Terug
Gepubliceerd op 01/06/2022

2022_CBS_00557 - OMV - Vergunning - Beringersteenweg 3 - 2022/00012 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 24/05/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Bram De Raeve, 1ste schepen; Johan Schraepen, 5de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00557 - OMV - Vergunning - Beringersteenweg 3 - 2022/00012 - Goedkeuring 2022_CBS_00557 - OMV - Vergunning - Beringersteenweg 3 - 2022/00012 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg.

De aanvraag werd op 15/01/2022 ontvangen en op 11/02/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 21/02/2022 tot en met 22/03/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1965/00023: bouwvergunning op 22/02/1965 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1968/00018: bouwvergunning op 01/04/1968 voor het bouwen van een veranda en garage;
  • 7204.V.28: verkavelingsvergunning op 10/07/1963 voor 3 loten voor eengezinswoning (1 open, 2 halfopen)
  • 7204.V.28/01: gunstig advies Stedenbouw op 19/02/1965 betreffende de aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning voor het beperkt aanpassen van de kavelgrenzen van lot 1 en 2 – de aanpassing werd doorgevoerd en aangeduid op het verkavelingsplan, er is echter geen beslissing gekend voor dit dossier;

De aanvraag werd diverse malen in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen februari 2020 en oktober 2021 (VB_2020_056), enerzijds mbt de vergunningstoestand en 2 woonentiteiten voor nr. 3 en later mbt een bijkomende woonentiteit op het naastliggende terrein en een grondafstand.

De aanvraag houdt geen rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg wat betreft het vermeerderen van het aantal woonentiteiten. 

“03/06/2021 - volgende werd reeds meermaals gecommuniceerd:
"Op deze locatie wensen we geen (nieuwe) meergezinswoningen te vergunnen.
Bebouwing in het kader van de geldende verkaveling is uiteraard wel mogelijk. Het advies van het Agentschap wegen en verkeer is hierbij ook richtinggevend. Daarnaast zullen ook steeds de ruimtelijke en woonkwaliteiten beoordeeld worden.
We wensen u ook nog attent te maken betreffende de onvergunde bestaande toestand:
- in de realiteit situeert zich in de bestaande HOB een krantenwinkel (onvergunde functie)
- het onbebouwde perceel werd zonder vergunning verhard met kiezel en functioneert als parkeerruimte voor deze krantenwinkel?
- het bijgebouw ter hoogte van Beringersteenweg 3 werd niet ingeplant conform de vergunning uit 1968
- de woning ter hoogte van Beringersteenweg 3 werd niet ingeplant conform de vergunning uit 1965 .
Bovendien werd in het verleden de gemeenschappelijke perceelsgrens tussen beide loten uit de originele verkaveling beperkt aangepast.
Lot 2 verkreeg hierdoor een perceelbreedte van 12.50 meter.
De originele verkaveling werd afgeleverd onder een aantal expliciete voorwaarden.
Een van deze voorwaarden omvat de kosteloze grondafstand voor de verbreding van de Beverzakbroekweg.
Het is voor de dienst RO niet geheel duidelijk of deze overdracht reeds werd uitgevoerd.
Hiervoor verwijzen wij u graag door naar de dienst contractmanagement van de gemeente Zonhoven (contractmanagement@zonhoven.be)."
De parkeernorm bedraagt inderdaad 1,5/WE, maar dit mag niet leiden tot een overdreven perceelverharding.
 Ons inziens geven de verkavelingsvoorschriften de maximale mogelijkheden weer.”  

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. 

Het betreft de bijkomende functie, inplanting, verhardingen, wijziging perceelcontouren.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren, te verwijderen of aan te passen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 21/02/2022 tot en met 22/03/2022.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Agentschap Wegen en Verkeer

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Inter Vlaanderen

Fluvius

Fluxys nv

Dienst Contractmanagement

Proximus

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  

Voor Bijlage III rubriek 10b werd aangegeven dat geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn.

De conclusie kan niet bijgetreden worden.

De initiatiefnemer dient via een project-m.e.r.-screeningsnota aan te tonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Hier werd enkel aangegeven dat geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn. 

De mogelijke effecten op milieu en omgeving werden onvoldoende omschreven en bijgevolg kan niet uitgemaakt worden of de mogelijke milieueffecten van het project al dan niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Verkaveling

Het goed is gekend als loten 2 en 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 10/07/1963 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.28. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavels kregen als bestemming eengezinswoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. 

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

II. Algemene stedenbouwkundige voorschriften

  1. Bestemming en plaatsing
  1. op ieder perceel mag slechts één woning toegelaten worden, gebouwen met meerdere woongelegenheden zijn uitgesloten
  1. Esthetiek van de gebouwen
  1. De materialen voor de buitenbekleding zullen eventueel zijn ruwe bakstenen, hardsteen, breukstenen, met uitsluiting van gelijk welk materiaal dat zou schaden aan het eenvormig aspect van de constructies of het algemeen karakter van de omgeving. Alleenstaande constructies mogen in heldere tonen geschilderd worden.

II. Bijzondere stedenbouwkundige voorschriften

  1. Gabariten, B): hoogte tussen trottoir en kroonlijst: 6m

Afwijkingen

Het aangevraagde ontwerp voorziet een samenvoeging van de loten 2 en 3 waarbij 3 woonentiteiten voorzien worden in de vorm van 2 halfopen bebouwingen waarbij in het links gelegen gebouw 2 woonentiteiten voorzien worden. 

De kroonlijsthoogte van het links gelegen gebouw bedraagt 6,15m, de kroonlijsthoogte van het rechts gelegen gebouw bedraagt 5,70m.

De gevelbekleding is voorzien in hout (bruine kleur).

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor elke woonentiteit een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. 

De overloop van de 3 hemelwaterputten sluit aan op een gemeenschappelijke infiltratieput met een inhoud van 1500 liter   en een infiltratieoppervlakte van 5,2m².

De aanstiplijst werd niet correct ingevuld. Men geeft enerzijds aan dat het gaat om 3 nieuwbouw/ herbouw eengezinswoningen maar neemt dan nadien slechts een gedeelte van de dakoppervlakte in aanmerking voor berekening van de infiltratievoorziening waarbij men in minus uitkomt.

Controleberekening

Uitgaande van 1 hemelwaterput van 5000 liter per woonentiteit, waarbij per entiteit een aparte pompinstallatie voor hergebruik voor sanitair en een buitenkraan wordt voorzien, kan men voor de totale horizontale dakoppervlakte van 220,59m² een oppervlakte van 120m² (3x60m²) in mindering brengen voor berekening van de (gemeenschappelijke) infiltratieput.

Voor de resterende oppervlakte van 40,59m² dient de infiltratieput een minimale inhoud van 1015 liter te hebben en een minimale infiltratieoppervlakte van 1,62m².

Met de voorgestelde voorziening van 1500 liter en 5,2m² wordt hieraan voldaan.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De parkeerzone wordt aangelegd met grasdallen, de looppaden in waterpasserende klinkers en het hemelwater van de terrassen gelijkvloers kan infiltreren in de aangrenzende groenzones.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

Het advies van 01/03/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

      Naar aanleiding van uw brief/mail van 6-04-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 1296B2 - 1296C2, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen:

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De bouwpromotor moet voldoen aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen en in dit geval hier in het bijzonder het verkavelingsreglement "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten ". Dit reglement kan u en de bouwpromotor terugvinden op onze website www.fluvius.be.

De bouwheer dient Fluvius alle gegevens te bezorgen met betrekking tot gevraagde vermogens om de tussenkomst die de bouwpromotor dient te betalen, te bepalen.

De bouwheer dient zijn aanvraag te doen op de website www.fluvius.be, via ‘Mijn Fluvius’ nadat de bouwvergunning is verleend. Dit dient tijdig te gebeuren zodat de aanvraag op een efficiënte manier kan afgehandeld worden en de uitvoering tijdig kan gebeuren. Bij de aanvraag engageert de aanvrager zich tot het betalen van de studiekosten.

Het is mogelijk bij grote vermogens dat de bouwheer een ruimte voor een elektriciteitscabine ter beschikking moet stellen. De bereikbaarheid en bouwkundige voorwaarden dienen steeds besproken te worden met Fluvius. Een gedetailleerde aansluitstudie zal dit uitwijzen. Fluvius maakt deze studie na ontvangst van de aansluitingsaanvraag met de benodigde vermogens.

Indien bij de definitieve aanvraag blijkt dat de gevraagde vermogens buiten de standaardnormen vallen kan onze visie nog wijzigen in functie van de gevraagde vermogens. De kosten voor de eventueel te verplaatsen leidingen vallen integraal ten laste van de aanvrager.

Bij uw aanvraag voor een aansluiting elektriciteit en/of gas is het aan te raden meteen ook uw aanvraag voor de aansluiting op teledistributie te doen. Dit zal helpen om tot een vlotte uitvoering te komen van alle aansluitwerken. Aansluitingen elektriciteit, gas en teledistributie zijn aan te vragen op de algemene site www.fluvius.be waarna een infobrochure toegestuurd wordt.

Algemene voorschriften:

  • Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- en aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
  • Voor de aansluiting op kabeltelevisie is er in het teller lokaal elektriciteit voldoende ruimte te voorzien voor de plaatsing van de aansluitpunten. Afhankelijk van de lengte van de aansluitkabels kan het zijn dat de aansluitpunten verspreid zijn over het gebouw. De locatie van deze aansluitpunten wordt in samenspraak met Fluvius bepaald. Alle aansluitpunten moeten ten alle tijden bereikbaar zijn voor onze technici. Dit gebeurt via een sleutelkastje die in overleg geplaatst wordt.
  • In de meterlokalen mogen geen afvoerleidingen, waterleidingen of dergelijke voorzien zijn.
  • Alle meterlokalen bevinden zich direct aan de straatzijde en zijn voldoende ruim bemeten. Er moet voor de meters steeds een vrije doorgang blijven van 80cm ten opzichte van een muur of ander obstakel.
  • Nuttige vrije hoogte van de meterlokalen bedraagt minimaal 2m over de ganse vloeroppervlakte.
  • De boven- en onderverluchting van gasmeterlokalen moeten steeds rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staan.

Riolering: 

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
  • De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
  • De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
  • Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
  • Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

  • De nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater dienen volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.
  • Er dient een gemotiveerde afwijking aangevraagd te worden voor de plaatsing van een kleinere infiltratievoorziening wegens het plaatsen van een grotere hemelwaterput (groter dan 10000 liter). Enkel de toiletten en de buitenkraan aansluiten op de hemelwaterput is hier niet voldoende om de voorziene grote van de infiltratievoorziening te rechtvaardigen.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Gelieve ons advies op te nemen in uw stedenbouwkundig dossier.”

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Toegankelijkheid

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan Inter Vlaanderen.

Inter Vlaanderen geeft in het advies, verleend op 08/03/2022, aan dat er geen bezwaar is tegen de aanvraag:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding.

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Niet van toepassing.

Het project valt niet onder de toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv

• Er is geen toegankelijkheidstoelichting aanwezig.

• Er worden geen afwijkingen aangevraagd.

2 Verplichting advies

• Niet verplicht.

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

• Art 2 §1, 2°: Het betreft handelingen waarvoor in dit besluit geen normen worden opgelegd.

Dit dossier omvat het verbouwen van een eengezinswoning naar een tweewoonst. Dit project valt buiten het toepassingsgebied van de verordening.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.

4 Normen

Niet van toepassing.

5 Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO

Niet van toepassing.

6 Bijkomende informatie

Evacuatie bij brand:

De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.

Aanbevelingen voor het realiseren van een integraal toegankelijk gebouw: 

• Handboek Toegankelijkheid Publieke Gebouwen (www.toegankelijkgebouw.be

• Vademecum ‘Publiek toegankelijk domein’”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Artikel 4.3.7. Toegang van gehandicapten tot gebouwen/publiek toegankelijk

De omgevingsvergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, wordt niet verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Artikel 4.3.8. Rooilijnplan

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:

1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
 4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.

Het perceel is gelegen aan een gewestweg.

Op de voorliggende weg is een goedgekeurde rooilijn van kracht. 

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan de wegbeheerder, het agentschap Wegen & Verkeer.

Het advies van 23/02/2022 van het agentschap Wegen & Verkeer is voorwaardelijk gunstig:

Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.

INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

1.Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720002 van 0.0 +10 tot 0.0 +32):

  • de grens van het openbaar domein is gelegen volgens de onteigeningslijn
  • de rooilijn ligt volgens de onteigeningslijn.
  • de zone van achteruitbouw bedraagt 8 meter.
  • de minimaal te respecteren bouwlijn ligt volgens de onteigeningslijn + 8 m ZAB.

Publiciteit:

  • geen

2. Constructie voor rooilijn

De parkings en verhardingen mogen niet worden ingepland vóór de ontworpen rooilijn.

3.Constructie in zone van achteruitbouw

  • Er worden geen grote monolithische putten (zoals septische put, regenwaterput, infiltratieputten, afvalcontainers,…) toegestaan in de zone van achteruitbouw (art 3 KB 1934 aangaande bouwvrije stroken langs rijkswegen).
  • Insteekparkings langs een gewestweg zijn niet toegestaan omwille van de verkeersveiligheid. Het gebruik van insteekparkings geeft onvoldoende zicht bij het oprijden van de gewestweg, wat een gevaar is voor automobilisten en zwakke weggebruikers.
  • De sloopwerken / terreinwerken / kapwerken mogen geen hinder veroorzaken voor de weggebruikers. Eventuele vervuiling op openbaar domein ten gevolge van deze werken dient men dagelijks ten eigen laste te verwijderen.
  • Het vloerpeil dient minimaal 30cm hoger te liggen dan het hoogste punt van de voorliggende gewestweg.

4.Constructie op of over openbaar domein

  • Op de onverharde/verharde berm langs de gewestweg mogen er geen parkeerplaatsen ingericht worden. (Cfr BVR 29/03/2002 retributiebesluit).
  • Er mogen geen materialen worden gestapeld op het openbaar domein. (Cfr BVR 29/03/2002 retributiebesluit)
  • Voor elke inname van het openbaar domein, zoals; het inbuizen van een open gracht binnen noodzakelijke lengte / het verharden van een in-/uitrit op het openbaar domein / het plaatsen van een stelling of container op het openbaar domein / het installeren van een terras… dient voorafgaandelijk aan de werken een afzonderlijke aanvraag aan de diensten van Agentschap Wegen en Verkeer te gebeuren (District Centraal-Limburg, Trekschurenstraat 270, B-3500 Hasselt). Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein. Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 29/03/2002, gewijzigd bij Besluit van Vlaamse Regering van 25/06/2005 (BS 31/08/2004) betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor het privatief gebruik van het openbaar domein van de wegen.

5. Toegang

  • De toegang dient te worden genomen via de ondergeschikte gemeenteweg Beverzakbroekweg. Het terrein dient zodanig ingericht, dat het materieel onmogelijk wordt om elders binnen of buiten te rijden. Bedoelde inrichting dient aangebracht buiten het gewestdomein op de grens van het openbaar domein. Cfr art 5 van het KB van 1934 aangaande de bouwvrije stroken langs de rijkswegen.
  • Uiterlijk bij de ingebruikname van het pand dient de eigendomsgrens grenzend aan de gewestweg niet-overrijdbaar afgesloten te worden over de volledige breedte van het perceel minus de eventueel stedenbouwkundig vergunde in-/ uitrit(ten). Cfr art 5 van het KB van 1934 aangaande de bouwvrije  stroken langs de rijkswegen. Het aanleggen van deze toegang op openbaar domein, maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke aanvraag.
  • Men dient bij de opmaak van de ontwerpplannen rekening te houden met de zichtbaarheid bij verlaten terrein en met de reeds aanwezige infrastructuur op het openbaar domein; zijnde bushaltes, verlichtingspalen, bomen, middeneiland, verkeerstekens,…

6. Mobiliteitsimpact

Voor Agentschap Wegen en Verkeer is het voldoende per appartement 1,5 parkeerplaats in te richten op eigen terrein.

GUNSTIG ADVIES ONDER VOORWAARDEN

AWV verleent een VOORWAARDELIJK GUNSTIG advies indien er voldaan wordt aan de bijzondere en algemene voorwaarden:

  • Een afsluiting op de hoek van de gemeenteweg met de gewestweg mag de zichtbaarheid voor het verkeer niet belemmeren. De afsluiting kan meer open dan gesloten zijn, zodat de zichtbaarheid blijft behouden.
     Of de afsluiting kan lager zijn dan 1m, zodat men er over kan kijken.
  • Het terrein dient zodanig ingericht, dat het materieel onmogelijk wordt om elders binnen of buiten te rijden. Als uitzondering wordt er een toegang tot de gewestweg toegelaten van maximaal 1,5 meter en dit enkel voor zachte weggebruikers.

AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG

Zie advies in bijlage.”

De aanvraag is niet in strijd met het rooilijnplan mits naleving van de voorwaarden en aandachtspunten zoals opgenomen in het advies van de wegbeheerder, het Agentschap Wegen en Verkeer.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst op elke bouwlaag van de woningen. Voor de woning gelijkvloers links in de gang; voor de bovenliggende woning in de keuken op de 1ste verdieping en de slaapkamer op de dakverdieping; voor de rechts gelegen woning in de berging gelijkvloers, de berging op de 1ste verdieping en de zolderberging op de dakverdieping.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren/ erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving voor wat betreft de mer-screening omwille van volgende redenen:

  • De mogelijke effecten op milieu en omgeving werden onvoldoende omschreven en bijgevolg kan niet uitgemaakt worden of de mogelijke milieueffecten van het project al dan niet aanzienlijk zijn

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd op 10/07/1963( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. 

Afwijkingen verkavelingsvoorschriften

II. Algemene stedenbouwkundige voorschriften

  1. Bestemming en plaatsing
  1. op ieder perceel mag slechts één woning toegelaten worden, gebouwen met meerdere woongelegenheden zijn uitgesloten
  1. Esthetiek van de gebouwen
  1. De materialen voor de buitenbekleding zullen eventueel zijn ruwe bakstenen, hardsteen, breukstenen, met uitsluiting van gelijk welk materiaal dat zou schaden aan het eenvormig aspect van de constructies of het algemeen karakter van de omgeving. Alleenstaande constructies mogen in heldere tonen geschilderd worden.

II. Bijzondere stedenbouwkundige voorschriften

  1. Gabariten, B): hoogte tussen trottoir en kroonlijst: 6m

Het aangevraagde ontwerp voorziet een samenvoeging van de loten 2 en 3 waarbij 3 woonentiteiten voorzien worden in de vorm van 2 halfopen bebouwingen waarbij in het links gelegen gebouw 2 woonentiteiten voorzien worden. 

De kroonlijsthoogte van het links gelegen gebouw bedraagt 6,15m, de kroonlijsthoogte van het rechts gelegen gebouw bedraagt 5,70m.

De gevelbekleding is voorzien in hout (bruine kleur).

De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.( Deze wordt verderop uitgevoerd )

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

De percelen van de aanvraag zijn gelegen aan de Beringersteenweg, een gewestweg ten zuiden van het centrum van Zonhoven, op de hoek met de Beverzakbroekweg en nabij de aansluiting met de Heuveneindeweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door een vrij gevarieerde bebouwingstypologie met voornamelijk residentiële bebouwing in de directe omgeving en in de ruimere omgeving komen ook woningen  met kleinschalige handelsfuncties, een appartementsgebouw met supermarkt voor en diverse grotere handelszaken langs de Heuveneindeweg .

Het perceel links van de aanvraag is bebouwd met een vrijstaande hoekwoning met 2 bouwlagen onder een hellend dak, aan de rechterzijde grenst het terrein van de aanvraag aan de Beverzakbroekweg.

Omschrijving van de aanvraag

De 2 percelen van de aanvraag maken deel uit van een verkaveling anno 1963 en waren oorspronkelijk bedoeld voor het oprichten van 2 eengezinswoningen in halfopen verband.

Het links gelegen gedeelte (gekend als lot 2) werd in 1965 bebouwd met een eengezinswoning in halfopen verband met 2 bouwlagen en een zadeldak.

De inplanting van deze woning werd verder naar achter uitgevoerd dan vergund. Op het terrein werd later een bijgebouw achter de woning, tot tegen de linker perceelgrens , gebouwd en werd een vrij ruime asfaltverharding aangelegd, een erker aangebouwd aan de voorzijde en in het gebouw werd ook een krantenwinkel ingericht.

Momenteel zijn er 2 woongelegenheden ingericht, 1 op het gelijkvloers en 1 op de verdieping, intern werden reeds diverse aanpassingswerken doorgevoerd.

Met de huidige aanvraag wenst men de bestaande woning te regulariseren en te verbouwen alsook een uitbreiding aan de rechterzijde (zgn. lot 3)te voorzien zodat een gebouw met 3 woongelegenheden ontstaat op de samengevoegde loten 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28. Het  terrein wordt ingericht met een gemeenschappelijke parkeerruimte en groenzone alsook met 2 privatieve tuinzones en een gemeenschappelijke fietsenberging.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie wonen is verenigbaar met de woonomgeving doch meergezinswoningen zijn niet wenselijk op deze locatie.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 5 autostaanplaatsen voor 3 woongelegenheden aan de achterzijde van het goed met uitweg naar de Beverzakbroekweg.

Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

Hoe de wagens vanaf parkeerplaatsen 4 en 5 moeten uitrijden werd niet aangegeven, vermoedelijk kan dit enkel achterwaarts indien de overige 3 plaatsen bezet zijn. De wettelijke plantafstand voor de haag tussen parkeerplaats 5 en de Beverzakbroekweg is tevens onvoldoende waardoor de uitvoering van 1 parkeerplaats in het gedrang komt.

Naast de parkeerruimte voor wagens, wordt een gemeenschappelijke overdekte fietsenberging voorzien in de linker zijtuinstrook, op de voorgevellijn. Hier zouden een 6-tal fietsen geplaatst kunnen worden volgens plan, of de breedte voldoende ruim is om praktisch te zijn is twijfelachtig.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Met de voorgenomen werken wordt de bestaande bebouwing aan de linkerzijde behouden waarbij de voorgevel op minstens 4,81m afstand tot de voorste perceelgrens gelegen is en de linker zijgevel op 2,96m afstand tot de linker perceelgrens. De bouwdiepte van het gelijkvloers is 13,28m, deze van de verdieping en dakverdieping 8,79m waarbij op de eerste verdieping een dakterras voorzien is tot op een bouwdiepte van 12m.

De nieuwe uitbreiding aan de rechterzijde wordt dieper op het terrein ingeplant, zijnde op minstens 8,05m afstand tot de voorste perceelgrens. Er wordt een minimale afstand van 5m tot de rechter perceelgrens aangehouden. De bouwdiepte van het nieuwe gedeelte bedraagt 10m, zowel op het gelijkvloers als op de 1ste verdieping en dakverdieping.

Het geheel heeft 2 bouwlagen, afgewerkt met een zadeldak waarbij de nokhoogte  tov het maaiveld 10,04m bedraagt en de kroonlijsthoogte 6,16m voor het linker gedeelte en 5,80m voor het rechter gedeelte. De gelijkvloerse aanbouw links heeft een plat dak met dakrandhoogte van 3,70m.

Links vooraan het gebouw wordt, in het verlengde van de voorgevel een overdekte fietsenstalling opgericht tot tegen de linker perceelgrens. De aanbouw heeft een breedte van 2,96m en een bouwdiepte van 3,50m. De bouwhoogte bedraagt 2,75m, gemeten vanaf het maaiveld. De inplanting van de fietsenberging, gelijk met de voorgevel, is visueel niet wenselijk. Constructies in een zijtuinstrook dienen achter de voorgevel opgetrokken om de gevellijn te doorbreken (minimaal 1,5m). Naast de ongelukkige inplanting van de gemeenschappelijke fietsenberging, dient men zich hier tevens de vraag te stellen waar men zijn afval dient te stockeren en voor de 2 woonentiteiten met tuinzone is geen tuinberging voorzien. Een gekoppelde kleine tuinberging in beide tuinzones om fietsen, afval en tuinmateriaal te stallen/ op te bergen was meer wenselijk geweest. In de berging links van de inkom voor de woonentiteit boven, had met een bergruimte  (fietsen, afval) voor de hoger gelegen entiteit kunnen inrichten.

Volgens de gevelplannen en bijhorende legende wordt het volledige gebouw afgewerkt met een gevelbekleding in hout en wordt de fietsenberging afgewerkt met zwartkleurige pannen.

Aangezien op de grondplannen diverse verwijzingen naar de plaatsing van steenstrips aanwezig zijn  en in de legende het materiaal nr. 6 ontbreekt, dient geconcludeerd dat de opgegeven nummering in de legende niet overeenstemt met deze op de gevelplannen. Er kan slechts vermoed worden dat de woning een gevelafwerking in grijsbruine gevelsteen/ steenstrip krijgt en de fietsenberging in hout uitgevoerd wordt en de dakbedekking met zwarte pannen. De legende geeft geen isolatiemateriaal weer. Voor het nieuw op te richten gedeelte is vermoedelijk isolatie voorzien, voor het bestaande gedeelte is dit twijfelachtig maar niet uitgesloten.

Vergunningen afleveren op basis van vermoedens is niet opportuun.

Bemerking: Er wordt hout gebruikt voor de gevelbekleding. Hout is niet altijd de meest duurzame oplossing.  Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropische houtsoorten worden best vermeden aangezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren. Dit wordt meegegeven als bemerking.

Binnen het te verbouwen gedeelte worden 2 woonentiteiten voorzien, 1 gelijkvloerse woning en 1 woning op de 1ste verdieping en dakverdieping. In het nieuwe gedeelte aan de rechterzijde wordt 1 woonentiteit voorzien.

Indeling gelijkvloers links:

Inkom met trap naar de woonentiteit op de verdieping, inkom gelijkvloers appartement, zitkamer met daarachter de keuken en eethoek, 2 bergingen, een apart toilet, kleine badkamer en 2 slaapkamers. 

Aan de achterzijde is een terras voorzien, aansluitend op de eethoek/ keuken.

Voor deze woonentiteit is een achtertuin van zo’n 16m diep aanwezig.

Indeling woonentiteit 1ste verdieping en dakverdieping:

Traphal, L-vormige leefruimte met open keuken, bureau, badkamer en berging op de 1ste verdieping en een dakterras van 7,39m x 3,21m op 1,28m uit de achtergevellijn en 1,90m uit de zijgevellijn. Op de dakverdieping is een overloop aanwezig met links een dressing en rechts een slaapkamer.

Indeling woonentiteit nieuw gedeelte rechts:

Tellerlokaal met rechtstreekse toegang voor de 3 woongelegenheden, inkomhal met toilet, zithoek, keuken met eethoek, berging en traphal op het gelijkvloers. Aansluitend op de eetruimte/ keuken is een terras voorzien.

Op de verdieping zijn 2 slaapkamers, een ruime berging en een kleine badkamer aanwezig.

Op de dakverdieping is een berging/ zolderruimte voorzien.

Voor deze woonentiteit is een achtertuin van zo’n 15m diep aanwezig.

De indeling van de woningen oogt weinig kwalitatief. De sanitaire ruimtes werden zeer minimaal gehouden, de bergruimte van 2 woningen is verhoudingsgewijs ten opzichte van badkamer/ slaapkamer/ leefruimte dan weer behoorlijk ruim.

Een aantal ruimtes verkregen door insprongen en schikking minder gebruiksvriendelijke vormen. Men krijgt de indruk dat er slechts verder gebreid wordt op een reeds uitgevoerde doch ondoordachte indeling waarbij kwaliteit ondergeschikt is aan kwantiteit.

Naar ons aanvoelen kunnen slechts 2 kwalitatieve wooneenheden gerealiseerd worden.

Rechts achteraan op het terrein wordt een parkeerzone ingericht, toegankelijk via een inrit van 3m via de Beverzakbroekweg. Op zich een correcte situering aangezien een uitweg via Beringersteenweg vlakbij de kruising met Heuveneindeweg veel minder veilig zou zijn. Of de inrichting van de parkeerzone zelf met 5 autostaanplaatsen voldoende praktisch is en realiseerbaar zoals voorgesteld is twijfelachtig. De draaicirkels voor het uitrijden worden niet weergegeven op het inplantingsplan, voor een aantal parkeerplaatsen zal men achterwaarts moeten uitrijden.

Voor de haag tussen de berm en de parkeerzone is slechts 40cm voorzien terwijl de wettelijke plantafstand reeds 50cm bedraagt. Een niet uitvoerbaar voorstel bijgevolg, het verschuiven van de parkeerplaatsen zou betekenen dat het pad naar de inkom vooraan niet uitgevoerd kan worden.

Woondichtheid en ruimtegebruik 

Eén van de doelstellingen van het huidige stedenbouwkundige beleid is het voldoen aan kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte, zonder Vlaanderen te laten dichtslibben. Er wordt in eerst instantie verdichting van bebouwing en bewoning in woon- en stadskernen vooropgesteld om aan deze eisen te kunnen voldoen. Bij het inrichten van de ruimte voor woningbouw is het wel belangrijk dat de draagkracht van de ruimte niet overschreden wordt. De draagkracht van de ruimte wordt omschreven als de mogelijkheid om nu en in de toekomst menselijke activiteiten op te nemen zonder dat dit tot conflicten leidt. Zo mag de te realiseren bestemming de aanwezige en de te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen. 

In eerste instantie moet op perceelniveau gezocht worden naar een ruimtelijk evenwicht. Daarnaast moet ook worden uitgegaan van de specifieke kenmerken van de omgeving.

Bijkomend op de reeds hoger aangehaalde knelpunten qua kwaliteit en praktische bruikbaarheid, ligt de bouwdichtheid veel te hoog voor deze locatie.

In de beschrijvende nota wordt aangegeven dat de woondichtheid 19,5 WE/Ha bedraagt maar geeft daarbij aan dat de oppervlakte van de 2 percelen 861m² bedraagt en dat bij de berekening van de woondichtheid de helft van de aangrenzende wegen meegeteld werd (1530m² ipv 861m²).

Wanneer we echter de kadastrale oppervlakte van beide percelen nemen van 949m², en dit zonder de aftrek van de nodige grondafstand van 112m² die nog dient te gebeuren, komen we voor 3 wooneenheden reeds uit op een woondichtheid van meer dan 31 WE/Ha. 

Voor de oppervlakte van 837m² (949m² minus grondafstand 112m²) bedraagt de woondichtheid 35,84 WE/Ha.

Zoals reeds meegedeeld in voorgaand overleg is de Beringersteenweg niet gelegen binnen of nabij de afbakening regionaal stedelijk gebied/een deelkern.

Binnen de voorbespreking van het dossier werd dan ook aangegeven dat verdere verdichting hier niet wenselijk is doch dat, gezien de omvang van het perceel en de geldende verkaveling, een bebouwing met 2 eengezinswoningen niet uitgesloten is omwille van de verkoopbaarheid van het terrein en zoals voorzien in de verkaveling. 

De aanvraag voorziet echter 3 wooneenheden, wat resulteert in een woondichtheid van 35,84 WE/Ha. De vooropgestelde woondichtheid ligt ver boven de streefcijfers waardoor de draagkracht van de omgeving ernstig geschaad wordt.

De streefcijfers worden niet gehanteerd om er geen gevolg aan te geven. De aangrenzenden moeten tevens kunnen beroep doen op de vooropgestelde woondichtheid van het gebied.

Het spreekt dus voor zich dat de gevraagde woondichtheid van 35,84 woningen per hectare te hoog is voor deze specifieke locatie.

Ongeacht de mogelijk afgeleverde vergunningen in de omgeving, werd intern beslist dat er aangesloten wordt op de huidige Vlaamse visie. De Vlaamse visie op verdichting en ontdichting en het algemeen stedenbouwkundig beleid is sterk gewijzigd de laatste jaren waardoor een verwijzing naar eerdere vergunningen niet relevant is. Daarnaast is op dit moment het Ruimtepact 2040 van de provincie Limburg in opmaak, waar specifieke kernen worden benoemd waar verdichting, in een bepaalde mate, mogelijk zal zijn.  In de gebieden gelegen buiten deze kernen wordt geen enkel groeipotentieel voorzien.  Dit stemt overeen met de visie gehanteerd binnen de gemeente Zonhoven.

De gemeente wenst geen nieuwe precedenten te creëren en niet verder te breien aan een gedachtengoed waar zij zich niet langer achter schaart. 

Door minimum gevelbreedtes/bouwkaders en maximum woondichtheden als norm aan te wenden hoopt de gemeente het verdichtingsproces te kunnen sturen richting de gewenste locaties. Stedenbouwkundige regelgeving en ruimtelijke visie zijn veranderlijke begrippen. Wanneer men zaken blijft vergunnen op dezelfde wijze als in het verleden kan nooit een gewenste verandering tot stand worden gebracht.

Gezien het eigendom gelegen is in woongebied en binnen een goedgekeurde verkaveling waarbij er 2 loten voor een eengezinswoning toegelaten worden, kan het eigendom wel worden voorzien van 2 eengezinswoningen. 

Bodemreliëf

Het bestaande maaiveld bevindt zich op 6cm boven het peil van de wegas en blijft aangehouden.

Het vloerpeil van het gebouw links (verbouwing) ligt op 36cm boven het maaiveld, het vloerpeil van de nieuwbouw rechts ligt op 15cm boven het maaiveld.

Aangezien geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn, dient het bestaande niveau behouden te blijven.

Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. 

Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving:

  • De inplanting van de fietsenberging is niet aanvaardbaar en de bruikbaarheid wordt in vraag gesteld;
  • De indeling/ inrichting van de woonentiteiten is onvoldoende kwalitatief;
  • Het materiaalgebruik zoals aangegeven op de plannen en legende, zijnde de volledige gevelafwerking in hout en tuinberging met zwarte pannen, is niet aanvaardbaar;
  • De woonentiteiten zijn niet voorzien van een tuinberging en/of afvalberging;
  • De bruikbaarheid van parkeerplaatsen, m.n. P3, P4 en P5, wordt in vraag gesteld;
  • De gevraagde woondichtheid van 35,84 woningen per hectare is te hoog voor deze specifieke locatie en overschrijdt de ruimtelijke draagkracht van het gebied;
  • Meergezinswoningen zijn niet wenselijk op deze locatie. 

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 11/02/2022 van de dienst Contractmanagement is voorwaardelijk gunstig:

Gunstig onder voorwaarde van gratis grondafstand van lot 1 zoals weergegeven op het plan opgemaakt door landmeter-expert Pieters dd. 02/11/2021.

De eigenaars hebben een akkoordverklaring overgemaakt waarbij ze zich akkoord verklaren met betrekking tot de gratis grondafstand van lot 1 zoals weergegeven op het plan opgemaakt door landmeter-expert Pieters dd. 02/11/2021. De gemeenteraad heeft diens goedkeuring verleend en de notaris is op 2 februari 2022 aangesteld om de akte op te maken en te verlijden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • In het advies van 14/02/2022 van Fluxys nv wordt aangegeven dat er geen bezwaar is tegen de aanvraag:

Fluxys Belgium bezit geen aardgasvervoerinstallaties die beïnvloed worden door uw aanvraag. Wij hebben bijgevolg geen bezwaar tegen de aflevering van de bovenvermelde vergunning(en) en danken u ons geraadpleegd te hebben in het kader van het onderzoek de commodo et incommodo.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 14/02/2022 van De Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Dit advies betreft voor aanvraag Beringersteenweg 3 :

We vragen een omgevingsvergunning aan om het bestaande pand op te splitsen tot een tweewoonst, en om een nieuwe grondgebonden woning te bouwen. Dit advies geldt alleen als bovenstaande aanvraag wordt goedgekeurd (aanvraag zie addendum) 

Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.

Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.

Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.

Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.

De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.

Er werd telefonisch meer informatie gevraagd op 14/02/2022 in verband met de gemeenschappelijke ruimte van de watermeters bij architect Erwin Vaes .”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. 

  • Het advies van 23/02/2022 van Proximus is gunstig:

Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. 

Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 23/02/2022 van het agentschap Wegen & Verkeer is voorwaardelijk gunstig, zoals reeds hoger aangehaald (zie “Decretale beoordelingselementen” – Rooilijnplan).

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

  •  Het advies van 01/03/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige verordeningen” – Riolering). De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

  • In het advies van 08/03/2022 van Inter Vlaanderen wordt aangegeven dat er geen bezwaar is tegen de aanvraag, zoals hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige verordeningen” – Toegankelijkheid).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 31/03/2022 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er wordt verwezen naar het eerder afgeleverde advies dd. 16/04/2019 – ref. 2019-0180-001 (gevoegd in bijlage).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen aanvraag de ruimtelijke draagkracht van het gebied overschrijdt, dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken onvoldoende inpasbaar zijn in de onmiddellijke omgeving en dat onvoldoende woonkwaliteit geboden wordt. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg:

  • De mogelijke effecten op milieu en omgeving werden onvoldoende omschreven en bijgevolg kan niet uitgemaakt worden of de mogelijke milieueffecten van het project al dan niet aanzienlijk zijn;
  • De inplanting van de fietsenberging is niet aanvaardbaar en de bruikbaarheid wordt in vraag gesteld;
  • De indeling/ inrichting van de woonentiteiten is onvoldoende kwalitatief;
  • Het materiaalgebruik zoals aangegeven op de plannen en legende, zijnde de volledige gevelafwerking in hout en tuinberging met zwarte pannen, is niet aanvaardbaar;
  • De woonentiteiten zijn niet voorzien van een tuinberging en/of afvalberging;
  • De bruikbaarheid van parkeerplaatsen, m.n. P3, P4 en P5, wordt in vraag gesteld;
  • De gevraagde woondichtheid van 35,84 woningen per hectare is te hoog voor deze specifieke locatie en overschrijdt de ruimtelijke draagkracht van het gebied;
  • Meergezinswoningen zijn niet wenselijk op deze locatie. 

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 18/05/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afwijken van de verkavelingsvoorschriften, maar niet tot het weigeren van de omgevingsaanvraag:

Het CBS volgt het advies van de GOA niet inzake de woondichtheid en beslist een vergunning af te leveren. Het perceel bevindt zich op een zeer specifieke locatie, dichtbij de nodige voorzieningen en heeft een uitstekende aansluiting op het openbaar vervoer. Het CBS oordeelt dat dit één van de specifieke locaties is in Zonhoven waar een kleine extra woongelegenheid aanvaardbaar is. 

In de directe omgeving bevinden zich meerdere appartementen, een grootschalig tankstation en een supermarkt met appartementen.  

Het dossier is kwalitatief verbeterd tov vorige aanvragen, de oplossing voor de parkeerproblematiek is aanvaardbaar. De fietsberging aan de linkerzijde is aanvaardbaar en kan eventueel uitgebreid worden via een vrijgestelde tuinberging dat thv van de parkings ingeplant kan worden. 

Het cbs beslist wel dat de oppervlakte van een vrijgesteld bijgebouw beperkt wordt tot een oppervlakte van 20m²  per kavel.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het verlenen van de omgevingsaanvraag voor het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden, en voor zover rekening wordt gehouden met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er mag slechts 1 vrijgesteld vrijstaand bijgebouw, met een maximale oppervlakte van 20m², voorzien worden per bouwlot.
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
    Andere voorwaarden:
  13. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  17. De autostaanplaatsen, dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de woningen uit dit project;
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  20. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
  21. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de dienst Contractmanagement, zoals gevoegd in bijlage;
  22. De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  23. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  24. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.