De Vlaamse overheid heeft in de zomer van 2023 nieuwe raamovereenkomsten afgesloten voor de ondersteuning van haar telecommunicatiebehoeften, de zogenaamde ‘Telecomcontracten 2023’.
De raamovereenkomsten: 2017/HFB/OPMB/33326 (Raamcontracten Telecom 2018) zijn verlengd zodat deze doorlopen gedurende de tijd van de beperkte transitieperiode. Dit geeft alle huidige bestellers de garantie dat alle dienstverlening en facturatie gewoon blijft doorlopen, terwijl de transitie van de bestellers naar de nieuwe telecomcontracten 2023 uitgevoerd wordt. Na de transitieperiode zullen de huidige voorwaarden van de telecomcontracten 2018 vervallen.
Afname van deze nieuwe raamovereenkomsten is niet verplicht.
Ons bestuur heeft interesse in perceel 2: Mobiele telefonie, mobiele datacommunicatie voor professioneel gebruik en voor "Machine to Machine" (M2M) en "Internet of Things (IoT).
Om de relevante documenten te verkrijgen, dienen we een registratieaanvraag in te vullen. Deze is louter administratief, maar noodzakelijk om het dossier te kunnen vervolledigen.
Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de toetreding tot de raamovereenkomst "Telecomcontracten Vlaamse overheid 2023", meer specifiek tot perceel 2: Mobiele telefonie, mobiele datacommunicatie voor professioneel gebruik en voor "Machine tot Machine" (M2M) en "Internet of Things" (IoT), georganiseerd door de Afdeling Aankoopcentrale en Overheidsopdrachten van het Agentschap Facilitair Bedrijf van de Vlaamse Overheid.
De e-mail van 20 september 2023 vanwege ACOD-LRB Limburg, met stakingsaanzegging voor 5 oktober 2023.
"Het gemeenschappelijk vakbondsfront en tal van andere organisaties organiseren op 5 oktober 2023 een actiedag met betoging in Brussel tegen het voorstel van de wet die het mogelijk maakt om gerechtelijk een betogingsverbod op te leggen.
Deze actie kan in bepaalde diensten aanleiding geven tot afwezigheden van werknemers die deelnemen aan de actie. 5 oktober 2023 zal dus als stakingsdag beschouwd worden voor de werknemers die afwezig zijn omwille van hun deelname aan deze actie/betoging.
Worden eveneens gedekt de werknemers van wie de shift op 4 oktober ‘s avonds is begonnen of in de nacht van 5 op 6 oktober eindigt.
"
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de e-mail van 20 september 2023 vanwege ACOD-LRB, met stakingsaanzegging voor donderdag 5 oktober 2023.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons van 2023 goed voor een bedrag van € 12.757,04.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de bijkomende bestelbon 2023005477 goed voor een bedrag van € 6.835,70.
Wij ontvingen op 28 september 2023 de subsidieaanvraag van KSA Zonhoven voor de Pooplaparty op 23 september 2023 in De Kwint.
De subsidieaanvraag voldoet aan de voorwaarden uit het subsidiereglement.
De subsidie werd tijdig aangevraagd.
De factuur bedraagt 1.371,80 euro.
De subsidie bedraagt maximum 300 euro.
Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring over de uitbetaling van een subsidie security op jeugdfuiven voor de Pooplaparty ten bedrage van 300 euro. Deze subsidie wordt uitbetaald aan KSA Zonhoven .
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Dossiernummer: 2023/00109
Referentie omgevingsloket: OMV_2023070563
De aanvraag, ingediend door Arte NV met als contactadres Senator A. Jeurissenlaan 1210 te 3520 Zonhoven, werd ontvangen op 06/06/2023 en op 10/08/2023 ontvankelijk en volledig verklaard.
De aanvraag gaat over een terrein, gelegen Senator A. Jeurissenlaan 1210, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie C nr. 1089B.
De aanvraag gaat over het regulariseren van de terreinverharding en het rooien van een boom en het bouwen van een hoogspanningscabine en het wijzigen van de terreininrichting.
De aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de geldende wettelijke bepalingen, (in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid, het decreet Natuurbehoud en hun uitvoeringsbesluiten).
1. STEDENBOUWKUNDIGE BASISGEGEVENS
De locatie van de aanvraag is volgens het Origineel bij Koninklijk besluit goedgekeurd gewestplan op 3 april 1979 gelegen in ambachtelijke bedrijven en kmo's.
De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een bijzonder plan van aanleg.
De locatie van de aanvraag is gelegen binnen het ruimtelijk uitvoeringsplan grup afbakening regionaalstedelijk gebied Hasselt-Genk, goedgekeurd op 20 juni 2014.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Volgende verordeningen zijn van kracht:
• algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer goedgekeurd op 29 april 1997;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven goedgekeurd op 8 juli 2005;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,... goedgekeurd op 23 juni 2006;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid goedgekeurd op 5 juni 2009.
2. HISTORIEK
Volgende dossiers zijn relevant:
• Stedenbouwkundige vergunning (1972/00107) voor het bouwen van een kantien - geweigerd op 03/08/1972.
• Stedenbouwkundige vergunning (1974/00214) voor het bouwen van een voetballokaal - geweigerd op 29/03/1978.
• Stedenbouwkundige vergunning (1996/07448) voor het bouwen van een opslagruimte en burelen - goedgekeurd op 24/06/1996.
• Stedenbouwkundige vergunning (1996/07541) voor het bouwen van een opslagruimte en burelen - goedgekeurd op 03/02/1997.
• Stedenbouwkundige vergunning (2000/08368) voor het uitbreiden van de opslagruimte. - goedgekeurd op 08/05/2000.
• Stedenbouwkundige vergunning (2002/08956) voor het bouwen van een productiehal (bouwfase iii : uitbreiding van bestaande gebouwen). - goedgekeurd op 24/06/2002.
• Stedenbouwkundige vergunning (2006/10331) voor het uitbreiden van de bestaande gebouwen met een kantoorgebouw - goedgekeurd op 06/06/2006.
• Stedenbouwkundige vergunning (2007/10577) voor uitbreiding van een bestaande productiehal - goedgekeurd op 16/04/2007.
• Verkavelingsvergunning (7204.V.76) voor het verkavelen van een grond - geweigerd op 08/10/1964.
• Milieuvergunning 752.2-112 voor groothandel in behangpapier - burelen en magazijn - goedgekeurd op 24/06/1996.
• Milieuvergunning MIL/K2/2002/148 voor uitbreiding door toevoeging van een fabricage eenheid - goedgekeurd op 03/07/2002.
• Milieuvergunning 752.2-148 voor groothandel en fabricage van muurbekleding (behangpapier)
• uitbreiding met een productiehal - goedgekeurd op 03/07/2002.
• Milieuvergunning 752.2-209 voor hernieuwing en verandering door uitbreiding - productie en verdeling van muurbekleding - gedeeltelijk gunstig op 06/07/2017.
• Bouwmisdrijf dossier 1972/0006 voor plaatsen van een betonplaten bergplaats, bergplaats heeft een lengte van 4m op 4m breed en een hoogte van 2m. - op .
• Bouwmisdrijf dossier 1974/0002 voor oprichten van houten constructie - op .
3. BESCHRIJVING OMGEVING EN AANVRAAG
Beschrijving van de plaats & omgeving
Het perceel bevindt zich aan de Senator A. Jeurissenlaan, een gemeenteweg.
Het perceel situeert zich op de hoek van de Senator A. Jeurissenlaan en de Industrieweg-Zuid.
Het perceel is gelegen in de KMO-zone ‘De Waerde’. De omgeving bestaat dan ook uit bedrijfsgebouwen.
Op het perceel bevindt zich een bedrijfshal met omliggend een ruime parking voor het personeel alsook leveranciers en bezoekers.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag gaat over het regulariseren van de terreinverharding en het rooien van een boom en het bouwen van een hoogspanningscabine en het wijzigen van de terreininrichting.
Het huidig aantal parkeerplaatsen op het terrein bedraagt volgens de beschrijvende nota 64. Er werden onder meer een 10-tal parkeerplaatsen aangelegd zonder vergunning ter hoogte van de hoek Industrieweg-Zuid en Senator A. Jeurissenlaan.
Tevens werden ter hoogte van de waterpartij, langs de Industrieweg-Zuid bijkomende parkeerplaatsen aangelegd zonder vergunning.
Voor de aanleg van de niet-vergunde parkeerplaatsen werd in het verleden een boom gerooid.
Aan de voorzijde van de productiehal, rechts van de laad- en loskade, werd reeds een niet-vergunde parkeerzone gerealiseerd. Deze parkeerzone wenst men her aan te leggen. De nieuwe parkeerzone zal bestaan uit 10 parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen. Per 2 parkeerplaatsen zal 1 laadpaal met 2 laadpunten voorzien worden.
Rondom de parking wordt een lage beplanting / graszone aangelegd.
De parking betreft een semi-publieke parking.
Voor deze laadfuncties wordt een nieuwe hoogspanningscabine bijgeplaatst aan de rechter voorzijde van deze semi-publiektoegankelijke parking, langs de bestaande hoogspanningscabine.
De nieuwe hoogspanningscabine heeft een oppervlakte van 14,04m² (5,20m x 2,70m) en de hoogte is gelegen op 2,50m ten opzichte van het maaiveld.
De hoogspanningscabines worden omsloten door een groen beplanting, nl. prunus laurocerasus caucasica.
4. OPENBAAR ONDERZOEK
Het dossier werd volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
5. ADVIEZEN
Aan volgende adviesverleners werd advies gevraagd:
• dienst facilitair management
• Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie
• Fluvius System Operator.
6. PROJECT-MER
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
7. INHOUDELIJKE BEOORDELING
Decretale beoordelingselementen
In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de VCRO kan gesteld worden dat de Senator A. Jeurissenlaan een voldoende uitgeruste openbare weg is.
De aanvraag gaat niet over de oprichting van een bedrijfswoning.
De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook.
Verder is het goed niet getroffen door een rooilijn.
Zonering
Het perceel is volgens het zoneringsplan voor riolering, van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), gelegen in centraal gebied. Er is al geruime tijd riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Er moet geen septische put voorzien worden.
Waterparagraaf
Het decreet over het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd worden. Deze watertoets schat de eventuele schadelijke effecten in ten koste van de watersystemen bij de inname van ruimte.
Sedert de inwerkingtreding van omzendbrief OMG/2022/1 d.d. 15/12/2022 dient de vergunningverlenende overheid de watertoets op een gewijzigde manier uit te voeren bij dossiers ingediend vanaf 01/01/2023. De watertoetsprocedure werd geoptimaliseerd, er werden aandachtspunten en richtlijnen geformuleerd en het kaartmateriaal inzake overstromingsgevoelige gebieden werd aangepast.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt noch in een pluviaal, noch in een fluviaal overstromingsgebied. Het terrein is logischerwijze evenmin in een gebied voor zeeoverstromingen gesitueerd.
Daarom moet in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel door de toename van de verharde oppervlakte wordt de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Dit moet gecompenseerd worden overeenkomstig de normen vastgelegd in de geldende gewestelijke hemelwaterverordening:
De verordening is niet van toepassing op de aanleg van de voorziene verhardingen. Het hemelwater dat op de verharding valt, wordt namelijk niet opgevangen en afgevoerd, maar kan volgens de aanvraag op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem infiltreren.
Gezien de aanvraag voldoet aan de hemelwaterverordening, doorstaat deze ook de droogtetoets. Het effect van droogte wordt namelijk gemilderd door het regenwater dat op het terrein terecht komt maximaal vast te houden.
Natuurtoets
Het perceel is niet gelegen binnen of grenzend aan een speciaal beschermingsgebied. Omwille van de ligging, de aard van het project en de afstand tot de waardevolle natuurgebieden wordt gesteld dat er geen impact is van de projectaanvraag op de natuurwaarden.
Erfgoed- & Archeologietoets
Het perceel is niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. Er zijn geen monumenten in de omgeving.
Conform het Onroerenderfgoeddecreet d.d. 12/07/2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de oppervlakte van het perceel kleiner is dan 3000 m².
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De bestaande bedrijfsfunctie blijft behouden en is functioneel inpasbaar op deze locatie, nl. kmo-zone ‘De Waerde’.
Mobiliteitsimpact
Gezien de huidige aanvraag geen uitbreiding omvat van het bedrijfsgebouw en er reeds meerdere parkeerplaatsen aangelegd zijn en voorzien worden, strookt het aantal parkeerplaatsen met de algemeen gehanteerde parkeernorm.
Het stallen van voertuigen gebeurt dan ook geheel op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.
Schaal
De nieuwe hoogspanningscabine wordt ingeplant op 0,73m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op 1m van de rechter zijgevel van de bestaande hoogspanningscabine.
De cabine heeft een oppervlakte van 14,04m² (5,20m x 2,70m).
De hoogte is gelegen op 2,50m ten opzichte van het maaiveld.
Het plaatsen van het hoogspanningscabine is noodzakelijk voor het plaatsen van de laadpalen, wat tegemoet komt aan de noden van hedendaagse duurzame mobiliteit.
De bijkomende parkeerplaatsen werd aangelegd in waterdoorlatend materiaal.
Door het vermeerderen van het aantal parkeergelegenheden kunnen alle voertuigen van personeel, leveranciers, vertegenwoordigers, … gestald worden op eigen terrein i.p.v. op het openbaar domein.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
De voorgestelde footprint op het terrein is niet overdreven voor industriegebied/kmo-zone.
Visueel-vormelijke elementen
Niet van toepassing.
Cultuurhistorische aspecten
Het perceel is niet gelegen in of nabij een beschermd dorpsgezicht. De aanvraag is niet gelegen in een beschermde archeologische site. De aanvraag is, bekeken vanuit de erfgoedaspecten, aanvaardbaar.
Bodemreliëf
Volgens de aanvraag wordt het bestaande reliëf niet gewijzigd.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag veroorzaakt geen bijkomende hinder op het terrein.
Bespreking van de adviezen
• Fluvius System Operator heeft op 30 augustus 2023 aangegeven dat ze geen advies verstrekken.
• Het advies van Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie d.d. 5 september 2023 is gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden.
• Het advies van dienst facilitair management d.d. 5 september 2023 is gunstig.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
8. ADVIES GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, en dat het gevraagde verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, mits het opleggen van voorwaarden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseert de volgende voorwaarde op te leggen:
Stedenbouwkundige voorwaarde
• Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de brandweer, Hulpverleningszone Zuid-West Limburg.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar d.d. 20/09/2023 en volgt dit standpunt integraal.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het voorwaardelijk afleveren van de omgevingsvergunning aan Arte NV met als contactadres Senator A. Jeurissenlaan 1210 te 3520 Zonhoven voor het regulariseren van de terreinverharding en het rooien van een boom en het bouwen van een hoogspanningscabine en het wijzigen van de terreininrichting, gelegen te Senator A. Jeurissenlaan 1210 kadastraal gekend als afdeling 2 sectie C nr. 1089B.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de brandweer, Hulpverleningszone Zuid-West Limburg.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Dossiernummer: 2023/00115
Referentie omgevingsloket: OMV_2023085316
De aanvraag, ingediend door de heer Marc Jacobs wonende te Oppelsenweg 67 te 3520 Zonhoven, werd ontvangen op 22/06/2023 en op 11/08/2023 ontvankelijk en volledig verklaard.
De aanvraag gaat over een terrein, gelegen Oppelsenweg 67, kadastraal gekend als afdeling 3 sectie E nr. 581L5.
De aanvraag gaat over het regulariseren van de bestaande bebouwing en verharding, het isoleren van de gevels en het plaatsen van gevelbekleding.
De aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de geldende wettelijke bepalingen, (in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid, het decreet Natuurbehoud en hun uitvoeringsbesluiten).
1. STEDENBOUWKUNDIGE BASISGEGEVENS
De locatie van de aanvraag is volgens het Origineel bij Koninklijk besluit goedgekeurd gewestplan op 3 april 1979 gelegen in woongebied.
De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een bijzonder plan van aanleg.
De locatie van de aanvraag is gelegen binnen het ruimtelijk uitvoeringsplan grup afbakening regionaalstedelijk gebied Hasselt-Genk, goedgekeurd op 20 juni 2014.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Volgende verordeningen zijn van kracht:
• algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer goedgekeurd op 29 april 1997;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven goedgekeurd op 8 juli 2005;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,... goedgekeurd op 23 juni 2006;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid goedgekeurd op 5 juni 2009.
2. HISTORIEK
Volgende dossiers zijn relevant:
• Stedenbouwkundige vergunning (1947/00031) voor het bouwen van een woonhuis - goedgekeurd op 31/03/1947.
3. BESCHRIJVING OMGEVING EN AANVRAAG
Beschrijving van de plaats & omgeving
Het perceel bevindt zich aan de Oppelsenweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De omgeving bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande en halfopen een- en meergezinswoningen. De bebouwing bestaat uit twee bouwlagen onder voornamelijk hellende daken, en is voornamelijk afgewerkt in een gevelsteen in diverse tinten en texturen.
Op het perceel bevindt zich een vergunde halfopen eengezinswoning met een vergund geachte achteruitbouw en een te regulariseren tuinberging, carport en overdekte bergruimte aansluitend aan de achteruitbouw. Er bevinden zich eveneens te regulariseren verhardingen in voor-, achter- en zijtuin.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag gaat over het regulariseren van de bestaande bebouwing en verharding en het isoleren van de gevels en het plaatsen van gevelbekleding.
Op het perceel bevindt zich een halfopen eengezinswoning die ingeplant is op minimum 4,98m van de rooilijn en op minimum 2,87m van de rechter perceelgrens. De woning heeft 2 bouwlagen en een hellend dak met een kroonlijsthoogte van 5,87m en een nokhoogte van 9,36m t.o.v. het maaiveld. De bouwdiepte van het hoofdvolume bedraagt 9,15m. De maximale bouwbreedte bedraagt 6m. Een bouwdiepte van 23,65m kan als vergund geacht worden opgenomen in het vergunningenregister op basis van een historische kadasterschets van 1978 die werd toegevoegd aan het dossier. De woning werd uitgevoerd in lichtgrijs gevelmetselwerk met grijze leien als dakbedekking.
De achteruitbouw werd vergund met een hellend dak maar is momenteel uitgevoerd met een lessenaarsdak met een kroonlijsthoogte van 2,60m en nokhoogte van 3,69m t.o.v. het maaiveld. Hiervoor wordt een regularisatie aangevraagd.
Rechts van de achteruitbouw bevindt zich een niet-vergunde carport (35,10 m²). Achter de achteruitbouw bevindt zich een 2de niet-vergunde overdekte bergruimte (16,97 m²) die als functie heeft ‘het beschut plaatsen van een aanhangwagen en motor’. Achter de carport bevindt zich een niet-vergunde tuinberging met een oppervlakte van 18,28 m². Voor deze 3 constructies wordt een regularisatie aangevraagd.
De carport, rechts van de achteruitbouw, heeft een plat dak met een dakrandhoogte van 2,80m t.o.v. het maaiveld. Ze heeft een maximale bouwbreedte van 5,59m en een maximale bouwdiepte van 6,21m. Ze werd uitgevoerd in hout met een grijs aluminium dak.
De 2de carport, aangebouwd aan de achteruitbouw, heeft eveneens een plat dak met een dakrandhoogte van 2,56m t.o.v. het maaiveld. Ze heeft een maximale bouwbreedte van 3,33m en een maximale bouwdiepte van 5,10m. Ze werd uitgevoerd in hout met zwarte dakbedekking (type roofing/EPDM).
De tuinberging bevindt zich vlak achter de grootste carport. Ze is vrijstaand gebouwd op minimum 48cm van de rechter perceelgrens. Ze heeft licht hellend lessenaarsdak met een maximale dakrandhoogte van 2,58m t.o.v. het maaiveld. Ze heeft een maximale bouwbreedte van 4,29m en een maximale bouwdiepte van 4,26m. Ze werd uitgevoerd in wit/beige houten panelen met zwarte dakbedekking.
In de voortuin wordt er een zone met een oppervlakte van 22,85 m² onthard en aangelegd met gazon. Na deze ingreep bedraagt de totale verharding van de inrit (tot aan de poort) en het wandelpad naar de voordeur 20,16 m². De verharding van het terras bedraagt 126,98 m² en werd tot tegen de rechter perceelgrens aangelegd. Alle verhardingen zijn aangelegd in klinkers. Hiervoor wordt een regularisatie aangevraagd.
De aanvraag omvat ook het isoleren van de gevels en het plaatsen van gevelbekleding. De voor-, achter- en zijgevel (rechts) van de bestaande woning zullen bekleed worden met isolatiepanelen van 14 cm dik en afgewerkt worden in witte crepi met een plint van granietkorrels. Deze plint heeft een hoogte van 30 cm gemeten vanaf het maaiveld. De huidige raamdorpels worden vernieuwd met dorpels in arduin. De nieuwe opbouw zal een dikte van 16cm hebben voor de voor- en achtergevel. De zijgevel rechts heeft een nieuwe opbouw van 14cm. Om deze extra dikte op te vangen ter hoogte van het dak, wordt er een extra hoekpan voorzien.
4. RAADPLEGING EIGENAARS AANPALENDE PERCELEN
Het dossier werd volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Aangezien de aanvraag gaat over de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met de vraag hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
5. ADVIEZEN
Er zijn geen adviezen vereist.
6. PROJECT-MER
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
7. INHOUDELIJKE BEOORDELING
Decretale beoordelingselementen
In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de VCRO kan gesteld worden dat de Oppelsenweg een voldoende uitgeruste openbare weg is.
De aanvraag gaat niet over de oprichting van een bedrijfswoning.
De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook.
Verder is het goed niet getroffen door een rooilijn.
Zonering
Het perceel is volgens het zoneringsplan voor riolering, van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), gelegen in centraal gebied. Er is al geruime tijd riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Er moet geen septische put voorzien worden.
Waterparagraaf
Het decreet over het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd worden. Deze watertoets schat de eventuele schadelijke effecten in ten koste van de watersystemen bij de inname van ruimte.
Sedert de inwerkingtreding van omzendbrief OMG/2022/1 d.d. 15/12/2022 dient de vergunningverlenende overheid de watertoets op een gewijzigde manier uit te voeren bij dossiers ingediend vanaf 01/01/2023. De watertoetsprocedure werd geoptimaliseerd, er werden aandachtspunten en richtlijnen geformuleerd en het kaartmateriaal inzake overstromingsgevoelige gebieden werd aangepast.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt noch in een pluviaal, noch in een fluviaal overstromingsgebied. Het terrein is logischerwijze evenmin in een gebied voor zeeoverstromingen gesitueerd.
Daarom moet in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is. Door de toename van de verharde oppervlakte (regularisatie van bijgebouwen) wordt de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Dit moet gecompenseerd worden overeenkomstig de normen vastgelegd in de geldende gewestelijke hemelwaterverordening:
Er is volgens de hemelwaterverordening een verplichting om een infiltratievoorziening te voorzien met een inhoud van min. 7178,5 liter en een min. oppervlakte van 11,49 m². De aanvrager voorziet een infiltratievoorziening van 7500 liter met een oppervlakte van 12m².
Daarnaast geeft de aanvrager bijkomend aan een hemelwaterput te voorzien met een inhoud van 5000 liter.
Natuurtoets
Het perceel is niet gelegen binnen of grenzend aan een speciaal beschermingsgebied.
Erfgoed- & Archeologietoets
Het perceel is niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. Er zijn geen monumenten in de omgeving.
Conform het Onroerenderfgoeddecreet d.d. 12/07/2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de oppervlakte van het perceel kleiner is dan 3000 m².
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De bestaande woonfunctie blijft behouden en is functioneel inpasbaar op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
De gemeente Zonhoven hanteert volgende parkeernorm voor een woning: 1,5 autostaanplaatsen. De aanvraag komt hieraan tegemoet, want de woning heeft een bestaande inrit met een lengte van +/- 22 m waarop min. 3 wagens kunnen parkeren. In het verlengde van de inrit bevindt zich een (te regulariseren) dubbele carport waaronder bijkomend 2 wagens kunnen gestald worden. Het stallen van de voertuigen kan dan ook geheel op eigen terrein opgevangen worden waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.
Schaal
Het volume van de woning wordt beperkt verruimd o.w.v. het isoleren van de bestaande gevels langs de buitenzijde. Ze worden tevens afgewerkt met crepi. Het geveloppervlak zal bijgevolg opgedikt worden met 16 cm. Deze ingreep zorgt voor een betere energetische prestatie van de woning en wordt aldus aanvaard.
De regularisatie van de dubbele carport wordt positief beoordeeld omwille van de functie van de constructie en de afwezigheid van een inpandige garage. Ze werd terugliggend ingeplant, op 17m van de voorgevellijn van de woning waardoor ze geen storend element vormt in het straatbeeld. De regularisatie van de tuinberging wordt eveneens positief beoordeeld aangezien het een vrijstaand bijgebouw betreft.
De regularisatie van de overdekte bergruimte, aansluitend aan de achterbouw tot tegen de linker perceelgrens wordt geweigerd o.w.v. het feit dat de forse bouwdiepte (23,65m) hiermee nog verruimd wordt met 5,10m. Dit strookt niet met de visie van de gemeente. Deze constructie dient bijgevolg verwijderd te worden.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
Gezien de functie als eengezinswoning ongewijzigd blijft en de woondichtheid bijgevolg behouden blijft, is deze aanvaardbaar op deze locatie. Binnen de huidige aanvraag bedraagt het percentage aan bebouwing + verharding 46% en resteert er een groenaanplant van 54%. Deze footprint ligt hoger dan de visie van de gemeente (40% bebouwing/verharding vs. 60% groenaanleg). Deze hoge verhardingsgraad is te wijten aan het nagenoeg volledig verharden/bebouwen van de 1ste 34m van het perceel, hetgeen niet wenselijk is naar waterhuishouding toe. Positief is het feit dat in de voortuin 22,85m² onthard zal worden. Dit is echter onvoldoende naar onze normen. Om de footprint op het perceel verder te verlagen, dient, naast het verwijderen van de overdekte bergruimte (opp. 16,97m²), ook de verharding tussen de tuinberging en de ongunstig geadviseerde overdekte bergruimte te worden verwijderd, evenals de verharding achter de tuinberging. Er mag een toegangspad van 1m breed behouden blijven om toegang te hebben tot de tuinberging. Door het uitvoeren van deze ingrepen verlaagt de footprint van 46% verharding/bebouwing naar 39%. Dit zal een kwalitatiever zicht en meer connectie met de groene achtertuin opleveren.
Visueel-vormelijke elementen
De renovatiewerken aan de gevels zorgen voor een energiebesparende en duurzame oplossing. Hierdoor zullen de leefomstandigheden zowel in de winter- als zomermaanden verbeteren. Door het aanbrengen van de nieuwe gevelbekleding in witte crepi met een plint van granietkorrel zal de woning een modernere uitstraling krijgen. Dit zal niet als storend ervaren worden in het straatbeeld aangezien er in de omgeving meerdere woningen uitgevoerd werden met een gelijkaardige gevelbekleding.
Cultuurhistorische aspecten
Het perceel is niet gelegen in of nabij een beschermd dorpsgezicht. De aanvraag is niet gelegen in een beschermde archeologische site. De aanvraag is, bekeken vanuit de erfgoedaspecten, aanvaardbaar.
Bodemreliëf
Volgens de aanvraag wordt het bestaande reliëf niet gewijzigd.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag creëert voldoende woonkwaliteit en gebruiksgenot voor de bewoners. Door de aanvraag ontstaat geen bijkomende hinder.
Resultaten van de raadpleging van de eigenaars van de aanpalende percelen
Er werd geen reactie ontvangen van de eigenaars van de aanpalende percelen.
8. ADVIES GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, en dat het gevraagde verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, mits het opleggen van voorwaarden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseert volgende voorwaarden op te leggen:
Stedenbouwkundige voorwaarden
• De overdekte bergruimte aansluitend aan de achterbouw van de woning met een oppervlakte van 16,97 m² dient verwijderd te worden.
• De verhardingen achter en tussen de tuinberging en de ongunstig geadviseerde overdekte bergruimte dient verwijderd te worden behoudens een pad met een breedte van 1m als toegang naar de tuinberging.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar d.d. 22/09/2023 en volgt dit standpunt integraal.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het gedeeltelijk voorwaardelijk afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Marc Jacobs wonende te Oppelsenweg 67 te 3520 Zonhoven voor het regulariseren van de bestaande bebouwing en verharding, het isoleren van de gevels en het plaatsen van gevelbekleding.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een weigering voor het regulariseren van de overdekte bergruimte (16,97m²). , gelegen te Oppelsenweg 67 kadastraal gekend als afdeling 3 sectie E nr. 581L5.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Dossiernummer: 2023/00148
Referentie omgevingsloket: OMV_2023084330
De aanvraag, ingediend door de heer René Swennen wonende te Hoogdorpsstraat 20 te 3570 Alken, werd ontvangen op 02/08/2023 en op 22/08/2023 ontvankelijk en volledig verklaard.
De aanvraag gaat over een terrein, gelegen Houthalenseweg 101A en 101B, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie B nrs. 5Y en 5Z.
De aanvraag gaat over het regulariseren van verbouwings- en uitbreidingswerken van de tweewoonst en de dubbele garage.
De aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de geldende wettelijke bepalingen, (in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid, het decreet Natuurbehoud en hun uitvoeringsbesluiten).
1. STEDENBOUWKUNDIGE BASISGEGEVENS
De locatie van de aanvraag is volgens het Origineel bij Koninklijk besluit goedgekeurd gewestplan op 3 april 1979 gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een bijzonder plan van aanleg.
De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Volgende verordeningen zijn van kracht:
• algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer goedgekeurd op 29 april 1997;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven goedgekeurd op 8 juli 2005;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,... goedgekeurd op 23 juni 2006;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid goedgekeurd op 5 juni 2009.
2. HISTORIEK
Volgende dossiers zijn relevant:
• Stedenbouwkundige vergunning (1980/00055) voor het bouwen van een woonhuis - goedgekeurd op 08/07/1980.
• Stedenbouwkundige vergunning (1988/00129) voor het bouwen van een woonhuis - goedgekeurd op 17/10/1988.
3. BESCHRIJVING OMGEVING EN AANVRAAG
Beschrijving van de plaats & omgeving
Het perceel bevindt zich langs de Houthalenseweg, een gewestweg.
De omgeving bestaat uit zowel vrijstaande als halfopen bebouwing. De omgeving wordt gekenmerkt door zowel eengezinswoningen, appartementen, handel alsook horeca. Het betreft dan ook een zeer gevarieerd straatbeeld, dit zowel op vlak van functie, bouwhoogte, dakprofiel alsook materiaalgebruik.
Op het perceel bevindt zich een halfopen bebouwing met 2 woonentiteiten.
In de achtertuin bevindt zich een bijgebouw dat fungeert als dubbele garage.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag gaat over het regulariseren van verbouwings- en uitbreidingswerken van de tweewoonst en de dubbele garage.
De te regulariseren verbouwings- en uitbreidingswerken omvatten:
- het plaatsen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van het gebouw, voor de gelijkvloerse woonentiteit. Deze doet tevens dienst als niet-overdekt terras voor de woonentiteit op de verdieping.
- Het wijzigen van de ramen op het gelijkvloers alsook op de verdieping in de achtergevel ter hoogte van de keukens.
- Het aanbrengen van een raam in de linker zijgevel ter hoogte van het toilet.
- Het plaatsen van een trap naar de zolderverdieping.
Aan de achterzijde van het gebouw werd een terrasoverkapping geplaatst voor de gelijkvloerse woongelegenheid. Deze doet tevens dienst als niet-overdekt terras voor de woongelegenheid op de verdieping.
De terrassen situeren zich aan de rechter achterzijde van het gebouw en dit tegen de rechter perceelgrens. Om de privacy ten opzichte van de aangrenzenden te garanderen werd ter hoogte van de rechter perceelgrens een muur opgericht met aan de bovenzijde een niet-doorzichtige glasconstructie.
De terrasoverkapping en dus ook het bovenliggende niet-overdekte terras hebben beide een oppervlakte van 8,15m² (3,03m x 2,69m).
De maximale bouwdiepte wordt hierdoor gebracht op 15,23m.
De dakrandhoogte van de terrasoverkapping is gelegen op 2,83m ten opzichte van het maaiveld. Op de verdieping werd het terras voorzien van een open balustrade.
De terrasoverkapping en de muur tegen de rechter perceelgrens werden opgetrokken in rood-bruin genuanceerde gevelsteen, net zoals de bestaande hoofdbouw.
Om het niet-overdekt terras op de verdieping toegankelijk te maken werd het bestaande raam ter hoogte van de keuken verruimd (hoogte) tot een deur met raam.
Op het gelijkvloers werd ter hoogte van de keuken een raam tot op de vloer vergund. Dit werd echter uitgevoerd als deur met een raam op hoogte.
Het wijzigen van raamopeningen in de achtergevel is vrijgesteld van vergunning.
In de linker zijgevel werd op het gelijkvloers ter hoogte van het toilet een raam aangebracht.
Verder werd op de verdieping een trap geplaatst naar de zolderverdieping die werd omgevormd tot 2 slaapkamers en 2 bergruimtes.
In de achtertuin werd een dubbele garage opgericht. Het bijgebouw werd ruimer uitgevoerd dan vergund (6m x 5m).
Het bijgebouw werd ingeplant tegen de linker en de achterste perceelgrens.
De garages hebben een bouwbreedte van 6,70m en een bouwdiepte van 6,11m.
Ze werden uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,63m ten opzichte van het maaiveld.
De gevels werden uitgevoerd in dezelfde gevelmaterialen als het hoofdgebouw, nl. een rood-bruin genuanceerde gevelsteen.
Tot slot werd een inritverharding aangelegd die toegang verleent tot de dubbele garage. De inrit werd aangelegd in asfalt.
Het betreft een strikt noodzakelijke toegang. De aanleg van strikt noodzakelijke toegangen is vrijgesteld van vergunning.
Aan de achterzijde werd aansluitend op het overdekt terras een niet-overdekt terras aangelegd met een oppervlakte van ca. 13m². Ook deze terreinverharding werd aangelegd conform het vrijstellingsbesluit.
4. RAADPLEGING EIGENAARS AANPALENDE PERCELEN
Het dossier werd volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Aangezien de aanvraag gaat over de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met de vraag hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
5. ADVIEZEN
Aan volgende adviesverleners werd advies gevraagd:Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie
Agentschap Wegen en Verkeer.
6. PROJECT-MER
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
7. INHOUDELIJKE BEOORDELING
Decretale beoordelingselementen
In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de VCRO kan gesteld worden dat de Houthalenseweg een voldoende uitgeruste openbare weg is.
De aanvraag gaat niet over de oprichting van een bedrijfswoning.
De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook.
Verder is het goed niet getroffen door een rooilijn.
Zonering
Het perceel is volgens het zoneringsplan voor riolering, van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), gelegen in centraal gebied. Er is al geruime tijd riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Er moet geen septische put voorzien worden.
Waterparagraaf
Het decreet over het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd worden. Deze watertoets schat de eventuele schadelijke effecten in ten koste van de watersystemen bij de inname van ruimte.
Sedert de inwerkingtreding van omzendbrief OMG/2022/1 d.d. 15/12/2022 dient de vergunningverlenende overheid de watertoets op een gewijzigde manier uit te voeren bij dossiers ingediend vanaf 01/01/2023. De watertoetsprocedure werd geoptimaliseerd, er werden aandachtspunten en richtlijnen geformuleerd en het kaartmateriaal inzake overstromingsgevoelige gebieden werd aangepast.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt noch in een pluviaal, noch in een fluviaal overstromingsgebied. Het terrein is logischerwijze evenmin in een gebied voor zeeoverstromingen gesitueerd.
Daarom moet in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel door de toename van de verharde oppervlakte wordt de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Dit moet gecompenseerd worden overeenkomstig de normen vastgelegd in de geldende gewestelijke hemelwaterverordening:
De verordening is niet van toepassing, omdat de horizontale dakoppervlakte van de te regulariseren overkapping minder van 40m² bedraagt.
Uit de watertoets blijkt dat er verder geen bijkomende bijzondere maatregelen genomen moeten worden.
Natuurtoets
Het perceel is niet gelegen binnen of grenzend aan een speciaal beschermingsgebied. Omwille van de ligging, de aard van het project en de afstand tot de waardevolle natuurgebieden wordt gesteld dat er geen impact is van de projectaanvraag op de natuurwaarden.
Erfgoed- & Archeologietoets
Het perceel is niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. Er zijn geen monumenten in de omgeving.
Conform het Onroerenderfgoeddecreet d.d. 12/07/2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de oppervlakte van het perceel kleiner is dan 3000m².
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De bestaande woonfunctie blijft behouden en is functioneel inpasbaar op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
Op het terrein bevindt zich een dubbele garage.
De inrit is voldoende ruim waardoor het stallen van voertuigen geheel op eigen terrein kan gebeuren. De last van het autobezit wordt dan ook niet afgeschoven naar het openbaar domein.
Om de verkeersveiligheid te garanderen bij het in- en uitrijden dient de inritverharding ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 3m. Verder dient het perceel ter hoogte van de rooilijn, uitgezonderd de inrit, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.
Dit zal als voorwaarde worden opgenomen in de vergunning.
Schaal
De voorgestelde bebouwing is in overeenstemming met de algemeen gehanteerde normen.
De bebouwing in de directe omgeving varieert sterk qua inplanting, bouwdiepte, bouwhoogte alsook materiaalgebruik. Rekening houdend met de gevarieerde bebouwing in de directe omgeving zal het voorgestelde niet als storend ervaren worden in het bestaande straatbeeld.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
Gezien de functie als eengezinswoning ongewijzigd blijft en de woondichtheid bijgevolg behouden blijft is deze aanvaardbaar op deze locatie.
Visueel-vormelijke elementen
Zowel de terrasoverkapping alsook de garage werden uitgevoerd in dezelfde gevelmaterialen als het bestaande hoofdgebouw, nl. rood-bruin genuanceerde gevelsteen.
Cultuurhistorische aspecten
Het perceel is niet gelegen in of nabij een beschermd dorpsgezicht. De aanvraag is niet gelegen in een beschermde archeologische site. De aanvraag is, bekeken vanuit de erfgoedaspecten, aanvaardbaar.
Bodemreliëf
Volgens de aanvraag wordt het bestaande reliëf niet gewijzigd.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag creëert voldoende woonkwaliteit en gebruiksgenot voor de bewoners. Door de aanvraag ontstaat geen bijkomende hinder.
Resultaten van de raadpleging van de eigenaars van de aanpalende percelen
Er werd geen reactie ontvangen van de eigenaars van de aanpalende percelen.
Bespreking van de adviezen
• Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie heeft op 7 september 2023 aangegeven dat ze geen advies gaan verstrekken.
• Het advies van Agentschap Wegen en Verkeer d.d. 4 september 2023 is voorwaardelijk gunstig.
Er dient voldaan te worden aan de bijgevoegde aandachtspunten.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden.
8. ADVIES GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, en dat het gevraagde verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, mits het opleggen van voorwaarden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseert volgende voorwaarden op te leggen:
Stedenbouwkundige voorwaarden
• De breedte van de inritverharding dient beperkt te worden tot 3m ter hoogte van de rooilijn. Verder dient het perceel ter hoogte van de rooilijn, uitgezonderd de inrit, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.
• Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van Agentschap Wegen en Verkeer d.d. 4 september 2023.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar d.d. 27/09/2023 en volgt dit standpunt integraal.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het voorwaardelijk afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer René Swennen wonende te Hoogdorpsstraat 20 te 3570 Alken voor het regulariseren van verbouwings- en uitbreidingswerken van de tweewoonst en de dubbele garage, gelegen te Houthalenseweg 101A en 101B kadastraal gekend als afdeling 1 sectie B nrs. 5Y en 5Z.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Dossiernummer: 2023/00101
Referentie omgevingsloket: OMV_2022143790
De aanvraag, ingediend door de heer Bart Telen wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, Guido Pirotte wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, de heer Johny De Raeve wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven en mevrouw Petra Kiepkowski wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, werd ontvangen op 17/05/2023 en op 08/06/2023 ontvankelijk en volledig verklaard.
De aanvraag gaat over een terrein, gelegen Hengelhoefseweg z/n, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie D nrs. 82A9, 82Z8, 82T8, 82Y8, 82B10, 82H9, 82G9, 82D9, 83K, 83H, 83L, 84E, 124E24 en 124D24.
De aanvraag gaat over het aanleggen van het terrein (rendierjagerspad) en verhardingen.
De aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de geldende wettelijke bepalingen, (in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid, het decreet Natuurbehoud en hun uitvoeringsbesluiten).
1. STEDENBOUWKUNDIGE BASISGEGEVENS
De locatie van de aanvraag is volgens het origineel bij Koninklijk besluit goedgekeurd gewestplan op 3 april 1979 gelegen in recreatiegebied, natuurgebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een bijzonder plan van aanleg.
De locatie van de aanvraag is gelegen binnen het ruimtelijk uitvoeringsplan RUP zonevreemde woningen, goedgekeurd op 29 november 2017gelegen binnen perimeter heidegebied.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet niet geheel aan de geldende bestemmingsvoorschriften voor wat betreft het agrarisch gebied en het natuurgebied. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.
VCRO artikel 4.4.4. Sociaal-cultureel of recreatief medegebruik en tijdelijk gebruik in afwachting van de realisatie van een bestemming stelt:
“§ 1. In alle bestemmingsgebieden kunnen, naast de handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen worden vergund die gericht zijn op het sociaal-culturele of recreatieve medegebruik, voor zover ze door hun beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen.
Voor niet van vergunningsplicht vrijgestelde handelingen die verbonden zijn met occasionele of hoogdynamische sociaal-culturele of recreatieve activiteiten, kan slechts een tijdelijke omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgeleverd, of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen onder de voorwaarde dat de betrokken handelingen slechts gedurende een specifieke periode of op bepaalde momenten aanwezig kunnen zijn.
Sociaal-culturele of recreatieve activiteiten waarvan de inrichtingen een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vereisen, kunnen slechts op occasionele basis worden toegestaan.
§ 2. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie « bedrijvigheid » behoort, gelegen in de havengebieden aangeduid met toepassing van het decreet van 2 februari 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, kunnen op gronden waarvan de bedrijfsbestemming nog niet is gerealiseerd, handelingen worden vergund die gericht zijn op lawaaisporten, voor zover aan alle hierna vermelde voorwaarden wordt voldaan :
1° de vergunning wordt verleend voor een bepaalde duur;
2° het tijdelijke gebruik heeft geen of slechts een verwaarloosbare impact op de activiteiten op gronden waar de bedrijfsbestemming wel al is gerealiseerd;
3° het tijdelijke gebruik brengt de latere realisatie van de bedrijfsbestemming niet in het gedrang.
Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13. werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoort tot de categorie « bedrijvigheid ».
§ 3. De Vlaamse Regering kan de in § 1 en § 2 gehanteerde begrippen verfijnen.”
De voorliggende aanvraag omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:
- Het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem.
- Het opbreken van een bestaande parking en een weg die het projectgebied doorkruist.
- de aanleg van een belevingsroute in de vorm van een rolstoelvriendelijk half-verhard pad waarlangs verscheidene interactie objecten worden geplaatst
- de aanleg van een nieuwe onthaalparking aan de rand van het projectgebied
Voor wat betreft het gedeelte van de aanvraag gelegen in agrarisch gebied werd de aanvraag voorgelegd aan het departement Landbouw en Visserij.
Het Departement Landbouw stelt in het gunstig advies d.d. 12/06/2023 het volgende:
“Binnen het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming wordt een gedeelte van de nieuwe parkeerplaats aangelegd. De nieuwe parking wordt voorzien aansluiting bij de bestaande camping en situeert zich hoofdzakelijk binnen recreatiegebied. Het gaat hier om een kleinschalig landbouwgebied ingesloten door de camping enerzijds en de bestaande
zonevreemde woning nr. 5 anderzijds. Dit terrein is op basis van de beschikbare landbouwgegevens niet in professioneel landbouwgebruik en ligt tevens binnen SBZ-H- gebied.
Gelet op de planologische ligging en overdrukken, de bestaande ruimtelijke situatie én de afwezigheid van professioneel landbouwgebruik zijn de aangevraagde werken vanuit landbouwkundig oogpunt worden gedoogd. Er ontstaat in wezen geen bijkomend nadeel voor de externe landbouwstructuren.”
Voor wat betreft het gedeelte van de aanvraag gelegen in natuurgebied werd de aanvraag voorgelegd aan het departement Agentschap Natuur en Bos.
Het Agentschap Natuur en Bos stelt in haar voorwaardelijk gunstig advies d.d. 2/8/2023 het volgende:
“De nieuwe onthaalparking is gelegen op de percelen 82G9 en 82Y8, in recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan. Ze wordt uitgevoerd in half-verharding en zal bestaan uit 60 parkeerplekken waarvan 4 mindervalide plekken. De parking wordt omzoomd door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens kan daarbij behouden blijven. Uit de inplantingsplannen blijkt eveneens dat er verschillende nieuwe bomen
aangeplant zullen worden (zomereik, haagbeuk, winterlinde) en dat opschot van Robinia en Amerikaanse vogelkers verwijderd zal worden. Gezien de planologische ligging en het feit dat de natuurwaarden achteraf minstens even hoog blijven (vervanging (invasieve) exoten door inheemse boom- en struiksoorten), heeft het Agentschap geen bezwaar tegen de aanleg van deze parking. Om verstoring van soorten in het natuurgebied te voorkomen, dienen de werken uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen.
Het voorziene mindervalidepad (‘ruggengraat wandelpad’ op de plannen) loopt van aan de holstenen in het noordwesten van het projectgebied, via het onthaal aan de Camping tot aan het uitkijkpunt met zicht op de rendiersilhouetten in het noordoosten van het projectgebied. Dit pad is 1m80 breed en zal aangelegd worden in half-verharding. Ter hoogte van de Holstenen voorziet men het pad doorheen het bos. Het pad heeft enkel een sociaal-recreatieve functie. Het betreft geen functionele verbinding. Hierdoor wordt de aanleg van het pad niet aanzien als een ontbossing. Dit betekent eveneens dat het pad nog steeds deel uitmaakt van het bos, waarbij alle bepalingen van uit het bosdecreet nog steeds van toepassing zijn. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt.
Vervolgens sluit het pad aan op een bestaand pad richting de nieuw aan te leggen parking. Het Agentschap heeft geen bezwaar tegen het half verharden van dit pad, mits men binnen de breedte van het bestaand pad blijft.
Ter hoogte van de nieuwe parking maakt het nieuw aan te leggen pad de doorsteek naar de Hengelhoefseweg, welke onthard wordt. Ook dit pad bevindt zich in de bossfeer. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voorstander om het pad aan te leggen als een
vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt.
Het pad blijft het gabarit van de Hengelhoefseweg volgen, tot aan de ingang van de camping. Hier is momenteel een parking gelegen. Deze gaat weg en men voorziet op deze locatie een onthaalruimte met ontvangstpaviljoen en speelzone. Men gebruikt hiervoor maximaal de nu al verharde zones.
Na deze onthaalzone voorziet men het pad opnieuw aan te leggen tussen de aanwezige bomen. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt.
Bespreking interactie met natuurbeheerplan
De werken liggen in lijn met de grote ecologische, sociale en economische visie van het natuurbeheerplan. Ze zijn echter niet als dusdanig opgenomen in het natuurbeheerplan. Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.
Bespreking passende beoordeling
De nieuwe parking is gelegen binnen habitatrichtlijngebied. Hier zijn echter actueel geen habitatwaardige vegetaties of zoekzones aanwezig. Wel worden er doelen op deze locatie gelegd in het natuurbeheerplan (habitat 9120_9190). Bij een volgende herziening van het natuurbeheerplan dient men er rekening mee te houden dat deze oppervlakte elders in het gebied gerealiseerd wordt.
Ook delen van het Ruggengraat wandelpad wordt aangelegd binnen habitatrichtlijngebied, maar ook hier bevindt zich actueel geen habitatwaardige vegetaties of zoekzones. Uitzondering is de zone in het oosten van het projectgebied. Deze zone staat deels gekarteerd als actueel habitat 4030. Ook in het natuurbeheerplan wordt deze zone aangeduid als te ontwikkelen heidevegetatie (en/of boshabitat 9120_9190). Het Agentschap kan de aanleg van het pad op deze locatie gedogen, mits voldaan wordt aan de volgende milderende maatregelen:
- De breedte van het pad wordt beperkt tot het absoluut noodzakelijke;
- Als er zich heidevegetatie bevindt ter hoogte van waar het pad komt te liggen, dienen deze plantjes verplaatst te worden naar de zone van de Hengelhoefseweg die onthard wordt;
- Na uitvoering van de werken (aanleg pad + voorziene onthardingen) bedraagt de oppervlakte aan heidevegetatie minstens de oppervlakte die nu aanwezig is in het projectgebied.
Bovendien is het Agentschap voorstander om ook hier het pad te voorzien in de vorm van een vlonderpad. Wanneer aan deze voorwaarden voldaan wordt, zal er geen negatieve impact zijn op de instandhoudingsdoelstellingen.
Het ontharden van de Hengelhoefseweg heeft daarenboven nog andere gunstige effecten op het habitatrichtlijngebied en de hier voorkomende soorten, in de vorm van ontsnippering en afname van verstoring.
Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat de vergunningsplichtige activiteit, het plan of programma geen betekenisvolle aantasting impliceert voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszone.
Bespreking verscherpte natuurtoets
Mits rekening wordt gehouden met de hierboven gemaakte opmerkingen en maatregelen, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de vergunningsplichtige activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal veroorzaken.
Conclusie
Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies mits naleving van de volgende voorwaarden:
- De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet tussen 1 april en 30 juni);
- Waar een nieuw pad wordt voorzien in een bos, worden de volgende maatregelen in acht genomen:
• De breedte van het pad wordt tot het absolute minimum beperkt;
• Het traject dient zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden;
- Als er heideplantjes aanwezig zijn ter hoogte van de locatie van het nieuwe pad, dienen deze (of minstens de zaadbank) verplaatst te worden naar locaties die onthard worden binnen het projectgebied. Hoe dan ook moet de oppervlakte aan heidevegetatie na de werken minstens gelijk zijn aan de huidig aanwezige oppervlakte;
- De vrijgekomen ruimte ten gevolge van de ontharding van de Hengelhoefseweg wordt ingezet voor het ontwikkelen van de natuurstreefbeelden conform het natuurbeheerplan en IHD;
- Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.”
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen, mits de voorwaarden uit het Agentschap voor Natuur en Bos worden nageleefd.
Volgende verordeningen zijn van kracht:
• algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer goedgekeurd op 29 april 1997;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven goedgekeurd op 8 juli 2005;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,... goedgekeurd op 23 juni 2006;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid goedgekeurd op 5 juni 2009.
2. HISTORIEK
Volgende dossiers zijn relevant:
• Omgevingsvergunning 2021/00065 voor de inrichting van De Teut in functie van Europese natuurdoelen goedgekeurd op 06/07/2021.
• Stedenbouwkundige vergunning (1961/00102) voor het verbouwen van een woonhuis - goedgekeurd op 02/08/1961.
• Stedenbouwkundige vergunning (1972/00128) voor het bouwen van kleedkamers en zwembad - geweigerd op 15/02/1973.
• Stedenbouwkundige vergunning (1999/08023) voor het bouwen van een chalet op de camping holsteenbron (ontvangst-lokaal) - goedgekeurd op 18/01/1999.
• Stedenbouwkundige vergunning (2000/08363) voor het plaatsen van een waterzuiveringsstation via plantenzuivering - goedgekeurd op 03/07/2000.
• Stedenbouwkundige vergunning (2004/09530) voor het bouwen van een zendinstallatie - goedgekeurd op 24/05/2004.
• Stedenbouwkundige vergunning (2004/09506) voor het herinrichten van de omgeving de holstenen (gewijzigde plannen) - goedgekeurd op 07/09/2005.
• Stedenbouwkundige vergunning (2005/10009) voor het plaatsen van een begrazingsraster - goedgekeurd op 21/09/2005.
• Stedenbouwkundige vergunning (2006/10546) voor het ontbossen van 7,12 ha bos in het kader van het life-project danah - goedgekeurd op 09/07/2007.
• Stedenbouwkundige vergunning (2008/11218) voor het geïntegreerd natuurherstel op militaire domeinen in het kader van het life project danah - goedgekeurd op 12/01/2009.
• Stedenbouwkundige vergunning (2010/11806) voor verbeteren wegenis natuurreservaat teut + afbraakwerken militair domein molenheide - goedgekeurd op 13/08/2010.
• Stedenbouwkundige vergunning (2010/11865) voor aanleggen van verharding in berggrintbeton ter plaatse molenheide. - goedgekeurd op 20/12/2010.
• Stedenbouwkundige vergunning (2016/00107) voor het kappen van 2 berken - goedgekeurd op 12/07/2016.
• Stedenbouwkundige vergunning (2017/00216) voor het verleggen van een deel van een semi-verharde toegangsweg, het plaatsen van houten afrastering, het plaatsen van 3 houten barelen, de aanleg van een semi-verharde parking, het kappen van bomen en aanleg van een houtkant - goedgekeurd op 30/01/2018.
• Milieuvergunning 2VL300/nde voor metalen transformatiecabine met transformator 1000 kva - GEEN BESLISSING op 18/06/1984.
• Bouwmisdrijf dossier 2014/0009 voor oprichten/instandhouden van constructies, plaatsen/instandhouden van containers, aanleggen/instandhouden van een recreatief terrein in functie van een hondenschool.
• Bouwmisdrijf dossier 1977/0003 voor belanghebbende heeft op zijn perceel sectie d nr. 82d7 gelegen te Zonhoven Hengelhoefseweg nr.7 een houten barak gebouwd zonder in het bezit te zijn van een machtiging van het college.
3. BESCHRIJVING OMGEVING EN AANVRAAG
Beschrijving van de plaats & omgeving
Het plangebied is gesitueerd in een natuurgebied, genaamd De Molenheide. Het is een waardevol complex van droge en natte heiden, veen, schrale graslanden, moerasbos,
dennenbestanden, vennen en loofhoutbossen. In dit voormalig militair kamp zijn drie unieke
steentijdsites aanwezig: De Holsteen in de noordwestelijke hoek, site Zonhoven-Molenheide
min of meer centraal, en de site Holsteen-Kapelbergweg in het westen.
Binnen het plangebied is een archeologisch element aanwezig, namelijk De Holsteen. Dit betreft een ensemble van een tiental enorme zandsteenblokken die voor het eerst vermeld werden in 1862. Het zijn tertiaire zandsteenblokken uit het boven-landeniaan en zouden 55 tot 60 miljoen jaar geleden ontstaan zijn door de aaneenkitting van zand met gehydrateerd silicium. Er zijn verschillende holten in de stenen aanwezig, vandaar de naamgeving, die zijn veroorzaakt door biologische activiteit.
Deze vondsten zijn uniek in Vlaanderen. Om de vondsten en hun betekenis in de verf te zetten, maar ook het prachtige natuurlandschap van heide, bossen en de vallei van de Roosterbeek waar ze inliggen ten volle te kunnen beleven, wil de gemeente een belevingsroute creëren.
Gezien het unieke karakter van zowel vondsten als landschappelijke en natuurwaarden wil het project enerzijds bezoekers trakteren op een unieke beleving van de huidige natuur en het verhaal van onze prehistorische voorouders, maar tegelijk het gebied beter structureren, zodat het de recreatieve druk duurzaam kan blijven dragen.
Verschillende half-verharde wandelpaden lopen doorheen het natuurgebied. Ook de Hengelhoefseweg loopt doorheen het plangebied. Deze weg is verhard met ‘milieuvriendelijke’ asfalt. De betonweg heeft een totale lengte van 1.080 meter, een gemiddelde breedte van 9,00 meter en een gemiddelde dikte van 0,20 meter. Ter hoogte van de Kapelbergweg is een hondenlosloopzone met parking aanwezig. 350 m zuidwaarts is een hondenschool in de omgeving van de zogenaamde ‘De Kuil’, gekend door de jaarlijkse Superprestige veldrijden aanwezig. Centraal tegen de noordelijke projectgrens, aan de Hengelhoefseweg, is camping Holsteenbron, net buiten de contouren van het plangebied, gesitueerd.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft
- Het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem.
- Het opbreken van een bestaande parking en een weg die het projectgebied doorkruist.
- de aanleg van een belevingsroute in de vorm van een rolstoelvriendelijk half-verhard pad waarlangs verscheidene interactie objecten worden geplaatst
- de aanleg van een nieuwe onthaalparking aan de rand van het projectgebied
Ter hoogte van een bocht (de meest rechtsgelegen) in de Hengelhoefseweg wordt een verhoogd pleintje in half-verharding aangelegd. Het opgehoogd pleintje zal 1m hoger komen dan het bestaande maaiveld. Het hoogteverschil wordt aan de weidekant opgevangen door een schanskorfmuur die terug naar het originele maaiveld van de weide gaat.
De Hengelhoefseweg, ooit verhard met een “milieuvriendelijke” asfalt zal geheel onthard worden. Waar de weg in een heuvel ingesneden werd wordt het oorspronkelijke, natuurlijke reliëf hersteld. Binnen het projectgebied wordt ook de huidige parking in half-verharding aan de ingang van de camping gesupprimeerd.
Het voorziene mindervalidepad (‘ruggengraat wandelpad’ op de plannen) loopt van aan de holstenen in het noordwesten van het projectgebied, via het onthaal aan de Camping tot aan het uitkijkpunt met zicht op de rendiersilhouetten in het noordoosten van het projectgebied. Dit pad is 1m80 breed en zal aangelegd worden in half-verharding.
De nieuwe parking is gelegen op de percelen 82G9 en 82Y8, in recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan. Ze wordt uitgevoerd in half-verharding en zal bestaan uit 60 parkeerplekken waarvan 4 mindervalide plekken. De parking wordt omzoomd door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens zal daarbij behouden blijven.
4. OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 18 juni 2023 t.e.m. 17 juli 2023.
5. ADVIEZEN
Aan volgende adviesverleners werd advies gevraagd:
• dienst mobiliteit
• dienst contractmanagement
• dienst facilitair management
• Agentschap voor Natuur en Bos
• Onroerend Erfgoed Limburg
• Deputatie
• Inter Vlaanderen
• Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie
• Departement Landbouw en Visserij
• NMBS Hasselt.
6. PROJECT-MER
Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit, nl. rubriek 10e infrastructuurproject. Daarom moet een project-m.e.r. opgemaakt worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screening kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.
De aanvraag omvat een MER-screening, waaraan tevens een passende beoordeling is gevoegd die tevens een VEN-toets omvat. In dit document met de titel “passende beoordeling” worden de diverse relevante effectcategorieën onderzocht en nader toegelicht, waaronder de effecten op ruimtebeslag, grondwaterstand, verstoring, en versnippering. Bij elk effect kan worden besloten dat de aanvraag een gunstige invloed heeft.
De MER-screening bij de aanvraag omvat ook een Addendum E1 “Effecten op mobiliteit”. Hierin wordt toegelicht dat één goed uitgeruste parking van 60 parkeerplaatsen wordt voorzien voor de wandelaars en bezoekers van de camping. Deze is gelegen aan de verharde Holsteenweg en situeert zich deels op het huidige kampeerterrein. Dit is een verdrievoudiging van de (te kleine) parkeervoorziening die vandaag de dag aan de ingang van de camping (cafétaria) ligt. De nieuwe parking ligt op ca. 250m van de cafétaria. Ook de mindervalidenparkeerplaatsen worden hier voorzien. De bestaande parking (12 plaatsen) aan de kruising Kapelbergweg – Hengelhoefseweg blijft behouden en is voorzien om de gebruikers van de hondenlosloopzone te laten parkeren, en wordt beter in het omliggende landschap geïntegreerd, zodat ze minder prominent in het beeld aanwezig is. Voor mountainbikers wordt gekeken naar andere bestaande openbare parkings iets verder van het natuurgebied.
De MER-screening bevat naast een omschrijving van het mobiliteitsaspect van de aanvraag ook een beoordeling van de effecten van de aanvraag op de mobiliteit. De MER-screening licht toe dat de nieuwe sturing van parkeren, ontvangen en route conflicten tussen verschillende gebruikers vermindert. Daarnaast moeten auto’s niet meer door het natuurlandschap of voorbij de ingang van de camping rijden. Dit zal niet alleen de rust en beleving van het landschap ten goede komen, maar ook de verkeersveiligheid, nu het aantal conflictsituaties zal worden teruggedrongen.
Bovendien moet op basis van de plannen worden vastgesteld dat de Holsteenweg voldoende breed is voor een voldoende veilige en comfortabele verkeersafwikkeling. Het betreft een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de hele weg is breder. De parking met 60 parkeerplaatsen heeft een ontsluiting die is opgevat als een lusbeweging. Bijgevolg zal de ontsluiting en verkeersafwikkeling van de parking vlot verlopen.
Met de MER-screening kan bijgevolg worden besloten dat er geen aanzienlijke effecten op het vlak van mobiliteit verwacht worden.
Daarnaast bevat de MER-screening een onderzoek naar de effecten op de bodem, geluid en trillingen, en onroerend erfgoed.
De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de screening blijkt dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
7. BESLISSING GEMEENTERAAD INZAKE GEMEENTEWEGEN
De gemeenteraad heeft in zitting van 11 september 2023 het volgende beslist: voorwaardelijk gunstig
Aanvaarding wegtracé
De gemeenteraad keurt het tracé van de gemeenteweg en de uitrusting, zoals weergegeven op het rooilijnplan, opgemaakt door Landmeter-expert Raoul Creemers dd. 04/04/2023, en zoals opgenomen in volgende stukken van de omgevingsvergunningsaanvraag voorwaardelijk goed:
Inplantingsplan: BA_ZonRjp_I_N_2_VERSIE20230607.pdf
• Legende: BA_ZonRjp_L_N_1_Legende-NT.pdf
• Grondplan: BA_ZonRjp-Verhardingen_P_N_2_VERSIE20230607.pdf
• Typedwarsprofielen: BA_ZonRjp-Verhardingen_PRT_N_2_VERSIE20230607_BB’_.pdf en BA_ZonRjp-
• Verhardingen_PRT_N_2_VERSIE20230607_CC’_.pdf
• Terreinprofiel 3: BA_ZonRjp_T_N_TERREINPROFIEL_3_versie20230531.pdf
• Terreinprofiel 4: BA_ZonRjp_T_N_TERREINPROFIEL_4_versie20230531.pdf
• B26_Verantwoordingsnota.pdf
• Omschrijving en materiaalgebruik.pdf
• Raming
Aanvaarding rooilijnplan
De gemeenteraad keurt de rooilijn van de nieuw aan te leggen gemeenteweg langs de Holsteenweg (deel parking), zoals weergegeven op het ingediende plan van landmeter-expert Raoul Creemers van 4 april 2023 voorwaardelijk goed.
Voorwaarden:
Aanvaarding wegtracé
• De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.
• De looproute tussen de twee parkeervakken en de parkeerweg naar het wandelpad mag niet aangelegd worden in kasseien aangezien dit géén toegankelijke verharding is.
• Een half-verharding kan enkel als toegankelijke verharding voorzien worden indien ze vast aaneengesloten en onder alle omstandigheden stroef is:
o Kiezel mag niet gebruikt worden als toegankelijke verharding
o Gras of kiezel in een honinggraad profiel mag niet gebruikt worden als toegankelijke verharding.
o Een losmateriaal met een kalibratie 0/5 kan gebruikt worden om een toegankelijke verharding te maken. Hiervoor moet de verharding vlak geprofileerd worden en verdicht.
o De dwarshelling is max 2%.
o De fractie 0 moet voldoende aanwezig zijn omdat deze voor de binding zorgt.
Aanvaarding rooilijnplan
• De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.
8. INHOUDELIJKE BEOORDELING
Decretale beoordelingselementen
In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de VCRO kan gesteld worden dat de Hengelhoefseweg en Holsteenweg voldoende uitgeruste openbare wegen zijn.
De aanvraag gaat niet over de oprichting van een bedrijfswoning.
Wat betreft de toegang van personen met een functiebeperking tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen werd d.d. 05/07/2023 een gunstig advies (met voorwaarden) verleend door Inter Vlaanderen.
De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook.
Toegankelijkheid
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010. Om die reden werd er d.d. 08/06/2013 advies gevraagd aan Inter Vlaanderen. Het advies van Inter Vlaanderen d.d. 05/07/2023 is voorwaardelijk gunstig en luidt als volgt:
“Advies
Concept
Net zoals voor de architecturale kwaliteiten, bepaalt het gebouwconcept en het concept van de omgevingsaanleg mogelijkheden om toegankelijkheidsoplossingen op een Universal Design wijze te verwerken. De optimalisatie wordt per onderdeel in het verslag opgenomen onder
Knelpunten en advies (zie bijlage):
Advies integrale toegankelijkheid (zie bijlage):
Documenten die gebruikt zijn om het advies op te maken:
Omgevingsvergunning 2022143790
Plannen opgeladen in het omgevingsloket
Rendierjagerspad - Zonhoven
* Er is een vlonderpad voorzien.
Advies integrale toegankelijkheid (zie bijlage):
Voor de marge op vergissing in te bouwen is het nuttig om een afrijdbeveiliging te voorzien van 5 cm hoog. (foto’s: zie advies)
Hout kan glad zijn, mogelijks kan er een glad werend middel verwerkt worden.
Omdat houten terrassen, steigers en brugdekken onder natte omstandigheden, door mos vorming en snel in koude periodes spekglad kunnen zijn, moeten er antislip maatregelen getroffen worden.
Enkel groeven in het hout helpen niet! Het gebruik van hout met op regelmatige afstand een antisliplijn is aangewezen. Indien de zwaluwstaartgroeven op regelmatige afstand gevuld worden met een combinatie van polyurethaan en kwartszand kan voldaan worden een de toegankelijkheidsnormen.
(foto’s en tekeningen: zie advies)
* Tussen de twee parkeervakken en de parkeerweg is een strook van bolle kasseien voorzien. Op het grondplan is deze kasseistrook niet aangegeven.
Advies integrale toegankelijkheid (zie bijlage):
Kasseien zijn géén toegankelijke verharding. Op de looproute van de aangepaste en voorbehouden parkeerplaatsen naar het wandelpad mag deze kasseistrook niet voorzien worden.
* In het project worden verschillende soorten half-verharding voorzien. Het type half-verharding is niet gespecifieerd.
Knelpunten en advies (zie bijlage):
Een half-verharding kan als toegankelijke verharding voorzien worden indien ze vast aaneengesloten en onder alle omstandigheden stroef is.
o Kiezel is géén toegankelijke verharding
o Gras of kiezel in een honinggraad profiel is géén toegankelijke verharding.
Een losmateriaal met een kalibratie 0/5 kan gebuikt worden om een toegankelijke verharding te maken. Hiervoor moet de verharding vlak geprofileerd worden en verdicht. De dwarshelling is max 2%. De fractie 0 moet voldoende aanwezig zijn omdat deze voor de binding zorgt.”
Waterparagraaf
Het decreet over het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd worden. Deze watertoets schat de eventuele schadelijke effecten in ten koste van de watersystemen bij de inname van ruimte.
Sedert de inwerkingtreding van omzendbrief OMG/2022/1 d.d. 15/12/2022 dient de vergunningverlenende overheid de watertoets op een gewijzigde manier uit te voeren bij dossiers ingediend vanaf 01/01/2023. De watertoetsprocedure werd geoptimaliseerd, er werden aandachtspunten en richtlijnen geformuleerd en het kaartmateriaal inzake overstromingsgevoelige gebieden werd aangepast.
Het voorliggende project heeft een eerder beperkte oppervlakte, maar ligt wel deels in een pluviaal overstromingsgebied. Er moet in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is tot de veiligheid van het vergunde project zelf. Enige invloed op het watersysteem of de veiligheid van overige vergunde of vergund geachte constructies wordt, gezien de geringe oppervlakte, niet verwacht. Er dienen geen bijkomende bijzondere maatregelen te worden genomen. De provincie, Dienst Water en Domeinen bracht geen advies uit.
Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
Het waterbergend vermogen wordt op afdoende wijze gevrijwaard. Er kan in beginsel zowel voor als na de werken dezelfde hoeveelheid water over het perceel stromen. Bovendien doorstaat de aanvraag de droogtetoets, daar het effect van droogte gemilderd wordt door het regenwater dat op het terrein terechtkomt maximaal vast te houden.
Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, zoals vervat in artikel 1.2.1 tot 1.2.4 Waterwetboek, evenals met art. 1.3.1.1. waterwetboek
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Natuurtoets
De aanvraag situeert zich in Habitatrichtlijngebied (Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden (BE2200031) en in Natura-2000 gebied (Droge Europese Heide en Dwerghaver-verbond). De aanvraag geeft ook aan dat binnen het habitatrichtlijngebied tevens VEN-gebied is afgebakend, namelijk ‘De Teut-Tenhaagdoornheide’ (gebiedsnummer 434).
De aanvraag kan een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone veroorzaken, zodat een passende beoordeling werd toegevoegd aan de aanvraag die tevens een VEN-toets omvat. In dit document met de titel “passende beoordeling” worden de diverse relevante effectcategorieën onderzocht en nader toegelicht, waaronder de effecten op ruimtebeslag, grondwaterstand, verstoring, en versnippering.
Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft op 2/8/2023 een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd zoals reeds hoger aangehaald onder de afwijkingsbepalingen en met volgende conclusie:
Conclusie
Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies mits naleving van de volgende voorwaarden:
- De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet tussen 1 april en 30 juni);
- Waar een nieuw pad wordt voorzien in een bos, worden de volgende maatregelen in acht genomen:
o De breedte van het pad wordt tot het absolute minimum beperkt;
o Het traject dient zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden;
- Als er heideplantjes aanwezig zijn ter hoogte van de locatie van het nieuwe pad, dienen deze (of minstens de zaadbank) verplaatst te worden naar locaties die onthard worden binnen het projectgebied. Hoe dan ook moet de oppervlakte aan heidevegetatie na de werken minstens gelijk zijn aan de huidig aanwezige oppervlakte;
- De vrijgekomen ruimte ten gevolge van de ontharding van de Hengelhoefseweg wordt ingezet voor het ontwikkelen van de natuurstreefbeelden conform het natuurbeheerplan en IHD;
- Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.
De vergunning kan slechts verleend worden mits toepassing van deze voorwaarden. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
- Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997;
- Artikel 36ter §4 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997.
Bovendien is het Agentschap voorstander om de paden die aangelegd worden in bos en heide, te voorzien als een vlonderpad – zolang dit de toegankelijkheid van het pad niet in het gedrang brengt. Onderstaande doelstellingen of zorgplichten zijn hierbij van toepassing:
- Artikel 14 §1 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997.
Opmerking vanuit het Soortenbesluit
Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 maart tot 1 juli moet men er zich – vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken – van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres van AVES.
De aanvraag omvat de ontheffing van bepaalde verbodsbepalingen vermeld in artikel 35, §2, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Dit gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos geldt, mits naleving van de voorwaarden gesteld in het advies, als afwijking op de verboden van artikel 35, §2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
Gelet op art. 31 §2 van het Besluit van de Vlaamse regering houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgerichte natuurbeleid van 21 november 2003 geldt een gunstig advies als ontheffing op de verboden van artikel 25 §3 2° van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997.
De aanvraag omvat het wijzigen van vegetaties die onder toepassing vallen van artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Dit gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos geldt, mits naleving van de voorwaarden gesteld in het advies, als afwijking op de verboden van artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, volgens artikel 10 van het vermelde besluit.”
Er kan worden gesteld dat mits naleving van de voorwaarden gesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos, er geen negatieve impact is van de projectaanvraag op de natuurwaarden.
Erfgoed- & Archeologietoets
Het plangebied is gesitueerd in het voormalig militair domein de Molenheide, een beschermd cultuurhistorisch landschap sinds 23 februari 1995 (ID4113). Doorheen dit beschermd landschap is ook De Holsteen erkend als beschermd landschap (ID 2847). Binnen het plangebied is een archeologisch element aanwezig, namelijk De Holsteen (ID 84272). Er zijn geen monumenten in de omgeving. De aanvraag heeft geen negatieve impact op deze beschermde landschappen, noch op het aanwezig archeologische element.
Conform het Onroerenderfgoeddecreet d.d. 12/07/2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag aangezien het plangebied in natuurgebied ligt, de totale oppervlakte van de kadastrale percelen, waarop de vergunning betrekking heeft minstens 5.000 m² bedraagt en de totale oppervlakte van de bodemingreep 1.000 m² of meer bedraagt. Er werd een archeologienota ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed met ref. ID25970. Er werd door het agentschap op 14/05/2023 akte genomen van de nota.
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De Hengelhoefseweg, ooit verhard met een “milieuvriendelijke” asfalt zal geheel onthard worden. Waar de weg in een heuvel ingesneden werd wordt het oorspronkelijke, natuurlijke reliëf hersteld. Binnen het projectgebied wordt ook de huidige parking in half-verharding aan de ingang van de camping gesupprimeerd.
De nieuwe parking is gelegen op de percelen 82G9 en 82Y8, in recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan. Ze wordt uitgevoerd in halfverharding en zal bestaan uit 60 parkeerplekken waarvan 4 mindervalide plekken. De parking wordt omzoomd door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens zal daarbij behouden blijven. Uit de inplantingsplannen blijkt eveneens dat er verschillende nieuwe bomen aangeplant zullen worden (zomereik, haagbeuk, winterlinde) en dat opschot van Robinia en Amerikaanse vogelkers verwijderd zal worden.
De parking zal ontsloten worden via de Holsteenweg. De Holsteenweg is een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de weg is nog breder. De Holsteenweg is voldoende gedimensioneerd om het verkeer dat zich richting de parking en de camping begeeft op te vangen.
De verkeerstoename die zal ontstaan door de nieuwe parking kan in alle redelijkheid als beperkt worden beschouwd. De parking heeft een capaciteit van 60 voertuigen, waarmee de parkeervraag van het natuurlandschap en de camping wordt opgevangen, en zal hooguit een kleine verkeerstoename veroorzaken. Het aantal verkeersbewegingen van ca. 120 pae/uur (60 oprij – en wegbewegingen) kan gedragen worden door de Holsteenweg, Lokale weg Type III, waarbij de verkeersleefbaarheid niet in het gedrang komt.
De aanleg van deze nieuwe parking is enerzijds ingegeven vanuit de verkeersveiligheid om het aantal conflictsituaties tussen zwakke weggebruikers en gemotoriseerd verkeer uit te sluiten. De Holsteen, en het rendierjaagpad, zijn immers populaire culturele en sociale/recreatieve wandel– en fietspaden, waardoor conflicten met gemotoriseerd verkeer uitgesloten moeten worden. Tevens komen ook veel kinderen het cultureel erfgoed, en de recreatieve installaties, bezoeken waardoor de verkeersveiligheid een absolute prioriteit is.
Om deze reden wordt op de parking een lusbeweging ingericht, zodat elk gemotoriseerd verkeerd geweerd wordt uit het recreatieve gebied. Er zal echter wel nog beperkt gemotoriseerd verkeer voorkomen, gelet in het verlengde van de Holsteenweg een toegang voorzien wordt naar de naastgelegen camping, doch verloopt deze ontsluiting afzonderlijk van de wandel- en fietspaden waardoor er geen conflicten zullen voorvallen. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede.
De aansluitingen van de parking op de Holsteenweg zijn voldoende breed ingericht zodanig de weggebruikers een voldoende zichtbaarheid hebben op eventueel aankomend verkeer. Zoals aangegeven is er immers een beperkt doorrijdend verkeer mogelijk dat wenst aan te sluiten op de camping aan de cafetaria Holsteen, doch is dit gelet op het beperkt karakter van het verkeer en de goede zichtbaarheid geen gevaar voor de verkeersveiligheid.
De nieuwe parking heeft ook tot doel om de mobiliteit en de parkeernoodzaak in het projectgebied te verzekeren, door de parking te bundelen op één plaats met een voldoende aantal parkeerplaatsen (60, waarvan 4 mindervalide). Het huidige aantal bedraagt immers 20 parkeerplaatsen, waardoor deze toename zal volstaan om de huidige en toekomstige parkeerdruk te ondervangen. Dit wordt bevestigd door het advies van de dienst mobiliteit.
In alle redelijkheid moet worden besloten dat de nieuwe parking geen onaanvaardbare verkeersdruk teweeg zal brengen. Zowel op het vlak van de toegankelijkheid, de ontsluiting als de verkeersveiligheid van het projectgebied zal zich een verbetering laten optekenen. De verkeersimpact voor de omgeving van het projectgebied kan in alle redelijkheid als aanvaardbaar worden beschouwd.
Gezien de planologische ligging (dat er in wezen geen bijkomend nadeel voor de externe landbouwstructuren ontstaat), het feit dat de natuurwaarden achteraf minstens even hoog blijven (vervanging (invasieve) exoten door inheemse boom- en struiksoorten) en het feit dat er geen negatieve impact op de mobiliteit te verwachten valt, is de aanleg van de parking vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar.
Het voorziene mindervalidepad (‘ruggengraat wandelpad’ op de plannen) loopt van aan de holstenen in het noordwesten van het projectgebied, via het onthaal aan de Camping tot aan het uitkijkpunt met zicht op de rendiersilhouetten in het noordoosten van het projectgebied. Dit pad is 1m80 breed en zal aangelegd worden in halfverharding. Ter hoogte van de Holstenen voorziet men het pad doorheen het bos. Het pad heeft enkel een sociaal-recreatieve functie. Het betreft geen functionele verbinding. Hierdoor wordt de aanleg van het pad niet aanzien als een ontbossing. Dit betekent eveneens dat het pad nog steeds deel uitmaakt van het bos, waarbij alle bepalingen van uit het bosdecreet nog steeds van toepassing zijn. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voor Natuur en Bos voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.
Vervolgens sluit het pad aan op een bestaand pad richting de nieuw aan te leggen parking. Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft geen bezwaar tegen het halfverharden van dit pad, mits men binnen de breedte van het bestaand pad blijft. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.
Ter hoogte van de nieuwe parking maakt het nieuw aan te leggen pad de doorsteek naar de Hengelhoefseweg, welke onthard wordt. Ook dit pad bevindt zich in de bossfeer. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voor Natuur en Bos voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.
Het pad blijft het gabarit van de Hengelhoefseweg volgen, tot aan de ingang van de camping. Hier is momenteel een parking gelegen. Deze gaat weg en men voorziet op deze locatie een onthaalruimte met ontvangstpaviljoen en speelzone. Men gebruikt hiervoor maximaal de nu al verharde zones.
Na deze onthaalzone voorziet men het pad opnieuw aan te leggen tussen de aanwezige bomen. Bij de aanleg van het pad door het bos, dient het traject zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden. Om schade aan de bosomgeving maximaal te vermijden, is het Agentschap voor Natuur en Bos voorstander om het pad aan te leggen als een vlonderpad, zolang dit de toegankelijkheid niet in het gedrang brengt. Dit kan als voorwaarden worden opgenomen in de omgevinsgvergunning.
Tenslotte wordt er ter hoogte van een bocht (de meest rechtsgelegen) in de Hengelhoefseweg een verhoogd pleintje in half-verharding aangelegd. Het opgehoogd pleintje zal 1m hoger komen dan het bestaande maaiveld. Het hoogteverschil wordt aan de weidekant opgevangen door een schanskorfmuur die terug naar het originele maaiveld van de weide gaat. De ophoging is beperkt van omvang en geeft geen hinder naar de aanpalende eigendommen.
De aanleg van het belevingspad en het verhoogd pleintje zorgen er voor dat de bezoekers van een unieke karakter van zowel vondsten als landschappelijke en natuurwaarden kunnen genieten en zijn vanuit ruimtelijk oogpunt eveneens aanvaardbaar
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Resultaten van het openbaar onderzoek
Er werden 2 bezwaren ingediend.
Deze bezwaarschriften kunnen als volgt samengevat worden:
Bezwaarschrift 1
In het bezwaarschrift wordt voorgesteld om geen lus te voorzien in de open weide in het noordoosten. Deze weide is thans niet toegankelijk voor recreanten, en is belangrijk voor grondbroeders en nestvliegers, m.n. Leeuweriken en Nachtzwaluwen.
Bespreking bezwaarschrift
Het bezwaarschrift lijkt aan te nemen dat het pad dat wordt voorzien samenvalt met de perimeter van het projectgebied. Dit is evenwel niet het geval. De weide blijft ontoegankelijk, al zullen de rendieren in de weide wel zichtbaar zijn vanop de paden rond de weide. Bestaande paden in die zone en de oude spoorroute blijven behouden rond de weide waardoor recreanten geleid worden en verstoringsdruk op de omgeving beperkt blijft. Enkel een bestaande poort wordt verwijderd en een deel van de omheining wordt zelfs achteruit gezet. Hier ontstaat een nieuw interactief uitkijkpunt, waarbij er geen nadelige impact op de weide of de daar aanwezige fauna zal ontstaan.
Ten overvloede moet ook worden opgemerkt dat het Agentschap Natuur en Bos akkoord gaat met het traject van de padenstructuur en het interactieve uitkijkpunt.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in:
Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 2
Samenvatting bezwaarschrift
De bezwaarindiener meent dat de aanvraag moest worden ingediend bij de deputatie. Dit zou volgen uit de “no conflict of interest”-regel uit artikel 9bis van de project-MER-richtlijn. Hoewel het project in beginsel onder de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen valt, moet het ingevolge het Wasserij-arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen in eerste administratieve aanleg toch worden behandeld door de deputatie, omdat de gemeente de initiatiefnemer van het project is. Op de vergunningverlenende overheid rust de plicht om de volle uitwerking van het Unierecht te waarborgen.
Verder zouden niet alle onlosmakelijk met de aanvraag verbonden aspecten uitdrukkelijk zijn aangevraagd. De sloop van de woning aan de Holsteenweg zou niet zijn aangevraagd. Hierdoor zou de inhoud van de aanvraag niet duidelijk zijn. Ook zou de aanleg van de parking gepaard gaan met het verwijderen van het aantal bomen. De aanvraag maakt hier geen melding van. Ook de wadi’s aan de buitenzijden van de aanvraag zouden niet duidelijk zijn aangevraagd als vergunningsplichtige stedenbouwkundige handeling.
Volgens de bezwaarindiener zou ook de MER-screening ontoereikend zijn. De stelling dat er geen effecten worden verwacht voor de biodiversiteit zou foutief zijn. Beroepsindiener verwijst naar de ligging van het projectgebied volgens de biologische waarderingskaarten en binnen het VEN en habitatrichtlijngebied. Het zou onwaarschijnlijk zijn dat de aanvraag geen effecten kan hebben op deze natuurwaarden. De effecten werden evenwel niet naar behoren onderzocht.
De impact op de mobiliteit wordt gunstig beoordeeld omdat het verkeer niet naar het natuurgebied wordt geleid, maar dit is geen beoordeling van de mobiliteitseffecten.
De aanvraag zou volgens de bezwaarindiener ook geen document (verscherpte natuurtoets) bevatten waarin wordt onderzocht of het project kan leiden tot onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuurwaarden in het VEN. Hierdoor zou de aanvraag onvolledig zijn. Gezien de ingrepen in de bodem zou het volstrekt onredelijk zijn om aan te nemen dat er geen kans bestaat dat er onherstelbare en onvermijdbare schade zal intreden.
Ook zou niet zijn aangetoond dat het project niet zal leiden tot enig risico op vermijdbare schade aan de natuur. Het rooien van bomen zou steeds vermijdbare schade uitmaken.
Bezwaarindiener meent ook dat de passende beoordeling gebrekkig zou zijn, maar licht niet toe waarom.
Wat betreft de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening wordt gewezen op de hinder die bezwaarindiener zou ondervinden als gevolg van de verkeersbewegingen die worden gedaan om het rendierjagerspad te bereiken, de verkeersbewegingen van de bezoekers van de camping, en het feit dat het parkeren zal worden afgewikkeld aan de overzijde van de Holsteenweg. Holsteenweg beschikt slechts over één rijstrook in iedere rijrichting, en zou een totale breedte hebben van om en bij drie meter. De vraag is hoe de smalle weg de bijkomende mobiliteit zal kunnen dragen.
Bespreking bezwaarschrift
- De bevoegdheid van het college
De gemeente heeft het aanvraagdossier ingediend bij de deputatie. De deputatie oordeelde evenwel dat zij niet bevoegd is voor de aanvraag, nu het niet om een project gaat dat voorkomt op de lijst met provinciale projecten. De aanvraag werd daarom doorverwezen naar het college. In de gegeven omstandigheden zal het college de aanvraag beoordelen.
Het gegeven dat het college de in eerste aanleg bevoegde overheid is, strookt met de letter van de wet. Het wordt alvast niet betwist dat het project niet voorkomt op de lijst met provinciale of gewestelijke projecten. Het gaat dus om een project waarvoor het college van burgemeester en schepenen de in eerste aanleg bevoegde vergunningverlenende overheid is.
Conform artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet (OVD) wordt de deputatie in dergelijke gevallen alleen bevoegd wanneer aan twee voorwaarden is voldaan: (i) voor het project moet een milieueffectrapport worden opgesteld en is er geen ontheffing van de rapportageverplichting verkregen, en (ii) het college van burgemeester en schepenen is initiatiefnemer en aanvrager van het project.
In voorliggend geval blijkt niet dat voor het project een volledig project-MER moest worden opgesteld. Volgens artikel 15/1 OVD blijft het college van burgemeester en schepenen bijgevolg de vergunningverlenende overheid die in eerste aanleg bevoegd is. Het college kan dan ook weldegelijk in eerste administratieve aanleg oordelen over de aanvraag in kwestie.
Het college moet artikel 15/1 OVD eerbiedigen. Het zogenaamde Wasserij-arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 oktober 2022 met nummer RvVb-A-2223-A-0108 doet aan de verplichting van het college om zich naar deze hogere norm te schikken geen enkele afbreuk. Het gaat om een decretale bepaling die niet onwettig werd bevonden, en dus nog steeds wettig en toepasselijk moet worden geacht.
Bovendien is artikel 15/1 OVD dermate duidelijk geformuleerd dat een richtlijnconforme interpretatie in voorliggend geval niet toegestaan is. Volgens het Hof van Justitie, daarin gevolgd door de Belgische hoven en rechtbanken, bestaat de grens van richtlijnconforme uitlegging uit het verbod voor de nationale rechter om contra legem te oordelen (HvJ (5e k.) nr. C-57/15, 28 juli 2016 (United Video Properties Inc. / Telenet NV; Cass. (1e k.) AR F.14.0206.N, 2 september 2016; Brussel (9e k.) 12 mei 2017; Gent nr. 2008/AR/1584, 2 november 2009; Arbh. Antwerpen (afd. Hasselt) nr. 2016/AH/191, 24 maart 2021).
De nationale rechter is volgens het Hof van Cassatie niet gehouden tot richtlijnconforme interpretatie van het nationale recht indien de bewoordingen van het nationale recht zich daartegen verzetten of wanneer die interpretatie strijdt met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van terugwerkende kracht (Cass. (1e k.) AR F.14.0206.N, 2 september 2016).
Uiteraard is deze rechtspraak ook parallel van toepassing op administratieve overheden, zoals het college van burgemeester en schepenen.
In voorliggend geval verzet niet alleen de bewoording, maar ook het rechtszekerheidsbeginsel tegen een interpretatie van artikel 15/1 OVD waarbij het college zijn bevoegdheid zou verliezen ingeval van projecten die louter MER-screeningsplichtig zijn. Dergelijke interpretatie is volledig strijdig met artikel 15/1 OVD, en valt evenmin te verenigen met het rechtszekerheidsbeginsel.
Er is bijgevolg geen rechtsgrond voorhanden om af te wijken van de letter van de wet zoals vervat in artikel 15/1 OVD. Het college van burgemeester en schepenen heeft zich hieraan te houden, en blijft dus in eerste administratieve aanleg bevoegd.
In de marge moet ook worden opgemerkt dat tegen het Wasserij-arrest cassatieberoep werd ingesteld bij de Raad van State, waardoor het arrest nog niet definitief is.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook weldegelijk de vergunningverlenende overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is om over het project te oordelen.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in:
Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
- De volledigheid van de aanvraag
De woning op de camping die zal worden gesloopt, valt buiten de contouren van de aanvraag. De sloop hiervan is niet onlosmakelijk verbonden met huidige aanvraag. De aanvraag kan immers ook worden gerealiseerd zonder de sloop van dit gebouw. Ook zonder deze sloop bedraagt de verhardingsbalans nog steeds 49m² minder verharding.
Verder kan bezwaarlijk worden betwist dat de aanleg van de parking met de daaraan verbonden aanleg van de wadi’s niet in de aanvraag vervat zit. De plannen laten hierover geen enkele twijfel bestaan. Ook het gegeven dat de aanleg van de parking tot gevolg zal hebben dat bepaalde delen van het bestaande groen moet worden verwijderd, zit onmiskenbaar in de aanvraag begrepen. De te rooien bomen worden aangeduid op het inplantingsplan met de bestaande toestand. Overigens worden deze bestaande groenstructuren voor het grootste deel intact gelaten, zoals ook het Agentschap voor Natuur en Bos bevestigt in haar advies.
De aanvraag is dan ook weldegelijk volledig.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in:
Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
- De toereikendheid van de MER-screening
Bij de aanvraag zit een MER-screening gevoegd. De MER-screening vermeldt dat de aanvraag zich in Habitatrichtlijngebied (Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden (BE2200031) en in Natura-2000 gebied (Droge Europese Heide en Dwerghaver-verbond) situeert. De aanvraag geeft ook aan dat binnen het habitatrichtlijngebied tevens VEN-gebied is afgebakend, namelijk ‘De Teut-Tenhaagdoornheide’ (gebiedsnummer 434).
Uit het loutere gegeven dat de aanvraag zich in voormelde gebieden situeert, volgt geenszins dat het project nadelige effecten heeft op de natuurwaarden ter plaatse. De aanvraag omvat een MER-screening, waaraan tevens een passende beoordeling is gevoegd die tevens een VEN-toets omvat. In dit document met de titel “passende beoordeling” worden de diverse relevante effectcategorieën onderzocht en nader toegelicht, waaronder de effecten op ruimtebeslag, grondwaterstand, verstoring, en versnippering. Bij elk effect kan worden besloten dat de aanvraag een gunstige invloed heeft. Daarnaast bevat de MER-screening een onderzoek naar de effecten op mobiliteit, de bodem, geluid en trillingen, en onroerend erfgoed. Het is dus niet zo dat het aanvraagdossier zonder enig onderzoek of staving zou aannemen dat er geen denkbare effecten zijn op de natuurwaarden.
De MER-screening bij de aanvraag omvat ook een Addendum E1 “Effecten op mobiliteit”. Hierin wordt toegelicht dat één goed uitgeruste parking van 60 parkeerplaatsen wordt voorzien voor de wandelaars en bezoekers van de camping. Deze is gelegen aan de verharde Holsteenweg en situeert zich deels op het huidige kampeerterrein. Dit is een verdrievoudiging van de (te kleine) parkeervoorziening die vandaag de dag aan de ingang van de camping (cafétaria) ligt. De nieuwe parking ligt op ca. 250m van de cafétaria. Ook de mindervalidenparkeerplaatsen worden hier voorzien. De bestaande parking (12 plaatsen) aan de kruising Kapelbergweg – Hengelhoefseweg blijft behouden en is voorzien om de gebruikers van de hondenlosloopzone te laten parkeren, en wordt beter in het omliggende landschap geïntegreerd, zodat ze minder prominent in het beeld aanwezig is. Voor mountainbikers wordt gekeken naar andere bestaande openbare parkings iets verder van het natuurgebied.
De MER-screening bevat naast een omschrijving van het mobiliteitsaspect van de aanvraag ook een beoordeling van de effecten van de aanvraag op de mobiliteit. De MER-screening licht toe dat de nieuwe sturing van parkeren, ontvangen en route conflicten tussen verschillende gebruikers vermindert. Daarnaast moeten auto’s niet meer door het natuurlandschap of voorbij de ingang van de camping te rijden. Dit zal niet alleen de rust en beleving van het landschap ten goede komen, maar ook de verkeersveiligheid, nu het aantal conflictsituaties zal worden teruggedrongen.
Bovendien moet op basis van de plannen worden vastgesteld dat de Holsteenweg voldoende breed is voor een voldoende veilige en comfortabele verkeersafwikkeling. Het betreft een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de hele weg is breder. De parking met 60 parkeerplaatsen heeft een ontsluiting die is opgevat als een lusbeweging. Bijgevolg zal de ontsluiting en verkeersafwikkeling van de parking vlot verlopen.
Met de MER-screening kan bijgevolg worden besloten dat er geen aanzienlijke effecten op het vlak van mobiliteit verwacht worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in:
Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
- De natuurtoetsen bij de aanvraag
Overeenkomstig artikel 26bis, § 1 natuurdecreet mag het vergunningverlenend bestuur geen toestemming of vergunning verlenen voor een activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) kan veroorzaken. Deze verscherpte natuurtoets impliceert dat het vergunningverlenend bestuur onderzoekt welke de impact is voor de natuurwaarden in het VEN-gebied. Wanneer er onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN wordt veroorzaakt, kan er in beginsel geen vergunning worden verleend (RvVb nr. A/1516/1298, 28 juni 2016). De VEN-toets en de habitattoets kunnen in één document worden opgenomen (RvVb nr. S-2021-0611, 4 februari 2021).
Uit de parlementaire stukken (Parl.St. Vl.Parl. 2001-02, nr. 967/1, 17-20) blijkt volgende toelichting omtrent de begrippen "vermijdbare schade" en "onvermijdbare schade":
"Vermijdbare schade is die schade die kan vermeden worden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren (bvb. met andere materialen, op een andere plaats, ...). Onvermijdbare schade is de schade die men hoe dan ook zal veroorzaken, op welke wijze men de activiteit ook uitvoert. [...]
Deze bepalingen gaan over onvermijdbare schade die tevens onherstelbaar is. Onvermijdbare schade die wel herstelbaar is, mag wel worden veroorzaakt.
Onder herstel wordt een herstel van de schade verstaan op de plaats van beschadiging met een kwantitatief en kwalitatief gelijkaardige habitat als deze die er voor de beschadiging aanwezig was. [...]"
In het kader van een omgevingsvergunning zal de aanvrager moeten aantonen dat de aangevraagde activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken. Wanneer de kennisgever dit niet gedaan heeft, dient de betrokken overheid zelf te onderzoeken of de activiteit onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken (BRUYNINCKX, T., FORET, B., “Effectenrapportage” in, Ruimtelijke planning – Ruimtelijke uitvoeringsplannen , VI.Bbis.7 - 53 - VI.Bbis.7 - 106f, p. 262).
De voorliggende aanvraag vermeldt dat het project zich ook situeert in VEN-gebied. Uit het document met de titel ‘passende beoordeling’ blijkt dat in alle relevante effectgroepen een positief effect wordt verwacht. Hieruit volgt dat er tevens geen ‘onvermijdbare en onherstelbare’ schade zal ontstaan aan het VEN. In het gunstige advies van het Agentschap voor Natuur en Bos van 2 augustus 2023 wordt eveneens vastgesteld dat de vergunningsplichtige activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal veroorzaken.
Wanneer de relevante effectcategorieën nader worden beschouwd, blijkt dat er inderdaad alleen positieve effecten zullen optreden.
Met betrekking tot het ruimtebeslag zullen auto’s niet langer door het natuurlandschap hoeven te rijden, wat de rust, beleving en natuur van het gebied ten goede zal komen. Door de aanvraag daalt ook het ruimtebeslag van de verharding in het natuurgebied. Met name wordt de Hengelhoefsesteenweg onthard. Er zal geen onvermijdbare en onherstelbare schade optreden.
Met betrekking tot de grondwaterstand moet tevens worden vastgesteld dat de verhardingsbalans door voorliggende aanvraag gunstig uitdraait, waardoor ook op dit punt geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal ontstaan. Het areaal voor infiltratie van regenwater neemt namelijk toe. Bovendien wordt maximaal gebruik gemaakt van de reeds bestaande verhardingen voor de onthaalruimte met ontvangstpaviljoen en speelzone.
Ook wat betreft het effect op verstoring blijkt dat de stopzetting van het gebruik van de Hengelhoefsesteenweg voor verkeer en parkeren zal leiden tot een reductie van de actuele verstoring. Verder worden de recreanten en bezoekers vanaf de nieuwe parking langs de Holsteenweg veel meer te voet geleid naar het onthaal van de rendierjagerssite en de camping. Hieruit volgt dat de aanvraag een positief effect zal hebben, en er geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal optreden.
Ook de aanleg van de nieuwe paden zal geen onvermijdbare en onherstelbare schade veroorzaken. Alle paden worden zo voorzien dat er geen schade aan de natuur ontstaat, en dat er zo weinig mogelijk bomen worden gerooid. De milderende maatregelen die ANB voorstelt zullen als voorwaarde worden opgelegd. Bovendien wordt in lijn met het advies van ANB ook als voorwaarde opgelegd dat de trajecten van de nieuwe paden zo gekozen dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden.
Met betrekking op het effect op versnippering moet worden opgemerkt dat de Hengelhoefseweg onthard wordt. Waar de weg in een landduin is ingesneden, zal het oorspronkelijke, natuurlijke reliëf worden hersteld. In het westen zal terug een aaneengesloten droge heide vegetatie worden gerealiseerd, en in het oosten een aaneengesloten droog eikenbos. Dit alles komt de natuurwaarden sterk ten goede.
Het wandelpad binnen het VEN zal dus geen onvermijdbare en onherstelbare schade veroorzaken.
De nieuwe parking is niet gelegen in het VEN. Niettemin moet worden opgemerkt dat de parking omzoomd wordt door een groenbuffer van struikmassieven en waterinfiltratie gebeurt in wadi's. De waardevolle groenzone ter hoogte van de perceelsgrens kan daarbij behouden blijven. Slechts een beperkt aandeel van het aanwezige groen moet worden verwijderd. Uit de inplantingsplannen blijkt eveneens dat er verschillende nieuwe bomen aangeplant zullen worden (zomereik, haagbeuk, winterlinde) en dat opschot van Robinia en Amerikaanse vogelkers verwijderd zal worden. Op deze manier zal de parking geen onvermijdbare en onherstelbare schade veroorzaken aan het VEN.
De aanvraag draagt daarenboven bij tot de ontsnippering van het gebied en barrières in het natuurgebied worden weggewerkt.
Bijgevolg moet worden besloten dat er geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuurwaarden van het VEN zal ontstaan.
Daarnaast zal er ook geen vermijdbare schade aan de natuur ontstaan. Artikel 16, § 1 natuurdecreet bepaalt dat de bevoegde overheid in het geval van een vergunningplichtige activiteit er zorg voor draagt dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan door de vergunning of toestemming te weigeren of door redelijkerwijze voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen.
Vermijdbare schade is die schade die kan vermeden worden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren (bvb. met andere materialen, op een andere plaats, ...). In voorliggend geval zal geen vermijdbare schade ontstaan, nu er geen schade zal optreden die kan worden vermeden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren. Beroeper maakt ook niet inzichtelijk welke vermijdbare schade zou kunnen optreden als gevolg van de realisatie van de aanvraag.
In dit verband moet ten overvloede worden opgemerkt dat het louter verwijderen van bomen niet automatisch gelijk kan worden gesteld met vermijdbare schade. Uit het door bezwaarindiener aangehaalde arrest van de Raad van State met nr. 251.505 van 16 september 2021 valt geenszins af te leiden dat het rooien van bomen steeds vermijdbare schade zou uitmaken zoals bezwaarindiener meent.
Met betrekking tot de passende beoordeling moet worden besloten dat het bezwaar niet toelicht waarom het gevoerde onderzoek onvoldoende concreet zou zijn. Zoals reeds aangehaald, bevat de aanvraag een nota waarin wordt toegelicht waarom er geen betekenisvolle effecten zullen ontstaan voor de speciale beschermingszone. Deze conclusie wordt bijgetreden door ANB. ANB geeft aan dat er ter hoogte van de parking en de delen van het wandelpad Ruggengraat geen habitatwaardige vegetaties of zoekzones aanwezig zijn, en dat er geen negatieve impact is op de instandhoudingsdoelstellingen.
Uitzondering (m.b.t. wandelpad Ruggengraat) is de zone in het oosten van het projectgebied. Deze zone staat deels gekarteerd als actueel habitat 4030, en in het natuurbeheerplan wordt deze zone aangeduid als te ontwikkelen heidevegetatie (en/of boshabitat 9120_9190). ANB is akkoord met het voorzien van een pad, maar stelt hieromtrent vergunningsvoorwaarden voor. Deze voorwaarden zullen worden opgelegd, samen met de andere vergunningsvoorwaarden die ANB voorstelt.
De passende beoordeling toont dan ook afdoende aan dat er geen betekenisvolle effecten zullen ontstaan voor de speciale beschermingszone.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in:
Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
- Goede ruimtelijke ordening
De Holsteenweg is een degelijk uitgeruste weg met een verharde breedte van 4,61 meter en twee éénrichtingsrijstroken. De bedding van de weg is nog breder. De Holsteenweg is voldoende gedimensioneerd om het verkeer dat zich richting de parking en de camping begeeft op te vangen.
De verkeerstoename die zal ontstaan door de nieuwe parking kan in alle redelijkheid als beperkt worden beschouwd. De parking heeft een capaciteit van 60 voertuigen, waarmee de parkeervraag van het natuurlandschap en de camping wordt opgevangen, en zal hooguit een kleine verkeerstoename veroorzaken. Het aantal verkeersbewegingen van ca. 120 pae/uur (60 oprij – en wegbewegingen) kan weldegelijk gedragen worden door de Holsteenweg, Lokale weg Type III, waarbij de verkeersleefbaarheid niet in het gedrang komt.
De aanleg van deze nieuwe parking is enerzijds ingegeven vanuit de verkeersveiligheid om het aantal conflictsituaties tussen zwakke weggebruikers en gemotoriseerd verkeer uit te sluiten. De Holsteen, en het rendierjaagpad, zijn immers populaire culturele en sociale/recreatieve wandel– en fietspaden, waardoor conflicten met gemotoriseerd verkeer uitgesloten moeten worden. Tevens komen ook veel kinderen het cultureel erfgoed, en de recreatieve installaties, bezoeken waardoor de verkeersveiligheid een absolute prioriteit is.
Om deze reden wordt op de parking een lusbeweging ingericht, zodat elk gemotoriseerd verkeerd geweerd wordt uit het recreatieve gebied. Er zal echter wel nog beperkt gemotoriseerd verkeer voorkomen, gelet in het verlengde van de Holsteenweg een toegang voorzien wordt naar de naastgelegen camping, doch verloopt deze ontsluiting afzonderlijk van de wandel- en fietspaden waardoor er geen conflicten zullen voorvallen. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede.
De aansluitingen van de parking op de Holsteenweg zijn voldoende breed ingericht zodanig de weggebruikers een voldoende zichtbaarheid hebben op eventueel aankomend verkeer. Zoals aangegeven is er immers een beperkt doorrijdend verkeer mogelijk dat wenst aan te sluiten op de camping aan de cafetaria Holsteen, doch is dit gelet op het beperkt karakter van het verkeer en de goede zichtbaarheid geen gevaar voor de verkeersveiligheid.
De nieuwe parking heeft ook tot doel om de mobiliteit en de parkeernoodzaak in het projectgebied te verzekeren, door de parking te bundelen op één plaats met een voldoende aantal parkeerplaatsen (60, waarvan 4 mindervalide). Het huidige aantal bedraagt immers 20 parkeerplaatsen, waardoor deze toename zal volstaan om de huidige en toekomstige parkeerdruk te ondervangen. Dit wordt bevestigd door het advies van de dienst mobiliteit.
In alle redelijkheid moet worden besloten dat de aanvraag geen onaanvaardbare verkeersdruk teweeg zal brengen. Zowel op het vlak van de toegankelijkheid, de ontsluiting als de verkeersveiligheid van het projectgebied zal zich een verbetering laten optekenen. De verkeersimpact voor de omgeving van het projectgebied kan in alle redelijkheid als aanvaardbaar worden beschouwd.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt over het bezwaar volgend standpunt in:
Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
Bespreking van de adviezen
1.- Het advies van 12/06/2023 van het Departement Landbouw en Visserij is gunstig als volgt beschreven:
“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een gunstig advies bij.
De betreffende percelen zijn hoofdzakelijk gelegen binnen natuurgebied en in minder mate binnen recreatiegebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Voorliggende aanvraag heeft betrekking op:
het opbreken van een bestaande parking en een weg die het projectgebied doorkruist;
de aanleg van een belevingsroute in de vorm van een rolstoelvriendelijk halfverhard pad waarlangs verscheidene interactie objecten worden geplaatst;
de aanleg van een nieuwe onthaalparking aan de rand van het projectgebied.
Binnen het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming wordt een gedeelte van de nieuwe parkeerplaats aangelegd. De nieuwe parking wordt voorzien aansluiting bij de bestaande camping en situeert zich hoofdzakelijk binnen recreatiegebied.
Het gaat hier om een kleinschalig landbouwgebied ingesloten door de camping enerzijds en de bestaande zonevreemde woning nr. 5 anderzijds. Dit terrein is op basis van de beschikbare landbouwgegevens niet in professioneel landbouwgebruik en ligt tevens binnen SBZ-H- gebied.
Gelet op de planologische ligging en overdrukken, de bestaande ruimtelijke situatie én de afwezigheid van professioneel landbouwgebruik zijn de aangevraagde werken vanuit landbouwkundig oogpunt worden gedoogd. Er ontstaat in wezen geen bijkomend nadeel voor de externe landbouwstructuren.
Voor de werkzaamheden binnen natuurgebied en recreatiegebied bestaan gelet op de geldende gebiedsbestemmingen geen landbouwkundige bezwaren.
Gelet op bovenstaande overwegingen kan er vanuit het Departement Landbouw en Visserij een gunstig advies worden verleend voor deze aanvraag.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
2.- Het advies van 12/06/2023 van de dienst facilitair management is voorwaardelijk gunstig als volgt beschreven:
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld, mits er aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Op de nieuw te realiseren bezoekersparking worden de biggenruggen best zo in geplant dat voertuigen er met de wielen tegen rijden, op die manier wordt de achterliggende aanplant maximaal beschermt,
- De nieuw aan te planten bomen voldoende beschermd worden tegen wildvraat,
- De nieuw aan te planten bomen aangeplant worden in maten niet groter dan 16-18 om zo de slaagkansen te maximaliseren,
- De plantvakken van de nieuw aan te planten bomen zodanig aan te leggen dat ze maximaal beschermd worden tegen uitdroging.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Het advies van 05/07/2023 van Inter is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds beschreven.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
4.- Het advies van 31/07/2023 van de dienst mobiliteit is voorwaardelijk gunstig als volgt beschreven:
“Bespreking
• De Holsteenweg is volgens het mobiliteitsplan ingedeeld als een erftoegangsweg. De huidige inrichting is hiermee in overeenstemming. De locatie van de parking aan de rand van het projectgebied en in de onmiddellijke omgeving van de camping heeft het voordeel dat het natuurgebied zelf bespaard blijft van gemotoriseerd verkeer. Dit creëert een kwalitatievere beleving voor de bezoeker en minder versnippering van het gebied door wegenis.
• Een verkennend parkeeronderzoek in de zomerperiode (2022) resulteerde in een maximale bezettingsgraad van 19% van de beschikbare parkeerplaatsen in de omgeving van het projectgebied. De capaciteit van de nieuwe parking met 60 plaatsen is naar verwachting dus ruim voldoende om de gebruikelijke parkeerdruk op te vangen. Ter vergelijking, op de parking gelegen langs de Teutseweg met een capaciteit van 60 wagens werd tijdens de zelfde meetperiode een bezetting tussen 3 en 57% gemeten. Bij grote evenementen is het wenselijk om een mobiliteitsstudie uit te voeren en eventueel overloopparkings te voorzien. Ook dient verder ingezet te worden op het promoten en faciliteren van duurzaam vervoer van en naar het gebied. De aanwezigheid van de fietssnelweg/kolenspoor is een grote troef hierin.
• De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.
• De maatvoering van de fietsenstalling is niet gespecifieerd in de plannen. Deze dienen te voldoen aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in het vademecum fietsvoorzieningen. Het is aanbevolen rekening te houden met stallingsplaatsen voor buitenmaatse fietsen (richtwaarde = 10% van het totaal aantal plaatsen). Momenteel zijn er 44 plaatsen voorzien. In functie van de ambitie om duurzaam vervoer te faciliteren en dus een toenemend aantal fietsverplaatsingen te genereren naar dit gebied, is mogelijk een verhoging van de stallingscapaciteit noodzakelijk.
Advies dienst mobiliteit:
Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd onder de volgende voorwaarden:
• De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.
• De maatvoering van de fietsenstalling is niet gespecifieerd in de plannen. Deze dienen te voldoen aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in het vademecum fietsvoorzieningen. Het is aanbevolen rekening te houden met stallingsplaatsen voor buitenmaatse fietsen (richtwaarde = 10% van het totaal aantal plaatsen).”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Het advies van 03/07/2023 van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig als volgt beschreven:
“Gunstig mits naleven van gestelde voorwaarden.
Opmerkingen
Algemene eisen vertrekkende van het KB van 07 juli 1994 en latere wijzigingen.
1. Camping Holsteenbron moet ten alle tijden bereikbaar zijn voor de voertuigen van de hulpdiensten via de Holsteenweg.
2. Er moet via de Hengelhoefseweg een mogelijkheid zijn om de brandwegen in het natuurgebied te bereiken daar de aansluiting aan de camping via de Hengelhoefseweg verloren zal gaan en het geen optie is om over de camping naar deze wegen te rijden met onze voertuigen. De verbinding moet voldoen aan volgende voorwaarden:
minimale vrije breedte: 4 m;
minimale draaicirkel met draaistraal 11 m (aan de binnenkant) en 15 m (aan de buitenkant);
draagvermogen: derwijze dat voertuigen, zonder verzinken, met een maximale asbelasting van 13t er kunnen rijden en stilstaan, zelfs wanneer ze het terrein vervormen.
(kaart: zie advies)
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven.
Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
6.- Het advies van 2/08/203 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds beschreven.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
7.- Het advies van 21/06/2023 van de NMBS is gunstig.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
8.- De adviezen van volgende diensten zijn niet ontvangen binnen de dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag en zij worden dus geacht gunstig te zijn, krachtens artikel 26 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning, goedgekeurd door de Vlaamse Regering dd. 25/04/2014:
• Dienst Contractmanagement
• Onroerend Erfgoed Limburg
• Provincie Limburg, afdeling waterbeheer
9. ADVIES GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, en dat het gevraagde verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, mits het opleggen van voorwaarden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseert de volgende voorwaarde op te leggen:
Stedenbouwkundige voorwaarde
1. Het advies van de dienst facilitair management moet gevolgd worden:
- Op de nieuw te realiseren bezoekersparking worden de biggenruggen best zo in geplant dat voertuigen er met de wielen tegen rijden, op die manier wordt de achterliggende aanplant maximaal beschermt,
- De nieuw aan te planten bomen voldoende beschermd worden tegen wildvraat,
- De nieuw aan te planten bomen aangeplant worden in maten niet groter dan 16-18 om zo de slaagkansen te maximaliseren,
- De plantvakken van de nieuw aan te planten bomen zodanig aan te leggen dat ze maximaal beschermd worden tegen uitdroging.
2. Het advies van de dienst mobiliteit moet gevolgd worden:
- De maatvoering van de parkeerplaatsen, de andersvalidenparkeerplaatsen, en de manoeuvreerruimte is niet gespecifieerd in de plannen: deze dienen in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen voor schuine parkeerplaatsen zoals geformuleerd in het vademecum duurzaam parkeerbeleid.
- De maatvoering van de fietsenstalling is niet gespecifieerd in de plannen. Deze dienen te voldoen aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in het vademecum fietsvoorzieningen. Het is aanbevolen rekening te houden met stallingsplaatsen voor buitenmaatse fietsen (richtwaarde = 10% van het totaal aantal plaatsen).
3. Het advies van Inter moet gevolgd worden.
4. Het advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie, moet gevolgd worden.
5. Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos moet gevolgd worden:
- De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet tussen 1 april en 30 juni);
- Waar een nieuw pad wordt voorzien in een bos, worden de volgende maatregelen in acht genomen:
o De breedte van het pad wordt tot het absolute minimum beperkt;
o Het traject dient zo gekozen te worden dat er zo weinig mogelijk bomen gerooid dienen te worden;
- Als er heideplantjes aanwezig zijn ter hoogte van de locatie van het nieuwe pad, dienen deze (of minstens de zaadbank) verplaatst te worden naar locaties die onthard worden binnen het projectgebied. Hoe dan ook moet de oppervlakte aan heidevegetatie na de werken minstens gelijk zijn aan de huidig aanwezige oppervlakte;
- De vrijgekomen ruimte ten gevolge van de ontharding van de Hengelhoefseweg wordt ingezet voor het ontwikkelen van de natuurstreefbeelden conform het natuurbeheerplan en IHD;
- Bij een eerstvolgende wijziging van het natuurbeheerplan dient het natuurbeheerplan – en indien nodig ook de toegankelijkheidsregeling – aangepast te worden aan de gewijzigde toestand.
6. De maatregelen opgenomen in de archeologienota ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed met ref. ID25970 dienen te worden nageleefd.
7. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
8. De voorwaarden opgelegd in de beslissingen van de gemeenteraad van 11/09/2023, dienen integraal nageleefd te worden.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar d.d. 25/09/2023 en volgt dit standpunt integraal.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het voorwaardelijk afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Bart Telen wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, Guido Pirotte wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven, de heer Johny De Raeve wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven en mevrouw Petra Kiepkowski wonende te Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven voor het aanleggen van het terrein (rendierjagerspad) en verhardingen, gelegen te Hengelhoefseweg z/n kadastraal gekend als afdeling 2 sectie D nrs. 82A9, 82Z8, 82T8, 82Y8, 82B10, 82H9, 82G9, 82D9, 83K, 83H, 83L, 84E, 124E24 en 124D24.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
1. Het advies van de dienst facilitair management moet gevolgd worden:
2. Het advies van de dienst mobiliteit moet gevolgd worden:
3. Het advies van Inter moet gevolgd worden.
4. Het advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie, moet gevolgd worden.
5. Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos moet gevolgd worden:
6. De maatregelen opgenomen in de archeologienota ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed met ref. ID25970 dienen te worden nageleefd.
7. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
8. De voorwaarden opgelegd in de beslissing van de gemeenteraad van 11/09/2023, dienen integraal nageleefd te worden
Omgevingsvergunningsaanvraag van Baeten Jozef wonende te Springstraat 10 te 3530 Houthalen (1356.E.874.2), voor het verkavelen van een grond in 2 loten, waarbij 1 lot voor een eengezinswoning in open bebouwing (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten, gelegen op kadastraal perceel 3de afdeling, sectie E, nummer 954A, gelegen aan Schopsveldweg 3.
De hoorzitting inzake het beroep van Claesen Lutgarde in naam van Baeten Jozef tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, d.d. 13/06/2023 waarbij een vergunning werd geweigerd voor het verkavelen van een grond in 2 loten, waarbij 1 lot voor een eengezinswoning in open bebouwing (lot 1) en waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten, zal plaatsvinden op dinsdag 24 oktober 2023 om 10.00 uur.
Deze hoorzitting zal plaatshebben in de Europazaal van het Bestuursgebouw van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1 te Hasselt.
Onderstaande richtlijnen dienen aangehouden te worden bij het bezoek aan het provinciehuis:
- Er worden slechts 2 personen toegelaten voor iedere betrokken partij. Dit betekent dat enkel uzelf met uw vertegenwoordiger aanwezig kan zijn op de hoorzitting.
- Indien personen ziektesymptomen vertonen of personen in hun gezin ziek zijn of symptomen vertonen, wordt met aandrang gevraagd NIET naar de hoorzitting te komen en een vertegenwoordiger af te vaardigen.
- Om de samenkomst van het aantal wachtende personen te beperken vragen we om enkel naar het provinciehuis te komen op het gevraagde uur.
- De aanwijzingen op de voorziene stickers/bordjes zijn strikt op te volgen.
- De spreektijd zal beperkt worden tot ca. 10 minuten per partij. Dit om de strikte timing van de hoorzittingen te kunnen garanderen.
- De Europazaal is uitgerust met een grote tafel van ca. 4m bij 4m waarbij de aanwezige personen kunnen vergaderen met inachtneming van een fysieke afstand van 1,5m.
Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht dat terug te vinden is onder 'alle gebeurtenissen' of via een bericht voor het beroepschrift dat u kan terugvinden onder de procedurestap 'fase beroepsperiode' > 'beroepschrift' > 'acties en overzicht'. Zodra het verslag wordt opgeladen op het Omgevingsloket zal u hiervan een melding ontvangen per e-mail.
Het college van burgemeester en schepenen beslist niet aanwezig te zijn op de hoorzitting van 24 oktober 2023.
Op 11 april 2023 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd aan Jacobs Greet (2022/00263), Kriekelstraat 79 te 3520 Zonhoven, tot het regulariseren van een carport, overkapping, veranda, volière en verhardingen en melding voor het houden van maximaal 10 honden, lot 3 van verkaveling 7204.V.87/5, goedgekeurd op 06/07/1987, gelegen in B.P.A. COLVERENHEIDE goedgekeurd op 22 juni 1999, gelegen op kadastraal perceel afdeling 1, sectie A, nr. 211Y en gelegen aan Kriekelstraat 79.
Volgende voorwaarde werd opgelegd:
- De aanvrager dient de aanpassingswerken uit te voeren binnen de 6 maanden na het bekomen van voorliggende omgevingsvergunning. De nodige bewijsstukken (foto’s) van de uitgevoerde werken dienen hierbij bezorgd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving.
Op 25 september 2023 werden 5 foto’s overgemaakt aan de dienst Vergunningen & Handhaving waaruit blijkt dat de aanpassingswerken werden uitgevoerd.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de aanvrager schriftelijk in kennis te stellen dat voldaan werd aan de opgelegde voorwaarde van de omgevingsvergunning 2022/00263 afgeleverd op 11 april 2023.
Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer, te Pieter Demuynckstraat z/n, 3520 Zonhoven, 2de afdeling, sectie C, nr. 1296R2.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3 meter bekomen worden. Er zullen 8 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 9,9 m³/uur, gedurende 10 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 1864 m³. In realiteit zal de bemaling minder lang in werking zijn.
Het lozingspunt bevindt zich in de op het terrein aanwezige RWA-kolk.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Pieter Demuynckstraat z/n, voor de realisatie van een ondergrondse afvalcontainer, voor een debiet van 237 m³/dag, 1864 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 25/09/2023 akte genomen van de melding ingediend door Tom Reynaerts namens LKC SERVICE BVBA, Troisdorflaan13 te 3600 Genk, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bronbemaling voor de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer, voor een maximaal jaardebiet van 1864 m³/jaar, gelegen aan Pieter Demuynckstraat z/n te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 2, sectie C, perceel 1296R2 met rubriek: 53.2.2°a).
53.2.2°a) | maximaal 30.000 m3 per jaar | Debiet per uur gaat nooit meer zijn als 9,9m³/uur, wij gebruiken ook maar een kleine bemaling. |
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Vorig jaar werd een zogenaamd Wijerfonds opgericht door het Regionaal Landschap Lage Kempen. Via donaties van burgers, verenigingen, bedrijven willen zij geld inzamelen om projecten te financieren ter verbetering van het landschap in De Wijers. Als er voldoende geld zit in het fonds, doen zij een oproep naar inwoners, verenigingen of ondernemers om projecten in te dienen. Projecten rond water, natuur of erfgoed die de streek nog aantrekkelijker, meer beleefbaar en natuur-rijker maken. Dit kan een waterspeelparadijs in een parkje in de buurt, een natuurlijk ingerichte vijver met bezinningsplek aan een rusthuis of een ander origineel idee.
Om dit fonds onder de aandacht te brengen van de bezoekers van De Wijers wil het Regionaal Landschap Lage Kempen infobordjes met QR-codes plaatsen in de vogelkijkhutten, op zitbanken en wandelpaaltjes. Graag kregen zij toelating hiervoor voor de infrastructuur die op gemeentelijke eigendom staat. Op het kaartje in bijlage zijn alle punten gemarkeerd en zie je dat slechts enkele locaties op gemeentelijke eigendom gelegen zijn.
Naast deze infobordjes heeft het RLLK ook nog bierviltjes laten maken ter promotie van het Wijerfonds.
Het college van burgemeester en schepenen geeft zijn goedkeuring aan het Regionaal Landschap Lage Kempen om infobordjes van het Wijerfonds aan te brengen op de infrastructuur die op gemeentelijke eigendom staat.
Het college neemt kennis van de vraag vanwege Anneloes Kouwen via mail dd 21 september 2023. Ze vraagt om op dinsdag 31 oktober 2023 de Blikveldweg af te sluiten voor alle verkeer van 15 tot 22 uur. De reden hiervoor is de organisatie van een Halloweentocht waarbij kinderen louter van deur tot deur kunnen gaan.
Advies van de dienst
Ons lijkt het niet gepast om de weg af te sluiten voor louter een activiteit waarbij kinderen van huis tot huis willen gaan. Op de weg zelf zijn er geen activiteiten. De kinderen kunnen over de berm van huis tot huis gaan. Anderzijds begrijpen we de vraag wel: op 31 oktober is het rond 17 uur reeds donker. Er is veel verkeer dat door de Blikveldweg rijdt en de buren willen daarom de veiligheid van de kinderen garanderen.
Wij adviseren om de Blikveldweg niet volledig af te sluiten op 31 oktober 2023 van 15 tot 22 uur maar wel te voorzien van genoeg signalisatie zodat het verkeer vanzelf moet vertragen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om de Blikveldweg niet volledig af te sluiten op 31 oktober 2023 van 15 tot 22 uur maar wel te voorzien van genoeg signalisatie zodat het verkeer vanzelf moet vertragen.
We ontvingen volgende aanvragen voor kienspelen:
| Datum van het spel | Vereniging | Voorzitter | Doel van de opbrengst |
| 28-10-2023 | KSA Zonhoven | Githe Maris | Leuke activiteiten organiseren voor de leden van de KSA |
Dit zal doorgaan in de polyvalente zaal van de evenementenhal, 3520 Zonhoven
Het college maakt de verenigingen van toekomstige kienspelen er op attent dat de verslagen binnen de twee maanden na het kienspel dienen te worden bezorgd.
Het college maakt de verenigingen erop attent dat zij zelf voor de organisatie van het kienspel dienen in te staan en dat er niet om geldprijzen mag gespeeld worden.
Het college verleent vergunning aan KSA Zonhoven voor het inrichten van 1 kienspel in 2023.
Het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) heeft plaatsgevonden op 18 september 2023.
Het verslag is ter kennisneming te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft kennisgenomen met het verslag van het Lokaal Overleg Kinderopvang.
Het project "Wateroverlast Termolen" werd initieel opgestart om de wateroverlast op het openbaar domein ter hoogte van de kerk van Termolen op te lossen. Aannemer V&V Infra uit Diest werd hiervoor aangesteld. Er werd een bijkomende regenwaterleiding aangelegd in de Molenweg en al het oppervlaktewater van het openbaar domein werd opgevangen en via de Elsbergweg naar de daar aanwezige grachten geleid en gebufferd. Zo werd de gemengde leiding in de Molenweg naar het centrum ontlast bij hevige buien met minder kans op wateroverlast.
De wegenis werd ook vernieuwd in het gedeelte van de projectzone. De bestaande klinkerverharding waar veel klachten van lawaai en ongelijk wegdek over kwamen werd vervangen door asfalt. Bijkomend werd de vervanging van de klinkerverharding in de Molenweg uitgebreid tot aan de drempel met de Kneuterweg. Hiermee is de aannemer in de week van 2 oktober klaar met de werken.
De verhoogde kruispunten ter hoogte van de Kapelbergweg en van de Kneuterweg zelf zijn ook in slechte staat. De aanloopelementen op de Molenweg zelf zijn goed, maar de zijtakken Kapelbergweg en Kneuterweg zijn ook in slechte staat en nog steeds uit betonstraatstenen gemaakt. Ook hier krijgen we bij dienst Patrimonium diverse klachten over de drempels. De betonstraatstenen op de verhoogde vlakken zijn de laatste op de Molenweg die vervangen zouden moeten worden door asfalt. Andere verhoogde kruispunten zijn vorig jaar in het kader van het buitengewoon onderhoud reeds van betonstraatstenen naar asfalt gewijzigd.
De verhoogde inrichtingen vervangen tijdens de werken van aannemer V&V aan de Molenweg was geen optie omdat de omleiding dan via de Vogelwijk diende te gebeuren. De omleiding via Kneuterweg en Kapelbergweg is tijdens het werk vrij goed en zonder noemenswaardige problemen verlopen, enkel tijdens de start en einde van de school was er grote drukte, maar moest deze omleiding ook nog door de Vlasbergweg, Eksterstraat en Heivinkstraat lopen, waren er zeker diverse problemen gekomen. Deze straten zijn daar niet voor geschikt.
Daarom is er geopteerd om de kruispunten afzonderlijk aan te pakken na voltooiing van het hoofdwerk in de Molenweg. De uitvoering van de werken zal gebeuren met driekleurige lichten ter hoogte van beide kruispunten, waarbij de doorgang van 1 van de zijstraten Kapelbergweg of Kneuterweg steeds gewaarborgd blijft. Op het andere kruispunt wordt de andere rijstrook aangepakt. Naderhand wordt de andere zijde uitgevoerd. Op deze manier kan enerzijds de Molenweg als doorgaande weg gebruikt blijven worden en anderzijds is de omleiding van een deel van de Kapelbergweg of Kneuterweg miniem. De school blijft steeds bereikbaar vanuit diverse richtingen.
De verrekening van V&V voor de uitvoering van deze werken in twee fasen is € 119.676,72 exclusief BTW.
Het college van burgemeester en schepenen keurt principieel de vervanging van de twee kruispunten goed voor het bedrag van € 119.676,75 goed.
Het college van burgemeester en schepenen vraagt aan Fluvius om de gunning van deze werken te doen. De kosten zullen worden gedragen door de gemeente Zonhoven.
De mail van Erik Jacobs (relatiebeheerder bij Fluvius) van 28 september 2023 aan de dienst Patrimonium met daarin de offerte met een algemeen totaal van 295,86 euro.
Voor de bouw van de nieuwe voetbalkantine van Zonhoven United moeten er elektriciteitskabels HV (hoog vermogen) verplaatst worden. Fluvius heeft daarom een offerte opgesteld.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de offerte zoals opgesteld door Fluvius voor de uitvoering van nutswerken ten behoeve van Zonhoven United.