Introductie - vraag tot bankwaarborg
In het kader van de herbestemming van de kerk Sint-Eligius (Ter Donk) wenst vzw 't Alvermanneke de kerk en de bijhorende ruimtes zoals de inkomhal, winterkapel, sacristie en vergaderlokalen te verbouwen. De totale kostprijs van deze verbouwing zou om en bij 1.000.000 euro bedragen. Om deze financiering rond te krijgen wenst vzw 't Alvermanneke een lening aan te gaan voor een bedrag van 500.000 euro, af te betalen op 20 jaar tegen een rentevoet van 2,5 %. De vzw vroeg het gemeentebestuur reeds eerder om een bankwaarborg voor deze lening. Deze zou ook gevraagd worden door de financiële instelling.
Naar aanleiding van vragen mbt. gelijke toegang (vanuit het gemeentebestuur zelf, maar ook vanwege concullega's uit de sector - mail Dannie Van Werde dd. 29/11/2021) werd het Agentschap van Binnenlands Bestuur bevraagd. Bij mail van 7 januari 2022 liet het Agentschap Binnenlands Bestuur weten dat het kerkbestuur Sint-Eligius Ter Donk (momenteel kerkbestuur Sint-Jozef Halveweg) voor onroerende transacties de markt moet raadplegen, dus ook voor het verlenen van een opstalrecht. Om het algemeen belang te dienen moet dus voldoende en gepaste publiciteit worden gevoerd om zoveel mogelijk geïnteresseerden te bereiken.
Van deze werkwijze kan enkel worden afgeweken omwille van redenen van algemeen belang die geval per geval beoordeeld moeten worden. Op basis van de gegevens waarover het Agentschap beschikt geven zij aan dat een onderhandse toewijzing van een opstalrecht zonder publiciteit niet haalbaar is. Minstens moeten andere instellingen die kinderopvang en/of crèches voorzien de kans krijgen hierover mee te dingen.
Bij het geven van een bankwaarborg door het gemeentebestuur wordt bovendien verwezen naar de beginselen van behoorlijk bestuur. Een dergelijke beslissing moet afdoende gemotiveerd zijn waarbij de gelijkheid niet geschonden wordt.
Zowel de vzw als de kerkraad werden inmiddels in kennis gesteld van dit advies.
Extra plaatsen: impact op de sector?
Vanuit het perspectief van ouders, maar ook vanuit dat van het gemeentebestuur, kan het uiteraard alleen maar een voordeel zijn indien het beschikbare aantal plaatsen in (de nabijheid van) een residentiële gemeente zo hoog mogelijk zijn. In het kader van een algemeen en nabij aanbod, is de eerste reflex dan ook steeds: ‘hoe meer, hoe beter’.
In een scenario waarbij de huidige aanbieders uit hun voegen barsten en de wachtlijsten ellenlang zijn, klopt dit ook. Een extra speler creëert dan een bijkomend aanbod en ontzorgt zelfs de concullega’s aangezien de druk op hun wachtlijsten en bijhorend extra werk vervalt. Maar in een scenario dat de vraag het aanbod niet overstijgt, zet dit de concullega’s wel onder druk. Hun plaatsen dreigen dan niet meer ingevuld te geraken, met verminderde inkomsten tot gevolg.
De kleine maatjes: 35 plaatsen
De Klodsberg: 46 plaatsen
De Pagadder: 16 plaatsen
Ferm kinderopvang: 185 plaatsen
TOTAAL: 285 plaatsen
Indien hier een 35-tal plaatsen zouden bijkomen, betekent dit dus een verhoging van het huidig aanbod met 12,28 procent.
Huidig aanbod
Volgens de cijfergegevens van ‘Statistieken Vlaanderen’ waren er in 2020 985 kinderen tussen de 0-4 jaar in Zonhoven. Als we hier het huidige totaal aanbod tegenover zetten, betekent dit een potentiële opvanggraad van 28,93 procent (excl. Zonhovense kinderen).
