Terug
Gepubliceerd op 04/05/2022

2022_CBS_00447 - OMV - Voorwaardelijk gunstig advies - Genkerbaan 75 - 2022/00062 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 26/04/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00447 - OMV - Voorwaardelijk gunstig advies - Genkerbaan 75 - 2022/00062 - Goedkeuring 2022_CBS_00447 - OMV - Voorwaardelijk gunstig advies - Genkerbaan 75 - 2022/00062 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de hernieuwing van de vergunning en de verandering door uitbreiding en wijziging van een zuivelverwerkend bedrijf (inrichtingsnummer 20141122-0009)

Op 03/04/2022 werd door de provincie Limburg advies gevraagd. 

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 13/03/2022  tot en met 11/04/2022 gesloten met 4 bezwaarschriften.

GEGEVENS VAN HET BEDRIJF 

De activiteiten van het bedrijf zijn de volgende: zuivelverwerkend bedrijf

  • Huidige aanvraag behelst een hernieuwing en de verandering door wijziging en uitbreiding zijnde Uitbreiding van de verwerkingscapaciteit van 1.440 ton melk per dag en max. 288.000 ton melk per jaar naar 2.000 ton melk per dag en max. 380.000 ton melk per jaar. 
  • Productieuitbreiding tot 137.000 ton per jaar door enerzijds optimalisatie en betere benutting van de bestaande installaties. Anderzijds de plaatsing van een nieuwe boterlijn. 
  • Toename van het lozingsdebiet gezien de stijgende productie;
  • Verandering van de opslag van salpeterzuur naar de opslagtank voor natriumhydroxide.
    Salpeterzuur zal opgeslaan worden in een nieuwe dubbelwandige HDPE tank.
  • Opname van 2 extra transformatoren van 2.000 kVA;
  • Uitbreiding met 2 gasheftrucks;
  • Stijging van opslag van kunststoffen en karton van 200 ton naar 350 ton;
  • Opslag van afgekeurde producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen in afwachting van ophaling en verwerking;
  • administratieve wijzigingen;
  • bijstelling van bijzondere voorwaarden. 

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 16 april 1953 (1953/00103) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het verbouwen en uitbreiden;
  • Op 9 maart 1960 (1960/00024) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bijbouwen lokalen poedertoren en overdekking doorrij;
  • Op 29 januari 1963 (1963/00022) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor de flessenafdeling;
  • Op 29 januari 1963 (1963/00023) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van tanklokalen met aanhorigheden;
  • Op 21 oktober 1968 (1968/00127) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van burelen;
  • Op 19 mei 1970 (1970/00072) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het uitbreiden van de flessenafdeling;
  • Op 30 december 1970 (1971/00131) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een wachthuisje;
  • Op 15 januari 1975 (1975/00007) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bijbouwen van een silolokaal;
  • Op 23 april 1975 (1975/00051) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een loods;
  • Op 10 december 1975 (1975/00170) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een waterzuiveringsstation;
  • Op 9 augustus 1979 (1979/00095) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een overdekte loskade;
  • Op 13 augustus 1980 (1980/00101) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een poedertoren;
  • Op 9 juni 1987 (1987/00062) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een tankenlokaal;
  • Op 16 september 1991 (1991/00119) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een bureelgebouw;
  • Op 11 december 1995 (1995/07331) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac Industries CV, voor het bouwen van een nabezinktank;
  • Op 9 juli 1996 (1996/07477) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac Industries, voor afbraak en nieuwbouw kantoor en aanbrengen gevelbekleding;
  • Op 23 september 1996 (1996/07505) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een weigering van stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac Industries, voor afbraak en nieuwbouw kantoor, bekleding gevel en aanleg achteruitbouwstrook;
  • Op 7 juli 1997 (1997/07594) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Mobistar, voor het oprichten van een basisstation GSM zendcel;
  • Op 4 augustus 1997 (1997/07632) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het plaatsen van een reclamepaneel met brievenbus;
  • Op 19 juni 2000 (2000/08384) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan KPN Orange Belgium, voor het plaatsen van antennes en technische infrastructuur;
  • Op 2 april 2002 (2002/08899) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het bouwen van een biofilter;
  • Op 2 september 2002(2001/08794) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor regularisatie omkleding bestaande melktanken, kaasweitank, vergunde koelruimte (inplanting);
  • Op 4 februari 2003 (2002/09115) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Base N.V., voor het plaatsen van antennes en technische infrastructuur;
  • Op 7 juli 2003 (2003/09323) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het bouwen van een los- en laadkade in de voorgevel, luifel weegbrug en poort en hekwerk, regularisatie van een melktank 5000 liter, stikstoftank 7000 liter, zuurtank 10000 liter, loogtank 10000 liter, fietsenberging en tankplaats zware olie;
  • Op 2 september 2004 (2004/09688) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan N.V. Mobistar, voor het bouwen van een GSM-zendstation;
  • Op 5 februari 2007 (2006/10458) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het uitbreiden van het kantoorgebouw, bouw van een nieuwe gascabine, uitbreiding van het weeglokaal, regularisatie van een rokersruimte, bouw van een muur rond bestaande gastank, bouw van een nieuwe stookhal/ketelhuis, afbraak bestaande olietank, afbraak bestaand pomphuis, bouw van een nieuwe berging voor oliën en bouw van een buffertank;
  • Op 8 januari 2008 (2007/10825) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het bouwen van een droogtoren (in bestaande hal), trappenhuis en uitbreiding parking;
  • Op 23 juli 2013 (2013/00101) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., tot het uitbreiden van de poedertoren met een oppervlakte van 61,65m², het plaatsen van 2 tanks van 20 meter hoogte, het verplaatsen van een bovengrondse regenwaterbuffer van 5,5m², het aanpassen van de gevels en het aanbrengen van het bedrijfslogo.
  • Op 27 juni 2017 (2017/00034) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor  het bouwen van een nieuwe productie-eenheid voor de productie van melkpoeder en de aanleg van waterbuffers (bufferzone noord en bufferzone zuid) en groenbuffers.
  • Op 8 februari 2018 (OMV/2017/00317) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke omgevingsvergunning afgeleverd aan Limelco N.V. door de Deputatie, voor het bouwen van een gebouw voor tussentijdse melkopslag tussen 3 bestaande bedrijfsgebouwen.
  • Op 16 juli 2020 (OMV/2019/00298) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke omgevingsvergunning afgeleverd aan Limelco N.V. door de Deputatie, voor de uitbreiding aan een industriële site met een verbindingssas en een opslagplaats voor wei, een bijproduct van een kaasproduct.
  • 28/01/2021 (OMV_2022114635): vergunning voor bouw van een nieuwe waterzuivering met grondopslag, aanleg en uitbreiding parking, aanleg infiltratiebekken en afbraak bestaande waterzuivering. 

Milieu

Overzicht afgeleverde vergunningen:

 023.03.00/334 

Basisvergunning (*) 

Overname milieuvergunningen CV Lilac Industries 

Provincie Limburg 

15/05/2002 

15/05/2022 

AMV/099849/1001 

Basisproefvergunning 

Vlaams ministerie 

10/12/2002 

31/12/2003 

AMV/99849/1004 

Definitieve basisvergunning 

Vlaams ministerie 

19/12/2003 

15/05/2022, behalve voor de grondwaterwinning waarvoor de vergunning verleend wordt voor een termijn verstrijkend op 20/08/2010 

AMV/99849/1000 

Toelating tot afwijking van artikel 5.17.3.16, §2.2° en 3°.a) en b) van titel II van Vlarem 

Vlaams ministerie 

15/05/2022 

023.03.10/V2005N014180 

Uitbreiding van onder meer: 

- verwerkingscapaciteit tot 250.000 ton melk/jaar 

- lozingsdebiet gezuiverd afvalwater 

- grondwaterwinning 

Provincie Limburg 

09/06/2005 

15/05/2022, behalve voor de grondwaterwinning waarvoor de vergunning verleend wordt voor een termijn verstrijkend op 20/08/2010 

023.03.10/V2005N031294 

Mededeling BKG-rubriek 43.4 

Provincie Limburg 

27/10/2005 

15/05/2022 

023.03.10/V2007N032943 

Uitbreiden van onder meer: 

- koelinstallaties totaal vermogen 1.165 kW 

- totale opslag oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen 114.654 kg 

- verwerken van 1.440 ton melk/dag en max 288.000 ton/jaar 

Provincie Limburg 

31/05/2007 

15/05/2022, met uitzondering van de grondwaterwinning waarvoor de termijn eindigt op 20/08/2010 

023.03.10/V2009N07852 

- hernieuwing grondwaterwinning - uitbreiding koelinstallaties totaal 1.282 kW 

Provincie Limburg 

14/01/2010 

15/05/2022 

124.04.00/V2012N060678 

Verschillende kleine veranderingen 

Provincie Limburg 

17/01/2013 

15/05/2022 

124.04.20/V2017N019584 

Uitbreiden van onder meer: - lozing bedrijfsafvalwater 80m³/u; 1.900 m³/dag; 524.000 m³/jaar 

- CLP omzetting 

Provincie Limburg 

15/06/2017 

15/05/2022 









 

De percelen zijn opgenomen in het Grondeninformatieregister: 610v; 23v; 830g.

Het perceel waar de grondwerken op uitgevoerd worden werd niet opgenomen in het GIR. 

Het bedrijf heeft volgende processen-verbaal gekregen:

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 13/03/2022 tot en met 11/04/2022. Er werden 4 bezwaren ingediend.

Weergave samenvatting van de bezwaarschriften: 

Bezwaar 1 – 

Het eerste bezwaar handelt over:

  • Geluidshinder: systematische overschrijding geluidsnormen; geen structurele oplossing met vage timing met verstoring van de nachtrust en overlast tot gevolg.  Geen gehoor bij aanspreekpunt bij Limelco noch bij het bestuur.
    Vraag tot strikte timing van de milderende maatregelen met opvolging (gekoppeld aan sancties). 
  • Grondwater: Door toenemende klimaatproblematiek is het gebruik van grondwater toekomstig niet haalbaar. Het bedrijf moet inzetten op reductie van grondwaterverbruik.
    Toename lozingsdebiet Roosterbeek legt druk op de beek en dorpskern.
  • Uitstoot stikstof, schadelijke gassen zoals CO en fijn stof in de onmiddellijke omgeving van een woonwijk, scholen en natuurgebied.
  • Impact toename vrachtverkeer met als gevolg verhoogd risico ongevallen; 

Beoordeling GOA

Het bezwaarschrift wordt deels gegrond en deels weerhouden bevonden voor wat betreft de geluidshinder. Het bedrijf slaagt er niet in om structurele maatregelen door te voeren waardoor de hinder tot een leefbaar niveau herleid wordt. zie verderop in advies.  

Bezwaar 2 – 

  • Hemelwaterhuishouding: beschrijving in het MER komt niet overeen met de werkelijke situatie met lozingen in de beek tot gevolg.
    Vraag tot opnemen in de vergunningsvoorwaarden dat de hemelwaterhuishouding moet uitgevoerd worden zoals omschreven in het MER.
  • Waterbalans: opnemen van een realistische en verregaande verminderding van het grondwaterdebiet. 
  • Mobiliteit/goederentransport: In het MER wordt de impact in de geplande situatie als beperkt negatief beschouwd hoewel er een stijging zal zijn van het aantal vervoersbewegingen. Het bedrijf ziet hiertoe geen maatregelen.
    Berekeningsfouten in de MER studie ivm toekomstig goederentransport.
  • Geluid: Bezorgdheid over de representativiteit van de geluidsmetingen: beperkt aantal dagen gemeten, inclusief weekend, zomerperiode met verminderde activiteit.
    Geen concrete planning, noch timing om pijnpunten weg te werken. 
    Vraag tot een beperking van de duur van de hervergunning tot de geluidsproblemen worden opgelost.
  • Geur: opslag van afgekeurde productiegoederen in bakken met wekelijks lediging. Dit zal geurhinder veroorzaken.
    Impact van de geurhinder moet onderzocht worden door bijv. maandelijkse snuffelonderzoeken met terugkoppeling van de resultaten naar de omwonenden. 
  • Lucht: geen emissiemetingen uitgevoerd op de poedertoren.
  • Chemicaliën: geen vermelding van concentraat salpeterzuur.

Graag strikte voorwaarden opleggen met een beperkte duur van de vergunning. 

Algemene beoordeling GOA: deels gegrond en deels weerhouden voor wat betreft: 

Klachten omtrent lozingen en verkleuringen van de Roosterbeek komen nog meermaals per jaar binnen bij o.a. de dienst leefmilieu. Door het gebrek aan mankracht (eenmansdienst, geen permanentieverplichting, geen back-up) is een stappenplan wenselijk waarbinnen de klachten adequaat onderzocht worden en uitsluitsel gegeven kan worden over de herkomst van de lozing. 

Geluid: zie gedeelte geluid;

Bezwaar 3- 

  • Bepekte bekendmaking van huidige aanvraag in een ruimere straal dan 100 meter vermits de hinder tevens verder reikt dan 100 meter;
    Voorstel om op een bevattelijke manier te communiceren over de klachten en procedures. Het schrappen van de overlegcommissie is onaanvaardbaar.

Beoordeling GOA: ongegrond: De wettelijke procedure volgens het omgevingsdecreet/besluit werd gevolgd wat betekent aanschrijving in een straal van 100 meter. De affiches ter plaatse en bekendmaking op de gemeentelijke website zijn voor iedereen raadpleegbaar. 

  • Stedenbouwkundige impact en herstellen streekgroen en voorzien verplichte bufferzones:
    De bufferzone zoals opgenomen in het BPA is niet gerealiseerd. De site zorgt voor een visuele verontreiniging en grotere potentiële overlast door het ontbreken van de groenbuffer.
    Advies tot het niet langer toelaten van constructies hoger dan 9 meter en verbod tot het plaatsen van installaties op daken of industriële constructies.  Iedere constructie dient visueel neutraal als akoestisch dicht te zijn. 
    Groene buffers op het terrein te herstellen en maximaal te voldoen aan de BPA-voorschriften.

Beoordeling GOA: deels gegrond en deels weerhouden: de bufferzone volgens het geldende BPA is niet overal gerealiseerd maar is ook niet overal in eigendom van Limelco. Verdere stappen hierrond moeten genomen worden, waar het bedrijf zich ook bewust van is.
Ongegrond en niet weerhouden voor wat betreft het toelaten van constructies hoger dan 9 meter: dergelijke constructies maken geen deel uit van deze aanvraag. 

  • Water:
    Advies tot controle van het op te pompen grondwater en beperken van de vergunningen in tijd. 
    Opleggen van een reductieplan van het grondwater en monitoren.
    Lozing van bedrijfsafvalwater in de Roosterbeek en hinder van de huidige wzi. Vraag tot het opleggen van een reductieplan voor de lozing en monitoren.

Beoordeling GOA

Deels gegrond, deels weerhouden: op regelmatige basis ontvangt de gemeente klachten over de verkleuring van de Roosterbeek. Op dit moment is er het aanvoelen dat hier inadequaat op gereageerd wordt door o.a. de lokale toezichthouder. Gezien deze geen permanentiedienst heeft en er geen back-up is, is het bijgevolg niet mogelijk om onmiddellijk ter plaatse te gaan en de situatie te onderzoeken. Met de relevante overheidsinstanties (VMM, milieu-inspectie, gemeente) dient een stappenplan opgesteld te worden zodat elke klacht omtrent illegale lozingen/verkleuringen nauwgezet onderzocht wordt en het duidelijk wordt of dit al dan niet toe te schrijven is aan het bedrijf. 

  • Nieuwe wzi: advies tot tijdelijke verlening van de vergunning gezien de nieuwe wzi nog niet operationeel is en het hinderaspect gebaseerd is op stellingnames. 

Beoordeling GOA: gegrond, niet weerhouden:

De werking van de nieuwe wzi en de hiermee al dan niet gepaarde geurhinder, is gebaseerd op vergelijkbare installaties.  De gebruikte technieken bij de nieuwe wzi zijn technieken die niet geheel nieuw zijn en reeds op andere locaties haar toepassing heeft gevonden. Vandaar dat uitgegaan mag worden dat de inschatting van de werking van de nieuwe wzi voldoende gekend is.  

  • Afvoer regenwater – hemelwaterhuishouding: advies om de hemelwaterhuishouding conform de geldende regelgeving te laten uitvoeren.

Beoordeling GOA:  Gegrond, weerhouden: het bedrijf dient zich te houden aan de wettelijke bepalingen inzake de geldende regelgeving. 

  • Geluidoverlast: 
    • Advies om de impact van geluidshinder ernstig te nemen;
    • De gemeente vergunt woningen/woongebieden op korte afstand van het bedrijf, waardoor zij het bedrijf geluidsnormen dient op te leggen zodoende deze woningen geen geluidshinder zouden ervaren. 
    • Rigoureus uitvoeren van de milderende maatregelen.
    • Opleggen van bijzondere voorwaarden mbt tot permanente registratie.
    • Beperken van de vergunning in tijd.
    • Verdergaan dan louter het wettelijke aspect door het beschouwen van de bestaande geluidsbronnen als nieuwe geluidsbronnen. 

Beoordeling GOA: deels gegrond en deels weerhouden: zie deel geluid. 

  • Chemie: 
    • Salpeterzuur: vraag tot duidelijkheid omtrent de opslag van salpeterzuur, risico’s en effecten.
    • CO2: verhoging van de opslag en dus gebruik in hun productieprocessen. Gevraagd wordt om het CO2 gebruik te reduceren/elimineren.
    • Ijzertrichloride: er kan geen garantie geboden worden dat dit niet in de beek terecht komt.
    • Monitoring PFAS/PFOS: onduidelijk of dit wel of niet gebruikt wordt binnen de activiteiten. Advies om onderzoek te verrichten op de site en omgeving van de Roosterbeek op aanwezigheid van deze stoffen.
    • Opslag grote hoeveelheden chemie: onvoldoende gegevens voor de omwonenden en dossierbeoordelaar; advies om te werken aan significante vermindering van de opslag van dergelijke producten.

Beoordeling GOA: ongegrond, niet weerhouden:

De chemicaliën worden aangevraagd onder rubriek 17 waarbij de opslag dient te voldoen aan de sectorale voorwaarden. Het MER vermeldt dat de houders en vulpunten binnen een inkuiping zijn geplaatst, uitgerust met overvulbeveiliging en onderworpen zijn aan onderzoek. Het bedrijf dient ten allen tijden te voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor wat betreft opslag en bescherming van de bodem/grondwater.
PFOS/PFAS: dit onderzoek werd opgestart door de Vlaamse Regering en is lopende. Op dit ogenblik zijn er geen aanwijzingen dat PFAS gebruikt werd binnen de bedrijfsvoering gezien de toepassingen van PFAS niet stroken met hun productie.  Verder werd de hulpverleningszone Zuid-West Limburg bevraagd waar mogelijks met PFAS houdend blusschuim werd geblust.  De nodige gegevens werden door de brandweer overgemaakt aan de bevoegde instantie.  

  • Lucht: 
    • Emissiemetingen: ontbreken gegevens; advies om luchtkwaliteitsmetingen uit te voeren.
    • Geur: opslag afvalproducten die voor meer geur zullen zorgen; advies tot verder onderzoek van de geurproblematiek bijv dmv snuffelonderzoeken.

Beoordeling GOA: ongegrond, niet weerhouden:

De gegeven in het MER, opgesteld door een onafhankelijke, erkende discipline lucht, geven geen aanleiding tot een noodzaak voor het uitvoeren van bijkomende metingen.  Er zijn maw geen onduidelijkheden binnen het rapport die bijkomende luchtmetingen verantwoorden.
Wat betreft de geurhinder: Het bedrijf dient zich te houden aan de wettelijke bepalingen inzake hinder. Indien blijkt dat de opslag van dierlijke afvalproducten in afwachting van lediging, voor geurhinder zorgen, dient het bedrijf onverwijld maatregelen te treffen om dit te voorkomen. 

  • Mobiliteit: 
    • Personeelsmobiliteit: uitbreiding van het aantal personeelsparkings van 96 plaatsen naar 152; advies tot voorbereiden modal mobility shift en elektrificatie wagenpark.
    • (zwaar) transport: advies om onafhankelijke tellingen te laten uitvoeren, transportgegevens en de nodige maatregelen op te leggen; 
    • Verkeersveiligheid: advies om de verkeersinfrastructuur en -veiligheid in overeenstemming te brengen met de transportbehoefte van Limelco.  
      Rekening te houden met kwetsbare weggebruikers.

Beoordeling GOA: De nodige terugkoppeling werd gedaan met de gemeentelijke mobiliteitsdeskundige waarbij volgende wordt meegegeven:

  • Elk bedrijf met meer dan 30 werknemers dient inspanningen te leveren in functie van duurzame woonwerkverplaatsingen.  De maatregelen om actieve verplaatsingen te stimuleren bij de werknemers worden elke 3 jaar opgevraagd via een verplichte diagnostiek door de bevoegde federale overheidsdienst mobiliteit. 
  • In de MER studie is de toename van het aantal transportbewegingen getoetst aan de huidige wegcapaciteit. De wegcapaciteit is geschikt om de toename in aantal transportbewegingen aan te kunnen.  De ontsluiting van het vrachtverkeer van en naar Limelco verloopt uitsluitend via wegen van categorie II of hoger. Deze wegen zijn uitgerust met vrij liggende fietspaden. Het aanleggen en onderhouden van deze wegenis is voor rekening van de wegbeheerder en wordt niet voor rekening van een specifiek bedrijf gebracht. 
  • Het bedrijf dient maatregelen te nemen in functie van de verkeersveiligheid, specifiek naar de actieve weggebruiker en langs schoolroutes. Dit werd ook als dusdanig geadviseerd door de vergunningsverlenende overheid en opgenomen in het MER.

Gelet op bovenstaande wordt dit deels gegrond, niet weerhouden bevonden. 

  • Duurzaamheid – milieu – hernieuwbare energie: ontbreken van een toekomstgerichte visie op diverse facetten. 

Beoordeling GOA: Gegrond, niet weerhouden: Het wel of niet omvatten van een duidelijk toekomstbeeld van het bedrijf maakt geen verplicht deel uit van de aanvraag.  Gezien de toekomstige klimaatverwachtingen is het wenselijk dat ieder maximale inspanningen levert ovv duurzame energie, productie, duurzaamheid.  Of de maximale inspanningen door het bedrijf bereikt worden, nu of in de toekomst, kan niet afgetoetst worden omdat hier geen wettelijk kader hierrond aanwezig is. Het bedrijf dient zich te houden aan de geldende wettelijke bepalingen. 

  • Voldoende inzetten op opvolging en handhaving van de voorwaarden en ieder zijn verantwoordelijkheid nemen.

Beoordeling GOA: Ongegrond en niet weerhouden: Klachten worden opgevolgd door o.a. de milieu-inspecteur, buitendienst Limburg. Plaatsbezoeken zijn uitgevoerd, de nodige communicatie tussen de milieu-inspecteur en de gemeentelijke toezichthouder vindt plaats. Controle en handhaving van een klasse 1 bedrijf gebeurt in eerste lijn door deze milieu-inspecteur, buitendienst Limburg. De toezichtsrechten bij een klasse 1 bedrijf is voor de lokale toezichthouder beperkter.
Gezien de opvolging en handhaving van klachten effectief plaatsvindt door de milieu-inspecteur, maakt dat de lokale toezichthouder momenteel geen verdere actie hieromtrent dient te nemen.  De processen-verbaal, opgesteld door de milieu-inspecteur, staven bovenstaande.

Bezwaar 4 – 

Lawaaihinder van het bedrijf: In het verleden ving een dennenbos geluidshinder en zicht van het bedrijf op, ook ’s nachts.  Ondertussen werd het bos gekapt en de bedrijfssite uitgebreid. Vraag om de hinder voor de omwonenden maximaal te beperken door de aanleg van een geluidscherm/groenbuffer.

Beoordeling GOA:

Het bezwaarschrift werd onderzocht en wordt deels gegrond bevonden: het dennenbos waarvan sprake bevindt zich op perceel 2de afd, sectie C, nr.  603z en werd deels gekapt om een nieuwbouwwoning op te realiseren. Het perceel is niet in eigendom van Limelco en maakt ook geen deel uit van de bufferzone volgens het geldende BPA.  Het bezwaarschrift wordt deels gegrond bevonden en weerhouden omdat de bufferzone volgens het geldende BPA niet gerealiseerd werden. Zie verderop in het advies. 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het geplande project valt onder bijlage II van het MER-besluit:

  • 7 c):Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer. 

Een project-MER werd toegevoegd bij de aanvraag waar het college op 29/03/2022 een voorwaardelijk gunstig advies heeft verleend. 

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een hernieuwing van een bestaande milieuvergunning naar een omgevingsvergunning met een verandering door uitbreiding en wijziging. 

De aanvraag houdt in: 

  • Uitbreiding van de verwerkingscapaciteit van 1.440 ton melk per dag en max. 288.000 ton melk per jaar naar 2.000 ton melk per dag en max. 380.000 ton melk per jaar. 
  • Productieuitbreiding tot 137.000 ton per jaar door enerzijds optimalisatie en betere benutting van de bestaande installaties. Anderzijds de plaatsing van een nieuwe boterlijn. 
  • Toename van het lozingsdebiet gezien de stijgende productie;
  • Verandering van de opslag van salpeterzuur naar de opslagtank voor natriumhydroxide.
    Salpeterzuur zal opgeslaan worden in een nieuwe dubbelwandige HDPE tank. 
  • Opname van 2 extra transformatoren van 2.000 kVA;
  • Uitbreiding met 2 gasheftrucks;
  • Stijging van opslag van kunststoffen en karton van 200 ton naar 350 ton;
  • Opslag van afgekeurde producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen in afwachting van ophaling en verwerking;
  • administratieve wijzigingen;
  • bijstelling van bijzondere voorwaarden. 

Met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton – Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

AFWIJKING OP DE MILIEUVOORWAARDEN

Het bedrijf vraagt volgende afwijkingen van de bijzondere milieuvoorwaarden:

Bijzondere voorwaarden opgelegd in besluit dd 19.12.2003 van de minister:

  • Organiseren van een overlegcommissie:
    Het bedrijf vraagt om dit niet langer jaarlijks te laten plaatsen, maar op verzoek van de gemeente, vergunningsverlenende overheid of het bedrijf zelf. De samenstelling is als volgt: vertegenwoordigers bedrijf, afgevaardigde gemeentebestuur en vergunningverlenende overheid, delegatie buurtbewoners. Afd. milieuvergunningen en handhaving worden tevens uitgenodigd.
    Het college heeft in het advies MER dd 29.03.2022 reeds gunstig advies verleend om de formule van de overlegcommissie aan te passen zoals voorgesteld. Echter wijkt bovenstaand af voorstel van het voorstel in het MER. In het voorstel van het MER worden de vergaderingen voorgezeten door het provinciebestuur, in dit voorstel door het bedrijf. De GOA adviseert het voorstel waarbij het bedrijf de vergaderingen voorzit, ook als gunstig, gezien de provincie lid blijft. 
  • Overmaken van het IMJV aan de overlegcommissie:
    Vraag tot het schrappen van deze voorwaarden gezien de vraag om de overlegcommissie ad hoc te laten samenkomen.
  • Wijziging van de lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater waarbij de Kjeldahl stikstof wordt geschrapt en volgende wordt opgelegd:
    • Ntot = < 15 mg/l
    • Ptot = < 2 mg/l

        Er wordt op basis van de impactevaluatie en haalbaarheidsstudie naar verdergaande zuivering voorgesteld deze normen te vervangen door volgende: 

Voorstel normenkader (afkortingen: DOCF = dagelijkse opconcentratiefactor, JOCF =

jaarlijkse opconcentratiefactor, JG = jaargemiddeld, JM = jaarmediaan)

*Voor kobalt zijn er bij opmaak van dit rapport geen meetresultaten ter beschikking. Op basis van ervaring bij het gebruik van ijzertrichloride wordt een bijzondere lozingsnorm voorgesteld van 3 μg/L

Hierbij zijn :

  • jaargemiddelde = het voortschrijdende rekenkundig gemiddelde van de beschikbare
    - analyseresultaten van de voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten
    - van de 24 monsters van het verplichte zelfcontroleprogramma.
  • jaarmediaan = de voortschrijdende mediaan van de beschikbare analyseresultaten van de
    - voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten van de 24 monsters van het
    - verplichte zelfcontroleprogramma.
  • De dagelijkse opconcentratiefactor (DOCF) wordt als volgt berekend: DOCF = 1 +
    - (geregistreerd daghergebruiksvolume)/(geregistreerd daglozingsdebiet).
  • De jaarlijkse opconcentratiefactor (JOCF) wordt als volgt berekend: JOCF = 1 +
    (geregistreerd jaarhergebruiksvolume)/(geregistreerd jaarlozingsdebiet).
    Er kan akkoord gegaan worden met het voorstel, mits positief advies van VMM.  
  • Geurhinder: maatregelen en opvolgingsmaatregelen van de biofilter:
    Dit gaat over de oude waterzuiveringsinstallatie wat maakt dat dit niet meer van toepassing is.
  • Grondwaterwinning – meting van het grondwaterpeil:
    Het peil in de pompputten en peilputten worden maandelijks opgemeten. Deze bijzondere voorwaarde werd aangepast in eerdere besluiten. 
  • Maandelijks reiniging filters en interne elementen van de melkpoedertorens:
    De reiniging gebeurt maandelijks en indien nodig vaker.  Het behoud heeft geen meerwaarde.
  • Te voldoen aan de opmerkingen uit het brandweerverslag:
    Wordt aan voldaan.
  • Opmaak studie afbouw van het oppompdebiet van het Krijtwater:
    Studie werd in 2003 uitgevoerd waarbij gebruik van freatisch grondwater niet aan de orde is. 
  • Installeren alarmsysteem voor de wzi bij calamiteiten:
    Een troebelheidsmeter werd geïnstalleerd. Een gelijkaardige voorwaarde werd opgenomen mbt de nieuwe wzi. Behoud van de voorwaarde.
    Deze voorwaarde werd opgenomen in het besluit 124.09.00/V2020N070455.  
  • Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.
    Dit wordt doorgevoerd. Elke aankoop van nieuwe projecten of nieuwe apparatuur moet steeds onderworpen worden aan een akoestische evaluatie.
    Het geluidsaspect speelt nog steeds een belangrijke rol bij de omwonenden. Dit wordt bevestigd door de klachten die hierover binnenkomen en de bezwaren. Vandaar het belang dat deze voorwaarde van toepassing blijft, ook in de nieuwe vergunning.
    De voorwaarde luidt als volgt:
    Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.

Bijzondere voorwaarde opgelegd in besluit minister dd 05.03.2004:

  • periodiek onderzoek bovengronds opslagtank zware mazout;
    De bovengrondse houder werd verwijderd.

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 09.06.2005:

  • Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten.
    Deze voorwaarde werd reeds aangepast in een besluit.
    Gezien de twee grondwaterwinningen in huidige aanvraag als te hervergunnen worden aangevraagd, wordt deze bijzondere voorwaarde opnieuw opgenomen. De voorwaarde luidt als volgt:
    Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten. 
  • Beschikken over een calamiteitenbekken met de nodige opvangcapaciteit ofwel over een verzegelde noodaansluiting op de openbare riolering.
    De noodaansluiting is aanwezig. Het bedrijf wenst deze te behouden.
    Deze voorwaarde werd reeds uitgevoerd en dient niet hernomen te worden in onderhavig besluit. Het bedrijf wenst de noodaansluiting te behouden. Hier kan akkoord meegegaan worden.  

Bijzondere voorwaarde opgelegd in het besluit van de deputatie dd 27.10.2005:

  • Als startend monitoring protocol geldt het protocol toegevoegd bij de mededeling kleine verandering waarover met dit besluit uitspraak wordt gedaan.
    Het bedrijf valt, door een aanpassing van het brandervermogen, niet meer onder rubriek 43.4 en is bijgevolg geen BKG-inrichting meer waardoor deze voorwaarde zonder voorwerp is.

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 31.05.2007

  • Doorlichting van de waterzuiveringsinstallatie en productie, door een deskundige, met als doel het blijvend behalen van de geldende effluentnormen.
    Het rapport werd opgemaakt. Door de nieuwe wzi is deze voorwaarde niet meer van toepassing.

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 15.06.2017:

  • Erkende deskundige geluid voert controlemeting uit na ingebruikname van de poedertoren.
    Nieuwe poedertoren is nooit gebouwd geweest. Voorwaarde is zonder voorwerp.
  • Nooit meer dan 2 poedertorens tegelijk in werk zijn.
    De nieuwe poedertoren is nooit gebouwd geweest. Er zijn 2 poedertorens aanwezig.
    Voorwaarde is zonder voorwerp.
  • Emissiegrenswaarden opgelegd voor de afgassen van de stookinstallaties:
    De metingen in 2018, 2019 en 2020 voldeden aan de opgelegde emissiegrenswaarden, muv de metingen dd 13.02.2018.
    Het is advies is om deze voorwaarde opnieuw op te nemen gezien deze twee stookketels als hernieuwing worden aangevraagd. De bijzondere voorwaarde luidt als volgt:
    “In aanvulling van de sectorale voorwaarden van Vlarem II gelden voor de afgassen afkomstig van de stookinstallaties horende bij de stoomketels (2 x 9.700 kW) de volgende emissiegrenswaarden (bij een referentiezuurstofgehalte van 3%):
    A: stof: 5 mg/Nm³
    B: CO: 100 mg/Nm³
    C: SO2: 35 mg/Nm³
    D: NOx: 80 mg/Nm³”

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 28.01.2021:

  • De nieuwe wzi moet voorzien zijn van alarmen op cruciale punten (waaronder minstens zuurstofmetingen in aërobie, turbiditeitsmeting op het effluent) met automatische verwittiging bevoegde personen van het bedrijf. De alarmen en metingen moeten gelogd worden en ter inzage gehouden worden van afdelingen handhaving en VMM.
    De wzi zal voorzien worden van alarmen op cruciale punten zoals hierboven beschreven.  De voorwaarde is nog steeds van toepassing en dient niet hernomen te worden onderhavig besluit. 

BODEM

Het bedrijf valt met volgende rubrieknummers uit de Vlaremindelingslijst onder de categorie van risico-inrichting: 36.3.3°; 17.3.4.3°; 17.3.6.2.a; 17.3.8.2°; 29.5.1°a); 43.1.3°/43.3.1°; 45.17.3° ; waarbij categorie B van toepassing is.
B - oriënterend bodemonderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement, en om de 10 jaar.  Een bodemattest dd 12.05.2021 geeft weer dat in 2018 een OBO werd uitgevoerd door Sertius. Geen BBO noodzakelijk. 

De uitgevoerde activiteit vormt een risico voor bodemverontreiniging.  
Volgende maatregelen neemt het bedrijf: salpeterzuur wordt opgeslaan in een nieuwe dubbelwandige bovengrondse HDPE houder van 30 m³
De opslag van de gevaarlijke producten dient te gebeuren volgens de wettelijke voorschriften, 

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf afkomstig van: de koelinstallatie (compressoren) en koeltorens, ventilatoren, poedertorens, blowers van de WZI, aan en afvoeren van grondstoffen producten. 

Op frequente basis komen geluidsklachten van de omwonenden toe, o.a. bij het gemeentebestuur.  In het klachtenregister, hetgeen bijgehouden wordt door het bedrijf, staan geluidsklachten vermeld.  Het klachtenregister van begin 2021 tot 21.04.2022 werd opgevraagd bij het bedrijf. Hieruit blijkt dat van de 27 geformuleerde klachten, 22 over geluidshinder gaan (waarvan 1 niet toe te schrijven was aan het bedrijf).  Uit de MER blijkt dat op meerdere plaatsen een overschrijding is van de geluidsnormen voor bestaande inrichtingen, gedurende overdag/avond/dag.  

Het bestuur maakt hieruit op dat het bedrijf onvoldoende, adequate maatregelen doorvoert om deze geluidshinder tot een minimum te beperken.  Wanneer gekeken wordt naar de te nemen maatregelen om de geluidshinder te verminderen, is het engagement van het bedrijf onvoldoende.  Vage, weinig concrete vermeldingen zoals ‘kunnen aangepakt worden’, ‘trachten te realiseren’, ‘mogelijke saneringsmaatregelen’ en ‘Installaties worden pas vervangen door geluidsarme types bij defect’ worden gehanteerd.  

Verder haalt het bedrijf aan dat zij wettelijk niet verplicht zijn om de geluidsbronnen te saneren: “bestaande geluidsbronnen niet verplicht zijn te saneren wanneer de richtwaarde met minder dan 10 dB(A) wordt overschreden EN wanneer de nodige maatregelen genomen zijn om de geluidsproductie aan de bron en de geluidsoverdracht naar de omgeving te beperken. Een saneringsplan is pas verplicht indien de richtwaarde voor bestaande geluidsbronnen met meer dan 10 dB(A° wordt overschreden.”  Het bedrijf heeft echter wel een saneringsplan opgesteld om de geluidshinder te verminderen. 

De geplande investeringen om geluidsdempers te plaatsen op de poedertorens zijn nog steeds niet gerealiseerd (actie reeds lopende in 2021).  Op 14.04.2022 laat het bedrijf weten dat de levering van de luchtgroep voor het bijsturen van de luchtbalans werd uitgesteld omwille van de beperkte beschikbaarheid van materialen. De levering van de geluidsdempers vindt plaats in week 17, de levering van de luchtgroep wordt verschoven van week 17 naar week 29.  

Werd voldoende onderzocht naar alternatieve leveranciers? Is onvoldoende geanticipeerd op de huidige tendens dat materialen moeilijker te leveren zijn?  

Voor een bedrijf dat omgeven is door bebouwing, een hernieuwing van haar vergunning aanvraagt met uitgangspunt de komende decennia te willen blijven produceren op deze site, is dit onbegrijpelijk.   Hieruit wordt opnieuw afgeleid dat het bedrijf niet de maximale inspanningen levert naar haar buren die ze zou moeten. 

Voor het bestuur is het engagement van het bedrijf onvoldoende te noemen en opnieuw herhaalt het college haar advies, geformuleerd in het MER.  Het bestuur stelt de harde eis dat het bedrijf de geplande maatregelen in 2022 uitvoert.

Het bedrijf heeft zich geëngageerd om sanerende maatregelen uit te voeren voor de belangrijkste geluidsbronnen (mail van Kurt Brouwers Limelco dd 21/10/2021, gericht aan milieu-inspecteur Tom Maes en lokale toezichtshouder  Kristel Ceulemans), waarbij volgende tabel werd toegevoegd door Kurt Brouwers:

Gelet op bovenstaande is de GOA van mening dat een vergunning van onbepaalde duur niet aan de orde kan zijn, tot zolang het bedrijf de geluidshinder niet adequaat onder controle heeft.  Vandaar het advies van om de vergunningsduur te beperken tot 5 jaar.
Verder moet het plaatsen van de luchtgroep voor de poedertoren ten laatste in week 29 2022 gerealiseerd worden en in werking zijn. Gezien de geluidsdempers voor beide poedertorens reeds geleverd zijn, dienen deze onmiddellijk geïnstalleerd te worden.
Het plaatsen van een geluidsdemper op de uitlaat van de ventilator van de PE-afdeling wordt ten laatste eind 2022 gerealiseerd.
Bij elk transport waarbij koeling noodzakelijk is, wordt gecontroleerd of de motor en koeling afstaat tijdens het parkeren, laden en lossen. Eén of meerdere verantwoordelijke wordt hiervoor aangeduid, per shift. 

GEURHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kunnen volgende geuren waargenomen worden: afkomstig van de huidige waterzuiveringsinstallatie.
Momenteel is het bedrijf een nieuwe waterzuivering aan het bouwen dewelke najaar 2022 operationeel moet zijn.  Gezien bij de nieuwe waterzuivering afgedekte beluchtingsbekkens en luchtzuivering aanwezig is, wordt verwacht dat de geurhinder sterk afneemt. 

LUCHTVERONTREINIGING - AFVALGASSEN

De verwarming van de gebouwen gebeurt met : aardgas.  Alle installaties worden periodiek onderhouden, gekeurd en onderworpen aan emissiemetingen.  
De uitbreiding houdt geen relevante toename van de stoombehoefte in en dus ook geen relevante emissies van de stoomketels.
Hiervoor zijn afvoerkanalen voorzien waarbij de emissie als hinderlijk beschouwd kan worden.
De nieuwe wzi zal inpandige oppervlaktebeluchters hebben wat niet-geleide emissie beperkt. 

STOFHINDER

In het bedrijf wordt stof geproduceerd en is afkomstig melkpoederproductie. Beide poedertorens zijn uitgerust met een mouwenfilter. 

LICHTBEHEERSING

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  
Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

LOZING VAN AFVALWATER

Het bedrijf wendt leidingwater aan voor de sanitaire installaties en labo, grondwater voor in de productie.
Het bedrijf geeft aan geen gebruik te kunnen maken van hemelwater wegens de hoge kosten en het feit dat dit hierdoor niet als BBT beschouwd kan worden. Wel zal het bedrijf inzetten op hergebruik van gezuiverd effluent. 

Zowel het bedrijfs- als huishoudelijk afvalwater worden behandeld in de wzi en daarna geloosd in de Roosterbeek. Het lozingsdebiet zal stijgen van 524.000 m³/jaar naar 660.000 m³/jaar. Gezien het bedrijf hergebruik van het gezuiverd effluent wenst door te voeren, dient het lozingsdebiet te verminderen. 

Een afwijking van de lozingsvoorwaarden wordt gevraagd. 

Verder wenst het bedrijf haar bestaande noodaansluiting op de riolering te behouden. 

GOA verwijst voor dit advies naar het advies van VMM. Verder op aan te vullen is de aanbeveling vanuit de GOA om de behandeling van klachten omtrent een verkleuring van de Roosterbeek volgens een stappenplan af te werken, in samenspraak en ondersteuning van o.a. VMM en milieu-inspecteur. 

Op 08.04.2022 maakt het bedrijf een ‘melding van een voorval’ waarbij de noodaansluiting gedurende 3 - 5 maanden in gebruik genomen wordt om de goede werking van de huidige wzi niet in het gedrang te brengen. Het zou om een debiet van 10 – 15 m²/h bedrijfsafvalwater gaan wat geloosd op het openbaar rioleringsnet. 

GRONDWATERWINNINGEN

Het bedrijf vraagt een hernieuwing aan voor de 2 bestaande grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
- boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
- boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/j
Ongeacht de aanvraag van een productieverhoging wordt er geen verhoging van de debieten van de grondwaterwinningen aangevraagd.  Uit het MER blijkt dat de aanvoer van grondwater voldoende is. Door de aquifers zullen er geen tot weinig merkbare gevolgen voelbaar zijn voor andere grondwaterwinningen. 

AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN

Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen nog voorzien van een omgevingsvergunning :

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton - Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

vergunningstermijnen

Omwille van volgende motivering wordt geadviseerd om de vergunningsduur te beperken tot 5 jaar.

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:
Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

Duur:
De vergunningsduur dient beperkt te worden tot 5 jaar. 

EINDADVIES 

De omgevingsambtenaar adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig voor de hernieuwing van de vergunning en de verandering door uitbreiding en wijziging van een zuivelverwerkend bedrijf (inrichtingsnummer 20141122-0009)
zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden, voor volgende rubrieken: 

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton - Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

En dit voor een duur van 5 jaar.

Mits het opleggen van voorwaarden:
-De overlegcommissie zal ad hoc plaatsvinden, met het bedrijf als voorzitter, waarbij het provinciebestuur, gemeente Zonhoven en een afvaardiging van de buurtbewoners vaste leden zijn. Afd. milieuvergunningen en handhaving worden tevens uitgenodigd.
-Wijziging van de lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater waarbij de Kjeldahl stikstof wordt geschrapt en volgende wordt opgelegd:

      • Ntot = < 15 mg/l
      • Ptot = < 2 mg/l

Er wordt op basis van de impactevaluatie en haalbaarheidsstudie naar verdergaande zuivering voorgesteld deze normen te vervangen door volgende:
Voorstel normenkader (afkortingen: DOCF = dagelijkse opconcentratiefactor, JOCF =
jaarlijkse opconcentratiefactor, JG = jaargemiddeld, JM = jaarmediaan)

*Voor kobalt zijn er bij opmaak van dit rapport geen meetresultaten ter beschikking. Op basis van ervaring bij het gebruik van ijzertrichloride wordt een bijzondere lozingsnorm voorgesteld van 3 μg/L

Hierbij zijn :

  • jaargemiddelde = het voortschrijdende rekenkundig gemiddelde van de beschikbare
    - analyseresultaten van de voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten
    - van de 24 monsters van het verplichte zelfcontroleprogramma.
  • jaarmediaan = de voortschrijdende mediaan van de beschikbare analyseresultaten van de
    - voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten van de 24 monsters van het
    - verplichte zelfcontroleprogramma.
  • De dagelijkse opconcentratiefactor (DOCF) wordt als volgt berekend: DOCF = 1 +
    - (geregistreerd daghergebruiksvolume)/(geregistreerd daglozingsdebiet).
  • De jaarlijkse opconcentratiefactor (JOCF) wordt als volgt berekend: JOCF = 1 +
    - (geregistreerd jaarhergebruiksvolume)/(geregistreerd jaarlozingsdebiet).
    Er kan akkoord gegaan worden met het voorstel, mits positief advies van VMM.
  • Installeren alarmsysteem voor de nieuwe waterzuiveringsinstallatie bij calamiteiten.
  • Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten
    maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten. 
  • Behoud van de bestaande noodaansluiting op de openbare riolering. 
  • In aanvulling van de sectorale voorwaarden van Vlarem II gelden voor de afgassen afkomstig van de stookinstallaties horende bij de stoomketels (2 x 9.700 kW) de volgende emissiegrenswaarden (bij een referentiezuurstofgehalte van 3%):
    A: stof: 5 mg/Nm³
    B: CO: 100 mg/Nm³
    C: SO2: 35 mg/Nm³
    D: NOx: 80 mg/Nm³

Geluid:

  • Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.
  • Het plaatsen van de luchtgroep voor de poedertoren moet ten laatste in week 29-2022 gerealiseerd worden en in werking zijn. Gezien de geluidsdempers voor beide poedertorens reeds geleverd zijn, dienen deze onmiddellijk geïnstalleerd te worden.  
  • Het plaatsen van een geluidsdemper op de uitlaat van de ventilator van de PE-afdeling wordt onmiddellijk gerealiseerd, in elk geval niet later dan eind 2022.  
  • De saneringsmaatregelen ‘lange termijn’ zoals omschreven in het MER worden in 2022 gerealiseerd. Het gaat hier concreet om het vervangen van de koelinstallatie koelwater persluchtcompressoren door een geluidsarm type.  De installaties aan de ‘B7 blikken continu sterilisatietoren’ worden vervangen door een geluidsarm type.  Eveneens in 2022. 
  • De milieuvriendelijke technieken, zoals omschreven in het MER, deel 3.7.2,  worden onderzocht en waar mogelijk geïmplementeerd. Dit gebeurt in 2022 en 2023. 
  • Bij elk transport waarbij koeling noodzakelijk is, wordt gecontroleerd of de motor en koeling afstaat tijdens het parkeren, laden en lossen. Eén of meerdere verantwoordelijke worden hiervoor aangeduid, per shift. 
  • Het bedrijf onderneemt verdere stappen rond het realiseren van de bufferzone volgens het geldende BPA en gaat hiervoor de nodige gesprekken aan met de huidige eigenaars. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 22/04/2022 tot het afleveren van een voorwaardelijke omgevingsvergunning aan de aanvrager, met een beperkte duurtijd van 5 jaar.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat de hernieuwing van de vergunning en de verandering door uitbreiding en wijziging van een zuivelverwerkend bedrijf (inrichtingsnummer 20141122-0009) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden, 

Voor volgende rubrieken:

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton - Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

En dit voor een duur van 5 jaar. 

Mits het opleggen van voorwaarden:
De overlegcommissie zal ad hoc plaatsvinden, met het bedrijf als voorzitter, waarbij het provinciebestuur, gemeente Zonhoven en een afvaardiging van de buurtbewoners vaste leden zijn. Afd. milieuvergunningen en handhaving worden tevens uitgenodigd.
- Wijziging van de lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater waarbij de Kjeldahl stikstof wordt geschrapt en volgende wordt opgelegd:

      • Ntot = < 15 mg/l
      • Ptot = < 2 mg/l

Er wordt op basis van de impactevaluatie en haalbaarheidsstudie naar verdergaande zuivering voorgesteld deze normen te vervangen door volgende: 

Voorstel normenkader (afkortingen: DOCF = dagelijkse opconcentratiefactor, JOCF =
jaarlijkse opconcentratiefactor, JG = jaargemiddeld, JM = jaarmediaan)

*Voor kobalt zijn er bij opmaak van dit rapport geen meetresultaten ter beschikking. Op basis van ervaring bij het gebruik van ijzertrichloride wordt een bijzondere lozingsnorm voorgesteld van 3 μg/L

Hierbij zijn :

  • jaargemiddelde = het voortschrijdende rekenkundig gemiddelde van de beschikbare
    - analyseresultaten van de voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten
    - van de 24 monsters van het verplichte zelfcontroleprogramma.
  • jaarmediaan = de voortschrijdende mediaan van de beschikbare analyseresultaten van de
    - voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten van de 24 monsters van het
    - verplichte zelfcontroleprogramma.
  • De dagelijkse opconcentratiefactor (DOCF) wordt als volgt berekend: DOCF = 1 +
    - (geregistreerd daghergebruiksvolume)/(geregistreerd daglozingsdebiet).
  • De jaarlijkse opconcentratiefactor (JOCF) wordt als volgt berekend: JOCF = 1 +
    - geregistreerd jaarhergebruiksvolume)/(geregistreerd jaarlozingsdebiet).

Er kan akkoord gegaan worden met het voorstel, mits positief advies van VMM. 

  • Installeren alarmsysteem voor de nieuwe waterzuiveringsinstallatie bij calamiteiten.
  • Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten.
  • Behoud van de bestaande noodaansluiting op de openbare riolering. 
  • In aanvulling van de sectorale voorwaarden van Vlarem II gelden voor de afgassen afkomstig van de stookinstallaties horende bij de stoomketels (2 x 9.700 kW) de volgende emissiegrenswaarden (bij een referentiezuurstofgehalte van 3%):
    A: stof: 5 mg/Nm³
    B: CO: 100 mg/Nm³
    C: SO2: 35 mg/Nm³
    D: NOx: 80 mg/Nm³

Geluid:

  • Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.
  • Het plaatsen van de luchtgroep voor de poedertoren moet ten laatste in week 29-2022 gerealiseerd worden en in werking zijn. Gezien de geluidsdempers voor beide poedertorens reeds geleverd zijn, dienen deze onmiddellijk geïnstalleerd te worden.  
  • Het plaatsen van een geluidsdemper op de uitlaat van de ventilator van de PE-afdeling wordt onmiddellijk gerealiseerd, in elk geval niet later dan eind 2022.  
  • De saneringsmaatregelen ‘lange termijn’ zoals omschreven in het MER worden in 2022 gerealiseerd. Het gaat hier concreet om het vervangen van de koelinstallatie koelwater persluchtcompressoren door een geluidsarm type.  De installaties aan de ‘B7 blikken continu sterilisatietoren’ worden vervangen door een geluidsarm type.  Eveneens in 2022. 
  • De milieuvriendelijke technieken, zoals omschreven in het MER, deel 3.7.2,  worden onderzocht en waar mogelijk geïmplementeerd. Dit gebeurt in 2022 en 2023. 
  • Bij elk transport waarbij koeling noodzakelijk is, wordt gecontroleerd of de motor en koeling afstaat tijdens het parkeren, laden en lossen. Eén of meerdere verantwoordelijke worden hiervoor aangeduid, per shift. 
  • Het bedrijf onderneemt verdere stappen rond het realiseren van de bufferzone volgens het geldende BPA en gaat hiervoor de nodige gesprekken aan met de huidige eigenaars. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.