Terug
Gepubliceerd op 02/02/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 25/01/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00059 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00059 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00059 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 18 januari 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00060 - Huishoudelijk reglement college van burgemeester en schepenen - aanpassing - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2022_CBS_00060 - Huishoudelijk reglement college van burgemeester en schepenen - aanpassing - Goedkeuring

2022_CBS_00060 - Huishoudelijk reglement college van burgemeester en schepenen - aanpassing - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het decreet van 16 juli 2021 tot wijziging van diverse decreten wat betreft de versterking van de lokale democratie heeft, naast de fysieke vergadervorm, ook de vergadervormen digitaal en hybride vergaderen voor de lokale vergaderorganen decretaal verankerd. Fysiek vergaderen blijft het uitgangspunt maar onder de uitzonderlijke omstandigheden die vermeld moeten worden in het huishoudelijk reglement, kan het college hybride of digitaal vergaderen. Om die reden is het aangeraden het huishoudelijk reglement te wijzigen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit het aangepaste huishoudelijk reglement CBS/VB, zoals toegevoegd als bijlage, integraal goed te keuren.

Artikel 2

Het huishoudelijk reglement annuleert en vervangt alle voorgaande huishoudelijk reglementen en treedt onmiddellijk in werking na bekendmaking.

3.

2022_CBS_00061 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
3.

2022_CBS_00061 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2022_CBS_00061 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
4.

2022_CBS_00062 - Raamcontract voor het beheer en publicatie van gevonden en verloren voorwerpen - Interessepeiling politie Leuven - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00062 - Raamcontract voor het beheer en publicatie van gevonden en verloren voorwerpen - Interessepeiling politie Leuven - Goedkeuring

2022_CBS_00062 - Raamcontract voor het beheer en publicatie van gevonden en verloren voorwerpen - Interessepeiling politie Leuven - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Mail dd. 16 januari 2022 van politiezone Leuven.

Feiten context en argumentatie

Politiezone Leuven laat weten dat zij in het voorjaar 2022  voor het "beheer en publicatie van gevonden en verloren voorwerpen" een nieuw lastenboek in de vorm van een raamcontract willen lanceren, waarop steden, gemeenten, politiezones en andere openbare instellingen kunnen inschrijven.

Het beheer van gevonden voorwerpen is een verantwoordelijkheid van de steden en gemeenten en wordt regelmatig gedelegeerd naar de politiezones.  Door het ontbreken van een nationale website wil de politiezone Leuven starten met een regionaal platform waarop gevonden voorwerpen en opgehaalde fietsen op een gemakkelijke manier beheerd en gepubliceerd kunnen worden.

Het lastenboek zal enerzijds een gestructureerde backoffice omvatten waar het beheer van de voorwerpen door de organisatie of overheid dient te gebeuren en anderzijds de automatische publicatie op een website waarbij de burger online een gevonden of verloren voorwerp kan opzoeken of registreren .  Na behandeling in de backoffice worden de voorwerpen automatisch gepubliceerd op de website.  Dit vervangt volledig de registratie maar ook de publicatie via andere kanalen zoals facebook, twitter, instagram of lokale website.

Politiezone Leuven vraagt om, zonder enige aankoopverplichting, een invulformulier (interessepeiling) over te maken, zodat zij enerzijds een beeld krijgen van de behoefte naar dergelijk centraal platform en anderzijds om te weten wie op de hoogte wil worden gehouden van het resultaat van het raamcontract.

De politiezone LRH heeft ook laten weten interesse te hebben in dit raamcontract en af te leiden uit het antwoord van politiezone LRH naar de gemeente toe, is het aan te raden dat gemeente minstens diens interesse laat blijken aan de politie Leuven.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist aan politiezone Leuven mee te delen dat de gemeente Zonhoven interesse heeft in het raamcontract "Beheer en publicatie van gevonden en verloren voorwerpen".  Het invulformulier zal  aan de politiezone worden overgemaakt.

5.

2022_CBS_00063 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00063 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00063 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.
Er is een bijkomende bestelbon

2022000461 voor het Studiebureau Archeologie voor een bijkomend archeologisch onderzoek n.a.v. de bouw van de turnhal aan de Basvelden ten bedrage van € 4.961.
2022000533 voor Atelier Alternatief vzw voor het verplaatsen van outdoor fitness toestel op de Basvelden voor een bedrag van € 1.357,62.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 69.998,57 samen met bijkomende bestelbonnen (nr. 2022000461) voor het Studiebureau Archeologie voor een bijkomend archeologisch onderzoek n.a.v. de bouw van de turnhal aan de Basvelden ten bedrage van € 4.961 en (nr. 2022000533) voor het Atelier Alternatief vzw voor het verplaatsen van outdoor fitness toestel op de Basvelden ten bedrage van € 1.357,62 

6.

2022_CBS_00064 - Kapel Ten Eikenen : medegebruik door Bulgaars-Orthodoxe geloofsgemeenschap - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2022_CBS_00064 - Kapel Ten Eikenen : medegebruik door Bulgaars-Orthodoxe geloofsgemeenschap - Kennisneming

2022_CBS_00064 - Kapel Ten Eikenen : medegebruik door Bulgaars-Orthodoxe geloofsgemeenschap - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Bij mail van 19 januari 2022 laat de heer Louis Bammens, voorzitter van de kerkfabriek Sint-Quintinus, ons het volgende weten :
'Zoals besproken brengen wij u ter kennis dat er door de kerkfabriek Sint-Quintinus Zonhoven, met goedkeuring van de parochie en de koster, een overeenkomst wordt gesloten met de Bulgaars-orthodoxe geloofsgemeenschap voor het medegebruik van de kapel ten Eikenen.

Voor het medegebruik wordt er een gebruiksovereenkomst met hen gesloten. De overeenkomst wordt opgesteld in overeenstemming met het ontwerp dat door de Vlaamse bisschoppen en PARCUM ter beschikking wordt gesteld van de kerkfabrieken. Er wordt daarbij ook verwezen naar de officiële richtlijnen van de Vlaamse bisschoppen m.b.t. het gebruik van parochiekerken.

De geloofsgemeenschap zal elke tweede en vierde zondag van de maand tussen 10 uur en 13 uur een viering laten doorgaan. De eerste maal op 23 januari 2022.'

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het medegebruik door  de Bulgaars-Orthodoxe kerk van de kapel ten Eikenen.

7.

2022_CBS_00065 - Belfius studie : individueel financieel profiel Zonhoven - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00065 - Belfius studie : individueel financieel profiel Zonhoven - Kennisneming

2022_CBS_00065 - Belfius studie : individueel financieel profiel Zonhoven - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het Individueel Financieel Profiel, opgesteld door Belfius bank, is samengesteld uit zes grote onderdelen :
- de algemene indicatoren : zij geven zicht op de niet-financiële omgevingsfactoren, die rechtstreeks of onrechtstreeks een effect hebben op de financiën en hun evolutie.
- de exploitatierekening
- het resultaat en de financiële beleidsruimte
- de schuld
- de vooruitzichten en het ESR-vorderingensaldo
- de investeringen en het patrimonium

Elk cijfer van de gemeente/OCMW wordt geplaatst naast gemiddelden uit dezelfde provincie, de socio-economische cluster en het gewest. De socio-economische cluster groepeert gemeenten/OCMW's die op demografisch, economisch en sociaal gebied het dichtst aanleunen bij de gemeente/OCMW. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het Individueel Financieel Profiel van de gemeente en het OCMW Zonhoven, gepresenteerd door Belfius Bank.

8.

2022_CBS_00092 - Verlenen van een bankwaarborg aan vzw 't Alvermanneke - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2022_CBS_00092 - Verlenen van een bankwaarborg aan vzw 't Alvermanneke - Gedeeltelijke goedkeuring

2022_CBS_00092 - Verlenen van een bankwaarborg aan vzw 't Alvermanneke - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Introductie - vraag tot bankwaarborg

In het kader van de herbestemming van de kerk Sint-Eligius (Ter Donk) wenst vzw 't Alvermanneke de kerk en de bijhorende ruimtes zoals de inkomhal, winterkapel, sacristie en vergaderlokalen te verbouwen. De totale kostprijs van deze verbouwing zou om en bij 1.000.000 euro bedragen. Om deze financiering rond te krijgen wenst vzw 't Alvermanneke een lening aan te gaan voor een bedrag van  500.000 euro, af te betalen op 20 jaar tegen een rentevoet van 2,5 %. De vzw vroeg het gemeentebestuur reeds eerder om een bankwaarborg voor deze lening. Deze zou ook gevraagd worden door de financiële instelling. 

Naar aanleiding van vragen mbt. gelijke toegang (vanuit het gemeentebestuur zelf, maar ook vanwege concullega's uit de sector - mail Dannie Van Werde dd. 29/11/2021) werd het Agentschap van Binnenlands Bestuur bevraagd. Bij mail van 7 januari 2022 liet het Agentschap  Binnenlands Bestuur weten dat het kerkbestuur Sint-Eligius Ter Donk (momenteel kerkbestuur Sint-Jozef Halveweg)  voor onroerende transacties de markt moet raadplegen, dus ook voor het verlenen van een opstalrecht. Om het algemeen belang te dienen moet dus voldoende en gepaste publiciteit worden gevoerd om zoveel mogelijk geïnteresseerden te bereiken. 

Van deze werkwijze kan enkel worden afgeweken omwille van redenen van algemeen belang die geval per geval beoordeeld moeten worden. Op basis van de gegevens waarover het Agentschap beschikt geven zij aan dat een onderhandse toewijzing van een opstalrecht zonder publiciteit niet haalbaar is. Minstens moeten andere instellingen die kinderopvang en/of crèches voorzien de kans krijgen hierover mee te dingen.

Bij het geven van een bankwaarborg door het gemeentebestuur wordt bovendien verwezen naar de beginselen van behoorlijk bestuur. Een dergelijke beslissing moet afdoende gemotiveerd zijn waarbij de gelijkheid niet geschonden wordt.

Zowel de vzw als de kerkraad werden inmiddels in kennis gesteld van dit advies. 


Extra plaatsen: impact op de sector?

Vanuit het perspectief van ouders, maar ook vanuit dat van het gemeentebestuur, kan het uiteraard alleen maar een voordeel zijn indien het beschikbare aantal plaatsen in (de nabijheid van) een residentiële gemeente zo hoog mogelijk zijn. In het kader van een algemeen en nabij aanbod, is de eerste reflex dan ook steeds: ‘hoe meer, hoe beter’.

In een scenario waarbij de huidige aanbieders uit hun voegen barsten en de wachtlijsten ellenlang zijn, klopt dit ook. Een extra speler creëert dan een bijkomend aanbod en ontzorgt zelfs de concullega’s aangezien de druk op hun wachtlijsten en bijhorend extra werk vervalt. Maar in een scenario dat de vraag het aanbod niet overstijgt, zet dit de concullega’s wel onder druk. Hun plaatsen dreigen dan niet meer ingevuld te geraken, met verminderde inkomsten tot gevolg. 

  • Lokale aanbieders

            De kleine maatjes: 35 plaatsen

            De Klodsberg: 46 plaatsen

            De Pagadder: 16 plaatsen

            Ferm kinderopvang: 185 plaatsen

            TOTAAL: 285 plaatsen

            Indien hier een 35-tal plaatsen zouden bijkomen, betekent dit dus een verhoging van het huidig aanbod met 12,28 procent. 

  • Huidige en toekomstige vraag/aanbod

Huidig aanbod

Volgens de cijfergegevens van ‘Statistieken Vlaanderen’ waren er in 2020 985 kinderen tussen de 0-4 jaar in Zonhoven. Als we hier het huidige totaal aanbod tegenover zetten, betekent dit een potentiële opvanggraad van 28,93 procent (excl. Zonhovense kinderen). 

Cijfergegevens van de provincie Limburg leren ons dat het percentage opvangplaatsen voor baby’s en peuters ten opzichte van het aantal kinderen van 0-2 jaar 54,2 procent bedraagt (2021). Dit gaat in stijgende lijn sedert 2017 (40,3 procent).

Ter vergelijking: het Limburgs gemiddelde bedraagt hier 40,7 procent, het Vlaamse gemiddelde 45,1 procent. 

Toekomst

Wanneer we kijken naar de verwachte demografische evolutie richting 2030, dan zien we dat het de verwachting is dat het aantal kinderen tussen 0-4 jaar oud gaat terugnemen naar 846 kinderen. Een terugval met meer dan 14 procent. Wanneer we ook hier weer het huidig aanbod tegenover zetten, levert ons dit een opvanggraad van 33,69 procent. Een natuurlijke stijging met 4,75 procent. 

