Terug
Gepubliceerd op 30/08/2023

2023_CBS_00843 - OMV - Gunstig advies - 2023/00043 - Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat (deel) - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
wo 16/08/2023 - 09:00 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2023_CBS_00843 - OMV - Gunstig advies - 2023/00043 - Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat (deel) - Goedkeuring 2023_CBS_00843 - OMV - Gunstig advies - 2023/00043 - Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat (deel) - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag omvat wegenis- en rioleringswerken in de Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat, Ranonkelstraat, Slangbeekweg (deel). Hierbij wordt het reliëf van de bodem gewijzigd omwille van de uitbreiding van het bufferbekken, worden er bomen gerooid en wordt er ontbost. Tenslotte zal er ook een bemaling plaatsvinden.

De aanvraag werd op 15 december 2022 ontvangen.

Op 15 maart 2023 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 25 maart 2023 tot en met 23 april 2023, gesloten met 15 bezwaarschriften.

Naar aanleiding van gewijzigde plannen werd een tweede openbaar onderzoek gehouden, lopende van 15 juli 2023 tot en met 13 augustus 2023, gesloten met 6 bezwaarschriften.

GEGEVENS VAN HET BEDRIJF

De aangevraagde activiteiten zijn een verlaging van de grondwatertafel om de rioleringswerken te kunnen uitvoeren. Huidige aanvraag behelst een nieuwe aanvraag. 

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

 Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 25 maart 2023 tot en met 23 april 2023.

Er werden 15 bezwaren ingediend.

Naar aanleiding van gewijzigde plannen werd een tweede openbaar onderzoek gehouden, lopende van 15 juli 2023 tot en met 13 augustus 2023, gesloten met 6 bezwaarschriften.

 Bezwaar 1 heeft betrekking op Donkeindeweg 27:

“Op het plan van jullie aanvraag staat onze inrit aan de verkeerde kant getekend.  Ik veronderstel dat dit geen problemen geeft tijdens de aanleg maar om misverstanden te voorkomen wens ik jullie op de hoogte te brengen van deze fout.  Wij wensen dat de oprit aan dezelfde kant blijft zoals ze nu is, zo is deze ook goedgekeurd op onze omgevingsvergunning van 2020.”

 Bezwaar 2 heeft betrekking op de Varenstraat 18:

“Wij dienen dit bezwaarschrift in omdat onze woning gelegen te Varenstraat 18, te allen tijden dient toegankelijk te blijven per wagen.  Dit omdat mijn vrouw, ..., volledig verlamd is.   Ze is bedlegerig en rolstoel afhankelijk.  Wij moeten regelmatig met speciaal vervoerd de woning kunnen verlaten om ons naar dokters en/of ziekenhuizen te begeven.  Onze woning dient tevens ook toegankelijk te blijven voor ziekenwagens en ziekenvervoer.   Dus tijdens de werken moeten wij onze woning kunnen verlaten en weer keren via de Ranonkelstraat of via de Beverzakbroekweg.”

Bezwaar 3 heeft betrekking op de Donkeindeweg (642K5):

“Ik woon op nummer 67 Donkeindeweg in Zonhoven en   kijk vanuit mijn venster van de keuken en living op de bomen op het perceel van mijn zus.

F642K5 Ze zijn voor mij een heel belangrijk landschapselement, temeer omdat ze op de grond staan die vroeger van mijn ouders was.   Er zijn bomen bij die mijn vader nog geplant heeft.  Voor de natuur zou het een groot verlies zijn.

N het overlijden van mijn vader in 1988 en mijn moeder in 2001 is het huis verkocht en is de grond die er naast ligt aan mijn zuster toegekomen.  Nu er plannen zijn om de bomen te kappen doordat er buizen op haar grond gepland worden, vind ik dat bijzonder jammer.  Temeer dat er andere oplossingen zijn: bijvoorbeeld door de buizen over de openbare weg te leggen.”

 Bezwaar 4 heeft betrekking op Donkeindeweg (642K5):

“Ik ga, samen met mijn dochter (X), eigenaars van het perceel (X), niet akkoord met het inleggen van rioleringsbuizen in de DIEPTE ( 92 meter) van mijn bouwgrond.

De argumentatie en motivatie daarover vindt u in de bijlagen die zijn toegevoegd.”

Bezwaar 5 heeft betrekking op Schoenmakersweg -Donkeindeweg (640Z16 en 640C22):

“Dit bezwaarschrift is een voortzetting van het vorige bezwaarschrift:

Als eigenaar van de gronden gelegen tussen de Schoenmakersweg en de Donkeindeweg met kadastraal nummer 640Z16 en 640C22 kunnen wij niet akkoord gaan met bovenstaande aanvraag omwille van volgende punten:

  1. De buizen die nu voorzien zijn over onze percelen zijn overbodig indien men een verbinding over de weg maakt via de Schoenmakersweg richting de Donkeindeweg.  Ter hoogte van Schoenmakersweg 20 is er reeds een aansluitpunt voorzien (buisdikte 90cm) op de riolering die 2 jaar geleden in gebruik is genomen.
  2. We maken ons ook zorgen over de keuze voor poreuze buizen.        Er is momenteel reeds wateroverlast, door het leggen van poreuze buizen bestaat de mogelijkheid dat dit toeneemt waardoor de grond moerassig wordt.
  3. De werkzone die voorzien is kan bij een latere verkaveling van de percelen voor een mogelijk bezwaar zorgen indien hier bouwzone op voorzien zou worden.
  4. Ter hoogte van perceel 640Z16 (Schutenseweg 46) is aan de straatzijde geen verbinding van de regenwaterriolering voorzien.        Hierdoor kan deze woning niet op het regenwater worden aangesloten.
  5. We maken ons ook zorgen over de uitvoering van bronbemaling dicht tegen de bestaande woning op perceel 640Z16 (Schutenseweg 46).”

 Bezwaar 6 heeft betrekking op Donkeindeweg 77 (640Y20):

“Als eigenaar van perceel te Donkeindeweg 77 met kadastraal nummer 640Y20 kan ik niet akkoord gaan met bovenstaande aanvraag omwille van volgende punten:

  1. Op 02/08/2022 werd er op mijn perceel een omgevingsvergunning afgeleverd.  Op het voorliggende plan wordt er op mijn perceel een buis met diameter 90cm voorzien in de zijtuinstrook.  Op het vergunde plan van mijn woning is in deze zone een infiltratieput voorzien.        De voorziene buizen zijn in conflict met de infiltratieput die hier geplaatst zal worden.
  2. De ingetekende werfzone is in conflict met de locatie van de te bouwen woning.  Bijgevolg kan de werkzone op deze locatie onmogelijk voorzien worden.
  3. Ik maak mij ook zorgen over de keuze van een poreuze buis.        Het perceel is momenteel reeds zeer drassig.  Door al het regenwater van de Schutenseweg via mijn perceel d.m.v. een poreuze buis af te leiden zal dit er zeker niet op verbeteren, integendeel.
  4. Bijkomend maak ik mij zorgen indien er op zo een extreem korte afstand (minder dan 1,5m) van mijn woning een bronbemaling en graafwerken tot minstens 2m diep uitgevoerd worden.  Dewelke voor schade / verzakking kan zorgen aan onze kelder / woning.  Het voorliggende plan voorziet om de buis in het midden van de zijtuinstrook van 3m breed te voorzien.  Onze omgevingsvergunning vermeldt dat er een buis ter hoogte van de bestaande gracht dient aangelegd te worden.  De bestaande gracht bevindt zich tegen de perceelsgrens.        Bijgevolg zou het midden van de te voorziene buis moeten gelijkvallen met het midden van de bestaande gracht.  Zijnde midden buis op ca. 20cm van de perceelsgrens.
  5. Bijkomend wens ik ook te melden dat ik het opmerkelijk vind dat ik in geen enkele fase van deze aanvraag op de hoogte gebracht werd van deze plannen.

Door al deze punten kan ik bijgevolg niet akkoord gaan met het voorliggende plan waarbij er op mijn perceel een regenwaterbuis geplaatst zal worden.”

 De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent deze bezwaarschriften alvast het volgende standpunt in:

 Bezwaarschrift 1:

Op 7 april 2020 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het verbouwen / uitbreiden van een woning, het bouwen van een tuinhuis, het bouwen van een carport en het slopen van een garage.  In deze omgevingsvergunning werd de inrit vergund aan de linkerzijde van het perceel.

Op de plannen werd de inrit aan de rechterzijde ingetekend.  Er zal in de praktijk dan ook rekening gehouden worden met de bestaande en vergunde situatie waardoor de inrit zal aangelegd worden aan de linkerzijde, conform de afgeleverde omgevingsvergunning.

 Bezwaarschrift 2:

Het betreft geen stedenbouwkundig argument.

De bezwaarindiener meldt dit best nog bij de infovergaderingen alsook aan de werfleider bij de aanvang van de werken.

 Bezwaarschrift 3 en 4:

De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan het Agentschap Natuur en Bos.  Zij hielden rekening met het maximaal behoudt van de bestaande beplanting en legden de nodige voorwaarden op.

De rioleringsbuizen met diameter 900 worden voorzien op een diepte van maximum 2m onder het maaiveld.  Het betreft de inbuizing van een bestaande gracht.

Voor het aanleggen van de RWA-buis op de percelen van derden (o.a. 642K5) dient eerst een overeenkomst gesloten te worden met de desbetreffende eigenaars. Dit betreft evenwel een burgerlijke aangelegenheid. Het bezwaar wordt derhalve niet weerhouden in voorliggende procedure.

Bezwaarschrift 5:

De buizen die nu voorzien zijn over onze percelen zijn overbodig indien men een verbinding over de weg maakt via de Schoenmakersweg richting de Donkeindeweg.

Ter hoogte van Schoenmakersweg 20 is er reeds een aansluitpunt voorzien (buisdikte 90cm) op de riolering die 2 jaar geleden in gebruik is genomen.

We hebben dit hydraulisch gecheckt. De buis die er al ligt in de Schoenmakersstraat is zelfs een diameter 1200mm, maar die is vooral nodig om de buis op te vangen die daar uit het veld komt, tegenover huisnummer 22 (Dit is een DN 1000mm.). Dit is niet voorzien om ook nog het water wat nu op de buis over de private percelen is voorzien nog op bij aan te sluiten. Een extra buis hierlangs leggen is niet mogelijk omwille van plaatsgebrek (er ligt nu al een 1200mm en een 250 mm langs mekaar, daar past niet nog een buis bij) 

 We maken ons ook zorgen over de keuze voor poreuze buizen.  Er is momenteel reeds wateroverlast, door het leggen van poreuze buizen bestaat de mogelijkheid dat dit toeneemt waardoor de grond moerassig wordt.

Deze redenering klopt niet, dit gaat net afnemen. De poreuze buis gaat bij hoge grondwaterstanden drainerend werken. Bij te lage grondwaterstanden zal dit op infiltratie werken, maar dat is op momenten dat de grondwaterspiegel laag staat en dit dus niet voor overlast zorgt.

 De werkzone die voorzien is kan bij een latere verkaveling van de percelen voor een mogelijk bezwaar zorgen indien hier bouwzone op voorzien zou worden.

De werkzone is enkel een tijdelijke situatie, zodat de aannemer ruimte heeft om efficiënt te werken. Deze zone wordt na de werken in dit gebied terug hersteld en vrijgegeven.

 Ter hoogte van perceel 640Z16 (Schutenseweg 46) is aan de straatzijde geen verbinding van de regenwaterriolering voorzien.  Hierdoor kan deze woning niet op het regenwater worden aangesloten.

Er kan met een lange aansluiting aangesloten worden ter hoogte van put R7, R5, of op de inbuizing die langs het perceel af loopt. Huisaansluitingen (ook langere), worden niet op de plannen aangeduid, om tijdens uitvoering nog ruimte te geven om dit in overleg op de meest voordelige plaats voor de bewoner te plaatsen.

 We maken ons ook zorgen over de uitvoering van bronbemaling dicht tegen de bestaande woning op perceel 640Z16 (Schutenseweg 46).

De bronbemaling werd gedetailleerd in kaart gebracht met behulp van een model. Daarbij werden ook zettingen berekend, die blijven binnen de veiligheidsnormen. Er worden strenge voorwaarden aan de bemaling opgelegd, en er wordt tijdens uitvoering op toegezien dat de aannemer niet meer bemaald dan absoluut noodzakelijk. De bemalingsdieptes, en debieten worden nauwgezet gecontroleerd.

 Bezwaarschrift 6:

Op 02/08/2022 werd er op mijn perceel een omgevingsvergunning afgeleverd.  Op het voorliggende plan wordt er op mijn perceel een buis met diameter 90cm voorzien in de zijtuinstrook.  Op het vergunde plan van mijn woning is in deze zone een infiltratieput voorzien.   De voorziene buizen zijn in conflict met de infiltratieput die hier geplaatst zal worden.

In de vergunning die werd afgeleverd voor de bouw van de woning wordt gemeld dat er een ruimte moet vrijgehouden worden voor de aanleg van deze buis. Deze zone moet dan ook vrijgehouden worden van ondergrondse constructies. Dit gaat over de eerste 4 meter vanaf de perceelgrens aan de noordzijde.

 De ingetekende werfzone is in conflict met de locatie van de te bouwen woning.  Bijgevolg kan de werkzone op deze locatie onmogelijk voorzien worden.

De werkzone kan in onderling overleg nog aangepast worden, en deels op het naburig onbebouwd perceel gelegd worden.

 Ik maak mij ook zorgen over de keuze van een poreuze buis.  Het perceel is momenteel reeds zeer drassig.  Door al het regenwater van de Schutenseweg via mijn perceel d.m.v. een poreuze buis af te leiden zal dit er zeker niet op verbeteren, integendeel.

Zie ook antwoord op voorgaande bezwaar. De poreuze buizen gaan op natte momenten net het terrein verdrogen. Enkel op droge momenten zal er water aangevoerd worden.

 Bijkomend maak ik mij zorgen indien er op zo een extreem korte afstand (minder dan 1,5m) van mijn woning een bronbemaling en graafwerken tot minstens 2m diep uitgevoerd worden.  Dewelke voor schade / verzakking kan zorgen aan onze kelder / woning.  Het voorliggende plan voorziet om de buis in het midden van de zijtuinstrook van 3m breed te voorzien.  Onze omgevingsvergunning vermeldt dat er een buis ter hoogte van de bestaande gracht dient aangelegd te worden.  De bestaande gracht bevindt zich tegen de perceelsgrens.   Bijgevolg zou het midden van de te voorziene buis moeten gelijkvallen met het midden van de bestaande gracht.   Zijnde midden buis op ca. 20cm van de perceelsgrens.

De bemaling is geen probleem. Er werd reeds bemaald voor de aanleg van de kelder, dus eventuele zettingen hebben reeds opgetreden. Wij willen de buis zo dicht mogelijk tegen de perceelgrens aanleggen, maar de eerste 4m dienen sowieso vrijgehouden te worden. De werkzone kan eventueel nog aangepast worden.

 Bijkomend wens ik ook te melden dat ik het opmerkelijk vind dat ik in geen enkele fase van deze aanvraag op de hoogte gebracht werd van deze plannen.

Dit is op de infovergadering gecommuniceerd, en u werd nu via officiele weg via het openbaar onderzoek op de hoogte gesteld. Er zijn voorgaande gesprekken geweest met de vorige eigenaar van het perceel. Wij hebben er geen invloed op of deze dit doorgeeft aan de nieuwe eigenaar of niet. 

Door al deze punten kan ik bijgevolg niet akkoord gaan met het voorliggende plan waarbij er op mijn perceel een regenwaterbuis geplaatst zal worden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Departement Landbouw en Visserij

Departement Omgeving

Provinciale dienst Water & Domeinen

Infrabel

Vlaamse Milieumaatschappij

 MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screening kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screening bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de screening bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. De POA stelt op 14 maart 2023  het volgende: “Op basis van de verstrekte gegevens in het aanvraagdossier, werd geoordeeld dat er geen milieueffectrapport over het project moet worden opgesteld.”

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een Ruimtelijk Uitvoeringsplan, noch binnen een Bijzonder Plan van Aanleg.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften voor de werken uitgevoerd binnen het woongebied en het woongebied met landelijk karakter.

De werken binnen het agrarisch gebied blijven beperkt tot de uitbreiding van het bestaand

bufferbekken, gelegen tegen de spoorweg, en de aanleg van een RWA-leiding hier naar toe. De uitbreiding van het bestaande bufferbekken met RWA-leiding voldoet principieel niet aan de geldende bestemmingsvoorschriften aangezien de werken niet in functie van de landbouw worden uitgevoerd.

 AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Handelingen van algemeen belang

Art. 4.4.7.§2. In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.

De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.

 BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING TOT AANWIJZING VAN DE HANDELINGEN IN DE ZIN VAN

ARTIKEL 4.1.1, 5°, ARTIKEL 4.4.7, §2, EN ARTIKEL 4.7.1, §2, TWEEDE LID, VAN DE VLAAMSE CODEX

RUIMTELIJKE ORDENING

 HOOFDSTUK II DE HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG.

Art. 2. Als handelingen van algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 4.1.1,5° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, worden de handelingen beschouwd die betrekking hebben op:

3° de openbare waterwegen en waterlopen, alsook de bouw van de dokken en de sluizen in de havens, de aanleg van openbare bufferbekkens en overstromingsgebieden, de hermeandering van waterlopen en de uitvoering van andere waterbeheersingswerken, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals dienstgebouwen en andere;

 HOOFDSTUK III DE HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG DIE EEN RUIMTELIJK BEPERKTE

IMPACT HEBBEN OF ALS DERGELIJKE HANDELINGEN BESCHOUWD KUNNEN WORDEN.

Art. 3.

§ 1. De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op :

9° de aanleg, wijziging of uitbreiding van ondergrondse leidingen die voor het openbaar net bedoeld zijn, en voorzieningen voor het verzamelen en afvoeren van hemel-, oppervlakte- en afvalwater en de bijbehorende kleinschalige infrastructuur, zoals controlepunten, pomp- en overslagstations;

§2. Naast de handelingen, vermeld in paragraaf 1, kunnen de volgende handelingen van algemeen belang beschouwd worden als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op :

4° handelingen met betrekking tot bestaande of geplande openbare waterwegen of waterlopen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur,

zoals :

f) de handelingen met betrekking tot de berging of buffering voor rioleringsstelsels en regenwaterleidingen;

 Het gemotiveerd verzoek van de aanvrager conform art. 4.4.7§2 VCRO stelt:

“Het bufferbekken, dat wordt gerealiseerd in functie van de buffering van het aangevoerde hemelwater, wordt uitgegraven aansluitend bij het bestaande bufferbekken. De uitbreiding gebeurt op een vlak terrein dat is ingenomen door ruige grassen.

De uitbreiding wordt geïntegreerd in een ingesloten, kleinschalig agrarisch gebied aansluitend bij de spoorweg. Het agrarisch gebruik in de omgeving wordt bepaald door kleinschalige (paarden) weides die begrensd zijn door bomenrijen en kleine bosjes en een enkele kleinschalige akker. Het grootste gedeelte van het gebied wordt echter ingenomen door uitlopers van de landelijke woonkavels langs de Donkeindeweg. Het gebied maakt geen deel uit van de bedrijfsvoering van

landbouwbedrijven.

 De te behouden landbouwpercelen worden in de bestaande toestand ontsloten via private doorsteken en via de onverharde toegangsweg naar het bekken. Deze ontsluiting blijft ook na de aanleg van het bekken behouden.

 De inrichting van het bekken wordt afgestemd op de vormgeving en inrichting van het bestaande bekken. Het wordt aangelegd met grazige bodem en zachte grazige taluds die aansluiten bij het maaiveld van de vlakke rand die de overgang vormt naar de omliggende percelen.

