verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten.
De aanvraag werd op 24 september 2021 ontvangen.
Op 22 oktober 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 18 november 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 13 december 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022. Het openbaar onderzoek werd gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De stedenbouwkundige invulling van voorliggende aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Op 2 juli 2021 werden volgende bemerkingen meegedeeld aan de aanvrager:
De aanvraag houdt voldoende rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.
ADVIEZEN
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan Proximus
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Mobiliteit
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair management
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Patrimonium
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Contractmanagement
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg, gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een verkaveling
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften van het gewestplan.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 13 december 2021. Hieruit bleek dat advies diende aangevraagd te worden aan de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen. Op 11 januari 2022 verleende de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen een voorwaardelijk gunstig advies:
“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies.
DEEL 1 INLICHTINGENFICHE
Ligging van het perceel:
• kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 3, sectie E, nrs. 88F, 59C, 88D, e.a.
• adres: Rosmolenweg z/n
• niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied
Documenten
• aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd
Waterloop en machtiging
• stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de
• watering: neen
DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS
(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)
1 Beschrijving van het watersysteem
• Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.
• Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied
• Het perceel is daarenboven gelegen in:
o het bekken van de Demer
o het deelbekken Midden-Demer
2 Waterplannen
Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.
3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2
De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.
Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater. In het kader daarvan moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: het volume van de open infiltratievoorziening moet minimaal 250 m³/ha verharde oppervlakte bedragen (los van de aanwezige hemelwaterputten), de infiltratieoppervlakte moet minimaal 4 % van de verharde oppervlakte bedragen. Indien een infiltratieproef wordt uitgevoerd kan de dimensionering van de infiltratievoorziening aangepast worden aan de infiltratieoppervlakte en de infiltratiecapaciteit (rekening houdend met een terugkeerperiode van 20 jaar). Richtwaarden in dat verband zijn terug te vinden in onderstaande tabel. De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. riet).
infiltratiecap. | minimale dimensioneringsvoorwaarden | of |
20-50 mm/h (fijn zand) | 400 m³/ha verharde oppervlakte (v.o.), inf.opp. van min. 4 % vd v.o. | 250 m³/ha vo en 20 % inf.opp. |
50-100 | 350 m³/ha vo en 4 % inf.opp. | 250 m³/ha vo en 10 % inf.opp. |
>100 | 250 m³/ha vo en 4 % inf.opp.
|
|
Infiltratievoorziening:
Tekening: zie advies.
Er moet een dwarsprofiel van het open bufferbekken bijgebracht worden met het niveau van de verschillende inloopleidingen en noodoverloop. Het volume dat voor nuttige buffering instaat is het volume onder de overloop.
Aan deze voorwaarden moet worden voldaan in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag.
DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER
Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het verkavelen van gronden in 1 lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren e.e. een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de voorwaarden onder Deel 2 worden opgenomen in de vergunning.
Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.”
Bijkomend kan opgemerkt worden dat:
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Op 14 mei 2021 nam het Agentschap Onroerend Erfgoed onder voorwaarden akte van de ingediende archeologienota met refnr: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/18572:
“Wij nemen onder voorwaarden akte van bovenstaande archeologienota (art. 5.4.9 art. 5.4.13 Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013).
1. Motivering
Uw inschatting van de archeologische waarde van het onderzochte gebied is plausibel en gemotiveerd.
Bij de uitvoering van het programma van maatregelen moeten de volgende voorwaarden nageleefd worden om een adequate omgang met het archeologisch erfgoed te garanderen.
De criteria voor het steentijdonderzoek zijn niet helemaal adequaat:
De maatregelen opgenomen in de archeologienota, het programma van maatregelen en de voorwaarden opgenomen in de aktename van het Agentschap Onroerend Erfgoed zullen als voorwaarden worden opgelegd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen.
1.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het aanleggen van nieuwe wegenis.
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de aanleg van de wegenis en het openbaar domein.
2.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het wijzigen van het reliëf i.f.v. de aanleg van een tijdelijke gracht.
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het wijzigen van het reliëf.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door GEOTEC, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod
De aanvraag voorziet een verkaveling i.f.v. een woonontwikkeling bestaande uit één lot waarbinnen max. 45 wooneenheden mogen worden opgericht. Het projectgebied van voorliggende aanvraag heeft een totale oppervlakte van 65a 20ca. Het betreft echter een verkaveling met minder dan 5 loten. Vandaar dient er geen bescheiden woonaanbod te worden gerealiseerd binnen voorliggende aanvraag.
Wegenis
Op 25 april 2022 keurde de gemeenteraad het verlengen van de bestaande gemeenteweg (Rosmolenweg), het aansluiten op het bestaande fietspad, het aanleggen van grasdallen voor een brandweg voor de brandweer en het plaatsen van een tijdelijke gracht met een volume van 52m³, zoals weergegeven op het ingediend verkavelingsplan, goed.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het plangebied is gelegen in het centrum van Zonhoven, op circa 400 meter wandelafstand van de kerk waardoor voornamelijk de woonfunctie primeert in de omgeving. Binnen het centrum van Zonhoven zijn ook de dagdagelijkse voorzieningen aanwezig en binnen fiets- of wandelafstand bereikbaar. Op een wandelafstand van 400 meter, aan de kerk, vindt men de meest nabijgelegen bushalte voor de bus met de lijn 46 Hasselt/Zonhoven – Boxbergheide – Genk.
Het projectgebied sluit aan bij fase 1 van Egge Park bestaande uit meergezinswoningen met variërende woonblokken van 3 en 4 bouwlagen met plat dak. Rondom het Egge Park en het plangebied vind men hoofdzakelijk woningen terug van 2 bouwlagen met een zadeldak. De woningen aan de Rosmolenweg betreffen hoofdzakelijk open en halfopen bebouwingen. De woningen aan de Genkerbaan betreffen hoofdzakelijk gesloten of halfopen bebouwingen.
Het terrein van het plangebied is relatief vlak en er zijn geen vaste constructies aanwezig. Momenteel doet het plangebied dienst als paardenweide.
Verkavelingsvoorwerp
Voorliggend verkavelingsontwerp voorziet in de verderzetting van het Egge Park. De verkaveling werd uitgewerkt op basis van het voorontwerp, opgemaakt door Binst Architects, dat verschillende keren besproken werd met de vergunningverlenende overheid. De aanvraag voorziet één lot als projectgebied waarbinnen max. 45 wooneenheden mogen worden opgericht. Binnen dit lot wordt de mogelijkheid voorzien om 3 bouwvolumes op te richten binnen een vastgestelde maximale B/T (bouwindex) en een maximale V/T (vloerindex). Twee van de 3 bouwvolumes mogen bestaan uit maximaal 3 bouwlagen met een beperkte 4e bouwlaag. Het bouwblok voorzien aan de Rosmolenweg mag maximaal bestaan uit 2 bouwlagen en een beperkte 3e bouwlaag om de privacy naar de omwonenden te garanderen. Het parkeren zal voornamelijk ondergronds worden voorzien en de ontsluiting wordt voorzien via de Rosmolenweg. De niet bebouwde ruimte wordt voorzien en ingericht als een gemeenschappelijke groene buitenruimte. Tevens kan er voor de appartementen zich situerende op het gelijkvloers een privatieve tuin worden opgericht.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van 3 meergezinswoningen met maximaal 45 wooneenheden, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers, in een woonomgeving op korte afstand van het centrum en aansluitend bij de reeds bestaande meergezinswoningen van het Egge Park, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. De verkavelingsvoorschriften voorzien dat de parkeerbehoefte steeds op het eigen terrein wordt opgevangen. Er wordt een parkeerratio opgelegd van 1,3 parkeerplaatsen per wooneenheid. Het bewonersparkeren dient ondergronds opgevangen te worden, met een ondergrondse parkeergarage voorzien met een landschappelijk geïntegreerd intensief groendak als onderdeel van de landschappelijk in te richten onbebouwde ruimte, met een ratio van min. 1 parkeerplaats per wooneenheid. De inrit dient gemeenschappelijk voorzien te worden via een kwalitatief geïntegreerde inrit aan de Rosmolenweg. Het bezoekersparkeren is voorzien met een ratio van 0,3 parkeerplaatsen per wooneenheid, landschappelijk geïntegreerd binnen de projectzone ter hoogte van de Rosmolenweg of bijkomend opgelost in de ondergrondse parkeergarage. Er wordt 1 fietsstalplaats voorzien per hoofdkussen en 1 extra per wooneenheid met hier boven op nog 10% bijkomende fietsstalplaatsen. 5% van het totaal aantal fietsstalplaatsen is i.f.v. buitenmaatse
fietsen (bakfietsen, scootmobiel,…). Mits naleving van bovenstaande voorwaarden heeft de aanvraag geen negatieve impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken en het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De verkavelingsvoorschriften voorzien een project in de vorm van 3 appartementsgebouwen met een gemeenschappelijke ondergrondse parking binnen het grafisch aangegeven kader voor de projectzone, zoals aangegeven op het verkavelingsplan. Alle vrijstaande gevels van het hoofdgebouw bevinden zich op een afstand van ten minste 4 meter van de randen van de projectzone. Alle vrijstaande gevels worden opgericht rekening houdend met de 45°-regel tussen de voorziene en bestaande bebouwingen. De minimale afstand t.o.v. een andere vrijstaande gevel is hierbij gelijk aan de hoogte van de dakrand. Het afgewerkt vloerpeil van het gelijkvloers ligt boven het gemiddeld peil van de voorliggende weg met een maximum van 45.65 TAW.
Binnen de projectzone wordt de mogelijkheid voorzien om 3 bouwvolumes op te richten met plat dak binnen een vastgestelde maximale B/T (bouwindex) van 0,30 en een maximale V/T (vloerindex) van 0,90. Twee van de 3 bouwvolumes bestaan uit maximaal 3 bouwlagen met een beperkte 4e bouwlaag (max. 70% van het bebouwd oppervlakte) met een dakrandhoogte van max. 13,23 meter t.o.v. de vloerpeil gelijkvloers. Het andere gebouw ter hoogte van de Rosmolenweg bestaat uit maximaal 2 bouwlagen met een beperkte 3e bouwlaag (max. 60% van het bebouwd oppervlakte) met een dakrandhoogte van max. 10,20 meter t.o.v. de vloerpeil gelijkvloers. De schaal van de gebouwen sluit aan bij de bebouwing van het aanpalende Egge Park.
De onbebouwde ruimte zal i.f.v. gemeenschappelijk groen op een kwalitatieve manier worden ontworpen en ingericht met streekeigen beplanting. In functie van het realiseren van een optimale aansluiting op het openbare groen worden enkel vegetatieve erfscheidingen
toegelaten die een samenhangend geheel vormen met de groenaanleg. De aanleg van verhardingen wordt tot een minimum beperkt. In functie van de ontsluiting voor bestemmingsverkeer, als tevens voor de inpassing van private buitenruimten wordt beperkt niet waterdoorlatende verharding toegelaten. Het oprichten van constructies i.f.v. het verlenen van toegang tot de ondergrondse parkeergarage worden toegelaten tot een max. opp. van 150 m².
Het verder oprichten van bebouwing of constructies binnen de projectzone is niet toegelaten buiten de hoofdzakelijk ondergrondse constructies zoals een molok, natuurlijke ventilatie ondergrondse parkeergarage,.. De niet bebouwde ruimte kan (gedeeltelijk) onderkelderd worden, op voorwaarde dat die niet voelbaar is op het maaiveldniveau.
Om de bebouwde ruimte zoveel mogelijk te beperken en de onbebouwde ruimte zo kwalitatief mogelijk in te richten worden bijgebouwen voor het plaatsen van fietsen voor bezoekers niet toegelaten. Enkel onoverdekte fietsstalplaatsen voor bezoekers zijn toegestaan. Dit zal als voorwaarde worden opgelegd in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
Door het oprichten van 45 wooneenheden op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 69 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze woonomgeving.
Elke wooneenheid dient te beschikken over een bruikbare buitenruimte aansluitend aan en rechtstreeks toegankelijk vanuit de leefruimte. Daarom dienen de buitenruimten een minimum benutbare oppervlakte van 10m² en een benutbare minimum diepte en breedte van 2 meter te hebben. Dit zal als voorwaarde worden opgelegd in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
Visueel-vormelijke elementen
Alle gevels worden in dezelfde volwaardige gevelmaterialen afgewerkt. Andere materialen i.f.v. van energiebesparende maatregelen, duurzame uitwerking of de inpassing in het residentieel karakter worden toegestaan over max. 30% van het totale geveloppervlak. De materialen zijn qua voorkomen en kleur, duurzaamheid, esthetisch en constructief verantwoord. Ze passen harmonisch in de omgeving en vormen bovendien binnen de projectzone onderling een samenhangend geheel vormen.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Reliëfwijzigingen worden enkel toegelaten i.f.v. het realiseren van de nodige hemelwaterbuffering en regenwaterinfiltratievoorzieningen, als eveneens de
ontsluiting van het ondergronds bewonersparkeren. De gevraagde reliëfwijzigingen zijn aanvaardbaar.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door aanvrager.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Op 20/12/2021 liet de Dienst Contractmanagement weten geen advies uit te brengen
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hiervan akte.
2.- Op 22/12/2021 werd door de Dienst Patrimonium een gunstig advies verleend.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
3.- Op 14/12/2021 werd door de Dienst Facilitair management een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen, mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
4.- Op 22/12/2021 werd door de Dienst Mobiliteit een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Situatie
Het dossier omvat het verkavelen van de percelen 61E , 59C, 88C, 88D, 88E, de aanleg van een gracht op perceel 89M en de aanleg wegenis en fietspad verlengde Rosmolenweg.
Bespreking dienst:
Advies dienst:
De dienst mobiliteit geeft een voorwaardelijk gunstig advies voor de percelen 61E, 59C, 88C, 88D, 88E, de aanleg van een gracht op perceel 89M en de aanleg wegenis en fietspad verlengde Rosmolenweg en dit onder volgende voorwaarden:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Op 16/12/2021 werd door De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Geen advies
Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies met voorwaarden
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:
Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.
Bovendien kunnen we u ook melden dat de Watergroep installaties in exploitatie heeft in de zone van de infrastructuurwerken en dat deze installaties te allen tijde bereikbaar moeten zijn.
De Werken dienen zodanig uitgevoerd te worden dat er een continue drinkwaterbevoorrading kan gegarandeerd worden.
In het ontwerp dient men er rekening mee te houden dat in de bermen voldoende ruimte voorzien wordt om de leidingen aan te leggen en de eventuele aanpassingen uit te voeren.
Deze forfaitaire kost en de kost voor eventuele aanpassingen aan de bestaande drinkwaterleiding zijn ten laste van de initiatiefnemer.
Voor grotere projecten met aanleg van nieuwe wegenis moet na het verkrijgen van de vergunning een coördinatievergadering worden opgestart met de zonemanager van De Watergroep om eventuele knelpunten vooraf te bespreken.
Vanaf een leiding van Ø 80mm is een druk- en capaciteitsmeting noodzakelijk. Er wordt slechts effectief gestart met de opmaak van een ontwerp ná uitvoering van de meting door De Watergroep. De kosten hiervoor vallen integraal ten laste van de initiatiefnemer.
Deze meting moet apart worden aangevraagd via het digitale aanvraagformulier op onze website
www.dewatergroep.be/capaciteitsmeting.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.
Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
6.- Op 20/12/2021 werd door Hulpverleningszone Zuid-West Limburg volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Gunstig mits naleven voorwaarden.
Opmerkingen
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
7.- Op 28/12/2021 liet Proximus weten geen bezwaar te hebben.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hiervan akte.
8.- Het advies van Fluvius werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.
9. -Op 11/01/2022 verleende de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen een voorwaardelijk gunstig advies zoals hierboven reeds weergegeven.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging, voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, maar niet tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de GOA niet en weigert de verkavelingsvergunning. Het CBS volgt dat dit een mooie projectzone is die een hoge woondichtheid toelaat maar besluit dat deze meer in lijn moet liggen met naastliggende projecten zoals Koolhof en Rosmolenpark. Beide projecten hebben een woondichtheid rond de 50-55we/ha. De verkavelingsaanvraag betreft een perceel dat iets verder verwijderd is van het centrum en de voorzieningen. De woondichtheid kan aansluiten bij de naastliggende projecten maar is in de huidige aanvraag ruim hoger. Het CBS oordeelt dat met de voorliggende aanvraag en bijhorende woondichtheid het draagvlak van het perceel overschreden wordt.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een weigering van de omgevingsvergunning aan de aanvrager.
De weigering van de omgevingsvergunning omvat het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden.