De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 15 maart 2022 goedgekeurd.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 25.273,57.
Op 7 september 2021 werd de veiling voor de uit dienst gesteld roerende goederen gegund aan de enige inschrijver, Lussis M&N nv, Hasseltsesteenweg 544 te 3700 Tongeren.
Na diverse malen aanschrijven, heeft Lussis M&N nv niet gereageerd om de veiling te starten.
Immers, het waardevolste goed werd nadien uit de lijst gehaald. De vrachtwagen MAN werd in ruil gegeven bij de aankoop van een dumper.
De dienst stelt voor om de uit dienst gestelde roerende goederen zelf openbaar te verkopen via een online-platform waarbij er geboden kan worden vanaf 25 april tot en met 6 mei 2022.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om de uit dienst gestelde roerende goederen via een online-platform te verkopen van 25 april tot en met 6 mei 2022.
Artikel 2
Deze verkoop wordt kenbaar gemaakt via de gebruikelijke communicatiekanalen.
Het gemeentelijk belastingreglement op het plaatsen van reclameborden, gestemd in de gemeenteraad van 27 mei 2019 voor de dienstjaren 2019 tot en met 2024.
Het nieuwe belastingreglement, gestemd in de gemeenteraad van 27 mei 2019, voorziet jaarlijks in januari een indexering van het basistarief (€43 per m²). Hierdoor zal het tarief voor 2021 vastgelegd worden op €43,72 per m²
Het voorliggend kohier omvat een belasting van 2021, die nu in 2022 uitvoerbaar wordt verklaard. Dit betekent dat deze opbrengst pas te zien is in de jaarrekening van 2022. De belastingkohieren voor het dienstjaar 2021 mogen immers opgesteld worden tot 30 juni van het volgend jaar.
Het college van burgemeester en schepenen stelt de gemeentelijke belastingrol op het plaatsen van reclameconstructies voor het dienstjaar 2020 vast ten bedrage van €35.276,95
In het financieel meerjarenplan is voor 2022 een bedrag van €22.500,00 ingeschreven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist deze rol uitvoerbaar te verklaren en over te maken aan de financieel directeur.
Verslag Algemene Vergadering sportraad van maandag 7 maart 2022.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de Algemene Vergadering van de sportraad van maandag 7 maart 2022.
Ceyda Tas vraagt voor haar kinderen om enkele speeltoestellen te plaatsen in de Tuinwijk Beverzak. Hiervoor is er een draagvlak: 17 kinderen steunen deze vraag.
Ze vragen o.a. een basketbalpaal, goaltjes, een nestschommel en enkele banken. Financieel is dit haalbaar binnen het budget van speelterreinen in het meerjarenplan. De dichtstbijzijnde speelterreinen liggen in de Langveldstraat en Mommersbosweg. Beide zijn voor (jonge) kinderen moeilijk bereikbaar zonder begeleiding van een volwassene.
In het verleden stelde zich het probleem van vandalisme en zwerfvuil in deze speeltuin. Daardoor werd die niet gebruikt door kinderen en werd uiteindelijk die speeltuin in 2017 opgeruimd.
Daarom stelt de jeugddienst voor om in de paasvakantie de behoeften van de kinderen in kaart te brengen en ook enkele volwassenen uit de wijk (o.a. mevrouw Tas) te betrekken.
Werkwijze:
Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring over deze werkwijze om een voorstel uit te werken voor het aankopen en plaatsen van speeltoestellen in Tuinwijk Beverzak.
Kadasterplan.
Rooilijnplan.
De eigenaars van het perceel sectie B 952g42, gelegen hoek Moverkensstraat-Lichtenbergweg, hebben ons gemeld dat het kadasterplan niet overeenkomt met het nieuwe rooilijnplan van de Lichtenbergweg. Zij beweren dat hun perceel, sectie B 952g42, +- 3,5 meter verder reikt dan weergegeven op het kadaster en dat de grens van het perceel werkelijk gezien in het midden op de Lichtenberg ligt. De Lichtenbergweg is momenteel een zandweg maar daar zal een volwaardige weg worden aangelegd n.a.v. een bouwproject van Vooruitzien. De weg zou volgens de eigenaars van het perceel sectie B 952g42, op hun eigendom worden aangelegd.
Op het rooilijnplan in bijlage wordt een gratis grondafstand naar de gemeente door Vooruitzien aangeduid in groene kleur. Deze gratis grondafstand kadert in de aanleg van de weg. Op het plan wordt de hoek van het af te stane perceel sectie B 952b46 aangeduid als hoekpunt “a”. Dat hoekpunt “a” zou ook het hoekpunt moeten zijn van het naastliggend perceel sectie B 952g42. Het hoekpunt komt echter niet overeen met het kadaster, volgens het kadaster ligt het hoekpunt 3,5 meter lager.
De dienst contractmanagement stelt voor om een landmeter aan te stellen om de juiste grens van het perceel sectie B 952g42 te bepalen. Aan de hand van het opmetingsplan kan dan worden bepaald of we moeten overgaan tot de aankoop van een gedeelte van het perceel voor de aanleg van de Lichtenbergweg.
Het college van burgemeester en schepenen beslist landmeter-expert Raoul Creemers, Wandelstraat 24 te 3670 Oudsbergen aan te stellen om de juiste grens van het perceel sectie B 952g42 te bepalen en een opmetingsplan op te maken.
Het college van burgemeester en schepenen besliste dd. 22/06/2021 de opdracht "Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven" te gunnen aan Sweco Belgium nv tegen de som van € 154.402,05 als bovengrens voor het masterplan en een ereloonpercentage van 7,2 % voor deelproject 1.
De opdracht betreft een occasionele gezamenlijke opdracht uitgaande van de gemeente en de provincie, waarbij de gemeente in hun gezamenlijke naam optreedt bij de gunning en de uitvoering van de opdracht. Op 16 juni 2021 verleende de provincie Limburg haar instemming met de aanstelling van Sweco Belgium nv als ontwerper.
Op 25/01/2022 breidde het college van burgemeester en schepenen de opdracht deels uit door de grenzen van deelproject 1 te overschrijden.
Zowel voor de gemeente Zonhoven als voor het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) lijkt het intussen ook een meerwaarde om het stuk gewestweg gelegen tussen schoenen Timmers en Martenshuys mee te nemen binnen deze zelfde opdracht. AWV kan hier echter pas definitief uitsluitsel over geven wanneer er over het investeringsprogramma voor Zonhoven wordt beslist, dit wordt ten vroegste eind april 2022 verwacht. Om verder geen tijd meer te verliezen, kan er beslist worden om Sweco Belgium nv nu reeds een eerste start- en projectnota op te laten maken. Indien er gewacht wordt op een goedgekeurd investeringsprogramma, wordt het sowieso onmogelijk om een heraanleg van de gewestweg binnen deze opdracht mee te nemen. De gewenste aanvullende dienst is geraamd op 25.950,00€ (excl. btw).
De kosten voor deze aanvullende dienst kunnen later mogelijk worden teruggevorderd bij AWV maar het is niet mogelijk daar op heden een definitieve uitspraak over te doen.
D.m.v. een aanvullende dienst in de zin van art. 38/1 juncto art. 151 KB van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten is deze uitbreiding mogelijk. Een verandering van opdrachtnemer is nl. niet mogelijk om zowel economische als technische redenen, dewelke wordt vereist door voormelde artikelen om over te kunnen gaan tot een aanvullende opdracht. Een verandering van opdrachtnemer is niet mogelijk omdat het project namelijk één geheel uit dient te maken, waarbij alle onderdelen, plannen en diensten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een verandering van opdrachtgever voor de uitbreiding zou een verstoring, zowel qua uitzicht en visie als qua (technische) comptabiliteit met het reeds gegunde project. Hiernaast zou dat voor het opdrachtgevend bestuur een vertraging teweegbrengen door de bijkomende administratieve lasten (dubbel uit te voeren studies, dubbele aanvragen, meer overlegmomenten etc.), wat ook een financiële meerkost als gevolg heeft voor de aanbestedende overheid door een bijkomend aantal arbeidsuren te moeten voorzien. De voorziene aanvullende opdracht, d.m.v. een uitbreiding van het projectgebied, heeft niet het gevolg dat de wijziging hoger is dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht (i.e. 50% van 154.402,05€+ (7,2% van 1.548.800 €) = 50% van 154.402,05€ + 111.513,60 € = 50 % van 265.915,65€ oftewel maximum 132.957,83 € (allen incl. btw)) (cfr. infra). Er is bijgevolg voldaan aan de voorwaarden vermeld in art. 38/1 KB van 14/01/2013.
De uitbreiding houdt in dat er voorzien wordt om de volgende projecten uit te voeren: de opmaak van de startnota, projectnota en verkeerskundig onderzoek met als voorwerp de eventuele heraanleg van de gewestweg deel Dorpsstraat-deel Heuvenstraat, grenzend aan de projectzone, en deel van de Genkerbaan. De totaalkost voor deze aanvullende dienst wordt geraamd op 25.950,00€ (excl. btw). Dit gaat om een verhoging van 10,25% (25.950,00 € t.o.v. 265.915,65€) van de gehele opdracht voor diensten zoals aan Sweco Belgium bv gegund door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 5 van de samenwerkingsovereenkomst met de provincie bepaalt dat, indien de gemeente tijdens de uitvoering een belangrijke wijziging van de opdracht noodzakelijk acht, de goedkeuring van de provincie bekomen moet worden met de vooropgestelde wijzigingen en financiële gevolgen voor de betekening van de wijziging aan de opdrachtnemer.
De provincie stemde middels een beslissing van de deputatie dd. 24/02/2022 in met de voorgestelde wijziging. De wijziging houdt geen financiële gevolgen in voor de provincie.
Art. 151, §4 KB Uitvoering bepaalt dat in geval van bijkomende diensten er uitsluitsel moet bestaan over de verlenging van de uitvoeringstermijn. Sweco Belgium heeft in diens offerte de uitvoeringstermijn uiteengezet.
Er is eveneens voldaan aan artikelen 38/5 en 38/6 van KB van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, aangezien het niet om een wezenlijke wijziging gaat zoals bedoeld in deze artikelen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de aanvullende opdracht in de zin van art. 38/1 juncto art. 151 van het KB van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten goed te keuren betreffende de uitbreiding van de opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven” zoals door het college van burgemeester en schepenen gegund aan Sweco Belgium bv, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel dd. 22/06/2021, door het uitbreiden van de opdracht met de opmaak van de opmaak startnota, opmaak projectnota en verkeerskundig onderzoek, zoals weergegeven in de offerte bijgevoegd bij dit besluit, voor de (eventuele) heraanleg van de aan het project grenzende gewestweg, nl. deel Dorpsstraat en deel Heuvenstraat alsook deel Genkerbaan.
Artikel 2
De kost voor deze aanvullende opdracht wordt geraamd op 25.950,00€ (excl. btw), zoals weergegeven in de offerte in bijlage.
Artikel 3
De uitvoeringstermijn, zoals uiteengezet in bijgevoegde offerte, wordt aanvaard.
Onderzoeksstudie vergunningstoestand
BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied, deels gelegen in gebieden voor dagrecreatie.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Het goed is gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006.
Het goed kreeg als bestemming zone voor kernversterkende gesloten, halfopen of open bebouwing.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:
bouwvergunning op 12/2/1960 voor het bouwen van een woonhuis met als dossiernummer 1960/00019
weigering van de bouwvergunning op 7/4/1970 voor het verbouwen van het woonhuis met als dossiernummer 1970/00051
bouwvergunning op 8/12/1972 voor het verbouwen van het woonhuis met als dossiernummer 1972/00223
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
KADASTRALE GEGEVENS
Het huis op perceel 803P werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1960.
REGELGEVING
Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.
§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
§ 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.
BEWIJSVOERING
Aan de aanvraag werden volgende stukken toegevoegd:
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten.
BEOORDELING
Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.
Uit de historische gedetailleerde opmetingsschets van het kadaster blijkt dat de woning met aanbouw en het verdiep op de aanbouw terug te vinden is binnen de wijziging anno 1973 waardoor ze bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.
De functie frituur wordt ook weergegeven en kan bijgevolg ook beschouwd worden als zijnde vergund.
De buitentrap achteraan de woning en carport/tuinberging tegen de linker perceelgrens zijn niet terug te vinden op de historische gedetailleerde opmetingsschets en kunnen niet beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.
Algemeen besluit
De woning met handelsgedeelte frituur kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
De buitentrap achteraan de woning en de carport/tuinberging tegen de linker perceelgrens kunnen niet beschouwd worden als hoofdzakelijk vergund.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1973, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning met handelsgedeelte frituur op in het vergunningenregister als vergund geacht.
Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
De buitentrap achteraan de woning en carport/tuinberging tegen de linker perceelgrens kunnen niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1973, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.
Beslissing van de Bestendige deputatie van 10 maart 2022:
Artikel 1
§1. Aan de heer Gert Steegmans wordt, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit, de omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning, met als voorwerp:
de volgende stedenbouwkundige handelingen: het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning zonder functiewijziging en zonder wijziging van het aantal woongelegenheden, met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven ter plaatse Kleine Zouwstraat 37, kadastraal gekend Afdeling 3, Sectie E, perceelnr. 116/2E.
§2. De plannen, gevoegd als bijlagen bij dit besluit, maken er een integraal deel van uit.
Artikel 2 De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.
Artikel 3
De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend:
§1. Voor wat betreft de stedenbouwkundige handelingen:
- onder volgende voorwaarden:
° het open karakter van de terrasoverkapping ten allen tijde behouden moet blijven
° uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen.
Artikel 4
De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
1) de beroeper, met name de heer Gert Steegmans, Kleine Zouwstraat 37 te 3520 Zonhoven
2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
3) de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg.
Artikel 5
De beslissing wordt, overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
1° in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
2° de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
3° in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
4° in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
5° de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.
Artikel 6
Tegen deze beslissing is geen georganiseerd administratief beroep mogelijk.
Er kan enkel nog een beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ellips-gebouw, Koning Albert ll-laan 35 bus 81 in 1030 Brussel.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunningshouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 (van het OVD) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° (...)
6° de leidend ambtenaar van het departement Omgeving, of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het agentschap lnnoveren & Ondernemen of bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52 (van het OVD) wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.
Het beroep moet met een verzoekschrift tot vernietiging, al of niet gepaard gaande met een vordering tot schorsing op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 10 maart 2022.
Het college van burgemeester en schepenen besluit over te gaan tot de bekendmaking van deze beslissing overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.
Aanvraag van Gert Verheyen namens TM VANHOUT PROJECTS-KOLMONT WOONPROJECTEN VVZRL met als adres Lammerdries 12 te 2440 Geel voor een tijdelijke, gefaseerde bronbemaling voor een totale duurtijd van 1 jaar, voor een totaal debiet van 493000 m³, met een bijstelling van de lozingsvoorwaarden, gelegen op de kadastrale percelen afdeling 3, sectie E, nrs. 79B, 81A2, 81Z, 81S, 81C2, 81B2, 82P, gelegen aan Heuvenstraat 5A, 5B, 7, 9, 11,13 en Grote Eggestraat 2.
De deputatie, de provinciale omgevingsambtenaar of een persoon die de deputatie of de provinciale omgevingsambtenaar gemachtigd heeft, vraagt het advies van de POVC over vergunningsaanvragen voor projecten of voor veranderingen aan projecten die de gewone vergunningsprocedure doorlopen en die beantwoorden aan een van de volgende voorwaarden:
1° de deputatie is de in eerste administratieve aanleg bevoegde overheid en de aanvraag beantwoordt aan een van de volgende voorwaarden:
a) het gaat om een aanvraag van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste klasse;
b) een project-MER is opgesteld of een ontheffing van de rapportageverplichting is verkregen;
c) de opmaak van een mobiliteitsstudie is vereist;
d) minstens vijf adviezen als vermeld in artikel 35, 37, 38/1 en 38/3 moeten worden ingewonnen, de adviezen van de afdeling RO, van de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, en van de ASTRID-veiligheidscommissie, vermeld in artikel 35, § 17, niet inbegrepen;
e) het gaat om een aanvraag met betrekking tot kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter.
Het dossier staat geagendeerd om te bespreken op de vergadering van de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie (POVC) van maandag 28 maart 2022.
Omwille van de corona-crisis vergadert de POVC digitaal via Microsoft Teams. De POVC heeft beslist om de hoorzittingen in principe alleen schriftelijk te houden.
Indien we wensen gehoord te worden, dienen we uiterlijk op woensdagavond 23 maart 2022 onze input op te laden op het Omgevingsloket (via de actie ‘verstuur een bericht’ naar de POVC Limburg, de gemeente en alle adviserende diensten).
Indien we niet akkoord gaan met de schriftelijke hoorzitting en toch willen deelnemen aan de
video-vergadering, moeten we dit vóór vrijdag 18 maart 2022 laten weten via
povc@limburg.be en daarbij de e-mailadressen van maximum 2 personen opgeven die
wensen deel te nemen aan de vergadering. Deze personen zullen dan de vergaderlink
ontvangen met meer instructies.
Het college van burgemeester en schepenen beslist geen input op te laden op het Omgevingsloket voor de schriftelijke hoorzitting van 28 maart 2022.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van een aanbouw, de afbraak van een garage, heraanleg van verhardingen en het bouwen van een vrijstaande tuinberging.
De aanvraag werd op 29/11/2021 ontvangen.
Op 23/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 05/01/2022 en 24/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 27/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken in navolging van artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de aanbouw tussen het vergunde hoofdgebouw en bijgebouw en de garage achteraan het vergunde bijgebouw alsook verhardingen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren, te verwijderen en aan te passen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren of opmerkingen ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
Het perceel van de aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
Woongebied met landelijk karakter
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Agrarisch gebied
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van de tuinberging/overdekt terras op 1m afstand tot de rechter perceelsgrens in de achtertuinstrook zonder voorwerp. De oppervlakte van het bijgebouw bedraagt minder dan 40m² (nl. 29,65m²) en bevindt zich op minder dan 30m van de bestaande woning (6m afstand tot de achtergevel).
Het bijgebouw met plat dak heeft een maximale dakrandhoogte van 3m tov het maaiveld en omvat de functies tuinberging en overdekt terras.
Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor de bouw van het bijgebouw in de achtertuin. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat de te regulariseren uitbreiding van de woning een horizontale dakoppervlakte van 22,89m² heeft en het nieuwe bijgebouw heeft een horizontale dakoppervlakte van 29,65m².
De bijkomende dakoppervlakte bedraagt aldus 52,54m². Ook de dakoppervlakte van vrijgestelde gebouwen dient mee in aanmerking genomen te worden.
Er wordt echter geen infiltratievoorziening of hemelwaterput met hergebruik aangelegd. Er wordt aangegeven dat de hemelwaterafvoer van het bijgebouw infiltreert in de tuinzone. De hemelwaterafvoer van de uitbreiding wordt mee aangesloten op deze van de woning en gaat rechtstreeks naar de riolering.
In principe dient een infiltratievoorziening geplaatst te worden voor de uitbreiding en minstens eenzelfde oppervlakte voor de bestaande nog niet aangesloten dakoppervlakte.
De minimale inhoud bedraagt 1145 liter en de minimale infiltratieoppervlakte 1,83m².
De plaatsing wordt best voorzien ter hoogte van de parkeerplaats of oprit in de voortuin (zie verder ook de standaardbepalingen van rioleringsbeheerder Fluvius).
Het is aangewezen om de inhoud en oppervlakte te voorzien voor de volledige dakoppervlakte van de woning (112,43m²), zijnde 2811 liter en 4,5m².
Een hemelwaterput met hergebruik is meer aangewezen maar lijkt hier praktisch moeilijk haalbaar.
De terrassen (terrastegels) hebben in totaal een oppervlakte van 66,36m² en de kiezelverharding heeft een totale oppervlakte van 82,2m².
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren. De kiezelverharding is waterdoorlatend en de terrassen kunnen afwateren in de aangrenzende eigen groenzones.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening mits een infiltratievoorziening geplaatst wordt met een minimale inhoud van 1145 liter en minimale infiltratieoppervlakte van 1,83m².
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Er zou echter nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig zijn.
Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Pand (mogelijk) gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied
Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd.
In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.
Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk.
Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
Herbouw of verbouwing
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening deze stedenbouwkundige verordening mits een infiltratievoorziening geplaatst wordt met een minimale inhoud van 1145 liter en minimale infiltratieoppervlakte van 1,83m².
Onder deze voorwaarde is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets mits voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater & afvalwater.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
Op de plannen werden geen rookmelders aangegeven, in de beschrijvende nota wordt aangegeven dat op elke bouwlaag een optische rookmelder voorzien wordt.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het decreet rookmelders mits de plaatsing effectief gebeurt en volgens de regels.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak van de garage dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone buiten de grenzen van het voorziene terras.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan/ het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren… geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning en dat er op gelet moet worden dat geen schade berokkend wordt door het verwijderen van de garage.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet rookmelders en mits een infiltratievoorziening geplaatst wordt met een minimale inhoud van 1145 liter en minimale infiltratieoppervlakte van 1,83m².
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren en verbouwen van een aanbouw, de afbraak van een garage, heraanleg van verhardingen en het bouwen van een vrijstaande tuinberging.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Elstrekenweg, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
De halfopen woningen hebben een bebouwingstypologie van 2 bouwlagen onder een hellend dak, de open bebouwing overwegend 1 bouwlaag onder hellend dak. Er komen ook meer recente woningen voor met 2 bouwlagen en plat dak/ hellend dak in de nabije omgeving.
Het perceel van de aanvraag grenst aan de linkerzijde aan een woning in halfopen verband met gelijkaardige bebouwing als deze van de aanvraag: halfopen met 2 bouwlagen en hellend dak. Aan de rechterzijde van het goed zijn 2 meergezinswoningen gelegen in halfopen verband met 2 bouwlagen en hellend dak.
Aan de achterzijde bevindt zich een agrarisch gebied, deels in gebruik als verlenging van de tuinzones van de woningen aan de Elstrekenweg en deels in gebruik als landbouwgrond/ weiland langsheen de Daalheideweg.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag werd anno 1965 bebouwd met een woning in halfopen verband met 2 bouwlagen en hellend dak en een bijgebouw met 1 bouwlaag en hellend dak, beide opgericht tot tegen de linker perceelgrens.
Uit luchtfoto’s en kadasterschetsen blijkt dat ergens tussen 1985 en 2007 een uitbreiding gerealiseerd werd tussen het hoofgebouw en het bijgebouw. Daarna werd nog een uitbreiding aan de achterzijde voorzien met een garage.
Het terrein is momenteel volledig van verharding voorzien in de voortuinstrook en zijtuinstrook.
Met de huidige aanvraag wenst men de aanwezige uitbreiding van de woning te regulariseren en verbouwen, het vergunde aansluitende bijgebouw te verbouwen, de aanbouw met garage aan de achterzijde te verwijderen, verhardingen aan te passen en aan te leggen alsook een vrijstaand bijgebouw te plaatsen rechts achteraan de woning.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie blijft behouden en sluit aan op de bestaande woonfuncties in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 2 tot 3 open autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid. Men voorziet 1 staanplaats in de voortuinstrook en 1 in de rechter zijtuinstrook. Op de oprit zelf kan eventueel een 3de wagen parkeren.
Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
De bestaande woning is ingeplant op 5,08m uit de voorste perceelgrens en heeft een bouwbreedte van 7,26m en een bouwdiepte van 8,76m. De ruimte tussen hoofdgebouw en oorspronkelijk bijgebouw bedroeg 5,98m en werd bebouwd met een gelijkvloerse aanbouw over een breedte van 3,65m vanaf de linker perceelgrens.
Door het verbinden van hoofdgebouw en bijgebouw is een bouwdiepte ontstaan van 18,25m. Het betreft een beperkte afwijking van de algemeen gehanteerde bouwdiepte van 17m maar gezien de soortgelijke bebouwing op het links aanpalende perceel beperkte breedte van het gebouw is dit aanvaardbaar op dit perceel.
De garage die daar nog achteraan gebouwd werd (6,69m breed x 4,24m diep), wordt verwijderd om zo tot een aanvaardbare bouwdiepte te komen en meer verbinding met de tuin te realiseren.
In de aanbouw worden een eetkamer, zitplaats en berging/ cv-ruimte ingericht waarbij ook de daken geïsoleerd worden en het plat dak van de eetruimte een nieuwe dakdichting krijgt en voorzien wordt van 2 lichtkoepels.
In het hoofdgebouw werden enkele beperkte wijzigingen doorgevoerd om de functionaliteit te verhogen. Het betreft het aanpassen van openingen tussen de verschillenden ruimtes en voorzien van een toilet in de inkomhal.
Op de verdieping werd de trap aangepast en werd een badkamer en toilet voorzien aan de achterzijde en een bureauruimte aan de voorzijde.
De dakverdieping blijft behouden als zolderruimte, bereikbaar via een zolderluik in de nachthal. Het dak werd iets anders uitgevoerd dan oorspronkelijk vergund anno 1965, de rechter zijgevel werd hoger opgetrokken zodat de kroonlijst (hoogte 5,73m) overal gelijk loopt.
De gevelplannen bevatten geen aanduiding van de materialen en de aangeleverde legende stemt niet overeen met de aanwezige toestand (gelet op de afwijkingen hoort de legende vermoedelijk toe aan een ander gebouw/ dossier).
De bestaande bebouwing heeft een gevelafwerking in roodbruine gevelsteen, deels geschilderd in een lichte neutrale kleur. Het buitenschrijnwerk heeft een witte kleur en de bedekking van de hellende daken bestaat uit grijs-zwarte pannen. In functie van een harmonieus uitzicht en opgefrist uiterlijk, mag ook het hoofdgebouw geschilderd worden in een lichte neutrale kleur.
Het ontwerp voor verwijderen van de garage en de regularisatie en verbouwing van de woning is aanvaardbaar.
Qua herinrichting van het terrein wordt gestreefd naar een vermindering van de verharde oppervlakte in de voortuin en zijtuin om een groener straatbeeld te bekomen.
De kiezelverharding in de voortuin wordt beperkt tot een oprit met een breedte van 3m, een pad langs de voorgevel naar de inkom en een autostaanplaats van 4,5m x 2,5m. De autostaanplaats krijgt een groene omranding en ook rechts van de oprit blijft een groenstrook met beplanting aangehouden. De afmetingen van de groenzones werden niet opgegeven. Aangezien de oprit een breedte van 3m heeft, dient de overige ruimte van 1,74m breed voorzien van een beplanting.
Langsheen de voorste perceelgrens wordt bij voorkeur een beplanting voorzien (tot 1m hoogte max.) in plaats van gras.
In de zijtuin wordt de asfaltverharding verwijderd en wordt tot de achtergevel van het hoofdgebouw een kiezelverharding voorzien in functie van de 2de autostaanplaats alsook een nieuw aan te leggen terras van 44,42m² (7,50m breed x 5,95m diep) dat aansluit op de eetruimte. Aan de achterzijde , aansluitend op de zithoek wenst men bijkomend een terras van 21,14m² (7,17m breed x 3m diep) aan te leggen. De terrassen zijn voorzien om vanaf het zuidoosten tot het zuidwesten een zonnige plek te bieden.
De beide terrassen en ook het nieuwe (vrijgestelde) bijgebouw worden verbonden met een pad in kiezelverharding. De breedte van de looppaden dient beperkt te blijven tot 1m.
Rechts achteraan de woning, op 1m afstand tot de rechter perceelgrens en 6m tot de achtergevel van de woning, wordt een bijgebouw in hout opgericht dat dienstig zal zijn als tuinberging en overdekt terras. Het bijgebouw beantwoordt aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit. Er wordt evenwel als bemerking meegegeven dat er voor de gevelafwerking in hout bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoorten worden best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Het terrein binnen het woongebied (12m breed x 50m diep) heeft een oppervlakte van 600m² en zal voor ca. 50% verhard & bebouwd worden. De totale oppervlakte aan bebouwing zal zo’n 142m² bedragen (inclusief bijgebouw) en de verharding zal zo’n 149m² bedragen.
Het perceel heeft achter de tuinzone in woongebied nog ca. 40m perceeldiepte binnen het agrarisch gebied, bijkomend groen ingericht en niet bedoeld om verder te vertuinen.
Het evenwicht tussen de groene ruimte en de verharde & bebouwde ruimte zal zeer goed liggen over het totale perceel, voor het gedeelte in het woongebied is de verhardingsgraad vrij hoog maar nog aanvaardbaar; het maximum is met huidige aanvraag wel bereikt. Er resteert voldoende ruimte om groen in te richten.
Bodemreliëf
Het bestaande terreinniveau blijft ongewijzigd. Het maaiveld ligt 19cm tot 29cm boven het peil van de wegrand/ het fietspad. Een verder ophoging van het bodemreliëf is niet toegelaten. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het eventuele afgraven, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Gelet op de bouwdiepte op het links aanpalende perceel die veel dieper reikt dan de aangevraagde 18,50m, alsook het ontbreken van enig bezwaar of opmerking, kan gesteld worden dat het aangevraagde niet voor hinder zal zorgen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/ gevelafwerking in hout bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren en verbouwen van een aanbouw, de afbraak van een garage en de heraanleg van verhardingen mits het opleggen van voorwaarden:
Er wordt geen verdere uitspraak gedaan over de plaatsing van het bijgebouw in de achtertuin omdat dit valt onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger reeds omschreven. Als bemerking wordt evenwel meegegeven dat er voor de gevelafwerking in hout bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren en verbouwen van een aanbouw, de afbraak van een garage en de heraanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Er wordt geen uitspraak gedaan betreffende het bijgebouw in hout omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven. Als bemerking wordt evenwel meegegeven dat er voor de gevelbekleding in hout bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 14/03/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren en verbouwen van een aanbouw, de afbraak van een garage en de heraanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Er wordt geen uitspraak gedaan betreffende het bijgebouw in hout omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven. Als bemerking wordt evenwel meegegeven dat er voor de gevelbekleding in hout bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropische houtsoorten wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van de woning en het bouwen van een losstaande garage na het slopen van de bestaande achterbouw en het losstaand tuinpaviljoen.
De aanvraag werd op 12/11/2021 ontvangen.
Op 10/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 29/12/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 25/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een paviljoen in de tuin en de gehele achterbouw van de woning.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen en opnieuw te bouwen binnen de nieuwe normen voor wat betreft de achterbouw.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het rechter aanpalend perceel voor de aangevraagde werken.
Er werden geen bezwaren of opmerkingen ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van de garage op 1 meter van de perceelsgrenzen in de achtertuinstrook zonder voorwerp. De oppervlakte van de garage bedraagt 39,84 m², de hoogte bedraagt 3 meter en de garage bevindt zich op minder dan 30 m van de op te richten woning.
Het aanleggen van de strikt noodzakelijke toegangen tot de gebouwen is volgens art. 2.1.9° van dit besluit ook niet vergunningsplichtig. De verhardingen aangeduid op het inplantingsplan kunnen beschouwd worden als strikt noodzakelijke toegangen tot de garage en de woning.
Volgens artikel 13.2. van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het slopen van het tuinpaviljoen zonder voorwerp. Het betreft een vrijstaand bijgebouw met een oppervlakte van minder dan 100m² en dat niet werd opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.
Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor de bouw van de garage in de achtertuin, de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning (al de verhardingen aangeduid op het inplantingsplan) en de sloop van het tuinpaviljoen. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de uitbreiding van de bestaande woning met een horizontale dakoppervlakte met 146,05m², waardoor de totale dakoppervlakte 204,6m² bedraagt, een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de berging, de nachthal en de slaapkamer op de zolderverdieping.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan Art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake afstanden voor vensters, muuropeningen en soortgelijke werken. De aanvraag voldoet aan deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van de woning en het slopen van de bestaande achterbouw.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Klapstraat, een gemeenteweg grenzend aan het centrum van Zonhoven. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open/ halfopen/ gesloten verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.
Omschrijving van de aanvraag
De bestaande achterbouw van de woning wordt afgebroken. De overblijvende compacte woning wordt uitgebreid met een nieuwe achterbouw tegen de linker perceelgrens, dewelke een keuken, badkamer, eet- en zitkamer en overdekt terras zal omvatten. De woonruimten bevinden zich allemaal op het gelijkvloers en de slaapkamers op de verdieping. De bouwdiepte bedraagt maximum 17 meter op het gelijkvloers en 8,51 meter op de eerste verdieping en onder dak. De kroonlijsthoogte en vorm van de woning blijft aan de voorzijde behouden, enkel de dakoversteek wordt niet weerhouden en de dakkapel wordt voorzien van een hellend dak. De uitbreiding aan de achterzijde wordt uitgevoerd met een plat dak en heeft een maximale kroonlijsthoogte van 4 meter gemeten vanaf het voorliggende maaiveld. De uitbreiding wordt voorzien in een rood genuanceerde baksteen en het bestaande hoofdvolume zal gekaleid worden.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning gelegen in een woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Mobiliteitsimpact
Er worden geen extra woongelegenheden gecreëerd door voorliggende aanvraag. Er wordt een garage en oprit voorzien op plan. De last van het autobezit wordt niet volledig op het openbaar domein afgeschoven. Er wordt geen negatieve impact verwacht op de mobiliteit door voorliggende aanvraag.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, en de visueel-vormelijke elementen
De bestaande achterbouw van de woning wordt afgebroken. De overblijvende compacte woning wordt uitgebreid met een nieuwe achterbouw tegen de linker perceelgrens. De bouwdiepte bedraagt maximum 17 meter op het gelijkvloers en 8,51 meter op de eerste verdieping en onder dak. De kroonlijsthoogte en vorm van de woning blijven aan de voorzijde behouden, enkel de dakoversteek wordt niet weerhouden en de dakkapel wordt voorzien van een hellend dak. De uitbreiding aan de achterzijde wordt uitgevoerd met een plat dak en heeft een maximale kroonlijsthoogte van 4 meter gemeten vanaf het voorliggende maaiveld. De woning en nieuwe achterbouw worden opgetrokken in vergelijkbare duurzame materialen. De uitbreiding wordt voorzien in een rood genuanceerde baksteen en het bestaande hoofdvolume zal gekaleid worden.
Het ontwerp sluit qua schaal, ruimtegebruik en visueel-vormelijke elementen aan bij de aanwezige bebouwing in de omgeving. Er blijft na uitvoering van de werken voldoende onverharde/onbebouwde ruimte over op het eigendom om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.
Bodemreliëf
Het bestaande terreinprofiel wordt niet gewijzigd. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van de woning en het slopen van de bestaande achterbouw, mits het opleggen van voorwaarden.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het oprichten van de garage, de aanleg van de verhardingen en het slopen van het tuinpaviljoen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van de woning en het slopen van de bestaande achterbouw, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het oprichten van de garage, de aanleg van de verhardingen en het slopen van het tuinpaviljoen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van de woning en het slopen van de bestaande achterbouw, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning.
De aanvraag werd op 30/11/2021 ontvangen.
Op 27/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 10/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 21/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht en handelingen werden verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw in de achtertuin, het wijzigen van de functie garage, vervangen garagepoort door een schuifraam, verruimen van de keukenruimte en aanleg van niet vrijgestelde verhardingen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies en uitgevoerde handelingen werden deels opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.
Voor het bijgebouw in de achtertuin werd aangegeven dat dit vrijgesteld is van vergunning, doch de afstand tot de perceelgrenzen blijkt niet overal minstens 1m te bedragen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de uitbreiding van de woning omdat de uitbreiding van de horizontale dakoppervlakte minder bedraagt dan 40m², nl. 24,75m².
Op de vergunde plannen anno 1980 wordt aangegeven dat de woningen voorzien worden van een septische put en hemelwaterput van 2000 liter. De effectieve uitvoering hiervan kan nagegaan worden door de aanwezigheid van putdeksels.
Op de plannen van de aanvraag wordt aangegeven dat de riolering niet gekend is. Aangezien aangegeven wordt dat voor hemelwater en afvalwater wordt aangesloten op de bestaande afvoerleidingen, dient de afvoer van de nieuwe dakoppervlakte aangesloten te worden op de bestaande hemelwaterput indien deze aanwezig is.
Voor de verhardingen in klinkers werd niet aangegeven of deze waterdoorlatend uitgevoerd werden en naar waar ze afwateren. De verharde oppervlakte bedraagt 120,16m².
Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing.
Wat de verhardingen betreft moet een infiltratiezone naast de verharding aanwezig zijn om afvloeiend hemelwater op eigen terrein te laten infiltreren.
Momenteel is dit niet het geval langsheen de linker perceelgrens; de klinkers werden vooraan en achteraan tot tegen de perceelgrens aangelegd. Hier dient een groenzone voor infiltratie aangelegd met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens.
De aanvraag voldoet aan de stedenbouwkundige verordening mits een groenzone voor infiltratie aangelegd wordt met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Voor zover gekend is echter nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig.
Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied
Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd.
In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.
Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk.
Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
Herbouw of verbouwing
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits langsheen de linker perceelgrens thv de verharding een groenzone voor infiltratie aangelegd wordt met een breedte van minstens 0,5m.
Onder deze voorwaarde is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets mits voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater door het aanleggen van een groenzone voor infiltratie met een breedte van minstens 0,5m naast de verharding langsheen de linker perceelgrens.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er werden geen rookmelders voorzien op de plannen.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, bouwen van een bijgebouw en herinrichting van het terrein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Roerdompstraat, een gemeenteweg ten oosten van het centrum van Zonhoven.
De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
De woning van de aanvraag betreft een open bebouwing met 2 bouwlagen en zadeldak en een gekoppelde aanbouw aan de linkerzijde. Op het links aanpalende perceel bevindt zich eenzelfde woning in spiegelbeeld. Aan de rechterzijde bevinden zich nagenoeg identieke woningen. De woningen maken deel uit van een sociale groepswoningbouw anno 1980.
In de ruimere omgeving zijn ook een basisschool, kerkgebouw, gemeenschapscentrum Tentakel en natuurgebied Molenheide aanwezig evenals kleinschalige handelsactiviteiten naast de residentiële functies.
Omschrijving van de aanvraag
De bestaande woning werd ingeplant op 8,80m afstand tot de voorste perceelgrens en heeft een bouwdiepte van 7,40m op gelijkvloers, verdieping en dakverdieping. In de linker zijtuinstrook is een gekoppelde aanbouw met hellend dak aanwezig. De rechter zijtuinstrook heeft een breedte van 3,26m à 3,36m en aan de achterzijde is een tuinzone van ca. 25,5m diep aanwezig.
De aanbouw links werd vergund als garage/ berging met een garagepoort in de voorgevel. In de voortuin werd een klinkerverharding aangelegd over een breedte van 6m vanaf de linker perceelgrens gemeten met aansluitend een pad langsheen de voorgevel, rechter zijgevel en aan de achterzijde een terras van ca. 12,5m breed en ca. 4m diep.
Behoudens een oprit van 3m breed naar de garage en een pad naar de inkom, dient de verharding in de voortuinstrook geregulariseerd te worden. De verhardingen in de zijtuinstrook rechts en het terras aan de achterzijde zijn niet vergunningsplichtig behoudens een strook van 1m links achteraan tot tegen de perceelgrens.
Met de huidige aanvraag wenst men aan de achterzijde van de woning een uitbreiding met 1 bouwlaag en plat dak te realiseren in functie van het verruimen van keuken en eethoek waarbij ook de achtergevel opengewerkt wordt.
Verder wenst men de bestaande verhardingen te regulariseren alsook de wijzigingen aan de aanbouw. De garagefunctie werd gesupprimeerd en de garagepoort werd vervangen door een schuifraam.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie blijft behouden en is inpasbaar binnen de woonomgeving.
Mobiliteitsimpact
Door het omvormen van de garage/ berging tot louter bergruimte, valt 1 interne autostaanplaats weg. Op de oprit (6m breed en 8,80m diep) kan men evenwel nog 2 wagens parkeren.
Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
De inrit ter hoogte van de voorste perceelgrens dient echter beperkt te worden tot een breedte van 3m ipv 6m. Per huiskavel wordt slechts 1 inrit van 3m breed toegelaten om de conflictzones met weggebruikers te beperken ifv verkeersveiligheid. Er dient dan ook een groenstrook aangelegd te worden over een breedte van 3m en diepte van 1m langsheen de voorste perceelgrens, ter vervanging van de klinkers, en dit om de toegang voor voertuigen te beperken tot 3m.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
De nieuwe aanbouw aan de achterzijde heeft een bouwdiepte van 3m en krijgt een breedte van 8,25m, gemeten vanaf de rechter zijgevel. Een afstand van 3,18m tot de linker perceelgrens blijft aangehouden.
De bestaande woning heeft een gevelafwerking met een rood genuanceerde gevelsteen, buitenschrijnwerk in aluminium met grijze kleur en de hellende daken zijn afgewerkt met grijs genuanceerde pannen. De kroonlijsthoogte van het hoofdgebouw bedraagt 5,40m en de nokhoogte 8m. De aanbouw links heeft een kroonlijsthoogte van 2,50m en een nokhoogte van 5,07m.
De nieuwe aanbouw met plat dak krijgt een dakrandhoogte van 3,20m.
Volgens de plannen worden de zijgevels afgewerkt met een genuanceerde grijze gevelsteen en de achtergevel met een rood genuanceerde gevelsteen. Vermoedelijk is het de bedoeling om ook de achtergevel met een grijskleurige gevelsteen af te werken en betreft de materiaalaanduiding een fout. Om een samenhangend geheel te verkrijgen is het alleszins aangewezen dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt.
De totale bouwdiepte na de uitbreiding bedraagt 10,40m.
Intern wordt de oorspronkelijke achtergevel van het gelijkvloers opengewerkt in functie van de nieuwe aanbouw.
In vergelijking met de vergunde plannen heeft de aanbouw links intern een geringere breedte voor het achterste gedeelte dan aangegeven op de bestaande toestand. In praktijk is de keukenruimte dus iets breder uitgevoerd doch de afstand van minstens 3m tot de linker perceelgrens blijft behouden.
Het garagegedeelte van de aanbouw werd gewijzigd tot berging en hiermee werd ook de garagepoort in de voorgevel vervangen door een schuifraam. Op zich stelt zich geen probleem met de opgegeven functie van berging in de zijtuinstrook, noch met het resterende aantal autostaanplaatsen. De aanwezigheid van een schuifraam kan echter een ander gebruik toelaten naast de bergruimte. De aanvrager wordt er op gewezen dat binnen de zijtuinstrook van 3m geen leefruimtes toegestaan worden. Slechts berging/ technische ruimte en garage/carport zijn hier toegelaten.
De uitbreiding aan de achterzijde en de wijzigingen in en aan het bestaande gebouw zijn aanvaardbaar. Voor het gebruik van de (bestaande) gekoppelde aanbouw wordt er op gewezen dat binnen de zijtuinstrook van 3m geen leefruimtes toegestaan worden. Slechts berging/ technische ruimte en garage/carport zijn hier toegelaten.
De verhardingen op het terrein zijn qua omvang gebruikelijk bij een eengezinswoning en dienstig als autostaanplaatsen, looppaden en beperkt terras.
Zoals hoger reeds aangehaald (zie Mobiliteitsimpact”) dient de breedte van de verharding ter hoogte van de voorste perceelgrens echter ingeperkt te worden tot 3m. De klinkerverharding over breedte van 3m dient vervangen door een groenstrook over een diepte van minstens 1m.
Aangezien er in het kader van de hemelwaterverordening (zie “Stedenbouwkundige verordening”) aan de linkerzijde een groene infiltratiezone moet aangelegd worden langsheen de linker perceelgrens over een breedte van minsten 0,5m – zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde van het gebouw – zal de totale breedte van de autostaanplaatsen 5,50m bedragen en aan de voorste perceelgrens 3m over een perceeldiepte van 1m.
Onder deze voorwaarden is de verharding op het terrein aanvaardbaar.
Op de plannen en in de nota werd aangegeven dat zich nog een bijgebouw in de achtertuin bevindt dat voldoet aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit. Op de inplantingsplannen ontbreekt echter 1 afstand tot de schuin liggende perceelgrens. Afgaande op de andere maataanduidingen bedraagt de afstand hier minder dan 1m.
Er zijn geen constructieve tekeningen van het bijgebouw aanwezig.
Voor het bestaande bijgebouw in de achtertuin kan geen regulariserende vergunning afgeleverd worden bij gebrek aan voldoende gegevens, noch kan besloten worden dat er voldaan werd aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit.
Voor het bijgebouw dient een regularisatie aangevraagd te worden indien niet voldaan werd aan de minimale afstandsregel van 1m tot de perceelgrenzen.
Bodemreliëf
Het bestaande maaiveld situeert zich op 20cm boven het peil van de wegas. Er worden geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien.
Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.
Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat
Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.
Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits volgende voorwaarden na te leven:
Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.
Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het opleggen van voorwaarden.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning mits het opleggen van voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.
Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
Riolering:
Terrein en gelijkgrondse berm:
Andere voorwaarden:
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.
Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 16/03/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden en regulariseren van een eengezinswoning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
Riolering:
Terrein en gelijkgrondse berm:
Andere voorwaarden:
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat het aangewezen is dat de volledige aanbouw in dezelfde kleur gevelsteen uitgevoerd wordt om een samenhangend geheel te verkrijgen.
Het bijgebouw wordt uit de vergunning gesloten wegens onvoldoende gegevens om een beoordeling te kunnen maken.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 3 loten. Lot 3 voor een eengezinswoning in open bebouwing. Lot 2 en lot 4 worden uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd en achterliggende grond.
De aanvraag werd op 9 november 2021 ontvangen en op 8 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 18 december 2021 tot en met 16 januari 2022. Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd op 08.01.2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.
“Wat betreft uw vraag ivm de svz voor de achterliggende verkaveling: alles ligt in feite klaar om deze af te ronden, maar blijkbaar zou er een gerechtelijke procedure lopende zijn die alles vertraagt.
De Haagstraat ligt in ‘buitengebied’. Dit houdt in dat we op deze locatie geen voorstander zijn van verdichting door opdeling van bestaande percelen. Wanneer percelen te groot zijn, kan hier op afgeweken worden in kader van verkoopbaarheid. Maar gezien we vooral willen verdichten in de kernen, laten we slechts een maximale woondichtheid toe in de buitengebieden en hebben we enkele streefcijfers.
Voor de maximale woondichtheid (op perceelsniveau bekeken) beschouwen we voor de buitengebieden 13 woningen/hectare een maximum. Met het voorstel waarbij 5 wooneenheden worden voorzien op het totaalperceel wordt hier net niet aan voldaan.
Wanneer enkel de percelen langs de Haagstraat worden bekeken loopt deze dichtheid echter op tot bijna 23 woningen/hectare… (een woondichtheid die enkel wenselijk is binnen ons regionaalstedelijk gebied)
Wanneer het bv. om lintbebouwing gaat in buitengebied, leggen we bepaalde maten op (gevelbreedte/bouwvrije stroken) om het doorzicht naar het achterliggend gebied te garanderen. In dit geval is het achterliggend gebied reeds ontwikkeld. In de verkaveling werd een mogelijke uitbreiding o.a. op het betreffende perceel ingetekend. Hoewel deze verkaveling niet meer overeenkomt met de huidige visie, is het een vergund gegeven dat ruimtelijk gezien, langs de voorziene wegenis, eventueel op dezelfde manier kan worden afgewerkt. Hiervoor wordt best in dialoog gegaan met de eigenaars van de links aanpalende percelen. Het kan in elk geval niet zijn dat deze percelen door het project benadeeld worden. In dat opzicht dient een voorstel te worden gedaan naar de latere uitwerking hiervan.
Langs de Haagstraat bevinden zich voornamelijk vrijstaande woningen, het is wenselijk dit aan te houden.
Het perceel rechts van Haagstraat 10 betreft lot 1 uit een bestaande verkaveling, hiermee dient rekening te worden gehouden.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
De bebouwbaarheid van het links aanpalende perceel komt niet in het gedrang door voorliggende aanvraag (breedte van het perceel bedraagt nog steeds 15 meter op een afstand van 21 meter gemeten uit de rooilijn) en de woondichtheid bedraagt minder dan 13 woningen per hectare (ca. 10,5 wo/ha).
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 18 december 2021 tot en met 16 januari 2022. Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Op 08/12/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.
Op 08/12/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.
Op 08/12/2021 werd advies gevraagd aan Proximus.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 18 december 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door landmeter – expert Frederik Maris, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid
De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare.
De verkaveling sluit niet aan op een ander, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 3 loten. Lot 3 voor een eengezinswoning in open bebouwing. Lot 2 en lot 4 worden uit de verkaveling gesloten wegens reeds bebouwd en achterliggende grond.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
De verkaveling is gelegen in een rustige woonstraat in het gehucht Kolveren. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen bebouwing.
Verkavelingsvoorwerp
Het verkavelingsontwerp voorziet in het afsplitsen van een deel van de tuinzone van de bestaande woning voor het creëren van een lot met een oppervlakte van 953m² voor het oprichten van een vrijstaande eengezinswoning met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak. De woning wordt opgericht op 9 meter uit de rooilijn, op 3 meter van de linker perceelgrens en op 3 meter van de rechter perceelgrens. De achtertuinzone bedraagt ca. 23 meter. De bouwstrook heeft een minimale breedte van 10 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 17 meter.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van een eengezinswoning principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven. Er moet een inpandige garage en/of carport voorzien worden of een carport in de zijtuinstrook om de tuin te vrijwaren van overdreven bebouwing en verharding.
De voorschriften voorzien in een open carport in de zijtuinstrook en een bijgebouw in functie van een berging. Het stallen van auto’s in het vrijstaande bijgebouw zal niet worden toegestaan om de tuinen maximaal te vrijwaren van bebouwing en verharding. Bijgebouwen zijn uitsluitend bestemd voor ondersteunende functies die inherent verbonden zijn met de hoofdbestemmingen van het hoofdgebouw zoals de berging van goederen en gebruiksvoorwerpen. Ondanks het feit dat er geen garages worden toegestaan in de vrijstaande bijgebouwen, kan het parkeren op eigen terrein gebeuren (inpandig of in de zijtuinstrook). De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken
In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig, gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met hoofdzakelijk schuine daken. De maximale bouwdiepte van 17 meter op het gelijkvloers en 10 meter (i.p.v. 12 meter) op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving. Ook een plat dak kan aanvaard worden aangezien deze dakvorm een moderne, hedendaagse vormgeving aan de woning geeft, dewelke reeds sinds een geruime tijd (meer dan 10 jaar) algemeen aanvaard wordt in een woonomgeving.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De inplanting van de nieuwe woning wordt voorzien op minimum 9 meter uit de rooilijn en op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de aanpalende woningen.
Er wordt een bijgebouw tot 40m² voorgesteld. Lot 3 kan deze oppervlakte dragen. Er dient wel voorkomen te worden dat er een overdreven terreinverharding ontstaat. Er wordt bijgevolg opgelegd dat vrijstaande bijgebouwen enkel i.f.v. een berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume (overdekte zitplaats / sauna) mogelijk zijn. Een garagefunctie wordt uitgesloten voor het vrijstaand bijgebouw. Mits naleving van deze voorschriften rest er nog voldoende ruimte op het eigendom om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.
Door het oprichten van 1 extra woning op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 10,5 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bebouwing, niet alleen qua bouwlagen maar ook naar bouwvorm (vrijstaande en gekoppelde), dakvorm (schuin dak of zadeldak) en materiaalgebruik. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Het betreft een vrij vlak terrein. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder en/of funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de voorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Het advies van 13/12/2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:
“Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies met voorwaarden
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:
Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de individuele aanvragers.
Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Het advies van 04/01/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 08.12.2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare
verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.
Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor dit project zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.
Riolering
Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen ter hoogte van de haagstraat aangesloten worden op de grachtinbuizing in de aanpalende straat.
De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be/aansluitingen. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen.
De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.
Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.
Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.
Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.
Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van Fluvius erkende keurders kan u vinden op: www.fluvius.be/nl/thema/aansluitingen/keuring-riolering.
Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:
De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag met een septische put. De septische put dient een minimale inhoud te hebben van 3000 liter tot 5 inwoners en 600 liter/inwoner vanaf 5 inwoners. Op de septische put dient zowel het grijs ( keuken, was, badkamer, vaatwas ) als het zwart ( toiletspoeling) water aangesloten te worden.
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Het advies van 28/12/2021 van Proximus is gunstig:
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 3), mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 3) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een grond in 1 lot voor een open eengezinswoning (lot 3), zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen van een halfopen eengezinswoning en het slopen van een niet-vergund afdak.
De aanvraag werd op 20 december 2021 ontvangen.
Op 14 januari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 20 januari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 26 januari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 16 januari 1962 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1962/00001)
Op 2 juni 1976 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kippenhok. (1976/00089)
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2021_
4 mei 2021:
“het perceel is gelegen binnen woongebied, en niet binnen een goedgekeurde verkaveling of BPA. Het is gelegen binnen de afbakeningslijn van het GRUP Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt-Genk.
Volgens de gegevens waarover wij beschikken is het huidige perceel smaller dan weergegeven op de vergunde plannen.
Het vrijstaand bijgebouw komt niet overeen met de vergunde toestand en dient mee opgenomen te worden in de aanvraag ter regularisatie, net zoals andere eventuele aanwezige vergunningsplichtige constructies.
Het bijgebouw op het aanpalend perceel bevindt zich deels op het perceel van de aanvraag.
Over het perceel loopt (achter het bijgebouw) een niet geklasseerde waterloop/gracht.
Hoewel de doorgaans gehanteerde maximum bouwdiepte op het gelijkvloers in Zonhoven 17m bedraagt, trachten we deze tegenwoordig terug te brengen tot max. 15m om zo de footprint zoveel als mogelijk te beperken. We kunnen hier evenwel akkoord gaan met een bouwdiepte van 17m. Een overdekt terras wordt meegerekend bij de bouwdiepte en dient bijgevolg binnen de maximale bouwdiepte van 17m voorzien te worden.
De bestaande garage verdwijnt. Hierdoor zal er geen overdekte autostaanplaats meer zijn. Is dit de bedoeling of wenst men een carport of vrijstaande garage te plaatsen?
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
25 mei 2021:
“i.v.m. de carport, ruimtelijk gezien zou het beter zijn deze meer naar voren, tegen het hoofdvolume, te plaatsen. Op die manier kan nl. de inritverharding worden beperkt.
Daarnaast lijkt dit me ook interessanter gezien de lichtinval in de leefruimte op die manier niet beperkt wordt door de carport.
Binnen de omgevingsaanvraag dient de omgevingsambtenaar het volledige perceel te bekijken, binnen het besluit moet een uitspraak gebeuren over alle aanwezige constructies, dus ook over de overgebouwde constructie van de buren. Het gaat om een niet vergunde constructie, deze zou dus ter regularisatie moeten worden opgenomen in de aanvraag, wat uiteraard moeilijk wordt gezien de constructie zich hoofdzakelijk op het aanpalend perceel bevindt... De kans dat dit bijgebouw vergund wordt is nihil (overbouwing = geen goede ruimtelijke ordening + het gaat om een bijgebouw zonder bijhorende woning).
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een afdak.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Provinciale dienst Water & Domeinen
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is het bijgebouw (tuinhuis met overdekt terras) zonder voorwerp. De oppervlakte van het bijgebouw bedraagt 30m² en bevindt zich op minder dan 30 m van de woning.
Het bijgebouw is ingeplant op minimum 1,05m² van de perceelgrenzen. De nokhoogte is gelegen op 2,90m.
Volgens art. 2.1.8° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, zijn het pad naar het bijgebouw (tuinberging met overdekt terras) en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw zonder voorwerp. De verhardingen werden aangelegd binnen een straal van 30m van de woning en de totale oppervlakte van de vergunningsplichtige niet-overdekte constructies (incl. verharding) in de zij- en achtertuin bedraagt minder dan 80m².
zijn bijgevolg opgericht conform het vrijstellingsbesluit.
Het bijgebouw, het tuinpad naar het bijgebouw en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw zijn bijgevolg opgericht conform het vrijstellingsbesluit.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De aanvraag betreft het verbouwen van een eengezinswoning. Conform de hemelwaterverordening dient enkel een infiltratievoorziening aangelegd te worden.
De plannen geven aan dat een infiltratievoorziening wordt aangelegd met een oppervlakte van 5,42m² en een volume van 3 500 liter, conform de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
Herbouw of verbouwing
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de hal en bureel.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake afstanden voor vensters, muuropeningen en soortgelijke werken.
De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het verbouwen van een halfopen eengezinswoning en het slopen van een niet-vergund afdak.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Vaartstraat, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is bebouwd met een halfopen eengezinswoning.
Het hoofdvolume van de woning bestaat uit 1,5 bouwlaag en een hellend dak.
De achterbouw werd deels uitgevoerd met een plat dak en deels met een lessenaarsdak.
In de achtertuin werd een tuinberging met overdekt terras opgericht conform het vrijstellingsbesluit.
Tot slot bevindt zich in de achtertuin een niet-vergund afdak.
Het afdak werd opgericht tot tegen het bijgebouw op het linker aangrenzende perceel.
Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager het niet-vergunde afdak wenst te verwijderen.
Voor het slopen van niet-vergunde constructies is in principe geen vergunning vereist aangezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Dit gedeelte van de aanvraag is dan ook zonder voorwerp.
De aanvraag omvat bijgevolg enkel het verbouwen van een halfopen eengezinswoning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat bijgevolg enkel het verbouwen van een halfopen eengezinswoning.
De huidige achterbouw van de woning, bestaande uit een veranda, berging, wasplaats en garage, wordt gesloopt. Het hoofdvolume, bestaande uit 1,5 bouwlaag, blijft behouden en uitgebreid met een nieuwe achterbouw.
De nieuwe achterbouw wordt ingeplant tegen de rechter perceelgrens en op minimum 4,38m van de linker perceelgrens.
Het behouden hoofdvolume wordt op het gelijkvloers intern verbouwd. De verdieping blijft ongewijzigd. De woning zal op het gelijkvloers, na het uitvoeren van de werken, beschikken over een inkomhal, een bureel, een badkamer (doucheruimte), toilet, berging, wasplaats en keuken en zithoek.
De bouwdiepte van de woning wordt op het gelijkvloers teruggebracht tot 17m.
De nieuwe achterbouw wordt uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 3,60m ten opzichte van het maaiveld.
De achterbouw wordt uitgevoerd in een rode-bruine gevelsteen, wat aansluit bij de bestaande gevelsteen (rood) van het hoofdvolume.
De huidige inrit, uitgevoerd in asfaltverharding, bevindt zich aan de linkerzijde van de woning. Deze inritverharding met een lengte van 36,42m wordt gedeeltelijk verwijderd. De te behouden inritverharding heeft een oppervlakte van 70m².
Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd. Dit terras heeft een oppervlakte van 30m². Het hemelwater vloeit af naar de aangrenzende groenzone.
Tot slot wordt het tuinpad naar het bijgebouw (tuinberging met overdekt terras) en een niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw, behouden. Deze verharding werd uitgevoerd in klinkers.
Zoals hoger aangehaald zijn deze verhardingen in overeenstemming met het vrijstellingsbesluit.
Bodemreliëf
Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 26 januari 2022 werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de provinciale dienst Water en Domeinen.
Op 24 februari 2022 liet de provincie Limburg weten dat voor het dossier geen advies vereist is van de afdeling Waterbeheer.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Het slopen van het niet-vergunde afdak is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het bijgebouw, het tuinpad en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Terrein en gelijkgrondse berm:
Andere voorwaarden:
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het slopen van het niet-vergunde afdak is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het bijgebouw, het tuinpad en het niet-overdekt terras ter hoogte van het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Terrein en gelijkgrondse berm:
Andere voorwaarden:
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen verklaart de hiernavolgende verkaveling vervallen:
1220.C.874.2, 4de afdeling sectie C nummers 1N12, 1M12:
Gelet op de aanvraag ingediend op 12 oktober 2016 door De Sloovere-Dupont wonende te 3520 Zonhoven, Wijvestraat 87B met betrekking tot het verkavelen van het perceel, 4de afdeling sectie C nummers 1N12, 1M12, gelegen langs de Wijvestraat 150+152;
Gelet op artikel 102 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op het feit dat de verkavelingsvergunning afgeleverd op 14 maart 2017 aan De Sloovere-Dupont, onder nummer 1220.C.874.2, vervallen is voor lot 1A en lot 2A om reden dat er vóór 14 maart 2022 de verkoop en registrering van minstens twee derde van de kavels niet heeft plaats gehad.
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
De goedgekeurde verkavelingsvergunning van 14 maart 2017, op naam van De Sloovere-Dupont, voornoemd voor de grond gelegen langs de Wijvestraat 150+152 vervallen te verklaren voor alle loten.
Een afschrift van dit besluit zal betekend worden aan volgende eigenaars:
Een afschrift van dit besluit wordt ook overgemaakt aan de volgende instanties:
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, volledig onderkelderd, te Schutenseweg 45A, 3de afdeling, sectie F, perceelnummer 621G.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,4 meter bekomen worden. Er zullen 16 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6,5 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt max. 774 m³/dag, gedurende 45 dagen. Het jaardebiet bedraagt 25.005 m³.
De berekening van het debiet is gebeurd aan de hand van de tool van de VMM en werd bijgevoegd.
Het lozingspunt bevindt zich op de Schutenseweg 45A, dit is een gescheiden stelsel.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Schutenseweg 45A, voor de realisatie van een woning met kelder, voor een debiet van max. 774 m³/dag en 25.005 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 15/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Remans Nadia, Lichtenbergweg 6 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de realisatie van een nieuwbouwproject voor een totaaldebiet van 25005 m³, gelegen aan Schutenseweg 45A te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afd, sectie F, nr. 621G met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een bijkomend schoolgebouw, volledig onderkelderd, te Schelstraat 8/10, 1ste afdeling, sectie B, perceelnummers 936N, 937S, 1223A en 1223 B.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 2,9 meter bekomen worden, voor de realisatie van de liftput 3.9 meter. Er zullen 28 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 10 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 33239 m³/jaar, met een piekdebiet van 615 m³/dag gedurende 90 dagen.
De bemalingsnota vermeldt dat de grondwatertafelverlaging tot 3,9 meter zal gebeuren om de werken te vergemakkelijken. De verlaging tot 3,9 meter is niet noodzakelijk voor de bouwput, enkel voor de liftput met gevolg dat niet akkoord gegaan wordt met een niet-noodzakelijke verlaging van 3,9 meter voor de volledige bouwput.
Het gevraagde debiet van 33239 m³ zal hierdoor verminderd worden.
Initieel vermeldt de aanvraag dat het bemalingswater geloosd wordt op het gemengd stelsel van de Schelstraat. Doch heeft Aquafin reeds een lozingsvergunning geweigerd omwille van het feit dat de RWZI dergelijke hoeveelheid bemalingswater niet aankan. Aquafin staat geen lozing op het gemengd stelsel toe.
Op 15/03/2022 werd een overleg gehouden met aannemer, studiebureau, bouwheer, diensten patrimonium en milieubeleid. Als oplossing wordt voorgesteld om te lozen op de Hauwezauw, een gracht gelegen tussen de woningen Wijvestraat en ’t Schavert/Boomsteeg. Na 600 meter komt dit uit in het natuurgebied de Wijers. Belangrijk is dat ANB en de viskwekers hiervan op de hoogte gesteld worden. Dit betekent dat het water met een brugconstructie over de Wijvestraat geleid zal worden.
Gezien het bemalingswater in natuurgebied De Wijers uitkomt, wordt een ontijzeringsinstallatie voorgesteld. De dienst milieubeleid zal de viskwekers en ANB in kennis stellen. Het studiebureau koppelt terug met AQuafin.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Schelstraat 10, voor de realisatie van een schoolgebouw met kelder, voor een totaaldebiet van maximaal 33.239 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 15/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Vanhoyland Johan namens Katholiek Basisonderwijs Zonhoven VZW, Schelstraat 10 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de realisatie van de uitbreiding van school met kelder voor een maximaal totaaldebiet van 33239 m³, gelegen aan Schelstraat 8/10 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 1ste afd, sectie B, nrs. 936N, 937S, 1223A en 1223 B. met rubriek: 53.2.2°b)1°.
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
De brief van 14 maart 2022 van Watering de Herk, Kapelhofstraat 22/1, 3500 Hasselt met de uitnodiging voor de algemene vergadering van 29 maart 2022 om 14.00 uur..
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de brief van 14 maart 2022 van Watering de Herk met de uitnodiging voor de algemene vergadering van dinsdag 29 maart 2022 om 14.00 uur in de grote zaal van het parochiecentrum "Elckerlyc", Pastorijstraat 4 te 3500 Hasselt (Sint-Lambrechts-Herk).
De heer Theo Penders werd aangeduid als afgevaardigde voor de algemene vergadering van Watering de Herk.
Mevrouw Katrien Hoebers werd aangeduid als plaatsvervangend afgevaardigde voor de algemene vergadering van Watering de Herk.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de uitnodiging van Watering de Herk voor de algemene vergadering van 29 maart 2022 over te maken aan de heer Theo Penders.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het uitrol van het provinciale project 'klimaatuincoach'.
Een klimaattuincoach is een gemotiveerde, ervaren tuinontwerper die voor de tuineigenaar een klimaatrobuste tuin uittekenen. Dit is een tuin waarbij maximale vergroening en infiltratie, minimale verharding, hergebruik materialen, juiste plantenkeuze als basisprincipes gelden. De tuincoach komt op tuinbezoek (ca 2 uur) en maakt een schriftelijk verslag op met een schets met mogelijkheden en tips. Daarna kan de tuineigenaar aan de slag om de tuin zelf te vergroenen.
Deelnemen aan het project kan door het ondertekenen van de overeenkomst (dit in tweevoud bijgevoegd in bijlage) tussen provincie en gemeente. Het tuinadvies kost per tuinbezoek 300 euro waarvan 75 euro te betalen is door de tuineigenaar (aan de tuincoach) en 225 euro door de gemeente.
De gemeente kan intekenen voor 30, 40 of 50 tuinadviezen, uit te voeren binnen 1 jaar. Dit komt neer op volgende bijdrage voor de gemeente:
- 6750 euro voor 30 tuinadviezen;
- 9000 euro voor 40 tuinadviezen;
- 11250 euro voor 50 tuinadviezen.
Dit project kan deels gesubsidieerd worden via het Lokaal Energie en Klimaatpact waardoor de kost voor de gemeente als volgt is: voor 30 tuinadviezen 3375 euro; 40 adviezen aan 4500 euro en 50 adviezen aan 5625 euro. De gemeente betaalt enkel voor effectief gerealiseerde tuinadviezen. Tuincoaches worden opgeleid door de provincie.
Wat verwacht men van de gemeente bij deelname?
Promotie voeren, zorgen voor een inschrijfmodule en de opvolging van het project.
Nota dienst:
Deelname aan dit project past in de gemeentelijke visie rond ontharden/vergroenen.
Verder hebben we ons geëngageerd voor de uitvoering van het Lokale Klimaat en Energiepact waarbij we 70.225 euro subsidies ontvangen van de Vlaamse overheid in ruil voor het o.a. vergroenen van onze gemeente. In dit licht, past het project in het pact. Het advies van de dienst is om deel te nemen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om niet deel te nemen aan dit provinciale project gezien dit niet beschouwd wordt als gemeentelijke taak.
In het belang van de openbare orde, rust en veiligheid is het noodzakelijk dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestatie, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake avondmarkt op vrijdag 8 juli 2022 uit te vaardigen.
Op vrijdag 8 juli 2022 tussen 15.00 uur en 24.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deelnemers aan de avondmarkt en bewoners, verboden in de volgende straten:
- het plein rond de kiosk.
- de Dijkbeemdenweg tussen Heuvenstraat en Kerkplein.
- het Kerkplein tussen gemeentehuis en de Dijkbeemdenweg (inclusief parking bibliotheek)
- het kerkplein tussen de inritten naar de C&B.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 al dan niet voorzien met een onderbord, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt.
Het is tussen 15.00 uur en 24.00 uur verboden stil te staan en te parkeren, uitgezonderd voor deelnemers aan de avondmarkt, op:
- het plein rond de kiosk.
- de Dijkbeemdenweg tussen Heuvenstraat en Kerkplein.
- het Kerkplein tussen gemeentehuis en de Dijkbeemdenweg (inclusief parking bibliotheek)
- het kerkplein tussen de inritten naar de C&B.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens E3 met gepast onderbord.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestatie, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake "opendeurdagen Carcave" op 25-26-27 maart 2022 uit te vaardigen als volgt:
Het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deelnemers evenement, is verboden in de Senator A. Jeurissenlaan ter hoogte van huisnummer 1225 tot aan huisnummer 1235 op volgende dagen:
* Vrijdag 25 maart 2022 tussen 18.00 en 02.00 uur.
* Zaterdag 26 maart 2022 tussen 09.00 en 18.00 uur.
* Zondag 27 maart 2022 tussen 09.00 en 16.00 uur.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden via de Vaartstraat - Kleine Hemmenweg en omgekeerd.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemers moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet Lokaal Bestuur.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Het hoofddoel van de vzw Koninklijke Heemkundekring Zonhoven is het bewaren en bestuderen van de geschiedenis van Zonhoven. Om dit te onderstrepen, wensen zij in hun logo het wapenschild van de gemeente Zonhoven op te nemen. Ze hadden hiervoor reeds een aangepast ontwerp laten maken, maar willen gerust wachten tot het vernieuwde wapenschild van de gemeente is goedgekeurd. Dit kan dan tevens gebruikt worden om aan te brengen op een beachvlag. Die willen zij gebruiken om aan bezoekers duidelijk te maken dat hun lokalen open zijn en om tijdens activiteiten hun medewerking te illustreren. Gezien de band van deze vereniging met onze gemeente, kan men daar moeilijk bezwaar tegen hebben.
Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating aan de vzw Koninklijke Heemkundekring Zonhoven om het wapenschild van Zonhoven op te nemen in hun logo.
In bijlage het schrijven van mevr. Veronique Huber, directeur SJB Zonhoven, dd. 10 februari 2022.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van mevr. Veronique Huber, directeur SJB Zonhoven i.v.m. de verhoging van de huurprijzen van de klaslokalen in SJB.
huurprijzen SJB - muziekonderwijs Zonhoven
De huurprijzen zijn in 2011/2012 vastgelegd op 2.50 euro per uur.
Men stelt vanuit SJB voor om de prijzen aan te passen naar 4.00 euro per uur.
Wekelijks huren we 40 lokalen voor de organisatie van het muziekonderwijs Zonhoven in SJB. In het totaal worden er wekelijks 148 uren les gegeven.
De lessen zijn van maandag tot en met zaterdagmiddag.
We hebben een berekening gemaakt op basis van de lesuren van 2019. Dit is het laatste normale werkjaar geweest.
MJP 000126 – er worden lokalen gehuurd van het Sint Jan Berchmansinstituut voor de organisatie van het muziekonderwijs. Er wordt jaarlijks 14 000 euro voorzien.
Na de huurprijsherziening hebben we een tekort van 10 760.89 euro.
Huurprijzen SJB gebruik gemeentelijk sportinfrastructuur
De huurprijzen voor het gebruik van onze sportinfrastructuur (door SJB) worden niet verhoogd naar aanleiding van de hoge brandstofprijzen.
raming 2022 - 4 euro /uur
Wekelijks maakt SJB +/- 21 uur gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur voor hun sportlessen.
21 uur x 4 euro/uur = 84 euro per week.
Voor een school jaar van +/- 32 weken = 2688 euro
raming 2022 - 6.40 euro/uur
Als we procentueel dezelfde prijsverhoging toepassen als die SJB ons voorstelt, stijging met 60%, dan stijgt de prijs voor SJB van 4 euro naar 6.40 euro.
21 uur x 6.40 euro/uur = 134.40 euro per week
Voor een schooljaar van +/- 32 weken = 4300.80 euro (stijging van 1612.80 euro)
Voorstel vanuit de dienst
De prijsverhoging wordt tijdelijk toegepast tot en met december 2022.
De tijdelijke prijsverhoging wordt gekoppeld aan de energieprijzen.
In december 2022 evalueren we deze prijsstijging.
Bij een energieprijsdaling wordt de uurprijs terug naar beneden aangepast.
Voor de evaluatie van de energieprijzen verwijzen we naar de objectieve energiekost. We stellen voor om de website van de VREG hiervoor de consulteren.
evolutie gasprijzen:https://dashboard.vreg.be/report/DMR_Prijzen_gas.html
evolutie electriciteitsprijzen:https://dashboard.vreg.be/report/DMR_Prijzen_elektriciteit.html
Het college van burgemeester en schepenen beslist om akkoord te gaan met een tijdelijke prijsverhoging, met ingang vanaf 1 maart en lopend tot en met 30 juni 2022 (einde schooljaar).
Het college van burgemeester en schepenen doet het voorstel aan SJB om de prijsverhoging tijdelijk toe te passen en te koppelen aan de energieprijzen.
Na afloop van het huidige schooljaar, in juli 2022, zal deze tijdelijke tariefverhoging geëvalueerd worden. Bij een energieprijsdaling wordt de uurprijs terug naar beneden aangepast.
Onze vergelijking doen we op basis van de evolutie van de energieprijzen zoals gepubliceerd op de website van de VREG.
Op dinsdag 1 maart 2022 vond een vergadering van de seniorenadviesraad plaats.
Het verslag wordt als bijlage aan dit besluit toegevoegd.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de seniorenadviesraad van dinsdag 1 maart 2022.
Op 15 juli 2021 ontvingen wij de vraag van Myriam Lachapelle (Creamie) naar de mogelijkheid om fiscale attesten uit te reiken voor de activiteiten en kampen die zij voor kinderen organiseert.
Op 11 juni 2021 toonde Greet Franssen (Pimpeloen) ook interesse daarvoor tijdens een plaatsbezoek van Nele Melotte en Joeri Daenen aan Pimpeloen.
Door de afwezigheid van Nele Melotte zijn deze vragen blijven liggen.
De gemeenteraad keurde op 24 september 2012 de erkenningsprocedure voor initiatieven met een kinderopvangfunctie goed (zie bijlage). Deze procedure is bedoeld voor initiatieven die een opvangfunctie hebben, maar buiten de erkenningsvoorwaarden voor kinderopvang, jeugdwerk, sportverenigingen of cultuurverenigingen vallen. In de praktijk gaat het over buitenschoolse activiteiten met een commercieel oogmerk.
Bij deze procedure stelt zich het probleem dat de aanvrager een formele weigering van een attest van toezicht door Kind en Gezin moet voorleggen. Deze verplichting is administratief omslachtig en eigenlijk overbodig. We vragen namelijk aan initiatieven die duidelijk geen kinderopvang zijn toch een aanvraag te doen bij Kind en Gezin om erkend te worden als kinderopvang.
Daarom stellen we voor het reglement aan te passen en voor te leggen aan de gemeenteraad in april.
In de tussentijd vragen we Creamie en Pimpeloen al om de nodige bewijsstukken te verzamelen, zijnde:
Zodoende kunnen we kort na de goedkeuring van de wijziging van de erkenningsprocedure fiscale attesten uitreiken, zodat die nog tijdig kunnen worden uitgereikt aan de ouders i.f.v. hun belastingaangifte.
Naast het leveren van bewijsstukken dient er ook een plaatsbezoek te worden uitgevoerd om aspecten zoals hygiëne, kindvriendelijkheid, kwaliteit van het aanbod, kwaliteiten van de binnen- en buitenruimte, praktische organisatie enz. te onderzoeken.
Gezien de vragen van Creamie en Pimpeloen uit 2021 dateren, stellen we voor om die datum te hanteren voor de erkenning.
Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring over voorstelde werkwijze, zijnde:
Zij vragen een standplaats op de wekelijkse markten van 3 en 10 april 2022.
Na de actie wordt er aan het gemeentebestuur een bewijs geleverd dat de opbrengst daadwerkelijk overgemaakt werd aan het opgegeven doel en dit binnen de 30 kalenderdagen.
Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen aan het Zap team, p.a. Myriam Lachapelle, Dijkweidestraat 11 te Zonhoven om een standplaats in te nemen op de wekelijkse markten van 3 en 10 april 2022.
Artikel 2
Na het beëindigen van de actie wordt er binnen de 30 kalenderdagen aan het gemeentebestuur een bewijs overgemaakt dat de opbrengst van de actie daadwerkelijk werd overgemaakt aan het opgegeven doel.