Als we er dan vanuit gaan dat ’t Alvermanneke in 35 extra plaatsen voorziet, stijgt het absolute aantal naar 320. Wanneer we dit aanbod afzetten ten opzichte van de verwachte dalende vraag, komen we tot een opvanggraad van 37,82 procent. Een verhoging met 4,13 procent ten opzichte van het huidig aanbod/toekomstige vraag, maar vooral een verhoging van 8,89 procent ten opzichte van het huidig aanbod/huidige vraag. 

Te verwachten maatschappelijke evoluties

Waar nu grootouders nog (veel) bijspringen bij de opvang van baby’s en peuters, is de verwachting dat deze mogelijkheid in de loop der jaren onder druk zal komen te staan. De pensioenleeftijd wordt meer en meer opgetrokken en de mogelijkheden aan eindeloopbaansystemen zijn ook teruggelopen, waardoor mogelijk meer richting privaat aanbod gekeken zal worden.

Daar tegenover staat het gegeven dat de tendens richting flexibel werk is ingezet. Werknemers kunnen meer en meer hun uren afstemmen op hun gezinssituatie en thuiswerk zal een blijver zijn. Dit -gecombineerd met ouderschapsverlof- geeft toekomstige jonge gezinnen de kans om (deels) zelf in te staan voor de opvang van jonge kinderen. 

  • Conclusie

Gezien het huidige -verhoudingsgewijs sterk aanwezige- aanbod en het verwachte dalend aantal kinderen in de leeftijdscategorie 0-4 jaar is het niet ondenkbaar dat 35 extra plaatsen druk zet op de huidige aanbieders. 

Indien dit gegeven marktgewijs ontstaat, hoeft dit als gemeentebestuur geen probleem te zijn, extra nabij aanbod is vanuit het perspectief van de gemeente steeds positief. Maar wanneer vanuit de sector het aanvoelen is dat dit er enkel kon komen omwille van publieke ondersteuning, is de kans reëel dat dit (opnieuw) reacties oproept. 


Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA-decreet): huidige stand van zaken

De Vlaamse overheid streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten – afgekort ‘BOA’- voor álle kinderen en gezinnen. Dit wil zeggen dat alle lokale spelers, of ze nu vanuit Onderwijs, Welzijn, Cultuur of Jeugd en Sport worden georganiseerd, zo goed mogelijk samenwerken. Het lokaal bestuur heeft de regie in handen en stippelt met de verschillende partners een lokaal buitenschools beleid uit.

Het decreet heeft drie doelstellingen:

  • Het geeft kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen, maar ook keuzevrijheid en recht op rust.
  • Het biedt ouders de mogelijkheid om werk, opleiding en gezin vlot te combineren.
  • Het creëert een aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen en draagt op die manier bij tot een harmonieuze samenleving.

Dit decreet treedt formeel  in werking vanaf 1 januari 2022 en heeft -minstens onrechtstreeks- ook haar invloed op dit verhaal. 

Gezien de overgangsbepalingen wijzigt er voorlopig niets, aangezien de huidige BKO-organisatoren een overgangssubsidie blijven behouden. In concreto komt het erop neer dat vzw ’t Alvermanneke nog tot en met 2025 haar huidige subsidies kan blijven behouden en haar werking verder zetten. Vanaf 1 januari 2026 -tenzij vroeger overeengekomen- worden de (aangepaste, forfaitaire) subsidies overgemaakt aan het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur dient die middelen dan aan te wenden om bovenstaande ambities te realiseren.  

  • Aangepaste subsidies

In december 2021 vernamen we via-via van de vvsg dat de Vlaamse overheid een nieuwsbrief had uitgestuurd mbt. de uitrol van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Hierin ook de berekening van de subsidies waarover elk lokaal bestuur beschikking zou krijgen vanaf 1 januari 2026.

Die berekening wordt als volgt gemaakt:

    BOA-subsidie = aantal kinderen x basisbedrag

Waarbij:

Aantal kinderen = (kinderen basisschool x 0,60) + (wonende kinderen 2-12jr x 0,40)

Basisbedrag = 107,50 euro (= minimale bedrag, kán evolueren)

Voor Zonhoven bedraagt dit voorspeld subsidiebedrag 370.349,74 euro.

Voor een heel aantal lokale besturen zorgt deze berekeningswijze voor een heel ander bedrag dan het subsidiebedrag dat het Agentschap Opgroeien momenteel aan het aanbod buitenschoolse kinderopvang in de gemeente toekent. 

Voor een aantal lokale besturen is het contrast tussen deze twee subsidies zo groot dat de BOA-subsidie meer dan 40 procent lager ligt dan de subsidie voor buitenschools opvangaanbod (zo ook in Zonhoven). In dat geval wordt er tijdelijk een overgangsmaatregel voorzien. Die besturen krijgen gedurende 4 jaren (2026 t/m 2029) een bijkomend bedrag van 55 euro per kind toegekend. 

Vanaf 1 januari 2030 ontvangt elk lokaal bestuur dan hetzelfde basisbedrag per kind.

  • Gekende subsidiebedragen t/m 2030

 

Vzw ’t Alvermanneke

Gemeentebestuur

Saldo

2022 t/m 2025

788.656,66 euro

 

 

2026 t/m 2029

 

370.349,74 euro

-418.306,92 euro

Vanaf 2030

 

243.702,50 euro

-544.954,16 euro

 

  • Conclusie

Bij de reorganisatie van de kinderopvang nav. het BOA-decreet zal -met de huidige vooruitzichten- het gemeentebestuur onder enorme druk komen te staan. Enerzijds zullen de verwachtingen gelijklopend -zelfs hoger- zijn, anderzijds nemen de financiële middelen zeer sterk af (-53 procent!).

Tenzij het gemeentebestuur deze activiteit volledig overneemt, is er met vzw ’t Alvermanneke -als enige huidige aanbieder- ook slechts één (gespreks)partner. Dit zal de gesprekken op vlak van financiering/subsidiëring er alvast niet gemakkelijker op maken. 

Bovendien is de vzw er in de loop van de voorbije jaren steeds in geslaagd om een overschot te realiseren. Dit zal waarschijnlijk ook zo zijn voor de komende vier jaren (2022 t/m 2025). Uiteraard gaat het hier om een autonome vzw die steeds in een kwalitatief aanbod heeft voorzien en waarmee -zeker de laatste jaren- een constructief contact is. Maar er zijn wel wat bedenkingen te plaatsen bij het feit dat een historisch en nog te verwerven overschot obv. huidige subsidiëring aangewend wordt voor een nieuwe, concurrentiële activiteit, terwijl het gemeentebestuur vanaf 2026 hoogst waarschijnlijk gaat moeten bijdragen om een vergelijkbaar -of zelfs minder- kwalitatief aanbod te gaan kunnen bieden. 


Scenario's en gevolgtrekkingen

Indien het gemeentebestuur ervoor opteert om de vzw te ondersteunen door een bankwaarborg toe te kennen, stelt het deze (minstens onrechtstreeks) in staat om in concurrentie te treden met de sector. Dit brengt haast zeker een verstoring van het huidig landschap en daaruit voortkomende kritiek met zich mee. Bovendien zullen met dit project de verworven en nog te verwachten overschotten van de vzw worden aangewend. Dit is uiteraard het volste recht van deze autonome vzw, maar het is de vraag of het gemeentebestuur dit (onrechtstreeks) moet ondersteunen door een bankwaarborg te geven. Binnen minder dan 4 jaren wacht de gemeente immers de zeer moeilijke taak om met minder dan de helft van de subsidies die de vzw vandaag krijgt een vergelijkbaar kwalitatief aanbod te realiseren. Een deficit is zeer te verwachten. 

Een negatieve beslissing brengt met zich mee dat het kerkbestuur rechtstreeks een erfpacht/recht van opstal moet verlenen en hiervoor de markt moet raadplegen. Het gemeentebestuur kan hierin begeleiden, maar het is niet ondenkbeeldig dat het wegvallen van een bankwaarborg met zich meebrengt dat vzw 't Alvermanneke (noodgedwongen) afziet van haar plannen om het kerkgebouw te herbestemmen. De kerkraad -in eerste instantie- en het gemeentebestuur -in tweede instantie- zitten dan nog steeds met een leegstaand kerkgebouw . Het traject om op zoek te gaan naar een alternatieve bestemming, bij voorkeur door middel van private invulling, dient dan opnieuw opgestart te worden. Bovendien zal ook basisschool De Horizon niet onverdeeld gelukkig zijn aangezien de voor- en naschoolse opvang dan blijvend in de eigen lokalen zal moeten doorgaan. 

Gezien de hierboven aangehaalde argumenten lijkt het echter dat enkel tot toekennen van een bankwaarborg besloten kan worden indien het gemeentebestuur de hoogste prioriteit legt bij het effectief herbestemmen van het kerkgebouw. 

In dat scenario wordt voorgesteld dat het kerkbestuur eerst een erfpacht verleent aan het gemeentebestuur. Op die manier heeft het gemeentebestuur het zakelijk recht indien de toekomstige erfpachthouder haar activiteiten stopzet en de lening niet meer zou afbetalen.

In een volgende stap moet het gemeentebestuur de markt verkennen (zie advies Ag. Binnenlands Bestuur) om het voormalig kerkgebouw op haar beurt in erfpacht te geven. Om te vermijden dat de gemeente een bankwaarborg geeft voor een gedeelte waarvoor de nieuwe erfpachthouder in concurrentie komt met derden (bv crèche) kan de gemeente een bijkomende voorwaarde stellen. Er zou verwezen kunnen worden naar een vraag tot maatschappelijke invulling, met minstens een aanbod op vlak van voor- en naschoolse kinderopvang. De bankwaarborg wordt dan enkel voor de financiering van dat deel van de verbouwing dat nodig is voor de voor- en naschoolse kinderopvang toegekend (de nieuwe erfpachthouder moet op basis van een bestek en lastenboek duidelijk de splitsing maken van de verschillende functies van het gebouw en de link naar het leningsbedrag waarvoor een waarborg gevraagd wordt). Wat deze bijkomende voorwaarde betreft, is het wel zo dat er momenteel slechts één (grote) aanbieder in de gemeente actief is, namelijk vzw 't Alvermanneke. Onrechtstreeks bemoeilijkt dit andere kandidaturen. 

Dit scenario is duidelijk vrij complex en (opnieuw) vatbaar voor kritiek.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen kan akkoord gaan met een bankwaarborg aan vzw 't Alvermanneke voor verbouwing van de kerk in Terdonk. Dit op voorwaarde dat de vzw 't Alvermanneke de kerk enkel herbestemt in functie van de voor- en naschoolse kinderopvang.

Enkel dan zal het gemeentebestuur het kerkgebouw voorafgaand in erfpacht nemen van de kerkraad, om vervolgens een recht van opstal te geven aan vzw 't Alvermanneke.

Artikel 2

Het college vindt haar motivatie in het advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur en in het gegeven dat de lokale sector en markt voor opvang van baby's en peuters niet door een tussenkomst van de lokale overheid ten gunste van één actor mogen verstoord worden.

9.

2022_CBS_00066 - Inrichting winterterras jeugdhuis Nachtwacht - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00066 - Inrichting winterterras jeugdhuis Nachtwacht - Goedkeuring

2022_CBS_00066 - Inrichting winterterras jeugdhuis Nachtwacht - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Collegebesluit dd. 23 maart 2021 m.b.t. terras jeugdhuis Nachtwacht

Feiten context en argumentatie

Sedert enkele jaren maakt jeugdhuis Nachtwacht tijdens de zomermaanden een tijdelijk terras aan het jeugdhuis. Dat gebeurde in overleg met de sportdienst, jeugddienst en met de ondersteuning van de gemeente (o.a. uitlening materiaal zoals herashekken, biertafels en -banken). 

In 2021 vroeg het jeugdhuis de toelating om een luifel te mogen bouwen. Het college weigerde op 23 maart 2021 een permanente constructie toe te laten. Wel werd de toelating gegeven voor de organisatie van een tijdelijk zomerterras tot 30 oktober 2021. 

Jeugdhuis Nachtwacht doet nu een aanvraag om, op dezelfde manier als afgelopen zomer, een winterterras te mogen organiseren aan het jeugdhuis. Dat op dezelfde manier als het zomerterras werd georganiseerd. 

