Terug
Gepubliceerd op 30/03/2022

2022_CBS_00294 - GEB - opname vergunningenregister – Halveweg 56– 2022/00004 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 22/03/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00294 - GEB - opname vergunningenregister – Halveweg 56– 2022/00004 - Goedkeuring 2022_CBS_00294 - GEB - opname vergunningenregister – Halveweg 56– 2022/00004 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Onderzoeksstudie vergunningstoestand

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied, deels gelegen in gebieden voor dagrecreatie. 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Het goed is gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006. 

Het goed kreeg als bestemming zone voor kernversterkende gesloten, halfopen of open bebouwing.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:

bouwvergunning op 12/2/1960 voor het bouwen van een woonhuis met als dossiernummer 1960/00019

weigering van de bouwvergunning op 7/4/1970 voor het verbouwen van het woonhuis met als dossiernummer 1970/00051

bouwvergunning op 8/12/1972 voor het verbouwen van het woonhuis met als dossiernummer 1972/00223

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

KADASTRALE GEGEVENS

Het huis op perceel 803P werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1960.

REGELGEVING 

Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.
§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
 § 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.

BEWIJSVOERING

Aan de aanvraag werden volgende stukken toegevoegd:

  • Goedgekeurd plan woonhuis dd. 12-2-1960 en machtigingsbesluit
  • Plan aanvraag bij te bouwen keuken gelijkvloers
  • Plan aanvraag herbouwen woonhuis – bijbouwen van verdieping op bergplaats en keuken
  • Bouwvergunning verbouwing woning dd. 8/12/1972
  • Kadastrale legger met detail van de kadastrale opmetingen en aanpassing KI wegens verhoging en vergroting achterbouw in 1973
  • Verklaring onderzoek landmeter-Expert RVEA: er is een vergroting en verhoging van de achterbouw geweest in 1973
  • Verduidelijking foto’s
  • Schematische opmetingsplannen van bestaande toestand
  • Het principe van vermoeden door docent Hugo De Cuyper, handhavingscoördinator RO Midden-Limburg

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. 

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten. 

BEOORDELING

Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.

Uit de historische gedetailleerde opmetingsschets van het kadaster blijkt dat de woning met aanbouw en het verdiep op de aanbouw terug te vinden is binnen de wijziging anno 1973 waardoor ze bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.

De functie frituur wordt ook weergegeven en kan bijgevolg ook beschouwd worden als zijnde vergund.

De buitentrap achteraan de woning en carport/tuinberging tegen de linker perceelgrens zijn niet terug te vinden op de historische gedetailleerde opmetingsschets en kunnen niet beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.

Algemeen besluit

De woning met handelsgedeelte frituur kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

De buitentrap achteraan de woning en de carport/tuinberging tegen de linker perceelgrens kunnen niet beschouwd worden als hoofdzakelijk vergund.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1973, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning met handelsgedeelte frituur op in het vergunningenregister als vergund geacht.

Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

De buitentrap achteraan de woning en carport/tuinberging tegen de linker perceelgrens kunnen niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1973, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 2

De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.