Terug
Gepubliceerd op 11/10/2023

2023_CBS_01006 - OMV - Vergunning - Hengelhoefseweg zn - 2023/00101 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 03/10/2023 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Johny De Raeve, burgemeester; Johan Schraepen, 5de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2023_CBS_01006 - OMV - Vergunning - Hengelhoefseweg zn - 2023/00101 - Goedkeuring 2023_CBS_01006 - OMV - Vergunning - Hengelhoefseweg zn - 2023/00101 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR

Dossiernummer:    2023/00101

Referentie omgevingsloket:    OMV_2022143790

De aanvraag, ingediend door de heer Bart Telen wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, Guido Pirotte wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, de heer Johny De Raeve wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven en mevrouw Petra Kiepkowski wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, werd ontvangen op 17/05/2023 en op 08/06/2023 ontvankelijk en volledig verklaard.

De aanvraag gaat over een terrein, gelegen Hengelhoefseweg z/n, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie D nrs. 82A9, 82Z8, 82T8, 82Y8, 82B10, 82H9, 82G9, 82D9, 83K, 83H, 83L, 84E, 124E24 en 124D24.

De aanvraag gaat over het aanleggen van het terrein (rendierjagerspad) en verhardingen.

De aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de geldende wettelijke bepalingen, (in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid, het decreet Natuurbehoud en hun uitvoeringsbesluiten).

1.    STEDENBOUWKUNDIGE BASISGEGEVENS

    De locatie van de aanvraag is volgens het origineel bij Koninklijk besluit goedgekeurd gewestplan op 3 april 1979 gelegen in recreatiegebied, natuurgebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een bijzonder plan van aanleg.

De locatie van de aanvraag is gelegen binnen het ruimtelijk uitvoeringsplan RUP zonevreemde woningen, goedgekeurd op 29 november 2017gelegen binnen perimeter heidegebied. 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet niet geheel aan de geldende bestemmingsvoorschriften voor wat betreft het agrarisch gebied en het natuurgebied. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven. 

VCRO artikel 4.4.4. Sociaal-cultureel of recreatief medegebruik en tijdelijk gebruik in afwachting van de realisatie van een bestemming stelt:

“§ 1. In alle bestemmingsgebieden kunnen, naast de handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen worden vergund die gericht zijn op het sociaal-culturele of recreatieve medegebruik, voor zover ze door hun beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen.

Voor niet van vergunningsplicht vrijgestelde handelingen die verbonden zijn met occasionele of hoogdynamische sociaal-culturele of recreatieve activiteiten, kan slechts een tijdelijke omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgeleverd, of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen onder de voorwaarde dat de betrokken handelingen slechts gedurende een specifieke periode of op bepaalde momenten aanwezig kunnen zijn.

Sociaal-culturele of recreatieve activiteiten waarvan de inrichtingen een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vereisen, kunnen slechts op occasionele basis worden toegestaan.

§ 2. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie « bedrijvigheid » behoort, gelegen in de havengebieden aangeduid met toepassing van het decreet van 2 februari 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, kunnen op gronden waarvan de bedrijfsbestemming nog niet is gerealiseerd, handelingen worden vergund die gericht zijn op lawaaisporten, voor zover aan alle hierna vermelde voorwaarden wordt voldaan :

1° de vergunning wordt verleend voor een bepaalde duur;

2° het tijdelijke gebruik heeft geen of slechts een verwaarloosbare impact op de activiteiten op gronden waar de bedrijfsbestemming wel al is gerealiseerd;

3° het tijdelijke gebruik brengt de latere realisatie van de bedrijfsbestemming niet in het gedrang.

Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13. werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoort tot de categorie « bedrijvigheid ».

§ 3. De Vlaamse Regering kan de in § 1 en § 2 gehanteerde begrippen verfijnen.”

De voorliggende aanvraag omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:

-    Het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem.

-    Het opbreken van een bestaande parking en een weg die het projectgebied doorkruist. 

-    de aanleg van een belevingsroute in de vorm van een rolstoelvriendelijk half-verhard pad waarlangs verscheidene interactie objecten worden geplaatst 

-    de aanleg van een nieuwe onthaalparking aan de rand van het projectgebied 

Voor wat betreft het gedeelte van de aanvraag gelegen in agrarisch gebied werd de aanvraag voorgelegd aan het departement Landbouw en Visserij. 

Het Departement Landbouw stelt in het gunstig advies d.d. 12/06/2023 het volgende: 

“Binnen het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming wordt een gedeelte van de nieuwe parkeerplaats aangelegd. De nieuwe parking wordt voorzien aansluiting bij de bestaande camping en situeert zich hoofdzakelijk binnen recreatiegebied. Het gaat hier om een kleinschalig landbouwgebied ingesloten door de camping enerzijds en de bestaande

zonevreemde woning nr. 5 anderzijds. Dit terrein is op basis van de beschikbare landbouwgegevens niet in professioneel landbouwgebruik en ligt tevens binnen SBZ-H- gebied.

Gelet op de planologische ligging en overdrukken, de bestaande ruimtelijke situatie én de afwezigheid van professioneel landbouwgebruik zijn de aangevraagde werken vanuit landbouwkundig oogpunt worden gedoogd. Er ontstaat in wezen geen bijkomend nadeel voor de externe landbouwstructuren.”

Voor wat betreft het gedeelte van de aanvraag gelegen in natuurgebied werd de aanvraag voorgelegd aan het departement Agentschap Natuur en Bos. 

Het Agentschap Natuur en Bos stelt in haar voorwaardelijk gunstig advies d.d. 2/8/2023 het volgende:

“De nieuwe onthaalparking is gelegen op de percelen 82G9 en 82Y8, in recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan. Ze wordt uitgevoerd in half-verharding en zal bestaan uit 60 parkeerplekken waarvan 4 mindervalide plekken. De parking wordt omzoomd door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens kan daarbij behouden blijven. Uit de inplantingsplannen blijkt eveneens dat er verschillende nieuwe bomen

aangeplant zullen worden (zomereik, haagbeuk, winterlinde) en dat opschot van Robinia en Amerikaanse vogelkers verwijderd zal worden. Gezien de planologische ligging en het feit dat de natuurwaarden achteraf minstens even hoog blijven (vervanging (invasieve) exoten door inheemse boom- en struiksoorten), heeft het Agentschap geen bezwaar tegen de aanleg van deze parking. Om verstoring van soorten in het natuurgebied te voorkomen, dienen de werken uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen.

Het voorziene mindervalidepad (‘ruggengraat wandelpad’ op de plannen) loopt van aan de holstenen in het noordwesten van het projectgebied, via het onthaal aan de Camping tot aan het uitkijkpunt met zicht op de rendiersilhouetten in het noordoosten van het projectgebied. Dit pad is 1m80 breed en zal aangelegd worden in half-verharding. Ter hoogte van de Holstenen voorziet men het pad doorheen het bos. Het pad heeft enkel een sociaal-recreatieve functie. Het betreft geen functionele verbinding. Hierdoor wordt de aanleg van het pad niet aanzien als een ontbossing. Dit betekent eveneens dat het pad nog steeds deel uitmaakt van het bos, waarbij alle bepalingen van uit het bosdecreet nog steeds van toepassing zijn. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt.

Vervolgens sluit het pad aan op een bestaand pad richting de nieuw aan te leggen parking. Het Agentschap heeft geen bezwaar tegen het half verharden van dit pad, mits men binnen de breedte van het bestaand pad blijft.

Ter hoogte van de nieuwe parking maakt het nieuw aan te leggen pad de doorsteek naar de Hengelhoefseweg, welke onthard wordt. Ook dit pad bevindt zich in de bossfeer. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voorstander om het pad aan te leggen als een

vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt.

Het pad blijft het gabarit van de Hengelhoefseweg volgen, tot aan de ingang van de camping. Hier is momenteel een parking gelegen. Deze gaat weg en men voorziet op deze locatie een onthaalruimte met ontvangstpaviljoen en speelzone. Men gebruikt hiervoor maximaal de nu al verharde zones.

Na deze onthaalzone voorziet men het pad opnieuw aan te leggen tussen de aanwezige bomen. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt.

Bespreking interactie met natuurbeheerplan

De werken liggen in lijn met de grote ecologische, sociale en economische visie van het natuurbeheerplan. Ze zijn echter niet als dusdanig opgenomen in het natuurbeheerplan. Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.

Bespreking passende beoordeling

De nieuwe parking is gelegen binnen habitatrichtlijngebied. Hier zijn echter actueel geen habitatwaardige vegetaties of zoekzones aanwezig. Wel worden er doelen op deze locatie gelegd in het natuurbeheerplan (habitat 9120_9190). Bij een volgende herziening van het natuurbeheerplan dient men er rekening mee te houden dat deze oppervlakte elders in het gebied gerealiseerd wordt.

Ook delen van het Ruggengraat wandelpad wordt aangelegd binnen habitatrichtlijngebied, maar ook hier bevindt zich actueel geen habitatwaardige vegetaties of zoekzones. Uitzondering is de zone in het oosten van het projectgebied. Deze zone staat deels gekarteerd als actueel habitat 4030. Ook in het natuurbeheerplan wordt deze zone aangeduid als te ontwikkelen heidevegetatie (en/of boshabitat 9120_9190). Het Agentschap kan de aanleg van het pad op deze locatie gedogen, mits voldaan wordt aan de volgende milderende maatregelen:

-    De breedte van het pad wordt beperkt tot het absoluut noodzakelijke;

-    Als er zich heidevegetatie bevindt ter hoogte van waar het pad komt te liggen, dienen deze plantjes verplaatst te worden naar de zone van de Hengelhoefseweg die onthard wordt;

-    Na uitvoering van de werken (aanleg pad + voorziene onthardingen) bedraagt de oppervlakte aan heidevegetatie minstens de oppervlakte die nu aanwezig is in het projectgebied.

Bovendien is het Agentschap voorstander om ook hier het pad te voorzien in de vorm van een vlonderpad. Wanneer aan deze voorwaarden voldaan wordt, zal er geen negatieve impact zijn op de instandhoudingsdoelstellingen.

Het ontharden van de Hengelhoefseweg heeft daarenboven nog andere gunstige effecten op het habitatrichtlijngebied en de hier voorkomende soorten, in de vorm van ontsnippering en afname van verstoring.

Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat de vergunningsplichtige activiteit, het plan of programma geen betekenisvolle aantasting impliceert voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszone.

Bespreking verscherpte natuurtoets

Mits rekening wordt gehouden met de hierboven gemaakte opmerkingen en maatregelen, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de vergunningsplichtige activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal veroorzaken.

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies mits naleving van de volgende voorwaarden:

-    De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet tussen 1 april en 30 juni);

-    Waar een nieuw pad wordt voorzien in een bos, worden de volgende maatregelen in acht genomen:

•    De breedte van het pad wordt tot het absolute minimum beperkt;

•    Het traject dient zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden;

-    Als er heideplantjes aanwezig zijn ter hoogte van de locatie van het nieuwe pad, dienen deze (of minstens de zaadbank) verplaatst te worden naar locaties die onthard worden binnen het projectgebied. Hoe dan ook moet de oppervlakte aan heidevegetatie na de werken minstens gelijk zijn aan de huidig aanwezige oppervlakte;

-    De vrijgekomen ruimte ten gevolge van de ontharding van de Hengelhoefseweg wordt ingezet voor het ontwikkelen van de natuurstreefbeelden conform het natuurbeheerplan en IHD;

-    Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.”

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen, mits de voorwaarden uit het Agentschap voor Natuur en Bos worden nageleefd. 

Volgende verordeningen zijn van kracht:

•    algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer goedgekeurd op 29 april 1997;

•    gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven goedgekeurd op 8 juli 2005;

•    gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,... goedgekeurd op 23 juni 2006;

•    gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid goedgekeurd op 5 juni 2009.

2.    HISTORIEK

    Volgende dossiers zijn relevant: 

•    Omgevingsvergunning 2021/00065 voor de inrichting van De Teut in functie van Europese natuurdoelen goedgekeurd op 06/07/2021.

•    Stedenbouwkundige vergunning (1961/00102) voor het verbouwen van een woonhuis - goedgekeurd op 02/08/1961.

•    Stedenbouwkundige vergunning (1972/00128) voor het bouwen van kleedkamers en zwembad - geweigerd op 15/02/1973.

•    Stedenbouwkundige vergunning (1999/08023) voor het bouwen van een chalet op de camping holsteenbron (ontvangst-lokaal) - goedgekeurd op 18/01/1999.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2000/08363) voor het plaatsen van een waterzuiveringsstation via plantenzuivering - goedgekeurd op 03/07/2000.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2004/09530) voor het bouwen van een zendinstallatie - goedgekeurd op 24/05/2004.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2004/09506) voor het herinrichten van de omgeving de holstenen (gewijzigde plannen) - goedgekeurd op 07/09/2005.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2005/10009) voor het plaatsen van een begrazingsraster - goedgekeurd op 21/09/2005.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2006/10546) voor het ontbossen van 7,12 ha bos in het kader van het life-project danah - goedgekeurd op 09/07/2007.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2008/11218) voor het geïntegreerd natuurherstel op militaire domeinen in het kader van het life project danah - goedgekeurd op 12/01/2009.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2010/11806) voor verbeteren wegenis natuurreservaat teut + afbraakwerken militair domein molenheide - goedgekeurd op 13/08/2010.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2010/11865) voor aanleggen van verharding in berggrintbeton ter plaatse molenheide. - goedgekeurd op 20/12/2010.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2016/00107) voor het kappen van 2 berken - goedgekeurd op 12/07/2016.

•    Stedenbouwkundige vergunning (2017/00216) voor het verleggen van een deel van een semi-verharde toegangsweg, het plaatsen van  houten afrastering, het plaatsen van 3 houten barelen, de aanleg van een semi-verharde parking, het kappen van bomen en aanleg van een houtkant - goedgekeurd op 30/01/2018.

•    Milieuvergunning 2VL300/nde voor metalen transformatiecabine met transformator 1000 kva - GEEN BESLISSING op 18/06/1984.

•    Bouwmisdrijf dossier 2014/0009 voor oprichten/instandhouden van constructies, plaatsen/instandhouden van containers, aanleggen/instandhouden van een recreatief terrein in functie van een hondenschool.

•    Bouwmisdrijf dossier 1977/0003 voor belanghebbende heeft op zijn perceel sectie d nr. 82d7 gelegen te Zonhoven Hengelhoefseweg nr.7 een houten barak gebouwd zonder in het bezit te zijn van een machtiging van het college.

3.    BESCHRIJVING OMGEVING EN AANVRAAG

    Beschrijving van de plaats & omgeving

Het plangebied is gesitueerd in een natuurgebied, genaamd De Molenheide. Het is een waardevol complex van droge en natte heiden, veen, schrale graslanden, moerasbos,

dennenbestanden, vennen en loofhoutbossen. In dit voormalig militair kamp zijn drie unieke

steentijdsites aanwezig: De Holsteen in de noordwestelijke hoek, site Zonhoven-Molenheide

min of meer centraal, en de site Holsteen-Kapelbergweg in het westen.

Binnen het plangebied is een archeologisch element aanwezig, namelijk De Holsteen. Dit betreft een ensemble van een tiental enorme zandsteenblokken die voor het eerst vermeld werden in 1862. Het zijn tertiaire zandsteenblokken uit het boven-landeniaan en zouden 55 tot 60 miljoen jaar geleden ontstaan zijn door de aaneenkitting van zand met gehydrateerd silicium. Er zijn verschillende holten in de stenen aanwezig, vandaar de naamgeving, die zijn veroorzaakt door biologische activiteit. 

Deze vondsten zijn uniek in Vlaanderen. Om de vondsten en hun betekenis in de verf te zetten, maar ook het prachtige natuurlandschap van heide, bossen en de vallei van de Roosterbeek waar ze inliggen ten volle te kunnen beleven, wil de gemeente een belevingsroute creëren.

Gezien het unieke karakter van zowel vondsten als landschappelijke en natuurwaarden wil het project enerzijds bezoekers trakteren op een unieke beleving van de huidige natuur en het verhaal van onze prehistorische voorouders, maar tegelijk het gebied beter structureren, zodat het de recreatieve druk duurzaam kan blijven dragen.

Verschillende half-verharde wandelpaden lopen doorheen het natuurgebied. Ook de Hengelhoefseweg loopt doorheen het plangebied. Deze weg is verhard met ‘milieuvriendelijke’ asfalt. De betonweg heeft een totale lengte van 1.080 meter, een gemiddelde breedte van 9,00 meter en een gemiddelde dikte van 0,20 meter. Ter hoogte van de Kapelbergweg is een hondenlosloopzone met parking aanwezig. 350 m zuidwaarts is een hondenschool in de omgeving van de zogenaamde ‘De Kuil’, gekend door de jaarlijkse Superprestige veldrijden aanwezig. Centraal tegen de noordelijke projectgrens, aan de Hengelhoefseweg, is camping Holsteenbron, net buiten de contouren van het plangebied, gesitueerd.

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft 

-    Het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem.

-    Het opbreken van een bestaande parking en een weg die het projectgebied doorkruist. 

-    de aanleg van een belevingsroute in de vorm van een rolstoelvriendelijk half-verhard pad waarlangs verscheidene interactie objecten worden geplaatst 

-    de aanleg van een nieuwe onthaalparking aan de rand van het projectgebied 

Ter hoogte van een bocht (de meest rechtsgelegen) in de Hengelhoefseweg  wordt een verhoogd pleintje in half-verharding aangelegd. Het opgehoogd pleintje zal 1m hoger komen dan het bestaande maaiveld. Het hoogteverschil wordt aan de weidekant opgevangen door een schanskorfmuur die terug naar het originele maaiveld van de weide gaat. 

De Hengelhoefseweg, ooit verhard met een “milieuvriendelijke” asfalt zal geheel onthard worden. Waar de weg in een heuvel ingesneden werd wordt het oorspronkelijke, natuurlijke reliëf hersteld. Binnen het projectgebied wordt ook de huidige parking in half-verharding aan de ingang van de camping gesupprimeerd.

Het voorziene mindervalidepad (‘ruggengraat wandelpad’ op de plannen) loopt van aan de holstenen in het noordwesten van het projectgebied, via het onthaal aan de Camping tot aan het uitkijkpunt met zicht op de rendiersilhouetten in het noordoosten van het projectgebied. Dit pad is 1m80 breed en zal aangelegd worden in half-verharding.

De nieuwe parking is gelegen op de percelen 82G9 en 82Y8, in recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan. Ze wordt uitgevoerd in half-verharding en zal bestaan uit 60 parkeerplekken waarvan 4 mindervalide plekken. De parking wordt omzoomd door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens zal daarbij behouden blijven.

4.    OPENBAAR ONDERZOEK 

    Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 18 juni 2023 t.e.m. 17 juli 2023.

5.    ADVIEZEN

    Aan volgende adviesverleners werd advies gevraagd:

•    dienst mobiliteit

•    dienst contractmanagement

•    dienst facilitair management

•    Agentschap voor Natuur en Bos

•    Onroerend Erfgoed Limburg

•    Deputatie

•    Inter Vlaanderen

•    Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie

•    Departement Landbouw en Visserij

•    NMBS Hasselt.

6.    PROJECT-MER

    Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit, nl. rubriek 10e infrastructuurproject.  Daarom moet een project-m.e.r. opgemaakt worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screening kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. 

