Onderzoeksstudie vergunningstoestand
BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve uitspraak:
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
KADASTRALE GEGEVENS
De woning op perceel 477V2 werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1948.
REGELGEVING
Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.
§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
§ 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.
BEWIJSVOERING
Aan de aanvraag werd een detail van de kadastrale opmetingen toegevoegd met daarop de wijzigingen sinds de oprichting in 1948 alsook foto’s van de bestaande aanbouw en garage.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten.
BEOORDELING
Uit de historische gedetailleerde opmetingsschets(en) van het kadaster blijkt dat de woning met aanbouw en garage terug te vinden is binnen de wijziging anno 1958 waardoor ze bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.
Binnen het bestaande volume werden anno 1992 nog aanpassingswerken doorgevoerd die een verhoging van het kadastrale inkomen tot gevolg hadden. Afgaande op de informatie van de gedetailleerde legger, betreft de wijziging de inrichtingswerken (keuken, badkamer, CV-ruimte) en verwijdering van een bijgebouw.
Principieel waren de inrichtingswerken anno 1992 nog onderworpen aan de vergunningsplicht volgens het K.B. van 16/12/1971, artikel 3. Vanaf de wijziging van het K.B. dd. 01/08/1996 waren inrichtingswerken, zoals ondermeer het plaatsen van een badkamer, niet meer vergunningsplichtig.
Een aanvraag tot regularisatie van de inrichtingswerken is heden niet meer aan de orde aangezien ze niet onder de vergunningplicht vallen.
De woning met aanbouw en de vrijstaande garage, kunnen beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Algemeen besluit
De woning met aanbouw en de vrijstaande garage, kunnen beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1958, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning met aanbouw en de vrijstaande garage op in het vergunningenregister als vergund geacht voor het gedeelte aangegeven op de gedetailleerde historische opmetingsschets van het kadaster, gevoegd bij de aanvraag.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1958, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.