Cijfergegevens van de provincie Limburg leren ons dat het percentage opvangplaatsen voor baby’s en peuters ten opzichte van het aantal kinderen van 0-2 jaar 54,2 procent bedraagt (2021). Dit gaat in stijgende lijn sedert 2017 (40,3 procent).
Ter vergelijking: het Limburgs gemiddelde bedraagt hier 40,7 procent, het Vlaamse gemiddelde 45,1 procent.
Toekomst
Wanneer we kijken naar de verwachte demografische evolutie richting 2030, dan zien we dat het de verwachting is dat het aantal kinderen tussen 0-4 jaar oud gaat terugnemen naar 846 kinderen. Een terugval met meer dan 14 procent. Wanneer we ook hier weer het huidig aanbod tegenover zetten, levert ons dit een opvanggraad van 33,69 procent. Een natuurlijke stijging met 4,75 procent.
Als we er dan vanuit gaan dat ’t Alvermanneke in 35 extra plaatsen voorziet, stijgt het absolute aantal naar 320. Wanneer we dit aanbod afzetten ten opzichte van de verwachte dalende vraag, komen we tot een opvanggraad van 37,82 procent. Een verhoging met 4,13 procent ten opzichte van het huidig aanbod/toekomstige vraag, maar vooral een verhoging van 8,89 procent ten opzichte van het huidig aanbod/huidige vraag.
Te verwachten maatschappelijke evoluties
Waar nu grootouders nog (veel) bijspringen bij de opvang van baby’s en peuters, is de verwachting dat deze mogelijkheid in de loop der jaren onder druk zal komen te staan. De pensioenleeftijd wordt meer en meer opgetrokken en de mogelijkheden aan eindeloopbaansystemen zijn ook teruggelopen, waardoor mogelijk meer richting privaat aanbod gekeken zal worden.
Daar tegenover staat het gegeven dat de tendens richting flexibel werk is ingezet. Werknemers kunnen meer en meer hun uren afstemmen op hun gezinssituatie en thuiswerk zal een blijver zijn. Dit -gecombineerd met ouderschapsverlof- geeft toekomstige jonge gezinnen de kans om (deels) zelf in te staan voor de opvang van jonge kinderen.
Gezien het huidige -verhoudingsgewijs sterk aanwezige- aanbod en het verwachte dalend aantal kinderen in de leeftijdscategorie 0-4 jaar is het niet ondenkbaar dat 35 extra plaatsen druk zet op de huidige aanbieders.
Indien dit gegeven marktgewijs ontstaat, hoeft dit als gemeentebestuur geen probleem te zijn, extra nabij aanbod is vanuit het perspectief van de gemeente steeds positief. Maar wanneer vanuit de sector het aanvoelen is dat dit er enkel kon komen omwille van publieke ondersteuning, is de kans reëel dat dit (opnieuw) reacties oproept.
Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA-decreet): huidige stand van zaken
De Vlaamse overheid streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten – afgekort ‘BOA’- voor álle kinderen en gezinnen. Dit wil zeggen dat alle lokale spelers, of ze nu vanuit Onderwijs, Welzijn, Cultuur of Jeugd en Sport worden georganiseerd, zo goed mogelijk samenwerken. Het lokaal bestuur heeft de regie in handen en stippelt met de verschillende partners een lokaal buitenschools beleid uit.
Het decreet heeft drie doelstellingen:
Dit decreet treedt formeel in werking vanaf 1 januari 2022 en heeft -minstens onrechtstreeks- ook haar invloed op dit verhaal.
Gezien de overgangsbepalingen wijzigt er voorlopig niets, aangezien de huidige BKO-organisatoren een overgangssubsidie blijven behouden. In concreto komt het erop neer dat vzw ’t Alvermanneke nog tot en met 2025 haar huidige subsidies kan blijven behouden en haar werking verder zetten. Vanaf 1 januari 2026 -tenzij vroeger overeengekomen- worden de (aangepaste, forfaitaire) subsidies overgemaakt aan het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur dient die middelen dan aan te wenden om bovenstaande ambities te realiseren.
In december 2021 vernamen we via-via van de vvsg dat de Vlaamse overheid een nieuwsbrief had uitgestuurd mbt. de uitrol van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Hierin ook de berekening van de subsidies waarover elk lokaal bestuur beschikking zou krijgen vanaf 1 januari 2026.
Die berekening wordt als volgt gemaakt:
BOA-subsidie = aantal kinderen x basisbedrag
Waarbij:
Aantal kinderen = (kinderen basisschool x 0,60) + (wonende kinderen 2-12jr x 0,40)
Basisbedrag = 107,50 euro (= minimale bedrag, kán evolueren)
Voor Zonhoven bedraagt dit voorspeld subsidiebedrag 370.349,74 euro.
Voor een heel aantal lokale besturen zorgt deze berekeningswijze voor een heel ander bedrag dan het subsidiebedrag dat het Agentschap Opgroeien momenteel aan het aanbod buitenschoolse kinderopvang in de gemeente toekent.
Voor een aantal lokale besturen is het contrast tussen deze twee subsidies zo groot dat de BOA-subsidie meer dan 40 procent lager ligt dan de subsidie voor buitenschools opvangaanbod (zo ook in Zonhoven). In dat geval wordt er tijdelijk een overgangsmaatregel voorzien. Die besturen krijgen gedurende 4 jaren (2026 t/m 2029) een bijkomend bedrag van 55 euro per kind toegekend.
Vanaf 1 januari 2030 ontvangt elk lokaal bestuur dan hetzelfde basisbedrag per kind.
| Vzw ’t Alvermanneke | Gemeentebestuur | Saldo |
2022 t/m 2025 | 788.656,66 euro |
|
|
2026 t/m 2029 |
| 370.349,74 euro | -418.306,92 euro |
Vanaf 2030 |
| 243.702,50 euro | -544.954,16 euro |
Bij de reorganisatie van de kinderopvang nav. het BOA-decreet zal -met de huidige vooruitzichten- het gemeentebestuur onder enorme druk komen te staan. Enerzijds zullen de verwachtingen gelijklopend -zelfs hoger- zijn, anderzijds nemen de financiële middelen zeer sterk af (-53 procent!).
Tenzij het gemeentebestuur deze activiteit volledig overneemt, is er met vzw ’t Alvermanneke -als enige huidige aanbieder- ook slechts één (gespreks)partner. Dit zal de gesprekken op vlak van financiering/subsidiëring er alvast niet gemakkelijker op maken.
Bovendien is de vzw er in de loop van de voorbije jaren steeds in geslaagd om een overschot te realiseren. Dit zal waarschijnlijk ook zo zijn voor de komende vier jaren (2022 t/m 2025). Uiteraard gaat het hier om een autonome vzw die steeds in een kwalitatief aanbod heeft voorzien en waarmee -zeker de laatste jaren- een constructief contact is. Maar er zijn wel wat bedenkingen te plaatsen bij het feit dat een historisch en nog te verwerven overschot obv. huidige subsidiëring aangewend wordt voor een nieuwe, concurrentiële activiteit, terwijl het gemeentebestuur vanaf 2026 hoogst waarschijnlijk gaat moeten bijdragen om een vergelijkbaar -of zelfs minder- kwalitatief aanbod te gaan kunnen bieden.
Scenario's en gevolgtrekkingen
Indien het gemeentebestuur ervoor opteert om de vzw te ondersteunen door een bankwaarborg toe te kennen, stelt het deze (minstens onrechtstreeks) in staat om in concurrentie te treden met de sector. Dit brengt haast zeker een verstoring van het huidig landschap en daaruit voortkomende kritiek met zich mee. Bovendien zullen met dit project de verworven en nog te verwachten overschotten van de vzw worden aangewend. Dit is uiteraard het volste recht van deze autonome vzw, maar het is de vraag of het gemeentebestuur dit (onrechtstreeks) moet ondersteunen door een bankwaarborg te geven. Binnen minder dan 4 jaren wacht de gemeente immers de zeer moeilijke taak om met minder dan de helft van de subsidies die de vzw vandaag krijgt een vergelijkbaar kwalitatief aanbod te realiseren. Een deficit is zeer te verwachten.
Een negatieve beslissing brengt met zich mee dat het kerkbestuur rechtstreeks een erfpacht/recht van opstal moet verlenen en hiervoor de markt moet raadplegen. Het gemeentebestuur kan hierin begeleiden, maar het is niet ondenkbeeldig dat het wegvallen van een bankwaarborg met zich meebrengt dat vzw 't Alvermanneke (noodgedwongen) afziet van haar plannen om het kerkgebouw te herbestemmen. De kerkraad -in eerste instantie- en het gemeentebestuur -in tweede instantie- zitten dan nog steeds met een leegstaand kerkgebouw . Het traject om op zoek te gaan naar een alternatieve bestemming, bij voorkeur door middel van private invulling, dient dan opnieuw opgestart te worden. Bovendien zal ook basisschool De Horizon niet onverdeeld gelukkig zijn aangezien de voor- en naschoolse opvang dan blijvend in de eigen lokalen zal moeten doorgaan.
Gezien de hierboven aangehaalde argumenten lijkt het echter dat enkel tot toekennen van een bankwaarborg besloten kan worden indien het gemeentebestuur de hoogste prioriteit legt bij het effectief herbestemmen van het kerkgebouw.
In dat scenario wordt voorgesteld dat het kerkbestuur eerst een erfpacht verleent aan het gemeentebestuur. Op die manier heeft het gemeentebestuur het zakelijk recht indien de toekomstige erfpachthouder haar activiteiten stopzet en de lening niet meer zou afbetalen.
In een volgende stap moet het gemeentebestuur de markt verkennen (zie advies Ag. Binnenlands Bestuur) om het voormalig kerkgebouw op haar beurt in erfpacht te geven. Om te vermijden dat de gemeente een bankwaarborg geeft voor een gedeelte waarvoor de nieuwe erfpachthouder in concurrentie komt met derden (bv crèche) kan de gemeente een bijkomende voorwaarde stellen. Er zou verwezen kunnen worden naar een vraag tot maatschappelijke invulling, met minstens een aanbod op vlak van voor- en naschoolse kinderopvang. De bankwaarborg wordt dan enkel voor de financiering van dat deel van de verbouwing dat nodig is voor de voor- en naschoolse kinderopvang toegekend (de nieuwe erfpachthouder moet op basis van een bestek en lastenboek duidelijk de splitsing maken van de verschillende functies van het gebouw en de link naar het leningsbedrag waarvoor een waarborg gevraagd wordt). Wat deze bijkomende voorwaarde betreft, is het wel zo dat er momenteel slechts één (grote) aanbieder in de gemeente actief is, namelijk vzw 't Alvermanneke. Onrechtstreeks bemoeilijkt dit andere kandidaturen.
Dit scenario is duidelijk vrij complex en (opnieuw) vatbaar voor kritiek.
Het college van burgemeester en schepenen kan akkoord gaan met een bankwaarborg aan vzw 't Alvermanneke voor verbouwing van de kerk in Terdonk. Dit op voorwaarde dat de vzw 't Alvermanneke de kerk enkel herbestemt in functie van de voor- en naschoolse kinderopvang.
Enkel dan zal het gemeentebestuur het kerkgebouw voorafgaand in erfpacht nemen van de kerkraad, om vervolgens een recht van opstal te geven aan vzw 't Alvermanneke.
Het college vindt haar motivatie in het advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur en in het gegeven dat de lokale sector en markt voor opvang van baby's en peuters niet door een tussenkomst van de lokale overheid ten gunste van één actor mogen verstoord worden.