Terug
Gepubliceerd op 02/03/2022

2022_CBS_00183 - OMV - Vergunning - Herestraat 59 - 2021/00349 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 22/02/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00183 - OMV - Vergunning - Herestraat 59 - 2021/00349 - Goedkeuring 2022_CBS_00183 - OMV - Vergunning - Herestraat 59 - 2021/00349 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning en heraanleg van het terrein (zwembad en terras, verwijderen verhardingen).

De aanvraag werd op 05/12/2021 ontvangen en op 27/12/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1961/00075: bouwvergunning op 12/06/1961 voor het bouwen van een woonhuis.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen 16/08/2021 en 21/10/2021 (VB_2021_056).

Het oorspronkelijke ontwerp voorzag in het behoud van een aantal niet vergunde constructies, een ruime aanbouw in de rechter zijtuinstrook, verbouwing van de woning en bijkomende aanleg van een terras en zwembad.

Uit nazicht van de aanvraag bleken een aantal constructies niet conform de afgeleverde vergunning anno 1961, zijnde de uitvoering van een volledige kelder (ipv enkel garage en berging), grotere uitvoering van de keukenruimte en een terras, een constructie (overdekte poort) rechts van de woning en ruime verharding (functie niet gekend).

Het voorgelegde ontwerp werd besproken tijdens een intern dienstoverleg gezien de beperkte perceeldiepte, de ruime verhardingen en de diepe inplanting van de woning waardoor de zone voor achtertuin reeds beperkt is:
 “We dienen hier toch een aantal punten aan te halen die niet wenselijk zijn:

  • de verharding van de oprit dient ter hoogte van de voorste perceelgrens beperkt te worden tot 3m (1 inrit van 3m per huiskavel); men kan deze iets dieper op het perceel laten uitwaaieren in functie van 1 à 2 bijkomende parkeerplaatsen, doch gezien de lengte van zo'n 12m zal de verharde oppervlakte beperkt moeten worden;
  • in navolging van de verharde oppervlakte in de voortuin die te hoog ligt, wordt een bijkomende garage in de zijtuin eveneens negatief bevonden. Er is reeds een interne garage en berging aanwezig en een bijkomende garage in de zijtuinstrook resulteert in meer verharding die nodig is. Daarenboven gaat men over een diepte van zo'n 11,30m een blinde muur oprichten tegen de perceelgrens rechts waar achteraan reeds een muur aanwezig is van de rechterbuur. We stellen ons tevens de vraag of de garagefunctie wel effectief aanwezig zal zijn; het ontwerp geeft een beeld van de achterzijde met een raamopening naar de achtertuin? In een zijtuin kunnen geen leefruimtes toegestaan worden, enkel garage/ carport/ berging. De breedte van 4,63m en bouwdiepte van 11,30m roept dan ook vragen op bij de functie.
  • in vervanging voor de ruime garage is een carport, zijnde een open constructie van 3m breed en 6m diep ingeplant op min. 1m afstand tot de perceelgrens, eventueel een aanvaardbaar alternatief mits enkel de strikt noodzakelijke verharding hiervoor voorzien wordt (dus geen oprit van 36m²);
  • Ook in de achtertuin is teveel verharding aanwezig. Er is op zich geen bezwaar tegen de plaatsing van een zwembad en een terras, alleen de totale hoeveelheid is overdreven ruim (achter de gewenste aanbouw is ook nog verharding voorzien).
  • Er is begrip voor de realisatie van een terras op het niveau van de leefruimte doch we vrezen dat hier ernstige privacyhinder zal ontstaan naar de omliggende tuinzones toe. Een afsluiting tot 2m op perceelgrenzen is toegestaan doch deze zal weinig privacy geven voor de buren als het terrasniveau al minstens 0,50m à 0,80m hoger ligt dan het maaiveld, zeker gezien de beperkte afstand tot de achterste perceelgrens.

Gezien de opmerkingen lijkt het ons aangewezen het ontwerp aan te passen wat betreft de verhardingen en bebouwing in de zijtuinstrook.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd behoudens de hierboven reeds aangehaalde niet vergunde constructies.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

  • Melding ondergrondse mazoutopslag 5000 liter op 21/02/1992 (3VL444/nde)

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De bestaande woning beschikt niet over enige opvangvoorziening. Met de huidige verbouwings- en uitbreidingswerken wordt zowel een hemelwaterput met hergebruik als een infiltratievoorziening aangelegd. 

De aanstiplijst en plannen geven aan dat voor de woning met, na de werken, een totale horizontale dakoppervlakte van 176,9m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 1500 liter en een infiltratieoppervlakte van 5,2m².

De aanduiding dat een hemelwaterput verplicht is, klopt niet. 

Voor de niet waterdoorlatende verharde oppervlakte van 87,9m² (49,2m² nieuw, 38,7m² bestaand) en een horizontale dakoppervlakte van 26,4m² (13,2m² uitbreiding, 13,2m² bestaand) dient verplicht een infiltratievoorziening aangelegd te worden. Voor de oppervlakte van 114,3m² zou de inhoud 2900 liter moeten bedragen en de infiltratieoppervlakte zou minimaal 4,57m² moeten zijn.

Men wenst echter een aftrek van 60m² omwille van de plaatsing van de hemelwaterput.

Deze afwijking is aanvaardbaar in navolging van de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid. In eerste instantie stelt men hergebruik voorop en daarna pas infiltratie (en zo nodig buffering).

De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Er is echter nog geen gescheiden rioleringsstelsel aanwezig heden.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

Het advies van 30/12/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 27-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 292T9, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

  1. De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
  2. De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
  3. De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
  4. Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
  5. Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
  6. Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

  1. Indien de dakoppervlakte van het bestaand gebouw is aangesloten op een hemelwaterput of infiltratievoorziening, dan dient het nieuw bijgebouwd gedeelte ook aangekoppeld te worden op deze hemelwaterput of infiltratievoorziening.
  2. Het hemelwater van de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding (terras) mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
  3. Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.

We raden aan om:

  1. Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  2. Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  3. Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  4. Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  5. Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

De overloop van een buitenzwembad wordt beschouwd als regenwaterafvoer. Deze kan u aansluiten op de infiltratievoorziening (na filtering). 

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de leefruimte/keuken, de nachthal en in de kelder/ kruipruimte en de zolderruimte.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak en verwijdering van de constructies (overdekte en niet overdekte) dient te gebeuren tot in de grond en de vrijgekomen ruimte moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Herestraat, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

De percelen links en rechts van de aanvraag werden beide bebouwd met een vrijstaande woning met anderhalve bouwlaag onder een hellend dak.

Aan de overzijde van de straat bevinden zich een vrijstaande woning met gastenkamers (type B&B) met 1 bouwlaag en hellend dak en een vrijstaande woning met 2 bouwlagen en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag zelf werd anno 1962 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning, type split-level, met hellend dak. De inplanting werd op 12m uit de voorste perceelgrens voorzien, wat vrij diep is tegenover de naastliggende woningen. Aangezien het perceel slechts een diepte heeft van zo’n 30m à 32m, is de zone voor achtertuin eerder beperkt.

Het terrein is wel voldoende breed (23,88m straatbreedte).

Op het terrein is momenteel vrij veel verharding aanwezig waarvoor geen vergunning verleend werd. Het volledige rechter gedeelte werd verhard.

Aan de achterzijde links werd een kleine uitbreiding doorgevoerd (veranda).

Uit de vergelijking van de vergunde plannen en bestaande plannen, kan afgeleid worden dat de woning, reeds van bij de opbouw anno 1962, licht afwijkt qua inplanting, kroonlijsthoogte en nokhoogte en dakvorm. Het gaat slechts om beperkte aanpassingen die de kroonlijsthoogte en nok van de woning op nagenoeg hetzelfde niveau te brengen en uitvoering met een zadeldak ipv wolfsdak aan de rechterzijde. De voorgevel werd 89cm dieper ingeplant dan oorspronkelijk vergund. De visuele impact is minimaal en eerder positief te noemen en gezien het jaar van opbouw, kunnen de afwijkingen principieel als vergund geacht beschouwd worden.

Met de huidige aanvraag wenst men de niet vergunde veranda en alle verharding behoudens een oprit van 3m breed te verwijderen, een nieuwe uitbreiding links achteraan te voorzien met aansluitend een verhoogd terras en een zwembad en intern aanpassingen door te voeren in functie van de uitbreiding en verhoging van het wooncomfort.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie blijft behouden en sluit aan bij de bestaande woonfuncties in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 1 interne garage en op de voorliggende oprit kunnen bijkomend nog 2 wagens parkeren. 

Het aantal autostaanplaatsen (3) stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid (1).

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De bestaande woning blijft behouden, er wordt aan de achterzijde een beperkte uitbreiding voorzien en intern worden aanpassingen doorgevoerd om het wooncomfort te verhogen.

De woning werd ingeplant op 12,89m afstand tot de voorste perceelgrens en de maximale bouwdiepte bedraagt 12,03m voor het rechts gelegen gedeelte met verdieping en 9,50m voor het links gelegen gedeelte. Achter het linkerdeel van het gebouw wordt een aanbouw met plat dak voorzien om de keukenruimte, eethoek en berging iets ruimer te maken. De aanbouw heeft een bouwdiepte van 1,49m en een bouwbreedte van 9,98m. De ruime afstanden van de zijgevels tot de perceelgrenzen blijven aangehouden; aan de linkerzijde 5,55m à 6,33m en aan de rechterzijde 3,89m.

De kroonlijsthoogte van het bestaande gebouw bedraagt 5,17m tot 5,33m tov het peil van de wegas en de nok bevindt zich op 7,94m. De aanbouw krijgt een hoogte van 4,59m tov het peil van de wegas (4m tov het maaiveld, 2,94m tov het vloerpeil).

De gevelafwerking van de aanbouw sluit aan bij de bestaande gevelmaterialen, een witgrijs geschilderde/genuanceerde gevelsteen. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in aluminium met zwarte kleur, de dakbedekking bestaat uit donkergrijze dakpannen.

Qua materiaalkeuze, inplanting en volume voldoet de uitbreiding aan de algemeen gehanteerde bouwnormen en sluit op harmonieuze wijze aan op de bestaande woning.

Intern worden een aantal muren verwijderd om een open leefruimte te creëren die meer verbinding heeft met de tuinzone. 

Aansluitend op de nieuwe aanbouw, wordt een verhoogd terras aangelegd over de breedte van de aanbouw (9,98m) met een diepte van 3,49m. De afstand tot de achterste perceelgrens bedraagt minstens 2,55m.

Door de hoogte van het bestaande vloerpeil van de leefruimte/ keuken op 1,65m boven het peil van de wegas (1,06m boven het maaiveld achteraan), was een aanleg tot op dezelfde hoogte als het vloerpeil niet wenselijk omwille van de mogelijke privacy hinder. Om toch een betere aansluiting met de buitenruimte te verkrijgen was een aanleg op dezelfde hoogte als het maaiveld evenmin wenselijk. Uiteindelijk werd voor een tussenoplossing geopteerd en komt het terras 38cm onder het vloerpeil en 68cm boven het maaiveld te liggen.

In geval toch problemen qua privacy hinder zouden ontstaan door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, dienen de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening aan te leggen op eigen terrein. Momenteel stellen zich geen problemen met de naburen en is op de aanpalende percelen voldoende hoge groenvoorziening aanwezig. Men kan echter geen last bij de aanpalende percelen leggen (groenscherm) om hinder vanaf het eigen perceel te voorkomen.

Aan de linkerzijde van het nieuwe terras wenst men een kleine zwemvijver aan te leggen, dit op maaiveldhoogte. De breedte van de zwemvijver bedraagt 2,50m, de bouwdiepte 5,77m (14,40m²). Tot de achterste perceelgrens blijft een minimale afstand van 3,16m aangehouden, de afstand tot de linker perceelgrens bedraagt minstens 4,11m. De diepte van het zwemgedeelte is zo’n 1m.

De totale bouwdiepte van de woning met aansluitend terras en zwembad komt op 15,21m.

Door de diepe inplanting van de woning op het terrein, resteert slechts een beperkte zone voor achtertuin. Om de plaatsing van terras en zwemvijver in de achtertuin te compenseren en de overdreven ruime verharding te reduceren, wordt alle niet noodzakelijk verharding op het terrein verwijderd. In de voortuinstrook wordt slechts een oprit van 3m naar de garage aangehouden en de trap naar de inkom.

Een ruime oppervlakte (ca. 200m²) aan grindverharding en asfaltverharding in de voortuin rechts, de rechter zijtuinstrook en de achtertuin rechts wordt heraangelegd tot groenzone.

Door deze aanpassing kan men toch een evenwichtige verhouding aan groene ruimte realiseren op het terrein en wordt de draagkracht niet overschreden. 

Bodemreliëf

Behoudens de beperkte uitgraving voor zwembad en putten en de beperkte ophoging voor aanleg van het terras achteraan, worden geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien.

Aangezien het terreinniveau zich reeds 40cm tot 60cm hoger bevindt dan het peil van de wegas, zijn alle verdere ophogingen van het maaiveld uitgesloten.

Het bestaande terreinniveau dient behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Het nieuwe terras bevindt zich 1,27m boven het peil van de wegas, op zo’n 60cm boven het maaiveld en zo’n 38cm lager dan het vloerpeil van de leefruimte. Er werd hierbij getracht een compromis te vinden tussen de verbinding tuin – leefruimte en mogelijke privacy hinder te vermijden.

Het compromis lijkt ons gezien de bestaande toestand en de afstanden tot de perceelgrenzen  aanvaardbaar. Indien zich in de toekomst problemen zouden stellen qua privacy, met name door het uitzicht op de aanpalende tuinzones door de hogere situering van het terras, dienen de aanvragers hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening aan te bieden op eigen terrein.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 30/12/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige verordeningen – riolering”). De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden. 

De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, het aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, het aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen algemene wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Slechts de uitgravingen voor zwembad en putten alsook de ophoging voor het nieuwe terras, worden toegestaan zoals aangegeven op het terreinprofiel nieuwe toestand. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de  voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  8. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De afbraak/ verwijdering van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies vergund worden. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 15/02/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, het aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen algemene wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Slechts de uitgravingen voor zwembad en putten alsook de ophoging voor het nieuwe terras, worden toegestaan zoals aangegeven op het terreinprofiel nieuwe toestand. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de  voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  8. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De afbraak/ verwijdering van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies vergund worden. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.