Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 30 november 2021, nl.:
“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van de heer Gert Steegmans, ingesteld tegen de beslissing d.d. 5 oktober 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een voorwaardelijke en gedeeltelijke omgevingsvergunning werd verleend aan de heer Gert Steegmans voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, te Zonhoven ter plaatse Kleine Zouwstraat 37, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.
Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”
De beroepinsteller diende volgend beroepschrift in bij de deputatie:
“Met dit schrijven willen wij beroep aantekenen tegen de gedeeltelijke weigering van de aangevraagde omgevingsvergunning door het Schepencollege van de gemeente ZONHOVEN op datum van 05/10/2021.
Inhoudelijke argumentatie tegen de weigering:
Het terrein is gelegen:
Op deze site werd er een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen+ bijbouwen aan een bestaande vrijstaande woning. De gewone vergunningsprocedure werd gevolgd. Voor deze aanvraag werd er spijtig genoeg maar een gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd met voorwaarden waar we absoluut niet mee akkoord kunnen gaan.
Het College van Burgemeester en Schepenen vergunt de verbouwing van de bestaande hoofdwoning met hellend dak en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning onder voorwaarde dat het open karakter hiervan ten alle tijden behouden blijft. Hier zijn we volledig mee akkoord daar we ook een terrasoverdekking hebben aangevraagd aansluitend bij de keuken en zeker “geen gesloten terras”.
Voor de inpandige bestaande garage in deze bestaande woning wordt er een voorwaarde opgelegd dat deze moet behouden blijven en de bestaande garagepoort mag niet dichtgemaakt worden. Hier kunnen we absoluut niet mee akkoord gaan.
Voor het uitbreiden van de woning aan de linker zijgevel met een bijkomende garage van 41,2m² (nl. 4.12m. breed en 10m. diep idem als de bestaande woning) werd de omgevingsvergunning gedeeltelijk geweigerd.
Voor het gevraagde van het behouden van de inpandige bestaande garage met de bestaande garagepoort en het weigeren van de linker aanbouw aan de bestaande woning nl. een garage willen we beroep aantekenen.
Doordat de bestaande garage maar een breedte van 2,70m. heeft en hier bijna onmogelijk een auto in kan geplaatst worden zonder er ordentelijk uit en in te kunnen stappen, hadden we geopteerd om deze ruimte te voorzien als bergruimte in het verlengde van de bestaande wasplaats. Deze garageruimte voldoet niet meer aan de eisen van een hedendaagse comfortabele garage. Een auto heeft een min. breedte van 2m. (incl. zijspiegels en de meeste grotere auto’s zijn breder..) waardoor deze niet binnen wordt geplaatst door zijdelings plaatsgebrek. Hier willen we zeker de bestaande garagepoort dichtmetselen waardoor er steeds een vrije staanplaats aan de voorzijde kan blijven zoals in de bestaande verharding op eigen terrein al werd voorzien.
Vandaar dat er werd geopteerd voor een garage links aan te bouwen aan de woning met een plat dak dewelke dan een binnenbreedte van 3,76m. en een binnendiepte van 9,28m. heeft waar men zelfs de 2 bestaande auto’s (een stationwagen en een kleine wagen) achter elkaar kan plaatsen en waar er voldoende plaats is in de breedte. De vrije linker zijtuinstrook heeft dan nog een vrije zijtuinstrook van 7,38m. wat zeker nog voldoende breed is. Dat er nog een vrijblijvende kwalitatieve tuinzone van 10m. dient behouden te worden wordt in geen enkel voorschrift vermeld en is dan ook geen voorwaarde voor goede ruimtelijke ordening. Door een verschil van kleur van gevelmateriaal vormt dan de bestaande woning -die we gaan kaleien- een mooi geheel met de aan te bouwen nieuwe garage -voorzien in een grijze baksteen- die op een mooie manier de overgang van de bestaande woning naar het garagegedeelte voorziet. De reeds bestaande verharding wordt met deze uitbreiding merendeels behouden.
Analoge goedgekeurde voorbeelden van hoekpercelen binnen de verkaveling waar eveneens een garage werd aangebouwd in de linker zijtuinstrook met een bestaande woningbreedte van 17m.:
Bij geen enkele van deze hoekpercelen is er nog een linker zijtuinstrook van 10m aanwezig.
Waarom zou dat dan een eis bij ons moeten zijn?
De behouden tuinoppervlakte aan de linker zijgevel en de achtergevel op ons perceel is ruimschoots voldoende om de goede ruimtelijke ordening en de privacy te bewaren. Geen enkele rechtstreeks buur heeft hier bezwaren op gehad bij het openbaar onderzoek.
Volgens de gemeente Zonhoven werd de bouwdiepte en de bouwbreedte bekeken vanuit de Burkweg. Dit is de wereld op zijn kop. Deze woning van’83 ligt langs de Kleine Zouwstraat nr.37 en werd zo goedgekeurd met de voorgevel langs deze straat. Nergens in de voorschriften van de verkaveling werd er gewag gemaakt dat de bouwbreedte en de bouwdiepte in functie van de Burkweg dienen te worden bekeken wat ook absoluut niet logisch is!
De bouwbreedte voor dit perceel mag volgens de voorschriften 2/3 van de kavelbreedte bedragen wat betekent dat de gemiddelde kavelbreedte hier 32,04m. bedraagt en 2/3 hiervan dan 21,36m. is en dat we dan voldoen aan deze voorwaarde. De totale bouwbreedte wordt 21,12m. en voldoet dus. En de bouwdiepte (max.17m.) van 10m. en gedeeltelijk ter hoogte van het vergunde overdekt terras van 13,70m. voldoet dus ook.
Bij een telefonisch gesprek met de dienst R.O. van de gemeente Zonhoven i.v.m. deze gedeeltelijke weigering van de omgevingsvergunning werd zelfs nu geopperd -omdat we een vergelijking met de ander hoekpercelen aangaven- dat we de gevraagde bestaande garagepoort in de bestaande woning toch mochten dichtmetselen en zelfs een carport tegen de bestaande woning in de linker zijgevel mochten plaatsen. Wat is dan eigenlijk nog het verschil met onze aangevraagde omgevingsvergunning??
Onze aangevraagde omgevingsvergunning hield ook eveneens rekening met het architecturale uitzicht & voldoende groenzone & met het voorzien van parkeerplaats op eigen terrein met behoud van de bestaande verharding.
Volgens de VCRO voorziet de “Codextrein” wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures. Art.4.3.1 van de VCRO stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkaveling, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag. (uitgezonderd voor afwijkingen op voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen) Onze aangevraagde omgevingsvergunning die gedeeltelijk werd geweigerd voor de kleine uitbreiding aan de linker zijgevel tegen de bestaande woning (= 41,2m²) en het behouden van de inpandige garage met de bestaande garagepoort kan dus niet geweigerd worden op basis van de onverenigbaarheid met de voorschriften en de aanvraag is getoetst aan de goede ruimtelijke ordening en wel bevonden.
Doordat de bestaande verkaveling ouder is dan 15 jaar moeten deze bestaande verkavelingsvoorschriften heden niet meer gevolgd worden. Wel dient deze aanvraag getoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening. Er werd een openbaar onderzoek ingesteld zonder bezwaarschriften wat er op neer komt dat de goede ruimtelijke ordening duidelijk werd nagestreefd & gerespecteerd en dat deze omgevingsvergunning duidelijk geen hinder vormt voor de directe omgeving.
Er werd voldaan aan het decreet van optische rookmelders ondanks dat hier een opmerking over werd geschreven. Zowel gelijkvloers (2stuks) als op de verdieping (1stuk) werden deze rookmelders bij de ingediende gedeeltelijk vergunde omgevingsvergunning ingetekend.
In bijlage vinden jullie een kopie van het bewijs van betaling van de dossiertaks (zie bijlage) + een kopie van de gedeeltelijke weigering van deze omgevingsvergunning (zie bijlage)
Wij durven hopen dat jullie een gunstig gevolg geven aan deze aangevraagde gedeeltelijke geweigerde omgevingsvergunning.
Graag zouden wij bij het onderzoek van deze omgevingsvergunning persoonlijk gehoord willen worden om nog de nodige informatie te verschaffen betreffende dit dossier.”
Advies dienst:
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 5 oktober 2021 de omgevingsaanvraag gedeeltelijk te vergunnen onder voorwaarden.
Er werd een weigering afgeleverd voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat).
Het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) werd vergund onder voorwaarden. Volgende voorwaarden werden onder meer opgelegd:
Het college van burgemeester en schepenen motiveerde de ongunstige beoordeling voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) als volgt:
“Tot slot wenst de aanvrager de woning aan de linkerzijde uit te breiden.
Zoals eerder aangehaald zal de bestaande garage in de woning omgevormd worden tot berging. Hierdoor zal in de uitbreiding een nieuwe garage voorzien worden.
De uitbreiding heeft een bouwbreedte van 4,12m en een bouwdiepte van 10m. Hierdoor wordt de totale bouwbreedte van de woning gebracht op 21,12m.
De verkavelingsvoorschriften werden opgesteld met het oog op een inplanting in functie van de Burkweg. Bijgevolg stellen de verkavelingsvoorschriften dat de maximale bouwdiepte (i.f.v. de Burkweg) 17m bedraagt. Gezien de woning is ingeplant in functie van de Kleine Zouwstraat is de bouwbreedte dan ook de bouwdiepte volgens de verkavelingsvoorschriften. Hierdoor wordt de maximale bouwdiepte van 17m dan ook ruim overschreden.
Door de ligging van het perceel (hoekperceel) is de huidige tuinzone reeds beperkt. Momenteel beschikt de woning aan de achterzijde over een tuinzone met een diepte van 4m. Aan de linkerzijde van de woning bevindt zich nog een tuinzone met een breedte van 11,50m.
Door de uitbreiding wordt deze reeds beperkte tuinzone herleid tot een breedte van 7,38m. Om te spreken van een kwalitatieve buitenruimte wordt algemeen een tuinzone van minimum 10m gehanteerd. Door de uitbreiding resteert er dan ook een onvoldoende kwalitatieve tuinzone.
Hiermee rekening houdend kan niet akkoord gegaan worden met de voorgestelde uitbreiding van de woning.
Om de last van het autobezit niet geheel af te schuiven op het openbaar domein en dus het stallen van voertuigen geheel op eigen terrein op te vangen wordt als voorwaarde opgenomen dat de garage in het bestaande bouwvolume behouden moet blijven.”
Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te boordelen en behoudt haar standpunt van 5 oktober 2021.