Terug
Gepubliceerd op 02/03/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 22/02/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00170 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00170 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00170 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 15 februari 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00171 - Personeelsfeest en Uitdag 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2022_CBS_00171 - Personeelsfeest en Uitdag 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00171 - Personeelsfeest en Uitdag 2022 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen had in zitting van 12 oktober 2021 de goedkeuring gegeven voor de datum van het personeelsfeest en Uitdag 2022 op respectievelijk 14 januari 2022 en 9 juni 2022.
Omwille van coronamaatregelen werd het personeelsfeest uitgesteld.
Er werd door het feestcomité gezocht naar een nieuwe datum :
8 april : paasverlof
15 april : paasverlof
22 april : opvoering Kaboekie
29 april : gouden Zonhovenaren
6 mei : VRIJ
13 mei : VRIJ
20 mei : sportdag VMS
27 mei : VRIJ
3 juni : VRIJ
10 juni : VRIJ
17 juni : evenementenhal gereserveerd door Rode Kruis
In een overleg van het Feestcomité wordt vrijdag, 6 mei voorgesteld als nieuwe datum voor het personeelsfeest. De Uitdag zou dan net als vorig jaar verschoven worden naar 8 september 2022.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring aan het voorstel van het feestcomité voor de organisatie van:
- het personeelsfeest op vrijdag, 6 mei 2022 (evenementenhal)
- de Uitdag wordt verschoven naar 8 september 2022.
voor het personeel van de gemeente en OCMW Zonhoven.

3.

2022_CBS_00172 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2022_CBS_00172 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00172 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 38.986,33.

4.

2022_CBS_00173 - Strategisch meerjarenplan : overdracht investeringskredieten 2021 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00173 - Strategisch meerjarenplan : overdracht investeringskredieten 2021 - Goedkeuring

2022_CBS_00173 - Strategisch meerjarenplan : overdracht investeringskredieten 2021 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Tijdens de meerjarenplanning 2014-2019 werden de ongebruikte investeringskredieten automatisch overgedragen naar het volgende jaar. Vanaf het dienstjaar 2020 dient in de loop van de maand februari beslist te worden welke ongebruikte investeringskredietenkredieten van het gemeentebestuur overgedragen worden.
De ongebruikte investeringskredieten kunnen overgedragen worden naar het dienstjaar 2022 voor een totaal bedrag van :
Investeringsontvangsten : € 3.015.435,41
Investeringsuitgaven :       € 5.738.575,13
Volgende uitgave-kredieten worden niet overgedragen :
- Volstorting van deelneming in sociale huisvestingsmaatschappij Vooruitzien €   50,00
- Volstorting van deelneming in De Lijn                                                              € 443,01
- Investeringssubsidie TC Basveld voor renovatie terreinen                              € 347,29



Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de ongebruikte investeringskredieten 2021 voor een bedrag van € 5.738.575,13 (uitgaven) en voor een bedrag van € 3.015.435,41 (ontvangsten) over te dragen naar het dienstjaar 2022, volgens bijgevoegde lijst.

5.

2022_CBS_00174 - Koninklijke Heemkundekring Zonhoven - vraag voor betaling abonnementen - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00174 - Koninklijke Heemkundekring Zonhoven - vraag voor betaling abonnementen - Goedkeuring

2022_CBS_00174 - Koninklijke Heemkundekring Zonhoven - vraag voor betaling abonnementen - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

  Bij mail van de heer Ludo Bunkens, secretaris van de Heemkundekring Zonhoven, vraagt men om voor 2022 volgende abonnement/lidgeld te betalen :
- Limburgse monografieën van de KVLS en bedrage van € 20
    IBAN BE60 7795 9846 4570 mededeling "Limburgse monografieën van de KVLS, Heuvenstraat 4, 3520 Zonhoven, abonnement 2022"

- Studium Generale vzw, Holven 11, 2490 Balen ten bedrage van € 48
  Voor abonnement 'Banditisme in Limburg'    IBAN BE72 9730 6004 1216 mededeling "Banditisme in Limburg"

- Koninklijke Vereniging Familiekunde Vlaanderen - Provincie Limburg vzw, Noordlaan 6 B -b01, 3600 Genk ten bedrage van € 20
  Voor abonnement ' De Rode Leeuw'  IBAN BE38 4538 0506 9172 mededeling "abonnement 2022"

- Federatie van Geschied- en Oudheidkundige Kringen van Limburg nv, De Schijf 12, 3930 Hamont-Achel ten bedrage van € 27,50
  BTW BE0435 098 052
  Voor abonnement 'Limburg-Het Oude Land van Loon'    IBAN BE78 0000 5249 5386 mededeling "Heemkunde Zonhoven, Heuvenstraat 4, 3520 Zonhoven - Code 176"

- Familiekunde Vlaanderen vzw, Van Heybeeckstraat 3, 2170 Antwerpen (Merksem) ten bedrage van  € 37,00
  Voor lidmaatschap 'Familiekunde Vlaanderen'   IBAN BE58 4141 1712 2179 mededeling "lidgeld 2022"

- Vereniging voor Limburgse Dialect- en naamkunde vzw, Mombeekdreef 18 te 3500 Hasselt ten bedrage van € 20
Ondernemingsnummer 0425 982 230
Voor jaarboek 23 - VLDN IBAN BE06 4500 4097 9122 mededeling "contributie 2022"

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de gevraagde abonnementen en lidgelden 2022 voor een totaal bedrag van € 172,50 te betalen en daarna te schenken aan de koninklijke Heemkundekring Zonhoven. Op MJP000585 (de ondersteuning van de werking van de Heemkundekring wordt gehandhaafd - dienst toerisme) zijn de nodige kredieten voorzien.

6.

2022_CBS_00175 - Deelnameprijs skikamp - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2022_CBS_00175 - Deelnameprijs skikamp - Goedkeuring

2022_CBS_00175 - Deelnameprijs skikamp - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In 2014 werd de prijs van het skikamp een laatste keer aangepast. Sindsdien is de prijs al jaren 95 euro per deelnemer. Dit houdt in:

- 6 u les (lesgevers van Snowvalley zelf)

- inclusief huur materiaal

- heen- en terugrit per bus Zonhoven-Peer (6 ritten)

- 3 begeleiders op de bus, welke ook ter plaatse helpen met het aan- en uitdoen van de skibotten en latten

Bij deelname van 50 kinderen geeft dit volgende inkomsten/uitgaven:

Inkomsten: 50 personen x 95 euro = 4750 euro

Uitgaven: Busvervoer: 763 euro

                3 begeleiders op de bus: 1305 euro

                Snowvalley: huur materiaal en lesgevers: 3660 euro

                Totaal uitgaven: 5728 euro

Verschil: -978 euro

Dit wil zeggen dat er een tekort is van net iets minder dan 20 euro per deelnemer. Voor andere sportkampen is dit maximum 10 euro per deelnemer.

Daarom stelt de sportdienst voor om de prijs van het skikamp te verhogen naar 100 euro per deelnemer.

Deze prijs zal in het retributiereglement van het najaar aangepast worden, en is dan van toepassing op de skikampen die plaatsvinden vanaf herfstvakantie 2022.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om een prijsstijging te doen, maar gaat niet akkoord met de prijs die werd voorgesteld door de dienst.

Ze beslissen om de index-stijging van de voorbije jaren toe te passen op de prijs, en komen dan uit op een afgeronde deelnameprijs van 110 euro per deelnemer. 

Deze prijs zal in het retributiereglement opgenomen worden voor de skikampen vanaf de herfstvakantie van 2022.

7.

2022_CBS_00176 - Verslag vergadering Raad van Bestuur sportraad van maandag 7 februari 2022 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00176 - Verslag vergadering Raad van Bestuur sportraad van maandag 7 februari 2022 - Kennisneming

2022_CBS_00176 - Verslag vergadering Raad van Bestuur sportraad van maandag 7 februari 2022 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college neemt kennis van het verslag van de vergadering van de Raad van Bestuur van de sportraad van maandag 7 februari 2022.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft kennisgenomen van het verslag.

8.

2022_CBS_00177 - Raafstraat 1A - Aanvraag verwerving grond openbaar domein - aanstelling landmeter-expert - Goedkeuring

Goedgekeurd
8.

2022_CBS_00177 - Raafstraat 1A - Aanvraag verwerving grond openbaar domein - aanstelling landmeter-expert - Goedkeuring

2022_CBS_00177 - Raafstraat 1A - Aanvraag verwerving grond openbaar domein - aanstelling landmeter-expert - Goedkeuring
9.

2022_CBS_00178 - Complex project Noord-Zuidverbinding Limburg - formeel advies ontwerp voorkeursbesluit - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00178 - Complex project Noord-Zuidverbinding Limburg - formeel advies ontwerp voorkeursbesluit - Goedkeuring

2022_CBS_00178 - Complex project Noord-Zuidverbinding Limburg - formeel advies ontwerp voorkeursbesluit - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Met de startbeslissing van 16 maart 2018 zette de Vlaamse Regering het licht op groen voor het planningsproces voor de Noord-Zuidverbinding Limburg (NZL) volgens de procedure van Complexe Projecten. Voor dit planningsproces wordt de nieuwe procesaanpak toegepast (voor meer info zie www.complexeprojecten.be).

Het Complex Project NZL heeft als doel te komen tot een duurzame en geïntegreerde mobiliteitsoplossing ten voordele van de hele regio en het betrokken gebied in het bijzonder. Naast het oplossen van de verkeers- en bereikbaarheidsproblematiek gaat het ook om het verbeteren van de leefbaarheid en kwaliteit voor mens, natuur, landschap, landbouw en economie. Dan doen we door een geïntegreerde aanpak en het voeren van een intensief participatietraject. 

Na een uitgebreid onderzoek en een intense dialoog met een grote groep belanghebbenden is het voorkeursalternatief voor de Noord-Zuid gekend: alternatief Ay met tunnels onder de Grote Baan in Houthalen-Helchteren.

Er zijn twee sturende bouwstenen die de alternatieven definiëren: het wegtracé 'missing link' de N74 en de voertuigkeuze voor het openbaar vervoer met name Spartacus Lijn 3. Voor beide onderdelen is een alternatief naar voor gekomen: met name het tracé Ay met tunnels onder de Grote Baan en Hoogwaardig Openbaar Vervoer met een trambus.

Het Ontwerp Voorkeursbesluit met de bijlagen, de synthesenota en bijlagen en de MER-richtlijnen lagen van 22 december 2021 tot en met 19 februari 2022 in openbaar onderzoek.

Het Ontwerp Voorkeursbesluit en de antwoordennota zijn te vinden in bijlage aan dit besluit. De synthesenota en de overige procesdocumenten zijn consulteerbaar via volgende link: https://www.noordzuidlimburg.be/documenten

Advies van de dienst

Op 8.10.2021 werd het voorontwerp voorkeursbesluit voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Aansluitend werd een adviesvraag naar de betrokken instanties verstuurd. De ontvangen adviezen werden op 16.11.2021 besproken tijdens de adviesvergadering. De antwoordennota geeft een overzicht van de ontvangen adviezen, de antwoorden hierop en een overzicht van de aanpassingen die, op basis van de adviezen, is aangebracht in de verschillende documenten.

Van de 39 instanties die aangeschreven werden hadden op datum van de adviesvergadering 25 instanties een reactie gegeven waarvan 5 instanties aangaven dat ze geen advies wensten uit te brengen.

Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonhoven bracht in zitting van 26.10.2021 reeds advies uit over het voorontwerp voorkeursbesluit Noord-Zuid en besliste om volgende opmerkingen en suggesties over te maken aan de werkvennootschap:

  • De 'gebiedsontwikkeling Zonhoven-centrum' als gemeentelijk project in het voorkeursbesluit te vermelden.
  • De haalbaarheid tot realisatie van een trage verbinding in deelgebied 1 (Landschapspark) van het LIP Roosterbeek incl. de aanleg van een fietsbrug over de Noord-Zuid als gemeentelijk project in het voorkeursbesluit te vermelden.
  • Werk te maken van een algemene visie voor het ganse tracé van de Noord-Zuid en de opmaak van een 'algemene visie voor de Noord-Zuid' als bovenlokaal project in het voorkeursbesluit te vermelden.
  • Duidelijkheid over de werkelijke inname van de infrastructurele ingreep en de impact op landschappelijk waardevol agrarisch gebied ten zuiden van de E314 op Zonhovens grondgebied.

Het college uitte haar ontevredenheid over het bestaan van de mogelijkheid tot vermindering van het aantal rijstroken in Kiewit, omwille van de sterk negatieve impact op de mobiliteit in Zonhoven. De gemeente Zonhoven vraag duidelijkheid over de impact van het gekozen doortochtalternatief op Zonhoven (en bij uitbreiding de omliggende gemeenten/regio).

Nu wordt gevraagd een formeel advies te formuleren op het ontwerp voorkeursbesluit Noord-Zuid.

De antwoordennota bundelt alle vragen en aandachtspunten en tracht waar mogelijk een antwoord te formuleren. Per onderdeel van de adviezen wordt de behandeling en de categorie weergegeven. Indien een aanpassing aan onderzoeksdocumenten geïntegreerd onderzoek en synthesenota (categorie 1) of aan het voorontwerp voorkeursbesluit (categorie 2) nodig zijn, dan wordt dit in de behandeling weergegeven. Aandachtpunten voor de uitwerkingsfase (categorie 3) en aandachtspunten voor parallelle processen (categorie 4) leiden niet tot aanpassingen. Aandachtspunten voor parallelle processen worden automatisch overgemaakt aan de betrokken initiatiefnemers.

De adviezen vanwege gemeente Zonhoven worden in de antwoordennota als volgt behandeld:

  • Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorontwerp voorkeursbesluit Noord-Zuid en beslist/vraagt om de 'gebiedsontwikkeling Zonhoven-centrum' als gemeentelijk project in het voorkeursbesluit te vermelden.
    • Behandeling: deze actie wordt opgenomen als actie in de actielijst van het gebiedsprogramma als een actie buiten het complex project met de gemeente Zonhoven als trekker.
    • Categorie: 2

  • Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorontwerp voorkeursbesluit Noord-Zuid en beslist/vraagt om de haalbaarheid tot realisatie van een trage verbinding in deelgebied 1 (Landschapspark) van het LIP Roosterbeek incl. de aanleg van een fietsbrug over de Noord-Zuid als gemeentelijk project in het voorkeursbesluit te vermelden.
    • Behandeling: deze actie wordt opgenomen als actie in de actielijst van het gebiedsprogramma als een actie buiten het complex project met de gemeente Zonhoven als trekker.
    • Categorie: 2

  • Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorontwerp voorkeursbesluit Noord-Zuid en beslist/vraagt om werk te maken van een algemene visie voor het ganse tracé van de Noord-Zuid en de opmaak van een 'algemene visie voor de Noord-Zuid' als bovenlokaal project in het voorkeursbesluit te vermelden.
    • Behandeling: in zone C is de scope van het complex project de uitwerking van bouwsteen 1. Een visie op de realisatie van deze regionale HOV-corridor wordt ontwikkeld in de uitwerkingsfase.
    • Categorie: niet van toepassing

  • Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorontwerp voorkeursbesluit Noord-Zuid en beslist/vraagt om duidelijkheid over de werkelijke inname van de infrastructurele ingreep en de impact op landschappelijk waardevol agrarisch gebied ten zuiden van de E314 op Zonhovens grondgebied.
    • Behandeling: voor de knoop E314 werd in deze strategische fase gewerkt met een ruimere zoekzone (worst case). Deze zone is niet onderscheidend voor de verschillende alternatieven. Tijdens verdere uitwerking en het geïntegreerd onderzoek zal de werkelijke inname en impact duidelijk worden. De input wordt als aandachtspunt meegenomen in de uitwerkingsfase.
    • Categorie:3

  • Het college wenst tot slot haar ontevredenheid te uiten over het bestaan van de mogelijkheid tot vermindering van het aantal rijstroken in Kiewit, omwille van de sterk negatieve impact op de mobiliteit in Zonhoven. De gemeente Zonhoven vraag duidelijkheid over de impact van het gekozen doortochtalternatief op Zonhoven (en bij uitbreiding de omliggende gemeenten/regio).
    • Behandeling: de input wordt als aandachtspunt meegenomen in de uitwerkingsfase.
    • Categorie: 3

De adviezen/bezorgdheden van de gemeente Zonhoven zijn hiermee op afdoende wijze aan bod gekomen.

Zonhoven sluit zich nog aan bij de bezorgdheid zoals geformuleerd door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) betreffende de aansluiting van de Noord-Zuid naar/van Zonhoven-Hasselt. Op de getoonde impressies is deze uitgevoerd als een verkeerslicht, daar waar men voor de aansluiting met de E314 voorziet in een ononderbroken aansluiting. Er wordt geadviseerd om voor het doorgaand verkeer op zoek te gaan naar een oplossing die zorgt een naadloze aansluiting van en naar Zonhoven-Hasselt.

Tenslotte wordt herhaald dat het niet de bedoeling mag zijn om bestaande verkeersknopen te verplaatsen naar Zonhoven. Hierover dient gewaakt te worden d.m.v. verkeersmodellering en de doorrekening naar capaciteitsproblemen op het ondergeschikte lokale verkeersnetwerk (met ook meetpunten op Zonhovens grondgebied!).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft een positief advies over het ontwerp voorkeursbesluit Noord-Zuid en is akkoord met de wijze waarop de eerdere adviezen/bezorgdheden van de gemeente Zonhoven in de antwoordennota zijn verwerkt.

Bijkomend sluit Zonhoven zich aan bij het advies van de SERV over de aansluiting van de Noord-Zuid naar/van Zonhoven-Hasselt om voor het doorgaand verkeer op zoek te gaan naar een oplossing die zorgt een naadloze aansluiting van en naar Zonhoven-Hasselt.

Tenslotte wordt herhaald dat het niet de bedoeling mag zijn om bestaande verkeersknopen te verplaatsen naar Zonhoven. Hierover dient gewaakt te worden d.m.v. verkeersmodellering en de doorrekening naar capaciteitsproblemen op het ondergeschikte lokale verkeersnetwerk (met ook meetpunten op Zonhovens grondgebied!).

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist om dit advies over te maken aan de werkvennootschap.

10.

2021_CBS_01161 - Eindrapport stedenbouwkundige studie ontwikkeling binnengebied Dennenweg-Sparrenweg - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2021_CBS_01161 - Eindrapport stedenbouwkundige studie ontwikkeling binnengebied Dennenweg-Sparrenweg - Weigering

2021_CBS_01161 - Eindrapport stedenbouwkundige studie ontwikkeling binnengebied Dennenweg-Sparrenweg - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Kempisch Tehuis en Vooruitzien wensen het woonuitbreidingsgebied aan de Dennenweg en Sparrenweg (WU17) te ontwikkelen.

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 13.02.2018 om de startnota goed te keuren en akkoord te gaan met de opmaak van een stedenbouwkundige studie. VMSW nam hiertoe het initiatief. De Gouden Liniaal Architecten uit Genk werd aangesteld als ontwerpbureau.

De startnota had tot doel een ruimtelijke visie voor dit binnengebied te ontwikkelen. In overleg met het toenmalig afdelingshoofd Ruimte kwam de startnota in bijlage tot zijn huidige vorm.

De startnota diende als basis voor de opmaak van een ruimtelijke visie voor dit gebied en werd aanvaard door de betrokken diensten.

De startnota vermeldt volgend programma van eisen:

  • Algemeen:
    • De stedenbouwkundige structuur moet identiteit geven aan het gebied. De structuur wordt zo ontwikkeld dat qua architectuur kan voldaan worden aan de kwalitatieve en kwantitatieve normen van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) inzake sociale woningbouw.
    • Er wordt rekening gehouden met de morfologische karakteristieken van het gebied.
    • Er wordt, ook op stedenbouwkundig niveau, aandacht gevraagd voor de toegankelijkheid.
    • Afbakening van de opdracht: het projectgebied, zijnde de gronden van Kempisch Tehuis, Vooruitzien en de gemeente. Voor de overige onbebouwde gronden gelegen in het bouwblok "Sparrenweg, Vossenbergstraat en Elstrekenweg" zal een structuurschets worden opgemaakt.
  • Woningen:
    • De dichtheid is het voorwerp van het ontwerpend onderzoek. Er wordt gestreefd naar een dichtheid van ongeveer 25W/ha.
    • Er zullen zowel grondgebonden woningen (eengezinswoningen) als gestapelde woningen (meergezinswoningen) worden gerealiseerd. De gestapelde woningen worden eerder in de kern van het gebied gesitueerd en zullen maximaal 3 bouwlagen tellen.
  • Mobiliteit:
    • Ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer zal gebeuren via de Sparrenweg en (in beperkte mate) via Dennenweg (verder te onderzoeken). De ontsluitingsweg via de Sparrenweg is in bezit van Kempisch Tehuis.
    • Ontsluiting voor langzaam verkeer zal zowel via de Sparrenweg als via de Dennenweg gebeuren. Er zal onderzocht worden of een verbinding met de Elstrekenweg haalbaar is (belangrijk voor de verdere verbindingen voor langzaam verkeer).
    • Bewonersparkeren: norm van 1 parkeerplaats per wooneenheid hanteren (carport of staanplaats op eigen terrein; voor huurwoningen eventueel gegroepeerd in een parkeerpocket).
    • Bezoekersparkeren: 1 parkeerplaats per 2 wooneenheden.
  • Publieke ruimte:
    • Er wordt in de studie een inventaris opgemaakt van het huidige groen.
    • Er wordt een schetsontwerp van het openbaar domein opgemaakt, bestaande uit typedwarsprofielen van de verschillende straten en voetwegen en schetsen van eventuele plein(tjes) en groenzones.
    • De opvang van het hemelwater gebeurt bij voorkeur bovengronds, via een stelsel van grachten, wadi’s en/of kleine waterpartijen. Een eerste berekening van het benodigd buffervolume behoort tot de opdracht.
    • Er wordt met alle bevolkingsgroepen rekening gehouden, maar de kindgerichtheid van de volledige publieke ruimte is een bijzonder aandachtspunt. Er zal voldoende oppervlakte gebruiksgroen voorzien worden.
    • Er wordt van meet af aan rekening gehouden met de beheeraspecten. Daarbij zullen de principes van het ‘Harmonisch park- en groenbeheer’ toegepast worden, zoals ontwikkeld door het Agentschap Natuur en Bos.

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 26.10.2021 om de principiële goedkeuring van het voorliggende eindrapport in beraad te houden, waarbij Agentschap Natuur en Bos werd verzocht een formeel preadvies te formuleren omtrent de ecologische waarde van het gebied.

Juridisch-planologisch

  • Kempisch Tehuis bezit het kadastrale perceel Zonhoven, 2e afdeling, sectie D, nr 133/P3.
  • Vooruitzien bezit de kadastrale percelen Zonhoven, 2e afdeling D, nrs 132 Y46, 132 R114 en 132 M122.
  • De gemeente bezit het kadastrale perceel Zonhoven, 2e afdeling, sectie D, nr 132 X46.
  • Deze hebben een totale oppervlakte van ongeveer 3,4 ha. De totale oppervlakte van het projectgebied bedraagt ongeveer 6,5 ha (oppervlaktes zie bijgevoegd opmetingsplan).
  • De bestemming van het projectgebied op het gewestplan is woonuitbreidingsgebied (WUG).
    • Het gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van de gemeente Zonhoven geeft aan dat dit WUG (Vossenbergstraat-Elstrekenweg) verder onderzocht moet worden.
    • WUG vormt een bijzonder bestemmingsgebied waarbinnen verkavelen of bouwen mogelijk is.
    • Zolang over de ordening in WUG niet is beslist, is er enkel groepswoningbouw mogelijk. ‘Groepswoningbouw’ is het gelijktijdig oprichten van verschillende woningen op één werf waarbij een ruimtelijke en architecturale samenhang voorhanden is.
    • In de huidige stand van de wetgeving kunnen we er dus niet om heen dat groepswoningbouw principieel vergunbaar is in WUG, zonder dat er een ruimtelijk uitvoeringsplan of een verkaveling voor het volledige gebied moet zijn vastgesteld respectievelijk vergund.
    • Een aanvraag tot groepswoningbouw kan daarbij betrekking hebben op een deel van het gebied.
    • Het is niet mogelijk om te eisen dat er een formele woningbehoeftestudie bij de aanvraag wordt gevoegd. Maar, zoals bij elk vergunningsdossier moet niet alleen de legaliteit (overeenstemming met de voorschriften) maar ook de opportuniteit (overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening) worden beoordeeld, en het standpunt van het Departement Omgeving is dat er in dit perspectief meerdere redenen kunnen zijn om een aanvraag tot groepswoningbouw in WUG te weigeren.
    • En daarbij speelt onder meer het al dan niet aanwezig zijn van een behoefte wel degelijk een rol, ook al kan geen formele behoeftestudie geëist worden.
  • Het projectgebied is niet gelegen in VEN-gebied of habitatrichtlijngebied of vogelrichtlijngebied.
  • Er zijn geen voetwegen opgenomen in de Atlas van de Buurtwegen gelegen in het projectgebied en het resterende gedeelte van het binnengebied.

Typologie en bebouwing

Het masterplan wordt opgedeeld in 3 typologisch verschillende bouwzones of bouwvelden. Het voorliggend plan is echter maar één van de mogelijke invullingen van deze bouwzones en dient dus eerder gezien te worden als een mogelijk inrichtingsplan.

  • Bouwzone A: grondgebonden woningen en parkeren op eigen terrein: woningen dienen gesloten of halfopen te zijn, minimale schakeling bij voorkeur van 4 units.
  • Bouwzone B: gestapeld wonen en parkeren onder urban villa: gestapelde woningen op plekken waar ze verder weggelegen zijn van de bestaande bebouwing. Meer centraal op het masterplan of eerder aan de uiteinden.
  • Bouwzone C: Urban villa en parkeren onder gebouw op maaiveldniveau. De  centrale urban villa’s dienen een poortgebaar te vormen naar het bospark en het grachtenstelsel. Dit gebaar dient de voetganger en fietser dieper het gebied in te trekken.

Inhoudelijke opmerkingen op het plan

  • De gemeente wenst geen onteigeningen uit te voeren.
  • Het 'privacy' aspect tussen bouwzone A en B dient een verdere uitwerking te kennen.
  • Parkeerhaven nr.3 voor bezoekersparkeren is overbodig en moet niet worden uitgevoerd. Bezoekers kunnen op straat parkeren.
  • De keuze voor geschakeld wonen hangt nauw samen met de keuze om aanwezige waardevolle groenstructuren maximaal te behouden en het streven naar de afgesproken woondichtheid. Verhardingen dienen zoveel mogelijk beperkt te worden.
  • Er dient aandacht te gaan naar voldoende speelsheid en afwisseling in de gevelarchitectuur van de geschakelde woningen, om te vermijden dat er visueel één langgerekte gevel ontstaat.

Masterplan scenario's versus eigendomsstructuur

De eigendomsstructuur is bepalend voor de grootte van het projectgebied. Het masterplan werd opgedeeld in enkele scenario’s:

  • Small: hierbij doet slechts een zeer klein percentage van de gebieden/percelen/eigenaars mee en is er niet voldoende plaats om een ringweg aan te leggen. Het gebied wordt begrensd door de aanwezige grachten en krijgt twee pijpenkoppen om terugdraaien mogelijk te maken.
  • Medium: dit is het meest waarschijnlijk scenario en is dan ook uitgebreid besproken. Dit scenario voorziet de realisatie van 67 woningen.
  • Large: hierbij wordt het projectgebied in 1 keer verdubbeld en komt er een ‘nieuw bouwblok’ bij dat zich uitstrekt tussen de Dennenweg en de Elstrekenweg. Hierbij proberen we zoveel mogelijk aan te takken op de structuren in de omgeving en passen we, in de mate van het mogelijke, de ontwerpstrategieën / uitgangspunten toe van scenario ‘medium’.

Bindend Sociaal Objectief (BSO)

De ontwikkeling van bijkomende sociale huurwoningen is voor Zonhoven belangrijk i.k.v. het behalen van het BSO (Bindend Sociaal Objectief).

  • In zitting van 6.10.2020 heeft het college van burgemeester en schepenen kennis genomen van de "Voortgangstoets 2020 - inspanningen om het bindend sociaal objectief (BSO) te bereiken".
  • Hieruit is gebleken dat de gemeente niet op schema zit, waardoor we vanuit Vlaanderen verplicht werden een plan van aanpak op te maken.
  • De opmaak van het plan van aanpak 2020 werd besproken op het Lokaal Woonoverleg van 30.09.2020.
  • Uit het opgemaakte plan van aanpak 2020 blijkt dat wanneer alle geplande projecten uitgevoerd worden voor 2025 (incl project Sparrenweg-Dennenweg), het BSO wordt gehaald.
  • Tijdens het Lokaal Woonoverleg van 30.09.2020 werd door de SHM aangehaald dat het project Sparrenweg-Dennenweg mogelijk niet tijdig gerealiseerd gaat zijn. In dat geval dienen bijkomende inspanningen geleverd te worden om bijkomende projecten te realiseren en zo het BSO te behalen.
  • In zitting van 6.10.2020 keurde het college van burgemeester en schepenen het plan van aanpak goed.

Preadvies ANB

"Het bos aan beide zeiden van de Sparrenweg kan getypeerd worden als Oligotroof Elzenbroek (karteringscode Vo op de Biologische waarderingskaart). Dit zeldzaam broekbos is een natura 2000 habitat en wordt gekenmerkt door zwarte els gecombineerd met zachte berk en ander loofbomen (oa Zomereik op de drogere delen). Dit type broekbos komt voor op natte tot zeer natte voedselarme zandbodems. De kruidlaag is soortenarm en wordt meestal gedomineerd door pijpestrootje en een rijke moslaag met veenmossen. Tijdens een terreinbezoek eind januari 2022 werd het desbetreffende bos aan de Sparrenweg bekeken. Tijdens de winterperiode is het niet mogelijk om een volledig beeld te krijgen op de toestand van het bos. Zo kan er moeilijk ingeschat worden of er zich mogelijke voorjaarsflora in het bos bevindt.

Het bos is vrij jong (ongeveer 40 jaar), maar er is reeds een goede bosbodem ontwikkeld. Dit bos is ontstaan op oude natte hooilanden die na het niet meer te maaien spontaan bebost zijn. Het bosdecreet is van toepassing voor een spontane bebossing ouder dan 22 jaar. De compensatiefactor is 3 mocht deze zone ooit ontbost moeten worden ifv woningbouw.

Vanuit ecologisch standpunt is het ANB geen voorstander voor het rooien van dit natura 2000 habitat. Dit habitattype is zeer zeldzaam en komt in Vlaanderen enkel voor in de Kempen. Naar schatting zou er nog maximum 600 ha van dit habitat aanwezig zijn. Deze broekboszone is laag gelegen en heeft een waterbufferend vermogen hetgeen heel wat regenwater bij zware regenbuien buffert. Er bevinden zich verschillende diepe ontwateringsgrachten in het gebied die een nefast effect op de ontwikkeling van het broekbos kunnen hebben. Voor het verhogen van het waterbufferend effect zouden de grachten verondiept kunnen worden en/of er kunnen enkele stuwtjes op geplaats worden.  

De rest van het bos dat zich in een drogere sfeer bevindt grenzend aan de tuinen van de omliggende huizen bestaat hoofdzakelijk uit inheemse loofbomen en struweel (Zomereik, ruwe berk, hulst, hazelaar, inlandse vogelkers,…). Dit bostype is minder zeldzaam en heeft boscompensatiefactor 2 (>80% inheems loofhout).

Tijdens ons terreinbezoek werd vastgesteld dat er reeds onvergunde ontbossingen hebben plaatsgevonden. Wij vinden geen kapmachtiging terug om de uitgevoerde werkzaamheden te vergunnen, ook stellen we vast dat er begrazing met geiten plaatsvindt waardoor de struiklaag en bosbodem werd verwijderd."

