verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het aanzienlijk wijzigen van het reliëf, het vellen van hoogstammige bomen en het slopen van de aanwezige constructies.
De aanvraag werd op 11 mei 2021 ontvangen.
Op 9 juni 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 8 juli 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 30 juli 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 09/8/2021 tot en met 07/09/2021. Het openbaar onderzoek werd gesloten met 7 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 09/8/2021 tot en met 07/09/2021. Er werden 7 bezwaarschriften ingediend.
Gelet op de vereisten die de Raad voor Vergunningsbetwistingen ter zake oplegt aan de vergunningsverlener:
Om te voldoen aan de opgelegde motiveringsverplichting volstaat het dat de vergunningverlener in haar beslissing de redenen vermeldt waarop deze is gesteund.
Zij is er niet toe gehouden alle in de loop van de procedure aangevoerde bezwaren één voor één te beantwoorden (RvVb/A/1516/0884 van 31 maart 2016, in dezelfde zin: RvVb nr. A/2015/0261 van 21 april 2015 en RvVb/A/1516/0239 van 24 november 2015).
De bezwaarschriften werd onderzocht en kunnen als volgt worden samengevat en beoordeeld:
Bezwaarschrift 1 luidt als volgt:
“Graag dien ik bezwaarschrift in tegen de verkaveling te Hortstraat 33. Wij wonen nu in een rustige wijk en wensen dit graag zo te houden. De rust zou verstoord worden door de werken en auto's die extra voorbij ons huis zullen rijden.”
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Uit de gegevens van de project-MER-screening blijkt dat de bouw van de woningen vanaf grondwerken tot afwerking en de aanleg van het openbaar domein hoofdzakelijk gebeurt in de dag en op weekdagen wanneer eventuele geluidsemissies het minst hinderlijk zijn. De emissies zijn tijdelijk van aard. De beperkte schaal van het project veroorzaakt geen aanzienlijke effecten op de omgeving. Het klopt dus dat de rust wordt verstoord tijdens de werken, maar aangezien dit slechts van tijdelijke aard is, is dit aanvaardbaar. Het voorzien van 8 bijkomende woningen heeft geen onaanvaardbare impact op de rustige woonwijk, gelet op het beperkte aantal bijkomende woningen. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 2 luidt als volgt:
“Bij deze wil ik bezwaar indienen tegen de verkaveling op hortstraat 33, met name de aanleg van de weg die tegen onze grond zou komen.
Omwille van volgende redenen:
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het is onduidelijk hoe er schade wordt berokkend aan een bestaande vrijstaande garage door het aanleggen van een weg op een aanpalend perceel. De aan te leggen weg wordt immers voorzien op voldoende afstand van de garage.
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het voorliggende ontwerp voldoet aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Het hemelwater dat op voorliggende eigendom valt dient op eigen terrein te worden opgevangen en gebufferd. Er zal als voorwaarde worden opgelegd dat de aanvrager de nodige maatregelen op eigen terrein moet treffen om de aangelanden te vrijwaren van eventuele wateroverlast. Het bezwaar wordt deels weerhouden.
Bezwaarschrift 3 luidt als volgt
“Wij zijn de toekomstige eigenaars van (x). Compromis wordt eerstdaags ondertekend.
Bij het bekijken van de ingetekende gebouwen op de verkaveling, viel het ons op dat het 1e gebouw van de verkaveling, (x) van onze woning op het plan, op slechts 6 m van de straat ingepland staat, terwijl alle andere ingetekende gebouwen op 8 md staan. Het lijkt ons logischer om alles op 1 lijn te bouwen, nl op 8 m, het oogt ook mooier, en vermindert de mogelijke wederzijdse inkijk. Dit bezwaar wordt uiteraard in samenspraak met de huidige eigenaars ingediend. Indien vereist, kunnen we u hiervan bewijs voorleggen.
Hoogachtend,”
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
In de verkavelingsvoorschriften wordt opgelegd dat de voorgevelbouwlijn van de loten 1 t.e.m. 6 op minimum 9 meter uit de rooilijn moet liggen en dit conform de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA. Er wordt in voorliggende procedure geen verdere uitspraak gedaan over het feit dat een uniforme inplanting op 8 meter mooier is in deze omgeving, aangezien dit een subjectief gegeven is. Er kan wel opgemerkt worden dat de inplanting van woningen op 6 meter of 8 meter uit de rooilijn geen extra privacy-hinder genereert naar de aanpalende eigendommen. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 4 luidt als volgt:
“Ik dien een bezwaar in tegen de infiltratievoorziening/wadi.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het voorliggende ontwerp voldoet aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Het hemelwater dat op voorliggende eigendom valt dient op eigen terrein te worden opgevangen en gebufferd. Uit de doorsnedes gevoegd bij de aanvraag blijkt dat er geen hoogteverschil aanwezig is bij de aansluiting van het openbaar domein op de aanpalende percelen gelegen aan de Boskrekelstraat. Er zal als voorwaarde worden opgelegd dat de aanvrager de nodige maatregelen op eigen terrein moet treffen om de aangelanden te vrijwaren van eventuele wateroverlast.
De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
Er zal dus geen wateroverlast veroorzaakt worden door voorliggende aanvraag op de aanpalende eigendommen. Het bezwaar wordt deels weerhouden.
Bezwaarschrift 5 luidt als volgt:
“Ik heb geen probleem met de verkaveling an sich maar wel met de infiltratievoorziening: aanleg van het bekken. Voor dit gedeelte van de aanvraag wil ik graag bezwaar intekenen.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het voorliggende ontwerp voldoet aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Het hemelwater dat op voorliggende eigendom valt dient op eigen terrein te worden opgevangen en gebufferd. Uit de doorsnedes gevoegd bij de aanvraag blijkt dat er geen hoogteverschil aanwezig is bij de aansluiting van het openbaar domein op de aanpalende percelen gelegen aan de Boskrekelstraat. Er zal als voorwaarde worden opgelegd dat de aanvrager de nodige maatregelen op eigen terrein moet treffen om de aangelanden te vrijwaren van eventuele wateroverlast.
De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
Er zal dus geen wateroverlast veroorzaakt worden door voorliggende aanvraag op de aanpalende eigendommen.
Mocht de bezwaarindiener van mening zijn dat zijn privacy onvoldoende gewaarborgd blijft of dat zijn groenzicht onvoldoende behouden blijft, dan kan hij op eigen terrein nog in de nodige groenaanplantingen voorzien (bv. planten haag op de perceelgrens conform de bepalingen van het burgerlijk wetboek). Het bezwaar wordt deels weerhouden.
Bezwaarschrift 6 luidt als volgt:
“Ik zou graag mijn bezwaar willen indienen :
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het ontwerp wegenis voorziet in het doortrekken van de groenzone achter Boskrekelstraat 50 – 52. Er wordt op deze groenzone de aanplant van 2 zomereiken ter hoogte van de achtertuinen van Boskrekelstraat 50 – 52 voorzien. Mocht de bezwaarindiener van mening zijn dat zijn privacy onvoldoende gewaarborgd blijft of dat zijn groenzicht onvoldoende behouden blijft, dan kan hij op eigen terrein nog in de nodige groenaanplantingen voorzien (bv. planten haag op de perceelgrens conform de bepalingen van het burgerlijk wetboek).
De verbreding aan het einde van de weg wordt voorzien om o.a. de wagens, vuilniskar en hulpdiensten te laten draaien op het openbaar domein en dit in functie van de verkeersveiligheid. Het is vandaag de dag immers vanuit verkeerstechnisch oogpunt onverantwoord om bv. een vuilniskar meer dan 100 meter achteruit te laten rijden, aangezien de zichtbaarheid hierdoor enorm wordt beperkt.
Het voorzien van 8 bijkomende woningen heeft geen onaanvaardbare impact op de rustige woonwijk, gelet op het beperkte aantal. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 7 luidt als volgt:
“Ik heb geen probleem met de verkaveling maar wel met aanleg van het bekken. Voor dit gedeelte van de aanvraag wil ik graag bezwaar intekenen.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
In het bezwaar wordt niet aangegeven waarom men tegen de aanleg van het bekken is. Er wordt dus niet verder ingegaan op dit bezwaar. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
ADVIEZEN
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan Proximus
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Werken Patrimonium
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair Management
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Contractmanagement
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Bijzonder plan van aanleg
Het goed is deels gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006. Het goed kreeg als bestemming zone voor open bebouwing (art. 12) en semi-publieke voortuinstrook (art. 24).
Verkaveling
Het goed is deels gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 6 november 2018 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1267.B.874.2. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De kavel kreeg als bestemming wonen (maximaal twee woongelegenheden per perceel toegestaan).
Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag voor het gedeelte gelegen in het BPA getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA m.n. zone voor open bebouwing (art. 12) en semi-publieke voortuinstrook (art. 24) en voor het gedeelte gelegen buiten het BPA (perceel 1211N) getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan m.n. woonuitbreidingsgebied.
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Handelingen van algemeen belang
Art. 4.4.7.
§ 2. In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.
De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Deze paragraaf verleent nimmer vrijstelling van de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectrapportage over projecten, opgenomen in hoofdstuk III van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen van algemeen belang
Hoofdstuk III: De handelingen van algemeen belang die een ruimtelijke beperkte impact hebben of als dergelijke handelingen beschouwd kunnen worden.
§ 1. De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op:
… 2° de aanleg van gemeentelijke verkeerswegen met maximaal twee rijstroken die over een lengte van maximaal 1 kilometer afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften; …
De nieuwe wegenis (Mierenleeuwstraat) wordt voorzien binnen de zone voor open bebouwing van het BPA (art. 12). De voorschriften voor deze zone laten geen aanleg wegenis toe. I.f.v. de nieuwe loten is het doortrekken van de bestaande wegenis binnen deze zone echter noodzakelijk en wordt er afgeweken van de stedenbouwkundige voorschriften voor wat betreft deze wegenis. De nieuwe wegenis voldoet aan de voorwaarden om te worden beschouwd als handeling van algemeen belang die een ruimtelijke beperkte impact heeft, zoals hierboven beschreven.
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg. De ordening van het woonuitbreidingsgebied is immers gekend door de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen in het verleden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 30 juli 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Op 14 mei 2021 nam het Agentschap Onroerend Erfgoed akte van de ingediende archeologienota met referentienummer: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/18548.
De maatregelen opgenomen in de archeologienota en het programma van maatregelen zullen als voorwaarden worden opgelegd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen.
1.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12),
Op 13 december 2021 keurde de gemeenteraad de wijziging van de bestaande rooilijn van de Mierenleeuwstraat zoals weergegeven op het ingediende plan van het studiebureau Geotec van 6 mei 2021 goed.
Op 13 december 2021 keurde de gemeenteraad het nieuwe, gewijzigde tracé van de gemeenteweg Mierenleeuwstraat, zoals weergegeven op het ingediend ontwerp “grondplan wegenis” dd. 8 juli 2021, voorwaardelijk goed.
Voorwaarden
1.- De voorwaarden opgelegd door de Dienst Patrimonium dienen te worden nageleefd:
2.- De voorwaarden opgelegd door de Dienst Facilitair management dienen te worden nageleefd:
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de aanleg van de wegenis en het openbaar domein.
3.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het wijzigen van het reliëf.
De kelder van de woning wordt na afbraak opgevuld door gebruik te maken van de omliggende grond. Op deze manier wordt het talud waar de woning op stond afgevlakt. De aanvraag voorziet verder in de aanleg van een infiltratievoorziening in de groenzone.
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het wijzigen van het reliëf.
4.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het slopen van de aanwezige constructies m.n. voor de afbraak van de woning. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het slopen van de aanwezige constructies m.n. voor de afbraak van de woning.
5.- Uit het dossier blijkt dat er voorgesteld wordt om hoogstammige bomen te rooien. Deze bomen vallen niet onder de definitie bos en voldoen bijgevolg niet aan bovenstaande bepalingen. Alvorens het kappen van de bomen, dient er een omgevingsvergunning bekomen te worden voor stedenbouwkundige handelingen.
OVERIGE REGELGEVING
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Alle bebouwing dient afgebroken te worden alvorens er een verkoop van een lot en / of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan bekomen worden. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van materialen.
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door GEOTEC, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod
In deze omgevingsvergunning wordt conform het decreet op grond- en pandenbeleid binnen de verkaveling een bescheiden woonaanbod van 20% gerealiseerd voorzien. Het betreft afgerond 3 wooneenheden. Het bescheiden woonaanbod zal gerealiseerd worden in natura, meer bepaald op lot 4 in de vorm van een tweewoonst, waarbij elke woning een maximum bouwvolume heeft van 550 m³, en op lot 11 waar 1 grondgebonden ééngezinswoning op een lot van 4 a 93 ca (kleiner dan 5are) wordt gerealiseerd.
Gratis grondafstand
Lot 12 wordt door de verkavelaar gratis afgestaan aan de gemeente. Dit blijkt uit de akkoordverklaring bijgevoegd in het verkavelingsdossier.
Het advies van de Dienst Contractmanagement, Interne Zaken op 10 augustus 2021 is voorwaardelijk gunstig:
“Gunstig onder de voorwaarde dat de zone voor wegenis zoals weergegeven op het verkavelingsplan gratis wordt overgedragen aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein na het aanleggen van het wegtracé. De bouwheer dient een opmetingsplan, opgemaakt door een landmeter-expert, betreffende de over te dragen wegenis en een AS-builtplan over te maken.”
De gemeenteraad dient akkoord te gaan met deze gratis grondafstand. Deze aanvaarding gebeurt op basis van correcte afmetingen en oppervlakten. Daarom is het beter de aanvaarding te laten gebeuren op basis van as-builtplannen.
As-builtplannen
Het as-builtplan moet een duidelijk vergelijk mogelijk maken van het ontwerp van het openbaar domein (goedgekeurd door de gemeenteraad) en de werkelijk uitgevoerde situatie. Het as-builtplan moet minstens volgende gegevens bevatten:
→ Aanduiding wegenis met afmetingen en uitgevoerde materialen.
→ Aanduiding nutsvoorzieningen (verlichtingspalen, rioleringen, brandkranen, elektriciteitscabines, …)
→ Aanduiding openbaar domein (de afpaling van het openbaar domein dient uitgevoerd te worden)
→ Aanduiding loten
→ Aanduiding openbaar groen
→ Aanduiding grachten, bufferbekken, …
→ Alle afmetingen van het project en zijn voorzieningen (perceelbreedtes, …)
→ Lambertscoördinaten. (zowel openbaar domein, als de hoeken van de verkaveling en voorziene loten)
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het aanzienlijk wijzigen van het reliëf, het vellen van hoogstammige bomen en het slopen van de aanwezige constructies.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het eigendom ligt in het westen van de gemeente Zonhoven in het noordelijk deel van de woonkern Halve weg. De woonkern van Halve weg wordt centraal doorsneden door de Halve Weg (N72), een secundaire weg type III. Langs deze weg liggen een groot aantal
belangrijke kernvoorzieningen. Het eigendom ligt belendend langs de Hortstraat, een lokale weg type II, die de N72 verbindt via de Hortweidenweg en de Eikenenweg met het centrum van het hoofddorp Zonhoven. Het eigendom ligt aan de zuidzijde van deze belangrijke lokale verbindingsweg.