De aanvraag omvat een MER-screening, waaraan tevens een passende beoordeling is gevoegd die tevens een VEN-toets omvat. In dit document met de titel “passende beoordeling” worden de diverse relevante effectcategorieën onderzocht en nader toegelicht, waaronder de effecten op ruimtebeslag, grondwaterstand, verstoring, en versnippering. Bij elk effect kan worden besloten dat de aanvraag een gunstige invloed heeft. 

De MER-screening bij de aanvraag omvat ook een Addendum E1 “Effecten op mobiliteit”. Hierin wordt toegelicht dat één goed uitgeruste parking van 60 parkeerplaatsen wordt voorzien voor de wandelaars en bezoekers van de camping. Deze is gelegen aan de verharde Holsteenweg en situeert zich deels op het huidige kampeerterrein. Dit is een verdrievoudiging van de (te kleine) parkeervoorziening die vandaag de dag aan de ingang van de camping (cafétaria) ligt. De nieuwe parking ligt op ca. 250m van de cafétaria. Ook de mindervalidenparkeerplaatsen worden hier voorzien. De bestaande parking (12 plaatsen) aan de kruising Kapelbergweg – Hengelhoefseweg blijft behouden en is voorzien om de gebruikers van de hondenlosloopzone te laten parkeren, en wordt beter in het omliggende landschap geïntegreerd, zodat ze minder prominent in het beeld aanwezig is. Voor mountainbikers wordt gekeken naar andere bestaande openbare parkings iets verder van het natuurgebied.

De MER-screening bevat naast een omschrijving van het mobiliteitsaspect van de aanvraag ook een beoordeling van de effecten van de aanvraag op de mobiliteit. De MER-screening licht toe dat de nieuwe sturing van parkeren, ontvangen en route conflicten tussen verschillende gebruikers vermindert. Daarnaast moeten auto’s niet meer door het natuurlandschap of voorbij de ingang van de camping rijden. Dit zal niet alleen de rust en beleving van het landschap ten goede komen, maar ook de verkeersveiligheid, nu het aantal conflictsituaties zal worden teruggedrongen. 

Bovendien moet op basis van de plannen worden vastgesteld dat de Holsteenweg voldoende breed is voor een voldoende veilige en comfortabele verkeersafwikkeling. Het betreft een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de hele weg is breder. De parking met 60 parkeerplaatsen heeft een ontsluiting die is opgevat als een lusbeweging. Bijgevolg zal de ontsluiting en verkeersafwikkeling van de parking vlot verlopen. 

Met de MER-screening kan bijgevolg worden besloten dat er geen aanzienlijke effecten op het vlak van mobiliteit verwacht worden.

Daarnaast bevat de MER-screening een onderzoek naar de effecten op de bodem, geluid en trillingen, en onroerend erfgoed.

De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de screening blijkt dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

7.    BESLISSING GEMEENTERAAD INZAKE GEMEENTEWEGEN

De gemeenteraad heeft in zitting van 11 september 2023 het volgende beslist: voorwaardelijk gunstig

Aanvaarding wegtracé

De gemeenteraad keurt het tracé van de gemeenteweg en de uitrusting, zoals weergegeven op het rooilijnplan, opgemaakt door Landmeter-expert Raoul Creemers dd. 04/04/2023, en zoals opgenomen in volgende stukken van de omgevingsvergunningsaanvraag voorwaardelijk goed:

Inplantingsplan: BA_ZonRjp_I_N_2_VERSIE20230607.pdf

•    Legende: BA_ZonRjp_L_N_1_Legende-NT.pdf

•    Grondplan: BA_ZonRjp-Verhardingen_P_N_2_VERSIE20230607.pdf

•    Typedwarsprofielen: BA_ZonRjp-Verhardingen_PRT_N_2_VERSIE20230607_BB’_.pdf en BA_ZonRjp-

•    Verhardingen_PRT_N_2_VERSIE20230607_CC’_.pdf

•    Terreinprofiel 3: BA_ZonRjp_T_N_TERREINPROFIEL_3_versie20230531.pdf

•    Terreinprofiel 4: BA_ZonRjp_T_N_TERREINPROFIEL_4_versie20230531.pdf

•    B26_Verantwoordingsnota.pdf

•    Omschrijving en materiaalgebruik.pdf

•    Raming

Aanvaarding rooilijnplan

De gemeenteraad keurt de rooilijn van de nieuw aan te leggen gemeenteweg langs de Holsteenweg (deel parking), zoals weergegeven op het ingediende plan van landmeter-expert Raoul Creemers van 4 april 2023 voorwaardelijk goed.

Voorwaarden:

Aanvaarding wegtracé

•    De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.

•    De looproute tussen de twee parkeervakken en de parkeerweg naar het wandelpad mag niet aangelegd worden in kasseien aangezien dit géén toegankelijke verharding is.

•    Een half-verharding kan enkel als toegankelijke verharding voorzien worden indien ze vast aaneengesloten en onder alle omstandigheden stroef is:

o    Kiezel mag niet gebruikt worden als toegankelijke verharding

o    Gras of kiezel in een honinggraad profiel mag niet gebruikt worden als toegankelijke verharding.

o    Een losmateriaal met een kalibratie 0/5 kan gebruikt worden om een toegankelijke verharding te maken. Hiervoor moet de verharding vlak geprofileerd worden en verdicht.

o    De dwarshelling is max 2%.

o    De fractie 0 moet voldoende aanwezig zijn omdat deze voor de binding zorgt.

Aanvaarding rooilijnplan

•    De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.

8.    INHOUDELIJKE BEOORDELING

    Decretale beoordelingselementen

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de VCRO kan gesteld worden dat de Hengelhoefseweg en Holsteenweg voldoende uitgeruste openbare wegen zijn.  

De aanvraag gaat niet over de oprichting van een bedrijfswoning.

Wat betreft de toegang van personen met een functiebeperking tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen werd d.d. 05/07/2023 een gunstig advies (met voorwaarden) verleend door Inter Vlaanderen.  

De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook.

Toegankelijkheid

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010. Om die reden werd er d.d. 08/06/2013 advies gevraagd aan Inter Vlaanderen. Het advies van Inter Vlaanderen d.d. 05/07/2023 is voorwaardelijk gunstig en luidt als volgt:

“Advies

Concept

Net zoals voor de architecturale kwaliteiten, bepaalt het gebouwconcept en het concept van de omgevingsaanleg mogelijkheden om toegankelijkheidsoplossingen op een Universal Design wijze te verwerken. De optimalisatie wordt per onderdeel in het verslag opgenomen onder 

Knelpunten en advies (zie bijlage):

Advies integrale toegankelijkheid (zie bijlage):

Documenten die gebruikt zijn om het advies op te maken:

Omgevingsvergunning 2022143790

Plannen opgeladen in het omgevingsloket

Rendierjagerspad - Zonhoven

* Er is een vlonderpad voorzien.

Advies integrale toegankelijkheid (zie bijlage):

    Voor de marge op vergissing in te bouwen is het nuttig om een afrijdbeveiliging te voorzien van 5 cm hoog. (foto’s: zie advies)

    Hout kan glad zijn, mogelijks kan er een glad werend middel verwerkt worden.

Omdat houten terrassen, steigers en brugdekken onder natte omstandigheden, door mos vorming en snel in koude periodes spekglad kunnen zijn, moeten er antislip maatregelen getroffen worden.

Enkel groeven in het hout helpen niet! Het gebruik van hout met op regelmatige afstand een antisliplijn is aangewezen. Indien de zwaluwstaartgroeven op regelmatige afstand gevuld worden met een combinatie van polyurethaan en kwartszand kan voldaan worden een de toegankelijkheidsnormen.

(foto’s en tekeningen: zie advies)

* Tussen de twee parkeervakken en de parkeerweg is een strook van bolle kasseien voorzien. Op het grondplan is deze kasseistrook niet aangegeven.

Advies integrale toegankelijkheid (zie bijlage):

    Kasseien zijn géén toegankelijke verharding. Op de looproute van de aangepaste en voorbehouden parkeerplaatsen naar het wandelpad mag deze kasseistrook niet voorzien worden.

* In het project worden verschillende soorten half-verharding voorzien. Het type half-verharding is niet gespecifieerd.

Knelpunten en advies (zie bijlage):

    Een half-verharding kan als toegankelijke verharding voorzien worden indien ze vast aaneengesloten en onder alle omstandigheden stroef is.

o Kiezel is géén toegankelijke verharding

o Gras of kiezel in een honinggraad profiel is géén toegankelijke verharding.

Een losmateriaal met een kalibratie 0/5 kan gebuikt worden om een toegankelijke verharding te maken. Hiervoor moet de verharding vlak geprofileerd worden en verdicht. De dwarshelling is max 2%. De fractie 0 moet voldoende aanwezig zijn omdat deze voor de binding zorgt.”

Waterparagraaf

Het decreet over het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd worden. Deze watertoets schat de eventuele schadelijke effecten in ten koste van de watersystemen bij de inname van ruimte.

Sedert de inwerkingtreding van omzendbrief OMG/2022/1 d.d. 15/12/2022 dient de vergunningverlenende overheid de watertoets op een gewijzigde manier uit te voeren bij dossiers ingediend vanaf 01/01/2023.  De watertoetsprocedure werd geoptimaliseerd, er werden aandachtspunten en richtlijnen geformuleerd en het kaartmateriaal inzake overstromingsgevoelige gebieden werd aangepast.

Het voorliggende project heeft een eerder beperkte oppervlakte, maar ligt wel deels in een pluviaal overstromingsgebied. Er moet in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is tot de veiligheid van het vergunde project zelf. Enige invloed op het watersysteem of de veiligheid van overige vergunde of vergund geachte constructies wordt, gezien de geringe oppervlakte, niet verwacht. Er dienen geen bijkomende bijzondere maatregelen te worden genomen. De provincie, Dienst Water en Domeinen bracht geen advies uit.

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Het waterbergend vermogen wordt op afdoende wijze gevrijwaard. Er kan in beginsel zowel voor als na de werken dezelfde hoeveelheid water over het perceel stromen. Bovendien doorstaat de aanvraag de droogtetoets, daar het effect van droogte gemilderd wordt door het regenwater dat op het terrein terechtkomt maximaal vast te houden.

Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, zoals vervat in artikel 1.2.1 tot 1.2.4 Waterwetboek, evenals met art. 1.3.1.1. waterwetboek

De aanvraag doorstaat de watertoets. 

Natuurtoets

De aanvraag situeert zich in Habitatrichtlijngebied (Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden (BE2200031) en in Natura-2000 gebied (Droge Europese Heide en Dwerghaver-verbond). De aanvraag geeft ook aan dat binnen het habitatrichtlijngebied tevens VEN-gebied is afgebakend, namelijk ‘De Teut-Tenhaagdoornheide’ (gebiedsnummer 434).

De aanvraag kan een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone veroorzaken, zodat een passende beoordeling werd toegevoegd aan de aanvraag die tevens een VEN-toets omvat. In dit document met de titel “passende beoordeling” worden de diverse relevante effectcategorieën onderzocht en nader toegelicht, waaronder de effecten op ruimtebeslag, grondwaterstand, verstoring, en versnippering. 

Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft op 2/8/2023 een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd zoals reeds hoger aangehaald onder de afwijkingsbepalingen en met volgende conclusie: 

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies mits naleving van de volgende voorwaarden:

-    De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet tussen 1 april en 30 juni);

-    Waar een nieuw pad wordt voorzien in een bos, worden de volgende maatregelen in acht genomen:

o    De breedte van het pad wordt tot het absolute minimum beperkt;

o    Het traject dient zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden;

-    Als er heideplantjes aanwezig zijn ter hoogte van de locatie van het nieuwe pad, dienen deze (of minstens de zaadbank) verplaatst te worden naar locaties die onthard worden binnen het projectgebied. Hoe dan ook moet de oppervlakte aan heidevegetatie na de werken minstens gelijk zijn aan de huidig aanwezige oppervlakte;

-    De vrijgekomen ruimte ten gevolge van de ontharding van de Hengelhoefseweg wordt ingezet voor het ontwikkelen van de natuurstreefbeelden conform het natuurbeheerplan en IHD;

-    Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.

De vergunning kan slechts verleend worden mits toepassing van deze voorwaarden. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:

-    Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997;

-    Artikel 36ter §4 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997.

Bovendien is het Agentschap voorstander om de paden die aangelegd worden in bos en heide, te voorzien als een vlonderpad – zolang dit de toegankelijkheid van het pad niet in het gedrang brengt. Onderstaande doelstellingen of zorgplichten zijn hierbij van toepassing:

-    Artikel 14 §1 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997.

Opmerking vanuit het Soortenbesluit

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 maart tot 1 juli moet men er zich – vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken – van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres van AVES.

De aanvraag omvat de ontheffing van bepaalde verbodsbepalingen vermeld in artikel 35, §2, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Dit gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos geldt, mits naleving van de voorwaarden gesteld in het advies, als afwijking op de verboden van artikel 35, §2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. 

Gelet op art. 31 §2 van het Besluit van de Vlaamse regering houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgerichte natuurbeleid van 21 november 2003 geldt een gunstig advies als ontheffing op de verboden van artikel 25 §3 2° van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997.

De aanvraag omvat het wijzigen van vegetaties die onder toepassing vallen van artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Dit gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos geldt, mits naleving van de voorwaarden gesteld in het advies, als afwijking op de  verboden van artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, volgens artikel 10 van het vermelde besluit.”

Er kan worden gesteld dat mits naleving van de voorwaarden gesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos, er geen negatieve impact is van de projectaanvraag op de natuurwaarden. 

Erfgoed- & Archeologietoets

Het plangebied is gesitueerd in het voormalig militair domein de Molenheide, een beschermd cultuurhistorisch landschap sinds 23 februari 1995 (ID4113). Doorheen dit beschermd landschap is ook De Holsteen erkend als beschermd landschap (ID 2847). Binnen het plangebied is een archeologisch element aanwezig, namelijk De Holsteen (ID 84272). Er zijn geen monumenten in de omgeving. De aanvraag heeft geen negatieve impact op deze beschermde landschappen, noch op het aanwezig archeologische element.

Conform het Onroerenderfgoeddecreet d.d. 12/07/2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag aangezien het plangebied in natuurgebied ligt, de totale oppervlakte van de kadastrale percelen, waarop de vergunning betrekking heeft minstens 5.000 m² bedraagt en de totale oppervlakte van de bodemingreep 1.000 m² of meer bedraagt. Er werd een archeologienota ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed met ref. ID25970. Er werd door het agentschap op 14/05/2023 akte genomen van de nota.  

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°     het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°     het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

De Hengelhoefseweg, ooit verhard met een “milieuvriendelijke” asfalt zal geheel onthard worden. Waar de weg in een heuvel ingesneden werd wordt het oorspronkelijke, natuurlijke reliëf hersteld. Binnen het projectgebied wordt ook de huidige parking in half-verharding aan de ingang van de camping gesupprimeerd. 

De nieuwe parking is gelegen op de percelen 82G9 en 82Y8, in recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan. Ze wordt uitgevoerd in halfverharding en zal bestaan uit 60 parkeerplekken waarvan 4 mindervalide plekken. De parking wordt omzoomd door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens zal daarbij behouden blijven. Uit de inplantingsplannen blijkt eveneens dat er verschillende nieuwe bomen aangeplant zullen worden (zomereik, haagbeuk, winterlinde) en dat opschot van Robinia en Amerikaanse vogelkers verwijderd zal worden. 

De parking zal ontsloten worden via de Holsteenweg. De Holsteenweg is een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de weg is nog breder. De Holsteenweg is voldoende gedimensioneerd om het verkeer dat zich richting de parking en de camping begeeft op te vangen. 

De verkeerstoename die zal ontstaan door de nieuwe parking kan in alle redelijkheid als beperkt worden beschouwd. De parking heeft een capaciteit van 60 voertuigen, waarmee de parkeervraag van het natuurlandschap en de camping wordt opgevangen, en zal hooguit een kleine verkeerstoename veroorzaken. Het aantal verkeersbewegingen van ca. 120 pae/uur (60 oprij – en wegbewegingen) kan gedragen worden door de Holsteenweg, Lokale weg Type III, waarbij de verkeersleefbaarheid niet in het gedrang komt. 

De aanleg van deze nieuwe parking is enerzijds ingegeven vanuit de verkeersveiligheid om het aantal conflictsituaties tussen zwakke weggebruikers en gemotoriseerd verkeer uit te sluiten. De Holsteen, en het rendierjaagpad, zijn immers populaire culturele en sociale/recreatieve wandel– en fietspaden, waardoor conflicten met gemotoriseerd verkeer uitgesloten moeten worden. Tevens komen ook veel kinderen het cultureel erfgoed, en de recreatieve installaties, bezoeken waardoor de verkeersveiligheid een absolute prioriteit is.

Om deze reden wordt op de parking een lusbeweging ingericht, zodat elk gemotoriseerd verkeerd geweerd wordt uit het recreatieve gebied. Er zal echter wel nog beperkt gemotoriseerd verkeer voorkomen, gelet in het verlengde van de Holsteenweg een toegang voorzien wordt naar de naastgelegen camping, doch verloopt deze ontsluiting afzonderlijk van de wandel- en fietspaden waardoor er geen conflicten zullen voorvallen. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. 

De aansluitingen van de parking op de Holsteenweg zijn voldoende breed ingericht zodanig de weggebruikers een voldoende zichtbaarheid hebben op eventueel aankomend verkeer. Zoals aangegeven is er immers een beperkt doorrijdend verkeer mogelijk dat wenst aan te sluiten op de camping aan de cafetaria Holsteen, doch is dit gelet op het beperkt karakter van het verkeer en de goede zichtbaarheid geen gevaar voor de verkeersveiligheid.

De nieuwe parking heeft ook tot doel om de mobiliteit en de parkeernoodzaak in het projectgebied te verzekeren, door de parking te bundelen op één plaats met een voldoende aantal parkeerplaatsen (60, waarvan 4 mindervalide). Het huidige aantal bedraagt immers 20 parkeerplaatsen, waardoor deze toename zal volstaan om de huidige en toekomstige parkeerdruk te ondervangen. Dit wordt bevestigd door het advies van de dienst mobiliteit. 

In alle redelijkheid moet worden besloten dat de nieuwe parking geen onaanvaardbare verkeersdruk teweeg zal brengen. Zowel op het vlak van de toegankelijkheid, de ontsluiting als de verkeersveiligheid van het projectgebied zal zich een verbetering laten optekenen. De verkeersimpact voor de omgeving van het projectgebied kan in alle redelijkheid als aanvaardbaar worden beschouwd.

Gezien de planologische ligging (dat er in wezen geen bijkomend nadeel voor de externe landbouwstructuren ontstaat),  het feit dat de natuurwaarden achteraf minstens even hoog blijven (vervanging (invasieve) exoten door inheemse boom- en struiksoorten) en het feit dat er geen negatieve impact op de mobiliteit te verwachten valt, is de aanleg van de parking vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar. 

Het voorziene mindervalidepad (‘ruggengraat wandelpad’ op de plannen) loopt van aan de holstenen in het noordwesten van het projectgebied, via het onthaal aan de Camping tot aan het uitkijkpunt met zicht op de rendiersilhouetten in het noordoosten van het projectgebied. Dit pad is 1m80 breed en zal aangelegd worden in halfverharding. Ter hoogte van de Holstenen voorziet men het pad doorheen het bos. Het pad heeft enkel een sociaal-recreatieve functie. Het betreft geen functionele verbinding. Hierdoor wordt de aanleg van het pad niet aanzien als een ontbossing. Dit betekent eveneens dat het pad nog steeds deel uitmaakt van het bos, waarbij alle bepalingen van uit het bosdecreet nog steeds van toepassing zijn. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voor Natuur en Bos voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.

Vervolgens sluit het pad aan op een bestaand pad richting de nieuw aan te leggen parking. Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft geen bezwaar tegen het halfverharden van dit pad, mits men binnen de breedte van het bestaand pad blijft. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.

Ter hoogte van de nieuwe parking maakt het nieuw aan te leggen pad de doorsteek naar de Hengelhoefseweg, welke onthard wordt. Ook dit pad bevindt zich in de bossfeer. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voor Natuur en Bos voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.

Het pad blijft het gabarit van de Hengelhoefseweg volgen, tot aan de ingang van de camping. Hier is momenteel een parking gelegen. Deze gaat weg en men voorziet op deze locatie een onthaalruimte met ontvangstpaviljoen en speelzone. Men gebruikt hiervoor maximaal de nu al verharde zones.

Na deze onthaalzone voorziet men het pad opnieuw aan te leggen tussen de aanwezige bomen. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voor Natuur en Bos voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.

Tenslotte wordt er ter hoogte van een bocht (de meest rechtsgelegen) in de Hengelhoefseweg een verhoogd pleintje in half-verharding aangelegd. Het opgehoogd pleintje zal 1m hoger komen dan het bestaande maaiveld. Het hoogteverschil wordt aan de weidekant opgevangen door een schanskorfmuur die terug naar het originele maaiveld van de weide gaat. De ophoging is beperkt van omvang en geeft geen hinder naar de aanpalende eigendommen.

De aanleg van het belevingspad en het verhoogd pleintje zorgen er voor dat de bezoekers van een unieke karakter van zowel vondsten als landschappelijke en natuurwaarden kunnen genieten en zijn vanuit ruimtelijk oogpunt eveneens aanvaardbaar 

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Resultaten van het openbaar onderzoek

Er werden 2 bezwaren ingediend.

Deze bezwaarschriften kunnen als volgt samengevat worden:

Bezwaarschrift 1

In het bezwaarschrift wordt voorgesteld om geen lus te voorzien in de open weide in het noordoosten. Deze weide is thans niet toegankelijk voor recreanten, en is belangrijk voor grondbroeders en nestvliegers, m.n. Leeuweriken en Nachtzwaluwen.

Bespreking bezwaarschrift  

Het bezwaarschrift lijkt aan te nemen dat het pad dat wordt voorzien samenvalt met de perimeter van het projectgebied. Dit is evenwel niet het geval. De weide blijft ontoegankelijk, al zullen de rendieren in de weide wel zichtbaar zijn vanop de paden rond de weide. Bestaande paden in die zone en de oude spoorroute blijven behouden rond de weide waardoor recreanten geleid worden en verstoringsdruk op de omgeving beperkt blijft. Enkel een bestaande poort wordt verwijderd en een deel van de omheining wordt zelfs achteruit gezet. Hier ontstaat een nieuw interactief uitkijkpunt, waarbij er geen nadelige impact op de weide of de daar aanwezige fauna zal ontstaan.

Ten overvloede moet ook worden opgemerkt dat het Agentschap Natuur en Bos akkoord gaat met het traject van de padenstructuur en het interactieve uitkijkpunt.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in: 

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

Bezwaarschrift 2

Samenvatting bezwaarschrift

De bezwaarindiener meent dat de aanvraag moest worden ingediend bij de deputatie. Dit zou volgen uit de “no conflict of interest”-regel uit artikel 9bis van de project-MER-richtlijn. Hoewel het project in beginsel onder de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen valt, moet het ingevolge het Wasserij-arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen in eerste administratieve aanleg toch worden behandeld door de deputatie, omdat de gemeente de initiatiefnemer van het project is. Op de vergunningverlenende overheid rust de plicht om de volle uitwerking van het Unierecht te waarborgen. 

Verder zouden niet alle onlosmakelijk met de aanvraag verbonden aspecten uitdrukkelijk zijn aangevraagd. De sloop van de woning aan de Holsteenweg zou niet zijn aangevraagd. Hierdoor zou de inhoud van de aanvraag niet duidelijk zijn. Ook zou de aanleg van de parking gepaard gaan met het verwijderen van het aantal bomen. De aanvraag maakt hier geen melding van. Ook de wadi’s aan de buitenzijden van de aanvraag zouden niet duidelijk zijn aangevraagd als vergunningsplichtige stedenbouwkundige handeling.

Volgens de bezwaarindiener zou ook de MER-screening ontoereikend zijn. De stelling dat er geen effecten worden verwacht voor de biodiversiteit zou foutief zijn. Beroepsindiener verwijst naar de ligging van het projectgebied volgens de biologische waarderingskaarten en binnen het VEN en habitatrichtlijngebied. Het zou onwaarschijnlijk zijn dat de aanvraag geen effecten kan hebben op deze natuurwaarden. De effecten werden evenwel niet naar behoren onderzocht.

De impact op de mobiliteit wordt gunstig beoordeeld omdat het verkeer niet naar het natuurgebied wordt geleid, maar dit is geen beoordeling van de mobiliteitseffecten. 

De aanvraag zou volgens de bezwaarindiener ook geen document (verscherpte natuurtoets) bevatten waarin wordt onderzocht of het project kan leiden tot onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuurwaarden in het VEN. Hierdoor zou de aanvraag onvolledig zijn. Gezien de ingrepen in de bodem zou het volstrekt onredelijk zijn om aan te nemen dat er geen kans bestaat dat er onherstelbare en onvermijdbare schade zal intreden.

Ook zou niet zijn aangetoond dat het project niet zal leiden tot enig risico op vermijdbare schade aan de natuur. Het rooien van bomen zou steeds vermijdbare schade uitmaken.

Bezwaarindiener meent ook dat de passende beoordeling gebrekkig zou zijn, maar licht niet toe waarom.

Wat betreft de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening wordt gewezen op de hinder die bezwaarindiener zou ondervinden als gevolg van de verkeersbewegingen die worden gedaan om het rendierjagerspad te bereiken, de verkeersbewegingen van de bezoekers van de camping, en het feit dat het parkeren zal worden afgewikkeld aan de overzijde van de Holsteenweg. Holsteenweg beschikt slechts over één rijstrook in iedere rijrichting, en zou een totale breedte hebben van om en bij drie meter. De vraag is hoe de smalle weg de bijkomende mobiliteit zal kunnen dragen.

Bespreking bezwaarschrift 

-    De bevoegdheid van het college

De gemeente heeft het aanvraagdossier ingediend bij de deputatie. De deputatie oordeelde evenwel dat zij niet bevoegd is voor de aanvraag, nu het niet om een project gaat dat voorkomt op de lijst met provinciale projecten. De aanvraag werd daarom doorverwezen naar het college. In de gegeven omstandigheden zal het college de aanvraag beoordelen.

Het gegeven dat het college de in eerste aanleg bevoegde overheid is, strookt met de letter van de wet. Het wordt alvast niet betwist dat het project niet voorkomt op de lijst met provinciale of gewestelijke projecten. Het gaat dus om een project waarvoor het college van burgemeester en schepenen de in eerste aanleg bevoegde vergunningverlenende overheid is. 

Conform artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet (OVD) wordt de deputatie in dergelijke gevallen alleen bevoegd wanneer aan twee voorwaarden is voldaan: (i) voor het project moet een milieueffectrapport worden opgesteld en is er geen ontheffing van de rapportageverplichting verkregen, en (ii) het college van burgemeester en schepenen is initiatiefnemer en aanvrager van het project.

In voorliggend geval blijkt niet dat voor het project een volledig project-MER moest worden opgesteld. Volgens artikel 15/1 OVD blijft het college van burgemeester en schepenen bijgevolg de vergunningverlenende overheid die in eerste aanleg bevoegd is. Het college kan dan ook weldegelijk in eerste administratieve aanleg oordelen over de aanvraag in kwestie.

Het college moet artikel 15/1 OVD eerbiedigen. Het zogenaamde Wasserij-arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 oktober 2022 met nummer RvVb-A-2223-A-0108 doet aan de verplichting van het college om zich naar deze hogere norm te schikken geen enkele afbreuk. Het gaat om een decretale bepaling die niet onwettig werd bevonden, en dus nog steeds wettig en toepasselijk moet worden geacht. 

Bovendien is artikel 15/1 OVD dermate duidelijk geformuleerd dat een richtlijnconforme interpretatie in voorliggend geval niet toegestaan is. Volgens het Hof van Justitie, daarin gevolgd door de Belgische hoven en rechtbanken, bestaat de grens van richtlijnconforme uitlegging uit het verbod voor de nationale rechter om contra legem te oordelen (HvJ (5e k.) nr. C-57/15, 28 juli 2016 (United Video Properties Inc. / Telenet NV; Cass. (1e k.) AR F.14.0206.N, 2 september 2016; Brussel (9e k.) 12 mei 2017; Gent nr. 2008/AR/1584, 2 november 2009; Arbh. Antwerpen (afd. Hasselt) nr. 2016/AH/191, 24 maart 2021). 

De nationale rechter is volgens het Hof van Cassatie niet gehouden tot richtlijnconforme interpretatie van het nationale recht indien de bewoordingen van het nationale recht zich daartegen verzetten of wanneer die interpretatie strijdt met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van terugwerkende kracht (Cass. (1e k.) AR F.14.0206.N, 2 september 2016).

Uiteraard is deze rechtspraak ook parallel van toepassing op administratieve overheden, zoals het college van burgemeester en schepenen. 

In voorliggend geval verzet niet alleen de bewoording, maar ook het rechtszekerheidsbeginsel tegen een interpretatie van artikel 15/1 OVD waarbij het college zijn bevoegdheid zou verliezen ingeval van projecten die louter MER-screeningsplichtig zijn. Dergelijke interpretatie is volledig strijdig met artikel 15/1 OVD, en valt evenmin te verenigen met het rechtszekerheidsbeginsel.

Er is bijgevolg geen rechtsgrond voorhanden om af te wijken van de letter van de wet zoals vervat in artikel 15/1 OVD. Het college van burgemeester en schepenen heeft zich hieraan te houden, en blijft dus in eerste administratieve aanleg bevoegd.

In de marge moet ook worden opgemerkt dat tegen het Wasserij-arrest cassatieberoep werd ingesteld bij de Raad van State, waardoor het arrest nog niet definitief is. 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook weldegelijk de vergunningverlenende overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is om over het project te oordelen. 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in: 

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

-    De volledigheid van de aanvraag

De woning op de camping die zal worden gesloopt, valt buiten de contouren van de aanvraag. De sloop hiervan is niet onlosmakelijk verbonden met huidige aanvraag. De aanvraag kan immers ook worden gerealiseerd zonder de sloop van dit gebouw. Ook zonder deze sloop bedraagt de verhardingsbalans nog steeds 49m² minder verharding.

Verder kan bezwaarlijk worden betwist dat de aanleg van de parking met de daaraan verbonden aanleg van de wadi’s niet in de aanvraag vervat zit. De plannen laten hierover geen enkele twijfel bestaan. Ook het gegeven dat de aanleg van de parking tot gevolg zal hebben dat bepaalde delen van het bestaande groen moet worden verwijderd, zit onmiskenbaar in de aanvraag begrepen. De te rooien bomen worden aangeduid op het inplantingsplan met de bestaande toestand. Overigens worden deze bestaande groenstructuren voor het grootste deel intact gelaten, zoals ook het Agentschap voor Natuur en Bos bevestigt in haar advies. 

De aanvraag is dan ook weldegelijk volledig.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in: 

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

-    De toereikendheid van de MER-screening

Bij de aanvraag zit een MER-screening gevoegd. De MER-screening vermeldt dat de aanvraag zich in Habitatrichtlijngebied (Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden (BE2200031) en in Natura-2000 gebied (Droge Europese Heide en Dwerghaver-verbond) situeert. De aanvraag geeft ook aan dat binnen het habitatrichtlijngebied tevens VEN-gebied is afgebakend, namelijk ‘De Teut-Tenhaagdoornheide’ (gebiedsnummer 434).

Uit het loutere gegeven dat de aanvraag zich in voormelde gebieden situeert, volgt geenszins dat het project nadelige effecten heeft op de natuurwaarden ter plaatse. De aanvraag omvat een MER-screening, waaraan tevens een passende beoordeling is gevoegd die tevens een VEN-toets omvat. In dit document met de titel “passende beoordeling” worden de diverse relevante effectcategorieën onderzocht en nader toegelicht, waaronder de effecten op ruimtebeslag, grondwaterstand, verstoring, en versnippering. Bij elk effect kan worden besloten dat de aanvraag een gunstige invloed heeft. Daarnaast bevat de MER-screening een onderzoek naar de effecten op mobiliteit, de bodem, geluid en trillingen, en onroerend erfgoed. Het is dus niet zo dat het aanvraagdossier zonder enig onderzoek of staving zou aannemen dat er geen denkbare effecten zijn op de natuurwaarden.

De MER-screening bij de aanvraag omvat ook een Addendum E1 “Effecten op mobiliteit”. Hierin wordt toegelicht dat één goed uitgeruste parking van 60 parkeerplaatsen wordt voorzien voor de wandelaars en bezoekers van de camping. Deze is gelegen aan de verharde Holsteenweg en situeert zich deels op het huidige kampeerterrein. Dit is een verdrievoudiging van de (te kleine) parkeervoorziening die vandaag de dag aan de ingang van de camping (cafétaria) ligt. De nieuwe parking ligt op ca. 250m van de cafétaria. Ook de mindervalidenparkeerplaatsen worden hier voorzien. De bestaande parking (12 plaatsen) aan de kruising Kapelbergweg – Hengelhoefseweg blijft behouden en is voorzien om de gebruikers van de hondenlosloopzone te laten parkeren, en wordt beter in het omliggende landschap geïntegreerd, zodat ze minder prominent in het beeld aanwezig is. Voor mountainbikers wordt gekeken naar andere bestaande openbare parkings iets verder van het natuurgebied.

De MER-screening bevat naast een omschrijving van het mobiliteitsaspect van de aanvraag ook een beoordeling van de effecten van de aanvraag op de mobiliteit. De MER-screening licht toe dat de nieuwe sturing van parkeren, ontvangen en route conflicten tussen verschillende gebruikers vermindert. Daarnaast moeten auto’s niet meer door het natuurlandschap of voorbij de ingang van de camping te rijden. Dit zal niet alleen de rust en beleving van het landschap ten goede komen, maar ook de verkeersveiligheid, nu het aantal conflictsituaties zal worden teruggedrongen. 

Bovendien moet op basis van de plannen worden vastgesteld dat de Holsteenweg voldoende breed is voor een voldoende veilige en comfortabele verkeersafwikkeling. Het betreft een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de hele weg is breder. De parking met 60 parkeerplaatsen heeft een ontsluiting die is opgevat als een lusbeweging. Bijgevolg zal de ontsluiting en verkeersafwikkeling van de parking vlot verlopen.

Met de MER-screening kan bijgevolg worden besloten dat er geen aanzienlijke effecten op het vlak van mobiliteit verwacht worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in: 

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

-    De natuurtoetsen bij de aanvraag

Overeenkomstig artikel 26bis, § 1 natuurdecreet mag het vergunningverlenend bestuur geen toestemming of vergunning verlenen voor een activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) kan veroorzaken. Deze verscherpte natuurtoets impliceert dat het vergunningverlenend bestuur onderzoekt welke de impact is voor de natuurwaarden in het VEN-gebied. Wanneer er onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN wordt veroorzaakt, kan er in beginsel geen vergunning worden verleend (RvVb nr. A/1516/1298, 28 juni 2016). De VEN-toets en de habitattoets kunnen in één document worden opgenomen (RvVb nr. S-2021-0611, 4 februari 2021).

Uit de parlementaire stukken (Parl.St. Vl.Parl. 2001-02, nr. 967/1, 17-20) blijkt volgende toelichting omtrent de begrippen "vermijdbare schade" en "onvermijdbare schade":

"Vermijdbare schade is die schade die kan vermeden worden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren (bvb. met andere materialen, op een andere plaats, ...). Onvermijdbare schade is de schade die men hoe dan ook zal veroorzaken, op welke wijze men de activiteit ook uitvoert. [...]

Deze bepalingen gaan over onvermijdbare schade die tevens onherstelbaar is. Onvermijdbare schade die wel herstelbaar is, mag wel worden veroorzaakt.

Onder herstel wordt een herstel van de schade verstaan op de plaats van beschadiging met een kwantitatief en kwalitatief gelijkaardige habitat als deze die er voor de beschadiging aanwezig was. [...]"

In het kader van een omgevingsvergunning zal de aanvrager moeten aantonen dat de aangevraagde activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken. Wanneer de kennisgever dit niet gedaan heeft, dient de betrokken overheid zelf te onderzoeken of de activiteit onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken (BRUYNINCKX, T., FORET, B., “Effectenrapportage” in, Ruimtelijke planning – Ruimtelijke uitvoeringsplannen , VI.Bbis.7 - 53 - VI.Bbis.7 - 106f, p. 262).

De voorliggende aanvraag vermeldt dat het project zich ook situeert in VEN-gebied. Uit het document met de titel ‘passende beoordeling’ blijkt dat in alle relevante effectgroepen een positief effect wordt verwacht. Hieruit volgt dat er tevens geen ‘onvermijdbare en onherstelbare’ schade zal ontstaan aan het VEN. In het gunstige advies van het Agentschap voor Natuur en Bos van 2 augustus 2023 wordt eveneens vastgesteld dat de vergunningsplichtige activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal veroorzaken. 

Wanneer de relevante effectcategorieën nader worden beschouwd, blijkt dat er inderdaad alleen positieve effecten zullen optreden. 

Met betrekking tot het ruimtebeslag zullen auto’s niet langer door het natuurlandschap hoeven te rijden, wat de rust, beleving en natuur van het gebied ten goede zal komen. Door de aanvraag daalt ook het ruimtebeslag van de verharding in het natuurgebied. Met name wordt de Hengelhoefsesteenweg onthard. Er zal geen onvermijdbare en onherstelbare schade optreden. 

Met betrekking tot de grondwaterstand moet tevens worden vastgesteld dat de verhardingsbalans door voorliggende aanvraag gunstig uitdraait, waardoor ook op dit punt geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal ontstaan. Het areaal voor infiltratie van regenwater neemt namelijk toe. Bovendien wordt maximaal gebruik gemaakt van de reeds bestaande verhardingen voor de onthaalruimte met ontvangstpaviljoen en speelzone. 

Ook wat betreft het effect op verstoring blijkt dat de stopzetting van het gebruik van de Hengelhoefsesteenweg voor verkeer en parkeren zal leiden tot een reductie van de actuele verstoring. Verder worden de recreanten en bezoekers vanaf de nieuwe parking langs de Holsteenweg veel meer te voet geleid naar het onthaal van de rendierjagerssite en de camping. Hieruit volgt dat de aanvraag een positief effect zal hebben, en er geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal optreden.

Ook de aanleg van de nieuwe paden zal geen onvermijdbare en onherstelbare schade veroorzaken. Alle paden worden zo voorzien dat er geen schade aan de natuur ontstaat, en dat er zo weinig mogelijk bomen worden gerooid. De milderende maatregelen die ANB voorstelt zullen als voorwaarde worden opgelegd. Bovendien wordt in lijn met het advies van ANB ook als voorwaarde opgelegd dat de trajecten van de nieuwe paden zo gekozen dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden.  

Met betrekking op het effect op versnippering moet worden opgemerkt dat de Hengelhoefseweg onthard wordt. Waar de weg in een landduin is ingesneden, zal het oorspronkelijke, natuurlijke reliëf worden hersteld. In het westen zal terug een aaneengesloten droge heide vegetatie worden gerealiseerd, en in het oosten een aaneengesloten droog eikenbos. Dit alles komt de natuurwaarden sterk ten goede.

Het wandelpad binnen het VEN zal dus geen onvermijdbare en onherstelbare schade veroorzaken. 

De nieuwe parking is niet gelegen in het VEN. Niettemin moet worden opgemerkt dat de parking omzoomd wordt door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens kan daarbij behouden blijven. Slechts een beperkt aandeel van het aanwezige groen moet worden verwijderd. Uit de inplantingsplannen blijkt eveneens dat er verschillende nieuwe bomen aangeplant zullen worden (zomereik, haagbeuk, winterlinde) en dat opschot van Robinia en Amerikaanse vogelkers verwijderd zal worden. Op deze manier zal de parking geen onvermijdbare en onherstelbare schade veroorzaken aan het VEN. 

De aanvraag draagt daarenboven bij tot de ontsnippering van het gebied en barrières in het natuurgebied worden weggewerkt. 

Bijgevolg moet worden besloten dat er geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuurwaarden van het VEN zal ontstaan.

Daarnaast zal er ook geen vermijdbare schade aan de natuur ontstaan. Artikel 16, § 1 natuurdecreet bepaalt dat de bevoegde overheid in het geval van een vergunningplichtige activiteit er zorg voor draagt dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan door de vergunning of toestemming te weigeren of door redelijkerwijze voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen. 

Vermijdbare schade is die schade die kan vermeden worden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren (bvb. met andere materialen, op een andere plaats, ...). In voorliggend geval zal geen vermijdbare schade ontstaan, nu er geen schade zal optreden die kan worden vermeden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren. Beroeper maakt ook niet inzichtelijk welke vermijdbare schade zou kunnen optreden als gevolg van de realisatie van de aanvraag.  

In dit verband moet ten overvloede worden opgemerkt dat het louter verwijderen van bomen niet automatisch gelijk kan worden gesteld met vermijdbare schade. Uit het door bezwaarindiener aangehaalde arrest van de Raad van State met nr. 251.505 van 16 september 2021 valt geenszins af te leiden dat het rooien van bomen steeds vermijdbare schade zou uitmaken zoals bezwaarindiener meent. 

Met betrekking tot de passende beoordeling moet worden besloten dat het bezwaar niet toelicht waarom het gevoerde onderzoek onvoldoende concreet zou zijn. Zoals reeds aangehaald, bevat de aanvraag een nota waarin wordt toegelicht waarom er geen betekenisvolle effecten zullen ontstaan voor de speciale beschermingszone. Deze conclusie wordt bijgetreden door ANB. ANB geeft aan dat er ter hoogte van de parking en de delen van het wandelpad Ruggengraat geen habitatwaardige vegetaties of zoekzones aanwezig zijn, en dat er geen negatieve impact is op de instandhoudingsdoelstellingen. 

Uitzondering (m.b.t. wandelpad Ruggengraat) is de zone in het oosten van het projectgebied. Deze zone staat deels gekarteerd als actueel habitat 4030, en in het natuurbeheerplan wordt deze zone aangeduid als te ontwikkelen heidevegetatie (en/of boshabitat 9120_9190). ANB is akkoord met het voorzien van een pad, maar stelt hieromtrent vergunningsvoorwaarden voor. Deze voorwaarden zullen worden opgelegd, samen met de andere vergunningsvoorwaarden die ANB voorstelt. 

De passende beoordeling toont dan ook afdoende aan dat er geen betekenisvolle effecten zullen ontstaan voor de speciale beschermingszone.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in: 

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

-    Goede ruimtelijke ordening 

De Holsteenweg is een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de weg is nog breder. De Holsteenweg is voldoende gedimensioneerd om het verkeer dat zich richting de parking en de camping begeeft op te vangen. 

De verkeerstoename die zal ontstaan door de nieuwe parking kan in alle redelijkheid als beperkt worden beschouwd. De parking heeft een capaciteit van 60 voertuigen, waarmee de parkeervraag van het natuurlandschap en de camping wordt opgevangen, en zal hooguit een kleine verkeerstoename veroorzaken. Het aantal verkeersbewegingen van ca. 120 pae/uur (60 oprij – en wegbewegingen) kan weldegelijk gedragen worden door de Holsteenweg, Lokale weg Type III, waarbij de verkeersleefbaarheid niet in het gedrang komt. 

De aanleg van deze nieuwe parking is enerzijds ingegeven vanuit de verkeersveiligheid om het aantal conflictsituaties tussen zwakke weggebruikers en gemotoriseerd verkeer uit te sluiten. De Holsteen, en het rendierjaagpad, zijn immers populaire culturele en sociale/recreatieve wandel– en fietspaden, waardoor conflicten met gemotoriseerd verkeer uitgesloten moeten worden. Tevens komen ook veel kinderen het cultureel erfgoed, en de recreatieve installaties, bezoeken waardoor de verkeersveiligheid een absolute prioriteit is.

Om deze reden wordt op de parking een lusbeweging ingericht, zodat elk gemotoriseerd verkeerd geweerd wordt uit het recreatieve gebied. Er zal echter wel nog beperkt gemotoriseerd verkeer voorkomen, gelet in het verlengde van de Holsteenweg een toegang voorzien wordt naar de naastgelegen camping, doch verloopt deze ontsluiting afzonderlijk van de wandel- en fietspaden waardoor er geen conflicten zullen voorvallen. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. 

De aansluitingen van de parking op de Holsteenweg zijn voldoende breed ingericht zodanig de weggebruikers een voldoende zichtbaarheid hebben op eventueel aankomend verkeer. Zoals aangegeven is er immers een beperkt doorrijdend verkeer mogelijk dat wenst aan te sluiten op de camping aan de cafetaria Holsteen, doch is dit gelet op het beperkt karakter van het verkeer en de goede zichtbaarheid geen gevaar voor de verkeersveiligheid.

De nieuwe parking heeft ook tot doel om de mobiliteit en de parkeernoodzaak in het projectgebied te verzekeren, door de parking te bundelen op één plaats met een voldoende aantal parkeerplaatsen (60, waarvan 4 mindervalide). Het huidige aantal bedraagt immers 20 parkeerplaatsen, waardoor deze toename zal volstaan om de huidige en toekomstige parkeerdruk te ondervangen. Dit wordt bevestigd door het advies van de dienst mobiliteit. 

In alle redelijkheid moet worden besloten dat de aanvraag geen onaanvaardbare verkeersdruk teweeg zal brengen. Zowel op het vlak van de toegankelijkheid, de ontsluiting als de verkeersveiligheid van het projectgebied zal zich een verbetering laten optekenen. De verkeersimpact voor de omgeving van het projectgebied kan in alle redelijkheid als aanvaardbaar worden beschouwd.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in: 

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

Bespreking van de adviezen

1.- Het advies van 12/06/2023 van het Departement Landbouw en Visserij is gunstig als volgt beschreven:

“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een gunstig advies bij.

De betreffende percelen zijn hoofdzakelijk gelegen binnen natuurgebied en in minder mate binnen recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op:

    het opbreken van een bestaande parking en een weg die het projectgebied doorkruist;

    de aanleg van een belevingsroute in de vorm van een rolstoelvriendelijk halfverhard pad waarlangs verscheidene interactie objecten worden geplaatst;

    de aanleg van een nieuwe onthaalparking aan de rand van het projectgebied.

Binnen het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming wordt een gedeelte van de nieuwe parkeerplaats aangelegd. De nieuwe parking wordt voorzien aansluiting bij de bestaande camping en situeert zich hoofdzakelijk binnen recreatiegebied.

Het gaat hier om een kleinschalig landbouwgebied ingesloten door de camping enerzijds en de bestaande zonevreemde woning nr. 5 anderzijds. Dit terrein is op basis van de beschikbare landbouwgegevens niet in professioneel landbouwgebruik en ligt tevens binnen SBZ-H- gebied.

Gelet op de planologische ligging en overdrukken, de bestaande ruimtelijke situatie én de afwezigheid van professioneel landbouwgebruik zijn de aangevraagde werken vanuit landbouwkundig oogpunt worden gedoogd. Er ontstaat in wezen geen bijkomend nadeel voor de externe landbouwstructuren.

Voor de werkzaamheden binnen natuurgebied en recreatiegebied bestaan gelet op de geldende gebiedsbestemmingen geen landbouwkundige bezwaren.

Gelet op bovenstaande overwegingen kan er vanuit het Departement Landbouw en Visserij een gunstig advies worden verleend voor deze aanvraag.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

2.- Het advies van 12/06/2023 van de dienst facilitair management is voorwaardelijk gunstig als volgt beschreven:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld, mits er aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

-    Op de nieuw te realiseren bezoekersparking worden de biggenruggen best zo in geplant dat voertuigen er met de wielen tegen rijden, op die manier wordt de achterliggende aanplant maximaal beschermt,

-    De nieuw aan te planten bomen voldoende beschermd worden tegen wildvraat,

-    De nieuw aan te planten bomen aangeplant worden in maten niet groter dan 16-18 om zo de slaagkansen te maximaliseren,

-    De plantvakken van de nieuw aan te planten bomen zodanig aan te leggen dat ze maximaal beschermd worden tegen uitdroging.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

3.- Het advies van 05/07/2023 van Inter is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds beschreven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

4.- Het advies van 31/07/2023 van de dienst mobiliteit is voorwaardelijk gunstig als volgt beschreven:

“Bespreking

•    De Holsteenweg is volgens het mobiliteitsplan ingedeeld als een erftoegangsweg. De huidige inrichting is hiermee in overeenstemming. De locatie van de parking aan de rand van het projectgebied en in de onmiddellijke omgeving van de camping heeft het voordeel dat het natuurgebied zelf bespaard blijft van gemotoriseerd verkeer. Dit creëert een kwalitatievere beleving voor de bezoeker en minder versnippering van het gebied door wegenis. 

•    Een verkennend parkeeronderzoek in de zomerperiode (2022) resulteerde in een maximale bezettingsgraad van 19% van de beschikbare parkeerplaatsen in de omgeving van het projectgebied. De capaciteit van de nieuwe parking met 60 plaatsen is naar verwachting dus ruim voldoende om de gebruikelijke parkeerdruk op te vangen. Ter vergelijking, op de parking gelegen langs de Teutseweg met een capaciteit van 60 wagens werd tijdens de zelfde meetperiode een bezetting tussen 3 en 57% gemeten. Bij grote evenementen is het wenselijk om een mobiliteitsstudie uit te voeren en eventueel overloopparkings te voorzien. Ook dient verder ingezet te worden op het promoten en faciliteren van duurzaam vervoer van en naar het gebied. De aanwezigheid van de fietssnelweg/kolenspoor is een grote troef hierin. 

•    De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.

•    De maatvoering van de fietsenstalling is niet gespecifieerd in de plannen. Deze dienen te voldoen aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in het vademecum fietsvoorzieningen. Het is aanbevolen rekening te houden met stallingsplaatsen voor buitenmaatse fietsen (richtwaarde = 10% van het totaal aantal plaatsen). Momenteel zijn er 44 plaatsen voorzien. In functie van de ambitie om duurzaam vervoer te faciliteren en dus een toenemend aantal fietsverplaatsingen te genereren naar dit gebied, is mogelijk een verhoging van de stallingscapaciteit noodzakelijk.

Advies dienst mobiliteit:

Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd onder de volgende voorwaarden:

•    De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.

•    De maatvoering van de fietsenstalling is niet gespecifieerd in de plannen. Deze dienen te voldoen aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in het vademecum fietsvoorzieningen. Het is aanbevolen rekening te houden met stallingsplaatsen voor buitenmaatse fietsen (richtwaarde = 10% van het totaal aantal plaatsen).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

5.- Het advies van 03/07/2023 van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig als volgt beschreven:

“Gunstig mits naleven van gestelde voorwaarden.

Opmerkingen

Algemene eisen vertrekkende van het KB van 07 juli 1994 en latere wijzigingen.

1.    Camping Holsteenbron moet ten alle tijden bereikbaar zijn voor de voertuigen van de hulpdiensten via de Holsteenweg.

2.    Er moet via de Hengelhoefseweg een mogelijkheid zijn om de brandwegen in het natuurgebied te bereiken daar de aansluiting aan de camping via de Hengelhoefseweg verloren zal gaan en het geen optie is om over de camping naar deze wegen te rijden met onze voertuigen. De verbinding moet voldoen aan volgende voorwaarden:

    minimale vrije breedte: 4 m;

    minimale draaicirkel met draaistraal 11 m (aan de binnenkant) en 15 m (aan de buitenkant);

    draagvermogen: derwijze dat voertuigen, zonder verzinken, met een maximale asbelasting van 13t er kunnen rijden en stilstaan, zelfs wanneer ze het terrein vervormen.

(kaart: zie advies)

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. 

Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

6.- Het advies van 2/08/203 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds beschreven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

7.- Het advies van 21/06/2023 van de NMBS is gunstig.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

8.- De adviezen van volgende diensten zijn niet ontvangen binnen de dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag en zij worden dus geacht gunstig te zijn, krachtens artikel 26 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning, goedgekeurd door de Vlaamse Regering dd. 25/04/2014:

•    Dienst Contractmanagement

•    Onroerend Erfgoed Limburg

•    Provincie Limburg, afdeling waterbeheer

9.    ADVIES GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR

Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, en dat het gevraagde verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, mits het opleggen van voorwaarden.  

De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseert de volgende voorwaarde op te leggen:

Stedenbouwkundige voorwaarde

1.    Het advies van de dienst facilitair management moet gevolgd worden:

-    Op de nieuw te realiseren bezoekersparking worden de biggenruggen best zo in geplant dat voertuigen er met de wielen tegen rijden, op die manier wordt de achterliggende aanplant maximaal beschermt,

-    De nieuw aan te planten bomen voldoende beschermd worden tegen wildvraat,

-    De nieuw aan te planten bomen aangeplant worden in maten niet groter dan 16-18 om zo de slaagkansen te maximaliseren,

-    De plantvakken van de nieuw aan te planten bomen zodanig aan te leggen dat ze maximaal beschermd worden tegen uitdroging.

2.    Het advies van de dienst mobiliteit moet gevolgd worden:

-    De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.

-    De maatvoering van de fietsenstalling is niet gespecifieerd in de plannen. Deze dienen te voldoen aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in het vademecum fietsvoorzieningen. Het is aanbevolen rekening te houden met stallingsplaatsen voor buitenmaatse fietsen (richtwaarde = 10% van het totaal aantal plaatsen).

3.    Het advies van Inter moet gevolgd worden.

4.    Het advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie, moet gevolgd worden.

5.    Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos moet gevolgd worden:

-    De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet tussen 1 april en 30 juni);

-    Waar een nieuw pad wordt voorzien in een bos, worden de volgende maatregelen in acht genomen:

o    De breedte van het pad wordt tot het absolute minimum beperkt;

o    Het traject dient zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden;

-    Als er heideplantjes aanwezig zijn ter hoogte van de locatie van het nieuwe pad, dienen deze (of minstens de zaadbank) verplaatst te worden naar locaties die onthard worden binnen het projectgebied. Hoe dan ook moet de oppervlakte aan heidevegetatie na de werken minstens gelijk zijn aan de huidig aanwezige oppervlakte;

-    De vrijgekomen ruimte ten gevolge van de ontharding van de Hengelhoefseweg wordt ingezet voor het ontwikkelen van de natuurstreefbeelden conform het natuurbeheerplan en IHD;

-    Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.

6.    De maatregelen opgenomen in de archeologienota ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed met ref. ID25970 dienen te worden nageleefd. 

7.    De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. 

8.    De voorwaarden opgelegd in de beslissingen van de gemeenteraad van 11/09/2023, dienen integraal nageleefd te worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar d.d. 25/09/2023 en volgt dit standpunt integraal.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het voorwaardelijk afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Bart Telen wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, Guido Pirotte wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, de heer Johny De Raeve wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven en mevrouw Petra Kiepkowski wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven voor het aanleggen van het terrein (rendierjagerspad) en verhardingen, gelegen te Hengelhoefseweg z/n kadastraal gekend als afdeling 2 sectie D nrs. 82A9, 82Z8, 82T8, 82Y8, 82B10, 82H9, 82G9, 82D9, 83K, 83H, 83L, 84E, 124E24 en 124D24.

Artikel 3

Volgende voorwaarden worden opgelegd:

1. Het advies van de dienst facilitair management moet gevolgd worden:

  • Op de nieuw te realiseren bezoekersparking worden de biggenruggen best zo in geplant dat voertuigen er met de wielen tegen rijden, op die manier wordt de achterliggende aanplant maximaal beschermd,
  • De nieuw aan te planten bomen voldoende beschermd worden tegen wildvraat,
  • De nieuw aan te planten bomen aangeplant worden in maten niet groter dan 16-18 om zo de slaagkansen te maximaliseren,
  • De plantvakken van de nieuw aan te planten bomen zodanig aan te leggen dat ze maximaal beschermd worden tegen uitdroging.”

2. Het advies van de dienst mobiliteit moet gevolgd worden:

  • De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.
  • De maatvoering van de fietsenstalling is niet gespecifieerd in de plannen. Deze dienen te voldoen aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in het vademecum fietsvoorzieningen. Het is aanbevolen rekening te houden met stallingsplaatsen voor buitenmaatse fietsen (richtwaarde = 10% van het totaal aantal plaatsen).

3. Het advies van Inter moet gevolgd worden.

4. Het advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie, moet gevolgd worden.

5. Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos moet gevolgd worden:

  • De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet tussen 1 april en 30 juni);
  • Waar een nieuw pad wordt voorzien in een bos, worden de volgende maatregelen in acht genomen:
    1. De breedte van het pad wordt tot het absolute minimum beperkt;
    2. Het traject dient zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden;
  • Als er heideplantjes aanwezig zijn ter hoogte van de locatie van het nieuwe pad, dienen deze (of minstens de zaadbank) verplaatst te worden naar locaties die onthard worden binnen het projectgebied. Hoe dan ook moet de oppervlakte aan heidevegetatie na de werken minstens gelijk zijn aan de huidig aanwezige oppervlakte;
  • De vrijgekomen ruimte ten gevolge van de ontharding van de Hengelhoefseweg wordt ingezet voor het ontwikkelen van de natuurstreefbeelden conform het natuurbeheerplan en IHD;
  • Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.

6. De maatregelen opgenomen in de archeologienota ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed met ref. ID25970 dienen te worden nageleefd.

7. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

8. De voorwaarden opgelegd in de beslissing van de gemeenteraad van 11/09/2023, dienen integraal nageleefd te worden