VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Dossiernummer: 2023/00086
Referentie omgevingsloket: OMV_2023043459
De aanvraag, ingediend door de heer Christoff Van Den Boorn wonende te Vogelsancklaan 10 te 3550 Heusden-Zolder, werd ontvangen op 26/04/2023 en op 20/06/2023 ontvankelijk en volledig verklaard.
De aanvraag gaat over een terrein, gelegen Moverkensstraat 95, kadastraal gekend als afdeling 4 sectie C nrs. 1G13 en 1N14.
De aanvraag gaat over het bouwen van een landbouwloods, slopen van een verouderde loods en containers, regulariseren van een bijgebouw met zwembad.
De aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de geldende wettelijke bepalingen, (in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid, het decreet Natuurbehoud en hun uitvoeringsbesluiten).
1. STEDENBOUWKUNDIGE BASISGEGEVENS
De locatie van de aanvraag is volgens het Origineel bij Koninklijk besluit goedgekeurd gewestplan op 3 april 1979 gelegen in woongebieden met landelijk karakter en agrarisch gebied.
De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een bijzonder plan van aanleg.
De locatie van de aanvraag is niet gelegen binnen een ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Volgende verordeningen zijn van kracht:
• algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer goedgekeurd op 29 april 1997;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven goedgekeurd op 8 juli 2005;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,... goedgekeurd op 23 juni 2006;
• gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid goedgekeurd op 5 juni 2009.
2. HISTORIEK
Volgende dossiers zijn relevant:
• Stedenbouwkundige vergunning (1949/00129) voor het bouwen van een woning - goedgekeurd op 17/04/1949.
• Stedenbouwkundige vergunning (1961/00244) voor vergroten van keuken - goedgekeurd op 28/04/1961.
• Stedenbouwkundige vergunning (1975/00184) voor het bijbouwen van een veranda aan bestaande woning - goedgekeurd op 02/06/1975.
• Stedenbouwkundige vergunning (2000/08340) voor het verbouwen van een woonhuis en bouwen van een paardenstal - goedgekeurd op 02/05/2000.
• Milieuvergunning 752.4-495 voor lozing nha, bovengrondse mazoutopslag 3000 l, opslag 5m3 vaste mest en 5m3 gier, het houden van 4 paarden (niet meldingsplichtig) - goedgekeurd op 06/06/2000.
3. BESCHRIJVING OMGEVING EN AANVRAAG
Beschrijving van de plaats & omgeving
Het perceel bevindt zich aan de Moverkensstraat, een gemeenteweg ten westen van het centrum van Zonhoven.
De omgeving bestaat uit vrijstaande en halfopen eengezinswoningen, gelegen in een woonlint met achterliggend agrarisch gebied.
De aanwezige bebouwing bestaat uit één à twee bouwlagen onder hellend dak of plat dak, voornamelijk afgewerkt met gevelsteen in diverse tinten en texturen.
Op het perceel bevinden zich een woning, een bijgebouw met stalling, een zwembad en verhardingen in functie van deze constructies. Uit luchtfoto’s blijkt dat de zone links van de woning en de voortuin, volledig aangelegd werden met kunstgras.
In de zone achter de woning en bijgebouw, binnen het agrarische gebied, bevinden zich nog behoorlijk wat niet vergunde constructies. Het betreft een loods van ca. 313m² en containers van ca. 92m². Deze werden ingetekend op de plannen bestaande toestand. Er werd vrij recent ook vastgesteld op basis van luchtfoto’s, dat een opslagtent aanwezig is, een ruime oppervlakte aan betonnen megategels en buitenopslag materiaal/ materieel, verspreid over het terrein.
Achteraan op het perceel is nog groen aanwezig in de vorm van een 6-tal bomen.
De bomenrij/ houtkant langsheen de perceelgrenzen van 1G13 en 1B14, opgenomen als klein landschapselement (KLE nr. 1915) is verder verdwenen.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag gaat over het bouwen van een landbouwloods en aanleg van bijhorende verhardingen, het slopen van een verouderde loods en containers, regulariseren van een bijgebouw met zwembad.
Het te regulariseren bijgebouw van 119m² met stalling en een (deels) overdekt zwembad, werd 1,50m breder uitgevoerd dan vergund en is voorzien van een trap naar de kelder in plaats van een afrit. De functie bleef ongewijzigd (hobbystallen, berging). Er werd een zwembad aangelegd, deels in openlucht en deels overdekt (overdekte ruimte van het bijgebouw) met een oppervlakte van ca. 63m².
Voor de gevels werden betonblokken gebruikt in plaats van wit geschilderde gevelsteen (conform de woning) zoals aangevraagd in 2000. De dakbedekking werd uitgevoerd in antracietkleurige metaalplaten in plaats van zwarte golfplaten.
De zijkanten van de overdekte buitenruimte met zwembad werden voorzien van een laag muurtje in glasdallen.
Rond het zwembad werd verharding aangelegd alsook langsheen de linkerzijde van de woning. Het betreft een functionele verharding in functie van het wonen.
Aan de rechterzijde en achterzijde van de woning en rechts van het bijgebouw is een ruime inrit in kiezelverharding aanwezig die ook toegang verleend tot de achterliggende zone voor de loods en verder voorziet in parkeerruimte voor de bewoners.
Op het inplantingsplan werd de overige ruimte in het woongebied met landelijk karakter aangegeven als “gazon”. De luchtfoto’s waarover de gemeente beschikt, geven weer dat hier momenteel kunstgras aanwezig is.
Op beperkte afstand achter het bijgebouw gaat de huiskavel over in agrarisch gebied. Hier zullen de niet vergunde gebouwen/ loods (312,9m²) en containers (92,05m²) verwijderd worden.
Op 7,77m afstand tot de bijgebouw, zal een nieuwe landbouwloods van 805,70m² opgericht worden met een breedte van 13,15m en een bouwdiepte van 61,27m. Omwille van de vorm van het perceel, een plaatselijke versmalling naar achter toe, werd een naastliggende strook grond van 3m aangekocht/ toegevoegd om de inplanting te optimaliseren en een bufferstrook langsheen de linker zijgevel van de loods te kunnen aanleggen.
De loods krijgt een kroonlijsthoogte van 4,60m en een nokhoogte van 6,16m.
De afstand tot de linker perceelgrens bedraagt minimaal 3m, de afstand tot de rechter perceelgrens bedraagt minimaal 5m.
De draagstructuur van de loods bestaat uit metalen profielen, de gevelbekleding en dakbedekking bestaan uit sandwichpanelen in grijze kleur, de poorten zijn voorzien in grijs aluminium.
Behoudens de poort in de voorgevel en de poort in de achtergevel, zijn geen gevelopeningen voorzien.
Intern blijft 1 grote ruimte aangehouden waarbij de eerste ca. 40m voorbehouden zijn voor stalling van landbouwmachines en het achterste gedeelte voor de opslag van hooi en stro.
Aansluitend op de bestaande kiezelverharding (706,65m²) van de huiskavel, wordt een doorrit van 4m in betonnen megategels aangelegd langsheen de rechter zijgevel van de nieuwe loods en aan de achterzijde loopt deze door tot 6m achter de loods over de breedte van de achtergevel (13,15m). De totale oppervlakte van de megategels zal zo’n 364m² bedragen. Tussen de toegangsweg en het rechts gelegen perceel zal 1m groenzone (met beukenhaag) aangehouden worden als visuele buffer en infiltratiezone. Langsheen de linkerzijgevel van de loods wordt op het inplantingsplan een groenzone van 3m tot 6m breed aangegeven als groenbuffer met een beukenhaag en fruitbomen.
In de zone rechts achter de nieuwe loods wordt voorzien in de opvang van hemelwater middels een regenwaterput en een open infiltratievoorziening (4m breed over een lengte van 9,50m).
Verder wordt het terrein terug ingegroend na dat het ontdaan is van alle opslag van materiaal, materieel en verharding.
4. OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 30 juni 2023 t.e.m. 29 juli 2023.
5. ADVIEZEN
Aan volgende adviesverleners werd advies gevraagd:
• dienst facilitair management
• Agentschap voor Natuur en Bos
• Watering De Herk
• Departement Landbouw en Visserij
• Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie
• Provinciale dienst Water en Domeinen.
6. PROJECT-MER
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
7. INHOUDELIJKE BEOORDELING
Decretale beoordelingselementen
In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de VCRO kan gesteld worden dat de Moverkensstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is.
De aanvraag gaat niet over de oprichting van een bedrijfswoning.
De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook.
Het betreft geen publiek toegankelijk gebouw.
Verder is het goed niet getroffen door een rooilijn.
Zonering
Het perceel is volgens het zoneringsplan voor riolering, van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), gelegen in centraal gebied. Er is al geruime tijd riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Er moet geen septische put voorzien worden.
Toegankelijkheid
Niet van toepassing
Waterparagraaf
Het decreet over het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd worden. Deze watertoets schat de eventuele schadelijke effecten in ten koste van de watersystemen bij de inname van ruimte.
Sedert de inwerkingtreding van omzendbrief OMG/2022/1 d.d. 15/12/2022 dient de vergunningverlenende overheid de watertoets op een gewijzigde manier uit te voeren bij dossiers ingediend vanaf 01/01/2023. De watertoetsprocedure werd geoptimaliseerd, er werden aandachtspunten en richtlijnen geformuleerd en het kaartmateriaal inzake overstromingsgevoelige gebieden werd aangepast.
Het voorliggende bouwproject heeft een vrij omvangrijke oppervlakte maar ligt noch in een pluviaal, noch in een fluviaal overstromingsgebied. Het terrein is logischerwijze evenmin in een gebied voor zeeoverstromingen gesitueerd.
Daarom moet in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel door de toename van de verharde oppervlakte wordt de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt.
Uit de watertoets blijkt dat de aanvraag voor advies dient voorgelegd te worden aan de waterbeheerder met betrekking tot het gewijzigd afstromingsregime.
Op 10/08/2023 en 11/08/2023 werd er door de waterbeheerder, Watering De Herk, en de provinciale dienst Water en Domeinen, een voorwaardelijk gunstig advies verleend.
Op basis van de aanvraag werd volgende voorwaarde opgelegd:
De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. Riet).
Verder dient voldaan te worden aan de normen vastgelegd in de geldende gewestelijke hemelwaterverordening:
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 805,7m², een hemelwaterput voorzien wordt met een inhoud van 10000 liter en recuperatie van het hemelwater voor een buitenkraan.
De te regulariseren dakoppervlakte van het bijgebouw, zijnde 21m² werd niet in rekening gebracht. De afwatering van dit bijgebouw van in totaal 119m², dient aangesloten op de bestaande hemelwaterput van 9000 liter (opgelegd in de vergunning dd. 02/05/2000) of op de nieuwe hemelwaterput van de loods.
De overloop van het zwembad dient aangesloten op het nieuwe infiltratiebekken.
De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een open infiltratievoorziening met een inhoud van 23322 liter (minimum is 20143 liter) en een infiltratieoppervlakte van 42,92m² (minimum is 32,23m²).
De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing op de aanleg van de voorziene verhardingen. Het hemelwater dat op de verharding valt, wordt namelijk niet opgevangen en afgevoerd, maar kan volgens de aanvraag op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem infiltreren.
De verharding van 721,84m² in kiezel is waterdoorlatend en de verharding in betonnen megategels van 363,95m² watert af op eigen terrein waar het kan infiltreren.
Gezien de aanvraag voldoet aan de hemelwaterverordening, doorstaat deze ook de droogtetoets. Het effect van droogte wordt namelijk gemilderd door het regenwater dat op het terrein terecht komt maximaal vast te houden.
Natuurtoets
Het perceel is gelegen binnen een speciale beschermingszone (SBZ-V), namelijk vogelrichtlijngebied. Het goed is gelegen aan de rand van een Natura 2000 gebied, het vijvergebied Midden-Limburg waarvoor natuurbeheersplannen opgemaakt werden.
De aanvraag kan een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone veroorzaken.
De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos.
Het advies van 12/07/2023 van het agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
• Artikel 38/3 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
• Artikel 35, §4 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bij het beoordelen van de vergunningsaanvraag en het nemen van de beslissing over de omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen zal door de vergunningverlenende overheid steeds rekening moeten worden gehouden met de zorgplicht opgelegd door artikel 14 en de bepalingen van artikel 16 inzake het tegengaan van vermijdbare schade van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Om aan de zorgplicht te voldoen, moeten de natuurwaarden die mogelijk aangetast worden bij het uitvoeren van de geplande activiteiten op voldoende wijze worden hersteld. Dit kan bv. door het herstellen of vervangen van kleine landschapselementen, het heraanplanten van bomen of lijnbeplantingen, enz.
De vergunningverlener moet zelf verifiëren of minimum aan de zorgplicht wordt voldaan en er geen vermijdbare schade optreedt. Om correct af te wegen of de natuurwaarden door de geplande activiteit in het gedrang komen en om na te gaan of aan de zorgplicht wordt voldaan, kan men beroep doen op de helpdesk die door het Agentschap voor het Natuur en Bos ter beschikking wordt gesteld (www.natuurenbos.be/helpdesk). De helpdesk beschrijft mogelijke maatregelen die in een vergunning kunnen worden opgenomen. Thema’s die in de helpdesk aan bod komen zijn:
• Kappen van bomen, dreven en/of houtkanten
• Acuut gevaar
• Hoogstamboomgaarden
• (her)aanleggen van een poel
• Reliëfwijzigingen
• Oprichten van gebouwen en verhardingen
Tot slot willen we nog de aandacht vestigen op een algemene maatregel, die voor elke vergunning van toepassing is:
“Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos”.
Voor vergunningen in agrarische gebieden maakt Natuur en Bos geen inschatting van de gevolgen voor de natuurwaarden.
De vergunningverlener verifieert zelf of de aanvrager minimaal aan de zorgplicht voldoet en of er geen vermijdbare schade zal optreden.
Het uitgangspunt van het Vlaamse natuurbeleid is het standstillprincipe: de kwaliteit en kwantiteit van de natuur in Vlaanderen mogen er zeker niet op achteruit gaan. Twee instrumenten ondersteunen dit beginsel:
• Zorgplicht: iedereen moet zorg dragen voor de natuur, zodat er geen vermijdbare schade wordt toegebracht. Is er toch schade, dan moet die hersteld worden.
• Ecologische mitigatie of compensatie: als schade echt niet vermeden kan worden, moet men kijken of er maatregelen mogelijk zijn om de natuurschade te mitigeren of te compenseren. Na het kappen van een rij bomen worden bijvoorbeeld nieuwe bomen aangeplant. De kosten daarvan liggen volledig bij de aanvrager.
Uit die principes volgt het integratiebeginsel: alle beslissingen, activiteiten, handelingen moeten onderzocht worden op hun effecten voor het milieu.
Door het oneigenlijk gebruik van het terrein voor opslag van diverse materialen en materieel is reeds schade ontstaan. Er werden een aantal bomen verwijderd die deel uitmaakten van een KLE. Deze schade zal minstens hersteld dienen te worden. Met de uitbreiding van het bedrijf, zijnde het bouwen van een loods en de aanleg van verhardingen, kan bijkomende schade ontstaan.
Er dienen dan ook gerichte maatregelen opgelegd te worden om nadelige gevolgen te vermijden en beperken.
Enerzijds worden maatregelen opgelegd om verdere schade te vermijden en anderzijds zal men de reeds aangebrachte schade en te verwachten negatieve impact moeten compenseren. De resterende oppervlakte dient optimaal ingericht te worden.
Zorgplicht - maatregelen
Het vermijden van indirecte schade aan bomen
Het aanleggen en/of onderhouden van verschillende soorten constructies, verhardingen en nutsleidingen kan nadelige gevolgen hebben voor de bomen in de buurt. Zo kunnen zware vrachtwagens hun wortels beschadigen en kan het grondwater vervuild raken met cementresten of solventen. Gerichte maatregelen kunnen indirecte schade aan bomen opvangen of voorkomen.
• Een goede planning is essentieel om problemen te voorkomen.
o Breng tijdig de werfinrichting in kaart. Controleer de wortelbescherming en -beschoeiing en check de uitvoeringsmethode van de werken.
o Besteed voldoende aandacht aan de nazorg van de bomen.
• Kies veilige machines en methodes om de bomen te beschermen.
o Stapel geen materialen onder een boom (dus niet boven de wortels of onder de takken).
o Rijd niet met zware machines of werfwagens onder een boom en laat ze er zeker niet langdurig staan.
o Vul geen grond aan en graaf geen grond af onder de takken.
o Giet geen spoelwater met cementresten, solventen of andere vervuilende stoffen weg in de buurt van een boom.
• Neem concrete maatregelen om bomen te beschermen.
o Laat bomen in hun natuurlijke omgeving staan (en tast die omgeving niet aan).
o Scherm bomen tijdens werkzaamheden af met een vast bouwhek dat tot aan de boomkruin reikt.
o Snoei bomen alleen als ze dat zelf nodig hebben, niet om makkelijker een stelling te kunnen plaatsen of om kraanlasten door te laten. Alleen als er echt geen alternatief is – als de werkzaamheden bijvoorbeeld tot ingescheurde takken kunnen leiden – kan minimaal snoeien een optie zijn.
• Let op met bemalingen voor bouwactiviteiten.
o Bemaal bij voorkeur buiten het vegetatieseizoen, dus tussen 1 november en 1 april.
o Wilt u toch tijdens het vegetatieseizoen bemalen, gebruik dan een retourbemaling. Zo hebben de bomen in droge periodes meer water ter beschikking.
o Beperk de bemaling tot een minimum. Gebruik een bronbemaling met retourbemaling ten vroegste twee weken voor de start van de werken.
o Let erop dat de bomen niet verdrinken tijdens een retourbemaling. De wortels moeten voldoende zuurstof krijgen.
• Hou met de planning van werkzaamheden rekening met de schoontijd, de periode van april tot juni.
Compenserende maatregelen
Om versnippering tegen te gaan dient het terrein achteraan, achter het voorziene infiltratiebekken, alleszins voorzien worden van bijkomend groen. Ook andere zones op het terrein dienen van groenaanplant voorzien te worden, minstens om een visuele groenbuffer te voorzien. Hierbij dient langsheen de linker zijgevel van de nieuwe loods een afdoende groenbuffer aangelegd te worden alsook langsheen de achterste perceelgrens van het aangrenzende perceel 1H13 en langsheen de grens met perceel 1C13.
Compenserende aanplant
• Aanplanten van minstens 1 streekeigen hoogstam boom van 1ste grootte A, in een maat niet kleiner dan 14-16, ter compensatie van het verdwenen kleine landschapselementen met KLE-nummer 1919 en 1915.
• Aanplanten van minstens 19 streekeigen en/of klimaatrobuuste hoogstam bomen van minstens 2de grootte, in een maat niet kleiner dan 14-16, waarvan minstens 1 in de voortuin. Van de verplicht aan te planten bomen mogen er maximum 10 hoogstam fruitbomen zijn.
• Bij het aanplanten van de bomen dient de wettelijke afstand tot de perceelsgrens van minstens 2 meter steeds gerespecteerd te worden,
• De groenbuffer t.h.v. perceelsgrens nr. 97 (op perceel 1N14) bestaat uit streekeigen planten en dient op termijn minstens 4 meter hoog te worden,
• Aanplanten van een houtkant langsheen de achterste perceelgrens van 1H13 en langsheen de perceelgrens met 1C13:
o Breedte: minstens 3m, maximum 10m;
o Plantdichtheid: minstens 1 plant per m²;
o Minimumformaat plantgoed: 60 - 80 cm;
o Inplanten op minimaal 2m afstand tot de perceelgrenzen;
o Er moet gebruik gemaakt worden van één of meerdere van volgende soorten: meidoorn, sleedoorn, haagbeuk, hazelaar, zomereik, es, inlandse vogelkers, linde, zwarte els, lijsterbes, vlier, Gelderse roos, Boskers, veldesdoorn, gele kornoelje, rode kornoelje, hondsroos, kardinaalsmuts, hulst, wilde liguster, sporkehout.
Erfgoed- & Archeologietoets
Het perceel is niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. Er zijn geen monumenten in de omgeving.
Conform het Onroerenderfgoeddecreet d.d. 12/07/2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien het goed niet gelegen is binnen een archeologisch beschermde site, niet gelegen is binnen een vastgestelde archeologische zone, de oppervlakte van het perceel groter is dan 3000m², de vergunningsplichtige bodemingreep groter is dan 1000m², maar het goed zich bevindt in een woon- of recreatiegebied, het geen publiekrechtelijke aanvrager betreft en de vergunningsplichtige bodemingreep niet groter is dan 5000m².
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Voor het gedeelte van het terrein binnen het woongebied met landelijk karakter, blijft de woonfunctie binnen het hoofdgebouw behouden. Ook de reeds vergunde functie hobbystal en berging binnen het bijgebouw blijven aangehouden. De overdekte buitenruimte wordt deels ingenomen door het zwembad, behorende tot de tuinuitrusting van de woning.
De nieuwe landbouwloods situeert zich in het agrarische gebied.
In agrarisch gebied zijn enkel gebouwen toegelaten dienstig voor de beroepslandbouw en ermee verbonden activiteiten. In de aanvraag wordt aangegeven dat de loods als opslagruimte zal functioneren voor landbouwmachines en de opslag van hooi en stro.
Voor de beoordeling van de functionele inpasbaarheid van de loods dient rekening gehouden te worden met de bepalingen opgenomen in de
“Omzendbrief betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen”. Volgende zaken hebben betrekking op onderhavige aanvraag:
ARTIKEL 11. DE AGRARISCHE GEBIEDEN
Bij de beoordeling van de omgevingsaanvragen komen verschillende aspecten aan de orde. Het inhoudelijke-landbouwkundige aspect is vaak buiten de appreciatiemogelijkheden van de omgevingsambtenaar gelegen. Het advies van de administratie bevoegd voor landbouw is richtinggevend voor de beoordeling van dit inhoudelijke-landbouwkundige aspect.
Zoals voor elke formele motivering van een besluit over een vergunningsaanvraag geldt, volstaat het niet om de motivering te beperken tot een loutere verwijzing naar het advies van deze administratie. Naast de gegevens van landbouwkundige aard dient immers ook rekening gehouden met planologische beschouwingen en stedenbouwkundige bepalingen. Overwegingen met betrekking tot de inplanting van de inrichting, zijn overwegingen die de beoordeling betreffen van de overeenstemming van de inrichting met de goede plaatselijke ordening van het gebied. Hetzelfde geldt ook voor overwegingen in de zin dat een inrichting het homogeen karakter van het landbouwgebied zou schenden of zou leiden tot versnippering van de open ruimte.
Vandaar de algemene regel dat slechts vergunning zal worden verleend voor bedrijfsgebouwen vereist voor de landbouwexploitatie van het gebied.
1. ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
a) De voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen
Met de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen worden agrarische bedrijfsgebouwen bedoeld, met andere woorden gebouwen die behoren tot de inrichting van agrarische bedrijven.
Wanneer een bouwaanvraag wordt ingediend voor de oprichting van een bedrijfsgebouw, dient te worden onderzocht of dit gebouw inderdaad wordt ingeschakeld in een werkelijk agrarisch bedrijf, wat onder meer zal blijken uit het plan opgemaakt door de architect, de aard en de gebruikte materialen.
De vergunningverlenende overheid dient dan ook bijzondere voorzorgen te nemen om zich te verzekeren dat de agrarische bestemming die de aanvrager beweert aan de gronden te geven, voldoende is aangetoond. Dit zal in het bijzonder het geval zijn wanneer de gebouwen door hun structuur en hun omvang meerdere functies kunnen vervullen. In dat geval zal bijzondere zorg moeten worden besteed aan het onderzoeken van de werkelijke intenties van de aanvrager.
Dit zal eveneens het geval zijn wanneer de vergunningsaanvraag een totaal nieuwe inplanting betreft, dit wil zeggen een inplanting op een tot nog toe onbebouwde kavel, op een perceel dat niet paalt aan een reeds bebouwd perceel of, ingeval het aanpalende perceel wel is bebouwd, een inplanting van een gebouw dat geen deel uitmaakt van de gebouwengroep op het aanpalende perceel. Er dient immers te worden vermeden dat onder het voorwendsel van een agrarisch bedrijfsgebouw, gebouwen met een andere feitelijke bestemming worden vergund binnen het agrarisch gebied, welke de realisatie van de landbouwbestemming van het agrarisch gebied in het gedrang brengen.
De leefbaarheid (economische rentabiliteit) van een bedrijf is geen determinerend criterium bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van een agrarisch bedrijfsgebouw in het agrarisch gebied, maar niettemin zal de leefbaarheid van het agrarisch bedrijf een belangrijk gegeven vormen bij de beoordeling van de werkelijke bedoeling van de aanvrager.
Een vergunningsaanvraag voor een bedrijfsgebouw voor een niet-leefbaar bedrijf zal immers vaak een verdoken aanvraag zijn voor gebouwen met een louter residentiële functie in het agrarisch gebied. Ingeval zou blijken dat het bedrijf waarop de aanvraag betrekking heeft, niet leefbaar is, kan de vergunningsaanvraag dan ook enkel worden ingewilligd indien onomstotelijk vaststaat dat de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, werkelijk een agrarisch bedrijf betreft. Bij de beoordeling van de leefbaarheid van de inrichting worden de normen, opgesteld door de administratie bevoegd voor landbouw als richtinggevend vooropgesteld.
Uit het ingewonnen advies van 03/07/2023 van het departement Landbouw & Visserij (zie ook bespreking van de adviezen), blijkt dat de aanvrager agrarische activiteiten uitoefent die een beroepsmatig karakter hebben.
In het advies wordt tevens aangegeven dat het gebruik van de loods zich dient te beperken tot de opslag van eigen gewonnen hooi/ stro en het stallen van het machinepark. Fouragehandel, het louter aan- en verkopen van hooi en stro, is uitgesloten.
Gelet op de verenigbaarheid met de bestemming en de verweving met het woongebied landelijk karakter, bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven, is het aangevraagde functioneel inpasbaar op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
Voor de woning blijft voldoende parkeergelegenheid over, zijnde een inpandige garage en minstens 2 staanplaatsen in open lucht.
Aangezien de landbouwloods bestemd is voor het stallen van het eigen machinepark, is hiervoor geen parkeerruimte in openlucht noodzakelijk.
Ten opzichte van de huidige vervoersbewegingen, valt geen toename te verwachten aangezien de activiteiten zelf niet wijzigen.
Schaal
Het bijgebouw werd breder uitgevoerd dan oorspronkelijk vergund (8,50m ipv 7m); de afstand tot de linker perceelgrens bedraagt echter nog 3m. Dit is aanvaardbaar, rekening houdende met de bouwdiepte van 14m en de beperkte bouwhoogte (kroonlijsthoogte 2,75m en nokhoogte 5,10m). Het volume blijft ondergeschikt aan dat van de woning. De oppervlakte van 119m² is vrij ruim maar kan, gezien de functie als hobbystalling voor 6 paarden (85m²) en overdekte buitenruimte/ zwembad (34m²), aanvaard worden.
De landbouwloods krijgt een totale oppervlakte van 805,70m² en een volume van 4737,51m³. De bouwbreedte bedraagt 13,15m en de bouwdiepte bedraagt 61,27m.
De kroonlijsthoogte van de loods komt op 4,65m en nokhoogte op7,21m. Rekening houdend met de functie als stalling voor het machinepark en hooiopslag, is de omvang gebruikelijk.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
Het terrein heeft een totale oppervlakte van 5720m² (1G13 voor 5611m² en 1N14 voor 109m²).
Door de vorm van het terrein is de 1ste 100m vrij beperkt in breedte, namelijk tussen 20m en 25m breed. Daarachter gaat het perceel breder (tot ca. 45m) en dan opnieuw geleidelijk terug smaller tot ca. 17m.
Binnen de eerste 50m perceeldiepte bevinden zich de woning en het bijgebouw met bijhorende oprit, parkeerruimte, zwembad en terrassen.
De zone met woning en bijgebouw, gelegen in woongebied met landelijk karakter, is volledig verhard/ bebouwd. Naast het hoofd- en bijgebouw en de gebruikelijke verhardingen voor inrit en terrassen, werd de volledige zijtuinstrook rechts en de voortuin aangelegd met kunstgras. Kunstgras bestaat uit een niet duurzame kunststof die gelijkgesteld wordt met verharding. Dit is absoluut niet aanvaardbaar. Alle kunstgras dient dan ook verwijderd te worden en de voortuin en zijtuinstrook dient aangelegd met levend groen in de vorm van beplanting en/ of gazon. Op het inplantingsplan staat “gazon” aangegeven, die uitvoering dient hiermee overeen te stemmen. Slechts onder deze voorwaarde is een regularisatie van het bijgebouw en zwembad en de overige verhardingen op het terrein binnen de woonzone aanvaardbaar.
Om de loods zover mogelijk naar voren in te planten, is de breedte van het gebouw eerder beperkt en is de bouwdiepte ruimer. Er blijft naast de loods voldoende ruimte over om enerzijds een groenbuffer aan te leggen en anderzijds te voorzien in de nodige verhardingen voor toegang tot het gebouw.
De bebouwde en verharde ruimte bevindt zich binnen de eerste ca. 110m van het perceel waarbij de eerste 50m bestemd is voor de woongelegenheid en de laatste ca. 60m voor de landbouwloods.
De overige ruimte dient bewaard te blijven als groenzone of als dusdanig aangelegd te worden. De enige constructies die hier nog toegelaten worden, zijn de hemelwaterput en het infiltratiebekken.
De specifieke inrichting van de groenbuffers en overige groenzones, wordt aangegeven binnen de “Natuurtoets” en het advies van de dienst facilitair management.
Na de werken zal in totaal 2160m² verharde/ bebouwde ruimte aanwezig zijn, waarvan ca. 1089m² bebouwing en zo’n 1071m² aan verhardingen (zonder het thans aanwezige kunstgras).
De resterende oppervlakte voor groenaanleg bedraagt nog zo’n 3560m²; ongeveer 60% van het terrein.
Deze footprint is aanvaardbaar en in overeenstemming is met de visie van de gemeente.
Visueel-vormelijke elementen
Het bijgebouw in betonblokken dient in één uniforme lichte kleur geschilderd te worden die aansluit bij de woning. Momenteel is een deel niet geschilderd (grijze betonblokken), een deel wit geschilderd en een deel in beige kleur geschilderd.
De materialen voor de loods, grijze sandwichpanelen, zijn vrij gebruikelijk voor dit soort constructies en het geheel zal een harmonieus uitzicht krijgen dat inpasbaar is in de omgeving. Voor de visuele afscherming naar de omliggende woonzone toe, zal de voorziene en opgelegde groenbuffering volstaan.
Tegenover de huidige situatie waarbij over het volledige terrein materiaal en materieel opgeslagen wordt en diverse onsamenhangende constructies geplaatst werden, kan gesteld worden dat de staat van het terrein verbetert en dit een positieve impact heeft op de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Het perceel is niet gelegen in of nabij een beschermd dorpsgezicht. De aanvraag is niet gelegen in een beschermde archeologische site. De aanvraag is, bekeken vanuit de erfgoedaspecten, aanvaardbaar.
Bodemreliëf
Het maaiveld wordt beperkt gewijzigd in functie van de inplanting van de loods.
De zone van de inplanting helt af naar achteren toe, van 0,5m tot 1m onder het straatniveau ter hoogte van de achterste perceelgrens.
Het voorste deel van het terrein ligt vrij vlak en op zo’n 20cm à 30cm boven het peil van de wegas.
Om hinder op vlak van o.a. de waterhuishouding te voorkomen, worden volgende voorwaarden opgelegd:
• De ophoging van het bodemreliëf mag max. tot op 6m achter de nieuwe loods uitgevoerd worden. Voorbij deze afstand moet het bestaande terreinniveau behouden blijven, met uitzondering voor de aanleg van de open infiltratievoorziening.
• Een strook van 1 m langsheen de perceelsgrenzen mag bij terreinwijzigingen nooit hoger worden gebracht dan het niveau van de aanpalende percelen.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er valt qua activiteiten geen bijkomende hinder te verwachten. Het terrein is reeds in gebruik voor de landbouwactiviteiten. Visueel valt er eerder een afname van hinder te verwachten omdat het materiaal en materieel dat thans in openlucht gestald en opgeslagen wordt, in de loods zijn plaats krijgt. Het terrein zal opnieuw ingegroend worden. Qua veiligheid, met name brandveiligheid, zullen de voorwaarden en opmerkingen van de brandweer strikt gevolgd moeten worden.
Resultaten van het openbaar onderzoek
Er werden geen bezwaren ingediend.
Bespreking van de adviezen
• Het advies van Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 12 juli 2023 is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald onder “Natuurtoets”.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden.
• Het advies van Watering De Herk d.d. 11 augustus 2023 is voorwaardelijk gunstig.
“De watering is waterbeheerder voor dit projectgebied, maar voor zowel het advies in het kader van de bindende bepalingen in verband met de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als het advies in het kader van de watertoets treedt de Dienst Water en Domeinen van de provincie Limburg op als ondersteunende advies verlenende instantie.
De watering neemt dit advies met de hierin opgenomen beoordeling en conclusie over en maakt dit advies tot het hare.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden.
• Het advies van Departement Landbouw en Visserij d.d. 3 juli 2023 is voorwaardelijk gunstig.
“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een voorwaardelijk gunstig advies bij.
Het betreffende perceel is met de voorste 50m gelegen binnen woongebied met landelijk karakter en vervolgens binnen agrarisch gebied.
De aanvraag omvat de nieuwbouw van een landbouwloods met afmetingen van circa 13m op 61m.
De aanvrager bewerkt in bijberoep circa 24ha grasland in functie van de hooiwinning en beschikt daarvoor over een uitgebreid machinepark. De veldwerkzaamheden worden volledig in eigen beheer uitgevoerd.
Daarnaast wordt met het eigen machinepark ook landbouwloonwerken gedaan bij derden. Het hooi wordt, zowel in kleine pakken als grote pakken, verkocht aan particuliere paardenhouders.
Momenteel worden de landbouwmachines verspreid over het terrein in open lucht gestald hetgeen verrommeling van het landschap impliceert. Het hooi en werkmateriaal wordt momenteel opgeslagen in niet vergunde gebouwen aansluitend op het bijgebouw en in containers.
De aangevraagde loods ten behoeve voor droge opslag van hooi en machineberging kan gelet op het beroepsmatig karakter van de hooiwinning worden verantwoord. De overdekte en afsluitbare machineberging verlengt de levensduur van de landbouwmachines en voorkomt diefstal.
De niet vergunde constructies en containers worden afgebroken en verwijderd.
Het Departement Landbouw en Visserij kan enkel akkoord gaan met de gevraagde bouwwerken indien het resterend terrein volledig in oorspronkelijke toestand (weiland) wordt hersteld. Buitenopslag van materieel en materialen wordt niet meer aanvaard. Daarnaast mag de loods enkel worden gebruikt voor de opslag van eigen gewonnen hooi en het stallen van het machinepark. Fouragehandel (louter aan- en verkopen van hooi en stro) is geen agrarische noch para-agrarische activiteit en dient te worden uitgesloten.
Daarnaast omvat de aanvraag de regularisatie van een bijgebouw. Het bijgebouw werd in 2000 vergund doch de oppervlakte werd groter gebouwd t.o.v. de vergunde toestand. Het bijgebouw doet dienst als hobbystal voor paarden en deels als overdekt zwembad. De stal is ingericht met 6 paardenboxen. Gelet op de vergunde toestand en de ligging binnen het woongebied met landelijk karakter bestaan er vanuit landbouwkundig oogpunt geen bezwaren voor de regularisatie van deze hobbystal.
Gelet op bovenstaande overwegingen kan er vanuit het Departement Landbouw en Visserij een gunstig advies worden verleend mits onderstaande voorwaarden:
Het resterend terrein dient terug in oorspronkelijke toestand (weiland) hersteld te worden binnen de 6 maand na ingebruikname van de loods. Geen enkele buitenopslag van materiaal en materieel kan worden aanvaard.
Louter handelsactiviteiten (fourage) dienen te worden uitgesloten. De loods kan enkel gebruikt worden voor de opslag van eigen gewonnen hooi enerzijds en het machinepark anderzijds.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden. Bijkomend wordt gesteld dat de aanvrager de opruiming van het terrein dient te staven aan de hand van foto’s, af te leveren aan de dienst vergunningen & handhaving.
• Het advies van Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie d.d. 7 juli 2023 is voorwaardelijk gunstig.
De aandacht wordt hierbij extra gevestigd op diverse opmerkingen betreffende brandklasse, structurele elementen type II, brandbeveiligingsinstallatie, de afstand tussen loods en bijgebouw ter vermijding van brandoverslag (brandweerstand te verhogen!), berekening stralingswarmte, uitgangen/ vluchtwegen (bijkomende deur voorzien en deuren te openen in vluchtrichting!) en snelblustoestellen.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden. Indien er structurele wijzigingen doorgevoerd moeten worden en/of wijzigingen aan het inplantingsplan vereist zijn om te voldoen aan de brandveiligheidsvereisten, dan dient ook een nieuwe omgevingsaanvraag voor de handelingen aangevraagd te worden.
• Het advies van provinciale dienst Water en Domeinen d.d. 10 augustus 2023 is voorwaardelijk gunstig.
“Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het bouwen van een loods, slopen van een stalling, containers, regulariseren bijgebouw een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het watersysteem voor zover de volgende voorwaarden worden opgenomen in de vergunning:
De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/ -bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. Riet).”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden.
• Het advies van dienst facilitair management d.d. 18 juli 2023 is voorwaardelijk gunstig.
o Aanplanten van minstens 1 streekeigen hoogstam boom van 1ste grootte A, in een maat niet kleiner dan 14-16, ter compensatie van het verdwenen kleine landschapselementen met KLE-nummer 1919 en 1915;
o Aanplanten van minstens 19 streekeigen en/of klimaatrobuuste hoogstam bomen van minstens 2de grootte, in een maat niet kleiner dan 14-16, waarvan minstens 1 in de voortuin. Van de verplicht aan te planten bomen mogen er maximum 10 hoogstam fruitbomen zijn;
o Bij het aanplanten van de bomen dient de wettelijke afstand tot de perceelsgrens van minstens 2 meter steeds gerespecteerd te worden;
o De groenbuffer t.h.v. perceelsgrens nr. 97 bestaat uit streekeigen planten en dient op termijn minstens 4 meter hoog te worden;
o De te behouden bomen en verplicht aan te planten bomen kunnen in de toekomst enkel gerooid worden d.m.v. een goedgekeurde aanvraag tot rooien van de bomen. Deze aanvraag dient vergezeld te zijn van een nota, opgemaakt door een erkend boomverzorger, waarin de noodzaak van het rooien van de bomen terdege wordt gemotiveerd;
o De nieuw aan te planten bomen worden aangeplant te laatste in het plantseizoen volgend op het beëindigen van de bouwwerken;
o Voor de nieuw, verplicht, aan te planten bomen geld een heraanplant verplichting. Deze heraanplant dient steeds te gebeuren met streekeigen en/of klimaatrobuuste hoogstam bomen van dezelfde grootte als de afgestorven en/of verdwenen boom;
o De eventueel aanwezige bomen dienen d.m.v. het nemen van de juiste en voldoende maatregelen beschermd te worden tegen mogelijke schade ten gevolge van bouwwerken.
Plantseizoen loopt van 15 september tot en met 15 mei
Volgende links kunnen helpen in de keuze van de bomen:
- https://bomenwijzer.be/zoeken
- https://www.plantvanhier.be/plantengids
Via volgende link kan men een lijst van erkende boomverzorgers raadplegen:
- https://www.bomenbeterbeheren.org/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf
Volgende web-sites kunnen extra info geven over hoe bomen te beschermen op werven:
- https://www.deboomdokter.be/bomen-beschermen/
- https://www.vvog.info/publicaties/beschermen-van-bomen
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en bemerkingen gesteld in het advies, moeten gevolgd worden. Bijkomend wordt nog de aanplant van een houtkant opgelegd als ecologische compensatie:
o Aanplanten van een houtkant langsheen de achterste perceelgrens van 1H13 en langsheen de perceelgrens met 1C13:
Breedte: minstens 3m, maximum 10m;
Plantdichtheid: minstens 1 plant per m²;
Minimumformaat plantgoed: 60 - 80 cm;
Inplanten op minimaal 2m afstand tot de perceelgrenzen;
Er moet gebruik gemaakt worden van één of meerdere van volgende soorten: meidoorn, sleedoorn, haagbeuk, hazelaar, zomereik, es, inlandse vogelkers, linde, zwarte els, lijsterbes, vlier, Gelderse roos, Boskers, veldesdoorn, gele kornoelje, rode kornoelje, hondsroos, kardinaalsmuts, hulst, wilde liguster, sporkehout.
8. ADVIES GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR
Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, en dat het gevraagde verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, mits het opleggen van voorwaarden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseert volgende voorwaarden op te leggen:
Stedenbouwkundige voorwaarden
• Er moet integraal voldaan worden aan het advies van het departement Landbouw en Visserij, in het bijzonder aan volgende voorwaarden:
° Het resterend terrein dient terug in oorspronkelijke toestand (weiland) hersteld te worden binnen de 6 maand na ingebruikname van de loods. Geen enkele buitenopslag van materiaal en materieel kan worden aanvaard.
° Louter handelsactiviteiten (fourage) dienen te worden uitgesloten. De loods kan enkel gebruikt worden voor de opslag van eigen gewonnen hooi enerzijds en het machinepark anderzijds.
• Bijkomend wordt opgelegd dat de aanvrager de opruiming van het terrein dient te staven aan de hand van foto’s, af te leveren aan de dienst vergunningen & handhaving;
• Alle kunstgras in de voortuin en de linker zijtuinstrook dient verwijderd te worden en de vrijgekomen ruimte dient aangelegd met levend groen in de vorm van beplanting en/ of gazon;
• Het bijgebouw in betonblokken dient in één uniforme lichte kleur geschilderd te worden die aansluit bij de woning;
• Het advies van de dienst facilitair management moet gevolgd worden;
• Het groen en de bomen op het terrein, zoals voorzien op de plannen, moeten effectief aangeplant worden, in het plantseizoen volgend op de werken (winddicht). Bewijs van aanplant moet aangeleverd worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na de aanplant;
• Er moet integraal voldaan worden aan het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos en de volgende voorwaarden inzake zorgplicht en compensatie:
Zorgplicht - maatregelen
o Het vermijden van indirecte schade aan bomen
o Het aanleggen en/of onderhouden van verschillende soorten constructies, verhardingen en nutsleidingen kan nadelige gevolgen hebben voor de bomen in de buurt. Zo kunnen zware vrachtwagens hun wortels beschadigen en kan het grondwater vervuild raken met cementresten of solventen. Gerichte maatregelen kunnen indirecte schade aan bomen opvangen of voorkomen.
o Een goede planning is essentieel om problemen te voorkomen.
o Breng tijdig de werfinrichting in kaart. Controleer de wortelbescherming en -beschoeiing en check de uitvoeringsmethode van de werken.
o Besteed voldoende aandacht aan de nazorg van de bomen.
o Kies veilige machines en methodes om de bomen te beschermen.
o Stapel geen materialen onder een boom (dus niet boven de wortels of onder de takken).
o Rijd niet met zware machines of werfwagens onder een boom en laat ze er zeker niet langdurig staan.
o Vul geen grond aan en graaf geen grond af onder de takken.
o Giet geen spoelwater met cementresten, solventen of andere vervuilende stoffen weg in de buurt van een boom.
o Neem concrete maatregelen om bomen te beschermen.
Laat bomen in hun natuurlijke omgeving staan (en tast die omgeving niet aan).
Scherm bomen tijdens werkzaamheden af met een vast bouwhek dat tot aan de boomkruin reikt.
Snoei bomen alleen als ze dat zelf nodig hebben, niet om makkelijker een stelling te kunnen plaatsen of om kraanlasten door te laten. Alleen als er echt geen alternatief is – als de werkzaamheden bijvoorbeeld tot ingescheurde takken kunnen leiden – kan minimaal snoeien een optie zijn.
o Let op met bemalingen voor bouwactiviteiten.
Bemaal bij voorkeur buiten het vegetatieseizoen, dus tussen 1 november en 1 april.
Wilt u toch tijdens het vegetatieseizoen bemalen, gebruik dan een retourbemaling. Zo hebben de bomen in droge periodes meer water ter beschikking.
Beperk de bemaling tot een minimum. Gebruik een bronbemaling met retourbemaling ten vroegste twee weken voor de start van de werken.
Let erop dat de bomen niet verdrinken tijdens een retourbemaling. De wortels moeten voldoende zuurstof krijgen.
o Hou met de planning van werkzaamheden rekening met de schoontijd, de periode van april tot juni.
Compenserende maatregelen
Om versnippering tegen te gaan dient het terrein achteraan, achter het voorziene infiltratiebekken, alleszins voorzien worden van bijkomend groen. Ook andere zones op het terrein dienen van groenaanplant voorzien te worden, minstens om een visuele groenbuffer te voorzien. Hierbij dient langsheen de linker zijgevel van de nieuwe loods een afdoende groenbuffer aangelegd te worden alsook langsheen de achterste perceelgrens van het aangrenzende perceel 1H13 en langsheen de grens met perceel 1C13.
Compenserende aanplant:
o Aanplanten van minstens 1 streekeigen hoogstam boom van 1ste grootte A, in een maat niet kleiner dan 14-16, ter compensatie van het verdwenen kleine landschapselementen met KLE-nummer 1919 en 1915.
o Aanplanten van minstens 19 streekeigen en/of klimaatrobuuste hoogstam bomen van minstens 2de grootte, in een maat niet kleiner dan 14-16, waarvan minstens 1 in de voortuin. Van de verplicht aan te planten bomen mogen er maximum 10 hoogstam fruitbomen zijn.
o Bij het aanplanten van de bomen dient de wettelijke afstand tot de perceelsgrens van minstens 2 meter steeds gerespecteerd te worden,
De groenbuffer t.h.v. perceelsgrens nr. 97 (op perceel 1N14) bestaat uit streekeigen planten en dient op termijn minstens 4 meter hoog te worden,
o Aanplanten van een houtkant langsheen de achterste perceelgrens van 1H13 en langsheen de perceelgrens met 1C13:
Breedte: minstens 3m, maximum 10m;
Plantdichtheid: minstens 1 plant per m²;
Minimumformaat plantgoed: 60 - 80 cm;
Inplanten op minimaal 2m afstand tot de perceelgrenzen;
Er moet gebruik gemaakt worden van één of meerdere van volgende soorten: meidoorn, sleedoorn, haagbeuk, hazelaar, zomereik, es, inlandse vogelkers, linde, zwarte els, lijsterbes, vlier, Gelderse roos, Boskers, veldesdoorn, gele kornoelje, rode kornoelje, hondsroos, kardinaalsmuts, hulst, wilde liguster, sporkehout.
• Het advies van de Provincie Limburg, Dienst water en domeinen, moet gevolgd worden;
• Het advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie, moet gevolgd worden;
• Het advies van Watering de Herk moet gevolgd worden.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar d.d. 20/09/2023 en volgt dit standpunt integraal.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het voorwaardelijk afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Christoff Van Den Boorn wonende te Vogelsancklaan 10 te 3550 Heusden-Zolder voor het bouwen van een landbouwloods, slopen van een verouderde loods en containers, regulariseren van een bijgebouw met zwembad, gelegen te Moverkensstraat 95 kadastraal gekend als afdeling 4 sectie C nrs. 1G13 en 1K14.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
Stedenbouwkundige voorwaarden
• Er moet integraal voldaan worden aan het advies van het departement Landbouw en Visserij, in het bijzonder aan volgende voorwaarden:
° Het resterend terrein dient terug in oorspronkelijke toestand (weiland) hersteld te worden binnen de 6 maand na ingebruikname van de loods. Geen enkele buitenopslag van materiaal en materieel kan worden aanvaard.
° Louter handelsactiviteiten (fourage) dienen te worden uitgesloten. De loods kan enkel gebruikt worden voor de opslag van eigen gewonnen hooi enerzijds en het machinepark anderzijds.
• Bijkomend wordt opgelegd dat de aanvrager de opruiming van het terrein dient te staven aan de hand van foto’s, af te leveren aan de dienst vergunningen & handhaving;
• Alle kunstgras in de voortuin en de linker zijtuinstrook dient verwijderd te worden en de vrijgekomen ruimte dient aangelegd met levend groen in de vorm van beplanting en/ of gazon;
• Het bijgebouw in betonblokken dient in één uniforme lichte kleur geschilderd te worden die aansluit bij de woning;
• Het advies van de dienst facilitair management moet gevolgd worden;
• Het groen en de bomen op het terrein, zoals voorzien op de plannen, moeten effectief aangeplant worden, in het plantseizoen volgend op de werken (winddicht). Bewijs van aanplant moet aangeleverd worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na de aanplant;
• Er moet integraal voldaan worden aan het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos en de volgende voorwaarden inzake zorgplicht en compensatie:
Zorgplicht - maatregelen
o Het vermijden van indirecte schade aan bomen
o Het aanleggen en/of onderhouden van verschillende soorten constructies, verhardingen en nutsleidingen kan nadelige gevolgen hebben voor de bomen in de buurt. Zo kunnen zware vrachtwagens hun wortels beschadigen en kan het grondwater vervuild raken met cementresten of solventen. Gerichte maatregelen kunnen indirecte schade aan bomen opvangen of voorkomen.
o Een goede planning is essentieel om problemen te voorkomen.
o Breng tijdig de werfinrichting in kaart. Controleer de wortelbescherming en -beschoeiing en check de uitvoeringsmethode van de werken.
o Besteed voldoende aandacht aan de nazorg van de bomen.
o Kies veilige machines en methodes om de bomen te beschermen.
o Stapel geen materialen onder een boom (dus niet boven de wortels of onder de takken).
o Rijd niet met zware machines of werfwagens onder een boom en laat ze er zeker niet langdurig staan.
o Vul geen grond aan en graaf geen grond af onder de takken.
o Giet geen spoelwater met cementresten, solventen of andere vervuilende stoffen weg in de buurt van een boom.
o Neem concrete maatregelen om bomen te beschermen.
Laat bomen in hun natuurlijke omgeving staan (en tast die omgeving niet aan).
Scherm bomen tijdens werkzaamheden af met een vast bouwhek dat tot aan de boomkruin reikt.
Snoei bomen alleen als ze dat zelf nodig hebben, niet om makkelijker een stelling te kunnen plaatsen of om kraanlasten door te laten. Alleen als er echt geen alternatief is – als de werkzaamheden bijvoorbeeld tot ingescheurde takken kunnen leiden – kan minimaal snoeien een optie zijn.
o Let op met bemalingen voor bouwactiviteiten.
Bemaal bij voorkeur buiten het vegetatieseizoen, dus tussen 1 november en 1 april.
Wilt u toch tijdens het vegetatieseizoen bemalen, gebruik dan een retourbemaling. Zo hebben de bomen in droge periodes meer water ter beschikking.
Beperk de bemaling tot een minimum. Gebruik een bronbemaling met retourbemaling ten vroegste twee weken voor de start van de werken.
Let erop dat de bomen niet verdrinken tijdens een retourbemaling. De wortels moeten voldoende zuurstof krijgen.
o Hou met de planning van werkzaamheden rekening met de schoontijd, de periode van april tot juni.
Compenserende maatregelen
Om versnippering tegen te gaan dient het terrein achteraan, achter het voorziene infiltratiebekken, alleszins voorzien worden van bijkomend groen. Ook andere zones op het terrein dienen van groenaanplant voorzien te worden, minstens om een visuele groenbuffer te voorzien. Hierbij dient langsheen de linker zijgevel van de nieuwe loods een afdoende groenbuffer aangelegd te worden alsook langsheen de achterste perceelgrens van het aangrenzende perceel 1H13 en langsheen de grens met perceel 1C13.
Compenserende aanplant:
o Aanplanten van minstens 1 streekeigen hoogstam boom van 1ste grootte A, in een maat niet kleiner dan 14-16, ter compensatie van het verdwenen kleine landschapselementen met KLE-nummer 1919 en 1915.
o Aanplanten van minstens 19 streekeigen en/of klimaatrobuuste hoogstam bomen van minstens 2de grootte, in een maat niet kleiner dan 14-16, waarvan minstens 1 in de voortuin. Van de verplicht aan te planten bomen mogen er maximum 10 hoogstam fruitbomen zijn.
o Bij het aanplanten van de bomen dient de wettelijke afstand tot de perceelsgrens van minstens 2 meter steeds gerespecteerd te worden,
De groenbuffer t.h.v. perceelsgrens nr. 97 (op perceel 1N14) bestaat uit streekeigen planten en dient op termijn minstens 4 meter hoog te worden,
o Aanplanten van een houtkant langsheen de achterste perceelgrens van 1H13 en langsheen de perceelgrens met 1C13:
Breedte: minstens 3m, maximum 10m;
Plantdichtheid: minstens 1 plant per m²;
Minimumformaat plantgoed: 60 - 80 cm;
Inplanten op minimaal 2m afstand tot de perceelgrenzen;
Er moet gebruik gemaakt worden van één of meerdere van volgende soorten: meidoorn, sleedoorn, haagbeuk, hazelaar, zomereik, es, inlandse vogelkers, linde, zwarte els, lijsterbes, vlier, Gelderse roos, Boskers, veldesdoorn, gele kornoelje, rode kornoelje, hondsroos, kardinaalsmuts, hulst, wilde liguster, sporkehout.
• Het advies van de Provincie Limburg, Dienst water en domeinen, moet gevolgd worden;
• Het advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, dienst preventie, moet gevolgd worden;
• Het advies van Watering de Herk moet gevolgd worden.