Gezien dat winterterras zich volledig op private eigendom bevindt, kan hiervoor geen vergunning "inname openbaar domein" worden opgemaakt. Wel is een goedkeuring van de eigenaar, zijnde de gemeente Zonhoven, nodig. 

De dienst contractmanagement gaf in maart volgend advies: "Op basis van de huidige concessieovereenkomst is het inrichten van tijdelijke terrassen, onder de voorwaarden zoals bepaald in het gemeentelijke reglement voor terrassen en bijkomstig voor het jeugdhuis de voorwaarden zoals bepaald in de concessieovereenkomst (geen meubilair buiten na 23u) wel mogelijk."

In maart 2021 werd geopteerd om de concessieovereenkomst niet aan te passen m.b.t. de bepalingen over meubilair, maar voor de tijdelijke inrichting van het zomerterras een afwijking toe te staan tot 30 oktober. De redenering daarachter was dat zo vlotter kan worden ingespeeld op mogelijke overlast t.g.v. de inrichting van een terras. 

Omdat we de vraag naar de inrichting van een tijdelijk terras aan het jeugdhuis nog vaker mogen verwachten in de toekomst, stelt de jeugddienst voor om de concessieovereenkomst toch aan te passen. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de toelating te geven voor het inrichten van een tijdelijk winterterras aan jeugdhuis Nachtwacht tot 28 februari 2022, onder voorwaarde dat er geen permanente constructies worden gemaakt. 

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist de concessieovereenkomst niet aan te passen en wenst periodiek te beslissen over het al dan niet toelaten van een terras. Zo kan in overleg met het jeugdhuis de inrichting van een terras beter worden opgevolgd. 

10.

2022_CBS_00067 - Aankoop vijvers gelegen aan het Heidestrand - Weigering

Goedgekeurd
10.

2022_CBS_00067 - Aankoop vijvers gelegen aan het Heidestrand - Weigering

2022_CBS_00067 - Aankoop vijvers gelegen aan het Heidestrand - Weigering
11.

2022_CBS_00068 - Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening - Kennisname verslag van nazicht offertes - Gunning - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00068 - Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening - Kennisname verslag van nazicht offertes - Gunning - Goedkeuring

2022_CBS_00068 - Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening - Kennisname verslag van nazicht offertes - Gunning - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het bestek voor de opdracht "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening" opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 13 september 2021 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en plaatsingsprocedure voor de opdracht  "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening".
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 14 september 2021 houdende starten procedure van de opdracht "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening".
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 19 januari 2022 opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.

Feiten context en argumentatie

In het kader van de opdracht "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening" werd een bestek opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 28.925,62 excl. btw of € 35.000,00 incl. 21% btw.

De gemeenteraad verleende in zitting van 13 september 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 14 september 2021 de plaatsingsprocedure te starten.

De offertes dienden het bestuur ten laatste op 18 oktober 2021 te bereiken.

Er werden 2 offertes ontvangen:
- Antea Belgium nv te Antwerpen (€ 36.796,10 incl. btw)
- Sweco Belgium nv te Hasselt (€ 42.433,49 incl. btw).

Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte, stelde op 19 januari 2022 het verslag van nazicht van de offertes op.

Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in het verslag van nazicht van de offertes, stelt de ontwerper voor om de opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Antea Belgium nv, Roderveldlaan 1 te 2600 Antwerpen tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 19 januari 2022 opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.  Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

Artikel 2

De opdracht "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening" wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Antea Belgium nv, Roderveldlaan 1 te 2600 Antwerpen, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte dd. 18 oktober 2021.

Artikel 3

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek.

Artikel 4

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het meerjarenplan 2020-2025.

12.

2022_CBS_00069 - Georganiseerd administratief beroep wijziging Rooilijn Genkerbaan Zonhoven (art. 24 decreet gemeentewegen) - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00069 - Georganiseerd administratief beroep wijziging Rooilijn Genkerbaan Zonhoven (art. 24 decreet gemeentewegen) - Kennisneming

2022_CBS_00069 - Georganiseerd administratief beroep wijziging Rooilijn Genkerbaan Zonhoven (art. 24 decreet gemeentewegen) - Kennisneming

Motivering

Verwijzingsdocumenten
  • Het ontwerp van het gemeentelijk rooilijnplan, opgemaakt en ondertekend door landmeter-expert ing. Alain Bulen dd. 30/11/2021, bevattende volgende gegevens:
    • Het ontwerp van rooilijnplan waaruit duidelijk de actuele en de toekomstige rooilijn van de gemeenteweg blijkt;
    • De kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen;
    • De naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn (als bijlage).
  • Een uittreksel uit de Atlas der Buurtwegen;
  • Een uittreksel uit het kadasterplan bevattende een wegenkaart;
  • Gemeenteraad dd. 13/09/2021 betreffende de wijziging rooilijn deel van de gemeenteweg Genkerbaan - Voorlopige vaststelling;
  • Openbaar onderzoek;
  • Bezwaarschriften;
  • Gemeenteraad dd. 13/12/2021 betreffende de wijziging rooilijn deel van de gemeenteweg Genkerbaan - Definitieve vaststelling;
  • Afschrift van de administratieve beroepen tegen de wijziging van de rooilijn Genkerbaan Zonhoven.
Feiten context en argumentatie

De Genkerbaan is een gemeenteweg die start in het centrum van de gemeente Zonhoven. Het grootste deel van de Genkerbaan werd een aantal jaren geleden helemaal heraangelegd. Het eerste deel van de Genkerbaan werd echter niet heraangelegd. Dit gedeelte bestaat uit een betonbaan geflankeerd door een strook parking met daarnaast een stoep die sinds 1963-1964 tot aan de gevels van de huizen reikt.

Voor de heraanleg van de Genkerbaan (buurtwegen nrs. 13/deel en 58/deel) te kunnen verwezenlijken, is de aanpassing van de rooilijn van een gedeelte van de  gemeenteweg een eerste stap.

Om die redenen heeft de gemeenteraad van  13 september 2021 het besluit genomen dat de rooilijn van het gedeelte wijzigen van de gemeenteweg met naam Genkerbaan (buurtwegen nrs. 13/deel en 58/deel) te Zonhoven voorlopig vaststelt.

Vervolgens vond er een openbaar onderzoek plaats dat, in overeenstemming met artikel 17 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019, plaatsvond van 27 september 2021 tot en met 26 oktober 2021.

Uit het proces-verbaal van het openbaar onderzoek blijkt dat er 19 bezwaren (waarvan één laattijdig) werden ingediend.

De aanpassing van de rooilijn van een gedeelte van de gemeenteweg met naam Genkerbaan werd in de gemeenteraad van 13 december 2021 definitief  goedgekeurd.

Tegen deze beslissing kon binnen een termijn van 30 dagen een opschortend administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Overheid, overeenkomstig art. 24 en 25 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.

Het gemeentebestuur ontving op 17 januari 2022 en op 19 januari 2021 telkens een afschrift van een administratief beroep ingediend bij de Vlaamse Regering tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zonhoven van 13 december 2021 houdende de definitieve vaststelling van de wijziging van de rooilijn van een gedeelte van de Genkerbaan (zie in bijlage). 

De gemeente Zonhoven dient geen vertegenwoordiging aan te duiden daar de Vlaamse Regering een besluit neemt op basis van het gemeentelijk dossier in combinatie met het administratief beroep en dit binnen de 90 dagen te rekenen vanaf 17 januari 2022.

Indien de Vlaamse Regering diens beslissing negatief zou zijn voor de gemeente, kan er beroep worden ingesteld bij de Raad van State.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de georganiseerde administratieve beroepen ingesteld bij de Vlaamse Regering tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zonhoven houdende de definitieve vaststelling van de rooilijn tot wijziging van een gedeelte van de gemeenteweg met naam Genkerbaan van:

- GSJ Advocaten, Borsbeeksebrug 36/bus 9, 2600 Antwerpen van 14 januari 2022;

- Odigo advocaten, Spoorwegstraat 105, 3500 Hasselt van 14 januari 2022.

13.

2022_CBS_00070 - Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven - Aanvullende diensten - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00070 - Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven - Aanvullende diensten - Goedkeuring

2022_CBS_00070 - Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven - Aanvullende diensten - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad verleende in zitting van 25 mei 2020 goedkeuring aan de selectievereisten, de raming en de plaatsingsprocedure van de opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven”, met name prijsvraag met Europese bekendmaking gevolgd door de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor diensten.

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 2 juni 2020 de prijsvraag te starten.

De gemeenteraad verleende in zitting van 29 juni 2020 goedkeuring aan de gunningsleidraad voor deze opdracht. De raming voor de gehele opdracht bedroeg 292.000€, incl. btw en prijzengeld.

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 25 augustus 2020 goedkeuring aan de selectie van volgende kandidaten:
- a2o-omgeving bv, Visserrsstraat 2 te3500 Hasselt
- Arcadis Belgium nv, Markiesstraat 1 te 1000 Brussel
- Geotec bv – Geosted bv, Riemsterweg 117 te 3742 Bilzen
- Omgeving cvba, Uitbreidingsstraat 390 te 2600 Berchem
- Sweco Belgium bv, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel.

De geselecteerde kandidaten werden uitgenodigd om een offerte in te dienen.

Het college van burgemeester en schepenen dd. 26 januari 2021 besliste om de fase prijsvraag af te ronden en verder te onderhandelen met de kandidaten I, III en V, zijnde Sweco Belgium, Geotec-Geosted en A2O-omgeving.

Het college van burgemeester en schepenen dd. 18 mei 2021 ging akkoord met de aanduiding van Sweco Belgium nv te Brussel als voorkeurbieder.

De voorkeurbieder werd uitgenodigd om onderhandelingen te voeren en heeft na de onderhandelingen een BAFO overgemaakt ter verbetering van de initiële offerte.

Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes, het PV van de jury uit de prijsvraag, de vergelijking van de offertes, finale onderhandelingen en indiening van de BAFO, stelde de ontwerper voor om de opdracht te gunnen aan Sweco Belgium bv, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel. Het college van burgemeester en schepenen besliste dd. 22/06/2021 de opdracht te gunnen aan Sweco Belgium nv  tegen de som van € 154.402,05 als bovengrens voor het masterplan en een ereloonpercentage van 7,2 % voor deelproject 1.

De opdracht betreft een occasionele gezamenlijke opdracht uitgaande van de gemeente en de provincie, waarbij de gemeente in hun gezamenlijke naam optreedt bij de gunning en de uitvoering van de opdracht. Op 16 juni 2021 verleende de provincie Limburg haar instemming met de aanstelling van Sweco Belgium nv als ontwerper.

Deelproject 1 werd in de opdrachtdocumenten beschreven als "Vergroenen en ontharden van de zone tussen kerk en administratief centrum, inclusief het openleggen van de Roosterbeek",  zoals ook visueel aangeduid op plan, waarvoor een budget van 1.548.800 € werd voorzien, zoals allemaal vermeld in de opdrachtdocumenten.

Inmiddels werd het voorziene budget door de gemeente Zonhoven verhoogd, gelet op de wens van de gemeente Zonhoven om het dorpshart in zo groot mogelijke mate, gelet op de financiële beperkingen, te hernieuwen en vergroenen, waardoor er ruimte is om de in de opdrachtdocumenten bepaalde grenzen van deelproject 1 uit te breiden en dit laatste ook opportuun wordt geacht. Het is namelijk de intentie van de gemeente om resoluut te kiezen voor het vergroenen, ontharden en attractiever maken van het dorpshart. Hierdoor kan het centrum een nieuwe frisse aanblik gegeven worden en gelijktijdig de motor zijn nieuwe ontwikkelingen aan te trekken. Het is van vitaal belang in te zetten op kernversterking om de leefbaarheid van het dorp te kunnen bestendigen. De onvoorziene uitbreiding van de opdracht, gelet op het bijkomend budget dewelke bij plaatsing van de opdracht onvoorzien was, kadert in deze doelstelling.