Het eigendom ligt op minder dan 500m van de Sint-Jozef kerk en het recreatiegebied FC Halveweg -Zonhoven (in vogelvlucht) en op minder dan 600m van de basisschool ‘De St@rtbaan’ (in vogelvlucht).
De deelkern Halve Weg heeft een uitgesproken residentieel karakter met overwegend grondgebonden ééngezinswoningen. Enkel langs de N72 (Halve Weg) zijn appartementen en diverse functies aanwezig.
Ruimtelijk maakt het eigendom deel uit van een ruimer bouwblok dat omzoomd wordt door de Hortstraat in het noorden, de Beskensstraat in het oosten, de Schopdriesweg in het zuiden en de Halve Weg (N72) in het westen. Het binnen gebied van dit bouwblok werd de afgelopen jaren ontwikkeld met sociale woningbouw. De bestaande bebouwingsstructuur wordt er gekenmerkt door grondgebonden ééngezinswoningen in een open en geschakelde bouwvorm. Binnen deze wijk is er een beperkte verscheidenheid in vormgeving, kleur- en materiaalgebruik.
Het eigendom waar de bijstelling van de verkaveling betrekking op heeft, is 88 a 15 ca groot en bestaat enkel uit één, ruim opgezette villa uit de jaren 70 bestaande uit een verheven bouwlaag met hellend dak te midden op het eigendom dat voor het overige volledig landschappelijk als tuin werd aangelegd met diverse coniferen. Aan de zijde van de Hortstraat zijn een aantal loofbomen in de vorm van berkenbomen gesitueerd. Het geheel is aan de Horstraat afgeschermd door een uitheemse haag structuur. Het perceel is bereikbaar via de Hortstraat via een vrij centraal gesitueerde oprijlaan. Aan de overzijde van de Hortstraat zijn nog 4 grote eiken gesitueerd die het straatbeeld t.h.v. het eigendom een groen karakter geven. Er is een lichte helling op het terrein. Het terrein helt af richting Hortstraat met een beperkt hoogteverschil.
Verkavelingsvoorwerp
Voorliggende aanvraag voor bijstelling van de verkaveling heeft betrekking op een woonontwikkeling van 15 grondgebonden ééngezinswoningen. Aan de zijde van de Hortstraat worden 5 kavels voorzien voor één vrijstaande eengezinswoning en 1 kavel met een geschakelde tweewoonst in open bebouwing. In de tuinzone worden tuinbergingen voorzien al dan niet geschakeld. Het hoofdvolume van de woningen wordt op minstens 3 m van de laterale perceelsgrens ingeplant. De voorgevel van het hoofdvolume wordt evenwijdig met de rooilijn ingeplant.
De Mierenleeuwstraat wordt doorgetrokken in de vorm van een woonerf/speelerf. In het verlengde van de recent gerealiseerde woningen wordt een sterke groenstructuur als groene speelstrip doorgetrokken als geïntegreerd onderdeel van het openbaar domein. Aan het woonerf worden 2 vrijstaande ééngezinswoningen en 3 grondgebonden tweewoonsten voorzien dewelke worden geschakeld met een carport/berging. In de tuinzone wordt geen bebouwing toegelaten. Het hoofdvolume van de woningen wordt op minstens 3 m van de laterale perceelsgrens ingeplant. De voorgevel van het hoofdvolume wordt t.o.v. de rooilijn schuin ingeplant op een minimum afstand van 5 meter.
Om de privacy in de achtertuinen te maximaliseren worden afsluitingen uitgevoerd in streekeigen groen. Ook in de tuinaanleg wordt een maximale groenaanleg gestimuleerd om het landelijk karakter te waarborgen. Zo wordt er op elk lot een boom voorzien in de achtertuinzone ter hoogte van de achterste perceelsgrens door de verkavelaar. Deze aangeplante bomen in de achtertuin zone zullen bestaan uit een mix van 1/3 zomereik, 1/3 wintereik en 1/3 haagbeuk. Verder wordt het straatbeeld in de Hortstraat versterkt door op de loten 2, 4 en 5 een boom te voorzien in de voortuin zone van eerste categorie
bestaande uit zomereik. Om een minimale groenaanleg te garanderen binnen elk lot is er een groenindex voorzien. De groenindex bepaalt de minimale ongebouwde verhouding (excl. verhardingen). Voor de loten 1 tem 7 en lot 11 is een minimale groenindex voorzien van 60% voor de loten 8 tem 10, de halfopen bebouwingen, is een minimale groenindex van voorzien van 50%. Ook wordt er voor alle loten een maximale bebouwbare oppervlakte (incl. verhardingen) vastgelegd in de verkavelingsvoorschriften.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van 15 grondgebonden ééngezinswoningen, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers i.f.v. de Hortstraat of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. Nevenbestemmingen worden niet toegelaten voor de loten aan de doorgetrokken Mierenleeuwstraat, aangezien het een residentiële woonomgeving betreft. De bijkomende parkeerdruk is hier niet gewenst.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. De verkavelingsvoorschriften voorzien dat de parkeerbehoefte steeds op het eigen terrein wordt opgevangen in de vorm van 1 autostaanplaats onder een carport of in het hoofdvolume en 1 parkeerplaats in de voortuinzone, al of niet op de oprit naar de overdekte autostaanplaats. Alle loten uit de bijstelling zijn voldoende groot. De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken
In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen. De maximale bouwdiepte van 15 meter op het gelijkvloers en 12 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of plat dak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De inplanting van de woningen wordt voorzien op minimum 9 meter uit de rooilijn van de Hortstraat (i.p.v. minimum 6 meter), op minimum 5 meter uit de rooilijn van de Mierenleeuwstraat en op 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrenzen. Deze inplanting sluit aan op de aanpalende woningen en bij de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA.
Door o.a. het toelaten van carports in de zijtuinstrook wordt de bebouwing/verharding in de tuinzone tot een minimum beperkt waardoor er een kwalitatieve groene tuinzone kan aangelegd worden.
Door het oprichten van 15 woningen op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 17 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
Het ontwerp is zodanig opgemaakt dat het een ruimtelijke en architecturale afwerking en overgang bewerkstelligt tussen de reeds bestaande bebouwing belendend aan de Hortstraat en de recent gerealiseerde sociale woningbouw aan de zijde van de Mierenleeuwstraat en Boskrekelstraat. Het woonerfkarakter van de Mierenleeuwstraat zal naar materialisatie en verschijningsvorm uniform doorgetrokken worden en krijgt op het einde een verblijfsplein. De gehele woonstraat kan door zijn inrichting tevens als kwalitatieve ontmoetingsplek of speelplek voor de ruimere buurt worden gebruikt. De groene parkstrip wordt met natuurlijke glooiingen op een extensieve, speelse wijze hierop aansluitend ingericht.
Het voorgestelde profiel van de gebouwen in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Om zich te confirmeren naar de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA wordt de kroonlijsthoogte van de bijgebouwen/carports beperkt tot maximum 3 meter. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
De gevraagde reliëfwijzigingen zijn aanvaardbaar. De kelder van de woning wordt na afbraak opgevuld door gebruik te maken van de omliggende grond. Op deze manier wordt het talud waar de woning op stond afgevlakt. De aanvraag voorziet verder in de aanleg van een infiltratievoorziening in de groenzone.
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau van de Hortstraat en tot op maximaal 50cm boven het straat- of trottoirniveau van de Mierenleeuwstraat . Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door aanvrager, en aangepast door het college van burgemeester en schepenen.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Op 10/08/2021 werd door de dienst Contractmanagement volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Gunstig onder de voorwaarde dat de zone voor wegenis zoals weergegeven op het verkavelingsplan gratis wordt overgedragen aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein na het aanleggen van het wegtracé. De bouwheer dient een opmetingsplan, opgemaakt door een landmeter-expert, betreffende de over te dragen wegenis en een AS-builtplan over te maken.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Op 26/08/2021 werd door de dienst Patrimonium een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“De betonstraatstenen van de inritten moeten waterdoorlatend of waterpasserend zijn.
De betonstraatstenen van het keerpunt moet in waterpasserende materialen zijn. Er dient afgetoetst te worden bij Limburg.net welke oppervlakte zij nodig hebben om te keren. Dit dient dan bij uitvoering aangepast te worden naar deze oppervlakte.
De weg dient lager aangelegd te worden dan de aangelanden om hun te vrijwaren van eventuele wateroverlast.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Op 10/08/2021 werd door de dienst Facilitair management een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
4.- Op 27/08/2021 werd door De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Automatische brandblusinstallaties mogen nooit rechtstreeks op het drinkwaternet aangesloten worden, enkel met tussenschakeling van een drukloos voorraadreservoir.
Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies met voorwaarden
Er is een uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
De kosten van de uitbreiding zijn ten laste van de opdrachtgever.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Op 12/08/2021 werd door Hulpverleningszone Zuid-West Limburg volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Opmerkingen
1. Voor de gebouwen met meer dan één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer ten minste in één punt een gevel kunnen bereiken die op herkenbare plaatsen toegang geeft tot iedere bouwlaag. Daartoe moeten de voertuigen beschikken over een toegangsmogelijkheid en een opstelplaats :
2. Voor de gebouwen met één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer ten minste tot op 60 m van een gevel van het gebouw kunnen naderen. (art 1.1)
3. Er dienen ondergrondse hydranten worden voorzien. Deze worden gevoed door het openbaar waterleidingnet via een leiding met minimale binnendiameter van 80 mm. Kan het openbaar net aan deze voorwaarden niet voldoen, dan wendt men andere bevoorradingsbronnen aan met minimale capaciteit van 50 m³. De ondergrondse of de bovengrondse hydranten worden aangebracht op een horizontaal gemeten afstand van ten minste 0,60 m van de kant der straten, wegen of doorgangen waarop voertuigen kunnen rijden en parkeren.(Art 6.8)
4. De ondergrondse hydranten dienen te worden uitgevoerd conform de normen NBN S 21-034 en S 21-033.
5. De ligging van de ondergrondse hydranten dient evenwel aangeduid te worden door de gepaste herkennings- en identificatietekens betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden, conform de ministeriële circulaire van 14 oktober 1975.
Besluit
Mits naleving van de hoger vermelde opmerkingen, wordt voor de ons voorgelegde plannen een GUNSTIG ADVIES verleend.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
6.- Op 04/08/2021 werd door Proximus volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning :
- Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan.
- Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager.
- Van zodra vergund en minimaal 6 maanden voor oplevering dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus door het formulier als bijlage ingevuld te versturen naar werf.a2@proximus.com.
- De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan.
- Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via netwerkstudie.a22@proximus.com
Na de werken kunnen de bewoners eenvoudig aansluiten op de nutsvoorzieningen voor telefonie-, internet- en televisiediensten. Hiervoor kan de aanvrager terecht bij onze klantendienst op het gratis nummer 0800 22 800. Meer informatie op www.proximus.be/bouwen. “
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
7.- Het advies van Fluvius werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot12), het wijzigen van het reliëf en het slopen van de aanwezige constructies, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het wijzigen van het reliëf en het slopen van de aanwezige constructies, voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen wenst evenwel een voorwaarde toe te voegen omtrent de aan te planten bomen. In plaats van de aan te planten bomen in de voortuinen langs de Hortstraat, zoals voorgesteld door de aanvrager, dient er in de voortuinen langs de Hortstraat, bij élke woning een boom te worden aangeplant. Het dient te gaan om inheemse bomen van categorie 2, plantmaat 18/20. Op deze manier zal het straatbeeld een groen karakter verkrijgen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het wijzigen van het reliëf en het slopen van de aanwezige constructies zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.