen verliest de aanpalende woning alle direct zonlicht aan de zuidwest kant van de woning waar de belangrijkste ruimte van het huis, namelijk de woonkamer, voor altijd zou ontzegd worden van direct zonlicht noodzakelijk voor welzijn, gezondheid en leefbaarheid van de woning. Dit betekent een enorme vermindering van de leef- en woonkwaliteit. En een serieuze waardevermindering van de woning.
3.- Door het bouwen van woningen met 2 bouwlagen wordt een serieuze inbreuk gepleegd op de privacy van de bewoners. Een woning met verdieping op 3 meter van de perceelsgrens zal van de vroege morgen tot de late avond, de nacht inbegrepen, een totale inkijk hebben in de leefvertrekken, in de tuin,...
4.- De vrees dat bouwwerken/graafwerken op korte afstand, en droogzuiging, een ernstig risico inhouden voor het behoud en de stabiliteit van de bestaande woning.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) blijft bij zijn ongunstig advies en wenst hiervoor te verwijzen naar het verslag GOA d.d. 07/12/2021 waarbij volgend standpunt werd ingenomen:
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Bremstraat, een gemeenteweg ten zuidwesten van de kern van Zonhoven. In de directe omgeving van het eigendom, en dit bekeken i.f.v. de bebouwing aan de Bremstraat, bestaat de bebouwing uit vrijstaande eengezinswoningen (woningen nr. 11, 17, 19 en 24) en halfopen bebouwing (woningen nr. 6 en 8 en 9 en 9A). Aan de achterzijde van het eigendom (Rozenstraat, Anjerstraat,…) is de bebouwing denser onder de vorm van gekoppelde en gegroepeerde bebouwing. De bestaande woningen bestaan uit 1 of 2 bouwlagen en hebben een schuin of plat dak.
De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften voorzien in een één – of tweegezinswoning, een bebouwing op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelgrens en een bouwdiepte van maximaal 17 meter op het gelijkvloers en 10 meter op de verdieping met een maximum van 2 bouwlagen onder de kroonlijst.
Gelet op de bestaande, aanwezige bebouwing in de onmiddellijke omgeving (recentste bebouwing bestaat uit twee halfopen bebouwingen met twee bouwlagen en afgedekt met plat dak - woningen nr. 9 en 9A) en de voorziene bouwmogelijkheden conform de bestaande verkavelingsvoorschriften, kunnen twee bouwlagen worden toegestaan in de Bremstraat.
Het eigendom is gelegen in woongebied en is vandaag de dag reeds bebouwbaar conform de goedgekeurde verkavelingsvoorschriften. De afstand van de nieuw op te richten woningen tot de perceelgrenzen wijzigt niet t.o.v. de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften. Ook de bouwdiepte op het gelijkvloers (max. 17 meter) en de verdieping (max. 10 meter) wijzigt niet t.o.v. de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften. De voorliggende aanvraag tot bijstelling heeft derhalve geen bijkomende negatieve impact op de bezonning, privacy en woonkwaliteit van de aanpalende woningen. Het is evident dat het bebouwen van een aanpalende eigendom een impact heeft op de woonbeleving van de bestaande woningen. Voorliggende aanvraag voldoet qua bouwvolume en afstand evenwel aan de algemeen gehanteerde normen binnen de gemeente Zonhoven. Er kan hierdoor vanuit gegaan worden dat er geen abnormale hinder veroorzaakt wordt naar de aanpalende eigendommen. Het ontnemen van zonlicht of extra schaduwwerping op aanpalende eigendommen is niet abnormaal in een woonomgeving en algemeen aanvaardbaar. Aangezien het hier gaat om grondgebonden eengezinswoningen zal er tenslotte ook geen abnormale privacy hinder ontstaan naar de aanpalende eigendommen.
De toekomstige eigenaars van de nieuwe woningen dienen hun woning (te laten) op te richten conform het principe van een goede huisvader en de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om schade te voorkomen aan de aanpalende eigendommen.
De bestaande verkavelingsvoorschriften laten reeds één- of tweegezinswoningen toe, waardoor er ook 3 woongelegenheden kunnen opgericht worden op het voorliggende eigendom. Voorliggende aanvraag resulteert in een woondichtheid van ca. 12,45 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving. De Bremstraat is een voldoende uitgeruste weg dewelke het extra verkeer probleemloos kan afhandelen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te beoordelen en behoudt het standpunt van 21/12/2021.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en bouwen van een nieuw bijgebouw en herinrichting van het terrein.
De aanvraag werd op 29/10/2021 ontvangen.
Op 25/11/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 06/12/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 21/12/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 30/12/2021 tot en met 28/01/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd niet voorafgaandelijk in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Er werden wel een aantal opmerkingen meegegeven bij het verzoek tot aanvulling dd. 25/11/2021:
Als men de bestaande voorschriften naast zich neerlegt, dan is de aftoetsing aan de goede ruimtelijke ordening van toepassing.
Opmerkingen betreffende de haalbaarheid en hemelwaterverordening:
De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de opmerkingen.
De bouwdiepte van 21,50m wordt niet verder verruimd. Deze bouwdiepte werd toegestaan onder de voorwaarde dat het bestaande bijgebouw verwijderd zou worden; tot op heden werd de voorwaarde niet uitgevoerd waardoor de bestaande bouwdiepte van 21,50m principieel niet vergund is.
Het bestaande bijgebouw achteraan wordt verwijderd, doch men voorziet een nieuw bijgebouw van meer dan 62,30m². De bebouwde oppervlakte in de tuinzone verminderen om de ruimere bouwdiepte van het hoofdgebouw (21,50m ipv de gebruikelijke 17m) te compenseren wordt niet gevolgd. De functie carport werd aangehouden alsook de ruime oprit in asfalt naar deze carport.
Het bijgebouw werd wel op 1m van de perceelgrenzen voorzien en een strook van ca. 1m breed langsheen de linker perceelgrens wordt onthard (noot: verharding oprit is niet vergund).
Er wordt geen hemelwaterput met recuperatie voorzien, enkel een infiltratieput.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw van meer dan 85m² dat opgenomen werd als te verwijderen in de vergunningsvoorwaarden dd. 25/08/2003, en verhardingen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen.
Er wordt tevens vastgesteld dat de perceelafmetingen niet overeenstemming met de afmetingen van lot 2 (18m breed x 45m diep) zoals vergund binnen verkaveling 7204.V.106 en aangegeven op de plannen van de latere vergunningen voor de woning en aanbouw. Nergens wordt hiervoor enige verklaring aangeleverd.
Milieu
Volgende milieumelding is gekend op perceelnrs. 742F, 742G, 742L:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 30/12/2021 tot en met 29/01/2022.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Fluvius (gasleiding)
Fluxys (gasleiding)
Dienst Patrimonium
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
Het perceel van de aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 18/05/1965 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.106. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning en/of handelshuis
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:
Titel I – artikel 2
Het oprichten van vrijstaande achtergebouwtjes is toegelaten, doch enkel in functie van bergplaats. De totale oppervlakte hiervan mag evenwel de 1/5 der voorbehouden oppervlakte van koeren en hovingen niet overschrijden en dit met een maximum van 30m². Zij mogen slechts opgericht worden achter de achtergevellijn van het wooncomplex (hoofdbouw + eventuele bijbouw), en mits een vrije ruimte van minimum 6,00m. te bewaren tussen dit wooncomplex en het achtergebouw. Behalve dat ze mogen ingeplant worden op de perceelscheiding ingeval van gelijktijdig bouwen met de gebuur of tegen een reeds bestaande achtergebouw, dient in alle andere gevallen, de minimum afstand tot de perceelscheiding gelijk te zijn aan de hoogte van het achtergebouw. De hoogte der kroonlijst mag de 3,50m niet te boven gaan. Indien het achtergebouw zichtbaar is van op enige openbare weg dient dit opgetrokken in dezelfde materialen als deze gebruikt voor het hoofdgebouw. De dakhelling is naar keuze van de ontwerper doch alleszins in harmonie met de hoofdbouw ; op de perceelscheiding is daarenboven overeenstemming met dit van de gebuur vereist, met in geval van schuine daken, de nok loodrecht op de perceelscheiding.
Het ontwerp voorziet een bijgebouw met functie carport/ overdekt terras met een oppervlakte van 62,30m², uitgevoerd met een plat dak met dakrandhoogte tot 2,98m, ingeplant op 1m afstand van de achterste en linker perceelgrens, de voorgevel op 5,02m achter het woongebouw. De gevelbekleding is voorzien in hout, voor de woning werd een rode gevelsteen gebruikt.
Titel I – artikel 6. Welstand van de gebouwen
b) Materialen: Voorgevel en zichtbaar blijvende gevels, zowel van het hoofdgebouw als van aanhorigheden, evenals al de van de openbare weg zichtbare delen van het complex (schouwen, enz…) zullen uitgevoerd worden in welgevormde bakstenen, natuur- of kunstmatige stenen, of andere materialen die esthetisch kunnen verantwoord worden en aangepast aan het kader van het gebouwen van de omgeving.
Het bijgebouw en de uitbreiding aan de achterzijde van de woning zijn voorzien van een gevelbekleding in hout.
c) Dakbedekking: Behoudens de verplichting roofing te gebruiken bij opgelegde dakhellingen van rninder dan 15 (zie verder Art. 9) dienen alle andere daken belegd met pannen, natuur leien of kunstleien. Een rietbedekking is toegelaten voor alleenstaande constructies. Iedere andere dakbedekking is verboden, zowel voor de hoofdgebouwen als voor aanhorigheden. Aard en kleur der dakbedekking dienen dezelfde te zijn voor een constructiegroep die één geheel vormt. Een dakoversteek van minstens 40cm op de vrijblijvende zijgevels is verplichtend.
Zowel het bijgebouw als de uitbreiding achteraan de woning zijn voorzien van een plat dak met dakdichtingsmembraan, er zijn geen dakoversteken van 40cm voorzien.
Titel II – artikel 9. Afmetingen
Voor alleenstaande gebouwen:
Maximum diepte 17m (aanhorigheden dienen opgericht onder hetzelfde dak van de hoofdbouw en hiermee 1 geheel te vormen).
Dakhelling begrepen tussen 25° en 40°.
Het ontwerp voorziet een aanbouw met plat dak aan de achterzijde van het hoofdgebouw (met zadeldak). De totale bouwdiepte met nieuwe aanbouw bedraagt 21,50m.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Na inwerkingtreding wijziging 15/07/2016, geldt de verplichting voor plaatsing van een infiltratievoorziening niet enkel voor vergunningsplichtige werken, maar voor alle handelingen vermeld in artikel 3, en niet bedoeld in artikel 4 van diezelfde verordening, behalve als het goed kleiner is dan 250m².
De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de nieuwe horizontale dakoppervlakte van 105,16m² en de bestaande nog niet aangesloten horizontale dakoppervlakte van 166,72m² (105,16m² in rekening te brengen) infiltratieputten worden voorzien met een totale inhoud van 6280 liter en een infiltratieoppervlakte van 12,56m².
Controleberekening:
In rekening te brengen dakoppervlakte: 210,32m²
Minimale inhoud 5258 liter – voorzien 6280 liter
Minimale infiltratieoppervlakte 8,41m² - voorzien 12,56m²
De voorzieningen voldoen.
De verhardingen werden niet opgenomen.
De asfaltverharding (115m²) kan in de naastliggende groenzone infiltreren, de kiezelverharding in de voortuinstrook (76m²) is waterdoorlatend en het klinkerpad (min. 17,5m²) langs de rechter zijgevel kan afwateren in de naastliggende groenzone.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Er wordt opgemerkt dat men de kans laat liggen om een hemelwaterput met hergebruik te installeren. Volgens de vergunde plannen anno 1973 zou een kruipruimte onder de woning aanwezig zijn wat de aanleg van leidingen mogelijk maakt zonder ingrijpende verbouwingswerken; volgens de plannen bestaande toestand is deze kruipruimte echter niet aanwezig.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”.
Voor zover gekend is echter nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig waardoor het goed vermoedelijk in te optimaliseren buitengebied gelegen is op het definitieve zoneringsplan.
Zo lang geen gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is, blijft een individuele voorbehandeling van afvalwater noodzakelijk.
Volgens de vergunde plannen anno 1973 werd in de rechter zijtuinstrook een septische put aangelegd en een zinkput (hemelwater) in de voortuinstrook.
Op de plannen bestaande ( en nieuwe) toestand zijn geen van beide voorzieningen aanwezig.
Met betrekking tot de riolering en gasleiding werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan rioleringsbeheerder Fluvius.
Het advies van 29/12/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
Naar aanleiding van uw brief/mail van 22-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling , sectie E, nummer(s) 742F, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op een hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. De referentieoppervlakte is de som van alle oppervlakten die afwateren naar deze infiltratievoorziening.
Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.
We raden aan om:
• Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
• Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
• Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
• Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
• Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse inkomhal en leefruimte en in de nachthal op de dakverdieping.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak van constructies/ verwijdering van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone voor zover geen nieuwe gebouwen/ verhardingen vergund worden.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfscheidingen
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een akkoord omtrent erfscheidingen op de perceelgrenzen.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de erfscheidingen geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en bouwen van een nieuw bijgebouw en herinrichting van het terrein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 18/05/1965 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Beverzakstraat, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband, zeer sporadisch gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties. De meeste woningen hebben 1 bouwlaag met een hellend dak.
Achteraan het perceel van de aanvraag is een groen ingevuld gebied aanwezig met bebossing en weilanden. Omringd door groen bevindt zich hier tevens een werkplaats/ drooghal die paalt aan de Koolstraat.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag werd anno 1973 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 1 bouwlaag en hellend dak. In de loop der jaren werden een aantal werken uitgevoerd zonder de vereiste vergunningen. In 2003 werd een vergunning bekomen voor de regularisatie van een aangebouwde berging en veranda tot een bouwdiepte van 21,50m mits het verwijderen van een ruim bijgebouw en gedeelte van de verhardingen. Uit de bestaande toestand blijkt dat hier niet aan voldaan werd, zowel het bijgebouw als de verhardingen zijn nog aanwezig.
De verharde oppervlakte werd tevens uitgebreid in de voortuinstrook, dienstig als parking voor de nevenactiviteit, alsook in de berm (openbaar domein) en afgaande op de foto’s 9 en 10 tevens in de achtertuin door de aanleg van kunstgras.
Met de huidige aanvraag wenst men de eengezinswoning met (vrijgestelde) nevenbestemming te verbouwen en uit te breiden, het niet vergunde bijgebouw te slopen en een nieuw bijgebouw te realiseren. Daarnaast wordt het terrein heringericht.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De woonfunctie blijft aangehouden als hoofdfunctie van het gebouw en de nevenbestemming betreft een kleinschalige activiteit die beantwoordt aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 1 overdekte autostaanplaats (carport in het bijgebouw), 2 open parkeerplaatsen in de voortuinstrook en op de oprit van zo’n 35m lang kunnen 5 tot 6 wagens parkeren.
Voor de aanwezige functies is dergelijk aantal parkeerplaatsen niet vereist. De oppervlakte van het kapsalon, toegankelijk voor klanten, bedraagt 24m². Hiervoor dienen 2 parkeerplaatsen ingericht. Voor de woonfunctie zelf dienen eveneens 2 autostaanplaatsen voorzien te worden.
Door het inrichten van de oorspronkelijk vergunde interne garage als kapsalon, dienen de wagens thans in openlucht te parkeren.
Met de aanvraag wenst men achteraan op het terrein een carport/ garage te realiseren waardoor een oprit over een lengte van zo’n 35m vereist is. Dit is niet aanvaardbaar gezien de beperkte omvang van de achtertuin en de onnodige verharding die hiervoor vereist is.
In de linker zijtuinstrook kunnen 2 tot 3 wagens parkeren, dit is voldoende samen met de 2 parkeerplaatsen voor klanten en het gedeelte van de oprit in de voortuinstrook.
Ook het openbaar domein / de wegberm blijkt benut te worden als parkeerzone en werd volledig verhard met kiezel zonder enige toestemming. Dit is niet aanvaardbaar, de zichtbaarheid wordt verminderd en de conflictzone met andere weggebruikers vergroot.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
Het perceel van de aanvraag heeft een kadastrale oppervlakte van 805m² en volgens de voorgaande vergunningen, waaronder de verkavelingsvergunning, een oppervlakte van 810m².
Zoals bij de historiek reeds aangehaald, wijken de opgegeven afmetingen op de inplantingsplannen bestaande en nieuwe toestand, af van de vergunde afmetingen. Hierdoor stemt ook de opgegeven terreinoppervlakte van 848,3m² niet overeen met de vergunde toestand.
Aangezien op geen enkele manier aangetoond werd dat bijkomende grond verworven werd en geen vergunningen voor het wijzigen van de perceelsafmetingen bekomen of aangevraagd werd, dient men bij de beoordeling uit te gaan van de vergunde oppervlakte van 810m².
De aanvraag omvat diverse werken, zijnde de verbouwing/ uitbreiding van de woning, het slopen van een bijgebouw, het bouwen van een bijgebouw en de regularisatie en aanpassing van verhardingen.
De verschillende onderdelen van de aanvraag worden apart aangehaald, doch de beoordeling dient te gebeuren over het geheel van de werken.
Slopen bijgebouw
Met het verwijderen van het niet vergunde bijgebouw van 85,51m², ingeplant tot tegen de rechter perceelgrens en op minder dan 1m afstand tot de achterste perceelgrens, wordt in feite slechts voldaan aan 1 van de voorwaarden van de stedenbouwkundige vergunning dd. 25/08/2003. Het verwijderen van het bijgebouw en een gedeelte van de verhardingen in de achtertuin was noodzakelijk om de bouwdiepte van het hoofdgebouw destijds te kunnen verruimen.
Het slopen van het bijgebouw is dan ook aanvaardbaar. Gezien het gaat om het slopen van een niet-vergunde constructie is deze sloop in feite niet vergunningsplichtig.
Verbouwing en uitbreiding van de eengezinswoning met nevenbestemming
De bestaande aanbouw aan de achterzijde wordt verwijderd en hier wil men een nieuwe ruimere aanbouw voorzien om de leefruimte in onder te brengen.
Ten opzichte van de bestaande toestand blijft de totale bouwdiepte van 21,50m aangehouden. De nieuwe aanbouw wordt opgericht over een breedte van 11,20m en met een bouwdiepte van 4,65m.
De afstand tot de rechter perceelgrens werd niet aangegeven, deze dient alleszins 3m te bedragen, de algemeen gehanteerde norm voor nieuwe delen van een woning met de functie van leefruimte.
De afstand tot de linker perceelgrens werd evenmin aangegeven. Uit de opgegeven maataanduidingen kan afgeleid worden dat deze afstand 4,29m zal bedragen. Tussen de achtergevel van de nieuwe aanbouw en de achterste perceelgrens resteert ca. 14m tuinzone.
Het uiterlijk en de omvang van het bestaande hoofdgebouw blijft behouden. Het betreft een traditionele woning met een bruinrode gevelsteen, aluminium buitenschrijnwerk in zwarte kleur en een dakbedekking met zwartkleurige pannen. De kroonlijsthoogte bedraagt 2,89m tov het maaiveld, de nokhoogte bedraagt 5,96m.
De nieuwe aanbouw (46,6m²) met plat dak krijgt een bouwhoogte van 3,32m en een gevelbekleding in hout.
Intern wordt de woning verbouwd om te voldoen aan de comfortnormen voor de bewoners en in functie van de nieuwe aanbouw.
Gelijkvloers zal na de verbouwing aan de voorzijde een kapsalon en 2 bijhorende werkplaatsen aanwezig zijn voor de nevenfunctie; de woonfunctie omvat de inkomhal met toilet, een wasplaats, badkamer, slaapkamer met dressing, een bureauruimte, keukenruimte en de leefruimte met eet- en zithoek.
De dakverdieping zal ruimte bieden aan een centrale nachthal met toegang tot 2 slaapkamers, een badkamer, apart toilet en 3 bergruimtes.
De dakoppervlakte van de woning met aanbouw zal 213,3m² bedragen.
De destijds vergunde bouwdiepte was onder voorwaarde van de sloop van het vrijstaand bijgebouw. Gezien deze vergunningsvoorwaarde niet werd uitgevoerd, kan gesteld worden dat deze vergunning niet geldig is.
Daarnaast bedraagt de toegelaten max. bouwdiepte volgens de verkavelingsvoorschriften, en volgens de gangbare normen binnen de gemeente, 17m. De bestaande aanbouw wordt gesloopt. De nieuwe aanvraag dient bekeken te worden in het licht van de gangbare normen. Er wordt in feite een afwijking gevraagd van meer dan 4m, wat een zeer ruime afwijking betreft.
Gezien de zeer ruime afwijking, en de overdreven footprint van het totaalontwerp op het perceel, is de gevraagde uitbreiding niet aanvaardbaar.
Nieuw bijgebouw
In de achtertuin wordt een nieuw bijgebouw voorzien met een totale oppervlakte van 62,3m². Het bijgebouw wordt ingeplant op 1m afstand tot de achterste perceelgrens en de hoek achtergevel/ linker zijgevel bevindt zich op 1m afstand tot de linker perceelgrens. De afstand van de linker zijgevel tot de perceelgrens zal door de schuin lopende grens niet overal 1m bedragen. De kleinste afstand werd echter niet opgegeven.
Het bijgebouw met plat dak krijgt een dakrandhoogte van 2,98m, een gevelbreedte van 7m en een bouwdiepte van 8,90m. In dit bijgebouw wordt een carport/garage voorzien, een kleine tuinberging en een overdekt terras aan de rechterzijde.
Het betreft een constructie in hout.
Door het onderbrengen van de functie carport/garage dient ook de verharding tot aan het bijgebouw voorzien te worden. Dit vereist een oprit met een lengte van ca. 35m. Uit het inplantingsplan blijkt dat men deze verharding in asfalt aanlegt, een niet waterdoorlatende verharding met een oppervlakte van 115m².
Zoals reeds hoger aangehaald (zie mobiliteitsimpact) zal de overdekte autostaanplaats leiden tot onnodig veel verharding en kunnen voldoende autostaanplaatsen (5 à 6) voorzien worden in de zijtuinstrook en voortuinstrook.
Het nieuwe bijgebouw is niet aanvaardbaar.
Verhardingen/ terreininrichting
De verharding op het terrein wordt enigszins verminderd doch er resteert nog een ruime oppervlakte van zo’n 210m² aan verharde oppervlakte.
De verharding in de voortuin in kiezel, bestemd als oprit en 2 autostaanplaatsen, is aanvaardbaar. Het gedeelte kiezelverharding tussen de perceelafsluiting met schanskorven en de berm alsook de berm zelf (openbaar domein) is niet aanvaardbaar. Behoudens de zone voor de inrit van 3m breed, dient de berm hersteld te worden als groenzone; dit geldt tevens voor de niet functionele verharding tussen berm en perceelafsluiting.
Voor het overige dient gesteld dat de verharding op het terrein, in zij- en achtertuin beperkt dient te blijven tot 80m², dit in navolging van het vrijstellingsbesluit. Binnen deze oppervlakte dienen 2 autostaanplaatsen voorzien te worden in de linker zijtuinstrook. De overige oppervlakte aan niet overdekte constructies (verhardingen, vijver enz.) kan vrij ingericht worden in functie van de tuinbeleving voor zover de afstand tot de perceelgrenzen minstens 1m bedraagt.
De voorziene oprit in asfalt van 115m² is niet aanvaardbaar.
Op perceelniveau dient gezocht te worden naar een ruimtelijk evenwicht tussen de open ruimte en bebouwing en verharding.
Met de aangevraagde oppervlakte aan bebouwing (275,6m²) en verhardingen (ca. 208m²) wordt geen evenwicht bereikt. Nagenoeg 60% van het terrein is verhard/ bebouwd. De totale footprint op het terrein is niet aanvaardbaar.
Bovendien werden niet alle onverharde delen van het terrein aangeplant als groenzone. Met groen wordt nl. levend groen bedoeld, dus geen kunstgras. De verharding d.m.v. kunstgras wordt niet toegestaan.
Bodemreliëf
De aanvraag voorziet geen wijzigingen van het terreinniveau. Het bestaande niveau dient dan ook behouden te blijven.
Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en bouwen van een nieuw bijgebouw en herinrichting van het terrein.
Op perceelniveau dient gezocht te worden naar een ruimtelijk evenwicht tussen de open ruimte en bebouwing en verharding. Met de aangevraagde oppervlakte aan bebouwing (275,6m²) en verhardingen (ca. 208m²) wordt geen evenwicht bereikt. Nagenoeg 60% van het terrein is verhard/ bebouwd. De groenaanleg blijkt bovendien (deels) uit kunstgras (verharding in niet duurzaam materiaal) te bestaan.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
“Fluxys Belgium bezit een hoge druk aardgasleiding onder wegenis/fietspad aan de zuidzijde van de Beverzakstraat.
De ligging van onze gasleiding is visueel bebakend met oranje merkpunten op het wegdek/fietspad.
Het project (uitbreiden woning met handelsruimte) heeft geen invloed op onze installaties.
De bepalingen opgenomen in volgende documenten dienen gerespecteerd te worden en maken integraal deel uit van deze brief :
Wij vragen u deze documenten op te nemen in de vergunning en ons een kopie van uw besluit op te sturen.
Als u nog vragen hebt, aarzel niet contact op te nemen met onze medewerker, Noël Segers op 02/234.43.08.
Specifieke voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven in het kader van deze aanvraag
Naast de wettelijke erfdienstbaarheidsregels en de algemene voorschriften en veiligheidsmaatregelen dienen onderstaande veiligheidsvoorschriften gerespecteerd te worden:
Lijst van de betrokken aardgasvervoerinstallaties
- 3.11180 HOUTHALEN - HASSELT ND 100 - 66,2 bar
Lijst van de plannen
- 3.11180.8121(I)
Andere bijlagen
Referentie van uw aanvraagzone
Dit antwoord is gebaseerd op onderstaande intekening en interpretatie van ontvangen gegevens uit uw aanvraag. Indien deze zone niet overeenstemt met uw aanvraagzone, vragen wij u opnieuw een aanvraag in te dienen met de aanduiding van de correcte aanvraagzone: zie plannetje bij advies.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
“Op openbaar domein wordt er geen verharding in kiezel vergund behoudens de inrit (3m). Er dient een groene berm te worden gerealiseerd.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op onvoldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel wordt overschreden. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Op perceelniveau dient gezocht te worden naar een ruimtelijk evenwicht tussen de open ruimte en bebouwing en verharding. Met de aangevraagde oppervlakte aan bebouwing (275,6m²) en verhardingen (ca. 208m²) wordt geen evenwicht bereikt. Nagenoeg 60% van het terrein is verhard/ bebouwd zijn. De groenaanleg blijkt bovendien (deels) uit kunstgras (verharding in niet duurzaam materiaal) te bestaan.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en bouwen van een nieuw bijgebouw en herinrichting van het terrein.
Op perceelniveau dient gezocht te worden naar een ruimtelijk evenwicht tussen de open ruimte en bebouwing en verharding. Met de aangevraagde oppervlakte aan bebouwing (275,6m²) en verhardingen (ca. 208m²) wordt geen evenwicht bereikt. Nagenoeg 60% van het terrein is verhard/ bebouwd. De groenaanleg blijkt bovendien (deels) uit kunstgras (verharding in niet duurzaam materiaal) te bestaan.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en bouwen van een nieuw bijgebouw en herinrichting van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 23/03/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het weigeren van de omgevingsvergunning aan de aanvrager.
De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Op perceelniveau dient gezocht te worden naar een ruimtelijk evenwicht tussen de open ruimte en bebouwing en verharding. Met de aangevraagde oppervlakte aan bebouwing (275,6m²) en verhardingen (ca. 208m²) wordt geen evenwicht bereikt. Nagenoeg 60% van het terrein is verhard/ bebouwd. De groenaanleg blijkt bovendien (deels) uit kunstgras (verharding in niet duurzaam materiaal) te bestaan.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een weigering van de omgevingsvergunning aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en bouwen van een nieuw bijgebouw en herinrichting van het terrein, zoals weergegeven op de ingediende plannen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van 14 eengezinswoningen waarvan 6 woningen onder “bescheiden woonaanbod” vallen - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen
De aanvraag werd op 23/12/2021 ontvangen.
Op 13/01/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 17/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 31/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie begin 2021(VB_2016_082) met betrekking tot de indiening van de groepswoningbouw in 3 fases.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Volgende milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op betrokken percelen:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Natuur en Bos
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Provinciale dienst Water & Domeinen
Fluvius
Dienst Patrimonium
Dienst Contractmanagement
Dienst Facilitair Management
Proximus
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied.
Woonuitbreidingsgebied
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.
Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.
De gemeente Zonhoven beschikt reeds over een woonbehoeftestudie. Deze woonbehoeftestudie maakt vanuit de behoefte aan woningen duidelijk dat het gebied niet/wel aangesneden dient te worden.
Door het afleveren van een vergunning voor het verkavelen van het gebied voor groepswoningbouw in 2019, is de bestemming van het gebied bepaald.
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als de loten 14 tot en met 27 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 24/09/2019 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1282.D.874.2.
De verkavelingsvergunning is niet vervallen.
De kavels kreeg als bestemming eengezinswoning waarbij loten 14 tem 19 voorbehouden zijn voor het bescheiden woonaanbod.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor elke eengezinswoning met een horizontale dakoppervlakte van telkens 77m² en aansluitende carport met een horizontale dakoppervlakte van max. 24,20m² een hemelwaterput voorzien wordt met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan.
De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 2500 liter en een infiltratieoppervlakte van 4m².
Controleberekening
Horizontale dakoppervlakte per lot: 98m² (lot 14) en 101,2m² (loten 15 tem 27)
Voor elke woning dient een hemelwaterput met hergebruik geplaatst te worden met een inhoud van 5000 liter en overloop naar een infiltratieput met een minimale inhoud van 950 liter voor lot 14 en 1030 liter voor de overige loten. De minimale infiltratieoppervlakte bedraagt 1,52m² voor lot 14 en 1,65m² voor de overige loten.
De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.
Met betrekking tot de plaatsing van de infiltratieputten wordt tevens verwezen naar het voorwaardelijk gunstig advies van de waterbeheerder (zie verder “Watertoets”).
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
Voor de woningen wordt telkens een oprit naar de garage en een toegangspad naar de inkom aangelegd in waterdoorlatende klinkers met een oppervlakte van 37,2m² voor lot 14 en 34m² voor de overige loten. Elk lot krijgt een terras van 21m² aan de achterzijde van de woning waarbij het hemelwater in de eigen tuinzone kan afwateren en op natuurlijke wijze kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 16/02/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Het betreft hier eengezinswoningen, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen.
Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis.
Voor uw rioleringsaansluiting geven we u de volgende adviezen:
Voor dit perceel zijn de aansluitingsputjes voor de afvoer van afvalwater (DWA) en hemelwater (RWA) op het openbaar rioleringsstelsel reeds geplaatst. Hierop dient de aanvrager de privéwaterafvoer aan te koppelen. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Alvorens de riolering in gebruik te nemen (te mogen lozen) dient een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius te gebeuren. De aanvraag kan gebeuren via www.fluvius.be.
Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.
Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.
Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het (toekomstige) openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het (toekomstige) openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft een behoorlijke oppervlakte maar ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt.
Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Met betrekking tot de impact op oppervlaktewater werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan de waterbeheerder.
Het advies van 01/03/2022 van de waterbeheerder, de provinciale dienst Water en Domeinen, is voorwaardelijk gunstig:
“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies.
DEEL 1 INLICHTINGENFICHE
Ligging van het perceel:
Documenten
DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS
(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)
1 Beschrijving van het watersysteem
o het bekken van de Demer
o het deelbekken van de Midden-Demer
2 Waterplannen
Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.
3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2
De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.
Uit de aanstiplijst aangaande de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5 juli 2013 blijkt dat voldaan wordt aan de verordening indien de infiltratievoorzieningen bij de woningen geheel wordt voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld)
DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER
Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het bouwen van 14 ééngezinswoningen - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de volgende voorwaarde wordt opgenomen in de vergunning: de infiltratievoorzieningen bij de woningen moeten geheel worden voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld).
Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.”
Hieruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de voorwaarden van de waterbeheerder gevolgd worden en indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening.
Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets mits naleven van de volgende voorwaarde:
De infiltratievoorzieningen bij de woningen moeten geheel worden voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld).
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.
§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing:
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
De verkaveling waarbinnen de loten gelegen zijn, omvatte tevens de wegeniswerken. Er wordt evenwel opgemerkt dat de overdracht van de weg voor toevoeging aan het openbaar domein nog niet doorgevoerd werd.
Artikel 4.3.8. Rooilijnplan
§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:
1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.
De percelen zijn gelegen aan een voldoende uitgeruste weg die na de gratis grondafstand aan de gemeente als gemeenteweg wordt opgenomen.
Op de voorliggende weg is de door de gemeenteraad op 27/05/2019 goedgekeurde rooilijn van kracht.
De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan.
Beslissing gemeenteraad inzake gemeentewegen
Het artikel 31 van het decreet omgevingsvergunning voorziet dat als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad hierover moet beslissen.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
De gemeenteraad heeft in zitting van 27/05/2019 het volgende beslist: goedkeuring wegtracé binnengebied Sparrenweg, Vossenbergstraat en Dennenweg – verkaveling 1282.D.874.2.
De raad keurt het tracé goed zoals aangegeven op het ingediende rooilijnplan;
Het besluit treedt in werking op voorwaarde van:
De gemeenteraadsbeslissing werd opgenomen in de afgeleverde verkavelingsvergunning.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden voor elke woning rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse inkomhal en in de nachthal en technische ruimte op de verdieping.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook technische ruimtes) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Natuurdecreet
De aanvraag situeert zich deels in een gebied met KLE’s en biologisch waardevolle elementen.
De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur & Bos.
Het advies van 01/03/2022 van het agentschap Natuur & Bos is voorwaardelijk gunstig:
“De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 22-202216.
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van volgende wetgeving:
Artikel 35 § 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bespreking stedenbouwkundige vergunning
Uit het dossier blijkt dat er geen vermijdbare schade aan de natuur zal veroorzaakt worden.
Conclusie
Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarden:
Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen.”
Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 15 maart tot 30 juni.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat mogelijk een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing vanaf een grondverzet van meer dan 250m³.
Decreet grond- en pandenbeleid
Zoals opgelegd in de verkavelingsvergunning, gekend als 1282.D.874.2 dd. 24/09/2019, zijn de loten 14, 15, 16, 17, 18 en 19 voorbehouden voor het bescheiden woonaanbod.
Binnen de voorschriften werden bepalingen uitgewerkt voor deze loten, zijnde de voorschriften “geconventioneerd wonen”: de betaalbaarheid van de kavels 14 tem 19 wordt geborgd via een norm van geconventioneerd wonen, waarbij de toegangscriteria, bij voorrang, verleend wordt aan kandidaten die beantwoorden aan de Vlabinvest-criteria voor betaalbare woningen.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het bouwen van 14 eengezinswoningen waarvan 6 woningen onder “bescheiden woonaanbod” vallen - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen.
Het betreft woningen in halfopen verband met een gekoppelde carport voor de loten 15 tem 26.
De eengezinswoningen worden allen voorzien van 2 bouwlagen afgewerkt met een plat dak.
De bouwhoogte bedraagt 6,50m.
De bouwbreedte bedraagt telkens 7m en de bouwdiepte (over beide bouwlagen) bedraagt 11m.
De voorgevellijnen verspringen beperkt, per bouwblok, ten opzichte van elkaar; de carports worden op dezelfde lijn voorzien.
De gevels worden afgewerkt met een gevelsteen in een bruin genuanceerde kleur en accenten in verticaal geplaatst houtwerk en zwartkleurige aluminium panelen. Het buitenschrijnwerk is voorzien in aluminium zwart.
Aan elke woning wordt een aangebouwde carport met plat dak geplaatst in de zijtuinstrook dewelke uitgevoerd wordt in hout. De bouwhoogte bedraagt 3m en de zijgevel is gesloten (vrijstaande gevel voor lot 14 en 27, gemeenschappelijke gevel voor de carports van de overige loten).
Intern omvat elke woning op het gelijkvloers een inkomhal met toilet en trap, berging en, een leefruimte en open keuken. Op de verdieping worden telkens 3 slaapkamers, een badkamer, toilet en technische ruimte voorzien.
De totale bebouwde oppervlakte per kavel bedraagt 77m² voor het hoofdgebouw en 21m² (lot 14) à 24,2m² (overige loten) voor de aangebouwde carport.
De verhardingen beperken zich tot een toegang (oprit en pad) over een breedte van 4m in waterdoorlatende klinkers en aan de achterzijde van elke woning een terras van 21m². De terrassen van gekoppelde woningen worden van elkaar afgescheiden dmv een tuinmuur van 2m hoog en over een diepte van 3m.
Voor de loten 20 tem 27 blijft de houtkant achteraan het perceel over een diepte van 4m behouden en/of versterkt.
Het resterende gedeelte van huiskavels wordt ingericht als groenzone.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet op afgeweken wordt. Die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
BESPREKING ADVIEZEN
“De infiltratievoorzieningen bij de woningen moeten geheel worden voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld).”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
“Goedgekeurd mits naleving voorwaarden.
Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons advies inzake te nemen
brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in dit advies met als ref. nummer
2019-0198-001 dd. 29/04/2019 blijven integraal van toepassing.
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits
naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de
preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten,
ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al
dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven.
Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te
vermelden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Voor hogervermeld perceel is een uitbreiding van het waterleidingnet nodig.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.
Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.
De watergroep plaatst geen hoofdleidingen op privaat domein. Voor de aansluiting van meerdere woningen op privaat domein kan wel een verdeelleiding aangelegd worden. Voor de aanleg, het onderhoud, de herstelling en vernieuwing van bovenvermelde verdeelleiding zal steeds een kosteloze erfdienstbaarheid gevestigd moeten worden samen met een kosteloze erfdienstbaarheid van overgang (permanent en onbelemmerd) voor personeel en/of aannemers, voertuigen en materiaal van De Watergroep. Voormelde te vestigen erfdienstbaarheden dienen eeuwigdurend te zijn en vastgelegd in een notariële akte. De Watergroep plaatst géén hydranten, spoelpunten of vakafsluiters op private eigendommen
De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden. Elke woning dient aangesloten op het waterleidingsnet op kosten van de aanvrager, vooraleer een vervreemding kan plaatsvinden!
“Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden. Elke woning dient te kunnen aansluiten op de telecominfrastructuur dewelke proactief op kosten van de aanvrager voorzien moet worden, vooraleer een vervreemding kan plaatsvinden!