D.m.v. een aanvullende dienst in de zin van art. 38/1 juncto art. 151 KB van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten is deze uitbreiding mogelijk. Een verandering van opdrachtnemer niet mogelijk is om zowel economische als technische redenen, dewelke wordt vereist door voormelde artikelen om over te kunnen gaan tot een aanvullende opdracht. Een verandering van opdrachtnemer is niet mogelijk omdat het project namelijk één geheel uit dient te maken, waarbij alle onderdelen, plannen en diensten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een verandering van opdrachtgever voor de uitbreiding zou een verstoring, zowel qua uitzicht en visie als qua (technische) comptabiliteit met het reeds gegunde deelproject 1. Hiernaast zou dat voor het opdrachtgevend bestuur een vertraging teweegbrengen door de bijkomende administratieve lasten (dubbel uit te voeren studies, dubbele aanvragen, meer overlegmomenten etc.), wat ook een financiële meerkost als gevolg heeft voor de aanbestedende overheid door een bijkomend aantal arbeidsuren te moeten voorzien. De voorziene aanvullende opdracht, d.m.v. een uitbreiding van het projectgebied, heeft niet het gevolg dat de wijziging hoger is dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht (i.e. 50% van 154.402,05€+ (7,2% van 1.548.800 €) = 50% van 154.402,05€ + 111.513,60 € = 50 % van 265.915,65€ oftewel 132.957,83 € (allen incl. btw)) (cfr. infra). Er is bijgevolg voldaan aan de voorwaarden vermeld in art. 38/1 KB van 14/01/2013.

De uitbreiding in verhouding tot deelproject 1 zoals bepaald in het bestek, houdt in dat er voorzien wordt om de volgende projecten uit te voeren: Openleggen Roosterbeek, heraanleg kioskplein en aanleg speelweide (i.f.v. afwerking pleinwand). Dit wordt gevisualiseerd door het plan in bijlage. De totaalkost voor deze werken wordt geraamd op 2.241.231,96€ (incl. ereloon en btw). Deelproject 1 werd in de opdrachtdocumenten initieel geraamd op 1.548.800€ (incl. ereloon en btw). Dit m.a.w. een verhoging van 44,7% voor dit onderdeel. Samen met het ontwerp masterplan, dewelke ongewijzigd blijft, gaat het om een verhoging van 18,75% (161.368,70€+154.402,05€=315.770,75€ t.o.v. 265.915,65€) van de gehele opdracht voor diensten zoals aan Sweco Belgium bv gegund door het college van burgemeester en schepenen.

Art. 5 van de samenwerkingsovereenkomst met de provincie bepaalt dat, indien de gemeente tijdens de uitvoering een belangrijke wijziging van de opdracht noodzakelijk acht, de goedkeuring van de provincie bekomen moet worden met de vooropgestelde wijzigingen en financiële gevolgen voor de betekening van de wijziging aan de opdrachtnemer.

De provincie stemde middels een beslissing van de deputatie dd. 19/01 in met de voorgestelde wijziging. De wijziging houdt geen financiële gevolgen in voor de provincie.

Art. 151, §4 KB Uitvoering bepaalt dat in geval van bijkomende diensten er uitsluitsel moet bestaan over de verlenging van de uitvoeringstermijn. Sweco Belgium heeft laten weten dat deze aanvullende werken geen invloed hebben op de timing.

Er is eveneens voldaan aan artikelen 38/5 en 38/6 van KB van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, aangezien het niet om een wezenlijke wijziging gaat zoals bedoeld in deze artikelen.

Adviezen
Gunstig onder voorwaarden

De totaalkost wordt geraamd op (incl. btw en ereloonpercentage van 7,2%) 2.241.231,96€, maar zal niet integraal door de gemeente gedragen worden. Ook Fluvius en Provincie zullen een bijdrage leveren, maar hun aandeel kan momenteel nog niet exact bepaald worden. Volgens de huidige inschatting bedraagt het aandeel van de gemeente in de totaalkost ongeveer 75%. De uitvoering van de aanvullende diensten kan gebeuren onder voorbehoud van voldoende gemeentelijke financiële middelen (wat momenteel wel het geval blijkt).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de aanvullende opdracht in de zin van art. 38/1 juncto art. 151 van het KB van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten goed te keuren betreffende de uitbreiding van de opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven” zoals door het college van burgemeester en schepenen gegund aan Sweco Belgium bv, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel dd. 22/06/2021, door het uitbreiden van deelproject 1 met de deelprojecten heraanleg kioskplein en aanleg speelweide zoals uiteengezet in het document met als titel "Budgetraming Zonhoven obv herwerkt masterplan", toegevoegd in bijlage bij dit besluit, waarvoor de kosten, gecumuleerd, geraamd worden op (incl. btw en ereloonpercentage van 7,2%) 2.241.231,96€.

Artikel 2

De uitvoeringstermijn wordt niet verlengd.

14.

2022_CBS_00071 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Beverzakbroekweg 72 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2022_CBS_00071 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Beverzakbroekweg 72 - Goedkeuring

2022_CBS_00071 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Beverzakbroekweg 72 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het aanbiedingsdossier 148567 bij het e-voorkooploket van de Vlaamse landmaatschappij betreffende uitoefening van het voorkooprecht waarbij het gemeentebestuur de begunstigde is.

Op 5 oktober 2022 heeft het kantoor van notaris Bovend'aerde een dossier aangeboden via het e-voorkooploket van de Vlaamse landmaatschappij.

Het betreft een onroerend goed gelegen Beverzakbroekweg 72 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend afdeling 3, sectie F, nummer 645T3 met een oppervlakte van 9a 98ca voor de prijs van €245.000.

De woning werd opgenomen in de lijst van leegstand woningen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist te verzaken aan haar voorkooprecht betreffende het onroerend goed Beverzakbroekweg 72 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend afdeling 3, sectie F, nummer 645T3.

15.

2022_CBS_00072 - OMV - Besluit Deputatie - Eikenenweg 56-58 - 2021/00080 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00072 - OMV - Besluit Deputatie - Eikenenweg 56-58 - 2021/00080 - Kennisneming

2022_CBS_00072 - OMV - Besluit Deputatie - Eikenenweg 56-58 - 2021/00080 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Beslissing van de Bestendige deputatie van 13 januari 2022:

Artikel 1

§1. Aan mevrouw Nadia Jansen van JANSEN DIENSTENCENTRUM BVBA wordt de omgevingsvergunning verleend voor het overdekken en dichten van 2 wanden van een dakterras op de 2de verdieping, met als voorwerp:
- de volgende stedenbouwkundige handelingen:
° Nieuwbouw aangebouwd bijgebouw (terras)
met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven, Eikenenweg 56 en 58 kadastraal gekend afdeling 1 sectie B nr. 16F

$2. De plannen, gevoegd als bijlagen bij dit besluit, maken er een integraal deel van uit.

Artikel 2  De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.

Artikel 3
De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
1) de beroeper, met name mevrouw Nadia Jansen van JANSEN DIENSTENCENTRUM BVBA, Eikenenweg 58/1-2, 3520 Zonhoven
2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
3) de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg.

Artikel 4
De beslissing wordt, overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
1° in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
2° de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
3° in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
4° in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
5°  de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.

Artikel 5
Tegen deze beslissing is geen georganiseerd administratief beroep mogelijk.
Er kan enkel nog een beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ellips-gebouw, Koning Albert ll-laan 35 bus 81 in 1030 Brussel.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunningshouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 (van het OVD) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° (...)
6° de leidend ambtenaar van het departement Omgeving, of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het agentschap lnnoveren & Ondernemen of bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52 (van het OVD) wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

Het beroep moet met een verzoekschrift tot vernietiging, al of niet gepaard gaande met een vordering tot schorsing op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat:
1°   de dag na de datum van de betekening voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2°   de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 13 januari 2022.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen besluit over te gaan tot de bekendmaking van deze beslissing overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

16.

2022_CBS_00073 - OMV - Besluit Deputatie - Rosmolenweg z/n, Grote Eggestraat z/n - 2020/00289 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2022_CBS_00073 - OMV - Besluit Deputatie - Rosmolenweg z/n, Grote Eggestraat z/n - 2020/00289 - Kennisneming

2022_CBS_00073 - OMV - Besluit Deputatie - Rosmolenweg z/n, Grote Eggestraat z/n - 2020/00289 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Beslissing van de Bestendige deputatie van 13 januari 2022:

Artikel 1

§1. Aan BEGECO PROJECTONTWIKKELING wordt, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit, de omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 20 appartementen, met als voorwerp:
- de volgende stedenbouwkundige handelingen:
° Bouwen van blok E (10 appartementen);
° Bouwen van blok R (10 appartementen);
° Hoogstammige boom (die geen deel uitmaakt van een bos) te rooien;
° Regularisatie van de rooi van een hoogstammige boom (die geen deel uitmaakt van een bos);
° 2 wadi's (reliëfwijziging);
° 2 bijgebouwen (fietsenstalling) van 5,4m x 5,9m;
 met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven, Rosmolenweg z/n, Grote Eggestraal z/n. kadastraal gekend: afdeling 3 sectie E nr. 86.

$2. De plannen, gevoegd als bijlagen bij dit besluit, maken er een integraal deel van uit.

Artikel 2  De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.

Artikel 3
De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend:
$1. Voor wat betreft de stedenbouwkundige handelingen
- onder volgende voorwaarden:
° De voorwaarden uit het advies van dienst Water en Domeinen provincie Limburg d.d. 17.09.2021 moeten strikt nageleefd worden;
° De voorwaarden uit het advies van hulpverleningszone Zuidwest Limburg d.d. 06.05.2021 moeten strikt nageleefd worden;
° De voorwaarden uit het advies van De Watergroep d.d. d.d. 15.04.2021 moeten strikt nageleefd worden;
° De voorwaarden uit het advies van Fluvius System Operator d.d.23.02.2021l moeten strikt nageleefd worden;
° De maatregelen in de archeologienota met referentienummer https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/1 7289 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in die archeologienota, inclusief de opgelegde voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
° De bomen die in het boomonderzoek/BEA aangegeven worden als dood en te rooien, dienen gerooid te worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni. Ze dienen vervangen te worden (op dezelfde locatie) door dezelfde bomen, m.n. Quercus robus in maal 18/20. Ook de boom langs de Rosmolenweg die gerooid dient te worden voor de aanleg van de inrit, zowel als de boom die reeds gerooid werd (omwille van gevaar), dient gecompenseerd te worden op eigen terrein, op de wettelijke afstanden tot de perceelsgrenzen, door telkens dezelfde boom, maat 18/20. De heraanplant van deze bomen dient herhaald te worden tot de aanplant aanslaat. De bomen dienen te worden aangeplant in het eerste plantseizoen na het winddicht optrekken van de bouwvolumes;
° De maatregelen ter bescherming en verzorging van de bestaande bomen tijdens de werken, opgenomen in de BEA en het boomonderzoek, dienen strikt aangehouden en gevolgd te worden;
° Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen;
° Ter hoogte van de bestaande bomen op het perceel (t.h.v. de rechter perceelsgrens vanuit de Grote Eggestraat) dient het terreinprofiel maximaal behouden te blijven om de bomen niet te schaden;
° Er moet een pad voor fietsers met geul worden voorzien zodat men ook met de fiets de ondergrondse garages veilig kan betreden en verlaten;
° De groenzones dienen aangeplant/ingezaaid te worden (ook de privatieve zones) zoals op het inplantingsplan weergegeven en mogen niet aangelegd worden met kunstgras;
° Nieuwe bomen aan te planten in streekeigen bomen in plantseizoen na uitvoering van de werken winddicht;
° De zones i.f.v. de bereikbaarheid voor de brandweerwagens dienen te worden uitgevoerd in grindgras i.p.v. in grasdallen, eventueel afgeschermd door een lage haag of beplanting;
° De vrijstaande fietsenbergingen moeten voorzien worden van een groendak;
° De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
° De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven.

- onder volgende lasten:
° Lot B, zoals aangeduid op het inplantingsplan, dient gratis te worden overgedragen aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein;
° Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst openbare werken. Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Artikel 4
De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
1) de beroeper, met name Karolien De Decker, Rosmolenweg 9 te 3520 Zonhoven en Kim Franssen, Rosmolenweg 11 te 3520 Zonhoven
2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
3) de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg.

Artikel 5
De beslissing wordt, overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
1° in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
2° de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
3° in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
4° in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
5°  de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.

Artikel 6
Tegen deze beslissing is geen georganiseerd administratief beroep mogelijk.
Er kan enkel nog een beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ellips-gebouw, Koning Albert ll-laan 35 bus 81 in 1030 Brussel.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunningshouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 (van het OVD) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° (...)
6° de leidend ambtenaar van het departement Omgeving, of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het agentschap lnnoveren & Ondernemen of bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52 (van het OVD) wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

Het beroep moet met een verzoekschrift tot vernietiging, al of niet gepaard gaande met een vordering tot schorsing op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat:
1°   de dag na de datum van de betekening voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2°   de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 13 januari 2022.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen besluit over te gaan tot de bekendmaking van deze beslissing overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

17.

2022_CBS_00074 - OMV - Besluit Deputatie - Kauwbosstraat - 2021/00235 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2022_CBS_00074 - OMV - Besluit Deputatie - Kauwbosstraat - 2021/00235 - Kennisneming

2022_CBS_00074 - OMV - Besluit Deputatie - Kauwbosstraat - 2021/00235 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de deputatie van 13 januari 2022:

BESLUIT
Artikel 1
§1 Aan Vlaamse Landmaatschappij, de heer Johan Carchon wordt, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit, de omgevingsvergunning verleend het vellen van hoogstammige bomen, met als voorwerp, de volgende:
* Stedenbouwkundige handelingen:
- Vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos: kappen van 3 bomen;
- Aanleg: Halfverharding 4;
- Wijzigen infrastructuur: Kauwbosstraat Boekrakelaan;
- Aanleg: Parking Kauwbosstraat (deelplan 1);
- Aanleg: Halfverharding 1 Veldweg Bokrijkseweg;
- Aanleg: Halfverharding 3 Veldweg Vennestraat;
- Aanleg: Halfverharding 2 Veldweg Schrijnbroekstraat;
- Wijzigen infrastructuur: Veldweg 4 Hoogtestraat;
- Wijzigen infrastructuur: Veldweg 3 Daalheideweg 2;
- Wijzigen infrastructuur: Veldweg 2 Daalheideweg;
- Wijzigen infrastructuur: Veldweg 5,6 en 7 Wiekstraat;
- Reliëfwijziging: aanleg poel;
- Ontbossen;
- Vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos;
* Vegetatiewijzigingen:
- Verwijderen of beschadigen van kleine landschapselementen: hoogstambomen;
- Wijzigen van historisch permanente graslanden, inclusief het verbonden microreliëf en poelen halfverharding 4;

met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven en Genk, ter plaatse LIR Openruimtegebied, kadastraal gekend: Zonhoven Afdeling 2, Sectie D, perceelnr.(s) 130A31, 130C31, 130M9, 130P34, 130Z31, 131D, 131L, 132A33, 132B33, 132F33, 132G97,132S117, 132T97,132V97, en 132X117;

§2. De plannen zoals opgeladen in het omgevingsloket en opgenomen in bijgevoegde lijst, maken integraal deel uit van het vergunningsbesluit.

Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.

Artikel 3
De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend:
§1. Voor wat betreft de stedenbouwkundige handelingen:
- onder volgende voorwaarden:
° De voorwaarden uit het advies van de Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 20.09.2021 dienen strikt nageleefd te worden.
° De voorwaarden uit het advies van de Departement Landbouw & Visserij d.d. 21 .09.2021 dienen strikt nageleefd te worden.
° Het sloopopvolgingsplan dient gevolgd te worden en het afvoeren van het sloopafval is uit te voeren conform de voorschriften van het materialendecreet van 23 december 2011 (en latere wijzigingen), van het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 (en latere wijzigingen) tot vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)en van VLAREM ll;

Artikel 4
§1 Van de in artikel 1 bedoelde vergunning mag gebruik worden gemaakt als de aanvrager niet binnen een termijn van vijfendertig dagen die ingaat na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep als vermeld in artikel 52 van het OVD.

§2 De aanvrager mag onmiddellijk gebruikmaken van de omgevingsvergunning in de gevallen, vermeld in artikel 55, tweede lid van het OVD.

Artikel 5
De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
1) de vergunningsaanvrager, met name Vlaamse Landmaatschappij, de heer Johan Carchon, Koning Albert-ll-laan 15 te 1210 Sint-Joost-ten-Node
2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
3)  de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg

Artikel 6
De beslissing wordt, overeenkomstig de artikel 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
 in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
 de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
 in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
 in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
 de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.

Artikel 7
Tegen deze beslissing kan, overeenkomstig artikel 52 en volgende van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVD) en artikel 73 en volgende van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (OVB), een beroep worden ingediend bij de Vlaamse Regering, digitaal via het omgevingsloket of analoog p/a Afdeling GOP - Directie Omgevingsprojecten, Koning Albert ll-laan 20 bus 8 te 1000 Brussel.

Het beroep moet op straffe van onontvankelijkheid ingesteld worden per beveiligde zending binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
-  de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
-  de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
-  de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

De beroeper bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1 de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2 de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3 het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

Het beroepschrift moet op straffe van onontvankelijkheid de gegevens en bewijsstukken bevatten zoals vermeld in artikel 74 van het OVB. Bij het indienen van een beroep tegen een beslissing in eerste aanleg over een aanvraag voor een omgevingsvergunning is een dossiertaks verschuldigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van het OVD.

Als met toepassing van artikel 31/1 van het OVD bij de Vlaamse regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse regering.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 13 januari 2022.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen besluit over te gaan tot de bekendmaking van deze beslissing overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Artikel 3

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van de deputatie.

18.

2022_CBS_00075 - OMV - Vergunning - Beverzakstraat 18C en 18D - 2021/00272 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2022_CBS_00075 - OMV - Vergunning - Beverzakstraat 18C en 18D - 2021/00272 - Goedkeuring

2022_CBS_00075 - OMV - Vergunning - Beverzakstraat 18C en 18D - 2021/00272 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en 2 tuinbergingen.

De aanvraag werd op 15 september 2021ontvangen en op 15 oktober 2021ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 25 oktober 2021 tot en met 23 november 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 7 maart 1994 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 5 loten.   (7204.V.93/10)

Op 4 april 2017 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd voor het wijzigen van lot 4 naar 2 loten (4A en 4B) in halfopen bebouwing.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 25 oktober 2021 tot en met 23 november 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Fluvius

Fluxys

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 4A en 4B binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 7 maart 1994 en gewijzigd op 4 april 2017.  (7204.V.93/10)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavels kregen als bestemming eengezinswoningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • De verkavelingsvoorschriften bepalen dat er verplicht minstens 1 inpandige garage of carport geïntegreerd moet worden in het hoofdvolume.

Het ontwerp voorziet een carport in de linker en de rechter zijtuinstrook.  De carports worden ingeplant op 0,28m van de zijdelingse perceelgrenzen.

  • De verkavelingsvoorschriften bepalen dat inplanting dient te gebeuren op minimum 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.

Het ontwerp voorziet de inplanting op minimum 0,28m van de zijdelingse perceelgrenzen.

  • De verkavelingsvoorschriften bepalen dat alle verhardingen dienen te gebeuren met waterdoorlatende materialen of materialen toegepast met een brede voeg.  Waterdichte vlakken zijn enkel voor de verhardingen van de terrassen toegelaten (max. 30m²) mits ze afwateren naar de tuin en mits een onmiddellijke bezinking mogelijk is.

Het ontwerp voorziet een terrasverharding van ca. 32m² uitgevoerd in terrasbetegeling.  Het hemelwater vloeit af naar de aangrenzende groenzone.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Linker woning

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 111,26m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (7m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Rechter woning

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 119,18m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (7m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet voor beide woningen aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 27 oktober 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 15-10-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 1034T4 (lot 4a - 4b), kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be.

Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager.

Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Voor beide nieuwbouwen geldt:

De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm.

Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Beverzakstraat, een uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er in beide woningen een rookmelder geplaatst wordt in de inkomhal, de hal op de verdieping en de zolder.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en 2 tuinbergingen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.

De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 97/03/1994 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Beverzakstraat, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is momenteel onbebouwd.

De huidige aanvraag betreft het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en 2 tuinbergingen.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Halfopen eengezinswoningen zijn niet vreemd in het straatbeeld.  De functie is dan ook inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Het ontwerp voorziet voor beide woningen een carport in de zijtuinstrook.

Het stallen van voertuigen gebeurt dan ook geheel op eigen terrein en de last van het autobezit wordt niet afgeschoven op het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag betreft het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en 2 tuinbergingen.

De inplanting van beide woningen is voorzien op 9m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op 0,28m van de zijdelingse perceelgrenzen.

Deze inplanting is te wijten aan de oprichting van carports in de zijtuinstroken.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 14m en op de verdieping 10m.

De kroonlijsthoogte varieert tussen 3,25m en 5,97m ten opzichte van het maaiveld.  De maximale nokhoogte is gelegen op 10,15m ten opzichte van het maaiveld.

De gevels worden uitgevoerd in witte gevelsteen gecombineerd met mat zwarte aluminium gevelbekleding.

De carports in de zijtuinstroken worden ingeplant op 0,80m achter de voorgevel van de woning en op 0,28m van de zijdelingse perceelgrens.

De carports hebben een bouwdiepte van 5,50m en een bouwbreedte van 3m.

Ze worden uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 2,95m ten opzichte van het maaiveld.

De carports hebben een open karakter, zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben een beperkte oppervlakte.

De carports worden uitgevoerd in hout (eik – natuurlijk gebeitst).

In de achtertuin van elke woning wordt een tuinberging opgericht.

De tuinbergingen worden ingeplant op 2m van de achterste perceelgrens en tegen de perceelgrens tussen lot 4a en 4b.

De tuinbergingen hebben een oppervlakte van 7,50m² (2,50m x 3m).

De bijgebouwen worden uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,85m ten opzichte van het maaiveld.

De tuinbergingen worden uitgevoerd in houten latwerk.

Er wordt hout gebruikt voor de carports en de tuinbergingen.  Gezien uit de aanvraag niet blijkt welke houtsoort gebruikt zal worden voor de tuinbergingen, wordt als bemerking meegegeven dat er best gekozen wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Behoudens de gebouwen worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt op elk perceel een oprit aangelegd die toegang biedt tot de carport alsook een toegangspad naar de woning. Deze verharding wordt uitgevoerd in waterdoorlatend materiaal.

Aan de achterzijde van elke woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd.  Dit wordt verbonden met de achterzijde van de carport.  Deze verharding heeft een oppervlakte van ca. 32m².  Het hemelwater dat hierop terecht komt vloeit af en infiltreert in de aangrenzende groenzone.

De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

Bodemreliëf

Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het terreinniveau wordt opgehoogd tot maximum 16cm boven de as van de weg.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 18 oktober 2021 verleende Fluxys een gunstig advies, nl.:

“Fluxys Belgium bezit geen aardgasvervoerinstallaties die beïnvloed worden door uw aanvraag. Wij hebben bijgevolg geen bezwaar tegen de aflevering van de bovenvermelde vergunning(en) en danken u ons geraadpleegd te hebben in het kader van het onderzoek de commodo et incommodo.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 27 oktober 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor de tuinbergingen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en 2 tuinbergingen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de 2 inritten met elk een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  18. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor de tuinbergingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en 2 tuinbergingen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de 2 inritten met elk een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  18. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor de tuinbergingen.

19.

2022_CBS_00076 - OMV - Vergunning - Oppelsenweg 32 - 2021/00280 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2022_CBS_00076 - OMV - Vergunning - Oppelsenweg 32 - 2021/00280 - Goedkeuring

2022_CBS_00076 - OMV - Vergunning - Oppelsenweg 32 - 2021/00280 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning.

De aanvraag werd op 25 september 2021 ontvangen en op 22 oktober 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 1 november 2021 tot en met 30 november 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 15 juli 1946 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een werkplaats.  (1946/00027)

Op 19 mei 1964 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1964/00187)

Op 1 april 1976 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een tuinhuis.  (1976/00046)

Op 25 juli 1977 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woonhuis.  (1977/00187)

Op 29 mei 2018 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het slopen van een woning.  (2018/00058)

Op 11 september 2018 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 5 loten waarvan 4 voor halfopen bebouwing en 1 voor open bebouwing.  (1264.874.2)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 1 november 2021 tot en met 30 november 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 11 september 2018 door het college van burgemeester en schepenen.  (1264.E.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning, met inbegrip van een zorgwoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Afsluitingen (art. 3.3.):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat hagen dienen ingeplant te worden op minstens 0,50m van de perceelsgrens.

Het ontwerp voorziet in de achtertuin, tegen de zijdelingse en achterste perceelgrens, een draadafsluiting en haagbeplanting met een hoogte van 2m.

In de voortuin, tegen de linker en de voorste perceelgrens wordt haagbeplanting voorzien met een hoogte van 0,50m.

  • Inritten (art. 4.1.):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat inritten voor garages of parkeerterreinen tot een minimum beperkt moeten worden, zowel in lengte als in breedte.

Het ontwerp voorziet een inritverharding in waterdoorlatende klinkers met aansluitend in de voortuin (evenwijdig met de weg) 1 parkeerplaats.  De inrit heeft een breedte van 3m en een lengte van ca. 20m.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten woning en de tuinberging, met een totale horizontale dakoppervlakte van 118,85m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6,22m²) en het volume (3 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De percelen zijn gelegen langs de Oppelsenweg, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de keuken, de nachthallen.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning.

De inplanting van de woning is voorzien op 8m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, tegen de linker perceelgrens en op 3m van de rechter perceelgrens.

De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 17m en op de verdieping 10m.

De kroonlijsthoogte van de woning varieert tussen 3,80m en 6m ten opzichte van het maaiveld. De maximale nokhoogte is gelegen op 10,50m. Uit de ingediende plannen blijkt dat het gabarit van de woning aansluit op deze van het linker aangrenzende perceel.

De gevels worden afgewerkt met oranje/bruin genuanceerde recuperatiesteen. De dakbedekking is voorzien in antraciet of blauw vieilli gesmoorde dakpannen.

Behoudens de woning worden ook verhardingen aangebracht.

Er wordt een inrit voorzien met een breedte van 3m en een lengte van ca. 20m.

De verkavelingsvoorschriften voorzien de mogelijkheid om een carport op te richten in de rechter zijtuinstrook. De carport, met een maximale bouwdiepte van 7m dient ingeplant te worden op maximum 1,50m achter de voorgevel van de woning. Bijgevolg zou bij de oprichting van een carport in de zijtuinstrook een inritverharding aangelegd worden met een lengte van 16,50m.

Hiermee rekening houdend dient de inritverharding beperkt te worden tot een lengte van 16,50m.

Aansluitend op de inrit wordt, evenwijdig met de weg, een parking aangelegd, een toegangspad naar de voordeur van de woning en een toegangspad naar de achterzijde van de woning.

Deze verhardingen worden uitgevoerd met waterdoorlatende klinkers.

Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd met een oppervlakte van 19,65m².

De voorgestelde verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor de afsluitingen en de inritverharding.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat hagen dienen ingeplant te worden op minstens 0,50m van de perceelsgrens.

Het ontwerp voorziet in de achtertuin, tegen de zijdelingse en achterste perceelgrens, een draadafsluiting en haagbeplanting met een hoogte van 2m.

In de voortuin, tegen de linker en de voorste perceelgrens wordt haagbeplanting voorzien met een hoogte van 0,50m.

Conform het veldwetboek dienen de afsluitingen ingeplant te worden op minimum 0,50m van de perceelgrenzen, tenzij een schriftelijk akkoord bekomen wordt van de eigenaars van het aangrenzende perceel.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat inritten voor garages of parkeerterreinen tot een minimum beperkt moeten worden, zowel in lengte als in breedte.

Het ontwerp voorziet een inritverharding in waterdoorlatende klinkers met aansluitend in de voortuin (evenwijdig met de weg) 1 parkeerplaats.  De inrit heeft een breedte van 3m en een lengte van ca. 20m.

Het ontwerp voorziet geen interne garage, noch een carport in de zijtuinstrook.  De verkavelingsvoorschriften voorzien de mogelijkheid tot de oprichting van een carport in de rechter zijtuinstrook.  De carport, met een maximale bouwdiepte van 7m, dient ingeplant te worden op maximum 1,50m achter de voorgevel.  Bijgevolg zou bij de oprichting van een carport in de zijtuinstrook een inritverharding aangelegd worden met een lengte van 16,50m.

Hiermee rekening houdend kan enkel akkoord gegaan worden met een inritverharding tot op 16,50m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • de haagbeplanting wordt ingeplant op minimum 0,50m van de perceelgrenzen, conform het veldwetboek.  Indien de haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50m van de perceelgrenzen dient het schriftelijk akkoord bekomen te worden van de aangrenzende eigenaar;
  • de lengte van de inritverharding dient beperkt te worden tot 16,50m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. de haagbeplanting wordt ingeplant op minimum 0,50m van de perceelgrenzen, conform het veldwetboek. Indien de haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50m van de perceelgrenzen dient het schriftelijk akkoord bekomen te worden van de aangrenzende eigenaar;
  2. de lengte van de inritverharding dient beperkt te worden tot 16,50m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  15. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  20. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. de haagbeplanting wordt ingeplant op minimum 0,50m van de perceelgrenzen, conform het veldwetboek. Indien de haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50m van de perceelgrenzen dient het schriftelijk akkoord bekomen te worden van de aangrenzende eigenaar;
  2. de lengte van de inritverharding dient beperkt te worden tot 16,50m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  15. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  20. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

20.

2022_CBS_00077 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 48A - 2021/00324 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2022_CBS_00077 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 48A - 2021/00324 - Goedkeuring

2022_CBS_00077 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 48A - 2021/00324 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De aanvraag werd op 11 november 2021 ontvangen en op 9 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 8 maart 1984 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van gronden door het college van burgemeester en schepenen (7204.V.84/3).

Deze verkaveling werd op 22 maart 2005 vervallen verklaard.

Op 29 augustus 2005 werd er  een verkavelingsvergunning bekomen voor het verkavelen van grond tot 2 loten voor open bebouwing(1013.C.874.2).

Deze verkaveling werd op 7 maart 2017 vervallen verklaard.

Op 27 juni 2006 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het afbreken van de gebouwen.  (2006/10327)

Op 3 oktober 2017 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van het perceel tot 2 loten voor open bebouwing, het kappen van 1 els en het slopen van de gebouwen op het terrein, door het college van burgemeester en schepenen. (1229.C.874.2)

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied. 

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter .

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 3 oktober 2017 door het college van burgemeester en schepenen.  (1229.C.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 139,4m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (5,65m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De aanvraag is gelegen langs de Berkenenstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de was/berging, de nachthal en de zolder.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De inplanting is voorzien op 6m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 15,38m en de bouwdiepte op de verdieping bedraagt maximaal 9,24m.

De kroonlijsthoogte is deels gelegen op 3,30m en deels op 6m ten opzichte van het maaiveld.   De maximale nokhoogte is gelegen op 9,53m ten opzichte van het maaiveld.

De gevelafwerking is voorzien in rood-bruin genuanceerde gevelsteen en de dakbedekking wordt uitgevoerd in blauw gesmoorde kleidakpannen.

Behoudens het gebouw worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt een inrit aangelegd met een breedte van 2,50m.  Deze verleent toegang tot de inpandige garage.  Tevens wordt een toegangspad naar de voordeur van de woning voorzien.

Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd.

Tot slot wordt rondom de woning een pad aangelegd.

Alle verhardingen (ca. 88m²) worden uitgevoerd in waterdoorlatend materiaal.

De woning integreert zicht volledig in het bestaande straatbeeld.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 2,50 meter (maximaal 3 meter), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 2,50 meter (maximaal 3 meter), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

21.

2022_CBS_00078 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 56 bus 1, 56 bus 2 en 56A - 2021/00273 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
21.

2022_CBS_00078 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 56 bus 1, 56 bus 2 en 56A - 2021/00273 - Goedkeuring

2022_CBS_00078 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 56 bus 1, 56 bus 2 en 56A - 2021/00273 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging.

De aanvraag werd op 15/09/2021 ontvangen en op 14/10/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 24/10/2021 tot en met 22/11/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 7204.V.91/7 : verkavelingsvergunning op 12/08/1991 voor een nieuwe verkaveling. (vervallen)
  • 1201.C.874.2: verkavelingsvergunning op 17/02/2016 voor het opdelen tot 2 loten voor halfopen bebouwing. (vervallen)
  • 2021/00051: het weigeren van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging. 

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag, en het achterliggend perceel dat eveneens in eigendom is van de aanvrager (en toegankelijk is via het perceel van de aanvraag) constructies werden opgericht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft verschillende voertuigen, een tent,…

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden, volgens de foto’s die aangeleverd werden bij de aanvraag, reeds verwijderd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 24/10/2021 tot en met 22/11/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Fluvius

Proximus

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE 

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied. 

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Het achterliggend perceel, waar geen stedenbouwkundige handelingen zullen plaatsvinden, is gelegen binnen bufferzone.

De bufferzones dienen in hun staat bewaard te worden of als groene ruimte ingericht te worden, om te dienen als overgangsgebied tussen gebieden waarvan de bestemmingen niet met elkaar te verenigen zijn of die ten behoeve van de goede plaatselijke ordening van elkaar moeten gescheiden worden.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999. Het goed kreeg als bestemming zone voor wonen, zone voor tuinen en zone voor voortuinen.

Verkaveling

De verkavelingsvergunningen zijn voor dit perceel vervallen:

  • Op 07/03/2005 werd het verval vastgesteld bij middel van proces-verbaal. De stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling zijn bijgevolg niet meer van toepassing op dit perceel.
  • Op 23/02/2021 werd het verval vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. De stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling zijn bijgevolg niet meer van toepassing op dit perceel.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften (de stedenbouwkundige handelingen gebeuren uitsluitend in het woongebied en het achterliggende perceel wordt aangeduid als bufferzone) maar niet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg voor wat betreft de zone voor wonen, zone voor tuinen en zone voor voortuinen.

Voorliggende aanvraag wijkt af van de volgende voorschriften van het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg partiële wijziging:

  • Art. 6: Er worden maximaal 2 woongelegenheden toegelaten per perceel. De aanvraag voorziet 3 woongelegenheden.
  • Art. 18A: De inplanting van de woning dient op 5m vanaf de rooilijn ingeplant te worden (volgens het plan). De woning wordt voorzien op 4,88m vanaf de rooilijn.
  • Art. 18C: De kroonlijsthoogte bedraagt maximaal 8,25m voor de rechter woning aan de achtergevel i.p.v. maximaal 6m.
  • Art. 18E: dakterrassen zijn slechts toegelaten op 1m afstand van het midden van een gemeenschappelijke muur. De aanvraag voorziet het terras op 18cm vanaf het midden van de gemeenschappelijke muur. De dakterrassen mogen ook geen hinder vormen ten opzichte van de aangrenzende panden. Er wordt geen scheiding voorzien ten opzichte van het zicht naar de buren.
  • Art. 22B: de oppervlakte van de bijgebouwen bedraagt 72,50m² i.p.v. maximaal 50m².

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen van artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Handelingen sorterend onder voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan 15 jaar

Art. 4.4.9/1.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.

Afwijkingen kunnen niet toegestaan worden voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan slechts worden toegepast voor stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg die een aanvulling vormen op:

1° de volgende gebiedsaanduidingen, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen:

a) woongebieden, met uitzondering van woonparken;

b) industriegebieden in de ruime zin;

c) dienstverleningsgebieden;

d) gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;

2° de volgende aanvullende voorschriften van het gewestplan:

a) gebieden voor service-residentie;

b) kantoor- en dienstenzones;

c) gebieden voor handelsbeursactiviteiten en grootschalige activiteiten;

d) lokale en regionale bedrijventerreinen;

e) luchthavengebonden bedrijventerreinen;

f) gebieden voor luchthavengerelateerde kantoren en diensten;

g) businessparken;

h) teleport;

i) gebieden voor hoofdkwartierfunctie;

j) gebieden hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging van grootwinkelbedrijven;

k) zones voor kleinhandel en kleine en middelgrote ondernemingen;

l) kleinhandelszones;

m) zones van handelsvestigingen;

n) gebieden voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;

o) zeehavengebieden;

p) gebieden voor watergebonden bedrijven;

q) transportzones;

r) regionale gemengde zones voor diensten en handel;

s) research-, universiteits- en wetenschapsparken;

t) bedrijfsgebied met stedelijk karakter;

u) gemengde woon- en industriegebieden;

v) gemengde gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied;

w) stedelijke ontwikkelingsgebieden;

x) gebieden voor duurzame stedelijke ontwikkeling;

y) gebieden voor kernontwikkeling.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied.

Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.

Het BPA is ouder dan 15 jaar, de afwijkingen hebben geen betrekking op wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden, de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA vormen een aanvulling  op het bestemmingsvoorschrift van het gewestplan m.n. woongebied en de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA voorzien in een zone voor wonen. De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten appartementen, de carports en tuinberging met een horizontale dakoppervlakte van 155m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 8.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten eengezinswoning en tuinberging met een horizontale dakoppervlakte van 138m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering 

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

Het advies van 26/05/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 14-10-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 616T - 614W, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen. 

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: 

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering. 

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be). 

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel. 

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn. 

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk. 

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer 

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven. 

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven. 

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013. 

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein. 

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel. 

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang. 

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject 

Voor beide nieuwbouwen geldt: 

De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn. 

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren. 

We raden aan om: 

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben. 
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. 
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden. 
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak. 
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden. 

3. Keuring privéwaterafvoer 

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. 

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius). 

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. 

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De aanvraag is gelegen langs de Grote Hemmenweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhallen, het tellerlokaal en de nachthallen.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 Boek 3 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf. De aanvraag voldoet hieraan.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

BPA ouder dan 15 jaar (Codextrein) ( dus geen RUP! )
 Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat in een vergunning – na een openbaar onderzoek – afwijkingen kunnen worden toegestaan van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg of een wijziging ervan, voor zover dit plan ouder is dan 15 jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag Het hierboven genoemde bijzonder plan van aanleg is goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999 en dus kan er principieel worden afgeweken van de voorschriften. Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de afwijking worden toegestaan. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Grote Hemmenweg, net buiten de kern van de gemeente Zonhoven. De bebouwing in de nabije omgeving kenmerkt zich door hoofdzakelijk grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk in een vrijstaande bebouwing, met twee bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen. 

Het perceel betreft een braakliggend perceel, ingezaaid met gras. Uit foto’s (google street view,…) blijkt dat op het perceel verschillende constructies/zaken aanwezig waren (auto’s, caravans, tent, aanhangwagen, enz.). De foto’s gevoegd bij de aanvraag tonen aan dat deze constructies/zaken zich niet meer op het perceel van de aanvraag bevinden.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel worden twee woningen in een halfopen bebouwing ingeplant. De linkse woning betreft een grondgebonden eengezinswoning met inpandige garage, de rechtse woning een meergezinswoning met 2 wooneenheden. De woningen worden ingeplant op 7,37m vanaf de rooilijn en op 3m van de zijdelingse perceelsgrenzen. De woningen tellen 2 bouwlagen onder een hellend dak met een kroonlijsthoogte van max. 5,83m boven het maaiveld ter hoogte van de voorgevel, en een nokhoogte van 11,58m. De gelijkvloerse bouwdiepte van de eengezinswoning bedraagt max. 16,50m, die van de meergezinswoning 15m. Achter de woningen wordt op de grens tussen beide woningen een tuinmuur ingeplant, met een hoogte van ongeveer 2,03m, tot op een bouwdiepte van 20m. De bouwdiepte op de verdieping bedraagt bij de eengezinswoning 11,50m en bij de meergezinswoning 9m. Doordat de meergezinswoning op de verdieping minder diep wordt gebouwd dan de eengezinswoning, maar wel hetzelfde gabarit volgt, ontstaat aan de achterzijde een kroonlijsthoogte van +/- 8,18m hoog.

Op de verdieping wordt enkel bij de meergezinswoning op het plat dak een dakterras voorzien, waarbij het dakterras op de gemeenschappelijke perceelgrens wordt afgescheiden van het plat dak van de eengezinswoning deels door een volle muur met een hoogte van 1,02 meter en deels door een mat glazen scherm met een hoogte van 0,8 meter. Beide woningen worden opgetrokken in grijs genuanceerde gevelsteen, zwart aluminium schrijnwerk en zwarte pannen.

Achteraan op het perceel, op min. 5m van de bufferzone, wordt een vrijstaand bijgebouw 

ingeplant. Het gedeelte hiervan dat op het linkse perceel wordt voorzien krijgt als functie tuinberging, met een oppervlakte van 22,50m². Op het rechtse perceel bevat het bijgebouw een tuinberging en een dubbele carport, met een oppervlakte van 50m². Het bijgebouw telt 1 bouwlaag onder een plat dak met een hoogte van max. 3m en wordt afgewerkt in dezelfde materialen als de hoofdvolumes.

In de voortuin worden 2 inritten aangelegd. Eén in de rechter bouwvrije strook, met een breedte van 3m, i.f.v. de meergezinswoning. Eén i.f.v. de eengezinswoning, ook met een breedte van 3m, die leidt tot aan de inpandige garage.

De inrit van de meergezinswoning gaat na ongeveer een tien meter over in een karrespoor. Dit karrespoor leidt tot vooraan de carports, waar terug een waterdoorlatende verharding wordt voorzien met een oppervlakte van 30m² i.f.v. het manoeuvreren van de auto’s. Vooraan de meergezinswoning wordt ter hoogte van de voorgevel een bezoekersparking voorzien. 

De inrit van de eengezinswoning gaat ter hoogte van de voorgevel over in een looppad voor de woning. Achter iedere woning wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van resp. 27m².

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie, zowel in de vorm van een grondgebonden eengezinswoning, als in de vorm van een meergezinswoning, is functioneel inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven. 

De aanvraag voorziet in 3 autostaanplaatsen/ garages voor 2 woongelegenheden, voor wat betreft de meergezinswoning. Er zijn nl. 2 autostaanplaatsen in de carport en 1 parkeerplaats in de voortuin. Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt voor de meergezinswoning bijgevolg overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid. 

De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid, voor wat betreft de eengezinswoning. 1 autostaanplaats in de inpandige garage en 1 op de inrit voor de garage. De ‘oprit’ in de bouwvrije strook is niet benutbaar voor het parkeren van een wagen gezien deze niet aansluit op de voorliggende weg of op de voorziene inrit. Het aantal autostaanplaatsen stemt voor de eengezinswoning wel overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid. 

Volgende bemerking wordt gemaakt: in de gemeente Zonhoven wordt principieel slechts 1 inrit toegelaten per perceel, met een breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn. Gezien de verkaveling voor dit perceel vervallen is, worden de 2 woningen op hetzelfde perceel ingeplant, waardoor de 2 inritten in strijd zijn met dit algemeen principe. Uit de verdere motivatie blijkt dat het aantal wooneenheden en de gekozen typologie aanvaardbaar zijn op deze locatie. Het perceel zou dus opnieuw verkavelbaar zijn waarna opnieuw 2 inritten kunnen worden aangelegd. Om die reden zijn de 2 inritten op het perceel uitzonderlijk toelaatbaar. De voortuinstrook is daarnaast te beperkt om slechts 1 inrit te voorzien voor beide woningen die vervolgens uitwaaiert. Dit zou bovendien de verhardingsgraad aanzienlijk doen stijgen. 

Bij meergezinswoningen dient men voldoende fietsenstalling te voorzien, en dit voor min. 1 fiets/hoofdkussen, wat neerkomt op een totaal van 6 fietsen die gestald dienen te worden bij de meergezinswoning. Iedere wooneenheid beschikt over een eigen tuinberging waar deze fietsen kunnen worden gestald.

De schaal van de voorgenomen werken

Hoewel het BPA ouder is dan 15 jaar en hier bijgevolg van kan worden afgeweken, zijn de voorschriften ervan een interpretatie van de goede ruimtelijke ordening.

Het volume van de woning, bouwdiepte, nokhoogte, hellingsgraad van het dak, volgen deze voorschriften. De inplanting volgt die van de links aanpalende bebouwing.

De kroonlijsthoogte aan de achtergevel van de meergezinswoning bedraagt 8,18m, dit is een gevolg van het niet volledig benutten van de toegelaten bouwdiepte. De achtergevel van de meergezinswoning springt echter terug binnen het gabarit van het dak en valt dus volledig binnen dit gabarit.

Achter de verdieping wordt op de grens tussen beide woningen een gemetste muur geplaatst met een hoogte van 4,20m t.o.v. het maaiveld met daarboven een mat glazen scherm met een hoogte van 0,8 meter. Door de afscheiding deels te voorzien in mat glas, hetgeen ruimtelijk minder impact heeft op de omgeving dan een stenen muur, komt men tegemoet aan een weigeringsgrond van een eerdere aanvraag en is de afscheiding aanvaardbaar.

De tuinmuur op maaiveldniveau is toelaatbaar tot een max. hoogte van 2m.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

Het perceel heeft een oppervlakte van 996m². Er worden 3 wooneenheden op voorzien, waardoor de woondichtheid ongeveer 30 woningen/hectare bedraagt, wat aanvaardbaar is op deze locatie. Op deze locatie, net buiten de kern van Zonhoven, is een woontypologie in de vorm van meergezinswoningen aanvaardbaar. De bebouwde oppervlakte bedraagt binnen de aanvraag 293m², de verharde oppervlakte 159m² (de karresporen buiten beschouwing gelaten). De totale bebouwde en verharde oppervlakte bedraagt bijgevolg 452m², minder dan 46% van de perceelsoppervlakte, hetgeen aanvaardbaar is. Er dient steeds gestreefd te worden naar een correcte verhouding tussen bebouwing/verharding en groenaanleg. Een verhouding van 40-60 in het voordeel van de groenaanleg is hierbij wenselijk, met afwijkingen tot een verhouding van 50-50. Het kan niet zijn dat de bebouwing en verharding in de toekomst verder uitgebreid wordt tot een niet-aanvaardbare bebouwings- en verhardingsgraad. Met eventuele uitbreidingen in het achterhoofd dient de maximale verhardings- en bebouwingsgraad op het totale perceel verankerd te worden op 50%.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk in een vrijstaande bebouwing, met twee bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen. De voorziene bebouwing integreert zich goed binnen dit straatbeeld.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Uit het terreinprofiel blijkt dat het terrein bijna volledig wordt opgehoogd. Gezien het karrespoor langs de rechter bouwvrije strook wordt ingeplant zal de terreinophoging gevolgen hebben t.o.v. het aanpalend perceel. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Het karrespoor dient na 30m het natuurlijk maaiveld te volgen. Het vrijstaand bijgebouw dient te worden ingeplant op het bestaande maaiveld. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Het dakterras van de meergezinswoning sluit aan bij de leefruimte en is noodzakelijk i.f.v. een kwalitatieve private buitenruimte voor de wooneenheid op de verdieping. Dit dakterras wordt volgens de plannen aan de achterzijde afgewerkt met een balustrade die voldoet aan alle 

veiligheidsvoorschriften.

Het dakterras wordt gescheiden van het aanpalend plat dak van de eengezinswoning door deels een volle muur met een hoogte van 1,02 meter en deels door een mat glazen scherm met een hoogte van 0,8 meter. Hierdoor wordt in de toekomst voldaan aan art. 3.132 Boek 3 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

Er wordt geen hinder verwacht m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen door voorliggende aanvraag.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 26/05/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven weergegeven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 27/10/2021 van Proximus is gunstig: 

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.“ 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

  • Het advies van 18/10/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid. 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 15/10/2021 van De Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Woning:

Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.

Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).

Appartement

Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.

Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.

Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.

Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten. 

Wanneer de werkput en de koker niet wordt voorzien, behoudt De Watergroep zich het recht voor de aftakking niet uit te voeren.

De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Uitgezonderd de 2 inritten met een breedte van 3 meter (maximaal 6 meter), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. De garages/ autostaanplaatsen, dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen / woningen uit dit project;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
  17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de BPA-voorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Uitgezonderd de 2 inritten met een breedte van 3 meter (maximaal 6 meter), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. De garages/ autostaanplaatsen, dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen / woningen uit dit project;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
  17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

22.

2022_CBS_00079 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00002/SPLITSING - Grote Hemmenweg 97 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
22.

2022_CBS_00079 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00002/SPLITSING - Grote Hemmenweg 97 - Goedkeuring

2022_CBS_00079 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00002/SPLITSING - Grote Hemmenweg 97 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 755R2 is gelegen in woongebied (eerste 50 meter) en gebied voor ambachtelijke bedrijven (achterliggend deel) volgens het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.

Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.

Op deze locatie werden volgende vergunningen afgeleverd:

  • Op 23/09/1952 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen. (1952/00047)
  • Op 24/12/1958 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een bergplaats, door het college van burgemeester en schepenen. (1958/00150)
  • Op 31/08/2021 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaand bijgebouw

De gevraagde opdeling komt overeen met het inplantingsplan van de afgeleverde omgevingsvergunning dd. 31/08/2021.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 755R2 om lot 1 te voegen bij het achterliggende perceel 762H zoals voorgesteld in het schrijven van de notaris en weergegeven op het opmetingsplan van Landmeter-expert Guy Gillissen, opgesteld op 09/08/2021.

De voorwaarden, opgelegd in de afgeleverde omgevingsvergunningen van 31/08/2021 blijven integraal van toepassing.

23.

2022_CBS_00080 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - nieuwjaarsborrel Vogelzangstraat - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
23.

2022_CBS_00080 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - nieuwjaarsborrel Vogelzangstraat - Goedkeuring

2022_CBS_00080 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - nieuwjaarsborrel Vogelzangstraat - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake nieuwjaarsborrel Vogelzangstraat op zaterdag 29 januari 2022 uit te vaardigen.

