Onderzoeksstudie vergunningstoestand
BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 (inwerkingtreding 07/06/1979), gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
Het goed is gekend als loten 3 + 4 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 13 april 1978 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.78/6. De verkavelingsvergunning is voor deze percelen niet vervallen.
De kavels kregen als bestemming eengezinswoning.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Verkavelingsvergunning op 13 april 1978 met als dossiernummer 7204.V.78/6.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
KADASTRALE GEGEVENS
De woning op perceel 411N2 werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1981.
BEWIJSVOERING
Aan de aanvraag werden historische kadasterschetsen toegevoegd van 1951, 1959, 1960, 1971, 1978 en 1981.
Aan de aanvraag werd een luchtfoto van 2021 toegevoegd.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten.
BEOORDELING
Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.
Op de historische kadasterschets is de woning volledig terug te vinden waardoor deze bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.
De huidige inplanting en afmetingen van de garage komen niet overeen met deze op de historische kadasterschets van 1978, waardoor de garage niet kan beschouwd worden als zijnde vergund.
Algemeen besluit
De constructies kunnen gedeeltelijk beschouwd worden als zijnde vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De woning kan beschouwd worden als zijnde vergund, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
De garage kan niet beschouwd worden als zijnde vergund.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1978, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning op in het vergunningenregister als vergund geacht, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
De garage kan niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1978, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.