Terug
Gepubliceerd op 01/06/2022

2022_CBS_00577 - OMV - Vergunning - Rosmolenweg z/n - verkaveling 1332.E.874. - Weigering

College van burgemeester en schepenen
di 24/05/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Bram De Raeve, 1ste schepen; Johan Schraepen, 5de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00577 - OMV - Vergunning - Rosmolenweg z/n - verkaveling 1332.E.874. - Weigering 2022_CBS_00577 - OMV - Vergunning - Rosmolenweg z/n - verkaveling 1332.E.874. - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten.

De aanvraag werd op 24 september 2021 ontvangen.

Op 22 oktober 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 18 november 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 13 december 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022. Het openbaar onderzoek werd gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 7204.V.477: verkavelingsvergunning op 02/06/1976 voor het verkavelen van gronden met aanleg van wegenis. Deze verkaveling is vervallen omdat de nieuwe weg niet werd uitgevoerd.

De stedenbouwkundige invulling van voorliggende aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Op 2 juli 2021 werden volgende bemerkingen meegedeeld aan de aanvrager:

  • “Appartement A1.3 (en de overige identieke appartementen): 1 slaapkamer ligt volledig afgezonderd van de andere 2, net als van badkamer en wc (door gang – door leefruimte – opnieuw door gang)
  • Worden er elementen voorzien zodat er natuurinclusief wordt gebouwd?  (bv. integratie van nestplaatsen, enz.  zie hiervoor www.checklistgroenbouwen.nl)  Kleine ingrepen kunnen toch een bijdrage leveren aan de biodiversiteit, wat we zeker appreciëren.  (hiervoor kunnen jullie eventueel contact opnemen met milieuambtenaar Kristel Ceulemans)
  • Dit is de gelegenheid om een trage verbinding te creëren doorheen het gebied.  Dit zou ook het toekomstig aanpalend project, aan de andere zijde van het fietspad (site ‘GO’), meer kwaliteit geven en zou zeer logisch aansluiten op de trage verbinding die zal ontstaan door het nieuwe project (site Kwint) tussen Heuvenstraat en Grote Eggestraat.  We verwachten dat dit verder bekeken en uitgewerkt wordt.  We begrijpen dat de bestaande site ‘Koolhof’ hierbij de grootste moeilijkheid zal vormen.  Toch vinden we dit een belangrijke kans die gegrepen dient te worden.  Dit biedt voordelen aan alle bewoners van de verschillende sites, in beide richtingen.  Op site Koolhof kan hiervoor misschien het reeds bestaande noordelijke pad aan de achterzijde van de tuinen van de Genkerbaan worden gebruikt.  Voor onze diensten een voorwaarde dat er maximaal wordt ingezet om dit te realiseren.
  • Hoe wordt er ingezet op duurzaamheid?  We willen vragen om bv. de opvang van hemelwater niet te beperken tot wat de hemelwaterverordening eist, maar hier maximaal op in te zetten.  Bv. door zoveel mogelijk hergebruik (in combinatie met de voorziene groendaken).  Kunnen er nog andere duurzame initiatieven voorzien worden?
  • Indien er wadi’s worden voorzien kunnen deze misschien zo worden ingericht dat ze ‘bespeelbaar’ zijn.
  • De parkeernorm voor bezoekers die we eerder doorgaven voor dit project = 0,3 (zie verslag zomer 2020).  We vermoeden dat er nog 2 bijkomende moeten worden gerealiseerd. 
  • De ondergrondse parkeerplaatsen dienen zeer ruim/breed en comfortabel voorzien te worden.  Zo zullen mensen niet teruggrijpen naar de bovengrondse plaatsen.  Jullie hebben hier de ruimte voor, de vereiste norm (ik meen dat dit 1,3 was – zie verslag zomer 2020) moet niet overschreden worden.  We geven de voorkeur aan ruimere plaatsen.
  • Kunnen de bomen in eggepark die op de 3D-beelden staan nog aangeplant worden? (vraag van de schepen)
  • De voorziene bomen in het project dienen bij aanplant reeds voldoende afmeting te hebben.”

De aanvraag houdt voldoende rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

ADVIEZEN

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan Proximus

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Mobiliteit

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair management

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Patrimonium

Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Contractmanagement 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied. 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Bijzonder plan van aanleg, gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een verkaveling

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften van het gewestplan.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 13 december 2021. Hieruit bleek dat advies diende aangevraagd te worden aan de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen. Op 11 januari 2022 verleende de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen een voorwaardelijk gunstig advies:

“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies. 

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

Ligging van het perceel:

• kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 3, sectie E, nrs. 88F, 59C, 88D, e.a.

• adres: Rosmolenweg z/n

• niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied

Documenten

• aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd

Waterloop en machtiging

• stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de

• watering: neen

DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)

1 Beschrijving van het watersysteem

• Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.

• Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied

• Het perceel is daarenboven gelegen in:

o het bekken van de Demer

o het deelbekken Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.

Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater. In het kader daarvan moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: het volume van de open infiltratievoorziening moet minimaal 250 m³/ha verharde oppervlakte bedragen (los van de aanwezige hemelwaterputten), de infiltratieoppervlakte moet minimaal 4 % van de verharde oppervlakte bedragen. Indien een infiltratieproef wordt uitgevoerd kan de dimensionering van de infiltratievoorziening aangepast worden aan de infiltratieoppervlakte en de infiltratiecapaciteit (rekening houdend met een terugkeerperiode van 20 jaar). Richtwaarden in dat verband zijn terug te vinden in onderstaande tabel. De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. riet).

infiltratiecap.

minimale dimensioneringsvoorwaarden

of

20-50 mm/h (fijn zand)

400 m³/ha verharde oppervlakte (v.o.), inf.opp. van min. 4 % vd v.o.

250 m³/ha vo en 20 % inf.opp.

50-100

350 m³/ha vo en 4 % inf.opp.

250 m³/ha vo en 10 % inf.opp.

>100

250 m³/ha vo en 4 % inf.opp.

 

 

Infiltratievoorziening:

Tekening: zie advies.

Er moet een dwarsprofiel van het open bufferbekken bijgebracht worden met het niveau van de verschillende inloopleidingen en noodoverloop. Het volume dat voor nuttige buffering instaat is het volume onder de overloop.

Aan deze voorwaarden moet worden voldaan in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag.

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het verkavelen van gronden in 1 lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren e.e. een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de voorwaarden onder Deel 2 worden opgenomen in de vergunning.

Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.

Bijkomend kan opgemerkt worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Op 14 mei 2021 nam het Agentschap Onroerend Erfgoed onder voorwaarden akte van de ingediende archeologienota met refnr: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/18572:

Wij nemen onder voorwaarden akte van bovenstaande archeologienota (art. 5.4.9 art. 5.4.13 Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013).

1. Motivering

Uw inschatting van de archeologische waarde van het onderzochte gebied is plausibel en gemotiveerd. 

Bij de uitvoering van het programma van maatregelen moeten de volgende voorwaarden nageleefd worden om een adequate omgang met het archeologisch erfgoed te garanderen.

De criteria voor het steentijdonderzoek zijn niet helemaal adequaat:

  • Men voorziet enkel waarderende boringen rond de positieve verkennende boringen.
    Indien er positieve verkennende boringen zijn, dient er eveneens naar de bodembewaring gekeken te worden en dienen de resultaten in een breder perspectief bekeken te worden. Dit kan dan resulteren in een groter onderzoeksgebied dan louter de zone rond de positieve verkennende boringen.
  • Men voorziet enkel proefputten om lithische artefacten, aangetroffen bij het waarderend booronderzoek, verder te evalueren. Om de resultaten van de verkennende boringen te evalueren, dienen er ook proefputten geplaatst te worden bij positieve verkennende boringen als de waarderende boringen geen lithische artefacten opleverden.”

De maatregelen opgenomen in de archeologienota, het programma van maatregelen en de voorwaarden opgenomen in de aktename van het Agentschap Onroerend Erfgoed zullen als voorwaarden worden opgelegd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.

VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT

Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.

§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.

Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :

1° de storting van een afdoende financiële waarborg;

2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:

1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;

2° de wijziging van het reliëf van de bodem;

3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;

4° het afbreken van constructies.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.

Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.

De aanvraag voldoet aan deze bepalingen.

1.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het aanleggen van nieuwe wegenis

De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de aanleg van de wegenis en het openbaar domein.

2.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het wijzigen van het reliëf i.f.v. de aanleg van een tijdelijke gracht.

De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het wijzigen van het reliëf.

OVERIGE REGELGEVING

Erfdienstbaarheden

Uit het verkavelingsplan, opgesteld door GEOTEC, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.  

Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod

De aanvraag voorziet een verkaveling i.f.v. een woonontwikkeling bestaande uit één lot waarbinnen max. 45 wooneenheden mogen worden opgericht. Het projectgebied van voorliggende aanvraag heeft een totale oppervlakte van 65a 20ca. Het betreft echter een verkaveling met minder dan 5 loten. Vandaar dient er geen bescheiden woonaanbod te worden gerealiseerd binnen voorliggende aanvraag.

Wegenis

Op 25 april 2022 keurde de gemeenteraad het verlengen van de bestaande gemeenteweg (Rosmolenweg), het aansluiten op het bestaande fietspad, het aanleggen van grasdallen voor een brandweg voor de brandweer en het plaatsen van een tijdelijke gracht met een volume van 52m³, zoals weergegeven op het ingediend verkavelingsplan, goed.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het plangebied is gelegen in het centrum van Zonhoven, op circa 400 meter wandelafstand van de kerk waardoor voornamelijk de woonfunctie primeert in de omgeving. Binnen het centrum van Zonhoven zijn ook de dagdagelijkse voorzieningen aanwezig en binnen fiets- of wandelafstand bereikbaar. Op een wandelafstand van 400 meter, aan de kerk, vindt men de meest nabijgelegen bushalte voor de bus met de lijn 46 Hasselt/Zonhoven – Boxbergheide – Genk.

Het projectgebied sluit aan bij fase 1 van Egge Park bestaande uit meergezinswoningen met variërende woonblokken van 3 en 4 bouwlagen met plat dak. Rondom het Egge Park en het plangebied vind men hoofdzakelijk woningen terug van 2 bouwlagen met een zadeldak. De woningen aan de Rosmolenweg betreffen hoofdzakelijk open en halfopen bebouwingen. De woningen aan de Genkerbaan betreffen hoofdzakelijk gesloten of halfopen bebouwingen.

Het terrein van het plangebied is relatief vlak en er zijn geen vaste constructies aanwezig. Momenteel doet het plangebied dienst als paardenweide.

Verkavelingsvoorwerp

Voorliggend verkavelingsontwerp voorziet in de verderzetting van het Egge Park. De verkaveling werd uitgewerkt op basis van het voorontwerp, opgemaakt door Binst Architects, dat verschillende keren besproken werd met de vergunningverlenende overheid. De aanvraag voorziet één lot als projectgebied waarbinnen max. 45 wooneenheden mogen worden opgericht. Binnen dit lot wordt de mogelijkheid voorzien om 3 bouwvolumes op te richten binnen een vastgestelde maximale B/T (bouwindex) en een maximale V/T (vloerindex). Twee van de 3 bouwvolumes mogen bestaan uit maximaal 3 bouwlagen met een beperkte 4e bouwlaag. Het bouwblok voorzien aan de Rosmolenweg mag maximaal bestaan uit 2 bouwlagen en een beperkte 3e bouwlaag om de privacy naar de omwonenden te garanderen. Het parkeren zal voornamelijk ondergronds worden voorzien en de ontsluiting wordt voorzien via de Rosmolenweg. De niet bebouwde ruimte wordt voorzien en ingericht als een gemeenschappelijke groene buitenruimte. Tevens kan er voor de appartementen zich situerende op het gelijkvloers een privatieve tuin worden opgericht.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van 3 meergezinswoningen met maximaal 45 wooneenheden, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers, in een woonomgeving op korte afstand van het centrum en aansluitend bij de reeds bestaande meergezinswoningen van het Egge Park, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Mobiliteitsimpact

De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.

Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. De verkavelingsvoorschriften voorzien dat de parkeerbehoefte steeds op het eigen terrein wordt opgevangen. Er wordt een parkeerratio opgelegd van 1,3 parkeerplaatsen per wooneenheid. Het bewonersparkeren dient ondergronds opgevangen te worden, met een ondergrondse parkeergarage voorzien met een landschappelijk geïntegreerd intensief groendak als onderdeel van de landschappelijk in te richten onbebouwde ruimte, met een ratio van min. 1 parkeerplaats per wooneenheid. De inrit dient gemeenschappelijk voorzien te worden via een kwalitatief geïntegreerde inrit aan de Rosmolenweg. Het  bezoekersparkeren is voorzien met een ratio van 0,3 parkeerplaatsen per wooneenheid, landschappelijk geïntegreerd binnen de projectzone ter hoogte van de Rosmolenweg of bijkomend opgelost in de ondergrondse parkeergarage. Er wordt 1 fietsstalplaats voorzien per hoofdkussen en 1 extra per wooneenheid met hier boven op nog 10% bijkomende fietsstalplaatsen.   5% van het totaal aantal fietsstalplaatsen is i.f.v. buitenmaatse

fietsen (bakfietsen, scootmobiel,…). Mits naleving van bovenstaande voorwaarden heeft de aanvraag geen negatieve impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken en het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De verkavelingsvoorschriften voorzien een project in de vorm van 3 appartementsgebouwen met een gemeenschappelijke ondergrondse parking binnen het grafisch aangegeven kader voor de projectzone, zoals aangegeven op het verkavelingsplan. Alle vrijstaande gevels van het hoofdgebouw bevinden zich op een afstand van ten minste 4 meter van de randen van de projectzone. Alle vrijstaande gevels worden opgericht rekening houdend met de 45°-regel tussen de voorziene en bestaande bebouwingen. De minimale afstand t.o.v. een andere vrijstaande gevel is hierbij gelijk aan de hoogte van de dakrand. Het afgewerkt vloerpeil van het gelijkvloers ligt boven het gemiddeld peil van de voorliggende weg met een maximum van 45.65 TAW. 

Binnen de projectzone wordt de mogelijkheid voorzien om 3 bouwvolumes op te richten met plat dak binnen een vastgestelde maximale B/T (bouwindex) van 0,30 en een maximale V/T (vloerindex) van 0,90.  Twee van de 3 bouwvolumes bestaan uit maximaal 3 bouwlagen met een beperkte 4e bouwlaag (max. 70% van het bebouwd oppervlakte) met een dakrandhoogte van max. 13,23 meter t.o.v. de vloerpeil gelijkvloers. Het andere gebouw ter hoogte van de Rosmolenweg bestaat uit maximaal 2 bouwlagen met een beperkte 3e bouwlaag (max. 60% van het bebouwd oppervlakte) met een dakrandhoogte van max. 10,20 meter t.o.v. de vloerpeil gelijkvloers. De schaal van de gebouwen sluit aan bij de bebouwing van het aanpalende Egge Park.

De onbebouwde ruimte zal i.f.v. gemeenschappelijk groen op een kwalitatieve manier worden ontworpen en ingericht met streekeigen beplanting. In functie van het realiseren van een optimale aansluiting op het openbare groen worden enkel vegetatieve erfscheidingen

toegelaten die een samenhangend geheel vormen met de groenaanleg. De aanleg van verhardingen wordt tot een minimum beperkt. In functie van de ontsluiting voor bestemmingsverkeer, als tevens voor de inpassing van private buitenruimten wordt beperkt niet waterdoorlatende verharding toegelaten. Het oprichten van constructies i.f.v. het verlenen van toegang tot de ondergrondse parkeergarage worden toegelaten tot een max. opp. van 150 m². 

Het verder oprichten van bebouwing of constructies binnen de projectzone is niet toegelaten buiten de hoofdzakelijk ondergrondse constructies zoals een molok, natuurlijke ventilatie ondergrondse parkeergarage,.. De niet bebouwde ruimte kan (gedeeltelijk) onderkelderd worden, op voorwaarde dat die niet voelbaar is op het maaiveldniveau.

Om de bebouwde ruimte zoveel mogelijk te beperken en de onbebouwde ruimte zo kwalitatief mogelijk in te richten worden bijgebouwen voor het plaatsen van fietsen voor bezoekers niet toegelaten. Enkel onoverdekte fietsstalplaatsen voor bezoekers zijn toegestaan. Dit zal als voorwaarde worden opgelegd in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.

Door het oprichten van 45 wooneenheden op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 69 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze woonomgeving. 

Elke wooneenheid dient te beschikken over een bruikbare buitenruimte aansluitend aan en rechtstreeks toegankelijk vanuit de leefruimte. Daarom dienen de buitenruimten een minimum benutbare oppervlakte van 10m² en een benutbare minimum diepte en breedte van 2 meter te hebben. Dit zal als voorwaarde worden opgelegd in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.

Visueel-vormelijke elementen

Alle gevels worden in dezelfde volwaardige gevelmaterialen afgewerkt. Andere materialen i.f.v. van energiebesparende maatregelen, duurzame uitwerking of de inpassing in het residentieel karakter worden toegestaan over max. 30% van het totale geveloppervlak. De materialen zijn qua voorkomen en kleur, duurzaamheid, esthetisch en constructief verantwoord. Ze passen harmonisch in de omgeving en vormen bovendien binnen de projectzone onderling een samenhangend geheel vormen.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Reliëfwijzigingen worden enkel toegelaten i.f.v. het realiseren van de nodige hemelwaterbuffering en regenwaterinfiltratievoorzieningen, als eveneens de

ontsluiting van het ondergronds bewonersparkeren. De gevraagde reliëfwijzigingen zijn aanvaardbaar. 

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. 

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door aanvrager.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

1.- Op 20/12/2021 liet de Dienst Contractmanagement  weten geen advies uit te brengen 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hiervan akte.

2.-  Op 22/12/2021 werd door de Dienst Patrimonium een gunstig advies verleend.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

3.- Op 14/12/2021 werd door de Dienst Facilitair management een voorwaardelijk gunstig advies verleend:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen, mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Bestaande bomen in de onmiddellijke omgeving van de werken moeten maximaal beschermd worden.
  • bij niet te vermijden schade aan wortels en/of kroon van een boom, dient de beschadiging behandeld te worden. Dit houd bv. in dat bij afbreken van een wortel en/of een tak, de beschadigde wortel en/of tak d.m.v. een rechte zaagsnede volledig wordt verwijderd. Enkel op die manier krijgen we een mooi wonde waarbij risico op inrotten tot het minimum wordt beperkt.
  • Indien er bemaling nodig is om de werken uit te voeren, moet het tijdstip zo gekozen worden dat planten in de onmiddellijke omgeving geen last hebben van deze bemaling (droogte) of er worden flankerende maatregelen getroffen om het uitdrogen van planten te voorkomen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

4.- Op 22/12/2021 werd door de Dienst Mobiliteit een voorwaardelijk gunstig advies verleend:

“Situatie

Het dossier omvat het verkavelen van de percelen 61E , 59C, 88C, 88D, 88E, de aanleg van een gracht op perceel 89M en de aanleg wegenis en fietspad verlengde Rosmolenweg.

Bespreking dienst:

  • De Rosmolenweg is in het mobiliteitsplan Zonhoven gecategoriseerd als lokale weg type 3. Lokale wegen type 3 zijn straten met verblijfsfunctie. Hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). De verblijfsfunctie primeert op deze weg.
     De Rosmolenweg is doodlopend voor autoverkeer.
  • Langs het fietspad Kleine Ring wordt een buffergracht aangelegd. Het is niet duidelijk wat de afstand is tot het fietspad Kleine Ring.
     Het is daarom nodig op te leggen dat er een schuwafstand van 1,00 meter dient te worden voorzien.
  • In het verlengde van de Rosmolenweg wordt een fietsverbinding van 2,50 meter breedte gerealiseerd naar het fietspad Kleine Ring.
     Het is hierbij nodig dat er een obstakelvrije schuwzone wordt voorzien van 0,50 meter ten opzichte van aanliggende obstakels.
  • De nieuw aan te leggen fietsverbinding heeft een breedte van 2,50 meter. Links van de fietsverbinding wordt de berm uitgevoerd in grasdallen met een breedte van 1,50 meter. Deze breedte van 4,00 meter (fietsverbinding + berm in grasdallen) wordt voorzien als brandweg voor de brandweer.
     Wel dient men erover te waken dat deze wegenis niet permanent door gemotoriseerd verkeer zal gebruikt worden als toegangsweg.

Advies dienst:

De dienst mobiliteit geeft een voorwaardelijk gunstig advies voor de percelen 61E, 59C, 88C, 88D, 88E, de aanleg van een gracht op perceel 89M en de aanleg wegenis en fietspad verlengde Rosmolenweg en dit onder volgende voorwaarden:

  • Tussen het fietspad Kleine Ring en de nieuw aan te leggen buffergracht dient een veiligheidsafstand van 1,00 meter te worden voorzien.
  • Voor de nieuwe fietsverbinding in de Rosmolenweg dient een schuwafstand van 0,50 meter te worden voorzien ten opzichte van mogelijke obstakels.
  • Er moeten de nodige voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de voorziene brandweg van 4,00 meter (fietsverbinding + berm in grasdallen) permanent wordt gebruikt door gemotoriseerd verkeer.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

5.- Op 16/12/2021 werd door De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies verleend:

Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Geen advies

Advies Ontwerpbureau
 
Volledig gunstig advies met voorwaarden

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:

  • een forfaitaire kost per bebouwbaar kavel
  • een kost voor ontwerp en veiligheidscoördinatie per project

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.

Bovendien kunnen we u ook melden dat de Watergroep installaties in exploitatie heeft in de zone van de infrastructuurwerken en dat deze installaties te allen tijde bereikbaar moeten zijn.
De Werken dienen zodanig uitgevoerd te worden dat er een continue drinkwaterbevoorrading kan gegarandeerd worden.
 In het ontwerp dient men er rekening mee te houden dat in de bermen voldoende ruimte voorzien wordt om de leidingen aan te leggen en de eventuele aanpassingen uit te voeren.

Deze forfaitaire kost en de kost voor eventuele aanpassingen aan de bestaande drinkwaterleiding zijn ten laste van de initiatiefnemer.

Voor grotere projecten met aanleg van nieuwe wegenis moet na het verkrijgen van de vergunning een coördinatievergadering worden opgestart met de zonemanager van De Watergroep om eventuele knelpunten vooraf te bespreken.

Vanaf een leiding van Ø 80mm is een druk- en capaciteitsmeting noodzakelijk. Er wordt slechts effectief gestart met de opmaak van een ontwerp ná uitvoering van de meting door De Watergroep. De kosten hiervoor vallen integraal ten laste van de initiatiefnemer.
Deze meting moet apart worden aangevraagd via het digitale aanvraagformulier op onze website
 
www.dewatergroep.be/capaciteitsmeting.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
 De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.

Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be.” 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

6.- Op 20/12/2021 werd door Hulpverleningszone Zuid-West Limburg volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:

Gunstig mits naleven voorwaarden.

Opmerkingen

  1. Het ganse ontwerp moet rechtstreeks en voortdurend bereikbaar zijn voor de voertuigen van de brandweerdiensten, zodanig dat de brandbestrijding en de redding er normaal kunnen uitgevoerd worden.
    Voor de gebouwen met meer dan één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer minstens in één punt een gevel kunnen bereiken die op herkenbare plaatsen toegang geeft tot iedere bouwlaag. Daartoe moeten de voertuigen beschikken over een toegangsmogelijkheid en een opstelplaats:
    - ofwel op de berijdbare rijweg van de openbare weg;
    - ofwel op een bijzondere toegangsweg vanaf de berijdbare rijweg van de openbare weg en die de volgende karakteristieken vertoont:
    - minimale vrije breedte: 4 m;
    - minimale draaicirkel met draaistraal 11 m (aan de binnenkant) en 15 m (aan de buitenkant);
    - minimale vrije hoogte: 4 m;
    - maximale helling: 6 %;
    - draagvermogen: derwijze dat voertuigen, zonder verzinken, met een maximale asbelasting van 13 ton er kunnen rijden en stilstaan, zelfs wanneer ze het terrein vervormen. Voor de kunstwerken welke zich op de toegangswegen bevinden, richt men zich naar NBN B 03-101. (KB 7-7-1994 en latere wijzigingen art 1.1)
  2. Ondergrondse hydranten dienen te worden uitgevoerd conform de norm NBN S 21-034.
  3. De ligging van de ondergrondse hydranten dient evenwel aangeduid te worden door de gepaste herkennings- en identificatietekens betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden, conform de ministeriële circulaire van 14 oktober 1975.
  4. De wateraansluitingen (ondergrondse hydranten) liggen op een maximum afstand van 100 meter van elkaar verwijderd. De hydranten worden aangebracht op een horizontaal gemeten van ten minste 0,60 meter van de kant der straten, wegen of doorgangen waarop voertuigen kunnen rijden en parkeren. De minimale doormeter van deze leidingen bedraagt 100 mm.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

7.- Op 28/12/2021 liet Proximus weten geen bezwaar  te hebben.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hiervan akte.

8.- Het advies van Fluvius werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

9. -Op 11/01/2022 verleende de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen een voorwaardelijk gunstig advies zoals hierboven reeds weergegeven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijzigingmits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijzigingvoor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Om de bebouwde ruimte zoveel mogelijk te beperken en de onbebouwde ruimte zo kwalitatief mogelijk in te richten worden bijgebouwen voor het plaatsen van fietsen voor bezoekers niet toegelaten. Enkel onoverdekte fietsstalplaatsen voor bezoekers zijn toegestaan.
  2. Elke wooneenheid dient te beschikken over een bruikbare buitenruimte aansluitend aan en rechtstreeks toegankelijk vanuit de leefruimte. Daarom dienen de buitenruimten een minimum oppervlakte van 10m² en een benutbare minimum diepte en breedte van 2 meter te hebben. 
  3. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Hulpverleningszone Zuid-West Limburg 
  4. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Watergroep
  5. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen
  6. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door Dienst Mobiliteit 
  7. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de dienst Facilitair management.
  8. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
    - De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    - Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
    - Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
  9. De verkavelingsvoorschriften zoals bijgevoegd door de aanvrager zijn van toepassing. 
  10. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  11. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  12. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager. 
  13. Het programma van maatregelen horende bij de archeologienota dient nageleefd te worden alsook de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed
  14. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het  aanleggen van nieuwe wegenis en het wijzigen van het reliëf. 
  15. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst worden.
  16. Er dient voldaan te worden aan het gemeentelijk reglement op de verkavelingen van 13-11-1980.  Vooraleer bouwgrond te verkopen, het wegtracé volledig op kosten van de verkavelaar uit te voeren, dit samen met alle nutsleidingen (gescheiden riolen, water, telefoon, gas, elektriciteit, kabel-TV, openbare verlichting, verkeerssignalisatie, …) en dit onder toezicht van de gemeente Zonhoven.
  17. Er dient een overeenkomst afgesloten te worden tussen de gemeente en de verkavelaar waarin de uit te voeren werken op de bestaande gemeenteweg, die ten laste is van de verkavelaar, omschreven worden, met verwijzing dat deze zullen uitgevoerd worden op kosten van de verkavelaar.
    Deze overeenkomst dient gefinaliseerd alvorens de werken aan de gemeenteweg mogen aangevat worden.
    Het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is pas mogelijk indien er aan deze voorwaarde voldaan is.
  18. Het pv van voorlopige oplevering dient overgemaakt aan dienst Contractmanagement en de dienst Patrimonium.
  19. De werken moeten uitgevoerd worden overeenkomstig de richtlijnen van het type bestek SB 250 versie 2.0 of een latere versie.
  20. Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
  21. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  22. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
  23. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden.  De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, maar niet tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de GOA niet en weigert de verkavelingsvergunning. Het CBS volgt dat dit een mooie projectzone is die een hoge woondichtheid toelaat maar besluit dat deze meer in lijn moet liggen met naastliggende projecten zoals Koolhof en Rosmolenpark. Beide projecten hebben een woondichtheid rond de 50-55we/ha. De verkavelingsaanvraag betreft een perceel dat iets verder verwijderd is van het centrum en de voorzieningen. De woondichtheid kan aansluiten bij de naastliggende projecten maar is in de huidige aanvraag ruim hoger. Het CBS oordeelt dat met de voorliggende aanvraag en bijhorende woondichtheid het draagvlak van het perceel overschreden wordt.  

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een weigering van de omgevingsvergunning aan de aanvrager.

De weigering van de omgevingsvergunning omvat het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden.