Terug
Gepubliceerd op 02/03/2022

2022_CBS_00182 - OMV - Vergunning - Molenweg 51 - 2021/00313 - Weigering

College van burgemeester en schepenen
di 22/02/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00182 - OMV - Vergunning - Molenweg 51 - 2021/00313 - Weigering 2022_CBS_00182 - OMV - Vergunning - Molenweg 51 - 2021/00313 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau.

De aanvraag werd op 3 november 2021 ontvangen.

Op 29 november 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 3 december 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 27 december 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 30 juni 1959 werd een weigering afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis. (1959/00115)

Op 22 juli 1959 werd een vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis. (1959/00039)

Op 31 maart 2020 werd een weigering afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers, het bouwen van een carport met tuinberging en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau.  De aanvrager tekende beroep aan tegen de beslissing tegen de weigering bij de deputatie.  De deputatie besliste op 6 augustus 2020 de aanvraag te weigeren.  (2019/00311)

Op 24 januari 2018 werden 3 woonentiteiten ongeschikt verklaard, nl. Molenweg 51 bus 1 (2018/00001/ONBEW), Molenweg 51 bus 2 (2018/00002/ONBEW) en Molenweg 51 bus 3 (2018/00003/ONBEW).

De aanvraag werd meermaals in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2018_016 en VB_2019_069)

“Vooreerst mijn excuses voor het op zich laten wachten van ons antwoord. Gezien mijn deeltijdse aanwezigheid op de dienst en de verlofperiode, loopt de afhandeling van mijn mailbox met enige vertraging.

Ondertussen hebben we de akte doorgenomen die u aan ons heeft overgemaakt.

Hieruit blijkt effectief dat er over het perceel 2 D 124X12 in 2008 een erfdienstbaarheid van doorgang werd gevestigd.

Deze doorgang is gelegen tegen de rechter perceelsgrens met een breedte van vijf meter en expliciet ten voordele van de bereikbaarheid van het perceel 124Y13 (Hufkens Patrick en Put Carina) en andere percelen.

Aanvragen waarbij toegang tot het terrein genomen wordt via de servitude kan aldus ruimtelijk bekeken worden.

Het overgemaakte voorstel is echter niet aanvaardbaar gezien het hier een totaalverharding van het gehele terrein omvat.

Ongeacht het perceel op een andere manier bereikbaar is neemt niet weg dat we met een aangrenzende reststrook (124B10 – privé eigendom gemeente) blijven zitten.

Bijgevolg willen we aansturen om een regeling te treffen tot aankoop / huur van het naastgelegen perceel 124B10.

Voor het nemen van de nodige stappen hierin verwijs ik u naar de dienst contractmanagement van onze gemeente.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een functiewijziging van handelswoning naar 5 appartementen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Fluvius

Proximus

Contractmanagement

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte van de uitbreiding minder dan 40m² bedraagt.

Riolering

Op 3 januari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 27-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling , sectie D, nummer(s) 124y13, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

  1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be.

Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager.

Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

  1. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd.  Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de hal, de zithoek en de overloop.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen op de hoek van de Molenweg en de Kapelbergweg, beide gemeentewegen.

De omgeving wordt gekenmerkt door zowel eengezins- als meergezinswoningen al dan niet gecombineerd met een kleinschalige handelsfunctie.

Omschrijving van de aanvraag

In 1959 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.

De woning werd verbouwd tot 5 appartementen.

De huidige aanvraag betreft het verbouwen van deze 5 appartementen tot een tweewoonst.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De omgeving wordt gekenmerkt door zowel eengezinswoningen alsook meergezinswoningen al dan niet gecombineerd met een kleinschalige handelsfunctie.

Mobiliteitsimpact

Het project voorziet 3 parkeerplaatsen aan de achterzijde op het perceel.

Deze parkeerplaatsen zijn bereikbaar via de aangrenzende servitudeweg.  Uit de bijgevoegde akte blijkt dat de toegang tot het perceel genomen mag worden via deze servitudeweg.

Het project voorziet 3 parkeerplaatsen voor 2 woongelegenheden, wat overeenstemt met de algemeen gehanteerde parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit.

Het parkeren wordt opgevangen op eigen terrein en niet afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag betreft het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst (2 appartementen).  Om 2 volwaardige appartementen te creëren wordt er een uitbreiding voorzien op het gelijkvloers en een  terras op de verdieping.  Ook zal de woning een nieuwe gevelbepleistering krijgen.

De uitbreiding van het gelijkvloers wordt links achteraan het gebouw voorzien en heeft een diepte van 3m, waardoor de totale bouwdiepte van het gelijkvloers 11,98m bedraagt. Binnen deze uitbreiding wordt de zithoek voorzien. Hierdoor kunnen de andere ruimtes voldoende ruim ingericht worden. Het appartement op het gelijkvloers wordt dus ook intern verbouwd om de nodige ruimtes te kunnen creëren. De inkom van dit appartement bevindt zich aan de linker voorzijde van het gebouw. De tuinzone en het terras op het gelijkvloers behoren tot het appartement op het gelijkvloers. 

Het tweede appartement wordt voorzien op verdiepingsniveau en onder het dak. De inkom van dit appartement bevindt zich rechts vooraan het gebouw. Ook hier zijn interne verbouwingen nodig om de ruimtes van de nodige oppervlaktes te voorzien. Links vooraan de woning wordt een inpandig terras gecreëerd. Dit terras heeft een oppervlakte van ±12m².  De raamopeningen van het inpandig terras zijn eerder aan de kleine kant, waardoor daglicht zeer beperkt via het terras tot in de leefruimtes zal geraken.  Er kan wel niet echt gesproken worden van een volwaardige buitenruimte. Dit terras biedt te weinig kwaliteiten om als buitenruimte voldoende gebruiksgenot te creëren voor het 2de appartement.

Het gebouw zal uitgevoerd worden in een oker gevelpleisterwerk en het schrijnwerk zal vervangen worden door een antraciet aluminium buitenschrijnwerk. Ook de dakpannen zullen vervangen worden naar zwarte dakpannen.

Aan de achterzijde op het perceel, tegen de achterste perceelgrens en op 1,40m van de rechter perceelgrens worden 3 parkeerplaatsen aangelegd in waterdoorlatende klinkers (37,5m²).  Aansluitend op de parkeerplaatsen wordt een pad aangelegd naar de voorzijde van het gebouw.

Het ontwerp voorziet geen tuinberging en fietsenstalling.  Bijgevolg wordt er geen mogelijkheid geboden om tuinmateriaal of fietsen te stallen.  Bij meergezinswoningen dient een overdekte fietsenstalling voorzien te worden.  Deze fietsenstalling dient voldoende ruim te zijn zodat er minstens 1 fiets gestald kan worden per voorziene hoofdkussen.  Voor het huidige project dient er dus een fietsenstalling voorzien te worden voor minstens 6 fietsen.

Langs de rechter perceelgrens wordt een houten afsluiting voorzien en langs de linker perceelgrens een draadafsluiting met beplanting. De overige zones op het perceel zullen bestaan uit gazon.

Gezien het perceel gelegen is op het kruispunt van de Kapelbergweg en de Molenweg dient de zichtbaarheid hier gegarandeerd te worden.   Bijgevolg wordt als voorwaarde opgenomen dat de hoogte van de afsluiting beperkt moet worden tot 1m voor de eerste 5m vanaf het kruispunt.

Bodemreliëf

Uit de ingediende stukken blijkt niet dat het bestaande terreinniveau wordt aangepast.  Er kan dan ook gesteld worden dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving gezien het terras van het appartement op de eerste verdieping onvoldoende kwaliteit biedt en er geen tuinberging en fietsenstalling voorzien wordt.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 28 december 2021 verleende Proximus een gunstig advies, nl.:

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.

Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 29 december 2021 verleende de dienst Contractmanagement een gunstig advies, nl.:

“Op 16/12/2021 is de notariële akte met betrekking tot de grondverhandeling van de gemeente Zonhoven naar dhr. Hufkens Patrick ondertekend waarbij een perceel af te splitsen grond, met aanhorigheden (maar zonder lantaarnpaal), gelegen aan de Kapelbergweg, ter plaatse genaamd ‘Molen Heide’, thans gekend volgens kadaster sectie D, deel van nummer 124/B/10 P0000, met een grotere oppervlakte van éénenzeventig centiare (71ca), met een gemeten oppervlakte van zestig centiare (60ca) en waarvoor volgend kadastraal perceelnummer werd gereserveerd: 124/E/30 P0000 werd overgedragen. Hierdoor sluit het geheel van de percelen eigendom van dhr. Hufkens aan op het openbaar domein, zowel langs de kant van de Molenweg als langs de kant van Kapelbergweg. Vanuit het standpunt van de dienst contractmanagement is er bijgevolg geen bezwaar tegen de plannen, bekeken vanuit het eigendomsaspect.

Evenwel dient opmerkt te worden dat de verlichtingspaal op het betreffende perceel géén eigendom is geworden van dhr. Hufkens, zoals bepaald in de notariële akte.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 29 december 2021 verleende De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Advies van De Watergroep

Advies Aftakkingen en Aansluitingen

Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Voor de 2 aftakkingen / appartementen

Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig.

Voor de ( eventuele)  afbraak/ verbouwing van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Bij het plaatsen van de muurdoorgang dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.

Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.”

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 3 januari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 3 januari 2022 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons advies inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in deze adviezen en verslagen met als ref. nummer:

  • 2020-0056-001 d.d. 20-03-2020

dienen, voor zover deze nog van toepassing zijn, strikt te worden nageleefd.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven.

Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau, zoals weergegeven op de ingediende plannen.