Terug
Gepubliceerd op 04/05/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 26/04/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00431 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00431 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00431 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 19 april 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00432 - Bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2022_CBS_00432 - Bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00432 - Bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 6.704,72.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bijkomende bestelbons goed voor een bedrag van € 1.043,00.

3.

2022_CBS_00433 - Retributie blauwe zone - Inning dossiers door deurwaarder - Goedkeuring

Goedgekeurd
3.

2022_CBS_00433 - Retributie blauwe zone - Inning dossiers door deurwaarder - Goedkeuring

2022_CBS_00433 - Retributie blauwe zone - Inning dossiers door deurwaarder - Goedkeuring
4.

2022_CBS_00328 - Renovatiewerken kerk Sint-Jozef Halveweg - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00328 - Renovatiewerken kerk Sint-Jozef Halveweg - Goedkeuring

2022_CBS_00328 - Renovatiewerken kerk Sint-Jozef Halveweg - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 1 oktober 2021 is een afvaardiging van de kerkfabriek in het gemeentehuis geweest om een subsidie te krijgen van ca. € 500.000 voor de renovatie van de kerk.

Het college van burgemeester en schepenen heeft de dienst patrimonium gevraagd om met een afvaardiging van het kerkfabriek ter plaatse te bekijken welke werken noodzakelijk zijn.

Deze rondgang vond plaats op donderdag 2 december 2021.

Eind 2018 werd er naar aanleiding van het haalbaarheidsonderzoek voor de herbestemming van de kerk reeds een uitgebreide studie gemaakt door TV Studio Thys Vermeulen - Studio Roma. Hoewel deze studie zich vooral richtte op de aanpassingswerken en indelingen binnen in de kerk werd in de betreffende raming al optioneel melding gemaakt van verbeteringswerken aan de buitenschil.

De Sint-Jozefskerk werd gebouwd in 1971. De draagstructuur bestaat uit gewapend beton. De muren van het centrale schip zijn uitgevoerd in zichtbaar metselwerk met een dakstructuur in metalen vakwerkliggers. De opbouw van de kerk toont sterke gelijkenissen met deze van het gemeentehuis dat in dezelfde periode werd gebouwd. De betonnen kolommen en de doorlopende betonnen balken boven de ramen zijn door jarenlange blootstelling aan het weer en mogelijk onvoldoende dekking van de wapening aangetast door betonrot. Bovendien vormen deze betonelementen grote koudebruggen waardoor een ingrijpende gevelrenovatie en -isolatie aangewezen is. Vervanging van het buitenschrijnwerk door thermisch onderbroken raamprofielen en isolerende beglazing, en een goede dakisolatie zijn hiervan een logische verderzetting. De huidige dakschil is bovendien op meerdere plaatsen lek. De staat van de metalen vakwerkliggers van het hoofddak werd tijdens het plaatsbezoek niet gecontroleerd.

Om verdere schade aan het interieur te voorkomen is de herstelling van het dak de meest urgente ingreep. Vanwege de ouderdom van de dakdichting zijn plaatselijke herstellingen waarschijnlijk niet meer mogelijk. De keuze om het dak tezelfdertijd (bijkomend?) te isoleren dient mee overwogen te worden.

Afhankelijk van het gewenste resultaat en toekomstvisie zijn ook binnen werkzaamheden uit te voeren. Naast herstellingen aan plafonds en pleisterwerk door de waterinsijpeling is een vernieuwing van de keuken en het sanitair noodzakelijk. De verwarmingsketel is nog in redelijke conditie. Waterleidingen en elektriciteit moeten mogelijk wel gemoderniseerd worden om aan de wettelijke voorschriften te voldoen.

De werken aan de buitenschil worden geraamd op € 770.000 inclusief btw (dakisolatie en dakdichting  € 280.000 / herstelling betonrot, gevelisolatie en afwerking  € 225.000 / buitenschrijnwerk  € 265.000). Voor een correctere prijsberekening dienen de exacte oppervlaktes van gevels, gevelopeningen en dak bepaald te worden, samen met het gewenste isolatieniveau en gevelafwerking.

De kostprijs van de binnenwerkzaamheden is eveneens sterk afhankelijk van het gewenste resultaat maar deze werken hebben weinig zin als niet eerst de buitenschil wordt aangepakt.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de bevindingen van de dienst patrimonium.

Artikel 2

In afwachting van een concrete toekomstvisie voor het gebouw beslist het college van burgemeester en schepenen geen ingrijpende renovaties uit te voeren.

Artikel 3

Specifieke gebreken met risico op gevolgschade dienen door het Kerkfabriek gemeld te worden, samen met een raming of offerte van de kostprijs voor de herstelling.

5.

2022_CBS_00434 - Vélo Verwenroute: tariefwijziging - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00434 - Vélo Verwenroute: tariefwijziging - Goedkeuring

2022_CBS_00434 - Vélo Verwenroute: tariefwijziging - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In 2019 werd de laatste editie van de Vélo Verwenroute georganiseerd. Op zondag 19 juni 2022 wordt een nieuwe editie georganiseerd. We stellen voor om de deelnameprijzen aan te passen om dit evenement tegen een marktconforme prijs aan te bieden en op die manier de kosten en inkomsten beter op mekaar af te stemmen. 

Tijdens de laatste editie in 2019 was de deelnameprijs 8 euro voor volwassenen en 4 euro voor kinderen.

Navraag bij de financiële dienst leert ons dat toepassing van de index (met basisindex 2014) zou leiden tot nieuwe prijzen van 9,46 euro voor volwassenen en 4,73 euro voor kinderen. 

Voor de nieuwe editie dit jaar willen we de deelnameprijzen iets meer verhogen, om de opbrengst en inkomsten beter op mekaar af te stemmen en de deelnameprijs op die manier meer kostendekkend maken.

Voorstel is om de prijzen voor de editie van 2022 op te trekken naar 12 euro voor volwassenen en 6 euro voor kinderen. 

Beschikbaar budget 2022

AC001359: De Vélo Verwenroute wordt in samenwerking met de dienst cultuur georganiseerd 

Beschikbaar budget uitgaven: 12 500 euro 

Raming inkomsten: 2 000 euro


Ter info: tijdens de laatste editie in 2019 bedroegen de kosten 14 792,24 euro en waren de inkomsten 1 729,60 euro.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist om de tarieven voor deelname aan de Vélo Verwenroute in 2022 vast te stellen als volgt: 12 euro voor volwassenen en 6 euro voor kinderen.

6.

2022_CBS_00435 - Ambachtelijke zone De Waerde - Toelating tot doorverkoop van een magazijn met grond gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1114 te Zonhoven - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2022_CBS_00435 - Ambachtelijke zone De Waerde - Toelating tot doorverkoop van een magazijn met grond gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1114 te Zonhoven - Goedkeuring

2022_CBS_00435 - Ambachtelijke zone De Waerde - Toelating tot doorverkoop van een magazijn met grond gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1114 te Zonhoven - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

E-mail van 14 april 2022 van notariaat Topff Lopez & Lauwers betreffende de doorverkoop van een magazijn met grond gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1114 te Zonhoven.
Brief dd. 7 april 2022 van POM Limburg.

Feiten context en argumentatie

In de e-mail van 14 april 2022 vraagt notariaat Topff Lopez & Lauwers te Pelt of de gemeente akkoord kan gaan met de verkoop van een magazijn met grond gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1114 te Zonhoven door Martin Vandereyt bv, Senator Alfons Jeurissenlaan 1108 te 3520 Zonhoven aan Metruco bv, Zavelvennestraat 275 te 3500 Hasselt.

De industriegrond werd oorspronkelijk op 25 november 1996 verkocht door de gemeente aan Sedeo bvba.  Zij hebben op hun beurt in 2003 de grond doorverkocht aan AEL bvba.  Martin Vandereyt bv heeft op 1 augustus 2011 het goed aangekocht van AEL bvba.

In de aankoopakte werden bijzondere voorwaarden opgenomen, waaruit onder andere blijkt dat de goedkeuring is vereist van de gemeente Zonhoven met de verkoop en de goedkeuring van de wijziging van de activiteit.

De geplande activiteiten van Metruco nv zijn:
- enerzijds herstelling, handel en verhuur van bedrijfsmateriaal en voertuigen
- anderzijds een gedeeltelijke verhuur aan Medacars bv (gelieerde vennootschap van de koper) die er stockage gaat doen van goederen en kleine herstelling aan het wagenpark.

POM Limburg heeft op 7 april 2022 goedkeuring verleend aan de voorgenomen verkoop van het magazijn, onder voorbehoud van voorwaarden vermeld in hun brief.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist:
- Akkoord te gaan met de doorverkoop van een magazijn met grond gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1114 te Zonhoven, sectie C 1075a2, groot 16a 69ca, door Martin Vandereyt bv, Senator Alfons Jeurissenlaan 1108 te 3520 Zonhoven aan Metruco bv, Zavelvennestraat 275 te 3500 Hasselt.
- Akkoord te gaan met de gedeeltelijke verhuur door Metruco bv aan zijn gelieerde vennootschap Medacars bv.
- Akkoord te gaan met de wijziging van de activiteit.
- Geen gebruik te maken van het terugkooprecht.

Artikel 2

De bijzondere bepalingen uit de oorspronkelijke verkoopsovereenkomst moeten als kettingbeding in extenso worden overgenomen, de omschrijving van de activiteiten dient te worden aangepast en het aantal te bebouwen m² (indien nog van toepassing) en het benuttingspercentage dient te worden aangepast aan de reële toestand.

Artikel 3

Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan notariaat Topff Lopez & Lauwers te Pelt.

7.

2022_CBS_00436 - Voorstel Christengemeenschap Zonhoven - bouw nieuwe kerk hoek Kruisheideweg - Schopsveldweg - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00436 - Voorstel Christengemeenschap Zonhoven - bouw nieuwe kerk hoek Kruisheideweg - Schopsveldweg - Principiële Goedkeuring

2022_CBS_00436 - Voorstel Christengemeenschap Zonhoven - bouw nieuwe kerk hoek Kruisheideweg - Schopsveldweg - Principiële Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Context

Het gebouw van de Christengemeenschap situeert zich ter hoogte van Zavelstraat 71A.  De site tussen Zavelstraat en gewestweg is verdeeld in 3 verschillende eigendommen, waarbij het perceel in eigendom van de Christengemeenschap  volledig omgeven is door de aanpalende private percelen.  In de nacht van 10 op 11 april 2020 is er een brand uitgebroken op het terrein, waarbij nr. 71 en nr. 71A zeer zwaar te lijden hebben gehad.  Het gebouw van de Christengemeenschap is hierbij zwaar beschadigd en is onbruikbaar, een aanvraag tot omgevingsvergunning voor sloop is lopende.

De Christengemeenschap heeft een architect aangesteld om een voorontwerp op te maken voor een nieuwe kerk op de percelen op de hoek van de Kruisheideweg en de Schopsveldweg.  Het gaat om de percelen 3e afdeling nrs. 948B en 947A.  

Beide percelen bevinden zich volgens het geldende gewestplan in zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.  De percelen zijn volledig bebost.  De percelen zijn niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling of BPA, ze bevinden zich wel binnen de afbakening van het gewestelijk RUP regionaalstedelijk gebied Hasselt-Genk.  Vooraan de percelen, langs de Schopsveldweg, is een gemeentelijk perceel gelegen, 949B.

Op 21/10/2021 werd door het college van burgemeester en schepenen o.a. volgend besluit genomen omtrent de herlocalisatie van de kerk van de Christengemeenschap:

"Het college van burgemeester en schepenen wenst geen nieuw 'kerkelijk' gebouw te creëren/vergunnen in de gemeente Zonhoven, gezien dit contradictorisch is aan de visie de bestaande kerkgebouwen af te bouwen.  Het college van burgemeester en schepenen geeft er de voorkeur aan de bestaande situatie, waarbij een bestaand kerkgebouw wordt gedeeld door verschillende geloofsgemeenschappen, te bestendigen."

Om deze reden worden de huidige intenties van de Christengemeenschap, tot bouw van een nieuwe kerk, opnieuw voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.

Advies dienst

De betreffende percelen zijn mogelijk interessant voor uitbreiding van de bestaande aanpalende, gemeentelijke functie, nl. een kerkhof, of voor de inplanting van een nieuwe gemeentelijke functie wanneer de huidige 'melosport-'site herontwikkeld wordt.  Door inplanting van een nieuw kerkgebouw ontstaat een versnippering van de site.  Het heeft de voorkeur het volledige terrein binnen zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut in het geheel te bekijken en een grotere visie te ontwikkelen voor dit gebied.

De gewestplanbestemming laat echter de gevraagde bestemming toe.  Door de gemeente werden tot op heden nog geen stappen ondernomen tot een herontwikkeling van de volledige site.  Een kerk is dus functioneel inpasbaar op de betreffende percelen.  Het ontwerp dient evenwel rekening te houden met alle aspecten van een goede ruimtelijke ordening.  Indien hieraan wordt voldaan, wordt door de dienst een gunstig advies verleend.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de bouw van een nieuw kerkgebouw op de percelen 948B en 947A op de hoek van de Kruisheideweg en Schopsveldweg.

Artikel 2

De nieuwe ontwikkeling dient te voldoen aan alle vereisten van een goede ruimtelijke ordening.

8.

2022_CBS_00437 - OMV - Vergunning - Schelstraat 41, 43, 45, 47, 49, 51, 53 en Wijvestraat 22 en 24 - verkaveling 1331.B.874.2 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2022_CBS_00437 - OMV - Vergunning - Schelstraat 41, 43, 45, 47, 49, 51, 53 en Wijvestraat 22 en 24 - verkaveling 1331.B.874.2 - Goedkeuring

2022_CBS_00437 - OMV - Vergunning - Schelstraat 41, 43, 45, 47, 49, 51, 53 en Wijvestraat 22 en 24 - verkaveling 1331.B.874.2 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 8 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing, het slopen van de bestaande constructies en het vellen van 2 hoogstammige bomen. Lot 10 wordt gratis afgestaan aan de gemeente om toe te voegen aan het openbaar domein.

De aanvraag werd op 08/09/2021 ontvangen.

Op 21/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 18/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 16/11/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 26 november 2021 tot en met 25 december 2021.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1948/00058: bouwvergunning op 29/09/1948 voor het bouwen van een werkplaats (Wijvestraat 14);
  • 1959/00109: weigering op 06/07/1959 voor burelen, werkplaats, eet- en wasplaats, sanitair en magazijnen (Wijvestraat 14);
  • 1960/00046: bouwvergunning op 13/04/1960 voor burelen, werkplaats, eet- en wasplaats, sanitair en magazijnen (Wijvestraat 14);
  • 1962/00075: bouwvergunning op 25/07/1962 voor uitbreiding bestaande werkplaatsen (Wijvestraat 14);
  • 1963/00216: bouwvergunning op 19/11/1963 voor uitbreiding burelen (Wijvestraat 14);
  • 1977/00253: weigering op 29/12/1977 voor het bijbouwen van een opslagplaats (Wijvestraat 14);
  • 1983/00008: bouwvergunning op 03/02/1983 voor een telefooncel (Wijvestraat 14);
  • 1986/00037: bouwvergunning op 28/04/1986 voor de uitbreiding van een industriehal (Wijvestraat 14);
  • 1989/00067: weigering op 16/11/1995 voor de aanleg van parking en verharden opslagruimte, afgeleverd door de Vlaamse Regering (Wijvestraat 14);
  • 1989/00082: weigering op 19/06/1989 voor aanleg parking en verharden opslagruimte (Wijvestraat 14);
  • 1990/00101: weigering op 16/11/1995 voor het uitbreiden van een industrieel gebouw, door de Vlaamse Regering (Wijvestraat 14);
  • 1996/07391: weigering op 09/07/1996 voor de regularisatie van bedrijfsgebouwen (Wijvestraat 14); 
  • 1998/07977: bouwvergunning op 29/06/1999 voor de herbestemmingsaanvraag van werkplaatsen in verkoopsruimte, conciërgewoning, opslagruimte met parkings (Wijvestraat 14);
  • 2002/09086: bouwvergunning op 17/02/2003 voor het verbouwen en uitbreiden van de stapelruimte en regularisatie van opslagplaatsen (Wijvestraat 14);
  • 2003/09454: bouwvergunning op 02/02/2004 voor het plaatsen van reclameborden tegen de gevels Wijvestraat 14 en Halveweg 15;
  • 2004/09456: bouwvergunning op 08/03/2004 voor het uitbreiden van de winkel met een sprinklerinstallatie (Wijvestraat 14);
  • 2004/09753: weigering op 06/12/2004 voor het inrichten van 4 lofts in een bestaande loods en het oprichten van 4 carports (Wijvestraat 14);
  • 2004/09759: bouwvergunning op 06/06/2005 voor het aanleggen van een sprinklerinstallatie en het uitbreiden van parking (Wijvestraat 14);
  • 2005/09852: bouwvergunning op 04/07/2005 voor de herinrichting van de inkom (Wijvestraat 14);
  • 2009/11376: bouwvergunning op 28/09/2009 voor de renovatie van gevels en het bouwen van een open loods (Wijvestraat 14);
  • 2011/12017: Onvolledig verklaarde aanvraag voor het aanleggen van de parkeerruimte, buitenverkoopruimte, buitenopslag en buffers (Wijvestraat 14);
  • 2011/12196: bouwvergunning op 12/07/2012 voor het aanleggen van een parkeerruimte + buitenverkoopruimte + buitenopslagruimte + buffers (Wijvestraat 14) door de Deputatie;

Volgende bouwmisdrijven werden vastgesteld op de betrokken percelen:

  • 1977/0008 (Wijvestraat 14) – Datum PV 18/11/1977 voor het bouwen van een opslaghal, zonder vereiste machtiging of vergunning;
  • 2002/0023 (Wijvestraat 14) - Datum PV 08/10/2002 voor het ontbreken van beplanting en oprichten van bergruimten;
  • 2011/0002 (Wijvestraat 14) – Datum vaststelling 08/03/2011 voor het aanleggen van bufferzones niet conform de vergunning, oprichten / inrichten buitenverkoopruimte en buitenopslagplaats.

Milieu

Volgende vergunningen werden afgeleverd:

  • Machtiging d.d. 20/04/1961 voor de oprichting van een werkhuis voor metaalconstructie, een tranfopost en een opslagplaats voor mazout, gas in flessen;
  • Arab-vergunning te Wijvestraat 14 d.d. 24/03/1996, voor de opslag van 4.000 liter benzine in een ondergrondse metalen houder; 
  • Arab-vergunning d.d. 05/03/1975 voor de uitbreiding met de opslag van 1500 liter vloeibaar zuur;
  • Arab-vergunning d.d. 15/07/1975 voor de uitbreiding en omvorming van de constructiewerkplaats;
  • Arab-vergunning d.d. 04/04/1984 voor de uitbreiding, omvormen en verdere exploitatie van de gasopslag;
  • Arab-vergunning d.d. 09/12/1985 een uitbreiding en wijziging van metaalbewerking;
  • Arab-vergunning d.d. 01/04/1996 voor de verdere exploitatie van metaalbewerking
  • Klasse 1 milieuvergunning op proef voor metaalconstructie bedrijf, d.d. 13/07/1995, toegekend door de Raad van State; 
  • Klasse 2 milieuvergunning d.d. 12/03/1999 voor een doe-het-zelfzaak, met als einddatum 20.05.2019; voor de rubrieken 3.3; 12.2.1; 15.1; 17.3.3.1; 17.3.4.1; 17.3.5.1; 17.3.6.1.; 17.3.9.1; 17.4; 43.1.2; 

Met volgende voorwaarden: Te voldoen aan het verslag van de brandweer; De vrijgekomen afvalstoffen maximaal recycleren; Scheiden van hemelwater en afvalwater waarbij het hemelwater wordt afgevoerd naar de gracht. Opvang en gebruik van hemelwater binnen het bedrijf volgens de BBT maximaal moet toegepast worden voor het reinigen van gebouwen en voertuigen en binnen het sanitair. 

Omgevingsvergunning

  • 2019/00310: omgevingsvergunning op 31/03/2020 voor het slopen van de woningen met aanhorigheden, voor de uitbreiding en verbouwing van de handelsruimte tot een totale netto handelsoppervlakte van 6360m², voor de terreinaanleg van deze handelsruimte en voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen klasse 2

De aanvraag werd verschillende keren  in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Op 2 maart 2021 werden volgende opmerkingen geformuleerd op het voorliggende voorstel:

  • “de vrijstaande bijgebouwen bij loten 8 en 9 moeten verder naar voren worden ingeplant zodat deze minstens op 10m van de stam van de bomen worden voorzien.
  • de bomen in de voortuinen van loten 1 t.e.m. 7: dit dienen bomen van 2e grootte te zijn (= bomen die tussen de 6 en 12m groot worden), inheemse bomen.  Er wordt best geopteerd voor soorten met een enigszins smalle kroon om zo conflicten met de woningen op termijn te vermijden.  Indien hier verder nog vragen over zijn nemen jullie best contact op met mijn collega Stijn Franssen (groenambtenaar).
  • de inplanting van de bijgebouwen bij de andere loten kan in principe tot tegen de achterste perceelsgrens, maar in dat geval moet er bekeken worden of dit geen conflict veroorzaakt met de aangrenzende groenbuffer.  Mogelijk is het beter (in kader van onderhoud) deze op 1m bv. van de achterste perceelsgrens in te planten.
  • bij de woningen waar enkel een berging op het gelijkvloers wordt voorzien is de bergruimte wel erg krap (schoonmaakproducten en -gerei, wasmachine, droogkast, voorraad,...).
  • het volume langs de Wijvenstraat heeft (vooral op het gelijkvloers niveau) een zeer brede en horizontale gevelwand.  Hier dient wat meer diversiteit in worden gebracht om de breedte te breken (door materiaalgebruik, volumewerking,...).
  • de geschakelde woningen langs de Schelstraat zijn te variërend in stijl om te kunnen schakelen.  Er dient een keuze gemaakt te worden in de stijl, ofwel dienen de woningen losgekoppeld te worden van elkaar.  Links zijn de woningen (en de carports met hellend dak) zeer klassiek, rechts opeens hedendaags en deels met plat dak.  Er is geen harmonisch architecturaal geheel.  Dit dient herbekeken te worden.  Er mag uiteraard (dit is zelfs wenselijk) een diversiteit te zijn in het aanbod van woningen, maar gezien de schakelelementen dient het geheel wel te kloppen.  Een 'strakkere carportvolume' in zwart aluminium tussen enerzijds een hedendaags volume en anderzijds een eerder klassiek oogt zeer vreemd.  Ook de oplossing rechts (hellend/plat dak) vormt een vreemd gegeven.  Onze voorwaarde om akkoord te gaan met een zeer smalle voorgevel (woning met de 'knik' vooraan) was dat dit binnen de architectuur opgelost zou worden.  Hieraan wordt in onze opinie niet voldaan.  De 'knik' lijkt ook niet overeen te komen met de zeer flauwe bocht in de weg.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies, behoudens wat betreft de afstand van de bijgebouwen op lot 8 en lot 9 tot de aanpalende bomenrij. In het vooroverleg werd gesteld dat de vrijstaande bijgebouwen bij loten 8 en 9 verder naar voren moeten worden ingeplant zodat deze minstens op 10m van de stam van de bomen worden voorzien. In voorliggende aanvraag worden geen specifieke voorwaarde opgelegd voor de bijgebouwen op loten 8 en 9 m.b.t. de afstand tot de bomen. Enkel wordt er opgelegd dat de afstand tot de achter- zijperceelgrenzen minstens 2,00m bedraagt. In de voorwaarde zal daarom opgenomen worden dat de bijgebouwen op lot 8 en lot 9 op minimum 10 meter uit de stam van de bomen van de bomenrij dienen opgericht te worden. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 26 november 2021 tot en met 25 december 2021. Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Op 16 november 2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.

Op 16 november 2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.

Op 16 november 2021 werd advies gevraagd aan Proximus.

Op 16 november 2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Contractmanagement.

Op 16 november 2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Mobiliteit.

Op 16 november 2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair management.

Op 16 november 2021 werd advies gevraagd aan het Agentschap Wegen en Verkeer.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij via een project-m.e.r.-screening kan aangetoond worden dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Uit de project- m.e.r.-screening blijkt dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied. 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een  ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 16 november 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling dient te voldoen aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte groter is dan 3 000m². 

Op 27 juni 2019 werd door het agentschap Onroerend Erfgoed akte genomen van de archeologienota “Vooronderzoek Zonhoven Wijvestraat”, waarin een uitgesteld vooronderzoek voorgesteld wordt. (https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/11445)

Op 05 juli 2020 werd door het agentschap Onroerend Erfgoed akte genomen van de archeologienota “Vooronderzoek Zonhoven Wijvestraat”, waarin gesteld wordt dat geen verdere maatregelen vereist zijn: “Op basis van deze overwegingen wordt door het Vlaams Erfgoed Centrum geen verder onderzoek geadviseerd. De geplande werkzaamheden vormen geen bedreiging voor het bodemarchief. Er hoeft geen programma van maatregelen te worden opgesteld. Ondanks het advies tot vrijgeven van het terrein, blijven de bepalingen voor het melden van toevalsvondsten van kracht, conform artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet. De civieltechnisch uitvoerder is verplicht eventuele toevalsvondsten binnen drie dagen na ontdekking te melden bij Onroerend Erfgoed.”

(https://id.erfgoed.net/archeologie/notas/15238)

VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT

Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.

§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.

Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :

1° de storting van een afdoende financiële waarborg;

2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:

1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;

2° de wijziging van het reliëf van de bodem;

3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;

4° het afbreken van constructies.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.

Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.

De aanvraag voldoet aan deze bepalingen voor wat betreft het slopen van de bestaande constructies. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de sloop van de bestaande constructies.

De aanvraag voldoet niet aan deze bepalingen voor wat betreft het vellen van de hoogstammige bomen. Uit het dossier blijkt dat er voorgesteld wordt om 2 hoogstammige bomen te rooien. Deze bomen vallen niet onder de definitie bos en voldoen bijgevolg niet aan bovenstaande bepalingen. Alvorens het kappen van de bomen, dient er een omgevingsvergunning bekomen te worden voor stedenbouwkundige handelingen.

OVERIGE REGELGEVING 

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4. 

Alle bebouwing dient afgebroken te worden alvorens er een verkoop van het lot en/of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan bekomen worden. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van materialen.

Erfdienstbaarheden

Uit het verkavelingsplan, opgesteld op basis van het plan van Geotec, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.  

Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod

In deze omgevingsvergunning wordt conform het decreet op grond- en pandenbeleid binnen de verkaveling een bescheiden woonaanbod van 20% gerealiseerd. Het betreft afgerond 2 wooneenheden. Het bescheiden woonaanbod zal gerealiseerd worden in natura, meer bepaald op lot 2 en lot 3 met elk een oppervlakte van 500m².  Er werd een aankoopoptie ten bate van de gemeente Zonhoven als openbaar bestuur toegevoegd aan het dossier.

Gratis grondafstand

Lot 10 wordt uitgesloten uit de verkaveling en is bedoeld als gratis grondafstand ter verbreding van het openbaar domein. Dit blijkt uit de akkoordverklaring bijgevoegd in het verkavelingsdossier. De gemeenteraad dient akkoord te gaan met deze gratis grondafstand. In zitting van 28 maart 2022 keurde de gemeenteraad het ontwerp tracé van de weg, zoals weergegeven op het ingediende verkavelingsplan, goed op voorwaarden van het bekomen van de verkavelingsvergunning en op datum akte effectieve gratis grondafstand aan de gemeente van het voorliggende lot met een oppervlakte van 36 ca.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 8 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing, het slopen van de bestaande constructies en het vellen van 2 hoogstammige bomen.  Lot 10 wordt gratis afgestaan aan de gemeente om toe te voegen aan het openbaar domein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het eigendom is gelegen op de hoek van de gemeentewegen Wijvestraat en Schelstraat. Het perceel wordt vandaag grotendeels gebruikt in functie van de bouwhandel Hubo. Op uitzondering van de naastliggende handelszaak wordt de directe omgeving gekenmerkt door grondgebonden eengezinswoningen in open en halfopen bouwvorm met een bouwhoogte van overwegend 2 bouwlagen en een hellend dak.

Verkavelingsvoorwerp

Voorliggende aanvraag omvat het verkavelen van gronden in 8 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing. Er wordt 1 lot overgedragen aan het openbaar domein (lot 10). Twee loten voor halfopen bebouwing zullen palen aan de Wijvestraat (lot 8 en lot 9) en 7 loten zullen palen aan de Schelstraat (lot 1 t.e.m. lot 7). Het lot over te dragen aan het openbaar domein ligt eveneens aan de Schelstraat.

Lot 1 - voorzien voor een open bebouwing – heeft een perceeldiepte van ca. 50 meter en een perceelbreedte van minimum 16 meter op de voorgevelbouwlijn. Er worden bouwvrije zijtuinstroken voorzien van minimum 3 meter en de voorgevelbouwlijn is gelegen op minimum 5 meter uit de rooilijn. De diepte van de bouwzone bedraagt max. 15 meter.

Lot 2 t.e.m. lot 7 - voorzien voor halfopen bebouwing - hebben een perceeldiepte van ca. 50 meter en een perceelbreedte van minimum 10 meter op de voorgevelbouwlijn. Er worden bouwvrije zijtuinstroken voorzien van minimum 3 meter en de voorgevelbouwlijn is gelegen op minimum 5 meter en maximum 7,5 meter uit de rooilijn. De diepte van de bouwzone bedraagt max. 15 meter.

Lot 8 en lot 9 – voorzien voor halfopen bebouwing - hebben een perceeldiepte van ca. 54 meter en een perceelbreedte van minimum 11,48 meter op de voorgevelbouwlijn. Er worden bouwvrije zijtuinstroken voorzien van 3 meter en de voorgevelbouwlijn is gelegen op 6 meter uit de rooilijn. De diepte van de bouwzone bedraagt max. 15 meter.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van 9 ééngezinswoningen, met een ondergeschikte nevenbestemming of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. De loten 2 en 3 zijn tevens bestemd ter vervulling van het bescheiden woonaanbod.

Mobiliteitsimpact

De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.

Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. In de verkavelingsvoorschriften voorgesteld door de verkavelaar wordt gesteld dat er geen garages worden toegestaan in de vrijstaande bijgebouwen. Het parkeren zal ofwel inpandig of in de zijtuinstrook gebeuren (carport). Zowel de Dienst Mobiliteit als het agentschap Wegen en Verkeer verleende een voorwaardelijk gunstig advies. Mits naleving van de verkavelingsvoorschriften en voorwaarden heeft de aanvraag geen negatieve impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken

Op uitzondering van de naastliggende handelszaak wordt de directe omgeving gekenmerkt door grondgebonden eengezinswoningen in open en halfopen bouwvorm met een bouwhoogte van overwegend 2 bouwlagen en een hellend dak. De maximale bouwdiepte van 15 meter op het gelijkvloers en 12 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of een maximale kroonlijsthoogte van 7 meter en een plat dak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.  

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De inplanting van de woningen wordt voorzien op 6 meter uit de rooilijn van de Wijvestraat, op minimum 5 meter en maximum 7,5 meter uit de rooilijn van de Schelstraat en op 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de aanpalende woningen. 

Er worden bijgebouwen voorgesteld waarvan de oppervlakte maximum 20% van de tuinzone gemeten vanaf de theoretisch maximale achtergevellijn bedraagt. Concreet betekent dit 

voor de loten 2 t.e.m. 9  een maximale oppervlakte van 55m² en voor lot 1 een maximale oppervlakte van 32m². De voorliggende loten 1 t.e.m. 5 en de loten 8 en 9 hebben evenwel een beperkte oppervlakte van minimum 500m² en maximum 634m². Daarom worden de bijgebouwen op deze loten beperkt tot 30 m², zodat er nog voldoende ruimte op het perceel overblijft om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.

De voorliggende loten 6 en 7 hebben een oppervlakte van respectievelijk 802m² en 936m². Op lot 6 en lot 7 kunnen bijgebouwen worden toegestaan met een oppervlakte van 40m². Na het oprichten van het bijgebouw rest er dan nog voldoende ruimte op het perceel om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.

Door de aanwezigheid van een bomenrij aan de rechterzijde van lot 7, dienen de bijgebouwen op lot 7, lot 8 en lot 9 op minimum 10 meter uit de stam van de bomen van de bomenrij opgericht te worden.

Door het oprichten van 9 woningen op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 16,18 woningen per hectare, hetgeen de huidige gewenste woondichtheid van 15 wo/ha in deze omgeving beperkt overschrijdt. Deze woondichtheid kan evenwel uitzonderlijk aanvaard worden gelet op het doorlopen tijdspad van meerdere jaren voor een ontwikkeling op voorliggende eigendommen. Voorliggende eigendommen maakte in het verleden reeds onderdeel uit van een groter masterplan waarin door de gemeente reeds standpunten werden ingenomen naar o.a. de bouwmogelijkheden en woondichtheid. 

De parkeergelegenheid behorende bij de woning en de nevenbestemming moet volledig op eigen terrein voorzien worden.  Indien de nevenfunctie teveel parkeerplaatsen vereist en daardoor een te hoge verhardingsgraad veroorzaakt op het perceel is deze niet toelaatbaar.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door open en halfopen bebouwing bestaande uit 2 bouwlagen en hoofdzakelijk afgedekt met schuin dak. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.  

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het betreft een relatief vlak terrein. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. 

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgemaakt door de gemeente,  en het naleven van de opgelegde voorwaarden.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

1.- Het advies van 25 november 2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig

“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 16.11.2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.

Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.

Voor dit project zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.

Riolering 

Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de riolering in de aanpalende straat.

De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be/aansluitingen. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.

Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.

Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.

Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.

Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van Fluvius erkende keurders kan u vinden op: www.fluvius.be/nl/thema/aansluitingen/keuring-riolering.

Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden: 

- De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.

Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.

Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.

Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

2.- Het advies van 29 november 2021 van Proximus is gunstig

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

3.- Het advies van 18 november 2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Geen advies

Advies Ontwerpbureau
 
Volledig gunstig advies met voorwaarden

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:

  • een forfaitaire kost per bebouwbaar kavel
  • een kost voor ontwerp en veiligheidscoördinatie per project

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.

Bovendien kunnen we u ook melden dat de Watergroep installaties in exploitatie heeft in de zone van de infrastructuurwerken en dat deze installaties te allen tijde bereikbaar moeten zijn.
De Werken dienen zodanig uitgevoerd te worden dat er een continue drinkwaterbevoorrading kan gegarandeerd worden.
 In het ontwerp dient men er rekening mee te houden dat in de bermen voldoende ruimte voorzien wordt om de leidingen aan te leggen en de eventuele aanpassingen uit te voeren.

Deze forfaitaire kost en de kost voor eventuele aanpassingen aan de bestaande drinkwaterleiding zijn ten laste van de initiatiefnemer.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
 De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.

Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

4.- Het advies van 26 november 2021 van het agentschap Wegen en Verkeer is voorwaardelijk gunstig:

“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.

INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720002 van 2.2 +28 tot 2.2 +76):

  • de grens van het openbaar domein is geschat op 7.35 meter.
  • de rooilijn ligt op 13 meter volgens de vigerende wegnormen.
  • de zone van achteruitbouw bedraagt 8 meter.
  • de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 21 meter volgens.

