STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen van een halfopen eengezinswoning en het slopen van een niet-vergund afdak.
De aanvraag werd op 20 december 2021 ontvangen.
Op 14 januari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 20 januari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 26 januari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 16 januari 1962 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1962/00001)
Op 2 juni 1976 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kippenhok. (1976/00089)
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2021_
4 mei 2021:
“het perceel is gelegen binnen woongebied, en niet binnen een goedgekeurde verkaveling of BPA. Het is gelegen binnen de afbakeningslijn van het GRUP Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt-Genk.
Volgens de gegevens waarover wij beschikken is het huidige perceel smaller dan weergegeven op de vergunde plannen.
Het vrijstaand bijgebouw komt niet overeen met de vergunde toestand en dient mee opgenomen te worden in de aanvraag ter regularisatie, net zoals andere eventuele aanwezige vergunningsplichtige constructies.
Het bijgebouw op het aanpalend perceel bevindt zich deels op het perceel van de aanvraag.
Over het perceel loopt (achter het bijgebouw) een niet geklasseerde waterloop/gracht.
Hoewel de doorgaans gehanteerde maximum bouwdiepte op het gelijkvloers in Zonhoven 17m bedraagt, trachten we deze tegenwoordig terug te brengen tot max. 15m om zo de footprint zoveel als mogelijk te beperken. We kunnen hier evenwel akkoord gaan met een bouwdiepte van 17m. Een overdekt terras wordt meegerekend bij de bouwdiepte en dient bijgevolg binnen de maximale bouwdiepte van 17m voorzien te worden.
De bestaande garage verdwijnt. Hierdoor zal er geen overdekte autostaanplaats meer zijn. Is dit de bedoeling of wenst men een carport of vrijstaande garage te plaatsen?
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
25 mei 2021:
“i.v.m. de carport, ruimtelijk gezien zou het beter zijn deze meer naar voren, tegen het hoofdvolume, te plaatsen. Op die manier kan nl. de inritverharding worden beperkt.
Daarnaast lijkt dit me ook interessanter gezien de lichtinval in de leefruimte op die manier niet beperkt wordt door de carport.
Binnen de omgevingsaanvraag dient de omgevingsambtenaar het volledige perceel te bekijken, binnen het besluit moet een uitspraak gebeuren over alle aanwezige constructies, dus ook over de overgebouwde constructie van de buren. Het gaat om een niet vergunde constructie, deze zou dus ter regularisatie moeten worden opgenomen in de aanvraag, wat uiteraard moeilijk wordt gezien de constructie zich hoofdzakelijk op het aanpalend perceel bevindt... De kans dat dit bijgebouw vergund wordt is nihil (overbouwing = geen goede ruimtelijke ordening + het gaat om een bijgebouw zonder bijhorende woning).
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een afdak.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Provinciale dienst Water & Domeinen
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is het bijgebouw (tuinhuis met overdekt terras) zonder voorwerp. De oppervlakte van het bijgebouw bedraagt 30m² en bevindt zich op minder dan 30 m van de woning.
Het bijgebouw is ingeplant op minimum 1,05m² van de perceelgrenzen. De nokhoogte is gelegen op 2,90m.
Volgens art. 2.1.8° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, zijn het pad naar het bijgebouw (tuinberging met overdekt terras) en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw zonder voorwerp. De verhardingen werden aangelegd binnen een straal van 30m van de woning en de totale oppervlakte van de vergunningsplichtige niet-overdekte constructies (incl. verharding) in de zij- en achtertuin bedraagt minder dan 80m².
zijn bijgevolg opgericht conform het vrijstellingsbesluit.
Het bijgebouw, het tuinpad naar het bijgebouw en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw zijn bijgevolg opgericht conform het vrijstellingsbesluit.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De aanvraag betreft het verbouwen van een eengezinswoning. Conform de hemelwaterverordening dient enkel een infiltratievoorziening aangelegd te worden.
De plannen geven aan dat een infiltratievoorziening wordt aangelegd met een oppervlakte van 5,42m² en een volume van 3 500 liter, conform de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
Herbouw of verbouwing
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de hal en bureel.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake afstanden voor vensters, muuropeningen en soortgelijke werken.
De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het verbouwen van een halfopen eengezinswoning en het slopen van een niet-vergund afdak.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Vaartstraat, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is bebouwd met een halfopen eengezinswoning.
Het hoofdvolume van de woning bestaat uit 1,5 bouwlaag en een hellend dak.
De achterbouw werd deels uitgevoerd met een plat dak en deels met een lessenaarsdak.
In de achtertuin werd een tuinberging met overdekt terras opgericht conform het vrijstellingsbesluit.
Tot slot bevindt zich in de achtertuin een niet-vergund afdak.
Het afdak werd opgericht tot tegen het bijgebouw op het linker aangrenzende perceel.
Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager het niet-vergunde afdak wenst te verwijderen.
Voor het slopen van niet-vergunde constructies is in principe geen vergunning vereist aangezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Dit gedeelte van de aanvraag is dan ook zonder voorwerp.
De aanvraag omvat bijgevolg enkel het verbouwen van een halfopen eengezinswoning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat bijgevolg enkel het verbouwen van een halfopen eengezinswoning.
De huidige achterbouw van de woning, bestaande uit een veranda, berging, wasplaats en garage, wordt gesloopt. Het hoofdvolume, bestaande uit 1,5 bouwlaag, blijft behouden en uitgebreid met een nieuwe achterbouw.
De nieuwe achterbouw wordt ingeplant tegen de rechter perceelgrens en op minimum 4,38m van de linker perceelgrens.
Het behouden hoofdvolume wordt op het gelijkvloers intern verbouwd. De verdieping blijft ongewijzigd. De woning zal op het gelijkvloers, na het uitvoeren van de werken, beschikken over een inkomhal, een bureel, een badkamer (doucheruimte), toilet, berging, wasplaats en keuken en zithoek.
De bouwdiepte van de woning wordt op het gelijkvloers teruggebracht tot 17m.
De nieuwe achterbouw wordt uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 3,60m ten opzichte van het maaiveld.
De achterbouw wordt uitgevoerd in een rode-bruine gevelsteen, wat aansluit bij de bestaande gevelsteen (rood) van het hoofdvolume.
De huidige inrit, uitgevoerd in asfaltverharding, bevindt zich aan de linkerzijde van de woning. Deze inritverharding met een lengte van 36,42m wordt gedeeltelijk verwijderd. De te behouden inritverharding heeft een oppervlakte van 70m².
Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd. Dit terras heeft een oppervlakte van 30m². Het hemelwater vloeit af naar de aangrenzende groenzone.
Tot slot wordt het tuinpad naar het bijgebouw (tuinberging met overdekt terras) en een niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw, behouden. Deze verharding werd uitgevoerd in klinkers.
Zoals hoger aangehaald zijn deze verhardingen in overeenstemming met het vrijstellingsbesluit.
Bodemreliëf
Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 26 januari 2022 werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de provinciale dienst Water en Domeinen.
Op 24 februari 2022 liet de provincie Limburg weten dat voor het dossier geen advies vereist is van de afdeling Waterbeheer.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Het slopen van het niet-vergunde afdak is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het bijgebouw, het tuinpad en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Terrein en gelijkgrondse berm:
Andere voorwaarden:
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het slopen van het niet-vergunde afdak is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het bijgebouw, het tuinpad en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Terrein en gelijkgrondse berm:
Andere voorwaarden:
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.