Artikel 2

Van zaterdag 29 januari 2022  tussen 17.00 uur en 24.00 uur wordt het verkeer van voertuigen, uitgezonderd plaatselijk verkeer en deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Vogelzangstraat, in het gedeelte tussen de Raafstraat en de Dwarsstraat.

Artikel 3

Het verbod wordt aan de weggebruikers ter kennis gebracht door middel van het verkeersbord C3, met gepast onderbord, geplaatst op een nadarafsluiting.

De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.

Artikel 4

Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in artikel 2 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.

Artikel 5

Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.

Artikel 6

De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.

Artikel 7

De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.

Artikel 8

Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.

Artikel 9

Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.

24.

2022_CBS_00081 - Adviesraad voor leefmilieu - verslag vergadering 15 december 2021 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
24.

2022_CBS_00081 - Adviesraad voor leefmilieu - verslag vergadering 15 december 2021 - Kennisneming

2022_CBS_00081 - Adviesraad voor leefmilieu - verslag vergadering 15 december 2021 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de Adviesraad voor leefmilieu, dd. 15 december 2021.

Zie bijlage.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de Adviesraad voor leefmilieu van 15 december 2021.

25.

2022_CBS_00093 - Toelichting kosten dringende lopende zaken milieu - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
25.

2022_CBS_00093 - Toelichting kosten dringende lopende zaken milieu - Goedkeuring

2022_CBS_00093 - Toelichting kosten dringende lopende zaken milieu - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Vanwege de onverwachte afwezigheid van de milieuambtenaar dient er op zeer korte termijn een oplossing te worden gezocht voor de dringende lopende dossiers.

Toelichting dossiers:

Mazoutlek Manerikweg

Achter de woningen ter hoogte van Manerikweg 5 loopt een afloop van de vijver richting Molenweg.  De brandweer en milieuambtenaar zijn vrijdag 21/01/2022 ter plaatse geweest omwille van de melding van een mazoutlek.  De brandweer heeft op dat moment een absorptiedam in de gracht achter woning 3A gelegd.

Op vraag van de milieuambtenaar is DSSV - Transpo Daniëls, een ruimingsbedrijf, 21/01/2022 ter plaatse geweest.  Men heeft ongeveer 10m³ leeggezogen, waarna bleek dat er een kleine, continue stroom mazout in de gracht blijft lopen.  Ook DSSV heeft daarom op de betreffende locatie een absorptiedam gelegd.

Het vermoeden is er dat het probleem te wijten is aan een mazoutlek in de tank van één van de omwonenden.

Volgende stappen dienen er verder te worden genomen:

  • Ter plaatse gaan, waar ligt de dam?  Stroomt de mazout nog?  Is de dam verzadigd?
  • Is er verontreiniging stroomop- of afwaarts?
  • Onderzoeken van waar het lek komt en contact opnemen met de eigenaar, vragen naar een keuringsbewijs.  Eigenaar aanraden verzekering te verwittigen.
  • Melding doen naar Ovam.

De expertise voor bovenstaande stappen zit bij de milieuambtenaar.  Er zijn geen andere collega's met dezelfde kennis, expertise of know how om dit verder op te volgen aanwezig op de gemeente.

Om die reden werd Werner Ooms van de firma Profex gecontacteerd, die de gemeente verder zal begeleiden bij dit schadegeval.

Gezien de firma Profex pas donderdag 27/01/2022 ter plaatse kan gaan, werd met DSSV de afspraak gemaakt op maandag 24/01/2022 opnieuw ter plaatse te gaan voor een tussentijdse evaluatie en om, indien nodig, de verontreiniging opnieuw op te zuigen, om zo de milieuproblematiek te beperken.  De toestand was opnieuw verergerd, de absorptiedammen waren verzadigd en men heeft opnieuw veel moeten wegzuigen.

DSSV stelt voor donderdagmorgen 27/01/2022 opnieuw ter plaatse te gaan om een deel weg te zuigen zodat de deskundigen van Profex een beter zicht hebben in de gracht.  Dit wordt nog verder afgetoetst met Profex.

Omgevingsdossier 2021/00253

Bovenstaand dossier betreft de aanvraag tot omgevingsvergunning door de firma Aluzon.  Het besluit dient ten laatste geagendeerd te worden op het college van burgemeester en schepenen d.d. 01/02/2022.  Gezien de milieuambtenaar in alle waarschijnlijkheid niet tijdig aanwezig zal zijn om het advies betreffende het milieuluik op te maken, dient de vraag te worden gesteld aan Dries Bielen van RSK Benelux (die eerder reeds dergelijke adviezen heeft overgenomen van de milieuambtenaar tijdens haar verlof) om dit advies te schrijven.

Toelichting geraamde kosten:

  • DSSV: geraamde kosten 21/01/2022: 1500€ excl. btw, geraamde kosten 24/01/2022: 1500€ excl. btw, (eventuele kosten 27/01/2022: 1500€ excl. btw)
  • Profex: 2139€ excl. btw, zie bijgevoegde meetstaat
  • Dries Bielen: 600€ excl. btw

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de opvolging van de dringende lopende milieudossiers door externen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de kosten ten gevolge van deze opvolging.

26.

2022_CBS_00082 - Subsidies straatfeesten 2021 - De Warmste Kerstbuurt - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
26.

2022_CBS_00082 - Subsidies straatfeesten 2021 - De Warmste Kerstbuurt - Goedkeuring

2022_CBS_00082 - Subsidies straatfeesten 2021 - De Warmste Kerstbuurt - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Subsidiereglement straat-, wijk- en buurtfeesten dd. 24 februari 2014.

Feiten context en argumentatie

De Warmste Kerstbuurt - Evaluaties

Evaluatie 2021/De Donkturvers

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 295,28 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.


Evaluatie 2021/Delheidestraat

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 320 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.

 

Evaluatie 2021/Hulsbergweg

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 447,50 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.


Evaluatie 2021/Karekietstraat

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 288,38 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.

 

Evaluatie 2021/Kortestraat

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 300,00 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.

 

Evaluatie 2021/Kretenveldweg

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 579,07 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen. 

 

Evaluatie 2021/Nachtegalenstraat

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 447,50 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betaken.

 

Evaluatie 2021/Perkstraat

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 250,75 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.

 

Evaluatie 2021/Putsmolen

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 323,35 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.

 

Evaluatie 2021/Schrijnbroekweg

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 390,00 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.

 

Evaluatie 2021/Schopdriesweg

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 322,60 euro .

Het college beslist om een subsidie van 250,00 euro te betalen.

 

Evaluatie 2021/Vogelzangstraat

Gemaakte en goedgekeurde kosten van 241,76 euro .

Het college beslist om een subsidie van 241,76 euro te betalen.


Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist om de goedgekeurde subsidiebedragen voor de Warmste Kerstbuurt uit te betalen. 

27.

2022_CBS_00083 - Organisatie avondmarkt - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
27.

2022_CBS_00083 - Organisatie avondmarkt - Goedkeuring

2022_CBS_00083 - Organisatie avondmarkt - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De Limburgse bond van marktkramers vraagt de goedkeuring om een avondmarkt te organiseren op vrijdag 10 juni of 8 juli 2022.

De organisatie is in handen van de vereniging. Het gemeentebestuur zorgt voor de signalisatie en elektriciteitsvoorziening. De markt gaat door op de locatie van de wekelijkse markt. Er is dus geen hinder voor de lokale handelaars.

Er wordt voorkeur gegeven aan vrijdag 8 juli daar er op vrijdag 13 mei al een avondmarkt georganiseerd wordt op Termolen.

Deze avondmarkt gaat samen met de opening van Termolenkermis door.

De avondmarkt op Termolen was al in 2020 gepland. De tweede aanvraag is een bijkomende aanvraag van de bond van Limburgse marktkramers.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen aan de Bond van Limburgse marktkramers, p.a. Maastrichterstaat, Hasselt om op vrijdag 8 juli 2022 een avondmarkt te organiseren in het Centrum van Zonhoven.

28.

2022_CBS_00051 - Indexering gemeentelijke mantelzorgpremie - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
28.

2022_CBS_00051 - Indexering gemeentelijke mantelzorgpremie - Goedkeuring

2022_CBS_00051 - Indexering gemeentelijke mantelzorgpremie - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeente geeft een toelage aan personen die instaan voor de thuisverzorging van een (hun) hulpbehoevende ouder(s) en/of grootouder(s).

Voorwaarden:

  • Inwonen bij een zorgbehoevende oudere (+65 /geen partners);
  • Minimum 6 maanden in Zonhoven wonen;
  • Zorgbehoevendheid moet worden aangetoond via een medisch document;
  • De zorgbehoevende geniet de verhoogde tegemoetkoming.

Het niet-geïndexeerd basisbedrag van de gemeentelijk mantelzorgpremie is € 30 voor één zorgbehoevend persoon en € 45 voor twee zorgbehoevende personen. Deze bedragen worden elk jaar geïndexeerd.  De huidige gezondheidsindex (december 2021 - kolom 2004=100) bedraagt 139,61. Als we deze toepassen op het basisbedrag krijgen we een premie van resp. € 36,79 voor één persoon en € 55,18 voor twee personen.

De vorige bedragen € 31,96 en € 47,94 waren nog steeds gebaseerd op de gezondheidsindex van december 2013. Door een verkeerde toepassing van de gezondheidsindex werden deze bedragen, tot nu nooit aangepast. Dit verklaart de sterke stijging van de huidige bedragen. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft kennis genomen van de  huidige bedragen van de gemeentelijke mantelzorgpremie o.b.v. gezondheidsindex december 2021, zijnde € 36,79 voor één zorgbehoevende persoon en € 55,18 voor twee zorgbehoevende personen en gaat akkoord met de toepassing ervan vanaf januari 2022.

29.

2022_CBS_00084 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract onbepaalde duur technisch assistent zaalwachter - Goedkeuring

Goedgekeurd
29.

2022_CBS_00084 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract onbepaalde duur technisch assistent zaalwachter - Goedkeuring

2022_CBS_00084 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract onbepaalde duur technisch assistent zaalwachter - Goedkeuring
30.

2022_CBS_00085 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds deskundige contractmanagement sector organisatiemanagement - Goedkeuring

Goedgekeurd
30.

2022_CBS_00085 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds deskundige contractmanagement sector organisatiemanagement - Goedkeuring

2022_CBS_00085 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds deskundige contractmanagement sector organisatiemanagement - Goedkeuring
31.

2022_CBS_00086 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds technisch medewerker theatertechnieker dienst cultuur sector mens en maatschappij - Goedkeuring

Goedgekeurd
31.

2022_CBS_00086 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds technisch medewerker theatertechnieker dienst cultuur sector mens en maatschappij - Goedkeuring

2022_CBS_00086 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds technisch medewerker theatertechnieker dienst cultuur sector mens en maatschappij - Goedkeuring
32.

2022_CBS_00087 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering: voltijds contractueel sectormanager stadsontwikkeling - Goedkeuring

Goedgekeurd
32.

2022_CBS_00087 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering: voltijds contractueel sectormanager stadsontwikkeling - Goedkeuring

2022_CBS_00087 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering: voltijds contractueel sectormanager stadsontwikkeling - Goedkeuring
33.

2022_CBS_00088 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering: voltijds contractueel sectormanager mens en maatschappij - Goedkeuring

Goedgekeurd
33.

2022_CBS_00088 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering: voltijds contractueel sectormanager mens en maatschappij - Goedkeuring

2022_CBS_00088 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering: voltijds contractueel sectormanager mens en maatschappij - Goedkeuring
34.

2022_CBS_00089 - Proces-verbaal selectie 19 januari 2022: halftijds contractueel administratief medewerker informatiemanagement C1-C3 - Kennisneming

Goedgekeurd
34.

2022_CBS_00089 - Proces-verbaal selectie 19 januari 2022: halftijds contractueel administratief medewerker informatiemanagement C1-C3 - Kennisneming

2022_CBS_00089 - Proces-verbaal selectie 19 januari 2022: halftijds contractueel administratief medewerker informatiemanagement C1-C3 - Kennisneming
35.

2022_CBS_00094 - Ontslag om dringende redenen - Aldemir Akin - Bekrachtiging

Goedgekeurd
35.

2022_CBS_00094 - Ontslag om dringende redenen - Aldemir Akin - Bekrachtiging

2022_CBS_00094 - Ontslag om dringende redenen - Aldemir Akin - Bekrachtiging
36.

2022_CBS_00090 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
36.

2022_CBS_00090 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2022_CBS_00090 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming