STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging.
De aanvraag werd op 15/09/2021 ontvangen en op 14/10/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 24/10/2021 tot en met 22/11/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag, en het achterliggend perceel dat eveneens in eigendom is van de aanvrager (en toegankelijk is via het perceel van de aanvraag) constructies werden opgericht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft verschillende voertuigen, een tent,…
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden, volgens de foto’s die aangeleverd werden bij de aanvraag, reeds verwijderd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 24/10/2021 tot en met 22/11/2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Fluvius
Proximus
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Het achterliggend perceel, waar geen stedenbouwkundige handelingen zullen plaatsvinden, is gelegen binnen bufferzone.
De bufferzones dienen in hun staat bewaard te worden of als groene ruimte ingericht te worden, om te dienen als overgangsgebied tussen gebieden waarvan de bestemmingen niet met elkaar te verenigen zijn of die ten behoeve van de goede plaatselijke ordening van elkaar moeten gescheiden worden.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg
Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999. Het goed kreeg als bestemming zone voor wonen, zone voor tuinen en zone voor voortuinen.
Verkaveling
De verkavelingsvergunningen zijn voor dit perceel vervallen:
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften (de stedenbouwkundige handelingen gebeuren uitsluitend in het woongebied en het achterliggende perceel wordt aangeduid als bufferzone) maar niet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg voor wat betreft de zone voor wonen, zone voor tuinen en zone voor voortuinen.
Voorliggende aanvraag wijkt af van de volgende voorschriften van het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg partiële wijziging:
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen van artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Handelingen sorterend onder voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan 15 jaar
Art. 4.4.9/1.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.
Afwijkingen kunnen niet toegestaan worden voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan slechts worden toegepast voor stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg die een aanvulling vormen op:
1° de volgende gebiedsaanduidingen, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen:
a) woongebieden, met uitzondering van woonparken;
b) industriegebieden in de ruime zin;
c) dienstverleningsgebieden;
d) gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;
2° de volgende aanvullende voorschriften van het gewestplan:
a) gebieden voor service-residentie;
b) kantoor- en dienstenzones;
c) gebieden voor handelsbeursactiviteiten en grootschalige activiteiten;
d) lokale en regionale bedrijventerreinen;
e) luchthavengebonden bedrijventerreinen;
f) gebieden voor luchthavengerelateerde kantoren en diensten;
g) businessparken;
h) teleport;
i) gebieden voor hoofdkwartierfunctie;
j) gebieden hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging van grootwinkelbedrijven;
k) zones voor kleinhandel en kleine en middelgrote ondernemingen;
l) kleinhandelszones;
m) zones van handelsvestigingen;
n) gebieden voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;
o) zeehavengebieden;
p) gebieden voor watergebonden bedrijven;
q) transportzones;
r) regionale gemengde zones voor diensten en handel;
s) research-, universiteits- en wetenschapsparken;
t) bedrijfsgebied met stedelijk karakter;
u) gemengde woon- en industriegebieden;
v) gemengde gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied;
w) stedelijke ontwikkelingsgebieden;
x) gebieden voor duurzame stedelijke ontwikkeling;
y) gebieden voor kernontwikkeling.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied.
Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.
Het BPA is ouder dan 15 jaar, de afwijkingen hebben geen betrekking op wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden, de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA vormen een aanvulling op het bestemmingsvoorschrift van het gewestplan m.n. woongebied en de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA voorzien in een zone voor wonen. De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten appartementen, de carports en tuinberging met een horizontale dakoppervlakte van 155m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 8.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten eengezinswoning en tuinberging met een horizontale dakoppervlakte van 138m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 26/05/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 14-10-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 616T - 614W, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Voor beide nieuwbouwen geldt:
De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De aanvraag is gelegen langs de Grote Hemmenweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhallen, het tellerlokaal en de nachthallen.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 Boek 3 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf. De aanvraag voldoet hieraan.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
BPA ouder dan 15 jaar (Codextrein) ( dus geen RUP! )
Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat in een vergunning – na een openbaar onderzoek – afwijkingen kunnen worden toegestaan van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg of een wijziging ervan, voor zover dit plan ouder is dan 15 jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag Het hierboven genoemde bijzonder plan van aanleg is goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999 en dus kan er principieel worden afgeweken van de voorschriften. Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de afwijking worden toegestaan. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Grote Hemmenweg, net buiten de kern van de gemeente Zonhoven. De bebouwing in de nabije omgeving kenmerkt zich door hoofdzakelijk grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk in een vrijstaande bebouwing, met twee bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen.
Het perceel betreft een braakliggend perceel, ingezaaid met gras. Uit foto’s (google street view,…) blijkt dat op het perceel verschillende constructies/zaken aanwezig waren (auto’s, caravans, tent, aanhangwagen, enz.). De foto’s gevoegd bij de aanvraag tonen aan dat deze constructies/zaken zich niet meer op het perceel van de aanvraag bevinden.
Omschrijving van de aanvraag
Op het perceel worden twee woningen in een halfopen bebouwing ingeplant. De linkse woning betreft een grondgebonden eengezinswoning met inpandige garage, de rechtse woning een meergezinswoning met 2 wooneenheden. De woningen worden ingeplant op 7,37m vanaf de rooilijn en op 3m van de zijdelingse perceelsgrenzen. De woningen tellen 2 bouwlagen onder een hellend dak met een kroonlijsthoogte van max. 5,83m boven het maaiveld ter hoogte van de voorgevel, en een nokhoogte van 11,58m. De gelijkvloerse bouwdiepte van de eengezinswoning bedraagt max. 16,50m, die van de meergezinswoning 15m. Achter de woningen wordt op de grens tussen beide woningen een tuinmuur ingeplant, met een hoogte van ongeveer 2,03m, tot op een bouwdiepte van 20m. De bouwdiepte op de verdieping bedraagt bij de eengezinswoning 11,50m en bij de meergezinswoning 9m. Doordat de meergezinswoning op de verdieping minder diep wordt gebouwd dan de eengezinswoning, maar wel hetzelfde gabarit volgt, ontstaat aan de achterzijde een kroonlijsthoogte van +/- 8,18m hoog.
Op de verdieping wordt enkel bij de meergezinswoning op het plat dak een dakterras voorzien, waarbij het dakterras op de gemeenschappelijke perceelgrens wordt afgescheiden van het plat dak van de eengezinswoning deels door een volle muur met een hoogte van 1,02 meter en deels door een mat glazen scherm met een hoogte van 0,8 meter. Beide woningen worden opgetrokken in grijs genuanceerde gevelsteen, zwart aluminium schrijnwerk en zwarte pannen.
Achteraan op het perceel, op min. 5m van de bufferzone, wordt een vrijstaand bijgebouw
ingeplant. Het gedeelte hiervan dat op het linkse perceel wordt voorzien krijgt als functie tuinberging, met een oppervlakte van 22,50m². Op het rechtse perceel bevat het bijgebouw een tuinberging en een dubbele carport, met een oppervlakte van 50m². Het bijgebouw telt 1 bouwlaag onder een plat dak met een hoogte van max. 3m en wordt afgewerkt in dezelfde materialen als de hoofdvolumes.
In de voortuin worden 2 inritten aangelegd. Eén in de rechter bouwvrije strook, met een breedte van 3m, i.f.v. de meergezinswoning. Eén i.f.v. de eengezinswoning, ook met een breedte van 3m, die leidt tot aan de inpandige garage.
De inrit van de meergezinswoning gaat na ongeveer een tien meter over in een karrespoor. Dit karrespoor leidt tot vooraan de carports, waar terug een waterdoorlatende verharding wordt voorzien met een oppervlakte van 30m² i.f.v. het manoeuvreren van de auto’s. Vooraan de meergezinswoning wordt ter hoogte van de voorgevel een bezoekersparking voorzien.
De inrit van de eengezinswoning gaat ter hoogte van de voorgevel over in een looppad voor de woning. Achter iedere woning wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van resp. 27m².
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De woonfunctie, zowel in de vorm van een grondgebonden eengezinswoning, als in de vorm van een meergezinswoning, is functioneel inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
De aanvraag voorziet in 3 autostaanplaatsen/ garages voor 2 woongelegenheden, voor wat betreft de meergezinswoning. Er zijn nl. 2 autostaanplaatsen in de carport en 1 parkeerplaats in de voortuin. Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt voor de meergezinswoning bijgevolg overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid, voor wat betreft de eengezinswoning. 1 autostaanplaats in de inpandige garage en 1 op de inrit voor de garage. De ‘oprit’ in de bouwvrije strook is niet benutbaar voor het parkeren van een wagen gezien deze niet aansluit op de voorliggende weg of op de voorziene inrit. Het aantal autostaanplaatsen stemt voor de eengezinswoning wel overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
Volgende bemerking wordt gemaakt: in de gemeente Zonhoven wordt principieel slechts 1 inrit toegelaten per perceel, met een breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn. Gezien de verkaveling voor dit perceel vervallen is, worden de 2 woningen op hetzelfde perceel ingeplant, waardoor de 2 inritten in strijd zijn met dit algemeen principe. Uit de verdere motivatie blijkt dat het aantal wooneenheden en de gekozen typologie aanvaardbaar zijn op deze locatie. Het perceel zou dus opnieuw verkavelbaar zijn waarna opnieuw 2 inritten kunnen worden aangelegd. Om die reden zijn de 2 inritten op het perceel uitzonderlijk toelaatbaar. De voortuinstrook is daarnaast te beperkt om slechts 1 inrit te voorzien voor beide woningen die vervolgens uitwaaiert. Dit zou bovendien de verhardingsgraad aanzienlijk doen stijgen.
Bij meergezinswoningen dient men voldoende fietsenstalling te voorzien, en dit voor min. 1 fiets/hoofdkussen, wat neerkomt op een totaal van 6 fietsen die gestald dienen te worden bij de meergezinswoning. Iedere wooneenheid beschikt over een eigen tuinberging waar deze fietsen kunnen worden gestald.
De schaal van de voorgenomen werken
Hoewel het BPA ouder is dan 15 jaar en hier bijgevolg van kan worden afgeweken, zijn de voorschriften ervan een interpretatie van de goede ruimtelijke ordening.
Het volume van de woning, bouwdiepte, nokhoogte, hellingsgraad van het dak, volgen deze voorschriften. De inplanting volgt die van de links aanpalende bebouwing.
De kroonlijsthoogte aan de achtergevel van de meergezinswoning bedraagt 8,18m, dit is een gevolg van het niet volledig benutten van de toegelaten bouwdiepte. De achtergevel van de meergezinswoning springt echter terug binnen het gabarit van het dak en valt dus volledig binnen dit gabarit.
Achter de verdieping wordt op de grens tussen beide woningen een gemetste muur geplaatst met een hoogte van 4,20m t.o.v. het maaiveld met daarboven een mat glazen scherm met een hoogte van 0,8 meter. Door de afscheiding deels te voorzien in mat glas, hetgeen ruimtelijk minder impact heeft op de omgeving dan een stenen muur, komt men tegemoet aan een weigeringsgrond van een eerdere aanvraag en is de afscheiding aanvaardbaar.
De tuinmuur op maaiveldniveau is toelaatbaar tot een max. hoogte van 2m.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
Het perceel heeft een oppervlakte van 996m². Er worden 3 wooneenheden op voorzien, waardoor de woondichtheid ongeveer 30 woningen/hectare bedraagt, wat aanvaardbaar is op deze locatie. Op deze locatie, net buiten de kern van Zonhoven, is een woontypologie in de vorm van meergezinswoningen aanvaardbaar. De bebouwde oppervlakte bedraagt binnen de aanvraag 293m², de verharde oppervlakte 159m² (de karresporen buiten beschouwing gelaten). De totale bebouwde en verharde oppervlakte bedraagt bijgevolg 452m², minder dan 46% van de perceelsoppervlakte, hetgeen aanvaardbaar is. Er dient steeds gestreefd te worden naar een correcte verhouding tussen bebouwing/verharding en groenaanleg. Een verhouding van 40-60 in het voordeel van de groenaanleg is hierbij wenselijk, met afwijkingen tot een verhouding van 50-50. Het kan niet zijn dat de bebouwing en verharding in de toekomst verder uitgebreid wordt tot een niet-aanvaardbare bebouwings- en verhardingsgraad. Met eventuele uitbreidingen in het achterhoofd dient de maximale verhardings- en bebouwingsgraad op het totale perceel verankerd te worden op 50%.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk in een vrijstaande bebouwing, met twee bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen. De voorziene bebouwing integreert zich goed binnen dit straatbeeld.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Uit het terreinprofiel blijkt dat het terrein bijna volledig wordt opgehoogd. Gezien het karrespoor langs de rechter bouwvrije strook wordt ingeplant zal de terreinophoging gevolgen hebben t.o.v. het aanpalend perceel. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Het karrespoor dient na 30m het natuurlijk maaiveld te volgen. Het vrijstaand bijgebouw dient te worden ingeplant op het bestaande maaiveld. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Het dakterras van de meergezinswoning sluit aan bij de leefruimte en is noodzakelijk i.f.v. een kwalitatieve private buitenruimte voor de wooneenheid op de verdieping. Dit dakterras wordt volgens de plannen aan de achterzijde afgewerkt met een balustrade die voldoet aan alle
veiligheidsvoorschriften.
Het dakterras wordt gescheiden van het aanpalend plat dak van de eengezinswoning door deels een volle muur met een hoogte van 1,02 meter en deels door een mat glazen scherm met een hoogte van 0,8 meter. Hierdoor wordt in de toekomst voldaan aan art. 3.132 Boek 3 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
Er wordt geen hinder verwacht m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen door voorliggende aanvraag.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.“
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Woning:
Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.
Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.
De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).
Appartement
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.
Wanneer de werkput en de koker niet wordt voorzien, behoudt De Watergroep zich het recht voor de aftakking niet uit te voeren.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de BPA-voorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.