Overwegingspunten voor de beoordeling van het eindrapport:

  • Het eindrapport van de stedenbouwkundige studie houdt rekening met de randvoorwaarden zoals destijds gedefinieerd in de startnota.
  • Het eindrapport vermeldt het medium scenario dat naar alle waarschijnlijkheid het effectieve projectgebied wordt waarop dit masterplan concreet van toepassing zal zijn.
    • De gemeente wenst enkel de realisatie van het medium scenario in overschouwing te nemen, op voorwaarde dat alle eigenaars van de percelen binnen dit scenario bereid zijn om mee te stappen in het verhaal.
    • Dit scenario voorziet de realisatie van 67 woningen over een projectgebied van ongeveer 3,4 ha, wat een woondichtheid van net geen 20 WE/ha impliceert.
  • De ontwikkeling van bijkomende sociale huurwoningen is voor Zonhoven belangrijk in kader van het behalen van het BSO (Bindend Sociaal Objectief).
  • ANB typeert het bos aan de zijde van de Sparrenweg als een zeldzaam broekbos.
    • Het bos is vrij jong (ongeveer 40 jaar), maar er is reeds een goede bosbodem ontwikkeld.
    • Het bosdecreet is van toepassing voor een spontane bebossing ouder dan 22 jaar. De compensatiefactor is 3 mocht deze zone ooit ontbost moeten worden ifv woningbouw.
    • Vanuit ecologisch standpunt is het ANB geen voorstander voor het rooien van dit natura 2000 habitat. Dit habitattype is zeer zeldzaam en komt in Vlaanderen enkel voor in de Kempen.
    • Deze broekboszone is laag gelegen en heeft een waterbufferend vermogen hetgeen heel wat regenwater bij zware regenbuien buffert.
    • Er bevinden zich verschillende diepe ontwateringsgrachten in het gebied die een nefast effect op de ontwikkeling van het broekbos kunnen hebben. Voor het verhogen van het watterbufferend effect zouden de grachten verondiept kunnen worden en/of er kunnen enkele stuwtjes op geplaats worden.
    • De rest van het bos dat zich in een drogere sfeer bevindt grenzend aan de tuinen van de omliggende huizen bestaat hoofdzakelijk uit inheemse loofbomen en struweel. Dit bostype is minder zeldzaam en heeft boscompensatiefactor 2 (>80% inheems loofhout).
  • De bestemming van het projectgebied op het gewestplan is woonuitbreidingsgebied (WUG).
    • In december 2020 bereikte de Vlaamse regering een akkoord over de betonstop waarbij er een "stolp" komt over 12.000 hectare woonreservegebied.
    • Op die gronden mag er de komende 20 jaar in principe niet meer worden gebouwd. Voor sociale huisvestingsmaatschappijen is er een bijzondere regeling die erin bestaat dat hun WUG niet onder de “Vlaamse stolp” en dus niet onder het principieel bouwverbod vallen.
  • Met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) (de officiële benaming van de ‘betonstop’ oftewel 'bouwshift') wil de Vlaamse regering tegen 2040 de bouwmogelijkheden in open ruimte een halt toeroepen.
    • Vlaanderen wenst komaf te maken met de klassieke verkavelingen op slecht gelegen locaties met een geringe knooppuntwaarde.
    • Naar schatting 16 procent van Vlaanderen is verhard: afgedekt met steen, asfalt of beton, wat erg slecht is voor onze grondwaterhuishouding: water sijpelt niet meer overal de grond in, wat op sommige plekken voor droogte zorgt en op andere plekken voor overlast.
    • Daarom besliste de vorige Vlaamse regering om de inname van open ruimte te halveren tegen 2025 en te stoppen tegen 2040. Dat werd aanvankelijk "betonstop" genoemd, de huidige Vlaamse regering spreekt van "bouwshift".
    • Vanuit het Beleidsplan Ruimte Limburg wordt Termolen getypeerd als een lokale woonkern met een minder goede bereikbaarheid, een gering voorzieningenniveau en een lage tewerkstellingsscore. Het verder investeren in slecht gelegen en slecht uitgeruste kernen druist in tegen de doelstellingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Vlaanderen vraagt enkel te ontwikkelen op goed gelegen locaties. Voor Zonhoven zijn dit primair de locaties binnen de afbakening van het regionaal stedelijk gebied.
  • Naar aanleiding van de Vlaamse visie om bijkomend ruimtebeslag in de open ruimte aan banden te leggen, is de gemeente gestart met de opmaak van een gemeentelijke visie die een differentiatie beoogt in het ruimtelijk beleid tussen "bebouwd" en "onbebouwd" gebied met als doel het beschermen van de resterende schaarse open ruimte. Daarbij wordt het WUG Sparrenweg-Dennenweg bestempeld als buitengebied. Deze visie is echter nog in opmaak en dus niet gefinaliseerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het eindrapport van de stedenbouwkundige studie ontwikkeling binnengebied Dennenweg-Sparrenweg principieel niet goed te keuren.

  • Het verder aansnijden van de open ruimte druist in tegen de principes van het BRV waarbij Termolen wordt getypeerd als een lokale woonkern met een minder goede bereikbaarheid, een gering voorzieningenniveau en een lage tewerkstellingsscore.
  • Het gebied blijkt vanuit ecologisch standpunt een bijzondere waarde te hebben, met een zeldzaam habitattype en een lager gelegen broekboszone dat water buffert bij zware regenval.
  • De ontwikkeling van bijkomende sociale huurwoningen is belangrijk voor het behalen van het BSO, maar dit kan ook via kleinere projecten die zorgen voor een betere sociale mix.
11.

2022_CBS_00179 - Vrijgave bankwaarborg - verkaveling 1215.B.874.2 - Vinkenhof - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00179 - Vrijgave bankwaarborg - verkaveling 1215.B.874.2 - Vinkenhof - Goedkeuring

2022_CBS_00179 - Vrijgave bankwaarborg - verkaveling 1215.B.874.2 - Vinkenhof - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 22 november 2016 werd  aan Idylia NV een verkavelingsvergunning met voorwaarden verleend met ref. nr. 1215.B.874.2 (fase 1) voor het verkavelen van de percelen in 14 loten voor halfopen bebouwing en openbaar domein, gelegen aan het Vinkenhof, op het kadastraal perceel afd. 1, sectie B, nrs. 274N, 274P, 285B, 276A, 277D, 277C en 277A.
Aan de verkavelingsvergunning werd onder andere de volgende last opgelegd:

"De aanplanting van het openbaar groen dient door de verkavelaar te gebeuren, de kosten van deze aanplanting dient volledig gedragen te worden door de verkavelaar en dit alvorens er een verkoop van een lot kan geschieden."

Er werd een borg van 21.076,95 euro vastgelegd ten gunste van de gemeente Zonhoven bij de deposito en consignatiekas te Brussel met inschrijvingsnummer 20171211013  voor de afwerking van de groenaanleg, na de bouw van de woningen en ten laatste voor de definitieve oplevering.

Op 05 december 2017 werd deze borgstelling door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd. 

Dhr. Jean-Marie Tulleners verzoekt, in naam van Idylia NV, om de waarborg vrij te geven.

Op 07 september 2020 werd een proces verbaal opgesteld van definitieve oplevering van de eerste fase van de wegenis van de nieuwe verkaveling aan het Vinkenhof waardoor de borg van 21.076,95 euro kan worden vrijgegeven.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vraag van Dhr. Jean-Marie Tulleners om de bankwaarborg met inschrijvingsnr. 20171211013 m.b.t. de aanplanting van het openbaar groen voor een bedrag van 21.076,95 euro vrij te geven. 

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist een aanvraag te doen via de online toepassing e-DEPO van de FOD Financiën voor de vrijgave van de borg.

12.

2022_CBS_00180 - Site GO-Next - bebouwingsmogelijkheden - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00180 - Site GO-Next - bebouwingsmogelijkheden - Goedkeuring

2022_CBS_00180 - Site GO-Next - bebouwingsmogelijkheden - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Context

De scholengroep GO-Next (gemeenschapsonderwijs) wenst de bestaande schoolsite, langs Genkerbaan en Gulden Boomkensweg, te herontwikkelen.  Niet enkel door herbouw van de 2 bestaande scholen op het terrein, maar ook door verdere ontwikkeling van de site door een extern projectontwikkelaar, en dit door alternatieve functies zoals bv. woningbouw.  De site is grotendeels gelegen binnen het gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut, volgens het gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979.  Om die reden dient er toepassing te worden gemaakt van de Omzendbrief Ruimtelijk transformatiebeleid.  Dit houdt in dat het project (buiten de voorziene schoolfunctie) een grote maatschappelijke meerwaarde dient te bieden.  Het traject zal worden begeleid door de VIP-cel van het Departement Omgeving.  Er zal gewerkt worden via een wedstrijdformule (uitgeschreven door de scholengemeenschap), alsook een participatietraject.  De scholengemeenschap vraagt in dit stadium aan de gemeente om enkele krijtlijnen vast te leggen omtrent de mogelijkheden op de site.  Dergelijke krijtlijnen zijn noodzakelijk om de financiële haalbaarheid af te toetsen en zo een definitieve go te krijgen van de Raad van de scholengemeenschap, om het project op te starten.  

Voorgeschiedenis

Het project werd eerder, in 2018, reeds voorgelegd aan de gemeente.  Op 12/06/2018 werd door het college van burgemeester en schepenen een besluit genomen in het kader van dit project.  Om het project te realiseren was er de intentie dit te doen d.m.v. een PPS met een programma voor private ontwikkeling en de bouw van gemeenschapsvastgoed.

Stand van zaken

Een PPS in het kader van een gemeentelijke sporthal is niet meer nodig. 

Het project wordt, op vlak van invulling en ruimtelijke kwaliteiten, begeleid vanuit de VIP-cel (Cel Vlaamse strategische Investeringsprojecten) van het Departement Omgeving.  Uit dit traject zal blijken welke verdere stappen genomen dienen te worden in het proces en welke invulling de site precies zal krijgen.  Allicht zal dit afwijken van de standpunten die werden ingenomen in 2018 (zie besluit cbs 12/06/2018).

Een eerste overleg samen met GO-Next, de gemeente en de VIP-cel heeft reeds plaatsgevonden.  Hierbij werd door de VIP-cel op het belang gewezen van de maatschappelijke bijdrage waarover het project dient te beschikken om in aanmerking te komen voor toepassing van de betreffende Omzendbrief.  Ook werden door de VIP-cel volgende aanbevelingen gedaan: de wedstrijdvoorwaarden dienen bepaald te worden in samenspraak met GO-Next, de gemeente en de VIP-cel.  Na afloop van de wedstrijd dient een participatief traject gevolgd te worden, onder begeleiding van de VIP-cel, met de buurtbewoners.  Voor het slagen van een dergelijk project is het immers van groot belang dat het project door de omwonenden gedragen wordt.  In functie van de betreffende Omzendbrief dient er gewerkt te worden met een samenwerkingsovereenkomst, gelijkgesteld aan een PPS-constructie, om het project op te tillen naar een handeling van algemeen belang.

De VIP-cel gaf tenslotte aan de wedstrijdvoorwaarden zo minimaal mogelijk te houden.  Door de opdracht in strikte voorwaarden te gieten, zal immers de creativiteit van de ontwerpers beknot worden, wat gemiste kansen tot gevolg kan hebben.

Vraag GO-Next

De scholengemeenschap dient in de huidige fase de haalbaarheid van het project te evalueren door het financiële plaatje af te toetsen.  De financiële studie zal eind februari 2022 voorgelegd worden aan de eigen Raad om zo toestemming te bekomen het project op te starten.

Om het financiële overzicht goed te kunnen inschatten, vraagt men aan de gemeente de bebouwingsmogelijkheden in kaart te brengen.

Advies dienst

In het kader van een optimaal wedstrijdresultaat wenst de dienst het advies van de VIP-Cel te volgen en de wedstrijdvoorwaarden minimaal te houden.  In het kader hiervan dient er over gewaakt te worden op dit moment geen grote of bepalende beslissingen te nemen waardoor de creativiteit in de wedstrijdfase in het gedrang komt.  De dienst gaat in op de vraag van GO-Next, maar wenst zich te beperken tot enkele essentiële zaken.

Woondichtheid

De site zal meerdere functies bevatten.  Zo zullen er 2 scholen worden ingeplant, aanhorigheden bij deze scholen (bv. sporthal, sportveld, ...), maatschappelijke functies (bv. kinderopvang,...), woonfuncties,...  

Gezien de ligging van de site is een zekere mate van verdichting mogelijk.  Er dient echter, op vlak van verdichting, rekening te worden gehouden met een afbouw t.o.v. de projecten die dichter bij de Zonhovense kern zijn ingeplant.  Eenzelfde hoge woondichtheid realiseren als in de kern van Zonhoven is geen optie.  Rekening houdend met naburige projecten is een woondichtheid van 50 woningen per hectare aanvaardbaar.  Deze woondichtheid dient berekend te worden binnen de projectzone die bestemd wordt voor woningbouw (en dus niet op basis van de volledige perceelsoppervlakte).

Bouwhoogte

Gezien de omgeving is een hoogte van 3 bouwlagen mogelijk, met eventueel hogere accenten.  De bouwhoogte zal echter beoordeeld worden aan de hand van een concreet voor-/wedstrijdontwerp.  Hierbij zal steeds een toetsing aan de goede ruimtelijke ordening gebeuren, waarbij er expliciet zal worden over gewaakt geen bijkomende hinderaspecten te creëren.

Functies

De schoolfuncties voldoen aan de gewestplanbestemming.  De gevraagde woonfuncties zijn enkel aanvaardbaar wanneer het project, zoals voorgeschreven door de Omzendbrief, voldoende maatschappelijke bijdrage kan leveren.

In dat geval zijn zowel grondgebonden eengezinswoningen als meergezinswoningen mogelijk.  Uitsluitend meergezinswoningen zijn niet toelaatbaar.  Er dient naar een goed evenwicht te worden gezocht tussen de verschillende woonvormen om zo een gevarieerd publiek aan te trekken.

Bij voorkeur wordt, naast de klassieke typologieën, ook een alternatieve woonvorm, zoals een cohousingproject, geïmplementeerd op de site.

De woonkwaliteit zal steeds een belangrijke beoordelingsfactor vormen.

De overige functies op de projectsite dienen voornamelijk bij te dragen aan de maatschappelijke meerwaarde van het project.  Hierover kunnen op dit moment geen definitieve uitspraken worden gedaan.

Inzet op collectiviteit (in diverse vormen) op de site zal een grote meerwaarde vormen voor het project.

Mobiliteit

In de gemeente Zonhoven worden volgende parkeernormen gehanteerd:

  • 1,5 parkeerplaats per woonentiteit (af te ronden naar boven);
  • 1 parkeerplaats per 20m² diensten- of handelsfunctie.

Om hiervan te kunnen afwijken, dienen er alternatieven te worden voorzien, bv. deelmobiliteit.  Ook bij cohousing kan mogelijk, gemotiveerd, afgeweken worden van de parkeernorm.

Het parkeren zal, om geen overdreven en overbodige verhardingen te creëren, grotendeels ondergronds ingericht dienen te worden.

Parkeerhavens zijn voor de grondgebonden woningen een duurzaam alternatief t.o.v. een parkeerplaats op iedere kavel.

Er dient ingezet te worden op trage mobiliteit.  Zo moet er d.m.v. een trage verbinding aangetakt worden op het bestaande fietspad (Sprinkwaterstraat).  Er moeten voldoende fietsenstallingen ingeplant worden voor bezoekers van eventuele handels- of dienstenfuncties.  Voor de wooneenheden dienen er overdekte fietsenstallingen ingeplant te worden, zo dicht mogelijk bij de toegangen tot de gebouwen.  Hierbinnen moet ruimte zijn voor min. 1 fiets per hoofdkussen, alsook ruimte voor enkele buitenmaatse fietsen.  Ook de scholencampus dient voorzien te zijn van voldoende overdekte fietsenstalling.

Groenaanleg

De bestaande groenelementen op de site dienen duidelijk gekarteerd te worden.  Er dient te worden ingezet op het behoud van waardevolle bestaande groenelementen.  De Kleine Landschapselementen (KLE's 536, 538, 539 en 540) op de site dienen behouden en beschermd te worden.  De bestaande beplanting dient te worden aangevuld met streekeigen beplantingen, waaronder hoogstam bomen.

Er dient een groene corridor aangeplant te worden dwars over de site, in kruisvorm.  De vorm van aanplant kan voor deze corridor verschillende vormen aannemen (ook plantsoenen kunnen bijdragen aan deze verbinding).

De verhouding tussen bebouwing/verharding en groene aanplant dient in evenwicht te zijn.  De verhardingen, ook de noodzakelijke, dienen tot het strikte minimum te worden beperkt.  De site dient voor min. 60% groen aangeplant te worden.

Duurzaamheid

Het project dient in te zetten op duurzaamheid.  Bv. hemelwateropvang (bv. infiltratiekratten onder de wegenis, een multifunctionele, bespeelbare wadi, ...), groendaken en/of -gevels, natuurinclusief bouwen, zoveel mogelijk gebruik maken van waterpasserende verhardingen,...

De implementatie van water in het project zorgt voor een meerwaarde.

Verder verloop

Het is van groot belang op dit moment geen harde beperkingen op te leggen.  Dit zou immers de creativiteit van de ontwerpers in de wedstrijdfase kunnen beknotten.  