 Er worden geen harde constructies voorzien, met uitzondering op de uitstroom van de RWA toevoerleiding. De toevoerleiding wordt schuin met het talud afgewerkt. Op de uitstroom worden de bodem en het talud versterkt met schanskorven die worden afgedekt met een laag teelaarde. Op die manier wordt de uitstroom in het bekken geïntegreerd en is het visueel zeer beperkt waar te nemen.

 De zoom van zwarte els aan de noordzijde van het bestaande bufferbekken wordt verwijderd om de uitbreiding van het bekken te kunnen realiseren. Na de realisatie van de uitbreiding, wordt op de taluds van de uitbreiding een nieuwe zoom zwarte els aangeplant die aansluit bij de te behouden boord. (zie ook beschrijving in het luik Vegetatiewijziging). Het bekken wordt op die manier geïntegreerd in de landelijke omgeving.

 De vlakke randen rond het bekken staan in voor het onderhoud van het bekken zelf maar houden ook voldoende afstand tot het spoor zodat ook hier onderhoud mogelijk blijft.

 De toegang naar de ingesloten zone verloopt via de onverharde weg die aansluit op de Donkeindeweg.

 Conclusie:

De werken zijn bijgevolg vergunbaar op basis van de afwijkingsmogelijkheden van de VCRO Art 4.4.7§2.”

 Als gemeentelijk omgevingsambtenaar sluit ik mij aan bij bovenstaande motivatie. De aanvraag voldoet aan bovenstaande afwijkingsbepalingen.

 Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De werken omvatten de volledige opbraak en heraanleg van verharding binnen het openbaar domein. Bijkomend wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd dat is ontworpen conform de Code van de Goede praktijken. Op het grondgebied van Zonhoven nemen de RWA leidingen de taak over van het te dempen, gefragmenteerde grachtenstelsel. Gezien de verhardingen worden aangelegd binnen het openbaar domein is de verordening niet van toepassing.

 Voetgangersverkeer

Gezien het projectgebied niet gelegen is binnen de bebouwde kom is het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer niet van kracht. Het ontwerp omvat enkel de heraanleg van de rijwegen op het rioleringstracé, er worden geen voetpaden aangelegd.

 Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013 en het wijzigingsbesluit van 25 november 2022 ,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Op 17 april 2023 liet de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen weten dat voor de watertoets geen advies vereist is. De RWA leidingen   nemen de taak over van het te dempen, gefragmenteerde grachtenstelsel. Het bestaande bufferbekken wordt uitgebreid. 

Het voorliggende project heeft geen negatieve invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. 

De aanvraag doorstaat de watertoets.

 Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Voor het gebied waar het bufferbekken wordt aangelegd werd op 16 juni 2021 door het Agentschap Onroerend Erfgoed het besluit genomen dat er in het gebied geen archeologie te verwachten valt. Voor het overige gebied werd een bureauonderzoek uitgevoerd. Er wordt op basis van het bureauonderzoek geen verder onderzoek geadviseerd. De kosten voor verder onderzoek wegen niet op tegen de kenniswinst die verwacht wordt.

 Indien tijdens de uitvoering er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht komen, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Beslissing gemeenteraad inzake gemeentewegen

De gemeente Zonhoven wenst het openbaar domein in de Schutenseweg plaatselijk te verbreden. Hiervoor werd een rooilijnplan opgemaakt. 

Verder worden in de straten waar de rioleringswerken worden uitgevoerd rooilijnen vastgelegd die het openbaar domein begrenzen. Het betreft overal een bestendiging van de bestaande grenzen die binnen de voorliggende vergunningsaanvraag juridisch worden vastgelegd.

 Het artikel 31 van het decreet omgevingsvergunning voorziet dat als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad hierover moet beslissen.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

 De gemeenteraad neemt hierover een beslissing in zitting van 22 mei 2023.

 Natuurdecreet

Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 15 maart tot 30 juni.

 Boscompensatie

Volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 en zijn latere wijzigingen is de aanvrager gehouden te voldoen aan de compensatieregel van ontbossing. Er werd een ondertekende boscompensatie toegevoegd aan het dossier. De ontbossing vindt plaats op het grondgebied Hasselt.

 Slopen

De verwijdering van de niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de vrijgekomen ruimte dient ingericht te worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien worden. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

De maatregelen opgenomen in de sloopinventaris dienen te worden nageleefd.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. Het project omvat zowel uitgraving als aanvulling. De aanvulling gebeurt overal waar de grachten gedempt worden. De aanvulling wordt geraamd op 900m³ voor de Beverzakbroekweg N en Z samen. De uitgraving gebeurt voornamelijk in het kader van de rioleringssleuven en het koffer van de rijwegverharding. Verder is er in het Beverzakbroekweg N uitgraving voor de uitbreiding van het RWA bufferbekken. Het grondverzet wordt geraamd op 37.000m³ voor de riolering, 8000m³ voor de wegkoffer, en 5000m³ voor het bekken.

De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.

 Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid. De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent bestaande erfdienstbaarheden geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning. Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

 De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

 Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat wegenis- en rioleringswerken in de Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat, Ranonkelstraat, Slangbeekweg (deel). Hierbij wordt het reliëf van de bodem gewijzigd omwille van de uitbreiding van het bufferbekken, worden er bomen gerooid en wordt er ontbost. Tenslotte zal er nog een bemaling plaatsvinden.

 BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

 Omschrijving ligging en omgeving

Het projectgebied bevindt zich in de zuidwestelijke rand van de gemeente Zonhoven. Het wordt gevangen tussen de spoorweg en de vijvers van de Platwijers aan de westzijde, de vallei van de 2de cat. Slangbeek in het zuiden, de N74 in het oosten en de N72 die vanuit de N74 in noordwestelijke richting gaat.

 Het projectgebied maakt deel uit van de landelijke woonwijk die gekenmerkt wordt door een grid van straten. De Keurstraat en de parallel lopende Bremstraat en Beverzakbroekweg zorgen voor de aansluiting op de N72 Beringerstraat en functioneren als hoofdontsluiting van de wijk.

 De straten binnen het projectgebied worden begeleid door landelijke woonkavels met voornamelijk woningen in open bouworde. Een groot deel van de kavels is reeds bebouwd. Waar de woonzone nog niet is ingericht, zijn de vrijliggende kavels nog in gebruik als weide of ingenomen door kleinschalige bosjes.

 Het openbaar domein bestaat uit een asfaltrijweg die wordt begeleid door brede bermen. Waar nog geen bebouwing aanwezig is, bepalen de grazige bermen met grazige grachten, met sporadisch restanten van houtkanten en bomenrijen van hoofdzakelijk inlandse eik het landelijk karakter.

 In de bebouwde delen zijn de grachten dikwijls ingebuisd en is de grazige berm meestal vervangen door kiezelbermen. De bermen worden op deze plaatsen gebruikt als parkeerstrook in functie van de aanpalende woonfunctie.

 De rijwegen zijn allemaal uitgevoerd in asfalt en hebben breedtes die variëren tussen 3.4m en 4.3m.

 In het driehoekig, ingesloten gebied tussen de spoorweg en de Donkeindeweg lopen de huiskavels uit in moestuinen, grote graspartijen en in weides die zijn afgeboord met houtkanten en bomenrijen. Aansluitend bij het spoor ligt een regenwaterbufferbekken dat instaat voor de buffering van het hemelwater van de omliggende straten. Het bufferbekken is aan de west, oost en noordzijde afgeboord door een zoom van zwarte els en aanwezigheid van wilg. Aan de

noordzijde van het bekken ligt nog een vlak terrein dat begroeid is met ruige grassen. De ingesloten zone is bereikbaar via een onverharde weg die aansluit op de Donkeindeweg.

 De Varenstraat is een woonstraat met aan weerszijden landelijke woonkavels. Ongeveer de helft van de woonkavels is bebouwd met ruime woningen in open bouworde. De nog braakliggende kavels zijn ingenomen door kleine bosjes, ruige weides of ingericht als tuin bij de aanpalende woningen. De asfalt rijweg wordt begeleid door brede bermen met platanen laanbomen.

 Waar geen bebouwing aanwezig is, bevinden zich nog open grachten. Ter hoogte van de bebouwde kavels zijn de grachten ingebuisd. De bermen zijn ingericht in een afwisseling van grasstroken en kiezelverharding.

 In het noordelijk wegsegment kruist de 2de cat. Slangbeek de Varenstraat. De waterloop heeft ter hoogte van de kruising een ondiepe ligging. Afwaarts waar de waterloop de tuinen doorkruist, is een gedeelte van de Slangbeek oneigenlijk ingebuisd. Dit maakt dat het afstromend water in de waterloop wordt opgestuwd in het opwaartse segment van de waterloop en in de weggrachten langs de Varenstraat. Dit geeft wateroverlast vooral in de woonkavels aan de oostzijde van

de Varenstraat.

 Omschrijving van de aanvraag

De nieuwe projectinhoudversie (piv 5) werd opgemaakt naar aanleiding van een ongunstig advies van ANB.  Om tegemoet te komen aan het advies werden een aantal strengen met poreuze buizen omgevormd naar gesloten buizen.  Verder werd het rooilijnplan langs de Ranonkelstraat, op grondgebied Hasselt, aangepast.

Het wijzigen van de soort buizen heeft geen impact op het straatbeeld gezien het ondergrondse constructies betreft.  Tevens heeft de wijziging van het rooilijnplan enkel impact voor het grondgebied Hasselt en niet voor Zonhoven.

Het eerder opgestelde advies blijft dan ook behouden.

 In de bestaande toestand wordt zowel het hemelwater als het afvalwater van de woningen langs de boven genoemde straten opgevangen in een gemengd stelsel van grachten en inbuizingen die zijn ingeplant in de begeleidende wegbermen. Dit gemengd systeem watert af naar de oppervlaktewateren in de omgeving.

 Met voorliggende vergunningaanvraag wenst Fluvius een gescheiden rioolstelsel aan te leggen dat bestaat uit riolen die de rijwegen van deze straten volgen. Het vuil water wordt van de oppervlaktewateren afgekoppeld en opgevangen in de DWA riolen die worden verbonden met de afwaartse DWA leidingen die op hun beurt de verbinding maken met het RWZI van Zonhoven. 

De RWA leidingen zorgen voor de opvang van het afstromend hemelwater dat nagenoeg overal via poreuze buizen naar de ondergrond kan doorsijpelen.

Om tegemoet te komen aan de vraag van ANB zullen de buizen ter hoogte van de Donkeindeweg (gedeeltelijk) uitgevoerd worden met gesloten buizen i.p.v. poreuze buizen.

Bij natte periodes wordt het overtollige water afgevoerd naar buffervoorzieningen in de omgeving.

 In de Beverzakbroekweg N wordt het gescheiden rioolstelsel onder de betreffende rijwegen aangelegd. De DWA riolen sluiten op drie locaties aan op het reeds eerder aangelegd afwaartse stelsel. Deze aansluitpunten bevinden zich in de Schutenseweg, de Donkeindeweg en de Schoenmakersweg die allemaal in zuidelijke richting afwateren naar de Beverzakbroekweg.

De RWA leidingen volgen de natuurlijke afwateringsrichting en sluiten aan op afwaartse RWA riolen of op het RWA bufferbekken aan de westzijde van de Donkerheideweg. De aansluitpunten bevinden zich aan de Schutenseweg, de Schoenmakersweg en de Donkeindeweg. De RWA riolen in de Schoenmakersweg en de Donkerheideweg sluiten aan op het stelsel dat eveneens in verbinding staat met het RWA bekken aan de westzijde van de Donkeindeweg. Het bestaande bekken wordt in noordelijke richting uitgebreid. Ook hier worden de wegen op het rioleringstracé opgebroken om de riolen te kunnen aanleggen. Vervolgens worden de rijwegen heraangelegd met een gewijzigde breedte. Door de herinrichting van de rijweg worden de bestaande weggrachten overal gedempt. Het RWA riool neemt de functie van de grachten over. Het rooien van bomen beperkt zich tot de zones waar de RWA riolen afwijken van de rijweg.

 Voor de Beverzakbroekweg Z worden de DWA riolen in de Varenstraat en Ranonkelstraat verbonden met een DWA riool in de Varenstraat dat op zijn beurt afwatert in noordelijke richting en aansluit op het bestaande DWA riool in de Beverzakbroekweg. De parallel lopende RWA riolen in de Varenstraat wateren af in twee richtingen. Een klein gedeelte van de Varenstraat watert af in noordelijke richting waar het riool aansluit op de bestaande RWA in de Beverzakbroekweg. Het overige gedeelte van de leidingen watert af in zuidelijke richting en wordt verbonden met de weggracht aan de Slangbeekstraat. Deze weggracht wordt gemodelleerd naar een amorf vormige waterbuffer die in de bosrand wordt geïntegreerd. De wegen op het rioleringstracé worden opgebroken om de riolen te kunnen aanleggen. Vervolgens worden de rijwegen heraangelegd met een gewijzigde inplanting en gewijzigde breedte. Door de herinrichting van de rijweg worden de bestaande weggrachten langs de Varenstraat gedempt. Het RWA riool neemt de functie van de grachten over. Ook de bomen en de houtkanten langs deze grachten wordt gerooid.

De wegenis- en rioleringswerken hebben geen negatieve impact op de omgeving en zijn vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar. Zowel in de Beverzakbroekweg N als in de Beverzakbroekweg Z worden de bestaande gemengde lozingen, die via een gefragmenteerd grachtenstelsel en inbuizingen in de oppervlakte wateren terecht komen, vervangen door een gescheiden rioolstelsel. De riolen worden overal onder de rijweg aangelegd en zijn enkel via de putdeksels waar te nemen. Uitzondering hierop is het RWA riool dat het nog te ontwikkelen woongebied tussen de Schutenseweg en de Donkeindeweg doorkruist. Deze leiding wordt zo ingeplant dat de bestaande houtkant met beeldbepalende hoogstambomen behouden blijft. De inplanting van de leiding hypothekeert de toekomstige woonontwikkeling niet. Omdat het DWA van de oppervlakte wateren wordt afgekoppeld, geeft dit een meerwaarde aan de woonplek door het verdwijnen van riekende grachten, maar komt dit vooral ook de kwaliteit van de oppervlakte wateren ten goede.

 Op het grondgebied van Zonhoven worden (bijna) alle grachten vervangen door poreuze RWA buizen. Dit maakt dat de plaatselijke grondwatertafel via deze weg nog steeds wordt aangevuld. Deze maatregel zorgt er ook voor dat de bermen vrij komen voor de aanleg van de nutsleidingen.

 Overal worden de wegen heraangelegd met eenzelfde breedte, wordt de rijweg centraal binnen het openbaar domein aangelegd en wordt de overtollige verharding op de kruispunten weggewerkt. De zones die onthard worden, worden bij de aanpalende grazige bermen opgenomen. Waar voldoende ruimte vrij komt, zoals op de aansluiting Bremstraat/Schutenseweg, worden nieuwe straatbomen aangeplant.

 De uitbreiding van het bestaande bufferbeken gebeurt conform het bestaande bekken, met een grazige bodem en licht hellende taluds. De zoom van zwarte els die het huidige bekken afboordt, wordt vervangen door een nieuwe aanplant van zwarte els die de volledige rand van het nieuwe bekken volgt. Het bekken wordt op die manier in het ingesloten, kleinschalige landbouwgebied geïntegreerd en sluit aan bij de KLE’s in de omliggende weides. Het kan functioneren als stapsteen

naar het waardevolle vijvergebied aan de westzijde van het spoor. De afstand naar de aanpalende spoorweg blijft conform de afstand van het bestaande bekken. Op die manier is onderhoud van de taluds van het bekken en de spoorweg gegarandeerd. Het bekken zelf wordt door zijn schaal van in het bekken onderhouden. De toegang voor onderhoudsvoertuigen gaat via de taluds.

 De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

 BESPREKING ADVIEZEN

  1. Het advies van 17/03/2023 verleende het Departement Landbouw en Visserij een gunstig advies.

Naar aanleiding van de nieuwe PIV werd op 06/07/2023 een gunstig advies verleend, nl.:

“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag in kader van het wijzigingsverzoek vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en behoudt er het eerder verleend gunstig advies bij.

 Met betrekking tot voorliggende werken werd bij schrijven van 17.03.2023 reeds een gunstig standpunt vanuit landbouwkundig oogpunt ingenomen. De plannen werden aangepast n.a.v. de opmerkingen tijdens de POVC van 12 juni 2023. In het westelijk gedeelte van het projectgebied werden poreuze buizen vervangen door dichte buizen om tegemoet te komen aan bezwaren van ANB. Verder werd de passende beoordeling aangepast.

 De aangebrachte wijzigingen zijn niet van die aarde om het eerder genomen advies vanuit landbouwkundig oogpunt te herzien. Bijgevolg blijft het advies met ref. 2023_001826_v1 dd. 17.03.2023 behouden:

 Voorliggende aanvraag omvat het uitvoeren van wegen- en rioleringswerken. Het betreffen grensoverschrijdende werken die zijn gesitueerd op grondgebied van de gemeente Zonhoven enerzijds en Stad Hasselt anderzijds.

 De aangevraagde werken zijn hoofdzakelijk gelegen binnen de woongebieden en beperkt binnen agrarisch gebied. Binnen het agrarisch gebied blijven de werken beperkt tot de uitbreiding van het bestaand bufferbekken, gelegen tegen de spoorweg.

 Het bufferbekken wordt met 2.500m³ vergroot in noordelijke richting. Het gaat om een braakliggend terrein dat actueel geen professioneel landbouwgebruik kent. De locatie is gelegen in een kleinschalig agrarisch gebied, dat wordt ingesloten door de spoorweg (W), twee landelijke woonlinten (Z & O) en een recreatiegebied (N) en bijgevolg geen betekenisvolle meerwaarde heeft voor de ruime landbouwstructuren.

 Op basis van voorliggende plannen is er geen inname van actief uitgebaat agrarisch gebied. Bijgevolg is de bijkomende grondinname binnen agrarisch gebied, mede met het oog op het algemeen belang, vanuit landbouwkundig oogpunt verantwoordbaar.

 Gelet op ruimtelijke ligging en de afwezigheid van professioneel landbouwgebruik kan er vanuit het Departement Landbouw en Visserij een gunstig advies worden verleend voor deze aanvraag. Er ontstaat geen bijkomend nadeel voor de lokale landbouwstructuur.” 

  1. Het advies van 29/03/2023 van Infrabel is voorwaardelijk gunstig.

Naar aanleiding van de nieuwe PIV werd op opnieuw advies gevraagd.   Op 12/07/2023 liet Infrabel weten dat ze bij haar voorgaand voorwaardelijk gunstig advies blijft, nl.:

“Ons advies blijft behouden.

 NV Infrabel geeft een positief advies mits de voorwaarden in de bundel 63 en WIT 1003 voor de uitvoering van de werken aan de opvangbekken worden toegepast.

 geen overstort naar de spoorbedding toegestaan” 

  1. Het advies van 17/04/2023 van de provinciale dienst Water en Domeinen is voorwaardelijk gunstig.

Naar aanleiding van de nieuwe PIV werd op opnieuw advies gevraagd.   Op 18/07/2023 liet de provinciale dienst Water en Domeinen weten dat ze bij haar voorgaand voorwaardelijk gunstig advies blijft, nl.:

“Advies in verband met bindende bepalingen en machtigingen rond onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie over

  • de afstand van gebouwen, vaste constructies en beplantingen naast de waterloop
  • het plaatsen van afsluitingen naast de waterloop
  • machtigingen

 DOSSIER: de aanleg van riolering Zonhoven/Hasselt

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

 Aanvrager:

  • naam en adres: Fluvius Limburg (Ginestra Jozua), Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt
  • e-mailadres: david.billen@fluvius.be

Ligging van het perceel:

  • kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 3, sectie F, nr. 640K18, e.a.
  • adres: Beemdstraat 11 - e.a.
  • gedeeltelijk gelegen in een overstromingsgevoelig gebied

Waterloop en machtiging

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: SLANGBEEK, nummer 211, categorie: 2de
  • watering: gelegen in de Watering De Herk
  • machtiging nodig: ja
  • reden machtiging: tijdelijke machtiging
  • voldoende uitgewerkt om machtigingsadvies af te leveren: ja

 DEEL 2 AFSTAND TOT DE WATERLOOP: VIJFMETERZONE VRIJHOUDEN – ZONE NON AEDIFICANDI

De vergunninghouder moet volgende voorwaarden naleven:

2.1 Afstand tot de waterloop

De minimumafstand voor het oprichten van gebouwen, vaste constructies en vaste beplantingen tot de taludinsteek van de waterloop moet vijf meter bedragen zowel op de linker- als de rechteroever zodat het recht van doorgang, het afzetten van ruimingsproducten en het onderhoud van de waterloop gewaarborgd blijft. Leidingen of verhardingen binnen de vijfmeterzone moeten overrijdbaar zijn voor voertuigen met aslast 15 ton en totaal gewicht tot 30 ton.

Geen grondbewerkingen zijn toegelaten op minder dan 1 m langs de waterloop volgens het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018.

 Binnen een afstand van 6 m langs de waterloop mogen geen naaldbomen geplant of herplant worden.

Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts van de bovenste rand van het talud indien: 

  • een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt
  • de houtkant regelmatig teruggezet wordt en indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder
  • voor een andere plantwijze geopteerd wordt nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.

 Ophoging van de oever binnen de vijf meter vanaf de rand van de overwelving/taludinsteek van de waterloop is vergunningsplichtig en moet beoordeeld worden in kader van de watertoets.

De vijfmeterzone is niet aangeduid op het plan.

De afstand is gerespecteerd.

 2.2. Afrasteringen en afsluitingen

Om het talud te beschermen kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren.

 Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop. De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn.

 De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.

 DEEL 3 MACHTIGINGEN

Inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de waterloop: machtiging van de waterbeheerder is vereist voor:

  • ophoging van de oever binnen vijf meter vanaf de rand van de overwelving/taludinsteek van de waterloop:

er is geen ophoging op het plan aangeduid

  • aanbrengen van oeververdediging, overwelving, herprofilering, verlegging of andere werken aan de waterloop: er is een werk aan de waterloop op het plan aangeduid.
  • lozingen en lozingsconstructies (ook van regenwater ) in de waterloop (ook voor tijdelijke lozingen): er is een lozing op het plan aangeduid

De vergunninghouder moet volgende voorwaarden naleven:

  • De werken moeten worden uitgevoerd volgens de plannen gevoegd bij de vergunning.
  • De machtiging is onderworpen aan de stipte naleving van volgende administratieve en technische voorwaarden.

 Tijdelijke machtiging lozing van een bronbemaling in de waterloop Slangbeek 2de cat

3.1. Administratieve voorwaarden

3.1.1 Uitvoering der werken

Bij gemis aan een proces-verbaal van plaatsbeschrijving wordt vermoed dat de waterlopen en aanhorigheden zich in goede staat van onderhoud bevinden. Dergelijk proces-verbaal dient opgemaakt te worden in aanwezigheid van een afgevaardigde van de afdeling Waterbeheer die ten minste acht dagen op voorhand moet worden verwittigd en het proces-verbaal mee zal ondertekenen.

 De afdeling Waterbeheer, alsook eventueel het bestuur van de desbetreffende watering, zal uiterlijk 5 dagen op voorhand verwittigd worden van de datum waarop de werken uitgevoerd zullen worden.

 De uitvoering van de werken mag de normale en regelmatige afvoer van het water niet hinderen.

Uiterlijk tien dagen na de voltooiing van de werken zal de afdeling Waterbeheer schriftelijk verwittigd worden. Aan de personeelsleden van de afdeling Waterbeheer zal steeds toegang verleend worden voor nazicht.

 De werken moeten worden uitgevoerd volgens de regels van de goede bouwkunst en voorschriften zoals vermeld in onderhavige machtiging. Indien terzake gebreken worden vastgesteld, mag de afgevaardigde van de afdeling Waterbeheer de aannemer ter plaatse hierop wijzen, doch tevens zal hij de aanvrager inlichten van de vastgestelde gebreken.

 Indien geen rekening wordt gehouden met onderhavige, algemene en specifieke voorwaarden of indien de werken niet volgens de regels der kunst worden uitgevoerd, kan de waterbeheerder, na bovenvermelde aanvrager in gebreke te hebben gesteld, alle maatregelen nemen of laten nemen die hij nodig acht. Deze maatregelen kunnen gaan van het aanpassen van de uitgevoerde werken tot het opbreken van deze werken. De hieruit voortvloeiende kosten zullen worden verhaald op de aanvrager overeenkomstig de gewone rechtsmiddelen.

3.1.2 Aansprakelijkheid en opheffing

De aanvrager blijft verantwoordelijk gedurende een periode van tien jaar voor alle noodzakelijke herstellingswerken van de aangepaste waterloop, die het gevolg zijn van onzichtbare gebreken bij de oplevering. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van de voorlopige oplevering. Herstellingen van oever- en bodemverstevigingen blijven voor altijd ten laste van de aanvrager.

 De machtiging kan ingetrokken worden of onderworpen worden aan bijkomende voorwaarden of verplichtingen wanneer redenen van algemeen belang dit vereisen. Indien de waterbeheerder werken moet uitvoeren aan de waterloop, moet de machtigingshouder de nutsleidingen op zijn kosten verplaatsen, verdiepen of verwijderen indien dit nodig is voor de uitvoering van de werken.

De voorschriften van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, gewijzigd bij de wet van 23 februari 1977, alsmede het koninklijk besluit van 5 augustus 1970 houdende algemeen politiereglement van de onbevaarbare waterlopen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 februari 1970, 18 juni 1971, 21 februari 1972, 12 november 1973, 8 november 1974 en 22 juli 1975, zijn van toepassing.

 Het provinciaal reglement van 8 oktober 1984 op de politie der onbevaarbare waterlopen cfr. het K.B. van 3 maart 1955 is van toepassing. Het gedeelte van de waterloop waarop de werken uitgevoerd worden blijft onderworpen aan de wet op de onbevaarbare waterlopen. Bij de overwelving van een waterloop zal de toegang steeds zonder hindernis moeten mogelijk blijven.

Schade aan derden ingevolge de werken blijft volledig ten laste van de aanvrager.

Indien de verkrijger nalaat dit te doen moet dit na het eerste verzoek van de bevoegde overheid gebeuren. In geval van niet-opvolging van een bevel tot ruiming, zal de bevoegde overheid deze werken ambtshalve en op kosten van de verkrijger laten uitvoeren of de hinderende constructies opbreken.

 Alle hierbij opgelegde voorwaarden verbinden de rechtverkrijgenden van de vergunninghouder.

 3.2 Technische voorwaarden

De werken moeten uitgevoerd worden onder de volgende voorwaarden:

  1. Deze vergunning is geldig voor een termijn van maximum 36 maanden te starten vanaf het verkrijgen van de bouwvergunning.
  2. Na het verstrijken van deze periode moet de lozing worden verwijderd en de waterloop in zijn oorspronkelijke staat worden hersteld. Eventuele herstellingen opgelegd door de industrieel ingenieur van de afdeling Waterbeheer, dienen onverwijld te worden uitgevoerd volgens de richtlijnen die hij terzake verstrekt.
  3. Het maximum geloosde debiet is 1045 m³/dag.

 Na opruiming en herstel wordt ondergetekende verwittigd om het resultaat te keuren.

 DEEL 4 CONCLUSIE

Het dossier wordt in het kader van de bindende bepalingen rond onbevaarbare waterlopen voorwaardelijk gunstig beoordeeld.

 De voorwaarden onder Deel 2 en 3 moeten worden opgenomen in de vergunning.”

 “Ingevolge artikel 1.3.1.1 betreffende de watertoets van het decreet integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, is het nodig een wateradvies te verkrijgen van de waterbeheerder. De waterbeheerder die dit advies officieel moet verstrekken is echter Watering De Herk.

 In kader van de watertoets en/of bindende bepalingen treedt de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg voor dit dossier op als ondersteunende adviesverlenende instantie. Dit advies werd door de provincie opgeladen in het omgevingsloket.

 Aan de watering wordt gevraagd om dit advies tot het hare te maken en het advies van de afdeling Waterbeheer te bekrachtigen in het omgevingsloket.

 Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier voor wat betreft de bindende bepalingen ivm de waterloop (afstandsregels en machtigingen) voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd

 Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies.

 Als de omgevingsvergunning verleend wordt en de voorwaarden zoals opgenomen in bijgaand advies worden overgenomen, wordt deze ook beschouwd als machtiging voor de uitvoering van inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de SLANGBEEK.“ 

  1. Het advies van 10/05/2023 van het Agentschap Natuur en Bos is ongunstig.

Op 28/06/2023 werd een gewijzigde PIV ingediend.  Het Agentschap Natuur en Bos verleende op 04/08/2023 een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“…

Bespreking aanvraag 

Deze aanvraag betreft de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel onder de rijweg en vernieuwing van de wegverharding in de Schutenseweg, Schoenmakersweg, Donkeindeweg, Bremstraat, Keurstraat, Beemdstraat, Varenstraat, Slangbeekweg en Ranonkelstraat te Zonhoven (en Hasselt).

 Het project situeert zich op twee stedenbouwkundige locaties:

  • Beverzakbroekweg N omvat het projectgebied aan de noordzijde van de Beverzakbroekweg met de Schoenmakersweg, Donkeindeweg, Schutenseweg, Keurstraat, Beemdstraat, en de Bremstraat.
  • Beverzakbroekweg Z omvat het gebied aan de zuidzijde van de Beverzakbroekweg met de Varenstraat, de Ranonkelstraat en een gedeelte van de Slangbeekstraat. Deze locatie gaat over de gemeentegrens van Zonhoven naar Hasselt.

Voor het aanleggen van de riolering, dient er een sleuf gegraven te worden waarin deze aangelegd wordt. Daar de grondwaterstand hoog is in bepaalde delen van het projectgebied, zal bemaling nodig zijn om deze sleuf droog te houden en ‘in den droge’ te kunnen werken. Het project wordt in verschillende fases uitgevoerd, waarin de verschillende straten afzonderlijk in tijd worden afgewerkt. Hierdoor zal ook de bemaling in fases uitgevoerd worden, waardoor er afzonderlijke bemalingsstrengen per straat zullen ontstaan. Het bemalingswater van de noordelijke strengen zal geloosd worden op de Semmestraatgracht. Het bemalingswater van de zuidelijke strengen zal geloosd worden in de Slangbeek.

Op 12 mei 2023 verleende het Agentschap een ongunstig advies op voorliggende aanvraag, omwille van mogelijke permanente verdrogingseffecten ten gevolge van het gebruik van poreuze buizen voor het RWAstelsel. Op 28 juni 2023 werd een gewijzigde projectinhoud opgeladen in het Omgevingsloket. Deze werd aanvaard op 5 juli, waarna het Agentschap opnieuw om advies gevraagd werd. Projectinhoudversie V5 ligt momenteel voor ter advisering.

 Bespreking vegetatiewijziging (Addendum V1)

  • Rooien van houtige vegetatie en 670 m² uit te graven bufferbekken in agrarisch gebied:

 Om de waterloop Slangbeek te ontlasten wordt het afstromend hemelwater, dat wordt verzamelend in de omliggende straten en dat naar de Slangbeek wordt afgeleid, gebufferd in een RWA bekken dat is ingeplant in het ingesloten agrarisch gebied aan de Donkeindeweg. De bestaande toevoerleiding werkt met achterwaartse overstort en komt vanuit het zuiden, van uit de Donkeindeweg tussen de woonkavels naar het bekken. De instroom van het bekken functioneert dus ook als uitstroom van het bekken. Omdat binnen de voorliggende vergunningsaanvraag in de straten Bremstraat, Beemdstraat, Schutenseweg, Schoenmakersstraat, Keurstraat, Donkeindeweg een gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd en het RWA riool binnen deze straten wordt afgeleid naar het RWA bekken aan de Donkeindestraat, is de buffercapaciteit van het bestaande bekken te klein. Daarom wordt het bekken in noordelijke richting uitgebreid. Onder de onverharde weg die van oost naar west vanuit de Donkeindeweg de toegang geeft naar het bekken, wordt de RWA toevoerleiding aangelegd.

 Zowel het bestaande bekken als de uitbreiding werken op infiltratie. De overloop gaat in zuidelijke richting via de bestaande toevoerleiding naar het bestaande RWA riool in de Donkeindeweg die zo afwatert naar de Slangbeek.

 In de bestaande toestand is het bekken omringd door een zoom van voornamelijk zwarte els met aanwezigheid van boswilg, schietwilg en lisdodde, die zich op de lagere delen het talud bevindt. Het talud is verder begroeid met ruige grassen met aanwezigheid van oa koninginnekruid, leeuwebek, zuring, smalle weegbree, kleine leeuwetand, …. Waar het bekken wordt uitgebreid, verdwijnt deze vegetatie over een afstand van ca 80 lpm. Ook waar de uitstroomconstructie wordt ingeplant, wordt de vegetatie plaatselijk verwijderd.

 Het bekken wordt verder uitgegraven in de aanpalende ruigte waar de begroeiing bestaat uit ruige grassen met aanwezigheid van duizendblad, fijnstraal, paardenbloem, zuring, weegbree

 Herstelmaatregelen:

De uitbreiding van het bekken gebeurt op een locatie waar in de bestaande toestand ruige grassen aanwezig zijn. De bodem en de taluds van de uitbreiding van het bekken worden niet verhard. De uit te graven zone kan vernatten conform het bestaande bufferbekken en de grazige vegetatie kan zich vervolgens herstellen.

 Bijkomend wordt aan de rand van het bekken een nieuwe afboording gemaakt met zwarte els. Deze boord sluit aan bij de te behouden boord rond het bestaande bekken. De lengte van de nieuwe zoom bedraagt ca 165 lpm wat een aanzienlijke uitbreiding is ten opzichte van de bestaande toestand.

 Na de aanlegfase zal het bestaande en nieuwe bekken als een geheel vorm krijgen met permanent natte zones en drogere delen, met zachte oevers die zich verder op een natuurlijke manier kunnen ontwikkelen. Ook waar de uitstroom wordt ingeplant kan de oever zich herstellen conform de zone aan de huidige instroom.

 Er komt geen omheining rond het bekken; de zoom van zwarte els en wilg zorgt voor de natuurlijke afbakening van de verlaagde zone. Het bekken kan aanzien worden als natte stapsteen naar het waardevolle vijvergebied aan de overzijde van de spoorweg.

 Het Agentschap kan akkoord gaan met de voorgestelde inrichting.

 Bespreking boscompensatievoorstel

Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 964 m² wenst te ontbossen.

 Volgens onze gegevens is het perceel bezet met gemengd bos en uitheems bos.

Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 964 m² .

1238 m² zal als bos behouden te worden.

 Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het kenmerk 23-204727 .

 Wanneer u als vergunningverlenende instantie het advies van Agentschap voor Natuur en Bos niet wenst te volgen en de ontbossing voor een andere oppervlakte wenst toe te staan dan vermeld in het goedgekeurde of aangepaste compensatievoorstel, dan moet u voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het compensatievoorstel opnieuw aan ons agentschap voorleggen, met de vraag om het aan te passen naar de gewenste bosoppervlakte. Het is belangrijk dat de te compenseren bosoppervlakte overeenstemt met de vergunde te ontbossen oppervlakte. De vergunningverlenende instantie heeft zelf niet de bevoegdheid om het compensatievoorstel aan te passen.

 Bespreking passende beoordeling

In de passende beoordeling zijn ten gevolge van het project volgende mogelijke effecten nader beschreven: (1) Wijziging van de grondwaterstand; (2) wijziging van de hydrologie van een oppervlaktewaterlichaam; en (3) rustverstoring.

 (1) Wijziging van de grondwaterstand 

De effectbeoordeling wordt opgesplitst in een tijdelijke situatie (aanlegfase) en permanente situatie (exploitatiefase).

 Aanlegfase

Het project wordt in verschillende fases uitgevoerd: de verschillende straten worden afzonderlijk in tijd afgewerkt. Hierdoor zal ook de bemaling in fases uitgevoerd worden, waardoor er afzonderlijke bemalingsstrengen per straat ontstaan. Zie onderstaande tekening van de bemalingsstrengen uit de passende beoordeling.

 

 

 De 5 cm verlagingscontour van 5 fasen overlappen voor een deel met het nabijgelegen Habitat- en Vogelrichtlijngebied, zie onderstaande detailfiguren komende uit de passende beoordeling.

 Conform de habitatkaart komen (binnen het Habitatrichtlijngebied) hier actueel Europese habitattypes voor, hoofdzakelijk bij de aanleg van de strengen in het noorden van het projectgebied. Het betreft de volgende Europese habitattypes (welke relevant zijn binnen de passende beoordeling): 

  • Habitattype 9120 (‘Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei’); 
  • Habitattype 9190 (‘Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur’); 
  • Habitattype 91E0 (‘Alluviale bossen met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)’)  

De 5 cm verlagingscontour van één streng overlapt beperkt met oude zuurminnende eikenbossen en meso- tot oligotroof elzen- en berkenbroek (habitattype 9190,91E0_vm). Beide habitats zijn afhankelijk van grondwatervoeding. Opgemerkt wordt dat bij het modelleren van de bemalingscontouren geen rekening gehouden werd met de aanwezige waterlopen en oppervlaktewaterlichamen. Bij het berekenen van de invloedzones is uitgegaan van een worstcase benadering; de aanwezige waterlopen en waterlichamen kunnen de invloedstraal verkleinen. Daarnaast zal het bemalingswater in de Semmestraatgracht ten noorden van het Habitatrichtlijngebied geloosd worden. Dit zorgt voor extra voeding van het Habitatrichtlijngebied en in het bijzonder de natte gebieden in de onmiddellijke omgeving van de waterloop en de vijvers. Het lozen van een deel van het bemalingswater op deze gracht zal de impact van de bemaling verder beperken. Habitattype 9190,91E0_vm is gelegen ten westen van de Semmestraatgracht. 

Vanuit het voorzorgsprincipe wordt aanbevolen om streng 3 (gele contour) en streng 5 (donkerrode contour) buiten het vegetatieseizoen (begin maart t/m eind oktober) uit te voeren. 

De grondwaterstandsverlaging ten gevolge van de bemaling kan mits rekening wordt gehouden van deze milderende maatregel, als verwaarloosbaar beschouwd worden. 

Exploitatiefase

Het gebruik van poreuze RWA-buizen, kan een grondwaterpeilwijziging met zich meebrengen. De drempelpeilen van het ontwerp (0,7 m-mv) zijn zo ontworpen dat deze drainerende werking minimaal is. Om de drainerende werking van het nieuwe RWA-stelsel in beeld te brengen is met hetzelfde grondwatermodel als voor de bemaling de impact op de grondwaterstand berekend. Ook hier geldt dus dat in het model geen rekening is gehouden met de aanwezige waterlopen en oppervlaktewaterlichamen en de resultaten dus als worst-case te beschouwen zijn. Daarnaast is geen rekening gehouden met de huidige drainerende werking van het bestaande gefragmenteerde grachtenstelsel welke gedempt wordt. De invloedstraal (5cm verlagingscontour) van de permanente grondwaterverlaging reikt tot in het Habitat- en Vogelrichtlijngebied. Het overlapt enkel met het Europees habitattype 9120. 

Verder valt ook zoekzone van de habitatcluster 9120_9190 binnen de invloedsfeer van de permanente grondwaterverlaging. 

Habitattype 9190 wordt als grondwaterafhankelijk beschouwd. In de passende beoordeling wordt aangegeven dat dit habitattype op zandbodems een breed abiotisch bereik kent. Bijkomend wordt opgemerkt dat door de aanwezigheid van de Semmestraatgracht en de vijvers, alsook het bufferbekken de impact op de grondwaterstand ter hoogte van deze zoekzone eerder verwaarloosbaar zal zijn. 

Nieuw ten opzichte van de vorige projectinhoudversie, is dat men in de passende beoordeling een alternatief voorzien heeft, waarbij een deel van het RWA-stelsel niet-poreus wordt aangelegd (rode straten op onderstaande figuur). Hierdoor komt de invloedzone van de drainerende werking buiten het beschermd natuurgebied te liggen (zie Figuur hieronder). Gezien hiermee een impact op de flora en fauna ter hoogte van het Habitatrichtlijngebied volledig wordt uitgesloten, heeft dit alternatief de voorkeur. 

 

 

 (2) Wijziging van de hydrologie van een oppervlaktewaterlichaam

Het ontwerp voorziet het lozen van het bemalingswater op de Semmestraatgracht die het Habitat- en Vogelrichtlijngebied voedt en ter hoogte van het bufferbekken waar het bemalingswater kan infiltreren. Gezien het opgepompte bemalingswater ondiep grondwater betreft, waarvan de samenstelling vermoedelijk niet significant afwijkt van het oppervlaktewater, en behoudens er geen verontreinigingen aanwezig zijn in het grondwater, wordt de impact op de kwaliteit van het water in het vijvergebied als te verwaarlozen beschouwd. Het Agentschap Natuur en Bos vraagt wel dat men erop dient toe te zien dat bij lozing van het bemalingswater in de Semmestraatgracht de concentratie aan opgeloste zuurstof van dit water steeds aan de basismilieukwaliteitsnorm voor opgelost zuurstof in oppervlaktewateren (6 mg O2/l) voldoet. Wanneer het gehalte aan opgeloste zuurstof in het bemalingswater lager is dan deze waarde, dient een beluchter geplaatst te worden of andere maatregelen genomen te worden om het gehalte aan opgeloste zuurstof boven deze waarde te krijgen alvorens het water in de Semmestraatgracht te lozen. 

(3) Rustverstoring 

Er wordt verwacht dat de wegenis- en rioleringswerken en werken voor de uitbreiding van het bufferbekken voor een relatief beperkte en kortstondige geluidsoverlast zullen zorgen. Significant negatieve effecten van verstoring door geluid en verlichting tijdens de aanlegfase op de Europees beschermde soorten of instandhoudingsdoelstellingen worden echter niet verwacht. 

Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat de vergunningsplichtige activiteit geen betekenisvolle aantasting impliceert voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszone, mits bemaling van streng 3 en streng 5 buiten het vegetatieseizoen (begin maart t/m eind oktober) en mits uitvoering van het alternatieve scenario waarin enkele straten worden voorzien van niet-poreuze RWA-buizen. Het Agentschap voor Natuur en Bos verklaart zich akkoord met de conclusies uit de passende beoordeling. De passende beoordeling wordt gunstig geadviseerd. 

Bespreking verscherpte natuurtoets

Gezien het nabijgelegen VEN-gebied binnen dezelfde contouren valt als het habitatrichtlijngebied zijn de hierboven beschreven effecten ook van toepassing voor het VEN-gebied. 

Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat de vergunningsplichtige activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal veroorzaken, mits toepassing van de hierboven vermelde milderende maatregelen. 

Conclusie 

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies, mits naleving van de volgende voorwaarden:

  • De werfzones (toegang, tijdelijke depot) mogen niet ingericht worden in de omliggende boszones.
  • Het gebruik van rijplaten, al dan niet in combinatie met houten schotten om bodemverdichting te voorkomen ter hoogte van de werkzones/werftoegangen.
  • Na het uitvoeren van de werken dienen de werkzones/werftoegangen terug in oorspronkelijke staat hersteld te worden.
  • Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de omgevingsvergunning.
  • De exploitant dient erop toe te zien dat bij lozing van het bemalingswater in de Semmestraatgracht de concentratie aan opgeloste zuurstof van dit water steeds aan de basismilieukwaliteitsnorm voor opgelost zuurstof in oppervlaktewateren (6 mg O2/l) voldoet. Wanneer het gehalte aan opgeloste zuurstof in het bemalingswater lager is dan deze waarde, dient een beluchter geplaatst te worden of andere maatregelen genomen te worden om het gehalte aan opgeloste zuurstof boven deze waarde te krijgen alvorens het water in de Semmestraatgracht te lozen.
  • De bemaling van strengen 3 en 5 worden uitgevoerd buiten het vegetatieseizoen (maart – oktober) en afzonderlijk in tijd van elkaar.
  • De met rood aangeduide straten op fig. 2-7 uit de passende beoordeling worden uitgevoerd met nietporeuze RWA-buizen. 

Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen: 

  • De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk:        23204727. 
  • De te ontbossen oppervlakte bedraagt 964 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.        
  • De resterende bosoppervlakte 1238 m² moet ALS BOS behouden blijven. Bijkomende kappingen in deze zone kunnen maar uitgevoerd worden mits machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het is evenmin toegelaten in deze zone constructies op te richten of ingrijpende wijzigingen van de bodem, de strooisel-, kruid- of boomlaag uit te voeren. 
  • De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage, waarop ook de als bos te behouden zones zijn aangeduid. 
  • De bosbehoudsbijdrage van € 2263.26        dient binnen de 4 maanden, vanaf de datum waarop gebruik mag gemaakt worden van deze vergunning, gestort te worden. Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.  
  • De compenserende bebossing op het perceel/de percelen Hasselt 7 sectie G OD (zie ontbossingsplan in bijlage!) over een oppervlakte van 802 m² dient uitgevoerd te worden binnen 2 jaar vanaf de datum waarop gebruik mag gemaakt worden van deze vergunning. De compenserende bebossing zal uitgevoerd worden door de aanvrager van de vergunning. Deze verbindt er zich toe om minstens binnen 30 dagen voordat de compenserende bebossing wordt uitgevoerd dit aan het Agentschap voor Natuur en Bos te melden. Wanneer de compenserende bebossing volledig is uitgevoerd, kan men  hiervan een attest bekomen bij de provinciale afdeling van het Agentschap voor Natuur en bos.  

Om een correcte inning van de bosbehoudsbijdrage en/of controle op de compenserende bebossingen mogelijk te maken, is het verplicht dat de vergunningverlenende instantie zo snel mogelijk een afschrift van haar beslissing bezorgt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing. 

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 maart tot 1 juli moet men er zich – vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken – van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres van AVES. 

De aanvraag omvat het wijzigen van vegetaties die onder toepassing vallen van artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Dit gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos geldt, mits naleving van de voorwaarden gesteld in het advies, als afwijking op de verboden van artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, volgens artikel 10 van het vermelde besluit.” 

  1. Het advies van 25/05/2023 van de Vlaamse Milieumaatschappij is voorwaardelijk gunstig.

Er werd geen nieuw advies gevraagd door de provincie o.b.v. de gewijzigde PIV.

In antwoord op uw vraag om advies, maken wij u hierbij het advies over van de entiteit van de Vlaamse Milieumaatschappij bevoegd voor grondwateradvisering. 

Onder verwijzing naar artikel 1.2.1 van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid van 30/11/2018 werd voor deze aanvraag tot een omgevingsvergunning onderzocht of er een schadelijk effect op de grondwaterhuishouding wordt veroorzaakt. 

De aanvraag betreft een tijdelijke lijnbemaling tijdens de aanleg van de riolering in het project Beverzakbroekweg Zonhoven. Het project omvat rioleringswerken in de Schutenseweg, Donkeindeweg, Keurstraat, Beemdstraat, Bremstraat, Schoenmakersweg, Varenstraat, Slangbeekweg en Ranonkelstraat op grondgebied Zonhoven, en de Ranonkelstraat op grondgebied Hasselt. Rubriek 53.2.2.b.2 wordt aangevraagd voor een tijdelijke bemaling tijdens 2 jaar. Het grondwater wordt verlaagd tot 60 cm onder het niveau van de leidingen. Het maximale debiet van de bemaling bedraagt 1123 m3/d en 231 437 m3/j. 

De bemaling zal enkel plaatsvinden daar waar er effectief werken in uitvoering zijn. Er zijn 22 fases onderscheiden. De bemaling zal sonde-gestuurd uitgevoerd worden. Het bemalingswater wordt via verschillende aansluitpunten op grachten en op het RWA bekken aangesloten waar het deels kan infiltreren. De te realiseren verlaging varieert van 1,5 m tot 3,5 en plaatselijk 4,2m ten opzichte van het grondwaterpeil in rust.

Per streng wordt het grondwater verlaagd gedurende een periode van 1 maand hetgeen ruim voldoende is om de bemaling op te starten, de werken uit te voeren en af te ronden. 

Het bemaling scenario betreft een filterbemaling met onttrekkingsfilters tot 7 m-mv in het Kwartair HCOV 0100, grondwaterlichaam CKS_0200_GWL_1 met een onderlinge afstand van 5 m. Om de impact op de omgeving en het te lozen debiet zo veel mogelijk te beperken zal de bemaling voorzien worden van een peilsturing waarbij de bemalingspompen uitslaan wanneer de te realiseren verlaging bereikt is. De berekende invloedstraal varieert per streng van 200 tot bijna 400 m. 

De maximale zetting van 20 mm wordt enkel overschreden bij S3. Het grondwater wordt er verlaagd tot 3,66 m ten opzichte van het grondwaterpeil in rust. Ter hoogte van deze locatie dienen er zettingsmetingen uitgevoerd te worden (zie bijzondere voorwaarde). Deze meetlocaties worden vastgelegd vóór uitvoering van de werken in samenspraak met de bouwheer, aannemer en studiebureau. 

Er ligt een VEN- of SBZ-gebied in de nabijheid van de aangevraagde bemaling. Voor het eventuele verdrogingsrisico van habitats wordt verwezen naar het advies van ANB waarbij VMM zich voor dit aspect aansluit. 

De aangevraagde tijdelijke bemaling onder rubriek 53.2.2.b.2 waarbij het grondwater verlaagd wordt tot maximaal 60 cm onder het niveau van de leidingen en waarbij het netto debiet maximaal 1123 m3/d en 231 437 m3/j zal bedragen en waarbij het bemalingswater deels oppervlakkig zal infiltreren en deels zal worden geloosd in oppervlaktewater wordt gunstig geadviseerd voor de aangevraagde termijn (2 jaren na de start der werken), mits naleving van de algemene en sectorale voorwaarden inzake grondwaterwinningen van VLAREM II en 

volgende bijzondere voorwaarden:

  • De start en stopdatum van de bemaling dient gecommuniceerd te worden via grondwater.lim.verg@vmm.be
  • De bemaling wordt sonde-gestuurd uitgevoerd.
  • Het monitoren van zettingen : De maximale berekende zetting van 20 mm wordt overschreden bij S3.
     Ter hoogte van deze locatie dienen er zettingsmetingen uitgevoerd te worden. Deze meetlocaties dienen vóór uitvoering van de werken te worden bepaald in samenspraak met de bouwheer, aannemer en studiebureau. Er moeten zettingsbakens geplaatst worden bij de meest nabije zettingsgevoelige objecten van derden aan elke zijde van de bemaling. Van zodra de bemaling wordt opgestart, moeten de zettingen opgevolgd worden. De monitoring gebeurt per zettingsbaken minstens met volgende frequentie:
  • Voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting).
  • Week 1 na opstart van de bemaling en elke eerste week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: vijfmaal per week een zettingsmeting.
  • Vanaf week 2 na opstart van de bemaling en elke tweede week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: éénmaal per week een zettingsmeting.

De metingen op de zettingen mogen stopgezet worden van zodra deze niet meer wijzigen. Bij het instellen van een dieper bemalingspeil wordt de zettingsmeting terug opgestart volgens bovenstaande frequentie. Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt t.h.v. een zettingsgevoelige constructie wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt.” 

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij bovenstaande adviezen. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. 

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening. 

MILIEUTECHNISCH ADVIES 

De aanvraag betreft een tijdelijke inrichting, zijnde een bemaling voor de verlaging van het grondwatertafel voor de aanleg van een nieuw rioleringsstelsel.  Het project omvat wegenis- en rioleringswerken in de Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat, Ranonkelstraat, Slangbeekweg (deel).

De aanvraag houdt in dat het tracé opgedeeld wordt in 22 afzonderlijke secties van ongeveer 200 meter. Een peil gestuurde filterbemaling zal toegepast worden met filterdieptes tot 7 m-mv.  Er zal 462.874 m³ grondwater onttrokken worden in een periode van 2 jaar of per jaar een gemiddelde van 231.437 m³.  

Met volgende aangevraagde rubriek:

  • 53.2.2°b)2°: Grondwaterverlaging dmv pompen met een maximaal dagdebiet van 1123m³ per dag en 462.874m³ in totaal, gespreid over 2 jaar - Nieuw 

 

Het gesimuleerde maximum stationaire dagdebiet bedraagt 963 m³/dag, het opstartdebiet wordt geraamd op 1123 m³/dag.  

De invloedstraal varieert tussen 200 en 375 m.  Dit betekent dat de invloedstraal van 5 rioleringsstrengen reikt tot in SBZ-zone.  Om de impact te beperken werd in het voorkeurscenario reeds voorzien om de bemaling uit te rusten met een peilsturing zodat niet meer grondwater dan nodig weggepompt wordt. Het uitvoeren van een retourbemaling voorkomt dat er impact is op het gebied maar het is zeer ingrijpend en daardoor niet realistisch om de inname van de private percelen te organiseren waardoor deze variant niet weerhouden wordt. Als milderende maatregel wordt wel opgelegd om het bemalingswater te lozen in de Semmestraatgracht waardoor, ten gevolge van oppervlakkige infiltratie, de invloed van de bemaling niet tot

voorbij deze gracht reikt. Bovendien zal gestreefd worden naar maximale oppervlakkige infiltratie door het bemalingswater te lozen in het aan te leggen bufferbekken. De bemaling reikt tot in de speciale beschermingszone maar door de te nemen maatregel is deze impact te verwaarlozen. Er worden geen onacceptabele zettingen verwacht ter hoogte van de woningen. Er zullen ter controle wel zettingsmetingen uitgevoerd worden tijdens uitvoering van de bemaling. 

Bodem:

Perceel 3de afd, sectie F, nr. 645G3, Schutenseweg nr. 91A is een illegale uitbating zonder te beschikken over de nodige vergunningen.  Het betreft de verkoop van bouwmaterialen met o.a. een verdeelpomp zonder een vloeistofdichte vloer. Het perceel staat niet ingeschreven als risicogrond. Bij een overdracht van dit perceel is het aan te raden dat hier een oriënterend bodemonderzoek zal plaatsvinden. Dit werd reeds meegedeeld aan de makelaar eind april 2023.  

GELUIDSHINDER

De pompen van de bemaling kunnen geluidshinder en trillingen geven.  

De pompen worden per streng opgesteld en dit wordt geschat op een tijdsduur van ca. 1 maand per streng.

Er dient gewerkt te worden met geluidsarme pompen en geen stroomgeneratoren om de geluidshinder te beperken.  

AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN

Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen nog voorzien van een omgevingsvergunning :

  • 53.2.2°b)2°: Grondwaterverlaging dmv pompen met een maximaal dagdebiet van 1123m³ per dag en 462.874m³ in totaal, gespreid over 2 jaar - Nieuw  

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van bepaalde duur zijnde een termijn van 2 jaar.  

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:

Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

Er dient gewerkt te worden met geluidsarme pompen en geen stroomgeneratoren om de geluidshinder te beperken. 

Het bemalingswater dient maximaal geloosd te worden in nabij gelegen grachten of oppervlaktewateren.  

Duur:

De vergunningsduur dient beperkt te worden tot 2 jaar.  

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

 

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar / bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.  

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor :

  1. Wegenis- en rioleringswerken in de Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat
  2. Het reliëf van de bodem wijzigen (uitbreiding bufferbekken).
  3. Rooien van bomen 
  4. Ontbossen.
  5. Bronbemaling 
  6. Vegetatiewijzigingen (Rooien van houtige vegetatie en reliëfwijziging)

mits het opleggen van voorwaarden. 

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor 

  1. Wegenis- en rioleringswerken in de Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat
  2. Het reliëf van de bodem wijzigen (uitbreiding bufferbekken).
  3. Rooien van bomen 
  4. Ontbossen.
  5. Bronbemaling 
  6. Vegetatiewijzigingen (Rooien van houtige vegetatie en reliëfwijziging

Voor volgende rubriek:

  • 53.2.2°b)2°: Grondwaterverlaging dmv pompen met een maximaal dagdebiet van 1123m³ per dag en 462.874m³ in totaal, gespreid over 2 jaar - Nieuw 

De bronmaling dient beperkt te worden tot 2 jaar.  

zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden

  • Er dient een positief advies te worden bekomen van de gemeenteraad m.b.t. de zaak der wegen.
  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het Agentschap Natuur en Bos.
  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen
  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van Infrabel.
  • De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.; 
  • Er dient voorzien te worden in een sloopinventaris afvalstoffen conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA;
  • Er dient gewerkt te worden met geluidsarme pompen en geen stroomgeneratoren om de geluidshinder te beperken. 
  • Het bemalingswater dient maximaal geloosd te worden in nabij gelegen grachten of oppervlaktewateren. 
  • Aandachtspunt: Voor perceel 3de afd, sectie F, nr. 645G3, Schutenseweg nr. 91A is aan te raden om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren bij overdracht gezien de illegale situatie. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen. 

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een voorwaardelijk gunstig advies.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig mits het opleggen van voorwaarden.

Voor volgende stedenbouwkundige handelingen:

  1. Wegenis- en rioleringswerken in de Schutenseweg, Donkeindeweg (deel), Schoenmakersweg, Keurstraat, Bremstraat, Beemdstraat, Varenstraat
  2. Het reliëf van de bodem wijzigen (uitbreiding bufferbekken).
  3. Rooien van bomen 
  4. Ontbossen.
  5. Bronbemaling 
  6. Vegetatiewijzigingen (Rooien van houtige vegetatie en reliëfwijziging

Voor volgende rubriek:

  • 53.2.2°b)2°: Grondwaterverlaging d.m.v. pompen met een maximaal dagdebiet van 1123m³ per dag en 462.874m³ in totaal, gespreid over 2 jaar - Nieuw 

De bronmaling dient beperkt te worden tot 2 jaar.

 zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  • Er dient een positief advies te worden bekomen van de gemeenteraad m.b.t. de zaak der wegen.
  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het Agentschap Natuur en Bos.
  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen
  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van Infrabel.
  • De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.; 
  • Er dient voorzien te worden in een sloopinventaris afvalstoffen conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA;
  • Er dient gewerkt te worden met geluidsarme pompen en geen stroomgeneratoren om de geluidshinder te beperken. 
  • Het bemalingswater dient maximaal geloosd te worden in nabij gelegen grachten of oppervlaktewateren. 
  • Aandachtspunt: Voor perceel 3de afd, sectie F, nr. 645G3, Schutenseweg nr. 91A is aan te raden om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren bij overdracht gezien de illegale situatie. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.