“Gunstig onder de voorwaarde dat de gehele wegenis, op basis van een plan opgemaakt door een landmeter-expert en na pre-kadastratie, gratis wordt overgedragen naar de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein en dit na de (voorlopige) oplevering van deze gronden bestemd voor het openbaar domein.
Voorwaarde: Gratis overdracht van de wegenis en andere gronden met als bestemming het openbaar domein, op basis van een plan opgemaakt door een landmeter-expert waarbij alreeds is overgegaan tot pre-kadastratie, en na voorlopige oplevering van de werken op de gronden bestemd voor het openbaar domein.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
“Inritten op openbaar domein mogen max. 3m breed zijn, in waterdoorlatende of waterpasserende materialen. De bermen dienen afgewerkt te worden met gras.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden. Er wordt evenwel opgemerkt dat binnen de verkavelingsvergunning een toegang van 4m breed voorzien is per kavel, zijnde een inrit van 3m en een toegangspad van 1m. De aanvraag voldoet hieraan.
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits naleving van de voorwaarden.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van 14 eengezinswoningen in halfopen verband - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen mits het opleggen van voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 14 eengezinswoningen in halfopen verband - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 21/03/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van 14 eengezinswoningen in halfopen verband - fase 2 van de groepswoningbouw van 27 woningen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking en structuren bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning met tuinberging en het ontbossen van het terrein.
De aanvraag werd op 21/10/2021 ontvangen.
Op 17/11/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 08/12/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 27/12/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 06/01/2022 tot en met 04/02/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 28/09/2021 (VB_2021_033) waarbij werd aangegeven dat het afwijken van de verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond vormt aangezien de verkaveling ouder is dan 15 jaar.
Met betrekking tot het voorgelegde ontwerp werden volgende opmerking overgemaakt:
Met de volgende normen dient rekening gehouden te worden:
Uw voorontwerp werd op ons intern overleg besproken.
Wij kunnen akkoord gaan met het voorgestelde ontwerp met de volgende opmerkingen:
Het pad dat leidt naar het tuinhuis mag geen 3 meter breed zijn. Een pad van + 1m breed is aanvaardbaar.
Wij kunnen geen uitspraak doen over het hellend vlak aan de linkerzijde van de woning omdat het niet duidelijk is wat dit precies is en wat de functie hiervan is.
Het perceel is bebost. Er dient een boscompensatieformulier toegevoegd te worden aan de aanvraag.
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
De inrit werd aangepast naar 3m, de bouwhoogte tot 6,50m, het pad naar de tuinberging werd weggelaten, de totale bouwdiepte gelijkvloers bedraagt 15,50m en 9,50m voor de verdieping, de functie en uitvoering van het hellend vlak werd aangegeven.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 06/01/2022 tot en met 04/02/2022.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Agentschap Natuur en Bos
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 18/07/1974 door de deputatie en gekend is onder nummer 7204.V.400.
Er werden 2 wijzigingen doorgevoerd voor enerzijds het samenvoegen van lot 1 en 2 en anderzijds het opnieuw opsplitsen van de 2 loten. De oorspronkelijke voorschriften zijn van toepassing.
De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning en/ of handelshuis.
De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:
Het ontwerp is deels voorzien van 2 bouwlagen, deels van 1 bouwlaag.
Het ontwerp voorziet een uitvoering met plat dak met een dakrandhoogte tot 6,50m.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 224m² (inclusief oppervlakte hellend vlak) een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratieput met een inhoud van 5000 liter en een infiltratieoppervlakte van 9,17m².
Controleberekening:
De horizontale dakoppervlakte van de woning bedraagt 185,54m², de oppervlakte van het hellend vlak naar de kelderverdieping (met opvang en afvoer hemelwater) bedraagt 23,75m².
De minimale inhoud van de hemelwaterput bedraagt 5000 liter.
De minimale inhoud van de infiltratievoorziening bedraagt 3800 liter, de minimale infiltratieoppervlakte bedraagt 5,97m².
De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen voor het toegangspad naar de inkom (11,52m²), de oprit (50,52m²) en het niet overdekt terras aan de achterzijde(19,28m²), omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren in de groenzones.
Het bijgebouw (39m²) in de achtertuin zal eveneens afwateren in de eigen tuinzone.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 03/01/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 27-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 1127G, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Op termijn wordt op het openbaar domein een gescheiden rioleringsstelsel voorzien. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden stelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privaat terrein verplicht zijn. Breng daarom nu reeds volledig gescheiden de leiding van het vuilwater en eventueel het hemelwater tot aan de rooilijn. Let hierbij op de (beperkte) diepte van de gracht. De aanvrager kan kiezen om zelf op de open gracht aan te sluiten indien de open gracht onmiddellijk grenst aan het bouwperceel. Hij dient in dit geval ter hoogte van de rooilijn een apart controleputje voor DWA en voor RWA te voorzien. Ofwel om tegen betaling zijn aansluiting te laten realiseren op de grachtinbuizing (toegang tot zijn perceel). In dit geval worden de aansluitputjes geplaatst door Fluvius. Alvorens de riolering in gebruik te nemen (te mogen lozen) dient een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius te gebeuren, ook in geval van aansluiting op een open gracht. De aanvraag kan gebeuren op www.fluvius.be.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse inkomhal en de nachthal op de verdieping.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Boscompensatie
Volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 en zijn latere wijzigingen is de aanvrager gehouden te voldoen aan de compensatieregel van ontbossing. Hiervoor werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan het agentschap voor Natuur en Bos.
Het advies van 25/02/2022 van het agentschap voor Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:
“Ruimtelijke bestemming: Woongebied met landelijk karakter
Beschermingsstatus: Niet in VEN, habitatrichtlijn- of vogelrichtlijngebied gelegen.
Biologische waarderingskaart: ua,ppms/qb
Rechtsgrond
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing).
Bespreking aanvraag
De aanvraag behelst de bouw van een ééngezinswoning.
De voorgesteld werken kunnen een invulling vormen van de ruimtelijke bestemming. Bijgevolg kan het Agentschap voor Natuur en Bos de ontbossing noodzakelijk voor de realisatie van dit project gedogen.
Gelet op de ruimtelijke bestemming is er buiten het gegeven van goed- of afkeuring van het boscompensatievoorstel en beoordeling van de eigenlijke ontbossing geen verdere adviesvereiste aan ons agentschap.
Bespreking boscompensatievoorstel
Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 900 m² wenst te ontbossen.
Volgens onze gegevens is het perceel bezet met gemengd bos.
Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 1010 m² .
Na onderzoek van het compensatievoorstel overwoog het Agentschap voor Natuur en Bos een aanpassing aan dit voorstel. Op 15/02/2022 meldde de aanvrager dat hij akkoord ging met de voorgestelde wijzigingen.
Bijgevolg kan het Agentschap voor Natuur en Bos een definitieve beslissing aangaande dit compensatievoorstel nemen.
Het compensatievoorstel wordt goedgekeurd, maar aangepast. De motivering voor de aanpassing bevindt zich in het laatste deel van het goedgekeurde boscompensatievoorstel, in bijlage bij deze brief. Dit compensatievoorstel moet integraal deel uitmaken van de omgevingsvergunning.
Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het kenmerk 21-224143.
Wanneer u als vergunningverlenende instantie het advies van Agentschap voor Natuur en Bos niet wenst te volgen en de ontbossing voor een andere oppervlakte wenst toe te staan dan vermeld in het goedgekeurde of aangepaste compensatievoorstel, dan moet u voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het compensatievoorstel opnieuw aan ons agentschap voorleggen, met de vraag om het aan te passen naar de gewenste bosoppervlakte. Het is belangrijk dat de te compenseren bosoppervlakte overeenstemt met de vergunde te ontbossen oppervlakte. De vergunningverlenende instantie heeft zelf niet de bevoegdheid om het compensatievoorstel aan te passen.
Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.
Conclusie
Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies onder de volgende voorwaarde:
Het aangepaste goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de stedenbouwkundige vergunning.
De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden.
Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen:
• De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk: 21- 224143.
• De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1010 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
• De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage.
• De bosbehoudsbijdrage van € 5605.50 dient binnen de 4 maanden, vanaf de datum waarop gebruik mag gemaakt worden van deze vergunning, gestort te worden. Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.
Om een correcte inning van de bosbehoudsbijdrage en/of controle op de compenserende bebossingen mogelijk te maken, is het verplicht dat de vergunningverlenende instantie zo snel mogelijk een afschrift van haar beslissing bezorgt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.”
Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 15 maart tot 30 juni.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, een tuinberging en de inrichting van het terrein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 18/07/1974( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:
Het ontwerp is deels voorzien van 2 bouwlagen, deels van 1 bouwlaag
Het ontwerp voorziet een uitvoering met plat dak met een dakrandhoogte tot 6,50m
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Pleinstraat, een gemeenteweg in het noordoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband en ten zuiden (overzijde Pleinstraat) grenst het woonlint aan bedrijventerrein De Waerde.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag heeft een oppervlakte van 1010m² en is thans bebost.
De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, een tuinberging en de inrichting van het terrein na ontbossing van het perceel.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De aangevraagde woonfunctie past binnen de bestaande woonomgeving.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 1 overdekte autostaanplaats (carport) en mogelijk tot 3 staanplaatsen in open lucht voor 1 woongelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
De voorgevel wordt ingeplant op 15m uit de wegas, zijnde op 9,96m à 10m afstand tot de voorste perceelgrens. De minimale afstand van de woning tot de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt 3m.
De woning krijgt een hedendaags uiterlijk door de afwerking met plat dak, verspringende volumes en het materiaalgebruik. Qua opbouwstructuur van het bovengrondse gedeelte is dit een houtskeletbouw.
Het gedeelte van de woning met 2 bouwlagen heeft een bouwhoogte van 6,5m t.o.v. het maaiveld. De breedte hiervan is 10,30m en de bouwdiepte 9,50m. Dit volume wordt onderkelderd.
Aan de achterzijde en deels aan de rechterzijde van het gebouw is een volume met 1 bouwlaag aanwezig met een bouwhoogte van 3,50m t.o.v. het maaiveld. De bouwbreedte bedraagt 13,30m en de bouwdiepte gaat tot 6m waardoor de totale bouwdiepte gebracht wordt op 15,50m. Binnen dit lagere volume worden naast een eethoek en open keukenruimte ook een tuinkamer, overdekt terras en overdekte autostaanplaats voorzien.
De woning krijgt in de linker zijtuinstrook een hellend vlak dat vanaf de achterzijde afhelt naar de toegang tot de kelderverdieping links vooraan. De totale breedte bedraagt 1,90m waarvan 1,50m als hellend vlak en de overige 40cm een betonwand/keermuur die tot 1,10m boven het maaiveld doorloopt. De resterende 1,10m tussen de wand en perceelgrens wordt aangeplant met een inheemse haag tot 1,75m hoog. Gelet op de beperkte zichtbaarheid, de groenomranding en het voorziene gebruik van deze constructie in de zijtuinstrook, is dit aanvaardbaar.
De gevelafwerking is voorzien in een roodbruin genuanceerde gevelsteen en een gedeelte van de gevels over het gelijkvloerse gedeelte wordt afgewerkt met zwartkleurige aluminium panelen/ platen.
Het buitenschrijnwerk is eveneens voorzien in aluminium met zwarte kleur. Voor de wanden van het hellend vlak aan de linkerzijde van het gebouw wordt beton gebruikt.
De gevelopeningen in voorgevel en zijgevels zijn eerder beperkt gehouden terwijl de achterzijde voorzien wordt van grote glaspartijen.
Intern omvat het ontwerp op het gelijkvloers een inkomhal met toilet, vestiaire en trap, een private bureauruimte/ thuiswerkkantoor, een berging/ wasplaats en een ruime zitkamer die overgaat naar de eetruimte en open keuken. Links achteraan situeert zich de tuinkamer en verder is hier het overdekte terras en aan de rechterzijde de carport aanwezig.
Op de verdieping werden de nachthal, 3 slaapkamers, een badkamer en een linnenkamer voorzien.
De ondergrondse bouwlaag omvat 4 kelderruimtes/ bergingen.
De omvang en inrichting voldoen aan de algemeen gehanteerde normen.
Behoudens het hellingsvlak naar de kelder werden de verhardingen eerder beperkt gehouden. De overdekte autostaanplaats bevindt zich feitelijk nog binnen de bouwzone aangezien de afstand tot de rechter perceelgrens minstens 3m bedraagt en ook het gedeelte van de oprit langs de rechter zijgevel situeert zich nagenoeg binnen de bouwzone.
Naast de oprit in klinkers(50,52m²) met een breedte van 3m, het pad naar de inkom (11,52m²) met een breedte van 1,15m, wordt aan de achterzijde slechts 19,28m² aan niet overdekte terrasverharding aangelegd.
De overige ruimte rond de bebouwing en verharding wordt van een groenaanplant voorzien (inheemse haag en gazon).
Rechts achteraan op het perceel wordt een bijgebouw van 39m² opgericht, op minstens 1m afstand tot de perceelgrenzen en met een totale bouwhoogte van 3,50m. Het bijgebouw met plat dak betreft een tuinberging, deels open, deels gesloten en afgewerkt met dezelfde roodbruin genuanceerde gevelsteen als deze van de woning. Het gebouw bevindt zich binnen een straal van 30m vanaf de achtergevel van het voorziene hoofdgebouw.
Het bijgebouw is principieel vrijgesteld van vergunning; hierover wordt dan ook geen verdere uitspraak gedaan.
Bodemreliëf
Het bestaande terreinniveau ligt volgens het terreinprofiel bestaande toestand op gelijke hoogte met het peil van de wegas. Er wordt aangegeven dat dit tevens het peil is van de aangrenzende percelen langsheen de zijdelingse perceelgrenzen.
Er wordt geen ophoging voorzien.
De vloerpas gelijkvloers is vloerzien op 10cm boven het maaiveldniveau.
Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder/ funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
Het goedgekeurde boscompensatievoorstel dient integraal deel uit te maken van de vergunning.
Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de draagkracht van het perceel niet wordt overschreden . De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, een tuinberging en de inrichting van het terrein.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, een tuinberging en de inrichting van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 21/03/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, een tuinberging en de inrichting van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van een niet-vergund bijgebouw en het regulariseren van de inplanting van de woning en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
De aanvraag werd op 22 december 2021 ontvangen.
Op 18 januari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 20 januari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 31 januari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 9 april 1984 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1984/00044)
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructie werd opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het bijgebouw.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in agrarisch waardevol gebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De constructies in het agrarisch gebied worden gesloopt waardoor de aanvraag principieel voldoet aan de geldende bestemmingsvoorschriften gezien de niet-vergunde tuinberging, gelegen in agrarisch gebied, verwijderd wordt.
Vrijstelling vergunningsplicht
Artikel 2 §3 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijziging stelt het volgende:
Vrijgesteld van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is het in een woongebouw uitoefenen van functies, complementair aan het wonen, zoals kantoorfuncties, dienstverlening en vrije beroepen, verblijfsrecreatie, detailhandel, restaurant, café en bedrijvigheid, mits aan alle van de volgende vereisten voldaan is:
De huidige aanvraag voor de kantoorfunctie voldoet aan bovenstaande voorwaarden waardoor dit deel van de aanvraag zonder voorwerp is.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De aanvraag omvat het uitbreiden van een eengezinswoning. Conform de hemelwaterverordening dient enkel een infiltratievoorziening aangelegd te worden.
De uitbreiding heeft een horizontale dakoppervlakte van 57,44m². Er wordt, conform de hemelwaterverordening een infiltratievoorziening aangelegd met een oppervlakte van 6,28m² en een volume van 3 140 liter.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de hal.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van een niet-vergund bijgebouw en het regulariseren van de inplanting van de woning en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Merelstraat, een gemeenteweg in de kern Halveweg, nabij de aansluiting met de Halveweg – Vogelsancklaan.
De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband. In de ruimere omgeving komen naast de woonfunctie ook (kleinschalige) handelsactiviteiten en dienstverlening (kerkhof, jeugdheem) voor.
Het achterste gedeelte van het perceel alsook de achterliggende gronden zijn gelegen in agrarisch waardevol gebied.
Omschrijving van de aanvraag
Op het perceel bevindt zich momenteel een vrijstaande eengezinswoning.
De woning is ingeplant op 24,81m uit de as van de weg, op 3,60m van de linker perceelgrens en op 2,84m van de rechter perceelgrens.
De woning betreft een gelijkvloerse woning met een zadeldak. De kroonlijsthoogte is gelegen tussen 2,49m en 5,33m ten opzichte van het maaiveld.
De maximale nokhoogte is gelegen op 8,14m ten opzichte van het maaiveld.
De woning werd uitgevoerd met een witte gevelsteen en een dakbedekking met zwarte pannen.
In de achtertuin, meer bepaald in het agrarisch waardevol gebied, werd een bijgebouw opgericht zonder vergunning.
Het tuinhuis met een oppervlakte van 31,08m², is ingeplant op ± 2m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens.
Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager het tuinhuis wenst te slopen.
Voor het slopen van niet-vergunde constructies is in principe geen vergunning vereist aangezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Dit gedeelte van de aanvraag is dan ook zonder voorwerp.
De huidige aanvraag omvat bijgevolg enkel het regulariseren van de inplanting van de woning en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning blijft behouden en is functioneel inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De woning beschikt over een interne garage waar 2 voertuigen gestald kunnen worden.
Alle voertuigen kunnen op eigen terrein gestald worden waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat het regulariseren van de inplanting van de woning en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
De woning is momenteel ingeplant op 24,81m uit de as van de weg, op 3,60m van de linker perceelgrens en op 2,84m van de rechter perceelgrens.
De inplanting van de woning werd echter in 1984 vergund op 15m uit de as van de weg, op 3,76m van de linker perceelgrens en op 3m van de rechter perceelgrens.
Gezien de inplanting van de bebouwing in de directe omgeving erg varieert is de voorgestelde inplanting niet vreemd in het straatbeeld. Tevens blijft een voldoende afstand behouden ten opzichte van de zijdelingse perceelgrenzen zodat voldaan is aan de regelgeving betreffende lichten en zichten volgens het burgerlijk wetboek.
Er kan dan ook akkoord gegaan worden met de regularisatie van de inplanting van de bestaande woning.
Zoals hoger aangehaald omvat de aanvraag tevens het verbouwen en uitbreiden van de eengezinswoning.
De woning wordt aan de linker voorzijde uitgebreid met een bureelruimte en een verruiming van de inkomhal. Aan de achterzijde wordt de veranda verkleind.
Hierdoor wordt de woning ingeplant op 21,51m uit de as van de weg.
De maximale bouwdiepte van de woning wordt hierdoor gebracht op 17,30m.
Zowel de uitbreiding aan de voorzijde van de woning als de verbouwde veranda worden uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogtes zijn gelegen op 3,32m ten opzichte van het maaiveld.
De nieuwbouw aan de voorzijde wordt uitgevoerd in een witte gevelsteen gecombineerd met een houten gevelbekleding. Deze houten gevelbekleding wordt doorgetrokken langs de linker zijgevel en de veranda. Hierdoor vormen de uitbreidingen één geheel met de bestaande bebouwing.
In de aanvraag wordt de soort hout van de gevelbekleding niet gespecifieerd. Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Dit wordt meegegeven als bemerking.
Behoudens de uitbreidingen worden ook verhardingen voorzien.
In de voortuin blijft de bestaande inrit behouden.
Rond de woning wordt een pad aangelegd in kasseien.
Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd met een oppervlakte van 30m².
Tot slot wordt een tuinpad voorzien naar de achterzijde van het perceel. Dit tuinpad leidt echter niet tot een bijgebouw of een terras. Bijgevolg is dit tuinpad overbodige verharding en zal als voorwaarde worden opgenomen dat dit tuinpad niet mag uitgevoerd worden en de voorziene zone als groenaanplanting dient uitgevoerd te worden.
Bodemreliëf
Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat het tuinpad niet aangelegd en deze zone wordt uitgevoerd in groenaanplanting.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Het slopen van het niet-vergunde tuinhuis is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de inplanting van de woning en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college wenst evenwel de weigering van het looppad niet bij te treden.
De verhouding tussen bebouwde/verharde ruimte en groenaanplant is in evenwicht, het looppad creëert geen overdreven verharding.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het slopen van het niet-vergunde tuinhuis is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de inplanting van de woning en het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een eengezinswoning.
De aanvraag werd op 15/12/2021 ontvangen.
Op 11/01/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 13/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 10/02/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen omtrent de bestaande bebouwing.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de bestaande woning en de bijgebouwen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Natuur en Bos
Fluvius
Provincie Limburg dienst water en domeinen
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De geplande werken vinden plaats in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag voldoet aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.8° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is geldt de vrijstellingsplicht voor niet-overdekte constructies van minder dan 80 m² voor zover zij aangebracht worden op minstens 1 m van de perceelsscheiding. Het terras links van de woning en het pad rechts van de woning worden aangelegd tot op meer dan 1m van de perceelsscheiding en zijn dus vrijgesteld van vergunning. Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het aanleggen van deze verhardingen.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 174,94m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening. Ook wordt er een bufferput voorzien onderaan de inrit van de ondergrondse garage/kelder om de opvang van het regenwater hier maximaal te kunnen regelen.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Het advies van 03/03/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Het betreft hier een eengezinswoning, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen.
Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis.
Voor uw rioleringsaansluiting geven we u volgende advies:
Bij de sloop van een pand dient de bestaande huisaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel tijdelijk buiten gebruik gesteld te worden door de aanvrager en wel op zo een manier dat de huisaansluiting water- en gronddicht afgesloten wordt en detecteerbaar blijft op eigen terrein.
Bij de aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de bouwheer de bestaande rioleringsaansluiting te detecteren en te hergebruiken. De nieuwe privéwaterafvoer voor vuilwater en eventueel hemelwater dient ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. Ter hoogte van de bestaande huisaansluiting voorziet de bouwheer aan de rooilijn op het privéterrein aparte controleputjes, één voor de vuilwaterafvoer en één voor de hemelwaterafvoer, indien deze nog niet aanwezig zijn. Dit ontslaat de bouwheer niet van het indienen van een aanvraag tot heraansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius. De aanvraag is terug te vinden op www.fluvius.be.
Een keldergarage/keldertoegang houdt altijd een risico van wateroverlast in de kelder in. Om de terugstuwing van het rioolwater uit het openbaar rioleringsstelsel naar de kelder te vermijden, dient het afvalwater en het hemelwater (komende van de inrit naar de keldergarage) opgepompt te worden. Het is dan ook heel belangrijk dat te allen tijde een reservepomp aanwezig is om bij uitval van een pomp deze te kunnen vervangen of nog beter beide pompen in dezelfde pompput plaatsen en ze alternerend laten pompen. Het buffervolume van de pompput en het pompdebiet dienen zodanig gedimensioneerd te zijn dat extreme buien kunnen afgevoerd worden. Het buffervolume dient zodanig te zijn dat bij uitval van de pomp ten minste de 2-jaarlijkse bui gebufferd kan worden (30 liter buffer/m² hellende inrit naar de kelder). De helling naar de keldergarage/keldertoegang wordt best zo kort mogelijk gehouden (= steile helling) zodat de oppervlakte die naar de keldergarage/keldertoegang afwatert beperkt blijft. Andere verhardingen of daken mogen niet aangesloten worden op de hemelwaterafvoer van de
keldergarage/keldertoegang. Het opgepompte hemelwater van de inrit naar de keldergarage/keldertoegang dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening en niet rechtstreeks naar de straatriolering. De pompput in de kelder mag niet gebruikt worden voor de afvoer van grondwater (drainage). De eventuele vuilwaterafvoeren (wasmachine, uitgietbak, WC, …) in de kelderverdieping dienen op een aparte vuilwaterpomp aangesloten te worden die het vuilwater oppompt naar de vuilwaterafvoerleiding.
Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.
Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.
Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De aanvraag is gelegen langsheen de Merelstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de tuinberging/garage op kelderniveau, in slaapkamer 2, de eetplaats en de overloop.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Natuurdecreet
De aanvraag ligt binnen een speciale beschermingszone zijnde vogelrichtlijngebied.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een eengezinswoning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Merelstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.
Omschrijving van de aanvraag
Momenteel is het perceel bebouwd met een eengezinswoning en enkele bijgebouwen. Deze bebouwing zal gesloopt worden en er zal een nieuwe open eengezinswoning gebouwd worden op het perceel.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het bouwen van een open eengezinswoning is zowel in de onmiddellijke als in de ruime omgeving functioneel inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 4 autostaanplaatsen voor één woongelegenheid in de vorm van 2 staanplaatsen in de kelder en 2 parkeerplaatsen bovengronds op eigen terrein.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De bestaande bebouwing op het terrein wordt afgebroken en vervangen door een nieuwe eengezinswoning. Het betreft de sloop van een eengezinswoning en 2 bijgebouwen.
De nieuwe woning wordt ingeplant op 13,49m van de rooilijn en op minstens 3m van de zijdelingse perceelgrenzen. De maximale bouwdiepte bedraagt 17m en de maximale bouwbreedte bedraagt 12,89m. De maximale bouwdiepte op verdiepingsniveau bedraagt 10,33m. De ramen in de zijgevels op verdiepingsniveau bevinden zich binnen de eerste 10m waardoor de privacy van de buren gerespecteerd wordt. De woning wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 6,69m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De uitvoering van de woning zal gebeuren in een rode gevelsteen met zwarte schrijnwerkerij. Bovenstaande woning wordt trapsgewijs ingeplant tussen de rechter en linkerbuur en op voldoende afstand voorzien ten opzichte van de naastliggende percelen. Hierdoor kan bovenstaande woning aanvaard worden op deze locatie.
De reeds aangelegde verhardingen zullen ook verwijderd worden. Bij de woning worden er twee terrassen geplaatst. Eén zal links van de woning aangelegd worden en de andere betreft een overdekt terras rechts achteraan de woning. Rechts van de woning wordt een pad voorzien dat het achterste terras verbindt met de parkeerplaatsen vooraan het perceel. De niet-overdekte verhardingen in de zij- en achtertuin bedragen 39,10m² en worden aangelegd op meer dan 1m van de perceelgrenzen waardoor deze vrijgesteld zijn van vergunning. Deze verhardingen zullen worden aangelegd met waterdoorlatende klinkers.
Vooraan wordt een inrit in klinkerverharding voorzien met een breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn. Later splitst deze inrit zich op naar de parkeerplaatsen en de ondergrondse garage. Verder bevindt zich in deze ondergrondse garage ook een tuinberging, een fietsenberging en de technische ruimte. De helling van de inrit naar deze ondergrondse garage bedraagt voor de eerste 5m 4%, daarna schommelt de helling tussen 15% tot 30% om zo 2,92m onder het vloerpeil uit te komen. Rechts van deze inrit naar de ondergrondse garage worden er 2 parkeerplaatsen aangelegd. De totale verharding in de voortuin bedraagt ±80m², hetgeen ±36% van de voortuin is. De voorziene klinkerverharding kan aanvaard worden aangezien deze minder dan 50% van de voortuin inneemt.
De overige zones op het perceel worden groen aangeplant met ofwel gazon ofwel sierbeplanting. De aanduiding hiervan is terug te vinden op het aangeleverde inplantingsplan. Ook de kiezelverharding in de berm zal verwijderd worden en deze zal groen aangeplant worden met uitzondering van de inrit.
Bodemreliëf
Het bodemreliëf zal enkel gewijzigd worden ter hoogte van de nieuwe inrit naar de ondergrondse garage. De aangeleverde plannen geven aan dat voor het overige het terreinprofiel ongewijzigd zal blijven en zal aansluiten met de buren.
Aangezien er, met uitzondering van de inrit naar de ondergrondse garage, geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau op de aangeduide plaatsen behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
“Dit advies wordt besproken in bovenstaande rubriek ‘riolering’”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de niet-overdekte verhardingen in de zij- en achtertuin omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een eengezinswoning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de niet-overdekte verhardingen in de zij- en achtertuin omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een eengezinswoning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van de achterbouw en een tuinhuis, het slopen van de bestaande veranda en het verbouwen en uitbreiden van de bestaande woning.
De aanvraag werd op 24/11/2021 ontvangen.
Op 20/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 10/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 08/02/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een uitbreiding op het gelijkvloers en op het verdiepingsniveau. Ook de garage werd groter uitgevoerd dan vergund. Achteraan het perceel werd er ook nog een tuinhuis opgericht tot tegen de achterste perceelgrens zonder het verkrijgen van een vergunning.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het achterliggend perceel voor de aangevraagde werken.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Provincie Limburg dienst water en domeinen
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Na inwerkingtreding wijziging 15/07/2016, geldt de verplichting voor plaatsing van een infiltratievoorziening niet enkel voor vergunningsplichtige werken, maar voor alle handelingen vermeld in artikel 3, en niet bedoeld in artikel 4 van diezelfde verordening, behalve als het goed kleiner is dan 250m².
De plannen geven aan dat de uitbreiding van de woning met een totale horizontale dakoppervlakte van 49,74m² aangesloten wordt op de bestaande hemelwaterput met een inhoud van 5 000 liter. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op de bestaande infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de kelder, de inkomhal, het sas, de nachthal en de zolder.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van de achterbouw en een tuinhuis, het slopen van de bestaande veranda en het verbouwen en uitbreiden van de bestaande woning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Grote Eggestraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open/ halfopen/ gesloten verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.
De bestaande woning bestaat uit een hoofdvolume met twee bouwlagen en een hellend dak. Links achteraan dit gebouw bevindt er zich een bestaande aanbouw met twee bouwlagen en een plat dak. Rechts achteraan is er een aangebouwde veranda aanwezig. Aan de rechterzijde van de woning werd er ook reeds een garage gebouwd conform de vergunning die afgeleverd werd in 1958. Achteraan het perceel is er een tuinberging aanwezig.
Omschrijving van de aanvraag
De bestaande veranda zal afgebroken worden en vervangen worden door een nieuwe aanbouw. De bestaande woning wordt ook aangepast om te voldoen aan de hedendaagse comfort- en energie-eisen.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Aangezien de aanvraag gelegen is in het centrum van Zonhoven kan er geoordeeld worden dat de desbetreffende aanvraag functioneel inpasbaar is en dit zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in minstens 2 autostaanplaatsen op de inrit en een garage voor één woongelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag omvat het regulariseren van de achterbouw en een tuinhuis, het slopen van de bestaande veranda en het verbouwen en uitbreiden van de bestaande woning.
Het hoofdgebouw en de garage hieraan verbonden aan de rechterzijde werden respectievelijk vergund in 1950 en 1958. Door de jaren heen is het perceel ook veranderd waardoor dit meer breedte heeft gekregen langs beide zijden. De garage werd 17cm breder opgericht dan deze werd vergund in 1958 en de woning 1cm minder breed. Hierdoor bedraagt de afstand aan de rechterzijde van de woning slechts 1,03m ten opzichte van de rechter perceelgrens. Doordat deze constructies werden opgericht na de vergunningen die in zowel 1950 als in 1958 werden afgeleverd kunnen deze aanvaard worden. Ook gezien er recent appartementen vergund werden op 6,10m van de rechter perceelgrens en er dus geen sprake is van privacyhinder.
Verder werd de woning achteraan uitgebreid met een achterbouw die bestaat uit 2 bouwlagen. Deze uitbreiding werd gebouwd in het verlengde van de bestaande woning en werd dus ook ingeplant op 2,74m van de linker perceelgrens. De oppervlakte van de uitbreiding bedraagt 19,82m². De afwerking hiervan gebeurde met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 5,56m t.o.v. de vloerpas en 6,53m t.o.v. het maaiveld bedraagt. De nieuwe plannen voorzien hierin een keuken en een toilet op het gelijkvloers en een badkamer op het verdiepingsniveau. Door de uitbreiding bedraagt de maximale bouwdiepte van de woning 13,68m. Met inbegrip van de trap en zonneluifel bedraagt de maximale bouwdiepte 15,68m. Het achterste raam van de badkamer aan de linkerzijde bevindt zich op een diepte van meer dan 10m vanaf de voorgevel. Elk raam dat zich op meer dan 10m van de voorgevel bevindt op verdiepingsniveau dient ondoorzichtig gemaakt te worden om zo privacyhinder t.o.v. het aanpalend perceel te voorkomen. Dit zal zo ook opgenomen worden in de voorwaarden van deze omgevingsvergunning. De uitbreiding van de bestaande woning kan aanvaard worden aangezien het gaat om een beperkte uitbreiding zowel in de diepte als in de breedte, op voorwaarde dat het achterste venster ondoorzichtig gemaakt wordt.
Bovenstaande bestaande woning, garage en uitbreidingen werden afgewerkt met een halfsteense bruine baksteen.
Achteraan de bestaande woning en rechts van de uitbreiding werd er reeds een veranda geplaatst. Deze veranda heeft een oppervlakte van 8,80m² en zal samen met de bestaande buitentrap die hieraan bevestigd is verwijderd worden. In de plaats voorziet men een uitbreiding van het gelijkvloers waarin de eetkamer zal ingericht worden. De oppervlakte van deze uitbreiding bedraagt 16,64m² en zal qua bouwdiepte aansluiten op de bestaande uitbreiding links achteraan de woning. De afwerking hiervan zal met een plat dak gebeuren waarvan de dakrandhoogte 3,50m t.o.v. de vloerpas en 4,47m t.o.v. het maaiveld bedraagt. Dergelijke uitbreiding op het gelijkvloers kan aanvaard worden aangezien de maximale bouwdiepte niet groter is dan 17m op het gelijkvloers, hetgeen de gangbare norm is binnen de gemeente Zonhoven en deze geen hinder creëert naar de naastliggende percelen. De uitvoering hiervan zal voornamelijk uit grote raampartijen bestaan die afgewerkt worden met natuurlijk vergrijsd hout en houten latten in een natuurkleur. Aan deze uitbreiding wordt er een nieuwe trap voorzien om de tuinzone te bereiken.
De bestaande garage werd uitgebreid met een extra bouwdiepte van 1,44m waardoor de oppervlakte hiervan nu 18,42m bedraagt. Net zoals de bestaande garage zal deze kleine uitbreiding niet voor extra hinder zorgen aangezien deze op dezelfde afstand ten opzichte van de rechter perceelgrens wordt ingeplant. De uitbreiding bestaat slechts uit 1 bouwlaag en heeft een dakrandhoogte van 2,42m ten opzichte van het maaiveld.
Achteraan het perceel werd er ook een tuinberging opgericht. Uit de aangeleverde info bestaande uit foto’s en een luchtfoto kan er afgeleid worden dat deze constructie al aanwezig was van voor het opstellen van het gewestplan. Er wordt dus besloten dat de gehele constructie als vergund geacht beschouwd kan worden en dus kan worden opgenomen in het vergunningenregister. De wateropvang van deze constructie dient wel op eigen terrein te infiltreren en mag niet op een naastliggend perceel terechtkomen.
Verder werden er ook verhardingen aangelegd op het perceel. Het gaat om een inrit in kasseien die aangelegd werd richting de reeds vergunde garage en vooraan de woning. Deze loopt ook nog deels langsheen de garage tot aan het terras rechts achteraan. De totale oppervlakte hiervan bedraagt 75,86m². De gehele linkerzijtuin werd aangelegd met waterdoorlatende grind met een oppervlakte van 40,77m². Achteraan de woning werd een terras aangelegd bestaande uit klinkers met een oppervlakte van 38m². Naar de bestaande tuinberging werden er reeds stapstenen voorzien. De overige zones op het perceel wordt groen aangeplant. Bovenstaande verharding kan voorzien worden op het perceel indien het grind in de linkerzijtuin beperkt wordt tot een looppad langsheen de woning. Er is nl. voldoende ruimte voor het stallen van wagens op de kasseiverharding en in de garage. De grindverharding in de zijtuin is onnodig breed en creëert een te hoge verhardingsgraad. Deze zone dient, behoudens een looppad van max. 1m breed, groen aangeplant te worden.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:
BESPREKING ADVIEZEN
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de achterbouw, het slopen van de bestaande veranda, het opnemen van de bestaande tuinberging in het vergunningenregister en het verbouwen en uitbreiden van de bestaande woning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de achterbouw, het slopen van de bestaande veranda, het opnemen van de bestaande tuinberging in het vergunningenregister en het verbouwen en uitbreiden van de bestaande woning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van de uitbreiding van de carport, een overdekt terras en de aanleg van een zwembad en het wijzigen van de terreininrichting.
De aanvraag werd op 22 november 2021 ontvangen en op 20 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 30 december 2021 tot en met 28 januari 2021.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 25 september 1978 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 4 loten voor open bebouwing. (7204.V.78/16)
Op 16 januari 2006 werd een verkavelingswijziging afgeleverd voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften voor:
Op 30 januari 2006 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een eengezinswoning met praktijkruimte. (2005/10237)
Op 24 juli 2006 werd een verkavelingswijziging afgeleverd voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften voor:
Op 21 augustus 2006 werd een vergunning afgeleverd voor het wijzigen van de dakbedekking in zink i.p.v. pannen, natuurleien, kunstleien of esthetisch verantwoorde kleinschalige materialen. (2006/10437)
De aanvraag werd meermaals in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. (VB_2020_304)
5 oktober 2020:
“Indien ik het goed begrijp zou u een bestaand zwembad willen regulariseren. Daarnaast wenst u een poolhouse (van maximaal 25m²) op te richten. Dit ofwel vrijstaand in de vorm van een achterbouw, ofwel aangebouwd aan de hoofdbouw ter hoogte van de bestaande carport.
Verkaveling:
Uw eigendom is gelegen binnen de verkaveling 7204.V.78. Gezien deze verkaveling ouder is dan 15 jaar vormen de voorschriften geen weigeringsgrond meer. (informatief kan je deze in bijlage terugvinden)
Er zal een aftoetsing gebeuren aan de goede ruimtelijke ordening.
Mocht binnen een omgevingsaanvraag blijken dat uw aanvraag niet voldoet aan deze verkavelingsvoorschriften zal er binnen de omgevingsaanvraag wel nog een afwijkingsprocedure met bijhorend openbaar onderzoek doorlopen worden.
Poolhouse:
Voor het realiseren van een losstaand bijgebouw in functie van het Poolhouse kan u zich beroepen op het vrijstellingenbesluit. In dat geval moet deze constructie volledig voldoen aan volgende voorwaarden:
De vrijstaande bijgebouwen kunnen in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht worden en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt.
Indien u het poolhouse wenst op te richten tegen het hoofdvolume van de woning (aansluitend op de carport) is een voorafgaandelijke vergunning noodzakelijk. Afhankelijk van de constructie zal dit binnen een omgevingsaanvraag of melding gebeuren. Dit al dan niet met medewerking van een architect.
Het uitbreiden van de hoofdbouw tot een meerdiepte van meer dan 17m wordt door ons afgeraden.
Regularisatie zwembad + verhardingen terrein:
De afmetingen van dit zwembad zijn door ons niet gekend. Er bestaat een vrijstelling in de wetgeving waarbij geen vergunning nodig is voor constructies die voldoen aan volgende voorwaarden:
Mogelijk valt het zwembad onder deze vrijstelling. Doch, ook de verharding van het terrein (terrassen, tuinpaden, …) dient mee opgenomen te worden binnen deze maximale oppervlakte van 80m². Uit het overgemaakte plan kunnen we afleiden dat u hier ruimschoots overgaat waardoor u een omgevingsvergunning dient te bekomen voor dit onderdeel (verhardingen + zwembad).
Onvergunde uitbreiding hoofdbouw:
Daarnaast bestaat op basis van de weergave van het hoofdgebouw op het kadasterplan het vermoeden dat er aan de achterzijde van de hoofdbouw reeds een constructie werd aangebouwd. Indien zo zal u hiervoor een regularisatieprocedure moeten doorlopen.
Bij vragen mag u ons steeds contacteren.
Het afleveren van een vergunning is ten alle tijden afhankelijk van het concrete aanvraagdossier, de ruimtelijke context, de in te winnen adviezen en de resultaten van het openbaar onderzoek, ...”
3 november 2020:
“De regularisatie van het zwembad / tuinverharding en de uitbreiding van het hoofdvolume kan binnen één omgevingsaanvraag gebeuren. Ook het poolhouse kan hierbij betrokken worden mocht dit niet volledig onder het vrijstellingenbesluit vallen.
Een meldingsprocedure is vermoedelijk niet van toepassing, gezien in de zijtuin minstens 3m afstand van de perceelsgrens moet behouden blijven. Op basis van het kadasterplan lijkt het namelijk dat de gebouwde overdekking aan het hoofdvolume hier niet aan voldoet.
Tevens bestaat het vermoeden dat de uitbreiding aan het hoofdvolume invloed heeft op de draagstructuur. Daardoor is de medewerking van een architect verplicht.
De architect zal in dat geval een omgevingsdossier voor je opstellen waarin alle nieuw te realiseren alsook alle te regulariseren onderdelen vervat zitten.
Indien je twijfelt over de invloed op de draagstructuur is het steeds mogelijk om een schets/foto’s aan de dienst voor te leggen waarin dit kan beoordeeld worden door de deskundigen.
Ongeacht of je een dossier met of zonder architect moet indienen, raden wij je aan om op voorhand een schets van de situatie aan onze dienst voor te leggen zodat de vergunbaarheid ervan kan besproken worden op het overleg van de deskundigen. Zoals ik reeds eerder aangaf is het niet gebruikelijk dat de hoofdbouw verruimd wordt tot een diepte van meer dan 17m. Door het informeel voorleggen van de schets kan je de haalbaarheid van je dossier reeds op voorhand aftoetsen, nog vooraleer je een architect hebt geraadpleegd en hiervoor kosten hebt gemaakt.
In het geval geen medewerking van een architect voor minstens één van de onderdelen vereist is mag je de omgevingsaanvraag zelf samenstellen. In bijlage zend ik je informatie over de dossiersamenstelling van een afdak, terreinaanlegwerken en een zwembad. Het aanvraagformulier dient maar één maal ingediend. De plannen en bijhorende documenten dienen alle gegevens te bevatten van alle aan te vragen en te regulariseren onderdelen.
Wij zijn steeds bereikbaar voor eventuele vragen.”
23 november 2020:
“Wij danken u voor de aanvulling. Deze werd voorgelegd op het overleg van de deskundigen.
Ze oordeelden echter dat het moeilijk is om uitspraken te doen over de vergunbaarheid zolang ze niet over afmetingen beschikken.
Het plan werd duidelijk met veel zorg opgesteld. Is het mogelijk om dit nog aan te vullen met maatvoering?
Uit de foto’s blijkt dat de carport en de overdekking/luifel in één geheel werd opgericht. We begrijpen dat de leverancier zijn berekeningen hiervoor gemaakt heeft. Hoogst waarschijnlijk is dat ook betrouwbaar. De wetgever heeft echter vastgelegd dat zulke constructies door een architect moeten beoordeeld worden. De regularisatie zal dan ook, vanuit dat oogpunt, met medewerking van architect moeten ingediend worden.
Rekening houdend met de bestaande extra diepte van het hoofdgebouw, de bebouwing van de zijtuinstroken, de uitgebreide verharding van het terrein en het vrijstellingenbesluit van 40m² aan bijgebouwen wensen de deskundigen u erop te wijzen dat het terrein een zware belasting kent. Binnen de regularisatieaanvraag zullen er beperkingen opgelegd worden naar hoeveelheid verhardingen.”
30 december 2020:
“De deskundigen hebben je ontwerp ondertussen kunnen bekijken.
Ze ervaren een grote bebouwings- en verhardingsdruk op het terrein.
Niet enkel werd het hoofdgebouw verruimd tot buiten de standaard maximale contouren, maar beschikt het terrein ook over veel verharding. Zo is er reeds een extra druk op het verhardingspercentage gezien de aanwezige nevenbestemming.
Uitzonderlijk zou er akkoord kunnen gegaan worden met het verruimen van de hoofdbouwdiepte met het luifel, zoals op dit moment reeds gerealiseerd. Dit moet echter in zijn totaliteit beoordeeld worden (rekening houdend met hoofdbestemming, nevenbestemming, terreinverhardingen privé, terreinverhardingen parkeergelegenheid, zwembad, bijgebouw)
Uit verder onderzoek blijkt tevens dat de parking van de praktijk niet meer op het eigen terrein is voorzien. Dit was echter een harde voorwaarde binnen uw oorspronkelijke bouwvergunning. Parkeergelegenheid moet steeds op eigen terrein gerealiseerd worden en niet afgeschoven worden naar het openbaar domein.
Gezien er een regularisatie / herinrichting van de voortuin zich opdringt en het niet geheel duidelijk is welke verharding aanwezig is vragen de deskundigen om een voorstel uit te werken waarbij uw uitbreidingswensen zichtbaar zijn maar tevens ook de herinrichting van de voortuin waarbij het parkeergebeuren op eigen terrein terug gerealiseerd kan worden.
Kan u ook kenbaar maken of u overweegt om een vrijstaand bijgebouw op te richten. Deze informatie wordt meegenomen bij de beoordeling van het verhardingspercentage van het terrein.
Graag zien we een plan van de bestaande toestand, de vergunde toestand en de gewenste/nieuwe toestand. Alsook een berekening van de hoeveelheid verharding op het terrein.”
31 augustus 2021:
“Er werd aan de eigenaar op 23/11/2020 het volgende reeds meegedeeld:
"Rekening houdend met de bestaande extra diepte van het hoofdgebouw, de bebouwing van de zijtuinstroken, de uitgebreide verharding van het terrein en het vrijstellingenbesluit van 40m² aan bijgebouwen wensen de deskundigen u erop te wijzen dat het terrein een zware belasting kent. Binnen de regularisatieaanvraag zullen er beperkingen opgelegd worden naar hoeveelheid verhardingen."
En op 30/12/2020:
"De deskundigen hebben je ontwerp ondertussen kunnen bekijken.
Ze ervaren een grote bebouwings- en verhardingsdruk op het terrein.
Niet enkel werd het hoofdgebouw verruimd tot buiten de standaard maximale contouren, maar beschikt het terrein ook over veel verharding. Zo is er reeds een extra druk op het verhardingspercentage gezien de aanwezige nevenbestemming.
Uitzonderlijk zou er akkoord kunnen gegaan worden met het verruimen van de hoofdbouwdiepte met het luifel, zoals op dit moment reeds gerealiseerd. Dit moet echter in zijn totaliteit beoordeeld worden (rekening houdend met hoofdbestemming, nevenbestemming, terreinverhardingen privé, terreinverhardingen parkeergelegenheid, zwembad, bijgebouw).
Uit verder onderzoek blijkt tevens dat de parking van de praktijk niet meer op het eigen terrein is voorzien. Dit was echter een harde voorwaarde binnen uw oorspronkelijke bouwvergunning. Parkeergelegenheid moet steeds op eigen terrein gerealiseerd worden en niet afgeschoven worden naar het openbaar domein.
Gezien er een regularisatie / herinrichting van de voortuin zich opdringt en het niet geheel duidelijk is welke verharding aanwezig is vragen de deskundigen om een voorstel uit te werken waarbij uw uitbreidingswensen zichtbaar zijn maar tevens ook de herinrichting van de voortuin waarbij het parkeergebeuren op eigen terrein terug gerealiseerd kan worden.
Kan u ook kenbaar maken of u overweegt om een vrijstaand bijgebouw op te richten. Deze informatie wordt meegenomen bij de beoordeling van het verhardingspercentage van het terrein.
Graag zien we een plan van de bestaande toestand, de vergunde toestand en de gewenste/nieuwe toestand. Alsook een berekening van de hoeveelheid verharding op het terrein."
Uw voorontwerp werd vandaag ter bespreking voorgelegd en ik kan u hierbij het volgende meedelen:
De aanbouw van het poolhouse en overdekt terras tegen de bestaande (uitgebreide) carport kunnen we niet toestaan. De bouwdiepte bedraagt hierdoor 24,10m hetgeen veel dieper is dan de 17m die wij doorgaans hanteren in Zonhoven.
Op het perceel blijkt nog steeds teveel verharding aanwezig.
De parkeerplaatsen haaks inplanten is eveneens niet toegelaten, ook niet wanneer er voldoende ruimte is tussen het perceel en de eigenlijke voorliggende weg (om eventueel te keren). De parkeerplaatsen dienen conform de bouwvergunning d.d. 30/01/2006 uitgevoerd te worden (2 x 2 evenwijdig met de rooilijn).
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een uitbreiding van de carport en overdekt terras, de aanleg van een zwembad en terreinverhardingen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden deels opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren en een gedeelte van de niet-vergunde terreinverhardingen als te verwijderen.
Milieu
Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 30 december 2021 tot en met 28 januari 2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.
Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.
De gemeente Zonhoven beschikt reeds over een woonbehoeftestudie. Deze woonbehoeftestudie maakt vanuit de behoefte aan woningen duidelijk dat het gebied niet/wel aangesneden dient te worden.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 25 september 1978 door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.78/16)
De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning met praktijkruimte;
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de inplanting dient te gebeuren op min. 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.
Het ontwerp voorziet de inplanting tot 0,20m van de linker perceelgrens.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bouwdiepte op het gelijkvloers maximaal 17m mag bedragen.
Het ontwerp voorziet een bouwdiepte op het gelijkvloers van maximum 19,60m.
Het ontwerp voorziet een haagbeplanting op de zijdelingse perceelgrenzen (vanaf de voorgevellijn) met een hoogte van 2,50m.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte met minder dan 40m² werd verruimd.
Riolering
Op 20 december 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 20-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling , sectie F, nummer(s) 560E (lot 2), kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op een hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.
Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.
Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het vuilwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. Indien binnenkort een project van start gaat in de straat, kan u best met Fluvius contact opnemen voor de voorwaarden naar voorbehandeling van het vuilwater. In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit kan door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) als grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put of door twee afzonderlijke septische putten. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.
We raden aan om:
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
Uit de voorliggende aanvraag blijkt niet dat voldaan is aan het decreet. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet betreffende optische rookmelders.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van de uitbreiding van de carport, een overdekt terras en de aanleg van een zwembad en het wijzigen van de terreininrichting.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 25/09/1978 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Lange Schouwenstraat, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met kinepraktijk.
In de achtertuin werd een zwembad van 41,80m² aangelegd zonder vergunning.
De huidige aanvraag omvat het regulariseren van de uitbreiding van de carport, een overdekt terras en de aanleg van een zwembad en het wijzigen van de terreininrichting.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning met kinepraktijk blijft ongewijzigd en is functioneel inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De woning beschikt over een carport in de linker zijtuinstrook. Deze carport is voldoende ruim voor het stallen van 2 voertuigen.
Momenteel parkeren de patiënten voor de kinepraktijk op het openbaar domein. Gezien het stallen van voertuigen geheel op eigen terrein dient te gebeuren wordt de voortuin heringericht. Er worden 2 parkeerplaatsen, evenwijdig met de voorliggende weg, voorzien voor de patiënten. De parkeerplaatsen zijn bereikbaar via de inrit die tevens toegang verleent tot de carport.
Op deze manier wordt het stallen van de voertuigen geheel op eigen terrein opgevangen en wordt de last van het autobezit niet afgeschoven naar het openbaar domein.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat onder meer het regulariseren van de uitbreiding van de woning. De uitbreiding omvat het verruimen van de carport en een overdekt terras.
De carport werd in 2006 vergund met een bouwdiepte van 9,30m. De carport werd echter uitgevoerd met een bouwdiepte van 11,90m met aansluitend aan de rechterzijde een overdekt terras. Hierdoor werd de bouwdiepte van de woning verruimd met 2,60m ten opzichte van de vergunde toestand. De huidige bouwdiepte van de woning bedraagt dan ook 19,30m.
De uitbreiding betreft een open constructie waardoor uitzonderlijk akkoord gegaan kan worden met de voorgestelde bouwdiepte.
De constructie werd uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,90m ten opzichte van het maaiveld.
Onder deze overdekking bevindt zich tevens een hellend vlak dat toegang verleent tot de kelder. Dit hellend vlak werd tevens ruimer uitgevoerd waardoor de hellingsgraad kleiner is. Hierdoor is de toegankelijkheid naar de kelder praktischer.
De aanvraag omvat tevens het regulariseren van een zwembad in de achtertuin.
Het zwembad werd aangelegd op 4,40m achter de achtergevel (= luifel van de carport en het overdekt terras) en op minimum 2,74m van de rechter perceelgrens.
Het zwembad heeft een diepte van 1,50m.
Rondom het zwembad werd een boordsteen aangelegd van 0,40m.
Tot slot omvat de aanvraag het wijzigen van de terreininrichting.
In de voortuin worden de inritverharding alsook de toegangspaden tot de woning en de praktijk behouden. Deze verhardingen werden uitgevoerd in klinkers (59,33m²).
Bijkomend worden 2 parkeerplaatsen aangelegd evenwijdig met de voorliggende weg. Deze parkeerplaatsen zijn bereikbaar via de inrit. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in een waterdoorlatende dolomietverharding (37m²).
De kiezelverharding en het niet-overdekte terras in de rechter zijtuinstrook worden verwijderd. Deze zone wordt voorzien van beplanting.
In de achtertuin wenst de aanvrager het niet-overdekte terras dat werd aangelegd tussen de achtergevel van de woning en het zwembad te behouden. Dit terras heeft een oppervlakte van 58m².
Het houten terras (incl. toegangspad) aan de rechterzijde van het zwembad wordt verwijderd.
De resterende tuinzone is voldoende ruim en kwalitatief. De verhouding tussen bebouwd/verhard en groenaanplant is in evenwicht.
Bodemreliëf
Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 20 december 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de uitbreiding van de carport, een overdekt terras en de aanleg van een zwembad en het wijzigen van de terreininrichting zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de uitbreiding van de carport, een overdekt terras en de aanleg van een zwembad en het wijzigen van de terreininrichting zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 3 loten. Lot 1 voor een eengezinswoning in open bebouwing. Lot 2 en lot 3 worden uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd en achterliggende grond.
De aanvraag werd op 19 november 2021 ontvangen en op 14 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 24 december 2021 tot en met 22 januari 2022. Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
1949/00047: stedenbouwkundige vergunning op 2 mei 1949 voor het bouwen van een woonhuis.
De aanvraag werd op 17/05/2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie:
“Zoals aangegeven in uw mail en telefonisch contact wenst u de bebouwingsmogelijkheden van 2 percelen te kennen. Het perceel gelegen langs de Elsbergweg (2de afdeling sectie D nummer 168B2) en het perceel gelegen langs Vogelzangstraat 39 (1ste afdeling sectie A nummer 319Y16).
De percelen zijn niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling, BPA of RUP.
De percelen bevinden zich in buitengebied (noch binnen een kern, noch binnen de afbakening regionaalstedelijk gebied). Verdichting is op deze locatie niet wenselijk. We voorzien hier (o.a.) een maximale woondichtheid van 13 woningen/ha.
Na opdeling verwachten we dat de openheid naar achteren bewaard wordt, er dient daarom gestreefd te worden naar een minimum perceelsbreedte van 15m.
Het perceel langs de Elsbergweg kan niet verkaveld worden naar 2 loten voor halfopen bebouwing.
Het perceel Vogelzangstraat 39 kan maximaal verkaveld worden in 2 loten voor open bebouwing.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Het perceel wordt opgesplitst in 2 loten voor vrijstaande eengezinswoningen en de woondichtheid bedraagt minder dan 13wo/ha (m.n. 10,5 wo/ha)
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 24 december 2021 tot en met 22 januari 2022. Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Op 14/12/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.
Op 14/12/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.
Op 14/12/2021 werd advies gevraagd aan Proximus.
Op 14/12/2021 werd advies gevraagd aan Dienst Facilitair management.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 14 december 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door landmeter – expert Johan Paquay, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid
De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare.
De verkaveling sluit niet aan op een ander, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 3 loten. Lot 1 voor een eengezinswoning in open bebouwing. Lot 2 en lot 3 worden uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd en achterliggende grond.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
De verkaveling is gelegen in een rustige woonstraat in het gehucht Kolveren. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open bebouwing.
Verkavelingsvoorwerp
Het verkavelingsontwerp voorziet in het afsplitsen van een deel van de tuinzone van de bestaande woning voor het creëren van een lot met een oppervlakte van 952m² voor het oprichten van een vrijstaande eengezinswoning met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak. De woning wordt opgericht op 8 meter uit de rooilijn, op 3 meter van de linker perceelgrens en op 3 meter van de rechter perceelgrens. De achtertuinzone bedraagt ca. 25 meter. De bouwstrook heeft een minimale breedte van 10,67 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 17 meter.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers of een zorgwoning, in een landelijke woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van een eengezinswoning principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven. Er moet een inpandige garage en/of carport voorzien worden of een carport in de zijtuinstrook om de tuin te vrijwaren van overdreven bebouwing en verharding.
De voorschriften voorzien in een open carport in de zijtuinstrook en een bijgebouw in functie van een berging. Het stallen van auto’s in het vrijstaande bijgebouw zal niet worden toegestaan om de tuinen maximaal te vrijwaren van bebouwing en verharding. Bijgebouwen zijn uitsluitend bestemd voor ondersteunende functies die inherent verbonden zijn met de hoofdbestemmingen van het hoofdgebouw zoals de berging van goederen en gebruiksvoorwerpen. Ondanks het feit dat er geen garages worden toegestaan in de vrijstaande bijgebouwen, kan het parkeren op eigen terrein gebeuren (inpandig of in de zijtuinstrook). De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken
In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig, gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met schuine of platte daken. Een maximale bouwdiepte van 15 meter (een eventuele afwijking voor de overdekking van het terras palend aan de achtergevel, na 15 meter bouwdiepte, kan worden toegestaan op voorwaarde dat het gaat om een open constructie en deze niet leidt tot overdreven terrasverhardingen) op het gelijkvloers en 12 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een plat- of zadeldak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De inplanting van de nieuwe woning wordt voorzien op minimum 8 meter uit de rooilijn en op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de aanpalende woningen.
Er wordt een bijgebouw tot 20m² voorgesteld. Gelet op de oppervlakte van het perceel kan een bijgebouw van 40m² worden toegestaan. Lot 1 kan deze oppervlakte immers dragen. Er dient wel voorkomen te worden dat er een overdreven terreinverharding ontstaat. Er wordt bijgevolg opgelegd dat vrijstaande bijgebouwen enkel i.f.v. een berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume (overdekte zitplaats / sauna) mogelijk zijn. Een garagefunctie wordt uitgesloten voor het vrijstaand bijgebouw. Mits naleving van deze voorschriften rest er nog voldoende ruimte op het eigendom om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.
Door het oprichten van 1 extra woning op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 10,5 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bebouwing, niet alleen qua bouwlagen maar ook naar bouwvorm (vrijstaande en gekoppelde), dakvorm (plat dak of zadeldak) en materiaalgebruik. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Het betreft een vrij vlak terrein. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder en/of funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de voorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Het advies van 18/12/2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:
“Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies met voorwaarden
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:
Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de individuele aanvragers.
Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Het advies van 20/12/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 14.12.2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering.
Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.
Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor projecten zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.
Riolering
Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de grachtinbuizing in de aanpalende straat.
De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be/aansluitingen. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.
Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.
Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.
Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.
Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van Fluvius erkende keurders kan u vinden op: www.fluvius.be/nl/thema/aansluitingen/keuring-riolering.
Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Het advies van 28/12/2021 van Proximus is gunstig:
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
4.- Het advies van 15/12/2021 van de Dienst Facilitair management is voorwaardelijk gunstig: Gunstig voor de verkaveling zoals voorgesteld op voorwaarde dat er in de verkavelingsvoorwaarden duidelijk wordt aangegeven dat de bestaande wilg dient behouden te blijven. Dit wil zeggen dat bij de bouwplannen in latere fase de nodige maatregelen moeten getroffen worden om deze boom te beschermen en te vrijwaren van schade.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1), mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
a. De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
b. Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
c. Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 1), zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
a. De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
b. Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
c. Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft lot 23 voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften m.b.t. de kroonlijsthoogte (6 meter i.p.v. hoogte begrepen tussen 2,5 meter en 4,5 meter) en het aantal bouwlagen (2 bouwlagen i.p.v. 1 volwaardige bouwlaag onder de kroonlijst).
De aanvraag werd op 25 november 2021 ontvangen en op 21 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 31 december 2021 tot en met 29 januari 2022.
Het openbaar onderzoek werd gesloten met 0 bezwaarschriften
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 23 februari 2021:
“… In principe worden ook wijzigingen van de verkaveling mee in overweging genomen, ook bij verkavelingen ouder dan 15 jaar.
Gezien volgende overwegingen: de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften sluiten een 2e bouwlaag niet uit en laten een kroonlijsthoogte van 6m toe, de zeer gevarieerde bebouwing in de nabije omgeving met 1 of 2 bouwlagen, de ligging binnen een reeds geordend gebied en binnen de afbakening regionaalstedelijk gebied, zien wij een 2e bouwlaag als motiveerbaar.
Er dient in dat geval wel voorafgaandelijk aan de omgevingsaanvraag een bijstelling van de verkaveling bekomen te worden (maw: er zijn 2 procedures noodzakelijk).
De bematingen zoals weergegeven op het plan van de wijziging lijken mij de maximale (6m tov Lemkenshofstraat, 3m bouwvrije strook tov rechts perceel, max. 17m bouwdiepte tov Tiendenstraat). Enkel de inplanting tov de Tiendenstraat (nu op 15m) kan eventueel nog beperkt gewijzigd worden om een overgang te vormen tussen nr. 17 en de toekomstige woning op lot 21, een voorstel hiervoor wordt best voorafgaandelijk voorgelegd aan onze dienst (idem voor eventuele andere afwijkingen tov de voorschriften).
Afwijken van verkavelingsvoorschriften mag uiteraard geen bijkomende hinderaspecten veroorzaken, aanvragen zullen dus ook steeds getoetst worden aan de goede ruimtelijke ordening.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Er werd een bijstelling voor het verkavelen van gronden ingediend voor het wijzigen van de kroonlijsthoogte en het aantal bouwlagen.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 31 december 2021 tot en met 29 januari 2022. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 23 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 24 november 1969 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.259 en gewijzigd werd op 24 februari 1992 voor de loten 21 t.e.m. 25 (7204.V.259\02). De kavels kregen als bestemming residentieel gebruik (één woongelegenheid per kavel).
Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. De aanvraag voldoet principieel aan deze bestemmingsvoorschriften. De ordening van het woonuitbreidingsgebied is gekend door de reeds afgeleverde verkavelingsvergunningen.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 21 december 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft lot 23 voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften m.b.t. de kroonlijsthoogte (6 meter i.p.v. hoogte begrepen tussen 2,5 meter en 4,5 meter) en het aantal bouwlagen (2 bouwlagen i.p.v. 1 volwaardige bouwlaag onder de kroonlijst).
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Het perceel van de aanvraag situeert zich op de hoek van de Tiendenstraat met de Lemkenshofstraat, beide gemeentewegen. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open bebouwing met een zeer gevarieerde bebouwingstypologie waaronder woningen met 1 bouwlaag en zadeldak, woningen met 1,5 bouwlaag met zadeldak als woningen met 2 bouwlagen met zadeldak.
De aanvraag heeft betrekking op lot 23 en voorziet in het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft de kroonlijsthoogte (6 meter i.p.v. hoogte begrepen tussen 2,5 meter en 4,5 meter) en het aantal bouwlagen (2 bouwlagen i.p.v. 1 volwaardige bouwlaag onder de kroonlijst).
In de verkavelingsvoorschriften van de oorspronkelijke vergunde verkaveling d.d. 24 november 1969 werd een kroonlijsthoogte van 6 meter toegelaten. De voorschriften voor o.a. de kroonlijsthoogte en het aantal bouwlagen werd aangepast in de op 24 februari 1992 afgeleverde wijziging van de verkavelingsvergunning voor de loten 21 t.e.m. 25. Enkel voor deze loten werd de kroonlijsthoogte en het aantal bouwlagen beperkt. Voor de overige loten uit de oorspronkelijke verkaveling is nog steeds een kroonlijsthoogte van 6 meter toegelaten.
Het voorliggend lot heeft een vergelijkbare perceeloppervlakte als de overige loten uit de oorspronkelijke verkaveling. Er wordt niet direct hinder verwacht door het voorzien van een woning met 2 bouwlagen (kroonlijsthoogte van 6 meter) naar de aanpalende eigendommen aangezien de afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen minimum 3 meter bedraagt. Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Bijkomend bestaat de bebouwing in de omgeving uit een zeer gevarieerde bebouwingstypologie waardoor een kroonlijsthoogte van 6 meter en 2 bouwlagen inpasbaar is in de omgeving.
Het voorzien van een woning met 2 bouwlagen onder een kroonlijsthoogte van 6 meter is ruimtelijk aanvaardbaar in deze omgeving.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor wat betreft lot 23 voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften m.b.t. de kroonlijsthoogte (6 meter i.p.v. hoogte begrepen tussen 2,5 meter en 4,5 meter) en het aantal bouwlagen (2 bouwlagen i.p.v. 1 volwaardige bouwlaag onder de kroonlijst), mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor wat betreft lot 23 voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften m.b.t. de kroonlijsthoogte (6 meter i.p.v. hoogte begrepen tussen 2,5 meter en 4,5 meter) en het aantal bouwlagen (2 bouwlagen i.p.v. 1 volwaardige bouwlaag onder de kroonlijst), zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor wat betreft lot 23 voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften m.b.t. de kroonlijsthoogte (6 meter i.p.v. hoogte begrepen tussen 2,5 meter en 4,5 meter) en het aantal bouwlagen (2 bouwlagen i.p.v. 1 volwaardige bouwlaag onder de kroonlijst), zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Voorwerp van de melding
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Halveweg 76A te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1, sectie B, nr. 1217C.
De meldingsaanvraag werd op 10/03/2022 ontvangen en ontvankelijk en volledig verklaard.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.
De melding omvat het bekomen van een zorgwoning binnen een bestaande woning.
De handelingen voldoen aan artikel 5/1 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:
§ 1. Voor het opsplitsen van een woning of voor het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer, wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd;
2° de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid;
3° de ondergeschikte wooneenheid, daaronder niet begrepen de met de hoofdwooneenheid gedeelde ruimten, maakt maximaal één derde uit van het bouwvolume van de volledige woning;
4° de creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van:
a) hetzij asielzoekers en vluchtelingen die op grond van artikel 6, § 1, vierde lid, en artikel 8, § 1, van de wet betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen van 12 januari 2007 de opvang van Fedasil moeten verlaten;
b) hetzij burgers wiens woning onbewoonbaar is geworden door onvoorziene omstandigheden;
5° de huisvesting is tijdelijk voor een totale duur van maximaal drie jaar per goed;
6° de eigendom, of ten minste de blote eigendom, op de hoofd- en de ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis of titularissen.
§ 2. Het beëindigen van het opsplitsen van een woning of het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden, bedoeld in paragraaf 1, is eveneens meldingsplichtig.
De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn dus meldingsplichtig en niet verboden.
De zorgwoning is bedoeld voor een persoon die ouder is dan 65 jaar. De zorgwoning zal zich bevinden binnen de bestaande woning en heeft een oppervlakte van 22,87m². De totale woonoppervlakte van de woning bedraagt 288m². De zorgfunctie zal dus een oppervlakte van minder dan 1/3de bedragen binnen de bestaande woning. Verder zijn er ook geen andere werken nodig aan de woning en gaat het hier enkel om het omvormen van bestaande ruimtes naar ruimtes voor de zorgfunctie. Er wordt dus voldaan aan de voorwaarden omtrent zorgwonen.
Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:
De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied en woonuitbreidingsgebied .
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurd BPA Halveweg Herziening II.
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde verkaveling 1233.B.874.2 (lot 3).
De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.
Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:
Deze aanvraag werd door de aanvrager op 2 maart 2017 ingetrokken. (1225.B.874.2)
Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:
De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de aktename van het melden van de aanvang zorgwoning, zoals voorgesteld op het voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag is verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Het college van burgemeester en schepenen besluit tijdens de zitting van 29/03/2022 akte te nemen van de melding ingediend door Borgermans Eveline voor het aanvangen van een zorgwoning , gelegen Halveweg 76A , 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie B, nr. 1217C. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van 2 hemelwaterputten, te Zonhoven, Hasseltse Beverzakstraat 8, 3de afdeling, sectie C, perceelnummers 1110V2 en 1110T2.
Voor de realisatie van dit project moet een grondwatertafelverlaging van 2,65 meter bekomen worden. Er zullen 2 x 13 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 2 x 210 m³/dag , gedurende 7 dagen. Er wordt in de melding rekening gehouden met een marge van 20%op het opgepompte debiet. Hierdoor komt dit neer op een jaardebiet van 3.600 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden. Het lozingspunt bevindt zich ter hoogte van de Hasseltse Beverzakstraat en betreft de Slangbeek, zijnde ingebuisd. Het bemalingswater wordt dan ook geloosd in oppervlaktewater.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Hasseltse Beverzakstraat 8, voor de plaatsing van 2 hemelwaterputten, voor een debiet van 2 x 210 m³/dag en een totaal debiet van 3.600 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een lijnbemaling voor het aanleggen van een rioleringsstelsel op een nieuwe verkaveling, te Stoutenveldweg, 3de afdeling, sectie F, perceelnummers 849 E en 849 F.
Voor de realisatie van deze werking moet een grondwatertafelverlaging van 2 meter bekomen worden. Er zullen 24 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt maximum 670 m³/dag, gedurende 30 dagen. Het gevraagde jaardebiet bedraagt 12.500 m³.
De berekeningstool van de VMM werd toegevoegd voor de berekening van het debiet. Er werd rekening gehouden met een veiligheidsmarge van 25%.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden. Dit zal van toepassing zijn.
Het lozingspunt bevindt zich op de Stoutenveldweg, dit is een gemengd stelsel.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een lijnbemaling te Stoutenveldweg, voor de realisatie van een rioleringsstelsel, voor een debiet van 670 m³/dag, totaaldebiet 12.500 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de aanleg van riolering op de sportterreinen “Basvelden”, 3de afdeling, sectie E, perceelnummer 269K, voor de realisatie van een turnhal.
Voor de realisatie van de riolering moet een grondwatertafelverlaging van 3,8 meter bekomen worden. Er zullen 50 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 10 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt gemiddeld 419 m³/dag, gedurende max. 90 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 40622 m³. Rekening houdende met een marge wordt er 45.000 m³. gevraagd.
Een marge van bijna 5000 m³ is ruim genomen en onnodig gezien dit de aanvrager niet stimuleert de bemaling spoedig te verwijderen. Bij de berekening van het debiet werd reeds rekening gehouden met een bemaling van 90 dagen, voor een debiet van 40633 m³/jaar, hetgeen door de aanvrager omschreven wordt als worst case. Het optrekken van het debiet naar 45000 m³ is een dubbele marge inbouwen. De marge wordt herleid tot 42000 m³.
Het lozingspunt bevindt zich op de Muizenstraat, dit is een gemengd stelsel.
Het lozingspunt werd afgetoetst met de dienst patrimonium. Er werd gezocht naar een alternatief en gevonden. Als alternatief lozingspunt wordt de gracht achter de ruiterclub Zonnehoef voorgesteld. Deze grotendeels open gracht via de RWA van de Bokrijkseweg naar het bufferbekken.
De aanvraag is realistisch mits herleiden van het jaardebiet van 42000 m³.
Gunstig voor een bronbemaling op de sportterreinen “Basvelden”, voor de aanleg van riolering voor de bouw van een turnhal, voor een debiet van 419 m³/dag, 42.000 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de realisatie van een appartementencomplex met lift, fundering en regenwaterputten, te Moenshof 11, 3de afdeling, sectie F, 270H.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3 meter bekomen worden. Er zullen 25 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 4 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 20 m³/uur, gedurende 60 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 28.800 m³.
Voor de volledige site wordt de grondwatertafel verlaagd tot 3 meter, terwijl er slechts een gedeeltelijke kelder aanwezig is. Er werd contact gelegd met de bouwfirma. De funderingssleuven komen op 2,5 m-mv te liggen.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Moenshof, dit is een gescheiden stelsel, in de slokkers. Het bemalingswater komt uit in de open gracht aan de andere zijde van het Moenshof.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Moenshof, voor de realisatie van een appartementencomplex, voor een debiet van 480 m³/dag, 28.800 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, deels onderkelderd, te Nachtegalenstraat 54, 4de afdeling, sectie B, perceelnummer 697A.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,5 meter bekomen worden. Er zullen 24 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 10 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt max. 26,4 m³/uur, gedurende 60 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 23.500 m³. De volledige site wordt bemaald, niet louter de kelderruimte, omdat anders vloerplaat en fundering niet gegoten kan worden.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Nachtegalenstraat, dit is een gemengd stelsel. Het water vloeit verder af naar het natuurgebied.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Nachtegalenstraat, voor de realisatie van een WONING DEELS ONDERKELDERD, voor een totaaldebiet van 23.500 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van een hemelwaterput, te Stationsstraat 22, 3de afdeling, sectie F, perceelnummer 459H.
Voor de plaatsing van de hemelwaterput moet een grondwatertafelverlaging van 3 meter bekomen worden. Er zullen 6 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6,5 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 200 m³/dag, gedurende 7 dagen. Dit komt, met enige marge, neer op een jaardebiet van 1.500 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Stationsstraat, dit is een gescheiden stelsel.
Het debiet is ruim geschat. Wanneer de werken elkaar snel opvolgen, kan akkoord gegaan worden met een debiet van 1400 m³, mits een beperking van max. 10 dagen.
Gunstig voor een bronbemaling te Stationsstraat, voor de plaatsing van een hemelwaterput, voor een debiet van 200 m³/dag, 1.400 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, deels onderkelderd, te Dwarsstraat 2A, 1ste afdeling, sectie A, perceelnummer 419Y.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,6 meter bekomen worden. Er zullen verschillende aanzuigpunten geplaatst worden om de 2,5 meter, op een diepte van max. 6 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt max. 422 m³/dag, gedurende 30 dagen. Er wordt een jaardebiet van 9.476 m³ gemeld.
Het lozingspunt bevindt zich op de Dwarsstraat, dit is een gemengd stelsel. Gezien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op en gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden en moet een heffing betaald worden.
Een alternatief is lozen op het grachtenstelsel voor de woning Dwarsstraat 8. Dit is een afstand van 90 meter, voor 4 inritten. Het water loopt daarna tussen weilanden door om uiteindelijk uit te komen op De Drij Dreven.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Dwarsstraat, voor de realisatie van een WONING DEELS ONDERKELDERD, voor een debiet van 422 m³/dag, 9.746 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 22/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Baskan Cihan, Stationsstraat 24/32 te 3600 Genk, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een bemaling voor de realisatie van woning met gedeeltelijke kelder voor een totaaldebiet van 9746 m³, gelegen aan Dwarsstraat 2A te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 1ste afd, sectie A, nr. 419Y met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, volledig onderkelderd, te Wijvestraat 1C, 1ste afdeling, sectie B, perceelnummer 1039 E 2.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,1 meter bekomen worden. Er zullen 18 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6,5 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 200 m³/dag, gedurende 8 weken. Dit komt neer op een jaardebiet van 11.200 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Wijvestraat, dit is een gemengd stelsel.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Wijvestraat, voor de realisatie van een ONDERKELDERDE WONING, voor een debiet van 200 m³/dag, 11.200 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 23/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door De Roo Fabrice, KMO-zone Molenheide 4012 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een bemaling voor de realisatie van nieuwbouw woning met kelder voor een totaaldebiet van 11200 m³, gelegen aan Wijvestraat 1C te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 1ste afd, sectie B, nr. 1039 E 2 met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, voorzien van een kelder, te Zonhoven, Hoeveweg 7, 1ste afdeling, sectie B, perceelnummer 186H.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,13 meter bekomen worden. Er zullen 16 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 10 meter.
Het gevraagde jaardebiet bedraagt 10.080 m³.
Op 02/03/2022 werd reeds een omgevingsmelding bekomen voor de bouw, doch werd een foutief debiet aangevraagd waardoor een nieuwe melding werd aangevraagd.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Op een 70-tal meter bevindt zich een risicogrond. Het aanvraagdossier geeft geen gegevens of de invloedsstraal tot aan de risicogrond reikt of niet. Verdere duiding is noodzakelijk.
Het lozingspunt bevindt zich op de Hoeveweg, dit is een gescheiden stelsel.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Hoeveweg 7, voor de realisatie van een WONING met KELDER, voor een debiet van 10.080 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 23/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Baeten Jody, Georges Nelissenstraat 1 te 3500 Hasselt, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een bemaling voor de realisatie van de nieuwbouwwoning met kelder voor een totaaldebiet van 10080 m³, gelegen aan Hoeveweg 7 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 1ste afd, sectie B, nr. 186H met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, deels onderkelderd, te Oppelsenweg 36, 3de afdeling, sectie E, perceelnummer 1128E.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,5 meter bekomen worden. Er zullen 15 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 10 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 10 m³/uur, gedurende 45 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 6.500 m³.
Het maximaal berekend debiet bedraagt 6215 m³, er wordt 6500 m³. De berekeningstool houdt reeds rekening met maximale debieten, wat maakt dat een afronding naar boven onnodig is. De kelder bedraagt 8 x 8 meter. Een berekening van het debiet werd toegevoegd.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Oppelsenweg, dit is een gemengd stelsel.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel. De Roosterbeek ligt aan de andere kant van de Oppelseweg, maar door het drukke verkeer en het beperkte debiet staan de extra kosten van de brugconstructie van de darm niet in verhouding.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Oppelsenweg 36, voor de realisatie van een WONING DEELS ONDERKELDERD, voor een debiet van 220 m³/dag, 6.215 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 23/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Delikus Yusuf, Genkerbaan 59 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een bemaling voor de realisatie van woning met kelder voor een totaaldebiet van 6215 m³, gelegen aan Oppelsenweg 36 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afd, sectie E, nr. 1128E met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van een regenwaterput, te Holsteenweg 10, 2de afdeling, sectie D, perceelnummer 14N.
Voor de plaatsing van de regenwaterput moet een grondwatertafelverlaging van 2,8 meter bekomen worden. Er zullen 7 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6,5 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 145 m³/dag, gedurende 7 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 968 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Holsteenweg, ter hoogte van de gracht.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Holsteenweg, voor de plaatsing van een regenwaterput, voor een debiet van 145 m³/dag, 968 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de uitspraak van minister Zuhal Demir waarbij het gemeentebestuur Zonhoven saneringsaansprakelijk wordt gesteld om een beschrijvend bodemonderzoek en eventueel saneringsproject uit te voeren op de gronden in gebruik door Aero Kiewit.
Historiek:
Een historische bodemverontreiniging met nikkel en minerale olie in het grondwater is aanwezig op grond eigendom van de gemeente Zonhoven, gebruikt door de Aero Kiewit als vliegveld. Vermoedelijk is de verontreiniging tot stand gekomen door het Duitse leger tijdens WO I/II?
Aero Kiewit vzw werd aangemaand door Ovam om te voldoen aan het bodemdecreet en een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren. De vzw had destijds het oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd.
Aero Kiewit diende echter een aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht in bij Ovam, dewelke gevolgd werd. Aero Kiewit wordt hierdoor niet aansprakelijk gesteld als saneringsplichtige. Dit heeft tot gevolg dat de saneringsplicht naar de gemeente Zonhoven komt, als eigenaar van de grond. De gemeente diende op haar beurt ook een aanvraag tot vrijstelling in, dewelke echter niet werd gevolgd door Ovam.
De gemeente heeft daarop advocatenbureau Adhemar ingeschakeld. Zij hebben een beroepschrift ingediend bij het departement waarbij de minister nu oordeelt dat dit beroepschrift niet gevolgd wordt.
Op 11.03.2022 werd een overleg gepleegd met ons advocatenbureau, afdelingshoofd ruimte en de milieudeskundige. Zij stellen voor om alsnog in beroep te gaan tegen de beslissing van de minister bij de Raad van State om zo alle mogelijke juridische middelen uit te putten gezien de kosten die de onderzoeken met zich meebrengen.
Tijdens de lopende beroepsprocedure is het raadzaam dat wij als gemeente starten met het beschrijvend bodemonderzoek en aan de hand van deze resultaten te weten komen of een sanering dient te gebeuren of niet. Indien het toch komt tot een saneringsproject, wat gedragen moet worden door de gemeente, zullen de kosten al snel rond de 100.000 euro schommelen. In dit licht is het goed dat wij als gemeente alle mogelijke juridische middelen hebben benut, maar niet aan onze plicht verzuimd hebben om eventueel risico naar derden verder te onderzoeken. Geschatte looptijd van de procedure voor de Raad van State is 1,5 jaar.
Deadline voor het indienen van een beroepschrift is 15 april.
Geraamde kosten voor een beschrijvend: 25000 euro. Budget nog te voorzien in de begroting.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om in beroep te gaan bij de Raad van State tegen de uitspraak van de minister en ondertussen te starten met het beschrijvend bodemonderzoek en hiervoor de nodige budgetten te voorzien.
Voor de processie van de verbondenheid:
Gelet op het advies van 22/03/2022 vanwege het Agentschap Wegen en verkeer Limburg;
Gelet op het advies van 18/03/2022 vanwege De Lijn Limburg;
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement uit te vaardigen voor de processie van de verbondenheid op zondag 24 april 2022 van 14u tot 17u.
Tussen 14u en 17u is het verkeer van voertuigen verboden:
Dit verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van een afsluiting over de ganse breedte van de rijbaan, voorzien van het verkeersbord C3. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden via de Heuveneindeweg-Herestraat-Kludweg-Boddenveldweg-Vaartstraat-Steentweg-Houthalenseweg en omgekeerd.
Voor het plaatselijk verkeer uit de Windmolenweg wordt een wegomlegging ingelegd via de Hoge Valweg en de Rozenkransweg en omgekeerd.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41 en F45.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikel 2 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de provinciegouverneur en aan de hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestatie, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake "evenement Rode Kruis Zonhoven" op 22 april 2022 uit te vaardigen als volgt:
Het is verboden stil te staan en te parkeren op de parking Basvelden (ingang Muizenstraat) op het gedeelte van de parking voor het gebouw van het Rode Kruis op vrijdag 22 april 2022 tussen 07.00 en 20.00 uur.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens E3.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemers moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet Lokaal Bestuur.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
De ontwerpopdracht herontwikkeling dorpshart Zonhoven omvat de opmaak van een masterplan voor het centrale dorpshart. Het masterplan wordt gezien als een globale ontwerpschets voor het centrale dorpshart van de gemeente, waarbij dit projectgebied kan worden opgedeeld in afzonderlijk uitvoerbare deelprojecten.
Eén van de deelprojecten is het openleggen van de Roosterbeek in de zone tussen kerk en gemeentehuis en gelijktijdig het ontharden en vergroenen van deze zone. Dit deelproject omvat eveneens de verkeerskundige inrichting van de zone Kerkplein-Noord die zich situeert tussen het kruispunt met de Dorpsstraat tot het kruispunt met de Klodsbergweg.
Specifiek gaat dit over:
Studiebureau Sweco werkte hiervoor onderstaande adviezen uit.
Toekomstige verkeerskundige inrichting Kerkplein-Noord
A/ Het inrichten van een zone 30 en het gebruik van zebrapaden binnen die zone 30
Advies Sweco: In een zone 30 is het niet nodig om zebrapaden aan te leggen. Een zone 30 is een vorm van traag en gemengd verkeer waarbij de voetganger overal moet kunnen oversteken. Het wegbeeld dient echter een snelheid van 30 km/u af te dwingen. Wanneer er een zebrapad wordt aangelegd, wordt de bewegingsvrijheid van de voetgangers beperkt door het feit dat men er moet oversteken als deze binnen de 20 meter afstand is gelegen. Evenwel is het noodzakelijk om, rekening houdend met blinden en slechtzienden, mindermobielen… toegankelijke oversteekplaatsen te voorzien op een logische plaats. Dit betekent dat hier voorzien wordt in een drempelloze overgang en de benodigde waarschuwings- en geleidingstegels. De zebrapadmarkering is niet nodig, maar wel is het wenselijk dat de verharding in een andere kleur aangelegd wordt.
Advies dienst mobiliteit: In functie van de reeds geplande aanleg van extra oversteekplaatsen in het centrum en meer specifiek ook in de zone Kerkplein-Noord is het aangewezen deze af te toetsen in functie van de toekomstige verkeerskundige inrichting rondom het dorpshart. Een zone 30 invoeren in deze zone (en bij uitbreiding in het ganse projectgebied van het Dorpshart) is een opportuniteit die we ernstig dienen te overwegen en die best al in rekening wordt gebracht in functie van de huidige geplande aanleg van extra oversteekplaatsen.
Specifiek voor de zone Kerkplein-Noord (en bij uitbreiding in het ganse projectgebied van het Dorpshart) volgt de dienst mobiliteit het advies van Sweco om bij een zone 30 te opteren voor toegankelijke oversteekplaatsen zonder zebrapadmarkering, maar die in een andere kleur/tegel worden geaccentueerd. Een belangrijke voorwaarde is dat de weginrichting een snelheid van 30 km/u bij de autobestuurder moet afdwingen.
B/ Het instellen van een fietsstraat Achter De Hoven
Advies Sweco: De invoering van een fietsstraat tussen het Kerkplein en de achterkant van supermarkt Alvo is mogelijk en wenselijk, gegeven het feit dat veel scholieren vandaag reeds gebruik maken van deze alternatieve fietsverbinding voor de gewestweg. Het is wel noodzakelijk om deze straat her in te richten aangezien parkeren er vandaag op een eerder wanordelijke manier gebeurt. Ook is het wenselijk dat de herkenbaarheid van de doorsteek aan de zijde van het Dorpsplein wordt verhoogd. Om verder de continuïteit van het fietsverkeer te verhogen wordt ook voorgesteld om het kruispunt van Achter de Hoven met het Kerkplein voorrang van rechts te maken. Dit zal er tevens ook voor zorgen dat de snelheid op het Kerkplein zal afnemen, aangezien het verkeer op deze straat aandachtiger moet zijn voor verkeer komende uit Achter de Hoven. Ook de aansluitingen van de zijstraten op het Kerkplein meer westelijk worden dan best voorrang van rechts.
Advies dienst mobiliteit: Achter De Hoven leent zich tot fietsstraat: deze route biedt een veilig fietsalternatief voor de Dorpsstraat en sluit via het kruispunt met het Kerkplein aan op de veilige fietsdoorsteek richting evenementenhal en Dijkbeemdenweg. In functie van de veiligheid van de actieve weggebruiker dient het gedeelte van de weg tot aan de nieuwe ontwikkeling 'Achter de Hoven' herbekeken te worden en dient er ook rekening gehouden te worden met het laad- en losverkeer van Alvo. De dienst mobiliteit is geen voorstander om voor dit kruispunt en bij uitbreiding de andere zijstraten op het Kerkplein de voorrang van rechts in te voeren. Het Kerkplein is de hoofdas en deze heeft dan ook logischerwijs voorrang op de ondergeschikte zijstraten of uitritten. Wel dient de herkenbaarheid van de oversteek ter hoogte van het kruispunt Achter de Hoven - Kerkplein verhoogd te worden in functie van de fietsers. Dit kan eventueel met een borduur in combinatie met een alternatieve beklinkering (cfr. kruispunt Kerkenbeemdweg - Baskensbeemd) of een verhoogde kruispuntinrichting in combinatie met een alternatieve beklinkering.
De dienst mobiliteit volgt het advies van sweco betreffende de inrichting tot fietsstraat maar opteert voor een verhoging van de herkenbaarheid van de oversteekplaats met infrastructurele maatregelen eerder dan een invoering tot voorrang van rechts op het kruispunt Achter de Hoven - Kerkplein.
C/ Het kort parkeren op het Kerkplein (i.e. 2 parkeerstroken langs handelszaken)
Advies Sweco: Aangezien er vandaag in Zonhoven nog op geen enkele openbare plaats betalend parkeren geldt, lijkt het Sweco weinig wenselijk om op de twee parkeerstroken betalend parkeren in te voeren. Er wordt daarom dan ook voorgesteld om parkeren met gebruik van de blauwe schijf in te voeren.
Advies dienst mobiliteit: Vanuit veiligheidsoogpunt zijn de parkeerstroken voor langsparkeren ter hoogte van de handelszaken en gelegen langs een schoolroute niet wenselijk. Ter hoogte van het kruispunt Kerkplein - Dorpsstraat is er bovendien een beperkte zichtbaarheid bij parkeermanoeuvres op het aankomende auto- en fietsverkeer dat vanuit de Dorpsstraat het Kerkplein inrijdt. Echter, vanuit het standpunt dat de parkeerzone aan de overzijde van de straat zal verdwijnen en vanuit het idee om de weggevallen parkeerplaatsen deels te willen compenseren, is eerder reeds beslist om stroken voor langsparkeren aan te leggen. De dienst acht het wenselijk om in de zone Kerkplein-Noord - met inbegrip van de parkeerplaatsen vóór de ingang van het gemeentehuis - (en bij uitbreiding in het ganse projectgebied van het Dorpshart) een zone met beperkte parkeertijd in te voeren.
De dienst mobiliteit volgt het advies van Sweco betreffende het parkeerbeleid in de zone Kerkplein-Noord (en bij uitbreiding in het ganse projectgebied van het Dorpshart).
Het college van burgemeester en schepenen is principieel akkoord om de zone Kerkplein-Noord die zich situeert tussen het kruispunt met de Dorpsstraat tot het kruispunt met de Klodsbergweg als zone 30 in te richten, maar opteert voor toegankelijke oversteekplaatsen mét zebrapadmarkering. Als voorwaarde geldt dat de weginrichting een snelheid van 30 km/u bij de autobestuurder moet afdwingen.
Het college van burgemeester en schepenen is principieel akkoord om Achter de Hoven als een fietsstraat in te richten, maar wenst geen voorrang van rechts in te voeren op het kruispunt Achter de Hoven - Kerkplein. Op het kruispunt dienen andere infrastructurele maatregelen te worden genomen om de herkenbaarheid van de oversteekplaats te verhogen.
Het college van burgemeester en schepenen is principieel akkoord met het invoeren van een parkeerbeleid met beperkte parkeertijd in de zone Kerkplein-Noord, meer specifiek op de parkeerstroken voor langsparkeren ter hoogte van de handelszaken en de parkeerplaatsen vóór het gemeentehuis.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het definitieve project-MER Limelco 'Uitbreiding productiecapaciteit en hervergunning Limelco, Genkerbaan 75 te Zonhoven' en het advies van de GOA, als volgt:
Uitbreiding productiecapaciteit en hervergunning Limelco, Genkerbaan 75 te Zonhoven
Limelco is een zuivelverwerkend bedrijf dat melk, aangeleverd vanuit landbouwbedrijven, verwerkt tot diverse eindproducten zoals verse kaas, melk geschikt voor menselijke en dierlijke consumptie, proteïnedranken en desserten. Samen met de productieverhoging gaat een verhoging van het grondwaterverbruik gepaard. Het afvalwater wordt gezuiverd in de eigen afvalwaterzuiveringsinstallatie, daterend van de jaren 70. Een nieuwe zuivering wordt momenteel gebouwd op het terrein (omgevingsvergunning reeds bekomen).
De basisvergunning van het bedrijf eindigt op 15 mei 2022. Het project-MER heeft betrekking op de hervergunning en valt onder volgende categorieën van bijlage II:
7 c) zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.
Het project-MER heeft tot doel de mogelijke milieu-impact op alle huidige en geplande activiteiten te onderzoeken.
Geplande uitbreiding:
Het bedrijf vraagt een productieverhoging van 113600 ton afgewerkte producten/jaar naar 137000 ton/jaar. De capaciteitsverhoging wordt gerealiseerd dmv optimalisatie en betere benutting van de bestaande installatie alsook een nieuwe boterlijn.
Voor de productie van alle producten wordt gebruik gemaakt van grondwater. Er wordt een stijging aangevraagd van 338000 m³/jaar naar 430618 m³/jaar.
De nieuwe waterzuiveringsinstallatie voorziet in een capaciteitsverhoging met 40 % en zorgt voor een meer stabiele kwaliteit van het geloosde effluent. Een gedeelte van het gezuiverd effluent wordt hergebruikt als productiewater waardoor het grondwaterverbruik zal dalen, met gevolg een verminderd lozingsdebiet. Het MER heeft echter gewerkt vanuit van een worst-case scenario nl. geen hergebruik van het effluent.
Advies:
Oppervlaktewater:
Scherpere lozingsnormen van de meest kritische parameters (CVZ, BZV, N-totaal, P-totaal, ZS, chloride) zijn nodig om achteruitgang van de waterkwaliteit van de Roosterbeek te voorkomen. Het MER stelt een afbouwschema van deze kritische parameters voor, gedurende 3 jaar. Dit betekent dat na 3 jaar de kwaliteit van het effluent aanvaardbaar moet zijn voor het ontvangende water.
Lucht:
Mbt geurhinder wordt er vanuit gegaan dat de nieuwe waterzuiveringsinstallatie een sterke verbetering moet zijn tov de geplande situatie.
Er is een negatieve impact van NOX bij de geplande uitbreiding, doch voor een zeer beperkt gebied.
Als milderende maatregelen worden voorgesteld: schouwverhoging voor een betere dispersie en realisatie van een emissiereductie. Beide onderzochte maatregelen worden echter omschreven als niet noodzakelijk, gebaseerd op een aftoetsing ovv wetgeving, investeringskost en te behalen reductie.
Het college merkt op dat het bedrijf hierbij ook rekening dient te houden met haar omgeving. Gezien de ligging van het bedrijf, ingesloten door bewoning, valt een verdergaande inspanning ten voordele van bevolking en klimaat, te verantwoorden.
Geluid en trillingen:
Het bedrijf heeft reeds inspanningen geleverd om de geluidshinder te verminderen. Niettegenstaande, geven metingen aan dat de richtwaardes overschreden worden. Zo wordt de nachtelijke richtwaarde geluid overschreden in o.a. Grote Hemmenweg. Meerdere maatregelen om het geluid te verminderen zullen “in 2022 gerealiseerd worden”.
Het college dringt er bij het bedrijf op aan om geplande investering met prioriteit uit te voeren.
Idem met het vervangen van de koelinstallatie van de persluchtcompressoren. De omschrijving in het MER luidt: “Deze maatregel tracht men in 2023 te realiseren.” We verwachten van het bedrijf dat er maximale inspanningen worden verricht om deze maatregel zo snel mogelijk te implementeren, niet later dan eind 2022. De omschrijving “tracht te realiseren” is niet-bindend genoeg.
Installaties met een beperkte overschrijving zoals de koeltoren Stork en blikken sterilisatietoren zullen pas vervangen worden wanneer deze installaties defect zijn. Het college begrijpt dat dergelijke investeringen een financiële impact hebben en daarom enkel uitgevoerd zullen wanneer het noodzakelijk is. Doch dient het bedrijf rekening te houden met hun ligging, ingesloten door bebouwing. Vandaar dat ook hier het college erop aandringt om deze vervangingen reeds in te plannen in 2022, hetzij ten laatste 2023, om de geluidshinder voor de omwonenden verder te beperken.
Bodem en grondwater:
Een verhoging van de hoeveelheid op te pompen grondwater zal niet leiden tot negatieve invloed op omliggende gebieden, noch een negatieve impact hebben op andere vergunde winningen.
Biodiversiteit:
Er is geen negatieve impact te verwachten op de lokale natuurwaarden
Mens - gezondheid:
Het omgevingsportaal van Limelco wordt verder uitgebouwd om een open communicatie tussen de omwonenden te realiseren. Verder wordt voorgesteld om de overlegcommissie niet meer als voorwaarde op te leggen. Het bedrijf engageert zich om op verzoek van de gemeente Zonhoven of het provinciebestuur een overlegcommissie ad hoc te organiseren waarbij de samenstelling dezelfde is als de huidige overlegcommissie, met voorzitterschap door de provincie. Het college kan zich hierin vinden.
Bodem
Het risico op het ontstaan van bodem- en grondwaterverontreiniging voldoende beheerst is gezien deze quasi gelijk is in de huidige en de geplande situatie.
Mens - mobiliteit
De dienst mobiliteit heeft geen verdere opmerkingen over het definitieve MER. Het advies van 7 juli 2021 staat verwerkt in het definitieve MER.
Landschap
Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten op het landschap of het bouwkundig erfgoed. Er wordt voorgesteld om de buffer verder aan te planten zoals het BPA voorschrijft of een evenwaardig alternatief te voorzien. Het voorstel is dat de gemeente hierin een sturende rol op zich zal nemen.
Het college wenst hierin een louter bemiddelde rol op te nemen en benadrukt dat de realisatie van de buffer op vrijwillige basis gebeurt voor de eigenaars.
Externe veiligheid
De nodige preventieve- en veiligheidsmaatregelen worden in de huidige situatie reeds genomen om de risico’s op zware ongevallen of rampen tot een minimum te herleiden.
Het college van burgemeester en schepenen adviseert het project-MER voorwaardelijk gunstig met volgend advies:
Oppervlaktewater:
Scherpere lozingsnormen van de meest kritische parameters (CVZ, BZV, N-totaal, P-totaal, ZS, chloride) zijn nodig om achteruitgang van de waterkwaliteit van de Roosterbeek te voorkomen. Het MER stelt een afbouwschema van deze kritische parameters voor, gedurende 3 jaar. Dit betekent dat na 3 jaar de kwaliteit van het effluent aanvaardbaar moet zijn voor het ontvangende water.
Lucht:
Mbt geurhinder wordt er vanuit gegaan dat de nieuwe waterzuiveringsinstallatie een sterke verbetering moet zijn tov de geplande situatie.
Er is een negatieve impact van NOX bij de geplande uitbreiding, doch voor een zeer beperkt gebied.
Als milderende maatregelen worden voorgesteld: schouwverhoging voor een betere dispersie en realisatie van een emissiereductie. Beide onderzochte maatregelen worden echter omschreven als niet noodzakelijk, gebaseerd op een aftoetsing ovv wetgeving, investeringskost en te behalen reductie.
Het college merkt op dat het bedrijf hierbij ook rekening dient te houden met haar omgeving. Gezien de ligging van het bedrijf, ingesloten door bewoning, valt een verdergaande inspanning ten voordele van bevolking en klimaat, te verantwoorden.
Geluid en trillingen:
Het bedrijf heeft reeds inspanningen geleverd om de geluidshinder te verminderen. Niettegenstaande, geven metingen aan dat de richtwaardes overschreden worden. Zo wordt de nachtelijke richtwaarde geluid overschreden in o.a. Grote Hemmenweg. Meerdere maatregelen om het geluid te verminderen zullen “in 2022 gerealiseerd worden”.
Idem met het vervangen van de koelinstallatie van de persluchtcompressoren. De omschrijving in het MER luidt: “Deze maatregel tracht men in 2023 te realiseren.” We verwachten van het bedrijf dat er maximale inspanningen worden verricht om deze maatregel zo snel mogelijk te implementeren, niet later dan eind 2022. De omschrijving “tracht te realiseren” is niet-bindend genoeg.
Installaties met een beperkte overschrijving zoals de koeltoren Stork en blikken sterilisatietoren zullen pas vervangen worden wanneer deze installaties defect zijn. Het college begrijpt dat dergelijke investeringen een financiële impact hebben en daarom enkel uitgevoerd zullen wanneer het noodzakelijk is. Doch dient het bedrijf rekening te houden met hun ligging, ingesloten door bebouwing.
Het college eist van het bedrijf om maximale inspanningen te leveren die een vermindering van de geluidshinder tot gevolg hebben. Gezien de continue geluidsklachten is het een harde eis van het bestuur dat het bedrijf dergelijke investeringen PRIORITAIR doorvoert.
Bodem en grondwater:
Een verhoging van de hoeveelheid op te pompen grondwater zal niet leiden tot negatieve invloed op omliggende gebieden, noch een negatieve impact hebben op andere vergunde winningen.
Biodiversiteit:
Er is geen negatieve impact te verwachten op de lokale natuurwaarden
Mens - gezondheid:
Het omgevingsportaal van Limelco wordt verder uitgebouwd om een open communicatie tussen de omwonenden te realiseren. Verder wordt voorgesteld om de overlegcommissie niet meer als voorwaarde op te leggen. Het bedrijf engageert zich om op verzoek van de gemeente Zonhoven of het provinciebestuur een overlegcommissie ad hoc te organiseren waarbij de samenstelling dezelfde is als de huidige overlegcommissie, met voorzitterschap door de provincie. Het college kan zich hierin vinden.
Bodem
Het risico op het ontstaan van bodem- en grondwaterverontreiniging voldoende beheerst is gezien deze quasi gelijk is in de huidige en de geplande situatie.
Mens - mobiliteit
De dienst mobiliteit heeft geen verdere opmerkingen over het definitieve MER. Het advies van 7 juli 2021 staat verwerkt in het definitieve MER.
Landschap
Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten op het landschap of het bouwkundig erfgoed. Er wordt voorgesteld om de buffer verder aan te planten zoals het BPA voorschrijft of een evenwaardig alternatief te voorzien. Het voorstel is dat de gemeente hierin een sturende rol op zich zal nemen.
Het college wenst hierin een louter bemiddelde rol op te nemen en benadrukt dat de realisatie van de buffer op vrijwillige basis gebeurt voor de eigenaars.
Externe veiligheid
De nodige preventieve- en veiligheidsmaatregelen worden in de huidige situatie reeds genomen om de risico’s op zware ongevallen of rampen tot een minimum te herleiden.
Nota van de dienst
Er wordt één circus per jaar toegelaten in Zonhoven.
Het circus kan geplaatst worden op de terreinen van vzw De Waerde.
Ingevolge het koninklijk besluit van 2 september 2005 ter waarborging van het welzijn van dieren die tot het vermaak van het publiek worden gebruikt in circussen of rondreizende tentoonstellingen vragen wij volgende documenten aan ons over te maken:
een afschrift van de combinatiepolis
een afschrift van de inschrijving in de kruispuntbank van de ondernemingen
een technisch beschrijving van de installaties
een beschrijving van de voorstelling
het schema van de tournee en de naam van de contactpersoon
Er wordt een borgsom van 350 euro voor de standpijp van het water gevraagd
De elektriciteit wordt afgenomen bij vzw De Waerde.
De voorschriften van de dienst Wegen en Verkeer betreffende de reclamepanelen worden nageleefd.
De reclamepanelen dienen ten laatste de dag na de laatste voorstelling opgeruimd te worden en het terrein dient terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht te worden.
Dit circus werkt niet met dieren. Vzw De Waerde is akkoord om dit circus op hun terreinen te plaatsen. Er moeten wel afdoende afspraken gemaakt worden tussen de vzw en het circus.
Het college van burgemeester en schepenen besluit een speelvergunning af te leveren aan het Tik Takcircus, p.a. Samuel Pauwels, Brugmannlaan 425 te 1180 Ukkel voor de periode 17/09/2023 tot en met 24/09/2023 mits het naleven van volgende voorwaarden:
Het circus kan geplaatst worden op de terreinen van vzw De Waerde mits het naleven van volgende voorwaarden:
Ingevolge het koninklijk besluit van 2 september 2005 ter waarborging van het welzijn van dieren die tot het vermaak van het publiek worden gebruikt in circussen of rondreizende tentoonstelling werden wij aan ons overgemaakt:
een afschrift van de combinatiepolis
een afschrift van de inschrijving in de in de kruispuntbank van de ondernemingen
een technisch beschrijving van de installaties (verblijven van de dieren, tent enz.)
een beschrijving van de voorstelling
het schema van de tournee en de naam van de contactpersoon
er wordt een borgsom betaald voor de standpijp voor water
Er wordt een borg- en huursom betaald aan vzw De Waerde
De elektriciteit wordt afgenomen bij vzw De Waerde.
De voorschriften van de dienst Wegen en Verkeer betreffende de reclamepanelen worden nageleefd.
De reclamepanelen dienen ten laatste de dag na de laatste voorstelling opgeruimd te worden en het terrein dient terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht te worden.
De verkoop tijdens de 14-daagse van Rode Kruis Vlaanderen kan worden toegestaan in het kader van verkoop menslievend doel op voorwaarde dat er binnen de 30 kalenderdagen een bewijs wordt geleverd dat de opbrengst daadwerkelijk overgemaakt werd aan het opgegeven doel.
Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen aan Rode Kruis Vlaanderen, afdeling Zonhoven, Muizenstraat 32 te Zonhoven om stickers en gadgets te verkopen tijdens de 14-daagse van Rode Kruis Vlaanderen op voorwaarde dat er binnen de 30 kalenderdagen een bewijs geleverd wordt dat de opbrengst daadwerkelijk overgemaakt werd aan het opgegeven doel en onder bijkomende voorwaarde dat de volksgezondheid de activiteit toelaat op de geplande datum.
De groep wil mensen leren kennis maken met de percussiegroep.
De optredens kunnen doorgaan op het grasveld voor de bibliotheek.
Deze plaats is niet storend voor de marktbezoekers en trekt toch geïnteresseerden aan.
Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring aan de optredens van de percussiegroep, p.a. Bart Braeken, Hortstraat 5 te Zonhoven op de wekelijkse markt van 1 mei 2022.
Limelco heeft momenteel een omgevingsvergunning lopende voor de uitbreiding van hun productie. Hiervoor is een netverzwaring noodzakelijk.
Fluvius zal een middenspanningsleiding voorzien vanaf het onderstation aan het treinstation op de Halveweg tot aan Limelco zelf.
In het voortraject werden deze werken reeds afgestemd met de dienst Patrimonium waarbij tot onderstaande werkwijze werd besloten om de werken zo min mogelijk hinder te laten veroorzaken. Fluvius heeft bekeken om zoveel mogelijk te werken met boringen, maar dit kan niet overal.
Een aantal omleidingen blijven echter noodzakelijk en zullen door de aannemer tijdig worden voorgesteld ter beoordeling door de dienst Patrimonium.
Het traject (op bijgevoegde plannen in het rood) start aan het onderstation aan de Halveweg. Dan wordt er onder de spoorweg door geboord tot in de Trambergstraat. Daar volgen ze de noordelijke berm en volgen de westelijke zijde van de Beskensstraat.
Het kruispunt Beskensstraat en Engstegenseweg wordt eveneens geboord. Vervolgens volgen ze de noordelijke berm van de Engstegenseweg, kruisen ze de Timmerveldweg en de Engstegenseweg met een boring en zetten ze het traject verder in de oostelijke berm van de Veldhinweg.
De N74 wordt gekruist met een gestuurde boring.
In de Hoge Valweg wordt aan de noordelijke zijde de middenspanningskabel voorzien tot aan de nummer 28. Tot hier gebeuren de werken in de bermen in open sleuf.
Vanaf dit punt wordt een gestuurde boring gebruikt om de hinder in het centrum zo veel mogelijk te beperken. Ter hoogte van het kruispunt van het Kerkplein met de Dorpsstraat zal er een koppelput voorzien worden om een bijkomende gestuurde boring onder de N715 tot aan de Grote Hemmenweg te realiseren. Vanaf daar gaat het traject in open sleuf verder aan de zuidzijde van de Grote Hemmenweg tot aan de Sprinkwaterstraat.
Vervolgens leggen ze de leiding langsheen het fietspad op met een boring onder de Roosterbeek tot aan de Genkerbaan, om tenslotte in de noordelijke berm van de Genkerbaan de leiding tot aan de cabine van Limelco te brengen.
In het centrum zal de hinder vrij beperkt zijn. Wegens de aard van de gestuurde boring dient de leiding op voorhand gelast te worden uit kleinere stukken tot een groot geheel vooraleer deze doorheen het boorgat getrokken kan worden.
In de rest van het traject wordt de leiding in een open sleuf aangelegd, dit wil zeggen dat er werken in de berm worden voorzien en hoogstwaarschijnlijk een werkzone van zowel het fietspad als een rijvak dient ingenomen te worden.
Aanemer GWL en Fluvius vragen de nodige vergunningen aan voor de onderboringen van de gewestwegen en spoorwegen, voor de inname van het openbaar domein en voor de lozing van bemalingswater. Andere nutsmaatschappijen zoals De Watergroep en Proximus gaan in synergie mee met Fluvius voor bepaalde delen van het traject voor hun respectievelijke disciplines, maar niet in de zone in het centrum voor wat betreft de lange gestuurde boring.
Aan de aanleg van de middenspanningsleiding door Fluvius en de andere nutsmaatschappijen zijn voor de gemeente Zonhoven geen kosten verbonden.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de werken op het openbaar domein voor de netverzwaring van Limelco.
Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de werken gefaseerd uitgevoerd moeten worden met de nodige omleidingen, zodat de hinder voor de bewoners en de verkeersafwikkeling zo klein mogelijk zijn.
Het bestek voor de opdracht “Beheerswerken aan de Heuvenkapel” opgesteld door Spectrum Collectief bvba te Hasselt.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 28 juni 2021 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningsprocedure voor de opdracht “Beheerswerken aan de Heuvenkapel”.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 11 januari 2022 houdende starten van de openbare procedure.
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 21 maart 2022 opgesteld door Spectrum Collectief te Hasselt.
De ontwerpopdracht voor de opdracht “Beheerswerken aan de Heuvenkapel” werd gegund aan Spectrum Collectief bvba, Hefveldstraat 13 te 3500 Hasselt.
In het kader van deze opdracht werd een bestek opgesteld door de ontwerper Spectrum Collectief bvba te Hasselt.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 37.308,12 excl. btw of € 45.142,82 incl. 21 % btw. De subsidie op deze werken bedraagt 40%.
De gemeenteraad verleende in zitting van 28 juni 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de openbare procedure.
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 11 januari 2022 de openbare procedure opnieuw op te starten.
De offertes dienden het bestuur ten laatste op 22 februari 2022 om 11.00 uur te bereiken.
De verbintenistermijn van 120 kalenderdagen eindigt op 22 juni 2022.
Er werden 2 offertes ontvangen:
- ABB&Z aanneming bv te Oudsbergen (€ 56.769,07 incl. btw)
- R&V bv te Lummen (€ 48.336,64 incl. btw).
De ontwerper, Spectrum Collectief bvba te Hasselt, stelde op 21 maart 2022 het verslag van nazicht van de offertes op.
Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in het verslag van nazicht van de offertes, stelt de ontwerper voor om de opdracht te gunnen aan de firma met de economisch meest voordelige (op basis van de prijs) offerte, zijnde R&V bv, Genenbosstraat 39 te 3560 Lummen tegen het nagerekende offertebedrag van € 39.947,63 excl. btw of € 48.336,64 incl. 21 % btw.
Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 21 maart 2022, opgesteld door de ontwerper, Spectrum Collectief bvba, Hefveldstraat 13 te 3500 Hasselt. Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
De opdracht “Beheerswerken aan de Heuvenkapel” wordt gegund aan de economisch meest voordelige (op basis van prijs) bieder, zijnde R&V bv, Genenbosstraat 39 te 3560 Lummen tegen het nagerekende offertebedrag van € 39.947,63 excl. btw of € 48.336,64 incl. 21 % btw.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek.
De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het meerjarenplan 2020-2025 en een gedeelte te voorzien in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
De subsidie op deze werken bedraagt 40%.
Inleiding
Als gemeente en dienst Facilitair Management willen we streven naar een optimale, maar vooral duurzame, omgeving voor onze inwoners.
Zo merken we dat er de laatste jaren veel gecommuniceerd wordt rond bijen, zo is er bv. de campagne 'Week van de Bij' die dit jaar loopt van zondag 29 mei tot en met zondag 5 juni 2022. Tijdens deze campagne wordt er vooral op gewezen dat de bijen het vandaag de dag, door de veelheid aan (vaak overbodige) verhardingen, niet makkelijk hebben om een gans jaar aan voedsel te geraken.
Vorig jaar hebben we meegedaan met de actie 'Maai Mei Niet'. Met deze actie wilde ze ons er op attent maken dat we, door de meerderheid van onze grasvelden te maaien als gazon geen bloemen meer hebben in ons gras. Dit laatste maakt dat meerdere insecten, waaronder de bij, geen voedsel meer vinden in onze gazonvlaktes. Tijdens deze actie werden ook tellingen uitgevoerd om zo te kunnen aantonen wat de positieve impact is van minder maaien. Uit deze tellingen kwamen volgende positieve resultaten naar boven:
- 2215 tuinen hebben in 2021 deelgenomen aan de campagne, samen goed voor 145 hectare aan ongemaaid gras.
- De totale nectarproductie van die 2215 tuinen bedraagt 56 kilo nectarsuiker per dag!
- Maai Mei Niet gaf met andere woorden dagelijks eten aan meer dan 5 miljoen bijen.
Daarom zouden we vanaf nu iedereen willen aanmoedigen om gazons waar mogelijk minder te gaan maaien. Minder maaien heeft volgende voordelen:
- meer voedsel voor verschillende insecten,
- terugkeer van kleurrijke bloemen in onze grasvelden,
- minder verbruik van energie door minder maaien,
- Bloemrijke grasvelden onder eikenbomen zou mogelijks mee kunnen helpen in de bestrijding van de eikenprocessierups ...
Met deze werkwijze hopen we mensen er van bewust te maken dat er zeker grasvelden zijn waar we gerust wat minder mogen maaien om zo de natuur een handje te helpen.
Deze werkwijze sluit niet alleen naadloos aan bij de jaarlijkse campagne 'Week van de Bij', maar ook bij ons streven om daar waar mogelijk onze gazonvlakken op een meer duurzame en ecologische wijze te beheren en zo om te vormen naar bloemrijke graslanden met een grotere biodiversiteit.
Vraagstelling
Toestemming om in de maand mei, waar mogelijk, maximaal in te zetten op duurzaam en ecologisch beheer van onze gazonvlakken.
In praktijk:
We gaan enkel nog wekelijks maaien op deze locaties waar er activiteiten zijn of worden georganiseerd waarvoor een geregeld gemaaid gazon nodig is. Zo worden zeker volgende velden geregeld gemaaid:
- onze voetbalvelden op de Basvelden,
- trapveldje t.h.v. de Scouts,
- trapveldje t.h.v. jeugdlokalen Halveweg,
- trapveldje t.h.v. Engstegensweg,
- trapveldje t.h.v. speeltuin Mommersbos,
- trapveldje t.h.v. speeltuin Ten Eikenen
Bij de trapveldjes wordt er een beperkte oppervlakte gemaaid, zodat deze oppervlakte kan functioneren als trapveldjes.
Bij deze nieuwe aanpak is het steeds de bedoeling om alles een verzorgde aanblik te geven. Dit laatste houdt in dat we vlak naast paden steeds een rand kort houden, waardoor het geheel ten alle tijden toch een verzorgde indruk geeft.
Doelstelling:
Mensen er van bewust maken dat:
- niet alle grasvelden wekelijks gemaaid moeten worden,
- een bloemrijk grasveld ook best mooi kan zijn,
- een bloemrijk grasveld ook een ecologische meerwaarde heeft,
- verhogen van de biodiversiteit van onze grasvelden,
- realiseren van groene corridors waarlangs kleine dieren en insecten kunnen migreren,
- bloemrijke graslanden mogelijks ook mee kunnen helpen in het beheersen van de eikenprocessierups,
- ....
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om onze gazonvlakken in de maand mei te onderhouden zoals voorgesteld door de dienst.