Terug
Gepubliceerd op 01/06/2022

2022_CBS_00556 - OMV - Vergunning - Waardstraat 46 - 2022/00044 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 24/05/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Bram De Raeve, 1ste schepen; Johan Schraepen, 5de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00556 - OMV - Vergunning - Waardstraat 46 - 2022/00044 - Goedkeuring 2022_CBS_00556 - OMV - Vergunning - Waardstraat 46 - 2022/00044 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van een permanente paardenstal.

De aanvraag werd op 18/02/2022 ontvangen.

Op 17/03/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 06/04/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 08/04/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 2019/00293: 1995/00027: gedeeltelijke omgevingsvergunning op 03/03/2020 voor het bouwen van een eengezinswoning en het rooien van 5 bomen en het regulariseren van een paardenstal (woning voorwaardelijk vergund, paardenstal en rooien bomen geweigerd).

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructie aanwezig is en handelingen werden verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het rooien van 5 eiken en het oprichten van een permanente paardenstalling.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructie en de uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren, samenhangend met een compenserende aanplant voor wat betreft de bomen.

  • KL/2021/00009: klachtendossier voor het onherstelbaar snoeien van 3 eiken en het niet uitvoeren van de voorwaarden in een reeds afgeleverde omgevingsvergunning omtrent de bomen en de afbraak van de paardenstal.

Aanmaning – brief 26/04/2021:

Op 15/01/2019 werd er een gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een eengezinswoning. De omgevingsvergunning werd geweigerd voor het regulariseren van een paardenstal en het rooien van 5 eiken. Door onze diensten werd opgemerkt dat 3 bomen op het perceel onherstelbaar gesnoeid werden. Het behoud van deze bomen en hoe ze dienen onderhouden te worden stond duidelijk aangegeven in de voorwaarden van de afgeleverde omgevingsvergunning. Ook het verwijderen van de paardenstal en het heraanplanten van 5 eiken ter compensatie van een reeds gebeurde kap stonden in deze voorwaarden opgenomen. De voorwaarden die opgenomen werden in de omgevingsvergunning luidde als volgt: 

  1. De paardenstal en aanhorigheden dient verwijderd te worden. 
  2. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management:
    ° de nog aanwezige eiken mogen niet gerooid worden,
    ° er mogen geen werken uitgevoerd worden onder de kruinen van deze eiken, het huidige maaiveld dient hier dus ook behouden te worden,
    ° er mag geen materiaal gestapeld worden onder deze eiken,
    ° er wordt best een onderhoudssnoei uitgevoerd op deze eiken waarbij men niet meer dan 10% van het kroonvolume wegneemt, en waarbij de diameter van de snoeiwonden niet groter dan 10 cm mag zijn. Dood hout mag men altijd verwijderen. De snoeiwerken dienen uitgevoerd te worden door een erkend boomverzorger. 
  3. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de Dienst Milieu en Duurzaamheid:
    ° De paarden (of andere dieren) worden uit de kruinprojectie van de bomen gehouden zowel van het bouwperceel (nr. 1164C), als van het achterliggend perceel (1164D). De afspanning dient zo te worden aangepast dat de paarden NIET meer onder de kruinprojectie van de bomen kunnen komen.
    ° De zonder vergunning gekapte bomen worden gecompenseerd door 5 inheemse eiken (geen cultivars!), stamomtrek minstens 14/16 voorzien van steunpalen, aan te planten, aan te planten op perceelnr. 1164D. De bomen worden op dergelijke manier afgeschermd van de paarden (of andere) dieren dat zij geen rechtstreekse of onrechtstreekse schade kunnen berokkenen aan de bomen. De afstandsregels van het veldwetboek dienen gerespecteerd te worden zijnde minstens 2 meter van de perceelsgrenzen. De bomen worden geplant het eerstvolgende najaar na de kapping. Indien de boom afsterft, wordt de heraanplant herhaald. Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat. Een foto van de aanplant + bewijs van de aankoop wordt overgemaakt aan de dienst milieubeleid en zal bij het dossier gevoegd worden als bewijs.
    ° De draadafsluiting in de voortuin dient voorzien te worden zonder doek t.h.v. de voortuinstrook, met een inheemse beplanting. Draad met klimop moet op minstens 0,5 meter van de perceelsgrenzen geplaatst worden tenzij dit een gemene haag is. 

Aan geen van bovenstaande voorwaarden omtrent de heraanplant van de bomen, het snoeien van de bestaande bomen en het verwijderen van de paardenstal werd reeds voldaan. De te behouden bomen werden te veel gesnoeid. Er mocht hierbij niet meer dan 10% van het kroonvolume ingesnoeid worden en ook de diameter van de snoeiwonden mogen niet groter zijn dan 10cm. Er werd vastgesteld dat deze onherstelbaar gesnoeid zijn en niet conform bovenstaande voorwaarden. Alle takken van deze bomen werden verwijderd. Om deze reden zal er dus een regularisatie bekomen moeten worden hiervoor.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Departement Landbouw en Visserij

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De percelen van de aanvraag zijn volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied. 

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het agrarisch gebied.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel niet aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

De aangevraagde permanente paardenstal maakt geen deel uit van een professionele paardenhouderij, en moet derhalve als een zonevreemde constructie beschouwd worden. De aanvraag is dus in principe strijdig met de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Stallen voor weidedieren

Art. 4.4.8/2.

§ 1. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie `landbouw' behoren, kan, voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn, een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgegeven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:

1° de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;

2° de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;

3° de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.

Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen wordt rekening gehouden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied.

Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13 werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding `landbouw' worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoren tot de categorie `landbouw'.

De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet in de volgende gebieden:

1° ruimtelijk kwetsbaar gebied;

2° gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als:

a) bouwvrij agrarisch gebied;

b) agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.

§ 2. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van een stal voor weidedieren, verleend met toepassing van paragraaf 1, vervalt van rechtswege naast de gevallen, vermeld in artikel 99 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft.

Na het verval van de vergunning, vermeld in het eerste lid, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken.

§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van dit artikel, onder meer inzake de berekening en de vaststelling van de termijn van vijf opeenvolgende jaren opgenomen in paragraaf twee, eerste lid.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen:

  • De stal bevindt zich volledig binnen een afstand van 50m, namelijk binnen een afstand van  35,44m, tot de woning van de aanvrager;
  • De kroonlijsthoogte bedraagt maximaal 3,5m, namelijk 2,25m, de nokhoogte bedraagt 2,95m;
  • De oppervlakte van de graasweide bedraagt 2421,1m²; de stal heeft een dakoppervlakte van 54,45m² en een vloeroppervlakte van 43,5m²;
  • Het gebruik van hout als gevelbekleding, met onderdelen in staal/ zink voor traliewerk en afscheiding en een dakbedekking in panelen met uitzicht van rode pannen, is landschappelijk inpasbaar in het gebied;
  • De constructie situeert zich niet in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, bouwvrij agrarisch gebied of agrarisch gebied met overdruk natuurverweving maar in een “agrarisch gebied”;
  • De bewijzen van het houden van 1 paard en 1 pony werden bij de aanvraag gevoegd.

De bepalingen van §2. betreffende het verval van de vergunning en de verwijdering van de constructie, blijven van toepassing.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de te regulariseren paardenstal met een horizontale dakoppervlakte van 54,45m² 2 bovengrondse regentonnen van elk 1000 liter aanwezig zijn, voorzien voor een hergebruik voor drinkwater paarden.

De overloop sluit aan op eigen terrein om op natuurlijke wijze in de bodem te infiltreren.

De voorzieningen wijken enigszins af van de verordening, de afwijking wordt niet aangevraagd/ aangegeven. Er is geen specifieke infiltratiezone aangelegd voor infiltratie van het hemelwater.

In principe dient deze een opvangcapaciteit te hebben van 1363 liter en 2,18m².

Gelet op de beperkte dakoppervlakte, de opvang voor (niet verplicht) hergebruik (drinkwater paarden en mogelijk ook reinigen stallen) van 2000 liter en de ruime oppervlakte van het terrein, is deze afwijking aanvaardbaar.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Niet van toepassing

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep kleiner is dan 1000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van een permanente paardenstal.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Waardstraat, een gemeenteweg ten noordoosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door residentiële bebouwing in openen halfopen verband langsheen de straatzijden en een achterliggend groen ingevuld agrarisch gebied dat aansluit op een bosgebied.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat het regulariseren van een permanente paardenstal.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Met de huidige aanvraag wenst men tevens aan te tonen dat inmiddels voldaan werd aan de voorwaarden zoals opgenomen in de gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd op 15/01/2019 voor het bouwen van een eengezinswoning. 

De omgevingsvergunning werd geweigerd voor het regulariseren van een paardenstal en het rooien van 5 eiken.

Omwille van het feit dat 3 eiken onherstelbaar gesnoeid werden en de opgelegde compenserende aanplant van 5 eiken voor een reeds uitgevoerde kap, werden 8 nieuwe bomen aangeplant. Het betreft 4 moeraseiken en 4 zomereiken met behoud van 2 bestaande eiken.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie paardenstal is principieel inpasbaar in de omgeving. Het betreft een stal voor hobby-doeleinden die aansluit op de huiskavel van de eigenaar/ aanvrager.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag heeft geen enkele impact op de verkeersgeneratie.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De te regulariseren stal bevindt zich binnen een straal van 35,44m afstand tot de achtergevel van de woning van de aanvrager. 

De stal heeft een breedte van 3m en een bouwdiepte van 12m, aan de linkerzijde een dakoversteek van 1m. De totale dakoppervlakte komt op 55m², alle oversteken meegerekend.

De rechter zijgevel bevindt zich op 1m à 1,50m afstand tot de rechter perceelgrens.

De constructie werd afgewerkt met een houten beplanking, het traliewerk in staal, de dakbedekking in metaalplaten met motief van rode pannen.

In het bijgebouw werden 2 stallen van elk 8,5m² (exclusief de dakoversteek van 3m²/ stal) voorzien en een opslagruimte voor stro van 12m² en een opslagruimte van 8,5m². 

De aanvraag bevat de nodige bewijsstukken dat 1 paard en 1 pony gehouden worden en geeft aan dat ca. 2500m² graasland aanwezig is en een bijkomend graasland van zo’n 7500m² gehuurd wordt.

De stal mag enkel gebruikt worden voor het verblijf van weidedieren in combinatie met een bergruimte in functie van dit verblijf (hooi, voeder…).  

Volgende richtinggevende cijfers, gehanteerd door het departement Landbouw & Visserij voor berekening van de professionele stalling, worden gevolgd: 

Met betrekking tot grote weidedieren, zoals paarden: 

  • dergelijke weidedieren moeten ter plaatse of in de onmiddellijke omgeving van de stalling over voldoende graasweide beschikken;
     Richtnorm: 1000 à 2500 m² per dier, met een maximum van 4 grote weidedieren per hectare; 
  • afhankelijk van de (schoft)hoogte van het dier, 10 à 15 m² stallingsoppervlakte per weidedier; 
  • 5 à 15 m² voederberging (stro + hooi) per dier; 

De vloeroppervlakte van de stal in totaal bedraagt 43,5m²; gelet op de hoger aangehaalde richtinggevende cijfers is dit aanvaardbaar voor 2 (grote) weidedieren.

Via een onverharde uitweg van 3m breed op het perceel van de huiskavel van de aanvrager, is de achterliggende weide bereikbaar.

De regularisatie van de permanente paardenstal is aanvaardbaar.

Uit het inplantingsplan en fotodossier blijkt tevens dat er 8 nieuwe eiken aangeplant werden op de huiskavel, voor het gedeelte van het terrein waar de stal zich bevindt. Het betreft 4 moeraseiken en 4 zomereiken, aangeplant in een dubbele rij op minimaal 2,50m afstand tot de rechter perceelgrens en een minimale onderlinge afstand van 2,74m. De 2 bestaande eiken blijven behouden.

De paarden hebben geen toegang tot de zone waar de aanplant werd uitgevoerd.

Met betrekking tot de heraanplant van de bomen, een voorwaarde uit de omgevingsvergunning voor de woning van aanvrager, werd de aanvraag voorgelegd aan de dienst Facilitair Management (zie verder “Bespreking adviezen”). De voorwaarden, opgenomen in het advies, dienen nageleefd te worden om de groeikansen en gezondheid van de nieuwe en bestaande bomen te garanderen.

Bodemreliëf

Er is geen ophoging van het bodemreliëf voorzien, het bestaande terreinniveau dient dan ook behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Op een afstand van 50 meter rond de stal zijn diverse woningen gelegen.  

Dit maakt dat er enige geurhinder kan ontstaan.

In een bijkomende nota werd aangegeven dat de paardenmest langsheen de grenzen van de weide geschept wordt waar deze al (deels) kan composteren en dat deze 4 maal per jaar over het terrein uitgespreid wordt. Hierdoor is geen echte “mesthoop” aanwezig en wordt de geurhinder tot een minimum beperkt.

Indien in de toekomst toch geurhinder zou ontstaan dient de aanvrager de nodige stappen te ondernemen om deze te beperken door deze bijvoorbeeld af te voeren.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 11/04/2022 van de dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

Gunstig voor de werken zoals voorgesteld mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  1. Gunstig advies van departement Landbouw en Visserij m.b.t. behoud van de paardenstal;
  2. De paarden (of andere dieren) worden uit de kruinprojectie van de bomen gehouden zowel van het bouwperceel (nr. 1164C), als van het achterliggend perceel (1164D). De afspanning dient zo te worden aangepast dat de paarden NIET meer onder de kruinprojectie van de bomen kunnen komen;
  3. De nog aanwezige eiken mogen niet gerooid worden;
  4. Er mogen geen werken uitgevoerd worden onder de kruinen van deze eiken, het huidige maaiveld dient hier dus ook behouden te worden;
  5. Er mag geen materiaal gestapeld worden onder deze eiken;
  6. Er mag enkel onderhoudssnoei uitgevoerd op de aanwezige eiken waarbij de diameter van de snoeiwonden niet groter dan 10 cm mag zijn. Dood hout moet men altijd verwijderen. De snoeiwerken dienen uitgevoerd te worden door een erkend boomverzorger.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerking gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Op 11/04/2022 heeft het departement Landbouw en Visserij aangegeven geen advies aan te leveren:

Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw vraag tot advies m.b.t. de regularisatie van een paardenstal ontvangen.

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een perceel dat gelegen is in agrarisch gebied en gaat niet uit van een beroepsmatig landbouwbedrijf. De aanvraag moet bijgevolg afgetoetst worden aan de bepalingen die zijn opgenomen in Art. 4.4.8/2. van de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening:

“§ 1. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie `landbouw' behoren, kan, voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn, een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgegeven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:

1° de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;

2° de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;

3° de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.

Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen wordt rekening gehouden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied.

Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13 werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding `landbouw' worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoren tot de categorie `landbouw'.

De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet in de volgende gebieden:

1° ruimtelijk kwetsbaar gebied;

2° gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als:

a) bouwvrij agrarisch gebied;

b) agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.

§ 2. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van een stal voor weidedieren, verleend met toepassing van paragraaf 1, vervalt van rechtswege naast de gevallen, vermeld in artikel 99 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft.

Na het verval van de vergunning, vermeld in het eerste lid, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken.”

De vergunningverlenende overheid dient na te gaan of de aanvraag aan de bovenvermelde bepalingen voldoet en kan desnoods voorwaarden opleggen in de vergunningsbeslissing. Het aftoetsen van deze bepalingen vraagt geen landbouwkundige afweging. Het Departement Landbouw en Visserij heeft dan ook niet geëvalueerd of voorliggende aanvraag past binnen de bepalingen van art. 4.4.8/2.

Verder wensen wij de vergunningverlenende overheid erop te wijzen dat het artikel 4.4.8/2 geen uitzonderingsbepaling omvat voor eventuele aanhorigheden en er bijgevolg geen vergunningsgrond bestaat voor gerelateerde infrastructuur zoals een rijpiste, een stapmolen, verhardingen (al dan niet waterdoorlatend), de opslag van voer of stro of zelfs vergunningsplichtige mestvaalten. Het al dan niet overdekt opslaan van voer, stro of mest zal moeten gebeuren binnen de maximale vloeroppervlakte zoals voorzien in het decreet.

Bovendien moet de stal in de onmiddellijke nabijheid (binnen een straal van 50 m) van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning worden opgericht. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelt in arrest RvVb-A-1920-0208 (22 oktober 2019) dat met “een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning” de woning van de aanvrager wordt bedoeld. Volgens de Raad moet er dus een band bestaan tussen de aanvrager van de hobbystal en de woning waarbij de hobbystal wordt opgericht en kan een hobbystal in landbouwgebied bijgevolg enkel worden opgericht bij de eigen woning van de aanvrager. De woning dient zich evenwel niet op hetzelfde perceel te bevinden als het perceel waarop de hobbystal wordt ingeplant. De hobbystal moet volgens artikel 4.3.5, § 1 VCRO wel langs een voldoende uitgeruste weg gelegen zijn.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De aanvraag werd getoetst aan de afwijkingsbepalingen van art. 4.4.8/2 van de VCRO (zie “Afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften – Stallen voor weidedieren”) en voldoet hieraan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houtwerk bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden aangezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van een permanente paardenstal mits het opleggen van voorwaarden:

  • De omgevingsvergunning voor het oprichten van de permanente paardenstal, vervalt van rechtswege als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft;
  • Na het verval van de vergunning, hierboven vermeld, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken;
  • De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van de dienst Facilitair Management, dienen gevolgd te worden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een permanente paardenstal, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De omgevingsvergunning voor het oprichten van de permanente paardenstal, vervalt van rechtswege als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft;
  2. Na het verval van de vergunning, hierboven vermeld, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken;
  3. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van de dienst Facilitair Management, dienen gevolgd te worden.
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien één van de recent aangeplante bomen afsterft, dient de aanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
  7. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 19/05/2022 tot het afleveren  van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van een permanente paardenstal, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De omgevingsvergunning voor het oprichten van de permanente paardenstal, vervalt van rechtswege als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft;
  2. Na het verval van de vergunning, hierboven vermeld, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken;
  3. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van de dienst Facilitair Management, dienen gevolgd te worden.
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien één van de recent aangeplante bomen afsterft, dient de aanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
  7. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.