Terug
Gepubliceerd op 12/09/2023

2023_GR_00149 - Minnelijke regeling COVID tussen Besix Infra en Aquafin, Fluvius en gemeente Zonhoven - Dadingsovereenkomst - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 11/09/2023 - 20:00 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur

Afwezig

Inge Becks

Verontschuldigd

Johny Lenskens; Martin Vandereyt

Secretaris

Bart Telen, algemeen directeur
2023_GR_00149 - Minnelijke regeling COVID tussen Besix Infra en Aquafin, Fluvius en gemeente Zonhoven - Dadingsovereenkomst - Goedkeuring 2023_GR_00149 - Minnelijke regeling COVID tussen Besix Infra en Aquafin, Fluvius en gemeente Zonhoven - Dadingsovereenkomst - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Brief covid van Aquafin.

Dadingsovereenkomst.

Feiten context en argumentatie

Aquafin NV sloot met schrijven van 31/01/2019  het aannemingscontract (overheidsopdracht) “Project 21.838 Optimalisatie Pompstation Tuinwijk” met BESIX Infra NV door middel van een openbare procedure. BESIX Infra NV  heeft de haar toevertrouwde werken aangevat op 06/05/2019

Tijdens de uitvoering van de opdrachten, was er een wereldwijde COVID19-pandemie uitgebroken en dienden de diverse bevoegde overheden vanaf 18 maart 2020 talrijke overheidsmaatregelen te treffen in het kader van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. De impact van de wereldwijde COVID-19-pandemie en de diverse overheidsmaatregelen om de pandemie in te dijken, konden voor sommige overheidsopdrachten beschouwd worden als een uitzonderlijke onvoorzienbare omstandigheid zowel in hoofde van de opdrachtgevers alsook in hoofde van de opdrachtnemers. 

Daar de aanbesteding van deze opdracht dateert van vóór 18/03/2020, kon de opdrachtnemer onmogelijk rekening hebben gehouden met de COVID-19 pandemie maatregelen en de impact hiervan. Hetzelfde geldt evenzeer voor de opdrachtgevers voor wat de opmaak van de opdrachtdocumenten betreft. De opdrachtnemer heeft tijdens de uitvoering een melding gedaan dat de opdrachtnemer een nadeel ondervindt ten gevolge van de COVID-19 pandemie.

De opdrachtnemer meent op basis van de reglementering betreffende de overheidsopdrachten, aanspraak te kunnen maken op een (schade)vergoeding voor de impact van COVID-19 en talrijke overheidsmaatregelen vanaf 18 maart 2020 in het kader van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. De opdrachtgevers betwisten dat een opdrachtnemer recht zou kunnen hebben op een (schade)vergoeding voor de gevolgen van de COVID-19-pandemie en de hiervoor vermelde overheidsmaatregelen op grond van de reglementering betreffende de overheidsopdrachten gelet op onder meer de uitzonderlijke onvoorzienbare omstandigheden die noch de opdrachtnemer, noch de opdrachtgevers konden voorzien en die meer bepaald voortkomen uit de talrijke overheidsmaatregelen. In ondergeschikte orde menen de opdrachtgevers  dat er daarenboven geen duidelijke regels voor handen zijn die een evaluatie, begroting of beoordeling voor deze uitzonderlijke onvoorzienbare omstandigheden mogelijk maken.

De bevoegde overheden hebben tot op heden geen wetgeving uitgevaardigd die de gevolgen van deze pandemie voor overheidsopdrachten globaal regelt.

Er bleef dus tussen de partijen een ernstige betwisting bestaan over de door de opdrachtnemer gevraagde (schade)vergoeding voor de impact van COVID-19 en talrijke overheidsmaatregelen vanaf 18 maart 2020 in het kader van de bestrijding van de COVID-19 pandemie met betrekking tot de uitgevoerde werken in dit project.

Na onderhandelingen, hebben de verschillende partijen besloten om een algehele minnelijke regeling van het geschil te treffen en dit omwille van louter commerciële redenen en proceseconomische redenen. Op heden wensen de partijen de onderhavige dading in de zin van het artikel 2044 e.v. oud Burgerlijk Wetboek (“Dading”) te sluiten teneinde, overeenkomstig de bepalingen van deze dading en tenzij hieronder uitdrukkelijk anders bepaald, op definitieve, onherroepelijke en onvoorwaardelijke wijze en tot slot van alle rekeningen, het geschil dat tussen hen is gerezen te beslechten en definitief te beëindigen op een wijze alsof er nooit een geschil is geweest.

De Partijen verbinden zich tot slot van alle rekeningen tot het volgende: 

  •   In concretisering van artikel 38/9 van het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en zoals berekend conform tabel in bijlage 1, betaalt AQUAFIN aan de opdrachtnemer een forfaitair bedrag van € 24.096,61 en betaalt Gemeente Zonhoven  aan de opdrachtnemer een forfaitair bedrag van € 9.159,87 en betaalt Fluvius aan de opdrachtnemer een forfaitair bedrag van € 11.335,26
  • De opdrachtnemer verbindt zich er toe om in het kader van dit project geen enige andere – bijkomende - (schade)vergoeding en/of termijnverlenging welke direct, indirect, deels of volledig betrekking heeft op de impact van de COVID-19 pandemie en/of talrijke overheidsmaatregelen vanaf 18 maart 2020 in het kader van de bestrijding van de COVID-19 pandemie, bij de opdrachtgevers te vorderen ( zoals onder meer rendementsverliezen ten gevolge van vertraagde levering van materialen).

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om de dadingsovereenkomst in bijlage goed te keuren, en hierbij akkoord te gaan met de forfaitaire vergoeding van € 9.159,87 aan Besix Infra NV, Steenwinkelstraat 640 te 2627 Schelle. 

Artikel 2

De uitgave voor deze minnelijke schikking wordt betaald met het krediet in het budget van het meerjarenplan 2020-2025.