Terug
Gepubliceerd op 30/03/2022

2022_CBS_00299 - OMV - Vergunning - Roerdompstraat 10 - 2021/00346 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 22/03/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00299 - OMV - Vergunning - Roerdompstraat 10 - 2021/00346 - Goedkeuring 2022_CBS_00299 - OMV - Vergunning - Roerdompstraat 10 - 2021/00346 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning.

De aanvraag werd op 30/11/2021 ontvangen.

Op 27/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 10/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 21/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1980/00137: bouwvergunning op 28/10/1980 voor het bouwen van 27 (sociale) woningen;
  • 1985/00048: bouwvergunning op 10/06/1985 voor een scheidingsmuur;

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht en handelingen werden verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw in de achtertuin, het wijzigen van de functie garage, vervangen garagepoort door een schuifraam, verruimen van de keukenruimte en aanleg van niet vrijgestelde verhardingen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies en uitgevoerde handelingen werden deels opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Voor het bijgebouw in de achtertuin werd aangegeven dat dit vrijgesteld is van vergunning, doch de afstand tot de perceelgrenzen blijkt niet overal minstens 1m te bedragen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de uitbreiding van de woning omdat de uitbreiding van de horizontale dakoppervlakte minder bedraagt dan 40m², nl. 24,75m².

Op de vergunde plannen anno 1980 wordt aangegeven dat de woningen voorzien worden van een septische put en hemelwaterput van 2000 liter. De effectieve uitvoering hiervan kan nagegaan worden door de aanwezigheid van putdeksels.

Op de plannen van de aanvraag wordt aangegeven dat de riolering niet gekend is. Aangezien aangegeven wordt dat voor hemelwater en afvalwater wordt aangesloten op de bestaande afvoerleidingen, dient de afvoer van de nieuwe dakoppervlakte aangesloten te worden op de bestaande hemelwaterput indien deze aanwezig is.

Voor de verhardingen in klinkers werd niet aangegeven of deze waterdoorlatend uitgevoerd werden en naar waar ze afwateren. De verharde oppervlakte bedraagt 120,16m².

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing.

Wat de verhardingen betreft moet een infiltratiezone naast de verharding aanwezig zijn om afvloeiend hemelwater op eigen terrein te laten infiltreren.

Momenteel is dit niet het geval langsheen de linker perceelgrens; de klinkers werden vooraan en achteraan tot tegen de perceelgrens aangelegd. Hier dient een groenzone voor infiltratie aangelegd met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens.

De aanvraag voldoet aan de stedenbouwkundige verordening mits een groenzone voor infiltratie aangelegd wordt met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens. 

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Voor zover gekend is echter nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig.

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

  • Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
  • Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  • Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits langsheen de linker perceelgrens thv de verharding een groenzone voor infiltratie aangelegd wordt met een breedte van minstens 0,5m. 

Onder deze voorwaarde is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets mits voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater door het aanleggen van een groenzone voor infiltratie  met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens. 

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er werden geen rookmelders voorzien op de plannen.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan 

  • de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater en het decreet integraal waterbeleid door het aanleggen van een groenzone voor infiltratie met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens;
  • het decreet rookmelders houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, bouwen van een bijgebouw en herinrichting van het terrein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Roerdompstraat, een gemeenteweg ten oosten van het centrum van Zonhoven.

De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen  verband. 

De woning van de aanvraag betreft een open bebouwing met 2 bouwlagen en zadeldak en een gekoppelde aanbouw aan de linkerzijde. Op het links aanpalende perceel bevindt zich eenzelfde woning in spiegelbeeld. Aan de rechterzijde bevinden zich nagenoeg identieke woningen. De woningen maken deel uit van een sociale groepswoningbouw anno 1980.

In de ruimere omgeving zijn ook een basisschool, kerkgebouw, gemeenschapscentrum Tentakel en natuurgebied Molenheide aanwezig evenals kleinschalige handelsactiviteiten naast de residentiële functies.

Omschrijving van de aanvraag

De bestaande woning werd ingeplant op 8,80m afstand tot de voorste perceelgrens en heeft een bouwdiepte van 7,40m op gelijkvloers, verdieping en dakverdieping. In de linker zijtuinstrook is een gekoppelde aanbouw met hellend dak aanwezig. De rechter zijtuinstrook heeft een breedte van 3,26m à 3,36m en aan de achterzijde is een tuinzone van ca. 25,5m diep aanwezig.

De aanbouw links werd vergund als garage/ berging met een garagepoort in de voorgevel. In de voortuin werd een klinkerverharding aangelegd over een breedte van 6m vanaf de linker perceelgrens gemeten met aansluitend een pad langsheen de voorgevel, rechter zijgevel en aan de achterzijde een terras van ca. 12,5m breed en ca. 4m diep.

Behoudens een oprit van 3m breed naar de garage en een pad naar de inkom, dient de verharding in de voortuinstrook geregulariseerd te worden. De verhardingen in de zijtuinstrook rechts en het terras aan de achterzijde zijn niet vergunningsplichtig behoudens een strook van 1m links achteraan tot tegen de perceelgrens.

Met de huidige aanvraag wenst men aan de achterzijde van de woning een uitbreiding met 1 bouwlaag en plat dak te realiseren in functie van het verruimen van keuken en eethoek waarbij ook de achtergevel opengewerkt wordt. 

Verder wenst men de bestaande verhardingen te regulariseren alsook de wijzigingen aan de aanbouw. De garagefunctie werd gesupprimeerd en de garagepoort werd vervangen door een schuifraam.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft behouden en is inpasbaar binnen de woonomgeving.

Mobiliteitsimpact

Door het omvormen van de garage/ berging tot louter bergruimte, valt 1 interne autostaanplaats weg. Op de oprit (6m breed en 8,80m diep) kan men evenwel nog 2 wagens parkeren. 

Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De inrit ter hoogte van de voorste perceelgrens dient echter beperkt te worden tot een breedte van 3m ipv 6m. Per huiskavel wordt slechts 1 inrit van 3m breed toegelaten om de conflictzones met weggebruikers te beperken ifv verkeersveiligheid. Er dient dan ook een groenstrook aangelegd te worden over een breedte van 3m en diepte van 1m langsheen de voorste perceelgrens, ter vervanging van de klinkers, en dit om de toegang voor voertuigen te beperken tot 3m.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De nieuwe aanbouw aan de achterzijde heeft een bouwdiepte van 3m en krijgt een breedte van 8,25m, gemeten vanaf de rechter zijgevel. Een afstand van 3,18m tot de linker perceelgrens blijft aangehouden.

De bestaande woning heeft een gevelafwerking met een rood genuanceerde gevelsteen, buitenschrijnwerk in aluminium met grijze kleur en de hellende daken zijn afgewerkt met grijs genuanceerde pannen. De kroonlijsthoogte van het hoofdgebouw bedraagt 5,40m en de nokhoogte 8m. De aanbouw links heeft een kroonlijsthoogte van 2,50m en een nokhoogte van 5,07m.

De nieuwe aanbouw met plat dak krijgt een dakrandhoogte van 3,20m.

Volgens de plannen worden de zijgevels afgewerkt met een genuanceerde grijze gevelsteen en de achtergevel met een rood genuanceerde gevelsteen. Vermoedelijk is het de bedoeling om ook de achtergevel met een grijskleurige gevelsteen af te werken en betreft de materiaalaanduiding een fout. Om een samenhangend geheel te verkrijgen is het alleszins aangewezen dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt.

De totale bouwdiepte na de uitbreiding bedraagt 10,40m.

Intern wordt de oorspronkelijke achtergevel van het gelijkvloers opengewerkt in functie van de nieuwe aanbouw.

In vergelijking met de vergunde plannen heeft de aanbouw links intern een geringere breedte voor het achterste gedeelte dan aangegeven op de bestaande toestand. In praktijk is de keukenruimte dus iets breder uitgevoerd doch de afstand van minstens 3m tot de linker perceelgrens blijft behouden. 

Het garagegedeelte van de aanbouw werd gewijzigd tot berging en hiermee werd ook de garagepoort in de voorgevel vervangen door een schuifraam. Op zich stelt zich geen probleem met de opgegeven functie van berging in de zijtuinstrook, noch met het resterende aantal autostaanplaatsen. De aanwezigheid van een schuifraam kan echter een ander gebruik toelaten naast de bergruimte. De aanvrager wordt er op gewezen dat binnen de zijtuinstrook van 3m geen leefruimtes toegestaan worden. Slechts berging/ technische ruimte en garage/carport zijn hier toegelaten.

De uitbreiding aan de achterzijde en de wijzigingen in en aan het bestaande gebouw zijn aanvaardbaar. Voor het gebruik van de (bestaande) gekoppelde aanbouw wordt er op gewezen dat binnen de zijtuinstrook van 3m geen leefruimtes toegestaan worden. Slechts berging/ technische ruimte en garage/carport zijn hier toegelaten.

De verhardingen op het terrein zijn qua omvang gebruikelijk bij een eengezinswoning en dienstig als autostaanplaatsen, looppaden en beperkt terras. 

Zoals hoger reeds aangehaald (zie Mobiliteitsimpact”) dient de breedte van de verharding ter hoogte van de voorste perceelgrens echter ingeperkt te worden tot 3m. De klinkerverharding over breedte van 3m dient vervangen door een groenstrook over een diepte van minstens 1m.

Aangezien er in het kader van de hemelwaterverordening (zie “Stedenbouwkundige verordening”) aan de linkerzijde een groene  infiltratiezone moet aangelegd worden langsheen de linker perceelgrens over een breedte van minsten 0,5m – zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde van het gebouw – zal de totale breedte van de autostaanplaatsen 5,50m bedragen en aan de voorste perceelgrens 3m over een perceeldiepte van 1m. 

Onder deze voorwaarden is de verharding op het terrein aanvaardbaar.

Op de plannen en in de nota werd aangegeven dat zich nog een bijgebouw in de achtertuin bevindt dat voldoet aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit. Op de inplantingsplannen ontbreekt echter 1 afstand tot de schuin liggende perceelgrens. Afgaande op de andere maataanduidingen bedraagt de afstand hier minder dan 1m. 

Er zijn geen constructieve tekeningen van het bijgebouw aanwezig.

Voor het bestaande bijgebouw in de achtertuin kan geen regulariserende vergunning afgeleverd worden bij gebrek aan voldoende gegevens, noch kan besloten worden dat er voldaan werd aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit.

Voor het bijgebouw dient een regularisatie aangevraagd te worden indien niet voldaan werd aan de minimale afstandsregel van 1m tot de perceelgrenzen.

Bodemreliëf

Het bestaande maaiveld situeert zich op 20cm boven het peil van de wegas. Er worden geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien.

Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. 

Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat 

  • een groenstrook aangelegd wordt over een breedte van 3m en perceeldiepte van 1m langsheen de voorste perceelgrens, ter vervanging van de klinkers, en dit om de toegang voor voertuigen te beperken tot 3m;
  • het gebruik van de (bestaande) gekoppelde aanbouw beperkt blijft tot berging/ technische ruimte;

Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.

Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits volgende voorwaarden na te leven:

  • langsheen de voorste perceelgrens, ter vervanging van de klinkers, dient een groenstrook aangelegd te worden over een breedte van 3m en een perceeldiepte van 1m, dit om de toegang voor voertuigen te beperken tot 3m;
  • het gebruik van de (bestaande) gekoppelde aanbouw dient beperkt te blijven tot berging/ technische ruimte;

Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.

Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp  verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het opleggen van voorwaarden

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning mits het opleggen van voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater en het decreet integraal waterbeleid door het aanleggen van een groenzone voor infiltratie  met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens;
  • Er dient voldaan te worden aan het decreet rookmelders houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft;
  • Behoudens een inrit van 3m breed, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen. Langsheen de voorste perceelgrens, ter vervanging van de klinkers, dient een groenstrook aangelegd te worden over een breedte van 3m en een perceeldiepte van 1m;
  • Het gebruik van de (bestaande) gekoppelde aanbouw dient beperkt te blijven tot berging/ technische ruimte;

Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.

Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater en het decreet integraal waterbeleid door het aanleggen van een groenzone voor infiltratie  met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens;
  2. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  3. Behoudens een inrit van 3m breed, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen. Langsheen de voorste perceelgrens, ter vervanging van de klinkers, dient een groenstrook aangelegd te worden over een breedte van 3m en een perceeldiepte van 1m.

      De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;

  1. Het gebruik van de (bestaande) gekoppelde aanbouw dient beperkt te blijven tot berging/ technische ruimte;

Riolering:

  1. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

Andere voorwaarden:

  1. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  2. Met betrekking tot de uitvoering van erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  3. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  4. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  5. De afbraak/verwijdering van de constructies/ verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. 

      Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;

  1. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  2. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.

Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 16/03/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning,  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater en het decreet integraal waterbeleid door het aanleggen van een groenzone voor infiltratie  met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens;
  2. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  3. Behoudens een inrit van 3m breed, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen. Langsheen de voorste perceelgrens, ter vervanging van de klinkers, dient een groenstrook aangelegd te worden over een breedte van 3m en een perceeldiepte van 1m.

      De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;

  1. Het gebruik van de (bestaande) gekoppelde aanbouw dient beperkt te blijven tot berging/ technische ruimte;

Riolering:

  1. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

Andere voorwaarden:

  1. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  2. Met betrekking tot de uitvoering van erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  3. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  4. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  5. De afbraak/verwijdering van de constructies/ verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. 

      Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

      Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;

  1. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  2. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.

Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.