De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 21 december 2021 goedgekeurd.
Het managementteam vindt in 2022 tweewekelijks plaats op donderdag van 13.30 uur tot 16.30 uur;
Voorstel voor de overlegmomenten tussen college van burgemeester en schepenen en het managementteam:
- woensdag 16/02 om 13.15 uur
- woensdag 20/04 om 13.15 uur
- woensdag 22/06 om 13.15 uur
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de zittingsdata van het managementteam.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met het voorstel voor de overlegmomenten tussen college van burgemeester en schepenen en het managementteam.
Aanvraag van aankoop van grafconcessies
Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor een 25-jarige concessie aan de volgende personen:
De concessie worden toegestaan tegen de voorwaarden bepaald door:
- het huishoudelijk reglement betreffende de grafconcessies dat door de gemeenteraad werd goedgekeurd op 19/12/2011
- en door het retributiereglement dat de de gemeenteraad werd goedgekeurd op 20/12/2010
De duur van de aangevraagde grafconcessie vangt aan op de datum van de begrafenis.
Er zijn 2 interne nota's opgemaakt voor het personeel. Eén nota betreft de afspraken rond telewerken, de andere nota handelt over het beleid rond mobiele toestellen met bijhorend de mogelijke toekenning van voordeel alle aard.
Telewerken
N.a.v. het verplicht telewerken, opgelegd door de federale overheid als maatregel in de strijd tegen het coronavirus, is het telewerken versneld ingevoerd in de organisatie.
Dit heeft geresulteerd in een aantal acties:
- september 2020: bevraging van de personeelsleden i.v.m. thuiswerk (uitgevoerd door Public Minds)
- 07/12/2020: overleg MAT - goedkeuring eerste kader met interne afspraken rond telewerken
- 19/05/2021: overleg CBS-MAT - terugkoppeling stand van zaken in het kader van telewerken en principiële goedkeuring van ICT-voorzieningen voor telewerk
- 18/11/2021: overleg MAT - goedkeuring aangepast kader met interne afspraken rond telewerken (zie bijlage).
Beleid mobiele toestellen
De Rijksdienst Sociale Zekerheid heeft een periodieke controle uitgevoerd voor de periode 2017 tot en met tweede kwartaal 2020. Tijdens deze controle heeft het lokaal bestuur Zonhoven de opdracht gekregen om een ICT-reglement op te stellen m.b.t. het ter beschikking stellen van ICT-middelen. De deadline van deze opdracht is einde Q1 2022.
Dit heeft geleid tot het opstellen van een interne nota rond het beleid m.b.t. mobiele toestellen die ter beschikking worden gesteld van de personeelsleden. Deze terbeschikkingstelling kan onder bepaalde voorwaarden leiden tot het toekennen van een voordeel alle aard. Dit is ook in de nota opgenomen (zie bijlage).
Deze nota is op de vergadering van het MAT van 18/11/2021 goedgekeurd.
Beide nota's zijn toegelicht en besproken tijdens een informeel vakbondsoverleg op 14/12/2021.
De inhoud van beide nota's zal omgezet worden naar artikels in de rechtspositieregeling en/of het arbeidsreglement die de formele goedkeuringsprocedure zullen doorlopen.
Bij een positieve afloop van de goedkeuringsprocedure zal de implementatie van beide nota's het verdere jaar 2022 in beslag nemen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de interne nota's m.b.t. telewerk en het beleid rond mobiele toestellen.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de bestelbons voor 2021 goed voor een bedrag van € 8.893,64 en voor 2022 voor een bedrag van € 53.607,40.
Gemeenteraadsbesluit dd. 30 november 2020 m.b.t. verdeling noodfonds
Gemeenteraadsbesluit dd. 27 april 2020 m.b.t. de evaluatie en bijsturen tarieven zaalhuur cultuur en sport
Op 30 november 2020 besliste de gemeenteraad om met de beschikbare middelen uit het noodfonds (o.a.) 1 jaar korting te geven op de verhuur van de gemeentelijke infrastructuur voor Zonhovenaren en Zonhovense verenigingen. De uitgaven voor deze actie werden geraamd op 60 851,50 euro (gebaseerd op de gemiddelde inkomsten gedurende de voorbije 2 jaar). De korting werd toegekend en uitgevoerd voor de periode van 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2021.
Na deze periode van 1 jaar hebben we een afrekening gemaakt en stellen we vast dat er - nog steeds vanwege de coronamaatregelen - minder gebruik werd gemaakt van onze infrastructuur dan verwacht. De korting die werd toegekend aan de verenigingen gedurende de periode van 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2021 bedraagt 13 218,01 euro (gebaseerd op het financieel rapport van de facturatie in deze periode).
Aangezien het budget hierdoor nog niet opgebruikt is stellen wij voor om de kortingsperiode te verlengen. Op basis van de inkomsten van de voorbije maanden september 2021 tot en met november 2021 stellen wij voor om de periode te verlengen met minimum 6 maanden en maximum totdat het budget dat hiervoor voorzien werd uit het noodfonds opgebruikt is. Hiertoe kan maandelijks het financieel rapport van de facturatie opgemaakt en geraadpleegd worden tot op het ogenblik dat het voorziene kortingsbedrag van 60 851,50 euro overschreden wordt. Tot dat ogenblik zal het tarievenreglement toegepast worden met 50% korting voor Zonhovense verenigingen en Zonhovense gebruiker. Op het ogenblik dat het bedrag bereikt is zal het tarievenreglement opnieuw ongewijzigd toegepast worden aan 100% voor iedereen.
We stellen voor om de verlenging van deze periode met terugwerkende kracht te laten starten vanaf 1 januari 2022 en minstens tot en met 30 juni 2022 toe te passen of langer indien het voorziene budget nog niet opgebruikt is.
Ter info: de overige maatregelen die voorzien werden voor de besteding van het noodfonds aan verenigingen werden allemaal uitgevoerd volgens de voorziene ramingen (vb. via verdubbeling toelages aan verenigingen werd 123 500 euro voorzien en uitbetaald aan de leden van jeugd-, sport- en cultuurraad - zie GR-besluit in bijlage ter info).
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de kortingsperiode in het kader van de verdeling van het noodfonds te verlengen maar beslist om de korting toe te kennen voor 1 volledig kalenderjaar, van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022. Het geldende tarievenreglement zal in deze periode met 50% korting worden toegepast voor alle verenigingen met zetel in Zonhoven. Ook de Zonhovense jeugd-, sport- of culturele verenigingen die een jaarlijkse vergoeding betalen voor langdurige huurovereenkomsten (of erfpacht of recht van opstal overeenkomsten) zullen gedurende 1 kalenderjaar 50% korting krijgen op het te betalen tarief. Indien de beschikbare middelen via het noodfonds hierdoor overschreden worden zal dit verschil met eigen middelen worden bijgepast.
Het college van burgemeester en schepenen beslist dit voorstel ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
In het kader van de herbestemming van de kerk Sint-Eligius (Ter Donk) wenst 't Alvermanneke de kerk en de bijhorende ruimtes zoals de inkomhal, winterkapel, sacristie en vergaderlokalen te verbouwen.
Voor de financiering wenst 't Alvermanneke een lening aan te gaan voor een bedrag van € 500.000, af te betalen op 20 jaar tegen een rentevoet van 2,5 %.
Bij mail van 7 januari 2022 laat het Agentschap Binnenlands Bestuur weten dat het kerkbestuur Sint-Eligius Ter Donk (momenteel kerkbestuur Sint-Jozef Halveweg) voor onroerende transacties de markt moet raadplegen, dus ook voor het verlenen van een opstalrecht. Om het algemeen belang te dienen moet voldoende en gepaste publiciteit worden gevoerd om zoveel mogelijk geïnteresseerden te bereiken.
Van deze werkwijze kan enkel worden afgeweken omwille van redenen van algemeen belang die geval per geval beoordeeld moeten worden. Op basis van de gegevens waarover het ABB beschikt lijkt hier een onderhandse toewijzing van een opstalrecht zonder publiciteit niet haalbaar. Minstens moeten andere instellingen die kinderopvang en/of crèches voorzien de kans krijgen hierover mee te dingen.
Bij het geven van een bankwaarborg door het gemeentebestuur wordt verwezen naar de beginselen van behoorlijk bestuur : een dergelijke beslissing moet afdoende gemotiveerd zijn waarbij de gelijkheid niet geschonden wordt.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur over het geven van een een recht van opstal in het kader van de herbestemming van de kerk Sint-Eligius Ter Donk. Het college beslist om het advies over te maken aan het kerkbestuur Sint-Jozef Halveweg en de vzw 't Alvermanneke. Het kerkbestuur kan gebruik maken van een begeleiding van de gemeentelijke diensten om de markt te verkennen waarbij rechtstreeks een erfpacht/recht van opstal gegeven wordt aan een geïnteresseerde partner. Indien gewenst wordt het advies en de te volgen procedure mondeling toegelicht aan het kerkbestuur.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 25 oktober 2021 houdende goedkeuring wijze van aanbesteden en lastenkohier voor de verpachting van het jachtrecht op gemeente-eigendom te "Groote Heide - lot II".
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 26 oktober 2021 houdende starten procedure voor de openbare verpachting van het jachtrecht op gemeente-eigendom te "Groote Heide - lot II".
De mail dd. 24 december 2021 van WBE Hasselt-Oost.
De verpachting van het jachtrecht "Groote Heide - lot II" liep ten einde op 30 juni 2021. Op 1 juni 2021 besliste het college van burgemeester en schepenen om de procedure voor de openbare verpachting van het betreffende jachtrecht op te starten. Er werd echter geen bod uitgebracht dat voldeed aan de minimumprijs. Het college van burgemeester en schepenen besliste daarom op 20 juli 2021 om het jachtrecht aan niemand toe te wijzen en de procedure opnieuw op te starten in april 2022.
Gezien de everzwijnenproblematiek besliste het college van burgemeester en schepenen op 5 oktober 2021 om de procedure van openbare verpachting van het jachtrecht versneld opnieuw op te starten, met dien verstande dat er enkel zittend gejaagd kan worden, enkel op everzwijnen en aan een lagere minimumprijs nl. € 15,00/ha.
De inschrijvingstermijn is verstreken sinds 16 december 2021 en er heeft niemand ingeschreven op deze verpachting.
In zijn mail van 24 december 2021 doet de heer Marc Ulenaers, secretaris WBE Hasselt-Oost, een voorstel om de jacht "Groote Heide - lot II" op een andere wijze dan bepaald door de gemeenteraad dd. 25 oktober 2021, te laten beoefenen, namelijk:
- De vorige jager Ivo Broux is, samen met 2 valkeniers, bereid om de jacht te huren aan € 15,00/ha;
- De jacht niet beperken tot enkel het everzwijn, maar alle jachtsoorten en bestrijdingen vrijgeven;
- Jagen met de kogel zal gebeuren vanop een jachtkansel;
- Jagen met hagelgeweer vanop een geposteerde plek en niet rondwandelend;
- Jaarlijks te verlengen overeenkomst, zodat de gemeente op elk moment kan overgaan tot een openbare aanbesteding van de jachtrechten;
- Jager enkel verantwoordelijk stellen voor schade toegebracht door de jager of door jachtactiviteiten (is nu reeds opgenomen in de modelovereenkomst ook al beweert de heer Ulenaers het tegendeel).
Aangezien de voorwaarden voor verpachting van het jachtrecht werden vastgesteld door de gemeenteraad dd. 25 oktober 2021, kan hiervan niet worden afgeweken. Indien het college van burgemeester en schepenen zou beslissen om het voorstel van de heer Ulenaers te aanvaarden, dienen de aangepaste voorwaarden eerst worden voorgelegd aan de gemeenteraad, waarna opnieuw een openbare procedure doorlopen moet worden.
Aan de dienst contractmanagement werd door verschillende jagers gemeld dat het jacht "Groote Heide - lot II" niet interessant is om te bejagen. Alle jagers haalden min of meer dezelfde redenen hiervoor aan. Het gebied is namelijk te open voor wild om graag in te vertoeven, door het gebrek aan grachten, struikgewas en/of bosjes en bossen. In de bossen van de directe omgeving (Bokrijk en Kinderboerderij) zit wel heel veel wild, in het bijzonder ook het everzwijn, hetwelke sporadisch eens in het betreffend jachtgebied zal passeren, in het bijzonder wanneer er eetbare maïs op de gronden te vinden is, maar in principe niet zal verblijven op de betreffende gronden eigendom van de gemeente Zonhoven. Daarnaast vinden de jagers het ook niet interessant om enkel op everzwijnen te mogen jagen. Bovendien jagen de jagers enkel op volgroeide everzwijnen aangezien deze het meest interessant zouden zijn te schieten alsook om de populatie in stand te houden om hun jachtactiviteiten op langere termijn uit te kunnen blijven oefenen.
De intentie van het college van burgemeester en schepenen met de vervroegde opstart van de tweede procedure was om de overpopulatie van de everzwijnen in te perken. Gelet op bovenstaande, is het verpachten van het jachtrecht op betreffende lot geen effectief of nuttig middel daartoe.
De dienst contractmanagement stelt dan ook voor om de jacht "Groote Heide - lot II" niet meer opnieuw open te stellen voor openbare verpachting en bijgevolg ook om niet in te gaan op het voorstel van de heer Ulenaers.
Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel om de jachtrechten te "Groote Heide- lot II" niet meer opnieuw open te stellen, gezien er geen inschrijvingen werden ingediend en er blijkbaar weinig tot geen wild aanwezig is waardoor deze gronden niet interessant zijn om te bejagen.
De update van het vergunningenregister moet telkens voor 15 januari (dossiers juli-december) en voor 15 juli (dossiers januari-juni) worden overgemaakt aan ruimte Vlaanderen.
Deze update bevat enkel nog wijzigingen aan dossiers van voor 2017 (digitale aanvragen) en nieuwe dossiers (stedenbouwkundige attesten, bouwmisdrijven, gebouwendossiers).
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de update van het vergunningenregister met de gegevens van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021, die als volgt wordt vastgesteld:
Totaal 50 dossiers, verdeeld als volgt:
Het XML-bestand werd opgeladen in de applicatie van het vergunningenregister.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 30 november 2021, nl.:
“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van de heer Gert Steegmans, ingesteld tegen de beslissing d.d. 5 oktober 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een voorwaardelijke en gedeeltelijke omgevingsvergunning werd verleend aan de heer Gert Steegmans voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, te Zonhoven ter plaatse Kleine Zouwstraat 37, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.
Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”
De beroepinsteller diende volgend beroepschrift in bij de deputatie:
“Met dit schrijven willen wij beroep aantekenen tegen de gedeeltelijke weigering van de aangevraagde omgevingsvergunning door het Schepencollege van de gemeente ZONHOVEN op datum van 05/10/2021.
Inhoudelijke argumentatie tegen de weigering:
Het terrein is gelegen:
Op deze site werd er een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen+ bijbouwen aan een bestaande vrijstaande woning. De gewone vergunningsprocedure werd gevolgd. Voor deze aanvraag werd er spijtig genoeg maar een gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd met voorwaarden waar we absoluut niet mee akkoord kunnen gaan.
Het College van Burgemeester en Schepenen vergunt de verbouwing van de bestaande hoofdwoning met hellend dak en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning onder voorwaarde dat het open karakter hiervan ten alle tijden behouden blijft. Hier zijn we volledig mee akkoord daar we ook een terrasoverdekking hebben aangevraagd aansluitend bij de keuken en zeker “geen gesloten terras”.
Voor de inpandige bestaande garage in deze bestaande woning wordt er een voorwaarde opgelegd dat deze moet behouden blijven en de bestaande garagepoort mag niet dichtgemaakt worden. Hier kunnen we absoluut niet mee akkoord gaan.
Voor het uitbreiden van de woning aan de linker zijgevel met een bijkomende garage van 41,2m² (nl. 4.12m. breed en 10m. diep idem als de bestaande woning) werd de omgevingsvergunning gedeeltelijk geweigerd.
Voor het gevraagde van het behouden van de inpandige bestaande garage met de bestaande garagepoort en het weigeren van de linker aanbouw aan de bestaande woning nl. een garage willen we beroep aantekenen.
Doordat de bestaande garage maar een breedte van 2,70m. heeft en hier bijna onmogelijk een auto in kan geplaatst worden zonder er ordentelijk uit en in te kunnen stappen, hadden we geopteerd om deze ruimte te voorzien als bergruimte in het verlengde van de bestaande wasplaats. Deze garageruimte voldoet niet meer aan de eisen van een hedendaagse comfortabele garage. Een auto heeft een min. breedte van 2m. (incl. zijspiegels en de meeste grotere auto’s zijn breder..) waardoor deze niet binnen wordt geplaatst door zijdelings plaatsgebrek. Hier willen we zeker de bestaande garagepoort dichtmetselen waardoor er steeds een vrije staanplaats aan de voorzijde kan blijven zoals in de bestaande verharding op eigen terrein al werd voorzien.
Vandaar dat er werd geopteerd voor een garage links aan te bouwen aan de woning met een plat dak dewelke dan een binnenbreedte van 3,76m. en een binnendiepte van 9,28m. heeft waar men zelfs de 2 bestaande auto’s (een stationwagen en een kleine wagen) achter elkaar kan plaatsen en waar er voldoende plaats is in de breedte. De vrije linker zijtuinstrook heeft dan nog een vrije zijtuinstrook van 7,38m. wat zeker nog voldoende breed is. Dat er nog een vrijblijvende kwalitatieve tuinzone van 10m. dient behouden te worden wordt in geen enkel voorschrift vermeld en is dan ook geen voorwaarde voor goede ruimtelijke ordening. Door een verschil van kleur van gevelmateriaal vormt dan de bestaande woning -die we gaan kaleien- een mooi geheel met de aan te bouwen nieuwe garage -voorzien in een grijze baksteen- die op een mooie manier de overgang van de bestaande woning naar het garagegedeelte voorziet. De reeds bestaande verharding wordt met deze uitbreiding merendeels behouden.
Analoge goedgekeurde voorbeelden van hoekpercelen binnen de verkaveling waar eveneens een garage werd aangebouwd in de linker zijtuinstrook met een bestaande woningbreedte van 17m.:
Bij geen enkele van deze hoekpercelen is er nog een linker zijtuinstrook van 10m aanwezig.
Waarom zou dat dan een eis bij ons moeten zijn?
De behouden tuinoppervlakte aan de linker zijgevel en de achtergevel op ons perceel is ruimschoots voldoende om de goede ruimtelijke ordening en de privacy te bewaren. Geen enkele rechtstreeks buur heeft hier bezwaren op gehad bij het openbaar onderzoek.
Volgens de gemeente Zonhoven werd de bouwdiepte en de bouwbreedte bekeken vanuit de Burkweg. Dit is de wereld op zijn kop. Deze woning van’83 ligt langs de Kleine Zouwstraat nr.37 en werd zo goedgekeurd met de voorgevel langs deze straat. Nergens in de voorschriften van de verkaveling werd er gewag gemaakt dat de bouwbreedte en de bouwdiepte in functie van de Burkweg dienen te worden bekeken wat ook absoluut niet logisch is!
De bouwbreedte voor dit perceel mag volgens de voorschriften 2/3 van de kavelbreedte bedragen wat betekent dat de gemiddelde kavelbreedte hier 32,04m. bedraagt en 2/3 hiervan dan 21,36m. is en dat we dan voldoen aan deze voorwaarde. De totale bouwbreedte wordt 21,12m. en voldoet dus. En de bouwdiepte (max.17m.) van 10m. en gedeeltelijk ter hoogte van het vergunde overdekt terras van 13,70m. voldoet dus ook.
Bij een telefonisch gesprek met de dienst R.O. van de gemeente Zonhoven i.v.m. deze gedeeltelijke weigering van de omgevingsvergunning werd zelfs nu geopperd -omdat we een vergelijking met de ander hoekpercelen aangaven- dat we de gevraagde bestaande garagepoort in de bestaande woning toch mochten dichtmetselen en zelfs een carport tegen de bestaande woning in de linker zijgevel mochten plaatsen. Wat is dan eigenlijk nog het verschil met onze aangevraagde omgevingsvergunning??
Onze aangevraagde omgevingsvergunning hield ook eveneens rekening met het architecturale uitzicht & voldoende groenzone & met het voorzien van parkeerplaats op eigen terrein met behoud van de bestaande verharding.
Volgens de VCRO voorziet de “Codextrein” wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures. Art.4.3.1 van de VCRO stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkaveling, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag. (uitgezonderd voor afwijkingen op voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen) Onze aangevraagde omgevingsvergunning die gedeeltelijk werd geweigerd voor de kleine uitbreiding aan de linker zijgevel tegen de bestaande woning (= 41,2m²) en het behouden van de inpandige garage met de bestaande garagepoort kan dus niet geweigerd worden op basis van de onverenigbaarheid met de voorschriften en de aanvraag is getoetst aan de goede ruimtelijke ordening en wel bevonden.
Doordat de bestaande verkaveling ouder is dan 15 jaar moeten deze bestaande verkavelingsvoorschriften heden niet meer gevolgd worden. Wel dient deze aanvraag getoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening. Er werd een openbaar onderzoek ingesteld zonder bezwaarschriften wat er op neer komt dat de goede ruimtelijke ordening duidelijk werd nagestreefd & gerespecteerd en dat deze omgevingsvergunning duidelijk geen hinder vormt voor de directe omgeving.
Er werd voldaan aan het decreet van optische rookmelders ondanks dat hier een opmerking over werd geschreven. Zowel gelijkvloers (2stuks) als op de verdieping (1stuk) werden deze rookmelders bij de ingediende gedeeltelijk vergunde omgevingsvergunning ingetekend.
In bijlage vinden jullie een kopie van het bewijs van betaling van de dossiertaks (zie bijlage) + een kopie van de gedeeltelijke weigering van deze omgevingsvergunning (zie bijlage)
Wij durven hopen dat jullie een gunstig gevolg geven aan deze aangevraagde gedeeltelijke geweigerde omgevingsvergunning.
Graag zouden wij bij het onderzoek van deze omgevingsvergunning persoonlijk gehoord willen worden om nog de nodige informatie te verschaffen betreffende dit dossier.”
Advies dienst:
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 5 oktober 2021 de omgevingsaanvraag gedeeltelijk te vergunnen onder voorwaarden.
Er werd een weigering afgeleverd voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat).
Het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) werd vergund onder voorwaarden. Volgende voorwaarden werden onder meer opgelegd:
Het college van burgemeester en schepenen motiveerde de ongunstige beoordeling voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) als volgt:
“Tot slot wenst de aanvrager de woning aan de linkerzijde uit te breiden.
Zoals eerder aangehaald zal de bestaande garage in de woning omgevormd worden tot berging. Hierdoor zal in de uitbreiding een nieuwe garage voorzien worden.
De uitbreiding heeft een bouwbreedte van 4,12m en een bouwdiepte van 10m. Hierdoor wordt de totale bouwbreedte van de woning gebracht op 21,12m.
De verkavelingsvoorschriften werden opgesteld met het oog op een inplanting in functie van de Burkweg. Bijgevolg stellen de verkavelingsvoorschriften dat de maximale bouwdiepte (i.f.v. de Burkweg) 17m bedraagt. Gezien de woning is ingeplant in functie van de Kleine Zouwstraat is de bouwbreedte dan ook de bouwdiepte volgens de verkavelingsvoorschriften. Hierdoor wordt de maximale bouwdiepte van 17m dan ook ruim overschreden.
Door de ligging van het perceel (hoekperceel) is de huidige tuinzone reeds beperkt. Momenteel beschikt de woning aan de achterzijde over een tuinzone met een diepte van 4m. Aan de linkerzijde van de woning bevindt zich nog een tuinzone met een breedte van 11,50m.
Door de uitbreiding wordt deze reeds beperkte tuinzone herleid tot een breedte van 7,38m. Om te spreken van een kwalitatieve buitenruimte wordt algemeen een tuinzone van minimum 10m gehanteerd. Door de uitbreiding resteert er dan ook een onvoldoende kwalitatieve tuinzone.
Hiermee rekening houdend kan niet akkoord gegaan worden met de voorgestelde uitbreiding van de woning.
Om de last van het autobezit niet geheel af te schuiven op het openbaar domein en dus het stallen van voertuigen geheel op eigen terrein op te vangen wordt als voorwaarde opgenomen dat de garage in het bestaande bouwvolume behouden moet blijven.”
Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te boordelen en behoudt haar standpunt van 5 oktober 2021.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het aanzienlijk wijzigen van het reliëf, het vellen van hoogstammige bomen en het slopen van de aanwezige constructies.
De aanvraag werd op 11 mei 2021 ontvangen.
Op 9 juni 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 8 juli 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 30 juli 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 09/8/2021 tot en met 07/09/2021. Het openbaar onderzoek werd gesloten met 7 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 09/8/2021 tot en met 07/09/2021. Er werden 7 bezwaarschriften ingediend.
Gelet op de vereisten die de Raad voor Vergunningsbetwistingen ter zake oplegt aan de vergunningsverlener:
Om te voldoen aan de opgelegde motiveringsverplichting volstaat het dat de vergunningverlener in haar beslissing de redenen vermeldt waarop deze is gesteund.
Zij is er niet toe gehouden alle in de loop van de procedure aangevoerde bezwaren één voor één te beantwoorden (RvVb/A/1516/0884 van 31 maart 2016, in dezelfde zin: RvVb nr. A/2015/0261 van 21 april 2015 en RvVb/A/1516/0239 van 24 november 2015).
De bezwaarschriften werd onderzocht en kunnen als volgt worden samengevat en beoordeeld:
Bezwaarschrift 1 luidt als volgt:
“Graag dien ik bezwaarschrift in tegen de verkaveling te Hortstraat 33. Wij wonen nu in een rustige wijk en wensen dit graag zo te houden. De rust zou verstoord worden door de werken en auto's die extra voorbij ons huis zullen rijden.”
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Uit de gegevens van de project-MER-screening blijkt dat de bouw van de woningen vanaf grondwerken tot afwerking en de aanleg van het openbaar domein hoofdzakelijk gebeurt in de dag en op weekdagen wanneer eventuele geluidsemissies het minst hinderlijk zijn. De emissies zijn tijdelijk van aard. De beperkte schaal van het project veroorzaakt geen aanzienlijke effecten op de omgeving. Het klopt dus dat de rust wordt verstoord tijdens de werken, maar aangezien dit slechts van tijdelijke aard is, is dit aanvaardbaar. Het voorzien van 8 bijkomende woningen heeft geen onaanvaardbare impact op de rustige woonwijk, gelet op het beperkte aantal bijkomende woningen. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 2 luidt als volgt:
“Bij deze wil ik bezwaar indienen tegen de verkaveling op hortstraat 33, met name de aanleg van de weg die tegen onze grond zou komen.
Omwille van volgende redenen:
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het is onduidelijk hoe er schade wordt berokkend aan een bestaande vrijstaande garage door het aanleggen van een weg op een aanpalend perceel. De aan te leggen weg wordt immers voorzien op voldoende afstand van de garage.
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het voorliggende ontwerp voldoet aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Het hemelwater dat op voorliggende eigendom valt dient op eigen terrein te worden opgevangen en gebufferd. Er zal als voorwaarde worden opgelegd dat de aanvrager de nodige maatregelen op eigen terrein moet treffen om de aangelanden te vrijwaren van eventuele wateroverlast. Het bezwaar wordt deels weerhouden.
Bezwaarschrift 3 luidt als volgt
“Wij zijn de toekomstige eigenaars van (x). Compromis wordt eerstdaags ondertekend.
Bij het bekijken van de ingetekende gebouwen op de verkaveling, viel het ons op dat het 1e gebouw van de verkaveling, (x) van onze woning op het plan, op slechts 6 m van de straat ingepland staat, terwijl alle andere ingetekende gebouwen op 8 md staan. Het lijkt ons logischer om alles op 1 lijn te bouwen, nl op 8 m, het oogt ook mooier, en vermindert de mogelijke wederzijdse inkijk. Dit bezwaar wordt uiteraard in samenspraak met de huidige eigenaars ingediend. Indien vereist, kunnen we u hiervan bewijs voorleggen.
Hoogachtend,”
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
In de verkavelingsvoorschriften wordt opgelegd dat de voorgevelbouwlijn van de loten 1 t.e.m. 6 op minimum 9 meter uit de rooilijn moet liggen en dit conform de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA. Er wordt in voorliggende procedure geen verdere uitspraak gedaan over het feit dat een uniforme inplanting op 8 meter mooier is in deze omgeving, aangezien dit een subjectief gegeven is. Er kan wel opgemerkt worden dat de inplanting van woningen op 6 meter of 8 meter uit de rooilijn geen extra privacy-hinder genereert naar de aanpalende eigendommen. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 4 luidt als volgt:
“Ik dien een bezwaar in tegen de infiltratievoorziening/wadi.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het voorliggende ontwerp voldoet aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Het hemelwater dat op voorliggende eigendom valt dient op eigen terrein te worden opgevangen en gebufferd. Uit de doorsnedes gevoegd bij de aanvraag blijkt dat er geen hoogteverschil aanwezig is bij de aansluiting van het openbaar domein op de aanpalende percelen gelegen aan de Boskrekelstraat. Er zal als voorwaarde worden opgelegd dat de aanvrager de nodige maatregelen op eigen terrein moet treffen om de aangelanden te vrijwaren van eventuele wateroverlast.
De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
Er zal dus geen wateroverlast veroorzaakt worden door voorliggende aanvraag op de aanpalende eigendommen. Het bezwaar wordt deels weerhouden.
Bezwaarschrift 5 luidt als volgt:
“Ik heb geen probleem met de verkaveling an sich maar wel met de infiltratievoorziening: aanleg van het bekken. Voor dit gedeelte van de aanvraag wil ik graag bezwaar intekenen.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het voorliggende ontwerp voldoet aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Het hemelwater dat op voorliggende eigendom valt dient op eigen terrein te worden opgevangen en gebufferd. Uit de doorsnedes gevoegd bij de aanvraag blijkt dat er geen hoogteverschil aanwezig is bij de aansluiting van het openbaar domein op de aanpalende percelen gelegen aan de Boskrekelstraat. Er zal als voorwaarde worden opgelegd dat de aanvrager de nodige maatregelen op eigen terrein moet treffen om de aangelanden te vrijwaren van eventuele wateroverlast.
De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
Er zal dus geen wateroverlast veroorzaakt worden door voorliggende aanvraag op de aanpalende eigendommen.
Mocht de bezwaarindiener van mening zijn dat zijn privacy onvoldoende gewaarborgd blijft of dat zijn groenzicht onvoldoende behouden blijft, dan kan hij op eigen terrein nog in de nodige groenaanplantingen voorzien (bv. planten haag op de perceelgrens conform de bepalingen van het burgerlijk wetboek). Het bezwaar wordt deels weerhouden.
Bezwaarschrift 6 luidt als volgt:
“Ik zou graag mijn bezwaar willen indienen :
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
Het ontwerp wegenis voorziet in het doortrekken van de groenzone achter Boskrekelstraat 50 – 52. Er wordt op deze groenzone de aanplant van 2 zomereiken ter hoogte van de achtertuinen van Boskrekelstraat 50 – 52 voorzien. Mocht de bezwaarindiener van mening zijn dat zijn privacy onvoldoende gewaarborgd blijft of dat zijn groenzicht onvoldoende behouden blijft, dan kan hij op eigen terrein nog in de nodige groenaanplantingen voorzien (bv. planten haag op de perceelgrens conform de bepalingen van het burgerlijk wetboek).
De verbreding aan het einde van de weg wordt voorzien om o.a. de wagens, vuilniskar en hulpdiensten te laten draaien op het openbaar domein en dit in functie van de verkeersveiligheid. Het is vandaag de dag immers vanuit verkeerstechnisch oogpunt onverantwoord om bv. een vuilniskar meer dan 100 meter achteruit te laten rijden, aangezien de zichtbaarheid hierdoor enorm wordt beperkt.
Het voorzien van 8 bijkomende woningen heeft geen onaanvaardbare impact op de rustige woonwijk, gelet op het beperkte aantal. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 7 luidt als volgt:
“Ik heb geen probleem met de verkaveling maar wel met aanleg van het bekken. Voor dit gedeelte van de aanvraag wil ik graag bezwaar intekenen.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in:
In het bezwaar wordt niet aangegeven waarom men tegen de aanleg van het bekken is. Er wordt dus niet verder ingegaan op dit bezwaar. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
ADVIEZEN
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan Proximus
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Werken Patrimonium
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair Management
Op 30/07/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Contractmanagement
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Bijzonder plan van aanleg
Het goed is deels gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006. Het goed kreeg als bestemming zone voor open bebouwing (art. 12) en semi-publieke voortuinstrook (art. 24).
Verkaveling
Het goed is deels gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 6 november 2018 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1267.B.874.2. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De kavel kreeg als bestemming wonen (maximaal twee woongelegenheden per perceel toegestaan).
Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag voor het gedeelte gelegen in het BPA getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA m.n. zone voor open bebouwing (art. 12) en semi-publieke voortuinstrook (art. 24) en voor het gedeelte gelegen buiten het BPA (perceel 1211N) getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan m.n. woonuitbreidingsgebied.
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Handelingen van algemeen belang
Art. 4.4.7.
§ 2. In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.
De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Deze paragraaf verleent nimmer vrijstelling van de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectrapportage over projecten, opgenomen in hoofdstuk III van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen van algemeen belang
Hoofdstuk III: De handelingen van algemeen belang die een ruimtelijke beperkte impact hebben of als dergelijke handelingen beschouwd kunnen worden.
§ 1. De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op:
… 2° de aanleg van gemeentelijke verkeerswegen met maximaal twee rijstroken die over een lengte van maximaal 1 kilometer afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften; …
De nieuwe wegenis (Mierenleeuwstraat) wordt voorzien binnen de zone voor open bebouwing van het BPA (art. 12). De voorschriften voor deze zone laten geen aanleg wegenis toe. I.f.v. de nieuwe loten is het doortrekken van de bestaande wegenis binnen deze zone echter noodzakelijk en wordt er afgeweken van de stedenbouwkundige voorschriften voor wat betreft deze wegenis. De nieuwe wegenis voldoet aan de voorwaarden om te worden beschouwd als handeling van algemeen belang die een ruimtelijke beperkte impact heeft, zoals hierboven beschreven.
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg. De ordening van het woonuitbreidingsgebied is immers gekend door de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen in het verleden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 30 juli 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Op 14 mei 2021 nam het Agentschap Onroerend Erfgoed akte van de ingediende archeologienota met referentienummer: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/18548.
De maatregelen opgenomen in de archeologienota en het programma van maatregelen zullen als voorwaarden worden opgelegd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen.
1.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12),
Op 13 december 2021 keurde de gemeenteraad de wijziging van de bestaande rooilijn van de Mierenleeuwstraat zoals weergegeven op het ingediende plan van het studiebureau Geotec van 6 mei 2021 goed.
Op 13 december 2021 keurde de gemeenteraad het nieuwe, gewijzigde tracé van de gemeenteweg Mierenleeuwstraat, zoals weergegeven op het ingediend ontwerp “grondplan wegenis” dd. 8 juli 2021, voorwaardelijk goed.
Voorwaarden
1.- De voorwaarden opgelegd door de Dienst Patrimonium dienen te worden nageleefd:
2.- De voorwaarden opgelegd door de Dienst Facilitair management dienen te worden nageleefd:
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de aanleg van de wegenis en het openbaar domein.
3.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het wijzigen van het reliëf.
De kelder van de woning wordt na afbraak opgevuld door gebruik te maken van de omliggende grond. Op deze manier wordt het talud waar de woning op stond afgevlakt. De aanvraag voorziet verder in de aanleg van een infiltratievoorziening in de groenzone.
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het wijzigen van het reliëf.
4.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het slopen van de aanwezige constructies m.n. voor de afbraak van de woning. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het slopen van de aanwezige constructies m.n. voor de afbraak van de woning.
5.- Uit het dossier blijkt dat er voorgesteld wordt om hoogstammige bomen te rooien. Deze bomen vallen niet onder de definitie bos en voldoen bijgevolg niet aan bovenstaande bepalingen. Alvorens het kappen van de bomen, dient er een omgevingsvergunning bekomen te worden voor stedenbouwkundige handelingen.
OVERIGE REGELGEVING
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Alle bebouwing dient afgebroken te worden alvorens er een verkoop van een lot en / of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan bekomen worden. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van materialen.
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door GEOTEC, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod
In deze omgevingsvergunning wordt conform het decreet op grond- en pandenbeleid binnen de verkaveling een bescheiden woonaanbod van 20% gerealiseerd voorzien. Het betreft afgerond 3 wooneenheden. Het bescheiden woonaanbod zal gerealiseerd worden in natura, meer bepaald op lot 4 in de vorm van een tweewoonst, waarbij elke woning een maximum bouwvolume heeft van 550 m³, en op lot 11 waar 1 grondgebonden ééngezinswoning op een lot van 4 a 93 ca (kleiner dan 5are) wordt gerealiseerd.
Gratis grondafstand
Lot 12 wordt door de verkavelaar gratis afgestaan aan de gemeente. Dit blijkt uit de akkoordverklaring bijgevoegd in het verkavelingsdossier.
Het advies van de Dienst Contractmanagement, Interne Zaken op 10 augustus 2021 is voorwaardelijk gunstig:
“Gunstig onder de voorwaarde dat de zone voor wegenis zoals weergegeven op het verkavelingsplan gratis wordt overgedragen aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein na het aanleggen van het wegtracé. De bouwheer dient een opmetingsplan, opgemaakt door een landmeter-expert, betreffende de over te dragen wegenis en een AS-builtplan over te maken.”
De gemeenteraad dient akkoord te gaan met deze gratis grondafstand. Deze aanvaarding gebeurt op basis van correcte afmetingen en oppervlakten. Daarom is het beter de aanvaarding te laten gebeuren op basis van as-builtplannen.
As-builtplannen
Het as-builtplan moet een duidelijk vergelijk mogelijk maken van het ontwerp van het openbaar domein (goedgekeurd door de gemeenteraad) en de werkelijk uitgevoerde situatie. Het as-builtplan moet minstens volgende gegevens bevatten:
→ Aanduiding wegenis met afmetingen en uitgevoerde materialen.
→ Aanduiding nutsvoorzieningen (verlichtingspalen, rioleringen, brandkranen, elektriciteitscabines, …)
→ Aanduiding openbaar domein (de afpaling van het openbaar domein dient uitgevoerd te worden)
→ Aanduiding loten
→ Aanduiding openbaar groen
→ Aanduiding grachten, bufferbekken, …
→ Alle afmetingen van het project en zijn voorzieningen (perceelbreedtes, …)
→ Lambertscoördinaten. (zowel openbaar domein, als de hoeken van de verkaveling en voorziene loten)
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het aanzienlijk wijzigen van het reliëf, het vellen van hoogstammige bomen en het slopen van de aanwezige constructies.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het eigendom ligt in het westen van de gemeente Zonhoven in het noordelijk deel van de woonkern Halve weg. De woonkern van Halve weg wordt centraal doorsneden door de Halve Weg (N72), een secundaire weg type III. Langs deze weg liggen een groot aantal
belangrijke kernvoorzieningen. Het eigendom ligt belendend langs de Hortstraat, een lokale weg type II, die de N72 verbindt via de Hortweidenweg en de Eikenenweg met het centrum van het hoofddorp Zonhoven. Het eigendom ligt aan de zuidzijde van deze belangrijke lokale verbindingsweg.
Het eigendom ligt op minder dan 500m van de Sint-Jozef kerk en het recreatiegebied FC Halveweg -Zonhoven (in vogelvlucht) en op minder dan 600m van de basisschool ‘De St@rtbaan’ (in vogelvlucht).
De deelkern Halve Weg heeft een uitgesproken residentieel karakter met overwegend grondgebonden ééngezinswoningen. Enkel langs de N72 (Halve Weg) zijn appartementen en diverse functies aanwezig.
Ruimtelijk maakt het eigendom deel uit van een ruimer bouwblok dat omzoomd wordt door de Hortstraat in het noorden, de Beskensstraat in het oosten, de Schopdriesweg in het zuiden en de Halve Weg (N72) in het westen. Het binnen gebied van dit bouwblok werd de afgelopen jaren ontwikkeld met sociale woningbouw. De bestaande bebouwingsstructuur wordt er gekenmerkt door grondgebonden ééngezinswoningen in een open en geschakelde bouwvorm. Binnen deze wijk is er een beperkte verscheidenheid in vormgeving, kleur- en materiaalgebruik.
Het eigendom waar de bijstelling van de verkaveling betrekking op heeft, is 88 a 15 ca groot en bestaat enkel uit één, ruim opgezette villa uit de jaren 70 bestaande uit een verheven bouwlaag met hellend dak te midden op het eigendom dat voor het overige volledig landschappelijk als tuin werd aangelegd met diverse coniferen. Aan de zijde van de Hortstraat zijn een aantal loofbomen in de vorm van berkenbomen gesitueerd. Het geheel is aan de Horstraat afgeschermd door een uitheemse haag structuur. Het perceel is bereikbaar via de Hortstraat via een vrij centraal gesitueerde oprijlaan. Aan de overzijde van de Hortstraat zijn nog 4 grote eiken gesitueerd die het straatbeeld t.h.v. het eigendom een groen karakter geven. Er is een lichte helling op het terrein. Het terrein helt af richting Hortstraat met een beperkt hoogteverschil.
Verkavelingsvoorwerp
Voorliggende aanvraag voor bijstelling van de verkaveling heeft betrekking op een woonontwikkeling van 15 grondgebonden ééngezinswoningen. Aan de zijde van de Hortstraat worden 5 kavels voorzien voor één vrijstaande eengezinswoning en 1 kavel met een geschakelde tweewoonst in open bebouwing. In de tuinzone worden tuinbergingen voorzien al dan niet geschakeld. Het hoofdvolume van de woningen wordt op minstens 3 m van de laterale perceelsgrens ingeplant. De voorgevel van het hoofdvolume wordt evenwijdig met de rooilijn ingeplant.
De Mierenleeuwstraat wordt doorgetrokken in de vorm van een woonerf/speelerf. In het verlengde van de recent gerealiseerde woningen wordt een sterke groenstructuur als groene speelstrip doorgetrokken als geïntegreerd onderdeel van het openbaar domein. Aan het woonerf worden 2 vrijstaande ééngezinswoningen en 3 grondgebonden tweewoonsten voorzien dewelke worden geschakeld met een carport/berging. In de tuinzone wordt geen bebouwing toegelaten. Het hoofdvolume van de woningen wordt op minstens 3 m van de laterale perceelsgrens ingeplant. De voorgevel van het hoofdvolume wordt t.o.v. de rooilijn schuin ingeplant op een minimum afstand van 5 meter.
Om de privacy in de achtertuinen te maximaliseren worden afsluitingen uitgevoerd in streekeigen groen. Ook in de tuinaanleg wordt een maximale groenaanleg gestimuleerd om het landelijk karakter te waarborgen. Zo wordt er op elk lot een boom voorzien in de achtertuinzone ter hoogte van de achterste perceelsgrens door de verkavelaar. Deze aangeplante bomen in de achtertuin zone zullen bestaan uit een mix van 1/3 zomereik, 1/3 wintereik en 1/3 haagbeuk. Verder wordt het straatbeeld in de Hortstraat versterkt door op de loten 2, 4 en 5 een boom te voorzien in de voortuin zone van eerste categorie
bestaande uit zomereik. Om een minimale groenaanleg te garanderen binnen elk lot is er een groenindex voorzien. De groenindex bepaalt de minimale ongebouwde verhouding (excl. verhardingen). Voor de loten 1 tem 7 en lot 11 is een minimale groenindex voorzien van 60% voor de loten 8 tem 10, de halfopen bebouwingen, is een minimale groenindex van voorzien van 50%. Ook wordt er voor alle loten een maximale bebouwbare oppervlakte (incl. verhardingen) vastgelegd in de verkavelingsvoorschriften.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van 15 grondgebonden ééngezinswoningen, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers i.f.v. de Hortstraat of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. Nevenbestemmingen worden niet toegelaten voor de loten aan de doorgetrokken Mierenleeuwstraat, aangezien het een residentiële woonomgeving betreft. De bijkomende parkeerdruk is hier niet gewenst.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. De verkavelingsvoorschriften voorzien dat de parkeerbehoefte steeds op het eigen terrein wordt opgevangen in de vorm van 1 autostaanplaats onder een carport of in het hoofdvolume en 1 parkeerplaats in de voortuinzone, al of niet op de oprit naar de overdekte autostaanplaats. Alle loten uit de bijstelling zijn voldoende groot. De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken
In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen. De maximale bouwdiepte van 15 meter op het gelijkvloers en 12 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of plat dak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De inplanting van de woningen wordt voorzien op minimum 9 meter uit de rooilijn van de Hortstraat (i.p.v. minimum 6 meter), op minimum 5 meter uit de rooilijn van de Mierenleeuwstraat en op 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrenzen. Deze inplanting sluit aan op de aanpalende woningen en bij de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA.
Door o.a. het toelaten van carports in de zijtuinstrook wordt de bebouwing/verharding in de tuinzone tot een minimum beperkt waardoor er een kwalitatieve groene tuinzone kan aangelegd worden.
Door het oprichten van 15 woningen op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 17 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
Het ontwerp is zodanig opgemaakt dat het een ruimtelijke en architecturale afwerking en overgang bewerkstelligt tussen de reeds bestaande bebouwing belendend aan de Hortstraat en de recent gerealiseerde sociale woningbouw aan de zijde van de Mierenleeuwstraat en Boskrekelstraat. Het woonerfkarakter van de Mierenleeuwstraat zal naar materialisatie en verschijningsvorm uniform doorgetrokken worden en krijgt op het einde een verblijfsplein. De gehele woonstraat kan door zijn inrichting tevens als kwalitatieve ontmoetingsplek of speelplek voor de ruimere buurt worden gebruikt. De groene parkstrip wordt met natuurlijke glooiingen op een extensieve, speelse wijze hierop aansluitend ingericht.
Het voorgestelde profiel van de gebouwen in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Om zich te confirmeren naar de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA wordt de kroonlijsthoogte van de bijgebouwen/carports beperkt tot maximum 3 meter. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
De gevraagde reliëfwijzigingen zijn aanvaardbaar. De kelder van de woning wordt na afbraak opgevuld door gebruik te maken van de omliggende grond. Op deze manier wordt het talud waar de woning op stond afgevlakt. De aanvraag voorziet verder in de aanleg van een infiltratievoorziening in de groenzone.
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau van de Hortstraat en tot op maximaal 50cm boven het straat- of trottoirniveau van de Mierenleeuwstraat . Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door aanvrager, en aangepast door het college van burgemeester en schepenen.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Op 10/08/2021 werd door de dienst Contractmanagement volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Gunstig onder de voorwaarde dat de zone voor wegenis zoals weergegeven op het verkavelingsplan gratis wordt overgedragen aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein na het aanleggen van het wegtracé. De bouwheer dient een opmetingsplan, opgemaakt door een landmeter-expert, betreffende de over te dragen wegenis en een AS-builtplan over te maken.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Op 26/08/2021 werd door de dienst Patrimonium een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“De betonstraatstenen van de inritten moeten waterdoorlatend of waterpasserend zijn.
De betonstraatstenen van het keerpunt moet in waterpasserende materialen zijn. Er dient afgetoetst te worden bij Limburg.net welke oppervlakte zij nodig hebben om te keren. Dit dient dan bij uitvoering aangepast te worden naar deze oppervlakte.
De weg dient lager aangelegd te worden dan de aangelanden om hun te vrijwaren van eventuele wateroverlast.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Op 10/08/2021 werd door de dienst Facilitair management een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
4.- Op 27/08/2021 werd door De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Automatische brandblusinstallaties mogen nooit rechtstreeks op het drinkwaternet aangesloten worden, enkel met tussenschakeling van een drukloos voorraadreservoir.
Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies met voorwaarden
Er is een uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
De kosten van de uitbreiding zijn ten laste van de opdrachtgever.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Op 12/08/2021 werd door Hulpverleningszone Zuid-West Limburg volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Opmerkingen
1. Voor de gebouwen met meer dan één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer ten minste in één punt een gevel kunnen bereiken die op herkenbare plaatsen toegang geeft tot iedere bouwlaag. Daartoe moeten de voertuigen beschikken over een toegangsmogelijkheid en een opstelplaats :
2. Voor de gebouwen met één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer ten minste tot op 60 m van een gevel van het gebouw kunnen naderen. (art 1.1)
3. Er dienen ondergrondse hydranten worden voorzien. Deze worden gevoed door het openbaar waterleidingnet via een leiding met minimale binnendiameter van 80 mm. Kan het openbaar net aan deze voorwaarden niet voldoen, dan wendt men andere bevoorradingsbronnen aan met minimale capaciteit van 50 m³. De ondergrondse of de bovengrondse hydranten worden aangebracht op een horizontaal gemeten afstand van ten minste 0,60 m van de kant der straten, wegen of doorgangen waarop voertuigen kunnen rijden en parkeren.(Art 6.8)
4. De ondergrondse hydranten dienen te worden uitgevoerd conform de normen NBN S 21-034 en S 21-033.
5. De ligging van de ondergrondse hydranten dient evenwel aangeduid te worden door de gepaste herkennings- en identificatietekens betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden, conform de ministeriële circulaire van 14 oktober 1975.
Besluit
Mits naleving van de hoger vermelde opmerkingen, wordt voor de ons voorgelegde plannen een GUNSTIG ADVIES verleend.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
6.- Op 04/08/2021 werd door Proximus volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning :
- Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan.
- Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager.
- Van zodra vergund en minimaal 6 maanden voor oplevering dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus door het formulier als bijlage ingevuld te versturen naar werf.a2@proximus.com.
- De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan.
- Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via netwerkstudie.a22@proximus.com
Na de werken kunnen de bewoners eenvoudig aansluiten op de nutsvoorzieningen voor telefonie-, internet- en televisiediensten. Hiervoor kan de aanvrager terecht bij onze klantendienst op het gratis nummer 0800 22 800. Meer informatie op www.proximus.be/bouwen. “
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
7.- Het advies van Fluvius werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot12), het wijzigen van het reliëf en het slopen van de aanwezige constructies, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het wijzigen van het reliëf en het slopen van de aanwezige constructies, voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen wenst evenwel een voorwaarde toe te voegen omtrent de aan te planten bomen. In plaats van de aan te planten bomen in de voortuinen langs de Hortstraat, zoals voorgesteld door de aanvrager, dient er in de voortuinen langs de Hortstraat, bij élke woning een boom te worden aangeplant. Het dient te gaan om inheemse bomen van categorie 2, plantmaat 18/20. Op deze manier zal het straatbeeld een groen karakter verkrijgen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 11 loten waarvan 7 loten voor vrijstaande eengezinswoningen (loten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11) en 4 loten voor geschakelde tweewoonsten in open bebouwing (loten 4, 8, 9 en 10), het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 12), het wijzigen van het reliëf en het slopen van de aanwezige constructies zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en verhardingen op het perceel.
De aanvraag werd op 08/09/2021 ontvangen.
Op 29/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 18/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 16/11/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 12/05/1951 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen (195/00045).
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Wegen en Verkeer
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat het gaat over het slopen van de bestaande bebouwing en verharding zonder enige vorm van uitbreiding van het dakoppervlakte of het extra plaatsen van verharding op het perceel.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Bij de sloop van dit pand dient de bestaande huisaansluiting tijdelijk of definitief buiten dienst gesteld te worden door de klant. De huisaansluiting dient hierbij buiten dienst gesteld te worden op dergelijke wijze dat de huisaansluiting water- en gronddicht is afgesloten en detecteerbaar op terrein. Bij aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de nieuwe privéwaterafvoer voor regenwater en afvalwater ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting aangesloten te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dienen te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en verhardingen op het perceel.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Beringersteenweg, een voldoende uitgeruste gewestweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en verhardingen op het perceel.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het slopen van de bestaande bebouwing is zowel in de onmiddellijke als de ruime omgeving functioneel inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
Door het slopen van de bestaande woning en de verhardingen zal er geen extra impact ontstaan voor wat betreft de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en de daarbij horende verhardingen. De bebouwing betreft onder meer een woning en 2 losstaande bijgebouwen.
De woning die gesloopt zal worden betreft een vrijstaande eengezinswoning met een oppervlakte van 163,38m². Voor de sloop van deze woning wordt er geen hinder verwacht aangezien dit een open eengezinswoning betreft. De sloop voor de woning kan aldus aanvaard worden.
De losstaande bijgebouwen hebben een respectievelijke oppervlakte van 32,35m² en 22,67m². Ook deze bijgebouwen zullen worden gesloopt.
Bovenstaande sloop van zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen kan aanvaard worden indien ook de bijhorende verhardingen op het terrein verwijderd worden.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats
De aanvraag voldoet aan de criteria van de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de bijhorende verhardingen op het terrein ook verwijderd worden.
BESPREKING ADVIEZEN
“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN
1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720002 van 1.1 +8 tot 1.1 -3):
Publiciteit:
2. Constructie voor rooilijn
4. Constructie op of over openbaar domein
5. Toegang
6. Mobiliteitsimpact
BESLUIT
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.
Op het bijgevoegde inplantingsplan met afmetingen zijn geen afmetingen ten opzichte van de gewestweg ingetekend (maten uit de as van de weg, grens openbaar domein, rooilijn e.d.)
Bij de toekomstige bouwaanvraag dient er een fatsoenlijk gestructureerd inplantingsplan toegevoegd te worden bij de aanvraag.
AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG
Zie advies.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing en verhardingen op het perceel, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing en verhardingen op het perceel zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het wijzigen van de perceelscontour en het wijzigen van de carport t.o.v. de afgeleverde omgevingsvergunning d.d. 21/09/2021.
De aanvraag werd op 26 oktober 2021 ontvangen en op 23 november 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 15 april 1959 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1959/00031)
Op 21 september 2021 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning. (2021/00207)
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2021_158)
5 mei 2021
“Hoeveweg 7 is gelegen in woongebied en is niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling, een BPA of RUP.
De maximale bouwdiepte die doorgaans wordt gehanteerd in Zonhoven bedraagt 17m. We proberen dit maximum tegenwoordig zoveel als kan naar 15m te brengen om zo de footprint zoveel als mogelijk te beperken. We kunnen akkoord gaan met een bouwdiepte van 17m, maar een overdekt terras dient hierin in principe te worden meegerekend. We vragen daarom dit te herbekijken. De voorziene diepte van het buitenterras bedraagt slechts 2,50m, dit lijkt ons zeer beperkt te zijn en weinig comfortabel op vlak van circulatieruimte.
Als norm voor de maximale nokhoogte hanteren wij 10,50m. De voorgestelde nokhoogte bedraagt 11,64m. Kan er een voorgevelzicht aangeleverd worden met daarop de contouren van de links aanpalende woning? Zo zullen we beter kunnen inschatten wat deze 'afwijking' betekent voor het straatbeeld. Deze hoogte mag uiteraard geen bijkomende hinder op vlak van natuurlijke lichtinval veroorzaken t.o.v. de aanpalende percelen. De maximale bouwdiepte op de verdieping die in Zonhoven wordt gehanteerd bedraagt 10m. Gezien de 'afwijking' tot 12m in jullie voorstel geen bijkomende privacyhinder creëert door de plaatsing van de ramen kunnen we hiermee akkoord gaan, op voorwaarde dat de natuurlijke lichtinval niet gehinderd wordt.
Verder merken we op dat de carport zeer ver naar achteren wordt ingeplant. We begrijpen dat dit een gevolg is van de zijdelingse toegang. Door deze inplanting ontstaat er een lange inrit, dus veel verharding. Mogelijk kan er bekeken worden of het een optie is een carport meer vooraan te voorzien zodoende de verhardingsgraad te beperken?
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
26 mei 2021
“de carport op het links aanpalend perceel kan niet als referentie worden beschouwd.
Ik begrijp, ontwerpmatig, de gekozen inplanting voor de carport. Zijn er eventueel mogelijkheden de inritverharding te beperken door bv. het aanleggen van een karrespoor, een halfverharding,...?
Voor wat betreft de nokhoogte, gezien de afstand tot de perceelsgrenzen (die ruimer is dan de standaard 3m) willen we hier wel in meedenken, gezien dit architecturaal een kwalitatief beeld oplevert. De impact op het straatbeeld zal evenwel groot zijn, maar voornamelijk door de vrij lage nokhoogte van de links aanpalende woning. Ik zou willen vragen de goedkeuring van de eigenaars van beide aanpalende percelen hieromtrent toe te voegen aan het omgevingsdossier.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het uitbreiden van de woning.
De aanvraag omvat onder meer het slopen van de gehele bebouwing.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte van de carport minder dan 40m² bedraagt.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs Indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de kelder, de berging, de nachthal en de technische ruimte.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het wijzigen van de perceelscontour en het wijzigen van de carport t.o.v. de afgeleverde omgevingsvergunning d.d. 21/09/2021.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Hoeveweg, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning.
De woning is ingeplant op minimum 10m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, minimum 3,30m van de linker perceelgrens en op minimum 3,94m van de rechter perceelgrens.
De woning bestaat uit 2 bouwlagen en een zadeldak.
De maximale kroonlijsthoogte is gelegen op 4,85m ten opzichte van het maaiveld en de nokhoogte is gelegen op 9,43m ten opzichte van het maaiveld.
Op 21 september 2021 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning.
Naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift omtrent een foutieve perceelgrens werd het perceel opgemeten door een landmeter.
Uit deze opmeting blijkt dat de perceelgrens niet correct werd weergegeven op de plannen van de afgeleverde omgevingsvergunning.
Bijgevolg omvat de huidige aanvraag het wijzigen van de perceelscontour en het wijzigen van de carport t.o.v. de afgeleverde omgevingsvergunning d.d. 21/09/2021.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De carport wordt ingeplant tegen de rechter zijgevel van de woning, in de rechter zijtuinstrook.
Het stallen van de voertuigen gebeurt dan ook geheel op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat het wijzigen van de perceelscontour en het wijzigen van de carport t.o.v. de afgeleverde omgevingsvergunning d.d. 21/09/2021.
Zoals hoger aangehaald werd het perceel opgemeten door een landmeter. Op basis hiervan blijkt dat het perceel smaller is dan weergegeven op de plannen behorende bij de reeds afgeleverde omgevingsvergunning op 21/09/2021.
De voorste perceelgrens heeft een lengte van 15m i.p.v. 15,26m volgens de vergunde plannen (21/09/2021).
Gezien het perceel smaller is kan de carport aan de rechterzijde van de woning niet uitgevoerd worden conform de afgeleverde vergunning.
De huidige aanvraag omvat hierdoor het wijzigen van de carport t.o.v. de afgeleverde omgevingsvergunning d.d. 21/09/2021.
De carport wordt voorzien in de rechter zijtuinstrook, tegen de rechter zijgevel van de reeds vergunde woning.
De carport wordt ingeplant op 6,18m achter de voorgevel van de woning en tegen de rechter perceelgrens.
De bouwdiepte van de carport bedraagt 6,50m.
De carport wordt voorzien van een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,91m ten opzichte van het maaiveld.
Bodemreliëf
Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het wijzigen van de perceelscontour en het wijzigen van de carport t.o.v. de afgeleverde omgevingsvergunning d.d. 21/09/2021 zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het wijzigen van de perceelscontour en het wijzigen van de carport t.o.v. de afgeleverde omgevingsvergunning d.d. 21/09/2021 zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Voorwerp van de melding
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen langs de Raafstraat 25 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1ste , sectie A, nr. 170S.
De meldingsaanvraag werd op 20/12/2021 ontvangen en ontvankelijk en volledig verklaard.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.
De handelingen voldoen aan artikel 4 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de VCRO aangezien
1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;
2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd;
3° de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40m²;
4° de gebouwen worden geplaatst in de zijtuin tot op 3m van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 2m van de perceelsgrenzen;
5° de hoogte is beperkt tot 4m.
De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn dus meldingsplichtig en niet verboden.
Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:
De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurd BPA/RUP.
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde verkaveling.
Conform artikel 1/1 van het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect is de medewerking van een architect niet verplicht voor de volgende bouwwerken:
d) een veranda of een soortgelijke constructie die bestaat uit minstens 75 % glas of doorzichtig materiaal of een overdekt terras;
met een maximumoppervlakte van 40 vierkante meter per gebouw of constructie, een kroonlijsthoogte die beperkt is tot 3 meter en een nokhoogte tot 4,50 meter. Als aan een bestaand gebouw wordt aangebouwd, dan mogen de bouwwerken noch de oplossing van een constructieprobleem met zich meebrengen, noch de stabiliteit van de aanpalende gebouwen wijzigen;
De aanvraag werd omschreven als het bouwen van een veranda. De nieuw op te richten constructie wordt echter uitgevoerd in tropisch hardhout. Bijgevolg bestaat de veranda niet uit minstens 75% glas of doorzichtig materiaal. Er kan dan ook niet gesproken worden over een veranda maar de aanvraag betreft het uitbreiden van de woning.
De aanvraag dient dan ook opgesteld te worden met de medewerking van een architect.
Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd
Op 19/09/1966 werd een bouwvergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1966/00174)
Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:
De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect van 29/05/2009.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar dat de meldingsaanvraag niet rechtsgeldig is en er geen aktename kan volgen.
Het dossier wordt ongunstig geadviseerd voor de aktename van de stedenbouwkundige handelingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt geen akte van de melding ingediend door Petosa Talisa voor het bouwen van een veranda, gelegen langs de Raafstraat 25 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie A, nr. 170S.
Onderzoeksstudie vergunningstoestand
BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve uitspraak:
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
KADASTRALE GEGEVENS
De woning op perceel 477V2 werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1948.
REGELGEVING
Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.
§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
§ 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.
BEWIJSVOERING
Aan de aanvraag werd een detail van de kadastrale opmetingen toegevoegd met daarop de wijzigingen sinds de oprichting in 1948 alsook foto’s van de bestaande aanbouw en garage.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten.
BEOORDELING
Uit de historische gedetailleerde opmetingsschets(en) van het kadaster blijkt dat de woning met aanbouw en garage terug te vinden is binnen de wijziging anno 1958 waardoor ze bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.
Binnen het bestaande volume werden anno 1992 nog aanpassingswerken doorgevoerd die een verhoging van het kadastrale inkomen tot gevolg hadden. Afgaande op de informatie van de gedetailleerde legger, betreft de wijziging de inrichtingswerken (keuken, badkamer, CV-ruimte) en verwijdering van een bijgebouw.
Principieel waren de inrichtingswerken anno 1992 nog onderworpen aan de vergunningsplicht volgens het K.B. van 16/12/1971, artikel 3. Vanaf de wijziging van het K.B. dd. 01/08/1996 waren inrichtingswerken, zoals ondermeer het plaatsen van een badkamer, niet meer vergunningsplichtig.
Een aanvraag tot regularisatie van de inrichtingswerken is heden niet meer aan de orde aangezien ze niet onder de vergunningplicht vallen.
De woning met aanbouw en de vrijstaande garage, kunnen beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Algemeen besluit
De woning met aanbouw en de vrijstaande garage, kunnen beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1958, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning met aanbouw en de vrijstaande garage op in het vergunningenregister als vergund geacht voor het gedeelte aangegeven op de gedetailleerde historische opmetingsschets van het kadaster, gevoegd bij de aanvraag.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1958, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.
Het college van burgemeester en schepenen verklaart de hiernavolgende verkaveling vervallen:
1214.F.874.2, 3de afdeling sectie F nummers 626C, 626E:
Gelet op de aanvraag ingediend op 20 juni 2016 door Zeelmaekers-Machiels. wonende te 3520 Zonhoven, Donkeindeweg 26 met betrekking tot het verkavelen van het perceel, 3de afdeling sectie F nummers 626C, 626E, gelegen langs de Donkeindeweg 26;
Gelet op artikel 102 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op het feit dat de verkavelingsvergunning afgeleverd op 6 december 2016 aan Zeelmaekers-Machiels, onder nummer 1214.F.874.2, vervallen is voor alle loten om reden dat er vóór 6 december 2021 de verkoop en registrering van minstens één derde van de kavels niet heeft plaats gehad.
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
De goedgekeurde verkavelingsvergunning van 6 december 2016, op naam van Zeelmaekers-Machiels, voornoemd voor de grond gelegen langs de Donkeindeweg 26 vervallen te verklaren voor alle loten.
Een afschrift van dit besluit zal betekend worden aan volgende eigenaars:
Een afschrift van dit besluit wordt ook overgemaakt aan de volgende instanties:
Het college van burgemeester en schepenen verklaart de hiernavolgende verkaveling vervallen:
1127.A.874.2, 1ste afdeling sectie A nummer 523C:
Gelet op de aanvraag ingediend op 29 juli 2011 door Indestege Maria wonende te 3520 Zonhoven, Bruinstraat 26 met betrekking tot het verkavelen van het perceel, 1ste afdeling sectie A nummer 523C, gelegen langs de Oudestraat 21+21A;
Gelet op artikel 102 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op het feit dat de verkavelingsvergunning afgeleverd op 12 december 2011 aan Indestege Maria, onder nummer 1127.A.874.2, vervallen is voor lot 1A om reden dat er vóór 12 december 2021 de verkoop en registrering van minstens twee derde van de kavels niet heeft plaats gehad.
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
De goedgekeurde verkavelingsvergunning van 12 december 2011, op naam van Indestege Maria, voornoemd voor de grond gelegen langs de Oudestraat 21+21A vervallen te verklaren voor lot 1A.
Een afschrift van dit besluit zal betekend worden aan volgende eigenaars:
Een afschrift van dit besluit wordt ook overgemaakt aan de volgende instanties:
Het betreft een droogzuiging voor de aanleg van het zwembad behorende bij de woning te Roosterkensweg 12, nr. 331B2.
Voor de realisatie van het zwembad moet een grondwatertafelverlaging van 1,65 meter bekomen worden. Er zullen 10 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 4 meter.
Het zwembad heeft een grootte van 8 meter x 3,80 m.
Het gevraagde debiet bedraagt 9 m³/uur, gedurende 2 dagen . Dit komt neer op een jaardebiet van 432 m³.
Het lozingspunt bevindt zich op in de infiltratiepunt behorende bij de woning en vervolgens de riolering van de Roosterkensweg, een gemengd stelsel.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Roosterkensweg 12, voor de aanleg van een zwembad behorende bij de woning, voor een totaaldebiet van 432m³, mits volgende voorwaarden:
* Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
* De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
* Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
* De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
* De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
* Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 23/12/2021 akte genomen van de melding ingediend door Vaes Jense, Roosterkensweg 12 te 3520 Zonhoven, voor de aanleg van een zwembad behorende bij de woning, voor een totaaldebiet van 432m³, met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg betreffende een cofinanciering voor een nieuw dierenasiel in Genk.
De Limburgse gemeentes zijn sinds 1997 aangesloten bij het provinciaal Opvangplan Ronddolende Dieren. In het kader van dit opvangplan betalen de gemeentes een bijdrage van 0,35 euro per inwoner voor de werking. Hierdoor kunnen inwoners gratis terecht in het dierenasiel.
Omwille van een herbestemming in het gewestelijk RUP is het asiel genoodzaakt de huidige site te verlaten. Tegelijk stelt zich een probleem met de verouderde infrastructuur en de beperking op een uitbreiding.
Er werd een nieuwe site gevonden op het industriegebied Genk-Noord, voor een oppervlakte van 2 hectare, voor een nieuwbouwproject. Het zal 90 opvangplaatsen voor honden en 200 voor katten voorzien.
Een eerste kostenraming wordt geschat op 3 278 478 euro. Het provinciebestuur voorziet een bedrag van 1,8 miljoen euro in de meerjarenplanning voor de investeringssubsidie. Het totaalbedrag aan cofinanciering bedraagt 1 478 478 euro. Berekend per gemeente à rato van het inwonersaantal komt dit voor Zonhoven neer op 78 356,63 euro.
Stad Genk stelt de grond ter beschikking via erfpacht en zal instaan voor de sloop van het oude gebouw, bouwrijp maken van het perceel, ontsluiting en inrichting van het terrein voor een bedrag van 664.000 euro.
Gedeputeerde Bert Lambrechts vraagt aan het college een akkoord voor de cofinanciering van de infrastructuur voor het nieuwe dierenasiel voor een bedrag van 78 356,63 euro.
Het financieel advies is positief onder voorwaarden. Het eenmalig te betalen bedrag is niet voorzien in het meerjarenplan 2020-2025 en dient bij de eerstvolgende aanpassing (december 2022 ?) voorzien te worden.
Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de eenmalige cofinanciering voor het nieuwe dierenasiel in Genk voor een bedrag van 78 356,63 euro.
Context
Vanuit stadsontwikkeling is er de wens om een campagne uit te rollen rond ontharding, vergroening, ..., met daarbij de focus op groene voortuinen.
In samenwerking met de dienst Communicatie werd deze nota uitgewerkt.
De laatste jaren blijkt dat meer en meer voortuinen verhard worden, met kiezel, klinkers, kunstgras, enz. Het gaat daarbij vaak niet om de strikt noodzakelijke verhardingen, zoals looppaden en inritten, in veel gevallen gaat het om een verharding van 90 tot 100% in de voortuin. Bij uitbreiding is het opvallend dat ook zij- en achtertuinen een steeds grotere verhardingsgraad kennen (door bijgebouwen, zwembaden, terrassen, kunstgras,...). De tendens waarbij oudere inwoners hun (voor-)tuinen verharden in functie van minder onderhoud is reeds langer gekend. Echter worden ook bij recent vergunde woningen (nieuwbouw en verbouwde woningen, eengezins- en meergezinswoningen) de verhardingen vaak niet uitgevoerd conform de vergunningen, maar wordt er in werkelijkheid een (veel) grotere oppervlakte aan verhardingen aangelegd, zowel op privé als op openbaar domein.
Dit is een gevaarlijke trend en dit om volgende redenen:
Ook hebben deze versteende tuinen een impact op het typische karakter van Zonhoven. Zonhoven is een groene gemeente en is mede hierdoor aantrekkelijk. Dit beeld dienen we zoveel mogelijk te behouden en te beschermen.
Het plaatsen van dergelijke verhardingen is vergunningsplichtig. Bij percelen met niet-vergunde verhardingen in de voortuin is er in principe sprake van een bouwmisdrijf. Het is van belang in te zetten op sensibilisering. Zo worden burgers niet enkel bewust gemaakt van de wetgeving, maar vooral van de impact van verhardingen.
De gemeente Zonhoven is, in samenwerking met Fluvius, bezig met de opmaak van een hemelwaterplan. Het voorkomen van verhardingen en het ontharden zullen als acties worden opgenomen in dit plan. Door een sensibiliseringsactie wordt de burger alvast voorbereid op stappen die in de toekomst door de gemeente, net zoals door Vlaanderen, genomen zullen worden.
De gemeente tracht reeds het goede voorbeeld te geven, denk aan de ingroening van het dorpshart, de knip met ontharding tussen Pleinstraat en Industrieweg, enz. De verschillende betrokken gemeentelijke diensten, Stadsontwikkeling, Patrimonium, Milieu, Mobiliteit en Facilitair Management streven in de verschillende projecten zoveel mogelijk naar minimale verharding en maximale ingroening.
De campagne kan hierdoor gekaderd worden in een groter verhaal. Gezien de steeds groter wordende waterproblematiek en de groeiende oppervlakte aan verhardingen, is het belangrijk zo snel mogelijk actie te ondernemen.
Voorstel dienst
De afdeling stelt voor om, samen met de dienst Communicatie, in maart 2022 een campagne uit te rollen, op het moment dat burgers na de winter weer actief worden in hun tuinen.
De actie zal er niet enkel naar streven de burger te sensibiliseren, maar ook om de burger te laten participeren. Het is niet de bedoeling belerend met de vinger te wijzen, maar wel om een 'wij-'verhaal te brengen waarbij we samen, burger en gemeente, streven naar een groene gemeente. De actie zal bestaan uit verschillende aspecten:
Budget
Volgende kosten worden geraamd:
Tenslotte enkele voorbeelden van andere gemeenten/projecten om bovenstaande aspecten te illustreren:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het campagnevoorstel rond vergroening en ontharding, met de nadruk op voortuinen en Zonhoven, een groene gemeente.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het campagnevoorstel rond vergroening en ontharding, en wenst deze campagne maart 2022 uit te rollen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van Ovam met het aanbod om handhavers van Ovam te laten optreden tegen zwerfvuil.
Als lokaal bestuur kunnen wij gratis beroep doen op handhavers zwerfvuil van Ovam. In totaal, na aanwerving, zullen er 30 handhavers beschikbaar zijn.
De handhavers zwerfvuil werken als GAS-vaststellers in samenwerking met de lokale besturen en op basis van de bepalingen over zwerfvuil in de lokale politiereglementen. Ze moeten aangeduid worden als GAS-vaststeller door de gemeenteraad.
Ovam vraagt om de handhavers zwerfvuil reeds aan te stellen via de gemeenteraad. Wanneer ons bestuur wenst te starten met dit project, kan het project sneller van start gaan.
Wat houdt het project in? patrouilles op het terrein (ook 's avonds en 's weekends), beperkt tot zwerfvuil: sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, pizzadozen, etc. Ook controle op het bijhebben van een zakje voor hondenpoep.
Wat niet? controles rond sluikstorten, analyse camerabeelden, sensibiliserende acties, controles op het tijdig buitenzetten huisvuil, andere afvalovertredingen.
Bij vaststelling van een overtreding wordt een bestuurlijk verslag opgemaakt, er wordt niet gewerkt met waarschuwingen.
Een aanvraag dient online te gebeuren. Na de aanvraag zal een intakegesprek plaatsvinden om de concrete aanvraag te bespreken.
Nota dienst:
De dienst staat positief tegenover dit initiatief. Uit bevragingen blijkt dat het gros van de bevolking zich ergert aan zwerfvuil. Verder zou dit een mooie aanvulling zijn op het initiatief Mooimakers waarbij tal van vrijwilligers de Zonhovense straten ontdoen van zwerfvuil.
Op dit ogenblik is er geen wachtlijst. De handhavers kunnen dus vrij snel ingezet worden. De acties worden vastgelegd in functie van de agenda en beschikbaarheden van de handhavers. Het is vooral de bedoeling dat er gerichte acties worden uitgevoerd, op de gekende hotspots, probleemzones zoals stadsparken. Ze werken steeds in een team per twee, in burger en treden enkel repressief op.
Het aantal dossier zwerfvuil waarvoor een GAS-dossier wordt opgestart, is momenteel beperkt (één in de laatste drie jaren), vnl. omdat een vaststelling tot het achterlaten van zwerfvuil praktisch enkel op heterdaad gedaan kan worden. Dit gaat voor de duidelijkheid niet om sluikstorten: Dit laatste is het achterlaten van grotere hoeveelheden afvalstoffen, dewelke meestal doelbewust op een bepaalde (afgelegen) plek achtergelaten worden. Zwerfvuil is het weggooien van ter plekke gegenereerd afval zoals sigarettenpeuken, verpakking, drankblikjes etc.
Indien het de wens is om tegen zwerfvuil op te treden, is het aanstellen van een vaststeller daarvoor een effectief middel daartegen, de politie zal normaliter nl. geen prioriteit maken om personen die zwerfvuil weggooien op te sporen waardoor de dossiers zwerfvuil beperkt zouden blijven.
Een GAS-vaststeller dient een opleiding te volgen zoals bepaald in de uitvoeringsbesluiten bij de GAS-wet alsook nominatief benoemd te worden door de gemeenteraad.
Het college van burgemeester en schepenen staat positief tegenover dit project en dient een online aanvraag in. De aanstelling van de vaststeller(s) wordt ter goedkeuring voorgelegd op de gemeenteraad.
Gemeenteraadsbesluit dd. 28 juni 2021 i.v.m. goedkeuring overeenkomsten participatie en realisatie kunstwerk Kauwbosstraat
Overeenkomst dd. 28 juni 2021 tussen het gemeentebestuur Zonhoven en De Nieuwe Opdrachtgevers
Subsidiereglement "Stimuleringsinstrument Kunst in opdracht in de publieke ruimte" van de Vlaamse Overheid - Departement Cultuur, Jeugd en Media
De Nieuwe Opdrachtgevers (DNO) heeft laten weten een subsidieaanvraag te willen voorbereiden voor het kunstwerk aan de Kauwbosstraat. Een extra budgettaire inbreng zou het werk een extra elan kunnen geven. De subsidieaanvraag kadert in de projectoproep "Kunst in opdracht in de publieke ruimte" van de Vlaamse Overheid - Departement Cultuur, Jeugd en Media.
Meer informatie over dit subsidiekanaal vind je in het subsidiereglement in bijlage.
De subsidieaanvraag verloopt in 2 fasen. Voor de eerste fase wordt een algemeen kader van het project gegeven, met vooral een uitweiding over de artistieke ambities, en een vermelding van de partners die zich engageren. De aanvraag zal geen invloed hebben op het lopende project en de daarin voorziene uitvoeringstermijnen.
Voorstel is dat De Nieuwe Opdrachtgevers het dossier indient en de rol van opdrachtgever/trekker opneemt. In deze eerste fase geeft DNO - volgens onze wederzijdse afspraken - de opdracht aan de kunstenaar (uitbetaling honorarium door DNO).
In het dossier kan duidelijk aangegeven worden dat - van zodra er een definitief ontwerp is dat goedgekeurd is door alle partijen - de gemeente Zonhoven de rol van opdrachtgever overneemt en eigenaar van het werk wordt.
De deadline voor het indienen van een aanvraag in de eerste subsidieronde is maandag 17 januari 2022.
Voor dit aanvraagdossier wordt aan het college - als partner in dit project - gevraagd om een intentieverklaring tot realisatie van het projectvoorstel te bezorgen.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om in samenwerking met de Nieuwe Opdrachtgevers een subsidieaanvraag in te dienen bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media in het kader van het stimuleringsinstrument "Kunst in opdracht in de publieke ruimte" voor de realisatie van het kunstproject aan de Kauwbosstraat.
Het bestek voor de opdracht "Uitbreiding van de evenementenhal Den Dijk met een semi-professionele keuken" opgesteld door architect Fernand Bollen te Zonhoven.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 13 september 2019 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze voor de opdracht "Uitbreiding van de evenementenhal Den Dijk met een semi-professionele keuken".
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 14 september 2021 houdende starten procedure voor de opdracht "Uitbreiding van de evenementenhal Den Dijk met een semi-professionele keuken".
De verslagen van nazicht dd. 5 januari 2022.
In het kader van de opdracht "Uitbreiding van de evenementenhal Den Dijk met een semi-professionele keuken" werd een bestek opgesteld door architect Fernand Bollen te Zonhoven.
Deze opdracht is opgesplitst in volgende percelen:
- Perceel 1 (Architectuur en technieken), raming: € 201.902,53 excl. btw of € 244.302,06 incl. 21% btw;
- Perceel 2 (Keuken en keukenuitrusting), raming: € 39.704,31 excl. btw of € 48.042,22 incl. 21% btw
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 241.606,84 excl. btw of € 292.344,28 incl. 21% btw.
De gemeenteraad verleende in zitting van 13 september 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Het college van burgemeester en schepenen dd. 14 september 2021 besliste de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking op te starten en een aankondiging van opdracht op nationaal niveau te verzenden op 15 september 2021.
De offertes dienden het bestuur ten laatste te bereiken op 15 oktober 2021.
Voor perceel 1 (Architectuur en technieken) werden geen offertes ingediend.
Voor perceel 2 (Keuken en keuken uitrusting) werden 2 offertes ingediend:
- Elpo Cuisinex GHG nv te Hasselt (€ 45.912,41 incl. btw)
- Renovatie en onderhoudswerken nv te Stabroek (€ 83.152,03 incl. btw).
Ronny Peeters, deskundige patrimonium, stelde op 5 januari 2022 de verslagen van nazicht van de offertes op.
Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in het verslag van nazicht stelt de heer Peeters voor om de percelen niet te gunnen en de procedure stop te zetten. Voor perceel 1 (Architectuur en technieken) werden geen offertes ingediend. De uitvoering van perceel 2 (Keuken en keukenuitrusting) kan niet plaatsvinden zonder dat perceel 1 wordt uitgevoerd.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor de opdracht "Uitbreiding van de evenementenhal Den Dijk met een semi-professionele keuken" opgestart op 14 september 2021 stop te zetten, aangezien er voor perceel 1 geen offertes werden ingediend en perceel 2 niet kan plaatsvinden zonder uitvoering van perceel 1.
Volgens de wet op de openingsuren kan het gemeentebestuur 15 afwijkingen per jaar toestaan aan de handelaars.
Er kunnen 15 afwijkingen op de rustdagen en 15 afwijkingen op de openingsuren toegestaan worden.
De afwijkingen gelden voor het hele grondgebied Zonhoven.
Het college van burgemeester en schepenen besluit de lijst met afwijkingen op de rustdagen en openingsuren goed te keuren voor het jaar 2022.
Volgens de wet op de openingsuren kan het gemeentebestuur 15 afwijkingen per jaar toestaan aan de handelaars.
Er kunnen 15 afwijkingen op de rustdagen en 15 afwijkingen op de openingsuren toegestaan worden.
De afwijkingen gelden voor het hele grondgebied Zonhoven.
Het bestek in het kader van de opdracht “Aankoop van een veegwagen” opgesteld door Siegfried Trimpeneers, deskundige civiele werken.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 25 oktober 2021 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze voor de opdracht “Aankoop van een veegwagen”.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 26 oktober 2021 houdende starten van de plaatsingsprocedure.
Het verslag van nazicht van de offertes – 1ste fase – dd. 29 december 2021 opgesteld door Siegfried Trimpeneers, deskundige civiele werken.
In het kader van de opdracht “Aankoop van een veegwagen” werd een bestek opgesteld door Siegfried Trimpeneers, deskundige civiele werken.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 181.818,18 excl. btw of € 220.000,00 incl. 21% btw.
De gemeenteraad verleende in zitting van 25 oktober 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 26 oktober 2021 de plaatsingsprocedure te starten.
De kandidaturen dienden het bestuur ten laatste op 23 november 2021 te bereiken.
Er werden 3 offertes ontvangen:
- Van Dyck Marcel Belgium nv te Houtvenne (€ 226.856,85 incl. btw)
- Terberg Matic Belgium bv te Genk (€ 223.313,97 incl. btw)
- Frissen Groen Techniek bv te Valkenburg NL (€ 255.679,46 incl. btw)
Siegfried Trimpeneers, deskundige civiele werken, stelde op 29 december 2021 het verslag van nazicht van de offertes – 1ste fase – op.
In het verslag van nazicht wordt een voorstel gedaan tot uitnodiging van kandidaten voor de tweede fase van de procedure. Enkel de twee best gerangschikte inschrijvers, op basis van de gunningscriteria uit de eerste fase, zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de tweede fase die bestaat uit een praktische proef. Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in het verslag van nazicht van de offertes, stelt de ontwerper, op basis van de opdrachtdocumenten, voor om de eerste twee gerangschikte leveranciers te selecteren om deel te nemen aan de tweede (praktische) fase, namelijk Terberg Matic Belgium bv en Van Dyck Belgium nv.
Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes – 1ste fase – dd. 29 december 2021 opgesteld door Siegfried Trimpeneers, deskundige civiele werken.
De twee best gerangschikte kandidaten:
- Terberg Matic Belgium bv, Oosterring 23 te 3600 Genk
- Van Dyck Marcel nv, Provincielaan 71 te 2235 Houtvenne
zullen worden uitgenodigd in de gemeentelijke werkplaatsen voor de tweede fase van de gunning, de praktische proef.
Het bestek voor de opdracht "Beheerswerken aan de Heuvenkapel" opgesteld door Spectrum Collectief bvba te Hasselt.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 28 juni 2021 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze voor de opdracht "Beheerswerken aan de Heuvenkapel".
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 6 juli 2021 houdende goedkeuring starten procedure voor de opdracht "Beheerswerken aan de Heuvenkapel".
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 5 januari 2022.
In het kader van de opdracht "Beheerswerken aan de Heuvenkapel" werd een bestek opgesteld door Spectrum Collectief bvba te Hasselt.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 37.308,11 excl. btw of € 45.142,82 incl. 21% btw.
De gemeenteraad verleende in zitting van 28 juni 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de openbare procedure.
Het college van burgemeester en schepenen dd.6 juli 2021 besliste de openbare procedure op te starten en een aankondiging van opdracht op nationaal niveau te verzenden op 7 juli 2021.
De offertes dienden het bestuur ten laatste te bereiken op 24 augustus 2021 om 11.00 uur.
Er werden geen offertes ingediend.
Het college dient huidige procedure stop te zetten alvorens een nieuwe openbare procedure, onder dezelfde voorwaarden, kan worden opgestart.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de openbare procedure voor de opdracht “Beheerswerken aan de Heuvenkapel” opgestart op 6 juli 2021 stop te zetten, aangezien er geen offertes werden ingediend.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de openbare procedure voor de opdracht “Beheerswerken aan de Heuvenkapel” opnieuw op te starten onder dezelfde voorwaarden. De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld en bekendgemaakt op nationaal niveau.
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 22 februari 2022 om 11.00 uur.
In de Beskensstraat fase 2 werd de nieuwe verkaveling door aannemer V&V infra aannemingen aangelegd.
Op 15 december 2021 werd er een proces verbaal opgesteld van definitieve oplevering door de volgende aanwezigen:
Er waren geen opmerkingen meer op de aanleg van de wegenis en riolering. De definitieve oplevering wordt toegestaan.
Het college van burgemeester en schepenen keurt het proces verbaal van definitieve oplevering van de verkaveling Beskensstraat fase 2 goed.
De gemeenteraad verleende in zitting van 17 december 2018 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van de opdracht “Verbouwing en uitbreiding van gemeentelijke werkplaatsen en magazijnen”, met name de openbare procedure.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 11 juni 2019 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Verbouwing en uitbreiding van gemeentelijke werkplaatsen en magazijnen” aan Dillen Bouwteam nv, Puttestraat 15 te 2490 Balen tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 878.745,61 excl. btw of € 1.063.282,19 incl. 21 % btw (€ 184.536,58 Btw medecontractant).
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 861.1 - IV 067.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 8 juni 2021 goedkeuring aan het proces-verbaal van voorlopige oplevering van 30 september 2020, opgesteld door de ontwerper, Architectenbureau Do Modus, Bokrijkseweg 3 te 3520 Zonhoven.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 8 juni 2021 goedkeuring aan de eindafrekening, opgesteld door de dienst patrimonium.
De waarborgtermijn werd in het bestek vastgesteld op 12 maanden.
De aannemer Dillen Bouwteam nv, Puttestraat 15 te 2490 Balen heeft aan zijn verplichtingen voldaan.
De ontwerper, Architectenbureau Do Modus, Bokrijkseweg 3 te 3520 Zonhoven stelde een proces-verbaal op van definitieve oplevering, die plaatsvond op 26 november 2021.
Uit het bijgevoegde proces-verbaal van definitieve oplevering blijkt dat er geen opmerkingen zijn.
De eerste helft (€ 21.970,00) van de borgtocht nr. 10/316441 (Borgstellingskas: Deposito- en Consignatiekas - Borgtochten in geld (werkstation 2)) van € 43.940,00 werd vrijgegeven op 14 juni 2021.
De tweede helft (€ 21.970,00) van borgtocht nr. 10/316441 (Borgstellingskas: Deposito- en Consignatiekas - Borgtochten in geld (werkstation 2)) van € 43.940,00 mag worden vrijgegeven.
De opdracht “Verbouwing en uitbreiding van gemeentelijke werkplaatsen en magazijnen” wordt definitief opgeleverd.
De tweede helft (€ 21.970,00)van borgtocht nr. 10/316441 (Borgstellingskas: Deposito- en Consignatiekas - Borgtochten in geld (werkstation 2)) van € 43.940,00 mag worden vrijgegeven.