Wat wel van belang is voor de wedstrijdfase, is om een masterplan te vragen dat niet enkel gebaseerd is op de eigendom van de scholengroep, maar ook op de aangrenzende percelen en eventueel af te splitsen tuinen van de percelen langs de Genkerbaan.  Enkel op die manier kan een toekomstgericht ontwerp opgemaakt worden en zal dit volledig binnengebied op kwalitatieve wijze verder kunnen ontwikkelen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het advies van de dienst.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen wenst volgende krijtlijnen vast te leggen voor de site:

  • Binnen de projectzone die voorbehouden zal worden voor woonfuncties, mag een woondichtheid worden gerealiseerd van 50 woningen per hectare.  Deze woondichtheid is richtinggevend, geen harde grens.
  • Het project dient een gezond evenwicht te houden tussen grondgebonden eengezinswoningen en meergezinswoningen.
  • De maatschappelijke bijdrage is essentieel voor het slagen van het project.  De functies buiten de school- en woonfuncties dienen hieraan bij te dragen.  Ook de invulling van het terrein draagt hier aan bij.  Collectiviteit betekent in dit opzicht een zeer grote meerwaarde.
  • Een bouwhoogte van 3 bouwlagen is mogelijk, met eventueel hogere accenten, steeds op de locaties van het projectgebied die zich ertoe lenen.  De bouwhoogte zal steeds beoordeeld worden aan de hand van mogelijke hinderaspecten.
  • De gebruikelijke parkeernormen, zoals 1,5 parkeerplaats/wooneenheid, dienen te worden gerespecteerd.  Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken.  Parkeren wordt zoveel als mogelijk ondergronds georganiseerd en/of in parkeerhavens.
  • Er dienen voldoende (overdekte) fietsenstallingen te worden voorzien voor bewoners, gebruikers, bezoekers.  Voor de woonentiteiten wordt 1 fiets per hoofdkussen gerekend en bijkomend ruimte voor buitenmaatse fietsen.
  • Er moet d.m.v. een trage verbinding worden aangetakt op het bestaande fietspad.
  • De bestaande waardevolle groenelementen (in het bijzonder de aanwezige KLE's) dienen behouden en beschermd te worden.
  • De site dient maximaal groen aangeplant te worden, er dient een groene corridor voorzien te worden.
  • Het project dient, op zoveel mogelijk vlakken, in te zetten op duurzaamheid.  De implementatie van water zorgt voor een meerwaarde.

Deze krijtlijnen vormen een basis, maar hebben niet de intentie de creativiteit tijdens de wedstrijdfase te beknotten.

Het college van burgemeester en schepenen verwacht als resultaat van de wedstrijd een compleet masterplan, dat zich ook buigt over de te ontwikkelen percelen grenzend aan de eigendom van de scholengroep.

13.

2022_CBS_00181 - GEB - opname vergunningenregister – Basveldweg 7 – 2022/00002 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00181 - GEB - opname vergunningenregister – Basveldweg 7 – 2022/00002 - Goedkeuring

2022_CBS_00181 - GEB - opname vergunningenregister – Basveldweg 7 – 2022/00002 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Onderzoeksstudie vergunningstoestand

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 (inwerkingtreding 07/06/1979), gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg.

Verkaveling

Het goed is gekend als loten 3 + 4 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 13 april 1978 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.78/6. De verkavelingsvergunning is voor deze percelen niet vervallen. 

De kavels kregen als bestemming eengezinswoning.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Verkavelingsvergunning op 13 april 1978 met als dossiernummer 7204.V.78/6.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

KADASTRALE GEGEVENS

De woning op perceel 411N2 werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1981.

BEWIJSVOERING

Aan de aanvraag werden historische kadasterschetsen toegevoegd van 1951, 1959, 1960, 1971, 1978 en 1981.

Aan de aanvraag werd een luchtfoto van 2021 toegevoegd.

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. 

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten. 

BEOORDELING

Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.

Op de historische kadasterschets is de woning volledig terug te vinden waardoor deze bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.

De huidige inplanting en afmetingen van de garage komen niet overeen met deze op de historische kadasterschets van 1978, waardoor de garage niet kan beschouwd worden als zijnde vergund.

Algemeen besluit

De constructies kunnen gedeeltelijk beschouwd worden als zijnde vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

De woning kan beschouwd worden als zijnde vergund, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

De garage kan niet beschouwd worden als zijnde vergund. 

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1978, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning op in het vergunningenregister als vergund geacht, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

De garage kan niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1978, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 2

De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.

14.

2022_CBS_00182 - OMV - Vergunning - Molenweg 51 - 2021/00313 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2022_CBS_00182 - OMV - Vergunning - Molenweg 51 - 2021/00313 - Weigering

2022_CBS_00182 - OMV - Vergunning - Molenweg 51 - 2021/00313 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau.

De aanvraag werd op 3 november 2021 ontvangen.

Op 29 november 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 3 december 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 27 december 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 30 juni 1959 werd een weigering afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis. (1959/00115)

Op 22 juli 1959 werd een vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis. (1959/00039)

Op 31 maart 2020 werd een weigering afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers, het bouwen van een carport met tuinberging en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau.  De aanvrager tekende beroep aan tegen de beslissing tegen de weigering bij de deputatie.  De deputatie besliste op 6 augustus 2020 de aanvraag te weigeren.  (2019/00311)

Op 24 januari 2018 werden 3 woonentiteiten ongeschikt verklaard, nl. Molenweg 51 bus 1 (2018/00001/ONBEW), Molenweg 51 bus 2 (2018/00002/ONBEW) en Molenweg 51 bus 3 (2018/00003/ONBEW).

De aanvraag werd meermaals in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2018_016 en VB_2019_069)

“Vooreerst mijn excuses voor het op zich laten wachten van ons antwoord. Gezien mijn deeltijdse aanwezigheid op de dienst en de verlofperiode, loopt de afhandeling van mijn mailbox met enige vertraging.

Ondertussen hebben we de akte doorgenomen die u aan ons heeft overgemaakt.

Hieruit blijkt effectief dat er over het perceel 2 D 124X12 in 2008 een erfdienstbaarheid van doorgang werd gevestigd.

Deze doorgang is gelegen tegen de rechter perceelsgrens met een breedte van vijf meter en expliciet ten voordele van de bereikbaarheid van het perceel 124Y13 (Hufkens Patrick en Put Carina) en andere percelen.

Aanvragen waarbij toegang tot het terrein genomen wordt via de servitude kan aldus ruimtelijk bekeken worden.

Het overgemaakte voorstel is echter niet aanvaardbaar gezien het hier een totaalverharding van het gehele terrein omvat.

Ongeacht het perceel op een andere manier bereikbaar is neemt niet weg dat we met een aangrenzende reststrook (124B10 – privé eigendom gemeente) blijven zitten.

Bijgevolg willen we aansturen om een regeling te treffen tot aankoop / huur van het naastgelegen perceel 124B10.

Voor het nemen van de nodige stappen hierin verwijs ik u naar de dienst contractmanagement van onze gemeente.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een functiewijziging van handelswoning naar 5 appartementen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Fluvius

Proximus

Contractmanagement

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte van de uitbreiding minder dan 40m² bedraagt.

Riolering

Op 3 januari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 27-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling , sectie D, nummer(s) 124y13, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

  1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be.

Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager.

Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

  1. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd.  Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de hal, de zithoek en de overloop.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen op de hoek van de Molenweg en de Kapelbergweg, beide gemeentewegen.

De omgeving wordt gekenmerkt door zowel eengezins- als meergezinswoningen al dan niet gecombineerd met een kleinschalige handelsfunctie.

Omschrijving van de aanvraag

In 1959 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.

De woning werd verbouwd tot 5 appartementen.

De huidige aanvraag betreft het verbouwen van deze 5 appartementen tot een tweewoonst.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De omgeving wordt gekenmerkt door zowel eengezinswoningen alsook meergezinswoningen al dan niet gecombineerd met een kleinschalige handelsfunctie.

Mobiliteitsimpact

Het project voorziet 3 parkeerplaatsen aan de achterzijde op het perceel.

Deze parkeerplaatsen zijn bereikbaar via de aangrenzende servitudeweg.  Uit de bijgevoegde akte blijkt dat de toegang tot het perceel genomen mag worden via deze servitudeweg.

Het project voorziet 3 parkeerplaatsen voor 2 woongelegenheden, wat overeenstemt met de algemeen gehanteerde parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit.

Het parkeren wordt opgevangen op eigen terrein en niet afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag betreft het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst (2 appartementen).  Om 2 volwaardige appartementen te creëren wordt er een uitbreiding voorzien op het gelijkvloers en een  terras op de verdieping.  Ook zal de woning een nieuwe gevelbepleistering krijgen.

De uitbreiding van het gelijkvloers wordt links achteraan het gebouw voorzien en heeft een diepte van 3m, waardoor de totale bouwdiepte van het gelijkvloers 11,98m bedraagt. Binnen deze uitbreiding wordt de zithoek voorzien. Hierdoor kunnen de andere ruimtes voldoende ruim ingericht worden. Het appartement op het gelijkvloers wordt dus ook intern verbouwd om de nodige ruimtes te kunnen creëren. De inkom van dit appartement bevindt zich aan de linker voorzijde van het gebouw. De tuinzone en het terras op het gelijkvloers behoren tot het appartement op het gelijkvloers. 

Het tweede appartement wordt voorzien op verdiepingsniveau en onder het dak. De inkom van dit appartement bevindt zich rechts vooraan het gebouw. Ook hier zijn interne verbouwingen nodig om de ruimtes van de nodige oppervlaktes te voorzien. Links vooraan de woning wordt een inpandig terras gecreëerd. Dit terras heeft een oppervlakte van ±12m².  De raamopeningen van het inpandig terras zijn eerder aan de kleine kant, waardoor daglicht zeer beperkt via het terras tot in de leefruimtes zal geraken.  Er kan wel niet echt gesproken worden van een volwaardige buitenruimte. Dit terras biedt te weinig kwaliteiten om als buitenruimte voldoende gebruiksgenot te creëren voor het 2de appartement.

Het gebouw zal uitgevoerd worden in een oker gevelpleisterwerk en het schrijnwerk zal vervangen worden door een antraciet aluminium buitenschrijnwerk. Ook de dakpannen zullen vervangen worden naar zwarte dakpannen.

Aan de achterzijde op het perceel, tegen de achterste perceelgrens en op 1,40m van de rechter perceelgrens worden 3 parkeerplaatsen aangelegd in waterdoorlatende klinkers (37,5m²).  Aansluitend op de parkeerplaatsen wordt een pad aangelegd naar de voorzijde van het gebouw.

Het ontwerp voorziet geen tuinberging en fietsenstalling.  Bijgevolg wordt er geen mogelijkheid geboden om tuinmateriaal of fietsen te stallen.  Bij meergezinswoningen dient een overdekte fietsenstalling voorzien te worden.  Deze fietsenstalling dient voldoende ruim te zijn zodat er minstens 1 fiets gestald kan worden per voorziene hoofdkussen.  Voor het huidige project dient er dus een fietsenstalling voorzien te worden voor minstens 6 fietsen.

Langs de rechter perceelgrens wordt een houten afsluiting voorzien en langs de linker perceelgrens een draadafsluiting met beplanting. De overige zones op het perceel zullen bestaan uit gazon.

Gezien het perceel gelegen is op het kruispunt van de Kapelbergweg en de Molenweg dient de zichtbaarheid hier gegarandeerd te worden.   Bijgevolg wordt als voorwaarde opgenomen dat de hoogte van de afsluiting beperkt moet worden tot 1m voor de eerste 5m vanaf het kruispunt.

Bodemreliëf

Uit de ingediende stukken blijkt niet dat het bestaande terreinniveau wordt aangepast.  Er kan dan ook gesteld worden dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving gezien het terras van het appartement op de eerste verdieping onvoldoende kwaliteit biedt en er geen tuinberging en fietsenstalling voorzien wordt.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 28 december 2021 verleende Proximus een gunstig advies, nl.:

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.

Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 29 december 2021 verleende de dienst Contractmanagement een gunstig advies, nl.:

“Op 16/12/2021 is de notariële akte met betrekking tot de grondverhandeling van de gemeente Zonhoven naar dhr. Hufkens Patrick ondertekend waarbij een perceel af te splitsen grond, met aanhorigheden (maar zonder lantaarnpaal), gelegen aan de Kapelbergweg, ter plaatse genaamd ‘Molen Heide’, thans gekend volgens kadaster sectie D, deel van nummer 124/B/10 P0000, met een grotere oppervlakte van éénenzeventig centiare (71ca), met een gemeten oppervlakte van zestig centiare (60ca) en waarvoor volgend kadastraal perceelnummer werd gereserveerd: 124/E/30 P0000 werd overgedragen. Hierdoor sluit het geheel van de percelen eigendom van dhr. Hufkens aan op het openbaar domein, zowel langs de kant van de Molenweg als langs de kant van Kapelbergweg. Vanuit het standpunt van de dienst contractmanagement is er bijgevolg geen bezwaar tegen de plannen, bekeken vanuit het eigendomsaspect.

Evenwel dient opmerkt te worden dat de verlichtingspaal op het betreffende perceel géén eigendom is geworden van dhr. Hufkens, zoals bepaald in de notariële akte.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 29 december 2021 verleende De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Advies van De Watergroep

Advies Aftakkingen en Aansluitingen

Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Voor de 2 aftakkingen / appartementen

Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig.

Voor de ( eventuele)  afbraak/ verbouwing van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Bij het plaatsen van de muurdoorgang dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.

Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.”

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 3 januari 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 3 januari 2022 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons advies inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in deze adviezen en verslagen met als ref. nummer:

  • 2020-0056-001 d.d. 20-03-2020

dienen, voor zover deze nog van toepassing zijn, strikt te worden nageleefd.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven.

Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van 5 appartementen tot een tweewoonst, het uitbreiden van het gelijkvloers en het voorzien van een terras op verdiepingsniveau, zoals weergegeven op de ingediende plannen.

15.

2022_CBS_00183 - OMV - Vergunning - Herestraat 59 - 2021/00349 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00183 - OMV - Vergunning - Herestraat 59 - 2021/00349 - Goedkeuring

2022_CBS_00183 - OMV - Vergunning - Herestraat 59 - 2021/00349 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning en heraanleg van het terrein (zwembad en terras, verwijderen verhardingen).

De aanvraag werd op 05/12/2021 ontvangen en op 27/12/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1961/00075: bouwvergunning op 12/06/1961 voor het bouwen van een woonhuis.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen 16/08/2021 en 21/10/2021 (VB_2021_056).

Het oorspronkelijke ontwerp voorzag in het behoud van een aantal niet vergunde constructies, een ruime aanbouw in de rechter zijtuinstrook, verbouwing van de woning en bijkomende aanleg van een terras en zwembad.

Uit nazicht van de aanvraag bleken een aantal constructies niet conform de afgeleverde vergunning anno 1961, zijnde de uitvoering van een volledige kelder (ipv enkel garage en berging), grotere uitvoering van de keukenruimte en een terras, een constructie (overdekte poort) rechts van de woning en ruime verharding (functie niet gekend).

Het voorgelegde ontwerp werd besproken tijdens een intern dienstoverleg gezien de beperkte perceeldiepte, de ruime verhardingen en de diepe inplanting van de woning waardoor de zone voor achtertuin reeds beperkt is:
 “We dienen hier toch een aantal punten aan te halen die niet wenselijk zijn:

  • de verharding van de oprit dient ter hoogte van de voorste perceelgrens beperkt te worden tot 3m (1 inrit van 3m per huiskavel); men kan deze iets dieper op het perceel laten uitwaaieren in functie van 1 à 2 bijkomende parkeerplaatsen, doch gezien de lengte van zo'n 12m zal de verharde oppervlakte beperkt moeten worden;
  • in navolging van de verharde oppervlakte in de voortuin die te hoog ligt, wordt een bijkomende garage in de zijtuin eveneens negatief bevonden. Er is reeds een interne garage en berging aanwezig en een bijkomende garage in de zijtuinstrook resulteert in meer verharding die nodig is. Daarenboven gaat men over een diepte van zo'n 11,30m een blinde muur oprichten tegen de perceelgrens rechts waar achteraan reeds een muur aanwezig is van de rechterbuur. We stellen ons tevens de vraag of de garagefunctie wel effectief aanwezig zal zijn; het ontwerp geeft een beeld van de achterzijde met een raamopening naar de achtertuin? In een zijtuin kunnen geen leefruimtes toegestaan worden, enkel garage/ carport/ berging. De breedte van 4,63m en bouwdiepte van 11,30m roept dan ook vragen op bij de functie.
  • in vervanging voor de ruime garage is een carport, zijnde een open constructie van 3m breed en 6m diep ingeplant op min. 1m afstand tot de perceelgrens, eventueel een aanvaardbaar alternatief mits enkel de strikt noodzakelijke verharding hiervoor voorzien wordt (dus geen oprit van 36m²);
  • Ook in de achtertuin is teveel verharding aanwezig. Er is op zich geen bezwaar tegen de plaatsing van een zwembad en een terras, alleen de totale hoeveelheid is overdreven ruim (achter de gewenste aanbouw is ook nog verharding voorzien).
  • Er is begrip voor de realisatie van een terras op het niveau van de leefruimte doch we vrezen dat hier ernstige privacyhinder zal ontstaan naar de omliggende tuinzones toe. Een afsluiting tot 2m op perceelgrenzen is toegestaan doch deze zal weinig privacy geven voor de buren als het terrasniveau al minstens 0,50m à 0,80m hoger ligt dan het maaiveld, zeker gezien de beperkte afstand tot de achterste perceelgrens.

Gezien de opmerkingen lijkt het ons aangewezen het ontwerp aan te passen wat betreft de verhardingen en bebouwing in de zijtuinstrook.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd behoudens de hierboven reeds aangehaalde niet vergunde constructies.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

  • Melding ondergrondse mazoutopslag 5000 liter op 21/02/1992 (3VL444/nde)

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De bestaande woning beschikt niet over enige opvangvoorziening. Met de huidige verbouwings- en uitbreidingswerken wordt zowel een hemelwaterput met hergebruik als een infiltratievoorziening aangelegd. 

De aanstiplijst en plannen geven aan dat voor de woning met, na de werken, een totale horizontale dakoppervlakte van 176,9m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 1500 liter en een infiltratieoppervlakte van 5,2m².

De aanduiding dat een hemelwaterput verplicht is, klopt niet. 

Voor de niet waterdoorlatende verharde oppervlakte van 87,9m² (49,2m² nieuw, 38,7m² bestaand) en een horizontale dakoppervlakte van 26,4m² (13,2m² uitbreiding, 13,2m² bestaand) dient verplicht een infiltratievoorziening aangelegd te worden. Voor de oppervlakte van 114,3m² zou de inhoud 2900 liter moeten bedragen en de infiltratieoppervlakte zou minimaal 4,57m² moeten zijn.

Men wenst echter een aftrek van 60m² omwille van de plaatsing van de hemelwaterput.

Deze afwijking is aanvaardbaar in navolging van de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid. In eerste instantie stelt men hergebruik voorop en daarna pas infiltratie (en zo nodig buffering).

De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Er is echter nog geen gescheiden rioleringsstelsel aanwezig heden.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

Het advies van 30/12/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 27-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 292T9, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

  1. De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
  2. De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
  3. De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
  4. Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
  5. Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
  6. Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

  1. Indien de dakoppervlakte van het bestaand gebouw is aangesloten op een hemelwaterput of infiltratievoorziening, dan dient het nieuw bijgebouwd gedeelte ook aangekoppeld te worden op deze hemelwaterput of infiltratievoorziening.
  2. Het hemelwater van de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding (terras) mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
  3. Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.

We raden aan om:

  1. Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  2. Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  3. Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  4. Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  5. Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

De overloop van een buitenzwembad wordt beschouwd als regenwaterafvoer. Deze kan u aansluiten op de infiltratievoorziening (na filtering). 

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de leefruimte/keuken, de nachthal en in de kelder/ kruipruimte en de zolderruimte.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak en verwijdering van de constructies (overdekte en niet overdekte) dient te gebeuren tot in de grond en de vrijgekomen ruimte moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Herestraat, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

De percelen links en rechts van de aanvraag werden beide bebouwd met een vrijstaande woning met anderhalve bouwlaag onder een hellend dak.

Aan de overzijde van de straat bevinden zich een vrijstaande woning met gastenkamers (type B&B) met 1 bouwlaag en hellend dak en een vrijstaande woning met 2 bouwlagen en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag zelf werd anno 1962 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning, type split-level, met hellend dak. De inplanting werd op 12m uit de voorste perceelgrens voorzien, wat vrij diep is tegenover de naastliggende woningen. Aangezien het perceel slechts een diepte heeft van zo’n 30m à 32m, is de zone voor achtertuin eerder beperkt.

Het terrein is wel voldoende breed (23,88m straatbreedte).

Op het terrein is momenteel vrij veel verharding aanwezig waarvoor geen vergunning verleend werd. Het volledige rechter gedeelte werd verhard.

Aan de achterzijde links werd een kleine uitbreiding doorgevoerd (veranda).

Uit de vergelijking van de vergunde plannen en bestaande plannen, kan afgeleid worden dat de woning, reeds van bij de opbouw anno 1962, licht afwijkt qua inplanting, kroonlijsthoogte en nokhoogte en dakvorm. Het gaat slechts om beperkte aanpassingen die de kroonlijsthoogte en nok van de woning op nagenoeg hetzelfde niveau te brengen en uitvoering met een zadeldak ipv wolfsdak aan de rechterzijde. De voorgevel werd 89cm dieper ingeplant dan oorspronkelijk vergund. De visuele impact is minimaal en eerder positief te noemen en gezien het jaar van opbouw, kunnen de afwijkingen principieel als vergund geacht beschouwd worden.

Met de huidige aanvraag wenst men de niet vergunde veranda en alle verharding behoudens een oprit van 3m breed te verwijderen, een nieuwe uitbreiding links achteraan te voorzien met aansluitend een verhoogd terras en een zwembad en intern aanpassingen door te voeren in functie van de uitbreiding en verhoging van het wooncomfort.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie blijft behouden en sluit aan bij de bestaande woonfuncties in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 1 interne garage en op de voorliggende oprit kunnen bijkomend nog 2 wagens parkeren. 

Het aantal autostaanplaatsen (3) stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid (1).

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De bestaande woning blijft behouden, er wordt aan de achterzijde een beperkte uitbreiding voorzien en intern worden aanpassingen doorgevoerd om het wooncomfort te verhogen.

De woning werd ingeplant op 12,89m afstand tot de voorste perceelgrens en de maximale bouwdiepte bedraagt 12,03m voor het rechts gelegen gedeelte met verdieping en 9,50m voor het links gelegen gedeelte. Achter het linkerdeel van het gebouw wordt een aanbouw met plat dak voorzien om de keukenruimte, eethoek en berging iets ruimer te maken. De aanbouw heeft een bouwdiepte van 1,49m en een bouwbreedte van 9,98m. De ruime afstanden van de zijgevels tot de perceelgrenzen blijven aangehouden; aan de linkerzijde 5,55m à 6,33m en aan de rechterzijde 3,89m.

De kroonlijsthoogte van het bestaande gebouw bedraagt 5,17m tot 5,33m tov het peil van de wegas en de nok bevindt zich op 7,94m. De aanbouw krijgt een hoogte van 4,59m tov het peil van de wegas (4m tov het maaiveld, 2,94m tov het vloerpeil).

De gevelafwerking van de aanbouw sluit aan bij de bestaande gevelmaterialen, een witgrijs geschilderde/genuanceerde gevelsteen. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in aluminium met zwarte kleur, de dakbedekking bestaat uit donkergrijze dakpannen.

Qua materiaalkeuze, inplanting en volume voldoet de uitbreiding aan de algemeen gehanteerde bouwnormen en sluit op harmonieuze wijze aan op de bestaande woning.

Intern worden een aantal muren verwijderd om een open leefruimte te creëren die meer verbinding heeft met de tuinzone. 

Aansluitend op de nieuwe aanbouw, wordt een verhoogd terras aangelegd over de breedte van de aanbouw (9,98m) met een diepte van 3,49m. De afstand tot de achterste perceelgrens bedraagt minstens 2,55m.

Door de hoogte van het bestaande vloerpeil van de leefruimte/ keuken op 1,65m boven het peil van de wegas (1,06m boven het maaiveld achteraan), was een aanleg tot op dezelfde hoogte als het vloerpeil niet wenselijk omwille van de mogelijke privacy hinder. Om toch een betere aansluiting met de buitenruimte te verkrijgen was een aanleg op dezelfde hoogte als het maaiveld evenmin wenselijk. Uiteindelijk werd voor een tussenoplossing geopteerd en komt het terras 38cm onder het vloerpeil en 68cm boven het maaiveld te liggen.

In geval toch problemen qua privacy hinder zouden ontstaan door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, dienen de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening aan te leggen op eigen terrein. Momenteel stellen zich geen problemen met de naburen en is op de aanpalende percelen voldoende hoge groenvoorziening aanwezig. Men kan echter geen last bij de aanpalende percelen leggen (groenscherm) om hinder vanaf het eigen perceel te voorkomen.

Aan de linkerzijde van het nieuwe terras wenst men een kleine zwemvijver aan te leggen, dit op maaiveldhoogte. De breedte van de zwemvijver bedraagt 2,50m, de bouwdiepte 5,77m (14,40m²). Tot de achterste perceelgrens blijft een minimale afstand van 3,16m aangehouden, de afstand tot de linker perceelgrens bedraagt minstens 4,11m. De diepte van het zwemgedeelte is zo’n 1m.

De totale bouwdiepte van de woning met aansluitend terras en zwembad komt op 15,21m.

Door de diepe inplanting van de woning op het terrein, resteert slechts een beperkte zone voor achtertuin. Om de plaatsing van terras en zwemvijver in de achtertuin te compenseren en de overdreven ruime verharding te reduceren, wordt alle niet noodzakelijk verharding op het terrein verwijderd. In de voortuinstrook wordt slechts een oprit van 3m naar de garage aangehouden en de trap naar de inkom.

Een ruime oppervlakte (ca. 200m²) aan grindverharding en asfaltverharding in de voortuin rechts, de rechter zijtuinstrook en de achtertuin rechts wordt heraangelegd tot groenzone.

Door deze aanpassing kan men toch een evenwichtige verhouding aan groene ruimte realiseren op het terrein en wordt de draagkracht niet overschreden. 

Bodemreliëf

Behoudens de beperkte uitgraving voor zwembad en putten en de beperkte ophoging voor aanleg van het terras achteraan, worden geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien.

Aangezien het terreinniveau zich reeds 40cm tot 60cm hoger bevindt dan het peil van de wegas, zijn alle verdere ophogingen van het maaiveld uitgesloten.

Het bestaande terreinniveau dient behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Het nieuwe terras bevindt zich 1,27m boven het peil van de wegas, op zo’n 60cm boven het maaiveld en zo’n 38cm lager dan het vloerpeil van de leefruimte. Er werd hierbij getracht een compromis te vinden tussen de verbinding tuin – leefruimte en mogelijke privacy hinder te vermijden.

Het compromis lijkt ons gezien de bestaande toestand en de afstanden tot de perceelgrenzen  aanvaardbaar. Indien zich in de toekomst problemen zouden stellen qua privacy, met name door het uitzicht op de aanpalende tuinzones door de hogere situering van het terras, dienen de aanvragers hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening aan te bieden op eigen terrein.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 30/12/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige verordeningen – riolering”). De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden. 

De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, het aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, het aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen algemene wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Slechts de uitgravingen voor zwembad en putten alsook de ophoging voor het nieuwe terras, worden toegestaan zoals aangegeven op het terreinprofiel nieuwe toestand. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de  voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  8. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De afbraak/ verwijdering van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies vergund worden. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 15/02/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, het aanleggen van een zwembad en terras en het verwijderen van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen algemene wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Slechts de uitgravingen voor zwembad en putten alsook de ophoging voor het nieuwe terras, worden toegestaan zoals aangegeven op het terreinprofiel nieuwe toestand. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de  voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  8. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De afbraak/ verwijdering van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies vergund worden. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat bij eventuele toekomstige problemen qua privacy hinder, met name door het uitzicht vanaf het hoger liggende terras op de aanpalende tuinzones, de aanvragers/ eigenaars hiervoor een oplossing in de vorm van groenvoorziening dienen aan te leggen op eigen terrein.

16.

2022_CBS_00184 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 91 - 2021/00348 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2022_CBS_00184 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 91 - 2021/00348 - Goedkeuring

2022_CBS_00184 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 91 - 2021/00348 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning en een zwembad.

De aanvraag werd op 3 december 2021 ontvangen en op 27 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 8 maart 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1950/00042)

Op 20 juli 2021 werd een weigering afgeleverd voor het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning, carport, tuinmuur en zwembad.  (2021/00147)

Op 13 november 2020 werd de woning opgenomen in de gemeentelijke inventaris leegstand woningen.  (2020/045)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een uitbreiding van de woning.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in natuurreservaat.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het achterste gedeelte van de percelen is gelegen in natuurreservaat en binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter en dus niet binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten woning en carport met een totale horizontale dakoppervlakte van 206,09m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan.   Er wordt een geïntegreerde infiltratievoorziening aangelegd waarvan de oppervlakte (8,08m²) en het volume (5 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 30 december 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 24-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie B, nummer(s) 952H41, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Bij de sloop van een pand dient de bestaande huisaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel tijdelijk buiten gebruik gesteld te worden door de aanvrager en wel op zo een manier dat de huisaansluiting water- en gronddicht afgesloten wordt en detecteerbaar blijft op eigen terrein.

Bij de aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de bouwheer de bestaande rioleringsaansluiting te detecteren en te hergebruiken. De nieuwe privéwaterafvoer voor vuilwater en eventueel hemelwater dient ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. Ter hoogte van de bestaande huisaansluiting voorziet de bouwheer aan de rooilijn op het privéterrein aparte controleputjes, één voor de vuilwaterafvoer en één voor de hemelwaterafvoer, indien deze nog niet aanwezig zijn. Dit ontslaat de bouwheer niet van het indienen van een aanvraag tot heraansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius. De aanvraag is terug te vinden op www.fluvius.be.

Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Wijvestraat, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkom, de overloop en de zolder.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing. 

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning en een zwembad.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Wijvestraat, een gemeenteweg in gehucht Halveweg.  Het perceel ligt aan de buitenrand van Halveweg, met achterliggend het natuurgebied de Wijers.  Het achterste deel van het perceel ligt dan ook in natuurreservaat en deels in habitatrichtlijngebied, een speciale beschermingszone.

De nabije bebouwing bestaat uit een lintbebouwing met grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk vrijstaand, hoofdzakelijk afgewerkt in baksteen en opgetrokken met 1 of 2 bouwlagen onder een hellend dak.

Op het perceel bevindt zich een oude woning met rondom verhardingen.  Op het achterste deel van het perceel, in ruimtelijk kwetsbaar gebied, staat het Klein Landschapselement (KLE) nr. 1430 ingeplant, gekarteerd als bomengroep.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning.

De huidige aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning en een zwembad.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft behouden en wordt niet vermeerderd.  Deze functie is functioneel inpasbaar op deze locatie.

Mobiliteitsimpact

Het ontwerp voorziet een dubbele carport.   Het stallen van voertuigen gebeurt geheel op eigen terrein en wordt niet afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De bestaande woning met aanhorigheden wordt gesloopt.

Er wordt een nieuwe woning opgetrokken met 2 bouwlagen onder hellende daken.  In de achtertuin wordt een zwembad aangelegd.

De nieuwe woning wordt ingeplant op 4,90m vanaf de rooilijn, op min. 3,36m tot de linker perceelsgrens en op min. 3,85m tot de rechter perceelsgrens.  De woning krijgt een totale bouwdiepte van 17,30m.  De woning telt 2 bouwlagen onder hellende daken met een max. kroonlijsthoogte van 6,15m boven het maaiveld en een max. nokhoogte van 9,32m.

De woning krijgt een klassieke architectuur met bijhorende materialen, zoals een wit-beige gekaleide gevelsteen, antracietkleurige dakpannen en zwart aluminium schrijnwerk.

Het gelijkvloers wordt ingericht met de gebruikelijke leef- en bergruimtes, alsook met een bureelruimte en een dubbele carport.   Rechts achteraan wordt een overdekt terras geïntegreerd in de architectuur.

Op de verdieping worden 5 slaapkamers en 2 sanitaire ruimtes voorzien.

De zolderruimte is toegankelijk via een vaste trap maar wordt niet ingericht.

In de voortuin wordt een inritverharding aangelegd die toegang verleent tot de dubbele carport.  De inritverharding heeft ter hoogte van de rooilijn een breedte van 2,30m.  De inrit wordt uitgevoerd in een klinkerverharding.  Het hemelwater vloeit af naar de aangrenzende groenzones.

Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd over de volledige breedte van de woning.

Aansluitend op dit niet-overdekte terras wordt een zwembad aangelegd.  Het zwembad heeft een oppervlakte van 32m² (4m x 8m).  Het zwembad wordt voorzien van een boordsteen met een breedte van 0,30m.

Het volledige perceel, m.u.v. de achterzijde, wordt afgesloten d.m.v. een haagafsluiting.  De haagafsluiting heeft een hoogte van 1m in de voortuin.  De hoogte van de haagafsluiting langs de zijdelingse perceelgrenzen wordt niet vermeld in de aanvraag.  In de voorwaarden zal worden opgenomen dat de hoogte van de haagafsluiting langs de zijdelingse perceelgrenzen (vanaf de voorgevellijn) beperkt moet worden tot 2m (= conform vrijstellingsbesluit).

De overige tuinzone wordt groen aangeplant.  Er wordt geen fysieke grens voorzien tussen het deel van het perceel in woongebied en dat in natuurreservaat.

Wanneer de totale oppervlakte van het perceel binnen woongebied in rekening wordt genomen, is de bebouwing- en verhardingsgraad op het perceel niet overdreven.  Er dient evenwel te worden opgemerkt dat er geen tuinberging of poolhouse wordt voorzien in de huidige aanvraag.

Het deel van het perceel dat gelegen is achter het woongebied bevindt zich in ruimtelijk kwetsbaar gebied.  Dit deel van het perceel mag niet betrokken worden bij de tuinzone en dient een natuurlijke inrichting/aanplanting te krijgen.  Er mogen m.a.w. geen constructies worden opgericht op dit deel van het perceel, maar ook de aanplant van een siertuin is hier niet aan de orde.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door grondgebonden eengezinswoningen, doorgaans met 1 of 2 bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen.

De woning wordt ingeplant op dezelfde bouwlijn als de woning op het linker aangrenzende perceel.

De woning is qua inplanting, architectuur alsook bouwvolume in harmonie met het straatbeeld.

Bodemreliëf

Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 30 december 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hierboven beschreven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

De aanvraag werd op 27 december 2021 voor advies overgemaakt aan het Agentschap Natuur en Bos.  Tot heden werd geen advies ontvangen.  Bijgevolg werd geen advies ontvangen binnen de wettelijk opgelegde termijn en wordt aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Indien een droogzuiging noodzakelijk is voor de realisatie van de werken, dient op voorhand een omgevingsvergunning/melding voor de droogzuiging aangevraagd te worden via www.omgevingsloket.be

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning en een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De hoogte van de haagafsluiting langs de zijdelingse perceelgrenzen (vanaf de voorgevellijn) moet beperkt worden tot 2m (= conform vrijstellingsbesluit).
  2. Het deel van het perceel dat gelegen is achter het woongebied bevindt zich in ruimtelijk kwetsbaar gebied.  Dit deel van het perceel mag niet betrokken worden bij de tuinzone en dient een natuurlijke inrichting/aanplanting te krijgen.  Er mogen m.a.w. geen constructies worden opgericht op dit deel van het perceel, maar ook de aanplant van een siertuin is hier niet aan de orde.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; (bv. igv slopen woningen)
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 2,30 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien een droogzuiging noodzakelijk is voor de realisatie van de werken, dient op voorhand een omgevingsvergunning/melding voor de droogzuiging aangevraagd te worden via www.omgevingsloket.be;
  19. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  22. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium. Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning en een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De hoogte van de haagafsluiting langs de zijdelingse perceelgrenzen (vanaf de voorgevellijn) moet beperkt worden tot 2m (= conform vrijstellingsbesluit).
  2. Het deel van het perceel dat gelegen is achter het woongebied bevindt zich in ruimtelijk kwetsbaar gebied.  Dit deel van het perceel mag niet betrokken worden bij de tuinzone en dient een natuurlijke inrichting/aanplanting te krijgen.  Er mogen m.a.w. geen constructies worden opgericht op dit deel van het perceel, maar ook de aanplant van een siertuin is hier niet aan de orde.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; (bv. igv slopen woningen)
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 2,30 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien een droogzuiging noodzakelijk is voor de realisatie van de werken, dient op voorhand een omgevingsvergunning/melding voor de droogzuiging aangevraagd te worden via www.omgevingsloket.be;
  19. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  22. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium. Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

17.

2022_CBS_00185 - Niet-aktename melding voor droogzuiging - 2022/00020MM - Wijvestraat 1C - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2022_CBS_00185 - Niet-aktename melding voor droogzuiging - 2022/00020MM - Wijvestraat 1C - Kennisneming

2022_CBS_00185 - Niet-aktename melding voor droogzuiging - 2022/00020MM - Wijvestraat 1C - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning te Wijvestraat 1C, sectie B, nr. 1039E2.
Het perceel is niet opgenomen in het grondeninformatieregister, doch ligt er op 20 meter een risicogrond.
Onder het gedeelte rubriek wordt volgende vermeld:
“bronbemaling tot max 30.000”
Als beschrijving van het debiet wordt volgende vermeld:
“ indelingsrubriek 53.2.2.a
aangevraagde maximaal dagdebiet 100
aangevraagd maximaal jaardebiet 10.000
termijn 21
watervoerende laag 0100 QUARTAIRE AQUI”
Een gevraagd maximaal dagdebiet van 100, vermoedelijk m³?, is onrealistisch en strookt niet met het gevraagde maximale jaardebiet van 10.000 m³.
Een sonderingsrapport werd toegevoegd. Doch geeft dit sonderingsrapport geen verdere uitleg over het debiet, de bemaling, gewenste dieptes van de verlaging, zettingsrisico etc.
Addendum R53 werd niet ingevuld bij de aanvraag. Dit addendum vraagt volgende info:
“Onderbouw het aangevraagde debiet en de aangevraagde maximale verlaging van het grondwaterpeil en geef aan op welke wijze deze werden berekend. Geef aan wat er met de bemaling wordt beoogd en gedurende welke periode de bemaling wordt uitgevoerd. De onderbouwing van het gevraagde debiet en de verlaging van het grondwaterpeil bevat minstens de berekeningswijze. Bepaal het zettingsrisico. De bepaling van het zettingsrisico gebeurt op basis van de berekende invloedsstraal en de aanwezigheid van zettingsgevoelige gronden, constructies, … binnen deze invloedsstraal. Indien een zettingsrisico bestaat, moet een berekening toegevoegd worden. Elke berekening vermeldt de gebruikte formule, aannames en variabele parameters. Indien een bemalingsnota of rekennota werd opgemaakt, moet deze toegevoegd worden.”

Verder wordt rubriek 17.3.2.2.1° aangevraagd zijnde opslag van 2000 kg brandgevaarlijke stoffen zoals diesel. Het is onduidelijk voor welke toepassing de diesel is.

De aanvraag is onvoldoende ingevuld.  

Ongunstig voor de aangevraagde bemaling te Wijvestraat 1C gezien de aanvraag onvoldoende informatie bevat om een beoordeling te kunnen maken. 

Besluit:

Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar beslist op 16/02/2022 tot het weigeren van de aktename van de melding, ingediend door De Roo Fabrice namens B.HIVE BV met als adres KMO-zone Molenheide 4012 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor realisatie van een woning voor een debiet van 10.000 m³, gelegen langs Wijvestraat 1C te 3520 Zonhoven, Afdeling 1, sectie B, nummer 1039E2, met rubriek: 17.3.2.2.1° en 53.2.2°.a)

 Artikel 2
Ongunstig voor de tijdelijke bemaling voor realisatie van de woning, gelegen langs Wijvestraat 1C.
De aanvraag bevat onvoldoende informatie om een beoordeling te kunnen maken.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

18.

2022_CBS_00186 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00018MM - Pieter Demuynckstraat z/n - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2022_CBS_00186 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00018MM - Pieter Demuynckstraat z/n - Kennisneming

2022_CBS_00186 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00018MM - Pieter Demuynckstraat z/n - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van 2 appartementsblokken, ondergrondse garage, plaatsing van hemelwater/infiltratieputten en een liftput te Pieter Demuynckstraat, afd 2, sectie C, nrs. 1296C2, 1296B2, 1296H2, 1296G2.
In de aanvraag wordt ten onrechte perceel 1296R2 opgenomen. Dit perceel is onbestaand. Vermoedelijk dient dit 1296G2 zijn.
Voor blokken 2 en 3 wordt 1 gezamenlijke ondergrondse garage gebouwd. Voor de realisatie van deze bouw moet een grondwatertafelverlaging van ca 2,50m bekomen worden. Er zullen 47 aanzuigpunten geplaatst worden voor de kaderbemaling, op een diepte van 10 meter, voor de Blok 2 en 3, met een grootte van 60 m x 17m. Het initiële debiet bedraagt 94 m³/uur gedurende 14 dagen. Na het bereiken van de gewenste verlaging valt het debiet terug naar 55 m³/uur, voor een totale periode van 120 dagen.
Bijkomend wordt voor Blok 1 ter hoogte van de regenwater/infiltratieputten een 5-tal en voor de liftput een 6-tal blokken voorzien. Deze bemaling zal niet samen gebeuren met de kaderbemaling.
Het totale debiet bedraagt 156 000 m³.
Retourbemaling zou volgens het studiebureau niet mogelijk zijn gezien het hoge ijzergehalte in het grondwater. Dit zorgt voor verstoppingen van de infiltratieputten op korte termijn.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Hemmenbeek. In 2021 werd de Hemmenbeek uitgeschreven uit de Atlas der Waterlopen, op initiatief van de provincie Limburg.
Deze beek is dus niet bestaand en is in feite een gemengd rioleringsstelsel wat maakt dat de Hemmenbeek niet beschouwd kan worden als een lozing op oppervlaktewater. Een toelating moet bekomen worden van Aquafin gezien de lozing op het gemengd stelsel van de Kleine Hemmenweg.
In de onmiddellijk omgeving is er de RWA van de Steentweg. Doch mondt deze streng uit in het gemengd stelsel van de Houthalenseweg wat maakt dat er geen ecologische meerwaarde is om het lozingspunt naar de Steentweg te verleggen.
Door het studiebureau VDC werd een bijkomende nota toegevoegd aangaande de effecten van de bemaling.  Hierin worden voorstellen gedaan om het debiet van de bemaling te beperken:

  1. Starten met hoger dagdebiet kan zorgen dat de vereiste verlaging sneller bereikt wordt en er uiteindelijk netto minder grondwater wordt opgepompt;
  2. Permanente evaluatie of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt;
  3. Als de constructie al waterdicht is, maar nog niet voldoende zwaar om de opgestuwde kracht te compenseren kan extra ballast worden aangebracht. Dit voorkomt opdrijven van de constructie wanneer de bemaling wordt stopgezet. 

Er kan akkoord gegaan worden met punten 2 en 3. Punt 1 is niet verder uitgewerkt, over welke verhoogde debieten dit zou gaan, wat maakt dat dit niet als op te nemen voorwaarden beschouwd wordt.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Pieter Demuynckstraat, 2de afd, sectie C, nrs. 1296C2, 1296B2, 1296H2, 1296G2, voor de realisatie van 2 appartementsblokken, ondergrondse garage, plaatsing van hemelwater/infiltratieputten en een liftput, voor een totaaldebiet van 156 000 m³, mits volgende voorwaarden:

  • Een peilgestuurde bemaling wordt ingezet voor de kaderbemaling om de grondwaterverlaging te beperken tot het absolute minimum. Een goede dimensionering en afregeling van de bemaling is essentieel, zeker bij vorst. 
    Permanente evaluatie of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt. 
  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar het gemengd stelsel, op de rooilijn. Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij.
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • Gezien het lozingspunt de Kleine Hemmenweg is en hier geen oppervlaktewater aanwezig is wat maakt dat er een lozing van meer dan 10 m³/uur is op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.  
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
    Als de constructie al waterdicht is, maar nog niet voldoende zwaar om de opgestuwde kracht te compenseren kan extra ballast worden aangebracht. Dit voorkomt opdrijven van de constructie wanneer de bemaling wordt stopgezet. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 
  • Indien blijkt dat de bemaling voor schade zorgt aan de openbare riolering, in beheer van Fluvius, dient de aanvrager in te staan voor de kosten van de reiniging/herstel. 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 11/02/2022 akte genomen van de melding ingediend door Sandra Vekeman namens Matexi, Broekermolenplein 2 te 3500 Hasselt voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de realisatie van 2 appartementsblokken (ondergrondse garage) plaatsing van hemelwater/infiltratieputten en een liftput voor een totaaldebiet van 156 000 m³,  gelegen aan Pieter Demuynckstraat z/n te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 2de afd, sectie C, nrs. 1296C2, 1296B2, 1296H2 en 1296G2 met rubriek: 53.2.2°b)1°.

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Een peilgestuurde bemaling wordt ingezet voor de kaderbemaling om de grondwaterverlaging te beperken tot het absolute minimum. Een goede dimensionering en afregeling van de bemaling is essentieel, zeker bij vorst. 
    Permanente evaluatie of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt. 
  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar het gemengd stelsel, op de rooilijn.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij.
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • Gezien het lozingspunt de Kleine Hemmenweg is en hier geen oppervlaktewater aanwezig is wat maakt dat er een lozing van meer dan 10 m³/uur is op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.  
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
    Als de constructie al waterdicht is, maar nog niet voldoende zwaar om de opgestuwde kracht te compenseren kan extra ballast worden aangebracht. Dit voorkomt opdrijven van de constructie wanneer de bemaling wordt stopgezet. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 
  • Indien blijkt dat de bemaling voor schade zorgt aan de openbare riolering, in beheer van Fluvius, dient de aanvrager in te staan voor de kosten van de reiniging/herstel. 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

19.

2022_CBS_00188 - Leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten - Inventarisatie 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2022_CBS_00188 - Leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten - Inventarisatie 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00188 - Leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten - Inventarisatie 2022 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van 16 december 2021 van Departement Omgeving, Vlaamse overheid, Leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, Koning Albert II-laan 20 bus 8 te 1000 Brussel betreffende inventarisatie 2022.

De door de gemeente jaarlijks op te stellen lijst van de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten dient, in toepassing van artikel 6§3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, meermaals gewijzigd, door het college van burgemeester en schepenen te worden gefinaliseerd naar het Departement Omgeving voor 1 maart van het kalenderjaar.

Het bestand met de gemeentelijke lijst dient voor 1 maart 2022 te worden gefinaliseerd in de RWO Data Manager.

Het bestand kan vanaf de finalisering in de RWO Data Manager ingekeken worden door de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de provincie, waartoe uw gemeente behoort.

De volgende dossiers zijn opgenomen in de inventarisatie 2022:

 

Dossiernummer:

71066/0065 Leegstand en verwaarlozing

Ligging:

Houthalenseweg 70

Eigenaars:

Vanpee Linda, Koningshofweg 9 te 3520 Zonhoven

 

Vanpee Paul, Koningshofweg 5 te 3520 Zonhoven

 

Vanpee Guy, Houthalenseweg 67 te 3520 Zonhoven

 

Vanpee Bart, Stationsstraat 17 te 3570 Alken

Dossiernummer:

71066/0066 Leegstand

Ligging:

Roosterkensweg 18

Eigenaars

Development of Transport Systems NV p.a. Curator Deckmyn Jessie, Dehaese Lieve en Dehaese Johan, Luikersteenweg 187 te 3500 Hasselt

Dossiernummer:

71066/0074 Leegstand en verwaarlozing

Ligging:

Oppelsenweg 80

Eigenaars:

Curator Vic Engelen, Herebaan 3/ te 3530 Houthalen-Helchteren

Dossiernummer

71066/0092 Leegstand

Ligging:

Opheldingsweg 2/2A

Eigenaar:

Meet@work BV, Paesteblookstraat 19 te 3600 Genk

Dossiernummer:

71066/0094 Leegstand

Ligging:

Zavelstraat 51

Eigenaar:

Benevast BV, Coghenstraat 7 te 3600 Genk

 

Hiernavolgende bedrijven worden voor de 1ste maal opgenomen:

 

Ligging:

Dorpsstraat 13

Eigenaar:

Indestege Marc, Heuvenstraat 33 te 3520 Zonhoven

 

Decoutere Jean – Indestege Marie, Dorpsplein 7 bus 2 te 3520 Zonhoven

Ligging:

Rode Kruisweg 19

Eigenaar

Alkimmo, Lange Gasthuisstraat 9-11 te 2000 Antwerpen

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit de inventaris van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten 2022 over te maken aan de hogere overheden via de RWO Datamanager voor 1 maart 2022.

20.

2022_CBS_00204 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling -2022/0023M te Kremerstraat 15 - Afwijzing

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2022_CBS_00204 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling -2022/0023M te Kremerstraat 15 - Afwijzing

2022_CBS_00204 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling -2022/0023M te Kremerstraat 15 - Afwijzing

Motivering

Feiten context en argumentatie

Voorwerp van de melding

De melding omvat:

  • Stopzetting of verval van een vergunning van een ingedeelde inrichting of activiteit

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Kremerstraat 15 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 2de, sectie C, nr. 662G2.

De meldingsaanvraag werd op 01/02/2022 ontvangen.

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

De aanvraag werd ingediend als melding voor de stopzetting of het verval van een vergunning van een ingedeelde inrichting of activiteit.

Uit de omschrijving van de aanvraag blijkt dat de aanvrager echter de stopzetting van een zorgwoning wenst door te geven.

Dit dient aangevraagd te worden als een melding voor stedenbouwkundige handelingen, nl. stopzetten zorgwoning.

Bijgevolg werd een foutieve aanvraag ingediend.

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:

De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied.

Het goed is gelegen binnen het gewijzigde BPA Dorpsstraat-Kleine Hemmenweg-Grote Hemmenweg-Kremerstraat goedgekeurd op 3 juli 2006.

Het goed is gelegen in een zone voor open bebouwing.

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde verkaveling.

Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:

Op 11 april 1947 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1947/00015)

Op 23 juni 1964 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kippenhok en een bergplaats  (1964/00138)

Op 22 januari 2013 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een woning.  (2012/00211)

Op 5 december 2017 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning met bijgebouw.  (2017/00172)

Op 27 november 2018 heeft het college van burgemeester en schepenen akte genomen van het starten van een zorgwoning.  (2018/00252M)

Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:

De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar dat de meldingsaanvraag niet rechtsgeldig is en er geen aktename kan volgen.

Het dossier wordt ongunstig geadviseerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt geen akte van de melding ingediend door Engels Jens, gelegen Kremerstraat 15 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 2, sectie C, nr.662G2.

21.

2022_CBS_00205 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/0025M te Halveweg 76A - Afwijzing

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
21.

2022_CBS_00205 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/0025M te Halveweg 76A - Afwijzing

2022_CBS_00205 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - 2022/0025M te Halveweg 76A - Afwijzing

Motivering

Feiten context en argumentatie

Voorwerp van de melding

De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:

  • het aanvangen van een zorgwoning

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Halveweg 76A te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1 , sectie B, nr. 1217C.

De meldingsaanvraag werd op 03/02/2021 ontvangen en ontvankelijk en volledig verklaard.

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.

De melding omvat het bekomen van een zorgwoning binnen een bestaande woning. 

De handelingen voldoen aan artikel 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:

1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;

2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd.

De handelingen voldoen aan artikel 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:

1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;
2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd;
3° het fysiek bouwvolume en bouwoppervlakte blijven ongewijzigd.

De handelingen voldoen niet aan artikel 5/1 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:

§ 1. Voor het opsplitsen van een woning of voor het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer, wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd;
2° de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid;
3° de ondergeschikte wooneenheid, daaronder niet begrepen de met de hoofdwooneenheid gedeelde ruimten, maakt maximaal één derde uit van het bouwvolume van de volledige woning;
4° de creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van:
a) hetzij asielzoekers en vluchtelingen die op grond van artikel 6, § 1, vierde lid, en artikel 8, § 1, van de wet betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen van 12 januari 2007 de opvang van Fedasil moeten verlaten;
b) hetzij burgers wiens woning onbewoonbaar is geworden door onvoorziene omstandigheden;
5° de huisvesting is tijdelijk voor een totale duur van maximaal drie jaar per goed;
6° de eigendom, of ten minste de blote eigendom, op de hoofd- en de ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis of titularissen.

§ 2. Het beëindigen van het opsplitsen van een woning of het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden, bedoeld in paragraaf 1, is eveneens meldingsplichtig.

De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn dus meldingsplichtig en niet verboden.

De melding voldoet weliswaar niet aan al de bovenstaande bepalingen. De aanvraag mist volgende stukken en wordt dus ongunstig beoordeeld om volgende redenen:

  • De ondergeschikte wooneenheid wordt niet weergegeven op de plannen zodat er ook niet duidelijk gemaakt wordt dat er maximaal 1/3de van de woning gebruikt wordt als ondergeschikte wooneenheid. (art.4.2.4 van de VCRO)
  • Er wordt niet aangegeven voor wie de zorgwoning bedoeld is en om welke reden de zorgfunctie zal plaatsvinden conform art. 4.1.1.18° van de VCRO. Er dient aangetoond te worden dat de zorgfunctie zal plaatsvinden voor:
    • Ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan 1 persoon van 65 jaar of ouder;
    • Ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan minstens 1 hulpbehoevend ( kinderen die ten laste zijn van de hulpbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van 2 personen) De hulpbehoevende is:
      1. Een persoon met een handicap.
      2. Een persoon die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming van de Vlaamse Bescherming (vroeger zorgverzekering)
      3. Een persoon die hulp nodig heeft om zelfstandig te wonen.
      4. Oftwel de zorgverlener, indien de hulpbehoevende personen gehuisvest blijven in de hoofdwoning. 
  • Ook de manier van indienen van het dossier werd niet op correcte wijze gedaan: 
    • De plannen werden gebundeld aangeleverd, maar dienen elk in een apart bestand aangeleverd te worden. 
    • Op geen enkel grondplan werd een aanduiding gedaan over waar de zorgfunctie plaats zou vinden.
    • Er dient duidelijk gemaakt te worden dat de zorgfunctie maximaal 1/3de van de woning omvat. (attest van dokter of een identiteitskaart van 65 jarige, …)
    • De foto’s dienen foto’s van de buitenzijde van de woning te zijn.
    • Er werd geen bewijs van een hulpbehoevend iemand toegevoegd of van iemand die minstens 65 jaar is.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor aan de aanvrager om de aanvraag op voorhand te overlopen en eerst advies te vragen aan de dienst om volgend dossier op een correcte manier te kunnen indienen. 

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:

De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied en woonuitbreidingsgebied .

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurd BPA.

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde verkaveling 1233.B.874.2 (lot 3).

De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.

Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:

  • Op 4 mei 1948 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1948/00029)
  • Op 11 januari 1956 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een bijgebouw.  (1956/00133)
  • Op 29 november 1965 werd een weigering van de verkavelingsvergunning afgeleverd.   (7204.V.136)
  • Op 25 juli 1973 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een garage.   (1973/00142)
  • Op 9 juni 2015 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van de bestaande bebouwing.   (2015/00055)
  • Op 10 november 2015 werd een weigering afgeleverd voor het bouwen van een appartementsgebouw met 20 woongelegenheden en een ondergrondse parkeergarage.   (2015/00113)
  • De aanvrager stelde beroep in tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen bij de deputatie.  Zij beslisten op 16 maart 2016 dat het beroep niet werd ingewilligd.
  • Op 6 februari 2017 werd een verkavelingsaanvraag ingediend voor het verkavelen van de percelen tot 6 loten voor halfopen bebouwing en 1 achterliggende grond.
  • Deze aanvraag werd door de aanvrager op 2 maart 2017 ingetrokken.   (1225.B.874.2)
  • Op 7 november 2017 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 6 loten voor halfopen bebouwingen.  (1233.B.874.2)
  • Op 17 april 2018 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van 6 halfopen eengezinswoningen en het bouwen van 4 bijgebouwen (lot 2, 3, 4 en 5).   (2017/00304)
  • Op 14/01/2020 werd een omgevingsvergunning afgeleverd, voor het regulariseren van een reclamezuil (2019/00208)

Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:

De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. Dit komt omdat het dossier niet voldoende gegevens bevat om een degelijke beoordeling te kunnen maken. 

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de aktename van het melden van de aanvang zorgwoning, zoals voorgesteld op het voorgebrachte plannen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit tijdens de zitting van 22/02/2022 geen akte te nemen van de melding ingediend door Borgermans Eveline voor het aanvangen van een zorgwoning , gelegen Halveweg 76A , 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie B, nr. 1217C. Het dossier omvat niet de nodige gegevens waaruit blijkt dat een zorgwoning kan worden toegestaan op deze locatie. Er dient een nieuw meldingsdossier ingediend te worden met de correcte gegevens, zoals omschreven in bovenstaand verslag om toch een aktename te verkrijgen voor de functie van een zorgwoning. 

22.

2022_CBS_00189 - Externe begeleiding levering dranken en praktische organisatie ZTD - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
22.

2022_CBS_00189 - Externe begeleiding levering dranken en praktische organisatie ZTD - Goedkeuring

2022_CBS_00189 - Externe begeleiding levering dranken en praktische organisatie ZTD - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Offerte Yes.

Feiten context en argumentatie

Voor het dorpsfestival “Zonhoven Trapt Door” is de gemeente op zoek naar een professioneel bureau ter begeleiding van de onderhandelingen voor de levering van dranken en toebehoren enerzijds en van de praktische organisatie van de dranktogen tijdens dit weekend anderzijds.

Volgende deeltaken horen hier o.a. bij:

•    Contact en onderhandeling met cateringpartners (drinks) en opmaak nodige contracten;

•    Opmaken planning en draaiboek;

•    Opvolging logistiek cateringpartner: leveringen voor, tijdens en na het event;

•    Opmaken verbruiksoverzicht en bijhouden van stocks;

•    Briefing en opvolging van de vrijwilligers aan de dranktogen;

•    Aanwezig zijn bij bepaalde overlegmomenten (6-tal vergaderingen).

Volgende firma's werden aangeschreven:

  • Yes- Jo Lambrechts
  • Conrad Consulting
  • Cocomo eventbureau
  • Tot he Point events

Één firma diende een offerte in. Deze offerte voldoet aan de voorwaarden zoals vooropgesteld en is toegevoegd als bijlage bij dit besluit.

De prijs bedraagt 2.750,00€ (excl. btw), aangevuld met verplaatsingskosten t.b.v. 0,35€/km.

Echter dienen volgende zaken benadrukt te worden op basis van de ingediende offerte:

  • Het contacteren en onderhandelen met mogelijk cateringspartners” en “het samenstellen van de nodige contracten” zoals vermeld in de offerte dienen conform de wetgeving overheidsopdrachten te gebeuren. Dit betekent onder andere dat er op een gelijke manier minimum drie leveranciers benaderd moeten worden een offerte in te dienen. De contracten dienen ook in overeenstemming te zijn met de wetgeving overheidsopdrachten. Het college van burgemeester en schepenen dient zowel de uiteindelijk leverancier als de overeenkomsten voorafgaand aan contractsluiting goed te keuren.
  • In de offerte staat te lezen dat Yes een right of first refusal vraagt voor de editie 2023, dat is echter onmogelijk te aanvaarden voor een lokaal bestuur. Deze passage wordt uitdrukkelijk geweigerd en voor niet-geschreven gehouden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de offerte van Yes dd. 01/02/2022, voor het bedrag van 2.750,00€ (excl. btw), aangevuld met verplaatsingskosten t.b.v. 0,35€/km,  goed te keuren, met dien verstande dat de passage "Voor editie 2023 krijgt "Yes" right of first refusal wat betreft medewerkende en ondersteunende partner indien goedkeuring offerte editie 2022." voor niet geschreven gehouden wordt.

23.

2022_CBS_00190 - Week van de vrijwilliger 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
23.

2022_CBS_00190 - Week van de vrijwilliger 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00190 - Week van de vrijwilliger 2022 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De week van de vrijwilliger vindt plaats van 27 februari tot en met 6 maart 2022. Tijdens deze week wordt een bedank-kaartje gestuurd naar de vrijwilligers bij gemeente en OCMW. 

In de periode april-mei zijn er weinig geschikte momenten (Paasvakantie, Pasen, Gouden Zonhovenaren en andere grote activiteiten/feestelijkheden). 

De werkgroep stelt voor om op zondag 15 mei tussen 10.30 en 12 uur een feestelijke drink te organiseren voor onze vrijwilligers.

  • We zoeken daarvoor een gepaste locatie in openlucht (eventueel school De Zonnewijzer of De Lettermolen gezien zij een ruime overdekte speelplaats hebben). 
  • We zoeken een cateraar om drank en hapjes te voorzien. 
  • Eventueel randanimatie voorzien (muziek, goochelaar, comedian...)

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist opnieuw een ontbijt te organiseren als bedankje voor onze vrijwilligers, naar analogie met 2019 en voorgaande jaren.

24.

2022_CBS_00191 - Gouden Zonhovenaren 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
24.

2022_CBS_00191 - Gouden Zonhovenaren 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00191 - Gouden Zonhovenaren 2022 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel van de werkgroep Gouden Zonhovenaren over de datum en de kostenraming van de Gouden Zonhovenaren van 29 april 2022.

Meerjarenplan

MJP 000135: jaarlijks wordt een shownamiddag voor senioren van Zonhoven georganiseerd.

Het voorziene budget voor de organisatie van de Gouden Zonhovenaren 2022  is 15 500 euro


Voorstel Artiest

We zijn nog in onderhandeling met verschillende artiesten:

totaal budget artiesten:  € 2713.60


volgende artiesten kunnen een NM vullende show brengen:

2 x 45 min - Garry Hagger met 2 of 5 muzikanten - eigen nummers en covers van bekende liedjes van toen. - 5 muzikanten € 3439,70 , 2 muzikanten € 2146,50

2 x 60 min - Vanessa Chinitor en humor van Dirk Bauters - € 1550


of een combinatie van 2 artiesten van telkens 40 minuten Live on tape:

1 x 40 min - Garry Hagger - € 1055

1 x 40 min - Margriet Hermans - € 1325

1 x 40 min - John Terra - € 1590

1 x 40 min - Yves Segers - € 1161


Budget huur licht en geluid: € 1113


Onze vaste accordeonist Remy Hoffman heeft in 2019 laten weten te stoppen.

We stellen voor om Remy niet te vervangen en tijdens de pauze en bij het binnenkomen gewoon achtergrond muziek te spelen.


Voorstel timing

13.30 uur.............................. deuren open

13.30 tot 14.00 uur.............. Achtergrondmuziek

14.00 tot 14.10 uur.............. Welkom door presentatrice en de burgemeester

14.10 tot 15.00 uur.............. shownamiddag deel 1

15.00 tot 16.45 uur.............. pauze en uitdelen bloemen

16.45 tot 16.35 uur.............. shownamiddag deel 2

16.35 tot 16.40 uur.............. afscheid nemen

16.40 tot 17.00 uur.............. Achtergrondmuziek

 

raming 2022


begroot 2022
presentatie250,00 €
garçons2.000,00 €
tafellakens en servetten250,00 €
bestek en borden2.200,00 €
taarten2.500,00 €
bloemen + bloemen tafels280,00 €
uitnodiging160,00 €
RODE KRUIS VLAANDEREN200,00 €
drankverbruik2.600,00 €
huur technische materialen stresske726,61 €
artiest en techniek PA & licht3.826,60 €






sabam (11 % uitkoopsommen)400,00 €


totaal uitgaven15.393,21 €



overzicht artiesten: 2000 tot 2019

2000: Denis Moons

2001: Lize Marke

2002: Jaques Raymond en Ingriani

2003: La Esterella

2004: Eddy Wally

2005: Remy Hoffman, Kenny Belaey, Sandie Garcia, Lisa Del Bo

2006: Remy Hoffman, Frank Galan en Paco Garcia

2007: Remy Hoffman, Partick & Carina en Mathieu Vanhees

2008: Remy Hoffman, De Bakelietjes, Micha Marah

2009: Remy Hoffman, Eddy en de Schellekens

2010: Remy Hoffman, Ricky Fleming en clown Artuur Cardini

2011: Remy Hoffman (enkel als inleiding), Roulez Roulez

2012: Remy Hoffman, Jo Vally

2013: Remy Hoffman, Nicole en Hugo

2014: Remy Hoffman, Danny Fabry

2015: Remy Hoffman, Connie Neefs en Hugo Symons

2016: Remy Hoffman, Salim Seghers

2017: Remy Hoffman, Sasha en Davy

2018: Remy Hoffman, Lisa Del Bo

2019: Remy Hoffman, Maarten Cox en Lindsay

2020: Garry Hagger Juke box show -> geannuleerd als gevolg van de toen geldende coronamaatregelen 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de datum vrijdag 29 april 2022.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de kostenraming van de Gouden Zonhovenaren 2022.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om Garry Hagger en 2 muzikanten te programmeren als artiest op de Gouden Zonhovenaren 2022.

25.

2022_CBS_00192 - Aanbod reanimatie op school - initiatief in het kader van hartveilige gemeente - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
25.

2022_CBS_00192 - Aanbod reanimatie op school - initiatief in het kader van hartveilige gemeente - Goedkeuring

2022_CBS_00192 - Aanbod reanimatie op school - initiatief in het kader van hartveilige gemeente - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeente Zonhoven kreeg in 2019 het label 'hartveilige gemeente'. Dit label wordt overhandigd door het Rode Kruis en behaald door volgende doelstellingen na te streven: 

  • op grondgebied van de gemeente minstens één goed zichtbare en publiek toegankelijke AED ter beschikking stellen;
  • organiseer binnen de periode van 6 maanden vóór indiening van het aanvraagformulier een opleiding reanimeren en defibrilleren voor minstens 10% van de medewerkers (burgemeester, gemeentebestuur, gemeentepersoneel …). Deze opleidingen worden gegeven door Rode Kruis-Vlaanderen.  

In het verlengde daarvan ontvingen wij als gemeentebestuur het aanbod om reanimatiecursussen op de lokale basisscholen te organiseren om zo alle leerlingen van het 6e leerjaar de kennis en vaardigheden bij te brengen om een slachtoffer in nood te helpen:

De leerlingen leren tijdens deze 2 lesuur-durende cursus om hun verantwoordelijkheid opnemen in geval van nood. 

  • Werking van de noodcentrale 
  • Herkennen van een slachtoffer in nood 
  • Hulp bij verstikking 
  • Starten van borstcompressies 
  • AED 

Op een luchtige aangename manier krijgen de leerlingen hun eerste stappen in het levensreddend handelen, met aangepast levensecht oefenmateriaal voor kinderen, een motiverende schriftelijke en praktische test op het einde van de les en een eerste diploma/attest levensreddend handelen.

De kostprijs voor het aanbieden van deze cursus aan alle 11 klassen van de Zonhovense basisscholen bedroeg 3.385 euro.  

Naar aanleiding van dit aanbod, werd in een contact met Stijn Schillebeeks de interesse bij de scholen vrijblijvend afgetoetst. Hieruit bleek dat een dergelijk aanbod niet door de scholen zelf wordt georganiseerd, maar het zeker als een meerwaarde zou worden gezien indien dit op initiatief van de gemeente kan worden aangeboden.

Vervolgens werd dan ook bij een plaatselijke aanbieder (EHBO Home Party) en de lokale afdeling van het Rode Kruis contact opgenomen om na te vragen of zij een vergelijkbaar programma zouden kunnen aanbieden:

  • EHBO Home Party (Industrieweg Zonhoven)

- Biedt vergelijkbare cursussen aan aan personeel, vrijwilligers en burgers van de stad Hasselt, heeft een vaste samenwerking met kinderopvangkoepel FERM, privé-bedrijven, maar ook de PXL en andere scholen.

- Zijn erkende externe partner van onderwijs Vlaanderen en hebben een erkenning bij Kind & Gezin.

- De totale kostprijs voor het aanbieden van een dergelijke cursus aan alle 6e leerjaren zou 3.190 euro bedragen.

  • Rode Kruis - afdeling Zonhoven

- Voorzitter Jochem Boons liet weten onvoldoende capaciteit/lesgevers te hebben om overdag in 11 klassen cursussen te geven;

- Zij plannen wel om na COVID-tijd de lessen 'Hartveilig' voor de brede bevolking terug te zullen lanceren in hun lokalen.

Gezien het vergelijkbaar aanbod, deed EHBO Home Party economisch het meest voordelig voorstel. 

In het kader van algemene gezondheidspromotie en in het verlengde van het label als hartveilige gemeente, zou het een mooi initiatief zijn om als gemeentebestuur reanimatiecusussen aan te bieden aan de (leerlingen van de) basisscholen.  

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat ermee akkoord om -in het verlengde van het label Hartveilige gemeente en in het kader van algemene gezondheidspromotie- reanimatiecursussen te financieren voor alle 6e jaars-leerlingen van de Zonhovense basisscholen. 

Artikel 2

Na prijsvergelijk kwam de firma EHBO Home Party, Industrieweg-Zuid 1405 te Zonhoven als meest voordelige aanbieder naar voren. Deze firma zal dan ook gevraagd worden om met de verschillende lokale basisscholen contact op te nemen. 

26.

2022_CBS_00193 - Omzendbrief mbt. de uitrol van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten dd. 11/2/'22 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
26.

2022_CBS_00193 - Omzendbrief mbt. de uitrol van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten dd. 11/2/'22 - Kennisneming

2022_CBS_00193 - Omzendbrief mbt. de uitrol van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten dd. 11/2/'22 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Algemeen kader

Op 3 mei 2019 werd het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) goedgekeurd. Hierin krijgt het lokaal bestuur nieuwe opdrachten toegekend.

Bedoeling van dit decreet is om een betere afstemming te bekomen tussen de buitenschoolse opvang en activiteiten voor alle kinderen en gezinnen. Het lokaal bestuur heeft hierbij de regie in handen en moet samen met de verschillende lokale partners een lokaal buitenschools beleid uitstippelen, binnen de krachtlijnen van het decreet. Dit houdt onder andere in dat de beginselen van behoorlijk bestuur worden gerespecteerd (neutraliteit, zorgvuldigheid, gelijkheid, motivering en redelijkheid) en dat de subsidies specifiek worden ingezet om voldoende opvangaanbod voor gezinnen te garanderen. 

De subsidiëring die vanaf 1/1/2026 zal worden ontvangen moet voor minstens 75 procent worden gespendeerd aan opvang van kinderen uit het kleuter- en lager onderwijs, bovendien voor minstens de helft van de totale subsidie aan kleuteropvang mét een kwaliteitslabel. De overige 25 procent mag gespendeerd worden aan de bredere doelstelling van het decreet (geïntegreerd aanbod, samenwerking, extra aanbod, ...). 

Nieuwsbrief dd. 11/02/2022

In oktober 2021 werd een nieuwsbrief bezorgd met meer info over de opdrachten van het lokaal bestuur, de subsidie en de regeling inzake de overgangstermijn. Deze nieuwe nieuwsbrief gaat over de kleuteropvang met kwaliteitslabel binnen de eigen gemeente.

Hieruit blijkt dat alle organisatoren met een erkenning, toestemming of attest van toezicht op 1 januari 2022 automatisch een kwaliteitslabel hebben verkregen. 

Tijdens de overgangstermijn (maximaal t/m 31/12/2025) behouden gesubsidieerde organisatoren buitenschoolse opvang hun huidige subsidie. In Zonhoven is enkel vzw 't Alvermanneke erkend organisator met kwaliteitslabel. Zij ontvangen momenteel -incl. de recente VIA6-subsidies en excl. de subsidie voor pedagogische ondersteuning op de werkvloer-  788.656,66 euro

In een eerdere nieuwsbrief dd. 19/10/2021 werd een prognose gedaan van het bedrag van de BOA-subsidie die het lokaal bestuur Zonhoven zou gaan ontvangen. Die BOA-subsidie wordt vanaf 2026 niet langer uitbetaald aan de organisator buitenschoolse opvang, maar aan het lokaal bestuur. De opdracht ligt dan ook bij het lokaal bestuur.

De berekening wordt als volgt gemaakt:

    BOA-subsidie = aantal kinderen x basisbedrag

Waarbij:

Aantal kinderen = (kinderen basisschool x 0,60) + (wonende kinderen 2-12jr x 0,40)

Basisbedrag = 107,50 euro (= minimale bedrag, kán evolueren)

Voor Zonhoven bedraagt dit voorspeld subsidiebedrag 370.349,74 euro.

Voor een aantal lokale besturen is het contrast tussen deze twee subsidies zo groot dat de BOA-subsidie meer dan 40 procent lager ligt dan de subsidie voor buitenschools opvangaanbod (zo ook in Zonhoven). In dat geval wordt er tijdelijk een overgangsmaatregel voorzien. Die besturen krijgen gedurende 4 jaren (2026 t/m 2029) een bijkomend bedrag van 55 euro per kind toegekend. Deze extra overgangssubsidie is reeds vervat in het voorspeld subsidiebedrag. 

Vanaf 1 januari 2030 ontvangt elk lokaal bestuur dan hetzelfde basisbedrag per kind.

  • Gekende subsidiebedragen t/m 2030

 

Vzw ’t Alvermanneke

Gemeentebestuur

Saldo

2022 t/m 2025

788.656,66 euro

 

 

2026 t/m 2029

 

370.349,74 euro

-418.306,92 euro

Vanaf 2030

 

243.702,50 euro

-544.954,16 euro

 

Conclusie

Bij de reorganisatie van de kinderopvang nav. het BOA-decreet zal  het gemeentebestuur onder (financiële) druk komen te staan. Enerzijds zullen de verwachtingen gelijklopend -met het BOA-decreet zelfs hoger- zijn, anderzijds nemen de financiële middelen sterk af (van -53% in 2026 naar -69% in 2030!).

Het gemeentebestuur zal vanaf 2026 dan ook hoogst waarschijnlijk moeten bijdragen om een vergelijkbaar kwalitatief aanbod te kunnen bieden of in de aanloop daar naartoe op zoek moeten gaan naar andere, innovatieve vormen van opvang/activiteiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de nieuwsbrief van 11/02/2022 mbt. de uitrol van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA-decreet). 

27.

2022_CBS_00194 - Platform voor de Samenlevingsdienst - ondertekenen charter - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
27.

2022_CBS_00194 - Platform voor de Samenlevingsdienst - ondertekenen charter - Goedkeuring

2022_CBS_00194 - Platform voor de Samenlevingsdienst - ondertekenen charter - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Vrijdag 4 februari kwam co-directrice belangenbehartiging Serafine Vanschoenwinkel de vzw Samenlevingsdienst voorstellen. 

Een Samenlevingsdienst staat synoniem voor een jongere tussen de 18 en 25 die zich vrijwillig inzet voor de maatschappij. Tijdens een 'samenlevingsdienst' zet de jongere zich in voor een keuzeproject bij een gastorganisatie (meestal overheid of vzw, die actief is in de sectoren cultuur, duurzame ontwikkeling, hulpverlening, onderwijs en sport). De jongere is hier gedurende zes maanden ongeveer 28 uur per week actief.

Eenmaal het project en de gastorganisatie gekozen, maakt de jongere volledig deel uit van dat team. Een projectbegeleider van de Samenlevingsdienst volgt dit op, bovendien is er ook psychologische ondersteuning mogelijk die ervoor moet zorgen dat de jongere zich goed voelt binnen het project en het team.

Het uiteindelijke doel bestaat erin dat de jongere tot persoonlijke groei komt, erin slaagt vaardigheden en een sociaal netwerk te ontwikkelen en vrijwillig engagement toont. 

Deze werking lijkt een aanvulling op de projecten die we reeds hebben lopen in functie van het begeleiden en ontwikkelen van jongeren (oa. samenwerking vzw Arktos). Op die manier kunnen we jongeren die we bereiken via de afdeling sociaal beleid of ook het Huis van het Kind/JAC een bredere waaier aan mogelijkheden aanbieden. 

Het college wordt nu gevraagd om een charter te ondertekenen waarbij de gemeente aangeeft de oprichting van de Samenlevingsdienst voor jongeren in België te ondersteunen en de daarbij horende basisprincipes te onderschrijven. Vervolgens kunnen de Zonhovense partners, netwerken en diensten geïnformeerd worden over het aanbod en de meerwaarde van de Samenlevingsdienst. 

Het ondertekenen van het charter houdt geen financieel engagement in. Moest de samenwerking na verloop van tijd positief geëvalueerd worden en meerdere Zonhovense jongeren hier gebruik van maken, kan het engagement in een latere fase nog uitgebreid worden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van het ondersteunen van een project- of vormingsdag, door op te treden als gastorganisatie of een pilootproject te co-financieren. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat ermee akkoord om het charter -en de daarin vervatte basisprincipes- van de Samenlevingsdienst te onderschrijven. 

Artikel 2

Het college is ermee akkoord om jongeren, het bredere netwerk, partners en diensten te informeren over deze Samenlevingsdienst. 

28.

2022_CBS_00197 - Tussenkomst installatiekost personenalarmsysteem - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
28.

2022_CBS_00197 - Tussenkomst installatiekost personenalarmsysteem - Goedkeuring

2022_CBS_00197 - Tussenkomst installatiekost personenalarmsysteem - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het Wit-Gele Kruis heeft al jarenlang ervaring met een zorgcentrale die 24/7 beschikbaar is en die focust op preventie. Op 1 januari 2022 bundelden CM en het Wit-Gele Kruis hun krachten in een nieuwe zorgcentrale om de dienstverlening van het personenalarm verder te ontwikkelen. Deze kreeg als naam Gerust

Het OCMW voorziet al jaren in een tussenkomst voor alle inwoners van Zonhoven die een dergelijk personenalarmsysteem (PAS) laten plaatsen. Tot einde 2021 betaalde het OCMW de volledige installatiekost PAS terug, zijnde € 50 indien de persoon genoot  van een verhoogde tegemoetkoming. In alle andere gevallen, kwam het OCMW tussen voor de helft van de installatiekosten, nl. € 25. Het Wit-Gele Kruis rekende deze kost achteraf rechtstreeks door aan het OCMW.  In 2021 werd er door het OCMW op jaarbasis € 1725 uitbetaald aan het Wit-Gele Kruis voor de installaties van deze alarmen in onze gemeente.

Door de fusie CM en Wit-Gele Kruis is er ook een nieuw facturatiesysteem in gebruik. Dit systeem laat echter niet toe dat het Wit-Gele Kruis gelijktijdig aan de klant huur aanrekent en de installatiekost aanrekent aan iemand anders. Ze zijn hierdoor genoodzaakt om vanaf 01/01/2022 de installatiekost rechtstreeks aan te rekenen aan hun abonnee.

Anno 2022 kost een installatie van de alarmsysteem € 60 en enkel leden van de CM met een verhoogde tegemoetkoming betalen € 40. 

Voor het OCMW Zonhoven is het belangrijk dat ouderen zolang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen verblijven. Een personenalarmsysteem komt dus zeker tegemoet aan het bieden van kwaliteitsvolle ondersteuning in de thuiszorg. Vandaar dat we willen voorstellen standaard € 40 tussen te komen in deze kosten. Wat betreft de praktische uitvoering van deze tussenkomst, opteren we d.m.v. zowel een brief als digitaal, via een invulformulier op de website van Zonhoven deze terugbetaling van de installatiekosten aan de abonnee mogelijk te maken.  

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met een tussenkomst van € 40 in de installatiekost voor het plaatsen van een personenalarmsysteem bij inwoners van onze gemeente.  

29.

2022_CBS_00195 - Ballebroekweg 23: herstelling - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
29.

2022_CBS_00195 - Ballebroekweg 23: herstelling - Goedkeuring

2022_CBS_00195 - Ballebroekweg 23: herstelling - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

- foto's voor en na de werken

- factuur Keva

Feiten context en argumentatie

De familie Vanhamel-Tielens stelt vorig jaar schade vast aan de kopmuren van hun grachtinbuizing voor hun perceel op openbaar domein. Ze bellen schepen Johan Schraepen op voor een oplossing.
Zowel Johan Schraepen als iemand van de technische dienst zijn toen langs gegaan. De technische dienst heeft doorgegeven aan Johan Schraepen dat het om inspoelingen ging en dat deze bewoners dit zelf moesten herstellen.
De familie Vanhamel-Tielens heeft dit dan door een aannemer laten herstellen. 

Na de herstelling is dhr. Vanhamel bij de burgemeester geweest met de vraag dit terug te betalen, aangezien zij niet vonden dat dit voor hun was.

De familie Vanhamel-Tielens had dit eigenlijk niet moeten/mogen laten herstellen. Eigenlijk had dit euvel gemeld moeten worden bij Fluvius, aangezien dit gaat over een kopmuur aan een gracht op openbaar domein, zodat Fluvius dit hadden kunnen herstellen volgens de regels der kunst. 
Aangezien dit nu niet hersteld is, volgens de regels der kunst en Fluvius deze kopmuren gaat vervangen in het wegenis -en rioleringsproject 'Ballewijer', kunnen we deze factuur niet doorgeven aan Fluvius.

In bijlage vinden jullie  de officiële factuur die ik verkregen heb van de familie Vanhamel-Tielens.
bedrag: € 955 excl. BTW.

Bij deze zou ik dan ook willen vragen om akkoord te gaan voor de terugbetaling van deze factuur, aangezien deze bewoners door ons verkeerd zijn ingelicht.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de fam. Vanhamel-Tielens terug te betalen voor de werken op openbaar domein.

30.

2022_CBS_00198 - Proces-verbaal selectie 9 februari 2022: voltijds contractueel deskundige HR-Management B1-B3 - Kennisneming

Goedgekeurd
30.

2022_CBS_00198 - Proces-verbaal selectie 9 februari 2022: voltijds contractueel deskundige HR-Management B1-B3 - Kennisneming

2022_CBS_00198 - Proces-verbaal selectie 9 februari 2022: voltijds contractueel deskundige HR-Management B1-B3 - Kennisneming
31.

2022_CBS_00199 - Proces-verbaal selectie 9 februari 2022: voltijds contractueel deskundige contractmanagement B1-B3 - Kennisneming

Goedgekeurd
31.

2022_CBS_00199 - Proces-verbaal selectie 9 februari 2022: voltijds contractueel deskundige contractmanagement B1-B3 - Kennisneming

2022_CBS_00199 - Proces-verbaal selectie 9 februari 2022: voltijds contractueel deskundige contractmanagement B1-B3 - Kennisneming
32.

2022_CBS_00200 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: halftijds administratief medewerker burgercontactcenter sector organisatiemanagement - Goedkeuring

Goedgekeurd
32.

2022_CBS_00200 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: halftijds administratief medewerker burgercontactcenter sector organisatiemanagement - Goedkeuring

2022_CBS_00200 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: halftijds administratief medewerker burgercontactcenter sector organisatiemanagement - Goedkeuring
33.

2022_CBS_00201 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds technisch assistent civiele werken facilitair management - Goedkeuring

Goedgekeurd
33.

2022_CBS_00201 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds technisch assistent civiele werken facilitair management - Goedkeuring

2022_CBS_00201 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds technisch assistent civiele werken facilitair management - Goedkeuring
34.

2022_CBS_00202 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering via externe personeelsmobiliteit: voltijds contractueel omgevingsambtenaar - Goedkeuring

Goedgekeurd
34.

2022_CBS_00202 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering via externe personeelsmobiliteit: voltijds contractueel omgevingsambtenaar - Goedkeuring

2022_CBS_00202 - Openverklaring betrekking bij aanwerving en bij bevordering via externe personeelsmobiliteit: voltijds contractueel omgevingsambtenaar - Goedkeuring
35.

2022_CBS_00203 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
35.

2022_CBS_00203 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2022_CBS_00203 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming