Terug
Gepubliceerd op 08/06/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 31/05/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00580 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00580 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00580 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 24 mei 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00581 - Bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2022_CBS_00581 - Bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00581 - Bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 9.616,37.

3.

2022_CBS_00582 - Vraag aankoop deel openbaar domein (Kremerstraat) - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2022_CBS_00582 - Vraag aankoop deel openbaar domein (Kremerstraat) - Weigering

2022_CBS_00582 - Vraag aankoop deel openbaar domein (Kremerstraat) - Weigering

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Uittreksel kadasterplan.

Feiten context en argumentatie

Twee burgers, zoon en moeder, hebben de vraag gesteld om een stuk grond behorende tot het openbaar domein te kunnen aankopen.

Dit stuk openbaar domein is gelegen in de Kremerstraat, nl. naast het kleine stukje verbindingsweg tussen de Kleine Hemmenweg en de Kremerstraat dewelke vrij recent ontoegankelijk werd gemaakt voor autoverkeer (zie bijgevoegd uittreksel kadasterplan).

Het naastliggend perceel van de aanvragers, afd.2, sectie C, nr. 362P, eigendom van Greta Fraiponts, is momenteel een onbebouwd grasland van 5a91ca. Er wordt momenteel al een relatief groot deel van het openbaar domein ingenomen door een omheining die te ver geplaatst is door Greta Fraiponts.

Volgens de vraag van aanvragers, bij monde van de zoon Roel Vandeput, is de motivering om dit perceel aan te kopen omdat zij dit willen dit perceel integreren in hun tuin. Ze wonen echter aan de overkant van de straat, een eindje verder in de straat.

Dit stuk grond is openbaar domein, dewelke per definitie onbeschikbaar en dus onverhandelbaar is. In theorie kunnen gronden horende tot het openbaar domein onttrokken worden om bij te voegen bij het privaat domein van de gemeente maar dit dient sterk en uitvoerig gemotiveerd worden, net omdat dit regelrecht ingaat tegen waarvoor het “openbaar domein” bestaat. Het openbaar domein is eigendom van niemand en iedereen, onder beheer van de overheid. Desaffecteren is een uitzondering en kan bijgevolg niet zomaar gebeuren. De motivatie moet te vinden zijn in het algemeen belang.

In casu motiveert het college van burgemeester en schepenen de desaffectatie op basis van het feit dat deze strook geen meerwaarde heeft voor de gemeente en naar de toekomst toe niet verder ingevuld moet worden als openbaar domein.

Na dit stuk grond te onttrekken uit het openbaar domein, bevoegdheid gemeenteraad, kan die grond enkel verkocht worden d.m.v. een openbare verkoop, na een voorafgaande schatting dewelke de minimumprijs vormt. Enkel mits reden en motivering kan uitzonderlijk onderhands verkocht worden. In casu is er geen reden voorhanden om aan de naastliggende eigenaars te verkopen, deze hebben het stuk openbaar domein nl. niet nodig noch is er in het algemeen belang een andere reden voorhanden aan deze burgers te verkopen.

Adviezen
Patrimonium Ongunstig advies

De dienst Patrimonium sluit zich aan bij het advies van Planning & Vergunningen en de overige motivatie van het besluit, wat resulteert in een negatief advies naar de gevraagde verkoop toe.

Planning en Vergunningen Ongunstig advies

Mogelijk wenst men dit openbaar domein aan te kopen om de bouwmogelijkheden op het eigen perceel te vergroten.

Deze doorsteek werd recent deels onthard ifv enerzijds een veiligere verkeerssituatie, en anderzijds ontharding.  Deze ontharding zal mogelijk in de toekomst verder gemaximaliseerd worden zodat er een veilige en aangename fietsverbinding ontstaat.  De verkoop van groen aangeplant openbaar domein, mogelijk voor latere private ontwikkeling, gaat in tegen de visie van de gemeente om op openbaar domein en gemeentelijke grond zoveel mogelijk te ontharden en in te groenen, gezien zo hoofdzakelijk verharde gedeelten zullen resteren.  Het behoud van kwalitatief openbaar groen is essentieel voor het behoud van het groene karakter van de gemeente Zonhoven.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de vraag van Greta Fraiponts en Roel Vandeput om het stuk openbaar domein gelegen in de Kremerstraat onderhands te verkopen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel het betreffende stuk grond te desaffecteren uit het openbaar domein van de gemeente Zonhoven en toe te voegen bij het privaat domein van de gemeente Zonhoven, met het oog op een latere openbare verkoop.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen beslist de opmetings- en schattingskosten bij Greta Fraiponts en Roel Vandeput te leggen.

4.

2022_CBS_00583 - Ambachtelijke zone De Waerde -Toelating tot doorverkoop van een werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1108 te Zonhoven, Sectie C 1076E, door Martin Vandereyt bv aan Metruco bv - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00583 - Ambachtelijke zone De Waerde -Toelating tot doorverkoop van een werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1108 te Zonhoven, Sectie C 1076E, door Martin Vandereyt bv aan Metruco bv - Goedkeuring

2022_CBS_00583 - Ambachtelijke zone De Waerde -Toelating tot doorverkoop van een werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1108 te Zonhoven, Sectie C 1076E, door Martin Vandereyt bv aan Metruco bv - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De akte verleden voor notaris Romain Janssen te Zonhoven op 3 juli 1995 voor de verkoop van een perceel nijverheidsgrond gelegen aan de Senator Alfons Jeurissenlaan te Zonhoven, sectie C deel van nummers 1075X, 1075C en 1087B, groot 20a 37ca, door de gemeente Zonhoven aan Martin Vandereyt, Grote Hemmenweg 123/A.

Feiten context en argumentatie

In de zending van 25 mei 2022 vraagt het notariaat Bovend’aerde & Manshoven te Zonhoven de toelating van het gemeentebestuur voor de doorverkoop door Martin Vandereyt, Besloten Vennootschap, met zetel te Dilsen-Stokkem, Bekaertlaan 20, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0453.878.143, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 453.878.143, van de werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1108 te Zonhoven, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel sectie C, nummer 1076EP0001, met een oppervlakte van twintig are zevenendertig centiare (20 a 37 ca), aan METRUCO, Besloten Vennootschap, met zetel te Hasselt, Zavelvennestraat 275, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0848.360.020, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 0848.360.020.

In de oorspronkelijke verkoopakte van 3 juli 1995, waarbij de gemeente Zonhoven verkopende partij was, is de clausule opgenomen niet te vervreemden zonder schriftelijke goedkeuring van de gemeente Zonhoven.

De oorspronkelijke verkoopakte van 3 juli 1995 bevatte bijzondere bepalingen dewelke overgenomen horen te worden in de daaropvolgende aktes.

POM Limburg werd voor de doorverkoop eveneens advies gevraagd door het notariaat.

Het is noodzakelijk dat de overnemer zich schriftelijk ertoe verbindt alle verplichtingen die volgen uit de bijzondere bepalingen uit de oorspronkelijke verkoopovereenkomst d.d. 3/07/1995 over te nemen en na te leven. Alle bijzondere bepalingen uit de oorspronkelijke verkoopovereenkomst moeten bijgevolg worden overgenomen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist, onder de voorwaarde dat POM Limburg een positief advies verleent, toelating te geven tot doorverkoop van de werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1108 te Zonhoven, 2de afdeling, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel sectie C, nummer 1076EP0001, met een oppervlakte van twintig are zevenendertig centiare (20 a 37 ca), door Martin Vandereyt, Besloten Vennootschap, met zetel te Dilsen-Stokkem, Bekaertlaan 20, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0453.878.143, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 453.878.143. aan METRUCO, Besloten Vennootschap, met zetel te Hasselt, Zavelvennestraat 275, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0848.360.020, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 0848.360.020.

Artikel 2

De bijzondere bepalingen uit de oorspronkelijke verkoopovereenkomst d.d. 03/07/1995 moeten worden overgenomen in de akte. De nog relevante bepalingen hieruit blijven van toepassing.

Artikel 3

Het advies van POM Limburg dient gevolgd te worden.

Artikel 4

Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan het notariaat Bovend'aerde & Manshoven.

5.

2022_CBS_00584 - Ambachtelijke zone De Waerde -Toelating tot doorverkoop van een werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1102 te Zonhoven, Sectie C 1086G, door Martin Vandereyt bv aan Noster nv - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00584 - Ambachtelijke zone De Waerde -Toelating tot doorverkoop van een werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1102 te Zonhoven, Sectie C 1086G, door Martin Vandereyt bv aan Noster nv - Goedkeuring

2022_CBS_00584 - Ambachtelijke zone De Waerde -Toelating tot doorverkoop van een werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1102 te Zonhoven, Sectie C 1086G, door Martin Vandereyt bv aan Noster nv - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De akte verleden voor notaris Filip Junius te Hasselt op 30 augustus 1996 voor de verkoop van een perceel nijverheidsgrond gelegen aan de Senator Alfons Jeurissenlaan te Zonhoven, sectie C deel van nummers 1085d – 1085f – 1086f en 1076d, groot 45a 92ca, door de gemeente Zonhoven aan nv De Raeve, Muizenstraat 30 te Zonhoven.

Feiten context en argumentatie

In de zending van 23 mei 2022 vraagt het notariaat Bovend’aerde & Manshoven te Zonhoven de toelating van het gemeentebestuur voor de doorverkoop door Martin Vandereyt, Besloten Vennootschap, met zetel te Dilsen-Stokkem, Bekaertlaan 20, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0453.878.143, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 453.878.143, van de werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1102 te Zonhoven, thans gekadastreerd sectie C 1086g, groot 45a 92ca, aan NOSTER, Naamloze Vennootschap, met zetel te Zonhoven, Senator A. Jeurissenlaan 1210, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0458.313.419, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 0458.313.419.

In de oorspronkelijke verkoopakte van 30 augustus 1996, waarbij de gemeente Zonhoven verkopende partij was, is de clausule opgenomen niet te vervreemden zonder schriftelijke goedkeuring van de gemeente Zonhoven.

De oorspronkelijke verkoopakte van 30 augustus 1996 bevatte bijzondere bepalingen dewelke overgenomen horen te worden in de daaropvolgende aktes.

POM Limburg werd voor de doorverkoop eveneens advies gevraagd door het notariaat.

Het is noodzakelijk dat de overnemer zich schriftelijk ertoe verbindt alle verplichtingen die volgen uit de bijzondere bepalingen uit de oorspronkelijke verkoopovereenkomst d.d. 30/08/1996 over te nemen en na te leven. Alle bijzondere bepalingen uit de oorspronkelijke verkoopovereenkomst moeten bijgevolg worden overgenomen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist, onder de voorwaarde dat POM Limburg een positief advies verleend, toelating te geven tot doorverkoop van de werkplaats gelegen Senator Alfons Jeurissenlaan 1102 te Zonhoven, 2de afdeling, sectie C nummer 1086g, groot 45a 92ca, door Martin Vandereyt, Besloten Vennootschap, met zetel te Dilsen-Stokkem, Bekaertlaan 20, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0453.878.143, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 453.878.143. aan NOSTER, Naamloze Vennootschap, met zetel te Zonhoven, Senator A. Jeurissenlaan 1210, ingeschreven in het rechtspersonenregister te Antwerpen, afdeling Hasselt onder het nummer 0458.313.419, en onderworpen aan de B.T.W. onder nummer 0458.313.419.

Artikel 2

De bijzondere bepalingen uit de oorspronkelijke verkoopovereenkomst d.d. 30/08/1996 moeten worden overgenomen in de akte. De nog relevante bepalingen hieruit blijven van toepassing.

Artikel 3

Het advies van POM Limburg dient gevolgd te worden.

Artikel 4

Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan het notariaat Bovend'aerde & Manshoven.

6.

2022_CBS_00598 - Woonbeleid - lokale woontoets - project Montgomery - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2022_CBS_00598 - Woonbeleid - lokale woontoets - project Montgomery - Goedkeuring

2022_CBS_00598 - Woonbeleid - lokale woontoets - project Montgomery - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op het Lokaal Woonoverleg (LWO) van 04.05.2022 werd een lokale woontoets aangevraagd voor het project "Zonhoven, Montgomery", voor de bouw van 6 sociale huurwoningen vanwege Kempisch Tehuis. 

De conceptuele uitgangspunten zijn de volgende:

  • Ontwerp van 2 kleinschalige volumes met telkens 3 woongelegenheden
  • Ontwerp van “dorpsarchitectuur”: kleinschaligheid accentueren, massieve gevelwerking vermijden
  • Behoud van kwalitatief groen
  • Duurzaam en energievriendelijk en onderhoudsarm ontwerp

Het aantal sociale huurwoningen voor dit project, wordt vastgesteld op 6 stuks. Er komen 2 x 3 units. Het zal een mix van woningen betreffen, maar aangezien het slechts een klein project betreft kan er niet heel veel variatie zitten in de woningtypes.

Er wordt unaniem beslist om de lokale woontoets voor het project Montgomery goed te keuren.

Binnen de 30 dagen na het woonoverleg dient het college van burgemeester en schepenen een woontoets over dit project te geven. Het college heeft de laatste beslissingsbevoegdheid.

De woontoets moet worden aangevuld in het projectportaal. 

De woontoets wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt de lokale woontoets voor het project "Zonhoven, Montgomery" gunstig.

7.

2022_CBS_00586 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Klapstraat 58 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00586 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Klapstraat 58 - Goedkeuring

2022_CBS_00586 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Klapstraat 58 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het aanbiedingsdossier 154250 bij het e-voorkooploket van de Vlaamse landmaatschappij betreffende uitoefening van het voorkooprecht waarbij het gemeentebestuur de begunstigde is.

Op 21 mei 2022 heeft het kantoor BV BOVEND’AERDE & MANSHOVEN – geassocieerde notarissen een dossier aangeboden via het e-voorkooploket van de Vlaamse landmaatschappij.

Het betreft een onroerend goed gelegen Klapstraat 58 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend afdeling 3, sectie E, nummer 789G3  met een oppervlakte van 4a 5ca voor de prijs van €95000.

De woning werd opgenomen in de lijst van leegstand woningen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist te verzaken aan haar voorkooprecht betreffende het onroerend goed  Klapstraat 85 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend afdeling 3, sectie E, nummer 789G3.

8.

2022_CBS_00587 - OMV - Vergunning - Beskensstraat 82 - 2022/00067 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2022_CBS_00587 - OMV - Vergunning - Beskensstraat 82 - 2022/00067 - Goedkeuring

2022_CBS_00587 - OMV - Vergunning - Beskensstraat 82 - 2022/00067 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een losstaand bijgebouw.

De aanvraag werd op 9 maart 2022 ontvangen en op 6 april 2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 9 november 1951 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.

Op 28 juni 2016 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een vrijstaande woning met een 7-tal bijgebouwen.   (2016/00047)

Op 13 juni 2017 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van het perceel in 2 loten voor telkens 2 woonentiteiten per lot.  (1223.874.2)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Lozing NHA en ondergrondse opslag van 5 000 liter mazout

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006.

Het perceel is volgens het BPA gelegen in de zone voor semi-publieke voortuinstroken (art. 24) en de zone voor open bebouwing (art. 12).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 13 juni 2017 door het college van burgemeester en schepenen.  (1223.B.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel vervallen.

De kavel kreeg als bestemming meergezinswoning (nl. 2 wooneenheden).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften, de verkavelingsvoorschriften en de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning en de garage met een totale horizontale dakoppervlakte van 195,47m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (8,5m²) en het volume (3 500 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 7 april 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het betreft hier een eengezinswoning, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen.

Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis.

Voor dit project is er sprake van een verkaveling en moet er voldaan zijn aan alle verkavelingsvoorwaarden.

De aanvraag voor uw rioleringsaansluiting werd bekeken en het algemeen advies op www.fluvius.be/aansluitingen is van toepassing.

Een keldergarage/keldertoegang houdt altijd een risico van wateroverlast in de kelder in. Om de terugstuwing van het rioolwater uit het openbaar rioleringsstelsel naar de kelder te vermijden, dient het afvalwater en het hemelwater (komende van de inrit naar de keldergarage) opgepompt te worden. Het is dan ook heel belangrijk dat te allen tijde een reservepomp aanwezig is om bij uitval van een pomp deze te kunnen vervangen of nog beter beide pompen in dezelfde pompput plaatsen en ze alternerend laten pompen.

Het buffervolume van de pompput en het pompdebiet dienen zodanig gedimensioneerd te zijn dat extreme buien kunnen afgevoerd worden. Het buffervolume dient zodanig te zijn dat bij uitval van de pomp ten minste de 2-jaarlijkse bui gebufferd kan worden (30 liter buffer/m² hellende inrit naar de kelder).

De helling naar de keldergarage/keldertoegang wordt best zo kort mogelijk gehouden (= steile helling) zodat de oppervlakte die naar de keldergarage/keldertoegang afwatert beperkt blijft. Andere verhardingen of daken mogen niet aangesloten worden op de hemelwaterafvoer van de keldergarage/keldertoegang. Het opgepompte hemelwater van de inrit naar de keldergarage/keldertoegang dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening en niet rechtstreeks naar de straatriolering. De pompput in de kelder mag niet gebruikt worden voor de afvoer van grondwater (drainage).

De eventuele vuilwaterafvoeren (wasmachine, uitgietbak, WC, …) in de kelderverdieping dienen op een aparte vuilwaterpomp aangesloten te worden die het vuilwater oppompt naar de vuilwaterafvoerleiding.

Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.

Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.

Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Beskensstraat, een uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de kelder (technieken), de inkomhal, de nachthal en de zolder.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een losstaande garage.

De woning wordt ingeplant op 8,40m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op 3m van de rechter perceelgrens en op minimum 3,11m van de linker perceelgrens.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 16,60m en op de verdieping maximaal 13,60m.

Er wordt op de verdieping een dakterras voorzien op het plat dak van het gelijkvloers.  Om de privacy van de aangrenzenden te garanderen wordt opgelegd dat dit dakterras niet mag uitgevoerd worden maar dient uitgevoerd te worden als plat dak.

De kroonlijsthoogte is gedeeltelijk gelegen op 3,50m en deels op 6,50m ten opzichte van de as van de weg.  De nokhoogte is deels gelegen op 9,90m en deels op 11,26m ten opzichte van de as van de weg.

De woning wordt uitgevoerd in een rood genuanceerde gevelsteen en antracietkleurige dakpannen.

De garage wordt ingeplant op 15m achter de achtergevel van de woning en op 1m van de linker perceelgrens.

Het bijgebouw zal gebruikt worden als functie garage en tuinberging.

Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 39,60m² (6m x 6,60m).

De kroonlijsthoogte is gelegen op 3m en de nokhoogte op 5,52m ten opzichte van de as van de weg.

Net als de woning wordt het bijgebouw  uitgevoerd in een rood genuanceerde gevelsteen en antracietkleurige dakpannen.

Behoudens de woning en het bijgebouw worden ook verhardingen voorzien.

Er wordt een inrit die toegang verleent tot het bijgebouw.  Deze inrit wordt aangelegd in grasroosters en heeft een oppervlakte van 164m².

In de voortuin wordt vanaf de straat en de inrit een toegangspad aangelegd naar de voordeur van de woning.  Dit pad wordt uitgevoerd in tegels en heeft een oppervlakte van 13m².

Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd in tegels (33m²).

Vanaf de voorgevel van de woning wordt het perceel in de zij- en achtertuin afgesloten met een draadafsluiting met een hoogte van 1,80m.

Bijkomend wordt een streekeigen haagbeplanting voorzien tegen de draadafsluiting met een hoogte van 1,80m.  Deze haagbeplanting wordt voorzien aan de linkerzijde vanaf de voorgevel van de garage tot de achterste perceelgrens, tegen de achterzijde van het perceel en tegen de rechter perceelgrens vanaf de voorgevel van de woning.

Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.  Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat

BESPREKING ADVIEZEN

Op 7 april 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een losstaand bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een losstaand bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

9.

2022_CBS_00588 - OMV - Verzaking verkaveling - 1139.A.874.2 gelegen langs Bruinstraat 8a - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00588 - OMV - Verzaking verkaveling - 1139.A.874.2 gelegen langs Bruinstraat 8a - Goedkeuring

2022_CBS_00588 - OMV - Verzaking verkaveling - 1139.A.874.2 gelegen langs Bruinstraat 8a - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Artikel 104 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning dd.: 25/04/2014 omschrijft:
Een verkavelaar kan eenzijdig afstand doen van de rechten die hij verkregen heeft uit de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, tenzij al een aanvang werd genomen met de verwezenlijking van deze omgevingsvergunning, hetzij door het stellen van een of meer rechtshandelingen, vermeld in artikel 102, § 1, hetzij door de uitvoering van de werken waaraan de afgifte van de omgevingsvergunning verbonden werd.
 Aan het geheel van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden verzaakt door de eigenaar die alle kavels heeft verworven of in geval van akkoord van alle eigenaars, ongeacht of deze omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk verwezenlijkt is.

Onderzoek verzaking:

Binnen de oorspronkelijke verkaveling 1139.A.874.2 werd in totaal 1 lot goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 10 april 2012 voor een open bebouwing, bestemd voor residentieel gebruik.

Lot 1 : 

944K

  • is voor 1/1 eigendom van Michiel Verhaert en Delien Karolien
  • Is bebouwd

Ondertekening en akkoorden:

Bij de vraag tot verzaking, dd. 21/05/2022, werden de akkoorden van alle eigenaars van het perceel 1ste afdeling, sectie A, nummer 944K toegevoegd, evenals een begeleidend schrijven tot verzaking. 

Bijgevolg werd er aan alle voorwaarden voldaan, waardoor het college van burgemeester en schepenen kan kennisnemen van de verzaking van de verkaveling.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt, tijdens de zitting van 31/05/2022, akte van de verzaking van de volledige verkaveling 1139.A.874.2, perceel 1ste afdeling, sectie A, nummer 944K, gelegen langs Bruinstraat 8a.

Het college beslist volgende eigenaars in kennis te stellen van de akteneming van bovenvermelde verzaking:

  • Verhaert Michiel en Delien Karolien, Bruinstraat 8a te 3520 Zonhoven

Het college beslist een uittreksel van de verzaking over te maken aan:

Departement Omgeving

10.

2022_CBS_00589 - OMV - Vergunning - Maexhofweg 4 - 2022/00051 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2022_CBS_00589 - OMV - Vergunning - Maexhofweg 4 - 2022/00051 - Goedkeuring

2022_CBS_00589 - OMV - Vergunning - Maexhofweg 4 - 2022/00051 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De aanvraag werd op 24 februari 2022 ontvangen.

Op 25 maart 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 29 maart 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 11 april 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 28 maart 1952 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1952/00079)

Op 21 mei 2019 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd voor het verkavelen van de gronden in 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing met ontbossen en het slopen van 5 bijgebouwen.

Het lot van de huidige aanvraag werd uitgesloten uit de verkaveling.  (1279.E.874.2)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2018_070)

18 december 2020:

“ivm de tekeningen die u indiende voor de woning Maexhofweg 4.  Is het mogelijk ons hierover bijkomende informatie te bezorgen?

Wat zal de functie zijn na verbouwing?  Kan u ons ook grondplannen bezorgen?

Dit terzijde geef ik alvast volgende bemerkingen mee:

  • De bestaande toestand op het perceel komt niet overeen met de vergunde toestand.  Plannen en vergunningen kan u aanvragen via het e-loket.

Voor gebouwen die niet vergund zijn kan eventueel, via een ‘gebouwendossier’ (zie bijlage), dmv bewijslast het vergund karakter aangetoond worden.  Indien de gebouwen niet als vergund geacht worden beschouwd, en te behouden zijn, dienen deze geregulariseerd te worden.  Zonder meer gedetailleerde plannen kunnen we momenteel geen uitspraken doen over de eventuele vergunbaarheid.

  • De algemeen gehanteerde normen binnen Zonhoven hanteren een maximale bouwdiepte van 17m op het gelijkvloers en 10m op de verdieping.  Omdat we wensen te streven naar een minimale footprint gaat onze voorkeur zelfs uit naar max. 15m op het gelijkvloers, waarbij 12m op de verdieping mogelijk is (tenzij dit hinder zou veroorzaken tov aanpalende percelen).  Verhardingen dienen tot het minimum te worden beperkt.
  • Meergezinswoningen worden niet toegelaten op deze locatie.
  • De afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen dient minimaal 3m te bedragen.

Verdere bemerkingen zullen volgen na het ontvangen van meer informatie, met bovenstaande bemerkingen kan u alvast rekening houden.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

5 juli 2021:

“Maexhofweg 4 is gelegen binnen woongebied en in de buitenrand van de afbakening regionaal stedelijk gebied.  In 2019 werd een deel van het perceel afgesplitst in het kader van een verkaveling.

Er werd een bouwvergunning afgeleverd in 1952 voor het bouwen van een woonhuis.
 De bestaande toestand komt niet overeen met de vergunde.  Er zijn onvergunde aanbouwen, bijgebouwen en verhardingen aanwezig op het terrein.

Er werd geen inplantingsplan toegevoegd aan het voorstel, we kunnen bijgevolg geen uitspraken doen over het terrein, inplanting van de woning, verhardingen, bijgebouwen, enz.

Er wordt een gelijkvloerse bouwdiepte voorgesteld van 18m en een bouwdiepte op de verdieping van eveneens 18m.

Standaard wordt in Zonhoven een norm gehanteerd van maximum 17m bouwdiepte op het gelijkvloers en maximum 10 m op de verdieping.  (In nieuwe verkavelingen streven we er zelfs naar dit te herleiden tot een verhouding van 15/12, om zo de footprint nog meer te beperken.)

De bestaande bouwdiepte van 20m is geen verworven recht, gezien het niet gaat om een vergunde bouwdiepte.  Er kan eventueel een dossier worden ingediend om de bebouwing als vergund te laten opnemen in het vergunningenregister, zie hiervoor het formulier in bijlage.  Er dient in dat geval aangetoond te worden dat de bestaande bebouwing (en/of constructies op het terrein) aanwezig was voor het gewestplan, dmv aantoonbaar bewijsmateriaal.

Wanneer de huidige bouwdiepte als vergund geacht zou kunnen worden beschouwd geeft dit echter geen automatisch recht op een grotere bouwdiepte dan doorgaans toegelaten.  Bij zeer grondige verbouwingen/herbouw (zoals hier het geval) dienen de standaard normen te worden aangehouden.

Voor de verdieping is een bouwdiepte van 18m onaanvaardbaar.  Deze diepte dient te worden teruggebracht tot max. 10m.  Indien geen bijkomende hinder (privacy/lichtinval) wordt gecreëerd is een afwijking op deze norm tot max. 12m mogelijk toelaatbaar.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

29 oktober 2021:

we kunnen akkoord gaan met het voorgestelde ontwerp, behoudens het dakterras.

Principieel worden geen dakterrassen toegestaan bij eengezinswoningen, gezien dit onnodige privacyhinder t.o.v. aanpalende percelen veroorzaakt.

Bijkomend nog 1 vraag: zal de bureelruimte aangewend worden voor private doeleinden en/of thuiswerk, of is heeft dit eerder een zakelijke functie en zullen er klanten worden ontvangen?

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructie werd opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de achterbouw van de woning.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht

Volgens art. 2.1.8° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het aanleggen van het niet-overdekte terras aan de achterzijde van de woning zonder voorwerp. De oppervlakte van het niet-overdekte terras bedraagt 21,20m².

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het aanleggen van een niet-overdekt terras aan de achterzijde van de woning.   Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor woning met een horizontale dakoppervlakte van 170,15m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 14 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachine en besproeiing van de tuin. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (19,71m²) en het volume (5 400 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Maexhofweg, een uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan moet worden aan het decreet betreffende de optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Maexhofweg, een gemeenteweg ten oosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel bevindt zich een eengezinswoning uit de jaren 50.  De woning werd zonder vergunning uitgebreid.

De woning is ingeplant op minimum 5,72m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 5,93m van de linker perceelsgrens en op minimum 10,98m van de rechter perceelsgrens.

De woning bestaat uit 2 bouwlagen met een zadeldak.

De maximale bouwdiepte bedraagt 20,56m.

De maximale kroonlijsthoogte is gelegen op 4,88m ten opzichte van het maaiveld.

De maximale nokhoogte bedraagt 8,47m ten opzichte van het maaiveld.

De huidige aanvraag omvat het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is functioneel inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.

Er wordt in het hoofdvolume een interne garage voorzien.  Hierdoor wordt het stallen van wagens geheel op eigen terrein opgevangen en de last van het autobezit niet afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De bestaande woning wordt drastisch verbouwd.

De inplanting is voorzien op minimum 5,86m achter de rooilijn / voorste perceelsgrens, op minimum 3,01m van de linker perceelsgrens en op minimum 5,97m van de rechter perceelsgrens.

De bouwdiepte op het gelijkvloers wordt gebracht op maximaal 13,42m en op de verdieping op maximaal 10m.

De bouwdieptes zijn in overeenstemming met de algemeen gehanteerde normen.

De woning wordt uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is deels gelegen op 3,41m en deels op 6,22m ten opzichte van het maaiveld (= 3,10m en 6,30m ten opzichte van de as van de weg).

De gevelafwerking van de woning wordt uitgevoerd in witte bepleistering, gecombineerd met kwartsgrijze gevelpanelen en houten verticale gevelbekleding.

In de aanvraag wordt niet gespecifieerd welk soort hout gebruikt zal worden.  Hierdoor wordt i.f.v. duurzaamheid als bemerking meegegeven dat er best geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Behoudens de woning worden ook verhardingen voorzien.

Aan de voorzijde van de woning wordt een oprit (karrenspoor) en 2 toegangspaden naar de voordeur aangelegd.  Deze verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers (30,36m²).

Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd in waterdoorlatend materiaal (43,21m²).

De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

Gezien de bestaande bebouwing in de omgeving varieert qua bouwstijl, dakprofiel alsook materiaalgebruik.  Bijgevolg zal het ontwerp niet als storend ervaren worden in het straatbeeld.

Bodemreliëf

Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden blijft.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voldaan wordt aan het decreet betreffende optische rookmelders.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het hout van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  14. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het hout van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  14. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het hout van het bijgebouw bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

11.

2022_CBS_00590 - OMV - Vergunning - Herestraat 124a en Muizenstraat 32b - 2021/00371 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00590 - OMV - Vergunning - Herestraat 124a en Muizenstraat 32b - 2021/00371 - Goedkeuring

2022_CBS_00590 - OMV - Vergunning - Herestraat 124a en Muizenstraat 32b - 2021/00371 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een turnhal en de exploitatie ervan.

De aanvraag werd op 24/12/2021 ontvangen.

Op 21/01/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 21/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 16/02/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 26/02/2022 tot en met 27/03/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.

GEGEVENS VAN HET BEDRIJF 

De activiteiten van het bedrijf zijn de volgende: uitbaten van een turnhal voor diverse disciplines. 

Huidige aanvraag behelst een nieuwe aanvraag. 

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1958/00144: WEIGERING van de bouwaanvraag op 14/05/1958 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1980/00046: bouwvergunning op 23/06/1980 voor het bouwen van een tennislokaal, centraal gebouw, voetballokaal;
  • 1992/00034: bouwvergunning op 24/03/1992 voor het bijbouwen van een berging tennisgebouw Basvelden;
  • 1997/07686: bouwvergunning op 12/09/1997 voor het bouwen van een afdak aan het tennisgebouw;
  • 1998/07817: bouwvergunning op 30/04/1998 voor de aanleg van een skatepark;
  • 1998/07897: bouwvergunning op 02/09/1998 voor het verbouwen van de voetbalkantine;
  • 2004/09538: stedenbouwkundige vergunning op 19/08/2004 voor het bouwen van een centraal gebouw op de sportvelden Basvelden;
  • 2005/09872: stedenbouwkundige vergunning op 24/05/2005 voor het uitbreiden van de voetbalkantine;
  • 2006/10340: stedenbouwkundige vergunning op 31/07/2006 voor het bouwen van een telecommunicatiestation met monotube pyloon van 30m, voorzien van 3 paneelantennes en terreinverlichting, een bijhorend technisch lokaal en een omheining van 2m rond het geheel;
  • 2007/10834: stedenbouwkundige aanvraag voor het plaatsen van een hob-unit  - geen tijdige beslissing stedenbouw;
  • 2009/11296: stedenbouwkundige vergunning op 28/04/2009 voor het aanleggen van een vloerplaat in ongewapend beton met plaatsing van prefab betonnen skatetoestellen;
  • 2009/11522: stedenbouwkundige vergunning op 21/12/2009 voor het aanleggen en inrichten van een voetbalterrein op het openluchtsportcentrum Basvelden;
  • 2014/00180: stedenbouwkundige vergunning op 25/02/2015 voor het regulariseren, heraanleggen en uitbreiden van een parking en het aanleggen van een infiltratiebekken;
  • 2017/00094: stedenbouwkundige vergunning op 01/08/2017 voor het kappen van 3 berken;
  • 2017/00095: weigering van de stedenbouwkundige aanvraag op 01/08/2017 voor het kappen van 1 acacia;

Omgevingsvergunningen

  • 2018/00270: omgevingsvergunning op 26/02/2019 voor het kappen van een boom;
  • 2020/00029: omgevingsvergunning op 08/05/2020 voor de plaatsing van een nieuw telecommunicatiestation;
  • 2021/00062: omgevingsvergunning op 11/05/2021 voor het slopen van de voetbalkantine “Basvelden”;
  • 2020/00297: weigering omgevingsvergunning op 22/06/2021 voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning;
  • 2021/00265: omgevingsvergunning op 30/11/2021 voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende milieuvergunningen werd afgeleverd op volgende percelen:

  • Milieuvergunning klasse 2 voor een grondwaterwinning 1 put van 30 meter diepte voor beregening voetbalvelden en lozing huishoudelijk afvalwater, voor perceel 3-E-269D, voor een termijn tot 05/10/2026. 

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 26/02/2022 tot en met 27/03/2022.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Provinciale dienst Water & Domeinen

Inter 

Fluvius

Dienst Patrimonium 

Dienst Contractmanagement

Dienst Facilitair Management 

Proximus

FOD Binnenlandse Zaken – Astrid veiligheidscommissie

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screening kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screening bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de screening bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in gebied voor dagrecreatie.

De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen). De gebieden voor dagrecreatie bevatten enkel de recreatieve en toeristische accommodatie, bij uitsluiting van alle verblijfsaccommodatie.

Bijzonder plan van aanleg of verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte turnhal met een horizontale dakoppervlakte van 1.788m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 20 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte 100m² en het volume 30.000 liter bedraagt. Uit het voorwaardelijk gunstig van 22/03/2022 van de provinciale dienst Water en Domeinen blijkt dat het buffervolume van de infiltratievoorziening minimaal 44.700 liter moet bedragen voor een aangesloten verharde oppervlakte van 1.788 m². De infiltratie-oppervlakte moet minimaal 71,5 m² bedragen. Dit volume moet worden gerealiseerd onder het niveau van de noodoverloop van de infiltratievoorziening. Het infiltratieveld moet bovengronds worden uitgevoerd in de vorm van een verlaagd grasveld, waar de overloop van de hemelwaterputten op wordt aangesloten. Deze voorwaarden zullen opgenomen worden bij het afleveren van de omgevingsvergunning. 

De verhardingen worden niet uitgebreid.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening mits naleving van bovenstaande voorwaarden.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. 

Volgens de gekende gegevens is nog een gemengd rioleringsstelsel aanwezig.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan rioleringsbeheerder Fluvius. Er werd geen advies geformuleerd door Fluvius binnen de gestelde adviestermijn. Er kan bijgevolg van uitgegaan worden dat aan het advies voorbijgegaan kan worden. Na onderzoek kunnen evenwel volgende opmerkingen en voorwaarden geformuleerd worden:

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in het gebouw in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Toegankelijkheid

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010. 

Het betreft art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte groter of gelijk is aan 400m². De toegankelijkheidsnormen zijn van toepassing op alle nieuw te bouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen.

Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 05/05/2022 voldoet de aanvraag aan deze stedenbouwkundige verordening mits voldaan wordt aan de opgelegde voorwaarden en opmerkingen:

4 Normen

4.1 Buitenomgeving

4.1.1 Opvangen niveauverschillen buiten (art. 18-21)

Voorwaarden :

  • De trap moet gedraaid worden (loodrecht op de wanden).
  • Na maximaal 17 treden moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 100 cm diep.
  • Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40 cm horizontaal doorlopen voor en na de trappen. Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

4.2 Het gebouw

4.2.1 Toegangen, deuropeningen en deuren (art. 22-26):

Voorwaarde:

  • Bij manueel bedienbare deuren moet aan de krukzijde van de deur een aanliggende vlakke wand en vloer gezorgd worden van minstens 45 cm breed (ruwbouw), na afwerking minstens 50 cm breed. -> Brandblussers mogen geen obstakel vormen.

4.2.2 Doucheruimtes (art. 29/2-32):

Voorwaarde:

  • De doucheruimte moet minstens 220 cm x 240 cm groot zijn (ruwbouw) zodat na afwerking minstens 215 cm x 235 cm beschikbaar is. Bij deze maatvoering moet de deur in de korte zijde geplaatst worden. -> De kleedruimtes bij de inkom mogen niet omgevormd worden tot doucheruimtes aangezien deze beide te klein zijn om een toegankelijke doucheruimte van te maken.

Bijkomende informatie

Evacuatie bij brand:

De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. Alsook de specifieke voorzieningen bepaald in het BVR van

09 december 2011 inzake brand-veiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen.

Ruimtes voor personeel:

Volgens de bepalingen art. 1 punt 15° en art. 2 §1 vallen de ruimtes die “alleen toegankelijk zijn voor werknemers” niet onder in de hierboven vermelde stedenbouwkundige verordening.

Doch volgens de bepalingen van de codex over het welzijn op het werk (Hoofdstuk 1, art. III. 1-3) is het noodzakelijk van nieuwe arbeidsplaatsen in te richten rekening houdend de eventuele tewerkstelling van werknemers met een handicap.

G – sport:

Aangezien het hier een turnzaal betreft willen we G-sport onder de aandacht brengen. De meeste sportrolstoelen hebben een vrije doorgangsbreedte van 110 cm nodig, enkel tennissportrolstoelen hebben een vrije doorgangsbreedte van 120 cm nodig.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits het naleven van de opgelegde voorwaarden. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. 

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota toegevoegd aan de aanvraag. Op 18/12/2021 nam het Agentschap Onroerend Erfgoed akte van de archeologienota met referentie:  https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/20804. Als voorwaarde bij de omgevingsvergunning zal worden opgelegd dat het programma van maatregelen zoals opgenomen in de archeologienota dient te worden nageleefd.

Overige regelgeving

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een turnhal.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen op het recreatiedomein “Basvelden” en wordt ontsloten via de Muizenstraat en de Herestraat, twee gemeentewegen ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband langsheen de straten die het recreatiegebied omzomen en ten zuiden bevindt zich een ingesloten groengebied. Op het perceel van de aanvraag zelf zijn diverse gebouwen en aangelegde terreinen in functie van sport en recreatie aanwezig.  De sportvelden worden door bomenrijen gescheiden van mekaar en worden opgedeeld in ‘groene landschapskamers’. Centraal is er een gebouw met cafetaria, gezamenlijke kleedkamers en bergingen.

De zone tussen het centraal gebouw, het polyvalent terrein en de speeltuin wordt aangeduid als bouwzone. Het terrein bevat de bestaande toegangsweg maar is verder onbebouwd en vlak. Naast de weg staan wat lage struiken en een aantal vrijstaande bomen. Door de reeds aanwezige infrastructuur en de bestaande bebouwing, is de structuur van het gebied bekend.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het bouwen van een turnhal. Volgende werkzaamheden gaan hier met gepaard: 

  • het verwijderen van 1 hoogstammige en 4 laagstammige bomen voor de bouw van de turnhal;
  • het verwijderen van 7 hoogstammige en 5 laagstammige bomen voor de aanpassingswerken aan de riolering en de nutsleidingen;
  • het verwijderen van enkele speeltuigen, zitbanken, vuilbakken, verlichtingstoestellen en een houten omheining;
  • het opbreken van verharding in asfalt, dolomiet en betonstraatstenen;
  • het aanleggen van een infiltratieveld;
  • het wijzigen van het reliëf ter hoogte van de voorgevel.

De verdere invulling van het recreatiegebied, de aanleg van de wandelpaden, de groenaanleg, de parkeerinfrastructuur en de hieraan gekoppelde mobiliteitsimpact vallen buiten de scope van de aanvraag en zullen, indien vergunningsplichtig, in een volgend dossier worden behandeld. In dit dossier worden dus geen verhardingen voorzien.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De inplanting van een nieuwe turnhal is functioneel inpasbaar op de recreatiesite van de “Basvelden”.

Mobiliteitsimpact

De bezoekers van de turnhal kunnen gebruik maken van de bestaande parking langs de Herestraat, alsook van de bestaande parking aan de Muizenstraat die ook toegang verleent aan de site.  De parkings zijn telkens in lussen georganiseerd waardoor het verkeer vlot af te wikkelen is. Op de site is er geen gemotoriseerd verkeer. Gezien de grootte van de site, zal de bijkomende verkeersdruk eerder beperkt zijn. Er wordt geen negatieve impact verwacht op de mobiliteit door voorliggende aanvraag.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De site van ‘de Basvelden’ is een uniek recreatieterrein met een hoge dichtheid aan verschillende sportverenigingen. De komst van de turnkring biedt een kans om dit reeds goed gebruikte en interessant gelegen gebied verder op te waarderen. Er wordt bewust gekozen om op de bestaande site verder te intensifiëren in plaats van nieuwe gronden aan te snijden.

Bij de inplanting wordt er voor gezorgd dat het gebouw aansluit bij de reeds aanwezige wegenis en verhardingen zodat deze minimaal moeten worden uitgebreid. De toegang tot het nieuwe gebouw bevindt zich bovenaan op de knoop van de hoofdassen van het terrein en zoekt aansluiting bij die van het centrale gebouw. Aan de achterzijde van het gebouw wordt een poort voorzien voor leveringen van materiaal en onderhoud. Deze toegang is eenvoudig bereikbaar vanaf de parking langs de Herestraat.

De turnhal heeft een oppervlakte van 1.788m² (38,07 meter op 46,97 meter). De site kan de gevraagde oppervlakte dragen. De hoogte van de turnhal wordt afgestemd op zijn gebruik, 10 meter vrije hoogte boven de trampolines (bouwhoogte 11,55 meter t.o.v. het voorliggende maaiveld) en 6.5 meter voor de rest van het gebouw (bouwhoogte 8,95 meter t.o.v. het voorliggende maaiveld). Zo wordt de hoogte ten opzichte van de omgeving enigszins beperkt en aanvaardbaar.

Het ontwerp tracht het groene karakter van de omgeving en de doorwaadbaarheid van het terrein zoveel mogelijk te bewaren door het nieuwe volume los te plaatsen van de bestaande infrastructuur. Bovendien krijgt het volume een hoekverdraaiing ten opzichte van het centrale gebouw waardoor de smalle doorgang zich maximaal opent naar de omgeving. Dit komt zowel de sociale controle als de veiligheid ten goede. Een hernivellering van het terrein maakt integraal deel uit van het ontwerp en geleidt de belangrijkste zachte verkeersstromen rondom de nieuwe turnhal. Ook vormelijk creëren de schuine lijnen van de terrasheuvel een zekere samenhang tussen de verschillende typologieën van het centrale gebouw met zadeldak, de turnhal en het nieuwe tribunegebouw voor de voetbal.

De aanvraag omvat ook het kappen van verschillende bomen.  Een deel van deze bomen bevinden zich binnen de bouwzone, één eik net links van de bouwzone.   Het is onvermijdbaar deze bomen te kappen.  Deze kap dient gecompenseerd te worden door aanplant van 1 nieuwe zomereik en 1 inheemse hoogstam loofboom op het terrein (locatie en soort te bepalen in samenspraak met de dienst Facilitair management), plantmaat 18/20.

Zes van de te kappen bomen, eiken, bevinden zich verder van de bouwzone en maken deel uit van een waardevolle bomenrij.   Het is niet noodzakelijk deze bomen te kappen.  Gezien de waarde van deze bomen en de bomenrij dienen deze 6 bomen behouden te blijven, alsook beschermd te worden tijdens de werkzaamheden.

Visueel-vormelijke elementen

Op de site bevinden zich diverse sporttakken waarbij ook enkele gebouwen.  Deze gebouwen zijn divers in architectuur en kleur en bevinden zich verspreid over de site.   Het voorziene gebouw integreert zich goed binnen dit geheel, door de vrij eenvoudige vormgeving en materiaalgebruik.

Het gebouw wordt immers geconcipieerd als een massieve sokkel in beton met een uitkragende, transparante bovenbouw in plaatmateriaal, glas en metaal. Deze sterke geleding in de gevel reduceert gevoelsmatig de bouwhoogte van de turnhal.

Bodemreliëf

Aan de noord- en westzijde van de turnhal wordt een ophoging van het terrein voorzien in de vorm van hellingen. De maximale ophoging bedraagt 3,10 meter t.o.v. het oorspronkelijke maaiveld. De reliëfwijziging helpt mee om het gebouw op een natuurlijke manier terug af te bouwen naar de omgeving toe en sluit naadloos aan met de omliggende sportterreinen. Op de helling worden zitelementen voorzien, die bij mooi weer een aangename ontmoetingsplek kunnen vormen voor sporters, supporters en wandelaars. De voorgestelde reliëfwijziging is ruimtelijk aanvaardbaar.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Door het voorzien van dit nieuwe gebouw zal de club beschikken over een hedendaagse accommodatie, aangepast aan de huidige normen van comfort, duurzaamheid, enz. Er wordt geen hinder verwacht met betrekking tot de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen door voorliggende aanvraag. 

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voorwaarden.

De 6 eiken het verst verwijderd van de bouwzone, die deel uitmaken van een bomenrij, mogen niet worden gekapt.

BESPREKING ADVIEZEN

1.- Het advies van 22/03/2022 van de provinciale dienst Water en Domeinen is voorwaardelijk gunstig:

Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies. 

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

Ligging van het perceel:

• kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 3, sectie E, nr. 269E

• adres: Muizenstraat 32B

• niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied

Documenten

• aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd

Waterloop en machtiging

• stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: SLANGBEEK, nummer 211, categorie: 2de - ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de

• watering: neen

DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)

1 Beschrijving van het watersysteem

• Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de resp. 2de categorie.

• Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in recreatiegebied;

• Het perceel is daarenboven gelegen in:

o het bekken van de Demer

o het deelbekken Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.

Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater. In het kader daarvan moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

Het volume van de open infiltratievoorziening moet minimaal 250 m³/ha verharde oppervlakte bedragen (los van de aanwezige hemelwaterputten en verhoogd hergebruik), de infiltratieoppervlakte moet minimaal 4 % van de verharde oppervlakte bedragen. Indien een infiltratieproef wordt uitgevoerd kan de dimensionering van de infiltratievoorziening aangepast worden aan de infiltratieoppervlakte en de infiltratiecapaciteit (rekening houdend met een terugkeerperiode van 20 jaar). Richtwaarden in dat verband zijn terug te vinden in onderstaande tabel. De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. riet).

infiltratiecap.

infiltratiecap. minimale dimensioneringsvoorwaarden

of

20-50 mm/h (fijn zand)

 

400 m³/ha verharde oppervlakte (v.o.), inf.opp. van min. 4 % vd v.o.

 

250 m³/ha vo en 20 % inf.opp.

 

50-100

350 m³/ha vo en 4 % inf.opp..

 

250 m³/ha vo en 10 % inf.opp

>100

250 m³/ha vo en 4 % inf.opp.

 

 

Infiltratievoorziening:

Zie tekening bij advies.

Er moet een dwarsprofiel van het open bufferbekken bijgebracht worden met het niveau van de verschillende inloopleidingen en noodoverloop. Het volume dat voor nuttige buffering instaat is het volume onder de overloop.

Aan deze voorwaarden is niet voldaan: het buffervolume moet minimaal 44700 liter voor een aangesloten verharde oppervlakte van 1788 m². De infiltratie-oppervlakte moet minimaal 71,5 m² bedragen.

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het bouwen van een turnzaal een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de volgende voorwaarden worden opgenomen in de vergunning:

  • het buffervolume van de infiltratievoorziening moet minimaal 44700 liter bedragen voor een aangesloten verharde oppervlakte van 1788 m². De infiltratie-oppervlakte moet minimaal 71,5 m² bedragen. Dit volume moet worden gerealiseerd onder het niveau van de noodoverloop van de infiltratievoorziening.
  • het infiltratieveld moet bovengronds worden uitgevoerd in de vorm van een verlaagd grasveld, waar de overloop van de hemelwaterputten op wordt aangesloten.

Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

2.- Het advies van 13/05/2022 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits het naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”

3.- Het advies van 23/02/2022 van Proximus is gunstig:

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

4.- Het advies van 05/05/2022 van Inter is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds weergegeven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

5.- Het advies van 22/02/2022 van FOD Binnenlandse Zaken – Astrid veiligheidscommissie is voorwaardelijk gunstig:

“Gezien de mogelijke gelijktijdige publieke toegankelijkheid het criterium van 150 personen ruim overschrijdt, heeft de commissie besloten dat er indoordekking dient aanwezig te zijn.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

6.- Het advies van 01/03/2022 van De Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Er is geen uitbreiding/verzwaring van het drinkwaternet noodzakelijk.

De plaats van de watermeter(s) dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep. Het meterlokaal moet aangepast zijn aan de diameter van de aftakking.

In het meterlokaal moet een werkput voorzien worden van 1 x 1 x 1,2m. Vanuit deze put tot buiten het gebouw moet een wachtbuis van minstens 150mm geplaatst worden.

Bij het ontwerp moet rekening gehouden worden met het volgende:

Het is niet toegelaten om een automatische brandblusinstallatie zoals bv een sprinklerinstallatie rechtstreeks aan te sluiten op het drinkwaternet. De sprinkler moet aangesloten worden via een drukloos voorraadvat.

De Watergroep zet alle passende middelen in om de continuïteit van de waterlevering op elk moment te verzekeren. De Watergroep levert water onder normale druk op straatniveau. De klant moet zelf de nodige maatregelen treffen om de door hem gewenste druk en het door hem gewenste debiet te garanderen op de aftappunten (ook deze voor brandbestrijding).

De diameter van de aftakking wordt door De Watergroep bepaald op basis van het effectieve verbruik (hierbij wordt geen rekening gehouden met bluswater).

De Watergroep plaats geen hydranten op privaat terrein.

De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.

De  Watergroep  heeft  een  belangrijke  leiding  in  erfdienstbaarheid  op  het  terrein  waarvoor  een adviesaanvraag is gedaan.

De toegang en doorgang op het terrein moet permanent en zonder de minste hinder mogelijk blijven: 24 uur op 24, 7 dagen op 7, onmiddellijk, veilig en zonder tussenkomst van derden.  Deze geldt voor de personeelsleden, aannemers en/of onderaannemers die werken voor De Watergroepen voor al het benodigd materiaal en vervoersmiddelen 

De  toegang  tot  het  perceel  moet  ook  bij  stroomonderbreking  mogelijk  zijn.  Toegang  via  elektrische poorten, toegangscodes, badges, enz. is dan ook niet toegestaan. 

Binnen deze zone van erfdienstbaarheden mag niet overgegaan worden tot:

  • het oprichten van gebouwen,(overhangende) constructies of funderingen. 
  • het wijzigen van het maaiveldniveau.
  • het opstapelen van goederen of materiaal 
  • het heien van palen of piketten in de grond die de aanwezige infrastructuur kunnen beschadigen,
  • het rijden over de aanwezige infrastructuur met rollend materieel met een as last zwaarder dan 12 ton, incluis mechanische graaftuigen,
  • het planten van bomen of diep wortelende struiken (worteldiepte van meer dan 60 cm).
  • het aanleggen van leidingen, met uitzondering van leidingen welke deze strook zouden kruisen en mits voorafgaand akkoord van  De Watergroep.
  • uitgravingen dewelke de stabiliteit van de grond of de ondergrond waarin de infrastructuur van de nutsbedrijven zich bevindt in het gedrang zouden kunnen brengen. 

De Watergroep   heeft in   het   kader   van   deze   erfdienstbaarheid   het   recht   na   voorafgaande ingebrekestelling  bij  aangetekend  schrijven  om  de  plaats  in  haar  vroegere  toestand  te  herstellen  op kosten   van   de   overtreders   onverminderd   de   schadevergoedingen   waartoe   deze   overtredingen aanleiding zouden kunnen geven.

De    bedekking    boven    bedoelde    erfdienstbaarheidszone    moet    met    normale    mechanische handwerktuigen   kunnen   worden   verwijderd   en   nadien   teruggeplaatst   zodat   deze   in   haar oorspronkelijke staat kan hersteld worden op kosten van de Eigenaar. Monoliete verharding (bitumen, beton)  is  niet  toegestaan  en  de  kosten  ten  gevolge  van  een  eventuele  herstelling  hiervan  zullen evenmin worden gedragen door De Watergroep.

De  bouwheer  moet  ervoor  instaan  dat  alle  toestellen,  brandkranen  en/of  merktekens,  zichtbaar, bereikbaar en in stand gehouden worden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

7.- Het advies van 25/02/2022 van Dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

aanleg van het infiltratieveld moet op een dusdanige manier gebeuren dat het onopvallend deel uit maakt van het landschap. Dus best uitvoeren over een zo groot mogelijke oppervlakte, met zo zacht mogelijke hellingen. De zone van het infiltratieveld moet ook, als het droog is, als speelruimte en/of gebruiksruimte kunnen gebruikt worden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.  Omtrent het kappen van de bomen worden door de gemeentelijke omgevingsambtenaren bijkomende voorwaarden opgelegd, zoals eerder in dit verslag aangehaald.

8.- Het advies van 25/02/2022 van Dienst Patrimonium is gunstig:

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

9.- Het advies van 23/02/2022 van Dienst Contractmanagement is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig onder de voorwaarde van het bekomen van een recht van opstal of recht van erfpacht van de gemeente Zonhoven op de gronden gebruikt voor de bouw van het gebouw. De landmeter-expert zal aangesteld worden ná het bekomen van de omgevingsvergunning aangezien de grenzen van het gebouw dan pas met zekerheid bepaald kunnen worden. Hierna kan pas de notariële akte opgemaakt worden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

10. Het advies van Fluvius werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

De 6 eiken het verst verwijderd van de bouwzone, die deel uitmaken van een bomenrij, mogen niet worden gekapt.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een nieuwe inrichting voor de uitbating van een turnhal. 

Met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 16.3.2°a): Twee lucht-water warmtepompen met elk een opgenomen vermogen van 20,1 kW, voor een totaal van 40,2 kW;
  • 32.2.2°: zaal voor sportmanifestaties zijnde een turnzaal met een oppervlakte van 1 310 m² en een krachthoek van 66 m² voor een totaal van 1376 m²;

Ligging ten opzichte van de buurt

De inrichting is volgens het gewestplan in recreatiegebied. 

BODEM

Geen risico-inrichting.

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf: warmtepompen en ventilatiegroep.

Het bedrijf neemt reeds volgende maatregelen: De ventilatiegroepen worden in het gebouw opgesteld in een daarvoor bestemd lokaal. Het luchtkanaalnet van de hygiënische ventilatie wordt voorzien van geluiddempers om de akoestiek in het gebouw te verbeteren en de effecten op de omgeving te beperken. Alle technische installaties die trillingen kunnen veroorzaken, worden gemonteerd op sokkels met trillingsdempers of trillingsisolatie. Bij de selectie van de toestellen wordt rekening gehouden met VLAREM. 

LUCHTVERONTREINIGING

De verwarming van de gebouwen gebeurt met : warmtepomp. Geen effecten te verwachten.

LICHTBEHEERSING

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  

Sectorale voorwaarden

De sectorale voorwaarden van rubriek 32 zijn van toepassing. In deze voorwaarden worden bouwspecificaties opgelegd, met name in artikel 5.32.3.2; 5.32.3.3; 5.32.3.6; 5.32.3.8.

Als bijkomende informatie werd opgevraagd of het ontwerp voldoet aan deze sectorale voorwaarden. De aanvrager heeft een bijkomende nota ingediend waarbij elk wetsartikel getoetst werd aan het ontwerp met als eindconclusie dat de bouw voldoet aan deze voorwaarden.  

LOZING VAN AFVALWATER

Volgende waterstromen komen vrij:

  • Hemelwater in 2 x 10.000 liter met een overloop naar een infiltratieveld van 100 m² waarna dit geloosd wordt op het gemengd stelsel. 
  • huishoudelijk afvalwater te lozen op het intern rioleringsstelsel;

HUISHOUDELIJK AFVALWATER

Het huishoudelijk afvalwater is afkomstig van sanitaire bronnen.  

De inrichting ligt in een centraal gebied of in een collectief geoptimaliseerd buitengebied wat maakt dat een septische put niet geplaatst moet worden.  

Rubriek 3.2 lozen huishoudelijk afvalwater is niet van toepassing omdat er minder dan 600 m³/jaar geloosd wordt. 

De overloop van het infiltratieveld wordt aangesloten op de interne riolering wat uitkomt op het gemengd stelsel van de Muizenstraat. Op de terreinen van de Basvelden ligt een intern grachtenstelsel met goed onderhouden, waterdragende grachten.  Gelet op het hemelwater en droogteplan waarbij maximaal wordt ingezet op infiltratie ter plaatse, wordt in dit dossier voorgesteld om de overloop van het infiltratieveld aan te sluiten op het intern grachtenstelsel.  Een open gracht ligt immers op 125 meter van het infiltratieveld. Onderzocht moet worden of een verbinding gemaakt kan worden tussen het infiltratieveld en deze open gracht om het overtollige water via het intern grachtenstelsel te laten afvoeren, hierbij rekening houdend met het wortelgestel van de aanwezige bomen. 

AFVALSTOFFEN

Te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake afvalstoffen van het Vlarema.

LIGGING IN KWETSBAAR GEBIED

Het perceel 296E grenst aan habitatrichtlijngebied. De locatie van de nieuwe turnhal ligt op 275 meter van het habitatrichtlijngebied wat maakt dat hinder niet verwacht wordt. 

De voortoets werd bijgevolg niet uitgevoerd.

AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN

Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen nog voorzien van een omgevingsvergunning :

  • 16.3.2°a): Twee lucht-water warmtepompen met elk een opgenomen vermogen van 20,1 kW, voor een totaal van 40,2 kW;
  • 32.2.2°: zaal voor sportmanifestaties zijnde een turnzaal met een oppervlakte van 1 310 m² en een krachthoek van 66 m² voor een totaal van 1376 m²;

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:

Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:

Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

  • Bij voorkeur wordt de overloop van het infiltratieveld aangesloten op het intern grachtenstelsel, aanwezig op het terrein.  Enkel indien de schade aan het wortelgestel van de bomen of de gravitatie dit niet toelaten, mag aangesloten worden op de interne riolering. 

Duur:

De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een turnhal en de exploitatie ervan, met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 16.3.2°a): Twee lucht-water warmtepompen met elk een opgenomen vermogen van 20,1 kW, voor een totaal van 40,2 kW
  • 32.2.2°: zaal voor sportmanifestaties zijnde een turnzaal met een oppervlakte van 1 310 m² en een krachthoek van 66 m² voor een totaal van 1376 m²

mits het opleggen van voorwaarden.

De 6 eiken het verst verwijderd van de bouwzone, die deel uitmaken van een bomenrij, mogen niet worden gekapt. Deze bomen dienen tijdens de werkzaamheden te allen tijde beschermd te worden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een turnhal en de exploitatie ervan met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 16.3.2°a): Twee lucht-water warmtepompen met elk een opgenomen vermogen van 20,1 kW, voor een totaal van 40,2 kW
  • 32.2.2°: zaal voor sportmanifestaties zijnde een turnzaal met een oppervlakte van 1 310 m² en een krachthoek van 66 m² voor een totaal van 1376 m²

zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De 6 eiken het verst verwijderd van de bouwzone, die deel uitmaken van een bomenrij, mogen niet worden gekapt.  Deze bomen dienen tijdens de werkzaamheden te allen tijde beschermd te worden.
  2. Er dient 1 nieuwe zomereik en 1 inheemse hoogstam loofboom op het terrein te worden aangeplant, locatie en soort te bepalen in samenspraak met de dienst Facilitair management, plantmaat 18/20.  Wanneer de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot de aanplant aanslaat. De aanplant dient te gebeuren in het plantseizoen volgend op de kap van de bomen. Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 6 maanden na heraanplant.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Milieu:
  9. Bij voorkeur wordt de overloop van het infiltratieveld aangesloten op het intern grachtenstelsel, aanwezig op het terrein.  Enkel indien de schade aan het wortelgestel van de bomen of de gravitatie dit niet toelaten, mag aangesloten worden op de interne riolering.
    Andere voorwaarden:
  10. Het programma van maatregelen zoals opgenomen in de archeologienota dient te worden nageleefd.
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
  13. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
  14. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de Provincie Limburg, dienst Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
    * het buffervolume van de infiltratievoorziening moet minimaal 44700 liter bedragen voor een aangesloten verharde oppervlakte van 1788 m². De infiltratie-oppervlakte moet minimaal 71,5 m² bedragen. Dit volume moet worden gerealiseerd onder het niveau van de noodoverloop van de infiltratievoorziening.
    * het infiltratieveld moet bovengronds worden uitgevoerd in de vorm van een verlaagd grasveld, waar de overloop van de hemelwaterputten op wordt aangesloten.
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van FOD Binnenlandse Zaken – Astrid veiligheidscommissie, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  17. Het advies van de Dienst Contractmanagement dient integraal gevolgd te worden.
  18. Het advies van de Dienst Facilitair management dient integraal gevolgd te worden: aanleg van het infiltratieveld moet op een dusdanige manier gebeuren dat het onopvallend deel uit maakt van het landschap. Dus best uitvoeren over een zo groot mogelijke oppervlakte, met zo zacht mogelijke hellingen. De zone van het infiltratieveld moet ook, als het droog is, als speelruimte en/of gebruiksruimte kunnen gebruikt worden.”
  19. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  22. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  23. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een turnhal en de exploitatie ervan, met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 16.3.2°a): Twee lucht-water warmtepompen met elk een opgenomen vermogen van 20,1 kW, voor een totaal van 40,2 kW
  • 32.2.2°: zaal voor sportmanifestaties zijnde een turnzaal met een oppervlakte van 1 310 m² en een krachthoek van 66 m² voor een totaal van 1376 m²

zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De 6 eiken het verst verwijderd van de bouwzone, die deel uitmaken van een bomenrij, mogen niet worden gekapt.  Deze bomen dienen tijdens de werkzaamheden te allen tijde beschermd te worden.
  2. Er dient 1 nieuwe zomereik en 1 inheemse hoogstam loofboom op het terrein te worden aangeplant, locatie en soort te bepalen in samenspraak met de dienst Facilitair management, plantmaat 18/20.  Wanneer de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot de aanplant aanslaat.   De aanplant dient te gebeuren in het plantseizoen volgend op de kap van de bomen.  Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 6 maanden na heraanplant.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Milieu:
  9. Bij voorkeur wordt de overloop van het infiltratieveld aangesloten op het intern grachtenstelsel, aanwezig op het terrein.  Enkel indien de schade aan het wortelgestel van de bomen of de gravitatie dit niet toelaten, mag aangesloten worden op de interne riolering.
    Andere voorwaarden:
  10. Het programma van maatregelen zoals opgenomen in de archeologienota dient te worden nageleefd.
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
  13. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
  14. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de Provincie Limburg, dienst Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
    * het buffervolume van de infiltratievoorziening moet minimaal 44700 liter bedragen voor een aangesloten verharde oppervlakte van 1788 m². De infiltratie-oppervlakte moet minimaal 71,5 m² bedragen. Dit volume moet worden gerealiseerd onder het niveau van de noodoverloop van de infiltratievoorziening.
    * het infiltratieveld moet bovengronds worden uitgevoerd in de vorm van een verlaagd grasveld, waar de overloop van de hemelwaterputten op wordt aangesloten.
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van FOD Binnenlandse Zaken – Astrid veiligheidscommissie, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  17. Het advies van de Dienst Contractmanagement dient integraal gevolgd te worden.
  18. Het advies van de Dienst Facilitair management dient integraal gevolgd te worden: aanleg van het infiltratieveld moet op een dusdanige manier gebeuren dat het onopvallend deel uit maakt van het landschap. Dus best uitvoeren over een zo groot mogelijke oppervlakte, met zo zacht mogelijke hellingen. De zone van het infiltratieveld moet ook, als het droog is, als speelruimte en/of gebruiksruimte kunnen gebruikt worden.”
  19. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  22. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  23. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

12.

2022_CBS_00591 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00127MM - Molenweg 112 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00591 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00127MM - Molenweg 112 - Kennisneming

2022_CBS_00591 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00127MM - Molenweg 112 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing regenwaterputten aan de voorzijde van het pand, te Molenweg 112, sectie E, nr. 503B3.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 4 meter bekomen worden. Het gevraagde debiet bedraagt 100 m³/dag, gedurende 20 dagen. Er wordt een totaaldebiet gevraagd van 10.000 m³, niettegenstaande een dagdebiet van 100 m³ neerkomt op een totaaldebiet van 2.000 m³.
Het lozingspunt bevindt zich enerzijds op de Molenweg, dit is een gemengd stelsel en anderzijds zal een deels geloosd worden in de tuinzone.
In de onmiddellijk omgeving is er de Elsbergweg waar een gescheiden stelsel ligt.
Een lozing in de tuinzone is wenselijk gezien het grondwater kan infiltreren, echter is de tuinzone beperkt en zal deze snel verzadigd zijn. Er kan ingestemd worden met een gedeeltelijke lozing in de tuinzone mits er geen wateroverlast naar de aangrenzende percelen ontstaat.
De plaatsing van een hemelwaterput van 10.000 liter werd vergund in beroep door de deputatie op 25.09.2008.
De aanvraag is niet realistisch qua gevraagd debiet en tijd. Geadviseerd wordt de vergunning te beperken in tijd en debiet.  

Gunstig voor een bronbemaling te Molenweg 112, voor de realisatie van de plaatsing van regenwaterputten, voor een totaaldebiet van max. 2.000 m³, gedurende 10 dagen, mits volgende voorwaarden:
* Het bemalingswater mag deels geloosd worden in de tuin, mits de aanliggende percelen geen wateroverlast ondervinden.
* Het bemalingswater wordt niet geloosd op de Molenweg, maar op het RWA-stelsel van de Elsbergweg.  Dit kan bijvoorbeeld in de eerste slokker van de Elsbergweg.  Indien nodig, wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be).  Bij voorkeur worden de bewoners van de Molenweg 116 op de hoogte gesteld van de tijdelijke afwateringsbuis. 
* Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
* De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
* Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
* De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
* De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
* Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 24/05/2022 akte genomen van de melding ingediend door Gybels Jeannine, Sint-Bernardusplein10 bus 514 te 8620 Nieuwpoort, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de plaatsing van hemelwaterputten, gedurende maximaal 2.000 m³, voor maximaal 10 dagen, gelegen aan Molenweg 112 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afd, sectie E, nr. 503B3 met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

* Het bemalingswater mag deels geloosd worden in de tuin, mits de aanliggende percelen geen wateroverlast ondervinden.
* Het bemalingswater wordt niet geloosd op de Molenweg, maar op het RWA-stelsel van de Elsbergweg.  Dit kan bijvoorbeeld in de eerste slokker van de Elsbergweg. Indien nodig, wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be). Bij voorkeur worden de bewoners van de Molenweg 116 op de hoogte gesteld van de tijdelijke afwateringsbuis. 
* Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
* De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
* Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
* De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
* De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
* Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

13.

2022_CBS_00592 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - schoolfeest De Kleurdoos - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00592 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - schoolfeest De Kleurdoos - Goedkeuring

2022_CBS_00592 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - schoolfeest De Kleurdoos - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake schoolfeest De Kleurdoos op zaterdag 11 juni 2022 uit te vaardigen als volgt:

Artikel 2

Op zaterdag 11 juni 2022 van 13.00 uur tot 20.00 uur wordt het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Hoge-Valweg tussen Rozenkransweg en huisnummer 22.

Artikel 3

Het verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van het verkeersbord C3, met gepast onderbord, geplaatst op een nadarafsluiting.

Artikel 4

Op zaterdag 11 juni 2022 van 10.00 uur tot 20.00 uur is het verboden te stil te staan en te parkeren op de parkeerplaatsen van de parking evenementenhal tussen voetpad Kleurdoos en Rozenkransweg.

Artikel 5

Het verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van het verkeersbord E3, met gepast onderbord.

Artikel 6

De politiediensten kunnen voertuigen, voorwerpen, bouwsels, kramen enz. die het verkeer of het vlot verloop van de stoet hinderen of in gevaar brengen of in strijd zijn met de beschikkingen van onderhavige verordening gebruikt worden op risico en kosten van de overtreder laten weghalen.

Artikel 7

De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.

Artikel 8

De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.

Artikel 9

De overtreders van de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen gestraft worden met politiestraffen.

Artikel 10

Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.

Artikel 11

Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.

14.

2022_CBS_00566 - Viering 50 jaar GC Tentakel - Goedkeuring

Goedgekeurd
14.

2022_CBS_00566 - Viering 50 jaar GC Tentakel - Goedkeuring

2022_CBS_00566 - Viering 50 jaar GC Tentakel - Goedkeuring
15.

2022_CBS_00594 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00594 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

2022_CBS_00594 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college neemt kennis van het verslag van de marktcommissie

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de marktcommissie dd. 17.05.2022.

16.

2022_CBS_00595 - Aankoop elektrische dienstfietsen - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2022_CBS_00595 - Aankoop elektrische dienstfietsen - Goedkeuring

2022_CBS_00595 - Aankoop elektrische dienstfietsen - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In de meerjarenplanning is een budget voorzien van 10.000,00 euro (MJP 219) voor de aankoop van elektrische dienstfietsen. Er werd een offertevraag uitgestuurd naar volgende handelaars met het oog op de aankoop van vier fietsen:

  1.     Fietsen Thonnon, Houthalenseweg 39 - 3520 Zonhoven
  2.     Tweewielershop Erckens, Halveweg 49 - 3520 Zonhoven
  3.     Fietsen Blue Bike, Heuvenstraat 128 – 3520 Zonhoven

 

Volgende criteria werden vooropgesteld:

-Prijs (minder dan 2500 euro per fiets)

            *Rangschikking op basis van prijs (per fiets) is als volgt:

  1. Thonnon (2.145,00€)
  2. Erckens (2.300,00€)
  3. BlueBike (2.499,00€)

-Batterijsterkte (400Wh om laadcycli te beperken en levensduur batterij te optimaliseren)

 

Volgende zaken bepaalden, naast de prijs en batterijsterkte, mee de keuze:

-Comfort

De fietsen van Ercken en Thonnon zijn uitgerust met een verende voorvork, hetgeen het rijcomfort aanzienlijk verhoogd.

-Garantiebepalingen

Hoewel BlueBike met de fietsen van Trek een levenslange garantie op frame en vaste voorvork biedt, is het de garantie van 3 jaar op de batterij, tegenover 2 jaar bij de andere 2 aanbieders, die Thonnon net iets hoger plaatst.

-Onderhoud

Een naafversnelling vereist minder onderhoud waardoor Erckens en Bluebike beiden een betere optie aanboden, wat betreft dit punt.

 

Dit resulteerde alles tezamen in volgende rangschikking:



Merk

Prijs

Garantie frame

Garantie voorvork

Garantie bewegende delen

Garantie Batterij

Versnellingen

1

Thonnon

O²Feel - iVog 4.1

2145

5 jaar

2 jaar (vering)

2 jaar

3 jaar

Shimano altus 8 derailleur

2

Erckens

Giant - Entour 0disc

2300

levenslang

2 jaar (vering)

2 jaar

2 jaar

Shimano nexus 8 naafversnelling

3

BlueBike

Trek - District+2

2499

levenslang

levenslang (vaste vork)

2 jaar

2 jaar

Shimano nexus 7 naafversnelling

 

De afdeling Facilitair Management stelt bijgevolg voor deze aankoop te gunnen aan Fietsen Thonnon.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de offerte van Thonnon Jeroen te aanvaarden en over te gaan tot de aankoop van vier elektrische fietsen voor een totaalbedrag van 8.580,00 euro inclusief btw.

17.

2022_CBS_00596 - Proces-verbaal examen 9 mei 2022: voltijds contractueel deskundige contractmanagement B1-B3 sector organisatiemanagement - Kennisneming

Goedgekeurd
17.

2022_CBS_00596 - Proces-verbaal examen 9 mei 2022: voltijds contractueel deskundige contractmanagement B1-B3 sector organisatiemanagement - Kennisneming

2022_CBS_00596 - Proces-verbaal examen 9 mei 2022: voltijds contractueel deskundige contractmanagement B1-B3 sector organisatiemanagement - Kennisneming
18.

2022_CBS_00597 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
18.

2022_CBS_00597 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2022_CBS_00597 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming