Terug
Gepubliceerd op 24/10/2023

Notulen  Gemeenteraad

ma 23/10/2023 - 20:00 raadzaal

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur

Verontschuldigd

Inge Becks

Secretaris

Bart Telen, algemeen directeur

Agendapunten

1.

2023_GR_00158 - Notulen en zittingsverslag - gemeenteraad 11 september 2023 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
1.

2023_GR_00158 - Notulen en zittingsverslag - gemeenteraad 11 september 2023 - Goedkeuring

2023_GR_00158 - Notulen en zittingsverslag - gemeenteraad 11 september 2023 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Artikel 38 van het decreet over het lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement vaststelt waarin aanvullende maatregelen worden opgenomen voor de werking van de raad.

Op basis van artikel 278, §1 DLB is op de gemeenteraad van 16 december 2019 het huishoudelijk reglement aangepast en is beslist om het zittingsverslag te vervangen door een audio opname.

De goedgekeurde notulen worden bekend gemaakt via de website.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad heeft geen opmerkingen over het notulenverslag. Bijgevolg is het notulenverslag van de zitting van 11 september 2023 goedgekeurd.

Artikel 2

De gemeenteraad heeft geen opmerkingen over het zittingsverslag (audio opname). Bijgevolg is het zittingsverslag van 11 september 2023 goedgekeurd.

2.

2023_GR_00160 - Telecomcontracten Vlaamse overheid 2023 - Toetreding - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
2.

2023_GR_00160 - Telecomcontracten Vlaamse overheid 2023 - Toetreding - Goedkeuring

2023_GR_00160 - Telecomcontracten Vlaamse overheid 2023 - Toetreding - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Bestek, offerte, SLA en relevante documenten.

Gemotiveerde gunningsbeslissing Vlaamse Gemeenschap, Agentschap Facilitair Bedrijf.

Toetredingsovereenkomst.

Feiten context en argumentatie

De Vlaamse Gemeenschap publiceerde de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten op 25 augustus 2022 in het Bulletin der Aanbestedingen en op 30 augustus 2022 in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Bij Beslissing van de Vlaamse Regering d.d. 30 juni 2023 werd:

  • Perceel 2 (Mobiele telefonie, mobiele datacommunicatie voor professioneel gebruik en voor “Machine to Machine” (M2M) en “Internet of Things” (IoT) gegund aan Orange Belgium NV, met maatschappelijke zetel te Bourgetlaan 3 – 1140 Evere en ondernemingsnummer 0456.810.810.

De Vlaamse Gemeenschap sloot per perceel met de gekozen dienstverlener een overeenkomst (de Uitvoeringsovereenkomst), waar in punt (E) van de aanhef vermeld wordt dat de Vlaamse Gemeenschap optreedt als aankoopcentrale ten aanzien van de bestellers uit het vooropgestelde klantenbereik. Dit klantenbereik strekt zich uit tot de lokale overheden die gesitueerd zijn in het Vlaamse gewest, met name:

15.1.      de gemeenten, incl. de politiezones, zowel ééngemeentezones als meergemeentezones;
15.2.      de hulpverleningszones;
15.3.      de districten;
15.4.      de provincies;
15.5.      de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
15.6.      de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.7.      de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.8.      de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.9.      de verzelfstandigde agentschappen die opgericht zijn door een provincie of een gemeente;
15.10.    de polders en de wateringen;

Alvorens te kunnen gebruiken van deze Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten, dient een lokale overheid toe te treden, door middel van een ondertekende Toetredings-overeenkomst die bezorgd wordt aan de dienstverlener van het perceel waartoe de lokale overheid wenst toe treden.

De raamovereenkomsten: 2017/HFB/OPMB/33326 (Raamcontracten Telecom 2018) zijn verlengd zodat deze doorlopen gedurende de tijd van de beperkte transitieperiode. Dit geeft alle huidige bestellers de garantie dat alle dienstverlening en facturatie gewoon blijft doorlopen, terwijl de transitie van de bestellers naar de nieuwe telecomcontracten 2023 uitgevoerd wordt. Na de transitieperiode zullen de huidige voorwaarden van de telecomcontracten 2018 vervallen

Afname van deze nieuwe raamovereenkomsten is niet verplicht.

Er wordt voorgesteld om toe te treden tot de raamovereenkomst, meer bepaald perceel 2: Mobiele telefonie, mobiele datacommunicatie voor professioneel gebruik en voor "Machine to Machine" (M2M) en "Internet of Things (IoT), en de lastvoorwaarden en gunningswijze goed te keuren.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De opdrachtdocumenten met nr. 2022/HFB/MPMO/96984/P2 voor de opdracht "Telecomcontracten Vlaamse overheid 2023", opgesteld door de Afdeling Aankoopcentrale en Overheidsopdrachten van het Agentschap Facilitair Bedrijf van de Vlaamse Overheid, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht werd gegund bij wijze van de openbare procedure. 

Artikel 3

De gemeenteraad besluit toe te treden tot het volgende perceel van de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten:

  • Perceel 2: Mobiele telefonie, mobiele datacommunicatie voor professioneel gebruik en voor “Machine to Machine” (M2M) en “Internet of Things” (IoT)

Artikel 4

Een ondertekende Toetredingsovereenkomst wordt bezorgd aan de desbetreffende dienstverleners.

Artikel 5

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van de aansluiting.

Artikel 6

De uitgave wordt voorzien in het budget van het meerjarenplan 2020-2025.

3.

2023_GR_00154 - Poolstok cvba - uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 25 oktober 2023 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
3.

2023_GR_00154 - Poolstok cvba - uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 25 oktober 2023 - Goedkeuring

2023_GR_00154 - Poolstok cvba - uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 25 oktober 2023 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De e-mail van 21 september  2023 van Poolstok cvba met de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van woensdag 25 oktober 2023.

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad neemt kennis van de uitnodiging van Poolstok cvba voor de buitengewone algemene vergadering van woensdag 25 oktober  2023 om 19 uur in zaal Arendt in Het Predikheren (Goswin de Stassartstraat 88, 2800 Mechelen).
De buitengewone algemene vergadering zal volledig fysiek plaatsvinden.

De Buitengewone Algemene Vergadering heeft de volgende agenda:
1. Samenstelling van het bureau van de vergadering;
2. Samenstelling van de vergadering - aanwezigheidslijst;
3. Kennisname van het verslag van het bestuursorgaan waarbij een omstandige verantwoording van de voorgestelde wijziging van het voorwerp, de doelen, de finaliteit of de waarden van de Vennootschap wordt gegeven, opgesteld in toepassing van artikel 6:86 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
4. Wijziging van het voorwerp, de doelen, de finaliteit of de waarden van de Vennootschap en vervanging van artikel 4 van de statuten;
5. Omvorming van de statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening in een beschikbare eigen vermogensrekening;
6. Wijziging van de statuten op diverse punten teneinde de leesbaarheid te verhogen, een algehele inhoudelijke update door te voeren onder andere voor wat betreft de bepalingen inzake (i) de naam, (ii) aandelen, (iii) aandeelhouders (toetredingsvoorwaarden, uittreding en uitsluiting), (iv) de bevoegdheid en werking van het bestuursorgaan en (v) de algemene vergadering (datum van de gewone algemene vergadering en stemmingsprocedure), en teneinde de statuten in overeenstemming te brengen met de genomen beslissingen en met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en bijgevolg voorstel tot aanname van een volledig nieuwe tekst van statuten. De ontwerptekst van statuten (inclusief voorgestelde wijzigingen) werd als bijlage bij de oproeping gevoegd;
7. Volmacht voor de coördinatie van statuten;
8. Machtiging aan het bestuursorgaan tot uitvoering van de te nemen beslissingen;
9. Volmacht voor de formaliteiten.

Afgevaardigde: Stefan Van Nieuwkerke

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist haar goedkeuring te hechten aan de agenda van de buitengewone algemene vergadering van Poolstok cvba van 25 oktober 2023:
1. Samenstelling van het bureau van de vergadering;
2. Samenstelling van de vergadering - aanwezigheidslijst;
3. Kennisname van het verslag van het bestuursorgaan waarbij een omstandige verantwoording van de voorgestelde wijziging van het voorwerp, de doelen, de finaliteit of de waarden van de Vennootschap wordt gegeven, opgesteld in toepassing van artikel 6:86 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
4. Wijziging van het voorwerp, de doelen, de finaliteit of de waarden van de Vennootschap en vervanging van artikel 4 van de statuten;
5. Omvorming van de statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening in een beschikbare eigen vermogensrekening;
6. Wijziging van de statuten op diverse punten teneinde de leesbaarheid te verhogen, een algehele inhoudelijke update door te voeren onder andere voor wat betreft de bepalingen inzake (i) de naam, (ii) aandelen, (iii) aandeelhouders (toetredingsvoorwaarden, uittreding en uitsluiting), (iv) de bevoegdheid en werking van het bestuursorgaan en (v) de algemene vergadering (datum van de gewone algemene vergadering en stemmingsprocedure), en teneinde de statuten in overeenstemming te brengen met de genomen beslissingen en met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en bijgevolg voorstel tot aanname van een volledig nieuwe tekst van statuten.
7. Volmacht voor de coördinatie van statuten;
8. Machtiging aan het bestuursorgaan tot uitvoering van de te nemen beslissingen;
9. Volmacht voor de formaliteiten.

Artikel 2

De vertegenwoordiger (of bij belet de plaatsvervanger) wordt gemandateerd om op de in artikel 1 vermelde vergaderingen (of op iedere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) te handelen en te beslissen zoals vermeld in artikel 1 en verder al het nodige te doen voor afwerking van de volledige agenda.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan Poolstok cvba.

4.

2023_GR_00157 - Retributiereglement op de aanvraag van vastgoedinformatie - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
4.

2023_GR_00157 - Retributiereglement op de aanvraag van vastgoedinformatie - Goedkeuring

2023_GR_00157 - Retributiereglement op de aanvraag van vastgoedinformatie - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeente vindt haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden uiterst belangrijk;

Zeer vaak vragen notarissen en vastgoedmakelaars informatie over onroerende goederen bij de gemeente aan;

De gemeente vindt het belangrijk  dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed en zoekt daarbij naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen;

De Vlaamse regering heeft een besluit in de maak, om de rechten en plichten in het kader van de verwerking van vastgoedinformatie over te dragen vanuit Digitaal Vlaanderen naar het Vlaams Datanutsbedrijf (athumi);

De gemeenten werken samen met Digitaal Vlaanderen/athumi[1] om een Vastgoedinformatieplatform te ontwikkelen en om in een testfase te onderzoeken hoe informatie over onroerende goederen op een efficiënte wijze kan worden ter beschikking gesteld;

Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie en vastgoeddossiers tussen bronhouders en aanvragers, zoals in eerste instantie notarissen en vastgoedmakelaars;

De gemeente kan via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers, zoals in eerste instantie notarissen en vastgoedmakelaars, aangevraagde vastgoedinformatie verzamelen en de vastgoeddossiers ontsluiten;

Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoeddossiers op verzoek van aanvragers, zoals in eerste instantie notarissen en vastgoedmakelaars, brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee;

De kost voor het verzamelen van vastgoedinformatie en het ontsluiten van vastgoeddossiers wenst de gemeente op de aanvrager ervan te verhalen;

[1] Rechten en plichten in het kader van het Vastgoedinformatieplatform worden overgedragen van Digitaal Vlaanderen naar het Vlaams Datanutsbedrijf bij een Besluit van de Vlaamse regering in de periode waarin deze overeenkomst ondertekend wordt. De verwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door (i) DV als het besluit nog niet is gepubliceerd (ii) Vlaams Datanutsbedrijf zodra het BVR gepubliceerd is.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt onderstaand reglement en de verwerkingsovereenkomst zoals in bijlage goed. 

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;

2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;

3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert; 

4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie tussen aanleverende entiteiten en aanvragers;

5° vastgoeddossier: de combinatie van verschillende datasets, samengesteld uit vastgoedinformatie met betrekking tot een perceel, of een onderdeel, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteit, door Digitaal Vlaanderen/athumi[1] wordt samengevoegd en door de lokale overheid ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager;

6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

7° Vlaamse instantie: elk van de volgende overheidsinstanties: 

  1. de instanties van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; 
  2. de instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, voor zover ze afhangen van de Vlaamse overheid of van een of meer andere instellingen met een publieke taak die afhangen van de Vlaamse overheid;
  3. de instanties van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

8° aanvrager: de notaris of vastgoedmakelaar die in het kader van zijn beroepsactiviteiten of taken van algemeen belang die bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm bepaalde vastgoedinformatie nodig heeft en daartoe een aanvraag via het VIP doet; 

9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;

12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;

13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

14° gemeentelijke bronretributie : de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten van vastgoedinformatie.

Artikel 3

 Algemeen

De gemeente Zonhoven verzamelt de opgevraagde vastgoedinformatie uit lokale gegevensbronnen. Ze doet een beroep op het VIP om vastgoedinformatie uit centrale gegevensbronnen op te halen en samen te voegen met het vastgoeddossier. Verder stelt ze het vastgoeddossier via het Vastgoedinformatieplatform aan de aanvrager ter beschikking.

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van het vastgoeddossier, verwerkt de gemeente die gegevens met als doeleinde om aanvragers samengevoegde vastgoedinformatie uit centrale en lokale gegevensbronnen ter beschikking te stellen in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van taken van algemeen belang die bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm zijn bepaald.

Met ingang van 14/12/2023 wordt ten voordele van gemeente Zonhoven een retributie geheven op aanvragen, gedaan via het Vastgoedinformatieplatform, tot het verkrijgen van het vastgoeddossier.

Artikel 4

Verschuldigde

De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

Deze instanties worden vrijgesteld van de betaling van retributie:

  1. externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; 
  2. Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022; 
  3. lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
  4. gerechtelijke overheden; 
  5. hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones; 
  6. politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

Artikel 5

Bedrag

Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt: 

Voorwerp aanvraag 

Retributiebedrag 

Het product "Vastgoedinlichtingen (voor overdracht)" 

50 EUR per kadastraal perceel

 De aflevertermijn voor het product bedraagt maximum 30 dagen.

Artikel 6

Verwerking van persoonsgegevens

 §1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van het vastgoeddossier, treedt de gemeente Zonhoven voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als verwerkingsverantwoordelijke.

§2. De gemeente verwerkt voor de doeleinden omschreven in artikel 2 persoonsgegevens met betrekking tot de volgende categorieën van betrokkenen:

  1. aanvragers; en
  2. houders van rechten op een perceel, of een onderdeel, waarvoor het vastgoeddossier wordt aangevraagd.

§3. De gemeente verwerkt voor de doeleinden omschreven in artikel 2 volgende categorieën van persoonsgegevens:

  1. contact- en identificatiegegevens;
  2. financiële gegevens;
  3. het identificatienummer van het Rijksregister/KBO-nummer;
  4. vastgoedinformatie;
  5. gegevens in het kader van openbare onderzoeken en overtredingen.

§4. De gemeente Zonhoven bewaart de persoonsgegevens die het verwerkt, niet langer dan noodzakelijk is om de doeleinden, vermeld in artikel 2, te bereiken en conform artikel III.87, §1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, of tot de betrokkene vraagt om de persoonsgegevens die gemeente Zonhoven verwerkt, te verwijderen, conform de voorwaarden, vermeld in de algemene verordening gegevensbescherming. De archiveringstermijn van de persoonsgegevens bij de gemeente Zonhoven bedraagt 3 jaar overeenkomstig de bepalingen van de Selectielijst voor Vlaamse gemeentearchieven.

§5. De gemeente Zonhoven doet een beroep op Digitaal Vlaanderen/athumi[2] voor de doeleinden omschreven in artikel 2. Digitaal Vlaanderen/athumi treedt in dit kader op als verwerker van de gemeente Zonhoven, die de verwerkingsverantwoordelijke is. De modaliteiten van de verwerking zijn geregeld in de verwerkingsovereenkomst die samen met dit reglement eveneens ter goedkeuring op deze gemeenteraadszitting is voorgelegd en deel uitmaakt van dit besluit.

[2 Rechten en plichten in het kader van het Vastgoedinformatieplatform worden overgedragen van Digitaal Vlaanderen naar het Vlaams Datanutsbedrijf bij een Besluit van de Vlaamse regering in de periode waarin deze overeenkomst ondertekend wordt. De verwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door (i) DV als het besluit nog niet is gepubliceerd (ii) Vlaams Datanutsbedrijf zodra het BVR gepubliceerd is.

Artikel 7

Invorderingswijze 

De onbetwiste en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling ingevorderd conform artikel 177, tweede lid, van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

De betwiste en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling burgerrechtelijk ingevorderd.

Artikel 8

Ondertekening

De vastgoeddossiers die de gemeente Zonhoven via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, worden niet ondertekend aangezien het vastgoeddossier een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.

Artikel 9

 Aanvulling voorgaande reglementering

Dit reglement (dat van toepassing is voor vastgoedmakelaars/notarissen) moet vanaf 14/12/2023  samen gelezen worden met het bestaande gemeentelijk retributiereglement op de administratieve stukken van 25 maart 2019 art.4 B (particulieren aanvraag).

Artikel 10

Bekendmaking

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

5.

2023_GR_00159 - Gemeentelijke dotatie voor het jaar 2023 voor de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
5.

2023_GR_00159 - Gemeentelijke dotatie voor het jaar 2023 voor de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg - Goedkeuring

2023_GR_00159 - Gemeentelijke dotatie voor het jaar 2023 voor de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie
Vanuit de meerjarenplanning van de Hulpverleningszone werden de individuele dotaties berekend met als basis de door de zoneraad van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg vastgelegde verdeling dd. 5 september 2022.

De gemeentelijke dotatie wordt bepaald als het aandeel volgens de verdeelsleutel in de begroting van de hulpverleningszone.
De raming van het de totale gemeentelijke dotatie in de begroting 2024 voor de hulpverleningszone Zuid – West Limburg werd door de zoneraad vastgelegd op € 20.024.694,63.
Gelet op de verdeelsleutel in de hulpverleningszone Zuid - West Limburg en de raming van de begroting 2024 wordt de gemeentelijke dotatie van de gemeente Zonhoven bepaald op € 1.076.129,97 ten opzichte van € 996.705,51 voor 2023. In het meerjarenplan is momenteel een bedrag van € 1.039.714 voorzien.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de werkingsbijdrage voor het jaar 2024 ten bedrage van € 1.076.129,97 goed.

6.

2023_GR_00156 - Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net - Buitengewone Algemene Vergadering van 20 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
6.

2023_GR_00156 - Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net - Buitengewone Algemene Vergadering van 20 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

2023_GR_00156 - Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net - Buitengewone Algemene Vergadering van 20 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Beslissing van de gemeenteraad van 25 februari 2019 betreffende de aanduiding van gemeenteraadslid Kris Knuts als vertegenwoordiger van het gemeentebestuur op alle algemene vergaderingen van de Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net gedurende de legislatuur 2019-2024. Gemeenteraadslid Céderique Schellis werd aangeduid als plaatsvervanger;

Statuten van Limburg.net;

De verantwoordingsstukken en de toelichtingsnota betreffende de punten vermeld op de agenda van de buitengewone algemene vergadering van woensdag 20 december 2023, toegevoegd in bijlage.

Feiten context en argumentatie

Gelet op:

Het feit dat de gemeente Zonhoven  lid is van de Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net;

Het feit dat Limburg.net een buitengewone algemene vergadering samen roept op woensdag 20 december  2023 om 18 uur.

De agenda van de gewone algemene vergadering is als volgt:
1. Welkom door de voorzitter;
2. Aanduiding secretaris en stemopnemers (art. 38 statuten);
3. Wijziging van de maatschappelijke zetel;
4. Beslissing m.b.t. beschikbare en onbeschikbare eigenvermogenrekening;
5. Statutenwijziging: artikelsgewijze aanpassing van de statuten (artikel 437 DLB);

Het feit dat het ontwerp van statutenwijziging van Limburg.net, goedgekeurd werd door de raad van bestuur in zitting van 13 september 2023;

Overwegende dat aan de beslissing tot wijziging van de maatschappelijke zetel, de verhuis van de administratie van Limburg.net naar het adres Herkenrodesingel 14 te 3500 Hasselt ten grondslag ligt (punt 3 van de agenda);

Overwegende dat ingevolge de aanpassing van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen d.d. 23 maart 2019 (hierna WVV) het begrip ‘kapitaal’ komt te vervallen (thans ‘inbreng’) en de cv geen minimumkapitaal meer moet aanhouden;

Overwegende dat in toepassing van artikel 39, §2, tweede lid van het WVV het kapitaal en de wettelijke reserve van de vennootschap, van rechtswege worden omgezet in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening en dat bijgevolg een beslissing inzake beschikbare en onbeschikbare eigenvermogensrekening wordt voorgelegd, waarbij het kapitaal als onbeschikbare inbreng wordt toegewezen en de overige reserves als beschikbare reserves (punt 4 van de agenda);

Overwegende dat ingevolge de wijziging van het WVV en een aantal wijzigingen aan het Decreet over het Lokaal bestuur d.d. 22 december 2017 (DLB), de statuten in overeenstemming worden gebracht met deze gewijzigde wetgeving (punt 5 van de agenda). Zie ook de toelichtende nota waarin de artikelsgewijze aanpassing van de statuten wordt toegelicht, evenals de gecoördineerde statuten met track-changes waarin de wijzigingen zichtbaar zijn;

Overwegende dat er geen redenen zijn om voormelde punten niet goed te keuren en dat de gemeenteraad kan instemmen met voormeld ontwerp van statutenwijziging en met de overige agendapunten van deze buitengewone algemene vergadering;

Gemeenteraadslid Kris Knuts werd op 25 februari 2019 aangeduid als gemeentelijke afgevaardigde voor Limburg.net gedurende de legislatuur 2019-2024. Gemeenteraadslid Céderique Schellis werd aangeduid als plaatsvervanger;

De afgevaardigde wordt gemandateerd om de voorgestelde punten van de dagorde goed te keuren.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist haar goedkeuring te hechten aan de agenda van de algemene vergadering tevens jaarvergadering van Limburg.net op woensdag 20 december 2023 met als agendapunten:
1. Welkom door de voorzitter;
2. Aanduiding secretaris en stemopnemers (art. 38 statuten);
3. Wijziging van de maatschappelijke zetel;
4. Beslissing m.b.t. beschikbare en onbeschikbare eigenvermogenrekening;
5. Statutenwijziging: artikelsgewijze aanpassing van de statuten (artikel 437 DLB).

Artikel 2

Een goedkeuring wordt verleend m.b.t. de wijziging van de maatschappelijke zetel van Limburg.net (punt 3 van de agenda).

Artikel 3

Een goedkeuring wordt verleend m.b.t. de toewijzing van de beschikbare en onbeschikbare eigenvermogensrekening van Limburg.net conform de toelichtende nota (punt 4 van de agenda).

Artikel 4

Een goedkeuring wordt verleend aan de statutenwijziging van Limburg.net conform het bijgevoegd ontwerp van statutenwijziging en de toelichtende nota waarin de artikelsgewijze aanpassing staat opgenomen (punt 5 van de agenda).

Artikel 5

De vertegenwoordiger (of bij belet de plaatsvervanger) wordt gemandateerd om op de in artikel 1 vermelde vergaderingen (of op iedere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) te handelen en te beslissen zoals vermeld in artikel 1 en verder al het nodige te doen voor afwerking van de volledige agenda.

Artikel 6

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan Limburg.net.

7.

2023_GR_00153 - Domeinconcessie afvalcontainers Pieter Demuynckstraat - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
7.

2023_GR_00153 - Domeinconcessie afvalcontainers Pieter Demuynckstraat - Goedkeuring

2023_GR_00153 - Domeinconcessie afvalcontainers Pieter Demuynckstraat - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Ontwerp-domeinconcessie;

Omgevingsvergunning (1280.C.874.2), vergund dd. 30 juli 2019.

Feiten context en argumentatie

Er werd een private bouwontwikkeling gerealiseerd in de Pieter Demuynckstraat te Zonhoven. Deze bouwontwikkeling voorziet een locatie voor afvalophaling op het toekomstig openbaar domein van de gemeente Zonhoven, voor afval komende van de bewoners van een deel van de bouwontwikkeling, zijnde de gebouwen behorende tot de verenigingen van mede-eigenaars van de gebouwen genaamd “Residentie Op ’t Steent” en “Residentie De Vilhoek”. 

Het verlenen van een domeinconcessie  aan de concessiehouder heeft als doel dat deze een recht heeft gebruik te maken van dit deel openbaar domein, specifiek voor de afvalophaling.

De kernverplichting van de gemeente vormt een domeinconcessie te verlenen aan de concessiehouder voor het gebruik van de grond waarop de afvalcontainers moeten worden geplaatst.

De domeinconcessie heeft betrekking op gronden behorende tot het openbaar domein. Het openbaar domein is voor en van iedereen, het is de concessiehouder bijgevolg niet toegelaten eender welke daad te verrichten dewelke tegen dit algemeen, openbaar karakter ingaat, behalve hetgeen noodzakelijk om het gebruik in het licht van onderhavige overeenkomst mogelijk te maken, zijnde het inrichten van een locatie voor afvalcontainers. De ingrepen mogen geen lasten opleveren in het licht van het openbaar karakter die buitensporig zijn tot het doel van de domeinconcessie, de inrichting van afvalcontainers. 

De exacte locatie is aangeduid op het plan bijgevoegd bij dit besluit.

De domeinconcessie wordt initieel aangegaan met de private projectontwikkelaars maar kan (en zal) overgedragen worden aan de vereniging van mede-eigenaars van de gebouwen in de Pieter Demuynckstraat, dewelke de inwoners vertegenwoordigt dewelke gebruik zullen maken van de afvalcontainers.

Deze domeinconcessie treedt in werking onmiddellijk nadat de grondafstand aan de gemeente Zonhoven, zoals bedoeld in de omgevingsvergunning (1280.C.874.2), vergund dd. 30 juli 2019, notarieel verleden is.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de ontwerp-overeenkomst toegevoegd als bijlage bij dit besluit betreffende de domeinconcessie voor afvalcontainers in de Pieter Demuynckstraat, goed.

8.

2023_GR_00161 - Gratis grondafstand van lot 2, groot 03a 07ca, gelegen langs de Rosmolenweg, door Begeco Projectontwikkeling, voor inlijving bij het openbaar domein - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
8.

2023_GR_00161 - Gratis grondafstand van lot 2, groot 03a 07ca, gelegen langs de Rosmolenweg, door Begeco Projectontwikkeling, voor inlijving bij het openbaar domein - Goedkeuring

2023_GR_00161 - Gratis grondafstand van lot 2, groot 03a 07ca, gelegen langs de Rosmolenweg, door Begeco Projectontwikkeling, voor inlijving bij het openbaar domein - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen besliste, in zitting van 20 juli 2021, om het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan Luc Beerten namens Begeco Projectontwikkeling BVBA (2020/00289) Middenstraat 63 te 3582 Beringen, goed te keuren. De omgevingsvergunning omvatte het bouwen van 20 appartementen met ondergrondse parkeerkelders en het kappen van bomen, op perceel 3de afdeling, sectie E, nummer 86, gelegen aan Grote Eggestraat / Rosmolenweg 7.

Op 23 november 2021 vond er een hoorzitting plaats tegen de beslissing van het college voor het verlenen van de voornoemde vergunning.

Het college van burgemeester en schepenen nam, in zitting van 30 november 2021, kennis van het uitvoeren van één van de opgelegde voorwaarden in de omgevingsvergunning afgeleverd op 20 juli 2021, namelijk:

11. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage.  Het hemelwaterhergebruik dient hiervoor te worden uitgebreid (ook voor de toiletten en de privatieve buitenkranen).  Om verder aan de voorwaarden van Fluvius te voldoen dient een nieuw rioleringsplan te worden opgemaakt conform deze voorwaarden.  Dit plan dient te worden aangeleverd aan zowel Fluvius als aan de dienst Vergunningen en Handhaving, ten laatste 1 maand na aflevering van de omgevingsvergunning;

Op 18 november 2021 werd een gewijzigd plan alsook de goedkeuring van Fluvius overgemaakt aan de afdeling planning en vergunningen.
Uit deze ingediende stukken blijkt dat voldaan werd aan voorwaarde 11 opgelegd in de afgeleverde omgevingsvergunning.
De overige voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning bleven van toepassing.

Het college van burgemeester en schepenen nam, in zitting van 25 januari 2022, kennis van de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 13 januari 2022. 

De deputatie verleende de vergunning voor het bouwen van 20 appartementen, onder de gestelde voorwaarden.

Om het binnengebied te kunnen verkavelen moet de bestaande gemeenteweg Rosmolenweg verlengd worden.

De gemeenteraad keurde, in zitting van 25 april 2022, het verlengen van de bestaande gemeenteweg (Rosmolenweg), het aansluiten op het bestaande fietspad, het aanleggen van grasdallen voor een brandweg voor de brandweer en het plaatsen van een tijdelijke gracht met een volume van 52m³, zoals weergegeven op het ingediend verkavelingsplan, goed.

Om alle loten bereikbaar te maken vanaf de openbare weg, is het de bedoeling om lot 2, na aanleg van wegenis, af te staan aan de gemeente om ze te voegen bij openbaar domein. De aanleg wegenis werd uitgevoerd en opgeleverd.

De gratis grondafstand bedraagt in totaal 03a 07ca.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist de gratis grondafstand te aanvaarden van Begeco Projectontwikkeling, Middenstraat 63 te 3582 Beringen, van lot 2, zoals aangeduid op het rooilijnplan, groot 03a 07ca, voor inlijving bij het openbaar domein.

Artikel 2

De afgestane grond zal worden ingelijfd bij het openbaar domein van de gemeente Zonhoven.

Artikel 3

De burgemeester en algemeen directeur, of hun afgevaardigden, worden gemachtigd om de akte te ondertekenen.

Artikel 4

De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt uitdrukkelijk ontslagen van het nemen van een ambtshalve inschrijving uit hoofde van eender welke bepaling in de authentieke akte. 

9.

2023_GR_00163 - Openbare verkoop perceel gemeentegrond te Klodsbergweg deel nr. 615F - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
9.

2023_GR_00163 - Openbare verkoop perceel gemeentegrond te Klodsbergweg deel nr. 615F - Goedkeuring

2023_GR_00163 - Openbare verkoop perceel gemeentegrond te Klodsbergweg deel nr. 615F - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen heeft, in zitting van 30 mei 2023, beslist om principieel akkoord te gaan met de openbare verkoop van het perceel gemeentegrond 1ste afd. sectie B, nr. 615F, groot 14a 85ca, gelegen in woongebied naast de omleidingsweg, maar wenst de trage verbinding af te splitsen van dit perceel en in eigen beheer te behouden.

Perceel 615F diende opgemeten en gesplitst te worden, aangezien een gedeelte in eigen beheer van de gemeente zal blijven en het andere gedeelte openbaar verkocht zal worden. Het gedeelte dat openbaar verkocht wordt, dient ook geschat te worden.

Het opmetings- en splitsingsplan werd door landmeter-expert Raoul Creemers opgemaakt in augustus 2023. Het perceel heeft een oppervlakte van 07a 12ca.

Het schattingsverslag werd door landmeter-expert Raoul Creemers opgemaakt op 10 augustus 2023. De verkoopwaarde van het perceel afd. 1, sectie B 615F/ex (lot 1) wordt geschat op € 135.000,00.

Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 19 september 2023 kennis genomen van het schattingsverslag en de openbare verkoop principieel goedgekeurd voor het perceel gemeentegrond gelegen te Klodsbergweg, afd. 1, sectie B 615F/ex (lot 1).

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist onder de in dit besluit vastgestelde voorwaarden en lasten over te gaan tot de verkoop van het volgende perceel grond:

  • gelegen te Klodsbergweg - 1ste afd. sectie B 615F/ex (lot 1) - groot volgens meting 07a 12ca.

Artikel 2

De verkoop gebeurt openbaar, waarbij de schattingsprijs als minimumprijs geldt, zijnde € 135.000,00.

Artikel 3

De verkoop gebeurt onder volgende algemene verkoopsvoorwaarden:

  • De kopers verkrijgen de volle eigendom van de aangekochte percelen bij het verlijden van de authentieke akte.  Vanaf dan zijn ook het risico en de burgerlijke aansprakelijkheid ten aanzien van derden voor rekening van de koper.
  • De gronden word overgedragen in de staat en de gelegenheid waarin zich dezen thans bevinden:
    - zonder waarborg van maat of oppervlakte, al is het verschil één twintigste of meer;
    - met alle zichtbare en verborgen gebreken;
    - met alle heersende en lijdende, zichtbare en onzichtbare, voortdurende en niet-voortdurende erfdienstbaarheden, ook al zijn ze niet bekend;
     - zonder waarborg wat betreft de hoedanigheid en/of gebreken van de grond en de ondergrond.
  • Indien het onroerend goed mocht getroffen zijn of worden door enig besluit van de overheid inzake gehele of gedeeltelijke onteigening, urbanisatievereisten of enig ander overheidsbesluit of reglement, moeten de kopers zich houden aan alle voorschriften ervan zonder verhaal tegen het bestuur wegens verlies van grond, weigering van bouwvergunning of om welke andere reden ook.
  • De koper moet alle belastingen, zoals de onroerende voorheffing en alle taksen, met inbegrip van eventuele verhaalbelastingen dragen en betalen vanaf de datum van ingenottreding.
  • De grond is vrij van gebruik en pacht.

Artikel 4

De Vlaamse Grondenbank zal bij aangetekend schrijven op de hoogte gebracht worden van een aanbod tot voorkoop, indien dit van toepassing is.  Indien zij hun recht van voorkoop laten gelden zal de Vlaamse Grondenbank de gronden kunnen aankopen tegen voormelde prijzen en voorwaarden.

Artikel 5

Alle kosten voortvloeiend uit verkoop, met inbegrip van de opmetings- en schattingskosten, vallen ten laste van de koper, waaronder de kosten voor publicatie, honoraria, registratierechten, overschrijvingskosten, vaste aktekosten, e.d.

Artikel 6

Bij niet-naleving van de in dit besluit vastgestelde voorwaarden is de verkoopsovereenkomst van rechtswege ontbonden.

Artikel 7

Notariaat Bovend'aerde & Manshoven, Heuveneindeweg 40B te 3520 Zonhoven wordt aangesteld om de openbare verkoop te leiden.

Artikel 8

De burgemeester en de algemeen directeur, of hun afgevaardigden, worden gemachtigd om de aktes te ondertekenen.

10.

2023_GR_00166 - Verhuring van gemeentegrond gelegen Schrijnbroekweg, 2de afd. sectie D nr. 130c33 (lot 2), groot 03a 05ca - Goedkeuring

Goedgekeurd
10.

2023_GR_00166 - Verhuring van gemeentegrond gelegen Schrijnbroekweg, 2de afd. sectie D nr. 130c33 (lot 2), groot 03a 05ca - Goedkeuring

2023_GR_00166 - Verhuring van gemeentegrond gelegen Schrijnbroekweg, 2de afd. sectie D nr. 130c33 (lot 2), groot 03a 05ca - Goedkeuring
11.

2023_GR_00167 - Gratis grondafstand van de wegzate van de Hortstraat/Mierenleeuwstraat voor inlijving bij het openbaar domein - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
11.

2023_GR_00167 - Gratis grondafstand van de wegzate van de Hortstraat/Mierenleeuwstraat voor inlijving bij het openbaar domein - Goedkeuring

2023_GR_00167 - Gratis grondafstand van de wegzate van de Hortstraat/Mierenleeuwstraat voor inlijving bij het openbaar domein - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het besluit van de gemeenteraad van 13 december 2021 betreffende de goedkeuring van het tracé van de gemeenteweg.

Het rooilijnplan van 6 mei 2021.

De verkavelingsvergunning met voorwaarden van 11 januari 2022.

PV van oplevering van 26 mei 2023.

Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 6 juni 2023 betreffende de kennisname van het PV van voorlopige oplevering.

Akkoordverklaring gratis grondafstand van 11 mei 2021.

Afpalingsplan dd. 31 augustus 2023.

Besluit_GR_26/06/2023 - Gratis grondafstand van de wegzate van de Hortstraat/Mierenleeuwstraat voor inlijving bij het openbaar domein - Goedkeuring

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad van 13 december 2021 keurde de aanvaarding van het tracé van de gemeenteweg van de Hortstraat/Mierenleeuwstraat goed.

Op 11 januari 2022 werd aan LBB Invest een verkavelingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het verkavelen van de Hortstraat/Mierenleeuwstraat.

In de voorwaarden van de omgevingsvergunning werd opgenomen dat na beëindiging van de werken aan de wegenis de overdracht van de wegenis aan de gemeente voor inlijving bij het openbaar domein dient te gebeuren.

Het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken in de verkaveling Hortstraat werd opgemaakt op 26 mei 2023.

De gemeenteraad heeft in zitting van 26 juni 2023 de gratis grondafstand goedgekeurd, maar ondertussen werd het afpalingsplan bijgesteld en is de grootte ervan gewijzigd.

Volgens het plan opgesteld dd. 31 augustus 2023 door landmeter-expert Peter Gijsen, van Geotec, te Bilzen dient lot 12, namelijk de wegenis, overgedragen te worden aan het gemeentebestuur voor inlijving bij het openbaar domein. De oppervlakte van lot 12 bedraagt 17a 39ca. 

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om het vorige besluit van 26 juni 2023 te annuleren en te vervangen door dit besluit. 

Artikel 2

De gemeenteraad besluit de gratis grondafstand te aanvaarden van het wegtracé zoals voorgesteld als lot 12 op voornoemd rooilijnplan van landmeter-expert Peter Gijsen d.d. 31/08/2023.

Artikel 3

De afgestane grond zal worden ingelijfd bij het openbaar domein van de gemeente Zonhoven.

Artikel 4

De burgemeester en de algemeen directeur, of hun afgevaardigden, worden gemachtigd om de akte te ondertekenen.

Artikel 5

De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt uitdrukkelijk ontslagen van het nemen van een ambtshalve inschrijving uit hoofde van eender welke bepaling in de authentieke akte.

12.

2023_GR_00165 - Aanvaarding rooilijn - project Rosmolenweg - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
12.

2023_GR_00165 - Aanvaarding rooilijn - project Rosmolenweg - Weigering

2023_GR_00165 - Aanvaarding rooilijn - project Rosmolenweg - Weigering

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt in artikel 31 in het bijzonder de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om zich uit te spreken over de beoogde wijzigingen aan het lokaal wegennet die, overeenkomstig artikel 12, §2, van het Decreet Gemeentewegen, door het gevoegde rooilijnplan bij de omgevingsvergunningsaanvraag voorzien worden. 

Artikel 31, §1, van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt als volgt: 

“§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg. 

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt. 

§ 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.” 

De gemeenteraad is bij haar beoordeling op grond van artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet ertoe gehouden om de ingediende bezwaren met betrekking tot de “zaak van de wegen” te behandelen, en dit overeenkomstig artikel 47 van het Omgevingsvergunningsbesluit. 

Het omgevingsvergunningsbesluit bepaalt in artikel 47 het volgende: 

“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.” 

Uit de parlementaire toelichting bij zowel het Omgevingsvergunningsdecreet als bij het Omgevingsvergunningsbesluit blijken volgende krachtlijnen aanwezig te zijn betreffende de “zaak van de wegen” waarvoor de gemeenteraad bevoegd is. 

Samenvattend stellen beide toelichtingen dat: 

  • Het Omgevingsvergunningsdecreet voorziet in de mogelijkheid van het tussenkomen van de gemeenteraad inzake de “zaak van de wegen”, waarbij de gemeenteraad bevoegd is om zich uit te spreken over de wijzigingen die aangebracht worden aan het lokaal wegennet, zonder echter zich te mogen uitspreken over de omgevingsvergunningsaanvraag; 

  • Een ongunstige beslissing inzake de “zaak van de wegen” heeft tot gevolg dat de vergunningverlenende overheid de omgevingsvergunning niet kan verlenen, ook niet in graad van beroep; 

  • Indien de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat een vergunning verleend kan worden, zal een beslissing betreffende de “zaak van de wegen” gevraagd worden aan de gemeenteraad. Bijgevolg kan een beslissing aangaande de “zaak van de wegen” terzijde geschoven worden indien de vergunningverlenende overheid oordeelt dat een rechtstreekse weigering zich opdringt; 

  • De regeling inzake de “zaak van de wegen” en de bevoegdheid van de gemeenteraad hiertoe bestaat voor zowel omgevingsvergunningsaanvragen met betrekking tot stedenbouwkundige handelingen alsook voor omgevingsvergunningsaanvragen tot het verkavelen van gronden; 

Met de inwerkingtreding van het Decreet Gemeentewegen op 1 september 2019 werden tevens aanpassingen aangebracht aan de bestaande regeling in het Omgevingsvergunningsdecreet aangaande de “zaak van de wegen”. Uit de parlementaire voorbereiding hiertoe blijken volgende krachtlijnen: 

  • Indien een aanvraag wegeniswerkzaamheden bevat, dient de gemeenteraad – ongeacht de vergunbaarheid van de vergunning – hierover een beslissing te nemen, waarbij de rechtstreekse weigering niet langer voorzien wordt in het thans geldende artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet; 

  • De geïntegreerde mogelijkheid waarbij op basis van artikel 31 van het Decreet Gemeentewegen een beslissing inzake de “zaak van de wegen” genomen kan worden door de gemeenteraad is thans slechts mogelijks indien aan de omgevingsvergunningsaanvraag een rooilijnplan gehecht is dat voldoet aan de vereisten van artikel 16, §§2-3 van het Decreet Gemeentewegen; 

  • Betreffende de rechtsbescherming inzake beslissingen van de gemeenteraad betreffende de “zaak van de wegen” is een beroepsmogelijkheid gecreëerd in hoofde van de Vlaamse regering tot het behandelen van administratieve beroepen tegen de gemeenteraadsbeslissingen inzake de zaak van de wegen. De Vlaamse regering beschikt hiertoe, conform artikel 31/1, §5, van het Omgevingsvergunningsdecreet over een beperkt toetsingskader; 

  • Tot slot dient de beslissing van de gemeenteraad inzake de “zaak van de wegen” in overeenstemming te zijn met de principes en doelstellingen van de artikelen 3, 4 en 6 van het Decreet Gemeentewegen; 

Feiten context en argumentatie

De aanvraag voor een omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2022167350 (intern nummer 2023/00078) op 13/04/2023 ingediend bij de gemeente Zonhoven door vennootschap Rosmolen (Bastiaensen Dirk) voor het rooien van 3 bomen, het bouwen van 3 meergezinswoningen met 39 wooneenheden, een ondergrondse parking en een hoogspanningscabine, plaatsen van 39 warmtepompen, aanleg van een trage verbinding en terreinaanleg in Zonhoven, Rosmolenweg, kadastraal gekend als afdeling 3, sectie E, nummers 88E, 88C,61E, 59C, 88D. 

Het aanvraagdossier omvat een rooilijnplan voor een trage verbinding (fietspad), zoals opgesteld door ingenieur Peter Gijsen, Geotec van 14 maart 2023. 

Binnen voorliggende omgevingsvergunningsaanvraagprocedure werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 8 juli 2023 tot en met 6 augustus 2023 waarbij in totaal vier bezwaarschriften ontvangen werden. 

Overeenkomstig artikel 47 van het Omgevingsvergunningsbesluit is de gemeenteraad gehouden om de ingediende bezwaren die betrekking hebben op de “zaak van de wegen” te behandelen in haar beraadslaging, waarbij het niet toekomt aan de gemeenteraad om zich uit te spreken over elementen die ruimtelijke ordening raken en behoren tot de bevoegdheid van het vergunningverlenend orgaan. 

De bevoegdheid van de gemeenteraad is beperkt tot de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, waarbij zij acht dient te hebben op de mobiliteitseffecten, waterhuishouding alsook ontsluiting en verkeersveiligheid, dewelke allen aspecten zijn die tevens bij de behandeling van de bezwaren aan bod kan komen. 

De bespreking van de ingediende bezwaarschriften in zitting van heden; 

Bezwaarschrift 1, ingediend op 21/07/2023, luidt als volgt:  

"Na het ontvangen van de aangetekende brief voor bekendmaking openbaar onderzoek aanvraag (omgevingsvergunning) heb ik inzage gehad van de dossierstukken betreft verwijzing omgevingsloket te Zonhoven. 

Op basis van deze dossierstukken stel ik vast dat dit bouwproject een nadelig gevolg heeft voor de privacy van mijn woonst (perceel 34). Volledig inkijk. 

Dit kan ook met gevolg de waardebepaling van mijn woonst negatief beïnvloeden. 

Om deze reden dien ik officieel bezwaar aan te tekenen tegen de bouw van dit project. 

Echter sta ik open voor dialoog (HOGE BOMEN). "

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 1: 

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg (trage verbinding (fietspad)), en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit.   

De bezwaarindiener uit zijn bezorgdheid betreffende de mogelijke privacy-hinder die zou kunnen ontstaan bij uitvoering van het project. 

Het komt niet aan de gemeenteraad toe om zich hierover uit te spreken. De gemeenteraad kan enkel uitspraak doen over de zaak van wegen, zonder zich over de vergunningsaspecten te mogen buigen. 

Bezwaarschrift 2, ingediend op 03/08/2023, luidt als volgt:  

"Wij hebben verschillende bezwaren tegen de bouw van dit project en hopen dan ook dat hier rekening mee gehouden wordt: 

Eerst en vooral betreft het de afwatering: we zitten nu al met problemen maar nog extra afvoer via onze niet bestaande riolering gaat voor overlast zorgen. Op regelmatige tijdstippen moet de afwatering van onze appartementsblokken reeds ontstopt worden door de firma Jaspers van Zonhoven. Uiteraard zullen nog meer aansluitingen hierop voor nog meer problemen zorgen. 

Ten tweede betreft het zware vervoer van vrachtwagens om materialen aan en/of af te voeren. Vermits het Eggepark familie is van de nieuwe appartementsblokken ( firma Dethier) willen we ijveren om alle vrachtverkeer over de weg rond het Eggepark te laten rijden ipv onze straat te gebruiken. 

Deze weg wordt nu ook gebruikt door verhuiswagens, brandweerwagens, allerlei firma's om werkzaamheden uit te voeren, de firma die de tuin onderhoud met aanhangwagens met zwaar materieel rijden ook over die weg. Dit om beschadigingen aan de weg te vermijden en zodat de vrachtwagens kunnen rond rijden ipv in onze straat, waar geen mogelijkheid tot omkeren is en de vrachtwagens achteruit dus onze straat moeten verlaten. 

Twee vrachtwagens naast elkaar kan niet in onze straat omdat deze te smal is met als gevolg dat de volgende lading op de Grote Eggestraat moet blijven wachten tot de straat vrij is. Dit zou uiteraard gevaarlijke verkeerssituaties creëren. Dit vooral sedert de gewijzigde verkeerssituatie in de Dorpsstraat (daar links afslaan naar Heuven niet meer mogelijk is ) is de verkeersdrukte zéér druk en zelfs gevaarlijk te noemen wegens het niet naleven van de voorrangsregel naar rechts en te hoge snelheden. 

Wetende dat er een drukke kinderopvang is in onze straat willen wij gevaarlijke verkeerssituaties dus ten allen tijden vermijden. 

Des te meer vanwege het veelvuldig gebruik van de weg door bewoners en schoolgaande jeugd. 

Daarom hopen wij natuurlijk dat er bij de beslissing rekening gehouden wordt met bovenstaande opmerkingen en dat de gepaste maatregelen getroffen worden om de overlast zo beperkt mogelijk te houden."

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 2: 

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg (trage verbinding (fietspad)), en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit. 

De bezwaarindiener uit zijn bezorgdheid betreffende de verkeerssituatie op reeds bestaande wegenis. 

Het komt niet aan de gemeenteraad toe om zich hierover uit te spreken. De gemeenteraad kan enkel uitspraak doen over de zaak van wegen, zonder zich over de vergunningsaspecten te mogen buigen. 

Bezwaarschrift 3, ingediend op 04/08/2023, luidt als volgt:  

"Cliënten ontvingen middels aangetekend schrijven d.d. 29.06.2023 de kennisgeving van het feit dat het college van burgemeester en schepenen overgaat tot het organiseren van een openbaar onderzoek met als voorwerp de omgevingsvergunningsaanvraag voor het rooien van drie bomen, het bouwen van drie meergezinswoningen met 39 wooneenheden, een ondergrondse parking en een hoogspanningscabine, plaatsen van 39 warmtepompen, aanleg van een trage verbinding en terreinaanleg ingediend door de heer Dirk Bastiaensen namens Rosmolen en dit op een perceel gelegen te 3520 Zonhoven, Rosmolenweg 15 en 17 (/1 - /14), kadastraal gekend als afdeling 3, sectie E, perceelnummers: 59C, 61N, 61E, 61E/deel, 88D, 88C en 88E. 

Aangezien het openbaar onderzoek wordt georganiseerd van 08.07.2023 tot en met 06.08.2023, is dit bezwaarschrift alleszins tijdig ingediend. 

Voorafgaandelijke opmerking 

Cliënten nemen kennis van het feit dat ieder plan dan wel document op het Omgevingsloket een disclaimer bevat aangaande de auteursrechtelijke bescherming en de herinnering dat kopiëren verboden is. 

Middels deze alinea benadrukken cliënten dat zij, behoudens in onderhavig bezwaarschrift dan wel gedurende de eventuele hierop volgende – gerechtelijke – procedure, geen enkele informatie dan wel plannen zullen gebruiken.  

Ten einde cliënten de waarborg te bieden dat onderhavig bezwaarschrift zijn finaliteit niet mist, worden bepaalde ‘printscreens’ van plannen of documenten hierna – waar noodzakelijk – wél aangewend. 

Verhouding (eigendom) cliënten – projectgebied  

De verhouding tussen enerzijds (de eigendom van / houder van enig zakelijk recht) cliënten (Koolhof 1, 3, 4, 6 en 8) en anderzijds het projectgebied wordt hierna weergegeven: 

 

Overeenkomstig artikel 23 van het Omgevingsvergunningsdecreet kan iedere natuurlijke- of rechtspersoon een bezwaarschrift indienen tijdens het openbaar onderzoek. 

Cliënten werd uitdrukkelijk in kennis gesteld van het georganiseerde openbaar onderzoek. Het perceel van cliënten grenst aan het projectgebied. Bijgevolg worden o.a. de eigendoms- en gebruiksrechten van de eigendom van cliënten geschonden.  

Cliënten beschikken alzo onomstotelijk van een rechtmatig belang om een bezwaar in te dienen.  

Voorwerp van de aanvraag  

Dit bezwaarschrift wordt opgesteld n.a.v. de omgevingsvergunningsaanvraag ingediend door Dirk Bastiaensen namens Rosmolen. 

Het perceel in kwestie is tegenwoordig een weiland. 

De aanvraag omvat: het rooien van drie bomen, het bouwen van een ondergrondse parking, het bouwen van drie bouwblokken met 39 meergezinswoningen, de aanleg van een park met semi-publieke doorsteek en de bouw van een HS-cabine. 

Cliënten wenst volgende bezwaren te uiten op de aanvraag tot omgevingsvergunning: 

De omgevingsvergunning moet worden GEWEIGERD: 

1. De samenstelling van de aanvraag is bedrieglijk, minstens misleidend  

Artikel 15 van het Omgevingsvergunningsbesluit regelt de wijze van samenstelling van de aanvraag tot omgevingsvergunning. De gegevens bij een vergunningsaanvraag moeten voldoen aan de technische richtlijnen van de Vlaamse overheid. Die richtlijnen vindt u in de normenboeken. 

Het normenboek digitale OMV aanvragen met architect regelt de wijze van samenstelling van het aanvraagdossier voor een Omgevingsvergunning (https://www.omgevingsloketvlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/Normenboek%20digitale%20OMV%20aanvragen%20met%20architect_07032018_0_0.pdf).
Het normenboek werd gevoegd als bijlage 1 bij het besluit van 29 augustus 2014 van de secretaris-generaal van het departement Ruimte Vlaanderen inzake technische richtlijnen voor elektronische gegevensuitwisseling via het omgevingsloket of het uitwisselingsplatform. 

Dit normenboek is opgemaakt door het departement Omgeving in toepassing van artikel 154 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, hetgeen stelt: 

‘Op straffe van onvolledigheid van de aanvraag, het verzoek, de melding of het beroepschrift voldoen alle bestanden die verzonden worden aan de vormelijke en technische vereisten, bepaald door het departement.’ 

Een vergunningverlenende overheid kan/mag enkel maar een vergunning verlenen op basis van geloofwaardige en geoorloofde vergunningsaanvragen. 

In casu bevat het aanvraagdossier hiaten, leemtes en onduidelijkheden omtrent o.a. (Deze lijst is geenszins limitatief): 

  • De plannen juncto de verklarende nota zijn summier en te algemeen opgesteld.
    Op basis van deze summiere gegevens kan uw Bestuur geen positieve vergunningsbeslissing nemen.
    Klaarblijkelijk slaagt de aanvrager er niet in om voldoende duidelijke plannen op te stellen. 

  • MER-screening miskent de feitelijke en juridische werkelijkheid.
    Aangezien aanvrager de impact van het aanvraagdossier op de omgeving blijven miskennen, dan wel zwaar minimaliseert, blijft de MER-screening onvoldoende en niet waarheidsgetrouw. 

  • De mobiliteitstoets/het mobiliteitsplan, zoals opgeladen in het omgevingsloket, is omvangrijk, maar weinig geloofwaardig doordat er uitgegaan wordt van een veel te laag aantal verkeersbewegingen dewelke niet in overeenstemming zijn met de hedendaagse realiteit en vooral van het aantal verkeersbewegingen per dag (eigenaarsverkeer, bezoekers, derden, ...).
    Er worden slechts 9 à 10 bijkomende verkeersbewegingen verwacht tijdens de spitsuren, niettegenstaande er 39 woongelegenheden worden voorzien. 

  • In de beschrijvende nota wordt op geen enkele wijze concreet besproken hoe de hinder op de omgeving kan worden beperkt.
    Er wordt louter gesteld dat het project ‘voldoende waarborgen’ biedt om hinder zo veel als mogelijk te beperken. 

  • Het project is niet onderbouwd door enige woonbehoeftestudie. 

  • Ten gevolge van het verzoek tot aanvulling stelt de aanvrager dat er verduidelijkingen zullen worden doorgevoerd in de legende van de plannen of op de gevelplannen zelf. Er zou een aangepaste versie van de legende dan wel gevelplannen worden opgeladen op het Omgevingsloket.
    Cliënten stellen vast dat dergelijke verduidelijkingen niet werden doorgevoerd. 

  • De aanvrager beoogt de aanleg van een trage verbinding. Het gaat meer bepaald een verbinding tussen de Grote Eggestraat en de Sprinkwaterstraat (het fietspad gelegen ten oosten van het Egge Park en het voorziene project).
    Echter, deze verbinding wordt gerealiseerd via de noordelijke brandweg (zijde Genkerbaan) van cliënten. Hiermee wordt het eigendomsrecht van cliënten manifest geschonden.
    Er zit hoe dan ook weinig logica achter deze realisatie aangezien er reeds een ontsluiting wordt voorzien via de Rosmolenweg.
    Daarenboven overweegt de aanvrager niet eens om te voorzien in een eigen ontsluiting naar de Genkerbaan via zijn perceel.
    Ten derde bestaan er veel vragen omtrent het gebruik van deze trage verbinding… Kan eenieder, ook als deze niet woonachtig is in het voorziene project, vanaf het fietspad door het Egge Park rijden? Wat met de verkeersveiligheid (cfrinfra)? Wat met het ontstaan van donkere en onveilige plaatsen ten gevolge van deze creatie? Hoe zal deze trage verbinding worden verlicht? 

  • …  

Luidens vaste rechtspraak van o.a. de Raad van State dienen ‘onjuistheden, vergissingen of leemten in het bouwdossier’ tot de vernietiging te leiden. Reeds lange tijd heeft o.a. de Raad van State het volgende overwogen inzake onjuistheden omtrent vergunningsaanvragen: 

Onjuistheden, vergissingen of leemten in het bouwdossier kunnen tot de vernietiging van de bouwvergunning leiden, indien blijkt dat zij van die aard zijn dat zij de adviserende of de vergunningverlenende overheden in dwaling hebben gebracht en bovendien beslissend zijn geweest voor de toekenning van de bouwvergunning. Het is aan de verzoeker om aan te tonen welke deze leemten zijn en op welke wijze de overheden hierdoor misleid zijn.’(RvS 4 juni 2008, nr. 183.772, DE WIT 3). (eigen onderlijning + markering)  

Dit impliceert mutatis mutandis dat er GEEN vergunning kan worden verleend op basis van zulks onjuist en/of bedrieglijk aanvraagdossier, bij gebreke aan een schending van zowel het zorgvuldigheids- als het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur: 

Het vertrouwensbeginsel kan worden omschreven als een van de beginselen van behoorlijk bestuur. Krachtens dit beginsel moet de burger kunnen vertrouwen op een vaste gedragslijn van de overheid of op toezeggingen en beloftes die de overheid in een concreet geval zou doen. Dit beginsel beperkt zich echter tot het optreden van het actief bestuur en niet van een rechtscollege( RvS 6 februari 2001, nr. 93.104, MISSORTEN). 

Het rechtszekerheidsbeginsel houdt in dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk moet zijn, zodat de rechtzoekende in redelijke mate de gevolgen van een bepaalde handeling kan voorzien, op het tijdstip dat de handeling wordt verricht en de overheid daarvan niet zonder objectieve en redelijke verantwoording mag afwijken (RvS 22 maart 2004, nr. 129.541, VZW VLAAMS CENTRUM VOOR LEVENSVORMING). Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt tevens in dat de overheid slechts na afweging van alle relevante gegevens van de zaak een beslissing mag nemen (RvS 28 april 2008, nr. 182.450, DE GRAEVE). 

Het zorgvuldigheidsbeginsel impliceert dat het bestuur verplicht is te vermijden dat rechtmatige verwachtingen, waaronder de door het bestuur verwekte verwachtingen, van de geadministreerde, niet gefrustreerd mogen worden (RvS 13 mei 1980, nr. 20.324, BRACKE). 

Het vergunningverlenend bestuur kan – louter en alleen al op basis van dit bezwaar – niet anders dan de gevraagde vergunning te weigeren. 

2. GEEN MER-screeningsnota, minstens kunnen de milieueffecten niet behoorlijk worden onderzocht.  

Overeenkomstig artikel 4.3.2., §2bis van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) wijst de Vlaamse Regering de projecten aan waarvoor een project-MER of een project-m.e.r.-screeningsnota moet worden opgesteld. 

Artikel 2, §6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10.12.2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieu-effectrapportage (hierna: het Project-MER-besluit) bepaalt in uitvoering hiervan dat voor de categorieën van projecten, vermeld in bijlage III bij dit besluit, de initiatiefnemer een project-m.e.r.-screeningsnota kan indienen bij de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag. 

De project-m.e.r.-screeningsnota betreft een gemotiveerde screeningsnota op basis waarvan door de initiatiefnemer wordt aangetoond ofwel 1) dat er geen aanzienlijke milieueffecten verbonden zijn aan de uitvoering van zijn project, ofwel 2) dat er vroeger een project-MER werd goedgekeurd betreffende een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of aanvullende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten (Parl.StVl.Parl. 2011-12, nr. 1463/1, 7). 

Het komt vervolgens toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de aanvraag om een screeningsbeslissing te nemen, dit is een beslissing of er al dan niet een project-MER moet worden opgesteld over het aangevraagde project van bijlage III van het Project-MER-besluit. 

Overeenkomstig artikel 4.3.3., §2, tweede lid van DABM moet geen milieueffectrapport over het project worden opgesteld als de overheid oordeelt dat 1) een toetsing aan de criteria van bijlage II van het DABM uitwijst dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten; of 2) vroeger al een plan-MER werd goedgekeurd betreffende een plan of programma waarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd of een project-MER werd goedgekeurd betreffende een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten. 

De criteria van bijlage II van het DABM hebben betrekking op de kenmerken van het project (bv. omvang, cumulatie met bestaande projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen), de locatie van het project (bv. het bestaande en goedgekeurde landgebruik en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu) en de soort en de kenmerken van het potentiële effect (bv. de aard van het effect, de intensiteit en complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect). Wat dit laatste betreft, moet in het bijzonder aandacht worden besteed aan het effect van het project op de disciplines, vermeld in artikel 4.3.1, tweede lid DABM, nl. de bevolking en de menselijke gezondheid, de biodiversiteit, het land, de bodem, het water, de lucht en het klimaat, de materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap en de samenhang tussen deze disciplines (Bijlage 2 bij het DABM). 

Het is essentieel dat de overheid bij die beoordeling het aangevraagde project concreet toetst aan de criteria van bijlage II van het DABM, die het afwegingskader vormen bij het nemen van een screeningsbeslissing (RvVb 27 mei 2021, nr. RvVb-A-2021-1028, VANROBAEYS). 

De screeningsnota is dus een essentieel instrument dat het bestuur moet toelaten om met kennis van zaken en aan de hand van de in bijlage II bij het DABM omschreven criteria te beoordelen of de aanvraag al dan niet aanzienlijke milieueffecten voor de mens en het milieu genereert en er bijgevolg al dan niet een project-MER moet worden opgemaakt. Die beoordeling gebeurt volgens artikel 4.3.3, §2 DABM en artikel 20 van het Omgevingsvergunningsdecreet in beginsel in het kader van het onderzoek naar de ontvankelijkheid en de volledigheid van de vergunningsaanvraag (RvVb 15 oktober 2020, nr. RvVb-UDN-2021-0169, vzw NATUURPUNT BEHEER, VERENIGING VOOR NATUURBEHEER EN LANDSCHAPSZORG IN VLAANDEREN). 

Bijlage III van het Project-MER-besluit bevat dus de categorieën van projecten waarvoor de initiatiefnemer minstens een project-m.e.r.-screeningsnota moet indienen bij de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag (RvVb 19 mei 2022, nr. RvVb-A-2122-0762, ACKAERT e.a.). 

Het ontbreken van een project-m.e.r-screeningsnota moet in principe leiden tot de noodzakelijke weigering van de aanvraag door de vergunningverlenende overheid wegens onvolledigheid van het aanvraagdossier. De aanvraag moet zelfs onontvankelijk worden verklaard (RvVb 27 mei 2021 nr. RvVb-A-2021-1028, VANROBAEYS). 

Het invullen van de vragen die worden gegenereerd onder de hoofding “Effecten” in het omgevingsloket kan in beginsel volstaan als project-m.e.r-screeningsnota (RvVb 25 maart 2021 nr. RvVb-A-2021-0782, VERCAEMST). 

Evenwel moeten de antwoorden op de gestelde vragen voldoende elementen bevatten om de milieueffecten van het project te beoordelen, zodat de vergunningverlenende overheid met kennis van zaken kan beslissen of al dan niet een project-MER moet worden opgesteld (Vgl. RvVb 27 november 2018 nr. RvVb-A-1819-0336, DESMEDT e.a.). 

In casu geeft de aanvrager aan dat het Project onder Bijlage III van het Project-MER-besluit valt, meer bepaald onder rubrieken: 10, b) ‘Stadsontwikkeling’ 

Een project-MER-screeningsnota is dus vereist. 

Het aanvraagdossier bevat evenwel geen project-m.e.r.-screeningsnota in de zin van artikel 4.3.2., §2bis DABM en artikel 2, §6 van het Project-MER-besluit. 

De antwoorden die door de aanvrager worden verschaft op de vragen gesteld in het omgevingsloket onder de hoofding “Effecten op de omgeving” en “MER” zijn immers uitermate summier en in zijn geheel niet waarheidsgetrouw. 

In de antwoorden op de vraag of er aanzienlijke effecten te verwachten zijn, antwoordt de aanvrager eenvoudigweg “Nee”. Dit antwoord alleen al is HALUCINANT! 

Wat betreft het aspect van de ‘mobiliteit’ wordt er verwezen naar een mobiliteitsstudie. De aanvrager stelt daarenboven dat er slechts 9 en 10 bijkomende verkeersbewegingen te verwachten zijn. Echter, dit is geheel ongeloofwaardig gelet op het feit dat er 39 woongelegenheden worden voorzien…  

Wat betreft de effecten van ‘geluid en trillingen’, stelt de aanvrager dat de toename van het aantal verkeersbewegingen door bewoners van de nieuwe meergezinswoningen bijkomende hinder met zich zal meebrengen doch dat deze toename ‘verwaarloosbaar’ is.  

Het is precies alsof de mensen die ter plaatse gaan wonen in de 39(!) woonentiteiten geen geluid maken bij het verplaatsen. Zulks is uiteraard niet geloofwaardig noch waarheidsgetrouw. Daarenboven: geluidseffecten van huisdieren (honden), speelpleinen, geluidsversterking in de tuinen, feestjes, burenruzies, … worden niet belicht. Er wordt aangenomen dat omwonenden dit zonder commentaar aanvaarden, hetgeen niet evident is. 

Wat betreft de effecten van ‘lucht’, is er geen duidelijkheid over het aantal en intensiteit van werfvoertuigen en aan- en aftransport van bouwmaterialen tijdens de uitvoeringsfase. Met andere woorden, in tegenstelling tot wat beweerd wordt, is er wel degelijk een effect naar de omgevingslucht. In deze zin is het niet duidelijk welke vracht aan zwavel- en stikstofoxiden worden uitgestoten binnen welk tijdsbestek en welke de gezondheidseffecten daarvan zijn voor de omwonenden. Dit is een ernstige tekortkoming.  

De rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen is hier thans duidelijk omtrent:  

“De verschillende tot een globaal project behorende activiteiten moeten als één geheel worden beoordeeld in functie van de (aanzienlijke) effecten die zij kunnen voortbrengen voor mens en milieu. In het licht van doelstelling en de reikwijdte van de project-MER-richtlijn, moet worden vastgesteld dat de project-MER-plicht tot doel heeft de vergunningverlenende overheid toe te laten de milieueffecten van het globale project na te gaan. Een richtlijnconforme invulling van de project-MER-plicht, vereist een eenheid van beoordeling waarbij rekening wordt gehouden met de gezamenlijke milieueffecten van het totaalproject. Voor de MER-plicht is het project dat men wil realiseren beslissend. De milieueffectbeoordeling heeft tot doel de vergunningverlenende overheid toe te laten de weerslag van het gehele project op de mens en het leefmilieu na te gaan. Aan die doelstelling, die de eenheid van beoordeling beoogt, zou afbreuk worden gedaan indien voor een totaalproject de milieubeoordeling voor activiteiten in de uitvoeringsfase worden afgesplitst en later beoordeeld. Het gevolg van het voorgaande is dat de beoordeling van de mogelijke effecten van de bronbemaling, die zal worden toegepast in de uitvoeringsfase van het betrokken project, deel moet uitmaken van de MER-toets. Artikel 7, §2, tweede lid Omgevingsvergunningsdecreet, laat niet toe om anders te oordelen” (RvVb 27 oktober 2022, nr. RvVb/A/2223/0160). 

Het spreekt voor zich dat op basis van deze beperkte elementen niet kan beoordeeld worden of het Project aanzienlijke milieueffecten genereert, terwijl zulke effecten niet ondenkbeeldig zijn gelet op de impact die het Project voorziet op het openruimtegebied. 

Het is voor de vergunningverlenende overheid volstrekt onmogelijk om op basis van de zeer summiere elementen verstrekt door de aanvrager een toets aan de criteria van bijlage II van het DABM door te voeren, in het bijzonder wat betreft de soort en de kenmerken van de potentiële effecten. 

Hoger werd evenwel reeds uiteengezet dat op basis van de beperkte informatie gegeven in de vragenlijst op het omgevingsloket, niet kan beoordeeld worden of het Project aanzienlijke milieueffecten genereert. 

Het aanvraagdossier bevat geen project-m.e.r.-screeningsnota. Minstens bevat het aanvraagdossier onvoldoende elementen om te beoordelen of het Project al dan niet aanzienlijke milieueffecten genereert en een project-MER moet worden opgesteld. 

Het uitgevoerde milieueffectenonderzoek is onvoldoende om een degelijke beoordeling van de vergunbaarheid van voorliggend project te maken. Deze kan niet zonder nieuw openbaar onderzoek worden toegevoegd aan de aanvraag. Bijgevolg dient de vergunning te worden geweigerd. 

Het vergunningverlenend bestuur kan – louter en alleen al op basis van dit bezwaar – niet anders dan de gevraagde vergunning weigeren. 

3. Vergunning is niet uitvoerbaar  

In het aanvraagdossier wordt voorbehouden dat de eigendom van cliënten mee wordt opgenomen in de aanvraag, dit voor zover er een trage doorgang ten bate van de aanvrager wordt voorzien over de eigendom van cliënten. Zulks zonder ook maar enige toestemming noch schriftelijke overeenkomst. Evenmin ligt er enig ander recht voor waaruit de kwestieuze eigendomsaanmatiging blijkt. 

Bij gebrek aan toestemming noch schriftelijke overeenkomst kan minstens een deel van de omgevingsvergunning alleszins niet uitgevoerd worden. 

Doordat de aanvrager het eigendomsrecht van cliënten gewoon naast zich neerlegt en in diens aanvraagdossier – zonder enig akkoord van cliënten – hun eigendom mee opneemt in de aanvraag, maakt dat dit dossier bedrieglijk en/of misleidend opgesteld. De aanvrager houdt uw Bestuur voor, minstens wekt de schijn dat zij over enig zakelijk recht kan beschikken met betrekking tot de eigendom van cliënten, minstens dat dit juridisch mogelijk is, certe quod non. 

Het kan niet zijn dat er een private ontwikkeling een publieke functie moet dragen en in een doorgang moet voorzien tussen het fietspad langs de Sprinkwaterstraat en de Grote Eggestraat. Het Egge Park is en moet een privaat complex blijven. Onderliggende ontwikkeling hypothekeert dit privaat karakter. 

Het openen van een achteringang op een privéterrein zal de veiligheid (vandalisme, inbraak, diefstal) zeker doen dalen vermits er een vluchtweg gecreëerd wordt. 

Gelet op de afwezigheid van toestemming van cliënten kan voormelde aanvraag niet gerealiseerd worden. Een eventueel verleende omgevingsvergunning is niet uitvoerbaar. 

Hierbij dient gewezen te worden op artikel 78, §1 Omgevingsvergunningsdecreet dat stelt: 

  • ‘De omgevingsvergunning heeft een zakelijk karakter. Ze wordt verleend onder voorbehoud van de burgerlijke rechten die betrekking hebben op het onroerend goed. 

  • De beslissingen genomen op grond van dit decreet doen geen afbreuk aan de burgerlijke rechten van derden.’ 

Aangezien elke omgevingsvergunning onder voorbehoud van burgerlijke rechten – ook deze van derden – wordt verleend die zich op het kwestieus onroerend goed bevinden, maakt dit voorliggende aanvraag niet uitvoerbaar is. 

Ten tweede voorziet het project tevens in het rooien van 3 bomen. Vooreerst is er sprake van 4 bomen en geen 3 bomen: 

 

Opnieuw geeft dit aan dat het dossier op zeer gebrekkige wijze werd samengesteld. 

Het betreft de afgestorven bomen die zich ongeveer in het midden van de bouwgrond voor het project Rosmolen bevinden. 

Er bevindt zich echter nog een vierde boom tegen/op de rooilijn met het Egge Park, thans op de eigendom van de aanvrager / het projectgebied, die voor meer dan 40% afgestorven is en waarop nog nooit enig onderhoud gebeurde. Deze boom zal binnen afzienbare tijd dienen gerooid te worden. 

De kwestieuze boom: 

 

Deze boom bevindt zich op de voorziene brandweg op het aanvraagproject, minstens wordt de functie ‘brandweg’ gehypothekeerd. 

Waarom wordt deze boom ook nu niet gerooid en vervangen door een jonge boom? De wortels van de bestaande boom groeien nu reeds onder de brandweg door en zullen op termijn voor schade zorgen. Uw Bestuur zal een gepaste oplossing voordragen om een duurzame oplossing voor deze boom te vinden. 

De aanvraag dient dan ook manifest geweigerd te worden. 

4. Het aangevraagde is niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke orde  

a. Algemene principes  

Het artikel 1.1.4 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: ‘VCRO’) stelt:  

‘De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.’ 

Daar waar de vergunningverlenende overheid gebonden is door de vigerende bestemmingsvoorschriften, beschikt zij in haar beoordeling van de goede ruimtelijke ordening over een wettelijk toegekende discretionaire bevoegdheid. 

Het artikel 4.3.1, §2 VCRO geeft de decretale invulling van het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’: 

§2. De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen : 

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;  

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:  

a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1°;  

b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:  

1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;  

2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;  

3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. 

Met de invoering van de VCRO heeft het begrip goede ruimtelijke ordening’ een decretale grondslag gekregen. Het decreet dwingt op die manier de vergunningverlenende overheden om op een meer doordachte en integrale wijze de goede ruimtelijke ordening te onderzoeken (P. FLAMEY en G. VERHELST (ed.), Ruimtelijke Ordening herbekeken: Analyse van de Vlaamse Codex R.O. en het Decreet Grond- en Pandenbeleid, Brugge, Vanden Broele, 2010, 141). 

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening handhaven zowel de VCRO als de Raad voor Vergunningsbetwistingen het principe om de in omgeving bestaande toestand als uitgangspunt te nemen. In een arrest oordeelde de Raad van State dat de overheid een vergunning geldig kan weigeren/toestaan door enkel een begrensd gedeelte van de straat in aanmerking te nemen als de onmiddellijke omgeving van het betrokken perceel. 

b. Toepassing in casu  

Het project is een stijlbreuk met de bestaande toestand  

De vergunningverlenende overheid houdt bij de beoordeling van het aangevraagde eveneens rekening met de in de omgeving bestaande toestand. Ze is hiertoe zelfs verplicht (RvVb 13 maart 2018, nr. RvVb/A/1718/0665). 

Niet de vergunningstoestand maar wel de bestaande toestand is relevant bij de beoordeling (RvVb 11 juni 2013, nr. A/2013/0317; RvVb 26 januari 2016, nr. RvVb/A/1516/0503, cassverworpen: RvS 12 januari 2017, nr. 237.012; RvVb 20 december 2016, nr. RvVb/A/1617/0445; RvVb 16 april 2020, nr. RvVb/A/1920/0708). 

De beoordeling van wat behoort tot de “in de omgeving bestaande toestand” maakt deel uit van de discretionaire beoordeling van de vergunningverlenende overheid, bij gebrek aan definitie van dit begrip. De “in de omgeving bestaande toestand” is de voor het dossier “relevante” in de omgeving bestaande toestand, rekening houdend met de specifieke gegevens van het dossier (RvS 10 oktober 2011, nr. 215.666; RvS 22 februari 2010, nr. 201.111; RvS 20 maart 2009, nr. 191.711; RvVb 10 december 2012, nr. A/2012/0524; RvVb 22 februari 2011, nr. A/2011/0014; RvVb 1 oktober 2019, nr. RvVb/A/1920/0125). 

De aard van het te onderzoeken aandachtspunt, in relatie met de bestaande omgeving, speelt hierin een belangrijke rol. Aspecten van hinder noodzaken veelal uit zichzelf een onderzoek naar de relevante onmiddellijke omgeving. De beoordeling van de functionele inpasbaarheid noodzaken dan weer vaker een onderzoek naar de ruimere omgeving (RvVb 17 december 2020, nr. RvVb/A/2021/0445). 

De toetsing aan de bestaande toestand in de onmiddellijke omgeving is hierbij niet gelijk te stellen met de toetsing aan de bestaande toestand op het perceel zelf (RvVb 10 juli 2018, nr. RvVb/A/1718/1091). 

De vergunningverlenende overheid moet in de eerste plaats rekening houden met de onmiddellijke omgeving (RvVb 22 augustus 2017, nr. RvVb/A/1617/1161). Afhankelijk van de aard en de omvang van de aanvraag, en in zoverre dit bij de beoordeling van de aanvraag daadwerkelijk relevant is, moet eveneens de inpasbaarheid in de ruimere omgeving onderzocht worden (RvVb 13 augustus 2019, nr. RvVb/A/1819/1290; RvVb 13 augustus 2019, nr. RvVb/A/1819/1292). Deze is evenwel minder doorslaggevend en kan er niet toe leiden dat inpasbaarheid in de onmiddellijke omgeving – de naastliggende percelen in het bijzonder – die de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening het sterkst beïnvloedt, buiten beschouwing wordt gelaten (RvVb 24 oktober 2012, nr. A/2012/0435; RvVb 30 mei 2017, nr. RvVb/A/1617/0895; RvVb 9 januari 2018, nr. RvVb/A/1718/0385; RvVb 13 augustus 2019, nr. RvVb/A/1819/1292; RvVb 26 november 2019, nr. RvVb/A/1920/0291; RvVb 1 oktober 2020, nr. RvVb/A/2021/0088. RvVb 28 januari 2020, nr. A/1920/0490, cassverworpen: RvS 23 maart 2021, nr. 250.184. S. KERREMANS, “Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen en de relevante omgeving: twee can-do’s voor meer flexibiliteit in de omgevingstoets”, STORM 2021/2, 12). Onder de onmiddellijke omgeving dient de omgeving te worden begrepen die een ruimtelijke impact kan ondergaan door het aangevraagde ( RvVb 29 november 2016, nr. RvVb/A/1617/0348). 

Uit hetgeen hierna volgt blijkt onomstotelijk dat het aangevraagde NIET in overeenstemming is noch kan gebracht worden met de bestaande toestand ter plaatse. 

Het project is functioneel niet inpasbaar  

Daargelaten het projectgebied gelegen is in de bestemmingszone ‘woongebied’, is het geenszins functioneel inpasbaar. 

Dit val in eerste instantie te verklaren doordat het in casu gaat om een bouwproject dat wordt voorzien in de zogenaamde tweede bouwzone. Indien het bouwen in de tweede bouwlijn niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening, kan/dient het aangevraagde dan ook te worden geweigerd. 

Specifiek inzake het bouwen in de tweede bouwlijn, moet worden verwezen naar de volgende rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen: (RvVb 9 juni 2022, nr. RvVb-A-2122-0832). 

‘Uit geciteerde overwegingen blijkt duidelijk dat verwerende partij de aanvraag in essentie weigert omdat de beoogde woning in tweede bouwlijn aldaar ruimtelijk niet inpasbaar is door de hoogte, de inplanting en de ontsluiting hiervan.  

(…)  

De omliggende bebouwing, waaronder de woning van tussenkomende partij, is alleszins mee bepalend voor de relevante in de omgeving bestaande toestand.’ 

Uit de integrale hierna volgende uiteenzetting blijkt dat het aangevraagde inderdaad haaks staat op meerdere aspecten die de goede ruimtelijke ordening uitmaken. 

Daarnaast valt uit deze rechtspraak ook af te leiden dat de eigendom van bezwaarindieners mede bepalend zijn voor de relevante in de omgeving bestaande toestand. 

In eerste instantie springt het in het oog dat de aanvrager zelf niet voorziet in een eigen ontsluiting naar de Genkerbaan via zijn perceel. Het moet in deze context reeds worden benadrukt dat de verwezenlijking van een bepaald project niet kan worden afgewenteld op de omgeving van het project. Dit zou bovendien reeds verklaren dat het project niet thuishoort op de locatie in kwestie… 

Integendeel, en in het verlengde van het voorgaande, beoogt de aanvrager een ‘oversteek’ op het perceel van bezwaarindieners. Anders gezegd: de aanleg van een trage verbinding, waarvan sprake in de aanvraag, betreft een te realiseren verbinding tussen de Grote Eggestraat, via de noordelijke brandweg (zijde Genkerbaan) van bezwaarindieners, via het project Rosmolen en het fietspad gelegen ten oosten van het Egge Park. 

Visueel betekent dit het volgende:  

  • Rode lijn: af te leggen weg door traag verkeer  

  • Blauwe cirkel: ingang ondergrondse garage bezwaarindieners  

 

Los van het feit dat het verkeer wordt afgewenteld op het perceel van bezwaarindieners, veroorzaakt dit evenzeer een zeer verkeersonveilige situatie wanneer auto’s de ondergrondse parkeergarage verlaten. 

Dit blijkt uit de volgende afbeeldingen: 

 

 

 

Hierboven wordt duidelijk aangetoond dat er quasi geen enkel zicht is voor de voertuigen komende uit de ondergrondse garage op de aanstormende fietsers. 

Daarenboven bevindt er zich pal voor deze brandweg ook de parking voor bezoekers. Dit betekent dat er een drievoudige verkeersbeweging wordt gerealiseerd. Zulks kan enkel maar tot ongevallen en andere verkeersonveilige situatie leiden.  

Aangezien de ondergrondse garage een scherpe helling kent, dienen de voertuigen die de ondergrondse garage verlaten, bijkomende snelheid te maken om zo boven op de gelijkvloerse verdieping uit te komen. Deze bestaande situatie brengt nogmaals de verkeersveiligheid ter plaatse in het gedrang.  

Het weze duidelijk dat de brandweg een ‘brandweg’ betreft die niet als trage verbinding kan gelden voor een achterliggende ontwikkeling. Het advies van de brandweer in deze is dan ook van groot belang. 

Voorts wordt er op gewezen dat de eigenaars langsheen de Genkerbaan tevens over een erfdienstbaarheid beschikken die uitkomt op deze brandweg: 

 

Wanneer EN de brandweg haar eigen functie heeft als brandweg, EN er een erfdienstbaarheid werd verleend aan alle eigenaars langs de Genkerbaan, EN de brandweg uitkomt op de ondergrondse parkeergarage ten behoeve van 73 woningen, EN de brandweg aantakt op de parking voor bezoekers, kan er op geen enkele redelijke wijze een doorgang gerealiseerd worden voor enige achterliggende ontwikkeling goed wetende dat deze ontwikkeling reeds over 2 ontsluitingen beschikt.  

Bovendien worden er donkere en onveilige plaatsen/hoeken gecreëerd. Wie gaat in verlichting voorzien conform de bestaande verlichting in het Eggepark voor deze trage verbinding? De gemeente Zonhoven? Zal de gemeente Zonhoven tevens de bestaande ondergrondse bekabeling afkopen/vergoeden en in de toekomst het elektriciteitsverbruik voor haar rekening nemen? Betaalt de gemeente Zonhoven het onderhoud van en langs deze brandweg?  

Het aangevraagde ligt pal langs de Sprinkwaterstraat hetgeen een fietspad betreft dat aantakt zowel op de Rosmolenweg, Grote Eggestraat als de Genkerbaan. Het is dan ook volkomen onlogisch en geheel onredelijk om nog een extra ontsluiting te voorzien naar het centrum. 

Daarnaast wordt er slechts één ontsluiting voorzien langs de Rosmolenweg. 

Alleszins worden NERGENS in de ruime omgeving op zulke schaal appartementsgebouwen aangetroffen op zulk beperkt perceel. 

In de meeste gevallen betreft de bouwhoogte ter plaatse 3 bouwlagen met eventueel een zadeldak. Voorliggend project voorziet in gebouwen bestaande uit 4 bouwlagen deels met ruime terrassen op alle verdiepingen. 

Het weze duidelijk dat deze verschijningsvorm vreemd is in de omgeving, zeker aangezien deze realisatie zich in tweede lijn wordt opricht (cf. supra). 

Dit project met de 3 mastodontische appartementsblokken zijn dan ook functioneel niet inpasbaar in de (ruimere dan wel) onmiddellijke omgeving. Dit mede gelet op de beperkte oppervlakte van het perceel. Dit staat haaks op het aangevraagde, nl.: 39 wooneenheden. 

Het weze duidelijk dat het aangevraagde appartementsgebouwen zowel naar bouwaantal als naar bouwhoogte totaal NIET passen in de onmiddellijke omgeving. 

Het is bovendien vaste rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat de toetsing van de functionele inpasbaarheid dient nagegaan te worden aan de hand van de goede ruimtelijke ordening ter plaatse (RvVb 21 januari 2014, nr. A/2014/0060). 

‘Bij het onderzoek naar de functionele inpasbaarheid dient nagegaan te worden of de functie van het gebouw past in de omgeving waarbij rekening dient te worden gehouden met de bestaande omgeving en de reeds bestaande en geplande functies.’ 

Voorgaande is uiteraard ondergeschikt aan het gegeven dat de aanvrager over geen enkele titel beschikt waaruit zou blijken dat er enig recht toekomt aan de aanvrager om deze trage weg te realiseren. 

Aan dit criterium is niet voldaan. 

Het project zorgt voor mobiliteitsoverlast  

Het project van 39 woonentiteiten wordt volledig ontsloten via één ontsluiting gesitueerd langs de Rosmolenweg. 

Het weze duidelijk dat zulk omvangrijk project over meerdere ontsluitingen dient te beschikken. 

De Rosmolenweg is niet uitgerust om deze bijkomende verkeersbewegingen voor haar rekening te nemen. Hierdoor zal tevens de verkeersveiligheid in het gedrang komen. De Rosmolenweg beschikt noch over een fietspad, noch over een voetpad. Bovendien dient het (bewoners-)parkeren tevens te geschieden op straat… en hier dient dan nog een uitsluiting voorzien te worden van 39 woonentiteiten. Zulks is werkelijk absurd. 

Zicht op de Rosmolenweg ter hoogte van de kruising met de Grote Eggestraat: 

 

De meeste gezinnen hebben tegenwoordig 2 personenwagens. Bovendien voorziet de aanvrager per appartement meestal in twee slaapkamers. Daarenboven houdt de aanvrager nog niets eens voldoende rekening met de overige (niet-residentiële) bezoekers van de appartementen: 

 

 Hoe dan ook zullen bijkomende personenwagens wederom worden afgewenteld op de buurt van de Rosmolenweg. Dit gegeven staat haaks op de notie ‘goede ruimtelijke ordening’. 

Immers, ca. 75 wagens, 3 bewegingen per dag : dat zijn 225 wagens die via dat ene straatje zullen passeren. Dit lijkt ons in deze context van de Rosmolenweg gewoon niet haalbaar. De standpunten in het aanvraagdossier worden ook nergens onderbouwd door objectieve stukken. 

Cliënten merken alleszins volgende kritieken op: 

  • De mobiliteitsstudie creëert een vals gevoel van weinig effecten voor de verkeersdrukte en verzadiging van straten zoals Rosmolenweg als de Grote Eggestraat. Nochtans zijn deze straten niet uitgerust voor het bijkomende verkeer (te smal, geen of nauwelijks voorzieningen voor zwakke weggebruikers). De aanwezige fietssuggestiestroken en aanduiding fietsstraat geven niet meer dan een vals gevoel van veiligheid, zolang elke vorm van handhaving ontbreekt. Uit de aanvraag is niet af te leiden welke engagementen het gemeentebestuur neemt om voorliggend project op vlak van verkeersveiligheid te faciliteren. Zolang het Gemeentebestuur terzake geen beslissing neemt, is voorliggend project niet vergunbaar.  

  • De mobiliteitsstudie geeft duidelijk aan dat de Rosmolenweg niet uitgerust is voor de verkeerstromen als gevolg het project.  

Bovendien leidt deze situatie er toe dat alle verkeer (bestaand en nieuw als gevolg van het project) via de Rosmolenweg het woongebied moet inrijden. De precaire situatie van de Rosmolenweg als ontsluiter is hoger reeds uitvoerig geschetst. 

Andere frappante feiten uit de Mobiliteitsnota wijzen er duidelijk op dat het mobiliteitsnet zulk densitair project niet aankan: 

  • De Rosmolenweg is niet uitgerust met aparte voetgangersinfrastructuur. Voetgangers dienen op de weg of in de zachte berm te wandelen.  

  • De Rosmolenweg betreft zelfs geen 2x1 rijweg zonder middenstreepmarkering.  

Zolang het project niet voorziet in een gedegen afwikkeling van haar eigen mobiliteit-/parkeerproblematiek, voldoet het aangevraagde niet aan het vereiste beoordelingscriterium. 

Aan dit criterium is niet voldaan. 

Het project is te omvangrijk qua schaal en ruimtegebruik/bouwdichtheid  

Zoals hiervoor reeds opgemerkt, voorziet de aanvraag een heel hoge bewoningsdichtheid en dito ruimtegebruik in het projectgebied. 

Daar waar in tegenstelling hierop, in de (onmiddellijke) omgeving ruime percelen met eengezinswoningen kenmerkend zijn, gecombineerd met ruime woonerven. 

Het volledige projectgebied wordt quasi volgebouwd. Daarnaast wordt tevens voorzien in appartementen met een hoogte en densiteit die in zijn geheel omgevingsvreemd zijn. 

Bijkomend voorziet de aanvraag een heel hoog ruimtegebruik in het projectgebied. 

Dit is geheel vreemd in de (ruime) omgeving (cf. infra). 

In de motivatienota worden de criteria ‘schaal’ en ‘ruimtegebruik en bouwdichtheid’ zeer summier omschreven conform artikel 4.3.1. VCRO, minstens zal uw College vaststellen dat aan voornoemde criteria niet wordt voldaan minstens gebagatelliseerd. Deze motivering betreft niet meer dan een nietszeggende stijlformule. 

Vreemd, aangezien er in de ruime omgeving geen enkele vergelijkbare constructie met deze hoogte en impact werd opgericht…  

Er wordt evenmin een afdoende alternatievenstudie gevoerd.  

Er wordt bovendien een ter plaatse overdreven dichtheid gecreëerd. Het project speelt niet in op de toestand ter plaatse.  

Bovendien voorziet het project in twee, drie of mogelijks zelfs vier bouwlagen.  

Dit is geheel vreemd in de (ruime) omgeving (cf. supra).  

Het aangevraagde voldoet niet aan de criteria ‘schaal’ en ‘ruimtegebruik en bouwdichtheid’.  

Er wordt onvoldoende ruimte voorzien voor kwalitatief groen.  

Dit is naar woonkwaliteit niet aanvaardbaar.  

Het aangevraagde project is ruimtelijk ONaanvaardbaar 

Aan dit criterium is niet voldaan.  

Het project zorgt voor hinder  

In de MER-screening zoals gevoegd bij de aanvraag wordt steevast gesteld dat het project geen effect heeft op de mens (of enig ander omgevingsaspect): ‘Nee’ 

Dit is evenwel geenszins het geval is. De actuele woonomgeving waarin wij thans wonen zal voorgoed wijzigen.  

Hieronder zal dit alles worden toegelicht waarna geconcludeerd zal moeten worden dat de MER-screening foutief, minstens onvolledig werd opgesteld (cf. supra).  

In de motivatienota wordt eenvoudigweg gesteld dat er ‘geen noemenswaardige hinder verwacht wordt’. Deze motivering kan niet weerhouden worden, daar zij op geen enkele wijze wordt onderbouwd. Wederom beperkt de aanvraag tot een te beperkte invulling van de aanvraag.  

Het spreekt voor zich dat het weidse zicht dat wij vanuit onze woningen hebben op het ongeschonden landschap door de inplanting van het project ernstig en definitief zal worden verstoord. Deze verstoring maakt in onzer hoofde uiteraard rechtstreekse hinder uit die rechtstreeks verbonden is met de oprichting van het project.  

Hiervoor werd reeds omstandig aangegeven dat het project voor aanmerkelijke mobiliteitshinder ter plaatse zal zorgen, aangezien enerzijds er een te densitair project wordt voorzien en anderzijds dat het project niet voorziet in voldoende parkeergelegenheid voor personenwagens van de bewoners/bezoekers van de voorziene woongelegenheden. Alleszins wordt de ontsluiting geregeld via de Rosmolenweg dewelke hierop niet voorzien is en dewelke op heden reeds meer dan verzadigd is.  

Het is dan ook meer dan aannemelijk dat voornoemde personenwagens voor onze woning zullen geparkeerd worden. Dit zorgt voor bovenmatige hinder.  

Naast de mobiliteitshinder worden meerdere onder ons ook geconfronteerd met verregaande privacyhinder 

Het project voorziet in meerdere gebouwen op slechts een korte afstand de perceelgrens. Bovendien wordt er op geen enkele wijze aan buffering dan wel dan wel aan milderende maatregelen voorzien om zo de negatieve effecten op de reeds bestaande bebouwing te milderen. Alleszins kijken de voorziene woningen rechtstreeks uit op de eigendommen van cliënten. 

Satellietfoto actuele situatie 

 

Op basis van bovenstaande foto juncto inplantingsplan zoals bijgebracht in het aanvraagdossier blijkt duidelijk dat er zeker 39 wooneenheden met directe als haakse inplanting worden opgericht pal achter onze eigendommen. De inkijk op onze eigendommen zal zonder enige discussie immens zijn. Bovendien worden er ook nergens milderende maatregelen voorzien. Dit überhaupt voor zover dit al mogelijk is gelet op de korte afstand tot de perceelgrens. Zelfs wanneer deze afstand significant zou vergroot worden zal de inkijk extreem zijn. Immers, het feit dat er drie à 4 volwaardige leef- en bouwlagen met terrassen aan de achterzijde worden voorzien kan op geen enkele wijze naar hinder toe gemilderd worden.  

Het is ook werkelijk onbegrijpelijk dat er geen enkele buffering tussen de percelen wordt voorzien.  

Het is frappant dat de aanvrager op geen enkele wijze met cliënten rekening houdt en eenvoudigweg het projectgebied volbouwt. Een alternatieve invulling bestaande uit het vervangen van de drie appartementsgebouwen naar grondgebonden woningen zou voor cliënten al een wereld van verschil uitmaken, niet in het minst naar inkijk toe.  

Geluidshinder en schending van het rustig woongenot zal tevens ervaren moeten worden door cliënte als gevolg van het publieke karakter van de trage doorgangsweg die de aanvrager ter plaatse wenst te realiseren.  

Temeer dat het project onvoldoende voorziet in groenaanplantingen die de privacyhinder eventueel zouden kunnen verminderen.  

In het arrest VAN CANT (RvVb 6 mei 2014, nr. A/2014/0320, VAN CANT) heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen thans bevestigd dat privacyhinder en inkijk een cruciaal beoordelingselement betreffen: 

‘Het blijkt niet dat de in de omgeving bestaande bebouwing en allerminst wat betreft soortgelijke constructies concreet werd beschreven of onderzocht. Evenmin blijkt dat de privacyhinder en inkijk zoals aangevoerd door de verzoekende partij concreet en zorgvuldig werden onderzocht, waarbij het al dan niet in overeenstemming zijn van een aanvraag met de bepalingen uit het burgerlijk wetboek omtrent lichten en zichten geen afbreuk doet aan deze vaststelling. Net omwille van de geringe wijziging aan het concept van de voorliggende terrasinrichting ten overstaan van de eerst uitgevoerde terrasinrichting en de reeds gedane vaststelling inzake de ruimtelijke draagkracht naar het aanpalend perceel, was het aangewezen het aanpalend perceel concreet in de beoordeling te betrekken en is de historiek van het dossier, in tegenstelling tot wat de verwerende partij voorhoudt, wel degelijk van belang.’ 

De direct aanpalende woningen vrezen voor permanente geluidsoverlast, trillingen, autolichten die permanent in diverse woonruimtes zullen schijnen… om nog maar te zwijgen over de totaal onveilige situatie.  

Andere te verwachten overlast en hinder zoals zwerfvuil, nachtlawaai wordt verwacht door het gebruik van vreemden en passanten die dan kunnen passeren over een privéterrein. Evenmin wordt hieromtrent enige milderende maatregel voorzien in voorliggend project.  

Het weze duidelijk dat het aangevraagde in sterk overdreven mate hinder bezorgt aan cliënten.  

Aan dit criterium is niet voldaan. 

Het gebruiksgenot van onze eigendom wordt gehypothekeerd  

Gelet op hetgeen hiervoor reeds omstandig werd uiteengezet, worden cliënten geconfronteerd met zeer veel gebouwen in de directe omgeving. Deze gebouwen zullen bovendien voor ernstige privacy-, mobiliteits- en lichthinder zorgen.  

Onze hinder zal in alle gevallen bovenmatig zijn (cf. supra).  

Het staat dan ook vast dat ons gebruiksgenot wordt gehypothekeerd.  

Voorliggend project kan aldus niet aanvaard worden wegens niet aanvaardbare hinder.  

De Raad voor Vergunningsbetwistingen sanctioneerde in het verleden reeds gelijkaardige schendingen van het woon- en leefgenot (RvVb S/2014/0024, 28 januari 2014 (rolnr. 1213/0778/SA/3/0737):  

‘In de veronderstelling dat van de verzoekende partijen in redelijkheid een normale mate van tolerantie mag worden verwacht ten aanzien van hinder eigen aan de bestemming woongebied met landelijk karakter, dienen de verzoekende partijen aan te tonen dat hun leefomgeving en woongenot dermate wordt aangetast dat het relatieve evenwicht daadwerkelijk wordt verbroken.  

De verzoekende partijen hebben bij hun verzoekschrift een uitgebreide fotoreportage van de bestaande toestand gevoegd. Aan de hand van deze fotoreportage, het verkavelingsplan en de verkavelingsvoorschriften is de Raad van oordeel dat de wijze waarop de percelen worden verkaveld een aanzienlijke impact zal hebben op het woon- en leefgenot van de verzoekende partijen waardoor het relatieve evenwicht tussen hinder eigen aan een woongebied met landelijk karakter en de tolerantie die er tegenover dient te staan, zal worden verbroken.’  

Hoewel veel verbloemend taalgebruik, onder meer zoals hoger in schuine druk weergegeven, is de enige doelstelling van het project de bebouwbare oppervlakte aan maximaal (financieel) rendement te verkavelen. Woonkwaliteit, gemeenschapsvoorzieningen, speelpleinen, rustplaatsen, … zijn slechts marginaal onderdeel van het project. Dit gaat ten koste van onze levenskwaliteit en alle hinder wordt eenvoudigweg op ons afgewenteld.  

De constante stroom van voertuigen die het project in- en uitrijden zal een negatieve impact hebben op het wooncomfort Bovendien zal het wooncomfort van zowel cliënten als alle buurtbewoners worden aangetast door geluidsoverlast.  

Het staat dan ook vast dat ons gebruiksgenot wordt gehypothekeerd.  

Ook aan dit criterium werd niet voldaan. 

De veiligheid ter plaatse komt in het gedrang  

Cliënten wijzen er – nogmaals – op dat de veiligheid en meer bepaald de verkeersveiligheid ter plaatse ernstig in het gedrang komt, mocht het aangevraagde vergund worden.  

De plaatsing van de enige in- en uitrit van het project via de Rosmolenweg zal het in- en uitrijden van deze straat aanzienlijk bemoeilijken. Dit kan potentieel leiden tot vertragingen en ongewenste verkeerssituaties, wat de veiligheid van voetgangers, fietsers en automobilisten in gevaar kan brengen.  

Door de toename van verkeersdrukte kan de veiligheid van deze spelende kinderen in gevaar komen. Het verhoogde verkeer en de mogelijke verhoogde snelheid (aangezien veel voertuigen de maximumsnelheid in de Grote Eggestraat nu al niet respecteren) vergroten het risico op ongevallen en bedreigen de beschermde speelomgeving in onze straat.  

Cliënten kunnen hieromtrent voor het overige volstaan met hetgeen hiervoor werd uiteengezet.  

De materialen zijn geen architecturaal samenhangend geheel en te modern  

De appartementsgebouwen worden grotendeels opgericht met tegenwoordig moderne materialen.  

Deze verschijningsvorm geeft de indruk zeer modern te zijn, doch vormt geen architecturaal geheel. De ontwerper heeft totaal geen oog voor de omgeving. Dit vormt geen architecturaal samenhangend geheel.  

Bovendien wordt de (ruime) omgeving gekenmerkt door uitgesproken landelijke woontypes. ‘Hypermoderne’ verschijningsvormen zoals voorzien in de aanvraag, horen hier dan ook niet thuis.  

Het aangevraagde voldoet ook niet aan het criterium van ‘visueel-vormelijke elementen’. 

5. Aanvullende bezwaren  

Verhoging ruimtelijke rendement niet aangetoond  

Daarnaast kan de vergunningverlenende overheid sinds 30 december 2017 ook de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement in rekening brengen voor zover ( Art. 4.3.1, § 2, eerste lid, 2°, b) VCRO.): 

  1. De rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;  

  1. De rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is.  

De mogelijkheid om rekening te houden met beleidsmatig gewenste ontwikkelingen wordt door de rechtspraak streng ingevuld. Zo kan een beleidsmatig gewenste ontwikkeling er op zich niet toe leiden dat de in de omgeving bestaande toestand buiten beschouwing wordt gelaten (MvT Parl.StVl.Parl. 2016-17, nr. 1149/1). 

Vandaar werd het mogelijk gemaakt om, o.a. in het licht van het streven naar een duurzame ruimtelijke ordening zoals bepaald in artikel 1.1.4 VCRO.  

Ter plaatse bevindt er zich geen enkele objectief vergelijkbaar project. De omgeving wordt uitsluitend gekenmerkt door residentiële woningen en openruimte. Door het vergunnen van voorliggende aanvraag wordt het ruimtelijk rendement niet verhoogd. Sterker nog, dit zou een sterk negatieve invloed hebben voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Dat de rendementsverhoging in de betrokken omgeving ONverantwoord is.  

GEEN beleidsmatig gewenste ontwikkeling  

De overheid kan tot slot ook aspecten in rekening brengen met betrekking tot beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de hogervermelde aandachtspunten (Art. 4.3.1, § 2, eerste lid, 2°, a) VCRO) ( RvVb 18 april 2017, nr. RvVb/A/1617/0765).  

Een beleidsmatig gewenste ontwikkeling houdt in dat de overheid wettelijk over een appreciatiemarge beschikt en gebruik maakt van die beoordelingsvrijheid om in zijn vergunningsbeslissingen consequent een gewenste lijn te volgen, zonder dat de wet de overheid tot een bepaalde beslissing verplicht.  

Houdt de overheid rekening met deze ontwikkelingen, dan zal ze de nodige omzichtigheid aan de dag moeten leggen en een aantal beginselen respecteren (J. GEBRUERS, “Time travel in het vergunningenbeleid”, TOO 2013, 465; T. DEWAELE, “Vergunningen”, in P. FLAMEY en G. VERHELST, Ruimtelijke Ordening herbekeken. Analyse van de Vlaamse Codex R.O. en het Decreet Grond- en Pandenbeleid, Brugge, Vanden Broele, 2010, 143). Zo zal de overheid die een bepaalde stedenbouwkundige politiek voert, deze politiek moeten bekendmaken en in concreto onderzoeken of een bepaald project daaraan beantwoordt (MvTParl.StVl.Parl., 2008-09, stuk 2011/1, nr. 401; RvVb 31 juli 2012, nr. A/2012/0312; RvVb 19 februari 2013, nr. A/2013/0071; RvVb 18 juni 2013, nr. A/2013/0331; RvVb 18 maart 2014, nr. A2014/0203; RvVb 22 april 2014, nr. A/2014/0288; RvVb 4 november 2014, nr. A/2014/0743; B. DE SMET, “De goede ruimtelijke ordening als criterium bij stedenbouwkundige vergunningen”, TOO 2013, 3; F. SEBREGHTS, “‘Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen’ als beoordelingsgrond bij vergunningverlening”, TROS 2012/68, 228; R. TIJS, “Praktijkrubriek. Stedenbouwkundige ‘richtlijnen’ als alternatief instrument voor regelgeving?”, TROS 2016/1, nr. 81, 69-71).  

Het oprichten van een zulk groot en exorbitant woonproject vindt nergens enige steun binnen de beleidsdocumenten.  

Huidige aanvraag niet getuigt van een correcte ruimtelijke ordening aangezien deze projectzone destijds ook niet werd aangeduid op het GRS als een zoekzone.  

Indien uw Bestuur alsnog de aanvraag zou inwilligen schendt zij de beleidsmatig gewenste ontwikkelingen ter plaatse.  

Waardevermindering eigendommen  

Het geplande project en vooral de afwezigheid maar ook maar enige milderende maatregel, zullen onomstotelijk een negatieve impact hebben op de waarde van de eigendommen van cliënten.  

De plaatsing van de drukke in- en uitrit langs de Rosmolenweg als pal langs ons project Eggepark zal de waarde van deze eigendommen gedeeltelijk verminderen. Dit kan nadelig zijn als zij besluiten om hun eigendommen te verkopen vanwege de overlast die dit met zich meebrengt. Verder zal het voor een totale waardevermindering zorgen van de hele straat / buurt, gezien bovenstaande argumenten.  

Cliënten maken nu reeds het ruimste voorbehoud om alle schade te verhalen. 

Vergunning zou (burgerlijke) geschillen in de hand werken  

Hiervoor hebben cliënten reeds aangegeven dat het aangevraagde overdreven hinder genereert. Het gaat o.a. zowel om privacyhinder als lichthinder als mobiliteitshinder.  

Het getuigt niet van het naleven van het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur indien de gemeente Zonhoven zou overgaan tot het vergunnen van het aangevraagde.  

Hieromtrent maken wij nu reeds het ruimste voorbehoud voor alle schade en zal deze verhalen via burgerrechtelijke weg bij zowel de aanvrager als de gemeente Zonhoven wegens onzorgvuldig overheidshandelen.  

Vergunning zou strijdig zijn met het vertrouwensbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur  

Het vertrouwensbeginsel wordt als volgt door de Raad van State gedefinieerd:  

‘Het vertrouwensbeginsel kan worden omschreven als een van de beginselen van behoorlijk bestuur. Krachtens dit beginsel moet de burger kunnen vertrouwen op een vaste gedragslijn van de overheid of op toezeggingen en beloftes die de overheid in een concreet geval zou doen. Dit beginsel beperkt zich echter tot het optreden van het actief bestuur en niet van een rechtscollege’ (RvS 6 februari 2001, nr. 93.104, MISSORTEN). 

Het vertrouwensbeginsel impliceert dat rechtsonderhorigen erop kunnen vertrouwen dat rechtvaardig gecreëerde verwachtingen worden nageleefd door de overheid.  

Wij mogen er dan ook op vertrouwen dat op het perceel geen gebouwen van dergelijke schaal en terreinbezetting zullen worden vergund. Door alsnog een dergelijk project te vergunnen, wordt het vertrouwensbeginsel geschonden.  

Gelet op de omstandig uiteengezette bezwaren tegen het aangevraagde, verzoeken cliënten om de kwestieuze aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren 

De samenstelling van de aanvraag is in eerste instantie bedrieglijk, minstens misleidend. Bovendien is gebleken dat de vergunning uiteindelijk niet uitvoerbaar zal zijn. Vervolgens is duidelijk gemaakt dat de aanvraag manifest strijdig is met de goede ruimtelijke ordening ter plaatse. Ten slotte zou het verlenen van de vergunning het vertrouwensbeginsel schenden en burgerlijke geschillen in de hand werken. "

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 3: 

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg (trage verbinding (fietspad)), en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er volgende specifieke bezwaren geuit. 

Volgens de bezwaarindieners bevat het aanvraagdossier volgende hiaten, leemtes en onduidelijkheden met betrekking tot de aanleg van de trage verbinding: 

  • Er wordt een gemeenteweg gerealiseerd via de noordelijke brandweg van het Eggepark.  Op deze wijze wordt het eigendomsrecht van de eigenaars van Eggepark geschonden. 

  • Er zit weinig logica in de aanleg van de gemeenteweg aangezien de ontsluiting van het project zal gebeuren via de Rosmolenweg. 

  • De overweging om te ontsluiten naar de Genkerbaan is niet gemaakt. 

  • Volgende vragen worden gesteld 

    • Wie kan gebruik maken van de trage verbinding? Kunnen ook mensen die niet-woonachtig zijn in het nieuwe project doorheen het Eggepark rijden? 

    • Hoe zit het met de verkeersveiligheid? 

    • Hoe zit het met het ontstaan van donkere en onveilige plaatsen ten gevolge van de trage verbinding?  Hoe zal de trage verbinding worden verlicht? 

Het bezwaarschrift betwist de uitvoerbaarheid van tenminste een deel van de omgevingsvergunning om volgende redenen: 

  • In het aanvraagdossier wordt volgens de bezwaarindieners voorbehouden dat de eigendom van de bezwaarindieners mee wordt opgenomen in de aanvraag, dit voor zover er een trage doorgang ten bate van de aanvrager wordt voorzien over de eigendom van cliënten.  De bezwaarindieners stellen daarbij dat hierover geen toestemming is gegeven en dat er ook geen schriftelijke overeenkomst over werd opgesteld Volgens de bezwaarindieners is er geen ander recht dat voorligt waaruit deze volgens hen eigendomsaanmatiging blijkt. 

  • De bezwaarindieners stellen dat de aanvrager het eigendomsrecht van cliënten gewoon naast zich neerlegt en in diens aanvraagdossier – zonder enig akkoord van de bezwaarindieners – hun eigendom mee opneemt in de aanvraag. Ze geven daarbij aan dat het dossier dan ook bedrieglijk en/of misleidend is opgesteld en dat daarbij ten opzichte van het bestuur tenminste de schijn wordt gewekt dat de aanvrager over enig zakelijk recht kan beschikken met betrekking tot de eigendom van cliënten of dat dit minstens juridisch mogelijk is. 

  • De bezwaarindieners stellen dat het niet kan zijn dat er een private ontwikkeling een publieke functie moet dragen.  En dat onderliggende ontwikkeling dit privaat karakter hypothekeert. 

  • Het openen van een achteringang op een privéterrein zal, volgens de bezwaarindieners, de veiligheid (vandalisme, inbraak, diefstal) doen stijgen vermits er een vluchtweg gecreëerd wordt. 

  • Zij wijzen er dan ook op dat de aanvraag, wegens gebrek aan toestemming, niet gerealiseerd kan worden en dat een eventueel verleende omgevingsvergunning niet uitvoerbaar is waarbij verwezen wordt naar artikel 78,§1 van het Omgevingsvergunningsdecreet. 

Met betrekking tot de trage verbinding betwisten de bezwaarindieners tenslotte de functionele inpasbaarheid van het project om volgende redenen: 

  • Aangezien de aanvrager een ‘oversteek’ op het perceel van bezwaarindieners beoogt.  

  • Zij zijn daarbij ook van mening dat het verkeer wordt afgewenteld op het perceel van bezwaarindieners en dat dit een zeer verkeersonveilige situatie veroorzaakt wanneer auto’s de ondergrondse parkeergarage verlaten. Volgens de bezwaarindieners tonen zij duidelijk aan dat er quasi geen enkel zicht is voor de voertuigen komende uit de ondergrondse garage op de fietsers.   

  • Daarenboven stellen zij dat er zich pal voor de brandweg ook de parking voor bezoekers bevindt. Dit betekent volgens hen dat er een drievoudige verkeersbeweging gerealiseerd wordt en dat dit tot ongevallen en andere verkeersonveilige situaties kan leiden.  

  • Volgens de bezwaarindieners zorgt de hellingsgraad van hun ondergrondse garage ervoor dat de voertuigen die de ondergrondse garage verlaten bijkomende snelheid moeten maken om zo boven op de gelijkvloerse verdieping uit te komen en dat dit nogmaals de verkeersveiligheid ter plaatse in het gedrang brengt 

  • Zij stellen dat de brandweg een ‘brandweg’ betreft die niet als trage verbinding kan gelden voor een achterliggende ontwikkeling en verwijzen hiervoor naar het groot belang van het advies van de brandweer in deze. 

  • De bezwaarindieners wijzen erop dat de eigenaars langsheen de Genkerbaan tevens over een erfdienstbaarheid beschikken die uitkomt op deze brandweg.  Dat deze brandweg daarenboven haar eigen functie als brandweg, en uitkomt op de ondergrondse parkeergarage ten behoeve van 73 woningen en aantakt op de parking voor bezoekers en dat er daardoor op geen enkele redelijke wijze een doorgang gerealiseerd worden voor enige achterliggende ontwikkeling goed wetende dat deze ontwikkeling reeds over 2 ontsluitingen beschikt. 

  • Zij zijn van mening dat er donkere en onveilige plaatsen/hoeken gecreëerd worden en vragen zich volgende af: 

    • Wie gaat in verlichting voorzien conform de bestaande verlichting in het Eggepark voor deze trage verbinding? De gemeente Zonhoven?  

    • Zal de gemeente Zonhoven tevens de bestaande ondergrondse bekabeling afkopen/vergoeden en in de toekomst het elektriciteitsverbruik voor haar rekening nemen?  

    • Betaalt de gemeente Zonhoven het onderhoud van en langs deze brandweg?  

  • De bezwaarindieners halen aan dat het aangevraagde pal langs de Sprinkwaterstraat ligt hetgeen een fietspad betreft dat aantakt zowel op de Rosmolenweg, Grote Eggestraat alsmede de GenkerbaanZij vinden het dan ook volkomen onlogisch en geheel onredelijk om nog een extra ontsluiting te voorzien naar het centrum.  Daarnaast wordt er slechts één ontsluiting voorzien langs de Rosmolenweg. 

De raad sluit zich deels aan bij deze bezwaren uit bezwaarschrift 3 en verwijst hiervoor naar de doelstellingen en principes van het Gemeentewegendecreet.

“Artikel 3  

Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:  

1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;  

2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.  

Artikel 4  

Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:  

1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;  

2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;  

3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;  

4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief; 

5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.” 

De  voorgestelde trage verbinding (fietspad) voldoet hier niet aan. De voorgestelde trage verbinding (fietspad) bevindt zich enkel binnen het gevraagde project, maar vindt geen aansluiting over het aangrenzende woonproject. Hierdoor is er geen publieke doorgang mogelijk tussen de Sprinkwaterstraat en Grote Eggestraat en kunnen enkel bewoners van het huidige project gebruik maken van deze trage verbinding (fietspad) op eigen terrein. Er kan hierdoor bezwaarlijk worden gesteld dat de trage verbinding ten dienste van het algemeen belang staat. Het aanleggen van de trage verbinding kan wel uitgevoerd worden binnen het projectgebied, maar zonder dat deze wordt opgenomen in het gemeentewegenregister. Wat betreft de aansluiting op het aanpalend woonproject; dit betreft een eigendomskwestie en hierover worden bijgevolg verder geen uitspraken gedaan. 

Bezwaarschrift 4, ingediend op 06/08/2023, luidt als volgt:  

"Ik heb twee vragen met betrekking tot dit project die ik nergens beantwoord zie en bijgevolg voor mij de reden zijn om hiermee niet akkoord te gaan. 

Een eerste vraag betreft de ondergrondse parking. Uitgaande van 39 wooneenheden ga ik uit van een ondergrondse parking voor een 60-tal wagens. Dit is een zeer groot volume ondergronds. 

Vraag 1a: Is er op dit ogenblik geweten wat de impact is van deze ondergrondse parking met de bijbehorende installatie om deze watervrij te houden op het grondwaterniveau?  

Vraag 1b: In het centrum zijn er verschillende gebieden met drijfzand. Is er onderzocht wat het effect is van een verandering van het grondwaterniveau (als die er is) op deze gebieden?  

Een tweede vraag heeft betrekking op de verkeersituatie. 

Ik ga ervan uit dat de ontsluiting van dit gebied gebeurt via de Rosmolenweg. Dit is een zeer smalle en doodlopende weg. Uitgaande van 60 auto's voor 39 wooneenheden en twee verplaatsingen per dag betekent dit dat er dagelijks 120 autobewegingen bijkomen in de Rosmolenweg. 

Wat is de impact hiervan op de verkeersveiligheid in de Rosmolenweg en de Grote Eggestraat? "

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 4: 

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg (trage verbinding (fietspad)), en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit. 

De bezwaarindiener uit zijn bezorgdheid betreffende de mogelijke verstoring/negatieve impact op de grondwaterhuishouding alsook de impact op de verkeersveiligheid die zouden kunnen ontstaan bij uitvoering van het project. 

Het komt niet aan de gemeenteraad toe om zich hierover uit te spreken. De gemeenteraad kan enkel uitspraak doen over de zaak van wegen, zonder zich over de vergunningsaspecten te mogen buigen. 

Er zijn geen adviezen in voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag die relevant zijn betreffende de “zaak van de wegen”. 

Overwegende dat de gemeenteraad tot slot nog kennis neemt van volgende uitgebrachte adviezen: 

  • Het advies van De Watergroep van 20/07/2023 is voorwaardelijk gunstig  

  • Het advies van Proximus van 04/07/2023 is voorwaardelijk gunstig 

  • Het advies van de dienst facilitair management van 18/07/2023 is voorwaardelijk gunstig 

  • Het advies van de dienst mobiliteit van 31/07/2023 is voorwaardelijk gunstig  

  • Het advies van Fluvius van 01/08/2023 is voorwaardelijk gunstig 

  • Het advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg van 07/08/2023 is voorwaardelijk gunstig 

  • Het advies van Deputatie, dienst Water & Domeinen van 16/08/2023 is ongunstig  

  • Het advies van Vlaamse Milieumaatschappij, advies Vergunning Afvalwater en Lucht van 16/08/2023 is voorwaardelijk gunstig  

  • Onroerend Erfgoed Limburg  liet op 29/06/2023 weten geen advies uit te brengen. 

De trage verbinding voldoet niet aan de definitie van gemeenteweg volgens het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019. 

Het decreet geeft als definitie voor een gemeenteweg: een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond. 

De doelstellingen en principes van het Gemeentewegendecreet stellen in: 

“Artikel 3  

Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:  

1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;  

2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.  

Artikel 4  

Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:  

1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;  

2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;  

3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;  

4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief; 

5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.” 

De voorgestelde trage verbinding bevindt zich binnen het gevraagde project, maar vindt geen aansluiting over het aangrenzende woonproject. Hierdoor is er geen publieke doorgang mogelijk tussen de Sprinkwaterstraat en Grote Eggestraat en kunnen enkel bewoners van het huidige project gebruik maken van deze trage verbinding (fietspad) op eigen terrein. Er kan hierdoor bezwaarlijk worden gesteld dat de trage verbinding ten dienste van het algemeen belang staat. 

Het is daarnaast niet wenselijk deze weg in beheer van de gemeente te nemen, wat onder andere het onderhoud hiervan impliceert. 

Het aanleggen van de trage verbinding kan wel uitgevoerd worden binnen het projectgebied, zonder dat deze wordt opgenomen in het gemeentewegenregister. 

De gemeenteraad stelt voor om te beraadslagen over voorliggende zaak van de wegen voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2022167350 (intern nummer 2023/00078) op 13/04/2023 ingediend bij de gemeente Zonhoven door vennootschap Rosmolen (Bastiaensen Dirk) voor het rooien van 3 bomen, het bouwen van 3 meergezinswoningen met 39 wooneenheden, een ondergrondse parking en een hoogspanningscabine, plaatsen van 39 warmtepompen, aanleg van een trage verbinding en terreinaanleg in Zonhoven, Rosmolenweg, kadastraal gekend als afdeling 3, sectie E, nummers 88E, 88C,61E, 59C, 88D. 

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad weigert goedkeuring te geven aan het rooilijnplan voor de aanleg van de trage verbinding (fietspad), zoals weergegeven op het ingediende plan van ingenieur Peter Gijsen, Geotec van 14 maart 2023. 

De trage verbinding (fietspad) voldoet immers niet aan de definitie van gemeenteweg volgens het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019. 

Artikel 2

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. 

De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet. 

13.

2023_GR_00172 - Aanvaarding rooilijn - aanleg Vinkenhof en wijziging Hortstraat - 1362.B.874.2 - verkaveling Beskensstraat Fase III - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
13.

2023_GR_00172 - Aanvaarding rooilijn - aanleg Vinkenhof en wijziging Hortstraat - 1362.B.874.2 - verkaveling Beskensstraat Fase III - Goedkeuring

2023_GR_00172 - Aanvaarding rooilijn - aanleg Vinkenhof en wijziging Hortstraat - 1362.B.874.2 - verkaveling Beskensstraat Fase III - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt in artikel 31 in het bijzonder de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om zich uit te spreken over de beoogde wijzigingen aan het lokaal wegennet die, overeenkomstig artikel 12, §2, van het Decreet Gemeentewegen, door het gevoegde rooilijnplan bij de omgevingsvergunningsaanvraag voorzien worden. 

Artikel 31, §1, van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt als volgt: 

“§1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt. 

§2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.” 

De gemeenteraad is bij haar beoordeling op grond van artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet ertoe gehouden om de ingediende bezwaren met betrekking tot de “zaak van de wegen” te behandelen, en dit overeenkomstig artikel 47 van het Omgevingsvergunningsbesluit. 

Het omgevingsvergunningsbesluit bepaalt in artikel 47 het volgende: 

“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”

Uit de parlementaire toelichting bij zowel het Omgevingsvergunningsdecreet als bij het Omgevingsvergunningsbesluit blijken volgende krachtlijnen aanwezig te zijn betreffende de “zaak van de wegen” waarvoor de gemeenteraad bevoegd is.

Samenvattend stellen beide toelichtingen dat:

  • Het Omgevingsvergunningsdecreet voorziet in de mogelijkheid van het tussenkomen van de gemeenteraad inzake de “zaak van de wegen”, waarbij de gemeenteraad bevoegd is om zich uit te spreken over de wijzigingen die aangebracht worden aan het lokaal wegennet, zonder echter zich te mogen uitspreken over de omgevingsvergunningsaanvraag;
  • Een ongunstige beslissing inzake de “zaak van de wegen” heeft tot gevolg dat de vergunningverlenende overheid de omgevingsvergunning niet kan verlenen, ook niet in graad van beroep;
  • Indien de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat een vergunning verleend kan worden, zal een beslissing betreffende de “zaak van de wegen” gevraagd worden aan de gemeenteraad. Bijgevolg kan een beslissing aangaande de “zaak van de wegen” terzijde geschoven worden indien de vergunningverlenende overheid oordeelt dat een rechtstreekse weigering zich opdringt;
  • De regeling inzake de “zaak van de wegen” en de bevoegdheid van de gemeenteraad hiertoe bestaat voor zowel omgevingsvergunningsaanvragen met betrekking tot stedenbouwkundige handelingen alsook voor omgevingsvergunningsaanvragen tot het verkavelen van gronden;

Met de inwerkingtreding van het Decreet Gemeentewegen op 1 september 2019 werden tevens aanpassingen aangebracht aan de bestaande regeling in het Omgevingsvergunningsdecreet aangaande de “zaak van de wegen”. Uit de parlementaire voorbereiding hiertoe blijken volgende krachtlijnen:

  • Indien een aanvraag wegeniswerkzaamheden bevat, dient te gemeenteraad – ongeacht de vergunbaarheid van de vergunning – hierover een beslissing te nemen, waarbij de rechtstreekse weigering niet langer voorzien wordt in het thans geldende artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet;
  • De geïntegreerde mogelijkheid waarbij op basis van artikel 31 van het Decreet Gemeentewegen een beslissing inzake de “zaak van de wegen” genomen kan worden door de gemeenteraad is thans slechts mogelijks indien aan de omgevingsvergunningsaanvraag een rooilijnplan gehecht is dat voldoet aan de vereisten van artikel 16, §§2-3 van het Decreet Gemeentewegen;
  • Betreffende de rechtsbescherming inzake beslissingen van de gemeenteraad betreffende de “zaak van de wegen” is een beroepsmogelijkheid gecreëerd in hoofde van de Vlaamse regering tot het behandelen van administratieve beroepen tegen de gemeenteraadsbeslissingen inzake de zaak van de wegen. De Vlaamse regering beschikt hiertoe, conform artikel 31/1, §5, van het Omgevingsvergunningsdecreet over een beperkt toetsingskader;
  • Tot slot dient de beslissing van de gemeenteraad inzake de “zaak van de wegen” in overeenstemming te zijn met de principes en doelstellingen van de artikelen 3, 4 en 6 van het Decreet Gemeentewegen;
Feiten context en argumentatie

De aanvraag voor een omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2023095451 (intern nummer 1362.B.874.2) op 13/07/2023 ingediend bij de gemeente Zonhoven door IDYLIA NV voor het verkavelen van gronden aan Beskensstraat fase III en het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 14) in Zonhoven, kadastraal gekend als 1ste afdeling sectie B nrs. 265/2, 268P, 279F, 1213B2 en 1220L. 

Deze omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden aan Beskensstraat fase III omvat ook de aanleg van een nieuw stuk weg in het verlengde van Vinkenhof en het wijzigen van de Hortstraat waardoor de bestaande rooilijnen van Vinkenhof en Hortstraat worden gewijzigd.  

Het aanvraagdossier omvat een rooilijnplan voor de wijziging aan Vinkenhof en Hortstraat, opgesteld door "JC" van Hosbur op het plan d.d. 6/07/2023.  

Openbaar onderzoek

Binnen voorliggende omgevingsvergunningsaanvraagprocedure werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 29 juli 2023 tot en met 27 augustus 2023. Er werden geen bezwaarschriften ingediend. 

Adviezen in voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag die relevant zijn betreffende de “zaak van de wegen” 

1.- Het voorwaardelijk gunstig advies van de Dienst Mobiliteit van 11 september 2023 dat als volgt beschreven werd 

Bespreking:

  • Voor de verkeersveiligheid is het niet wenselijk dat voertuigen voor vuilnisophaling achteruitrijden in de doodlopende weg t.h.v. de loten 8 en 9 en loten 10 en 12. Deze dient georganiseerd te worden t.h.v. het kruispunt van de Hortstraat (doodlopend deel) met de Hortstraat en t.h.v. het kruispunt van het doodlopend gedeelte Vinkenhof (Z). Inwoners dienen hun vuilnis dus op een verzamelpunt af te leveren. Afstemming hierrond dient te gebeuren met Limburg.net.
  • In functie van de leesbaarheid van de wegenis in het gedeelte Hortstraat is het aangewezen dezelfde inrichting te hanteren als deze van de te vernieuwen Boskensweg (binnen het project Drij Dreven).
  • In functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg in het gedeelte Hortstraat dient afgestemd te worden met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken.

Advies: 

  • Voorwaardelijk gunstig

Motivatie/Voorwaarden:

  • Vuilnisophaling dient in overleg met Limburg.net georganiseerd te worden op een verzamelpunt.
  • Afstemming van de wegenis op de te vernieuwen Boskensweg.
  • Afstemming met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken in functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg.

Evaluatie advies: 

De gemeenteraad neemt volgend gemotiveerd standpunt in over het advies van 11/09/2023 vanwege de dienst mobiliteit: 

  • Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen en omvat voorwaarden m.b.t. de verkeersveiligheid (vuilnisophaling), de uitrusting van de Hortstraat en het toekomstig tracé van de fietssnelweg. 

Gelet deze aspecten betrekking hebben op zowel de uitrusting van de gemeenteweg (het technisch dossier) alsook betrekking hebben op de verkeersveiligheid, wenst de gemeenteraad reeds een standpunt in te nemen in dit gemeenteraadsbesluit hierover. 

De gemeenteraad volgt het advies van de dienst mobiliteit en stelt volgende voorwaarden op te nemen in de vergunning: 

  • Vuilnisophaling dient in overleg met Limburg.net georganiseerd te worden op een verzamelpunt.
  • Afstemming van de wegenis op de te vernieuwen Boskensweg.
  • Afstemming met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken in functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg. 

2.- Het voorwaardelijk gunstig advies van de Dienst Contractmanagement van 19 juli 2023 dat als volgt beschreven werd:

Gunstig advies onder de last dat lot 14 (3505m²) zoals weergegeven op het plan met als titel "rooilijnplan", opgesteld door "JC" op het plan d.d. 6/07/2023 gratis wordt overgedragen aan de gemeente Zonhoven na de voorlopige oplevering van de wegeniswerken. De aanvrager staat in voor alle kosten, waaronder maar niet beperkt tot de kosten voortvloeiende uit het notarieel verlijden van de akte van gratis grondafstand alsook het aanleveren van de noodzakelijke plannen. Er dient een ondertekend plan opgesteld door een landmeter-expert worden aangeleverd, alsook dient de prekadastratie door en op kosten van de aanvrager te gebeuren.

Evaluatie advies: 

De gemeenteraad neemt volgend gemotiveerd standpunt in over het advies van 19/07/2023 vanwege de dienst Contractmanagement: 

  • Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen en omvat een last m.b.t. de overdracht van de wegenis (lot 14) 

De gemeenteraad volgt het advies van de dienst Contractmanagement en stelt volgende last op te nemen in de vergunning:  

  • Lot 14 (3505m²) zoals weergegeven op het plan met als titel "rooilijnplan", opgesteld door "JC" op het plan d.d. 6/07/2023 gratis overdragen aan de gemeente Zonhoven na de voorlopige oplevering van de wegeniswerken. De aanvrager staat in voor alle kosten, waaronder maar niet beperkt tot de kosten voortvloeiende uit het notarieel verlijden van de akte van gratis grondafstand alsook het aanleveren van de noodzakelijke plannen. Er dient een ondertekend plan opgesteld door een landmeter-expert worden aangeleverd, alsook dient de prekadastratie door en op kosten van de aanvrager te gebeuren. 

Overwegende dat de gemeenteraad tot slot nog kennis neemt van volgende uitgebrachte adviezen: 

  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Dienst Facilitair management van  20 juli 2023
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg van 14 augustus 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius System Operator van 7 augustus 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre van 31 juni 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Watergroep van 20 juli 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Proximus van 1 augustus 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Deputatie van de provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen van 5 september 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Infrabel van 3 augustus 2023; 

Motivering betreffende de “zaak van de wegen” 

  • Rooilijnplan 

Overeenkomstig artikel 12, §2 van het Gemeentewegendecreet kan de aanleg van een gemeenteweg met toepassing van artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Dit op voorwaarde dat een rooilijnplan aan het aanvraagdossier wordt toegevoegd dat voldoet aan de vereisten van artikel 16, §2 van het Gemeentewegendecreet. 

De aanvrager maakt gebruik van deze geïntegreerde vergunningsprocedure om naast de verkavelingsaanvraag, ook de aanleg van nieuwe wegenis te voorzien binnen het project. Deze wegenis wordt afgestaan aan de gemeente om in te lijven bij het openbaar domein als gemeentewegen. Gezien de betrokken wegenis zich kwalificeert als gemeentewegen in de zin van het Decreet Gemeentewegen, dient de gemeenteraad hierover te oordelen. 

Het aanvraagdossier bevat hiertoe een rooilijnplan dat voldoet aan artikel 16, §2 van het Gemeentewegendecreet waarbij de actuele en toekomstige rooilijn opgenomen zijn, waarbij de kadastrale gegevens voldoende duidelijk opgenomen worden in het rooilijnplan.  

Zodoende voldoet het rooilijnplan aan de vereisten van het Gemeentewegendecreet en is de voorwaarde om de geïntegreerde procedure te hanteren vervuld. 

  • Doelstellingen en principes Gemeentewegendecreet 

Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. Het is de uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeente om de ligging en de breedte van de gemeentewegen op haar grondgebied vast te leggen in gemeentelijke rooilijnplannen, dit ongeacht de eigenaar van de grond. (RvVb 27 juni 2017, nr. A/1617/0983; RvVb 28 juli 2015, nr. A/2015/0439.) 

Vervolgens bepaalt artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet dat de gemeenteraad zich uitspreekt over de ligging, breedte en de uitrusting van de gemeenteweg en de eventuele opname in het openbaar domein. 

Wanneer de gemeenteraad zich dient uit te spreken over de “zaak der wegen”, spreekt zij zich uit over de ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg, alsook over de eventuele opname in het openbaar domein. Zij beslist niet enkel over het tracé, maar ook over de keuze van wegverharding en bestrating, weguitrusting en nutsleidingen, aanleg van trottoirs, etc… (MvT, Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1847/1, 43; RvVb 17 december 2020, nr. A-2021-0433; RvS 7 november 2017, nr. 239.792; RvS 8 maart 2016, nr. 234.080.) 

Zij spreekt zich ook uit over de ligging en breedte van de ontworpen weg, de breedte van de verharding, de ontsluitingsgraad en het aantal publieke parkeerplaatsen, riolering en de waterhuishouding op het openbaar domein. 

Verwezen wordt in artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet naar de principes en doelstellingen uit het Decreet Gemeentewegen die gelden voor iedere wijziging aan het gemeentelijk wegennet: 

“Artikel 3 

Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op: 

1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau; 

2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.  

Artikel 4 

Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes: 

1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang; 

2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd; 

3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen; 

4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;

5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.” 

Navolgend wordt de voorziene aanleg van een gemeenteweg getoetst aan deze principes en doelstellingen. 

  • Algemeen belang 

Overeenkomstig art. 4, 1° Decreet Gemeentewegen dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste te staan van het algemeen belang. Daarbij dient aandacht uit te gaan naar de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau en een fijnmazig netwerk van trage wegen. Voorliggende aanvraag voldoet hier aan door een deel van de wegenis zoals voorzien in het BPA uit te voeren door het uitbreiden van Vinkenhof, de realisatie van de zachte verbinding (fietsverbinding) en het wijzigen van een deel van de Hortstraat. Bijkomend zal de Hortstraat in de nabije toekomst ook aangewend worden als fietssnelweg. Zodoende draagt de aanvraag, wat de voorziene wegenissen betreft, bij aan de uitbouw van een veilig weggenet en het trage wegennetwerk. En staat de beoogde aanleg ten dienste van het algemeen belang. 

  • Verkeersveiligheid & ontsluiting 

Overeenkomstig artikel 4, 3° van het Gemeentewegendecreet dienen bij de beslissingen omtrent de wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet steeds de verkeersveiligheid in aanmerking te worden genomen. Voorliggende aanvraag voldoet hier aan. Bijkomend zal als voorwaarde worden  opgelegd dat vuilnisophaling in overleg met Limburg.net georganiseerd dient te worden op een verzamelpunt. Immers, voor de verkeersveiligheid is het niet wenselijk dat voertuigen voor vuilnisophaling achteruitrijden in de doodlopende weg t.h.v. de loten 8 en 9 en loten 10 en 12. Deze dient georganiseerd te worden t.h.v. het kruispunt van de Hortstraat (doodlopend deel) met de Hortstraat en t.h.v. het kruispunt van het doodlopend gedeelte Vinkenhof. Inwoners dienen hun vuilnis dus op een verzamelpunt af te leveren.  

  • Actuele functie – toekomstige generaties 

Overeenkomstig artikel 4, 5° van het Gemeentewegendecreet dient rekening te worden gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder hierbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij dienen tevens de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen te worden.  

De uitbreiding van Vinkenhof en het wijzigen van de Hortstraat met realisatie van de tussenliggende zachte verbinding (fietsverbinding) zorgt er voor dat er rechtstreeks kan aangetakt worden op de (toekomstige) fietssnelweg. Dit komt tegemoet aan een duurzame ontwikkeling voor toekomstige generaties waarbij verplaatsingen per fiets gestimuleerd worden. 

Deze maatregelen dragen bij aan de realisatie van de woonzone, alsook aan de realisatie van de fietssnelweg dewelke zowel recreatief als in functie van woon-werkverkeer kan gebruikt worden. De voorliggende wijzigingen aan het lokaal wegennet bevestigen en garanderen deze functies alleen maar. De Hortstraat blijft zijn bestaande functie, weze het verbeterd, uitoefenen naar de toekomst toe. 

De gemeenteraad stelt voor om te beraadslagen over voorliggende zaak van de wegen voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2023095451 (intern nummer 1362.B.874.2) op 13/07/2023 ingediend bij de gemeente Zonhoven door IDYLIA NV voor het verkavelen van gronden aan Beskensstraat fase III en het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 14) in Zonhoven, kadastraal gekend als 1ste afdeling sectie B nrs. 265/2, 268P, 279F, 1213B2 en 1220L

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de wijziging van de bestaande rooilijnen van Vinkenhof en Hortstraat zoals weergegeven op het plan met als titel "rooilijnplan", opgesteld door “JC" van Hosbur d.d. 6/07/2023 voorwaardelijk goed.  

De voorwaarden luiden als volgt:

  • Vuilnisophaling dient in overleg met Limburg.net georganiseerd te worden op een verzamelpunt.
  • Afstemming van de wegenis op de te vernieuwen Boskensweg.
  • Afstemming met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken in functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg. 

De lasten luiden als volgt:

  • Lot 14 (3505m²) zoals weergegeven op het plan met als titel "rooilijnplan", opgesteld door "JC" op het plan d.d. 6/07/2023 gratis overdragen aan de gemeente Zonhoven na de voorlopige oplevering van de wegeniswerken. De aanvrager staat in voor alle kosten, waaronder maar niet beperkt tot de kosten voortvloeiende uit het notarieel verlijden van de akte van gratis grondafstand alsook het aanleveren van de noodzakelijke plannen. Er dient een ondertekend plan opgesteld door een landmeter-expert worden aangeleverd, alsook dient de prekadastratie door en op kosten van de aanvrager te gebeuren.

Artikel 2

Het rooilijnplan opgesteld door “JC" van Hosbur van 6/07/2023 wordt als integrerend deel gehecht aan dit besluit. 

Artikel 3

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering.

De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.

14.

2023_GR_00173 - Aanvaarding tracé gemeentewegen - 1362.B.874.2 - aanleg en wijziging Vinkenhof en Hortstraat - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
14.

2023_GR_00173 - Aanvaarding tracé gemeentewegen - 1362.B.874.2 - aanleg en wijziging Vinkenhof en Hortstraat - Goedkeuring

2023_GR_00173 - Aanvaarding tracé gemeentewegen - 1362.B.874.2 - aanleg en wijziging Vinkenhof en Hortstraat - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Deze beslissing van de gemeenteraad is gekoppeld aan de beslissing van de gemeenteraad betreffende de goedkeuring en aanvaarding van de rooilijn, zoals beslist in het gemeenteraadsbesluit met titel “Aanvaarding rooilijnen – aanleg Vinkenhof en wijziging Hortstraat – 1362.B.874.2 – Verkaveling Beskensstraat Fase III – Goedkeuring.” 

Als zodanig behoort voorliggende beslissing eveneens tot de beoordeling van de “zaak van de wegen”, zoals bedoeld wordt door artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet. Conform artikel 31, §1 van het Omgevingsvergunningsdecreet spreekt de gemeenteraad zich immers uit op volgende wijze:

“§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt”

Het gekoppelde gemeenteraadsbesluit dat beslist tot de aanvaarding van de rooilijn, omvat een beoordeling betreffende de ligging en breedte van de voorziene aan te leggen Vinkenhof en de wijziging van de Hortstraat, waarbij de beoordeling tevens voldoende rekening houdt met de principes en doelstellingen van de artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen.

Voorliggend gekoppeld gemeenteraadsbesluit omvat een beoordeling van het technisch wegenisdossier, de uitrusting van de gemeenteweg, en dient dan ook als complementair aanzien te worden ten opzichte van het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2023 tot aanvaarding van de rooilijn betreffende Vinkenhof en de Hortstraat.

Feiten context en argumentatie

De aanvraag voor een omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2023095451 (intern nummer 1362.B.874.2) op 13/07/2023 ingediend bij de gemeente Zonhoven door IDYLIA NV voor het verkavelen van gronden aan Beskensstraat fase III en het aanleggen van nieuwe wegenis (lot 14) in Zonhoven, kadastraal gekend als 1ste afdeling sectie B nrs. 265/2, 268P, 279F, 1213B2 en 1220L. 

Deze omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden aan Beskensstraat fase III omvat ook de aanleg van een nieuw stuk weg in het verlengde van Vinkenhof en het wijzigen van de Hortstraat waardoor de bestaande rooilijnen van Vinkenhof en Hortstraat worden gewijzigd.  

Het aanvraagdossier omvat een rooilijnplan voor de wijziging aan Vinkenhof en Hortstraat, opgesteld door "JC" van Hosbur op het plan d.d. 6/07/2023. Het aanvraagdossier bevat eveneens een technisch wegenisdossier waarin de uitrusting van de weg en de gebruikte materialen weergegeven worden. 

De stukken van het omgevingsvergunningsdossier die betrekking hebben op de uitrusting van de wegenis kunnen als volgt weergegeven worden: 

  • Rooilijnplan 
  • Inplantingsplan
  • verkavelingsplan 
  • Legende 
  • Beschrijvende nota 
  • Verklaring afstand van grond
  • Dwarsprofiel
  • Typeprofiel
  • Rioleringsplannen
  • Lengteprofiel
  • Terreinprofiel
  • Detailtekening
  • Grondplan wegenis
  • Raming
  • Bestek 

Openbaar onderzoek

Binnen voorliggende omgevingsvergunningsaanvraagprocedure werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 29 juli 2023 tot en met 27 augustus 2023. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.  

Adviezen met betrekking tot de uitrusting van de weg:

Het voorwaardelijk gunstig advies van de Dienst Mobiliteit van 11 september 2023 dat als volgt beschreven werd: 

Bespreking:

  • Voor de verkeersveiligheid is het niet wenselijk dat voertuigen voor vuilnisophaling achteruitrijden in de doodlopende weg t.h.v. de loten 8 en 9 en loten 10 en 12. Deze dient georganiseerd te worden t.h.v. het kruispunt van de Hortstraat (doodlopend deel) met de Hortstraat en t.h.v. het kruispunt van het doodlopend gedeelte Vinkenhof (Z). Inwoners dienen hun vuilnis dus op een verzamelpunt af te leveren. Afstemming hierrond dient te gebeuren met Limburg.net.
  • In functie van de leesbaarheid van de wegenis in het gedeelte Hortstraat is het aangewezen dezelfde inrichting te hanteren als deze van de te vernieuwen Boskensweg (binnen het project Drij Dreven).
  • In functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg in het gedeelte Hortstraat dient afgestemd te worden met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken.

Advies: 

  • Voorwaardelijk gunstig

Motivatie/Voorwaarden:

  • Vuilnisophaling dient in overleg met Limburg.net georganiseerd te worden op een verzamelpunt.
  • Afstemming van de wegenis op de te vernieuwen Boskensweg.
  • Afstemming met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken in functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg.

Evaluatie advies: 

De gemeenteraad neemt volgend gemotiveerd standpunt in over het advies van 11/09/2023 vanwege de dienst mobiliteit: 

  • Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen en omvat voorwaarden m.b.t. de verkeersveiligheid (vuilnisophaling), de uitrusting van de Hortstraat en het toekomstig tracé van de fietssnelweg. 

De gemeenteraad volgt het advies van de dienst mobiliteit en stelt volgende voorwaarden op te nemen in de vergunning: 

  • Vuilnisophaling dient in overleg met Limburg.net georganiseerd te worden op een verzamelpunt.
  • Afstemming van de wegenis op de te vernieuwen Boskensweg.
  • Afstemming met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken in functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg. 

Overwegende dat de gemeenteraad tot slot nog kennis neemt van volgende uitgebrachte adviezen: 

  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Dienst Facilitair management van  20 juli 2023
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Dienst Contractmanagement van 19 juli 2023
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg van 14 augustus 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius System Operator van 7 augustus 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre van 31 juni 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Watergroep van 20 juli 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Proximus van 1 augustus 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van de Deputatie van de provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen van 5 september 2023;
  • Het voorwaardelijk gunstig advies van Infrabel van 3 augustus 2023;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het nieuwe, gewijzigde tracé van de gemeenteweg Vinkenhof en Hortstraat, zoals weergegeven op het ingediend ontwerp “grondplan nieuwe toestand” dd. 6 juli 2023, voorwaardelijk goed. 

Voorwaarden

  • Vuilnisophaling dient in overleg met Limburg.net georganiseerd te worden op een verzamelpunt.
  • Afstemming van de wegenis op de te vernieuwen Boskensweg.
  • Afstemming met de Deputatie, Mobiliteit en Routenetwerken in functie van het toekomstige tracé van de fietssnelweg.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op voorwaarde van het bekomen van de omgevingsvergunning binnen de aanvraag met dossiernummer OMV_2023095451 (intern nummer 1362.B.874.2).

Artikel 3

De gemeenteraadsbeslissing zal opgenomen worden in de beslissing bij de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2023095451 (intern nummer 1362.B.874.2) en wordt tevens overgemaakt aan:

  • Departement omgeving Vlaanderen
  • Dienst Contractmanagement
  • Dienst Patrimonium
  • Dienst Facilitair management
  • Aanvrager
15.

2023_GR_00170 - Subsidiereglement woningisolatie - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
15.

2023_GR_00170 - Subsidiereglement woningisolatie - Goedkeuring

2023_GR_00170 - Subsidiereglement woningisolatie - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

In zitting van 18 december 2017 keurde de gemeenteraad de ondertekening van de nieuwe Covenant of Mayors goed.

Feiten context en argumentatie

De nieuwe Covenant of Mayors heeft als doelstelling 40% hernieuwbare energieproductie, 40% minder energie verbruiken en 40% minder CO2 uitstoten en dit tegen 2030. Daarnaast moeten we als gemeente ook acties formuleren om ons aan te passen aan de klimaatverandering.

Met dit subsidiereglement willen we de inwoners financieel ondersteunen om minder energie te verbruiken en minder CO2 uit te stoten.

Sinds 1 oktober 2022 is de subsidiëring via Fluvius cvba stop gezet. Vanuit Vlaanderen is sinds 1 oktober 2022 de MijnVerbouwPremie. Die omvat naast de subsidies van Fluvius cvba ook andere subsidiemogelijkheden.

Aanvragen die voor 1 oktober 2022 ingediend werden bij Fluvius cvba worden uitbetaald volgens het vorige subsidiereglement woningisolatie.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist het subsidiereglement zoals beschreven in de volgende artikels goed te keuren.

Artikel 2

Toekenning subsidie

De premies worden toegekend volgens de voorwaarden van de MijnVerbouwPremie.

Artikel 3

Bedrag

Binnen de kredieten van de door de hogere overheid goedgekeurde gemeentebegroting wordt een bedrag aangewend voor het subsidiëren van de aankoop en de installatie van woningisolatie.

De subsidie bedraagt:

  1. Voor de plaatsing van hoogrendementsglas €20/m² per adres;
  2. Voor de plaatsing van buitenmuurisolatie of spouwmuurisolatie €2/m;
  3. Voor de plaatsing van dakisolatie €2/m²;
  4. Voor de plaatsing van vloer- of kelderisolatie €2/m².
De som van de bekomen subsidies kan nooit het factuurbedrag overschrijden. Hierbij wordt rekening gehouden met de verkregen subsidie van de MijnVerbouwPremie en mogelijke andere subsidies.

Artikel 4

Voorwaarden

De voorwaarden van de MijnVerbouwPremie zijn van toepassing.

Artikel 5

Aanvraag van de subsidie

§1 De aanvraag moet gebeuren via de aanvraag van de MijnVerbouwPremie.

§2 Het VEKA zal de nodige gegevens overmaken, conform het goedgekeurde protocol.

Artikel 6

Uitbetaling van de subsidie

§1 De subsidie zal binnen een redelijke termijn, na het bekomen van de gegevens van het VEKA, worden uitbetaald na beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

§2 Het college van burgemeester en schepenen behoudt zich het recht om de uitbetaling van de subsidie uit te stellen of te weigeren.

§3 Controle:

De aanvrager verbindt zich ertoe om de installatie goed te onderhouden. De installatie moet minstens 10 jaar na de toekenning van de subsidie in goede staat van werking blijven op hetzelfde adres en kan onder geen beding binnen deze termijn verkocht of verwijderd worden. Bij verkoop van het gebouw moet de verkoopakte vermelden dat de nieuwe eigenaar de installatie verder in goede staat moet onderhouden en dit voor de rest van de 10 jaar na de toekenning van de subsidie. Indien aan een van deze voorwaarden niet is voldaan, zal van de aanvrager een terugvordering worden geëist in evenredigheid met de nog resterende termijn, te rekenen vanaf de vaststelling van de feiten.

§4 De aanvrager wordt enkel van een beslissing schriftelijk in kennis gesteld als het gaat om een weigering of uitstel van de subsidie.

Artikel 7

Inwerkingtreding

Het subsidiereglement treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 oktober 2022, het moment waarop de MijnVerbouwPremie opgestart is.

De betoelaging loopt tot uitputting van de kredieten of tot de opheffing van het subsidiereglement. In geval de voorziene begrotingsmiddelen opgebruikt zijn, behoudt het gemeentebestuur van Zonhoven zich het recht om af te zien van de betoelaging.

16.

2023_GR_00162 - Implementatie 'open bibliotheek' met onderhoudscontract - Lastvoorwaarden en gunningswijze - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
16.

2023_GR_00162 - Implementatie 'open bibliotheek' met onderhoudscontract - Lastvoorwaarden en gunningswijze - Goedkeuring

2023_GR_00162 - Implementatie 'open bibliotheek' met onderhoudscontract - Lastvoorwaarden en gunningswijze - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het bestek en de raming voor de opdracht “Implementatie 'open bibliotheek' met onderhoudscontract”.

Feiten context en argumentatie

Onze bibliotheek wenst in de nabije toekomst zijn dienstverlening uit te breiden met ruimere openingsuren waardoor meer en andere gebruikers ook gebruik kunnen maken van de bib met als resultaat een groter bereik en grotere impact van gemaakte investeringen in collectie en gebouw.

Dankzij het concept 'Open bib' kunnen de gebruikers gecontroleerd toegang krijgen tot de hoofdbib buiten de bemande uren. Hiervoor moet de gebruiker zich registreren en krijgt deze uitleg over een correct gebruik en de regels van de Open bib. Een verhoogd gemeenschapsgevoel en meer betrokkenheid als bibliotheekgebruiker door sociale controle en wederzijds vertrouwen zijn hierbij kernwaarden die onderstreept worden.

De hoofdbibliotheek is momenteel 29u/week bemand open. Met het concept 'Open bib' kunnen we dit uitbreiden naar bijvoorbeeld 84 openingsuren, waarvan 29 bemand en 55 onbemand. Dankzij bezoekerstellers kunnen de openingsuren in de toekomst geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd worden. 

Het 'Open bib'-concept wordt momenteel in Vlaanderen uitgerold in steeds meer bibliotheken. In Scandinavië en Amerika is dit al erg ingeburgerd. In Limburg zijn er momenteel een 10-tal bibliotheken die hiervan gebruik maken waaronder Bree, Hamont-Achel, Oudsbergen, Maasmechelen, Heusden-Zolder, As, Bilzen, Beringen.

Het Open Bib-concept omhelst technisch gezien de koppeling van gecontroleerde toegang tot het gebouw - via eID gecombineerd met een persoonlijke code - in combinatie met het bestaande Wise-bibliotheeksysteem. Er dient een koppeling gemaakt te worden met diverse gebouwtechnieken zoals aansturing automatische deur, inbraakalarm, camerabewaking, omroepsysteem, verlichting en verwarming. Het concept voorziet ook in een statistische en administratieve module voor opvolging en aansturing.

Adviezen:

  • Positief advies van de beheerraad bib-Tentakel dd. 31 januari 2023.
  • Positief advies van het managementteam dd. 07 september 2023.

In het kader van de opdracht “Implementatie 'open bibliotheek' met onderhoudscontract” werd een bestek met nr. 2023-616-open_bibliotheek opgesteld.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 40.200,00 excl. btw of € 48.642,00 incl. 21 % btw.

Er werd een investeringsbudget voorzien van €30.000,00 (MJP00100) voor het installeren en implementeren van een Open bib-systeem.

Er werd een exploitatiebudget voorzien van € 7.000,00 (MJP001099) voor de nodige aanpassing van technieken voor een Open bib-systeem.

Mogelijk is dit laatste niet volledig toereikend en kunnen er nog bijkomende kosten zijn indien bv. bij de verder technische uitwerking zou blijken dat bepaalde bestaande gebouwtechnieken verouderd zijn en vervangen dienen te worden om te koppeling met een Open bib-systeem te kunnen maken (bv. verouderde alarmcentrale, mogelijkheden aansturing verlichting, enz.).

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Het bestek met nr. 2023-616-open_bibliotheek en de raming voor de opdracht “Implementatie 'open bibliotheek' met onderhoudscontract” wordt goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 40.200,00 excl. btw of € 48.642,00 incl. 21 % btw.

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van het meerjarenplan 2020-2025 op MJP01100 - € 30.000 voor de aankoop (investeringen) en jaarlijks € 7.000 n MJP01099 - voor de onderhoudskosten (exploitatie). 

17.

2023_GR_00171 - Capacity Building: projectvoorstel - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
17.

2023_GR_00171 - Capacity Building: projectvoorstel - Goedkeuring

2023_GR_00171 - Capacity Building: projectvoorstel - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Achtergrond

De oproep 208 "lokale partnerschappen" staat momenteel online (Oproep 'Lokale partnerschappen' | Europa WSE). Europa WSE (Werk en Sociale Economie) wil met de oproep 'Lokale partnerschappen voor duurzame arbeidsmarktdeelname van mensen met complexe problemen' samenwerkingen tot stand brengen tussen VDAB, lokale overheden en andere relevante dienstverleners. Het doel is om op een duurzame en dynamische manier te reageren op de uiteenlopende behoeften en vragen van mensen met complexe problemen, om hen te helpen bij het vinden van werk. 

Dit is een gesloten oproep naar lokale overheden die in de rol van promotor een project kunnen indienen voor een lokaal partnerschap per vastgelegde regio. De oproep blijft open staan tot 30 juni 2024. 

  • Projecten die indienen vóór 31 oktober 2023 kunnen opstarten op 1 januari 2024. 
  • Projecten die indienen vanaf 1 november 2023 kunnen starten na een positieve beslissing (maximaal 2 maanden vanaf eerste dag van volgende maand na indiening). 

Voor regio Midden-Limburg (Hasselt, Zonhoven en Diepenbeek) is het steeds de bedoeling geweest het project in te dienen vóór 31 oktober zodat we kunnen opstarten op 1 januari 2024. Dit omdat lopende projecten eindigen op 31/12/2023 en we graag voor een warme overdracht willen zorgen van het huidig partnerschap naar het nieuwe lokaal partnerschap.  

Voorbereiding

Zoals ook in de voorgaande besluiten meegedeeld bestaat de voorbereiding van dit partnerschap uit vier fases die dus nu volledig zijn doorlopen: 

Fase 1: afbakenen werkingsgebied

Het werkingsgebied voor ons is Midden-Limburg (Hasselt – Zonhoven - Diepenbeek). Elk lokaal bestuur heeft hierbij een intentieverklaring goedgekeurd. De actie 'Capacity Building Lokale Partnerschappen' werd opgenomen in de regierol sociale economie en werk.

Fase 2: lokale noden identificeren

Op basis van workshopsessies met VDAB, OCMW en externe partners werden de lokale noden geïdentificeerd. Deze input werd op Vlaams niveau verwerkt in een lokaal addendum (zie bijlage 2).

Fase 3: matchingsproces

Externe partners konden zich t.e.m. 1 juni 2023 officieel kandidaat stellen om mee te werken aan het lokaal partnerschap Midden-Limburg om de regionale uitdagingen samen aan te pakken (elk vanuit hun expertise, maar nood aan multidisciplinaire samenwerking). De jury heeft hierbij punten moeten geven (scores 1-2-3-4 waarbij 1-2 onvoldoende was en 3-4 voldoende). Kandidaten die zowel op "cruciale bijdrage" als op "fit for partnership" een 3 of meer scoorden in ronde 1 (schriftelijk voorstel), mochten doorgaan naar ronde 2 waarbij ze uitgenodigd werden voor een pitch en een vragenronde. Na de tweede ronde werd er door de jury opnieuw een score gegeven. Het resultaat kan u terugvinden in het eindverslag (zie bijlage 3). Dit eindverslag werd goedgekeurd door het Vast Bureau dd. 4/07/2023. Concreet werden er 5 kandidaten weerhouden: Integra, BLM, Group Intro, Vzw IN-Z en Samenpunt.  

Fase 4: partnerschapsvorming

Na de goedkeuring van het eindverslag werden alle weerhouden kandidaten uitgenodigd om samen met de VDAB en de lokale besturen, het lokaal partnerschap vorm te geven en de oproep effectief uit te schrijven. Tussen 7 augustus en 12 september kreeg het project via schrijfgroepen. Het hele proces werd ondersteund door een redacteur/technical writer vanuit het ondersteuningsteam van Europa WSE en het VVSG.

Een laatste vereiste in deze hele voorbereidingsfase is dat het finale projectvoorstel goedgekeurd wordt op de drie gemeenteraden, voor ons dus op de gemeenteraad van 23 oktober 2023, zodat we project vóór 31 oktober 2023 kunnen indienen. 

Financieel

De lokale partnerschappen starten hun werking tussen 1 januari 2024 en uiterlijk 1 oktober 2024 en hebben een looptijd van maximaal 6 jaar met als uiterlijke einddatum 31 december 2029.  Voor het totale project wordt er een cofinanciering gevraagd per lokaal bestuur van 10%.  Onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiering.  Ook dit werd reeds goedgekeurd op de Vast Bureau dd. 4/07/2023.


60% gesubsidieerd door Europa

20% gesubsidieerd door Vlaanderen

20% cofinanciering:
10% VDAB – 10% lokaal bestuur

100% totaal

Totaal werkingsgebied

2.353.859,26

784.619,76

784.619,76

3.923.098,77

Hasselt

1.862.561,54

620.853,85

620.853,85 (€ 310.426,93)

3.104.269,23

Diepenbeek

249.325,56

83.108,52

83.108,52 (€ 41.554,26)

415.542,60

Zonhoven

241.972,16

80.657,39

80.657,39 ( € 40.328,7)

403.286,94

 

Heel concreet zal dit hele traject in onze regio leiden tot de vorming en opstart van één team van zes FTE's vanuit de weerhouden partners, aangevuld met één coördinator.

Verloop laatste fase 

Op de stuurgroep 'Capacity Building' van 12 september 2023 was er een akkoord dat partner BLM de rol van projectmanager zou opnemen. BLM had hieropvolgend ook besloten om bovenop de 0.5 VTE vanuit het project zelf ook nog eens 0.3 VTE eigen middelen in te zetten voor de functie. Het projectvoorstel werd dan ook definitief in deze veronderstelling afgeklopt tijdens deze stuurgroep.

Een week nadien dd. 19 september 2023 volgde echter een mail vanuit het lokaal bestuur Hasselt met de melding dat er op 21 september  een spoedoverleg gepland werd i.v.m. de aanstelling van de projectcoördinator. Tijdens dit overleg, waarop niet alle partners aanwezig konden zijn o.w.v. de krappe timing, werd echter meegedeeld dat Hasselt na intern overleg besloten had een projectmanager vanuit Hasselt te voorzien.  

Deze werkwijze druist echter volledig in tegen de filosofie van een open en transparant partnerschap. In een (startend) netwerk is het immers belangrijk dat dergelijke wijzigingen doorsproken worden in de aanwezigheid van alle partners zodat deze ook gedragen zijn in het netwerk. Er werd daarom contact genomen met het VVSG, die ons lieten weten dat het project ook ingediend kon worden zonder dat er al een effectieve beslissing was genomen over welke partner het coördinatorschap op zich zou nemen.  

Na overleg met collega bestuur Diepenbeek werd dan ook geopteerd om deze piste voor te stellen (via mail) in de stuurgroep zodat we als netwerk terug de nodige tijd zouden krijgen om dit met alle partners degelijk te kunnen doorspreken.  Aan het lokaal bestuur van Hasselt werd gevraagd het projectvoorstel in die zin dan ook aan te passen.  Via mail lieten ze echter weten dat ze hier niet achter konden staan o.w.v. volgende beweegreden:

Capacity Building is een zeer belangrijk en groot Europees subsidiedossier verspreid over 6 jaar waarbij de eindverantwoordelijkheid voor het verloop en verantwoording van de middelen bij Hasselt als promotor ligt. Vandaar het belang deze coördinatiefunctie ook in Hasselt te houden. Bijkomend zullen ook toekomstige projecten aan dit dossier gekoppeld worden. 

Het proces kent dus een zeer jammerlijk verloop, hoewel de beweegreden van Hasselt begrijpelijk zijn. Intern hebben we het proces besproken en komen we tot de conclusie dat netwerkopbouw op deze manier moeilijk is aangezien dit zorgt voor wantrouwen. We willen pleiten voor een transparante aanpak in de stuurgroep. Het kan niet de bedoeling zijn dat er op stuurgroep niveau beslissingen genomen worden die nadien door één partner eenzijdig anders beslist worden.  

Toch willen we het belang van de cliënten, zijnde de inwoners van Zonhoven, alsook de meerwaarde van het project voor de maatschappelijke werkers van de Sociale Dienst, laten primeren boven het principieel vasthouden aan bepaalde beleidskeuzes. Vanuit deze optiek staan we dus achter het definitieve projectvoorstel en willen we het graag indienen. Bovendien wordt ook vanuit Hasselt aangehaald dat ze het zeer spijtig vinden dat het zo moest lopen. Langs de andere kant is het punt nu ook wel zeer duidelijk gemaakt en zal er toekomstgericht over gewaakt moeten worden dat verdere beslissingen in alle openheid genomen kunnen worden. 

In bijlage vinden jullie het definitieve voorstel.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad heeft kennis genomen van het definitieve Europa WSE-projectvoorstel ‘Lokale partnerschappen' en gaat akkoord met de indiening ervan in PLATOS.  

18.

2023_GR_00164 - Fluvius Opdrachthoudende Vereniging - Buitengewone Algemene Vergadering van 6 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
18.

2023_GR_00164 - Fluvius Opdrachthoudende Vereniging - Buitengewone Algemene Vergadering van 6 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

2023_GR_00164 - Fluvius Opdrachthoudende Vereniging - Buitengewone Algemene Vergadering van 6 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De beslissing van de gemeenteraad van 25 februari 2019 betreffende de aanduiding van gemeenteraadslid de heer Johan Vanhoyland als vertegenwoordiger van het gemeentebestuur op alle algemene vergaderingen van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging gedurende de actuele legislatuur 2019-2024.
Gemeenteraadslid de heer Lennert Kippers werd aangeduid als plaatsvervanger.

De brief van 3 oktober 2023 van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging met de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van 6 december 2023.

De verantwoordingstukken betreffende de punten vermeld op de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 6 december 2023.

Feiten context en argumentatie

Het feit dat de gemeente aangesloten is bij Fluvius Opdrachthoudende Vereniging;

Het feit dat de gemeente per aangetekend schrijven van 3 oktober 2023 werd opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering  van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging die op 6 december 2023 om 18.30 uur op digitale wijze plaats heeft met als agenda:
1. Bespreking in het kader van artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het boekjaar 2024 alsook van het door de raad van bestuur opgestelde budget 2024;
2. Statutaire benoemingen;
3. Statutaire mededelingen.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist haar goedkeuring te hechten aan de agenda van de buitengewone algemene vergadering van de Opdrachthoudende Vereniging Fluvius van 6 december 2023:
1. Bespreking in het kader van artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het boekjaar 2024 alsook van het door de raad van bestuur opgestelde budget 2024;
2. Statutaire benoemingen;
3. Statutaire mededelingen.

Artikel 2

De gemeenteraad beslist dat de vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de digitale buitengewone algemene vergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging op 6 december 2023 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan Fluvius Opdrachthoudende Vereniging.

19.

2023_GR_00155 - Fluvius Limburg - Buitengewone Algemene Vergadering van 20 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
19.

2023_GR_00155 - Fluvius Limburg - Buitengewone Algemene Vergadering van 20 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

2023_GR_00155 - Fluvius Limburg - Buitengewone Algemene Vergadering van 20 december 2023 - Goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De beslissing van de gemeenteraad van 25 februari 2019 betreffende de aanduiding van gemeenteraadslid mevrouw Karen Schillebeeks als vertegenwoordiger van het gemeentebestuur op alle algemene vergaderingen van Fluvius Limburg gedurende de actuele legislatuur 2019-2024.
Gemeenteraadslid de heer Lennert Kippers werd aangeduid als plaatsvervanger.

De brief van 20 september 2023 van Fluvius Limburg met de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering tevens jaarvergadering van 20 december 2023.

De verantwoordingstukken betreffende de punten vermeld op de agenda van de buitengewone algemene vergadering tevens jaarvergadering van 20 december 2023.

Feiten context en argumentatie

Gelet op:

Het feit dat de gemeente voor één of meerdere activiteiten aangesloten is bij de Opdrachthoudende Vereniging Fluvius Limburg;

Het feit dat de gemeente per aangetekend schrijven van 20 september 2023 werd opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene ver­gadering van Fluvius Limburg die op 20 december 2023 plaatsheeft in “PXL-Congress (blok D), Elfde-Liniestraat 23a te 3500 Hasselt”.

Het feit dat een dossier met documentatiestukken aan de gemeente per brief van 20 september 2023 overgemaakt werd;

Het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoor­diger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering;

De agenda werd door de Raad van Bestuur op 19 september 2023 als volgt samengesteld:
1. Goedkeuring van de statutenwijzigingen, meer in het bijzonder van betreft:
a. Wijziging van het voorwerp;
b. Schrapping ingevolge de oprichting van s-Lim DV van de bestaande artikelen 2bis punt 11,3A, 5, 5.3, en 9 punt 7 en actualisering van bijlage 2;
c. Rechtzetting in artikel 8 punt f;
d. Verlenen van een machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met mogelijkheid van subdelegatie om de staturen inclusief de bijlagen te coördineren;
e. Vaststelling van de opschortende voorwaarden met betrekking tot de statutenwijzigingen;
f. Verlenen van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om de al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden met betrekking tot het agendapunt 1 vast te stellen;
2. Bespreking in het kader van artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het boekjaar 2024 alsook van de door de Raad van Bestuur opgestelde begroting 2024;
3. Vaststelling van de uitkering overeenkomst artikel 6:114 e.v. WVV;
4. Aanvaarding uitbreiding aansluiting gemeenten voor (neven)activiteiten;
5. Statutaire benoemingen;
6. Statutaire mededelingen;
7. Verlenen van machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met de mogelijkheid tot subdelegatie om de beslissingen genomen in de agendapunten 1, 4, 5, en desgevallend 6 bij authentieke akte te doen vaststellen.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist haar goedkeuring te hechten aan de agenda van de buitengewone algemene vergadering tevens jaarvergadering van de Opdrachthoudende Vereniging Fluvius Limburg van 20 december 2023:
1. Goedkeuring van de statutenwijzigingen, meer in het bijzonder van betreft:
a. Wijziging van het voorwerp;
b. Schrapping ingevolge de oprichting van s-Lim DV van de bestaande artikelen 2bis punt 11,3A, 5, 5.3, en 9 punt 7 en actualisering van bijlage 2;
c. Rechtzetting in artikel 8 punt f;
d. Verlenen van een machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met mogelijkheid van subdelegatie om de staturen inclusief de bijlagen te coördineren;
e. Vaststelling van de opschortende voorwaarden met betrekking tot de statutenwijzigingen;
f. Verlenen van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om de al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden met betrekking tot het agendapunt 1 vast te stellen;
2. Bespreking in het kader van artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het boekjaar 2024 alsook van de door de Raad van Bestuur opgestelde begroting 2024;
3. Vaststelling van de uitkering overeenkomst artikel 6:114 e.v. WVV;
4. Aanvaarding uitbreiding aansluiting gemeenten voor (neven)activiteiten;
5. Statutaire benoemingen;
6. Statutaire mededelingen;
7. Verlenen van machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met de mogelijkheid tot subdelegatie om de beslissingen genomen in de agendapunten 1, 4, 5, en desgevallend 6 bij authentieke akte te doen vaststellen.

Artikel 2

De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de (fysieke of digitale) buitengewone algemene vergadering van de Opdrachthoudende Vereniging Fluvius Limburg op 20 december 2023, of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden, op te dragen diens stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de Opdrachthoudende Vereniging Fluvius Limburg.

20.

2023_GR_00174 - Variapunt - Kennisneming

Kennis genomen

Notulen

Woordelijk verslag

Controles snelheid Elstrekenweg en omliggende straten – ingediend door raadslid Johny Lenskens

Naar aanleiding van enkele meldingen vroeg het college van burgemeester en schepenen op 12 september om de infrastructuur voor meting van de snelheid te plaatsen in de Daalheideweg. Het oplichtbord heeft in september op twee locaties in de Daalheideweg gestaan om te sensibiliseren. Analyse van de cijfers wijst uit dat het merendeel van het gemotoriseerd verkeer zich houdt aan het snelheidsregime (50km/uur), met uitzondering van enkele uitschieters. Dit is helaas een steeds weerkerend fenomeen in veel straten waar we het oplichtbord plaatsen. De bevindingen werden ook overgemaakt aan de verkeersdienst binnen LRH. Vandaag werd eveneens de vraag gesteld aan de korpschef voor eventuele controles door de politie in de Elstrekenweg.

Verder heeft in september de focus op verkeersveiligheid en snelheidsmetingen in de schoolomgevingen gelegen.

Samenstelling

Aanwezig
Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Pol Bos; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek, raadsleden; Bart Telen, algemeen directeur
Verontschuldigd
Inge Becks
Secretaris
Bart Telen, algemeen directeur
20.

2023_GR_00174 - Variapunt - Kennisneming

2023_GR_00174 - Variapunt - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Ingediend door raadslid Johny Lenskens via mail op 22 oktober 2023: 

Betreft: wegeniswerken Elstrekenweg en verkeersveiligheid

Als bewoner van de Elstrekenweg kan ik dagdagelijks zien dat de werken goed vooruit gaan. Wat ik samen met de buren echter ook iedere dag opmerk zijn de talloze inbreuken tov de verkeerwetgeving en de onveilige situaties die hierdoor ontstaan.

Dagelijks lappen heel wat automobilisten de voorziene omleiding aan hun laars. Zo rijden ze voortdurend tegen de richting vanaf de Molenweg de Elstrekenweg in. Hierdoor ontstaan er vaak onveilige situaties met bestuurders die netjes de omleiding volgen. Aan de signalisatie ligt het zeker niet. De verbodsborden komende vanuit Genk (C31a) en komende vanuit Zonhoven (C31b) staan goed en zichtbaar opgesteld.

Aan de ingang van de Elstrekenweg staat het verbodsbord C3 zelfs 3x opgesteld de weg is daar versmald maar er wordt geen rekening mee gehouden. Daarnaast stellen we vast dat in de naburige straten, zoals de Daalheideweg door een aantal bestuurders die daar vroeger niet kwamen onwaarschijnlijk snel gereden wordt. Het gaat hier waarschijnlijk over een relatief klein aantal bestuurders die te snel rijden, maar zij zorgen er wel voor dat de veiligheid echt wel in gedrag komt. 

Als ik met de werkmannen van de aannemer praat, dan klagen zij erg van de te hoge snelheden op de Elstrekenweg. Zij moeten extra maatregelen nemen om veilig te kunnen werken.

Daarom vragen we of het mogelijk is om aan de politie extra controles te laten uitvoeren op het naleven van het volgen van de omleiding en op de te hoge snelheden op de Elstrekenweg en in de omliggende straten.