Publiciteit:

  • geen

2. Constructie voor rooilijn

De parkings op privégrond dienen ingepland te worden achter de voorgeschreven rooilijn.

3. Constructie in zone van achteruitbouw

  • Peil van de dorpels van het gebouw : 31 cm hoger dan het peil van de uiterste rand van de verharding.
  • Regenwaterputten, septische putten , bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
  • De sloopwerken / terreinwerken / kapwerken mogen geen hinder veroorzaken voor de weggebruikers. Eventuele vervuiling op openbaar domein ten gevolge van deze werken dient men dagelijks ten eigen laste te verwijderen.

4. Constructie op of over openbaar domein

  • Voor elke inname van het openbaar domein zie punt 10 van de algemene voorwaarden.
    Er dient voorafgaandelijk aan de werken een afzonderlijke aanvraag aan de diensten van Agentschap Wegen en Verkeer te gebeuren (District Centraal-Limburg, Trekschurenstraat 270, B-3500 Hasselt).
     Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein.

5. Toegang

  • Conform de bepalingen dient het perceel aan de perceelgrens onoverrijdbaar te worden afgesloten behoudens vergunde inrit.
  • In het kader van verkeersveiligheid dient de toegang tot de woningen uitsluitend te worden genomen langs de Wijvestraat en Schelstraat (gemeentewegen). De inplanting hiervan dient zo ver als mogelijk te worden aangelegd ten opzichte van het kruispunt met de gewestweg.

6. Mobiliteitsimpact

  • Er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden voorzien op de privégrond. Dit zal anders zoekverkeer en overlast bezorgen aan het openbaar domein wat de verkeersveiligheid in het gedrang brengt.
  • Insteekparkings langs een gewestweg zijn niet toegestaan omwille van de verkeersveiligheid. Het gebruik van insteekparkings geeft onvoldoende zicht bij het oprijden van de gewestweg, wat een gevaar is voor automobilisten en zwakke weggebruikers.

7. Publiciteit

Zie punt 17 van de algemene voorwaarden.

BESLUIT

Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.

AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG

Zie advies.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

5.- Het advies van 17 november 2021 van de Dienst Contractmanagement is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig onder de voorwaarde dat lot 10 (0a36ca) zoals weergegeven op het verkavelingsplan  dd. 02/09/2021 ondertekend door ing. Peter Gijsen, gratis wordt overgedragen aan de gemeente Zonhoven om te voegen bij het openbaar domein. Hiernaast dient er een plan opgemaakt worden door een beëidigd landmeter-expert vooraleer dit overgedragen kan worden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

6.- Het advies van 22 november 2021 van de Dienst Mobiliteit is voorwaardelijk gunstig:

“De dienst mobiliteit geeft een gunstig advies voor het verkavelen in 8 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing onder volgende voorwaarden:

  • De loten 1 t.e.m. 6 worden voorzien van een carport in de zijtuinstrook van 3,00 meter. Het is dan ook aangewezen om de inritten van 3,00 meter te voorzien aan deze zijde van de loten.

De inritten van 3,00 meter voor de loten 1 t.e.m. 6 moeten worden voorzien in het verlengde van de zone voor zijtuinen.

  • De verplichte inpandige garage voor lot 7, alsook de inrit van 3,00 meter, dient te worden voorzien helemaal links van het lot. Zo wordt garantie gegeven over het behouden van de bomen aan de rechter perceelgrens.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

7.- Het advies van 1 december 2021 van de Dienst Facilitair management is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen mits er in de verkavelingsvoorschriften zeer duidelijk wordt aangegeven dat de bomenrij tussen lot 7 en loten 8 en 9 moet behouden blijven, zal hier duidelijk moeten aangegeven worden dat de bomen tijdens de bouwwerken maximaal beschermd moeten worden en zal er duidelijk moeten instaan dat deze bomen vakkundig dienen gesnoeid te worden. Dit laatste houdt in dat er nooit meer dan 1/3 van het kroonvolume mag verdwijnen, en dat snoeiwonden groter dan 10 cm in diameter niet toegelaten zijn.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat

de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond in 8 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing en het slopen van de bestaande constructies mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verkavelen van een grond in 8 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing en het slopen van de bestaande constructies, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius. 
  2. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door het agentschap Wegen en Verkeer.
  3. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Watergroep.
  4. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Dienst Mobiliteit.
    ° De loten 1 t.e.m. 6 worden voorzien van een carport in de zijtuinstrook van 3,00 meter. Het is dan ook aangewezen om de inritten van 3,00 meter te voorzien aan deze zijde van de loten. De inritten van 3,00 meter voor de loten 1 t.e.m. 6 moeten worden voorzien in het verlengde van de zone voor zijtuinen.
    ° De verplichte inpandige garage voor lot 7, alsook de inrit van 3,00 meter, dient te worden voorzien helemaal links van het lot. Zo wordt garantie gegeven over het behouden van de bomen aan de rechter perceelgrens.
  5. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Dienst Contractmanagement. 
    ° Lot 10 (0a36ca) zoals weergegeven op het verkavelingsplan dd. 02/09/2021 ondertekend door ing. Peter Gijsen, dient gratis te worden overgedragen aan de gemeente Zonhoven om te voegen bij het openbaar domein.
    ° Hiernaast dient er een plan opgemaakt te worden door een beëdigd landmeter-expert vooraleer dit overgedragen kan worden.
  6. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Dienst Facilitair management.
    De bomenrij tussen lot 7 en loten 8 en 9 moet behouden blijven. De bomen moeten tijdens de bouwwerken maximaal beschermd worden en vakkundig gesnoeid worden. Dit laatste houdt in dat er nooit meer dan 1/3 van het kroonvolume mag verdwijnen, en dat snoeiwonden groter dan 10 cm in diameter niet toegelaten zijn.
  7. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets
    1. De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    2. Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II. 
    3. Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  8. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  9. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager. 
  11. De stedenbouwkundige voorschriften, door de ontwerper gevoegd bij de aanvraag, zijn niet van toepassing. De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgemaakt door de gemeente, dienen te worden nageleefd.
  12. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het slopen van de aanwezige constructies op het perceel.  Er wordt géén machtiging verleend voor het kappen van de hoogstammige bomen.
  13. De aanwezige bomen in de voortuinstroken moeten maximaal behouden blijven. Indien er toch een boom zou moeten verdwijnen moet deze worden gecompenseerd op eigen terrein in de voortuinzone.
  14. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
    Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker.
    De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
  15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  16. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
  17. De akte van de gratis grondafstand aan de gemeente en de definitieve aanvaarding wegtracé dient beschreven te zijn alvorens een lot kan vervreemd worden of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
  18. Bij de effectieve gratis grondafstand van lot 10, dient een aangevuld opmetingsplan van de landmeter toegevoegd te worden waarop het af te staan perceelsdeel wordt weergegeven met al zijn afmetingen en zijn oppervlakte (met XY-coördinaten), alsook de benaming van dit lot.
  19. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  20. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  21. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een grond in 8 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing en het slopen van de bestaande constructies,  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.
  2. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door het agentschap Wegen en Verkeer.
  3. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Watergroep.
  4. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Dienst Mobiliteit.
    ° De loten 1 t.e.m. 6 worden voorzien van een carport in de zijtuinstrook van 3,00 meter. Het is dan ook aangewezen om de inritten van 3,00 meter te voorzien aan deze zijde van de loten. De inritten van 3,00 meter voor de loten 1 t.e.m. 6 moeten worden voorzien in het verlengde van de zone voor zijtuinen.
    ° De verplichte inpandige garage voor lot 7, alsook de inrit van 3,00 meter, dient te worden voorzien helemaal links van het lot. Zo wordt garantie gegeven over het behouden van de bomen aan de rechter perceelgrens.
  5. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Dienst Contractmanagement. 
    ° Lot 10 (0a36ca) zoals weergegeven op het verkavelingsplan dd. 02/09/2021 ondertekend door ing. Peter Gijsen, dient gratis te worden overgedragen aan de gemeente Zonhoven om te voegen bij het openbaar domein. 
    ° Hiernaast dient er een plan opgemaakt te worden door een beëdigd landmeter-expert vooraleer dit overgedragen kan worden.
  6. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Dienst Facilitair management.
    De bomenrij tussen lot 7 en loten 8 en 9 moet behouden blijven. De bomen moeten tijdens de bouwwerken maximaal beschermd worden en vakkundig gesnoeid worden. Dit laatste houdt in dat er nooit meer dan 1/3 van het kroonvolume mag verdwijnen, en dat snoeiwonden groter dan 10 cm in diameter niet toegelaten zijn.
  7. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets
    1. De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    2. Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
    3. Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  8. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  9. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
  11. De stedenbouwkundige voorschriften, door de ontwerper gevoegd bij de aanvraag, zijn niet van toepassing. De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgemaakt door de gemeente, dienen te worden nageleefd.
  12. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het slopen van de aanwezige constructies op het perceel.  Er wordt géén machtiging verleend voor het kappen van de hoogstammige bomen.
  13. De aanwezige bomen in de voortuinstroken moeten maximaal behouden blijven. Indien er toch een boom zou moeten verdwijnen moet deze worden gecompenseerd op eigen terrein in de voortuinzone.
  14. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
    Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker.
    De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
  15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  16. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
  17. De akte van de gratis grondafstand aan de gemeente en de definitieve aanvaarding wegtracé dient beschreven te zijn alvorens een lot kan vervreemd worden of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
  18. Bij de effectieve gratis grondafstand van lot 10, dient een aangevuld opmetingsplan van de landmeter toegevoegd te worden waarop het af te staan perceelsdeel wordt weergegeven met al zijn afmetingen en zijn oppervlakte (met XY-coördinaten), alsook de benaming van dit lot.
  19. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  20. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  21. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
9.

2022_CBS_00438 - OMV - Vergunning - Vlasbergweg 3 - 2022/00030 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00438 - OMV - Vergunning - Vlasbergweg 3 - 2022/00030 - Goedkeuring

2022_CBS_00438 - OMV - Vergunning - Vlasbergweg 3 - 2022/00030 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing.

De aanvraag werd op 07/02/2022 ontvangen en op 08/03/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft alle gebouwen en verhardingen op het perceel.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

 ( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Vlasbergweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen/ verband.

Op het perceel bevindt zich een woning met aanhorigheden.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het slopen van de bestaande eengezinswoning samen met de aanwezige bijgebouwen.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het slopen van de bestaande bebouwing is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving functioneel inpasbaar.

Mobiliteitsimpact

Niet van toepassing.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De bestaande woning met 1 bouwlaag en een hellend dak zal worden afgebroken. De woning werd ingeplant op 0,80m van de linker perceelgrens en op 3,35m van de rechter perceelgrens. Achteraan deze woning werden er ook nog 2 afdaken voorzien die ook verwijderd zullen worden. Rechts achteraan de woning werd een verbinding gemaakt met de garage/stal, die ook gesloopt wordt. De totale oppervlakte van deze te slopen constructies bedraagt ±130m². De situatie op het terrein zal verbeteren na het slopen van deze woning met de daarbij horende aanbouwen. Wanneer hier een nieuwe woning op geplaatst zal worden zal deze terug op voldoende afstand van de perceelgrenzen geplaatst kunnen worden. 

Aangezien de woning en al de daarbij horende bijgebouwen zullen gesloopt worden, dienen ook de verhardingen die bij deze woning en zijn bijgebouwen horen verwijderd te worden, ook die op het openbaar domein. Het komt er dus op neer dat het perceel terug in zijn oorspronkelijke toestand zal hersteld moeten worden. Dit zal worden opgenomen in de voorwaarden van deze vergunning. 

Indien het terrein enige tijd braak blijft liggen, kan dit terrein (tijdelijk) een meerwaarde bieden op vlak van biodiversiteit.   Een kort gemaaid gazon biedt op dat vlak geen meerwaarde.  Volgende aanbevelingen worden meegegeven: Er wordt aangeraden het terrein op een milieuvriendelijke manier te onderhouden. D.w.z. geen pesticiden gebruiken, het terrein bv. onderhouden via een extensief maaibeheer. Er kan overwogen worden (delen van) het terrein in te zaaien met een wild bloemenmengsel. Zo zal het terrein niet alleen groen en aantrekkelijk ogen, maar een (tijdelijke) meerwaarde betekenen op vlak van biodiversiteit. Dit wordt als bemerking meegegeven.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat al de verhardingen op het terrein en het voorliggend openbaar domein verwijderd worden.

Volgende bemerking wordt meegegeven:

Er wordt aangeraden het terrein op een milieuvriendelijke manier te onderhouden. D.w.z. geen pesticiden gebruiken, het terrein bv. onderhouden via een extensief maaibeheer. Er kan overwogen worden (delen van) het terrein in te zaaien met een wild bloemenmengsel.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De bestaande verhardingen op het terrein en op het voorliggend openbaar domein dienen verwijderd te worden.
    Riolering
  2. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
  3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    Andere voorwaarden:
  6. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Volgende bemerking wordt meegegeven:

Er wordt aangeraden het terrein op een milieuvriendelijke manier te onderhouden. D.w.z. geen pesticiden gebruiken, het terrein bv. onderhouden via een extensief maaibeheer. Er kan overwogen worden (delen van) het terrein in te zaaien met een wild bloemenmengsel.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De bestaande verhardingen op het terrein en op het voorliggend openbaar domein dienen verwijderd te worden.
    Riolering
  2. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
  3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    Andere voorwaarden:
  6. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Volgende bemerking wordt meegegeven:

Er wordt aangeraden het terrein op een milieuvriendelijke manier te onderhouden. D.w.z. geen pesticiden gebruiken, het terrein bv. onderhouden via een extensief maaibeheer. Er kan overwogen worden (delen van) het terrein in te zaaien met een wild bloemenmengsel.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

10.

2022_CBS_00439 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 145 - 2022/00028 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2022_CBS_00439 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 145 - 2022/00028 - Goedkeuring

2022_CBS_00439 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 145 - 2022/00028 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een eengezinswoning, de regularisatie van verhardingen en het bouwen van een bijgebouw.

De aanvraag werd op 06/02/2022 ontvangen en op 07/03/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1986/00029: bouwvergunning op 21/04/1986 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 2005/10070: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag op 09/01/2006 voor het regulariseren van de inplanting van een vergunde woning, twee bijgebouwen, een serre en een zwembad op nr. 145 en regularisatie van een woning en een garage op nr. 147;
  • 2006/10350: stedenbouwkundige vergunning op 04/09/2006 voor het regulariseren van de inplanting van een vergunde woning nr. 145, een tuinberging en een serre en het afbreken van een zwembad en de berging zwembad. Het regulariseren van een woning en garage op nr. 147;
  • 2020/00008/SPLITSING: art. 5.2.2. - weigeringsbeslissing op 02/06/2020 voor het afsplitsen van het lot 1 van het perceel 2 C 1056P (Grote Hemmenweg 147) om te voegen bij het perceel 2 C 1057E (Grote Hemmenweg 145);
  • 2021/00278: omgevingsaanvraag op 22/09/2021 voor het verbouwen van de garages tot loungeruimte, het bouwen van een bijgebouw en de aanleg van 3 parkeerplaatsen – onvolledig verklaard op 16/11/2021 wegens ontbreken van de aanvulling;
  • 2021/00328: omgevingsaanvraag op 17/11/2021 voor het verbouwen van de garages tot loungeruimte, het bouwen van een bijgebouw en de regularisatie en aanpassing van verhardingen - onvolledig verklaard op 14/01/2022 wegens ontbreken van de aanvulling;

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt dat voor het perceel van de aanvraag een PV is opgesteld

  • BI/2008/00003: proces-verbaal op 04/09/2006 voor het niet uitvoeren van voorwaarden, opgenomen in de stedenbouwkundige vergunning van 04/09/2006 (200610350):

De tuinberging en garage werden tot op heden niet afgewerkt met crepibezetting.

De serre-zwembad en berging van het zwembad werden verwijderd.

De gevels van woning 147 zijn volledig uitgevoerd in gevelsteen (geen betonblokken)

Voor zover gekend werd inmiddels voldaan aan de voorwaarden.

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de verhardingen op het terrein die niet als strikt noodzakelijk beschouwd kunnen worden.

Deze wederrechtelijk aangelegde niet overdekte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als gedeeltelijk te regulariseren en gedeeltelijk te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht 

Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van een vrijstaand bijgebouw in de achtertuin zonder voorwerp. 

Het bijgebouw wordt opgericht binnen een straal van 30m van de woning, de minimale afstand tot de perceelgrenzen bedraagt 3m, de oppervlakte is beperkt tot 30m², de bouwhoogte is beperkt tot 2,70m tov het maaiveld.

Volgens art. 2.1.8° van dit besluit geldt ook de vrijstellingsplicht voor niet-overdekte constructies van minder dan 80 m² voor zover zij aangebracht worden op minstens 1 m van de perceelscheiding. Het terras van 30m² links achter de woning en de paden achter en links van de woning (18m²) zijn dus niet vergunningsplichtig.

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de zijtuinstrook links en achtertuin. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte en de verhardingen uitgevoerd zijn in waterdoorlatende materialen of afwateren in de aangrenzende groenzones op eigen terrein.

De plannen geven evenwel aan dat voor de woning (rechts achteraan) een nieuwe hemelwaterput met hergebruik voorzien wordt met een inhoud van 7500 liter en de overloop aansluit op een nieuwe infiltratieput van 4400 liter. Dit is zeer positief te noemen.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”. Een individuele voorbehandeling van afvalwater blijft noodzakelijk tot de aanleg van een gescheiden rioleringssysteem. Volgens de gekende gegevens is een niet gescheiden rioleringssysteem in de vorm van grachtenstelsel aanwezig. Voor de meest recente informatie en planning van werken, wordt verwezen naar rioleringsbeheerder Fluvius.

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CEmarkering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENORmerk. 

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. 

Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep kleiner is dan 1 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: op de plannen worden geen rookmelders voorzien.

Er wordt dan ook als voorwaarde opgelegd dat moet voldaan worden aan de bepalingen van het decreet rookmelders. Op elke bouwlaag dient minstens 1 correct geïnstalleerde rookmelder geplaatst te worden.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak/ verwijdering van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen van een eengezinswoning, de regularisatie van verhardingen en het bouwen van een bijgebouw.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Grote Hemmenweg, een gemeenteweg ten noordoosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing langsheen de straat in open verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.

Aan de noordzijde grenst het perceel van de aanvraag aan bedrijventerrein De Waerde, meer oostelijk is natuurgebied De Teut gelegen en achter het woonlint aan de overzijde van de straat is een groen ingevuld agrarisch gebied gelegen.

Op het links aanpalende perceel bevindt zich een vrijstaande woning met 2 bouwlagen en hellend dak, ingeplant op ca. 20m afstand tot de voorste perceelgrens. Op het rechts aanpalende terrein bevindt zich een oudere woning met 1 bouwlaag en hellend dak, ingeplant op ca. 5m afstand tot de voorste perceelgrens.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag werd in de periode   1986 - 1992 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en hellend dak. De inplanting van de woning werd in 2006 geregulariseerd ; de voorgevel bevindt zich op zo’n 26m afstand tot de voorste perceelgrens.

Aan de linkerzijde van de woning is een dubbele garage (1 bouwlaag, hellend dak) aanwezig die men thans wenst in  te richten als loungeruimte/ leefruimte.

De verhardingen op het terrein, met name in de voortuinstrook, zijn ruimer uitgevoerd dan vergund. Deze wenst men te regulariseren en in de achtertuin worden enkele looppaden verwijderd. 

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

De aanvraag omvat tevens de oprichting van een bijgebouw rechts achteraan de woning. Zoals reeds eerder aangehaald is dit bijgebouw (30m²) vrijgesteld van vergunning, evenals het terras en de paden in de zij- en achtertuin (49m²).

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Door de omvorming van de garage tot leefruimte verdwijnen 2 interne autostaanplaatsen. De verharding die aanwezig is in de voortuinstrook, met name de oprit naar de garage met draaicirkel, zal gebruikt worden voor het parkeren. Er worden 2 autostaanplaatsen weergegeven op het inplantingsplan op deze rotonde. Beide plaatsen kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren, de resterende verharding van de rotonde kan gebruikt worden om te keren zodat veiliger uitgereden kan worden.

Indien nodig kunnen tot 7 wagens parkeren op de oprit, rotonde en verharding voor de loungeruimte (voormalige garages). Dit is ruim voldoende voor 1 woongelegenheid.

De inrit heeft ter hoogte van de aansluiting met het openbaar domein/ de tuinmuur een breedte van 3,80m. In de berm, op het openbaar domein, bedraagt de breedte van de inrit echter min. 6m. Dit is niet aanvaardbaar, de breedte dient hier teruggebracht te worden tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer.

De afsluiting van het terrein betreft reeds een tuinmuur en haag hoger dan 1m, slechts door de breedte van de berm kan dit behouden blijven. De berm zelf dient dan ook vrijgehouden van zichtbeperkende elementen

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De verbouwingswerken aan de woning hebben een zeer beperkte visuele impact. De 2 garagepoorten in de voorgevel worden vervangen door 2 grote ramen zonder wijziging van de gevelopening, 2 kleinere raamopeningen in de linker zijgevel worden gedicht en in de achtergevel wordt een groot schuifraam geplaatst in plaats van 1 deuropening. Intern worden 2 nieuwe deuren geplaats en een nieuw plafond, behoudens de functiewijziging van garage naar loungeruimte/ leefruimte, zijn geen andere werken gepland in de woning.

De linkerzijgevel zal met sierpleister afgewerkt worden waar de raamopeningen worden gedicht waardoor een uniforme gevel bekomen wordt.

De verbouwing van de garage tot loungeruimte/ leefruimte is aanvaardbaar.

De aanwezige verhardingen op het terrein wenst men te regulariseren en een gedeelte wordt verwijderd.

Aan de achterzijde en linkerzijde van de woning is 49m² tegelverharding aanwezig voor looppaden en een terras aan de achterzijde. Aangezien men onder de 80m² verharding blijft in zij- en achtertuin, is de tegelverharding vrijgesteld van vergunning. De bestaande looppaden aan de rechterzijde  en achterzijde van de woning (50m²) worden immers verwijderd.

In de voortuin is vrij veel verharding aanwezig die men wenst te behouden. Door de oriëntatie van de voortuin, zuidgericht, wenst men de voormalige verharding van de garagetoegang (42m²) als terras te gebruiken. De oprit, aangelegd met een rotonde, heeft een breedte van 3,80m en een totale oppervlakte van zo’n 132m². Ter compensatie van de 2 gesupprimeerde garages, zal een gedeelte van de rotonde als parkeerruimte gebruikt worden en het overige gedeelte kan als draaicirkel aangewend worden. De ruime oppervlakte van de aanwezige oprit heeft ook te maken met de diepe inplanting van het gebouw op het terrein. 

Aan de voorzijde van het overdekt terras aan de woning, werd een open terras aangelegd van 16m² en vanaf de diverse verhardingen werd ook een verbinding gerealiseerd naar de inkom van de woning, aangelegd met een kleinere rotonde. (ca. 20m²). De totale oppervlakte aan verharding in de voortuinstrook bedraagt 197,1m², aangelegd in kasseien met open voeg. 

Door de diepe inplanting van het gebouw is er evenwel ook een ruime voortuin aanwezig van 770m², waardoor er nog 573m² groenzone aanwezig is. Er wordt toch een degelijk evenwicht bereikt tussen de verharde ruimte (ca. 25%) en de groene ruimte (bijna 75%).

De regularisatie van de verhardingen in de voortuinstrook is aanvaardbaar.

Voor de inrit in kasseien die op het openbaar domein aangelegd werd, dienen echter beperkingen opgelegd te worden zoals hoger aangehaald (zie “Mobiliteitsimpact”).

Bodemreliëf

De aanvraag omvat geen wijzigingen van het terreinniveau, het bestaande terreinniveau dient behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij graafwerken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • de verharding van de inrit, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht wordt tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits aanpassing van de verharding in de berm tot maximaal 4m breed.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de linker zijtuinstrook en achtertuin, omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning en de regularisatie van verhardingen mits:

  • voldaan wordt aan het decreet optische rookmelders;
  • de verharding van de inrit, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht wordt tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de zijtuinstrook links en achtertuin, omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een eengezinswoning en de regularisatie van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht te worden tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone;
  3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. De afbraak van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  8. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  9. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 20/04/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een eengezinswoning en de regularisatie van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een vrijstaande tuinberging in de achtertuin en de aanleg van de paden en het terras in de zijtuinstrook links en achtertuin, omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit.

Als bemerking wordt evenwel meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, teruggebracht te worden tot maximaal 4m (3m inrit en 1m toegangspad). De conflictzone met het voorliggende fietspad dient zo klein mogelijk gehouden te worden en parkeerplaatsen in de berm worden niet toegestaan omwille van de negatieve impact op de zichtbaarheid op het verkeer. De vrijgekomen ruimte dient aangelegd als groenzone;
  3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. De afbraak van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  8. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  9. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropische houtsoorten worden best vermeden gezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

 

11.

2022_CBS_00440 - OMV - Hoorzitting beroep - Bremstraat 15 - 7204.V.MI_06_01 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00440 - OMV - Hoorzitting beroep - Bremstraat 15 - 7204.V.MI_06_01 - Kennisneming

2022_CBS_00440 - OMV - Hoorzitting beroep - Bremstraat 15 - 7204.V.MI_06_01 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Aanvraag van Dirk Landuyt wonende te Fazantenlaan 50 te 2290 Vorselaar  (7204.V.MI/06\01), voor het bijstellen van de omgevingsvergunning voor het verkavelen naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, na het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk, gelegen op een kadastraal perceel gekend als 3de afdeling, sectie F, nr. 594G8 en 594M20, Bremstraat 15.

De hoorzitting inzake het beroep van de heer Yvo Brouwers en mevrouw Christine Mangelschots, ingesteld tegen de beslissing d.d. 21 december 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een voorwaardelijke omgevingsvergunning werd verleend voor het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk aan de straatzijde en het bijstellen van de verkaveling 7204.V.MI/06 naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, te Zonhoven ter plaatse Bremstraat 15, zal plaatsvinden op dinsdag 17 mei 2022 om 10.00 uur.

Deze hoorzitting zal plaatshebben in de Europazaal van het Bestuursgebouw van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1 te Hasselt.

Onderstaande richtlijnen dienen aangehouden te worden bij het bezoek aan het provinciehuis:
- Er worden slechts 2 personen toegelaten voor iedere betrokken partij. Dit betekent dat enkel uzelf met uw vertegenwoordiger aanwezig kan zijn op de hoorzitting.
- Indien personen ziektesymptomen vertonen of personen in hun gezin ziek zijn of symptomen vertonen, wordt met aandrang gevraagd NIET naar de hoorzitting te komen en een vertegenwoordiger af te vaardigen.
- Om de samenkomst van het aantal wachtende personen te beperken vragen we om enkel naar het provinciehuis te komen op het gevraagde uur.
- De aanwijzingen op de voorziene stickers/bordjes zijn strikt op te volgen.
- De spreektijd zal beperkt worden tot ca.10 minuten per partij. Dit om de strikte timing van de hoorzittingen te kunnen garanderen.
- De Europazaal is uitgerust met een grote tafel van ca. 4m bij 4m waarbij de aanwezige personen kunnen vergaderen met inachtneming van een fysieke afstand van 1,5m.

Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht dat u kan terugvinden onder ‘alle gebeurtenissen’ of via een bericht voor het beroepschrift dat u kan terugvinden onder de procedurestap ‘fase beroepsperiode’ > ‘beroepschrift’ > ‘acties en overzicht’. Zodra het verslag wordt opgeladen op het Omgevingsloket zal u hiervan een melding ontvangen per e-mail.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist niet aanwezig te zijn op de hoorzitting van 17 mei 2022.

12.

2022_CBS_00441 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00100MM - Beemdstraat 13 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00441 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00100MM - Beemdstraat 13 - Kennisneming

2022_CBS_00441 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00100MM - Beemdstraat 13 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een zwembad te Beemdstraat 13, sectie F, nr. 596X.
Voor de realisatie van een zwembad moet een grondwatertafelverlaging bekomen worden van 1,80 meter, gedurende 8 dagen waarbij gemiddeld 7 m³/uur wordt opgepompt. Dit komt neer op een totaaldebiet van 1344 m³.
Omgevingsvergunning voor de bouw van het zwembad werd bekomen op 20/04/2021.
De lozing gebeurt in de open gracht voor de woning. Er is geen alternatief. 

Gunstig voor een bronbemaling te Beemdstraat 13, voor de bouw van een zwembad, voor een totaaldebiet van 1344 m³, mits volgende voorwaarden:

  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.  
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). Indien blijkt dat de bemaling voor schade zorgt aan de openbare riolering, in beheer van Fluvius, dient de aanvrager in te staan voor de kosten van de reiniging/herstel.

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 21/04/2022 akte genomen van de melding ingediend door Van Craeyevelt Arne, Leuvensesteenweg 580 bus 8 te 1030 Schaarbeek, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de plaatsing van het zwembad voor een totaaldebiet van 1344 m³, gelegen aan Beemdstraat 13 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afd, sectie F, nr. 596X met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.  
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). Indien blijkt dat de bemaling voor schade zorgt aan de openbare riolering, in beheer van Fluvius, dient de aanvrager in te staan voor de kosten van de reiniging/herstel.

 Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

13.

2022_CBS_00442 - Aktename melding voor het inrichten van een tijdelijke werf en het uitvoeren van een bemaling - 2022/00091MM - Engstegenseweg 3, Klodsbergweg 10 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00442 - Aktename melding voor het inrichten van een tijdelijke werf en het uitvoeren van een bemaling - 2022/00091MM - Engstegenseweg 3, Klodsbergweg 10 - Kennisneming

2022_CBS_00442 - Aktename melding voor het inrichten van een tijdelijke werf en het uitvoeren van een bemaling - 2022/00091MM - Engstegenseweg 3, Klodsbergweg 10 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

De aanvraag betreft een werfinrichting en bemaling in het kader van bouwwerkzaamheden en betreft een nieuwe, doch tijdelijke inrichting.

Het project is gelegen te Engstegenseweg 3 / Klodsbergweg 10, kadastraal gekend als 1ste afd, sectie B, nr. 591F.  

Huidige aanvraag betreft een melding voor de werfinrichting om dit project te kunnen bouwen. 

De melding werd op 1 april 2022 ontvangen. 

Met volgende aangevraagde rubrieken: 

15.1.1° - het stallen van 25 voertuigen

16.3.2°a) – airco’s in werfketen met een totaal geïnstalleerd vermogen van 72,6 kW

17.1.2.1.1 - Opslag van volle en lege flessen zuurstof, acetyleen, propaan, ... – totaal 900 liter

17.3.2.1.2.1° - Opslag van lakken en verven – 8 ton

17.3.2.2.1° - Opslag van zeer licht ontvlambare vloeistoffen (vb benzine, ...) – totaal 1.500 kg

17.3.4.1°a) – Opslag cement – totaal 1.500 kg 

17.3.6.1°b) – Opslag cement – totaal 1.500 kg

17.4 - Opslag van gevaarlijke vloei- en vaste stoffen – totaal 2.500 kg

53.2.2°a) - bronbemaling gedurende 7 maanden met een debiet van 25.000 m³/jaar

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan Hasselt-Genk - gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut / woongebied

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening regionaalstedelijk gebied Hasselt-Genk.

Een omgevingsvergunning voor de bouw van een woonzorgcentrum werd op 10/11/2020 bekomen door het college van burgemeester en schepenen.  

LIGGING TEN OPZICHTE VAN DE BUURT

De inrichting is volgens het gewestplan hoofdzakelijk gelegen in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut. 

In een straal van 100 meter zijn ca. 20 woningen gelegen.  

Op ca. 10 meter van de perceelsgrenzen en van het projectgebied staat een woning. 

Dit maakt dat de inrichting voor wel hinder kan zorgen voor de buurt. 

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf t.g.v. het af- en aanrijden van de vrachtwagens. 

Het bedrijf neemt reeds volgende maatregelen: de werken zullen binnen de normale dagperiode plaatsvinden. 

STOFHINDER :

Tijdens de droge periodes wordt er extra aandacht besteed aan de voorkoming van stofvorming. Wanneer er overmatige stofvorming is, zal men het terrein laten besproeien om stofvorming tegen te gaan. Wanneer het transport van en naar de werf voor moddervorming zorgt, wordt een borstelwagen ingezet. 

Voor stof tegen te gaan zullen er ook doeken aan de werfhekken gebonden worden,

De werken inzake zagen, slijpen, boren in poreuze materialen worden tot een minimum beperkt. Indien men dit toch moet toepassen zal men steeds werken met machines met stofafzuiging of waterbeneveling voorzien.

LICHTBEHEERSING

Er zal enkel gebruik gemaakt worden van werfverlichting indien er gewerkt wordt tijdens donkere periodes. Deze verlichting zal steeds gericht zijn op de werf en worden uitgeschakeld vanaf 20u. 

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  

GRONDWATERWINNINGEN

Een grondwatertafelverlaging is noodzakelijk, voor 2,7 m effectieve verlaging. 

Een bemalingsnota werd opgesteld doch werd het totaaldebiet niet opgenomen in de bemalingsnota. Volgens de gegevens van de bemalingsnota komt het totaaldebiet hoger uit dan 25.000 m³. Nochtans vraagt de aanvrager slechts een debiet van 25.000 m³. Dit zal dan ook zo vergund worden. Indien blijkt dat meer dan 25.000 m³ zal opgepompt worden, moet een nieuwe aanvraag ingediend worden. 

De aanvraag houdt een bronbemaling in met een debiet van max. 2  m³/uur. Het opgepompte water wordt geloosd in de openbare riolering ter hoogte van de Klodsbergweg. Wanneer dit geloosd wordt in de openbare riolering met een debiet van meer dan 10 m³/uur, is een toelating van Aquafin noodzakelijk.  

Volgende voorwaarde wordt opgelegd: zie voorwaarden 

BODEM

De opslag van gevaarlijke producten zal steeds geschieden boven lekbakken. Binnen de inrichting zal voorzien zijn in adsorptiematerialen om in geval van calamiteit adequaat te kunnen ingrijpen.

AFVALSTOFFEN

De afvalstoffen zullen gescheiden worden ingezameld binnen hiertoe voorziene opslagmedia. 

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

In het meldingsdossier werd verkeerdelijk rubriek 17.3.4.1°a) opgenomen i.p.v. 17.3.4.1°b). Dit wordt ambtshalve aangepast.

Gunstig voor het inrichten van een tijdelijke werf en het uitvoeren van een bemaling waarvoor volgende ingedeelde activiteiten van toepassing zijn

15.1.1° - het stallen van 25 voertuigen

16.3.2°a) – airco’s in werfketen met een totaal geïnstalleerd vermogen van 72,6 kW

17.1.2.1.1 - Opslag van volle en lege flessen zuurstof, acetyleen, propaan, ... – totaal 900 liter

17.3.2.1.2.1° - Opslag van lakken en verven – 8 ton

17.3.2.2.1° - Opslag van zeer licht ontvlambare vloeistoffen (vb benzine, ...) – totaal 1.500 kg

17.3.4.1°b) – Opslag cement – totaal 1.500 kg 

17.3.6.1°b) – Opslag cement – totaal 1.500 kg

17.4 - Opslag van gevaarlijke vloei- en vaste stoffen – totaal 2.500 kg

53.2.2°a) - bronbemaling gedurende 7 maanden met een debiet van maximaal 25.000 m³/jaar

mits volgende voorwaarden:

  • Te voldoen aan de algemene en sectorale voorwaarden opgenomen in Vlarem II
  • Het totaaldebiet mag de 25.000 m³ grondwater NIET overschrijden! Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
    De start- en einddatum van de bemaling wordt overgemaakt aan leefmilieu@zonhoven.be.
    Een wekelijks registratie van de tellerstanden gebeurt in een logboek. Dit logboek is beschikbaar op eenvoudige vraag.
  •  De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.  
  • Het bemalingswater dient geloosd te worden in de RWA-streng van de openbare riolering ter hoogte van de Klodsbergweg of Engstegenseweg. Er wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be)
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 21/04/2022 akte genomen van de melding ingediend door Willemen Construct NV, Boerenkrijgstraat 133 te 2800 Mechelen, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het inrichten van een tijdelijke werf en het uitvoeren van een bemaling, gelegen aan Engstegenseweg 3/Klodsbergweg 10 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 1ste afd, sectie B, nummer 591F met rubrieken: 

15.1.1° - het stallen van 25 voertuigen

16.3.2°a) – airco’s in werfketen met een totaal geïnstalleerd vermogen van 72,6 kW

17.1.2.1.1 - Opslag van volle en lege flessen zuurstof, acetyleen, propaan, ... – totaal 900 liter

17.3.2.1.2.1° - Opslag van lakken en verven – 8 ton

17.3.2.2.1° - Opslag van zeer licht ontvlambare vloeistoffen (vb benzine, ...) – totaal 1.500 kg

17.3.4.1°b) – Opslag cement – totaal 1.500 kg 

17.3.6.1°b) – Opslag cement – totaal 1.500 kg

17.4 - Opslag van gevaarlijke vloei- en vaste stoffen – totaal 2.500 kg

53.2.2°a) - bronbemaling gedurende 7 maanden met een debiet van maximaal 25.000 m³/jaar

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Te voldoen aan de algemene en sectorale voorwaarden opgenomen in Vlarem II
  • Het totaaldebiet mag de 25.000 m³ grondwater NIET overschrijden!
    Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
    De start- en einddatum van de bemaling wordt overgemaakt aan leefmilieu@zonhoven.be.
    Een wekelijks registratie van de tellerstanden gebeurt in een logboek. Dit logboek is beschikbaar op eenvoudige vraag.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  • Het bemalingswater dient geloosd te worden in de RWA-streng van de openbare riolering ter hoogte van de Klodsbergweg of Engstegenseweg. Er wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be)
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).

 Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

14.

2022_CBS_00446 - Omgevingsaanvraag Limelco - verslag infomarkt - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2022_CBS_00446 - Omgevingsaanvraag Limelco - verslag infomarkt - Kennisneming

2022_CBS_00446 - Omgevingsaanvraag Limelco - verslag infomarkt - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de infomarkt nav de omgevingsaanvraag van Limelco. De infomarkt heeft plaatsgevonden op vrijdag 1 april 2022 in evenementenhal Den Dijk. 

Zie bijlage. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de infomarkt nav de omgevingsaanvraag van Limelco.

15.

2022_CBS_00447 - OMV - Voorwaardelijk gunstig advies - Genkerbaan 75 - 2022/00062 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00447 - OMV - Voorwaardelijk gunstig advies - Genkerbaan 75 - 2022/00062 - Goedkeuring

2022_CBS_00447 - OMV - Voorwaardelijk gunstig advies - Genkerbaan 75 - 2022/00062 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de hernieuwing van de vergunning en de verandering door uitbreiding en wijziging van een zuivelverwerkend bedrijf (inrichtingsnummer 20141122-0009)

Op 03/04/2022 werd door de provincie Limburg advies gevraagd. 

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 13/03/2022  tot en met 11/04/2022 gesloten met 4 bezwaarschriften.

GEGEVENS VAN HET BEDRIJF 

De activiteiten van het bedrijf zijn de volgende: zuivelverwerkend bedrijf

  • Huidige aanvraag behelst een hernieuwing en de verandering door wijziging en uitbreiding zijnde Uitbreiding van de verwerkingscapaciteit van 1.440 ton melk per dag en max. 288.000 ton melk per jaar naar 2.000 ton melk per dag en max. 380.000 ton melk per jaar. 
  • Productieuitbreiding tot 137.000 ton per jaar door enerzijds optimalisatie en betere benutting van de bestaande installaties. Anderzijds de plaatsing van een nieuwe boterlijn. 
  • Toename van het lozingsdebiet gezien de stijgende productie;
  • Verandering van de opslag van salpeterzuur naar de opslagtank voor natriumhydroxide.
    Salpeterzuur zal opgeslaan worden in een nieuwe dubbelwandige HDPE tank.
  • Opname van 2 extra transformatoren van 2.000 kVA;
  • Uitbreiding met 2 gasheftrucks;
  • Stijging van opslag van kunststoffen en karton van 200 ton naar 350 ton;
  • Opslag van afgekeurde producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen in afwachting van ophaling en verwerking;
  • administratieve wijzigingen;
  • bijstelling van bijzondere voorwaarden. 

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 16 april 1953 (1953/00103) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het verbouwen en uitbreiden;
  • Op 9 maart 1960 (1960/00024) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bijbouwen lokalen poedertoren en overdekking doorrij;
  • Op 29 januari 1963 (1963/00022) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor de flessenafdeling;
  • Op 29 januari 1963 (1963/00023) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van tanklokalen met aanhorigheden;
  • Op 21 oktober 1968 (1968/00127) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van burelen;
  • Op 19 mei 1970 (1970/00072) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het uitbreiden van de flessenafdeling;
  • Op 30 december 1970 (1971/00131) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een wachthuisje;
  • Op 15 januari 1975 (1975/00007) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bijbouwen van een silolokaal;
  • Op 23 april 1975 (1975/00051) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een loods;
  • Op 10 december 1975 (1975/00170) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een waterzuiveringsstation;
  • Op 9 augustus 1979 (1979/00095) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een overdekte loskade;
  • Op 13 augustus 1980 (1980/00101) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een poedertoren;
  • Op 9 juni 1987 (1987/00062) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een tankenlokaal;
  • Op 16 september 1991 (1991/00119) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac, voor het bouwen van een bureelgebouw;
  • Op 11 december 1995 (1995/07331) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac Industries CV, voor het bouwen van een nabezinktank;
  • Op 9 juli 1996 (1996/07477) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac Industries, voor afbraak en nieuwbouw kantoor en aanbrengen gevelbekleding;
  • Op 23 september 1996 (1996/07505) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een weigering van stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Lilac Industries, voor afbraak en nieuwbouw kantoor, bekleding gevel en aanleg achteruitbouwstrook;
  • Op 7 juli 1997 (1997/07594) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Mobistar, voor het oprichten van een basisstation GSM zendcel;
  • Op 4 augustus 1997 (1997/07632) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het plaatsen van een reclamepaneel met brievenbus;
  • Op 19 juni 2000 (2000/08384) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan KPN Orange Belgium, voor het plaatsen van antennes en technische infrastructuur;
  • Op 2 april 2002 (2002/08899) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het bouwen van een biofilter;
  • Op 2 september 2002(2001/08794) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor regularisatie omkleding bestaande melktanken, kaasweitank, vergunde koelruimte (inplanting);
  • Op 4 februari 2003 (2002/09115) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Base N.V., voor het plaatsen van antennes en technische infrastructuur;
  • Op 7 juli 2003 (2003/09323) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het bouwen van een los- en laadkade in de voorgevel, luifel weegbrug en poort en hekwerk, regularisatie van een melktank 5000 liter, stikstoftank 7000 liter, zuurtank 10000 liter, loogtank 10000 liter, fietsenberging en tankplaats zware olie;
  • Op 2 september 2004 (2004/09688) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan N.V. Mobistar, voor het bouwen van een GSM-zendstation;
  • Op 5 februari 2007 (2006/10458) werd er voor het perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft, een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het uitbreiden van het kantoorgebouw, bouw van een nieuwe gascabine, uitbreiding van het weeglokaal, regularisatie van een rokersruimte, bouw van een muur rond bestaande gastank, bouw van een nieuwe stookhal/ketelhuis, afbraak bestaande olietank, afbraak bestaand pomphuis, bouw van een nieuwe berging voor oliën en bouw van een buffertank;
  • Op 8 januari 2008 (2007/10825) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor het bouwen van een droogtoren (in bestaande hal), trappenhuis en uitbreiding parking;
  • Op 23 juli 2013 (2013/00101) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., tot het uitbreiden van de poedertoren met een oppervlakte van 61,65m², het plaatsen van 2 tanks van 20 meter hoogte, het verplaatsen van een bovengrondse regenwaterbuffer van 5,5m², het aanpassen van de gevels en het aanbrengen van het bedrijfslogo.
  • Op 27 juni 2017 (2017/00034) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Limelco N.V., voor  het bouwen van een nieuwe productie-eenheid voor de productie van melkpoeder en de aanleg van waterbuffers (bufferzone noord en bufferzone zuid) en groenbuffers.
  • Op 8 februari 2018 (OMV/2017/00317) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke omgevingsvergunning afgeleverd aan Limelco N.V. door de Deputatie, voor het bouwen van een gebouw voor tussentijdse melkopslag tussen 3 bestaande bedrijfsgebouwen.
  • Op 16 juli 2020 (OMV/2019/00298) werd er voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft, een voorwaardelijke omgevingsvergunning afgeleverd aan Limelco N.V. door de Deputatie, voor de uitbreiding aan een industriële site met een verbindingssas en een opslagplaats voor wei, een bijproduct van een kaasproduct.
  • 28/01/2021 (OMV_2022114635): vergunning voor bouw van een nieuwe waterzuivering met grondopslag, aanleg en uitbreiding parking, aanleg infiltratiebekken en afbraak bestaande waterzuivering. 

Milieu

Overzicht afgeleverde vergunningen:

 023.03.00/334 

Basisvergunning (*) 

Overname milieuvergunningen CV Lilac Industries 

Provincie Limburg 

15/05/2002 

15/05/2022 

AMV/099849/1001 

Basisproefvergunning 

Vlaams ministerie 

10/12/2002 

31/12/2003 

AMV/99849/1004 

Definitieve basisvergunning 

Vlaams ministerie 

19/12/2003 

15/05/2022, behalve voor de grondwaterwinning waarvoor de vergunning verleend wordt voor een termijn verstrijkend op 20/08/2010 

AMV/99849/1000 

Toelating tot afwijking van artikel 5.17.3.16, §2.2° en 3°.a) en b) van titel II van Vlarem 

Vlaams ministerie 

15/05/2022 

023.03.10/V2005N014180 

Uitbreiding van onder meer: 

- verwerkingscapaciteit tot 250.000 ton melk/jaar 

- lozingsdebiet gezuiverd afvalwater 

- grondwaterwinning 

Provincie Limburg 

09/06/2005 

15/05/2022, behalve voor de grondwaterwinning waarvoor de vergunning verleend wordt voor een termijn verstrijkend op 20/08/2010 

023.03.10/V2005N031294 

Mededeling BKG-rubriek 43.4 

Provincie Limburg 

27/10/2005 

15/05/2022 

023.03.10/V2007N032943 

Uitbreiden van onder meer: 

- koelinstallaties totaal vermogen 1.165 kW 

- totale opslag oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen 114.654 kg 

- verwerken van 1.440 ton melk/dag en max 288.000 ton/jaar 

Provincie Limburg 

31/05/2007 

15/05/2022, met uitzondering van de grondwaterwinning waarvoor de termijn eindigt op 20/08/2010 

023.03.10/V2009N07852 

- hernieuwing grondwaterwinning - uitbreiding koelinstallaties totaal 1.282 kW 

Provincie Limburg 

14/01/2010 

15/05/2022 

124.04.00/V2012N060678 

Verschillende kleine veranderingen 

Provincie Limburg 

17/01/2013 

15/05/2022 

124.04.20/V2017N019584 

Uitbreiden van onder meer: - lozing bedrijfsafvalwater 80m³/u; 1.900 m³/dag; 524.000 m³/jaar 

- CLP omzetting 

Provincie Limburg 

15/06/2017 

15/05/2022 









 

De percelen zijn opgenomen in het Grondeninformatieregister: 610v; 23v; 830g.

Het perceel waar de grondwerken op uitgevoerd worden werd niet opgenomen in het GIR. 

Het bedrijf heeft volgende processen-verbaal gekregen:

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 13/03/2022 tot en met 11/04/2022. Er werden 4 bezwaren ingediend.

Weergave samenvatting van de bezwaarschriften: 

Bezwaar 1 – 

Het eerste bezwaar handelt over:

  • Geluidshinder: systematische overschrijding geluidsnormen; geen structurele oplossing met vage timing met verstoring van de nachtrust en overlast tot gevolg.  Geen gehoor bij aanspreekpunt bij Limelco noch bij het bestuur.
    Vraag tot strikte timing van de milderende maatregelen met opvolging (gekoppeld aan sancties). 
  • Grondwater: Door toenemende klimaatproblematiek is het gebruik van grondwater toekomstig niet haalbaar. Het bedrijf moet inzetten op reductie van grondwaterverbruik.
    Toename lozingsdebiet Roosterbeek legt druk op de beek en dorpskern.
  • Uitstoot stikstof, schadelijke gassen zoals CO en fijn stof in de onmiddellijke omgeving van een woonwijk, scholen en natuurgebied.
  • Impact toename vrachtverkeer met als gevolg verhoogd risico ongevallen; 

Beoordeling GOA

Het bezwaarschrift wordt deels gegrond en deels weerhouden bevonden voor wat betreft de geluidshinder. Het bedrijf slaagt er niet in om structurele maatregelen door te voeren waardoor de hinder tot een leefbaar niveau herleid wordt. zie verderop in advies.  

Bezwaar 2 – 

  • Hemelwaterhuishouding: beschrijving in het MER komt niet overeen met de werkelijke situatie met lozingen in de beek tot gevolg.
    Vraag tot opnemen in de vergunningsvoorwaarden dat de hemelwaterhuishouding moet uitgevoerd worden zoals omschreven in het MER.
  • Waterbalans: opnemen van een realistische en verregaande verminderding van het grondwaterdebiet. 
  • Mobiliteit/goederentransport: In het MER wordt de impact in de geplande situatie als beperkt negatief beschouwd hoewel er een stijging zal zijn van het aantal vervoersbewegingen. Het bedrijf ziet hiertoe geen maatregelen.
    Berekeningsfouten in de MER studie ivm toekomstig goederentransport.
  • Geluid: Bezorgdheid over de representativiteit van de geluidsmetingen: beperkt aantal dagen gemeten, inclusief weekend, zomerperiode met verminderde activiteit.
    Geen concrete planning, noch timing om pijnpunten weg te werken. 
    Vraag tot een beperking van de duur van de hervergunning tot de geluidsproblemen worden opgelost.
  • Geur: opslag van afgekeurde productiegoederen in bakken met wekelijks lediging. Dit zal geurhinder veroorzaken.
    Impact van de geurhinder moet onderzocht worden door bijv. maandelijkse snuffelonderzoeken met terugkoppeling van de resultaten naar de omwonenden. 
  • Lucht: geen emissiemetingen uitgevoerd op de poedertoren.
  • Chemicaliën: geen vermelding van concentraat salpeterzuur.

Graag strikte voorwaarden opleggen met een beperkte duur van de vergunning. 

Algemene beoordeling GOA: deels gegrond en deels weerhouden voor wat betreft: 

Klachten omtrent lozingen en verkleuringen van de Roosterbeek komen nog meermaals per jaar binnen bij o.a. de dienst leefmilieu. Door het gebrek aan mankracht (eenmansdienst, geen permanentieverplichting, geen back-up) is een stappenplan wenselijk waarbinnen de klachten adequaat onderzocht worden en uitsluitsel gegeven kan worden over de herkomst van de lozing. 

Geluid: zie gedeelte geluid;

Bezwaar 3- 

  • Bepekte bekendmaking van huidige aanvraag in een ruimere straal dan 100 meter vermits de hinder tevens verder reikt dan 100 meter;
    Voorstel om op een bevattelijke manier te communiceren over de klachten en procedures. Het schrappen van de overlegcommissie is onaanvaardbaar.

Beoordeling GOA: ongegrond: De wettelijke procedure volgens het omgevingsdecreet/besluit werd gevolgd wat betekent aanschrijving in een straal van 100 meter. De affiches ter plaatse en bekendmaking op de gemeentelijke website zijn voor iedereen raadpleegbaar. 

  • Stedenbouwkundige impact en herstellen streekgroen en voorzien verplichte bufferzones:
    De bufferzone zoals opgenomen in het BPA is niet gerealiseerd. De site zorgt voor een visuele verontreiniging en grotere potentiële overlast door het ontbreken van de groenbuffer.
    Advies tot het niet langer toelaten van constructies hoger dan 9 meter en verbod tot het plaatsen van installaties op daken of industriële constructies.  Iedere constructie dient visueel neutraal als akoestisch dicht te zijn. 
    Groene buffers op het terrein te herstellen en maximaal te voldoen aan de BPA-voorschriften.

Beoordeling GOA: deels gegrond en deels weerhouden: de bufferzone volgens het geldende BPA is niet overal gerealiseerd maar is ook niet overal in eigendom van Limelco. Verdere stappen hierrond moeten genomen worden, waar het bedrijf zich ook bewust van is.
Ongegrond en niet weerhouden voor wat betreft het toelaten van constructies hoger dan 9 meter: dergelijke constructies maken geen deel uit van deze aanvraag. 

  • Water:
    Advies tot controle van het op te pompen grondwater en beperken van de vergunningen in tijd. 
    Opleggen van een reductieplan van het grondwater en monitoren.
    Lozing van bedrijfsafvalwater in de Roosterbeek en hinder van de huidige wzi. Vraag tot het opleggen van een reductieplan voor de lozing en monitoren.

Beoordeling GOA

Deels gegrond, deels weerhouden: op regelmatige basis ontvangt de gemeente klachten over de verkleuring van de Roosterbeek. Op dit moment is er het aanvoelen dat hier inadequaat op gereageerd wordt door o.a. de lokale toezichthouder. Gezien deze geen permanentiedienst heeft en er geen back-up is, is het bijgevolg niet mogelijk om onmiddellijk ter plaatse te gaan en de situatie te onderzoeken. Met de relevante overheidsinstanties (VMM, milieu-inspectie, gemeente) dient een stappenplan opgesteld te worden zodat elke klacht omtrent illegale lozingen/verkleuringen nauwgezet onderzocht wordt en het duidelijk wordt of dit al dan niet toe te schrijven is aan het bedrijf. 

  • Nieuwe wzi: advies tot tijdelijke verlening van de vergunning gezien de nieuwe wzi nog niet operationeel is en het hinderaspect gebaseerd is op stellingnames. 

Beoordeling GOA: gegrond, niet weerhouden:

De werking van de nieuwe wzi en de hiermee al dan niet gepaarde geurhinder, is gebaseerd op vergelijkbare installaties.  De gebruikte technieken bij de nieuwe wzi zijn technieken die niet geheel nieuw zijn en reeds op andere locaties haar toepassing heeft gevonden. Vandaar dat uitgegaan mag worden dat de inschatting van de werking van de nieuwe wzi voldoende gekend is.  

  • Afvoer regenwater – hemelwaterhuishouding: advies om de hemelwaterhuishouding conform de geldende regelgeving te laten uitvoeren.

Beoordeling GOA:  Gegrond, weerhouden: het bedrijf dient zich te houden aan de wettelijke bepalingen inzake de geldende regelgeving. 

  • Geluidoverlast: 
    • Advies om de impact van geluidshinder ernstig te nemen;
    • De gemeente vergunt woningen/woongebieden op korte afstand van het bedrijf, waardoor zij het bedrijf geluidsnormen dient op te leggen zodoende deze woningen geen geluidshinder zouden ervaren. 
    • Rigoureus uitvoeren van de milderende maatregelen.
    • Opleggen van bijzondere voorwaarden mbt tot permanente registratie.
    • Beperken van de vergunning in tijd.
    • Verdergaan dan louter het wettelijke aspect door het beschouwen van de bestaande geluidsbronnen als nieuwe geluidsbronnen. 

Beoordeling GOA: deels gegrond en deels weerhouden: zie deel geluid. 

  • Chemie: 
    • Salpeterzuur: vraag tot duidelijkheid omtrent de opslag van salpeterzuur, risico’s en effecten.
    • CO2: verhoging van de opslag en dus gebruik in hun productieprocessen. Gevraagd wordt om het CO2 gebruik te reduceren/elimineren.
    • Ijzertrichloride: er kan geen garantie geboden worden dat dit niet in de beek terecht komt.
    • Monitoring PFAS/PFOS: onduidelijk of dit wel of niet gebruikt wordt binnen de activiteiten. Advies om onderzoek te verrichten op de site en omgeving van de Roosterbeek op aanwezigheid van deze stoffen.
    • Opslag grote hoeveelheden chemie: onvoldoende gegevens voor de omwonenden en dossierbeoordelaar; advies om te werken aan significante vermindering van de opslag van dergelijke producten.

Beoordeling GOA: ongegrond, niet weerhouden:

De chemicaliën worden aangevraagd onder rubriek 17 waarbij de opslag dient te voldoen aan de sectorale voorwaarden. Het MER vermeldt dat de houders en vulpunten binnen een inkuiping zijn geplaatst, uitgerust met overvulbeveiliging en onderworpen zijn aan onderzoek. Het bedrijf dient ten allen tijden te voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor wat betreft opslag en bescherming van de bodem/grondwater.
PFOS/PFAS: dit onderzoek werd opgestart door de Vlaamse Regering en is lopende. Op dit ogenblik zijn er geen aanwijzingen dat PFAS gebruikt werd binnen de bedrijfsvoering gezien de toepassingen van PFAS niet stroken met hun productie.  Verder werd de hulpverleningszone Zuid-West Limburg bevraagd waar mogelijks met PFAS houdend blusschuim werd geblust.  De nodige gegevens werden door de brandweer overgemaakt aan de bevoegde instantie.  

  • Lucht: 
    • Emissiemetingen: ontbreken gegevens; advies om luchtkwaliteitsmetingen uit te voeren.
    • Geur: opslag afvalproducten die voor meer geur zullen zorgen; advies tot verder onderzoek van de geurproblematiek bijv dmv snuffelonderzoeken.

Beoordeling GOA: ongegrond, niet weerhouden:

De gegeven in het MER, opgesteld door een onafhankelijke, erkende discipline lucht, geven geen aanleiding tot een noodzaak voor het uitvoeren van bijkomende metingen.  Er zijn maw geen onduidelijkheden binnen het rapport die bijkomende luchtmetingen verantwoorden.
Wat betreft de geurhinder: Het bedrijf dient zich te houden aan de wettelijke bepalingen inzake hinder. Indien blijkt dat de opslag van dierlijke afvalproducten in afwachting van lediging, voor geurhinder zorgen, dient het bedrijf onverwijld maatregelen te treffen om dit te voorkomen. 

  • Mobiliteit: 
    • Personeelsmobiliteit: uitbreiding van het aantal personeelsparkings van 96 plaatsen naar 152; advies tot voorbereiden modal mobility shift en elektrificatie wagenpark.
    • (zwaar) transport: advies om onafhankelijke tellingen te laten uitvoeren, transportgegevens en de nodige maatregelen op te leggen; 
    • Verkeersveiligheid: advies om de verkeersinfrastructuur en -veiligheid in overeenstemming te brengen met de transportbehoefte van Limelco.  
      Rekening te houden met kwetsbare weggebruikers.

Beoordeling GOA: De nodige terugkoppeling werd gedaan met de gemeentelijke mobiliteitsdeskundige waarbij volgende wordt meegegeven:

  • Elk bedrijf met meer dan 30 werknemers dient inspanningen te leveren in functie van duurzame woonwerkverplaatsingen.  De maatregelen om actieve verplaatsingen te stimuleren bij de werknemers worden elke 3 jaar opgevraagd via een verplichte diagnostiek door de bevoegde federale overheidsdienst mobiliteit. 
  • In de MER studie is de toename van het aantal transportbewegingen getoetst aan de huidige wegcapaciteit. De wegcapaciteit is geschikt om de toename in aantal transportbewegingen aan te kunnen.  De ontsluiting van het vrachtverkeer van en naar Limelco verloopt uitsluitend via wegen van categorie II of hoger. Deze wegen zijn uitgerust met vrij liggende fietspaden. Het aanleggen en onderhouden van deze wegenis is voor rekening van de wegbeheerder en wordt niet voor rekening van een specifiek bedrijf gebracht. 
  • Het bedrijf dient maatregelen te nemen in functie van de verkeersveiligheid, specifiek naar de actieve weggebruiker en langs schoolroutes. Dit werd ook als dusdanig geadviseerd door de vergunningsverlenende overheid en opgenomen in het MER.

Gelet op bovenstaande wordt dit deels gegrond, niet weerhouden bevonden. 

  • Duurzaamheid – milieu – hernieuwbare energie: ontbreken van een toekomstgerichte visie op diverse facetten. 

Beoordeling GOA: Gegrond, niet weerhouden: Het wel of niet omvatten van een duidelijk toekomstbeeld van het bedrijf maakt geen verplicht deel uit van de aanvraag.  Gezien de toekomstige klimaatverwachtingen is het wenselijk dat ieder maximale inspanningen levert ovv duurzame energie, productie, duurzaamheid.  Of de maximale inspanningen door het bedrijf bereikt worden, nu of in de toekomst, kan niet afgetoetst worden omdat hier geen wettelijk kader hierrond aanwezig is. Het bedrijf dient zich te houden aan de geldende wettelijke bepalingen. 

  • Voldoende inzetten op opvolging en handhaving van de voorwaarden en ieder zijn verantwoordelijkheid nemen.

Beoordeling GOA: Ongegrond en niet weerhouden: Klachten worden opgevolgd door o.a. de milieu-inspecteur, buitendienst Limburg. Plaatsbezoeken zijn uitgevoerd, de nodige communicatie tussen de milieu-inspecteur en de gemeentelijke toezichthouder vindt plaats. Controle en handhaving van een klasse 1 bedrijf gebeurt in eerste lijn door deze milieu-inspecteur, buitendienst Limburg. De toezichtsrechten bij een klasse 1 bedrijf is voor de lokale toezichthouder beperkter.
Gezien de opvolging en handhaving van klachten effectief plaatsvindt door de milieu-inspecteur, maakt dat de lokale toezichthouder momenteel geen verdere actie hieromtrent dient te nemen.  De processen-verbaal, opgesteld door de milieu-inspecteur, staven bovenstaande.

Bezwaar 4 – 

Lawaaihinder van het bedrijf: In het verleden ving een dennenbos geluidshinder en zicht van het bedrijf op, ook ’s nachts.  Ondertussen werd het bos gekapt en de bedrijfssite uitgebreid. Vraag om de hinder voor de omwonenden maximaal te beperken door de aanleg van een geluidscherm/groenbuffer.

Beoordeling GOA:

Het bezwaarschrift werd onderzocht en wordt deels gegrond bevonden: het dennenbos waarvan sprake bevindt zich op perceel 2de afd, sectie C, nr.  603z en werd deels gekapt om een nieuwbouwwoning op te realiseren. Het perceel is niet in eigendom van Limelco en maakt ook geen deel uit van de bufferzone volgens het geldende BPA.  Het bezwaarschrift wordt deels gegrond bevonden en weerhouden omdat de bufferzone volgens het geldende BPA niet gerealiseerd werden. Zie verderop in het advies. 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het geplande project valt onder bijlage II van het MER-besluit:

  • 7 c):Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer. 

Een project-MER werd toegevoegd bij de aanvraag waar het college op 29/03/2022 een voorwaardelijk gunstig advies heeft verleend. 

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een hernieuwing van een bestaande milieuvergunning naar een omgevingsvergunning met een verandering door uitbreiding en wijziging. 

De aanvraag houdt in: 

  • Uitbreiding van de verwerkingscapaciteit van 1.440 ton melk per dag en max. 288.000 ton melk per jaar naar 2.000 ton melk per dag en max. 380.000 ton melk per jaar. 
  • Productieuitbreiding tot 137.000 ton per jaar door enerzijds optimalisatie en betere benutting van de bestaande installaties. Anderzijds de plaatsing van een nieuwe boterlijn. 
  • Toename van het lozingsdebiet gezien de stijgende productie;
  • Verandering van de opslag van salpeterzuur naar de opslagtank voor natriumhydroxide.
    Salpeterzuur zal opgeslaan worden in een nieuwe dubbelwandige HDPE tank. 
  • Opname van 2 extra transformatoren van 2.000 kVA;
  • Uitbreiding met 2 gasheftrucks;
  • Stijging van opslag van kunststoffen en karton van 200 ton naar 350 ton;
  • Opslag van afgekeurde producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen in afwachting van ophaling en verwerking;
  • administratieve wijzigingen;
  • bijstelling van bijzondere voorwaarden. 

Met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton – Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

AFWIJKING OP DE MILIEUVOORWAARDEN

Het bedrijf vraagt volgende afwijkingen van de bijzondere milieuvoorwaarden:

Bijzondere voorwaarden opgelegd in besluit dd 19.12.2003 van de minister:

  • Organiseren van een overlegcommissie:
    Het bedrijf vraagt om dit niet langer jaarlijks te laten plaatsen, maar op verzoek van de gemeente, vergunningsverlenende overheid of het bedrijf zelf. De samenstelling is als volgt: vertegenwoordigers bedrijf, afgevaardigde gemeentebestuur en vergunningverlenende overheid, delegatie buurtbewoners. Afd. milieuvergunningen en handhaving worden tevens uitgenodigd.
    Het college heeft in het advies MER dd 29.03.2022 reeds gunstig advies verleend om de formule van de overlegcommissie aan te passen zoals voorgesteld. Echter wijkt bovenstaand af voorstel van het voorstel in het MER. In het voorstel van het MER worden de vergaderingen voorgezeten door het provinciebestuur, in dit voorstel door het bedrijf. De GOA adviseert het voorstel waarbij het bedrijf de vergaderingen voorzit, ook als gunstig, gezien de provincie lid blijft. 
  • Overmaken van het IMJV aan de overlegcommissie:
    Vraag tot het schrappen van deze voorwaarden gezien de vraag om de overlegcommissie ad hoc te laten samenkomen.
  • Wijziging van de lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater waarbij de Kjeldahl stikstof wordt geschrapt en volgende wordt opgelegd:
    • Ntot = < 15 mg/l
    • Ptot = < 2 mg/l

        Er wordt op basis van de impactevaluatie en haalbaarheidsstudie naar verdergaande zuivering voorgesteld deze normen te vervangen door volgende: 

Voorstel normenkader (afkortingen: DOCF = dagelijkse opconcentratiefactor, JOCF =

jaarlijkse opconcentratiefactor, JG = jaargemiddeld, JM = jaarmediaan)

*Voor kobalt zijn er bij opmaak van dit rapport geen meetresultaten ter beschikking. Op basis van ervaring bij het gebruik van ijzertrichloride wordt een bijzondere lozingsnorm voorgesteld van 3 μg/L

Hierbij zijn :

  • jaargemiddelde = het voortschrijdende rekenkundig gemiddelde van de beschikbare
    - analyseresultaten van de voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten
    - van de 24 monsters van het verplichte zelfcontroleprogramma.
  • jaarmediaan = de voortschrijdende mediaan van de beschikbare analyseresultaten van de
    - voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten van de 24 monsters van het
    - verplichte zelfcontroleprogramma.
  • De dagelijkse opconcentratiefactor (DOCF) wordt als volgt berekend: DOCF = 1 +
    - (geregistreerd daghergebruiksvolume)/(geregistreerd daglozingsdebiet).
  • De jaarlijkse opconcentratiefactor (JOCF) wordt als volgt berekend: JOCF = 1 +
    (geregistreerd jaarhergebruiksvolume)/(geregistreerd jaarlozingsdebiet).
    Er kan akkoord gegaan worden met het voorstel, mits positief advies van VMM.  
  • Geurhinder: maatregelen en opvolgingsmaatregelen van de biofilter:
    Dit gaat over de oude waterzuiveringsinstallatie wat maakt dat dit niet meer van toepassing is.
  • Grondwaterwinning – meting van het grondwaterpeil:
    Het peil in de pompputten en peilputten worden maandelijks opgemeten. Deze bijzondere voorwaarde werd aangepast in eerdere besluiten. 
  • Maandelijks reiniging filters en interne elementen van de melkpoedertorens:
    De reiniging gebeurt maandelijks en indien nodig vaker.  Het behoud heeft geen meerwaarde.
  • Te voldoen aan de opmerkingen uit het brandweerverslag:
    Wordt aan voldaan.
  • Opmaak studie afbouw van het oppompdebiet van het Krijtwater:
    Studie werd in 2003 uitgevoerd waarbij gebruik van freatisch grondwater niet aan de orde is. 
  • Installeren alarmsysteem voor de wzi bij calamiteiten:
    Een troebelheidsmeter werd geïnstalleerd. Een gelijkaardige voorwaarde werd opgenomen mbt de nieuwe wzi. Behoud van de voorwaarde.
    Deze voorwaarde werd opgenomen in het besluit 124.09.00/V2020N070455.  
  • Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.
    Dit wordt doorgevoerd. Elke aankoop van nieuwe projecten of nieuwe apparatuur moet steeds onderworpen worden aan een akoestische evaluatie.
    Het geluidsaspect speelt nog steeds een belangrijke rol bij de omwonenden. Dit wordt bevestigd door de klachten die hierover binnenkomen en de bezwaren. Vandaar het belang dat deze voorwaarde van toepassing blijft, ook in de nieuwe vergunning.
    De voorwaarde luidt als volgt:
    Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.

Bijzondere voorwaarde opgelegd in besluit minister dd 05.03.2004:

  • periodiek onderzoek bovengronds opslagtank zware mazout;
    De bovengrondse houder werd verwijderd.

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 09.06.2005:

  • Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten.
    Deze voorwaarde werd reeds aangepast in een besluit.
    Gezien de twee grondwaterwinningen in huidige aanvraag als te hervergunnen worden aangevraagd, wordt deze bijzondere voorwaarde opnieuw opgenomen. De voorwaarde luidt als volgt:
    Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten. 
  • Beschikken over een calamiteitenbekken met de nodige opvangcapaciteit ofwel over een verzegelde noodaansluiting op de openbare riolering.
    De noodaansluiting is aanwezig. Het bedrijf wenst deze te behouden.
    Deze voorwaarde werd reeds uitgevoerd en dient niet hernomen te worden in onderhavig besluit. Het bedrijf wenst de noodaansluiting te behouden. Hier kan akkoord meegegaan worden.  

Bijzondere voorwaarde opgelegd in het besluit van de deputatie dd 27.10.2005:

  • Als startend monitoring protocol geldt het protocol toegevoegd bij de mededeling kleine verandering waarover met dit besluit uitspraak wordt gedaan.
    Het bedrijf valt, door een aanpassing van het brandervermogen, niet meer onder rubriek 43.4 en is bijgevolg geen BKG-inrichting meer waardoor deze voorwaarde zonder voorwerp is.

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 31.05.2007

  • Doorlichting van de waterzuiveringsinstallatie en productie, door een deskundige, met als doel het blijvend behalen van de geldende effluentnormen.
    Het rapport werd opgemaakt. Door de nieuwe wzi is deze voorwaarde niet meer van toepassing.

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 15.06.2017:

  • Erkende deskundige geluid voert controlemeting uit na ingebruikname van de poedertoren.
    Nieuwe poedertoren is nooit gebouwd geweest. Voorwaarde is zonder voorwerp.
  • Nooit meer dan 2 poedertorens tegelijk in werk zijn.
    De nieuwe poedertoren is nooit gebouwd geweest. Er zijn 2 poedertorens aanwezig.
    Voorwaarde is zonder voorwerp.
  • Emissiegrenswaarden opgelegd voor de afgassen van de stookinstallaties:
    De metingen in 2018, 2019 en 2020 voldeden aan de opgelegde emissiegrenswaarden, muv de metingen dd 13.02.2018.
    Het is advies is om deze voorwaarde opnieuw op te nemen gezien deze twee stookketels als hernieuwing worden aangevraagd. De bijzondere voorwaarde luidt als volgt:
    “In aanvulling van de sectorale voorwaarden van Vlarem II gelden voor de afgassen afkomstig van de stookinstallaties horende bij de stoomketels (2 x 9.700 kW) de volgende emissiegrenswaarden (bij een referentiezuurstofgehalte van 3%):
    A: stof: 5 mg/Nm³
    B: CO: 100 mg/Nm³
    C: SO2: 35 mg/Nm³
    D: NOx: 80 mg/Nm³”

Bijzondere voorwaarden opgelegd in het besluit van de deputatie dd 28.01.2021:

  • De nieuwe wzi moet voorzien zijn van alarmen op cruciale punten (waaronder minstens zuurstofmetingen in aërobie, turbiditeitsmeting op het effluent) met automatische verwittiging bevoegde personen van het bedrijf. De alarmen en metingen moeten gelogd worden en ter inzage gehouden worden van afdelingen handhaving en VMM.
    De wzi zal voorzien worden van alarmen op cruciale punten zoals hierboven beschreven.  De voorwaarde is nog steeds van toepassing en dient niet hernomen te worden onderhavig besluit. 

BODEM

Het bedrijf valt met volgende rubrieknummers uit de Vlaremindelingslijst onder de categorie van risico-inrichting: 36.3.3°; 17.3.4.3°; 17.3.6.2.a; 17.3.8.2°; 29.5.1°a); 43.1.3°/43.3.1°; 45.17.3° ; waarbij categorie B van toepassing is.
B - oriënterend bodemonderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement, en om de 10 jaar.  Een bodemattest dd 12.05.2021 geeft weer dat in 2018 een OBO werd uitgevoerd door Sertius. Geen BBO noodzakelijk. 

De uitgevoerde activiteit vormt een risico voor bodemverontreiniging.  
Volgende maatregelen neemt het bedrijf: salpeterzuur wordt opgeslaan in een nieuwe dubbelwandige bovengrondse HDPE houder van 30 m³
De opslag van de gevaarlijke producten dient te gebeuren volgens de wettelijke voorschriften, 

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf afkomstig van: de koelinstallatie (compressoren) en koeltorens, ventilatoren, poedertorens, blowers van de WZI, aan en afvoeren van grondstoffen producten. 

Op frequente basis komen geluidsklachten van de omwonenden toe, o.a. bij het gemeentebestuur.  In het klachtenregister, hetgeen bijgehouden wordt door het bedrijf, staan geluidsklachten vermeld.  Het klachtenregister van begin 2021 tot 21.04.2022 werd opgevraagd bij het bedrijf. Hieruit blijkt dat van de 27 geformuleerde klachten, 22 over geluidshinder gaan (waarvan 1 niet toe te schrijven was aan het bedrijf).  Uit de MER blijkt dat op meerdere plaatsen een overschrijding is van de geluidsnormen voor bestaande inrichtingen, gedurende overdag/avond/dag.  

Het bestuur maakt hieruit op dat het bedrijf onvoldoende, adequate maatregelen doorvoert om deze geluidshinder tot een minimum te beperken.  Wanneer gekeken wordt naar de te nemen maatregelen om de geluidshinder te verminderen, is het engagement van het bedrijf onvoldoende.  Vage, weinig concrete vermeldingen zoals ‘kunnen aangepakt worden’, ‘trachten te realiseren’, ‘mogelijke saneringsmaatregelen’ en ‘Installaties worden pas vervangen door geluidsarme types bij defect’ worden gehanteerd.  

Verder haalt het bedrijf aan dat zij wettelijk niet verplicht zijn om de geluidsbronnen te saneren: “bestaande geluidsbronnen niet verplicht zijn te saneren wanneer de richtwaarde met minder dan 10 dB(A) wordt overschreden EN wanneer de nodige maatregelen genomen zijn om de geluidsproductie aan de bron en de geluidsoverdracht naar de omgeving te beperken. Een saneringsplan is pas verplicht indien de richtwaarde voor bestaande geluidsbronnen met meer dan 10 dB(A° wordt overschreden.”  Het bedrijf heeft echter wel een saneringsplan opgesteld om de geluidshinder te verminderen. 

De geplande investeringen om geluidsdempers te plaatsen op de poedertorens zijn nog steeds niet gerealiseerd (actie reeds lopende in 2021).  Op 14.04.2022 laat het bedrijf weten dat de levering van de luchtgroep voor het bijsturen van de luchtbalans werd uitgesteld omwille van de beperkte beschikbaarheid van materialen. De levering van de geluidsdempers vindt plaats in week 17, de levering van de luchtgroep wordt verschoven van week 17 naar week 29.  

Werd voldoende onderzocht naar alternatieve leveranciers? Is onvoldoende geanticipeerd op de huidige tendens dat materialen moeilijker te leveren zijn?  

Voor een bedrijf dat omgeven is door bebouwing, een hernieuwing van haar vergunning aanvraagt met uitgangspunt de komende decennia te willen blijven produceren op deze site, is dit onbegrijpelijk.   Hieruit wordt opnieuw afgeleid dat het bedrijf niet de maximale inspanningen levert naar haar buren die ze zou moeten. 

Voor het bestuur is het engagement van het bedrijf onvoldoende te noemen en opnieuw herhaalt het college haar advies, geformuleerd in het MER.  Het bestuur stelt de harde eis dat het bedrijf de geplande maatregelen in 2022 uitvoert.

Het bedrijf heeft zich geëngageerd om sanerende maatregelen uit te voeren voor de belangrijkste geluidsbronnen (mail van Kurt Brouwers Limelco dd 21/10/2021, gericht aan milieu-inspecteur Tom Maes en lokale toezichtshouder  Kristel Ceulemans), waarbij volgende tabel werd toegevoegd door Kurt Brouwers:

Gelet op bovenstaande is de GOA van mening dat een vergunning van onbepaalde duur niet aan de orde kan zijn, tot zolang het bedrijf de geluidshinder niet adequaat onder controle heeft.  Vandaar het advies van om de vergunningsduur te beperken tot 5 jaar.
Verder moet het plaatsen van de luchtgroep voor de poedertoren ten laatste in week 29 2022 gerealiseerd worden en in werking zijn. Gezien de geluidsdempers voor beide poedertorens reeds geleverd zijn, dienen deze onmiddellijk geïnstalleerd te worden.
Het plaatsen van een geluidsdemper op de uitlaat van de ventilator van de PE-afdeling wordt ten laatste eind 2022 gerealiseerd.
Bij elk transport waarbij koeling noodzakelijk is, wordt gecontroleerd of de motor en koeling afstaat tijdens het parkeren, laden en lossen. Eén of meerdere verantwoordelijke wordt hiervoor aangeduid, per shift. 

GEURHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kunnen volgende geuren waargenomen worden: afkomstig van de huidige waterzuiveringsinstallatie.
Momenteel is het bedrijf een nieuwe waterzuivering aan het bouwen dewelke najaar 2022 operationeel moet zijn.  Gezien bij de nieuwe waterzuivering afgedekte beluchtingsbekkens en luchtzuivering aanwezig is, wordt verwacht dat de geurhinder sterk afneemt. 

LUCHTVERONTREINIGING - AFVALGASSEN

De verwarming van de gebouwen gebeurt met : aardgas.  Alle installaties worden periodiek onderhouden, gekeurd en onderworpen aan emissiemetingen.  
De uitbreiding houdt geen relevante toename van de stoombehoefte in en dus ook geen relevante emissies van de stoomketels.
Hiervoor zijn afvoerkanalen voorzien waarbij de emissie als hinderlijk beschouwd kan worden.
De nieuwe wzi zal inpandige oppervlaktebeluchters hebben wat niet-geleide emissie beperkt. 

STOFHINDER

In het bedrijf wordt stof geproduceerd en is afkomstig melkpoederproductie. Beide poedertorens zijn uitgerust met een mouwenfilter. 

LICHTBEHEERSING

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  
Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

LOZING VAN AFVALWATER

Het bedrijf wendt leidingwater aan voor de sanitaire installaties en labo, grondwater voor in de productie.
Het bedrijf geeft aan geen gebruik te kunnen maken van hemelwater wegens de hoge kosten en het feit dat dit hierdoor niet als BBT beschouwd kan worden. Wel zal het bedrijf inzetten op hergebruik van gezuiverd effluent. 

Zowel het bedrijfs- als huishoudelijk afvalwater worden behandeld in de wzi en daarna geloosd in de Roosterbeek. Het lozingsdebiet zal stijgen van 524.000 m³/jaar naar 660.000 m³/jaar. Gezien het bedrijf hergebruik van het gezuiverd effluent wenst door te voeren, dient het lozingsdebiet te verminderen. 

Een afwijking van de lozingsvoorwaarden wordt gevraagd. 

Verder wenst het bedrijf haar bestaande noodaansluiting op de riolering te behouden. 

GOA verwijst voor dit advies naar het advies van VMM. Verder op aan te vullen is de aanbeveling vanuit de GOA om de behandeling van klachten omtrent een verkleuring van de Roosterbeek volgens een stappenplan af te werken, in samenspraak en ondersteuning van o.a. VMM en milieu-inspecteur. 

Op 08.04.2022 maakt het bedrijf een ‘melding van een voorval’ waarbij de noodaansluiting gedurende 3 - 5 maanden in gebruik genomen wordt om de goede werking van de huidige wzi niet in het gedrang te brengen. Het zou om een debiet van 10 – 15 m²/h bedrijfsafvalwater gaan wat geloosd op het openbaar rioleringsnet. 

GRONDWATERWINNINGEN

Het bedrijf vraagt een hernieuwing aan voor de 2 bestaande grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
- boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
- boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/j
Ongeacht de aanvraag van een productieverhoging wordt er geen verhoging van de debieten van de grondwaterwinningen aangevraagd.  Uit het MER blijkt dat de aanvoer van grondwater voldoende is. Door de aquifers zullen er geen tot weinig merkbare gevolgen voelbaar zijn voor andere grondwaterwinningen. 

AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN

Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen nog voorzien van een omgevingsvergunning :

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton - Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

vergunningstermijnen

Omwille van volgende motivering wordt geadviseerd om de vergunningsduur te beperken tot 5 jaar.

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:
Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

Duur:
De vergunningsduur dient beperkt te worden tot 5 jaar. 

EINDADVIES 

De omgevingsambtenaar adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig voor de hernieuwing van de vergunning en de verandering door uitbreiding en wijziging van een zuivelverwerkend bedrijf (inrichtingsnummer 20141122-0009)
zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden, voor volgende rubrieken: 

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton - Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

En dit voor een duur van 5 jaar.

Mits het opleggen van voorwaarden:
-De overlegcommissie zal ad hoc plaatsvinden, met het bedrijf als voorzitter, waarbij het provinciebestuur, gemeente Zonhoven en een afvaardiging van de buurtbewoners vaste leden zijn. Afd. milieuvergunningen en handhaving worden tevens uitgenodigd.
-Wijziging van de lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater waarbij de Kjeldahl stikstof wordt geschrapt en volgende wordt opgelegd:

      • Ntot = < 15 mg/l
      • Ptot = < 2 mg/l

Er wordt op basis van de impactevaluatie en haalbaarheidsstudie naar verdergaande zuivering voorgesteld deze normen te vervangen door volgende:
Voorstel normenkader (afkortingen: DOCF = dagelijkse opconcentratiefactor, JOCF =
jaarlijkse opconcentratiefactor, JG = jaargemiddeld, JM = jaarmediaan)

*Voor kobalt zijn er bij opmaak van dit rapport geen meetresultaten ter beschikking. Op basis van ervaring bij het gebruik van ijzertrichloride wordt een bijzondere lozingsnorm voorgesteld van 3 μg/L

Hierbij zijn :

  • jaargemiddelde = het voortschrijdende rekenkundig gemiddelde van de beschikbare
    - analyseresultaten van de voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten
    - van de 24 monsters van het verplichte zelfcontroleprogramma.
  • jaarmediaan = de voortschrijdende mediaan van de beschikbare analyseresultaten van de
    - voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten van de 24 monsters van het
    - verplichte zelfcontroleprogramma.
  • De dagelijkse opconcentratiefactor (DOCF) wordt als volgt berekend: DOCF = 1 +
    - (geregistreerd daghergebruiksvolume)/(geregistreerd daglozingsdebiet).
  • De jaarlijkse opconcentratiefactor (JOCF) wordt als volgt berekend: JOCF = 1 +
    - (geregistreerd jaarhergebruiksvolume)/(geregistreerd jaarlozingsdebiet).
    Er kan akkoord gegaan worden met het voorstel, mits positief advies van VMM.
  • Installeren alarmsysteem voor de nieuwe waterzuiveringsinstallatie bij calamiteiten.
  • Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten
    maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten. 
  • Behoud van de bestaande noodaansluiting op de openbare riolering. 
  • In aanvulling van de sectorale voorwaarden van Vlarem II gelden voor de afgassen afkomstig van de stookinstallaties horende bij de stoomketels (2 x 9.700 kW) de volgende emissiegrenswaarden (bij een referentiezuurstofgehalte van 3%):
    A: stof: 5 mg/Nm³
    B: CO: 100 mg/Nm³
    C: SO2: 35 mg/Nm³
    D: NOx: 80 mg/Nm³

Geluid:

  • Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.
  • Het plaatsen van de luchtgroep voor de poedertoren moet ten laatste in week 29-2022 gerealiseerd worden en in werking zijn. Gezien de geluidsdempers voor beide poedertorens reeds geleverd zijn, dienen deze onmiddellijk geïnstalleerd te worden.  
  • Het plaatsen van een geluidsdemper op de uitlaat van de ventilator van de PE-afdeling wordt onmiddellijk gerealiseerd, in elk geval niet later dan eind 2022.  
  • De saneringsmaatregelen ‘lange termijn’ zoals omschreven in het MER worden in 2022 gerealiseerd. Het gaat hier concreet om het vervangen van de koelinstallatie koelwater persluchtcompressoren door een geluidsarm type.  De installaties aan de ‘B7 blikken continu sterilisatietoren’ worden vervangen door een geluidsarm type.  Eveneens in 2022. 
  • De milieuvriendelijke technieken, zoals omschreven in het MER, deel 3.7.2,  worden onderzocht en waar mogelijk geïmplementeerd. Dit gebeurt in 2022 en 2023. 
  • Bij elk transport waarbij koeling noodzakelijk is, wordt gecontroleerd of de motor en koeling afstaat tijdens het parkeren, laden en lossen. Eén of meerdere verantwoordelijke worden hiervoor aangeduid, per shift. 
  • Het bedrijf onderneemt verdere stappen rond het realiseren van de bufferzone volgens het geldende BPA en gaat hiervoor de nodige gesprekken aan met de huidige eigenaars. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 22/04/2022 tot het afleveren van een voorwaardelijke omgevingsvergunning aan de aanvrager, met een beperkte duurtijd van 5 jaar.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat de hernieuwing van de vergunning en de verandering door uitbreiding en wijziging van een zuivelverwerkend bedrijf (inrichtingsnummer 20141122-0009) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden, 

Voor volgende rubrieken:

  • 3.6.3.3°: De lozing van max. 150 m³/uur - 2.700 m³/dag - 660.000 m³/jaar   bedrijfsafvalwater, bestaande uit reinigingswater van de productie-installaties en productieruimtes, afvalwater van de sterilisatietoren, spui van de stoomketels en spui van de koeltoren, via een intern rioleringsnetwerk naar de nieuwe waterzuivering van de NV Limelco (bestaande uit voorbehandeling, aëratiebekken en MBR, omgekeerde osmose, slibverwerking), waarna dit gezuiverd afvalwater geloosd wordt, via één lozingspunt, in de Roosterbeek - zijnde een toename van het lozingsdebiet met 70 m³/uur – 800 m³/dag – 136.000 m³/jaar -  Verandering
  • 6.4.1°: 6.000 liter smeerolie in verplaatsbare recipiënten, 2.000 liter afvalolie in een vaste houder en 900 liter aroma's in verplaatsbare recipiënten200 l tot en met 50.000 l  uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt – Hernieuwing
  • 6.5.1:1 verdeelslang – niet langer van toepassing;
  • 12.2.1°: 5 transformatoren: 5 x 1.000 kVA - Hernieuwing
  • 12.2.2°: 2 transformatoren van resp 1.250 kVA en 2.000 kVA - Verandering
  • 12.3.2°: 5 batterijladers met een vermogen van respectievelijk 2 x 5 kW, 3 x 7,5 kW - totaal geïnstalleerd vermogen bedraagt 32,5 kW - Hernieuwing
  • 15.1.1°: Ruimte voor 13 heftrucks, zijnde 6 gasheftrucks en 7 heftrucks op batterijen - Verandering
  • 15.4.1°: Het wassen van maximaal 15 voertuigen per dag, volledig gelegen in een industriegebied - Hernieuwing
  • 16.3.2°b): De totaal geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 1.482,45 kW namelijk: - 4 persluchtcompressoren van 535 kW (1 x 55 kW en 3 x 160 kW) - freonkoelinstallatie (compressoren + condensors) van 338,6 kW - 32 airconditioning-installaties (totaal 62,85 kW) - 5 ammoniakkoelcompressoren van 546 kW (3 x 132 kW en 2 x 75 kW)  - toename van compressoren, airco’s en koelinstallaties met 339 kW wat maakt dat de actueel geïnstalleerde drijfkracht op de site 1482,45 kW bedraagt. - Verandering
  • 16.4.1°: Een installatie voor het vullen van gasheftrucksgevaarlijke gassen, op basis van de etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02   of GHS06 - Hernieuwing
  • 17.1.2.1.2°: Opslag van diverse gassen met een max. hoeveelheid van 1.900 liter namelijk:
    1. 150 liter industriële stikstof
    2. 1.400 liter stikstof
    3. 100 liter acetyleen
    4. 100 liter argon
    5. 150 liter zuurstofmeer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter - Hernieuwing
  • 17.1.2.2.3°: Een maximale opslag van 37.950 liter: 30.000 liter CO2, 3.000 liter vloeibare stikstof en een LPG-tank van 4.950 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.1.1°b): De opslag van 20 ton gasolie in een houder met een watervolume van 19.500 liter - Hernieuwing
  • 17.3.2.1.2.1°: Opslag van aroma's en reinigingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 totaal 1.100 kg in verplaatsbare recipiënten- Hernieuwing
  • 17.3.2.2.1°: De opslag van 350 kg aroma's5 - Hernieuwing
  • 17.3.2.3.1°a): Opslag van 200 kg ontsmettingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.3.1°a): Opslag van 3.854 kg reinigingsproducten - Hernieuwing
  • 17.3.4.3°: De totale opslag van 165.795 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten gekenmerkt door gevarenpictogram GHS05, waarvan: 2 x 43.400 kg natriumhydroxide, 40.200 kg salpeterzuur, 30.000 kg FeCl3 en 8.795 kg in verplaatsbare recipiënten voor een totaal van 165,7950 ton - Verandering
  • 17.3.6.2°a): Opslag van 39.885 kg reinigingsproducten en waterbehandelingsproducten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS07 - Verandering
  • 17.3.7.1°a): Opslag van 1.615 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS08 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 17.3.8.2°: Opslag van 3.748 kg waterbehandelingsproducten, reinigingsproducten en smeermiddelen, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS09 in verplaatsbare recipiënten - Hernieuwing
  • 23.2.1°a): Diverse installaties (blaasgroepen, vermalingsinstallatie,..) voor het bewerken van kunststoffen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 63,5 kW - Verandering
  • 23.3.1°a): De opslag van maximaal 200 ton kunststoffen - Verandering
  • 24.2.: 1 labo voor de uitvoering van kwaliteitscontrole op grondstoffen en eindproducten - Hernieuwing
  • 29.5.2.1°a): Toestellen voor het mechanisch bewerken van metalen en/of voorwerpen uit metaal, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 17 kW - Hernieuwing
  • 33.4.1°c): De opslag van 350 ton karton - Verandering
  • 39.1.3°: 2 stoomgeneratoren met een totaal waterinhoudsvermogen van 62.400 liter - hernieuwing
  • 39.2.1°: 5 stoomvaten voor het pasteuriseren van melk (1 x 1.500 L, 1 x 2.500 L, 1 x 3.000 L, 2 x 5.000L) - Hernieuwing
  • 39.2.2°: 4 stoomvaten voor het steriliseren van melk (3 x 10.000L en 1 x 12.000 L) - Hernieuwing
  • 43.1.3°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 43.3.1°: 5 stookinstallaties: 1 x 50 kW, 1 x 1.650 kW, 2 x 9.700 kW en 1 x 1.650 kW - totaal geïnstalleerd vermogen van 22.750 kWth - Hernieuwing
  • 45.6.a)3°a): Diverse installaties voor de verwerking van melk, bereiden van kaas en de bereiding van melkpoeder, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 3314,7 kW waarbij de verwerkingscapaciteit wordt gewijzigd met 282,02 kW door een nieuwe boterlijn en het schrappen van de poederinstallatie. Het totaal komt uit 3314,7 kW - Verandering
  • 45.6.b): Het verwerken van maximaal 2.000 ton melk per dag en maximaal 380.000 ton melk per jaar.  Dit betreft een uitbreiding met 560 ton/dag - Verandering
  • 45.17.3°: Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar zijnde 137000 ton/jaar - Nieuw
  • 45.18.2°a): Opslag van producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die dat bevatten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn voor een hoeveelheid van 20 ton - Nieuw
  • 53.8.3°: 2 grondwaterwinningen met een totaal opgepompt debiet van 1.546 m³/dag en 430.618 m³/j:
    1. boorput 1 van 302 m in de Formatie van Maastricht: max. debiet van 1.330 m³/dag en 352.618 m³/j
    2. boorput 2 van 120 m in de Formatie van Bilzen: max. debiet van 216 m³/dag en 78.000 m³/jaar - Hernieuwing 

En dit voor een duur van 5 jaar. 

Mits het opleggen van voorwaarden:
De overlegcommissie zal ad hoc plaatsvinden, met het bedrijf als voorzitter, waarbij het provinciebestuur, gemeente Zonhoven en een afvaardiging van de buurtbewoners vaste leden zijn. Afd. milieuvergunningen en handhaving worden tevens uitgenodigd.
- Wijziging van de lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater waarbij de Kjeldahl stikstof wordt geschrapt en volgende wordt opgelegd:

      • Ntot = < 15 mg/l
      • Ptot = < 2 mg/l

Er wordt op basis van de impactevaluatie en haalbaarheidsstudie naar verdergaande zuivering voorgesteld deze normen te vervangen door volgende: 

Voorstel normenkader (afkortingen: DOCF = dagelijkse opconcentratiefactor, JOCF =
jaarlijkse opconcentratiefactor, JG = jaargemiddeld, JM = jaarmediaan)

*Voor kobalt zijn er bij opmaak van dit rapport geen meetresultaten ter beschikking. Op basis van ervaring bij het gebruik van ijzertrichloride wordt een bijzondere lozingsnorm voorgesteld van 3 μg/L

Hierbij zijn :

  • jaargemiddelde = het voortschrijdende rekenkundig gemiddelde van de beschikbare
    - analyseresultaten van de voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten
    - van de 24 monsters van het verplichte zelfcontroleprogramma.
  • jaarmediaan = de voortschrijdende mediaan van de beschikbare analyseresultaten van de
    - voorafgaande twaalf maanden. De analyseresultaten zijn de resultaten van de 24 monsters van het
    - verplichte zelfcontroleprogramma.
  • De dagelijkse opconcentratiefactor (DOCF) wordt als volgt berekend: DOCF = 1 +
    - (geregistreerd daghergebruiksvolume)/(geregistreerd daglozingsdebiet).
  • De jaarlijkse opconcentratiefactor (JOCF) wordt als volgt berekend: JOCF = 1 +
    - geregistreerd jaarhergebruiksvolume)/(geregistreerd jaarlozingsdebiet).

Er kan akkoord gegaan worden met het voorstel, mits positief advies van VMM. 

  • Installeren alarmsysteem voor de nieuwe waterzuiveringsinstallatie bij calamiteiten.
  • Aanvullend aan artikel 5.53.4.6§1 van Vlarem II en aan artikel 3.B.5 van het besluit d.d. 2003-12-19 moet het grondwaterpeil in rust in alle productieputten en peilputten maandelijks gemeten worden na een stilstand van de winning gedurende minimaal 8 uren. Alle peilmetingen moeten genoteerd worden in het register waarvan sprake is in art5.53.4.6§2 van Vlarem II.Het peil wordt maandelijks gemeten.
  • Behoud van de bestaande noodaansluiting op de openbare riolering. 
  • In aanvulling van de sectorale voorwaarden van Vlarem II gelden voor de afgassen afkomstig van de stookinstallaties horende bij de stoomketels (2 x 9.700 kW) de volgende emissiegrenswaarden (bij een referentiezuurstofgehalte van 3%):
    A: stof: 5 mg/Nm³
    B: CO: 100 mg/Nm³
    C: SO2: 35 mg/Nm³
    D: NOx: 80 mg/Nm³

Geluid:

  • Bij elke aankoop van apparatuur die een impact kan hebben op het akoestisch klimaat in de omgeving, dient de beperking van de geluidsproductie te worden meegenomen bij de beslissing over de aankoop.
  • Het plaatsen van de luchtgroep voor de poedertoren moet ten laatste in week 29-2022 gerealiseerd worden en in werking zijn. Gezien de geluidsdempers voor beide poedertorens reeds geleverd zijn, dienen deze onmiddellijk geïnstalleerd te worden.  
  • Het plaatsen van een geluidsdemper op de uitlaat van de ventilator van de PE-afdeling wordt onmiddellijk gerealiseerd, in elk geval niet later dan eind 2022.  
  • De saneringsmaatregelen ‘lange termijn’ zoals omschreven in het MER worden in 2022 gerealiseerd. Het gaat hier concreet om het vervangen van de koelinstallatie koelwater persluchtcompressoren door een geluidsarm type.  De installaties aan de ‘B7 blikken continu sterilisatietoren’ worden vervangen door een geluidsarm type.  Eveneens in 2022. 
  • De milieuvriendelijke technieken, zoals omschreven in het MER, deel 3.7.2,  worden onderzocht en waar mogelijk geïmplementeerd. Dit gebeurt in 2022 en 2023. 
  • Bij elk transport waarbij koeling noodzakelijk is, wordt gecontroleerd of de motor en koeling afstaat tijdens het parkeren, laden en lossen. Eén of meerdere verantwoordelijke worden hiervoor aangeduid, per shift. 
  • Het bedrijf onderneemt verdere stappen rond het realiseren van de bufferzone volgens het geldende BPA en gaat hiervoor de nodige gesprekken aan met de huidige eigenaars. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

16.

2022_CBS_00443 - Jeugdlokalen Halveweg - Stand van zaken luchtkwaliteit en vochtproblemen, definitieve oplevering en afsluiten van een onderhoudscontract - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2022_CBS_00443 - Jeugdlokalen Halveweg - Stand van zaken luchtkwaliteit en vochtproblemen, definitieve oplevering en afsluiten van een onderhoudscontract - Goedkeuring

2022_CBS_00443 - Jeugdlokalen Halveweg - Stand van zaken luchtkwaliteit en vochtproblemen, definitieve oplevering en afsluiten van een onderhoudscontract - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Na de weigering van de definitieve oplevering werd op 04/12/2020 aannemer Hermans & Co aangeschreven met de vraag om actief mee te werken in het vervolgtraject naar de opsporing van de waterinfiltratie zoals voorgesteld in het rapport van de door ons aangestelde expert M&M Consulting en de firma Delex. In aanwezigheid van alle bovengenoemde partijen werd op 05/02/2021 een stappenplan voorgesteld door de firma Delex. Door Hermans & Co en onze eigen gemeentelijke diensten werden een dertigtal doorboringen gemaakt in de keldervloer (tot op de betonplaat). Van 26/03/2021 tot 06/05/2021 werd gedurende 43 dagen een drooginstallatie geplaats in de kelder, bestaande uit bouwdrogers, ventilatoren, opvangkuip, dompelpomp,...

Deze periode werd afgesloten toen duidelijk werd dat er geen vocht meer onttrokken werd op de vloerplaat. Gedurende de hieropvolgende maanden werd op regelmatige tijdstippen gecontroleerd of er zich in de gaten opnieuw vocht verzamelde, dit zowel visueel als aan de hand van metingen. Ook de afgelopen winterperiode werd als extra marge behouden vermits voorgaande problemen telkens rond de jaarwisseling werden vastgesteld. Tot op heden werd geen vocht meer vastgesteld of gemeten waardoor het aannemelijk is dat het probleem is opgelost.

Er kan dus worden overgegaan tot de definitieve oplevering van het project en de vrijgave van de nog uitstaande borg.

Na het principiële akkoord van het college van burgemeester en schepenen in de zitting van 01/10/2020 om  één van de luchtkanalen (pulsie of extractie) te verlengen in de grotere lokalen en een onderhoudscontract voor de installatie af te sluiten werd de installateur, TMS, gecontacteerd om hiervoor enerzijds een offerte op te stellen en anderzijds de prijzen uit het voorstel voor onderhoudscontract van 29/11/2017 te actualiseren of te bevestigen.

Ondanks herhaaldelijk aandringen, zowel  per mail (27/01/2021, 08/03/2021, 22/04/2021, 18/06/2021) als telefonisch hebben wij nooit deze prijzen mogen ontvangen. Uiteindelijk werden op 14/12/2021 andere installateurs aangeschreven en werden er offertes ontvangen van LKB uit Zonhoven, Camps uit Ham en CV Peeters uit Bree. 

Zowel voor de aanpassing van de ventilatiekanalen (€ 6.827,98 incl. btw) als voor het onderhoud van de gehele installatie (€ 3.825,03 incl. btw) is de offerte van Camps de meest voordelige en is het aangewezen deze werken te laten uitvoeren.

Afhankelijk van de timing van de aanpassingen aan de ventilatiekanalen kan dan ook overgegaan worden tot de herstelling van de vloer in het diepste danslokaal. Deze werken kunnen uitgevoerd worden door onze eigen diensten. De boorgaten in de dekvloer zullen voor de helft opgevuld worden met gespoten PUR en verder gedicht met een chappe. De nieuwe opbouw zal achtereenvolgens bestaan uit een PE-folie (dampscherm), een dunne EPS-isolatie (1 cm), een dubbele laag OSB-platen (2x 18 mm) en een vinylvloer zoals eerder ook in de andere danslokalen over het parket werd gelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De opdracht “Bouwen van jeugdlokalen Halveweg” wordt definitief opgeleverd.

Artikel 2

De tweede helft van borgtocht nr. 3626/81404-00391-50 (Borgstellingskas: BNP Paribas Fortis CS Bank Guarantees RPB-CB Antwerpen C-2FA2X) van € 72.470,00 mag worden vrijgegeven.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen keurt de offerte OF2022-0031_16662 goed van de firma Camps bvba voor het verlengen van de ventilatiekanalen voor een bedrag van € 6.827,98 inclusief btw.

Artikel 4

Het college van burgemeester en schepenen keurt de offerte OF2022-0047_16662 goed van de firma Camps bvba voor het afsluiten van een onderhoudscontact voor de HVAC-installatie voor een bedrag van € 3.825,03 inclusief btw.

Artikel 5

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de herstelling van de vloer in het diepste danslokaal door de eigen diensten met volgende opbouw: boorgaten voor de helft opgevuld met gespoten PUR en verder gedicht met een chappe. Vervolgens een PE-folie (dampscherm), een dunne EPS-isolatie (1 cm), een dubbele laag OSB-platen (2x 18 mm) en een vinylvloer zoals eerder ook in de andere danslokalen over het parket werd gelegd.

17.

2022_CBS_00444 - Uitvoering telecommunicatiewerken Proximus - Beemdstraat (verkaveling) - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2022_CBS_00444 - Uitvoering telecommunicatiewerken Proximus - Beemdstraat (verkaveling) - Goedkeuring

2022_CBS_00444 - Uitvoering telecommunicatiewerken Proximus - Beemdstraat (verkaveling) - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college verleent toelating aan Proximus voor uitvoering van telecommunicatie- uitrustingswerken in de Beemstraat. De werken omvatten de aftakking van de bestaande leiding in de Beemdstraat en de uitbreiding naar de verkaveling.

De werken worden toegestaan onder volgende voorwaarden:

  • De uitvoerende aannemer dient een signalisatievergunning aan te vragen bij de technische dienst van de gemeente Zonhoven,  ten minste 10 werkdagen voor de aanvang der werken;
  • Voor de aanvang der werken dient een tegensprekelijke vaststelling te worden opgemaakt in tegenwoordigheid van een afgevaardigde van ons bestuur;
  • Proximus blijft verantwoordelijk voor latere verzakkingen bij onderboringen van wegen of fietspaden;
  • De werken moeten worden uitgevoerd door middel van een niet grondverdringende boring indien men onder het wegdek door moet, klopboringen kunnen niet worden toegestaan;
  • De wegberm dient in zijn oorspronkelijke staat te worden hersteld (ook terug inzaaien met graszaad);
  • De inritten van de huizen dienen degelijk te worden hersteld zodat er op de plaats van opbraak geen verzakkingen zijn achteraf;
  • Alle herstellingen dienen uitgevoerd te worden volgens de methode beschreven in de laatste versie van het standaardbestek 250, binnen de 14 dagen na het beëindigen van de werken.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Deze uitbreiding is rendabel.  Er zijn voor ons bestuur geen kosten.  Er is geen bezwaar tegen het ontworpen tracé van deze leidingen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Proximus voor de uitvoering van telecommunicatie- uitrustingswerken in de Beemdstraat te Zonhoven onder hoger vermelde voorwaarden.

18.

2022_CBS_00445 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
18.

2022_CBS_00445 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2022_CBS_00445 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming