De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 17 mei 2022 goedgekeurd.
De zittingen van het college en het vast bureau vinden plaats elke dinsdag van de week om 13.30 uur. In de zomermaanden (juli en augustus) wordt een alternatieve planning voorgesteld.
- 05 juli
- 19 juli
- 02 augustus
- 16 augustus
- 30 augustus
Zowel in de Kwakstraat, Hasseltse Beverzakstraat als de Grote Hemmenweg zijn vergelijkbare probleemgevallen bekend van personen die in grote mate afvalstoffen stockeren op hun eigen perceel.
Voor het geval van de Kwakstraat werd een advocaat aangesteld om deze persoon te laten dagvaarden maar gelet op het feit dat dergelijke problematiek geen prioriteit is van het parket, waardoor nog steeds niet is overgegaan tot dagvaarding, en het feit dat zelfs moest het parket overgaan tot dagvaarding, het perceel vermoedelijk nog steeds niet op relatief korte termijn opgeruimd kan worden, werden alternatieve pistes bekeken.
Hiernaast is het geval in de Kwakstraat dus ook geen geïsoleerd geval en zijn er minstens twee bijna identieke gevallen bekend in de gemeente, nl. op de Hasseltse Beverzakstraat en de Grote Hemmenweg.
Om bovenstaande redenen wordt aangeraden om een gespecialiseerde raadsman aan te stellen om ons te begeleiden bestuurlijke maatregelen te nemen om zo snel mogelijk de percelen op te kunnen ruimen, desnoods d.m.v. ambtshalve opruiming, op een manier waarop de drie gevallen in de mate van het mogelijke gelijk behandeld worden.
Gelet op de zeer gespecialiseerde materie en het feit dat deze procedures kunnen uitmonden in een gerechtelijke procedure, (art. 28, 4° wet overheidsopdrachten), is de gemeente vrij in diens keuze tot aanstelling van een raadsman en wordt aangeraden mr. Wouter Poelmans, handelend voor GD&A advocaten, aan te stellen.
Mr. Timmers, aangesteld d.m.v. besluit van het college van burgemeester en schepenen d.d. 9/03/2021, wordt ontheven van zijn opdracht de belangen van de gemeente in het dossier van de Kwakstraat te behartigen om niet met samenloopproblemen te kampen te krijgen, alsook de gelijke behandeling van de drie gevallen toe te laten op administratief en bestuurlijk vlak.
Het college van burgemeester en schepenen beslist mr. Luc Timmers te ontheffen van zijn aanstelling als raadsman van de gemeente Zonhoven voor het dossier betreffende het opslaan van afvalstoffen in de Kwakstraat.
Het college van burgemeester en schepenen beslist mr. Wouter Poelmans, handelend voor GD&A advocaten, aan te stellen voor juridische en administratieve ondersteuning met het oog op het nemen van effectieve bestuurlijke maatregelen en desgevallend vertegenwoordiging in rechte, met het oog op het zo snel mogelijk behoorlijk ontruimen van de afvalstoffen en sluikstort op de percelen gelegen te:
- Kwakstraat 6;
- Grote Hemmenweg 28;
- Hasseltse Beverzakstraat 48.
De mail van 12/05/2022 vanwege ACOD-LRB, met stakingsaanzegging voor de algemene staking op 31 mei 2022.
ACOD Lokale en Regionale Besturen onderschrijft de algemene staking die wordt georganiseerd door de Algemene Centrale der Openbare Diensten op 31 mei 2022.
De ACOD heeft volgende eisen:
- meer koopkracht;
- voldoende personeel en middelen voor sterke openbare diensten;
- waardige pensioenen;
- bescherming van de syndicale vrijheden.
Deze algemene stakingsdag kan in bepaalde besturen aanleiding geven tot afwezigheden van werknemers die deelnemen aan de staking.
31 mei 2022 zal dus als stakingsdag beschouwd worden conform het syndicaal statuut.
De werknemers waarvan de shift op 30 mei 's avonds is begonnen of in de nacht van 31 mei op 01 juni eindigt, zijn eveneens gedekt door deze aanzegging.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de mail van 12 mei 2022 vanwege ACOD-LRB, met stakingsaanzegging voor dinsdag 31 mei 2022.
De mail van 17/05/2022 vanwege ACV-OD-LRB, met een overzicht van een aantal acties die in de komende weken gepland zijn.
De schaal van deze acties is heel verschillend.
Voor sommige acties wordt actief opgeroepen en zal er impact zijn op de werkvloer, voor andere zal dit heel beperkt zijn.
- 31 mei 2022 - actie vanuit openbare diensten - ACV-OD zal voor deze actie niet actief oproepen;
- 2 juni 2022 - actie in de zorg - brede oproep aan iedereen in de zorg werkzaam - zie bijlage;
- 20 juni 2022 - nationale manifestatie voor meer koopkracht;
- 23 juni 2022 - public service day
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de mail van 17 mei 2022 vanwege ACV OD-LRB, met een overzicht van aankomende acties met mogelijke stakingen tot gevolg.
Vanuit de decretale verplichting ‘organisatiebeheersing’ is o.a. het domein communicatie benoemd als werkdomein. Het opstellen van een extern en intern communicatieplan zijn vervolgens 2 projecten die in dit kader concreet benoemd zijn.
Voor het begeleiden van dit traject is de hulp van Eric Goubin ingeroepen, docent en onderzoeker bij Kortom vzw en Thomas More Mechelen. De opdracht (via bestelbon) werd goedgekeurd op de zitting van het college van burgemeester en schepenen van 12 januari 2021.
Hoe dit communicatieplan tot stand is gekomen wordt toegelicht in bijgevoegde nota. Tijdens het verloop zijn er een aantal afstemmingen geweest die geleid hebben tot de uiteindelijke inhoud van het extern communicatieplan. Uit deze afstemmingen kan tevens geconcludeerd worden dat het project 'opstellen intern communicatieplan' geschrapt mag worden als project.
Het uiteindelijk extern communicatieplan is ook apart als bijlage toegevoegd aan dit dossier.
De eerste actie uit het communicatieplan was al bepaald en vastgelegd, nl. 'ontwikkelen van een afsprakennota'. Hierin staat de samenwerking met de dienst communicatie beschreven. Deze afsprakennota wordt nu ook ter goedkeuring voorgelegd. Deze is ook als bijlage terug te vinden.
Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorgesteld extern communicatieplan goed.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om het intern communicatieplan te schrappen als project.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de communicatieafspraken goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 34.979,01.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bijkomende bestelbons goed voor een bedrag van € 424,28.
Het betreft materialen die niet meer gebuikt worden door de diensten gezien ze bijvoorbeeld niet meer voldoen aan de hedendaagse technische vereisten of verouderd zijn en één of meerdere tekortkomingen vertonen.
Deze materialen zijn afgeschreven en hebben geen boekhoudkundige waarde meer. Ze worden openbaar verkocht aan het hoogst biedende partij.
Op 28 mei 2018 besliste de gemeenteraad om delegatie te verlenen aan het college van burgemeester en schepenen. De geschatte waarde van de betrokken materialen mag het bedrag van € 5.000 (per stuk) niet overschrijden.
Het college van burgemeester en schepenen beslist een openbare verkoop te organiseren van afgevoerde goederen op woensdag 29 juni om 17u.
Vanaf 16u is er een kijkmoment in de werkplaatsen voor de geïnteresseerden en de openbare verkoop zal van start gaan vanaf 17 uur per lot per opbod.
Een lijst van te verkopen goederen zal opgemaakt worden en gepubliceerd worden op onze website zodat geïnteresseerden een idee hebben van wat er zoal verkocht zal worden.
Alle goederen die verkocht worden moeten ook onmiddellijk door de koper meegenomen worden. Goederen die niet verkocht geraken zullen nadien op de gepaste en zo ecologisch mogelijk verwijderd worden.
Het gaat onder meer over volgende materialen:
Oude computers waarvan harde schijven zijn verwijderd
Oude printer en copiers
Afgevoerde toners
Klein elektrische en motorisch werkgerief
Versleten grasmachines
Oude bureaus met en zonder ladeblokken
Diverse kabels
Armaturen voor TL lampen
En ander klein gerief
Een niet-limitatieve lijst zit in bijlage.
Het college van burgemeester en schepenen d.d. 12/04/2022 besliste principieel om het perceel gelegen aan de Halveweg, grenzend aan de percelen voor de jeugdlokalen Halveweg, aan te kopen van de familie Beenaerts.
Hiernaast werd eveneens beslist contact op te nemen met Connectimmo nv (groep Proximus) om de achterkant van het perceel in hun eigendom, afd. 1, sectie B, nr. 874t2, aan te kopen. Dit betreft een perceel tussen een perceel eigendom van de gemeente en het perceel momenteel nog eigendom van de familie Beenaerts. Door de potentiële aankoop van de achterkant van het perceel van Connectimmo werd het speelbos optimaal vergroot en verbonden.
Connectimmo nv behoort tot de Proximus-groep en is verantwoordelijk voor het beheer van het onroerend vermogen van de Proximus-groep.
Connectimmo nv heeft laten weten niet in te willen gaan op dat aanbod, om volgende redenen:
- Connectimmo wil geen gedeelte van een perceel verkopen;
- Het perceel wordt nog actief gebruikt als telefooncentrale.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de weigering van Connectimmo nv om een gedeelte van het perceel in hun eigendom, nl. afd. 1, sectie B, nr. 874t2, te verkopen.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 13.02.2018 om de startnota goed te keuren en akkoord te gaan met de opmaak van een stedenbouwkundige studie voor de ontwikkeling van het binnengebied Dennenweg-Sparrenweg.
Kempisch Tehuis en Vooruitzien wensen het woonuitbreidingsgebied aan de Dennenweg en Sparrenweg (WU17) te ontwikkelen. De startnota had als doelstelling het ontwikkelen van een ruimtelijke visie voor het vermelde binnengebied.
De stedenbouwkundige studie werd ondertussen uitgevoerd. Het college besliste in zitting van 26.10.2021 om de principiële goedkeuring van het voorliggende eindrapport stedenbouwkundige studie in beraad te houden, waarbij Agentschap Natuur en Bos werd verzocht een formeel preadvies te formuleren omtrent de ecologische waarde van het gebied. Het preadvies van ANB werd afgeleverd. Daarom ligt het eindrapport van de stedenbouwkundige studie opnieuw ter goedkeuring voor.
In zitting van 22.02.2022 besliste het college van burgemeester en schepenen het eindrapport van de stedenbouwkundige studie ontwikkeling binnengebied Dennenweg-Sparrenweg principieel niet goed te keuren, met volgende argumentatie:
Het project "Zonhoven, Sparrenweg" werd vervolgens besproken op het Lokaal Woonoverleg (LWO) van 04.05.2022.
Aanvraag lokale woontoets project "Zonhoven, Sparrenweg":
Op het LWO van 04.05.2022 werd een lokale woontoets aangevraagd voor het project "Zonhoven, Sparrenweg", een gezamenlijk project van Kempisch Tehuis en Vooruitzien wordt een lokale woontoets aangevraagd. Het project betreft de bouw van 67 woningen volgens het meest waarschijnlijke scenario. Binnen de stedenbouwkundige studie werd niet verder ingegaan op welke woningen/units in aanmerking komen voor koop en welke voor huur. Algemeen kan gesteld worden dat er een verhouding van 35% koopwoningen t.o.v. 65% huurwoningen zal worden gehanteerd. Hierop kan licht worden afgeweken.
Inhoud bespreking LWO 04.05.2022:
Wegens de onenigheid tussen de diverse partijen, dient het lokaal woonoverleg de lokale woontoets voor het project Sparrenweg, op basis van de huidige standpunten, af te keuren.
Binnen de 30 dagen na het woonoverleg dient het college van burgemeester en schepenen een woontoets over dit project te geven. Het college heeft de laatste beslissingsbevoegdheid.
De woontoets moet worden aangevuld in het projectportaal.
De woontoets wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt de lokale woontoets voor het project "Zonhoven, Sparrenweg" ongunstig.
Aanvraag van Marc Pierre A Bollen namens Aluzon NV gevestigd te Boddenveldweg 7 te 3520 Zonhoven (2021/00253), voor het bouwen van een nieuwe loods, kappen van bomen, slopen bijgebouw en de regularisatie en herinrichting van het terrein met verhardingen, overstromingsbekken, infiltratiebekken en groenvoorziening, en een verandering van de uitbating voor aluminium schrijnwerkerij, gelegen op kadastraal perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 830G en 843E, Boddenveldweg 7.
De hoorzitting inzake het beroep van de heer Peter Cabus namens het Departement Omgeving tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, waarbij een voorwaardelijke vergunning werd verleend d.d. 01/02/2022 aan de heer Marc Bollen namens Aluzon NV te Zonhoven ter plaatse Boddenveldweg 7, zal plaatsvinden op dinsdag 14 juni 2022 om 09.40 uur.
Deze hoorzitting zal plaatshebben in de Europazaal van het Bestuursgebouw van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1 te Hasselt.
Onderstaande richtlijnen dienen aangehouden te worden bij het bezoek aan het provinciehuis:
- Er worden slechts 2 personen toegelaten voor iedere betrokken partij. Dit betekent dat enkel uzelf met uw vertegenwoordiger aanwezig kan zijn op de hoorzitting.
- Indien personen ziektesymptomen vertonen of personen in hun gezin ziek zijn of symptomen vertonen, wordt met aandrang gevraagd NIET naar de hoorzitting te komen en een vertegenwoordiger af te vaardigen.
- Om de samenkomst van het aantal wachtende personen te beperken vragen we om enkel naar het provinciehuis te komen op het gevraagde uur.
- De aanwijzingen op de voorziene stickers/bordjes zijn strikt op te volgen.
- De spreektijd zal beperkt worden tot ca.10 minuten per partij. Dit om de strikte timing van de hoorzittingen te kunnen garanderen.
- De Europazaal is uitgerust met een grote tafel van ca. 4m bij 4m waarbij de aanwezige personen kunnen vergaderen met inachtneming van een fysieke afstand van 1,5m.
Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht dat u kan terugvinden onder ‘alle gebeurtenissen’ of via een bericht voor het beroepschrift dat u kan terugvinden onder de procedurestap ‘fase beroepsperiode’ > ‘beroepschrift’ > ‘acties en overzicht’. Zodra het verslag wordt opgeladen op het Omgevingsloket zal u hiervan een melding ontvangen per e-mail.
Het college van burgemeester en schepenen beslist niet aanwezig te zijn op de hoorzitting van 14 juni 2022.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
De aanvraag werd op 15/03/2022 ontvangen en op 06/04/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 1A binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 22/09/1965 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.115. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.
Op 16/01/1974 werd een wijziging vergund (7204.V.115\01) voor de splitsing van lot 1 in 2 loten (lot 1 en 1bis) met behoud van de oorspronkelijke voorschriften.
Op 17/11/2015 werd een wijziging vergund (7204.V.115\05) voor het opdelen van lot 1 in 2 loten voor open bebouwing (lot 1 en lot 1A). Hierbij werden nieuwe stedenbouwkundige voorschriften opgemaakt voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de nieuw op te richten woning met een horizontale dakoppervlakte van 153m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachine en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratieput met een inhoud van 4190 liter (minimaal 2325 liter) en een infiltratieoppervlakte van 7,24m² (minimaal 3,72m²).
De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren. De verharding voor oprit en pad naar de inkom wordt uitgevoerd met een kiezelverharding en heeft slechts een oppervlakte van 25m²
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is volgens het definitief zoneringplan voor riolering gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
In een recent advies dd 04/04/2022 voor het aanpalende lot 1 werden volgende opmerkingen en voorwaarden geformuleerd die tevens van toepassing zijn op onderhavige aanvraag:
“Het is uiterst belangrijk dat de aanvrager na het verkrijgen van de bouwvergunning zo snel mogelijk zijn aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aanvraagt gezien de beperkte diepte waarop deze in de straat ligt. De putjes worden geplaatst op een afstand van 60 cm van elkaar, met een diameter voor regenwater van 160 mm en voor afvalwater van 125 mm. De effectieve plaats en diepte van de huisaansluiting is pas gekend na plaatsing van de aansluitputjes door Fluvius. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle aanpassingen die de bouwheer moet doen om aan te sluiten, indien niet voldaan aan deze voorwaarden, zijn uitsluitend ten laste van de bouwheer. De aanvraag kan gebeuren op www.fluvius.be.
Volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 05/07/2013 gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, dient het opgevangen hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt te worden voor het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. Een stedenbouwkundige vergunning kan enkel worden afgeleverd als op de hemelwaterput een operationele pompinstallatie wordt aangesloten. De pomp en/of de aftappunten staan niet ingetekend op het rioleringsplan.
Volgens het definitief zoneringsplan bevindt het perceel zich in centraal gebied. Het openbaar rioleringsstelsel is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. Een septische put is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put (2000 liter) voor enkel fecaal water is een optie.
Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte maar ligt nabij een mogelijk overstromingsgevoelig gebied.
In alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is tot de veiligheid van het vergunde project zelf. Enige invloed op het watersysteem of de veiligheid van overige vergunde of vergund geachte constructies is, gelet op de geringe oppervlakte, niet te verwachten. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt.
Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er werden geen rookmelders voorzien op de plannen.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en inrichting van het terrein.
De voorgevel wordt ingeplant op 6m uit de voorste perceelgrens en de zijgevels op 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen. De totale bouwdiepte bedraagt 15m, de bouwdiepte op de (dak)verdieping is voorzien tot een bouwdiepte van 10m.
De nokhoogte bedraagt 9,74m en de kroonlijsthoogte varieert van 2,45m tot maximaal 5,34m.
Voor het hoofdgebouw wordt de nok van het zadeldak evenwijdig met de voorste perceelgrens voorzien. De aanbouw links achteraan (eethoek) krijgt een wolfsdak met de nok haaks op deze van het hoofdgebouw. Het rechter gedeelte van de aanbouw (overdekt terras) krijgt een plat dak.
De woning wordt opgericht als houtskeletbouw met een gevelafwerking in Oud Beerse gevelsteen, een dakbedekking in roestbruin, blauw gesmoorde dakpannen voor de hoofdbouw en bourgondische tegelpannen van de aanbouw. Het buitenschrijnwerk wordt in massief hout uitgevoerd, de dakraampjes in zwart metaal.
Het gelijkvloers omvat de inkomhal met trap en toilet, een wasplaats, een berging, een interne garage, een ruime zithoek, open keuken, eethoek en een overdekt terras.
Op de 1ste verdieping zijn 2 slaapkamers, een dressing en ruime badkamer aanwezig.
Op de dakverdieping wordt een logeerkamer en bergruimte ingericht.
Op het perceel van 623m² wordt naast de bebouwing (ca. 165m²) slechts een minimum aan verhardingen voorzien. Zowel de oprit (2,74m x 6m) naar de garage als het toegangspad (1,20m x 6,65m) naar de inkom worden aangelegd met grindverharding.
Het resterende gedeelte van het terrein wordt ingericht als groene zone met gras en een reeds aanwezige beplanting langsheen de achterste en rechter perceelgrens.
Het maaiveld wordt tot op 30cm boven het straatniveau aangelegd, het vloerpeil gelijkvloers ligt 5cm boven het maaiveld. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet op afgeweken wordt. Die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden aangezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits voorwaarden.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en inrichting van het terrein mits het opleggen van voorwaarden:
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en inrichting van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden aangezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 17/05/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en inrichting van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden aangezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 4 bomen en het bouwen van een vrijstaande woning en een zwembad.
De aanvraag werd op 30 december 2022 ontvangen.
Op 27 januari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 7 februari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 17 februari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 27 februari 2022 tot en met 28 maart 2022.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 14 augustus 2018 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het vellen van 4 acaciabomen. (2018/00116)
(VB_2019_013)
De aanvraag werd op 18 november 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl.:
“agrarisch gebied is louter bestemd voor (para-) agrarisch gebruik, dus zelfs wanneer dit bij een woonperceel behoort is het in principe niet de bedoeling dit te vertuinen. Constructies (zoals verhardingen, een zwembad) en bijgebouwen zijn niet vergunbaar binnen het agrarisch gebied.
Deze constructies en bijgebouwen kunnen uitsluitend volgens de voorwaarden van het vrijstellingenbesluit worden toegelaten binnen het agrarisch gebied (zie art. 2.1, 8° en 11°).
Let wel, wanneer er binnen het agrarisch gebied constructies/bijgebouwen worden geplaatst volgens het vrijstellingenbesluit en men wenst in de toekomst bijkomende constructies/bijgebouwen te voorzien die het maximaal toegelaten volgens het vrijstellingenbesluit overschrijden, zullen deze in principe niet vergunbaar zijn. Gezien de vrij ruime tuinzone binnen woongebied raad ik bijgevolg aan alle constructies/bijgebouwen binnen het woongebied in te planten, ongeacht de mogelijkheden van het vrijstellingenbesluit, om de eigen mogelijkheden in de toekomst niet te hypothekeren.
Wat de afstand van het dak van het overdekt terras tot het agrarisch gebied betreft, in principe zijn hier geen richtlijnen voor. Gezien perceel 110L2 waarschijnlijk niet meer in gebruik zal worden genomen voor agrarische doeleinden, en gezien dit niet bebouwbaar is, lijkt het me geen probleem af te wijken van de bouwvrije zone van 3m. Ik zou er echter wel naar streven een afstand van 1m tot het agrarisch gebied te bewaren.
Let wel, hierin zullen we het advies van het Departement Landbouw en Visserij volgen, dat we dienen te vragen bij een omgevingsaanvraag. Een préadvies van deze instantie lijkt me daarom aangewezen. Dit kan bekomen worden via Adviesvraag.limburg@lv.Vlaanderen.be
Vooraan op de percelen bevindt zich een KLE (Klein Landschaps Element), met name een houtkant/bomenrij. Deze dient behouden te blijven. Ik vind deze niet duidelijk terug op het inplantingsplan, noch wat er mogelijk dient gekapt te worden i.f.v. bv. de inrit. Dit dient duidelijk te worden weergegeven, zodat dit ter advies kan worden voorgelegd aan de groenambtenaar.
De verhouding tussen verharding/bebouwing dient in evenwicht te zijn (dit zal voor deze locatie beoordeeld worden aan de hand van de oppervlakte binnen woongebied), op eerste zicht lijkt me dat binnen het voorstel het geval te zijn. Een correcte beoordeling hiervan kan worden gemaakt indien we beschikken over alle oppervlakte-gegevens.
Wordt het bezoekersparkeren op de inrit voorzien? Het is nl. niet de bedoeling de berm te verharden.
Voor het overige raden wij aan het gedeelte binnen het agrarisch gebied zo ecologisch mogelijk aan te planten en ook op dat vlak niet te vertuinen (wat in principe ook niet toelaatbaar is binnen het agrarisch gebied). Dit levert een enorme bijdrage op vlak van duurzaamheid, wat overal aangewezen is, maar zeker op deze locatie, grenzend aan natuurgebied de Teut en grenzend aan zowel VEN- als habitatrichtlijngebied. Het perceel in landbouwgebied is trouwens momenteel gekarteerd als een complex van biologisch minder waardevolle en zeer waardevolle elementen. We vragen om hier rekening mee te houden. (op het inplantingsplan staat dit deel aangegeven als gazon, wat ecologisch gezien geen waarde heeft)
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 27 februari 2022 tot en met 28 maart 2022.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Agentschap Natuur en Bos
Fluvius
Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in agrarisch waardevol gebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 368,67m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (17,12m²) en het volume (10 000 liter) voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Op 22 februari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Het betreft hier een eengezinswoning, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen.
Via het Omgevingsloket geven wij enkel advies voor appartementen, meergezinswoningen, verkavelingen en wegenis.
Voor uw rioleringsaansluiting geven we u volgende advies:
Bij de sloop van een pand dient de bestaande huisaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel tijdelijk buiten gebruik gesteld te worden door de aanvrager en wel op zo een manier dat de huisaansluiting water- en gronddicht afgesloten wordt en detecteerbaar blijft op eigen terrein.
Bij de aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de bouwheer de bestaande rioleringsaansluiting te detecteren en te hergebruiken. De nieuwe privéwaterafvoer voor vuilwater en eventueel hemelwater dient ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. Ter hoogte van de bestaande huisaansluiting voorziet de bouwheer aan de rooilijn op het privéterrein aparte controleputjes, één voor de vuilwaterafvoer en één voor de hemelwaterafvoer, indien deze nog niet aanwezig zijn. Dit ontslaat de bouwheer niet van het indienen van een aanvraag tot heraansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius. De aanvraag is terug te vinden op www.fluvius.be.
Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het vuilwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. Indien binnenkort een project van start gaat in de straat, kan u best met Fluvius contact opnemen voor de voorwaarden naar voorbehandeling van het vuilwater.
In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit kan door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) als grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put of door twee afzonderlijke septische putten. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.
De afvoer van niet-waterdoorlatende verhardingen (buitenterras/oprit/parking) dient aangesloten te worden op een infiltratievoorziening of mag op eigen terrein afwateren in de naastliggende groenzones.
Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening.
De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.
Gelet op de omzendbrieven, decreten en de code van goede praktijk voor de herwaardering van grachtenstelsels;
Gelet op de overname door Fluvius van riolering- en grachtenstelsels van de gemeente Zonhoven; is Fluvius van mening dat baangrachten enkel mits grondige motivering mogen overwelfd worden. Er wordt slechts 1 overwelving per perceel toegestaan. Fluvius geeft positief advies voor een grachtinbuizing van 5 meter. Na het ontvangen van de vergunning kan de bouwheer zijn verzoek tot inbuizing baangracht indienen bij Fluvius via een aanvraag op www.fluvius.be.
Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.
Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.
Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De percelen zijn gelegen langs de Kapelbergweg, een gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de technische ruimte, de achter inkom en de bureau.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 4 bomen en het bouwen van een vrijstaande woning en een zwembad.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
De percelen zijn gelegen langs de Kapelbergweg, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.
De naastliggende en achterliggende percelen zijn gelegen in agrarisch waardevol gebied volgens het gewestplan Hasselt-Genk. De overzijde van de straat is natuurgebied.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is momenteel bebouwd met een hoeve met schuur en bijgebouwen.
De huidige aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 4 bomen en het bouwen van een vrijstaande woning en een zwembad.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning is functioneel inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het ontwerp voorziet een dubbele carport in de woning.
Bijgevolg wordt het stallen van voertuigen opgevangen op eigen terrein en niet afgeschoven naar het openbaar domein.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 4 bomen en het bouwen van een vrijstaande woning en een zwembad.
De bestaande bebouwing wordt volledig gesloopt waarna er een nieuwe vrijstaande eengezinswoning zal opgericht worden.
De woning wordt ingeplant op 9m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 6m van de rechter perceelgrens en op minimum 1m van het agrarisch waardevol gebied aan de linkerzijde van de percelen.
De woning heeft een bouwbreedte van maximaal 31,70m en een maximale bouwdiepte van 16,80m op het gelijkvloers en 9,24m op het verdiepingsniveau.
De woning wordt afgewerkt met een plat dak en heeft een maximale dakrandhoogte van 6,57m ten opzichte van het maaiveld (= 6,66m ten opzichte van de as van de weg).
De woning wordt uitgevoerd in licht grijze gevelsteen gecombineerd met keramische geveltegels en zwarte aluminium panelen.
De voorgestelde inplanting, bouwdieptes en bouwhoogte vallen binnen de algemeen gehanteerde normen waardoor de woning niet als storend ervaren zal worden in het bestaande straatbeeld.
De aanvraag omvat tevens het aanleggen van een zwembad.
Het zwembad wordt deels ingeplant in de linker zijtuinstrook en deels in de achtertuin.
Het zwembad wordt ingeplant op minimum 1,83m van de linker perceelgrens, op ca. 1,20m van de linker zijgevel van de woning en op minimum 1,60m van de achtergevel van de woning.
Het zwembad heeft een oppervlakte van 36m² (9m x 4m).
Behoudens de bebouwing worden ook verhardingen voorzien.
In de voortuin en de rechter zijtuinstrook wordt een inrit aangelegd die toegang biedt tot de dubbele carport. Aansluitend wordt een toegangspad naar de achterzijde van de woning aangelegd. Deze verhardingen hebben een totale oppervlakte van 118,43m².
In de voortuin wordt nog een toegangspad aangelegd naar de voordeur van de woning. Dit pad met een oppervlakte van 10,8m² wordt uitgevoerd in kiezelverharding.
Aan de linker- en deels aan de achterzijde van de woning, aansluitend op het zwembad wordt een niet-overdekt terras aangelegd. Deze verharding, uitgevoerd in waterdoorlatend materiaal heeft een oppervlakte van 45,45m².
Tot slot omvat de aanvraag het rooien van 4 bomen, nl. zomereiken.
De stamomtrek van de te rooien bomen varieert tussen 1,13m en 2,01m.
De zomereik met een stamomtrek van 1,13m situeert zich ter hoogte van de bouwzone.
De zomereiken met een stamomtrek van 1,24m en 1,78m bevinden zich net langs de op te richten gevels (respectievelijk achter- en voorgevel) waardoor het behoud van deze bomen niet realistisch is.
De laatste boom (omtrek 2,01m) bevindt zich ter hoogte van de inrit.
Hieromtrent wordt het advies van de dienst Facilitair Management, omtrent een heraanplant, zoals aangehaald en besproken onder de titel ‘bespreking adviezen’, gevolgd en uitgebreid.
De nieuw aan te planten bomen dienen ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen (= conform burgerlijk wetboek).
De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.
Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden. Dit wordt herhaald tot de bomen aanslaan.
Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
Bodemreliëf
Het bestaande terreinniveau is gelegen op 0,31m onder de as van de weg ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens en loopt af naar de achterzijde van het perceel. Uit het terreinprofiel blijkt dat het bestaande maaiveld gelegen is op maximum 2,43m onder de as van de weg.
Uit de dwarssnede blijkt dat het bestaande maaiveld 0,72m lager is gelegen dan het rechter aanpalende perceel.
Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het bestaande terreinniveau ter hoogte van de woning wordt opgehoogd tot 0,09m boven de as van de weg en aansluit op het niveau van de rechter buur.
Vanaf ca. 3m achter de achtergevel van de woning (= ca. 30m achter de rooilijn / voorste perceelgrens) zal het nieuwe maaiveld afgevlakt worden zodat het terug aansluit bij het bestaande terreinniveau.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 22 februari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 24 februari 2022 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld mits er voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
Bomen van 2de grootte zijn bomen die op volwassen leeftijd een hoogte tussen de 6 en 12 meter bereiken.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren wensen bijkomende voorwaarden op te leggen omtrent het rooien van de 4 zomereiken.
Er dienen 4 nieuwe streekeigen bomen aangeplant te worden aangeplant om de 4 te kappen bomen te compenseren. Het perceel is hiervoor voldoende ruim. De bomen dienen allen te voldoen aan de voorwaarden gesteld door de dienst Facilitair Management.
De nieuw aan te planten bomen dienen ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen (= conform burgerlijk wetboek).
De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.
Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden. Dit wordt herhaald tot de bomen aanslaat.
Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
Op 5 april 2022 liet het Agentschap Natuur en Bos weten geen advies te verlenen voor de huidige aanvraag, nl.:
“De te kappen bomen maken geen deel uit van een bos. Binnen de gewestplanbestemming woonzone is er geen adviesvereiste vanwege onze administratie.”
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
De plantmaat van de bomen dient minimum 18/20 te zijn en dient minstens van de 2de grootte te zijn (= grootte van de boom als die volwassen is tussen 6m en 12m);
De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.
Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden. Dit wordt herhaald tot de bomen aanslaan.
Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Indien een droogzuiging noodzakelijk is voor de realisatie van de werken, dient op voorhand een omgevingsvergunning/melding voor de droogzuiging aangevraagd te worden via www.omgevingsloket.be;
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 4 bomen en het bouwen van een vrijstaande woning en een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 4 bomen en het bouwen van een vrijstaande woning en een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van een permanente paardenstal.
De aanvraag werd op 18/02/2022 ontvangen.
Op 17/03/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 06/04/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 08/04/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructie aanwezig is en handelingen werden verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het rooien van 5 eiken en het oprichten van een permanente paardenstalling.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructie en de uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren, samenhangend met een compenserende aanplant voor wat betreft de bomen.
Aanmaning – brief 26/04/2021:
Op 15/01/2019 werd er een gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een eengezinswoning. De omgevingsvergunning werd geweigerd voor het regulariseren van een paardenstal en het rooien van 5 eiken. Door onze diensten werd opgemerkt dat 3 bomen op het perceel onherstelbaar gesnoeid werden. Het behoud van deze bomen en hoe ze dienen onderhouden te worden stond duidelijk aangegeven in de voorwaarden van de afgeleverde omgevingsvergunning. Ook het verwijderen van de paardenstal en het heraanplanten van 5 eiken ter compensatie van een reeds gebeurde kap stonden in deze voorwaarden opgenomen. De voorwaarden die opgenomen werden in de omgevingsvergunning luidde als volgt:
Aan geen van bovenstaande voorwaarden omtrent de heraanplant van de bomen, het snoeien van de bestaande bomen en het verwijderen van de paardenstal werd reeds voldaan. De te behouden bomen werden te veel gesnoeid. Er mocht hierbij niet meer dan 10% van het kroonvolume ingesnoeid worden en ook de diameter van de snoeiwonden mogen niet groter zijn dan 10cm. Er werd vastgesteld dat deze onherstelbaar gesnoeid zijn en niet conform bovenstaande voorwaarden. Alle takken van deze bomen werden verwijderd. Om deze reden zal er dus een regularisatie bekomen moeten worden hiervoor.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Departement Landbouw en Visserij
Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De percelen van de aanvraag zijn volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel niet aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
De aangevraagde permanente paardenstal maakt geen deel uit van een professionele paardenhouderij, en moet derhalve als een zonevreemde constructie beschouwd worden. De aanvraag is dus in principe strijdig met de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Stallen voor weidedieren
Art. 4.4.8/2.
§ 1. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie `landbouw' behoren, kan, voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn, een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgegeven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:
1° de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;
2° de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;
3° de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.
Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen wordt rekening gehouden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied.
Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13 werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding `landbouw' worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoren tot de categorie `landbouw'.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet in de volgende gebieden:
1° ruimtelijk kwetsbaar gebied;
2° gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als:
a) bouwvrij agrarisch gebied;
b) agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.
§ 2. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van een stal voor weidedieren, verleend met toepassing van paragraaf 1, vervalt van rechtswege naast de gevallen, vermeld in artikel 99 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft.
Na het verval van de vergunning, vermeld in het eerste lid, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken.
§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van dit artikel, onder meer inzake de berekening en de vaststelling van de termijn van vijf opeenvolgende jaren opgenomen in paragraaf twee, eerste lid.
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen:
De bepalingen van §2. betreffende het verval van de vergunning en de verwijdering van de constructie, blijven van toepassing.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de te regulariseren paardenstal met een horizontale dakoppervlakte van 54,45m² 2 bovengrondse regentonnen van elk 1000 liter aanwezig zijn, voorzien voor een hergebruik voor drinkwater paarden.
De overloop sluit aan op eigen terrein om op natuurlijke wijze in de bodem te infiltreren.
De voorzieningen wijken enigszins af van de verordening, de afwijking wordt niet aangevraagd/ aangegeven. Er is geen specifieke infiltratiezone aangelegd voor infiltratie van het hemelwater.
In principe dient deze een opvangcapaciteit te hebben van 1363 liter en 2,18m².
Gelet op de beperkte dakoppervlakte, de opvang voor (niet verplicht) hergebruik (drinkwater paarden en mogelijk ook reinigen stallen) van 2000 liter en de ruime oppervlakte van het terrein, is deze afwijking aanvaardbaar.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Niet van toepassing
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep kleiner is dan 1000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van een permanente paardenstal.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Waardstraat, een gemeenteweg ten noordoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door residentiële bebouwing in openen halfopen verband langsheen de straatzijden en een achterliggend groen ingevuld agrarisch gebied dat aansluit op een bosgebied.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag omvat het regulariseren van een permanente paardenstal.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Met de huidige aanvraag wenst men tevens aan te tonen dat inmiddels voldaan werd aan de voorwaarden zoals opgenomen in de gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd op 15/01/2019 voor het bouwen van een eengezinswoning.
De omgevingsvergunning werd geweigerd voor het regulariseren van een paardenstal en het rooien van 5 eiken.
Omwille van het feit dat 3 eiken onherstelbaar gesnoeid werden en de opgelegde compenserende aanplant van 5 eiken voor een reeds uitgevoerde kap, werden 8 nieuwe bomen aangeplant. Het betreft 4 moeraseiken en 4 zomereiken met behoud van 2 bestaande eiken.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie paardenstal is principieel inpasbaar in de omgeving. Het betreft een stal voor hobby-doeleinden die aansluit op de huiskavel van de eigenaar/ aanvrager.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag heeft geen enkele impact op de verkeersgeneratie.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
De te regulariseren stal bevindt zich binnen een straal van 35,44m afstand tot de achtergevel van de woning van de aanvrager.
De stal heeft een breedte van 3m en een bouwdiepte van 12m, aan de linkerzijde een dakoversteek van 1m. De totale dakoppervlakte komt op 55m², alle oversteken meegerekend.
De rechter zijgevel bevindt zich op 1m à 1,50m afstand tot de rechter perceelgrens.
De constructie werd afgewerkt met een houten beplanking, het traliewerk in staal, de dakbedekking in metaalplaten met motief van rode pannen.
In het bijgebouw werden 2 stallen van elk 8,5m² (exclusief de dakoversteek van 3m²/ stal) voorzien en een opslagruimte voor stro van 12m² en een opslagruimte van 8,5m².
De aanvraag bevat de nodige bewijsstukken dat 1 paard en 1 pony gehouden worden en geeft aan dat ca. 2500m² graasland aanwezig is en een bijkomend graasland van zo’n 7500m² gehuurd wordt.
De stal mag enkel gebruikt worden voor het verblijf van weidedieren in combinatie met een bergruimte in functie van dit verblijf (hooi, voeder…).
Volgende richtinggevende cijfers, gehanteerd door het departement Landbouw & Visserij voor berekening van de professionele stalling, worden gevolgd:
Met betrekking tot grote weidedieren, zoals paarden:
De vloeroppervlakte van de stal in totaal bedraagt 43,5m²; gelet op de hoger aangehaalde richtinggevende cijfers is dit aanvaardbaar voor 2 (grote) weidedieren.
Via een onverharde uitweg van 3m breed op het perceel van de huiskavel van de aanvrager, is de achterliggende weide bereikbaar.
De regularisatie van de permanente paardenstal is aanvaardbaar.
Uit het inplantingsplan en fotodossier blijkt tevens dat er 8 nieuwe eiken aangeplant werden op de huiskavel, voor het gedeelte van het terrein waar de stal zich bevindt. Het betreft 4 moeraseiken en 4 zomereiken, aangeplant in een dubbele rij op minimaal 2,50m afstand tot de rechter perceelgrens en een minimale onderlinge afstand van 2,74m. De 2 bestaande eiken blijven behouden.
De paarden hebben geen toegang tot de zone waar de aanplant werd uitgevoerd.
Met betrekking tot de heraanplant van de bomen, een voorwaarde uit de omgevingsvergunning voor de woning van aanvrager, werd de aanvraag voorgelegd aan de dienst Facilitair Management (zie verder “Bespreking adviezen”). De voorwaarden, opgenomen in het advies, dienen nageleefd te worden om de groeikansen en gezondheid van de nieuwe en bestaande bomen te garanderen.
Bodemreliëf
Er is geen ophoging van het bodemreliëf voorzien, het bestaande terreinniveau dient dan ook behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Op een afstand van 50 meter rond de stal zijn diverse woningen gelegen.
Dit maakt dat er enige geurhinder kan ontstaan.
In een bijkomende nota werd aangegeven dat de paardenmest langsheen de grenzen van de weide geschept wordt waar deze al (deels) kan composteren en dat deze 4 maal per jaar over het terrein uitgespreid wordt. Hierdoor is geen echte “mesthoop” aanwezig en wordt de geurhinder tot een minimum beperkt.
Indien in de toekomst toch geurhinder zou ontstaan dient de aanvrager de nodige stappen te ondernemen om deze te beperken door deze bijvoorbeeld af te voeren.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerking gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw vraag tot advies m.b.t. de regularisatie van een paardenstal ontvangen.
Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een perceel dat gelegen is in agrarisch gebied en gaat niet uit van een beroepsmatig landbouwbedrijf. De aanvraag moet bijgevolg afgetoetst worden aan de bepalingen die zijn opgenomen in Art. 4.4.8/2. van de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening:
“§ 1. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie `landbouw' behoren, kan, voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn, een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgegeven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:
1° de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;
2° de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;
3° de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.
Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen wordt rekening gehouden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied.
Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13 werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding `landbouw' worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoren tot de categorie `landbouw'.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet in de volgende gebieden:
1° ruimtelijk kwetsbaar gebied;
2° gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als:
a) bouwvrij agrarisch gebied;
b) agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.
§ 2. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van een stal voor weidedieren, verleend met toepassing van paragraaf 1, vervalt van rechtswege naast de gevallen, vermeld in artikel 99 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft.
Na het verval van de vergunning, vermeld in het eerste lid, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken.”
De vergunningverlenende overheid dient na te gaan of de aanvraag aan de bovenvermelde bepalingen voldoet en kan desnoods voorwaarden opleggen in de vergunningsbeslissing. Het aftoetsen van deze bepalingen vraagt geen landbouwkundige afweging. Het Departement Landbouw en Visserij heeft dan ook niet geëvalueerd of voorliggende aanvraag past binnen de bepalingen van art. 4.4.8/2.
Verder wensen wij de vergunningverlenende overheid erop te wijzen dat het artikel 4.4.8/2 geen uitzonderingsbepaling omvat voor eventuele aanhorigheden en er bijgevolg geen vergunningsgrond bestaat voor gerelateerde infrastructuur zoals een rijpiste, een stapmolen, verhardingen (al dan niet waterdoorlatend), de opslag van voer of stro of zelfs vergunningsplichtige mestvaalten. Het al dan niet overdekt opslaan van voer, stro of mest zal moeten gebeuren binnen de maximale vloeroppervlakte zoals voorzien in het decreet.
Bovendien moet de stal in de onmiddellijke nabijheid (binnen een straal van 50 m) van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning worden opgericht. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelt in arrest RvVb-A-1920-0208 (22 oktober 2019) dat met “een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning” de woning van de aanvrager wordt bedoeld. Volgens de Raad moet er dus een band bestaan tussen de aanvrager van de hobbystal en de woning waarbij de hobbystal wordt opgericht en kan een hobbystal in landbouwgebied bijgevolg enkel worden opgericht bij de eigen woning van de aanvrager. De woning dient zich evenwel niet op hetzelfde perceel te bevinden als het perceel waarop de hobbystal wordt ingeplant. De hobbystal moet volgens artikel 4.3.5, § 1 VCRO wel langs een voldoende uitgeruste weg gelegen zijn.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De aanvraag werd getoetst aan de afwijkingsbepalingen van art. 4.4.8/2 van de VCRO (zie “Afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften – Stallen voor weidedieren”) en voldoet hieraan.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houtwerk bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten worden best vermeden aangezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van een permanente paardenstal mits het opleggen van voorwaarden:
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een permanente paardenstal, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 19/05/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van een permanente paardenstal, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelafwerking bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg.
De aanvraag werd op 15/01/2022 ontvangen en op 11/02/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 21/02/2022 tot en met 22/03/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd diverse malen in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen februari 2020 en oktober 2021 (VB_2020_056), enerzijds mbt de vergunningstoestand en 2 woonentiteiten voor nr. 3 en later mbt een bijkomende woonentiteit op het naastliggende terrein en een grondafstand.
De aanvraag houdt geen rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg wat betreft het vermeerderen van het aantal woonentiteiten.
“03/06/2021 - volgende werd reeds meermaals gecommuniceerd:
"Op deze locatie wensen we geen (nieuwe) meergezinswoningen te vergunnen.
Bebouwing in het kader van de geldende verkaveling is uiteraard wel mogelijk. Het advies van het Agentschap wegen en verkeer is hierbij ook richtinggevend. Daarnaast zullen ook steeds de ruimtelijke en woonkwaliteiten beoordeeld worden.
We wensen u ook nog attent te maken betreffende de onvergunde bestaande toestand:
- in de realiteit situeert zich in de bestaande HOB een krantenwinkel (onvergunde functie)
- het onbebouwde perceel werd zonder vergunning verhard met kiezel en functioneert als parkeerruimte voor deze krantenwinkel?
- het bijgebouw ter hoogte van Beringersteenweg 3 werd niet ingeplant conform de vergunning uit 1968
- de woning ter hoogte van Beringersteenweg 3 werd niet ingeplant conform de vergunning uit 1965 .
Bovendien werd in het verleden de gemeenschappelijke perceelsgrens tussen beide loten uit de originele verkaveling beperkt aangepast.
Lot 2 verkreeg hierdoor een perceelbreedte van 12.50 meter.
De originele verkaveling werd afgeleverd onder een aantal expliciete voorwaarden.
Een van deze voorwaarden omvat de kosteloze grondafstand voor de verbreding van de Beverzakbroekweg.
Het is voor de dienst RO niet geheel duidelijk of deze overdracht reeds werd uitgevoerd.
Hiervoor verwijzen wij u graag door naar de dienst contractmanagement van de gemeente Zonhoven (contractmanagement@zonhoven.be)."
De parkeernorm bedraagt inderdaad 1,5/WE, maar dit mag niet leiden tot een overdreven perceelverharding.
Ons inziens geven de verkavelingsvoorschriften de maximale mogelijkheden weer.”
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd.
Het betreft de bijkomende functie, inplanting, verhardingen, wijziging perceelcontouren.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren, te verwijderen of aan te passen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 21/02/2022 tot en met 22/03/2022.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Agentschap Wegen en Verkeer
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Inter Vlaanderen
Fluvius
Fluxys nv
Dienst Contractmanagement
Proximus
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.
Voor Bijlage III rubriek 10b werd aangegeven dat geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn.
De conclusie kan niet bijgetreden worden.
De initiatiefnemer dient via een project-m.e.r.-screeningsnota aan te tonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Hier werd enkel aangegeven dat geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn.
De mogelijke effecten op milieu en omgeving werden onvoldoende omschreven en bijgevolg kan niet uitgemaakt worden of de mogelijke milieueffecten van het project al dan niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als loten 2 en 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 10/07/1963 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.28. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavels kregen als bestemming eengezinswoning.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
II. Algemene stedenbouwkundige voorschriften
II. Bijzondere stedenbouwkundige voorschriften
Afwijkingen
Het aangevraagde ontwerp voorziet een samenvoeging van de loten 2 en 3 waarbij 3 woonentiteiten voorzien worden in de vorm van 2 halfopen bebouwingen waarbij in het links gelegen gebouw 2 woonentiteiten voorzien worden.
De kroonlijsthoogte van het links gelegen gebouw bedraagt 6,15m, de kroonlijsthoogte van het rechts gelegen gebouw bedraagt 5,70m.
De gevelbekleding is voorzien in hout (bruine kleur).
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor elke woonentiteit een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan.
De overloop van de 3 hemelwaterputten sluit aan op een gemeenschappelijke infiltratieput met een inhoud van 1500 liter en een infiltratieoppervlakte van 5,2m².
De aanstiplijst werd niet correct ingevuld. Men geeft enerzijds aan dat het gaat om 3 nieuwbouw/ herbouw eengezinswoningen maar neemt dan nadien slechts een gedeelte van de dakoppervlakte in aanmerking voor berekening van de infiltratievoorziening waarbij men in minus uitkomt.
Controleberekening
Uitgaande van 1 hemelwaterput van 5000 liter per woonentiteit, waarbij per entiteit een aparte pompinstallatie voor hergebruik voor sanitair en een buitenkraan wordt voorzien, kan men voor de totale horizontale dakoppervlakte van 220,59m² een oppervlakte van 120m² (3x60m²) in mindering brengen voor berekening van de (gemeenschappelijke) infiltratieput.
Voor de resterende oppervlakte van 40,59m² dient de infiltratieput een minimale inhoud van 1015 liter te hebben en een minimale infiltratieoppervlakte van 1,62m².
Met de voorgestelde voorziening van 1500 liter en 5,2m² wordt hieraan voldaan.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De parkeerzone wordt aangelegd met grasdallen, de looppaden in waterpasserende klinkers en het hemelwater van de terrassen gelijkvloers kan infiltreren in de aangrenzende groenzones.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 01/03/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
Naar aanleiding van uw brief/mail van 6-04-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 1296B2 - 1296C2, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen:
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De bouwpromotor moet voldoen aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen en in dit geval hier in het bijzonder het verkavelingsreglement "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten ". Dit reglement kan u en de bouwpromotor terugvinden op onze website www.fluvius.be.
De bouwheer dient Fluvius alle gegevens te bezorgen met betrekking tot gevraagde vermogens om de tussenkomst die de bouwpromotor dient te betalen, te bepalen.
De bouwheer dient zijn aanvraag te doen op de website www.fluvius.be, via ‘Mijn Fluvius’ nadat de bouwvergunning is verleend. Dit dient tijdig te gebeuren zodat de aanvraag op een efficiënte manier kan afgehandeld worden en de uitvoering tijdig kan gebeuren. Bij de aanvraag engageert de aanvrager zich tot het betalen van de studiekosten.
Het is mogelijk bij grote vermogens dat de bouwheer een ruimte voor een elektriciteitscabine ter beschikking moet stellen. De bereikbaarheid en bouwkundige voorwaarden dienen steeds besproken te worden met Fluvius. Een gedetailleerde aansluitstudie zal dit uitwijzen. Fluvius maakt deze studie na ontvangst van de aansluitingsaanvraag met de benodigde vermogens.
Indien bij de definitieve aanvraag blijkt dat de gevraagde vermogens buiten de standaardnormen vallen kan onze visie nog wijzigen in functie van de gevraagde vermogens. De kosten voor de eventueel te verplaatsen leidingen vallen integraal ten laste van de aanvrager.
Bij uw aanvraag voor een aansluiting elektriciteit en/of gas is het aan te raden meteen ook uw aanvraag voor de aansluiting op teledistributie te doen. Dit zal helpen om tot een vlotte uitvoering te komen van alle aansluitwerken. Aansluitingen elektriciteit, gas en teledistributie zijn aan te vragen op de algemene site www.fluvius.be waarna een infobrochure toegestuurd wordt.
Algemene voorschriften:
Riolering:
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in uw stedenbouwkundig dossier.”
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Toegankelijkheid
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.
De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan Inter Vlaanderen.
Inter Vlaanderen geeft in het advies, verleend op 08/03/2022, aan dat er geen bezwaar is tegen de aanvraag:
“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding.
In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.
Niet van toepassing.
Het project valt niet onder de toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.
1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv
• Er is geen toegankelijkheidstoelichting aanwezig.
• Er worden geen afwijkingen aangevraagd.
2 Verplichting advies
• Niet verplicht.
3 Toepassingsgebied
Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.
De aanvraag betreft:
• Art 2 §1, 2°: Het betreft handelingen waarvoor in dit besluit geen normen worden opgelegd.
Dit dossier omvat het verbouwen van een eengezinswoning naar een tweewoonst. Dit project valt buiten het toepassingsgebied van de verordening.
Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.
4 Normen
Niet van toepassing.
5 Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO
Niet van toepassing.
6 Bijkomende informatie
Evacuatie bij brand:
De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.
Aanbevelingen voor het realiseren van een integraal toegankelijk gebouw:
• Handboek Toegankelijkheid Publieke Gebouwen (www.toegankelijkgebouw.be)
• Vademecum ‘Publiek toegankelijk domein’”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Artikel 4.3.7. Toegang van gehandicapten tot gebouwen/publiek toegankelijk
De omgevingsvergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, wordt niet verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Artikel 4.3.8. Rooilijnplan
§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:
1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.
Het perceel is gelegen aan een gewestweg.
Op de voorliggende weg is een goedgekeurde rooilijn van kracht.
De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan de wegbeheerder, het agentschap Wegen & Verkeer.
Het advies van 23/02/2022 van het agentschap Wegen & Verkeer is voorwaardelijk gunstig:
“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN
1.Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720002 van 0.0 +10 tot 0.0 +32):
Publiciteit:
2. Constructie voor rooilijn
De parkings en verhardingen mogen niet worden ingepland vóór de ontworpen rooilijn.
3.Constructie in zone van achteruitbouw
4.Constructie op of over openbaar domein
5. Toegang
6. Mobiliteitsimpact
Voor Agentschap Wegen en Verkeer is het voldoende per appartement 1,5 parkeerplaats in te richten op eigen terrein.
GUNSTIG ADVIES ONDER VOORWAARDEN
AWV verleent een VOORWAARDELIJK GUNSTIG advies indien er voldaan wordt aan de bijzondere en algemene voorwaarden:
AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG
Zie advies in bijlage.”
De aanvraag is niet in strijd met het rooilijnplan mits naleving van de voorwaarden en aandachtspunten zoals opgenomen in het advies van de wegbeheerder, het Agentschap Wegen en Verkeer.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst op elke bouwlaag van de woningen. Voor de woning gelijkvloers links in de gang; voor de bovenliggende woning in de keuken op de 1ste verdieping en de slaapkamer op de dakverdieping; voor de rechts gelegen woning in de berging gelijkvloers, de berging op de 1ste verdieping en de zolderberging op de dakverdieping.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heringericht worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren/ erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving voor wat betreft de mer-screening omwille van volgende redenen:
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd op 10/07/1963( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Afwijkingen verkavelingsvoorschriften
II. Algemene stedenbouwkundige voorschriften
II. Bijzondere stedenbouwkundige voorschriften
Het aangevraagde ontwerp voorziet een samenvoeging van de loten 2 en 3 waarbij 3 woonentiteiten voorzien worden in de vorm van 2 halfopen bebouwingen waarbij in het links gelegen gebouw 2 woonentiteiten voorzien worden.
De kroonlijsthoogte van het links gelegen gebouw bedraagt 6,15m, de kroonlijsthoogte van het rechts gelegen gebouw bedraagt 5,70m.
De gevelbekleding is voorzien in hout (bruine kleur).
De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
De percelen van de aanvraag zijn gelegen aan de Beringersteenweg, een gewestweg ten zuiden van het centrum van Zonhoven, op de hoek met de Beverzakbroekweg en nabij de aansluiting met de Heuveneindeweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door een vrij gevarieerde bebouwingstypologie met voornamelijk residentiële bebouwing in de directe omgeving en in de ruimere omgeving komen ook woningen met kleinschalige handelsfuncties, een appartementsgebouw met supermarkt voor en diverse grotere handelszaken langs de Heuveneindeweg .
Het perceel links van de aanvraag is bebouwd met een vrijstaande hoekwoning met 2 bouwlagen onder een hellend dak, aan de rechterzijde grenst het terrein van de aanvraag aan de Beverzakbroekweg.
Omschrijving van de aanvraag
De 2 percelen van de aanvraag maken deel uit van een verkaveling anno 1963 en waren oorspronkelijk bedoeld voor het oprichten van 2 eengezinswoningen in halfopen verband.
Het links gelegen gedeelte (gekend als lot 2) werd in 1965 bebouwd met een eengezinswoning in halfopen verband met 2 bouwlagen en een zadeldak.
De inplanting van deze woning werd verder naar achter uitgevoerd dan vergund. Op het terrein werd later een bijgebouw achter de woning, tot tegen de linker perceelgrens , gebouwd en werd een vrij ruime asfaltverharding aangelegd, een erker aangebouwd aan de voorzijde en in het gebouw werd ook een krantenwinkel ingericht.
Momenteel zijn er 2 woongelegenheden ingericht, 1 op het gelijkvloers en 1 op de verdieping, intern werden reeds diverse aanpassingswerken doorgevoerd.
Met de huidige aanvraag wenst men de bestaande woning te regulariseren en te verbouwen alsook een uitbreiding aan de rechterzijde (zgn. lot 3)te voorzien zodat een gebouw met 3 woongelegenheden ontstaat op de samengevoegde loten 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28. Het terrein wordt ingericht met een gemeenschappelijke parkeerruimte en groenzone alsook met 2 privatieve tuinzones en een gemeenschappelijke fietsenberging.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie wonen is verenigbaar met de woonomgeving doch meergezinswoningen zijn niet wenselijk op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 5 autostaanplaatsen voor 3 woongelegenheden aan de achterzijde van het goed met uitweg naar de Beverzakbroekweg.
Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
Hoe de wagens vanaf parkeerplaatsen 4 en 5 moeten uitrijden werd niet aangegeven, vermoedelijk kan dit enkel achterwaarts indien de overige 3 plaatsen bezet zijn. De wettelijke plantafstand voor de haag tussen parkeerplaats 5 en de Beverzakbroekweg is tevens onvoldoende waardoor de uitvoering van 1 parkeerplaats in het gedrang komt.
Naast de parkeerruimte voor wagens, wordt een gemeenschappelijke overdekte fietsenberging voorzien in de linker zijtuinstrook, op de voorgevellijn. Hier zouden een 6-tal fietsen geplaatst kunnen worden volgens plan, of de breedte voldoende ruim is om praktisch te zijn is twijfelachtig.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
Met de voorgenomen werken wordt de bestaande bebouwing aan de linkerzijde behouden waarbij de voorgevel op minstens 4,81m afstand tot de voorste perceelgrens gelegen is en de linker zijgevel op 2,96m afstand tot de linker perceelgrens. De bouwdiepte van het gelijkvloers is 13,28m, deze van de verdieping en dakverdieping 8,79m waarbij op de eerste verdieping een dakterras voorzien is tot op een bouwdiepte van 12m.
De nieuwe uitbreiding aan de rechterzijde wordt dieper op het terrein ingeplant, zijnde op minstens 8,05m afstand tot de voorste perceelgrens. Er wordt een minimale afstand van 5m tot de rechter perceelgrens aangehouden. De bouwdiepte van het nieuwe gedeelte bedraagt 10m, zowel op het gelijkvloers als op de 1ste verdieping en dakverdieping.
Het geheel heeft 2 bouwlagen, afgewerkt met een zadeldak waarbij de nokhoogte tov het maaiveld 10,04m bedraagt en de kroonlijsthoogte 6,16m voor het linker gedeelte en 5,80m voor het rechter gedeelte. De gelijkvloerse aanbouw links heeft een plat dak met dakrandhoogte van 3,70m.
Links vooraan het gebouw wordt, in het verlengde van de voorgevel een overdekte fietsenstalling opgericht tot tegen de linker perceelgrens. De aanbouw heeft een breedte van 2,96m en een bouwdiepte van 3,50m. De bouwhoogte bedraagt 2,75m, gemeten vanaf het maaiveld. De inplanting van de fietsenberging, gelijk met de voorgevel, is visueel niet wenselijk. Constructies in een zijtuinstrook dienen achter de voorgevel opgetrokken om de gevellijn te doorbreken (minimaal 1,5m). Naast de ongelukkige inplanting van de gemeenschappelijke fietsenberging, dient men zich hier tevens de vraag te stellen waar men zijn afval dient te stockeren en voor de 2 woonentiteiten met tuinzone is geen tuinberging voorzien. Een gekoppelde kleine tuinberging in beide tuinzones om fietsen, afval en tuinmateriaal te stallen/ op te bergen was meer wenselijk geweest. In de berging links van de inkom voor de woonentiteit boven, had met een bergruimte (fietsen, afval) voor de hoger gelegen entiteit kunnen inrichten.
Volgens de gevelplannen en bijhorende legende wordt het volledige gebouw afgewerkt met een gevelbekleding in hout en wordt de fietsenberging afgewerkt met zwartkleurige pannen.
Aangezien op de grondplannen diverse verwijzingen naar de plaatsing van steenstrips aanwezig zijn en in de legende het materiaal nr. 6 ontbreekt, dient geconcludeerd dat de opgegeven nummering in de legende niet overeenstemt met deze op de gevelplannen. Er kan slechts vermoed worden dat de woning een gevelafwerking in grijsbruine gevelsteen/ steenstrip krijgt en de fietsenberging in hout uitgevoerd wordt en de dakbedekking met zwarte pannen. De legende geeft geen isolatiemateriaal weer. Voor het nieuw op te richten gedeelte is vermoedelijk isolatie voorzien, voor het bestaande gedeelte is dit twijfelachtig maar niet uitgesloten.
Vergunningen afleveren op basis van vermoedens is niet opportuun.
Bemerking: Er wordt hout gebruikt voor de gevelbekleding. Hout is niet altijd de meest duurzame oplossing. Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropische houtsoorten worden best vermeden aangezien deze op vlak van ecologie zeer slecht scoren. Dit wordt meegegeven als bemerking.
Binnen het te verbouwen gedeelte worden 2 woonentiteiten voorzien, 1 gelijkvloerse woning en 1 woning op de 1ste verdieping en dakverdieping. In het nieuwe gedeelte aan de rechterzijde wordt 1 woonentiteit voorzien.
Indeling gelijkvloers links:
Inkom met trap naar de woonentiteit op de verdieping, inkom gelijkvloers appartement, zitkamer met daarachter de keuken en eethoek, 2 bergingen, een apart toilet, kleine badkamer en 2 slaapkamers.
Aan de achterzijde is een terras voorzien, aansluitend op de eethoek/ keuken.
Voor deze woonentiteit is een achtertuin van zo’n 16m diep aanwezig.
Indeling woonentiteit 1ste verdieping en dakverdieping:
Traphal, L-vormige leefruimte met open keuken, bureau, badkamer en berging op de 1ste verdieping en een dakterras van 7,39m x 3,21m op 1,28m uit de achtergevellijn en 1,90m uit de zijgevellijn. Op de dakverdieping is een overloop aanwezig met links een dressing en rechts een slaapkamer.
Indeling woonentiteit nieuw gedeelte rechts:
Tellerlokaal met rechtstreekse toegang voor de 3 woongelegenheden, inkomhal met toilet, zithoek, keuken met eethoek, berging en traphal op het gelijkvloers. Aansluitend op de eetruimte/ keuken is een terras voorzien.
Op de verdieping zijn 2 slaapkamers, een ruime berging en een kleine badkamer aanwezig.
Op de dakverdieping is een berging/ zolderruimte voorzien.
Voor deze woonentiteit is een achtertuin van zo’n 15m diep aanwezig.
De indeling van de woningen oogt weinig kwalitatief. De sanitaire ruimtes werden zeer minimaal gehouden, de bergruimte van 2 woningen is verhoudingsgewijs ten opzichte van badkamer/ slaapkamer/ leefruimte dan weer behoorlijk ruim.
Een aantal ruimtes verkregen door insprongen en schikking minder gebruiksvriendelijke vormen. Men krijgt de indruk dat er slechts verder gebreid wordt op een reeds uitgevoerde doch ondoordachte indeling waarbij kwaliteit ondergeschikt is aan kwantiteit.
Naar ons aanvoelen kunnen slechts 2 kwalitatieve wooneenheden gerealiseerd worden.
Rechts achteraan op het terrein wordt een parkeerzone ingericht, toegankelijk via een inrit van 3m via de Beverzakbroekweg. Op zich een correcte situering aangezien een uitweg via Beringersteenweg vlakbij de kruising met Heuveneindeweg veel minder veilig zou zijn. Of de inrichting van de parkeerzone zelf met 5 autostaanplaatsen voldoende praktisch is en realiseerbaar zoals voorgesteld is twijfelachtig. De draaicirkels voor het uitrijden worden niet weergegeven op het inplantingsplan, voor een aantal parkeerplaatsen zal men achterwaarts moeten uitrijden.
Voor de haag tussen de berm en de parkeerzone is slechts 40cm voorzien terwijl de wettelijke plantafstand reeds 50cm bedraagt. Een niet uitvoerbaar voorstel bijgevolg, het verschuiven van de parkeerplaatsen zou betekenen dat het pad naar de inkom vooraan niet uitgevoerd kan worden.
Woondichtheid en ruimtegebruik
Eén van de doelstellingen van het huidige stedenbouwkundige beleid is het voldoen aan kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte, zonder Vlaanderen te laten dichtslibben. Er wordt in eerst instantie verdichting van bebouwing en bewoning in woon- en stadskernen vooropgesteld om aan deze eisen te kunnen voldoen. Bij het inrichten van de ruimte voor woningbouw is het wel belangrijk dat de draagkracht van de ruimte niet overschreden wordt. De draagkracht van de ruimte wordt omschreven als de mogelijkheid om nu en in de toekomst menselijke activiteiten op te nemen zonder dat dit tot conflicten leidt. Zo mag de te realiseren bestemming de aanwezige en de te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen.
In eerste instantie moet op perceelniveau gezocht worden naar een ruimtelijk evenwicht. Daarnaast moet ook worden uitgegaan van de specifieke kenmerken van de omgeving.
Bijkomend op de reeds hoger aangehaalde knelpunten qua kwaliteit en praktische bruikbaarheid, ligt de bouwdichtheid veel te hoog voor deze locatie.
In de beschrijvende nota wordt aangegeven dat de woondichtheid 19,5 WE/Ha bedraagt maar geeft daarbij aan dat de oppervlakte van de 2 percelen 861m² bedraagt en dat bij de berekening van de woondichtheid de helft van de aangrenzende wegen meegeteld werd (1530m² ipv 861m²).
Wanneer we echter de kadastrale oppervlakte van beide percelen nemen van 949m², en dit zonder de aftrek van de nodige grondafstand van 112m² die nog dient te gebeuren, komen we voor 3 wooneenheden reeds uit op een woondichtheid van meer dan 31 WE/Ha.
Voor de oppervlakte van 837m² (949m² minus grondafstand 112m²) bedraagt de woondichtheid 35,84 WE/Ha.
Zoals reeds meegedeeld in voorgaand overleg is de Beringersteenweg niet gelegen binnen of nabij de afbakening regionaal stedelijk gebied/een deelkern.
Binnen de voorbespreking van het dossier werd dan ook aangegeven dat verdere verdichting hier niet wenselijk is doch dat, gezien de omvang van het perceel en de geldende verkaveling, een bebouwing met 2 eengezinswoningen niet uitgesloten is omwille van de verkoopbaarheid van het terrein en zoals voorzien in de verkaveling.
De aanvraag voorziet echter 3 wooneenheden, wat resulteert in een woondichtheid van 35,84 WE/Ha. De vooropgestelde woondichtheid ligt ver boven de streefcijfers waardoor de draagkracht van de omgeving ernstig geschaad wordt.
De streefcijfers worden niet gehanteerd om er geen gevolg aan te geven. De aangrenzenden moeten tevens kunnen beroep doen op de vooropgestelde woondichtheid van het gebied.
Het spreekt dus voor zich dat de gevraagde woondichtheid van 35,84 woningen per hectare te hoog is voor deze specifieke locatie.
Ongeacht de mogelijk afgeleverde vergunningen in de omgeving, werd intern beslist dat er aangesloten wordt op de huidige Vlaamse visie. De Vlaamse visie op verdichting en ontdichting en het algemeen stedenbouwkundig beleid is sterk gewijzigd de laatste jaren waardoor een verwijzing naar eerdere vergunningen niet relevant is. Daarnaast is op dit moment het Ruimtepact 2040 van de provincie Limburg in opmaak, waar specifieke kernen worden benoemd waar verdichting, in een bepaalde mate, mogelijk zal zijn. In de gebieden gelegen buiten deze kernen wordt geen enkel groeipotentieel voorzien. Dit stemt overeen met de visie gehanteerd binnen de gemeente Zonhoven.
De gemeente wenst geen nieuwe precedenten te creëren en niet verder te breien aan een gedachtengoed waar zij zich niet langer achter schaart.
Door minimum gevelbreedtes/bouwkaders en maximum woondichtheden als norm aan te wenden hoopt de gemeente het verdichtingsproces te kunnen sturen richting de gewenste locaties. Stedenbouwkundige regelgeving en ruimtelijke visie zijn veranderlijke begrippen. Wanneer men zaken blijft vergunnen op dezelfde wijze als in het verleden kan nooit een gewenste verandering tot stand worden gebracht.
Gezien het eigendom gelegen is in woongebied en binnen een goedgekeurde verkaveling waarbij er 2 loten voor een eengezinswoning toegelaten worden, kan het eigendom wel worden voorzien van 2 eengezinswoningen.
Bodemreliëf
Het bestaande maaiveld bevindt zich op 6cm boven het peil van de wegas en blijft aangehouden.
Het vloerpeil van het gebouw links (verbouwing) ligt op 36cm boven het maaiveld, het vloerpeil van de nieuwbouw rechts ligt op 15cm boven het maaiveld.
Aangezien geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn, dient het bestaande niveau behouden te blijven.
Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.
Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving:
BESPREKING ADVIEZEN
“Gunstig onder voorwaarde van gratis grondafstand van lot 1 zoals weergegeven op het plan opgemaakt door landmeter-expert Pieters dd. 02/11/2021.
De eigenaars hebben een akkoordverklaring overgemaakt waarbij ze zich akkoord verklaren met betrekking tot de gratis grondafstand van lot 1 zoals weergegeven op het plan opgemaakt door landmeter-expert Pieters dd. 02/11/2021. De gemeenteraad heeft diens goedkeuring verleend en de notaris is op 2 februari 2022 aangesteld om de akte op te maken en te verlijden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Fluxys Belgium bezit geen aardgasvervoerinstallaties die beïnvloed worden door uw aanvraag. Wij hebben bijgevolg geen bezwaar tegen de aflevering van de bovenvermelde vergunning(en) en danken u ons geraadpleegd te hebben in het kader van het onderzoek de commodo et incommodo.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Dit advies betreft voor aanvraag Beringersteenweg 3 :
We vragen een omgevingsvergunning aan om het bestaande pand op te splitsen tot een tweewoonst, en om een nieuwe grondgebonden woning te bouwen. Dit advies geldt alleen als bovenstaande aanvraag wordt goedgekeurd (aanvraag zie addendum)
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.
Er werd telefonisch meer informatie gevraagd op 14/02/2022 in verband met de gemeenschappelijke ruimte van de watermeters bij architect Erwin Vaes .”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.
Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen aanvraag de ruimtelijke draagkracht van het gebied overschrijdt, dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken onvoldoende inpasbaar zijn in de onmiddellijke omgeving en dat onvoldoende woonkwaliteit geboden wordt. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg:
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 18/05/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afwijken van de verkavelingsvoorschriften, maar niet tot het weigeren van de omgevingsaanvraag:
Het CBS volgt het advies van de GOA niet inzake de woondichtheid en beslist een vergunning af te leveren. Het perceel bevindt zich op een zeer specifieke locatie, dichtbij de nodige voorzieningen en heeft een uitstekende aansluiting op het openbaar vervoer. Het CBS oordeelt dat dit één van de specifieke locaties is in Zonhoven waar een kleine extra woongelegenheid aanvaardbaar is.
In de directe omgeving bevinden zich meerdere appartementen, een grootschalig tankstation en een supermarkt met appartementen.
Het dossier is kwalitatief verbeterd tov vorige aanvragen, de oplossing voor de parkeerproblematiek is aanvaardbaar. De fietsberging aan de linkerzijde is aanvaardbaar en kan eventueel uitgebreid worden via een vrijgestelde tuinberging dat thv van de parkings ingeplant kan worden.
Het cbs beslist wel dat de oppervlakte van een vrijgesteld bijgebouw beperkt wordt tot een oppervlakte van 20m² per kavel.Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het verlenen van de omgevingsaanvraag voor het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een bestaand gebouw tot 3 woongelegenheden, samenvoeging van lot 2 en 3 van verkaveling 7204.V.28 en de terreinaanleg, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden, en voor zover rekening wordt gehouden met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
Voorwerp van de melding
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Vogelsancklaan 283 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 4 , sectie B, nr. 601 N 7.
De meldingsaanvraag werd op 3/05/2022 ontvangen.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.
De handelingen voldoen aan artikel 5/1 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:
§ 2. Het beëindigen van het opsplitsen van een woning of het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden, bedoeld in paragraaf 1, is eveneens meldingsplichtig.
De handelingen voldoen aan artikel 6 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien ze:
De handelingen voldoen aan artikel 4.2.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:
De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn dus meldingsplichtig en niet verboden.
Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:
De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied met een landelijk karakter.
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurd BPA/RUP.
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde verkaveling 7203.V.145 (loten 2 en 3).
De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.
Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:
Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:
De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de aktename van het melden van het stopzetten zorgwoning, zoals voorgesteld op het voorgebrachte plan dat als bijlage aan de aanvraag is verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Brigitte Deracourt voor het stopzetten van een zorgwoning , gelegen Vogelsancklaan 283 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 4, sectie C, nr. 601 N 7.
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft:
§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan Notarissen Verlinden & Jaspers / Paul Vangoitsenhoven met volgende opmerkingen:
Er werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
8) De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
10) Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
11) Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
Er werd gedeeltelijk voldaan aan de volgende voorwaarden, andere onderdelen zijn pas uit te voeren bij ontwikkeling waardoor de voorwaarde geldig blijft:
2) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius. (vloerpeilen)
3) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Watergroep. (watermeter, aftakkingen)
Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
1) Vrijstaande bijgebouwen op lot 4 en lot 5 dienen opgericht te worden binnen een straal van 25 meter gemeten vanaf de achtergevel van de woning.
4) Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
- De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
- Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
- Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
5) De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
6) Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
7) Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
9) De stedenbouwkundige voorschriften, door de ontwerper gevoegd bij de aanvraag, zijn niet van toepassing. Te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door de gemeente.
12) Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het proces-verbaal, opgesteld door de lokale toezichthouder milieu Kristel Ceulemans, tegen het bedrijf Limelco nv, Genkerbaan 71-75 te Zonhoven.
Op 26.04.2022 is de lokale toezichthouder ter plaatse geweest nav klachten. Ter plaatse op de bedrijvensite van Limelco werd vastgesteld dat niet-gezuiverd afvalwater in de Roosterbeek werd geloosd en een actieve bemaling aanwezig was zonder te beschikken over de nodige vergunning/melding. Een proces-verbaal werd opgemaakt en overgemaakt aan het parket, de burgemeester en het departement omgeving.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het proces-verbaal tegen het bedrijf Limelco nv, Genkerbaan 71-75 te Zonhoven, opgesteld door de gemeentelijke lokale toezichthouder.
Het betreft een droogzuiging (lijnbemaling) voor de aanleg van 2 middenspanningsleidingen tussen de Halveweg en het bedrijf Limelco, Genkerbaan 71-75. Hiervoor zal een bemaling voorzien worden binnen 3 aparte zones, verdeeld als volgt:
* Zone 1: Trambergstraat, Dellestraat en Engstegenseweg (tot Veldhinweg) – lengte 685 meter
* Zone 2: Grote Hemmenweg (tussen Dorpsstraat en Sprinkwaterstraat) – lengte 165 meter;
* Zone 3: Genkerbaan (vanaf huisnummer 36 t.e.m. Limelco – kruispunt Gulden Boomkensweg) – lengte 350 meter.
Binnen zone 3 zijn enkel percelen opgenomen in het grondeninformatieregister.
Voor de aanleg van de middenspanningsleidingen (totale lengte 2,86 km) moet een grondwatertafelverlaging van 2,5 meter bekomen worden. Er zullen respectievelijk 180, 50 en 120 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.
Het gevraagde debiet is verschillend per zone en betreft volgende:
* Zone 1: 1.826 m³/dag, gedurende 45 dagen;
* Zone 2: 1.482 m³/dag, gedurende 15 dagen;
* Zone 3: 1.826 m³/dag, gedurende 30 dagen.
Dit komt neer op een jaardebiet van 114.578 m³.
Er worden maximaal 3 pompen tegelijk gebruikt, waardoor de maximale strenglengte 240 m bedraagt.
Het lozingspunt voor zone 1 bevindt zich op de Dellestraat, dit is een gescheiden stelsel.
Voor de zones 2 en 3 werd een tijdelijke afvoerleiding voorzien naar de Roosterbeek.
De bemalingsnota heeft de effecten op de natuur onderzocht en concludeert dat “de effecten in de praktijk verwaarloosbaar zijn.”
Binnen zone 3 liggen percelen die zijn opgenomen in het grondeninformatieregister. De bemalingsnota heeft de invloed op de risicogronden onderzocht en geconcludeerd dat “aangezien de bemaling zeer kortstondig uitgevoerd zal worden, zullen de verontreinigingen niet aangetrokken worden.”
Een verlaging van het grondwater tot 2,5 meter voor de 3 zones is een overdreven verlaging. De aanvraag, noch de bemalingsnota, motiveert een grondwaterverlaging tot 2,5 m. Het is de intentie om de bemaling mei 2022 op te starten. Dit betekent dus ten tijde van droogte en een reeds lage grondwaterstand. Ongeacht het feit dat al het grondwater geloosd zal worden in ofwel een oppervlaktewater ofwel een gescheiden stelsel, is van het belang dat het totaaldebiet maximaal beperkt wordt. Door het gelijktijdig laten pompen van max. 2 pompen ipv 3 (een werkzone van 160 meter) wordt het onnodig wegpompen van grondwater vermeden.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het debiet, de vooropgestelde lozingssituatie en de beperkte tijdsduur, mits voorwaarden:
Gunstig voor een bronbemaling (lijnbemaling) voorzien in de eerder beschreven zones, voor de aanleg van 2 middenspanningsleidingen, voor een respectievelijk debiet van 1.826, 1.482 en 1.826 m³/dag, zijnde 114.578 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 17/05/2022 akte genomen van de melding ingediend door GWL BVBA, Fabriekstraat 13 te 3670 Oudsbergen voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bronbemaling (lijnbemaling) voor de aanleg van 2 middenspanningsleidingen, voor een respectievelijk debiet van 1.826, 1.482 en 1.826 m³/dag, zijnde 114.578 m³/jaar, met rubriek 53.2.2°b).
Hiervoor zal een bemaling voorzien worden binnen 3 aparte zones, verdeeld als volgt:
* Zone 1: Trambergstraat, Dellestraat en Engstegenseweg (tot Veldhinweg) – lengte 685 meter
* Zone 2: Grote Hemmenweg (tussen Dorpsstraat en Sprinkwaterstraat) – lengte 165 meter;
* Zone 3: Genkerbaan (vanaf huisnummer 36 t.e.m. Limelco – kruispunt Gulden Boomkensweg) – lengte 350 meter.
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de aanleg van leidingen en rioleringen op het bedrijventerrein voor het bedrijf Limelco, te Genkerbaan 71-75, sectie C, nrs. 610V; 610T; sectie E, nr. 23V.
Het perceel is opgenomen in het grondeninformatieregister. Een bodemattest dd 12.05.2021 toont aan dat in 2018 een oriënterend bodemonderzoek werd uitgevoerd en geen beschrijvend bodemonderzoek noodzakelijk is.
Voor de realisatie van deze aanleg moet een grondwatertafelverlaging van 3 meter bekomen worden. Er zullen 20 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 7 meter.
De diepte van 3 meter lijkt overdreven. Verdere toelichting waarom het grondwater tot op een diepte van 3 meter verlaagd moet worden, staat niet omschreven.
Het gevraagde debiet bedraagt 451 m³/dag, gedurende 60 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 15.000 m³.
Het inplantingsplan geeft aan dat het hier gaat om de bemaling rondom de nieuwe bouw van de waterzuivering.
Het lozingspunt bevindt zich ter hoogte van de Genkerbaan in de Roosterbeek en wordt vermoedelijk geloosd via het interne rioleringssysteem in een slokker.
Gelet op artikel 7§2 van het omgevingsdecreet hetgeen vermeldt dat de gezamenlijke indiening niet van toepassing is indien de ingedeelde activiteit enkel nodig is tijdens de uitvoeringsfase.
De verlaging van 3 meter lijkt overdreven, maar de aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits het opleggen van volgende voorwaarden:
Gunstig voor een bronbemaling te Genkerbaan 71-75, voor de aanleg van leidingen en rioleringen, voor een debiet van 451 m³/dag, 15.000 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 17/05/2022 akte genomen van de melding ingediend door Brouwers Kurt namens Limelco NV, met als adres Genkerbaan 71-75 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de aanleg van leidingen/riolering rondom de bouw van de nieuwe waterzuivering voor een totaaldebiet van 15000 m³, gelegen aan Genkerbaan 71-75 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 2de afd, sectie C, nrs. 610V; 610T; sectie E, nr. 23V met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, volledig onderkelderd, te Pleinstraat 43, 2de afd, sectie C, nr. 1127G6.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,70 m bekomen worden. Er zullen 22 aanzuigpunten geplaatst worden.
Het gevraagde debiet bedraagt 8,8 m³/uur, gedurende 50 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 5997 m³.
Er zal een peilgestuurde pomp geplaatst worden om zo de op te pompen hoeveelheid maximaal te beperken.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Pleinstraat, dit is een ingebuisde gracht.
In de onmiddellijk omgeving zijn geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Pleinstraat 43 voor de realisatie van een woning met kelder, voor een totaaldebiet van 5997 m³, gedurende 50 dagen, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 17/05/2022 akte genomen van de melding ingediend door Neefs Dimitri, Pater Raskingstraat 26 te 3512 Hasselt, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de bouw van woning met kelder voor een totaaldebiet van 5997 m³, gelegen aan Pleinstraat 43 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 2de afd, sectie C, nr. 1127G6 met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Aanvraag voor een tijdelijk aanvullend verkeersreglement voor het schoolfeest De Kosmos op zaterdag 11 juni 2022.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake schoolfeest De Kosmos op zaterdag 11 juni 2022 uit te vaardigen als volgt:
Op zaterdag 11 juni 2022 tussen 12.00 en 17.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd hulpdiensten, verboden in de Gulden Boomkensweg tussen kruispunt Burkweg en huisnummer 19.
Het verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van het verkeersbord C3, geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijweg.
Op zaterdag 11 juni 2022 tussen 12.00 en 17.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd plaatselijk verkeer, verboden in de volgende straten:
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 al dan niet voorzien met een onderbord, en bijvoeging van de tekens F41 en F45, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden:
Gulden Boomkensweg – Genkerbaan – Grote Eggestraat en omgekeerd.
Deze wegomlegging wordt ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2, 4 en 6 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemers moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
De overtreders van de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen gestraft worden met politiestraffen.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het gemeentedecreet.
Aanvraag voor een tijdelijk aanvullend verkeersreglement voor het buurtfeest Maexhofweg op zaterdag 1 juli 2022.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake buurtfeest Maexhofweg op vrijdag 1 juli 2022 uit te vaardigen als volgt:
Van vrijdag 1 juli 2022 om 18.00 uur tot zaterdag 2 juli 2022 om 01.00 uur wordt het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Maexhofweg:
Het verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van het verkeersbord C3, geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijweg.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden:
Herestraat – Muizenstraat - Ballewijerweg en omgekeerd.
Deze wegomlegging wordt ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemers moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
De overtreders van de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen gestraft worden met politiestraffen.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het gemeentedecreet.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten.
De aanvraag werd op 24 september 2021 ontvangen.
Op 22 oktober 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 18 november 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 13 december 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022. Het openbaar onderzoek werd gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De stedenbouwkundige invulling van voorliggende aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Op 2 juli 2021 werden volgende bemerkingen meegedeeld aan de aanvrager:
De aanvraag houdt voldoende rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.
ADVIEZEN
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan Proximus
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Mobiliteit
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair management
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Patrimonium
Op 13/12/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Contractmanagement
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg, gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een verkaveling
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften van het gewestplan.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 13 december 2021. Hieruit bleek dat advies diende aangevraagd te worden aan de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen. Op 11 januari 2022 verleende de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen een voorwaardelijk gunstig advies:
“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies.
DEEL 1 INLICHTINGENFICHE
Ligging van het perceel:
• kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 3, sectie E, nrs. 88F, 59C, 88D, e.a.
• adres: Rosmolenweg z/n
• niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied
Documenten
• aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd
Waterloop en machtiging
• stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de
• watering: neen
DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS
(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)
1 Beschrijving van het watersysteem
• Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.
• Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied
• Het perceel is daarenboven gelegen in:
o het bekken van de Demer
o het deelbekken Midden-Demer
2 Waterplannen
Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.
3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2
De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.
Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater. In het kader daarvan moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: het volume van de open infiltratievoorziening moet minimaal 250 m³/ha verharde oppervlakte bedragen (los van de aanwezige hemelwaterputten), de infiltratieoppervlakte moet minimaal 4 % van de verharde oppervlakte bedragen. Indien een infiltratieproef wordt uitgevoerd kan de dimensionering van de infiltratievoorziening aangepast worden aan de infiltratieoppervlakte en de infiltratiecapaciteit (rekening houdend met een terugkeerperiode van 20 jaar). Richtwaarden in dat verband zijn terug te vinden in onderstaande tabel. De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. riet).
infiltratiecap. | minimale dimensioneringsvoorwaarden | of |
20-50 mm/h (fijn zand) | 400 m³/ha verharde oppervlakte (v.o.), inf.opp. van min. 4 % vd v.o. | 250 m³/ha vo en 20 % inf.opp. |
50-100 | 350 m³/ha vo en 4 % inf.opp. | 250 m³/ha vo en 10 % inf.opp. |
>100 | 250 m³/ha vo en 4 % inf.opp.
|
|
Infiltratievoorziening:
Tekening: zie advies.
Er moet een dwarsprofiel van het open bufferbekken bijgebracht worden met het niveau van de verschillende inloopleidingen en noodoverloop. Het volume dat voor nuttige buffering instaat is het volume onder de overloop.
Aan deze voorwaarden moet worden voldaan in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag.
DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER
Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het verkavelen van gronden in 1 lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren e.e. een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de voorwaarden onder Deel 2 worden opgenomen in de vergunning.
Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.”
Bijkomend kan opgemerkt worden dat:
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Op 14 mei 2021 nam het Agentschap Onroerend Erfgoed onder voorwaarden akte van de ingediende archeologienota met refnr: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/18572:
“Wij nemen onder voorwaarden akte van bovenstaande archeologienota (art. 5.4.9 art. 5.4.13 Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013).
1. Motivering
Uw inschatting van de archeologische waarde van het onderzochte gebied is plausibel en gemotiveerd.
Bij de uitvoering van het programma van maatregelen moeten de volgende voorwaarden nageleefd worden om een adequate omgang met het archeologisch erfgoed te garanderen.
De criteria voor het steentijdonderzoek zijn niet helemaal adequaat:
De maatregelen opgenomen in de archeologienota, het programma van maatregelen en de voorwaarden opgenomen in de aktename van het Agentschap Onroerend Erfgoed zullen als voorwaarden worden opgelegd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen.
1.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het aanleggen van nieuwe wegenis.
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de aanleg van de wegenis en het openbaar domein.
2.- Het dossier bevat voldoende gegevens over het wijzigen van het reliëf i.f.v. de aanleg van een tijdelijke gracht.
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het wijzigen van het reliëf.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door GEOTEC, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod
De aanvraag voorziet een verkaveling i.f.v. een woonontwikkeling bestaande uit één lot waarbinnen max. 45 wooneenheden mogen worden opgericht. Het projectgebied van voorliggende aanvraag heeft een totale oppervlakte van 65a 20ca. Het betreft echter een verkaveling met minder dan 5 loten. Vandaar dient er geen bescheiden woonaanbod te worden gerealiseerd binnen voorliggende aanvraag.
Wegenis
Op 25 april 2022 keurde de gemeenteraad het verlengen van de bestaande gemeenteweg (Rosmolenweg), het aansluiten op het bestaande fietspad, het aanleggen van grasdallen voor een brandweg voor de brandweer en het plaatsen van een tijdelijke gracht met een volume van 52m³, zoals weergegeven op het ingediend verkavelingsplan, goed.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging. Lot 2 wordt uit de verkaveling gesloten.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het plangebied is gelegen in het centrum van Zonhoven, op circa 400 meter wandelafstand van de kerk waardoor voornamelijk de woonfunctie primeert in de omgeving. Binnen het centrum van Zonhoven zijn ook de dagdagelijkse voorzieningen aanwezig en binnen fiets- of wandelafstand bereikbaar. Op een wandelafstand van 400 meter, aan de kerk, vindt men de meest nabijgelegen bushalte voor de bus met de lijn 46 Hasselt/Zonhoven – Boxbergheide – Genk.
Het projectgebied sluit aan bij fase 1 van Egge Park bestaande uit meergezinswoningen met variërende woonblokken van 3 en 4 bouwlagen met plat dak. Rondom het Egge Park en het plangebied vind men hoofdzakelijk woningen terug van 2 bouwlagen met een zadeldak. De woningen aan de Rosmolenweg betreffen hoofdzakelijk open en halfopen bebouwingen. De woningen aan de Genkerbaan betreffen hoofdzakelijk gesloten of halfopen bebouwingen.
Het terrein van het plangebied is relatief vlak en er zijn geen vaste constructies aanwezig. Momenteel doet het plangebied dienst als paardenweide.
Verkavelingsvoorwerp
Voorliggend verkavelingsontwerp voorziet in de verderzetting van het Egge Park. De verkaveling werd uitgewerkt op basis van het voorontwerp, opgemaakt door Binst Architects, dat verschillende keren besproken werd met de vergunningverlenende overheid. De aanvraag voorziet één lot als projectgebied waarbinnen max. 45 wooneenheden mogen worden opgericht. Binnen dit lot wordt de mogelijkheid voorzien om 3 bouwvolumes op te richten binnen een vastgestelde maximale B/T (bouwindex) en een maximale V/T (vloerindex). Twee van de 3 bouwvolumes mogen bestaan uit maximaal 3 bouwlagen met een beperkte 4e bouwlaag. Het bouwblok voorzien aan de Rosmolenweg mag maximaal bestaan uit 2 bouwlagen en een beperkte 3e bouwlaag om de privacy naar de omwonenden te garanderen. Het parkeren zal voornamelijk ondergronds worden voorzien en de ontsluiting wordt voorzien via de Rosmolenweg. De niet bebouwde ruimte wordt voorzien en ingericht als een gemeenschappelijke groene buitenruimte. Tevens kan er voor de appartementen zich situerende op het gelijkvloers een privatieve tuin worden opgericht.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van 3 meergezinswoningen met maximaal 45 wooneenheden, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers, in een woonomgeving op korte afstand van het centrum en aansluitend bij de reeds bestaande meergezinswoningen van het Egge Park, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. De verkavelingsvoorschriften voorzien dat de parkeerbehoefte steeds op het eigen terrein wordt opgevangen. Er wordt een parkeerratio opgelegd van 1,3 parkeerplaatsen per wooneenheid. Het bewonersparkeren dient ondergronds opgevangen te worden, met een ondergrondse parkeergarage voorzien met een landschappelijk geïntegreerd intensief groendak als onderdeel van de landschappelijk in te richten onbebouwde ruimte, met een ratio van min. 1 parkeerplaats per wooneenheid. De inrit dient gemeenschappelijk voorzien te worden via een kwalitatief geïntegreerde inrit aan de Rosmolenweg. Het bezoekersparkeren is voorzien met een ratio van 0,3 parkeerplaatsen per wooneenheid, landschappelijk geïntegreerd binnen de projectzone ter hoogte van de Rosmolenweg of bijkomend opgelost in de ondergrondse parkeergarage. Er wordt 1 fietsstalplaats voorzien per hoofdkussen en 1 extra per wooneenheid met hier boven op nog 10% bijkomende fietsstalplaatsen. 5% van het totaal aantal fietsstalplaatsen is i.f.v. buitenmaatse
fietsen (bakfietsen, scootmobiel,…). Mits naleving van bovenstaande voorwaarden heeft de aanvraag geen negatieve impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken en het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De verkavelingsvoorschriften voorzien een project in de vorm van 3 appartementsgebouwen met een gemeenschappelijke ondergrondse parking binnen het grafisch aangegeven kader voor de projectzone, zoals aangegeven op het verkavelingsplan. Alle vrijstaande gevels van het hoofdgebouw bevinden zich op een afstand van ten minste 4 meter van de randen van de projectzone. Alle vrijstaande gevels worden opgericht rekening houdend met de 45°-regel tussen de voorziene en bestaande bebouwingen. De minimale afstand t.o.v. een andere vrijstaande gevel is hierbij gelijk aan de hoogte van de dakrand. Het afgewerkt vloerpeil van het gelijkvloers ligt boven het gemiddeld peil van de voorliggende weg met een maximum van 45.65 TAW.
Binnen de projectzone wordt de mogelijkheid voorzien om 3 bouwvolumes op te richten met plat dak binnen een vastgestelde maximale B/T (bouwindex) van 0,30 en een maximale V/T (vloerindex) van 0,90. Twee van de 3 bouwvolumes bestaan uit maximaal 3 bouwlagen met een beperkte 4e bouwlaag (max. 70% van het bebouwd oppervlakte) met een dakrandhoogte van max. 13,23 meter t.o.v. de vloerpeil gelijkvloers. Het andere gebouw ter hoogte van de Rosmolenweg bestaat uit maximaal 2 bouwlagen met een beperkte 3e bouwlaag (max. 60% van het bebouwd oppervlakte) met een dakrandhoogte van max. 10,20 meter t.o.v. de vloerpeil gelijkvloers. De schaal van de gebouwen sluit aan bij de bebouwing van het aanpalende Egge Park.
De onbebouwde ruimte zal i.f.v. gemeenschappelijk groen op een kwalitatieve manier worden ontworpen en ingericht met streekeigen beplanting. In functie van het realiseren van een optimale aansluiting op het openbare groen worden enkel vegetatieve erfscheidingen
toegelaten die een samenhangend geheel vormen met de groenaanleg. De aanleg van verhardingen wordt tot een minimum beperkt. In functie van de ontsluiting voor bestemmingsverkeer, als tevens voor de inpassing van private buitenruimten wordt beperkt niet waterdoorlatende verharding toegelaten. Het oprichten van constructies i.f.v. het verlenen van toegang tot de ondergrondse parkeergarage worden toegelaten tot een max. opp. van 150 m².
Het verder oprichten van bebouwing of constructies binnen de projectzone is niet toegelaten buiten de hoofdzakelijk ondergrondse constructies zoals een molok, natuurlijke ventilatie ondergrondse parkeergarage,.. De niet bebouwde ruimte kan (gedeeltelijk) onderkelderd worden, op voorwaarde dat die niet voelbaar is op het maaiveldniveau.
Om de bebouwde ruimte zoveel mogelijk te beperken en de onbebouwde ruimte zo kwalitatief mogelijk in te richten worden bijgebouwen voor het plaatsen van fietsen voor bezoekers niet toegelaten. Enkel onoverdekte fietsstalplaatsen voor bezoekers zijn toegestaan. Dit zal als voorwaarde worden opgelegd in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
Door het oprichten van 45 wooneenheden op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 69 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze woonomgeving.
Elke wooneenheid dient te beschikken over een bruikbare buitenruimte aansluitend aan en rechtstreeks toegankelijk vanuit de leefruimte. Daarom dienen de buitenruimten een minimum benutbare oppervlakte van 10m² en een benutbare minimum diepte en breedte van 2 meter te hebben. Dit zal als voorwaarde worden opgelegd in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
Visueel-vormelijke elementen
Alle gevels worden in dezelfde volwaardige gevelmaterialen afgewerkt. Andere materialen i.f.v. van energiebesparende maatregelen, duurzame uitwerking of de inpassing in het residentieel karakter worden toegestaan over max. 30% van het totale geveloppervlak. De materialen zijn qua voorkomen en kleur, duurzaamheid, esthetisch en constructief verantwoord. Ze passen harmonisch in de omgeving en vormen bovendien binnen de projectzone onderling een samenhangend geheel vormen.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Reliëfwijzigingen worden enkel toegelaten i.f.v. het realiseren van de nodige hemelwaterbuffering en regenwaterinfiltratievoorzieningen, als eveneens de
ontsluiting van het ondergronds bewonersparkeren. De gevraagde reliëfwijzigingen zijn aanvaardbaar.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door aanvrager.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Op 20/12/2021 liet de Dienst Contractmanagement weten geen advies uit te brengen
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hiervan akte.
2.- Op 22/12/2021 werd door de Dienst Patrimonium een gunstig advies verleend.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
3.- Op 14/12/2021 werd door de Dienst Facilitair management een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen, mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
4.- Op 22/12/2021 werd door de Dienst Mobiliteit een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Situatie
Het dossier omvat het verkavelen van de percelen 61E , 59C, 88C, 88D, 88E, de aanleg van een gracht op perceel 89M en de aanleg wegenis en fietspad verlengde Rosmolenweg.
Bespreking dienst:
Advies dienst:
De dienst mobiliteit geeft een voorwaardelijk gunstig advies voor de percelen 61E, 59C, 88C, 88D, 88E, de aanleg van een gracht op perceel 89M en de aanleg wegenis en fietspad verlengde Rosmolenweg en dit onder volgende voorwaarden:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Op 16/12/2021 werd door De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Geen advies
Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies met voorwaarden
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:
Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.
Bovendien kunnen we u ook melden dat de Watergroep installaties in exploitatie heeft in de zone van de infrastructuurwerken en dat deze installaties te allen tijde bereikbaar moeten zijn.
De Werken dienen zodanig uitgevoerd te worden dat er een continue drinkwaterbevoorrading kan gegarandeerd worden.
In het ontwerp dient men er rekening mee te houden dat in de bermen voldoende ruimte voorzien wordt om de leidingen aan te leggen en de eventuele aanpassingen uit te voeren.
Deze forfaitaire kost en de kost voor eventuele aanpassingen aan de bestaande drinkwaterleiding zijn ten laste van de initiatiefnemer.
Voor grotere projecten met aanleg van nieuwe wegenis moet na het verkrijgen van de vergunning een coördinatievergadering worden opgestart met de zonemanager van De Watergroep om eventuele knelpunten vooraf te bespreken.
Vanaf een leiding van Ø 80mm is een druk- en capaciteitsmeting noodzakelijk. Er wordt slechts effectief gestart met de opmaak van een ontwerp ná uitvoering van de meting door De Watergroep. De kosten hiervoor vallen integraal ten laste van de initiatiefnemer.
Deze meting moet apart worden aangevraagd via het digitale aanvraagformulier op onze website
www.dewatergroep.be/capaciteitsmeting.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.
Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
6.- Op 20/12/2021 werd door Hulpverleningszone Zuid-West Limburg volgend voorwaardelijk gunstig advies verleend:
“Gunstig mits naleven voorwaarden.
Opmerkingen
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
7.- Op 28/12/2021 liet Proximus weten geen bezwaar te hebben.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hiervan akte.
8.- Het advies van Fluvius werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.
9. -Op 11/01/2022 verleende de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen een voorwaardelijk gunstig advies zoals hierboven reeds weergegeven.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging, voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, maar niet tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de GOA niet en weigert de verkavelingsvergunning. Het CBS volgt dat dit een mooie projectzone is die een hoge woondichtheid toelaat maar besluit dat deze meer in lijn moet liggen met naastliggende projecten zoals Koolhof en Rosmolenpark. Beide projecten hebben een woondichtheid rond de 50-55we/ha. De verkavelingsaanvraag betreft een perceel dat iets verder verwijderd is van het centrum en de voorzieningen. De woondichtheid kan aansluiten bij de naastliggende projecten maar is in de huidige aanvraag ruim hoger. Het CBS oordeelt dat met de voorliggende aanvraag en bijhorende woondichtheid het draagvlak van het perceel overschreden wordt.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een weigering van de omgevingsvergunning aan de aanvrager.
De weigering van de omgevingsvergunning omvat het verkavelen van gronden in één lot om een projectzone voor meergezinswoningen te realiseren (lot 1), het uitbreiden van de bestaande weg en een reliëfwijziging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van een gebouw.
De aanvraag werd op 02/03/2022 ontvangen en op 31/03/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werd 1 bezwaar ingediend.
Het bezwaar werd als volgt omschreven:
“Wij hebben een aangetekend schrijven ontvangen over de werken welke plaats zullen vinden op Zavelstraat 71A te Zonhoven.
Bij dit schrijven dienen wij een bezwaar in.
De gevel van ons gebouw welke vrij komt na afbraak van de Christengemeente, zou in volwaardig materiaal afgewerkt moeten worden.
Mondeling was ons te kennen gegeven dat deze gevel met dezelfde wandpanelen afgewerkt zouden worden als de rest van het gebouw (zijkant en achtergevel).
Dit zijn wandpanelen met isolatie en in dezelfde huidige kleur.
Kan dit mee opgenomen worden in dit dossier?
Graag ook nog de toevoeging van correcte afwerking van ons dak (opnieuw branden van roofing…)
Ook deze structuren lopen over in elkaar, vandaar onze vraag.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent bovenstaand bezwaarschrift het volgende standpunt in:
Het ingediende bezwaar is gegrond, maar wordt niet weerhouden aangezien dit burgerrechtelijk bepaald wordt.
In het kader van de beoordeling van hinderaspecten en het gebruiksgenot voor de gebruikers van de aanpalende eigendommen kan de opmerking betreffende de scheidingsmuur en de afwerking hiervan wel meegenomen worden als aandachtspunt.
In de voorwaarden van deze vergunning zal het volgende worden opgenomen worden om de aanvragers erop te wijzen dat ze verantwoordelijk zijn voor de afwerking van de overblijvende gevel:
ADVIEZEN
Dienst Milieu & Duurzaamheid
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Vermits het af te breken bedrijfsgebouw groter is dan 1000m³ dient een sloopinventaris opgemaakt te worden conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van een gebouw.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Zavelstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open/ halfopen/ gesloten verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag voorziet in het slopen van het gebouw van de Christengemeenschap dat gelegen is achter en tegen een bestaande handelszaak. Het gebouw is beschadigd geraakt door de brand die ontstaan is in de achterliggende zaak dat grensde aan dit gebouw.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het slopen van een gebouw is functioneel inpasbaar zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft de afbraak van het gebouw van de Christengemeenschap Zonhoven dat achteraan tegen het gebouw van een handelszaak werd opgericht. De afbraak is noodzakelijk door de schade die opgelopen werd bij de brand die is ontstaan in het achterliggend gebouw dat zich tegen het aangevraagde gebouw bevond.
Het te slopen gebouw is bevestigd tegen een voorliggende handelszaak en is gelegen op 8,64m van de rechter perceelgrens. De oppervlakte van het gebouw bedraagt 580m². Er werd binnen de aanvraag een sloopinventaris toegevoegd. Deze werd voorgelegd aan de milieudienst. Er werd volgend advies verleend hieromtrent door de dienst milieu en duurzaamheid:
“Gunstig mits volgende voorwaarden:
- De bepalingen in de sloopinventaris en overige van toepassing zijnde wettelijke bepalingen dienen nageleefd te worden.
- De sloopinventaris wordt tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan alle (onder)aannemers, zoals omschreven in de sloopinventaris (pag. 13).
- De bouwheer en aannemer plannen de nodige "stopmomenten" in, tijdens de afbraak, zodat Miasma bv verdere niet onderzochte of moeilijk bereikbare plekken kan controleren op o.a. aanwezigheid van asbest.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande gegevens blijkt dat er voldoende rekening gehouden wordt met de situatie die ontstaan is door de brand in de achterliggende zaak. De aanvraag kan aanvaard worden mits er ook rekening gehouden wordt met de voorliggende handelszaak bij de afbraak van dit gebouw. Het voorliggende gebouw dient voldoende afgewerkt te worden, volgens de desbetreffende bepalingen van het burgerlijk wetboek, na de afbraak van het gebouw van de Christengemeente Zonhoven.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van een gebouw, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van een gebouw, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.Nota van de dienst
De firma O&B trading is volledig in orde met de voorschriften betreffende de ambulante handel:
- machtiging ambulante handel
- FAVV
De vergunning wordt gevraagd voor het aardbeienseizoen.
Wanneer er een machtiging ambulante handel wordt afgeleverd kan er geen beroep gedaan worden op de contantbelasting van € 250 per begonnen dag. Dat kan enkel indien er geen voorafgaandelijk vergunning is. Zie Artikel 3 van bijgevoegd reglement.
De firma vraagt een standplaats op Halveweg ter hoogte van de kapel en de Wijvestraat.
Op de aangevraagde standplaats werd reeds meerdere malen een aardbeienverkoper gesignaleerd. Zonder vergunning van het gemeentebestuur. De politie kon echter geen overtreding vaststellen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent geen goedkeuring 'machtiging ambulante handel buiten de markt' aan de firma O&B trading, Koolmijnlaan 139 te 3550 Heusden-Zolder voor het innemen van een standplaats op Halveweg.
Statuten ELZ Herkenrode;
CBS 02/07/2019;
GR 27/01/2020.
De gemeenteraad in zitting op 27 januari 2020 keurde de statuten goed voor de oprichting van de vzw eerstelijnszone Herkenrode.
Om de belangen van de gemeente Zonhoven te behartigen en conform de statuten dient de gemeente vertegenwoordigd te worden door afgevaardigden. De gemeenteraad in dezelfde zitting stelde twee afgevaardigden aan voor de algemene vergadering als ook voor de raad van bestuur met dien verstande dat de gemeente Zonhoven een van deze twee vertegenwoordigers slechts, alternerend, voor de helft van de tijd kan afvaardigen, waarbij er de afspraak gemaakt werd dat Diepenbeek en Zonhoven elke drie jaar om de beurt deze rol opnemen. Er werd eveneens een plaatsvervanger aangeduid.
De gemeenteraad in zitting op 27 januari 2020 stelde dus drie afgevaardigden aan, waarvan twee inmiddels uit dienst zijn getreden. Om die reden dienen er nieuwe afgevaardigden aangesteld te worden.
De meest aangewezen persoon om de gemeente te vertegenwoordigen is de sectormanager Mens & Maatschappij maar deze functie is momenteel niet ingevuld. Daarom wordt voorgesteld een tussentijdse oplossing te voorzien wat betreft de afvaardiging, in afwachting van de aanwerving van deze persoon, waarna een definitieve afvaardiging door de gemeenteraad kan worden goedgekeurd.
Er wordt voorgesteld om tijdelijk de algemeen directeur af te vaardigen als de voortdurende afgevaardigde in de algemene vergadering en de raad van bestuur. Zodra de sectormanager Mens & Maatschappij in dienst is getreden, wordt deze afgevaardigd en wordt de algemeen directeur plaatsvervangend afgevaardigde.
De alternerend vast afgevaardigde zoals aangesteld door de gemeenteraad in zitting van januari 2020, blijft dezelfde.
Het college van burgemeester en schepenen besluit de sectormanager Mens & Maatschappij, zodra in dienst getreden, af te vaardigen als vast vertegenwoordiger in de algemene vergadering en de raad van bestuur voor de gemeente Zonhoven in de vzw Eerstelijnszone Herkenrode.
Het college van burgemeester en schepenen besluit de algemeen directeur af te vaardigen als plaatsvervanger voor de vaste vertegenwoordiger in de algemene vergadering en de raad van bestuur voor de vzw Eerstelijnszone Herkenrode zolang deze niet in dienst is getreden of verhinderd is.
Offertevraag;
Offerte Willy Crommen nv.
In het centrum moeten op verschillende punten de oversteekplaatsen worden aangepast voor mindervaliden. In eigen beheer zouden deze werken niet aansluitend gerealiseerd kunnen worden en te lang duren. De huidige personeelsbezetting leent zich hier momenteel, om wille van verschillende redenen, ook niet hiertoe. Ook werd er al eerder geopteerd om andere uitbesteedde werken zelf terug te gaan uitvoeren (werken takkenschaar, veegwagen,…) en kozen we ervoor om grotere wegeniswerken via externe partners te laten uitvoeren. De afdeling Facilitair Management (FAM) opteert er bijgevolg voor om deze werken uit te besteden.
We lanceerden een offertevraag voor de uitvoer van aanpassingswerken aan de vooropgestelde oversteekplaatsen in het centrum. Offertevraag werd uitgestuurd naar:
-Martens group nv, Grote Baan 572 – 3530 Houhalen-Helchteren
-Vanopre bv, Broekstraat 1/A – 3545 Halen
-Willy Crommen nv, Industrielaan 102 – 3730 Hoeselt
-Hoogmartens Wegenbouw, Industrieweg-Noord 1137 – 3660 Oudsbergen
-DB-Klinkerwerken VOF, Dennenweg 116 – 3520 Zonhoven
De offertevraag werd verstuurd op 24/03/2022, met inbegrip van meetstaat en met als uiterlijke datum voor indienen van offerte 15/04/2022 (zie bijlage). Enkel Willy Crommen nv diende een offerte in. Van de overige aangeschreven leveranciers reageerde enkel Vanopré bv dat ze voor deze werken geen offerte konden indienen omwille van tijdsgebrek en de werken niet kunnen uitvoeren binnen een aanvaardbare termijn.
De initiële offerte van Willy Crommen nv bedroeg 32 714,16 euro excl. btw. Na een vraag voor een best and final offer bekwamen we de finale offerte voor een totaalbedrag van 29.984,16 euro excl. btw. Vanuit de dienst FAM stellen we voor dat Willy Crommen nv wordt aangesteld om deze werken uit te voeren.
De wet overheidsopdrachten bepaalt in art. 92 dat opdrachten van beperkte waarde (<30.000€ excl. btw) aan een soepele regeling onderworpen zijn. Er moet - kort door de bocht - op een gelijke manier minimum drie leveranciers vergeleken worden met elkaar om de opdracht uit te voeren. Gelet op het feit dat vier ondernemers aangeschreven werden om een offerte in te dienen, is hier aan voldaan.
Gelet op het begrip dagelijks bestuur, zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 25/03/2019, is het college van burgemeester en schepenen bevoegd om opdrachten te behandelen met een waarde lager dan 30.000,00€ (excl. btw).
Het college van burgemeester en schepenen keurt de offerte van Willy Crommen nv, zoals toegevoegd in bijlage, voor de prijs van 29.984,16 € (excl. btw) voor de uitvoering van de werken met het oog op de oversteekplaatsen in het centrum goed.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 29 maart 2022 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken - Lot 1 (Architectuur en technieken)” aan Hermans & Co Algemene Ondernemingen nv, Nijverheidslaan 116 te 3620 Lanaken tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 278.485,31 excl. btw of € 336.967,23 incl. 21 % btw (€ 58.481,92 Btw medecontractant).
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. ID 569.
Er werd aan alle voorbereidende formaliteiten betreffende ontwerp en gunning voldaan. Bijgevolg kan het aanvangsbevel worden gegeven aan de aannemer Hermans & Co Algemene Ondernemingen nv, Nijverheidslaan 116 te 3620 Lanaken.
De aannemer gaat akkoord met de voorgestelde aanvangsdatum 1 juni 2022.
Bijgevolg wordt er voorgesteld om de aanvangsdatum vast te stellen op 1 juni 2022 en de aannemer hiervan formeel in kennis te stellen.
De aannemer is ertoe gehouden de opdracht te voltooien binnen een termijn van 100 werkdagen te rekenen vanaf de dag, aangeduid in dit aanvangsbevel.
De aanvangsdatum van de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken - Perceel 1 (Architectuur en technieken)” wordt vastgesteld op 1 juni 2022. De aannemer moet de opdracht voltooien binnen een termijn van 100 werkdagen.
In het kader van het wegenisproject Schutenseweg dienen verschillende innames gebeuren, nl. verwerving van stukjes van enkele percelen eigendom van private eigenaars.
Het rooilijnplan werd alreeds opgemaakt maar dient nog samen met de omgevingsvergunning definitief goedgekeurd worden. De betrokken burgers zijn van deze innames bijgevolg ook nog niet op de hoogte gesteld.
Het gaat in totaal om acht innames, waarvan één in privaat eigendom van de gemeente Zonhoven.
Voor die overige zeven dient een schattingsverslag opgemaakt te worden, waarna de eigenaars uitgenodigd zullen worden om dat deel van deze percelen te verkopen aan de gemeente Zonhoven. Bij onbereidheid mee te werken kan later of een onderhandelaar aangesteld worden of een onteigeningsprocedure opgestart worden.
Betrokken percelen:
- Afd. 3, sectie F, nr. 663/N (inname: 23ca);
- Afd. 3 sectie F, nr. 700/C (inname: 23ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 523/H (inname: 9ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 629/02/S (inname: 67ca - eigendom gemeente Zonhoven);
- Afd. 3, sectie F, nr. 643/P (inname: 45ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 643/K (inname: 41ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 644/M2 (inname: 50ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 644/N2 (inname: 3ca).
Elke grondverhandeling dient te gebeuren op basis van een schattingsverslag opgemaakt door een landmeter-expert.
Er wordt voorgesteld om landmeter-expert Guy Gillissen aan te stellen een opmetingsplan op te maken, het te verwerven deel te prekadastreren en om de schatting uit te voeren van die drie betreffende stukken grond.
Het college van burgemeester en schepenen beslist landmeter-expert Guy Gillissen aan te stellen om drie opmetingsplannen op te maken alsook een prekadastratie (100,00 € excl. btw) en schattingsverslag voor de in te nemen delen van betreffende percelen op te maken voor de percelen zoals weergegeven op het plan in bijlage, zijnde percelen:
- Afd. 3, sectie F, nr. 663/N (inname: 23ca);
- Afd. 3 sectie F, nr. 700/C (inname: 23ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 523/H (inname: 9ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 643/P (inname: 45ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 643/K (inname: 41ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 644/M2 (inname: 50ca);
- Afd. 3, sectie F, nr. 644/N2 (inname: 3ca).