Terug
Gepubliceerd op 04/05/2022

2022_CBS_00439 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 145 - 2022/00028 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 26/04/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00439 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 145 - 2022/00028 - Goedkeuring 2022_CBS_00439 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 145 - 2022/00028 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een eengezinswoning, de regularisatie van verhardingen en het bouwen van een bijgebouw.

De aanvraag werd op 06/02/2022 ontvangen en op 07/03/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1986/00029: bouwvergunning op 21/04/1986 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 2005/10070: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag op 09/01/2006 voor het regulariseren van de inplanting van een vergunde woning, twee bijgebouwen, een serre en een zwembad op nr. 145 en regularisatie van een woning en een garage op nr. 147;
  • 2006/10350: stedenbouwkundige vergunning op 04/09/2006 voor het regulariseren van de inplanting van een vergunde woning nr. 145, een tuinberging en een serre en het afbreken van een zwembad en de berging zwembad. Het regulariseren van een woning en garage op nr. 147;
  • 2020/00008/SPLITSING: art. 5.2.2. - weigeringsbeslissing op 02/06/2020 voor het afsplitsen van het lot 1 van het perceel 2 C 1056P (Grote Hemmenweg 147) om te voegen bij het perceel 2 C 1057E (Grote Hemmenweg 145);
  • 2021/00278: omgevingsaanvraag op 22/09/2021 voor het verbouwen van de garages tot loungeruimte, het bouwen van een bijgebouw en de aanleg van 3 parkeerplaatsen – onvolledig verklaard op 16/11/2021 wegens ontbreken van de aanvulling;
  • 2021/00328: omgevingsaanvraag op 17/11/2021 voor het verbouwen van de garages tot loungeruimte, het bouwen van een bijgebouw en de regularisatie en aanpassing van verhardingen - onvolledig verklaard op 14/01/2022 wegens ontbreken van de aanvulling;

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt dat voor het perceel van de aanvraag een PV is opgesteld

  • BI/2008/00003: proces-verbaal op 04/09/2006 voor het niet uitvoeren van voorwaarden, opgenomen in de stedenbouwkundige vergunning van 04/09/2006 (200610350):

De tuinberging en garage werden tot op heden niet afgewerkt met crepibezetting.

De serre-zwembad en berging van het zwembad werden verwijderd.

De gevels van woning 147 zijn volledig uitgevoerd in gevelsteen (geen betonblokken)

Voor zover gekend werd inmiddels voldaan aan de voorwaarden.

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de verhardingen op het terrein die niet als strikt noodzakelijk beschouwd kunnen worden.

Deze wederrechtelijk aangelegde niet overdekte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als gedeeltelijk te regulariseren en gedeeltelijk te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht 

Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van een vrijstaand bijgebouw in de achtertuin zonder voorwerp. 

Het bijgebouw wordt opgericht binnen een straal van 30m van de woning, de minimale afstand tot de perceelgrenzen bedraagt 3m, de oppervlakte is beperkt tot 30m², de bouwhoogte is beperkt tot 2,70m tov het maaiveld.

Volgens art. 2.1.8° van dit besluit geldt ook de vrijstellingsplicht voor niet-overdekte constructies van minder dan 80 m² voor zover zij aangebracht worden op minstens 1 m van de perceelscheiding. Het terras van 30m² links achter de woning en de paden achter en links van de woning (18m²) zijn dus niet vergunningsplichtig.

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de zijtuinstrook links en achtertuin. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte en de verhardingen uitgevoerd zijn in waterdoorlatende materialen of afwateren in de aangrenzende groenzones op eigen terrein.

De plannen geven evenwel aan dat voor de woning (rechts achteraan) een nieuwe hemelwaterput met hergebruik voorzien wordt met een inhoud van 7500 liter en de overloop aansluit op een nieuwe infiltratieput van 4400 liter. Dit is zeer positief te noemen.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”. Een individuele voorbehandeling van afvalwater blijft noodzakelijk tot de aanleg van een gescheiden rioleringssysteem. Volgens de gekende gegevens is een niet gescheiden rioleringssysteem in de vorm van grachtenstelsel aanwezig. Voor de meest recente informatie en planning van werken, wordt verwezen naar rioleringsbeheerder Fluvius.

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CEmarkering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENORmerk. 

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. 

Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep kleiner is dan 1 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: op de plannen worden geen rookmelders voorzien.

Er wordt dan ook als voorwaarde opgelegd dat moet voldaan worden aan de bepalingen van het decreet rookmelders. Op elke bouwlaag dient minstens 1 correct geïnstalleerde rookmelder geplaatst te worden.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak/ verwijdering van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen van een eengezinswoning, de regularisatie van verhardingen en het bouwen van een bijgebouw.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Grote Hemmenweg, een gemeenteweg ten noordoosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing langsheen de straat in open verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.

Aan de noordzijde grenst het perceel van de aanvraag aan bedrijventerrein De Waerde, meer oostelijk is natuurgebied De Teut gelegen en achter het woonlint aan de overzijde van de straat is een groen ingevuld agrarisch gebied gelegen.

Op het links aanpalende perceel bevindt zich een vrijstaande woning met 2 bouwlagen en hellend dak, ingeplant op ca. 20m afstand tot de voorste perceelgrens. Op het rechts aanpalende terrein bevindt zich een oudere woning met 1 bouwlaag en hellend dak, ingeplant op ca. 5m afstand tot de voorste perceelgrens.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag werd in de periode   1986 - 1992 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en hellend dak. De inplanting van de woning werd in 2006 geregulariseerd ; de voorgevel bevindt zich op zo’n 26m afstand tot de voorste perceelgrens.

Aan de linkerzijde van de woning is een dubbele garage (1 bouwlaag, hellend dak) aanwezig die men thans wenst in  te richten als loungeruimte/ leefruimte.

De verhardingen op het terrein, met name in de voortuinstrook, zijn ruimer uitgevoerd dan vergund. Deze wenst men te regulariseren en in de achtertuin worden enkele looppaden verwijderd. 

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

De aanvraag omvat tevens de oprichting van een bijgebouw rechts achteraan de woning. Zoals reeds eerder aangehaald is dit bijgebouw (30m²) vrijgesteld van vergunning, evenals het terras en de paden in de zij- en achtertuin (49m²).

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Door de omvorming van de garage tot leefruimte verdwijnen 2 interne autostaanplaatsen. De verharding die aanwezig is in de voortuinstrook, met name de oprit naar de garage met draaicirkel, zal gebruikt worden voor het parkeren. Er worden 2 autostaanplaatsen weergegeven op het inplantingsplan op deze rotonde. Beide plaatsen kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren, de resterende verharding van de rotonde kan gebruikt worden om te keren zodat veiliger uitgereden kan worden.

Indien nodig kunnen tot 7 wagens parkeren op de oprit, rotonde en verharding voor de loungeruimte (voormalige garages). Dit is ruim voldoende voor 1 woongelegenheid.

De inrit heeft ter hoogte van de aansluiting met het openbaar domein/ de tuinmuur een breedte van 3,80m. In de berm, op het openbaar domein, bedraagt de breedte van de inrit echter min. 6m. Dit is niet aanvaardbaar, de breedte dient hier teruggebracht te worden tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer.

De afsluiting van het terrein betreft reeds een tuinmuur en haag hoger dan 1m, slechts door de breedte van de berm kan dit behouden blijven. De berm zelf dient dan ook vrijgehouden van zichtbeperkende elementen

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De verbouwingswerken aan de woning hebben een zeer beperkte visuele impact. De 2 garagepoorten in de voorgevel worden vervangen door 2 grote ramen zonder wijziging van de gevelopening, 2 kleinere raamopeningen in de linker zijgevel worden gedicht en in de achtergevel wordt een groot schuifraam geplaatst in plaats van 1 deuropening. Intern worden 2 nieuwe deuren geplaats en een nieuw plafond, behoudens de functiewijziging van garage naar loungeruimte/ leefruimte, zijn geen andere werken gepland in de woning.

De linkerzijgevel zal met sierpleister afgewerkt worden waar de raamopeningen worden gedicht waardoor een uniforme gevel bekomen wordt.

De verbouwing van de garage tot loungeruimte/ leefruimte is aanvaardbaar.

De aanwezige verhardingen op het terrein wenst men te regulariseren en een gedeelte wordt verwijderd.

Aan de achterzijde en linkerzijde van de woning is 49m² tegelverharding aanwezig voor looppaden en een terras aan de achterzijde. Aangezien men onder de 80m² verharding blijft in zij- en achtertuin, is de tegelverharding vrijgesteld van vergunning. De bestaande looppaden aan de rechterzijde  en achterzijde van de woning (50m²) worden immers verwijderd.

In de voortuin is vrij veel verharding aanwezig die men wenst te behouden. Door de oriëntatie van de voortuin, zuidgericht, wenst men de voormalige verharding van de garagetoegang (42m²) als terras te gebruiken. De oprit, aangelegd met een rotonde, heeft een breedte van 3,80m en een totale oppervlakte van zo’n 132m². Ter compensatie van de 2 gesupprimeerde garages, zal een gedeelte van de rotonde als parkeerruimte gebruikt worden en het overige gedeelte kan als draaicirkel aangewend worden. De ruime oppervlakte van de aanwezige oprit heeft ook te maken met de diepe inplanting van het gebouw op het terrein. 

Aan de voorzijde van het overdekt terras aan de woning, werd een open terras aangelegd van 16m² en vanaf de diverse verhardingen werd ook een verbinding gerealiseerd naar de inkom van de woning, aangelegd met een kleinere rotonde. (ca. 20m²). De totale oppervlakte aan verharding in de voortuinstrook bedraagt 197,1m², aangelegd in kasseien met open voeg. 

Door de diepe inplanting van het gebouw is er evenwel ook een ruime voortuin aanwezig van 770m², waardoor er nog 573m² groenzone aanwezig is. Er wordt toch een degelijk evenwicht bereikt tussen de verharde ruimte (ca. 25%) en de groene ruimte (bijna 75%).

De regularisatie van de verhardingen in de voortuinstrook is aanvaardbaar.

Voor de inrit in kasseien die op het openbaar domein aangelegd werd, dienen echter beperkingen opgelegd te worden zoals hoger aangehaald (zie “Mobiliteitsimpact”).

Bodemreliëf

De aanvraag omvat geen wijzigingen van het terreinniveau, het bestaande terreinniveau dient behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij graafwerken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • de verharding van de inrit, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht wordt tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits aanpassing van de verharding in de berm tot maximaal 4m breed.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de linker zijtuinstrook en achtertuin, omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning en de regularisatie van verhardingen mits:

  • voldaan wordt aan het decreet optische rookmelders;
  • de verharding van de inrit, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht wordt tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de zijtuinstrook links en achtertuin, omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een eengezinswoning en de regularisatie van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht te worden tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone;
  3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. De afbraak van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  8. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  9. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 20/04/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een eengezinswoning en de regularisatie van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de zijtuinstrook links en achtertuin, omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit.

Als bemerking wordt evenwel meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht te worden tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone;
  3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. De afbraak van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  8. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  9. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.