Terug
Gepubliceerd op 20/09/2023

2023_CBS_00926 - Adviesvraag verzoek tot ontheffing project-MER - Ontbossing en bebossing in het Midden-Limburgs Vijvergebied - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 12/09/2023 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2023_CBS_00926 - Adviesvraag verzoek tot ontheffing project-MER - Ontbossing en bebossing in het Midden-Limburgs Vijvergebied - Goedkeuring 2023_CBS_00926 - Adviesvraag verzoek tot ontheffing project-MER - Ontbossing en bebossing in het Midden-Limburgs Vijvergebied - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de adviesvraag van het Team Omgevingseffecten van het Departement Omgeving betreffende het verzoek tot ontheffing van de project-MER-plicht, op 17.08.2023. De adviestermijn bedraagt 30 dagen.

Het Agentschap voor Natuur en Bos plant de ontbossing van 10,525 ha op verschillende locaties binnen de gemeenten Hasselt, Zonhoven en Heusden-Zolder ten behoeve van heide, graslanden en moeras en de creatie van leefgebied voor soorten van open heide-, grasland- en moeraslandschap. Tevens wordt in 10,69 ha bebossing voorzien. Deze werken kaderen in de uitvoering van het ontwerp 'Natuurbeheerplan voor Vijvercomplex voor de deelgebieden "Wijvenheide - Zonderik - Galgenberg - Platwijers"'. 

Het besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004, BS 17.02.05, bepaalt welke categorieën van projecten de initiatiefnemer moet onderwerpen aan een milieueffectrapportage. Bijlage II van het besluit omvat projecten waarvoor een MER dient opgesteld te worden, maar waarvoor de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot ontheffing kan indienen. In categorie 1 d van bijlage II van het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 geldt het volgende: Ontbossing met het oog op de omschakeling naar een ander bodemgebruik voorzover de oppervlakte 3 ha of meer bedraagt en voorzover artikel 87 van het Bosdecreet niet van toepassing is. Het ontbossen wordt beschouwd als een ‘omschakeling naar een ander bodemgebruik’ en wordt dus gezien als een ‘ontbossing’.

Aangezien meer dan 3 ha ontbost moet worden, valt het project onder categorie 1 d van bijlage II van dit besluit. Er werd door de initiatiefnemer een MER-ontheffingsdossier opgesteld in het kader van de geplande rooiwerken. De ontheffingsvraag kan teruggevonden worden onder nummer PR2826.

Grote lijnen van de inhoud

Het Agentschap voor Natuur en Bos plant de ontbossing van 10,525 ha en de bebossing van 10,69 ha. De ontbossing past binnen de toekomstvisie voor het beheer en de inrichting van het gebied, conform de goedgekeurde aanwijzingsbesluiten ter realisatie van diverse natuurdoelen voor Europees te beschermen habitats en soorten in dit habitat- en vogelrichtlijngebied 'Het Vijvercomplex van Midden-Limburg'. Een deel hiervan is ook beschermd als Habitatrichtlijngebied 'Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangbeek en Roosterbeek met Vijvergebieden en heiden'. Door het kappen van bos worden open habitats hersteld op goed gekozen locaties. Dit betekent enerzijds een uitbreiding van reeds bestaande open habitats, maar anderzijds ook een hydrologisch herstel van natte heide- en graslandvegetaties die momenteel negatief beïnvloed worden door de aanwezige naaldbossen op de aangrenzende infiltratiegebieden. Voor de bossen streeft men naar een sterke kwaliteitsverbetering door omvorming van naaldbossen naar structuurrijke gemengde bestanden met naaldhout en loofhout of naar inheemse loofboshabitats.

De initiatiefnemer is van mening dat het project in aanmerking komt voor ontheffing gezien aangenomen wordt dat er geen significante gevolgen zullen zijn voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten zou bevatten (cfr. art. 4.3.3. van het MER/VR-decreet van 18 december 2002 (BS 13.02/2003)). In het kader van de opmaak van het natuurbeheerplan en de diverse vooronderzoeken is zeer veel informatie over het gebied verzameld en bijkomend terreinwerk gebeurd om deze maatregelen te onderbouwen.

Nota van de dienst

Volgens de situeringskaart is de ontbossing op het Zonhovens grondgebied relatief beperkt. De ontbossing binnen Zonhoven gebeurt binnen het Vlaams natuurreservaat 'de Platwijers' waardoor het open landschap hersteld wordt en de biodiversiteit en de waterhuishouding positief beïnvloed worden.

Op verschillende plaatsen in Zonhoven wordt er bebost. Deze bebossing gebeurt zodanig dat bestaande bossen versterkt worden en de kwaliteit van het bos verbeterd wordt. Ook dit heeft positieve gevolgen voor de biodiversiteit.

De dienst volgt het standpunt van het Agentschap voor Natuur en Bos dat het project geen significante gevolgen voor het milieu met zich meedraagt, en geeft bijgevolg een gunstig advies voor de ontheffingsvraag voor een project-MER, mits de voorwaarden en aanbevelingen die in de ontheffingsvraag werden opgenomen, nageleefd worden. 

Verder geeft de dienst graag mee dat het bestuur open staat voor gezamenlijke plantacties van de geplande bebossing in Zonhoven. Tevens wordt gevraagd om de nodige communicatie hierrond te voorzien (zowel ter plaatse als via onze gemeentelijke kanalen) zodat de inwoners de werken kunnen kaderen. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontheffingsaanvraag voor het project-MER. 'Ontbossing en bebossing in het Midden-Limburgs Vijvergebied, en geeft een gunstig advies. De opmerkingen omtrent een gezamenlijke plantactie en een degelijke communicatie worden tevens overgemaakt.